2022-05-24 Notulen Dordtse Dinsdag - vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Dus op een moment zeggen die studenten dat je zoiets constateert en het gebeurt nog een tweede keer, het gebeurt een derde keer. Doe het niet meer, stop ermee. Er zijn voorbeelden dat docenten zelf zeggen: ik verbreek na dit soort ervaringen het contact met dat bedrijf. Maar ook hier weer is niet een centraal georganiseerd beleid dat school in zijn algemeenheid dat doet. Nou, de school moet studenten serieus nemen. Het speelt dus bij heel veel studenten die een negatieve ervaring hebben het gevoel dat ze niet altijd serieus genomen worden. Of dat ze toch, ja, David tegenover Goliath die dan het bedrijf is staan en daarin niet voldoende gesteund worden door hun opleider. En tot slot ook hier dus weer die bewustwording. Maak nou bij iedereen bekend, bij at die bedrijven, wat de omvang en de impact is van stagediscriminatie. Dan de aanbevelingen, dat zijn er drie. Start met een bewustwordingscannpagne in Dordrecht zelf om dus aan te tonen wat de impact en de omvang van het probleem is. Bevorder direct contact in de sollicitatieprocedure. Ik denk dat het meest concrete voorbeeld wat daarvan is genoemd de stagemarkt is. De gemeente zou daarin een aanjager of een faciliterende rol kunnen
20
pakken. En zorg nou dat je met, als je nou een bedrijf bent en als je nou een school bent, dat je antidiscriminatiebeleid opstelt zodat docenten en studenten weten: waar moet ik heen als ik een geval constateer? Wat moet er dan gebeuren en bij wie kan ik terecht? Dan ben ik er doorheen. Dus als u nog meer vragen heeft, opnnerkingen, aanvullingen, het woord is aan u. De voorzitter: Mijnheer Safranti van DENK. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Een opmerking en twee aanvullingen. De eerste opmerking is, u gaf net aan in het begin ook dat 91 procent uiteindelijk dus wel aan een stageplek komt. Maar wat we wel ook weten en horen is dat de stagiaires op het laatste moment toch een stageplaats vinden, maar niet de juiste profiel, niet de juiste organisatie terechtkonnen. Wat uiteindelijk dus leidt dat ze dus of een andere richting moeten kiezen of de richting niet meer leuk vinden. Dus dat is even wat ik mee wil geven. Ik weet niet of daar nog een vraag is gegaan over die 91 procent. De heer Borst: Niet zo zeer over die 91 procent en hoe dan. We hebben natuurlijk wel gevraagd of dat studenten het gevoel hebben dat ze een opleiding onder hun niveau doen. Volgens mij hebben we niet gevraagd, Ingrid, of dat ze zijn geswitcht, dus op soort opleiding. Of hebben we dat ook nog gevraagd? Ja, dus van opleiding veranderen.
Dus in het onderzoek kunt u terugvinden hoeveel procent van de studenten dat. De heer Safranti: En twee aanbevelingen, voorzitter. U gaf keurig aan ook met die match-dag, zo'n bijeenkomst en al. Een studentenvereniging, die nniste ik in het verhaal. En daarbij de ondernemersvereniging. Daar zou dus eventueel ook een match in kunnen zijn. Dus ik geef dat mee. En het opnemen, wanneer dus een bedrijf echt daadwerkelijk ook discrimineert en daar zijn dus harde cijfers voor en de school die durft dat in beginsel niet. Maar die kan je later ook opnemen in zo'n register dat je dus geen zaken doet met zo'n bedrijf. De voorzitter: Ik wil toch even opmerken dat het onderzoek is gedaan, het onderzoek is klaar, dus we kunnen hier niets meer aan meegeven. Maar dat kan wel in een later stadium, maar dat komt straks. De heer Safranti: Voor ons. De voorzitter: Ja, maar dat komt dan straks, want dat is beeldvornning, daar zitten we nu. We hebben nog wel een vraag van mijnheer De Vries van de VSP. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. De negen procent die geen stageplek vindt, is daar nog onderzoek naar gedaan wat de effecten zijn bij die negen procent? Ik kan me voorstellen dat als je geen stageplek kunt vinden, dat je je eigen helennaal echt, dat het rampzalig voor je is. Is daar onderzoek naar gedaan? De heer Borst: Ja, dat is meegenomen in dit onderzoek.
Er zijn volgens mij ook wel meen ik specifieke onderzoeken gedaan in Nederland naar dat onderwerp. Wat wij hierover in dit onderzoek kunnen zeggen is dat het voor die negen procent, dat is dat
21
stukje waar ik het had over wat docenten zien bij studenten, dat is met name op het moment dat ze dus voorbij die deadline zijn, geen stage hebben gevonden. Het curriculum op school is dan vaak voorbij, dus je moet dan een aantal vakken volgen, die vakken stoppen, dan gaan die studenten stage volgen. Dan is er dus weinig meer wat school aan kan bieden. Dan moeten die studenten af en toe naar school komen en die raken daar heel erg gedennotiveerd van. Dus daar hebben we, we hebben daar aandacht aan besteed in het onderzoek en beschreven wat dat dus doet. En eigenlijk al die gevallen waar ik het net al over had, ze raken gedemotiveerd, ze raken meer geisoleerd. Ze worden somberder in hun toekomstbeeld, ze zijn bang dat ze in de toekomst geen baan kunnen krijgen. Dat speelt dus allemaal mee. De voorzitter: Het is nnooi om te zien dat het onderwerp echt leeft. En ik vraag me af, er zijn nog meer vragen. Mevrouw Kruger van GroenLinks. En zijn er nog meer vragen? Want dan kunnen we daarna door naar mevrouw Pichel van Forum voor Democratie. Eerst mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel. Een heel korte vraag. De stagemarkt, dat lijkt mij op zich een heel leuk idee. Maar wat vinden studenten er zelf van? Want er wordt ook wel gezegd dat ze op hun uiterlijk beoordeeld worden. Dan sta je wel gelijk oog in oog met.
Dus hebben ze daar zelf behoefte aan? De heer Borst: We hebben in een van de twee gesprekken hebben we het in ieder geval specifiek over dit voorbeeld gehad, omdat er een situatie was waarbij er een soort van speeddates waren georganiseerd. En daarvan zeiden studenten: ik vond het eigenlijk best wel gewoon tof. Want ik kon in een hele snelle tijd kon ik een indruk krijgen van die werkgever, wat die stage inhield en dan kon ik zelf ook gewoon een keuze maken. En dat werkte heel goed. Dus we hebben niet, nee, we hebben niet specifiek gevraagd naar: zou je die stagemarkt willen hebben? Dat kon ook niet in de enquete, want dat wisten we toen nog niet. Dus naderhand hebben die docenten dat geopperd. Maar ook studenten geven aan: face to face werkt fijner dan wanneer ik alleen maar een brief en een CV inlever. Mevrouw Soffers: En als aanvulling daarop. Ik denk dat dat niet voor alle studenten geldt, maar voor een bepaald groepje studenten die dat fijn vindt. Er zullen er vast ook zijn die dat niet fijn vinden. Dus het is niet de oplossing van: dan ben je er. Maar het is een van de oplossingen. De voorzitter: Nog andere korte aanvullende vraag hierop. Mevrouw Kruger: Ja, want dat nnis ik wel een beetje, het maatwerk. Want je hebt op uiterlijk, je hebt op achtergrond.
Maar ook bijvoorbeeld jongeren die faalangst hebben, die autisme hebben, die het heel moeilijk vinden om iets te gaan beginnen. Ja, die komen er al niet eens. En zodra je dan een brief stuurt en die wordt weer terug gestuurd. Laat maar zitten. En ik bedoel, dat wil helemaal niks zeggen over de competenties die ze hebben, maar die ene stap. Dus wat u net zei over het solliciteren, dat dat bij de procedure hoort. Dat kan soms al een hele grote drempel zijn om
22
Oberhaupt ergens te konnen. Dat je denkt: joh, dat solliciteren, doe dat nou maar tijdens die stage, dan kan je dat ook allennaal nog doen. De heer Borst: Nee, ik vind het een terechte opmerking. Goed is om te zeggen dat docenten zelf ook aangeven dat op het moment dat er echt een specifiek geval is, iemand heeft speciale aandacht nodig, dat ze daar ook echt wel de tijd voor nemen. Dus nognnaals, die docent heeft vrij snel door of iemand de kantjes ervan af loopt of dat het hier echt gaat om: hij wordt gewoon systematisch afgewezen. En hij heeft toevallig ook nog een Islannitische achtergrond. Dat hebben ze snel door. En op het moment dat iemand vanuit zijn achtergrond gewoon even een extra duwtje in de rug nodig heeft of een aanvullende leerbehoefte heeft, vaak hebben die docenten ook gewoon allerlei contacten in Dordrecht. En dan is er echt wel de nnogelijkheid tot maatwerk. De voorzitter: Ik ga naar de vraag van nnevrouw Pichel van Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ja, graag even wat opheldering voordat ik mijn vraag stel, om even zeker te weten dat ik die vraag moet stellen. Als ik het goed begrijp is er in het onderzoek zijn er een aantal variabelen gemeten die een indicatie zijn voor mogelijke stagediscriminatie. Klopt dat? En dan zie ik wel ook in de conclusies eigenlijk vrij snel dat er stagediscriminatie is, of dat we dat zo mogen noemen.
Is dat niet een vrij kort door de bocht conclusie? De heer Borst: Nee. Als je kijkt naar het landelijke onderzoek en het landelijk beeld, waar dus niet alleen bijvoorbeeld het Sociaal Cultureel Planbureau over rapporteert maar ook bijvoorbeeld Utrecht en een aantal steden in Brabant dat ik weet, en er zullen vast nog wel meer gemeentes zijn hoor die dat soort onderzoeken hebben gedaan. Daar blijkt eigenlijk keer op keer dat als je een bepaalde achtergrond hebt of voldoet aan bepaalde kennnerken, dat je gewoon harder moet werken en meer je best moet doen om aan een stageplek te konnen. En dat is overigens niet alleen zo voor een stageplek, we weten dat ook voor bijvoorbeeld de arbeidsmarkt in zijn geheel weten we gewoon dat dit soort kenmerken vaak leiden tot bepaalde vornnen van uitsluiting. Dus dat we dat hier constateren op basis van deze enquete is helemaal niet verrassend. En ook de mate waarin we dat hebben geconstateerd is niet verrassend. Dus het konnt eigenlijk heel erg overeen met de rest van Nederland, met wat andere steden in Nederland constateren. Dus ik zou niet willen zeggen dat dat een kort door de bocht conclusie is. Mevrouw Pichel: Mag ik daarop dan vragen. Wat ik nog niet zo heel erg duidelijk zie is dus dan echt een hele duidelijke correlatie met de variabelen die zijn gemeten en dan uiteindelijk die conclusie.
Ik snap waar u vandaan konnt, ik bedoel ik ben niet Nederlands, ik ben een vrouw. Ik ben nu ook nog volksvertegenwoordiger voor Forum voor Democratie, dus dat werkt allemaal niet nnee. En toch zit er een stukje ook in een beleving of wat je zelf verder meemaakt. Ik zie dat voor mijzelf persoonlijk heel anders, terwijI ik toch wel ergens van een aantal andere categorieen ook zou scoren. Dus om dan te zeggen dat het zo is, dat vind ik lets te kort door de bocht. Ondanks dat ik natuurlijk wel snap dat er ook andere onderzoeken zijn gedaan. Die heb ik niet gelezen, dus daar kan ik dan verder ook niks over zeggen. Maar ik merk wel, kunnen we dan echt stellen dat er directe correlatie is? En vervolgens dan de aanbevelingen die dan dus
23
gericht zijn naar bijvoorbeeld ook de bedrijven, van: pas je procedures aan of doe er wat aan. TerwijI wat mij betreft de vraag is of het daar ook daadwerkelijk aan ligt. Want dat heb ik nog niet zo zeer uit dit onderzoek op kunnen maken. De heer Borst: Het eerste wat ik erover zou willen zeggen is dat we in het onderzoek ook voldoende nuance hebben ingebouwd volgens mij. Dus we hebben niet gezegd dat er altijd sprake is van discriminatie. Dus we hebben ook gevraagd: weet je het zeker? Of heb je dat vernnoeden? En ook als studenten aangeven: ja, ik weet het zeker. Dan kunnen we natuurlijk niet vaststellen dat het daadwerkelijk discriminatie is. Dat klopt. Wat we wel weten is dat het beeld dus overeenkomt met andere onderzoeken, daar heb ik het net ook al over gehad. En dat de significantie, de statistische significantie, waarin mensen met een bepaalde achtergrond, bijvoorbeeld omdat ze vrouw zijn of omdat ze een Islamitisch geloof aanhangen, vaker moeten solliciteren. Dat blijkt volgens mij knip en klaar, daar kunnen we niet omheen. Wat wel zo is, is dat het niet altijd tot de situatie hoeft te leiden dat een student dus helennaal geen stage kan vinden, per definitie altijd benadeeld wordt. Hierin zitten ook de gevallen waarin mensen wel eens gediscrimineerd zijn geweest of wel eens het gevoel hebben gehad dat ze op een vervelende manier zijn bejegend.
Geeft dat in ieder geval lets meer nuance nnee aan de conclusies en de stellingen die het onderzoek deponeert voor u? Mevrouw Pichel: Nee, absoluut, dat is ook wel zo. Aileen ik zie niet een directe correlatie. Want het felt dat er De voorzitter: Ja, ik breek even in. Want er komt natuurlijk nog een keer, als het goed is, daar gaan we het straks heel even over hebben, een vervolg op dit. En dan kunnen we het ook nog hebben over: wat vindt je er nou eigenlijk van? Dus dat komt nog. Dan zijn er daar nog twee vragen, want ik wil naar de afronding toe, hoe we ook met dit stuk verdergaan. Dus we kunnen nog korte vragen en als het kan ook een beetje korte antwoorden. En dan kunnen we gaan afronden. Mijnheer De Vries, die is al gesteld die vraag. Dan mijnheer Boone van Beter voor Dordt. De heer Boone: Ja, dank u wel, voorzitter. Dit is het beeld wat geschetst wordt bij Mboopleidingen. Dan is mijn vraag: wat als je deze cijfers legt naast bijvoorbeeld HBOstudies en universitaire studies? Is het beeld dan erger? Dat is de eerste vraag. En in de tweede plaats, als je kijkt naar HBO en universiteiten, die worstelen ook met deze problematiek. Als ik dan ook even, de goede slide staat gelukkig open, kijk naar de aanbevelingen. Zijn daar ook lessen te leren hoe zij daarmee omgaan? De heer Borst: Nee, niet specifiek.
Als het gaat onn in hoeverre het overeenkonnt met het hoger beroepsonderwijs en universiteit is het antwoord dat die beelden allennaal vergelijkbaar zijn. Dus er zitten nnisschien hier en daar wat nuanceverschillen, maar eigenlijk blijkt keer op keer dat, nou ja, pakweg een kwart zich gediscrinnineerd voelt. Om vergelijkbare redenen die ook in dit onderzoek naar voren komen. Dus dat is punt een. Er zijn niet specifiek andere aanbevelingen te doen vanuit onderzoek naar stage op de HBO-stagemarkt of bij de universiteit, nou, wat echt aanknopingspunten geeft om dat hier ook te doen, Anders dan bijvoorbeeld die stagemarkt, dat is in Nederland wel
24
eens vaker gedaan. En dat leidt nnogelijk tot een verbetering. Maar dat blijft koffiedik kijken. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we het nog even hebben, we ronden straks echt af. Maar we gaan het eerst even hebben over wat we als commissie verder doen met dit rapport. Het is natuurlijk in opdracht van de gemeenteraad is het onderzoek gedaan en is het rapport geschreven. En nu heeft de griffie voorgesteld om het door te geleiden naar het nieuwe college en om een schriftelijke reactie te vragen, zodat de agendacomnnissie vervolgens kan beslissen wat we me die reactie van het college gaan doen. Kan dat op uw instemming rekenen of zijn er nog vragen of opmerkingen over? Ik zie vooral instennmend geknik. Dan stel ik vast dat we het verder doorgeleiden naar het nieuwe college, die er dan een schriftelijke reactie op zal geven. En dan komt het vanzelf in enige vorm hier weer terug. Dan wil ik mijnheer Borst en mevrouw Soffers hartelijk bedanken voor de presentatie, de toelichting op alle uitkomsten. Maar laten we niet vergeten alle studenten die hebben meegewerkt, de nnensen van de scholen, van de bedrijven. Ja, de stagebegeleiders, docenten, iedereen die zijn input heeft geleverd voor dit onderzoek. Allemaal hartelijk dank namens de gemeenteraad. Want het was in opdracht van ons. Dan is hiermee de vergadering gesloten. Snnakelijk eten.
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG VRAGENHALFUUR DORDRECHT D.D. 24 mei 2022 Vergaderkamer 1
Voorzitter: dhr. Schalken-den Hartog Raadsgriffier: nnevr. Wepster Verslag: NotuBiz 1. Vragenhalfuur
De voorzitter: Beste mensen, het is zeven uur en ik denk dat er nog een aantal collega's onderweg zijn, maar we gaan toch gewoon beginnen. We willen ook niet uit de tijd lopen. Welkom allemaal, bij dit vragenuurtje. Het is alweer de derde keer dat we zo bij elkaar zitten. Vorige keer hebben we de vragenstellers een minuut gegeven om een vraag toe te lichten en dat was volgens mu j goed bevallen, dus dat doen we gewoon op zich weer als daar behoefte aan is. Er zijn drie vragen die we vandaag aan de orde stellen. En voor de zekerheid nog even een keer herhalen dat we hier vanavond geen politiek debat hebben over onderwerpen. Eventuele aanvullende informerende vragen kunnen natuurlijk wel altijd, maar nnocht de politiek er nader over willen spreken, gaat dat via een verzoek richting de agendacommissie. Zoals ik al zei, drie vragen vanavond. Het is, ja, uiteindelijk zou dat betekenen dat we tien minuten per vraag hebben, maar dat hoeft natuurlijk niet. De eerste vraag is van Denk en de heer Safranti die zal hem wellicht kunnen toelichten, maar het gaat over bekeuringen voor verkeerd parkeren in de binnenstad tijdens evenennenten. Heeft u er nog behoefte aan om de vraag nader toe te lichten? De heer Safranti: Nee hoor, voorzitter. Volgens mu j staat het duidelijk genotuleerd.
25
De voorzitter: Nou, hartstikke mooi. Nou, dan gaan we het zeker wel redden vanavond. De portefeuillehouder, ik, nou, het hele college zit aan tafel. Meneer Van der Linden, ga uw gang. Wethouder Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Ja. Ja, nee, de vraag is helder. Het gaat over het evenement 'Dordt in Stoom', he, want er zijn natuurlijk meerdere evenementen, maar dit is wel een hele mooie geweest afgelopen weekend. Ja, dit was niet bekend bij ons, dat er, he, zoals de vraag luidt, mensen geverbaliseerd zijn. Het is altijd wel zo dat wij voorafgaand aan een evenement sturen we mensen een brief, in dit geval de binnenstadbewoners, die zijn natuurlijk allemaal sowieso op de hoogte geweest waarschijnlijk van het evenement, maar mensen krijgen een brief. U heeft een aantal foto's meegestuurd bij de vraag en voor zover we konden nagaan is geen van deze voertuigen door onze handhaving gesanctioneerd, dus wat dat betreft is er niet bekend of er een bekeuring of een boete is uitgeschreven. Wij gaan altijd terughoudend om met het aanschrijven van mensen als er een evenement is, natuurlijk gelden er altijd bestaande ge- en verboden. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Waarbij natuurlijk normaal gesproken handhaving de portefeuille van de burgemeester is, maar ik denk dat dit een eerste antwoord is. Is uw vraag zo voldoende beantwoord de heer Safranti? De heer Safranti: Nee.
De voorzitter: Nee? Een korte vervolgvraag misschien dan? De heer Safranti: Ja, nou ja, sowieso een aanvulling, want de wethouder geeft aan dat er dus zeker vanuit de foto's geen auto's waren die een bekeuring hebben gehad en dat is dus wel degelijk wel. Vandaar dat ik ook die foto's heb gennaakt, waar ze stonden en hoe ze dus die bekeuring hebben gehad. Dus, een dat wel. En twee, vraag drie is ook van joh, hoe gaan we daar in de toekomst mee om? Wethouder Van der Linden: Nou ja, nogmaals, voor zover ons bekend, is vanuit onze handhavingsmensen geen bekeuring uitgedeeld aan de betreffende eigenaren. Ja en wat we altijd doen bij evenementen en zeker bij een groot evenement is dus het aanschrijven van mensen die in het gebied wonen waar het evenement plaatsvindt en hen te wijzen op eventuele drukte enzovoort, maar ook op mogelijkheden die er zijn om elders te parkeren en/of op tijd te vertrekken dan wel aan te komen. Dat verschilt natuurlijk een beetje per evenement en ook per straat. Dat is al jarenlang het beleid en dat is ook hoe we het ons voor ogen stellen om de komende tijd te blijven doen. De heer Safranti: Voorzitter, nog een aanvullende. De voorzitter: Kort. De heer Safranti: Een aanvullende. De voorzitter: Ja.
26
De heer Safranti: Inderdaad. Inderdaad, mensen hebben daar brieven over gehad en mensen hebben daar ook gelegenheid van kunnen nnaken om auto elders te kunnen parkeren, maar wat gaan we nu doen met mensen die nu wel beboet zijn? De heer Van der Linden: Ja, dat is een goede vraag, maar zover mu j dus bekend, is er niet vanuit onze handhaving beboet. En als u daar andere aanwijzingen voor heeft, dan hoor ik het heel graag, want dan hebben we een verschil van in de feiten en dat helpt altijd. Maar zover ik weet is er door ons niet beboet bij deze auto's. De voorzitter: Oke, dat kunnen we altijd nog buiten de vergadering verder uitzoeken. Wethouder Van der Linden: Dus misschien goed om daar nog even, ja precies. De voorzitter: Ik zie wel nog een korte aanvullende vraag van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. Recent hadden we hier in deze zaal ook insprekers die uit hetzelfde gebied ook uit de binnenstad die daar wonen en problemen hebben om parkeerplek te vinden, de vraag die refereerde er ook een beetje aan, dat het zo moeilijk is. ben is door de Griffie gezegd van ja, goed, het is goed om hier eigenlijk door de comnnissie, van ja, laten we hier een wethouder op laten reageren. Ik vroeg me af, kunt u dit er ook in, gaat u dit doen en wilt u dit er ook in meenemen? De voorzitter: Wethouder Van der Linden.
Wethouder Van der Linden: Nou, ik was niet bij de bespreking destijds, maar dit is natuurlijk naar aanleiding van deze vraag. Kijk, ik denk dat we binnenkort nog weleens gaan praten over parkeerdruk in de stad en ook hoe je met deze stad om wil gaan, want we hebben allemaal wensen naar zo'n bereikbaarheid, maar we willen ook een beleefbare stad, een leefbare stad, een groene stad, een stad waarin je kan lopen, spelen enzovoort. Dat heeft natuurlijk effecten op elkaar. Dus ik denk dat het je het hele fenomeen van hoe houd je de stad bereikbaar en hoe blijven we goed faciliteren voor alle weggebruikers een item wordt of blijft en ook het parkeren in de stad. En natuurlijk is het wel zo als je eenmaal regels hebt, ga je daar ook wel op handhaven. En dat doet onze handhaving met een zekere terughoudendheid als dat te pas konnt, vanwege evenennenten enzovoort. Maar dat komt hier natuurlijk wel in terug. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil het onderwerp hierbij afronden, want ik zie ook volgens mu j geen aanvullende vragen meer. Dan ga ik naar de volgende vraag en die is van Beter voor Dordt. Mevrouw van Waard, Simon -van Waardhuizen wil die waarschijnlijk toelichten. Mevrouw Simon -van Waardhuizen: Ja, graag, voorzitter.
Vorige week is in ieder geval een deel van de raad in gesprek met Qubus, Blue Amigo en Provincie Zuid-Holland over de dienstregelingen 2023 meegenomen in ieder geval in een belangrijke bijdrage van goed OV aan de bereikbaarheid als ook de organisatie van OV met daarbij de complexe samenspel tussen provincie, genneenten en vervoerders en ieders verantwoordelijkheid daarin. Tevens zijn we ietwat meegenomen in de uitdagingen die er zijn. Konnend jaar,
27
mede als gevolg ook van de grote invloed die corona heeft op het OV-gebruik. In de krant van 23 mei jongstleden viel echter te lezen dat in geval van Blue Amigo nog op andere vlakken grote uitdagingen liggen met ook mogelijke gevolgen voor onder meer de Dordtse reigers op korte term ijn. Gegeven het felt dat reizigers het OV vooral ook aantrekkelijk vinden als de reistijd van deur tot deur kort, maar vooral ook betrouwbaar is, riep dit bij ons vanuit Beter voor Dordt de vraag op zoals deze schriftelijk is ingebracht. Ik ga ervan uit dat de wethouder kennis heeft genomen van deze vraag en graag daarop uw antwoord.
De voorzitter: Wethouder Van der Linden. Wethouder Van der Linden: Ja, het waren een aantal vragen en eigenlijk, he, de vraag is vooral, heeft dit gevolgen voor de korte of lange termijn dienstregeling 2023 en ja, welke rol speelt de provincie hierbij? Nou, dat zijn wel de goeie vragen waar het onn gaat. Kijk, we hebben in de afgelopen twee jaar natuurlijk vaker gemerkt dat publieke dienstverleners, waaronder ook bijvoorbeeld ProRail en ook Qubus soms te maken hadden met tekorten in de capaciteit vanwege het felt dat mensen ziek waren of uitvielen. Dit speelt, ja, wat nu bij '...' is denk ik ietsje breder ook. Daar werden we altijd keurig van op de hoogte gehouden als dat effect had op de dienstregeling. En dat is ook op sommige monnenten is dat ook gemeld. Soms at iets vooraf, maar sonns ook vrij acuut als het een of twee dagen van tevoren speelde. Die signalen hebben mu j nu niet bereikt. Ik heb het krantenbericht natuurlijk ook gelezen en daar kennis van genomen. Wij hebben een afspraak met de provincie, namelijk de provincie die zorgt voor een dienstregeling die volgens contract kan worden uitgevoerd. Mocht dat niet lukken of mocht er op een of andere manier iets zijn, dan is dat in eerste instantie een zaak tussen Blue Amigo en de provincie.
En mochten er echt effecten zijn op de dienstregeling zelf, zoals we natuurlijk ook vorige week bespraken ten aanzien van bijvoorbeeld buslijnen en zoals we ook wel vaak hebben gedaan bijvoorbeeld met de NS, he, maar ook meer bijkonnt of wat vanaf kan gaan, dan worden we natuurlijk ook goed betrokken. Tot nu toe heb ik die signalen niet gehad, maar ik blijf dus wel goed volgen, want ik wil natuurlijk niet voor een voldongen felt worden geplaatst. Tot zover. De voorzitter: Is de vraag hiernnee voldoende beantwoord? Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Voor mu j wel, dank u wel. De voorzitter: Ja? Zijn er nog andere nnensen die daar een aanvullende vraag op hebben? Ik zie niemand. Dan wil ik naar de laatste vraag van vanavond gaan en die is van het CDA, de heer Van Dam Tinnmers en die heeft betrekking op huurverhoging bij vereniging op de sportboulevard. De heer Van Dam Tinnmers: Ja, dank voorzitter. Klopt inderdaad. We leven in een ongekende tijd van prijsstijging, ik denk dat we het allemaal misschien ook wel gemerkt hebben ook in onze persoonlijke supermarktboodschappen. Ik zou graag verheldering krijgen over de stijgende huurprijzen op de sportboulevard. Verenigingen hebben daar een bericht gekregen dat de prijzen het aankonnende seizoen met 10,7 procent stijgen en volgens de brief is deze verhoging in samenspraak met de gemeente gemaakt en
28
verenigingen vertellen mu j ook dat het water hen wel aan de lippen staat. En die stijging is wel zodanig dat verenigingen nnoeite zullen hebben om dit te betalen. Als CDADordrecht staan we voor een samenleving waarin verenigingen toekomst hebben en zich ook kunnen blijven inzetten voor de Dordtse samenleving. Mijn vraag is aan de wethouder, of onze vraag aan de wethouder is: 'Is de wethouder zich bewust van deze voorgenonnen huurverhoging, die overigens hoger is dan de inflatie, die mogelijk op basis van afspraken met de gemeente is gemaakt?' En als tweede vraag: 'Wat kan de wethouder betekenen voor deze verenigingen op de sportboulevard die geconfronteerd worden met deze toch wel extreem hoge stijgingen?'
De voorzitter: Nou, welke wethouder zou ik het woord geven? De heer Van der Linden. Wethouder Van der Linden: Ja, dank u wel. Ja, dank u wel. Dank voor de vragen ook. Ja, dit is natuurlijk een onderwerp dat inderdaad ons allemaal raakt, in onze eigen huizenboekjes, maar wat ook verschillende maatschappelijke organisaties raakt. Huurders van genneentelijke panden, ander maatschappelijk vastgoed en juist ook bij de sportboulevard speelt dit natuurlijk omdat een deel van de sporters ook afhankelijk is van goed verwarmde of juist goed gekoelde voorzieningen en de energieprijzen zijn natuurlijk vooral fors gestegen. Het klopt dat er sprake is van een huurverhoging en die, daar zitten allemaal berekeningen onder met bijlages in contracten enzovoort, nnaar de huurverhogingen zoals wij die hebben nneegekregen zijn conform de afspraken die erover zijn gemaakt. Die zijn ook conform de inflatie. Daar is ook overleg over geweest in, dat moet ik even zoeken hoe dat heet, dat is een gebruikersoverleg met de verschillende verenigingen en het complex. Een aantal verenigingen heeft hier aangegeven van nou dit is echt fors, want we zitten natuurlijk sowieso al met stijgende kosten. Dat is de portefeuillehouder sport ook bekend. En we hebben het overleg over hoe kunnen we daar, hebben we daar een rol in en hoe kunnen we die rol dan invullen? En het geldt ook voor optie sport.
Dus daar zal binnenkort ook op worden teruggekomen. De voorzitter: De heer Van Dam Tim mers. De heer Van Dam Timmers: Ja, voorzitter. Het is nog niet helennaal beantwoording denk op mijn vraag. Op zich is het goed dat er natuurlijk binnenkort op wordt teruggekomen. Ik ben natuurlijk wel benieuwd waar dat ongeveer in de toekomst ligt. En eigenlijk als tweede vraag, u geeft aan dat dat conform ook de inflatie is, nnaar mijns inziens is de inflatie toch nog wel steeds rond de negen procent of lager en dit zit toch alweer een paar procent erboven. Hoe verklaart u dat dan? Wethouder Van der Linden: Nou, volgens het CPI is het lets meer dan negen procent geweest, is het iets boven de tien procent geweest. Maar er zit goeie documentatie onder en dat kunnen we natuurlijk op enig moment wel kennis van nemen over hoe die berekening tot stand komt, er zijn natuurlijk ook verschillende prijzen met elkaar te vergelijken. Dus het is wel conform de inflatie die nu geldt en die inderdaad fors gestegen is. En de termijn waarover u het heeft, ja zoals u misschien weet zitten we vlak voor een collegewissel. Dus ik weet zeker dat de nieuwe portefeuillehouder hier zo snel mogelijk op terugkonnt.
29
De heer Van Dam Timmers: Ja, dank. De voorzitter: Ja? De heer Van Dam Timmers: Volgens mu j zag ik, zie ik heel veel mensen in de zaal zitten. Dus ik hoop dat de nieuwe portefeuillehouder dat ook in zijn oren knoopt. De voorzitter: Oke. Dank u wel. Als er geen vervolgvraag. Nee? Oke. Dan is hierbij ook de derde vraag beantwoord en zijn we aan het eind van deze vragenronde gekomen, het vragenhalfuurtje. Ik wit jullie allemaal danken voor jullie aanwezigheid. Wethouder, ook bedankt voor het beantwoorden van alle vragen en ik wens u allen een prettige avond. VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG SESSIE 1 DORDRECHT D.D.24 mei 2022 Vergaderkamer I
3 Plannen zoetwatergetijdenatuur Boven en Beneden Merwedegebied Voorzitter: nnevr. Pichel Raadsgriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz De voorzitter: Even het knopje zoeken. Welkonn, welkom. Welkom bij deze vergadering, dit is een beeldvornnende vergadering over de plannen Rijkswaterstaat voor de realisatie van zoetwatergetijden natuur in het boven en beneden Merwede gebied. Mijn naann is Ruby Pichel, voorzitter en ik doe graag even een rondje voor alle aanwezigen, beginnend rechts van mij. Gaat uw gang om uw naam. Mevrouw Gijndogdu: Aydin Gundogdu, Op Ons Eiland. De heer Maroof: Abdul Maroof, Partij DENK. De heer Feijter: Bart Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Kleinpaste: Gert-Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Cobben: Sebas Cobben van FvD. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. Mevrouw Rutten: Saskia Rutten-Alberts, PVV.
30
De heer Damen: Leo Damen, PvdA. Ik heb meteen een vraag of de stichting Wantij uitgenodigd is. En zo nee, waarom niet? De voorzitter: Dank u wel voor uw vraag. Ik kijk even naar links, naar de griffie. De heer Den Boer: Dit is puur alleen een presentatie nu door Rijkswaterstaat van de plannen. De heer Damen: Maar het was ook een beeldvormende vergadering en voor het beeld hebben we natuurlijk ook de reacties van burgerorganisaties nodig. De heer Den Boer: Ik denk dat Rijkswaterstaat daar straks uitgebreid op in gaat. Goed, kan altijd later nog als u daar behoefte aan heeft. Uiteraard. De voorzitter: We gaan graag even verder met het voorstelrondje, dank u wel. De heer Groenewege: Nou, ik word zeer verwacht. Pieter Groenewege, Partij Voor De Dieren. De heer Van der Meer: Frans-Bauke Van der Meer, GroenLinks. De heer Schalken: Davis Schalken, Beter Voor Dordt. Mevrouw Koole: Astrid Koole, Beter Voor Dordt. De voorzitter: Gaan we even. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Den Hartoq: Paul Den Hartog, GroenLinks. Mevrouw Van Herwijnen: Irma Van Herwijnen, Partij Voor De Dieren. De voorzitter: Dank jullie wel. Dan wil ik ook graag even het woord geven aan onze gast om zich even voor te stellen aan jullie. De heer Nouzari: Mijn naam is Ehsan Nouzari, ik ben onngevingsmanager vanuit Rijkswaterstaat voor het kaderrichtlijn waterprogramma.
Mevrouw Groot: Ik ben Susanne Groot, ik werk bij BWZ Ingenieurs en wij zijn samen met Witteveen + Bos door Rijkswaterstaat ingehuurd voor dit project. Daar ben ik omgevingsmanager. Mevrouw Crielaard: Ik ben Aletta Crielaard en ik ben adviseur omgeving bij Rijkswaterstaat. De voorzitter: Dank u wel. Dan was er nog een vraag op voorhand door de heer Hartmeijer.
31
De heer Hartmeijer: Ja voorzitter, dank. Ik wilde eigenlijk een ordevoorstel doen aan de overige leden om eerst onze gasten gewoon hun presentatie te laten doen en dan daarna gewoon een rondje vragen te doen. Dit naar aanleiding op de heer Damen maar op vorige week met het overleg van Kubus wat vrij rommelig verliep en ik denk dat het voor de mensen die de vergadering elders volgen het beter te volgen is als we het op die manier doen. Maar misschien ben ik de enige die erover zo denkt. De voorzitter: Dank u wet. Het voorstel is hier ook om de presentaties gewoon te laten voeren en achteraf vragen te stellen. Daarbij wit ik wet de opmerking vragen dat als er natuurlijk opheldering nodig is, inhoudelijk, dat daar best iets over gevraagd zou mogen worden. Is er verder iemand die lets anders zou willen? De heer Kleinpaste: Voorzitter. Ja, ik wit toch nog even reageren op de vraag van de heer Damen van de PvdA omdat ik dat wet heel helder wit hebben. Ik neem aan dat belangenorganisaties in onze stad normaal gesproken kunnen inspreken voorafgaand aan de oordeelvormende vergadering en dat er ook desgewenste sprekersplein of hoe het tegenwoordig maar mag heten, hoorzitting, georganiseerd gaat worden. Dus ik vond de vraag van de PvdA eigenlijk wet prematuur.
De voorzitter: Ja, ik kan daar wet in ieder geval antwoord op geven dat zoals de heer De Boer net aangaf dat het een verkennende vergadering is, beeldvormend en dat het vervolg aan het eind van de deze vergadering ook wordt vastgesteld. Dus mocht er inderdaad nog aanvullend iets nodig zijn of andere partijen worden uitgenodigd dan is dat er vervolgstap die we kunnen nennen. Dat kunnen we alvast aangeven bij deze. Als er dan verder geen vragen vooraf zijn dan wit ik graag het woord geven. De heer Nouzari, gaat u beginnen? Ja. De heer Nouzari: Nou, allereerst fijn dat we hier vanavond mogen zijn om jullie te informeren over de plannen die wij hebben voor de Sliedrechtse Biesbosch en hoe die er nu voorstaan. Ja, als er dingen zijn die niet duidelijk zijn en waar opheldering voor nodig is, onderbreek mij zeker. Als er vragen zijn, wat ik me kan voorstellen, u heeft ook de varianten nota ter informatie ontvangen at, misschien heeft u daar ook at vragen over. Deze presentatie is bedoeld om die nota ook te verhelderen voor u. Dus hopelijk zal het al wat antwoorden geven op uw vragen. Zo filet, dan is er na de presentatie nog voldoende tijd om die vragen te stellen en het gesprek aan te gaan met elkaar daarover. We hebben ons net at voorgesteld maar het is even goed om even langs te gaan hoe deze presentatie in elkaar zit dat u een beetje een beeld krijgt van hoe het verhaal zal gaan.
De introductie wordt door mij gegeven, de omgevingsmanager voor kaderrichtlijn waterprogrannma vanuit Rijkswaterstaat en dan met namen voor de regio WestNederland-Zuid. Ik zal vooral ingaan op het proces, proces dat we tot nu toe hebben doorlopen, wie we daarbij hebben betrokken, onder andere stichting het Wantij, daar zal ik straks ook wat meer over vertellen en hoe we uiteindelijk zijn gekomen tot de variant en de varianten nota die u ook heeft ontvangen en waar wij ook verder op in zullen gaan. Op het inhoudelijke deel en daarmee de varianten daar zal Susanne straks wat meer over vertellen over bijvoorbeeld hoe we tot die varianten zijn gekomen, wat de afweging is geweest en welke elementen die bestaat en waar we ongeveer naartoe willen. Aan het eind, zoals ik al zei, zijn er, zal er genoeg tijd zijn voor vragen en een
32
gesprek. Nou, ten eerste de aanleiding voor waarom wij als Rijkswaterstaat hier staan en onze plannen voor de Sliedrechtse Biesbosch. Dat is het kaderrichtlijn waterbeleid vanuit de Europese Unie. Elke EU-lidstaat, waaronder dus Nederland, is verplicht vanuit de Europese Unie om de ecologische waterkwaliteit van hun wateren te verbeteren. Dat is niet vrijblijvend. We hebben vanuit de minister, de EU heeft de minister een opdracht opgelegd om bepaalde richtlijnen te bereiken in 2027 op het gebied van ecologische waterkwaliteit en we zijn verplicht om daaraan te voldoen. Nou, wat is dan de aanleiding geweest voor het kaderrichtlijn waterbeleid? Nou, dat is ten eerste een open deur, klinnaatverandering. Maar ten tweede ook een drastische afname van de biodiversiteit in de afgelopen 100/150 jaar. De oorzaken daarvoor zijn vooral dat we de zachte oevers en kaders hebben eigenlijk doen verdwijnen door middel van dijken, dannmen, inpolderingen, harde kades, kijk bijvoorbeeld naar de stad Rotterdam. Alles is bijna verhard, zijn bijna geen gebieden voor flora en fauna om zich te nestelen, zich te ontwikkelen en nou ja dat heeft uiteindelijk gezorgd voor een drastische afname van de biodiversiteit.
Kaderrichtlijn waterprogramma is bedoeld om die biodiversiteit weer te herstellen voor zover dat kan door voor een deel dus ook weer die harde kades om te wisselen voor bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers of langs dammen om echt in intergetijdennatuur te creeren. Nou, om te laten zien, een illustratie te geven wat wij doen vanuit het kaderrichtlijn waterprogramnna en wat we ook dus nastreven voor de Sliedrechtse Biesbosch wil ik even een voorbeeld aanhalen van het eiland van Brienenoord. Misschien zullen sonnmigen van jullie dat al kennen nnaar dat is een samenwerking geweest tussen Rijkswaterstaat, ons en de genneente Rotterdam waarbij wij het belang hadden voor het creeren van intergetijdennatuur, hoogwaardig intergetijdennatuur en de gemeente Rotterdam vooral een natuureiland wilde creeren ter recreatie van haar bewoners. Nou, we zijn de samenwerking aangegaan en op het grondgebied van de genneente Rotterdam uiteindelijk een natuureiland gecreeerd. Hier zijn twee foto's te vinden. Voor u de linker foto kunt u zien dat wij een luwe zone hebben gecreeerd in het waterlichaam waarbij flora en fauna zich kunnen nestelen en zich kunnen ontwikkelen. Op de rechter foto is heel erg goed te zien dat we twee verschillende soort van doelen hebben met natuur, droge en natte gebieden, zodat we de biodiversiteit daar kunnen creeren.
Dit is een, dit is een project wat ongelooflijk veel succes heeft gehad. Het wordt ook steeds meer bekend onder de inwoners van Rotterdam. Krijgen ook steeds meer recreanten. lets minder voor ons wat we willen natuurlijk dat die natuur heel blijft en hoe meer recreanten er komen, nou hoe groter de kans dat nou mensen bijvoorbeeld daar op de linker foto bijvoorbeeld op gebieden gaan lopen waar ze eigenlijk niet mogen komen. Maar het laat wel zien dat recreatie en natuur goed met elkaar gecombineerd kunnen worden en een duale functie kunnen hebben. Dit zijn dus ook beelden die wij nastreven voor de Sliedrechtse Biesbosch op termijn. Onze KRW-opgave voor de boven en beneden Merwede, uit de landelijke verkenning is gekomen dat we ongeveer zestig hectare natuur willen creeren die in verbinding staat met de rivier, dus intergetijdennatuur. Het streven hierbij is echt om robuust, robuustheid te creeren in het natuurgebied. Dat houdt in zoveel nnogelijk aaneengesloten gebieden die echt in contact staan met de rivier waarbij zoveel mogelijk getijdenslag plaatsvindt. Dus gedurende de dag ook droog en nat kan staan zodat flora en fauna zich daar kan ontwikkelen. Nou, Susanne zal straks wat vertellen over de afwegingen die wij hebben gennaakt en hoe de variant zoals die er nu bijligt, hoe we
33
daar zijn gekonnen, inhoudelijk gezien. Daar heeft een proces ligt daaraan ten grondslag. We hebben een op een gesprekken gevoerd met bewoners en ondernemers. We hebben ontwerpateliers gehad met professionele partijen, naann Brabants Landschap, u als gemeente hebben we ook daarin betrokken. We hebben recent ook een informatieavond gehad waar sommigen van u ook aanwezig waren. We voeren intensief ambtelijke overleggen met u als gemeente, met de specialisten hier, om te komen tot zo'n goed mogelijk plan voor de Sliedrechtse Biesbosch. Het doel van dit proces, je kunt ook al wat van de partijen zien waar stichting Wantij ook onderdeel van uitnnaakt, het doel van dit proces is om belangen te inventariseren, wensen ook te inventariseren en die ook in een database op te slaan zodat we die ook in het ontwerp zoveel mogelijk mee kunnen nemen en ook bestuurlijk commitment te creeren uiteindelijk voor de plannen want zonder commitment komen we niet tot realisatie. Dus daar willen we ook de komende tijd echt gaan, aan gaan werken met u als gemeente. Nou, over stichting het Wantij werd net al een vraag gesteld dus dat kan niet anders dat ik daar even bij stilsta. We hebben intensief contact met stichting het Wantij.
Zij zijn ook gewoon op de hoogte van onze plannen, we hebben laatst nog, volgens mu j vorige week nog, heeft onze ecoloog met Cor Goosen een gesprek gehad over bepaalde ideeen die hij heeft voor het gebied. Zo gaan we over het algenneen om met vrijwel alle stakeholders die wij belangrijk vinden in het gebied en die een bepaald belang hebben daarbij. Dus zij zijn vandaag hier niet aanwezig maar ik kan u echt wel verzekeren dat zij goed op de hoogte zijn van waar wij mee bezig zijn. Misschien heeft u daar nog verder vragen over straks, dan hoor ik die graag. Nou, dat was mijn deel van het verhaal. Dus nu het woord aan Susanne die jullie mee gaan nemen in het inhoudelijke deel. Mevrouw Groot: Dank u wel. Ik wil beginnen met hoe we eigenlijk tot de keuze van de gebieden zijn gekomen. We hebben hiervoor als aftrap het hele waterlichaam beschouwd want in dit hele waterlichaam ligt onze opgave. Dus ergens in dit hele gebied, wat hier allemaal kleuren heeft, nnoeten wij die ruim zestig hectare intergetijdennatuur realiseren. We zijn begonnen met kijken waar zou dat dan Oberhaupt kunnen. Dan valt stedelijk gebied, wat hier roodgekleurd is, valt af, of industrieel gebied. Gebieden die al natuur zijn, dat zijn hier alle gelige kleuren. Die vallen eigenlijk af want daar staan al natuurdoelen op. Dus dan blijven hier de groene gebieden over. Dat is eigenlijk de eerste stap.
Nou, die moeten dan aangesloten worden op de rivier waar ze in contact kunnen staan met het getij. Dat heeft onze deze zoekgebieden opgeleverd. Dus voor al deze gebieden zijn we verder gaan kijken van nou wat vinden de betrokken partijen ervan? Wie zijn de grondeigenaren? Zijn die hier Oberhaupt in geInteresseerd? Wat voor plannen zijn er voor de gebieden? Wat weten we over bodemkwaliteit? Wat weten we over waterkwaliteit lokaal? Zo hebben we heel, vooral ook draagvlak zijn we hier gaan uitzoeken. Dat hebben we dus ook met een ontwerpatelier gedaan. Zijn we echt gaan kijken van welke van deze gebieden bieden nou mogelijkheden en ook hoe groot zijn ze, wat zouden we daar dan kunnen realiseren en in hoeverre voegt dat iets toe aan onze natuurdoelstelling? We hebben ondertussen wel gezien, we hebben een getijdengebied nodig met het liefst zo veel mogelijk getijdenslag. Dat is aan de westkant van het gebied, dus hier in Dordrecht is dat nog ruim zeventig centimeter. Hoe verder bovenstrooms, hoe verder de rivier op, hoe minder die getijdenslag wordt. Dus we hebben het hele gebied waar we iets zouden
34
kunnen realiseren maar we hebben wel ook een gebied benedenstrooms nodig om natuur van voldoende kwaliteit te kunnen maken. Ja, liefst een wat groter gebied aaneengesloten om echte robuuste natuur in te kunnen richten. Hier nog een keer alle thenna's waar wij naar zijn gaan kijken waar we die gebieden op hebben beoordeeld. Dus dat is echt een brede afweging geweest om zo goed mogelijk in te kunnen schatten van wat zouden we nou waar kunnen? Waar is draagvlak voor? Wat levert het ons aan kansen en mogelijk ook aan negatieve effecten? ben zijn we op drie varianten uitgekomen. Die hebben hier ieder hun eigen kleurtje, maakt verder niet zo heel veel uit. Het betekent dat de gebieden die hier nog met kleur zijn aangegeven en in eerste instantie als kansrijk zijn beoordeeld en daar hebben we dus varianten van samengesteld die ieder voldoende oppervlak hadden en die zijn we verder gaan onderzoeken. Dus daar zijn we verder over gaan praten, meer nauwkeurig natuuronderzoek gaan doen, bodemonderzoek gaan doen om beter te kunnen beoordelen wat het echt aan kans rijkheid heeft. In dat proces zijn nog weer meer gebieden afgevallen eigenlijk en zo zijn we, er zijn gebieden als heel positief beoordeeld en er zijn gebieden gebleken waar het toch niet kon. Zodoende zijn we uiteindelijk tot de voorkeursvariant gekomen. Ik wil even toelichten wat er afgevallen.
Hier zien we nog, deze, hier ligt nog de Thonnaswaard, dat is een gebied wat via de bestaande wateren in contact kan staan met de Merwede, de beneden Merwede. Maar er ligt al een natuurdoel op voor Natura2000, daar is het nog niet voor ingericht maar dat gaat wel ook gebeuren of dat is ook nodig, dus dat betekent dat slechts een deel van het gebied voor ons geschikt zou kunnen zijn en daarmee wordt het minder aantrekkelijk. DeeIs geldt dat ook voor de Otterpolder. Daar speelt nog wat meer. Dat is een cultuurhistorisch zeer gewaardeerd gebied. Dus daar had ook de provincie en de gemeente Dordrecht van aangegeven van nou ja kan misschien maar het cultuurhistorisch patroon, het slotenpatroon, de verkaveling dat moet wel bewaard blijven. Dus dat betekent dat we daar wel iets kunnen voor vissen en waterdieren en -soorten maar niet dat we daar getijden geulen zouden kunnen aanleggen die vrij kunnen eroderen en dat er beweging plaats kan vinden in die geulen want dat zou het karakter van het gebied te veel aantasten. Daarbij konnt dan dat Staatsbosbeheer, van wie die grond is, heeft aangegeven het past ons nu niet zo goed in de tijd om hier iets te gaan ontwikkelen. Dus dat gebied is daarmee blijven liggen. Het kan niet aan onze opgaven voldoen en het wordt een ingewikkeld proces in verband met de beschikbaarheid van Staatsbosbeheer.
Dan hebben we de Noordbovenpolder, dat is nu een agrarische polder aan de rand van de stad, aan de rand van het Wantij. Lijkt in potentie heel erg geschikt. Zitten meerdere agrariers hebben daar gronden, daar zijn we mee in gesprek gegaan. Een aantal daarvan was misschien wel bereid om grond te ruilen, ze wilden wel grond blijven hebben dus we zijn op zoek gegaan naar ruilgrond. Dat gold ook maar voor een deel van de aanwezige agrariers. De anderen wilden graag blijven. Uiteindelijk hebben we ook niet voldoende ruilgrond kunnen vinden waarnnee dit ook een heel lastig verhaal wordt. Dus daar zitten gewoon mensen die daar eigenlijk niet weg willen, daar komt bij dat de polder heel erg diep is dus om daar geschikte natuur te ontwikkelen, moeten we ook een heleboel grond in want anders krijgen we een diepe plas. Als we nu daar de kade door zouden steken, wordt het gewoon een diepe waterplas. Dat is niet wat we zoeken. Daarmee ziet u het at een beetje, dan blijft eigenlijk de Hel en Zuilespolder als groter gebied benedenstrooms in ons zoekgebied over. Dus daar zijn we verder gegaan met de
35
Hel en Zuilespolder. Daarnaast hebben langs de oevers van het Wantij gekeken. Nou, hier waren nog plannen voor veel maatregelen, dat worden er uiteindelijk wat minder maar daar kunnen we wel wat aan meenemen. We hebben gekeken naar mogelijkheden voor langsdannnnen in de rivier zelf om achter die langsdannmen luwe zones te creeren. Dat botst met de scheepvaart, daarvoor heeft de rivier eigenlijk gewoon niet genoeg ruimte. Verder bovenstrooms zijn ook nnogelijkheden. Van deze gebieden nemen we ook wat mee maar niet alles omdat we niet zoveel hectare bovenstrooms nodig hebben eigenlijk. We hebben juist benedenstrooms gebied nodig. Dus onze voorkeursvariant is dan dus, oh sorry, is als volgt. Dat gebied bovenstrooms waar we eigenlijk bestaand natuurgebied gaan opwaarderen waardoor het beter kan functioneren. Er komt een mee stromende nevengeul in plaats van de doodlopende geul die er nu ligt. De heer Kleinoaste: Voorzitter. De voorzitter: Sorry, ja de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Mag ik toch een verduidelijkende, niet zo zeer inhoudelijke vraag stellen omdat die me nu wel op de lippen brandt eigenlijk? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Is met een extra zin toe te lichten waarom benedenstrooms en bovenstrooms zo verschil maakt voor de opgave? Mevrouw Groot: Dat heeft met het getij te nnaken. Dus hier in Dordrecht is nog een aardig verschil tussen eb en vloed.
Dat is belangrijk voor de soorten die we zoeken en hoe verder bovenstrooms we de rivier op gaan hoe kleiner de invloed van de zee wordt en dus hoe kleiner dat getij. Dus waar het hier nog zeventig tot tachtig centimeter is, is dat bovenstrooms in het gebied nog maar dertig centimeter. De heer Kleinpaste: Kijk, daar heb je wat aan. De voorzitter: Goede vraag. Mevrouw Groot: We hebben zoals gezegd oevers van het Wantij, daar wil ik straks ook iets van laten zien wat we daar dan van plan zijn. We hebben dus nog de Hel en Zuilespolder over als gebied in onze voorkeursvariant dus daar zijn we dan weer verder mee gegaan met zoeken wat we daar zouden kunnen. Voor de Hel en Zuilespolder, die komt er dus uit aan de ene kant omdat andere gebieden afvallen en aan de andere kant ook omdat we hebben hier gesprekken gehad met de annbtelijke organisatie, programma team blauwgroen die zeggen ja Dordrecht is eigenlijk de hoofdstad van de Biesbosch, we willen die getijdennatuur heel graag bij de mensen brengen. Juist in deze polder die dicht bij de stad ligt, zijn er gewoon kansen voor recreatie in de getijdennatuur. Dus dat is eigenlijk uniek. Er is natuurlijk wel getijdennatuur hier in het gebied, in de Biesbosch maar heel veel kun je nauwelijks komen. Dat zou hier echt anders kunnen zijn. Dus dat biedt kansen voor Dordrecht als hoofdstad van de Biesbosch, kansen voor recreatie.
Daarnaast liggen er in het gebied Natura2000 opgaven, niet in de polder zelf maar wel
36
in heel veel gebieden er omheen. Ontwikkelen van dit gebied voor de KRW-natuur betekent ook dat we tegennoetkomen aan een heleboel soorten van Natura2000. Dus dat gaat, dat lift wel mee. Daarnaast is met ons huidige plan is er een kortere doorstroming voor de zwemplas waarmee de waterkwaliteit van de zwemplas Merwelanden zou kunnen verbeteren. Dat is ook wel, dat is ook interessant denken we. Nadelen van het plan is natuurlijk de bestaande waarde van het gebied. Er is niet niks, het ligt niet te wachten op ontwikkeling en het gebied wordt ook gewaardeerd zoals het nu is. dus dat is, ja er gaat ook iets verloren. Dus daar kijken we goed naar en ook hoe we dat zo beperkt mogelijk kunnen maken. Nou, de Zuileshoeve, er zit daar een horeca- en overnachtingsgelegenheid. Nou, de eigenaren van de Zuileshoeve staan niet te juichen bij deze plannen dus dat is ook wel, ja dat is moeilijk. Hetzelfde geldt voor de pachters die daar nu met koeien !open, die zouden dan weer op zoek moeten naar een ander gebied. Dus dat is ook, ja dat zijn de nadelen. Die zul je overal vinden, maar goed die zijn hier dus ook. Dan wil ik wat meer ingaan op wat we zouden willen maken hier en hoe het er dan bij komt te liggen. Het is nu weideland met bosschages en bomen waar je doorheen en omheen kunt lopen.
Doorheen !open houden we ook in stand, zal lets minder worden want waar je nu vrij door de grasvelden zou kunnen struinen, zit je straks in een getijdengebied dat twee keer per dag deels onder water staat. Er zijn wel delen die ook droog blijven maar er zijn ook delen die gewoon echt wel twee keer per dag nat worden. Hier zie je, ja dit is een bestaande foto van een uitkijkpunt bij de Helsluis met dan de interpretatie eroverheen van de getijdennatuur. Het wordt heel rijk aan soorten, aan vegetatie, aan vogels en ook in het water. Een andere bilk meer vanuit het zuiden, de achtergrond zie je nog bomen van het deel waar we, daar zit het klimbos daar komen we niet aan dat blijft gewoon intact dus dat zicht blijft hetzelfde. Er zijn ook bomen die in het gebied zullen blijven bestaan. Er zal ook ooibos ontwikkelen maar dat wordt wel anders dan wat er nu is. Nog twee sfeerinnpressies van een wandelroute door een wilgen ooibos en zicht vanaf een dijkje halverwege de polder waar een wandelpad overheen zou komen. Om een beetje een beeld te geven van wat het dan moet worden. Dit is dan op kaart het idee. Heel belangrijk voor het plan is aansluiting op de Merwede zodat vissen in en uit kunnen trekken. Dus die maken we hier aan de rand van het bos wat we verder intact laten maar deze bosstrook zou wel moeten verdwijnen voor dit plan.
Dus hier komt de instroonngeul, dit is dan de hoofdgeul met twee uitstroomopeningen zodat het water echt er doorheen gaat stromen. Het gaat instromen, het gaat uitstromen met eb en vloed. Dus daar ontstaan een heleboel stromingspatronen. Er zijn geulen die doorstromen, er zijn geulen die doodlopen dus er komt een hele variatie aan natuur kan hier dan komen. al die geulen krijgen hele flauwe oevers dus het worden heen kanalen, het gaat allemaal over die overgangen. In die oeverzones kan een heleboel gaan groeien. We gaan een aantal delen van de polder ophogen, die zijn hier wat donkerder aangegeven. Deets liggen ze at wat hoger, deels brengen we hier grond op. Dat worden eilanden waar ook echt bij hoog water wat nog droogt blijft voor de variatie. Dus daar zullen bosschages ontstaan. DeeIs ook langs de randen, hier ligt al een bosstrook. Daar zullen we misschien een aantal bomen moeten weghalen die het niet zouden overleven maar ook een aantal bomen daar zullen het waarschijnlijk wel overleven en anderen zullen zich erbij vestigen. Dus die bosschages blijven in een gewijzigde vorm in stand. Op aangeven van de gemeente willen we ook graag toch een deel van de polder behouden. Het is hier nog een klein stukje, hier ligt
37
de Zuileshoeve die hebben hier een boomgaard die blijft sowieso behouden. Toen dachten we nou het is aardig om daar onnheen nog een stukje van het bestaande cultuurlandschap intact te houden en we zijn nog aan het onderzoeken of we dat nnisschien nog ietsjes groter kunnen maken om lets nneer van dat bloemrijke grasland wat er nu in het zuiden van de polder is te behouden. Om de polder heen ligt een kade die blijft er. Er ligt nu een asfaltweg onderlangs de kade, die gaan we er bovenop leggen zodat die ook bij hoog water dat de bewoners en de bevoorrading van de Zuileshoeve en de Helsluis gewoon door kan gaan. Er komt een wandelpad wat lager langs de kade zodat dat wandelrondje ook intact blijft. Er komt ook nog een wandelroute door het gebied. We gaan nog in gesprek met de Zuileshoeve, de eigenaren, welke voorkeur zij hebben, de gemeente heeft al wel aangegeven wat hun voorkeur is dus daar komt echt een pad waarvan je echt door de getijdennatuur kunt !open. Dat is uniek in het gebied. De verbinding vanuit het Biesbosch centrum blijft bestaan. We hebben hier uitgebreid al over gesproken met allerlei partijen en ook met de gemeente. De gemeente heeft heel specifiek om een aantal zaken gevraagd. Het eerste is die beleefbare getijdennatuur, dit is een heel belangrijk recreatiegebied op dit moment. Wordt veel gebruik van gemaakt, dat nnoet zo blijven.
Dus het kan niet een natuurgebied worden waarvan dan vervolgens wordt gezegd nou is het natuur nu mag je er niet meer in, in het broedseizoen. Dat is dus niet de bedoeling. Dus dit blijft geschikt voor wandelaars en voor fietsers en daar komen we zo veel mogelijk aan tegemoet. De entree vanaf het Biesbosch centrum is heel belangrijk. Dan kun je echt vanaf het Biesbosch centrum gewoon op heel korte afstand de getijdennatuur in lopen. Er is ook gevraagd om een kanoroute door het gebied. Dat ligt wel iets ingewikkelder onndat dat betekent dat mensen het hele gebied kunnen gaan doorkruisen met al die watergangen die er liggen. Dat zou de natuur wel heel erg verstoren. Dus vanuit het natuurbelang vinden we kanoen in het gebied lastig en zouden we dat liever niet hebben. Dus dat is nog, ja een lastiger punt eigenlijk. Ook heeft de gemeente expliciet gevraagd om aandacht voor de cultuurhistorie, de Otterpolder is afgevallen omdat de cultuurhistorie daar heel erg belangrijk is, dat betekent niet dat hij hier niet belangrijk is. het was alleen in mindere mate dan de Otterpolder. We houden dus de uitlijn van de polder intact, de dijk blijft er gewoon liggen en daar waar we de openingen maken voor de geulen komen bruggen of lets zodat daar wel gewoon, dat je er wel overheen kunt rijden maar verder blijft de vorm van de polder blijft herkenbaar in het landschap.
We houden dus een stukje polderlandschap bij de Zuileshoeve. Er liggen twee oude sluisjes in het gebied, hier eentje en hier eentje, dat zijn monunnentale sluisjes dus die blijven sowieso behouden. We kijken ook of we die weer een functie kunnen geven, in ieder geval het ene sluisje wat in het poldertje komt te liggen dat zou een functie kunnen hebben in het waterbeheer van het poldertje. Dus dat voegt dan waarde toe aan die oude sluis. We herstellen een historische kreek die hier nog liep van voor de tijd dat we hier de Helpolder hadden en hier de Zuilespolder. Dat is eigenlijk de scheiding van die twee. Die maken we weer zichtbaar. Er is ook gevraagd om handhaven van de mooie wandelroute zoals die nu is langs de ecolodge. Daar spreken we dus ook nog over met de Zuileshoeve, de eigenaren van de ecolodge of dat wat hen betreft wenselijk is of dat we dat juist een beetje opschuiven zodat het rustiger wordt langs de ecolodge. Dan zijn er nog een paar aandachtspunten en dat is vooral tijdens de uitvoering dat de Zuileshoeve goed bereikbaar moet blijven, ook voor toeristen, de bed and breakfast. Daar nnoeten
38
we goed naar kijken hoe we dat zouden kunnen doen in de uitvoering. Er is gevraagd om bomen te behouden waar nnogelijk. Daar zijn meer partijen die zich daar hard voor maken. Er is een uitgebreide bomenanalyse gedaan, daar kom ik zo nog op. Wat we niet kunnen behouden, moet sowieso gecompenseerd worden. Daar gaan we ook in overleg over met de gemeente, met de bonnenridders als die dat willen, zodat we goed kunnen kijken waar dat het beste kan. Er is gevraagd om inpassing van het klimbos. We hadden in eerste instantie het gebied nog wat groter getekend waarbij we ook deels erg dicht bij het klimbos kwamen. Daar zijn we dus al van terug gekomen dus dat zit er nu buiten. Even laten zien, dat hoeft maar kort denk ik, dit is de bomenanalyse die we hebben gedaan. We hebben eigenlijk alle bomen en bosschages in het gebied bekeken en in kaart gebracht, gekeken wat groeit er nou, hoe uniek is dat, in welke conditie zijn die bomen, zijn die eigenlijk al, staan die op omvallen of kunnen die nog vijftig jaar mee met goed onderhoud en zouden we daar dan getijdennatuur van willen maken of willen we die bomen behouden? Zo zijn we dus onder andere, dat klimbos is er dan uit gebleven, die strook hier, maar ook dit gebied. Dat zat in eerste instantie ook in ons plan maar daar hebben we toen van gezegd nou dat is eigenlijk wel echt zonde van wat er nu ligt dus dat gaan we eruit laten.
Zo is voor alle bomen gekeken wat we er mee kunnen. Alles wat hier groen omcirkeld is, gaan we dan behouden. Wat rood omcirkeld is, zullen we wel ja nnoeten verwijderen en elders compenseren. DeeIs betreft het Knotwilgen, die kunnen we misschien gewoon herplanten en andere bomen zullen we dus ergens nieuw moeten aanplanten. Het is bomen weghalen is denk ik altijd lastig. We hebben wel echt zo goed nnogelijk gekeken hoe we ze kunnen behouden en voor welke dat echt niet meer gaat. Heb ik nog heel kort iets van het Wantij omdat dat ook in Dordrecht ligt. daar doen we, nemen we alleen maar maatregelen in het water, dat is van Rijkswaterstaat. Maar goed, het ligt wel voor de oever. Dit is de N3 brug, hier is de Prins Hendrikbrug en langs deze oevers hebben we een soort vooroevers voorzien waarachter dan, dit is niet hoe het Wantij eruitziet he, dat is in de stad dus dat is wel anders. Maar even om een beeld te geven toch dat we daarachter dan een luwe zone creeren, het Wantij is hier heel breed dus er is ruimte en dan kan daarachter toch wat meer natuur ontstaan. Dat vormt net die verbinding tussen het deel meer naar het zuiden waar het Wantij echt al wel natuurlijker is en hier dat sterk verstedelijkte gebied. Het Wantij is een heel belangrijke corridor voor veel soorten die trekken vanuit zee en vanuit de rivieren de Biesbosch in dus daar willen we wat stapstenen voor maken.