CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-08-30 Notulen Dordtse Dinsdag - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 18 oktober 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van de Dordtse Dinsdag 30 augustus, 6, 20 en 27 september en de Gemeenteraad 13 september 202226.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG DORDRECHT D.D. 30 augustus 2022 Vergaderkamer 3 Voorzitter: mevr. Kruger Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Portefeuillehouder: wethouder P. Heijkoop Ondersteuning: Mevr. K. Hoogeveen (onderwijskundige onderzoeker), dhr. S. Bomius (gemeente Dordrecht), dhr. M. Koning (gemeente Dordrecht), mevr. L. Eijkelenkamp (servicebureau onderwijs en cultuur), Mevr. J. van Dijk (servicebureau onderwijs en cultuur), mevr. H. Bonninga-Van den Hil (directeur IKC Prinses Julianaschool). 1. RV Inzet gereserveerde middelen Dordts Leerprogramma De voorzitter: Ik blijf het leuk vinden dit gongetje. Ik zag net weer dat C&A een andere eigenaar geloof ik heeft gekregen of van plan is een andere eigenaar te krijgen. En dan V&D en C&A, en die hadden ook altijd zo’n gongetje en dan werd er zo’n stem van kassa … De kas met aapjes, ja, maar die hadden een ander geluid. Wel, goedemiddag allemaal. Dit is de eerste bijeenkomst op de Dordtse dinsdag. Ik moest ook weer even toen ik hier naartoe liep denken, oh ja, hoe was het ook alweer, want het is toch wel een aantal weken geleden. Maar ik heb er zelf weer heel veel zin in.

Want ik zei net tegen een collega ook, ik heb toch al mijn raads- en commissievriendjes en vriendinnetjes wel een beetje gemist, omdat je toch wel, ja, dingen uitwisselt en af en toe eens lekker in discussie gaat. En als, ja, raadslid is dat natuurlijk iets wat je hartstikke leuk vindt, anders zat je hier niet. Maar vanmiddag ben ik uw voorzitter, Kitty Kruger. En wij gaan het hier hebben over de inzet gereserveerde middelen Dordts Leerprogramma. Het is een beeldvormende sessie. Het is de bedoeling dat we dus met elkaar gaan kijken, wat is nou eigenlijk de bedoeling van dit raadsvoorstel. En ons zoveel mogelijk, nou ja, geen politieke, oordeelvormende uitingen laten. Dat zal voor velen moeilijk zijn, maar laten we het met z’n allen proberen. Het doel van de bespreking van dit raadsvoorstel is dat in 2020 de raad heeft ingestemd met de verkoop van de Eneco aandelen. En deze verkoop die heeft Dordrecht een slordige 370 miljoen euro opgeleverd. Een groot deel van deze bestemming die is gereserveerd voor investeringen die bijdragen aan de groeiagenda. Een groei van de stad levert, zo is de verwachting, blijvend voordeel op in de betaalbaarheid van voorzieningen. En deze reservering is weer uitgesplitst in zeven samenhangende investeringsprogramma’s, feitelijk ook nog steeds reserveringen, die ook voorzien zijn van businesscases.

Het Dordts Leerprogramma, afgekort DLP, is één van de zeven programma’s. In voorliggend raadsvoorstel worden de gereserveerde middelen van de gemeente tot en met schooljaar 2025-2026 ingezet en gewijzigd in de meerjarenbegroting. Ja, ik ben begonnen met uit te leggen waar het over gaat, maar ik wil eigenlijk ook nog iedereen eventjes verwelkomen. De mensen die deze livestream volgen, de mensen op de tribune en alle aanwezigen hier aan tafel. Nou kan ik mezelf de … Kan ik heel erg ingewikkeld gaan doen om te kijken of iedereen z’n voor- en achternaam nog weet. Maar ik ga gewoon vragen of u allen wilt zeggen uw naam en van welke partij of van welk onderdeel van de gemeente of van welk onderdeel u hierbij betrokken bent. Ik begin hier aan mijn rechterkant.

1

Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Beter Voor Dordt. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer In ‘t Veld: Richard in ‘t Veld, VSP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Koole-Bruurmijn: Astrid Koole, Beter Voor Dordt. De heer Boone: De heer Boone, Beter Voor Dordt. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. Mevrouw Vol-Van der Holst: Daniëlle Vol, Partij voor de Dieren. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff van het CDA. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, PvdA. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Hoogeveen: ‘…’ [buiten microfoon] dat ook? De voorzitter: Ja, graag. Ik heb hier wel de namen op mijn spreekpapier staan, maar ik weet toch … Dat is te snel gegaan net. Mevrouw Hoogeveen: Nee, zeker. Karin Hoogeveen, en ik zit hier als onderwijskundige onderzoeker. De heer Bomius: Serge Bomius van de gemeente Dordrecht. De heer De Koning: Mart de Koning van de gemeente Dordrecht. Mevrouw Eijkelenkamp: Lilianne Eijkelenkamp, het servicebureau onderwijs en cultuur. De voorzitter: Ja.

En dan volgens mij zitten op die tweede ring ook nog mensen. Doe maar even meteen.

2

Mevrouw …: Je moet even in de microfoon spreken. De voorzitter: Kan het eventjes in de microfoon of eventueel aan een tafelmicrofoon? Want anders dan horen wij het niet. Mevrouw Van Dijk: Jolinda van Dijk van het servicebureau onderwijs en cultuur. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Heleen Bonninga, directeur IKC Prinses Julianaschool in Crispijn. De voorzitter: Dank u wel. En dan heb ik hier nog net binnengedruppeld ons wethouder, de heer Heijhoop, welkom. De heer Heijkoop: Dank. De voorzitter: Aan wie mag ik het eerste het woord geven die iets over dit raadsvoorstel gaat vertellen? Ik zie Serge al naar de knoppen grijpen, dus ga uw gang. De heer Bomius: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat wij hier aanwezig mogen zijn om het één en ander te vertellen over het Dordts Leerprogramma, en dat natuurlijk in relatie tot het raadsvoorstel wat u heeft mogen ontvangen. Wij hebben een presentatie voor u voorbereid. En ik zou graag vragen om deze te tonen op het scherm. Ondertussen zal die verschijnen maar begin ik vast met praten, want we hebben een hoop te vertellen. En daarvan vinden wij altijd, ja, weinig tijd. Maar we willen u ook natuurlijk graag de kans geven om uw vragen te stellen. Dus wij hebben het in vier blokken verdeeld en die verschijnen zo op het scherm. Nou, hij mag naar het volgende scherm wat mij betreft. Ik krijg nu een mooi afstandbedieninkje.

De voorzitter: Mag ik nog heel even wat vragen tussendoor? De heer Bomius: Ja, natuurlijk. De voorzitter: U gaat uw presentatie geven. Wilt u graag dat iedereen wacht met zijn vragen totdat u klaar bent met de presentatie? Of kan er tussendoor, ja, de aandacht gevraagd worden? De heer Bomius: Ja. Nee, ik neem u mee in dat verhaal. Maar het laatste is het geval. We hebben vier blokken. Na ieder blok is er mogelijkheid tot stellen van vragen over dat onderdeel. En als het een ander onderdeel is wat later aan bod komt, dan zullen we daar, ja, u vragen om even te wachten op dat antwoord. Voordat wij zo meteen starten, zeggen we eigenlijk direct al van, hé, dit is ongeveer de invulling van de middag en voldoet dat aan uw vraag of mist u nog iets? Maar goed, daar komen we op. Thema van de middag is Dordts Leerprogramma, uitvoeringsprogramma vanuit de Dordtse onderwijsvisie. Dat zeg ik er bewust bij, want het gaat vandaag over het Dordts Leerprogramma. Dat is een gedeelte uit die Dordtse onderwijsvisie. En vandaag gaat het dus over het Dordts Leerprogramma. En dat betekent dat vragen over de Dordtse onderwijsvisie we echt bereid zijn om die te beantwoorden. Maar gezien de tijd zullen we dat niet vandaag doen. Eventueel schriftelijk of

3

eventueel op een ander moment wanneer we daar breder naar gaan kijken. Doel van de middag, inzicht en vertrouwen geven, maar uiteraard ook ondersteunend aan het raadsvoorstel wat u heeft ontvangen. Ik klik even door. Ja, doe ik even terug. Ho, oké. Nou … De heer …: ‘…’ [buiten microfoon]. De heer Bomius: Nou, jawel hoor. Maar we beginnen eerst met een oefening en dan zou ik willen vragen of Lilianne dat … Ja, je hebt een microfoon. Dus of je dat zou willen doen. Mevrouw Eijkelenkamp: Ja, voordat we starten met heel veel informatie, willen we jullie graag iets laten ervaren, namelijk de kracht van taal. Dit doen wij in de cultuureducatie altijd aan het begin van de les. Dat noemen wij een prikkelende start. Dat doen wij om de leerlingen te verwonderen, nieuwsgierig te maken, maar vooral ook om ruimte te bieden om je open te stellen voor dat wat gaat komen. Dus even jullie hoofden leeg maken en een andere mindset geven. Ik ga jullie meenemen in gedachten. Misschien voelt het onwennig of vindt je het raar, maar volg mij zou ik zeggen. Ik ga vertellen wat jullie gaan doen en je hoeft niet meer te doen dan dat. Er is geen goed of fout, dat is altijd fijn binnen cultuureducatie. Dus luister goed. Je mag je ogen sluiten, het hoeft niet. Het publiek mag ook meedoen. Neem een vouwblaadje in gedachten, je mag zelf de kleur kiezen. Heeft iedereen dat? Goed, luister goed.

Ik ga een aanwijzing geven wat jullie moeten gaan vouwen. Vouw de onderste punt naar de bovenste punt en duw de vouw goed aan. Doe maar even met je nagel, zodat je een mooie, scherpe vouw krijgt. Maak dan het blaadje weer open en draai het een kwartslag en doe nu hetzelfde met andere twee punten. Vouw de linkerhelft op de rechterhelft en duw aan en maak hem weer open. Vouw nu de onderkant op de bovenkant en vouw weer open. Vouw de linker onderhoek naar de rechter bovenhoek en doe dit ook aan de andere kant. Vouw goed aan. Draai nu het blaadje om met de punt naar beneden en vouw de punt vervolgens naar boven, iets verder dan de bovenrand. Vouw de uiterste punten om de bovenkant heen en draai dan weer het blaadje om. Vouw nog een keertje … Duw de laag of de … Vouw nog een keer extra aan en dan ben je klaar. Goed gedaan. Wat hebben jullie gevouwen? Mevrouw …: Volgens mij een hoedje. Mevrouw Eijkelenkamp: Geen idee, hoor ik. Een hoedje. En denk je dat of weet je dat, een hoedje? Mevrouw …: Ik heb van alles gedaan, maar volgens mij komt er echt een hoed uit. Mevrouw Eijkelenkamp: Was het te doen dit experiment? Ik zag sommigen wat afdwalen, om zich heen kijken. Ik zal jullie eerst laten zien … Want jullie hebben echt iets gevouwen. Jullie hebben een vlinder gevouwen in gedachten. Ja, dit heb ik net beschreven aan jullie.

Ik heb jullie dit laten doen, omdat ik … Wij willen jullie meegeven hoe het is om taal zonder context te krijgen. Een context is heel erg belangrijk. Die … Nou ja, als je die niet hebt, dan hebben jullie nu gemerkt, je kan er niks mee. Althans, je kan er een hoop mee, maar geen hoedjes vouwen. Uiteindelijk is dat ook wat leerlingen merken. Want alle woorden die ik heb verteld, begrijpen jullie. Maar ik had het ook in het Spaans of het Chinees kunnen doen, en dan waren jullie verloren geweest, want dan had je er niets van begrepen, op een uitzondering na. Ik zie Serge knikken. Het belangrijkste is dat, woorden leer je door woorden, maar ook door zintuigen. Ook door het te zien en te ruiken en te voelen en beleven met je lijf. En door

4

al die dingen samen te doen zorg je er eigenlijk voor dat die woorden beklijven en dat je dus eigenlijk op die manier heel snel een andere taal leert. Nou, dat is wat cultuureducatie, maar ook sport, bewegend leren, echt zeg maar onderbouwend zijn aan het onderwijs wat binnenschools gegeven wordt. En daarom is het een hele mooie aanvulling binnen het Dordts Leerprogramma. Dank jullie wel. De heer Bomius: Ja, dank je wel inderdaad. Om dat nog eens, dat beeld, nog eens extra te geven aan u, is er ook een heel kort filmpje wat we willen zien, veertig-vijftig seconden. En nou ja, dan gaan we naar het theoretische verhaal. Maar, Claudia, kan je dat filmpje tonen? Mevrouw …: Hè, ik kan hem naar die persoon toe spelen. Mevrouw …: Het is niet alleen sporten, het is niet alleen tegen een bal trappen. Er zit nog zoveel achter. Sociale vaardigheden, cognitieve vaardigheden en dus nu ook een ondersteuning in de taal. Mevrouw …: En die aandacht voor taal is … [geluid valt weg] … en ook in de rest van Nederland … [geluid valt weg] de basisschool met een grote taalachterstand. En juist de gymles biedt mogelijkheden om taal te leren, merkt ook Lydia. Mevrouw …: Er zijn natuurlijk ook onderzoeken geweest, op het moment dat kinderen fysiek actief überhaupt zijn, dat het al sneller werkt, omdat je hersenen sneller geactiveerd zijn.

Maar daarnaast is het ook nog de combinatie, op het moment dat je het woord hoort, ziet en doet, zit het veel sneller in je systeem dan dat je het in de klas krijgt en je moet het overschrijven. Even kijken, ik wil …. De heer Bomius: Ja, dank je wel. Dan … Dit is om u in ieder geval een klein stukje beeld te geven van goh, wat gebeurt er nou in de klas op de scholen met deze kinderen. Dit is een voorbeeldje, u heeft net een stukje kunnen ervaren, en het is nog veel meer. De indeling van de middag. We zijn al een stukje begonnen. Maar als ik naar sheet drie kan gaan. Dat kan ik natuurlijk zelf. Happa, happa, daar is hij. Goed, we beginnen met, wat is het Dordts Leerprogramma? DLP noemen wij het inmiddels. Waarom is het er en welke keuzes zijn er gemaakt om tot dit programma te komen. Dat zal ik doen en dat zal de dame rechts van mij doen, Karin Hoogeveen van Sardes. Vervolgens is er na dat blok mogelijkheid tot het stellen van vragen over dit onderwerp. Blok twee, hoe ziet het DLP eruit? Een beschrijving vanuit één van de elf scholen. En dat Heleen Bonninga doen van de Prinses Julianaschool in Crispijn. Zij heeft daarvoor een eigen presentatie. Tijdens het beantwoorden van de vragen bij blok één zal die tweede presentatie klaargezet worden en hebben we een grote wisselshow. Maar goed, dat gaat allemaal goed denk ik. Ook weer vragen voor u.

Ik denk dat dat een interessant stuk is om deze directeur te bevragen. Blok drie, samenwerking in het Dordts Leerprogramma en de rol van de partners. Eén van de partners is aanwezig. Jolinda van Dijk en Lilianne Eijkelenkamp, u heeft ze net al gezien, van het SOK. En wederom een rondje vragen. En blok vier, voorwaarden, verwachtingen en monitor Dordts Leerprogramma. Want we doen dit natuurlijk ook met een reden, en dat komt in blok vier nog eens even extra goed naar voren. Karin Hoogeveen is dan weer aan de beurt en mijn collega Mart de Koning. Nou dan gaan we naar een afronding wat mij betreft. Maar mijn vraag aan u is of deze vier blokken voldoet aan de verwachtingen of dat u … Of eigenlijk de vraag, mist u nog iets? Want dan kunnen wij misschien daarop inhaken tijdens het bespreken. En anders zien we wel hoe het werkt. Ik zie geen lampjes.

5

De voorzitter: Ik kan me wel … Even iets. Ik mis niks. Ik wil er alleen wel even erop wijzen dat we tot ongeveer 17:45, 17:50 uur de tijd hebben. Dus als ik dan nu kijk, hebben we per blok ongeveer een kwartier de tijd. De heer Bomius: Ja, dat klopt. De eerste twee blokken zullen qua presentatie een minuut of negen zijn. Drie en vier zullen zes minuten zijn. Dus dan is er ongeveer evenveel tijd om de vragen te stellen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké. Ja, aan mij dan om inderdaad de vragen binnen de perken te houden. De heer Bomius: Zeker. De voorzitter: Goed, dank u wel. De heer Bomius: Goed. Oh, dat is mooi. Nou dat komt in één keer. Wat is DLP? Waarom? Bestrijding achterstanden, benutten leerpotentie, verhogen leerkansen, dat is wat ons betreft kansengelijkheid bevorderen. En daar heeft u in uw raad of uw voorgangers in de vorige periode ook een keuze op gemaakt. Hoe … Wat houdt dat dan in? Dat is extra onderwijstijd, twee uur naar vijf uur, waarbij dat de ambitie is. Maar we kijken ook heel goed, wat werkt nou eigenlijk? Is die vijf uur heilig of, ja, zijn er andere verstevigingen te doen? Nou, dat zou zomaar kunnen. Wie zijn daarvoor geselecteerd? Dat zijn basisschoolleerlingen van scholen met hoge risico’s op achterstanden. Daar gaat Karin zo meteen nog iets over zeggen.

Hoe doen we dat? Nou, we focussen op taal en rekenen, maar we kijken ook naar een verrijking van het programma, bijvoorbeeld door sport, cultuur, muziek, techniek, enzovoort, enzovoort. Waarmee? Nou, een integraal schoolprogramma en inzet op ouderbetrokkenheid. Een integraal schoolprogramma. Wat bedoel ik daarmee? Geen programma naast een programma. Dat is iets wat in het verleden in andere steden of in andere landen ook wel geprobeerd is. Van nou, je hebt het schoolprogramma en daarnaast nog een ander programma. Maar die kruisbestuiving juist maakt hete effectiever. Dilemma. U kent het. U heeft daar voor het zomerreces ook een vraag over gesteld, of één van de fracties, en ook volgens mij een antwoord op gekregen. Ja, voldoende onderwijsprofessionals. En ook het organiseren hiervan kan weleens een dilemma zijn. Maar ook wel weer een kans. Dat komt misschien later nog. En ik begon met kansengelijkheid bevorderen. Hoe ziet die kansenongelijkheid eruit? Nou, u heeft de presentatie ontvangen. Er is zomaar een top tien samengesteld op basis van de vragen van, goh, wat is nou volgens jullie de grootste oorzaak van kansenongelijkheid. En dit top tien stukje rolde eruit. Meest gezegd is links en minst gezegd is dan de nummer tien of nummer elf, twaalf en ga zo door. Maar dit zijn de tien meeste genoemde antwoorden in ieder geval. Oké.

Ik stop even en doe mijn microfoon uit en dan mag jij verder. Mevrouw Hoogeveen: Dit is nog even technisch. Op basis van deze indicatoren die een aantal jaren geleden opnieuw zijn vastgesteld door het ministerie, krijgt elke gemeente en elke school extra geld. En nou, u ziet hier wat er dus meetelt. Opleidingsniveau. Niet … Overigens telt niet elke indicator even hard mee. Sommigen die tellen meer mee dan anderen. Opleidingsniveau. Daarvan weten we gewoon dat het meest bepalend is voor de toekomst van kinderen, dus die telt zwaar mee. En op basis daarvan krijgt Dordrecht, de gemeente Dordrecht, dus ook geld. En dat gebruiken we voor het onderwijsachterstandenbeleid, wat verweven zit eigenlijk met het Dordts Leerprogramma. Maar we gaan het nu over het Dordts Leerprogramma hebben, maar dit is eventjes … Nou

6

hè, deze kinderen hebben we het over, die lopen het grootste risico om leervertraging op te lopen of om niet op een niveau terecht te komen wat volgens hun eigen leerpotentieel eigenlijk geëigend zou moeten zijn. En dan in het volgende … Oh ja, ik kan het zelf, ja. En hier ziet u dan … Maar u heeft hem gekregen hè, dus dat kunt u nog eens een keer nakijken, hoe dat dan per wijk verdeeld is die onderwijsachterstandsindicatoren. Daar ga ik nu verder niet te veel op in. Dus we gaan verder. Kijk, gelijke kansen, daar is iedereen het altijd over eens. Alleen is niet iedereen het er altijd over eens wat gelijke kansen dan is. Ik zit in je beeld hè? Zal ik beetje naar … Ja. En dit plaatje vind ik altijd veel zeggend. Sommigen van u kennen het misschien wel. Kijk, links zeg je, nou kijk, dat is gelijk, want ieder kind heeft een gelijke toe… Die mag gewoon onderwijs volgen en dat is toch prima. Maar als je dan bedenkt dat sommige kinderen vanuit een andere situatie op school komen dan andere kinderen, dan wil je eigenlijk sommige kinderen wat extra hulp bieden. En vandaar dat rechter plaatje, die kistjes, dat is dus eigenlijk die rechter hulp. Dus dat zijn twee verschillende benaderingen waarop je naar gelijke kansen kunt kijken. Is het gelijke toegang, je mag meedoen, of is het van, we bieden extra hulp als je niet gelijk binnenkomt.

En voor dat laatste hebben we gekozen bij het Dordts Leerprogramma. En waarom doen we dat dan? Nou als we kijken gewoon even macro, even uitzoomen. Onderwijs is bepalend voor het latere succes van leerlingen. Nou dat is een open deur, dat weet iedereen. Maar wat we wel hebben gezien in de afgelopen tien jaar is dat je diploma steeds belangrijker is geworden voor, ja, je latere kansen op de arbeidsmarkt en wat je gaat doen. En we zien ook dat er een, ook internationaal, een steeds sterkere samenhang is gekomen tussen onderwijsresultaten en economische prestaties. Maar we zien ook dat Nederland de onderwijsresultaten ongelijker zijn geworden. Dus het diploma en inkomen van de ouders wordt steeds bepalender voor waar je terechtkomt. En, nou ja, dat is niet alleen voor die kinderen zelf vervelend, maar ook voor de maatschappij. Want daarmee benut je gewoon niet alle talenten die er zijn. Dus … En dan heeft de COVID-crisis daar nog een schepje bovenop gedaan. Dat zal u ook niet ontgaan zijn. Er heeft in de krant gestaan dat dat eigenlijk nog de verschillen tussen kinderen van hoog- en laag opgeleide ouders heeft vergroot. Dus we hebben wat te doen. Nou, en daarvoor hebben we ervoor gekozen om in Dordrecht leertijdverlenging in te voeren. En waarom? Omdat gebleken is dat dit een effectieve manier is om kinderen meer … Die meer kansen nodig hebben, die ook te bieden.

Is het nou zo dat leertijdverlenging altijd zondermeer leidt tot grotere kansen? Nee. Het gaat er dan wel om hoe je dat doet. En dat zijn ook dingen die wij hebben gevonden in literatuur of in andere gemeenten, hebben we hier ook gestopt in de voorwaarden voor leertijdverlenging. Dus scholen die subsidie kregen, kregen een aantal voorwaarden waar ze aan moesten voldoen wilden ze die subsidie krijgen. En daar hebben we gekeken naar, wat zijn landelijk dan goede interventies? En die ziet u hier. De beste leerkracht voor de klas. Ja, en dat … Heleen, ik hoef jou niks te vertellen, dat vindt jij ook. Alleen is dat op dit moment best wel heel erg lastig met het lerarentekort. Zijn we ons van bewust hoor. De extra uren dat levert zeker wat op als je het wat over een langere periode doet en ook als het echt wel wat voorstelt. Dus een kwartier per week gedurende drie maanden, leuk, maar daar heb je niet zoveel aan. Daarom wilden we in het Dordts leerprogramma ook echt gewoon wel uiteindelijk naar die vijf uur toe en over langere periode, dus eigenlijk de hele basisschoolperiode. Ja, betrekken van ouders is een hele belangrijke factor. Hoe zorg je voor die verbinding thuis en school? Hoe zorg je ervoor dat ouders ook in de goede stand komen, zodat ze hun kinderen thuis kunnen ondersteunen.

Wij wilden een integraal programma, dus ook aansluiting van onderwijs met zorgpartners, maar ook voor het verbreden van de horizon kijken naar sport, cultuur, techniek, milieueducatie, noem maar op. En elke school

7

kan daar zijn eigen keuzes in maken. En dat is ook heel bewust de inzet. Want een school weet het beste waar er hiaten zijn, wat kinderen kunnen gebruiken. En ik laat het even hierbij, anders gaan we over de tijd. De heer Bomius: Ja, dan is het aan u. Zijn er vragen over dit gedeelte? De voorzitter: Als eerste de heer Paul. Dit is toch wel heel erg zeg. De heer Den Hartog: Dank u wel, voorzitter. En dank u wel natuurlijk voor het verhaal. Ik heb eigenlijk een paar vragen. Want een risico wordt even genoemd, die goede docent, er is een docententekort. Welk plan het ook gaat worden, het staat of valt met of we docenten hebben en er is nu een docententekort. Ik zie extra leertijdverlenging, dus dat betekent dat je een extra inzet moet hebben van die docenten waar een tekort van is. Hebben jullie daarover gedacht hoe dat op te lossen? De voorzitter: Dank voor uw vraag, mijnheer Den Hartog. Nee, één vraag. Ik wil graag iedereen één vraag in eerste instantie geven. Want er zijn genoeg mensen die een vraag hebben. Ik heb ze allemaal al … Mevrouw Hoogeveen: Ik zal een heel kort antwoord geven. Uiteraard is dat een zorg. Maar ik denk, je moet niet alleen kijken naar bevoegde groepsleerkrachten, maar ook naar vakdocenten voor techniek, voor sport, voor cultuur.

En het SOK doet daar … Nou, dat kunnen ze zelf straks ook wel vertellen, hele goede dingen in door te zorgen dat die vakdocenten, zoals we in het filmpje zagen, ook echt taalbewuste lessen gaan geven. Dus het is niet een afdoende oplossing natuurlijk, dat probleem blijft. Maar ik denk wel met de inzet van vakdocenten dat je voor een groot deel, ja, hier toch wel tegemoet aan kunt komen. De heer Den Hartog: Mag ik daar wel op reageren? Is daar tijd voor? De voorzitter: Nee, daar is eigenlijk geen tijd voor. Ik wil gewoon iedereen even één vraag laten stellen, want anders dan lopen we echt uit de tijd. Mevrouw Boom, u was als tweede. Mevrouw Boom-Vos: Dank je wel. U liet die mooie tabel zien, waarvan u zei, dat kunt u thuis bekijken. Dat heb ik ook gedaan. En ik vroeg mij eigenlijk af, daar staan eigenlijk alle kinderen, of percentages, aantal kinderen die buiten de boot vallen volgens deze eisen. Nou hebben we elf scholen, ik zag ook vijftien locaties. Maar zitten de … Even met mijn blik hè, ik weet niet alles. Ik dacht, nou er zitten wel een paar wijken in waar kinderen misschien buiten de boot vallen. Hoe vangen we dat op? De heer Bomius: Zal ik daarop reageren? Daar gaat de Dordtse onderwijsvisie over. Dit is de start, beginnen daar waar de risico’s het hoogst zijn, daar gaat dit programma over.

En aanvullend hebben we meer uitdagingen en daar zijn wij ook mee aan de slag aan het gaan. Gezien de tijd ga ik daar nu niet helemaal op in. Maar wij hebben reeds toegezegd dat we daar in een later stadium ook weer verder op doorgaan. De voorzitter: Mevrouw Pichel, u was als derde.

8

Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde even terug naar dat plaatje. Wat was het nou? Equality versus aquity met de twee … Met de kistjes. Ik mis er eigenlijk een plaatje in waarin het kleine kindje wellicht zelf de kist vraagt van iemand of iemand die dat kindje erop wijst dat hij het zelf zou kunnen vragen of zelf zou kunnen pakken. Het is een andere invalshoek, maar hoe kijken jullie daartegenaan? De heer Bomius: Een mooie invalshoek. Ja, dat is een kind die inderdaad de mogelijkheden heeft om dat te doen. We weten niet of dat gebeurd is of niet, want het kistje staat er al. Dus er gaat een verhaal aan vooraf. Dat verhaal is onbekend. Er zijn kinderen die zelf de hulp kunnen vragen. We weten ook dat er kinderen zijn die die hulp niet zelf kunnen vragen. Wellicht dat de schooldirecteur daar dadelijk ook nog wat verder over kan inzoomen. Maar ja, mooie vraag. En ja, durf te vragen, maar niet iedereen doet dat. Ja. De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Ja. Dank u wel, voorzitter. In het begin werd er gezegd, de wat-vraag. Van twee naar vijf uur.

Dan beginnen er bij mij meteen vragen te komen van waar hebben we het over? Twee uur effectief? Nou, vijf uur effectief? Of is dat het bruto van de volledige tijd waar ook nog een stukje dan voor de leerlingen beschikbaar is? Hebben we het dan over individuele leerlingen? Wordt er naar de kunde van het kind al gekeken van hoe het verbeterd wordt? Of pakken we het groot klassikaal aan, en hoe groot zijn die groepen dan? Dus, waar hebben we het over als we zeggen zo makkelijk van twee naar vijf uur. Kunnen jullie misschien daar wat over uitleggen? De heer Bomius: Ja, ik denk dat ik de voorzitter ga vragen om die technisch te beantwoorden schriftelijk. Maar ik kan wel heel kort erover zijn, dat ... Het heeft alles te maken met de schoolvisie, het schoolprogramma, het schoolplan. De ene school is de andere niet. Het moet passen bij de school. De programma’s zijn divers van elkaar. Passend bij de doelgroep, passend bij de ouders. Dus daar zie je wel verschillende keuzes in. Twee tot vijf uur, dat gaat wel over lesgebonden uren. De voorzitter: Dank u wel. En ik heb zeker de vraag gehoord over als het meer technisch is, om dat dan schriftelijk te stellen. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, ik heb de volgende vraag, over die sheet over de onderwijsachterstanden, zoals de indicatoren van het CBS.

Dat zijn allemaal individuele indicatoren die over het kind gaan. Over zijn ouders, over zijn opleidingsniveau, over zijn herkomst, et cetera. Ik ben benieuwd hoe we nou tegen een indicator aankijken. Maakt het nou uit in welke wijk je woont of op welke school je zit? Als je op een school zit met heel veel kinderen die moeilijk spreken, heb je dan meer kans op achterstand als dat je bijvoorbeeld op een school zit waar je bij de enige of één van de weinige kinderen in de klas bent die moeilijk spreken waarvoor dit geldt. Want die indicator zie ik er niet tussen staan, terwijl ik zelf denk dat dat een behoorlijke geldende indicator is. Mevrouw Hoogeveen: Dit is deels eigenlijk ook een technisch verhaal. Het CBS heeft landelijk gekeken welke kinderen het meeste risico lopen op achterstand. Dus die indicatoren die zijn een indicatie voor het risico op achterstand. Dat wil niet zeggen dat elk kind met deze kenmerken ook die achterstand gaat oplopen natuurlijk. En dit … Ja, hier zit een hele berekening achter. Het wordt ook om de zoveel herzien. Er wordt gekeken of het

9

nog steeds zo is. Er zijn natuurlijk nog veel meer indicatoren, maar dit zijn de vijf waarmee gerekend wordt en die, ja, echt wel … Waar een hele technische berekening achter zit. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, maar dan toch, het antwoord op mijn vraag heb ik niet gehad. Die indicatoren die ik noemde, en dat appelleert ook wat veel vragen die ik van anderen hoor over wat doen we nou met andere scholen, maakt het nou nog uit op welke school je zit? Want ik weet dat er heel veel andere partijen dat ook echt een vraag is. Dus het is wel een relevante inhoudelijke vraag. De heer Bomius: Ja, dat maakt uit. Een leerrijke school geeft meer kans om in die leerrijke omgeving bijvoorbeeld taal te leren. Dus daar zit zeker een verschil in tussen de ene en de andere school, dus ook tussen de ene en de andere wijk. Ja. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Schnabel, u had nog een vraag? Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik vroeg me af, bij de punten staat dat de ouders worden betrokken en dat ook zorgpartners worden betrokken. Wordt de wijk ook nog op een bepaalde manier betrokken? Bijvoorbeeld de verenigingen in een wijk en dergelijke? De heer Bomius: Work in progress. Dat is zeker de bedoeling, maar dat is zeker niet op alle elf de scholen op dit moment gelukt. Dus dat komt. De voorzitter: Kunt u dat iets kort nog uitleggen, work in progress. De heer Bomius: Nou … Ja, daar wordt aan gewerkt.

De voorzitter: Ja, maar we zouden dat … We zouden gewoon ons taalgebruik ook hè, van … De heer Bomius: Ja, sorry. De voorzitter: Nee, dat geeft niet. De heer Bomius: Excuus, voorzitter. Nee, daar wordt aan gewerkt. Er zijn scholen die al meer extern gericht zijn, er zijn scholen die intern gericht zijn, en daar zie je wel verschillen tussen. Dus sommige scholen weten de wijk gewoon veel beter, en daarin de partners ook beter te vinden. En daar kunnen andere scholen weer veel van leren. Volgens mij gaat Heleen daar ook iets over vertellen over dat leren van elkaar. Is dat voldoende antwoord? De voorzitter: Dank u wel. We hebben nog tijd voor twee korte vragen dan. Mevrouw Vol. De heer Portier was eerst? Dank u voor uw eerlijkheid. De heer Portier: Ja, even hè, in onze maatschappij is er vaak veel te weinig waardering voor mensen die praktisch geschoold zijn. De metselaars, de timmerlieden, de lassers. Nu is het uitgangspunt lijkt het hier van, we moeten iedereen zo hoog mogelijk opgeleid krijgen. Versterkt dat niet juist die indruk en ontkent het niet dat er gewoon leerlingen zijn die meer praktisch gericht zijn en beter praktisch kunnen leren en leerlingen die meer theoretisch kunnen leren? De heer Bomius: Ja, tuurlijk.

10

De heer Hoogeveen: Ik begrijp uw vraag en ik snap ook dat die indruk wordt gewekt, maar dat is zeker niet de bedoeling. Want het gaat erom dat de kinderen met een bepaald leerpotentieel op de goede plek terechtkomen. En nu zien we dat dat vaak niet zo is, omdat de opleiding van de ouders bepalend is of je achtergrond. Dus we willen juist … We zeggen niet, iedereen zo hoog mogelijk, maar iedereen op een passend niveau. En of dat … Ja, de termen hoog en laag zijn ook vervelend. En ik snap dat mensen dan gaan zeggen, laten we het over praktisch en theoretisch hebben, maar daarmee veranderen we natuurlijk er niks aan dat het één nou eenmaal meer kansen geeft dan het ander. Maar het is niet de bedoeling dat iedereen zo hoog mogelijk komt. De heer Portier: Ja, moeten we dan … Dus het idee dat je zeg maar via het onderwijs zal ik maar zeggen de maatschappelijke ongelijkheid op kan heffen, is dat wel een juist uitgangspunt? De heer Hoogeveen: Het is in ieder geval één van de manieren waar … Ja kijk, inkomensgelijkheid is het … Of inkomensnivellering is een andere, maar daar gaan we niet over. Onderwijs is wel een hele belangrijke, ja. Ja. De voorzitter: Zie je, er piept toch altijd weer iemand tussendoor met nog een aanvullende vraag. Mevrouw Vol. Mevrouw Vol-Van der Holst: Dank u wel, voorzitter.

Ja, ik maak mij zelf heel erg zorgen over de groepsgrootte en de druk op de leerkrachten zelf. En in mijn ervaring als juf, een paar jaar terug, had ik altijd heel erg behoefte gehad aan meer mensen in de klas zeg maar die ondersteuning bieden. Zit dat ook hierin verwerkt? De heer Bomius: Nou, daar kan ik kort over zijn, nee. Het helpt wel, maar dat is een verantwoordelijkheid wat ons betreft van het onderwijs zelf met het samenwerkingsverband. Misschien dat daar de directeur dadelijk daar ook nog iets over kan zeggen. Dat zijn schoolkeuzes. Dat betekent niet dat we het oneens zijn met het effect daarvan. Alleen dit gaat echt over iets anders, ja. De voorzitter: Goed, dank u wel. Ik denk dat we nu door kunnen naar blok twee. De heer Bomius: Ja, dat is de andere presentatie die klaargezet mag worden. Misschien had ik dat moeten zeggen, maar ik geef jou dan in ieder geval deze. Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Ja, goedemiddag allemaal. Ik ben blij dat ik hier iets mag komen vertellen over mijn IKC, maar ook zeker over DLP. Nou, ik ben Heleen Bonninga-van den Hil. Ik ben sinds vijf jaar ben ik directeur van dit mooie kindcentrum. Vijf jaar geleden gingen we een andere koers varen en daar hoorden ook nieuwe kernwaarden bij. En dat zijn drie woorden geworden, want als je er tien doet, die kan je namelijk niet onthouden, en het moet wel praktisch uitvoerbaar zijn.

Dus vandaar dynamisch, kansrijk en betrokken. Nou dynamisch is het bij ons altijd, want wij hebben 21 nationaliteiten bij ons op school. Dus nou, dat vraagt wat. Dat vraag iets van iedereen. Kansrijk, want wij geloven echt dat educatie de kansen geeft om, ja, te groeien en te bloeien en die volwassene te worden waar je … Wat je verdient als kind. En betrokken, dat is echt ons uitgangspunt. Als je betrokken bent bij de kinderen, maar ook binnen het team en bij de ouders en bij de wijk waarin de kinderen opgroeien, ja, dan heb je al ontzettend veel gewonnen, want uiteindelijk is dat gewoon de

11

start. Wat zijn onze speerpunten voor komend jaar? Ik dacht, ik vul ze even in, want ik neem jullie in tien minuten tijd even kort mee in de wereld waarin ik elke dag werkzaam ben. Dit is echt voor ons het aller belangrijkste. Educatie is de sleutel tot succes voor ieder kind. En om even in te haken zeg maar op wat u net zei, mijnheer, of een kind naar praktisch onderwijs gaat of naar het VWO, je moet terechtkomen op de plek waar jij hoort met jouw kansen en jouw mogelijkheden. En dat is waar we het iedere dag voor doen. Dat betekent dat je hoge verwachtingen moet hebben, en niet alleen van kinderen die naar de HAVO/VWO brugklassen gaan. Dat betekent dat je continu hoge verwachtingen moet hebben van je teamleden. Dat je moet scholen, dat je de beste leerkrachten binnen moet halen, maar dat die ook bij je blijven en dat die zich ook blijven ontwikkelen. Dat lijkt een utopie, maar dat is het eigenlijk niet. Dat is hard werken. Ja, dat klopt, maar dat doen we graag. De inzet van goede leerkrachten. Nou, het is net ook al genoemd, dat lijkt ook een open deur. Maar uiteindelijk maken zij echt het verschil. En dat is ook waar we het steeds over hebben. Een kansrijke verlengde schooldag, dat betekent in ons geval om 8:30 uur gaat de deur dicht en start de les. Ook dat klinkt misschien als een open deur, maar ja, onderwijstijd verspillen, daar hebben we helemaal geen tijd voor.

Dat moet gewoon doorgaan tot en met 14:30 uur. Zelfs de pauzes zijn bij ons eigenlijk lestijd, maar daar kom ik zo op. Effectieve lestijd is dus ontzettend belangrijk. Dat betekent dat als je vraagt om een goede voorbereiding, dat kan alleen maar met goede leerkrachten die de leerlijnen kennen, die in de bouwen veel met elkaar sparren en met elkaar de lessen voorbereiden. En dat je daar als directeur ook tijd en energie in moet steken en tijd voor vrij moet maken. En van betekenis zijn in en om de wijk. Nou, dan kom ik terug op een andere opmerking die ik hoorde. Wij werken met de vreedzame school bijvoorbeeld, en dat is ook met de vreedzame wijk. En daar zijn wij al een aantal jaren mee bezig. Wij proberen … Nou ja, corona heeft daar natuurlijk een beetje roet in het eten gegooid, maar dit is wel wat we dit jaar weer oppakken. Ja, wij willen van betekenis zijn. En niet alleen maar met de feestdagen, maar eigenlijk open voor iedereen. Ik heb bijvoorbeeld een eigen gymzaal. Ja, dat is heel mooi, maar ik vind niet dat ik als enige daar recht op heb om daar gebruik van te maken. En het liefst, en dat is ook waar we nu mee bezig zijn, om sportclubs of Rots en Water-training van het sociaal wijkteam, dat zij gewoon in die school komen en gebruik maken van die gymzaal die tenslotte van ons allemaal is. Nou, ons kindcentrum bestaat uit een peuteropvang.

Daar zitten twee volle peutergroepen, volledig VE. Een basisschool met op dit moment 225 leerlingen. We groeien sinds 2017, ja, behoorlijk. En een BSO met drie groepen. En wij vangen ook de kinderen op van SBO De Toekomst en in de vakanties ook van Eden en de Fontijn. Dat betekent dat ik ook echt specialisten in dienst heb, omdat de kinderen van De Toekomst een ander, ja, aanbod nodig hebben dan de kinderen in het reguliere basisonderwijs. Waarom werk ik op de Juliana? Op een kindcentrum met deze populatie werken, daar werken vooral gedreven mensen. Nou en daar houd ik van. Kansrijk onderwijs, ja, dat heeft ieder kind nodig, maar hier net even een beetje meer. Het is namelijk mijn droom dat ieder kind binnen mijn IKC gezien wordt en kansen heeft gekregen om zich te ontwikkelen op het niveau dat hem of haar past, ongeacht de uitstroom. Mijn hart ligt echt bij deze doelgroep. En als je het hebt over betrokkenheid, ja, dat is nodig. Met de meeste leerlingen gaat het eigenlijk ook gewoon heel erg goed, ook bij ons. Maar er groeien ook te veel kinderen op in een omgeving die hun ontwikkeling belemmerd of in ieder geval niet helpend is. En daar wil ik mijn steentje aan bijdragen en daarom werk ik hier.

Maar ja, hoe gaat dat dan in de praktijk, wat is er dan nodig? Wanneer twee- of vierjarigen binnenkomen zonder enige kennis van de Nederlandse taal, en dat is helaas de praktijk van alledag, nog steeds, dan vraagt dat iets van de leerkrachten. Als ik bijvoorbeeld kijk naar onze collega’s op de peuteropvang, dan is

12

eigenlijk, nou, negentig procent komt zonder één woord Nederlands binnen. Nou dat is een hele kluif. Want als je twee jaar lang geen Nederlands hebt gesproken, haal dat maar eens in. En zeker als je dat wegzet naar de bovenbouw van begrijpend lezen. Dat vraagt ook iets van kinderen. Want soms, bij ons in de wijk ook, daar komen kinderen binnen één dag voordat ze vier jaar worden. Die hebben nooit een kinderdagverblijf bezocht, ze zijn nooit naar de peuteropvang geweest. Ja, dat is heel erg bij ons inherent aan de wijk, omdat iemand anders dan zegt dat je kind toch echt naar school moet. Het vraagt om een andere inrichting van de je onderwijs om de gestelde doelen te bereiken. En je zoekt altijd naar iets dat namelijk wel werkt. Ik hoorde het net ook al, spelen, bewegen, dat hebben kinderen nodig, en bij ons in de wijk net even extra. En ook omdat ouders veelal niet bij machten zijn om hen, ja, dat te bieden wat zij nodig hebben. Buiten spelen vinden zij vaak gevaarlijk. Het is eng. Mensen wonen drie hoog, vinden het heel erg spannend. Hebben … Ja, kunnen dat zelf niet altijd opbrengen. En daarnaast zijn niet alle ouders bij ons bij machten om dat cognitief te ondersteunen en moet het vooral echt op school gebeuren. Nou, dit geldt ook voor het verwerven van de Nederlandse taal.

Maar zeker ook leren vanuit bewegen en het prikkelen van het brein met zaken die thuis niet tot de mogelijkheden behoren. Dit geldt in de klas door in dit geval … Dit is de peuteropvang, als je links kijkt. Wij werken actief met Logo3000, dat is een woordenschatprogramma. Dat trekken we ook door tot en met groep drie. Daar liggen … Dat is helemaal uitgebalanceerd. En we proberen heel erg thematisch te werken in de belevingswereld van de kinderen, maar wel steeds een stapje verder te gaan dan hun ontwikkeling … Waar ze in hun ontwikkeling zijn. Op het moment dat je woorden betekenisvol aanbiedt en dat ook herhaald, gaat dat beklijven. Anders zeg het namelijk niks. Nou, dit geldt ook bijvoorbeeld voor het samenwerken in een tuin. Je gebruikt andere woorden en die kun je ook direct toepassen. En als je ze toe kunt passen, dan vergeet je vaak ook niet zo snel. En het geldt voor bewegen. En datgene wat je fysiek toe leert passen, door te springen, het te ervaren en het daardoor te automatiseren. En dat zie je rechts. Wij werken bijvoorbeeld samen met Monkey Moves. Zij … Taal is natuurlijk een belangrijk onderdeel. Maar laten we rekenen alsjeblieft ook niet vergeten, want uiteindelijk heb je beide nodig. Maar om goed te kunnen rekenen of in ieder geval, laat ik het een beetje nuanceren, om goed de Cito-toetsen te maken van het rekenen, heb je toch echt wel taal nodig.

Wij hebben goede rekenaars, echt kinderen die op gymnasiumniveau zitten, maar uiteindelijk niet dat halen, omdat ze de taal niet beheersen. Dus ook wij zijn steeds op zoek, aan het kijken, naar welke toetsen kunnen we wel inzetten die minder talig zijn. Dus daar nemen we dit jaar ook de tijd voor. En het is niet zo zeer een andere manier van kijken naar onderwijs, maar wel te kijken hoe we deze doelen kunnen bereiken om een manier die wel werkt. Dus steeds blijven zoeken. Het bewust kijken en zoeken naar mogelijkheden, omdat het reguliere niet werkt voor onze kindcentra is een gemene deler ook van de andere tien DLP scholen. Hoe kwam ik tot mijn keuzes rondom DLP, rondom de inzet? Nou, ik ben wars van ad hoc. Ik hou niet van, we doen maar wat, we zien wel en over anderhalf jaar kan het weer over zijn. Daar ben ik niet van. Alles wat we doen is op basis van duurzaamheid. Alle activiteiten, of het nou het reguliere jaarprogramma is of het DLP, is verweven in het jaarprogramma en straks ook weer in het nieuwe schoolplan dat ik moet gaan schrijven. Ik houd niet van losse flodders, dus alles moet kloppen met elkaar. En ook dat klinkt misschien heel logisch, maar is in onderwijsland niet altijd aan de hand zeg maar. Dat betekent dat duurzame inzetbaarheid van de externe partners voor mij ook echt een must is.

En als je het dan hebt over uitbreiding van de uren, dan start ik liever klein en bouw ik liever goed uit. De inhoud van de reguliere lessen komt bij altijd terug in de lessen van de partners wat betreft DLP. Dat vind ik belangrijk. Dus als je het dan hebt over, nou, hieronder zie je Monkey

13

Moves. Eén keer in de zoveel tijd hebben zij contact met de teamleider van de onderbouw. Daarin wordt aangegeven, wat zijn de komende periode de doelen. We werken met taal voornamelijk eigenlijk rondom de SLO-doelen. Voor rekenen hebben we een nieuwe methode aangeschaft. En zij bereiden ook hun lessen daarop voor, zodat alles correspondeert in die weken met wat we in de klassen ook doen. Nou, in het midden bijvoorbeeld daar zie je cultuureducatie en media. Dat zijn zaken waar we de kinderen ook, ja, mee willen kennis willen laten maken. Een andere manier van denken, je brein anders aanzetten. Nou, je ziet kunst. Wij proberen enorm te stimuleren om naar de Dordtse musea te gaan. Daar heb ik ook vrij geld in die zin voor vrij geroosterd, omdat ik vind dat je … Nou ja, ik ben zelf een Rotterdammer. En uiteindelijk ben ik hier komen wonen 25 jaar geleden en heb ik mijn hart aan Dordrecht verloren, en vind ik dat we als Dordtenaren veel te weinig trots zijn op deze stad. En ik geloof echt dat als je kinderen meeneemt in de geschiedenis van de stad en ze leert waar ze wonen en dat ook verbonden zijn met die hele stad, dat je daar straks als je volwassen bent ook beter voor gaat zorgen. Tenminste, dat hoop ik dan. Dus daar gaan wij wel van uit. En wij willen de kinderen daar heel erg in meenemen. We zijn gestart ook met muzieklessen. We hebben anderhalve dag muzieklessen in de week.

Dat geldt voor één les zeg maar voor alle groepen van één tot en met acht. En voor de peuters, ja, die horen niet bij het DLP, maar dat doen we via een apart programma waarin woordenschat ook helemaal verweven is. En dan na schooltijd hebben we facultatieve lessen rondom blokfluiten, maar ook saxofoons en ukeleles en een piano, waarin we de kinderen lessen geven wat betreft muziek. Maar het facultatief, maar niet vrijblijvend. Dus ouders ondertekenen eigenlijk ook dat je je daaraan conformeert en dat je er ook altijd bent. En als je niet er kunt zijn, ja, daar vinden wij wat van, dus dan gaan we met je in gesprek. Dus niets is vrijblijvend, want je wilt … Tenminste, je wilt in ieder geval leren. De muzieklessen daar geldt hetzelfde voor als bij Monkey Moves en voor cultuur en media. Ook daarin gaan de leerkrachten samen met de partners om de tafel, en in dit geval onze eigen vakdocent muziek die ook de PABO heeft gedaan. Dus ik … Ja, is echt een win-win situatie. Zij bereiden met elkaar de lessen voor, zodat alle met name taal herhaald wordt in de muzieklessen. En soms leer je makkelijker nieuwe woorden door een liedje. De focus, ja, die ligt vooral op taal, wat ik net ook zei. De voorzitter: Mag ik … Mag ik heel even inbreken. Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Ja.

De voorzitter: Ik … Echt, ik heb heel veel respect voor uw bevlogenheid en het is echt een fantastisch verhaal, want ik geloof … Nou ja, ik mag daar niks over zeggen, ik ben voorzitter. Maar we zitten een beetje met de tijd. Dit vind ik altijd het moeilijkste punt van, wanneer grijp ik in, wanneer niet. Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Nee, geen enkel probleem, want eigenlijk … Ja. De voorzitter: Want u heeft ook nog twee collega’s die na u komen. Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Mag ik dan één zin zeggen? De voorzitter: Absoluut, ja.

14

Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Nou, weet je, ik kan hier eigenlijk uren over praten, want hier ligt mijn hart. De voorzitter: Dat idee had ik al. Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Maar wat ik eigenlijk uitdrukkelijk wil zeggen. Kijk, ik heb de tijd nu gekregen om mijn IKC aan jullie voor te stellen, maar er zijn nog tien hele mooie scholen. En ik zou het echt fantastisch vinden als jullie langs zouden komen en als jullie al die scholen zouden bezoeken en met mensen in gesprek gaan. Want wij willen heel graag vertellen waar we samen voor staan. Want DLP is voor mij echt ook de verbindende factor geweest om met elkaar dit op te pakken. Dus wees welkom alsjeblieft. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Is er iemand die een vraag wil stellen? Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik vroeg me af voor de naschoolse of buitenschoolse activiteiten, is daar dan … Wordt daar dan nog een eigen bijdrage van ouders van gevraagd of niet? Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Nee. Mevrouw Schnabel: Dus alles is wat de school … Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Ja. Mevrouw Schnabel: Of alles … Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Ja. Mevrouw Schnabel: Oké. Oké, dank u wel. De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Mooi verhaal. Ja, aan de ene kant kan ik wel helemaal volgen, maar ik heb toch wel een vraag.

Van ik snap heel goed dat u de beste leerkrachten wil hebben en het beste onderwijs. En u zei ook al, er zijn tien andere scholen. En ik denk dan, en er zijn nog meer scholen. Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Zeker. De heer Den Hartog: Het gaat ons natuurlijk om goed onderwijs voor alle scholen. Kijk, als u de beste leerkrachten heeft, wat ik u gun, dan heeft een andere school ze niet. Dus ik zou dat … Want anders zitten bij u op school. Dus ik zou dat graag breder willen trekken, hoe kunnen we ervoor zorgen dat er goede docenten voor alle scholen zijn. Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Ja. Nou, daar heeft u helemaal gelijk zijn. Want ik zou niet in het onderwijs werken als dat niet mijn grootste … Eén van mijn grootste doelen zou zijn.

15

Nou, in een eerder … In een later stukje zeg maar was ik hierop ingegaan, maar dat kon niet meer. Maar u heeft helemaal gelijk. Maar ik denk wel dat dit echt een aandachtspunt is. En als je het dan hebt over de beste leerkracht. Kijk, ieder kind verdient de beste leerkracht. En of je nou in Stadspolders woont of je woont in Crispijn of je … Hè, het maakt niet uit waar je woont. Maar dat verdien je als kind. Maar goed, daar zit wel een voortraject aan vast. En, nou ja, ik zou daar echt wel een keer graag over door willen spreken, want het begint namelijk niet bij het aannemen van die mensen, maar die mensen hebben ook een opleiding en daar moeten we ook naartoe. De heer Den Hartog: Zeker. En ik denk misschien dat het ook wel handig is om te kijken waar scholen natuurlijk hun eigen personeel, wat ze al hebben aangenomen, nog weer verder naar een hoger niveau kunnen brengen. Dus eigenlijk een opleiding na de opleiding. De voorzitter: Dank voor deze tip, mijnheer Den Hartog. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ja. Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk een vraag over het laatste wat u zei. Het contact met die andere tien scholen. Hoe verloopt dat en hoe leren jullie met elkaar? Is dat een intensief contact? Zou u daar iets over kunnen vertellen? Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Ja hoor, tuurlijk. Nou, we hebben in het voorjaar de kick-off gehad, onder leiding in deze zin van Jolinda.

En dat was ontzettend mooi, want we leerden elkaar daar gezamenlijk kennen. We raakten ook in gesprek. Dat was ook één van de opdrachten om echt met elkaar in gesprek te raken. En wat je zag, was dat de enorme passie voor juist om op dit soort scholen te werken, dat die enorm verbond. En daar zijn ook contacten uit ontstaan, en ja, die vind ik enorm waardevol. En we trekken ook … Ja, niet iedereen natuurlijk hè. Je zoekt ook je scholen op, en wat zijn de herkenningspunten. Maar we weten elkaar te vinden en dat vind ik … En we bieden hulp aan elkaar. Dus dat contact is makkelijker geworden en was er niet geweest als dit programma niet zo expliciet op de agenda had gestaan. En dat vind ik zelf wel heel erg mooi, want uiteindelijk … Ja, er ligt een Dordtse onderwijsvisie en, ja, die onderschrijven we met elkaar en die willen we graag ten uitvoer brengen met elkaar. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk heel voorzichtig rond. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, één vraag. Het was heel mooi dat u zei van, we kijken of we kinderen ook verbondenheid en betrokkenheid op de stad en verantwoordelijkheid daarvoor kunnen bijbrengen. Het begint natuurlijk dicht rondom de school. En ik zie daar rechts bovenop nog fotootje met zo’n betegeld schoolplein. En er zijn een heel aantal scholen … Misschien is dat al veranderd en is dit een oude foto.

Ik ben een tijdje niet wezen kijken bij u, moet ik bekennen. Maar verantwoordelijkheid voor de omgeving kan ook beginnen rondom de school met de groene omgeving en tuinieren. Het is niet alleen muziek en educatie en bewegen. Overweegt u dat ook? Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Nou kijk, het andere stukje wat ik liet zien, daar zit behoorlijk een tuingedeelte in. Dus geloof me, we tuinieren ons wat af. En wij zijn ook één van de initiatiefnemers voor het Tiny Forest. Dat betekent een klein stukje land zeg maar waar we ons samen met SBO De Toekomst ook mee bezig zijn. We verbouwen bij de peuteropvang bijvoorbeeld eigen paprikaatjes in de tuin, de eten we ook op, en tomaatjes. Dus we zijn bezig. Maar, ja, nou ja, misschien zou de gemeente ook ons een beetje kunnen

16

helpen door de tegels die er nog liggen om daar nog even wat mee te doen. Dus dat zou heel mooi zijn. De heer Van der Kruijff: U weet dat er budget voor is? Mevrouw Bonninga-Van den Hil: Zeker, zeker. Maar aan alles zit een grens en een prijs. De voorzitter: Goed, ik hoor dat hier alweer allerlei deals gesloten worden. De wethouder is aanwezig, dus die hoort dat. Wie weet gaat hij er wat mee doen. Ik denk dat we over kunnen naar blok drie. We hebben nog ongeveer een half uur. Mevrouw Van Dijk: Ik ga mijn best doen. Even terug naar de andere PowerPoint. Dit geeft nog even een beeld van de scholen waar we het over hebben, en dit geeft een beeld van de partners waar we het over hebben. En het is misschien leuk om even te vertellen dat we afgelopen donderdag met een groot deel van deze partners het jaar gestart zijn, de kick-off van 2022-2023 Dordts Leerprogramma. En dat deden we met een lezing van Bodine Romein, en zij is onderzoeker. En de lezing gaat over inclusie. En we hebben dus met de partners gesproken na afloop van die lezing over hoe inclusief zijn we als partners en wat bieden we ook deze kinderen en hebben we het wel goed voor ons? Zijn we wel inclusief in hoe we ons presenteren? Nou, mijn naam is Jolinda en ik werk voor het SOK, en Lilianne heb ik meegenomen. En u kent het SOK misschien als aanjager van cultuureducatie en cultuurparticipatie.

En wij werken eigenlijk binnen het Dordts Leerprogramma heel nauw samen met de gemeente, met het onderwijs en dus met de partners. En ik wil graag ook beginnen met een filmpje, om even te laten zien waar zeg maar de … Waar het om gaat voor de partners. Mevrouw …: Het bijzondere aan een les in de schakelklas is dat je maatwerk levert. Je kijkt naar de beginsituatie, je kiest de woorden, je kiest de werkwijze en dan ga je hem ontwikkelen. Mevrouw …: Doordat je klank en ritme verbindt aan zang en beweging, zorg je er eigenlijk voor dat je al je zintuigen in moet zetten om nieuwe woorden te leren, en dat helpt enorm bij het beklijven van die woorden. De heer …: Wij hebben hiervoor gekozen, omdat onze kinderen een hele grote ondersteuningsbehoefte hebben aan taalontwikkeling. Als je dat dan kan combineren met muziek, ja, weet je, dan heb je goud in handen en dan heb je een win-win situatie. Mevrouw …: Hoe langer dat je met ze werkt, hoe meer open ze gaan, hoe meer expressief vermogen dat er gecreëerd wordt, dat ze gewoon groeien. Mevrouw …: Het is één grote beleving vol met taal. Mevrouw Van Dijk: Kijk, en natuurlijk gaat het hier over de schakelklas en natuurlijk gaat het hier over muziek. Maar die beleving vol taal, die slotzin, die is natuurlijk waar het over gaat en waar ik u ook, nou ja, garandeer dat de partners, dat is wat zij willen bieden op die scholen.

Ik noemde het al even, het SOK werkt voor drie groepen. Voor het onderwijs, voor de gemeente en voor de partners. En wat wij doen, hangt heel erg met elkaar samen. Maar ik heb toch voor het gemak even, en voor de duidelijkheid, die dingen uit elkaar getrokken.

17

En ik wil u dus heel graag even meenemen hoe, vanuit ons perspectief, want ik denk dat dat heel mooi is aan deze presentatie, wat het Dordts Leerprogramma betekent. En dan begin ik met de gemeente. Wij zijn als SOK samen met Dordt Sport lid van de stuurgroep en de stuurgroep brede talentontwikkeling heb ik het dan over. En dat is eigenlijk speerpunt drie binnen de onderwijsvisie. En die stuurgroep, daar zit ook in het onderwijs en ook de gemeente. En die probeert die onderwijsvisie vorm te geven. En het Dordts Leerprogramma is daar een stukje van. En wij als SOK proberen dan ook een ambassadeur of een spreker te zijn namens al die partners die binnen het Dordts Leerprogramma actief zijn. Het werd net al even genoemd, we organiseren ook gedurende het jaar bijeenkomsten voor de club DLP, zoals we dat dan noemen. We houden op die manier ook de ontwikkeling in de gaten en de grote lijn. We kunnen ook terugverwijzen naar eerdere bijeenkomsten, we kunnen sprekers uitnodigen, we kunnen mensen met elkaar in contact brengen, elkaar hun ervaringen vertellen. En dat sluit ook aan bij de volgende opdracht die we hebben gekregen van de gemeente. Dat is echt het maken van reportages, rapportages. En dat is eigenlijk een taalen beeldverhaal over het Dordts Leerprogramma in zijn algemeenheid, maar ook specifiek per school.

En daarvoor zijn die meerdere perspectieven denk ik heel erg interessant, van hoe is dat dan voor de partners, hoe is dat voor het onderwijs? Wat zien we dit jaar, wat zien we volgend jaar? Dat kunnen we ook voor meerdere jaren dan met elkaar vergelijken. We zijn er voor het onderwijs, dat is al meerdere keren genoemd. We bieden waar nodig kunstvakdocenten. Ik heb vanochtend nog even zitten kijken. Wij hebben voor dit jaar acht scholen waar kunstvakdocenten de cultuurprogramma’s voor die scholen vormgeven. Maar de scholen zijn ook heel goed in staat om ook zelf contact te hebben met de verschillende partijen. En er gebeurt veel meer dan wat ik nu noem. Maar we zijn een intermediair, dus als er een behoefte is en waarin we kunnen ondersteunen, dan doen we dat en zetten we die kunstvakdocenten op de school neer. Wat we ook doen samen met Dordt Sport is eigenlijk de jaarlijkse intakes, tussenevaluaties en eindevaluaties. Natuurlijk met dezelfde reden, om te monitoren, kijken waar het beter kan, leren van elkaar, zodat we goed overzicht houden en hebben. En alles wat ik vertel is breder dan cultuur. Ik snap dat er meteen associatie is met cultuur. Maar we proberen het echt zo breed mogelijk die dienstverlening te doen. Partners kunnen bij ons trainingen volgen. Afgelopen vrijdag bijvoorbeeld was er een training voor zowel beginners als gevorderden, dat ging over woordenschat.

En we gebruiken dan de viertact van Verhallen, dat is een woordenschatmethode die je kan integreren in je lessen. Dus we maken dan eigenlijk de partners vaardig om zo goed mogelijk gebruik te maken van het vergroten van de woordenschat in de lessen die ze al geven. Komend jaar zal het meer gericht zijn op klassenmanagement. En dan het liefst natuurlijk gecoacht op de klas, in de situatie waar je mee te maken hebt. Wat we ook doen is partners aanjagen om ook nieuwe dingen te ontwikkelen. En we informeren ze zo goed mogelijk gedurende het jaar. Dat zei ik al even naar aanleiding van die … bij die bijeenkomsten. Vanuit ons perspectief, wat maakt DLP nou tot een succes? Allereerst natuurlijk het rijke programma wat de kinderen krijgen aangeboden. Daar is het ons om te doen en de partners ook. En wat ik heel sterk vind aan het programma is dat vanaf het begin eigenlijk de kaders en de subsidievoorwaarden heel duidelijk waren, waardoor iedereen wist met elkaar, oké, dit is de stip op de horizon, hier werken we met elkaar naartoe. Er is voor iedereen begeleiding beschikbaar. Of je vanuit het onderwijs werkt, vanuit de partners, vanuit gemeente ook. Als je ergens tegenaan loopt dan zijn er gewoon plekken waar je terecht kan. Ik denk dat dat heel goed georganiseerd is.

En wat ik zelf ook heel sterk vind, is dat het Dordts Leerprogramma probeert echt de verbinding te leggen met beleidsterreinen die er al zijn. En voor mij betekent dat cultuurbeleid, voor Dordt Sport

18

betekent dat het sportbeleid, armoedebeleid. We proberen echt juist die kennis en die kunde en die doelstellingen die er zijn om die te betrekken bij het Dordts Leerprogramma en integraal te werken daarbinnen. Tuurlijk ook verbeterpunten. Ik ga er eentje noemen, en dat is de samenhang en de samenwerking. Voor ons is dat echt, het tweede jaar moet daarover gaan. En dan gaat het over samenwerking tussen onderwijs en partners, samenwerking tussen partners onderling, samenwerking … Of samenhang tussen de verschillende programma’s op de school, samenwerking door verantwoordelijkheden te delen en ook om kennis uit te delen. En ik ga er echt vanuit dat na dit jaar, misschien nog een jaar erbij, dat er een onwijs stevige basis staat om dan ook daarmee de komende jaren uitgerust te zijn. Dat was hem. Vragen? De voorzitter: Dank u wel. Keurig binnen de tijd. U laat zelfs ruimte over voor meer vragen en voor uw laatste collega nog. De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde u onder andere zeggen iets over meten, monitoren. Daar ben ik erg in geïnteresseerd. We hebben het … Eerder heb ik al gehoord over, ja, rekenen en toen werd ook de Cito-score even genoemd. We hebben het al even gehad over zo hoog mogelijk of niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/471/documents/19449