2022-01-18 Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving - vastgesteld.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 18 januari 2022 Digitale vergadering
Voorzitter: mevr. Van der Ham Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakgin (GroenLinks) Dhr. Van Dam-Tinnmers Tinnmers (CDA) Mevr. De Fouw (Gewoon Dordt) Dhr. Haksteeg (gemeente Dordrecht) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Kwaak (VVD) Mevr. Nijhof (Fractie Nijhof) Mevr. Oostronn (gemeente Dordrecht) Mevr. Den Outer (jb Lorenz) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Scharnes (inspreker Stichting THHG) Mevr. Smid-Marsman (gemeente Dordrecht) Mevr. Stevens (PvdA) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Dhr. Van Verk (PvdA) Dhr. Van der Vlies (MEE-Vivenz) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder P. Heijkoop
Opening
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Nog geen reactie. We proberen het later anders nog wel een keer. Mevrouw
Ze is in beeld.
De voorzitter: 0, toch wel. Mevrouw De Fouw: Ik had mijn beeld aangezet. Ja, ik ben er, hoor. De voorzitter: Oke. Welkom weer. Mevrouw Striebeck van de VSP. Mevrouw Striebeck: Goedenavond.
1
De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Den Outer van jb Lorenz. Mevrouw Den Outer: Check, hier ben ik. De voorzitter: De heer Bosman van ChristenUnie/SGP. De heer Bosnnan: Een hele goedenavond. De voorzitter: De heer Van Verk van de PvdA. De heer Van Verk: Goedenavond. De voorzitter: De heer Schalken van Beter voor Dordt. De heer Schalken: Goedenavond. De voorzitter: De heer Van Dam Tinnmers van het CDA. De heer Van Dam Timmers: Ja, goedenavond, voorzitter en alle nnensen en insprekers. De voorzitter: De heer Tiebosch van D66. De heer Tiebosch: Goedenavond, allemaal. De voorzitter: De heer Stephan Haksteeg, nannens de genneente. De heer Haksteeq: Goedenavond, allemaal. De voorzitter: De heer Peter Heijkoop. Onze wethouder uiteraard. De heer Heijkoop: Goedenavond, voorzitter. Present. De voorzitter: Mevrouw Stevens van de PvdA. Mevrouw Stevens: Goedenavond. De voorzitter: De heer Boersma van de fractie ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Ja, goedenavond. De voorzitter: En nu konnt er een uitdaging, want nu staat er een gast tussen. Mevrouw Scharnes. Mevrouw Scharnes: Goedenavond. De voorzitter: Welkom. De heer Van der Linden, ook onze wethouder. De heer Van der Linden: Ja, goedenavond.
2
De voorzitter: Mevrouw Nijhof van de Fractie Nijhof. Mevrouw Nijhof: Goedenavond. De voorzitter: De heer Van der Vlies, namens MEE. De heer Van der Vlies: Ook goedenavond. De voorzitter: De heer Burakgin van GroenLinks. De heer Burakgin: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Oostrom. Mevrouw Oostronn: Ja, goedenavond. De voorzitter: De heer Kwaak van de fractie VVD. De heer Kwaak: Ik ben aanwezig, voorzitter, goedenavond. De voorzitter: Mevrouw Van Poppel, onze griffier. Mevrouw Van Poppel: Ik ben ook aanwezig, goedenavond allennaal. De voorzitter: Mevrouw Smid, namens de genneente. Mevrouw Smit: Goedenavond. De voorzitter: Nou, dan zijn we door de deelnemerslijst heen en hebben we elkaar allemaal even kunnen zien. Dan gaan we aan de slag met de mededelingen en er is een mededeling aangekondigd door nnevrouw Stevens, dus het woord is aan mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ja, goedenavond, het ging even ... Ik wil even ... De voorzitter: 0, ik dacht even dat de heer Van Verk het ging doen. Mevrouw Stevens: Ja, dat klopt. De voorzitter: Oke. De heer Van Verk heeft dan het woord. De heer Van Verk: Dat is een lekker vlot begin, dames en heren. De nnededeling is dat de bijeenkomst die voor morgen was belegd, morgen 19 januari op woensdagmiddag, rondom het thenna jeugdzorg, dat die helaas als gevolg van de coronamaatregelen nogmaals is afgelast.
Het voornennen is onn deze bijeenkomst te laten plaatsvinden zodra het kan, maar dat is vast en zeker pas na de verkiezingen. Dat was ie. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn verder geen mededelingen aangenneld. Is er iemand vanuit de commissie of het college die een nnededeling wil doen? Dat is niet het geval.
3
Dan gaan we naar de vaststelling van onze agenda. Mevrouw Scharnes van de Stichting THHG vraagt aandacht voor het ter bespreking agenderen van de voortgang van Veilig Thuis, agendapunt tien. Ook in relatie tot onafhankelijke clientenondersteuning. Ik stel voor dat we mevrouw voor inhoudelijke behandeling van de bespreekpunten het woord geven, dus na het agendapunt Vragen aan het college. Is dat akkoord? De heer Van Verk: Nou ja, voorzitter De voorzitter: De heer Van Verk. De heer Van Verk: Ik vind het allemaal best, maar ik constateer dat agendapunt tien is nu een behandelvoorstel en het is niet gebruikelijk dat we daar inhoudelijk over te spreken gaan. De voorzitter: 3a, in principe, wij gaan ook niet inhoudelijk in gesprek. Inspreken mag altijd, over wat voor onderwerp dan ook, dus in die zin mag mevrouw inspreken en kunnen wij daarna met haar inspraak doen wat wij willen als het gaat over agendapunt tien, lijkt me dan. Heeft iemand bezwaar tegen het vaststellen van de agenda in deze aangepaste vornn? Dan hoor ik het graag nu. Oke, dan lijkt dat in ieder geval dat te gaan worden en dan sluiten we de vergadering zoals afgesproken uiterlijk om elf uur en rond half tien, kwart voor tien, dan stel ik voor een korte pauze te houden. Even kijken, hoor. Dan gaan we verder.
Misschien is het nog wel goed om even te noennen dat het afvalplan nog niet is verstrekt door de wethouder Stann, als het gaat over het behandelvoorstel, de RIB Kronnhout Kasperspad en deze is dus van de agenda gehaald en de vraag is opnieuw naar de wethouder gestuurd. Dus dan gaan we met de agenda van slag. Tussen agendapunt drie en vier wordt toegevoegd het inspreken van mevrouw Scharnes en de nieuwe behandelvoorstellen betreffen dus een punt minder.
2. Vaststellen besluitenlijst Commissie Sociale Leefomgeving van 14 december 2021 De voorzitter: Gaan we door naar agendapunt twee, het vaststellen van de besluitenlijst Commissie Sociale De heer Van Verk: Voorzitter. De voorzitter: 3a, mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Ik wil niet lastig zijn, maar het felt dat een wethouder niet levert hoeft nog niet per definitie te betekenen dat we dan de zaak afvoeren. We kunnen ook vaststellen dat er niet geleverd is en de wethouder dringend verzoeken dat per omgaande wel te gaan leveren, zodat we de volgende keer wel kunnen bespreken en dan houden we dat agendapunt gewoon aan. Ik vind het een beetje te gemakkelijk om te zeggen van nou, jammer. De voorzitter: Nee, dat is ook gebeurd. Misschien was ik onduidelijk in van het is van de agenda gehaald, dus het staat niet tussen de nieuwe behandelvoorstellen, maar het
4
wordt aangehouden en de wethouder is herinnerd aan het felt dat wij wachten op het afvalplan. De heer Van Verk: Oke en dan stel ik voor am af te spreken dit volgende week terug laten komen en als het er dan nog niet is, dan gaan we het gewoon bespreken. De voorzitter: Ja, eens. Is een goed voorstel. De heer Van Dam. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank. Ja, daar sluit ik me wel bij aan, ik vind het heel storend dat dat nog steeds niet het geval is. We wachten hier al heel lang op en ik weet niet precies wat het is, maar ik wil het gewoon hebben. De voorzitter: Waarvan akte. De wethouder is eraan herinnerd, volgende week komen we hier dan met elkaar op terug. Oke, nu door naar het vaststellen van de besluitenlijst Comnnissie Sociale Leefomgeving van 14 december 2021. Er zijn vooraf geen wijzigingsvoorstellen ingediend, dus kan de commissie instemmen met de besluitenlijst van 14 december jongstleden? Ik neem aan dat dat het geval is, omdat het stil blijft in de chat.
3. Vragen aan het College De voorzitter: Dan gaan we naar de vragen aan het college en de ChristenUnie/SGP heeft een vraag aangekondigd aan wethouder Heijkoop over de gevolgen van de inflatie en stijging energieprijzen. Wie mag ik daarvoor het woord geven? De heer Bosnnan, waarschijnlijk. De heer Bosman: Klopt. Ja, dank u. Ja, hij hapert een beetje. Dank u. Dat klopt. Ik heb inderdaad een vraag per mail gestuurd, waarbij ik gelijk opmerk dat ik me realiseer dat het wellicht nog wat vroeg is, onndat in Den Haag het regeerakkoord wordt besproken, waar nnisschien nog lets anders uitkomt, maar het is dernnate urgent en wij maken ons dermate zorgen dat ik dacht ik ga de vraag toch stellen. We hebben natuurlijk uit het nieuws begrepen dat verhoging van het salaris, dan wel uitkering, dat is natuurlijk wellicht losgelaten, nou, compleet teniet warden gedaan door de hoge inflatie. De inflatie wordt natuurlijk grotendeels veroorzaakt oak door energieprijzen. We horen verhalen van de verdubbeling van energiecontracten en ik kan uit eigen ervaring zeggen dat dat oak echt gebeurt en we kunnen volgens mij allemaal begrijpen dat dit voor in ieder geval voor de minima, maar oak wellicht voor andere nnensen, volgens mij niet te betalen is en dreigt er een soort stille ramp voor deze nnensen.
Zoals gezegd, vanuit de rijksoverheid wordt natuurlijk gewerkt aan compensatie, maar zoals dat nu ervoor ligt, tweehonderd euro en de verlaging van de energiebelasting, is dat volgens ons onvoldoende am de extra kosten op te kunnen vangen en dan wordt er in Dordt natuurlijk hard gewerkt aan het arnnoedeprogramma, maar wij hebben het idee dat dit soort ontwikkelingen een groat deel, dan wel een deel in ieder geval, van het harde werk tenietdoen en dat is jammer. Simpel is de vraag dan oak of er vanuit het armoedebeleid of voor nnijn part op andere manieren, mogelijkheden zijn am als dat nodig is, de minima en andere mensen te maken krijgen met die energietarieven en daardoor
5
financieel gezien kopje onder dreigen te gaan, of die ondersteund kunnen worden, of het college daarmee bezig is. Dat is mijn vraag.
De voorzitter: Ik kijk even naar wethouder Heijkoop, denk ik. Kunt u antwoord geven op deze vraag? De heer Heijkoop: Ja, dat kan ik. Ja, de heer Bosman die raakt een zeer terecht en zeer urgent punt. De bestaanszekerheid van heel veel Dordtenaren staat zwaar onder druk. Dat deed het al, maar door de recente ontwikkelingen is dat nog erger geworden en we hebben het nadrukkelijk over mensen met een lager inkomen, die sonns ook gewoon aan het werk zijn, tot ouderen met een klein AOW'tje, soms aanvullend met een beperkt pensioen. Je ziet dat daar echt het gewoon niet goed gaat en de zorgen zijn heel groot, want inderdaad, de recente berichtgeving rondonn de armoede, die stemmen tot zorgen en als je kijkt dat de energieprijzen inderdaad fors stijgen, vooral nieuwe contracten enorm oplopen, maar ook inderdaad dat de inflatie als geheel toch wel een heel zorgelijke tendens laat zien, dan kunnen we eigenlijk constateren dat nagenoeg iedereen er in koopkracht op achteruit gaat en velen kunnen het opvangen, ook veel Dordtenaren, maar juist die groep met die lage inkomens die komen echt in de knel te zitten. Het klopt dat er een regeling is afgesproken dat er een extra tegemoetkoming konnt voor de lagere inkomens.
Zodra die regeling rond is in Den Haag dan gaan we dat ook ambtshalve toekennen in Dordrecht, dus dan krijgt iedereen die daar recht op heeft, die krijgt die tweehonderd euro automatisch overgemaakt. Dan hoeven mensen dus niet allerlei ingewikkeld papierwerk voor in te vullen. Dat krijgen ze gewoon. Vooruitlopend daarop kunnen inwoners die daar nu al problennen nnee hebben, met hun energierekening, kunnen zich melden bij de Sociale Dienst en die helpen we dan nu ook al, maar dan moet je dus zelf even je vinger opsteken en aan de bel trekken en straks gaan we dat gewoon automatisch overma ken. Vanmorgen hebben we in het college ook al gesproken over onderliggende oorzaken en problematiek en daar gaan we ook in gezamenlijkheid in optrekken. Dan gaat het over verduurzanning van woningen. Nou, dat raakt ook de portefeuille van collega's, dus we hebben daar wel ook over gesproken dat we daar echt een slagje dieper in willen gaan, ook in relatie tot de energietarieven, ook in relatie tot wat HVC recent gepubliceerd heeft.
Dat doen we echt nadrukkelijk in gezamenlijkheid en daar komen we snel op terug, maar wij herkennen echt deze zorgen en op dit moment, als mensen in de problemen komen en je komt ze tegen in de omgeving, breng ze alsjeblieft ook in contact met de Sociale Dienst en dan kijken we op dit moment al waar we kunnen helpen en ondersteuning kunnen bieden, want dat is nodig en we zitten, ja, het zou funest zijn als mensen er nu doorheen zakken, nu juist ook gewerkt wordt aan regelingen die straks er komen. Dus dat zou ik toch ook nog wel even willen meegeven. Maar goed. De heer Bosnnan: Dank u. Ja. De voorzitter: Bedankt voor de beantwoording inderdaad.
10.Raadsinformatiebrief over Voortgang Veilig Thuis en aanpak verbetering lokale infrastructuur - Raadsinformatiebrief
6
De voorzitter: Dan zijn er verder geen vragen aan het college aangemeld, dus gaan we door naar het agendapunt wat is tussen gevoegd en dat is de inspreekster mevrouw Scharnes over de voortgang van Veilig Thuis. Zij vraagt aandacht voor het ter bespreking agenderen van de voortgang van Veilig Thuis, agendapunt tien. Welkonn. Ik ga u zo het woord geven. U heeft vijf minuten de tijd om ons ervan te overtuigen dat het noodzakelijk is om agendapunt tien te agenderen. Dus de vloer is aan u, mevrouw Scharnes. Mevrouw Scharnes: Geachte eden van de Commissie Sociaal en wethouders, agendapunt tien van de agenda voor vanavond staat ter kennisgeving Voortgang Veilig Thuis en aanpak verbetering lokale infrastructuur. Graag wit ik de leden van de connmissie aandacht vragen op dit punt tot relatie tot de onafhankelijke clientenondersteuning Verordening jeugd en het sociaal domein die vanavond op de agenda staat. In het stuk onder agendapunt tien wordt verwezen naar de thennabijeenkonnst huiselijk geweld, die op januari 2021 plaatsvond en het progrannma Geweld hoort nergens thuis. Deze avond is georganiseerd nadat ik 21 april 2021 vanuit THHG, Transitie en Hulpverlening Huiselijk Geweld, had ingesproken.
Naar aanleiding van mijn inspreken is een politieke vraag geformuleerd: sturen wij als raad voldoende aan op de aanpak van huiselijk geweld? Deze vraag werd 12 mei 2020 in Comm issie Sociaal besproken en daarbij werd de conclusie getrokken dat er onvoldoende gestuurd wordt op de aanpak van huiselijk geweld. In de voortgangsrapportage van het programma Geweld hoort nergens thuis van het ministerie van 16 december jongstleden wordt genoemd te veel geweld achter de voordeur blijft onopgennerkt. Te veel slachtoffers staan er alleen voor. Ook wordt vernneld dat het van belang is goed te luisteren naar de ervaren drennpels van slachtoffers die om hulp vragen. Afgelopen mei kwann bestuursrechter Nathalie van Waterschoot, nadat haar jongste kind achttien jaar was geworden, in Mr. met haar verhaal naar buiten. Ze kwam zelf in een situatie van huiselijk geweld en kwann klenn te zitten in het systeem van de jeugdrechtspraak. leder slachtoffer van huiselijk geweld heeft een uniek en persoonlijk verhaal te vertellen. In de diverse interviews die zij heeft gegeven geeft zij dezelfde collectieve knelpunten weer die slachtoffers van huiselijk geweld ervaren en die ik vanuit THHG ook heb aangegeven in het voorstel Transitiehulpverlening huiselijk geweld en de input op de regiovisie Geweld hoort nergens thuis.
In het interview dat Nathalie van Waterschoot sannen met Klaas den Tek, onderzoeksjournalist bij KRO-NCRV, had op 30 mei bij Humberto Tan, wordt ingegaan op het oppervlakkige onderzoek dat door instanties in de keten gedaan wordt. De drempels die veel slachtoffers van huiselijk geweld ervaren wanneer zij hulp zoeken zijn: geen feitenonderzoek, het ontbreken aan transparantie, het ontbreken aan casusregie, geen veiligheidsplan en indien er wel een veiligheidsplan is opgesteld wordt deze door andere partners in de keten genegeerd. Hierdoor krijgen slachtoffers van huiselijk geweld met hernieuwd slachtofferschap te maken. Bij het opstellen van het toekonnstscenario, waarnaar wordt verwezen onder agendapunt tien, worden ook internationale verdragen als richtsnoer gebruikt, waarin onder nneer het recht op bescherming van kinderen en volwassenen tegen alle vornnen van lichamelijke of geestelijke geweld is geregeld. Niet alleen omdat Nederland deze bedragen heeft
7
gerectificeerd, maar ook omdat ze op het hoogste niveau het kader bieden voor rechtsbescherming van individuen en gezinnen tegen ongefundeerd ingrijpen door de overheid. leder individu heeft deze rechten en het recht om geholpen te worden. Het Verdrag van Istanboel bepaalt dat bij geweld de veiligheid van de kinderen primair naar de ouder gaan, in de regel de moeder die slachtoffer is, voorrang nnoet hebben op ouderschapsrechten vanaf negen. In de praktijk gebeurt dit niet, doordat de overheid, denk aan de Raad Voor Kinderbescherming en de rechterlijke macht, deze verplichtingen niet serieus neemt en wordt het geweld gefaciliteerd. Mogen slachtoffers van huiselijk geweld en hernieuwd slachtofferschap verwachten dat zij een beroep mogen doen op de onafhankelijke clientondersteuner, dat deze conform de beroepscode de rechten van de slachtoffers samen met de burger de knelpunten bespreekbaar maken en de drempels waartegen veel slachtoffers van huiselijk geweld en hernieuwd slachtofferschap tegenaan lopen wegnemen. Dank u wel voor uw aandacht.
De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Wij bespreken straks hoe wij deze raadsinfornnatiebrief verder willen behandelen, dus bij agendapunt tien en dan gaan wij nu door naar het volgende bespreekpunt.
Stukken ter bespreking 4. Vaststellen Verordening jeugdhulp Dordrecht — Raadsvoorstel De voorzitter: En dat is agendapunt vier, het vaststellen van de Verordening jeugdhulp. Allereerst de mededeling dat de heer Van der Linden maar tot tien uur bij onze vergadering aanwezig kan zijn. Dus dat eenieder dat weet dat hij daarna naar de Commissie Fysiek vertrekt en op 16 november hebben we tijdens de technische sessie met elkaar gesproken over de verordening jeugdhulp, waarin we hebben aangegeven toe te willen werken naar een verordening Sociaal Donnein, waarbij gestart wordt bij de vraag van de inwoner en niet bij waar de zorg of ondersteuning uit betaald zou moeten worden. Daarnaast hebben we aandacht gevraagd voor het nnaatschappelijk debat dat landelijk wordt gevoerd over het type ingrijpen door de overheid in de persoonlijke levenssfeer van inwoners. De vraag wordt gesteld hoe dit juridisch bewaakt kan worden in de uit te werken gewijzigde versie van de Verordening jeugdhulp. Ook de vraag of en hoe jeugdhulpvragers, ouders en professionals, geholpen zijn heeft u aangegeven het belangrijk te vinden. Daartoe zou een reactie op het adviesrapport van 4Vitae over de toepassing van narratievem worden gegeven. Die RIB is als nazending verstuurd, agendapunt vijftien. Tot slot heeft de Adviesraad Wnno en Jeugd een advies geformuleerd dat gisteren aan ons is verstuurd.
Ook dat document is toegevoegd aan de vergaderstukken. Tot slot, voorafgaand aan deze commissievergadering heeft de technische sessie plaatsgevonden. We hebben met elkaar afgesproken om eerst te beoordelen of we voldoende informatie hebben om de verordening ter besluitvornning voor te leggen. Daarbij heb ik net meegeschreven en dan ontbreekt op dit moment de juridische toetsing van de nieuwe verordening. Deze is innpliciet, wordt wel genoemd dat die heeft plaatsgevonden, maar niet verstrekt. De tweede is de wijze waarop het advies van 4Vitae is verwerkt in de verordening ontbreekt en een is/was-vergelijking van de oude verordening met de nieuwe verordening. Dus in principe zijn er stukken waar wij in een eerder stadium om hebben gevraagd niet volledig verstrekt. Dan kunnen wij daar
8
diverse oplossingen voor bedenken, qua bespreking. De eerste optie is de volledige bespreking van dit agendapunt uit te stellen tot de stukken beschikbaar zijn. Daarnnee hopen we dat dat dan volgende week het geval is. We kunnen beslissen vanavond vast de eerste termijn te houden. Dus dat wij met elkaar in ieder geval alvast de eerste standpunten uitwisselen en dat wij na de eerste termijn schorsen en dan volgende week in de tweede termijn ver gaan. Of we kunnen met elkaar beslissen dat wij zowel de eerste en de tweede termijn vanavond willen laten plaatsvinden. Dus ik denk dat wij eventjes van gedachten moeten wisselen over welke optie de voorkeur heeft. Heeft er iemand ideeen over? Eventjes een rondje ophalen wat men vindt. De heer Van Verk. Ik zie lippen bewegen, maar ik hoor nog geen geluid. Ja. De heer Van Verk: Op het moment dat u mu j het woord gaf springen er allerlei popupschermen in mijn beeld die de microfoon blokkeren. Dus ja, mijn excuus. Voor wat betreft uw eerste vraag, hebben wij voldoende infornnatie, zouden wij in ieder geval behoefte hebben aan het juridische advies zoals dat gegeven is door in ieder geval Robbe Advocaten en ik heb uit de technische sessie begrepen dat er alleen maar een mailwisseling is. Dat vind ik eerlijk gezegd onvoldoende, want dat is dikwijls onnavolgbaar, zo'n string van mails.
Dus ik zou willen verzoeken onn aan het bureau te vragen hun advies alsnog op papier te zetten aan de hand van de voorliggende verordening. We hebben in het verleden een motie aangenomen, die heette Gissen is missen. Dat ging dan vooral over allerlei begrotingsposten en dat soort zaken die onderzocht zouden moeten worden. Nou, dit past er misschien niet goed in, maar als wij hier de plank mis gaan slaan, bij deze verordening, dan gaan wij een hoop schade toebrengen aan mensen en onn dat te voorkomen zou ik ook een second opinion willen van een advocaat die nog niet betrokken is geweest bij dit proces. Ik heb daar eventueel wel een naann voor, een advocaat die gespecialiseerd is in het jeugddomein die ik vannniddag heb gekregen van een collega uit Zwijndrecht en dat parket zou ik in ieder geval willen hebben als toetsingskader voor deze verordening op zijn nninst, maar ik voorzie ook dat dat niet binnen een week te realiseren is. Dus dan zou ik willen voorstellen onn vandaag de eerste termijn te behandelen, zodat we een beetje weten hoe de wind waait, om vervolgens na de ontvangst van de betreffende adviezen onze mind op te maken en te zeggen van nou, we kunnen hier wel of we kunnen hier niet mee doorgaan, want ik voorzie nog wel wat problemen bij deze verordening. Tot zover. De voorzitter: Dank. De heer Kwaak. De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter.
Ik zie nog veel onduidelijkheden bij deze verordening en ik wil graag alle stukken eerst willen inzien voordat ik mijn besluit kan nennen. Dus ik zie liever eerst de stukken. Dank u. De voorzitter: Dus daarmee spreekt u uit dat u het hele agendapunt zou willen uitstellen tot de stukken beschikbaar zijn? De voorzitter: Ja, dat bedoel ik. De voorzitter: Oke. Ja. Even kijken hoor. Dan heb ik hier de heer Tiebosch.
9
De heer Tiebosch: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, mevrouw Anke-Elze is bij ons. Ik weet niet of ze ook zou willen gaan inspreken vanavond, maar daar zou ik wel behoefte aan hebben of ze dat dan De voorzitter: Zij is er als inspreekster, maar bij het volgende agendapunt over onafhankelijke clientondersteuning. De heer Tiebosch: Oke, omdat ze ook nog op de valreep een notitie naar ons toe heeft gestuurd met haar inbreng. Ik heb geen idee hoe het werkt met inspraak, maar ik begreep dat er bij haar en het platform wat ze vertegenwoordigt, dat daar toch nog wel wat zorgen zijn en misschien, als we dan toch alleen maar tot een eerste termijn zouden komen, dat zou mijn voorkeur zijn, is er misschien wel tijd om haar nog even de gelegenheid te geven wat toelichting te geven op die notitie. De voorzitter: Dus uw voorstel zou zijn om wel de eerste termijn te doen en de tweede nog niet? Ja. Even kijken, dan hebben we nog mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja. Ik sluit me eigenlijk wel aan bij alle sprekers die er zijn. Ik ben best wel teleurgesteld over wat er nu ligt, daar wil ik in ieder geval wat over uitspreken. Ik denk dat Ik ben niet bij de technische bespreking geweest zojuist. Wat ik begrijp is dat er ook een mailwisseling is geweest met betrekking tot de juridische toetsing.
Die lijkt mu j zeer onvoldoende, omdat er hier lets voorligt wat in ieder geval wat mij betreft geen enkele afgeleide is van het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind, ofwel de Jeugdwet. Er staan hier dingen die nou ja, goed, daar laten we zeggen niet in lijn liggen met hoe het eigenlijk moet gebeuren en daarom herhaal ik ook de woorden van de heer Van Verk, ik denk dat het heel gevaarlijk is als wij hier nu al besluiten over gaan nemen, want dit, deze tekst zoals die nu voorligt, is absoluut niet te repareren met amendementen, dat is mijn eigen conclusie at. Dus ik zou echt voorstander van zijn deze verordening te laten toetsen door een onafhankelijke juridische partij, zeg ik maar even. Nou, mijnheer Van Verk zegt dat hij daar namen voor heeft, ik heb ook nog wel wat namen en die wil ik ook wel doorgeven. Ik vraag me wel heel erg af wat de zin zou zijn van het doen van de eerste termijn. Want ja, ik zou me kunnen voorstellen dat we misschien met z'n alien, degenen die ernaar gekeken hebben, al lets zeggen over waar zij vragen over hebben bijvoorbeeld. Maar goed, dan zou ik daar wel Ik heb ook natuurlijk zelf wel het een en ander opgeschreven, dus, maar twee ternnijnen doen lijkt me helemaal niet aan de orde en ja, ik denk dat we echt nog wel een tijdje te gaan hebben voordat we echt lets kunnen vaststellen wat ook recht doet aan de Jeugdwet.
Dus ik ga mee met de mensen als die zeggen eerste termijn. Als daar de nneerderheid voor is, prima, maar ik kan me ook voorstellen, net zoals mijnheer Kwaak, dat dit echt veel te weinig is en ja. De voorzitter: U hangt tussen een optie een en twee in, begrijp ik hieruit. Even kijken hoor Mevrouw Nijhof: Ja en ja. Ja, ja.
10
De voorzitter: Ik moet de hele tijd scrollen omdat jullie in zulke grote getalen voorzitter hebben gezegd, dat is ook wel eens leuk. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ja, ik vind het heel lastig vanavond cm ja, als je allerlei dingen ontbreekt en dan ook met name juridische toetsing. Mag dit, klopt dit. Kijk, uiteindelijk zijn we als raad natuurlijk een lekenbestuur en moeten we het doen op basis van de adviezen die we krijgen en als er hele belangrijke adviezen ontbreken dan kan ik wel een aantal dingen zeggen die ons zijn opgevallen, maar eigenlijk wit ik dat was het doen op het moment dat het pakketje compleet is en dat die aandachtspunten ook benoemd zijn en ik zag ook inderdaad in de brief van mevrouw Rietstap onder andere dat blijkbaar zij heel laat ook nog een briefje mochten schrijven, cm het zonnaar te zeggen en die benoemt het daarin expliciet dat ze vonden dat ze niet een uitgebreide brief konden schrijven omdat ze daar de tijd niet veer hadden. Dan denk ik, doen we nu niet een haastklus waarvan we de gevolgen eigenlijk niet kunnen overzien? En ja, ik zou dat niet graag willen doen, want ik word daar heel ongemakkelijk van, tech zaken snel besluiten als we de gevolgen helemaal niet weten. Dus in die zin sluit ik me een beetje aan bij nnijnheer Kwaak, want ja, dan denk ik dan meet je tech eerst afwachten wat er nog komt.
De voorzitter: De heer Burakcin. De heer Burakcin: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan me aansluiten bij de vorige spreker, de heer Van Dam Timmers, ens lijkt het tech wel goed dat we dit pas bespreken als we volledig bediend zijn van alle stukken en in eerste instantie wilde ik nog gaan reageren inderdaad zoals de vorige sprekers over de juridische toets. Ja, het wordt nu gezien als een onafhankelijke jurist, mijnheer Robbe of Robbe Advocaten, maar ik zie zijn naam tech wel heel vaak terug in allerlei stukken van het college, dus ik zou tech echt willen pleiten em ook te kijken naar andere juristen. Ik heb geen namen, maar daar zou ik wel voor willen pleiten. De voorzitter: Oke. De heer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, dank u wel. Ik zit vooral een beetje op de lijn van de heer Van Verk. Ik denk dat het goed is als we juridisch nog wat meer informatie krijgen. In de technische sessie heb ik daar ook naar gevraagd, naar het advies van de juristen en daar werd gezegd dat in ieder geval het advies van het externe bureau, dat dat beschikbaar gesteld zou kunnen worden, dus dat zou denk ik al heel goed zijn. Het kan geen kwaad em er juridisch nog eens een keer goed naar te kijken, want naar aanleiding van de technische sessie heb ik eigenlijk tech nog wel een paar juridische vragen overgehouden.
Op zich zou ik nu ook best een eerste termijn willen doen, want het is niet alleen een juridisch verhaal, maar dit is ook gewoon een politieke discussie, een debat met elkaar. Want, kijk, juridisch kunnen we een hele hoop dingen bespreken met elkaar, maar er worden gewoon begrippen geformuleerd waarbij we gewoon als commissie en als raad met elkaar nog over in gesprek zijn en volgens mij nog geen overeenstennming hebben. Dus ja, dat zullen we ook nog doen en voor een deel is dat juridisch en veer een deel is dat ook gewoon een politieke keuze. Dus, nou ja, mijn voorkeur zou hebben nu een eerste ternnijn em gewoon een aantal punten vast mee te
11
geven, ook am de vaart er een beetje in te houden en dan gewoon een tweede termijn als we nneer informatie hebben die we nu, waar we al eerder am gevraagd hadden.
De voorzitter: Dan heb ik nog mijnheer Schalken. De heer Schalken: Ja, voorzitter, goedenavond. Ja, aansluitend op wat de andere sprekers hebben aangegeven, ik heb de technische sessie gemist, want ik zat bij de Rekenkamercommissie, was oak heel interessant trouwens, maar ja, het lijkt me goed am, misschien is het dan niet echt een eerste ronde, maar wel een ronde te maken am nog te kijken wat we kunnen inventariseren wat nog nodig is am de bespreking echt helemaal goed te kunnen doen, want anders zit je wellicht de volgende keer met een eerste termijn waarbij nog niet iedereen alle informatie heeft. Dus ja, echt inhoudelijk bespreken nu nog niet, maar wel een verkennende ronde am ervoor te zorgen dat we bij daadwerkelijke besprekingen ook echt beschikken over alle nodige stukken De voorzitter: Dus wel een vorm van een eerste termijn dan, he. Daarmee hebben Even kijken, hoor. Acht fracties zich uitgesproken, waarvan er vijf in ieder geval wel een vorm van een eerste termijn zijn. Dus dat lijkt die kant uit te gaan en nu heb ik begrepen dat oak de heer Van der Linden graag iets wit zeggen. Heeft dat betrekking op het wel of niet doen van onze eerste termijn? De heer Van der Linden: Nou, daar gaat u zelf over uiteindelijk. Ik wit even aangeven, kijk, het advies van de heer Robbe is natuurlijk de second opinion.
Ja, ik hoar een aantal mensen andere juristen noemen, die zijn er natuurlijk altijd. Daar kunt u zelf in meegeven wat u wit natuurlijk. Wij hebben natuurlijk oak contact met andere juristen, maar ik wit wel even zeggen dat de heer Robbe bekendstaat als een onafhankelijke jurist, dus dat is niet in tegenspraak met wat een aantal van u heeft gezegd, maar dat vind ik wel een beetje opvallend dat de neiging lijkt te zijn dat sommigen van u zeggen nou, die zit wel erg vaak in de stukken en zo. Maar goed, daar kunnen we natuurlijk in voorzien, in nog een toets als u dat wilt en we kunnen oak de informatie die er is uw kant op sturen. Ik zou willen ondersteunen het pleidooi dat er nneer of mindere mate is gehouden dat het wel zinvol is am nu in ieder geval de technische vragen of de technische opmerkingen, zoveel mogelijk mee te geven van we houden de vaart er een beetje in en nou ja, ik heb een jaar geprobeerd am dit gesprek plaats te laten vinden. Het zou mooi zijn am het nog te laten afronden in een besluit en natuurlijk, dat kan niet in een keer, dat snap ik oak wel. Maar goed, dat zou wel beginnen dan bij een eerste ronde waarin vooral oak misschien de technische vragen in ieder geval warden gesteld, zodat we die bij een volgende behandeling kunnen beantwoorden. Dat we de antwoorden hebben kunnen meegeven. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Verk slaat daarop aan.
De heer Van Verk: Ja, dank u, voorzitter. Daar sla ik inderdaad op aan, want de laconiekheid waarmee de wethouder zegt van ja, mijnheer Robbe is een onafhankelijke jurist en daar nnoeten we dan toch als second opinion kunnen beschouwen, die wit ik bestrijden. De heer Robbe is een gerenonnnneerd advocaat in het Sociaal Domein. We hebben hem een aantal keren kunnen ontmoeten. Met uitgesproken meningen, dat
12
klopt, maar de heer Robbe is nadrukkelijk betrokken geweest bij de totstandkoming van deze verordening en dat betekent dus dat de heer Robbe in de voorbereiding van deze verordening zijn licht heeft laten schijnen over een aantal zaken. Ik weet niet welke. In de technische sessie kwam naar voren dat de heer Robbe niet een document heeft neergelegd waarin hij een afgerond advies geeft over de voorliggende notitie, nadat er een discussie is gevoerd over de mail tussen de opstellers van de verordening en de heer Robbe. Ik heb eerlijk gezegd niet zo'n behoefte aan zo'n hele string van misschien wel ik weet niet hoeveel mails op nnijn bureau te krijgen, om die door te akkeren en te zien dat ik daar toch niet uit kom, want dat is in feite een gesprek tussen twee mensen. Ik wil in ieder geval dan van de heer Robbe en dat had ik niet meer dan verwacht, dat er gewoon een notitie lag van de heer Robbe, van dit is onze juridisch advies als bureau en niet een mailwisseling. Dat had aan hem gevraagd moeten worden en dat had hij ook gewoon moeten leveren. Dat vind ik namelijk advieswerk. Dat is een, maar ik ben wel geneigd om waarde te hechten aan zijn verhaal en dat wil ik dan wel graag gewoon in een sannenhangend geheel op papier zien.
Daarnaast wil ik een second opinion omdat de heer Robbe juist betrokken is geweest bij de voorbereiding van dit proces en daarmee al een bepaalde positie heeft ingenonnen voor, tegen, onder, op of door, het maakt me allemaal niet uit, maar hij heeft zich daar al een oordeel over kunnen vormen en ik wil een onbevooroordeeld advies krijgen van een andere advocaat in het jeugddomein die dat zonder enige kennis vooraf kan opstellen. Vandaar dat ik dat een second opinion vind. Dat als reactie op de wethouder. De voorzitter: Dan kijk ik ook nog even gelijk naar mevrouw Nijhof, dat gaat waarschijnlijk over het zelfde punt. Dus even snel aanvullend of afwijkend op wat de heer Van Verk heeft gevraagd, mevrouw Nijhof, wat was uw vraag? Mevrouw Nijhof: Ja. Nou, ik heb geen vraag, ik heb hier ook een opmerking over, even over mijnheer Robbe. Mijnheer Robbe is inkoopjurist en dat is een adviseur van de serviceorganisatie Jeugd in dit geval. Ik vind zijn advies, als hij dat al zou geven, in ieder geval niet onafhankelijk, omdat hij die binding heeft met de inkoop in dit geval en daar ook over adviseert.
Dus om te laten zeggen de schijn van belangenverstrengeling, of in ieder geval niet onafhankelijk oordeel, om daaruit te blijven, zou ik echt willen pleiten voor een, laten we zeggen, een jurist die verstand heeft van de Jeugdwet en verstand heeft van de uitvoering en dat hoeft niet een inkoopjurist te zijn, zeg ik maar even. Ik zou me ook kunnen voorstellen dat VWS, die ook deels de verordening, laten we zeggen, heeft gemaakt in het verleden en die daar ook over gaat, dat die hierin betrokken worden. Dus zij hebben in de eerste bespreking ook gezegd wij willen graag een lege verordening van VNG zien, een modelverordening. Nou, die lijkt hier helemaal niet op. Dus ik zou me ook kunnen voorstellen dat we onze hulp laten we zeggen daar vandaan halen. De voorzitter: Even specifiek op het punt ten aanzien van de juridische toetsing, door de onafhankelijke partijen, de heer Van der Linden, wilt u daarop reageren? De heer Van der Linden: Ja, natuurlijk. Kijk, ik constateer dat u allerlei beletsels ziet om nu het inhoudelijke gesprek zodanig te voeren dat dat tot een afronding leidt en een deel heeft te maken met technische vragen waarschijnlijk. Een deel heeft te nnaken met
13
opmerkingen over stukken die u er graag bij wil hebben. Uitstekend, die kunnen we natuurlijk leveren. Ik sloeg even aan op het gegeven hoe onafhankelijk is in dit geval de heer Robbe. We praten meestal niet over personen, maar goed, zijn naam staat ook in het stuk. Nou, ik voel wel de behoefte om die onafhankelijkheid te waarborgen. Het is een gerespecteerd jurist, zoals een aantal van u zei. Dat staat ook voor kwalitatief inhoudelijk, onafhankelijk oordeel, maar als u behoefte heeft aan nog een opinie, dan is dat natuurlijk een wens van de commissie waar we aan zullen voldoen. Ik hou het hier even bij, denk ik.
De voorzitter: Dank voor deze toezegging. Dan kunnen we daarmee denk ik beginnen aan de eerste termijn over onze Verordening jeugdhulp en dan begin ik gewoon bij fractiegrootte de woordvoerders op te roepen en dan is de eerste fractie Beter voor Dordt, de heer Schalken. De heer Schalken: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb natuurlijk eerst net aangegeven dat wat Beter voor Dordt betreft nu vooral wordt gekeken wat nog nodig is om alles goed inhoudelijk te kunnen bespreken, dus dat deze ronde meer de bedoeling is om ervoor te zorgen dat we over alle stukken kunnen bespreken, zodat we het goed en feitelijk inhoudelijk aan de orde kunnen laten komen. Op het laatste moment is er nog een advies ook ons nagestuurd en er ontbreken natuurlijk ook nog die juridische toets en ja, wat dat betreft wil ik erbij blijven dat er nu een basis ligt en wat mevrouw Nijhof net al aangaf is dat de verordening zoals die er nu ligt, eigenlijk niet overeenkomt of heel erg afwijkt van de modelverordening zoals die ons eerder is aangereikt en ik zou dat graag eerst nog even nader naast elkaar willen leggen om tot een oordeel te komen. Dus ik wil het hierbij laten, voorzitter De voorzitter: Oke, dan gaan we naar de fractie VVD, de heer Kwaak. De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter. De Jeugdwet vertelt ons en schrijf ons voor wat de weg is die we nnoeten volgen, hebben we altijd geleerd.
Ook de Dordtse VVD vindt dat we ons aan de wet moeten houden. Ik dacht duidelijke keuzes te zien, maar als ik nu de Adviesraad volg denk ik van he, verrek, ik zie hele andere onderwerpen voorbijkonnen die niet zo goed zijn, heb ik ook over onder andere clientenondersteuning, de pgb's, het overgangsrecht. Ik wil duidelijk meer informatie hierover hebben voordat ik hier mijn oordeel over kan geven. Tot zover. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik ga u even een vraag stellen over uw woordvoering. U geeft aan dat u meer informatie wil hebben over de punten die in de brief aan bod zijn gekomen, die we gisteren hebben ontvangen, denk ik. De heer Kwaak: Ja, dat klopt, voorzitter. De voorzitter: Is dan uw vraag eigenlijk of het college een reactie kan geven op die brief? De heer Kwaak: Ik wil graag het advies van het college over de brief hebben, graag.
14
De voorzitter: Ja, en je wil dan ... Net even concreet afgemaakt. Oke, dan gaan we door naar de fractie van het CDA, de heer Van Dam Tinnnners.
De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Voordat ik kort een aantal dingen ook ga benoennen rondom de jeugdhulp en de Jeugdwet, ik denk dat het goed is om inderdaad ook even bekijken van wat is er verder nog nodig en ik ben dan zelf persoonlijk heel erg benieuwd naar de echte reactie van de Adviesraad en ook van het of het Ouderplatfornn, omdat zij in hun brief zo expliciet aangeven dat het een haastklus nnoesten worden, omdat het snel blijkbaar laat gevraagd werden. Dan ben ik nog wel benieuwd wat voor andere dingen zij nog zouden willen benoemen daarin en ben ik ook wel benieuwd wat de reactie van ook de wethouder op die brief dan zou zijn. Dan eigenlijk tot het punt en eigenlijk ook ons punt, het gaat over de Verordening voor de jeugdhulp en uiteindelijk is dat een vertaalslag van de Jeugdwet naar de wijze waarop wij hier in Dordrecht daar invulling aan geven en de uitgangspunten van de Jeugdwet die zijn op zich wel duidelijk en uitgebreid gefornnuleerd.
Een jeugd geeft recht op hulp en de genneente nnoet dat mogelijk maken, dat is eigenlijk simpelweg waar het om gaat en dan heb ik, wat er nu voorligt, daar hebben we wel wat vraagtekens bij, maar ik wil dat toch, voor dat ik daar wat verder over zeg, nog een aantal dingen afwachten, maar er zijn een aantal zaken waarvan wij vinden dat die toch wel terug zouden moeten komen hierin en dat geldt onder andere voor de grenzen aan hulpverlening rondom de achttien jaar, dus richting volwassenheid. Die zouden wat minder hard moeten zijn, omdat nnensen daarin tegen problemen aanlopen. Ook de grenzen, dus de barrieres die opgeworpen worden in wat er nu voorligt, dus onder andere bijzonder onderwijs, ook de Wmo. Gaat het onder andere over artikel 3.3. Daar kun je als je daar als gemeente heel hard in gaat staan, dan kun je heel hard zijn en ik geloof niet in dat het heel hard zijn, dat dat de goede weg is. Daarnaast ja, vinden we ook belangrijk dat er ook een relatie is tot het gezin, dus dat het gezin als geheel meegenomen wordt, zodat er geen totale scheiding van problematiek is en een veelheid aan hulpverleners aanwezig is in een gezin, dat kan niet genoeg aandacht krijgen wat ons betreft. Ik wil het hier voor nu even bij laten. Er zijn nog wel meer dingen, maar daar komen we later op.
De voorzitter: Daarvoor dank. Dan is het woord aan de heer Tiebosch van D66. De heer Tiebosch: Ja, dank u wel, voorzitter. D66 heeft een aantal technische vragen ingesteld en nu is het politiek. Wat wij bij het raadsvoorstel constateren, dat eigenlijk alles heel erg financieel ingestoken is en het gaat ook een beetje in een soort eendenkooi zwemmen. Je wordt eigenlijk op je verantwoordelijkheid gewezen als raadslid van je kunt hier eigenlijk niet meer tegenstennmen. Dan zitten we er als D66 wel constructief in, maar het is wel een hele bijzondere tijd en die hele coronavirusperiode heeft ervoor gezorgd dat, dat is in ieder geval onze aanname en dat zouden we graag ook politiek willen nneewegen in dit verhaal en daar ook een antwoord van het college op krijgen, wat is nu eigenlijk de staat van de stad. Als het gaat over onze jongeren we lezen iedere dag in de krant, maar we horen het ook vanuit de nieuwe ministers, onze psychische gesteldheid van onze jongeren is er niet beter op geworden en is ronduit slecht en als wij nu hiermee akkoord gaan, wat betekent dat dan voor de wachtlijsten, voor problemen die we mogelijk verder veroorzaken? Wij denken dat alles
15
wat er in die verordening nu staat, het afbakenen, meer verantwoordelijkheid bij ouders leggen, dat is allemaal prima, maar we zitten nu nog steeds in een pandemie, wat heel erg veel doet met de Dordtse gemeenschap en wij willen niet zo nneteen deze raad verlaten met het idee van hadden we toch maar lets beter opgelet, dus dat is wel een punt waar we echt vanuit het college willen we hiermee akkoord gaan nu, want het gaat dan ook nog met terugwerkende kracht naar 1 januari, om eigenlijk van het college van wat verandert er hierdoor? 880.000 euro bezuiniging is al ingeboekt in de begroting, waren we zelf ook bij. Aan de andere kant ben ik ook wel als D66 wat gerustgesteld omdat er ook vragen zijn gesteld in die begroting, dat er een risicoreservering van ongeveer 4,7 miljoen, in de begroting 2,7 miljoen, is opgenomen voor jeugdhulp. Dus wij willen gewoon even van als we dit gaan doen, wat betekent dat dan voor de staat van de stad en eigenlijk komt het er dan nog meer van welke wachtlijsten op welk terrein kunnen we verwachten of welke mensen gaan proberen om toch nog gebruik te maken van redelijk en billijk van de hardheidsclausule of wat dan ook, de moet u toch een beeld van hebben? Dat is onze vraag, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van GroenLinks, de heer Burakcin. De heer Burakcin: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, voorzitter, zoals eerder gezegd zijn wij ook heel erg benieuwd naar de stukken die naar voren komen Nou, gaat helemaal mis met mijn Ja. Maar ik heb, ja, wij hebben toch wel een aantal opnnerkingen hierover, want zoals verwacht is dat, hoe heet dat, de verordening extreem op geld en controle gericht en niet op de hulp en ondersteuning, zoals dat eigenlijk moet zijn. la, de regels worden in onze optiek worden ze gewoon te strak neergezet en wij denken hier dat we hiermee een systeenn creren dat niet het belang dient van gezinnen en jeugdigen, maar gezinnen tegenwerkt en ontmoedigd om hulp te zoeken, want wij hebben vanaf het begin dat we dus bezig zijn geweest met deze verordening hebben we continu gezegd we moeten, tenminste het college, we moeten vaker nee verkopen. Nou, en met deze verordening gaan we ook nee verkopen. Voorzitter, het gaat er ons in ieder geval om dat we onze kinderen en gezinnen er beter van te maken, zodat dit op termijn bijdraagt aan nul uithuisplaatsingen die wij als doel hebben. Minder criminaliteit, arnnoede of schooluitval en dus op termijn ook goed zal uitpakken voor onze portemonnee. Wij hebben sterk de indruk dat we dit met deze verordening niet voor elkaar gaan krijgen.
Voorzitter, om maar een aantal punten te noemen, het college heeft bijna, of degene in ieder geval die deze verordening heeft gemaakt, een hele bladzijde nodig om artikel 12 over draaglast en draagkracht nader te duiden. Het lijkt erop dat dit een zeer complexe materie is, waar je als gemeente veel tekst en uitleg nodig hebt hoe je met deze hulpvraag om dient te gaan. Het kan dus niet anders dan dat dit weer gaat leiden tot meer administratieve lasten en bureaucratische rompslomp die wij juist willen terugdringen en wat ons betreft ontbreekt ook enig kader waar professionals op terug kunnen vallen niemand weet hoe die dat moet vaststellen en aan het einde weet niennand waar hij aan toe is. Voorzitter, ook een aantal argumenten bij Wet passend onderwijs, kinderen en gezinnen die worden onzes inziens met deze tekst aan hun lot overgelaten omdat er alleen maar staat dat het college aan inspanningsverplichting gaat doen, terwijI kinderen leerrecht hebben. Dus kennelijk als de inspanning niet voldoende is moeten ze maar thuis zitten. Dat gaat wat betreft ons gewoon veel te ver. Voorzitter,
16
ook bijvoorbeeld die huisartsenroute, het wantrouwen richting de specialistische verwijzers gaat ons gewoon veel te ver. Dat zijn nnensen die daarvoor opgeleid zijn en die nnoet je gewoon vertrouwen op hun expertise. Voorzitter, wij hebben daar ook nog een aantal vragen bij. Dat werd volgens mu j zojuist ook at gezegd, waarom zijn de wensen van de raad, dat is trouwens niet gezegd, waarom zijn de wensen van de raad niet meegenomen in de uitwerking van deze beleidskeus? Wij hebben bijvoorbeeld gevraagd om een onafhankelijke juridische toets. Nou, ik heb het net at benoemd, nnijnheer Robbe die wordt gewoon te vaak genoemd in alle stukken, dus wat ons betreft is dat geen onafhankelijke jurist en meer een huisjurist aan het worden en de raad heeft ook voortdurend gevraagd om een integrale verordening. Nou, waarom wordt dit niet serieus genomen? Voorzitter, waarom is bijvoorbeeld ook het Wnno Adviesraad en het Ouderplatform niet gevraagd wat ze ervan vinden? En, voorzitter, tot slot, voorzitter, in een tijd waarin jeugdzorg meer dan ooit hard nodig is vanwege problemen die zijn ontstaan door corona vinden wij deze verordening niet gepast en verantwoord om de regels heel erg aan te scherpen, zodat de gezinnen minder hulp kunnen krijgen en dreigen we hiermee de menselijke nnaat uit het oog te verliezen. Tot zover, voorzitter.
De voorzitter: Helder. De fractie van de ChristenUnie/SGP. Ik denk de heer Boersma? De heer Boersma: Ja, dat heeft u helemaal goed, dank u wel, voorzitter. Ja, er is al het nodige gezegd, voorzitter en het meest lastige met deze verordening die nu voorligt vind ik eigenlijk dat er een aantal begrippen gebruikt worden, we hebben het over gebruikelijke zorg, bovengebruikelijke zorg, eigen kracht, zo staan er nog een paar meer in en draagkracht, draaglast en ik kan uit de verordening nog niet precies opmaken hoe die begrippen, waar die vandaan komen. In de technische sessie werd gezegd die hebben we onder andere op basis van literatuur gebruikt, maar het zijn begrippen die ruimte geven voor discussie, het zijn ook begrippen die wij in onze raad ook al wel eens aan de orde hebben gehad en waar we eigenlijk in onze kaderstellende rol nog nooit heel duidelijke keuzes gemaakt hebben wat we daar nou mee willen en hoe we dan ook de jeugdzorg enigszins in willen kaderen. Nou, ik denk dan ook een beetje aan het rapport van 4Vitae wat we gehad hebben en die eigenlijk ook zegt van ja, weet je, jongens, je moet jeugdhulp niet op de inhoud afbakenen, maar uiteindelijk wat het bijdraagt, noennden ze mooi, aan de maatschappelijke opgaven, dus wat draagt het nu bij aan die jongeren en gezinnen en wat er nou echt nodig is en elke keer merk ik dat we daar nog onvoldoende zicht op hebben.
Ook nu weer, er ligt een verordening waar ik ook bij de collega-fractie best wel zorgen voor van ja, hoe gaat dit nou straks uitpakken in de praktijk. Want als afbakenen betekent dat we straks gaan beperken, onder andere pgb, konn ik zo nog even op, dan is de vraag of we niet verder van huis zijn en die zorg die is er en die zorg die wordt voor nnijn gevoel ook nog steeds niet weggenomen. Even kijken hoor, dan zit ik bij het volgende punt. Nou, waar wij al een paar keer over gehad hebben dat is die ene verordening voor het hele Sociaal Domein. Ik snap dat dat een heel lastig traject is en dat we daar zeker op korte ternnijn niet uit zullen konnen, alleen ik mis toch ook wel weer in het raadsvoorstel Oberhaupt een beweging die kant op. Het wordt even genoemd, maar ik denk van ja, weet je, we moeten met elkaar dan wel een keer zeggen van dan gaan we wel die kant op, los dat we nu dan tijdelijk misschien voorlopig even die aparte verordeningen nodig hebben, maar laten we dan wel
17
afspreken dat we kijken of we die beweging echt in gang gaan zetten. Even op een paar artikelen. Ik heb in de technische sessie er ook naar gevraagd, dat is die doorverwijzing van artsen en medisch specialisten. Er staat nu dus in de verordening dat bij de doorverwijzing de jeugdzorgaanbieder, de jeugdhulpaanbieder, nog een oordeel geeft over of de jeugdhulp nodig is. Nou, daar hebben wij net even een gesprekje over gehad of dat nou wel of niet kon. Als ik even heel snel terugzoeken in de stukken en ook in mijn geheugen waar wij het al een keer over gehad hebben als het ging om de verwijzing met name van de huisarts en dat geldt ook voor andere medisch specialisten, dan werd er altijd gezegd en dat las ik ook ergens, dat je als gemeente niet het professionele oordeel van een arts mag herbeoordelen. Ja, ik vind hoe artikel 9 nu geformuleerd is biedt volgens mij de mogelijkheid om wel een herbeoordeling te doen van een medisch persoon, of dat nou een huisarts is of een jeugdarts of het voorbeeld dat werd genoemd van een maag-, darm- en leverarts.
Dit artikel geeft gewoon ruinnte om te zeggen van ja, weet je, er komt gewoon een doorverwijzing van een arts binnen en gaan wij beoordelen als jeugdzorgaanbieder, die dus het product moet leveren waar eigenlijk om gevraagd wordt, of dit wel of niet terecht is en vervolgens werd er ook in de toelichting gezegd van ja, het verschil is als je vanuit een jeugdteam doorverwijst dat zijn jeugdprofessionals, hbo-geschoold. Ja, weet je, als een hbo-geschoolde jeugdprofessionals een indicatie geeft, dat is voor mij is dat dan minder dan een huisarts die het gezin kent, die de situatie kent, die vervolgens ook WO-geschoold is of een andere specialist die WO-geschoold is. Dus ja, mag je dan zeggen van nou, dan gaan we een herbeoordeling doen? Dus met artikel 9 hou ik erg veel moeite, die wil ik ook echt heel goed en duidelijk uitgezocht hebben, want wat er nu staat biedt volgens mij de mogelijkheid voor verwarring en ik blijf van nnening dat die zo niet klopt. Ja, en dan hebben we het over de pgb, er is een aantal artikelen over de pgb, zijn al meerdere debatten met elkaar over gevoerd. Even kort gezegd wat er nu staat in die artikelen over pgb wekt bij mij de indruk dat het straks bijna haast onmogelijk is om een pgb aan te vragen en te krijgen. Er zitten een paar dingen bij en het gaat dan bijvoorbeeld over de kwaliteitseisen die gesteld kunnen worden.
Er wordt gezegd dat die kwaliteitseisen van hetzelfde niveau moeten zijn als de eisen die gesteld worden aan de zorgorganisaties waar contracten nnee zijn. Nou, dan denk ik als je dan naar gezinnen kijkt en naar de pgb's en naar het sociale netwerk, dat we gewoon wel eerlijk moeten zijn en zeggen nou, het pgb is dan geen reele optie meer. Het tweede punt, artikel 12, daar wil ik ook nog wel wat meer duidelijkheid over hebben de komende tijd wat nou precies dan de draagkracht en de draaglast is, want zoals het nu geformuleerd staat lijkt het alsof de bewijslast bij ouders en huisgenoten ligt, terwijI je juist samen met die ouders en huisgenoten moet kijken van wat is er nou aan hulp nodig, wat kan het gezin bieden, wat is dan gewoon wat je ook mag verwachten van een gezin en wat stijgt er bovenuit. Ja, en zoals het nu geformuleerd wordt dat geeft mij niet echt het gevoel dat, laat ik het anders zeggen, dat geeft mij het gevoel dat we de discussies die er al vaak zijn over pgb, zeker met gezinnen waar al heel complexe problematiek is en langdurige problematiek, dat dat alleen maar meer wordt en eerder verhardt dan dat we daar met elkaar uit gaan komen.
Nou, ook een paar dingen waar ik dan wel weer blij mee ben, artikel 25 en 26, dat nu in ieder geval ook in de verordening staat dat de mogelijkheid is voor jeugdigen en ouders en ook voor de belangenorganisaties, zoals de Wmo Adviesraad en het Ouderplatform om daar voorstellen te doen voor het beleid van de
18
uitvoering, om daarover mee te praten. Ik denk dat dat heel goed is. Het was mooi geweest als dat misschien in dit traject ook lets uitvoeriger was gebeurd. Dus ik ben ook wel benieuwd naar de reactie van het college op het advies van de Wmo Adviesraad en het Ouderplatfornn, wat onlangs binnenkwam en als laatste even, ik heb nog een paar dingen, maar ik zal ook nog voor de snelheid nog wel wat dingen schriftelijk dan weergeven. Artikel 27 geeft aan hoe de evaluatie plaats moet vinden ten opzichte van de vorige verordening. Is natuurlijk een uitbreiding, want toen stond die er niet zo uitgebreid in. Op zich een heel mooi lijstje, alleen mis ik hierin, dit zijn allemaal weer de harde cijfers en de clienttevredenheid. Ik mis hierin de warnne informatie waar we het over gehad hebben, dat narratief evalueren, dus dat zou sowieso wat mij betreft hieraan toegevoegd nnoeten worden. En ik denk dat ik het hier even bij laat in eerste termijn. Dank u. De voorzitter: Waarvoor dank. De fractie VSP, mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u, voorzitter. De VSP wil pas bespreken als wij alle stukken hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dus maakt geen gebruik van de eerste termijn? Mevrouw Striebeck: Momenteel niet. De voorzitter: Oke, dank u. Dan gaan we naar de fractie van de PvdA. Ik neem aan dat het de heer Van Verk is. De heer Van Verk: Ja, dank u, voorzitter. Dat klopt.
Laat ik beginnen met te zeggen dat ik me eigenlijk inhoudelijk volledig kan aansluiten bij de woorden van de heer Boersma, die waren eigenlijk wel uit mijn hart gegrepen, maar daar wil ik het niet bij laten, want ik wil toch ook nog wel kort ingaan op het raadsvoorstel en toen ik het las maakte mijn hart een vreugdesprongetje, want ja, wij gaan de burgers meer duidelijkheid geven en als er lets in deze tijd ontbreekt bij dit soort zaken is het dikwijls de duidelijkheid richting de burgers. Dus ik ging vol goede moed de verordening lezen en toen zat ik te bedenken van als ik nou zo'n burger ben die eigenlijk niet ingewerkt is in dit veld en ik ga met mijn kind naar het Sociaal Wijkteann toe, omdat ik een probleem heb. Wat zou er dan gebeuren? Wat zou de klantreis zijn, zoals we dat tegenwoordig noennen? En toen dacht ik van ja, als ik dan die verordening lees, dan kan mijn kind wel eens in tien In tien niet, maar in vijf verschillende vormen van hulpverlening passen. Moet ik dat uitzoeken als ouder? Moet de jeugdprofessional dat uitzoeken? Hoe gaat dat dadelijk werken? Of zit daar de jeugdprofessional die zegt van nou, uw kind hoort vooral en schopt het probleem over een of andere schutting richting Wmo, Wet langdurige zorg of passend onderwijs, whatever.
Als dat de nnanier wordt van afbakenen dan voorzie ik dat er veel kinderen tussen de wal en het schip, maar wel vijf schepen gaan vallen, want al die wetgevingen kennen hun grijze gebieden, wakken waar kinderen in gaan verdwijnen en je gaat ze nooit meer terugzien, behalve misschien als ze grote maatschappelijke problemen gaan veroorzaken. Als dat de duidelijkheid is die wij onze burgers gaan geven, dan houden wij onszelf en onze burgers enorm voor de gek. Dit nnoeten we niet willen. Toen las ik de klantreis bij de dokter. Nou, de heer Boersma heeft daar al
19
uitgebreid aandacht aan besteed. Ik geloof ook overigens niet dat nnijn huisarts zou zeggen van joh, ik accepteer nog eens een keer dat er iemand anders over mijn oordeel gaat oordelen, want die acht zich altijd heel erg professioneel en natuurlijk, hij kan fouten maken, die worden dan dikwijls afgestraft, maar hij blijft altijd wel verantwoordelijk medisch gezien voor de verwijzing ook die hij doet. Dus ik denk dat daar wel het een en ander wringt, maar daar heeft Jan -Willem het al uitgebreid over gehad. Vervolgens zag ik ook de draagkracht en de draaglast verschijnen. Ik denk he, daar hadden wij de vorige keer iets over gezegd en daar hebben we over afgesproken dat we een geobjectiveerd of een zo geobjectiveerd mogelijk nneetinstrument zouden gaan hanteren om juist die discussie een keer te beslechten en de Nationale Zorgautoriteit schijnt zo'n instrument te hebben, dus waaronn is dat dan opeens niet opgenomen in deze verordening terwijI er zoveel literatuurstudie is gedaan? En zoveel andere verordeningen zijn bekeken? Klaarblijkelijk hebben we die massaal gemist, terwijI het toch gewoon aanwezig is in deze maatschappij.
Wel een gem iste kans, want juist deze discussie is de afgelopen jaren voortdurend een pain in the ass geweest van zowel jeugdprofessionals als ouders bij gebruikelijke zorg zoals het Meldpunt Jeugd wordt gebruikelijke zorg voor vrijwel alles toegerekend en bovengebruikelijke zorg komt niet voor. Gij zult uw kind opvoeden tot in het bittere toe en dat moeten we ook niet willen. Vervolgens zag ik de argumentatie bij de kanttekeningen. Financieel, acht ton kunnen we, bijna negen ton, kunnen we bezuinigen, kunnen we ombuigen, maar dat is natuurlijk gewoon bezuinigen. Dat is, ik heb het uitgerekend, dat is drie procent van de begroting am de kosten die Dordrecht erin start en het is een paar promille, ongeveer zeven promille, van het totale budget waar we het over hebben. Voorwaar nou niet echt een ombuiging waar ik heel erg stil van wordt en waarvan ik denk van nou, dat kan nog wel eens lekker zoden aan de dijk zetten. Zeker niet als dat ten koste kan gaan van kinderen die gewoon hulp nodig hebben en waarvan de wet overigens ook gewoon voorschrijft dat je als gemeente verplicht bent die hulp te geven. Een raar verhaal, temeer omdat als je de stukken allemaal bij elkaar legt, ook van de Dienst Gezondheid en Jeugd, je zal zien dat de gemeente Dordrecht een voordeelgemeente is als gevolg van het feit dat we stoppen met solidariteit.
Anderhalf miljoen ongeveer zouden we, dat is tussen aanhalingstekens nadrukkelijk, want ja, er kunnen omstandigheden ontstaan waardoor we het zo kwijt zijn, maar de huidige prognose is dat we ongeveer anderhalf nniljoen zouden besparen als gemeente Dordrecht. Daarnaast blijkt uit de stukken van de Dienst Gezondheid en Jeugd dat de bijdrage die we vanuit het Rijk gaan krijgen hoger is dan de kosten die we gaan maken de komende jaren. Dus, kan de wethouder mu j uitleggen waarom het voor acht ton of voor 1,9 miljoen, want dat staat in de begroting van de Dienst Gezondheid en Jeugd, moet warden omgebogen? Tweede argument is dat we niet teveel verschillen tussen de onderlinge gemeentes moeten krijgen. Dat vind ik een hele rare. Er is vurig bestreden voor het verlies van solidariteit, omdat we allemaal ons eigen beleid wilden maken. De ene gemeente die was ervan overtuigd dat het allemaal in het vrijwillige kader kon en de andere gemeente wilde dat superprofessionaliseren. Iedereen wilde zijn eigen draai geven aan de jeugdhulp en nu moeten we toch allemaal hetzelfde blijven doen. Er moeten niet teveel verschillen ontstaan, maar is het verschil tussen Hendrik-Ido-Ambacht en Dordrecht, dat moet ongeveer hetzelfde zijn en het verschil tussen Hendrik-Ido-Ambacht en Ridderkerk, wat hemelsbreed dichterbij ligt, dat mag wel bestaan. Ik vind het een drogredenering die ik