CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-05-24 Notulen Dordtse Dinsdag - vastgesteld.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 24 mei 2022, gemeente Dordrecht52.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

81

raad, om eens te kijken hoe anderen daartegenaan kijken, om niet uitsluitend de mening van de afvalverwerker zelf alleen maar te krijgen, maar ook van andere soortgelijke bedrijven. Dus dat zou ik dan eigenlijk wel graag mee willen nemen.

De voorzitter: Ja, ik weet niet

U wilt daar nog wat op zeggen?

De heer Heijkoop: Ja, de heer Tutupoly geeft eigenlijk alleen maar aan waarom het zo ongelofelijk interessant is, want het gaat ook inderdaad over afvalverwerking en dergelijke en de vormen van voorscheiding, nascheiding. Maar goed, het is goed om hier wel vast te stellen, uw raad is de baas. En als uw raad zich op een bepaalde manier wil laten informeren door bepaalde partijen, ja, dat staat dat u natuurlijk vrij. En ik begrijp dat heel goed, ook gezien de politieke relevantie van het geheel. En wij kunnen daar vanuit het college natuurlijk ook in faciliteren. Maar uiteindelijk is het aan uw raad om daar de vraag in te formuleren. De voorzitter: Ik neem aan, de heer Tutupoly, dat de vraag in ieder geval is meegenonnen. Dus we kunnen kijken wat we kunnen organiseren. Goed punt. De heer Wringer. De heer Wringer: Ja. Dank, voorzitter. In aanvulling daarop van de heer Tutupoly, volgens mu j loopt het contract in 2024 met HVC af, dus we moeten ook een nieuwe aanbesteding Komt eraan denk ik. Klopt dat? De voorzitter: De heer Heijkoop, bent u daarvan op de hoogte? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dit is wel echt een technische vraag. Tegelijkertijd is het partnerschap tussen de gemeente en HVC wel dermate sterk, dat ik niet voorzie dat we daar zomaar andere keuzes in zullen maken. Al is het alleen maar omdat zij eigenaar zijn van het warmtenet in de stad.

Maar ook dit is wel een vraag en ook dit is wel een context die u beschrijft die volgens mu j heel waardevol zijn om tijdens zo'n avond te bespreken. Dus je zou daar echt verschillende speerpunten, afvalverwerking, duurzaamheid, warmtenet, al dat soort zaken, ook de financiele positie van HVC, zou je daar allennaal de revue kunnen laten passeren. De voorzitter: Ja, en ik ... Er schiet me opeens wat te binnen. Het is natuurlijk ook mogelijk dat u, mijnheer Tutupoly, met misschien nog een of twee anderen vanuit deze commissie of vanuit andere comnnissies zo'n avond voorbereidt. Waarbij u dan wel degelijk ook met ideeen komt van andere aanbieders of, ja, nou ja de punten die de heer Heijkoop nu net noennde. Dat hebben we ook wel vaker gedaan. Dan komt dat meer vanuit de raad zelf van hoe en wat en wie we willen horen om het te bespreken. Dus ja, het is een voorstel. Iemand anders nog over deze gemeenschappelijke regeling? Ja, dan zijn we er op een, ja, ik vind het zelf ook een beetje teleurstellend van, er is weinig over ... De heer Van der Spoel: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Spoel.

82

De heer Van der Spoel: Want u gebruikt nu het woord teleurstellend. En daar wil ik eigenlijk lets aan toevoegen. Want ik kan me niet voorstellen, we zitten hier met achttien man nu samen, dat wij nu deze vergaderzaal verlaten van, zo dat hebben we even goed gedaan met zijn alien voor de stad. Ik vraag me af of het op deze manier wel de juiste manier is om dit soort dingen te bespreken. Want toen ik die oplegger als las, toen dacht ik al bij mezelf, zo lekker stukkie, van moet ik hier nu eigenlijk over zeggen. En gisteren geconcludeerd, nou ja, prima, laat het nu maar zo gaan. En ja, ik weet niet hoe jullie de vibe hier voelen, maar volgens mu j zit niet iedereen er even diep in van ... En dat vind ik dan best wel jammer van onze tijd, maar ook wel richting stad, dat dit misschien niet de juiste manier is om dit soort stukken te bespreken. En ik weet het antwoord er ook niet op he van hoe we het dan anders moeten doen. Maar ik heb hier niet een heel erg bevredigend gevoel over van als ik straks deze ruinnte verlaat. De voorzitter: Nee, nou dat kan ik me heel goed voorstellen. De wethouder wil hier zo nog wel wat op antwoorden. Ik wil zelf ook nog wel even daar wat op zeggen van, ik deel dat ook wel. Want we zitten hier eigenlijk ook van, ja, hoe spannend kan het zijn of niet of wel.

Dat is natuurlijk aan het begin ook al aangegeven van, we zijn met veel nieuwe mensen die echt sommige gemeenschappelijke regelingen voor het eerst zien. Vandaar dat ik ook de avond begon van goh laten we dit, en we zijn ze net langsgelopen, en eigenlijk allemaal wel, zelfs de Kiltunnel, behoeven gewoon een avond apart of per twee op een avond, om dat gewoon eens een keer, ja, helennaal te doorleven van waar gaat dit nu eigenlijk over, wat is er nu allennaal aan de hand? Ik ben zelf in Sliedrecht geweest twee weken geleden, vorige week was dat, en ja, en toen had ik zelf ook weer, terwijI ik er echt at jaren mee bezig ben, toch weer steeds van, oh ja, dat is waar ook, zo zit het. Of oh, zo kan het ook, en toch weer vragen had. Dus ja, nnijn voorstel zou zijn om dit echt zo snel mogelijk, ja, aan de orde te stellen in avonden die we dan de konnende periode, de griffie zal een schema opstellen, en de gemeenschappelijke regelingen ook uitnodigen om daarmee te komen. En de wethouder wilde daar ook nog even wat op zeggen. De heer Heijkoop: Ja, even heel kort, ook wel ter geruststelling richting de heer Van der Spoel. Want ik snap wat u zegt. Tegelijkertijd nnoet u deze zienswijze ook niet overschatten in belang en impact. Dat belang wordt groter naar mate bepaalde GR-en ontsporen of dreigen te ontsporen of dat er echt een nadrukkelijke koerswijziging is.

Maar over het algemeen stuurt u als raad echt langs de beleidslijn. Dus als het gaat over de GR-sociaal. U gaat straks spreken over het minimabeleid. En weet je, dat is dan Zij zijn de uitvoerende organisatie. Als het gaat om de omgevingsdienst. U gaat het hebben over vergunningverlening, over de bouwopgave en dergelijke. En daar zijn zij een uitvoerende club in. Zij gaan daar Nou ja, zij doen daar het nodige werk in. En dat geldt ook bijvoorbeeld voor de veiligheidsregio. De GR van de burgenneester, ja, dat gaat over brandweerzorg en dergelijke en over de politie-inzet. Dus in die zin is dit ook niet per se het moment om heel erg nadrukkelijk op het beleid te sturen. Dat doet u echt langs de inhoud. Mevrouw

‘...' [buiten microfoon. Sin i gaat aan op iemands telefoon].

De heer Heijkoop: Zo is het. En ook in de ...

83

De voorzitter: Sin i was het ermee eens in ieder geval. De heer Heijkoop: En ook in de afgelopen jaren. Het is niet voor niets. Het zijn gewoon heel veel GR-en, het zijn heel veel gemeenten, het zijn heel veel partijen. Dat is in die zin ook niet heel vreemd, zeker niet aan het begin van een periode, dat je op ... Dat dit redelijk beleidsarm op deze manier besproken wordt. Want u gaat straks echt gewoon vol aan het stuur zitten waar het gaat over de inhoud, en daar hebben al deze GR-en een uitvoerende rol in. Dus in die zin vind ik het ook niet, nou ja, had ik er wel rekening nnee gehouden dat we hier op zich niet heel uitgebreid over zouden spreken. Ook onndat de ene GR waar wel vaak over te doen is, ook qua beleidsvorming, onndat die apart geagendeerd is bij de buren. Dus in die zin een kleine relativering. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: De heer Timmer ... Of de heer Van Dam-Timmers die was eerst. De heer Van Dam-Tinnnners: Ja, dank. U heeft mijn vrouw zojuist heel gelukkig gemaakt. Inderdaad, als ik zo die stukken ook heb gelezen en ook sannen met anderen. Kijk, ik denk dat het ter geruststelling op zich wel is dat, het zijn natuurlijk allemaal bestaand beleid wat ook doorgezet is. Dus in die zin, als je de zienswijze leest, verschillen die ook niet heel erg met vorig jaar.

Dat is aan de ene kant ook wel weer verontrustend, want het betekent dat er in het afgelopen jaar daarin weinig veranderd is. Maar het is natuurlijk wel gewoon het beleid wat de afgelopen jaren al is vastgesteld. En dat gaan we nu ook niet radicaal op dit moment veranderen, maar dat komt in de konnende jaren als er wel weer veranderingen zijn. Dus ik denk dat het ook niet zo heel erg is dat we hier nu niet heel veel extra input op hebben. Ook omdat het best al wel goed voorbereid is in die verschillende zienswijzen.

De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank voor de geruststelling van het CDA zei De voorzitter: De heer Tutu poly. De heer Tutupoly: Nou ik wil er toch nog even op inhaken. Zoals ik eigenlijk ook al aan het begin van de vergadering begon, en ja, ook met de heer Van der Spoel het mee eens ben, als het allemaal zo makkelijk is dat we hier niks over hoeven te zeggen, dan zou het ook niet op de agenda staan. En ik denk ook, als we hier nu met een nieuwe raad of een nieuwe commissie bijeen zitten, dan kunnen we eigenlijk niet meer zeggen, nou ja goed, het is hetzelfde als vorige keer, we veranderen niet zo veel, laat het maar gaan. Want dan had het eigenlijk ook niet nu 27 stukken op de agenda hoeven te staan, bijlagen, want dan, ja, waar is onze input dan voor nodig? Dit is eigenlijk hetzelfde stuk als de Gevudo. Als we daarvan al zeggen van, ja, het is voorbij, we hebben geen input. En we zeggen eigenlijk hier nu bij van, ja, het is niet allemaal duidelijk, het is te veel om te behapstukken, maar ja, het is ook niet zo spannend, dus laat het maar gaan. Ja, dan denk ik toch, ja, dan vraag ik me toch af waarom al deze stukken op de agenda staan. Ik bedoel, het is denk ik toch wel goed, zeker met een nieuwe club mensen die we nou,

84

waar we bijeen zitten, om dit soort zaken wel goed gewoon te doorlopen. Maar goed, dat is mijn mening hierin. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Al deze stukken staan op de agenda, onndat u het wettelijk recht heeft om een zienswijze af te geven of om aan te geven dat u geen zienswijze heeft. Dus in die zin hoort het ook gewoon eventjes langs te komen. Er zijn overigens heel veel gemeenteraden waar het gewoon direct hamerstukken zijn, waar er Oberhaupt niet over gesproken worden. Er is zeer deskundige ambtelijke inzet die deze GR-en goed volgen. Die hebben zo hier en daar at wat opmerkingen. Maar uiteindelijk bepaalt u uw zienswijze. Dus zij bereiden dat voor u voor, en als u daar kennis van neemt en denkt, de stukken lezende, van nou inderdaad, dit is inderdaad wat het is. Of u heeft op onderdelen nog een aanvulling, dan is dat daarmee ook in orde. Maar richting de heer Tutupoly, je kunt altijd spreken over wanneer wil je ze precies bespreken. Kijk, enerzijds wordt de begroting ingediend en dan worden er zienswijzen gevraagd. Anderzijds nnoet het bijtijds bij de provincie zijn. Dat is altijd een beetje een smal tijdsframe. Maar u kunt gerust nog eens in de auditcommissie bespreken van nou, wat vinden wij een prettige manier van bespreken.

En ik ben ervan overtuigd dat uw informatiepositie gaandeweg steeds sterker wordt en dat ook deze GR-en, die gaan zich ook de komende jaren weer wat anders richten. Straks ligt er een politiek akkoord, straks gaat u ook nog wat meer kader stellende uitspraken meegeven en dan gaan die GR-en zich ook weer toe verhouden. Dus in die zin is dat Ja, zal ook de komende jaren, kan ik u alvast verklappen, krijgt u elke keer weer de gelegenheid om die zienswijze in te dienen. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ja, ik herken en onderschrijf ook de punten van de heer Van der Spoel. Aileen volgens mu j is het ook wel zo dat het incidenteel is dat we nu te maken hebben met deadlines vanuit het algenneen bestuur die gesteld worden. En ook dat we dit jaar dus in een uitzonderlijke situatie zitten, in die zin van dat er verkiezingen zijn geweest en dat we niet al te veel tijd hebben gekregen om onze zienswijze hierop te geven. En volgens mij is het ook aan ens, de raad, om het komende jaar, nnaar ook de komende jaren, jaar twee, drie, vier, om de wethouders gewoon goed te vragen en om ens mee te nemen in het hele proces van gemeenschappelijke regelingen. Dus om het dan ook weer niet hierbij te laten.

Dus ik denk dat daar ook een rol voor ens als raad is weggelegd om ens gewoon door nniddel van de wethouders goed te laten meenemen door het hele proces van gemeenschappelijke regelingen. De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wou in dezelfde lijn ook wel mijn veering doen. Kijk, dit is de wettelijke kant die we moeten doen, klopt. Maar onze vertegenwoordigers, want een gemeenschappelijke regeling is natuurlijk een best complex verhaal. Wij kunnen hier alleen onze vertegenwoordigers weer die daar weer

85

zitten en getrapt. Ik denk wel dat het goed is als we proberen komend jaar ook onze vertegenwoordigers vaker uit te horen, meer terug te krijgen, maar ook kunnen sturen in de kaders van wie ze mee willen geven. En dat ze die dan in de gemeenschappelijke regelingen kunnen doen. Ik denk dat we daarmee wel onze invloed kunnen vergroten en meer kunnen doen dan alleen dit wettelijke kader wat er is. En ja, dat zou ik dan ook de wethouder willen vragen, ja, in hoeverre dat mogelijk zou zijn in de sturing. Want hij heeft natuurlijk ook ervaring met genneenschappelijke regeling. Nou dat we op zo'n nnanier wel wat meer vanuit onze raad zeg maar erin zouden kunnen krijgen. De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, nnisschien nog even heel kort, ook richting de heer Roggekamp. Want ik begrijp wat u zegt. Het is wel belangrijk, uw raad is in positie vooral aan de voorkant. Maar het gaat over de kaderstelling, en eigenlijk is zo'n zienswijze helemaal het laatste stapje van het proces. Van nou alle wensen vanuit de raden, vanuit de Dordtse raad, zijn vertaald in de begroting. Dat wordt uiteindelijk via een algemeen bestuur ook aan de gemeente voorgelegd. En dan kunt u zeggen van, he, herkennen wij hetgeen wij hebben meegegeven aan de voorkant in die kaderstelling in deze begroting.

Dus er zijn meerdere momenten waarop u als raad het college eigenlijk kaders mee kan geven richting die verschillende besturen. Ja. De voorzitter: Is er nog iemand die iets wil meegeven? Want dan wilde ik deze bespreking, oordeelsvormende bespreking, beeindigen met de vraag, gaat dit stuk als hamerstuk naar de komende raad? Ik zie iedereen knikken. Met daarbij de toevoeging wat we net allemaal hebben besproken, dat de thema's allemaal terugkomen. De HVC krijgt extra gewicht doordat er bier initiatief wordt genomen over hoe we dat willen gaan bespreken. En nog een derde punt vond ik ook een goede, om de woordvoerders die bij de genneenschappelijke regelingen aan zitten vanuit onze gemeente, om die goed te bevragen de komende tijd. En ook om vanuit onze kant input mee te geven, zodat dat, ja, er allemaal goed uit komt te zien. En dat we de ... Volgend jaar dan verwacht ik hier een spetterend debat over hoe het allemaal gaat lopen. Of hebben we het zo goed vormgegeven dat we het niet eens hoeven te bespreken en dat dat meteen een hamerstuk wordt. Ik wil u alien hartelijk bedanken. Misschien nog naar DGNJ aan de overkant. VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG SESSIE 3 DORDRECHT D.D. 24 mei 2022 Vergaderkamer 5

Voorzitter: dhr. Katif Raadsgriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz

3. Zienswijze Begroting 2023 en Jaarrekening 2021 Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd - Raadsvoorstel

86

De voorzitter: Dames, heren, Ja, mooi. Ja, ik ben een beetje overwhelmed, zou ik bijna zeggen, het is een voile bak. Ik denk bij mezelf: ik nnoet nog voorzitten ook nog. Maar ik heb gelukkig de griffie, die heeft een annotatie gedaan, dus ik zal even me daaraan houden en waar het mogelijk is, mogen de commissieleden altijd wat zeggen wat, en zij moeten wel wat zeggen. Welkom, kijkers thuis, publieke tribune. Ik zie dat mijnheer Van der Linden en ... Nou ja, welkom. Er staat hier ook de pers, maar ik zie geen pers dus. En mijnheer Van der Linden, ook welkom. Mochten er vragen zijn die technisch van aard zijn, beeldvornnend, verhelderend, kan de wethouder altijd na de presentatie alsnog Ja? Uiteraard welkom aan alle commissie- en raadsleden natuurlijk. Ik zou eigenlijk voordat ik Oberhaupt begin iedereen van harte willen uitnodigen om even naam en fractie zo kort mogelijk. Ik begin aan mijn Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik weet helemaal niet wat ik nnoet zeggen. De voorzitter: Gewoon, wie u bent en welke partij, want voor de mensen die thuis kijken. Voor de mensen die thuis kijken. Mevrouw Stolk: Ik zat even in gesprek met de nieuwe fractievoorzitter. Maar mijn naam is Margret Stolk van de VSP Dordrecht. De heer Den Heijer: Den Heijer, VVD. De heer Den Dulk: Antony den Dulk, PVV. De heer Safranti: Safranti van DENK. Mevrouw Van Vugt-Roose: Van Vugt van CDA Dordrecht.

Mevrouw Simon -van Waardhuizen: Claudia Simon -van Waardhuizen, Beter Voor Dordt.

De heer Boersma: Jan Willem Boersma, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Verbeek-Versluis: Femke Verbeek, PvdA. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, PvdA. De heer Boone: Dave Boone, Beter Voor Dordt. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel van de griffie. De heer Portier: Ronald Portier, Socialistische Partij. De heer Versluis: Sebastiaan Versluis, Forum voor Democratie. De heer De Vries: Andre de Vries, VSP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer De Boer: Robbert de Boer, Op Ons Eiland.

87

De heer Burakgin: Necdet Burakgin, GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordrecht, Dordrecht. Mevrouw Vol -van der Hoist: Danielle Vol, Partij voor de Dieren, ook in Dordrecht. De voorzitter: Voordat we even verdergaan, ik zal even in ieder geval aangeven wat we vandaag gaan doen. Een kleine introductie. Op 10 mei 2022 heeft de fractie van het CDA een agenderingsverzoek ingediend over de conceptbegroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Dienst Gezondheid & Jeugd en daarbij aan de griffie gevraagd - dat hebben ze gewoon keurig netjes gedaan - om deze commissiebespreking ook een overzicht te maken van de acties die de commissie en de mad sociaal op dit punt hebben ondernomen. Dus een stukje in het verleden en dus ook een stukje in het heden. In de agendacommissie is afgesproken dat dit, een historisch overzicht, niet verder hoeft te gaan dan de periode 2018-2022, voor de gemakkelijkheid, zou ik zeggen. Ook zijn de eerder ingediende zienswijzen van de gemeenteraad over dit onderwerp ter illustratie aan deze memo toegevoegd. Om dat helennaal helder te maken, het verleden en het heden, heb ik twee dames - ik ben blij dat u er bent, want we moesten u even zoeken, waar u zat, weet ik niet - maar mevrouw Oostrom-van der Meijden en mevrouw Jacqueline Esser.

Zij zijn allebei van de ambtelijke organisatie en u gaat ons even een prachtig mooie sessie bezorgen, denk ik. Aan u het woord. Mevrouw Van Oostrom: Dankjewel. Mijn naam is Susan van Oostrom, ik ben strategisch beleidsadviseur Jeugd en naast mu j staat Jacqueline, zij is financieel adviseur en wij zorgen sannen voor het coordineren van de stukken en het adviseren op de GR DG&J, dus vandaar dat wij deze presentatie vandaag houden. De voorzitter: Ik zou mevrouw Van Oostrom even willen interrumperen. Dames en heren commissie- en raadsleden, mochten er vragen zijn tussendoor, u mag altijd vragen stellen en hopelijk kort vragen stellen. Mevrouw Van Oostrom: Ja, precies. We hebben aan het einde ook een blokje vragen en opmerkingen, maar tussendoor kunnen ze gewoon gesteld worden, helemaal prima. Allereerst zal ik jullie nneenemen in de rol en invloed van de gemeenteraad, wat ook al in de memo staat van Denise, van de griffie, maar ik zal jullie daar nog even kort in meenemen. Dan blikken we terug op de afgelopen periode, de zienswijzes, en dan blikken we weer even vooruit, hetgeen wat er nu ligt, de begroting 2023 en de jaarstukken van 2021. Zoals ik al zeg, tussendoor kunnen jullie gewoon vragen stellen en aan het eind is er natuurlijk ook alle gelegenheid om met elkaar in discussie te gaan. Even kijken, hoor.

Het betreft een collegeregeling, dat betekent dat jullie de beleidskaders bepalen en dat het college afgevaardigd is in het algenneen bestuur en het dagelijks bestuur van de GR Dienst Gezondheid & Jeugd. Als raad hebben jullie het recht op zienswijze op verschillende stukken, zoals de begroting die nu voorligt en de jaarstukken, maar ook bestuursrapportages, begrotingswijzigingen, die komen dan

88

langs. De afgelopen periode, we zijn eigenlijk begonnen met een ambtelijke zienswijze die we dan voorstelden en die dan vervolgens hier in de commissie besproken werd, maar de afgelopen periode is dat overgenomen door de commissie Sociale Leefomgeving destijds dus nog en heeft de commissie zelf een zienswijze opgesteld. Daarvoor hebben wij wel bouwstenen aangeleverd ambtelijk. Naast het recht van zienswijze is het ook dat jullie toestennming geven wanneer er een wijziging van een GR is. De zevende zit in de pijplijn, dus die komt binnenkort jullie kant op. Jullie geven daar toestemnning voor als raad en uiteindelijk is het college die de wijziging vaststelt. Daarnaast zijn er nog allerlei lokale keuzes die jullie maken om te kunnen sturen. Zo is er natuurlijk het lokaal plan Jeugd 2018-2022 watt dit jaar geevalueerd gaat worden en dus ook vernieuwd gaat worden. De verordening Jeugdhulp, die is in afgelopen februari vastgesteld door de oude raad en er is een toezegging gedaan om te komen met een integrale verordening, sociaal domein breed, dus niet alleen jeugd, maar ook Wmo en de Participatiewet zullen daarin verwerkt worden en voor deze zomer ontvangen jullie nog een startnotitie daarvoor. Lokaal sturen we ook door het Sociaal Wijkteann lokaal te contracteren.

Dat verliep voorheen Dit is het eerste jaar dat we dat lokaal doen, voorheen liep dat via de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid, dat doen we nu zelf. Dit jaar gaat er ook een aanbesteding lopen waarin we niet alleen het Sociaal Wijkteam gaan aanbesteden, maar ook het jongerenwerk en het buurtwerk om ervoor te zorgen dat er lokaal de partijen veel meer met elkaar gaan samenwerken. En we contracteren tegenwoordig ook, of sinds vorig jaar ook jeugdhulpaanbieders lokaal. Dat doen we door middel van hulp die eerst achter een beschikking zat, dus waar een jeugdhulpbeschikking voor nodig was, halen we nu naar voren, dus dan is het beschikkingsvrij een algemene voorziening. Dat doen we met lokale aanbieders waarvan we de potentie zien om zowel op inhoud natuurlijk vooral slagen te kunnen nnaken om de jongeren beter en sneller te kunnen helpen. Dan is er nog het inkoopkader wat vorig jaar is vastgesteld en per 1 januari 2022 zijn er nieuwe inkoopcontracten met de jeugdhulpaanbieders gesloten. Daar zit bijvoorbeeld ook iets in als het normenkader, dus er zijn normen gesteld aan bepaalde producten en diensten. Als een partij daaroverheen wil gaan, een jeugdhulpaanbieder, zal die daarvoor eerst om toestemming moeten vragen. Dat wordt bij ons dan getoetst door de jeugdprofessionals van Stichting Jeugdteanns die werkzaam zijn in het Sociaal Wijkteam. De heer

(buiten microfoon).

Mevrouw Van Oostrom: Ja, dat is heel verschillend. Dus er zijn een stuk of vijftig producten en van het merendeel daarvan is een norm opgesteld, dus bijvoorbeeld dat iets maar een half jaar mag duren en dan zes keer per week, zoiets dergelijks. De voorzitter: Mag ik heel even interrunnperen? Alsjeblieft via de microfoon, want het wordt nog genotuleerd. Een-op-een vind ik prima, hoor, maar voor de notulen is dat wel heel belangrijk. Dankjewel. Mevrouw Van Oostrom: Ja. Dan is er nog Veilig opgroeien is teamwork, daar gaat het omdat we echt veiligheid, cornplexe casussen beet willen pakken en daarvoor hebben we ook een lokale invulling. Dat doen we regionaal, maar daar zorgen we voor een lokale invulling, zodat het zo lokaal mogelijk aansluit bij de situatie. Dan een terugblik. Op

89

basis van de begroting, maar ook de jaarstukken zijn er door de Dienst Gezondheid & Jeugd verschillende beleidsvoorstellen gedaan. Hier staat een overzicht van verschillende beleidsvoorstellen, bijvoorbeeld programma seksuele gezondheid, om daar meer op in te kunnen zetten. Ik zie twee keer infectiepreventie, heel belangrijk, zeker in het kader van covid natuurlijk, dus daar liepen ze al op vooruit. Over het algemeen zijn wij akkoord gegaan in de zienswijzes met al die beleidsvoorstellen, maar vaak wel onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld de wens tot meer onderbouwing en ook dat er meer samengewerkt wordt door partners, lokaal en regionaal. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik wil graag een vraag stellen. Wat je hier hebt staan, zijn dat nou de ... Hoe noem je dat nou? Nou kan ik er even niet op komen. Nee, nee, je hebt De heer

Kerntaken?

Mevrouw Stolk: Ja, je hebt kerntaken, maar je hebt die je ook kan kiezen. Help even. Mevrouw Van Oostrom: Wettelijke en niet-wettelijke. Mevrouw Stolk: Ja, zijn dit de wettelijke of niet-wettelijke? Mevrouw Van Oostrom: Dat verschilt. Infectiepreventie is bijvoorbeeld wel een wettelijke taak. Toezicht Wmo is wel een wettelijke taak, maar ik denk even niet per se dat die belegd hoeft te worden bij de GR DG&J. Mevrouw Stolk: Maar wie heeft dit dan - en misschien ga ik nu wel te diep - maar wie heeft dit dan nu vastgesteld? Mevrouw Van Oostrom: Dit is de afgelopen periode, dus dit zijn allerlei beleidsvoorstellen, bijvoorbeeld bij de begroting 2020, of '21, of jaarstukken, waar dan gevraagd wordt om extra financien. Daar zijn we de afgelopen jaren dus, met al deze vragen zijn we dus akkoord gegaan onder bepaalde voorwaarden. Dus dit is echt een terugblik, maar dan zie je: wanneer vragen ze bijvoorbeeld om een extra financiele bijdrage? En bijvoorbeeld seksuele gezondheid, daar was echt wel behoefte om meer op het onderwijs te investeren. Dat kost wat en dan wordt de vraag voorgelegd om daar extra te investeren. Nou ja, let op, uiteindelijk besluit het AB. Dus alle tien de raden worden gevraagd om een zienswijze, maar uiteindelijk is het AB dat besluit en bij meerderheid wordt besloten. Dus ja, De voorzitter: Mijnheer Burakgin. De heer Burakgin: Dank u wel.

Ik heb toch een vraag over de zienswijze. Nou is het zo dat het college doet een voorstel aan de raad voor een zienswijze te geven op de begroting die opgesteld is binnen de GR. Nou hebben wij dus twee wethouders die dus binnen dat GR zitten, die maken die begroting - nou goed, die hebben er in ieder geval

90

nnee te ma ken. Vervolgens konnen ze naar de raad en dan geven ze daar ook een zienswijze op. Hoe gaat dat dan, is het dan niet de slager die zijn eigen vlees keurt of zo? Mevrouw Van Oostrom: Nou ja, het zijn natuurlijk maar twee wethouders, dus er zit ook een brief bij de stemverdeling. In het dagelijks bestuur komen de conceptstukken al inderdaad, daar adviseren wij al op en daar adviseren we vaak ook al kritisch op bijvoorbeeld. Maar dat wordt niet altijd meegenomen, want ook daar is natuurlijk een meerderheid van besluit. Vervolgens heb je dan als raad nog een keer een kans om een zienswijze uit te brengen. De voorzitter: Mijnheer Burakcin. De heer Burakcin: Ja, mag ik een vervolgvraag? Ja, dat begrijp ik. Aileen, hij gaat weer over dezelfde zienswijze. Mevrouw Van Oostrom: Hetzelfde stuk, de begroting. De heer Burakcin: Ja. Mevrouw Van Oostrom: Ja. Maar die kan in de tussentijd dus wel aangepast zijn naar aanleiding van de bespreking in het bestuur van de GR. De heer Burakcin: Ja, maar toch voelt het wel heel erg ongennakkelijk hoe dit proces dan loopt, laat ik het zo stellen. Ik weet niet of dan een ander alternatief gekozen kan worden of wat dan ook, maar dit voelt wel heel vreennd. Mevrouw Van Oostrom: Het alternatief is dat we natuurlijk ambtelijk geen bouwsteen of helemaal niks aanleveren en dat jullie inderdaad echt de zienswijze helemaal zelf opstellen.

De vraag is of je dat wit of moet willen. De heer Burakcin: Misschien moeten we inderdaad die oproep doen. Voorheen is er natuurlijk een regionale werkgroep geweest die zo'n zienswijze opstelde en nou zijn er allennaal nieuwe raadsleden bijgekonnen. Het zou misschien wel fijn zijn als we nnisschien hier de oproep doen wie er nnisschien wit deelnemen aan zo'n werkgroep die dan zo'n zienswijze op maakt. Mevrouw Van Oostrom: Ja, die bereiden dat dan voor en ook inderdaad in gemeenschappelijkheid met meerdere regionale raadsleden, dan heb je ook meer massa eventueel. Nou is het zo dat er een wetswijziging in de GR, de wet op de gemeenschappelijke regeling in de nnaak is, om ook ... Want nu was die werkgroep inderdaad, dat had geen status. Daar werd wel gebruik van gemaakt, maar die had geen status. Die wetswijziging maakt het nnogelijk dat het echt een formele commissie wordt, een raadscommissie wordt. Dus dan heeft dat nneer een formele, wettelijke status. De voorzitter: Zullen we aan het einde van de vergadering dit punt nog even met elkaar opnemen, als gehele commissie?

91

Mevrouw Van Oostrom: Yes. Nou, dan gaan we naar de SOJ, daar zien we ook verschillende ontwikkelingen. Toename van de kosten van de jeugdhulp. We hebben wel incidentele middelen van het Rijk krijgen we steeds, dus afgelopen periode hebben we wel steeds alles kunnen dekken. We waren altijd honderd procent solidair in de regio, dus als de ene gemeente een hoge uitschieter had, dan werd dat met elkaar opgeheven. Dat bouwen we af, dit jaar zijn we nog twintig procent solidair met elkaar en vanaf 2023 zijn we niet nneer solidair, dus dan betalen we alleen maar voor onze eigen jeugdigen de jeugdhulp. We zijn regionaal wel met ontwikkelopgaven bezig, daar kom ik op de volgende sheet even op terug. Landelijk wordt er ook gewerkt aan een hervormingsagenda om enerzijds het jeugdhulplandschap financieel houdbaar te houden, nu en in de toekomst, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk ook vooral om de kwaliteit van de jeugdhulp. Die nnoet gewoon passend en tijdig zijn, dus dat staat altijd voorop. In de zienswijzes hebben we de afgelopen jaren wel altijd de wens uitgesproken tot realistisch begroten en ook een andere kostenverdeelsleutel.

Die wens tot realistisch begroten hebben wij herhaaldelijk gedaan, of hebben jullie herhaaldelijk gedaan natuurlijk in de zienswijze, maar dat is uiteindelijk dan vaak toch niet opgenonnen en dat heeft te maken met die AB-meerderheid, waarbij het toch in bepaalde gemeenten beter uitkwam om andere cijfers op te nemen. Dan zie je dus inderdaad dat die begroting toch, dan geef je dat op in de zienswijze en dan De voorzitter: Mevrouw Van Vugt-Roose. Mevrouw Van Vugt-Roose: Bedankt, voorzitter. Kunt u kort duiden waar die toenanne van de kosten nou vooral in zit? En eigenlijk ook een tweede vraag: het zijn incidentele middelen van het Rijk, wat wordt daar verder verwacht? Incidenteel, gaat het nog structureel worden, of houdt het echt op? Mevrouw Van Oostrom: Wat betreft de toename van de kosten zien we dat het aantal jeugdigen eigenlijk vrij stabiel blijft, maar dat de kosten per jeugdige stijgen. Dus er zijn langere trajecten, dure zorg. Dus het ligt niet aan het aantal, maar echt de kosten per jeugdige stijgen. Incidentele middelen, ja, goede vraag. Jij bent financieel adviseur. Nee, ja Ja, precies. Mevrouw Esser: We hebben natuurlijk landelijk zijn er ook signalen gekomen om inderdaad te zorgen dat het tekort wat we hebben op jeugdhulp, om dat aan te vullen. Er is zelfs een landelijke arbitragecommissie in het leven geroepen.

Aileen, het Rijk is tot nu toe nog niet zover om inderdaad die bedragen, die dus feitelijk die landelijke arbitragecommissie heeft afgesproken, om die over te nennen. Dus we zijn nu in afwachting van de meicirculaire, die is helaas enigszins vertraagd, en daarin hopen we dus meer informatie te krijgen over de verwachte middelen voor jeugdhulp. Omdat diverse gemeentes, die hebben gewoon een tekort als je het dus vergelijkt tussen de werkelijke uitgaven die ze hebben en feitelijk de ontvangsten die binnenkomen in het jeugdfonds. Het idee is wel, of althans, dat was van die arbitragecommissie, dat die extra middelen die binnenkonnen, die kennen een afloop door de jaren heen. Dus we zijn dus nu ook benieuwd of dat dan ook in die zin gestand wordt gedaan in die meicirculaire, of - wat de gemeentes natuurlijk eigenlijk hopen - dat dat nneer stabiel blijft. Vandaar dus ook die landelijke hervormingsagenda, want ook het Rijk wil

92

natuurlijk dat de uitgaven houdbaar blijven en eigenlijk wil het Rijk natuurlijk ook minder middelen ter beschikking stellen, want er spelen natuurlijk landelijk gezien oak andere vraagstukken, zoals bijvoorbeeld op het gebied van klinnaat en dergelijke, en daar nnoeten natuurlijk oak middelen voor warden vrijgemaakt. De voorzitter: Mijnheer De Boer heeft nog een aanvullende vraag, denk ik. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Even haaks op dit stukje, las ik onlangs een stukje over dat er geen bezuiniging gaat plaatsvinden binnen de jeugdzorg van 500 miljoen, maar er wordt wel gekeken naar eventueel een eigen bijdrage, of eventueel, als ik het goed zeg, bepaalde handelingen die afgeschaald moeten warden. Mevrouw Van Oostrom: Het Rijk had op een gegeven met landelijk gezegd dat er dus, los van die afbouwregeling, dat er oak nog een korting zou komen van 500 nniljoen, en dat is dus landelijk gezien. Bij die hervormingsagenda is inderdaad gesproken over een eigen bijdrage en daarmee hopen ze natuurlijk eigenlijk dat het een soort drempel opwerpt waardoor dus of minder kinderen in de jeugdhulp terechtkomen, of dat ouders die wat meer vermogend zijn, dat die dus een bijdrage kunnen doen. Maar daar zijn voor zover ik weet nog niet echt harde afspraken over gennaakt over bijvoorbeeld een eigen bijdrage van de ouders.

Datzelfde geldt voor die landelijke hervormingsagenda, daar zijn nog geen harde interventies op afgesproken. De voorzitter: Ik zie dat er nog meer vragen zijn. Mevrouw Simon -van Waardhuizen, dan mijnheer Boone en dan mevrouw Schnabel. Ik begin met mevrouw Simon -van Waardhuizen. Mevrouw Simon -van Waardhuizen: Dank, voorzitter. Nog even terugkomend op de toenanne van de kosten van de jeugdhulp. In uw antwoord gaf u aan dat de kosten per jeugdige stijgen en dat het aantal jeugdigen eigenlijk gelijk blijft. Als ik zo vrij nnag zijn, dan noem ik dat maar even de vraagkant van de zorg. Er is oak zoiets als een aanbiederskant van de zorg, dus kunt u wellicht oak lets zeggen over het aantal aanbieders en mogelijke stijging van kosten aan die kant, en wat dat doet met de toename van kosten jeugdhulp in zijn totaliteit? Mevrouw Van Oostrom: We hebben van tevoren afgesproken dat we op de cijfers, er komt nog een aparte sessie waar we echt meer de cijfers induiken. Dus ik heb nu op dit moment geen cijfers paraat. Ik weet wel dat we met het nieuwe inkoopkader dus het aantal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders hebben verminderd en oak echt strengere kwaliteitseisen hebben gesteld am inderdaad die verhalen van cowboys en dat soort zaken, am echt die kans daarop te verkleinen. Exacte aantallen heb ik nu niet, nee. Mevrouw Simon -van Waardhuizen: Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Boone.

De heer Boone: Dankjewel, voorzitter. Dit betreft voor ons een sessie waarin oak een stukje geschiedenis wordt meegenomen. Dan is mijn vraag eigenlijk, als je kijkt dan

93

naar de cijfers en de oproep om realistischer te gaan begroten, op welke domeinen lopen die vergelijking tussen baten en lasten begroot structureel uit de pas op basis van de geschiedenis, en in hoeverre worden die data die daaruit gegenereerd worden meegenonnen in de PDCA-cyclus om beter te gaan begroten? Mevrouw Van Oostrom: In de volgende sheets konn ik daarop terug en dan zal een deel van uw vragen beantwoord worden. Helaas kan ik niet ingaan op alle vragen, want daar heb ik ook het antwoord niet op, maar dan gaan we in op het fenomeen: wat houdt nu realistisch begroten bijvoorbeeld in, en wat zijn daarvan de consequenties voor de gemeente Dordrecht? Dus nog even geduld, alstublieft. De voorzitter: Ik geef het woord aan mevrouw Schnabel en wij zullen na nnevrouw Schnabel even de presentatie verder proberen af te werken, dan hebben we in ieder geval straks nog wat meer tijd. Want anders blijven de vragen ... Het is wel een beeldvormende sessie, dat snap ik wel, maar dan kunnen we verder. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik had een vraag, want de rol van jeugdzorg gaat natuurlijk veranderen, gezien landelijk. In hoeverre heeft dat invloed op de begroting die er dan straks, en op de middelen die er dan liggen? Ook wat betreft hervormingen.

Mevrouw Van Oostrom: Je zegt dat landelijk de jeugdhulp verandert, de rol? Mevrouw Schnabel: Nee, ja, wat betreft jeugdzorg, in hoeverre dat dat dan nog zeg maar bij de gemeente ligt, en in hoeverre dat het dan naar het Rijk toe gaat? Mevrouw Van Oostrom: Nou ja, dat is dus nog niet duidelijk, maar er zijn wel signalen dat vooral de hoog specialistische jeugdhulp inderdaad weer gecentraliseerd gaat worden. Daarmee gaat natuurlijk ook een deel van ons geld weer mee terug. Ja, dat zullen we dan zien. Yes? Oke. Ik had het net al even over de regionale ontwikkelopgaven, dat zijn echt opgaven waarvan we zeggen: daar gaan we verder op doorontwikkelen om zo goed nnogelijk passend, tijdig en betaalbare zorg te kunnen bieden. Ik heb er een aantal al genoemd, dus de inkoopafspraken die per 2022 vernieuwd zijn, we hebben de verordening Jeugdhulp waarin staat wie wanneer waar recht op heeft. Jeugdhulp naar voren, dus dat is met bestaande aanbieders soort van naar voren halen, dus dat we hulp van achter een beschikking naar voren halen als algennene voorziening. Anders zorgen betreft echt een cultuurverandering, vooral bij de jeugdhulpaanbieders, ook bij Stichting Jeugdteams, waar de jeugdprofessionals werken, om echt nneer te normaliseren en te demedicaliseren.

Veilig opgroeien is teamwork heb ik al genoemd, het expertteam kijkt met een hele integrale blik naar een gezin, dus vanuit het perspectief van het gezin en van de jeugdige. Beter begroten en nnonitoren, dat is ook een ontwikkelopgave die ervoor moet zorgen dat er beter en realistischer begroot gaat worden, maar dat we ook goed nnonitoren alles wat we doen, wat het effect daarvan is. Want wij denken dat dit alles effect heeft op de hulp van de jeugdigen, maar ook uiteindelijk financieel en dat willen we natuurlijk zo goed mogelijk kunnen monitoren. Contractmanagement 3.0, ik hou even achterwege wat 1 en 2 waren, maar 3.0 is dat we echt beter contractmanagement gaan voeren met de jeugdhulpaanbieders, samen met de Serviceorganisatie Jeugd. Dus de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland

94

Zuid is voor ons de inkooporganisatie en de contractbeheerder, nnaar we hebben gezegd als gemeente: we willen daar veel dichter op zitten, we willen dus lokaal nnee kunnen doen. Zo zitten wij vaker dus ook bij de contractgesprekken. En de opdracht aan Stichting Jeugdteams is dus lokaal, verstrekken wij monnenteel lokaal. Dan geef ik het stokje over. Mevrouw Esser: Oke, dankjewel, Susan. Ik wil u graag meenemen in de financiele spelregels omtrent de regionale en de lokale begroting voor de uitgaven van jeugdhulp. U ziet een grafiek en op de x -as, de horizontale as, staan de jaren en op de verticale as, de v -as, staan de bedragen in miljoenenbedragen. De oranje kolommen geven de begroting aan en de blauwe balken geven de werkelijke uitgaven aan. Dit zijn de uitgaven die verlopen via de Serviceorganisatie Jeugd. Die noemen we dan ook regionale jeugdhulp en dit is een staatje van alle uitgaven op het niveau van Zuid-Holland Zuid. Zoals u kunt zien begroten we eigenlijk iedere keer te laag, want de werkelijke uitgaven, de blauwe balken, die zijn hoger dan de oranje balken. Daarmee raak ik dus eigenlijk al direct het fenomeen: wat houdt dan realistisch begroten in? Bij de start van de Serviceorganisatie in 2015 waren de ontvangen rijksnniddelen voor jeugdhulp bepalend voor het bepalen van de uitgaven voor jeugdhulp.

Op papier zou namelijk de decentralisatie van jeugdhulp een budgettair neutrale operatie voor de gemeente zijn. Al snel bleek dat dat niet zo was, dus nnede op verzoek van uw raad een andere raden is er besloten om meer realistisch te gaan begroten. Dus we gingen niet meer - of, we, dat zijn dan inderdaad in eerste instantie de Serviceorganisatie Jeugd, die ging dus niet meer kijken: wat zijn dus de ontvangen rijksmiddelen die we krijgen voor jeugdhulp? Maar er werd echt gekeken: wat zijn de uitgaven van de afgelopen periode, dus de ervaringscijfers? Er werd gekeken naar de beschikkingen en declaraties in de huidige periode en er wordt gekeken naar de toekonnst toe. Dus dat was het fenomeen van realistisch begroten. De Serviceorganisatie heeft daarvoor een forecastnnodel ontwikkeld. We zagen natuurlijk dat er een stijging was in de groei van het aantal uitgaven, dus er werd tegelijkertijd gezegd: we gaan een taakstelling invoeren om ervoor te zorgen dat de groei aan uitgaven wat zou gaan afvlakken. Dat was erg annbitieus wat er toen bedacht werd, dat was 5 nniljoen op regioniveau in 2020 en die taakstelling zou oplopen naar 15 miljoen in 2022. Want wat is namelijk het effect van een taakstelling? De Serviceorganisatie gaat eerst de uitgaven begroten op basis van de verwachte kosten.

Als je een taakstelling hebt, is dat in feite een aftrekpost en je hebt dus per saldo dat je minder hoeft te betalen aan de Serviceorganisatie. Dat zijn natuurlijk weliswaar getallen op begrotingsbasis. We wilden die taakstelling doen om natuurlijk die groei af te vlakken, maar er zat natuurlijk ook iets anders achter. De gemeenten hadden een verslechterd financieel perspectief en op het moment dat de Serviceorganisatie lagere kosten begroot, hoeven genneentes dus ook minder kosten op te nemen in hun eigen begroting. De provincie verplicht namelijk dat je als gemeente in ieder geval jouw aandeel in de kosten van een verbonden partij - en dat is hier de Serviceorganisatie - dat je die een-op-een moet overnemen. Dus je nnag wel hoger gaan zitten dan het bedrag van de Serviceorganisatie voor jouw gemeente, nnaar je nnag niet lager gaan zitten. Vervolgens bleek dat ook die annbitieuze taakstelling niet te realiseren was. Toen is er dus een nieuw pakket aan maatregelen bedacht en dat is de sheet die Susan zojuist liet zien.

95

Mevrouw Van Oostrom: Zal ik die even terug doen? Mevrouw Esser: Ja. Deze maatregelen zijn getroffen en het AB heeft daarop een akkoord gegeven. Bij bepaalde maatregelen is de Serviceorganisatie de trekker, bijvoorbeeld voor het contractmanagement. Voor andere posten, zoals jeugdhulp naar voren en Veilig opgroeien is teamwork, dat zijn lokale opgaven waarvan een individuele gemeente een trekker is, of er is namens de gemeente een trekker daarvoor aangewezen. In die situatie dat iemand van de gemeente, of nannens de gemeente een trekker is, dan worden lokaal de besparingen bepaald. Dat is natuurlijk in eerste instantie doen de ambtenaren van die desbetreffende gemeentes, die doen dat. Voor het contractmanagement bepaalt de Serviceorganisatie het besparingspotentieel. De gemeenten leveren hun indicatie van de verwachte besparingen op de regionale zorgmarkt, dat duurdere zorg is, leveren ze aan bij de Serviceorganisatie en de Serviceorganisatie noteert in haar eigen begroting wat de besparingen zijn die gerealiseerd worden op de maatregelen die zij denken te realiseren, en er staat een aparte kolom in de begroting waarbij je kunt zien wat de totaalsom is van alle lokale maatregelen, wat dat zou nnoeten opleveren. Je ziet inderdaad bij de begroting een kleine ... Of althans, kleine, die stijgen ook. In 2022 zien jullie een dip.

Die dip wordt veroorzaakt doordat Stichting Jeugdteams en ook de jeugdhulp naar voren, die wordt lokaal gecontracteerd. Dus dat betekent dat die uitgaven lopen niet meer over de begroting, over de adnninistratie van de Serviceorganisatie. Dat betekent natuurlijk niet dat die gemeente die kosten niet meer heeft. Aileen, het labeltje regionaal wijzigt voor Stichting Jeugdteams en jeugdhulp naar voren van labeltje regionaal wordt het ineens lokale kosten. Dus vandaar de dip en in die dip zat ook nog van 2022 een stukje van de oude taakstelling. Dus die annbitieuze taakst... 0, sorry, die staat ... De vorige, ja. Van de ambitieuze taakstelling, wat ik net zei, die zit nog verwerkt in de oorspronkelijke begroting van 2022. In '23 zien jullie een stijging en die wordt dus mede veroorzaakt doordat we nu eigenlijk die oude taakstelling los hebben gelaten van 5 naar 15 miljoen. We hebben nu rekening gehouden met het nieuwe, wat er dus gedacht wordt, het meer realistische bezuinigingspakket. De stijging wordt inderdaad ook veroorzaakt door de extra zorgkosten die we moeten gaan betalen en dat is dan inderdaad ook dan nog, wat Susan al noemde, de duur en de intensiteit van de behandeltrajecten, die neemt toe. Dus we hopen met de begroting die nu voorligt dat dat een realistischer beeld geeft van zowel de kosten, maar ook van de begrote taakstelling die erin zit.

Dan ga ik naar de volgende. Jullie zien eigenlijk voor Dordrecht nagenoeg hetzelfde beeld als net. Ik heb net gezegd: de Serviceorganisatie begroot haar uitgaven eerder wat te laag, want in de zienswijzes van uw raad en ook van de vorige raad stond iedere keer: u moet meer realistisch gaan begroten, omdat wij natuurlijk ook in onze eigen begroting nemen wij de bijdrage van de Serviceorganisatie een-op-een over. We weten dan al dat die kosten eigenlijk te laag zijn. Dan zijn er dus twee mogelijkheden wat je dan als gemeente kan doen: of je neemt een stelpost op, dan voer je hem inderdaad op als echt harde uitgaven in je begroting, of je neemt de verwachte extra uitgaven op in een risicoparagraaf. Met toestennming van uw raad heeft Dordrecht gekozen voor die laatste optie, dus dat wij zeggen: wij gaan dus inderdaad hard in onze begroting nemen wij op de cijfers van de Serviceorganisatie en daar bovenop de verwachte kosten, die plaatsen wij in de risicoparagraaf.

96

Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag ik een vraag stellen? De voorzitter: Ja, nnevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even voor nnijn beeldvorming, hoar. De Serviceorganisatie Jeugd doet niet de indicaties, maar die heeft het budgetbeheer en die doet de contracten. Zij geven toch op een bepaald moment aan: nou, we gaan het niet halen, we hebben verkeerd begroot. Maar kijken zij nou oak: bij wie !evert nou het beste resultaat op? Kijken zij daar oak naar? Mevrouw Esser: Wat bedoelt u daarmee, het beste resultaat? Mevrouw Stolk: De beste aanbieder. In die zin, is er Mevrouw Esser: De effectiviteit van een behandeltraject? Mevrouw Stolk: Ja, ja. Mevrouw Esser: Daar moet ik het antwoord even op schuldig blijven. Ik denk het wel, ik denk dat Susan daar nneer van weet. Mevrouw Van Oostrom: Dat is iets wat we wel beter gaan doen. Dat is onderdeel van dat contractmanagement 3.0, dus we gaan cijfers echt veel beter bijhouden en oak dat normenkader. Daarmee kunnen we dus zien: die aanbieder biedt hetzelfde product, maar die vragen eigenlijk nooit am een normoverschrijding, en een andere partij, een andere aanbieder vraagt het wel. Nou, dan kun je het gesprek aangaan met die aanbieder en zeggen: hoe konnt dat nou dat jij dat niet lukt en jou dat wel lukt? Dat kan een goede reden hebben, dus die data gaan we echt steeds beter inzichtelijk hebben en daarover het gesprek voeren.

De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier: Ik begrijp dat u probeert het beter in kaart te brengen, maar is het niet een structureel probleem van de hele marktwerking, dat met name de gesloten en de langdurige behandelingen zijn peperduur, maar daar wordt oak het meeste op verdiend. Dat de organisaties die zeg maar daar flink aan verdienen aan die jeugdigen die in de problemen zijn gekomen, of ze veroorzaken soms oak, dat die oak hebben gezegd: maar er is nog wel wat extra behandeling nodig, nee, die kan nog niet naar huis terug, et cetera, de behandeling moet nog even voortgezet warden. Dus ze hebben er gewoon belang bij am behandelingen niet af te bouwen en die steeds verder op te voeren. Is dat niet een fundamenteel probleem? Daar kun je eigenlijk nooit zicht op krijgen vanuit een financieel kader. Mevrouw Van Oostrom: Ik heb daar geen zicht op. Ik heb geen zicht op individuele casussen en hoe vaak behandelingen, daar heb ik geen zicht op. Maar nu met het nornnenkader gaan we wel nneer zicht hebben op: welke aanbieders vragen dus vaker

97

een overschrijding en welke niet? Daar kunnen we dan beter op sturen. Ik snap dat dat beeld leeft, maar of het werkelijk zo is, durf ik geen uitspraken over te doen.

De voorzitter: Wij zijn nog steeds technische vragen aan het stellen en ik zie enige politieke ... Maar goed, ik ga daar niet over. Ik zie de wethouder, die zat te popelen, dus ik zou graag even jou een plaats willen geven, dat je in ieder geval even een antwoord kunt, een aanvullend antwoord. la? Wij draaien de rollen andersom, ja, wij zijn toch van vernieuwing. De heer Van der Linden: Misschien aanvullend op de vraag van mevrouw Stolk en op de vraag van de heer Portier, want dit is natuurlijk precies waar eigenlijk veel discussie over gaat. We hebben steeds gezegd: de professional gaat over de indicatie. Die gaat zeggen: dit probleem, of deze vraag, of dit dilemma ligt voor, dan geven we in samenspraak met de ouders en de jeugdige willen wij deze beschikking hebben. En de SO3 is niks meer en ook niks minder dan een instelling die doet wat een indicatiesteller zegt en of dat nou een tientje of twee ton kost, daar gaan ze niet over. Daar gaat de professioneel over, samen met de ouders. Dat laat onverlet dat je natuurlijk wel wil dat het geld goed besteed wordt en dat je ook natuurlijk ziet dat er budgetdruk is, nnaar dat je ook wel wil dat elk tientje goed besteed wordt.

Nou, daar hebben we dus in het nieuwe contractmanagennent echt wel betere afspraken over gennaakt, waar we ook zelf beter het zicht op kunnen houden, onndat we - en dat konnt nog in het verhaal terug - in de vorige raadsperiode hebben afgesproken dat we de financiele verantwoordelijkheid weer per gemeente gaan doen. Dus dan kan de ene gemeente inderdaad wel zeggen: nou, wij geven zoveel mogelijk geld uit, want alle kinderen - even heel gechargeerd gezegd - moeten alles kunnen krijgen wat er beschikbaar is. Een andere gemeente, dat hebben we ook wel gemerkt, die wat krapper zit, die kan zeggen: nee, dat doen wij niet. Dan ga je een beetje verschil zien waarschijnlijk tussen wat er beschikt wordt of niet. Een andere vraag, en die is natuurlijk heel terecht: partijen die zorg leveren hebben natuurlijk een belang bij omzet en ook bij een zeker winstpercentage. We hebben in de nieuwe contractafspraken wel meer zicht op, natuurlijk als je een bedrijf hebt is een gezonde bedrijfsvoering van belang. Maar hoe beloon je je directeur, hoe groot is dat winstpercentage eigenlijk? Daar kunnen we veel beter zicht op krijgen.

Daarbij is het wel zo dat er verschil is, he? Want als je een eenmanszaak bent en een vorm van bijvoorbeeld GGZ-begeleiding biedt, heeft dat een heel ander kostenniveau met zich mee dan wanneer je een instelling hebt met gebouwen, een facilitaire dienst, beveiliging, allerlei professionals eronnheen. Daar zit nog wel een ander kostenaspect aan. Maar ik ben het met u eens, juist als er heel veel kosten nnee gemoeid zijn, wil je ook goed zicht houden op: is dat nou echt nodig dat er, ook vaak zo ver van huis, zorg verleend wordt? Al die discussies komen daarin sannen en die gaan eigenlijk over het dilemma, want je hebt dus enerzijds, wat uw voorgangers keer op keer op keer op keer, net als alle portefeuillehouders die ik ken ook zeggen: elk kind nnoet gezond en veilig en kansrijk kunnen opgroeien en dat betekent ook dat je dus de middelen beschikbaar moet hebben voor goede jeugdzorg. Tegelijk zegt ook elke raad: we schrikken wel van die toenemende kosten. Dat is een dilemma, daar hebben we de vorige periode een paar besluiten op genomen, namelijk: meer verantwoordelijkheid terughalen en naar de lokale raden, waarnnee je ook zelf beter kan sturen op de financien en ook zelf eerder

98

kan sturen op de financien. Want daar zit natuurlijk de grote frustratie van gemeenteraden, van alle gemeenteraden en ook van portefeuillehouders, als je af hebt gesproken: je gaat taken beleggen in de regio, dan horen daar zienswijzeprocedures bij en die kosten tijd. Dus inderdaad, de SW weet vaak rond eind mei, begin juni wel: oei, het gaat mis en we hebben ongeveer zoveel geld extra nodig. Tenzij u allemaal besluit: we gaan geen zorg meer leveren. Maar dat willen we niet, dus er is extra geld nodig. Dan komt er een besluit om een zienswijze te vragen aan de raden, die wordt verstuurd, die wordt geagendeerd, die wordt besproken, maar dat is vaak al na de zomervakantie. De hele terechte opnnerking van elke raad is dan: nou, drie maanden terug hebben jullie het geconstateerd, nu kunnen we eigenlijk niks anders meer doen dan zeggen: oke, hier is extra geld. Dat is een heel frustrerende situatie. Die situatie doet zich niet of nauwelijks voor bijna alle andere GR'en die een zaaltje verderop zitten te praten. Ik ben ook vicevoorzitter van de Onngevingsdienst, er is een budgetoverschot dit jaar van, ik meen iets van 50.000 euro die wordt verdeeld. Nou, daar ga je niet ingewikkeld over doen. Het gaat bij jeugd om zulke grote bedragen, daar moet je wel ingewikkeld over doen.

Want wat we uitgeven aan jeugd, kun je niet uitgeven aan andere aanspraken, misschien cultuur, of groen, of noem maar op.

De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Van der Linden: Dit is puur techniek, wat ik nou doe, he? De voorzitter: Ja, dat is goed. Ja, dat snap ik, maar ik zou even met de presentatie verder willen. Dankjewel. Mijnheer Boersma, u zat een hele tijd even met uw vinger opgestoken. De heer Boersnna: Voorzitter, dank u wel. Een vervolgvraag op de tabel die daar staat. Want er is voor gekozen om die financiele solidariteit los te laten, dus de wethouder zegt natuurlijk net, dat zij u ook al: er zijn een aantal maatregelen al genonnen om die kosten te dennpen. Dan vind ik het bijzonder dat we juist niet een verlaging van de kosten zien, maar voor Dordt een verhoging van de kosten. TerwijI het verhaal van het loslaten van die financiele solidariteit een jaar, twee jaar geleden, was het verhaal: dat gaat voor ons gunstig zijn, onndat wij percentueel eigenlijk meer betaalden aan de jeugdzorg regionaal dan dat we afnamen. Dus ik heb even de vraag hoe we dan straks toch gaan stijgen van uiteindelijk die 35 miljoen naar die 40 miljoen. De voorzitter: Een hele goede vraag en tevens een van de vragen aan u. Ik wil even weten hoe lang u nog even verder gaat met de presentatie, want ik wil ook de nnogelijkheid geven aan de commissie om meer vragen te kunnen stellen, ze gaan ook een discussie... Mevrouw Esser: Hierna konnen nog twee slides.

Eentje gaat over risico's, die duurt niet zo heel lang, en dan heeft Susan nog min of meer een soort afsluitende slide. Dus het duurt niet meer zo heel lang. De voorzitter: Oke, oke.

99

Mevrouw Esser: Als ik even mag inspelen op de vraag. Bij de start van de Serviceorganisatie was inderdaad afgesproken de solidariteitsgedachte. Dus er werd eigenlijk gekeken: wat ontvangt iedere gemeente aan rijksmiddelen en die onderlinge verhouding was bepalend wat iedere gemeente ging betalen. Dus Dordrecht zat er ongeveer in voor een derde van alle ontvangen middelen van alle gemeentes en we moest daardoor dan ook ongeveer een derde van de kosten betalen, ongeacht of het een Dordts kindje was, een kindje uit Zwijndrecht, of wat dan ook. Omdat we op een gegeven moment zeiden: eigenlijk wil je natuurlijk dat de gemeentes meer zelf kunnen sturen. De ene gemeente is misschien wat strenger in de toelatingseisen dan de ander en dan zou het natuurlijk niet fair zijn dat die in financiele zin, zal ik maar zeggen, niet beloond wordt voor zijn strenge beleid wat ertoe leidt dat je minder kosten hebt. Dus vandaar dat we dus nniddels een afbouwregeling hebben we dus besloten: nee, we stappen over op - en dat is een beetje een vreemde benanning - het profijtbeginsel, maar dat betekent dat eigenlijk vanaf 2022 betaalt Dordrecht alleen voor het daadwerkelijke gebruik van de Dordtse kinderen, Zwijndrecht betaalt alleen voor het daadwerkelijke gebruik van de Zwijndrechtse kinderen.

Je ziet het inderdaad niet zo scherp terug in de tabel, maar het is wel degelijk zo dat door het loslaten van die solidariteit gaat Dordrecht inderdaad verhoudingsgewijs minder betalen. Dus wij profiteren daar wel degelijk van, maar u moet goed beseffen dat op het moment dat er bijvoorbeeld een, twee of drie gezinnen in je gemeente konnen met een aantal kinderen die zware steun en zorg nodig hebben, dan kan ineens, wat we dus noemden dat solidariteitseffect en die kosten, die kunnen ineens gigantisch gaan stijgen. Bijvoorbeeld Zwijndrecht wordt daarmee geconfronteerd, die heeft kinderen, die kosten echt, dat is tonnen op jaarbasis en je zal er maar voor staan als je als gemeente zoiets hebt, los even van de trieste situatie voor het gezin zelf. Maar dat betekent dus ook het loslaten van de solidariteit, dat je dus inderdaad ook volledig zelf aan de lat staat voor de kinderen met hun bijbehorende problematiek. Nu zal het voor Dordrecht wel min of meer gaan uitmiddelen, gezien de massa, maar met name natuurlijk voor kleinere gemeentes kan dat natuurlijk grote impact hebben op hun eigen situatie. Waardoor nemen die kosten toe? We hebben het er al eerder over gehad, ook in Dordrecht hebben we natuurlijk te maken met de toename van de intensiteit van behandeltrajecten.

Waardoor wordt het ook veroorzaakt? Ik noemde het net al, we hadden eerst in onze begroting rekening gehouden met die annbitieuze taakstelling en die konden we niet realiseren. Dus we zijn niet alleen realistischer gaan begroten in de kosten, maar ook zijn we realistischer, hopen we, gaan begroten in de taakstelling. Dat effect vertaalt zich, tezannen met bijvoorbeeld de stijging van de zorgsalarissen waar we eigenlijk lokaal niks aan kunnen doen, in toch de stijging van die kosten. En ik zei het al eerder, en we hopen inderdaad straks bij de nneicirculaire dat we dus inderdaad voldoende middelen hebben om inderdaad die toename van die kosten af te kunnen vangen en uiteindelijk is het ook natuurlijk aan uw raad om op een gegeven met te bepalen: wat wilt u ter beschikking stellen aan jeugdhulp? Mevrouw Vol -van der Hoist: Voorzitter? De voorzitter: Ik zag eerst nnevrouw Stolk en dan mevrouw Van der Hoist, sorry. Mevrouw Stolk.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/505/documents/18186