20211104 EJ DvP Ambtelijk advies over moties VSP horende bij raadsvoorstel besturenfusie OPOD SKOBA.pdf
Tekst van het document
MEMO Raadsgriffie Spuiboulevard 300 Van
Evert Jaquet (stadsjurist) en Denise van Poppel (griffie)
DORDRECHT
Aan
Gemeenteraad
T 078 770 85 50
Datum
4 november 2021
Kenmerk
-
Contactpersoon
Betreft
Ambtelijk advies over moties VSP horende bij raadsvoorstel besturenfusie
D.G.H. van Poppel
OPOD – SKOBA
T 06 – 3884 0052
Motie 1 Vertrouwen is goed, maar controle en zorgvuldig onderzoek is
Edgh.van.poppel@dordrecht.nl
Bijlage(n)
beter Motie 2 Statutenwijziging Motie 3 Oormerken middelen gemeente Dordrecht Motie 4 Jaarlijks informeren gemeenteraad
1. Aanleiding Fractie VSP heeft een viertal conceptmoties opgesteld horende bij het raadsvoorstel Besturenfusie Stichting Openbaar Primair Onderwijs Dordrecht (OPOD) en Stichting Katholiek Onderwijs Bernardus Alfrink (SKOBA) en statutenwijziging. Als motie 1 niet wordt aangenomen, wil VSP graag moties 2 tot en met 4 indienen. Op verzoek van de commissie Sociale Leefomgeving worden deze moties van ambtelijk advies voorzien, in het bijzonder gericht op de bevoegdheden van de gemeenteraad.
2. Bevoegdheden gemeenteraad openbaar onderwijs De verantwoordelijkheid van de gemeenteraad voor het openbaar onderwijs spitst zich toe op de grondwettelijke plicht om te voorzien in voldoende openbaar onderwijs voor de inwoners (art. 23 Grondwet). Op 1 augustus 2010 is de Wet goed onderwijs, goed bestuur in werking getreden. Een van de elementen uit deze wettelijke regeling is de verplichting voor elk bevoegd gezag van een school om een scheiding aan te brengen tussen de functies van bestuur en toezicht. In Dordrecht is de intern toezichthoudende rol bij de drie stichtingen overgenomen door een Raad van Toezicht. De wet heeft ook de Code Goed Bestuur Primair Onderwijs geïntroduceerd. Hierin heeft de sector benoemd wat zij verstaat onder goed bestuur en hoe dit in praktijk wordt gebracht. Daarnaast wordt de kwaliteit van het onderwijs bewaakt door de Inspectie van het Onderwijs. En wordt doelmatig en rechtmatig besteding van de middelen getoetst door een accountant 1. De wetswijziging in 2012 (artikel 159 WPO) rond het opheffen van openbare scholen is ook van invloed geweest op de rol van de gemeenteraad. De wetswijziging kwam voort uit de opvatting en wens dat de bevoegdheid om scholen te stichten en op te heffen een wezenlijk onderdeel is van het besturen van een onderwijsorganisatie en niet voorbehouden zou moeten zijn aan de gemeente (zie Memorie van toelichting).
1
Zoals bepaald in Regeling jaarverslaggeving onderwijs
Pagina 1/5
Na de fusie tussen OPOD en SKOBA en statutenwijziging is sprake van een samenwerkingsstichting op grond van artikel 17 van de Wet Primair Onderwijs. Alleen in een dergelijke stichting kunnen zowel openbare als bijzonder (in dit geval katholieke) scholen in stand worden gehouden. In beide situaties heeft de gemeenteraad van Dordrecht een grondwettelijke plicht als extern toezichthouder op het openbaar onderwijs2. De Commissie van Toezicht op het Openbaar Onderwijs (CTOO) houdt structureel namens de gemeenteraad extern toezicht op het openbaar onderwijs en heeft daarbij verschillende instrumenten tot haar beschikking3.
3. Moties Motie 1 Verzoekt het college: • Een onafhankelijk instantie in naam van de gemeenteraad een onderzoek te laten instellen naar de effecten voor het openbaar primair onderwijs van een fusie tussen OPOD en Skoba op korte en lange termijn en op alle gebied, mede in het kader van de Dordtse onderwijsvisie van 2020 en het daaruit voortvloeiend programma ‘Glansrijke toekomst Dordts leerprogramma 4-12 jaar’; • In dit onderzoek tevens mee te nemen de financiële effecten op korte en lange termijn voor de gemeente Dordrecht en voor het openbaar primair onderwijs in Dordrecht, onder meer op gebied van subsidiëring dan wel andere vormen van onderwijsfinanciering, toezicht, huisvesting, e.d., mede met het oog dat de voorgestelde nieuwe samenwerkingsstichting tevens scholen in andere gemeenten in stand zal houden; • Het verzochte onderzoek zo spoedig mogelijk te vertalen in een duidelijke Fusie Effect Rapportage met een onderscheid in de effecten voor het openbaar onderwijs in Dordrecht en voor de gemeente Dordrecht; • De genoemde Rapportage ter beoordeling voor te leggen aan de gemeenteraad die op basis daarvan een besluit over een mogelijk fusie OF andere vorm van samenwerking tussen OPOD en Skoba dan wel andere schoolbesturen kan nemen.
Advies Op basis van de WPO artikel 17 houdt de gemeenteraad taken en verantwoordelijkheden in het kader van het toezicht op het openbaar onderwijs. De reguliere financieringsstromen blijven hetzelfde: het openbaar onderwijs wordt gefinancierd door het Rijk. De samenwerkingsstichting blijft zelf primair verantwoordelijk voor de financiële positie. De middelen die voor het Dordts Leerprogramma via de Agenda Dordrecht 2030 zijn gereserveerd, zijn en blijven voor bij dat programma bijbehorende doelstellingen bestemd. Bijstellingen binnen het programma en binnen de gestelde doelen zijn mogelijk. Dit zou kunnen op basis van evaluaties (monitoring). De middelen voor huisvesting en onderwijsachterstanden/ Dordtse Onderwijsvisie worden verstrekt aan de scholen op het grondgebied van de gemeente (en o.b.v. specifieke subsidiecriteria en verordeningen), zodat de middelen ook uitsluitend ten
2 3
Uit: bijlage 10 Fusie Effect Rapportage (FER) OPOD/SKOBA oktober 2021 Uit: Werkdocument Commissie van Toezicht op het Openbaar Onderwijs (v2021.5)
Pagina 2/5
goede komen aan scholen binnen de gemeente Dordrecht4. De besturenfusie heeft geen effect op de verdeling van de die middelen. Op 22 september 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het raadsvoorstel Vaststellen actualisatie werkdocument CTOO. Hierin heeft CTOO de keuze gemaakt om een eigen standaard vragenlijst op te stellen, gericht op de continuïteit van de school, waarbij de schoolbesturen worden verzocht de antwoorden, geaccordeerd door RvT, met de jaarstukken mee te sturen. Deze vragen geven verdieping op de Continuïteitsparagraaf die wordt uitgewerkt conform jaarverslaglegging. Op die wijze houdt CTOO extern toezicht op de continuïteit van het openbaar onderwijs. CTOO voert periodiek een relatiegesprek met de stichtingen die openbaar onderwijs vormgeven in Dordrecht.
Motie 2 Verzoekt het college: • Het voorstel tot wijziging van de statuten van OPOD zodat de samenwerkingsstichting van OPOD en Skoba met een nieuwe naam ontstaat, aan te houden; • Een onafhankelijk instantie in naam van de gemeenteraad een onderzoek te laten instellen naar aanpassingen van de voorgestelde statuten met als doel de belangen van het openbaar primair onderwijs en de toezichthoudende rol van de gemeenteraad en van ouders en personeel ten aanzien van het openbaar onderwijs te versterken; • Deze aanpassingen zeker te laten gelden voor de gemeentelijke invloed op de benoeming van de Raad van Toezicht, het instellen van een identiteitsraad, een mogelijke toekomstige statutenwijziging en de verantwoording van de stichting aan de gemeente Dordrecht. • De uitkomst van het onderzoek door een onafhankelijke instantie inzake de statuten zo spoedig mogelijk voor te leggen aan de gemeenteraad. Advies De voorgestelde statutenwijzigingen vloeien voort uit voorliggende FER. Alleen in de vorm van een samenwerkingsstichting kunnen openbare en katholieke scholen samen worden ondergebracht. In de concept-statuten zijn bepalingen opgenomen over de wijze waarop de overheidsinvloed op de nieuwe stichting wordt geregeld. Dit staat nader toegelicht in de Brief Verzoek tot goedkeuring besturenfusie OPOD SKOBA en statutenwijziging.
De belangenbehartiging van ouders en personeel in de onderwijssector is vastgelegd in de Wet Medezeggenschap Scholen (Wms). De medezeggenschapsraad (MR) heeft o.a. adviesrecht op de profielen van leden van de Raad van Toezicht. Daarnaast heeft de (Gemeenschappelijke) MR een bindend voordrachtsrecht voor één van de leden van de RvT. De gemeenteraad kan besluiten om door een externe instantie te laten toetsen of de wijze waarop de invloed van de gemeente(raad) op het stichtingsbestuur, voor zover het gaat om het openbaar onderwijs, in de door notaris Van Doorne opgestelde concept statuten in overeenstemming met de wet is geregeld.
Vaststellen Verordening tot wijziging van de Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Dordrecht (tweede wijziging), d.d. 28 januari 2020 4
Pagina 3/5
Het onderzoeksbudget Gissen is missen (RIS 2422665/ RIS 2528933) kan de gemeenteraad helpen haar informatiepositie bij complexe voorstellen en projecten te versterken.
Motie 3 Verzoekt het college: Na de beoogde besturenfusie tussen OPOD en Skoba in een samenwerkingsstichting op grond van artikel 17 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) te allen tijde ervoor te zorgen dat financiën of andere middelen die de gemeente Dordrecht ter beschikking stelt ten behoeve van het openbaar primair onderwijs in Dordrecht dan wel ten behoeve van het onderwijs in Dordrecht in het algemeen, exclusief ten behoeve van het onderwijs in Dordrecht geoormerkt worden tenzij de gemeenteraad anders beslist. Advies Zoals aangegeven: de middelen die bijvoorbeeld voor het Dordts Leerprogramma via de Agenda Dordrecht 2030 zijn gereserveerd, zijn en blijven voor bij dat programma bijbehorende doelstellingen bestemd. Voor de financiering van scholen is artikel 91 WPO uitgangspunt: 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen ten behoeve van de door de gemeente in stand gehouden scholen en ten behoeve van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen zorg voor de voorzieningen in de huisvesting op het grondgebied van de gemeente overeenkomstig het bepaalde in deze afdeling. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders behandelen daarbij de door de gemeente in stand gehouden scholen en de niet door de gemeente in stand gehouden scholen op gelijke voet. 2.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder een niet door de gemeente in stand gehouden school mede begrepen een op het grondgebied van de gemeente gelegen nevenvestiging van een school waarvan de hoofdvestiging op het grondgebied van een andere gemeente is gelegen. Hieruit blijkt dat de wet uitgaat van het principe dat elke gemeente de scholen op haar grondgebied in stand houdt, ook als dit nevenvestigingen van scholen met een hoofdvestiging in een andere gemeente betreft. De kans dat middelen die Dordrecht beschikbaar stelt aan Dordtse scholen worden ingezet voor scholen in een andere gemeente, is daarmee zo goed als uitgesloten. Bovendien kan het college kan bij subsidiebeschikkingen die op grond van de Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Dordrecht worden verleend, voorwaarden stellen aan de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening c.q. aanvullende voorziening dient uit te voeren (artikel 9, lid 2 van de verordening).
Motie 4 Verzoekt het college: • De gemeenteraad jaarlijks te informeren over de stand van zaken betreffende de status van de implementatie van de bij de fusie gestelde doelen met betrekking tot het openbaar primair onderwijs in Dordrecht en dit gedurende zes jaren na de oprichtingsdatum van de samenwerkingsstichting;
Pagina 4/5
•
Genoemd verzoek tot informatie te regelen met het bestuur en de Raad van Toezicht van de samenwerkingsstichting.
Advies Het staat het schoolbestuur en de gemeenteraad (via CTOO) vrij om nadere afspraken te maken over het uitwisselen van informatie. Dit kan ook worden meegenomen in de periodieke relatiegesprekken die CTOO namens de gemeenteraad voert met de stichting.
Pagina 5/5