CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

202104 4 Reserveringsvoorstel Glansrijke toekomst Dordts leerprogramma 4-12 Agenda 2030.pdf

Commissie Bestuur en Middelen Dordrecht 2 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Reserveringen Agenda Dordrecht 2030. - Raadsvoorstel1.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AGENDA DORDT 2030 Voorstel voor reservering GLANSRIJKE TOEKOMST: DORDTS LEERPROGRAMMA 4-12 April 2021

1. Beoogd resultaat Dordrecht heeft in sociaal economisch opzicht een kwetsbare beroepsbevolking. Dat raakt de brede welvaart in de stad. Er is dus alle aanleiding om te investeren in het aanpakken van achterstanden en het verbeteren van de kansengelijkheid. De investering in het Dordts leerprogramma is precies hierop gericht door te investeren in het aanpakken van onderwijsachterstanden en de kansen van kinderen te vergroten. Het doel van het programma is verhogen van het uitstroomniveau (via de Citoscores) op 11 basisscholen in Dordrecht waar volgens het CBS de leerlingen met de grootste achterstanden zitten. Hierdoor stijgt het opleidingsniveau van deze kinderen op termijn. Dit komt in de eerste plaats ten goede aan de kinderen die profiteren van het extra onderwijs. Uiteindelijk leidt dit ook tot groei van de Dordtse economie. De verwachting is dat hogere uitstroomniveaus op termijn leiden tot hogere inkomens en bestedingsmogelijkheden van inwoners. Dit legt ook een bredere basis onder voorzieningen in Dordrecht. Verder is de verwachting dat de investering bijdraagt aan het verbeteren van een aantal indicatoren die relevant zijn voor de score van Dordrecht zoals die jaarlijks in de Atlas van Nederlandse Gemeenten wordt berekend. Op termijn zal Dordrecht dus naar verwachting een hogere plaats innemen op deze score.

Andere verwachte maatschappelijke effecten van een hogere opleiding zijn een verbetering van de gezondheid en een lagere kans op criminaliteit. Concreet worden de 11 basisscholen in Dordrecht waar leerlingen met het grootste risico op achterstanden zitten via een jaarlijkse financiële bijdrage vanuit de gemeente (samen met het Rijk voor vooralsnog de eerste 2 schooljaren) in staat gesteld extra kwaliteit en kwantiteit op lessen te leveren. De inzet is specifiek gericht op de beheersing van de Nederlandse taal. De woordenschat, spreek-, lees-, en schrijfvaardigheid en de rekenontwikkeling zal daardoor toenemen, waardoor Cito-scores zullen stijgen. Scholen maken plannen hoe ze de middelen inzetten. Hierbij is het idee dat het verbeteren van de taalvaardigheid vorm krijgt in een integraal programma waar naast extra aandacht voor taalvaardigheid in de lesmethode ook gewerkt wordt met op taalvaardigheid gerichte activiteiten op het gebied van sport en cultuur. Positieve effecten vanuit programma's elders: Doelgericht, smalle doelstellingen maken het resultaat meetbaar en dus het effect inzichtelijk, maar ook het aanbod overzichtelijk. Een programma inzetten voor een langere periode (minimaal drie jaar). Leerstof dat direct in relatie staat tot het reguliere schoolprogramma en is dus geen project op zich, maakt het resultaat groter.

Een combinatie van taalonderwijs met andere vormingsgebieden, zoals sport, cultuur, techniek, wetenschap, natuur, bevordert de taalontwikkeling, samen met de ontwikkeling van andere competenties. Onderdeel van het programma is ook een goede monitoring van de effectiviteit. Een deel van de reservering is hiervoor bestemd. In Dordrecht is er al ervaring opgedaan met monitoring via de schakelklassen. Deelnemende scholen zijn verplicht mee te doen aan de monitor en kunnen op deze manier de effectiviteit van verschillende aanpakken met elkaar vergelijken en waar nodig hun programma aanpassen. Onderzoekers vanuit onderwijsspecialist Sardes zijn betrokken bij de monitoring, zoals ze dat ook zijn bij de schakelklassen. Daarnaast zijn deze aanpakken en effecten ook interessant voor scholen die niet behoren tot de scholen met grootste risico's. We weten immers dat deze Pagina 1/3

leerlingen met achterstanden ook naar andere scholen (met een gemiddeld risico of een laag risico) gaan. Inzetten daar waar dat het hardst nodig is, is het uitgangspunt. Toch is er meer mogelijk; dit wordt niet vanuit het gevraagde reserveringsbudget bekostigd, maar uit de onderwijsachterstandsmiddelen. Voor de scholen met een gemiddeld risico is er een vereenvoudigde, goedkopere variant mogelijk, zoals nu bijvoorbeeld de schakelklassen worden georganiseerd. De uitgangspunten zijn hetzelfde (vooral inzetten om taalachterstanden in te lopen / voorkomen). Voor scholen met lage risico's wordt gewerkt aan een buurt- en wijkaanpak via al lopende (maar veelal incidenteel ingezette) programma's. Hier is niet direct extra budget voor nodig, maar wel een plan met structureel karakter dat gezamenlijk wordt georganiseerd en uitgedragen. De ervaringen uit het Dordtse leerprogramma spelen daarbij een belangrijke rol. De kennis die daaruit wordt opgedaan wordt gedeeld met alle scholen. 2. Gevraagd reserveringsbedrag Het gevraagde te reserveren bedrag is € 27,4 mln. Hierbij worden door de scholen de recent bekend geworden extra onderwijsmiddelen van de Rijksoverheid ingezet in de betreffende 11 scholen in de eerste 2 schooljaren (drie begrotingsjaren) voor een bedrag van in totaal € 2,6 mln.

Voor dit programma stelt het college voor om een reserve te vormen maar ook om vanuit de gevormde reserve een bedrag van € 0,6 mln als budget in de exploitatiebegroting 2021 toe te kennen. Dit dient als gemeentelijke cofinanciering op de recent bekend geworden rijksmiddelen voor het basisonderwijs. De 11 basisscholen kunnen met dit bedrag 10 jaar lang (van 2021 t/m 2030) het integrale programma financieren. Omdat nog niet bekend is welke keuzes door scholen gemaakt worden, is gerekend met de jaarlijkse loonkosten van ongeveer 28 medewerkers per jaar, met een jaarlijkse loonkostenstijging van 2%. Een deel van de middelen zal ook gebruikt worden om onderwijspartners (cultuur, sport, muziek) in te schakelen. 3. Cofinanciering Zoals hierboven aangegeven wordt er door de betreffende scholen een bedrag van € 2,6 mln uit de toegekende middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs ingezet op dit programma. Ook in de toekomst zullen wij waar mogelijk dit programma financieren met nieuwe middelen vanuit het Rijk. Daarnaast zullen de scholen en betrokken kinderopvang organisaties ook uiteraard) een bijdrage leveren in personele uren voor regie- stuur- en werkgroepen. Ten slotte zullen op andere scholen, waar de risico's minder groot zijn ook aanvullende programma's kunnen worden gestart (maar wel in afgeslankte vorm).

Dit wordt deels gefinancierd vanuit het budget onderwijsachterstandenbeleid. Het Dordtse leerprogramma dient als kern. 4. Maatschappelijke business case De opgestelde maatschappelijke business case komt over een zichtperiode van 30 jaar uit op een positief saldo van € 77 miljoen. Over een zichtperiode van 50 jaar komt die zelfs uit op een positief saldo van € 210 miljoen. Dit saldo wordt grotendeels verklaard door de verwachte inkomensstijging van leerlingen die later gaan werken. Pagina 2/3

Een groot deel van de opbrengsten van de business cases landen echter niet in de gemeentelijke begroting. Als gevolg van hogere inkomens zullen de inkomens voor mensen zelf stijgen, en daarmee ook de inkomstenbelasting voor het rijk en bestedingen in de lokale economie. Dat is de grootste positieve verwachte financiële impact van de investering. De gemeentelijke begroting komt wel in beeld bij op termijn verwachte lagere kosten (of een minder grote stijging van de kosten) van armoede en minimabeleid, schuldhulpverlening, bewindvoering en jeugdzorg. Omdat deze effecten relatief beperkt zijn en zich pas op langere termijn voordoen (ruim na 2030, als de basisschoolkinderen van nu een arbeidsmarktleeftijd bereiken), levert deze investering de gemeentelijke begroting op zichzelf geen extra middelen op. De berekeningen leiden tot een negatieve netto contante waarde van € 13 miljoen over een periode van 30 jaar of een negatieve netto contante waarde van € 2 miljoen over een periode van 50 jaar. 5. Participatie Deze ambitie past goed in de eerder door de raad besloten Dordtse Onderwijsvisie 2020-2030, die is opgesteld door het onderwijsveld, kinderopvangorganisaties, zorgpartners en de gemeente. De Dordtse schoolbesturen hebben zich gecommitteerd aan de Dordtse onderwijsvisie (2020-2030), waarvan het Dordtse leerprogramma een belangrijk onderdeel is.

Er is een werkgroep met Dordtse onderwijsprofessionals die voorbereidend werk hebben gedaan op het gebied van de voorwaarden, indicatoren, en monitoring van resultaten. Daarnaast is belangrijk dat ouders van de kinderen op de betreffende scholen goed worden meegenomen in de plannen. Deze taak ligt primair bij de schoolbesturen, waarin ook de medezeggenschapsraad een rol heeft, zeker waar het schooltijden betreft. Overigens is ouderbetrokkenheid ook een belangrijke ambitie vanuit de Dordtse onderwijsvisie. Een betrokken ouder draagt immers positief bij aan de ontwikkeling van het kind. De komende jaren wordt er gezamenlijk ingezet op het versterken van de ouderbetrokkenheid. Verschillende scholen hebben hier al effectieve aanpakken op ontwikkeld, waar andere scholen (en dus ouders en leerlingen) van kunnen profiteren. In onze subsidieregeling rondom de onderwijsvisie wordt de mogelijkheid opgenomen om subsidie te verstrekken voor actieve en effectieve inzet op ouderbetrokkenheid. Een uitgebreide beschrijving van de ambities is te vinden in de onderwijsvisie. Deze visie is openbaar en dus ook inzichtelijk voor iedere Dordtse inwoner.

Pagina 3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/288/documents/10018