CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210331 Brochure Toezicht en Handhaving Kinderopvang.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 13 juli 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 30: Raadsinformatiebrief over Jaarverslag 2020 betreffende toezicht en handhaving kinderopvang - Raadsinformatiebrief3.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toezicht en handhaving kinderopvang Informatie voor ondernemers

Inhoud

Inleiding3 Kwaliteitseisen4 Pedagogische kwaliteit

4

Medewerkers 

5

Personenregister Kinderopvang

6

Veiligheid en gezondheid

6

Inrichting van uw locatie

7

Rechten van ouders

7

Voorschoolse educatie

7

Het onderzoek in het kort

8

Vorm en omvang onderzoek

8

Taken en verantwoordelijkheden toezichthouder van de GGD 

8

Herstelaanbod10 Het inspectierapport

10

Het Landelijk Register Kinderopvang 

11

Maatregelen12 Handhavingsbeleid12 Taken en verantwoordelijkheden van de gemeente

12

Meer informatie

13

Inleiding

Als u kinderopvang aanbiedt, moet u dit doen volgens de kwaliteitseisen die de overheid hiervoor heeft opgesteld. Toezicht op die kwaliteitseisen waarborgt dat de kinderopvang voor alle kinderen verantwoord en veilig is. In deze folder leest u onder andere aan welke kwaliteitseisen u moet voldoen vanuit de Wet kinderopvang (hierna: Wko) en onderliggende regelgeving. Daarnaast hebben we kort uiteengezet hoe het toezicht en de handhaving in de kinderopvang is georganiseerd. In deze folder bedoelen we met kindercentrum: een voorziening waar dagopvang óf buitenschoolse opvang plaatsvindt. De Wko is in ontwikkeling. In deze folder gaan we uit van de huidige wet- en regelgeving. De wijzigingen die vanaf 1-1-2021 in werking traden zijn ook in deze folder meegenomen. De toekomstige wijzigingen worden per 1-1-2022 toegevoegd. Meer informatie over de (wijzigingen in de) wet- en regelgeving leest u op de website www.veranderingenkinderopvang.nl.

3

Kwaliteitseisen

Volgens de Wko bent u verplicht om te zorgen voor verantwoorde kinderopvang. We verwachten van u, in het kader van het bieden van verantwoorde dagopvang, dat u in elk geval zorg draagt dat: – medewerkers op een sensitieve en responsieve manier met kinderen omgegaan, respect voor de autonomie van kinderen tonen en grenzen stellen aan en structuur bieden voor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen; –  kinderen spelenderwijs uitdaging krijgen in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving; –  het team kinderen begeleidt in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden, en –  het team kinderen stimuleert om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij. In deze folder beschrijven we beknopt de belangrijkste kwaliteitseisen die gelden voor een kindercentrum.

Een actuele en volledige beschrijving van de kwaliteitseisen kunt u vinden op de site: Rijksoverheid.nl/kinderopvang. Voor gastouders en gastouderbureaus gelden andere kwaliteitseisen en verwijzen u daarvoor naar de websites van Rijksoverheid: Hoe kan ik gastouder worden? en Informatie voor houders van een (nieuw) gastouderbureau (mei, 2019), deze laatste informatie wordt momenteel herzien.

Pedagogische kwaliteit In de kwaliteitseisen staat beschreven dat u verplicht bent om een pedagogisch beleidsplan te hebben. Werken aan pedagogische kwaliteit betekent dat u zich inzet voor zowel het beleid als de praktijk. In het beleidsplan geeft u uw visie op de omgang met kinderen, beschrijft u uw pedagogische doelstellingen en geeft u aan hoe u deze wilt bereiken. Het is goed om u af te vragen: is deze omgeving goed en gezond voor kinderen en krijgen kinderen op deze locatie wat zij nodig hebben?

4

Medewerkers Voor de dagopvang is de opvang zo georganiseerd, dat de kinderen in stamgroepen, met vaste beroepskrachten in een vaste groepsruimte worden opgevangen. Bij de buitenschoolse opvang bent u verplicht kinderen in een basisgroep op te vangen. U bent verantwoordelijk voor het inzetten van voldoende beroepskrachten op de groep(en). Het aantal aanwezige kinderen en hun leeftijd bepalen hoeveel beroeps­ krachten er op de groep aanwezig moeten zijn. Op de website 1ratio.nl staat een hulpmiddel (rekentool) waarmee u de juiste beroepskracht-kindratio kunt berekenen. Alle medewerkers die op de groep werken moeten een diploma te hebben volgens de cao Kinderopvang. Een actueel overzicht van kwalificaties die voldoen om te werken in de dagopvang of buitenschoolse opvang vindt u op de site van het FCB. Aan ieder kind in de dagopvang worden, afhankelijk van de leeftijd, maximaal twee of drie vaste gezichten toegewezen. Als het kind aanwezig is, werkt die dag minimaal één vast gezicht van het kind op de groep. De inzet van vaste beroepskrachten draagt bij aan de stabiliteit van de opvangsituatie en daarmee aan de emotionele veiligheid. Tevens moet ieder kind een mentor te hebben. De mentor is een pedagogisch medewerker die werkt op de groep van het kind. De mentor is het aanspreekpunt voor de ouders om de ontwikkeling en het welbevinden van het kind te bespreken.

In de buitenschoolse opvang is de mentor ook het aanspreekpunt voor het kind. Sinds 1 januari 2019 gelden er kwaliteitseisen met betrekking tot de pedagogisch beleidsmedewerker. De pedagogisch beleidsmedewerker dient u in te zetten ten behoeve van het coachen van pedagogisch medewerkers bij de uitvoering van hun werkzaamheden. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens. Aan de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerkers zijn kwalificatie-eisen gesteld. Meer informatie hierover vindt u bij het FCB. Het aantal uren dat u de pedagogisch beleidsmedewerker op jaarbasis in moet zetten, is afhankelijk van het aantal fte’s aan pedagogisch medewerkers dat bij u in dienst is én het aantal kindercentra dat u in het Landelijk register kinderopvang geregistreerd heeft. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft een rekentool ontwikkeld waarmee u het aantal uren kunt berekenen die u in uw eigen organisatie inzet. Deze vindt u op 1ratio.nl/rpb. Meer informatie over de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker leest u in de brochure pedagogisch beleidsmedewerker.

5

Personenregister Kinderopvang Iedereen die in de kinderopvang werkt of structureel op een voorziening aanwezig is, is verplicht om in het bezit te zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Met deze VOG moeten zij ingeschreven zijn in het Personenregister Kinderopvang (PRK). Vervolgens hoort u ervoor te zorgen dat zij aan uw kindercentrum gekoppeld zijn in het PRK. Iedereen die is ingeschreven in het register, wordt continu gescreend. Continue screening betekent dat er dagelijks wordt gekeken of mensen die werken in de kinderopvang nieuwe strafrechtelijke gegevens in het Justitieel Documentatie Systeem op hun naam hebben staan. Als blijkt dat een persoon werkzaam in de kinderopvang een bedreiging vormt voor een veilige omgeving voor kinderen, gaat er via de GGD een signaal uit naar de houder van het kindercentrum. Voor meer informatie over het PRK en de continue screening verwijzen we u naar de factsheet Denklijn PRK, opgesteld door SZW en GGD GHOR Nederland

Veiligheid en gezondheid U hoort te zorgen voor veilige en gezonde kinderopvang. Dit doet u onder andere door het opstellen van een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid waarin u onder meer de belangrijkste risico’s in kaart brengt. U moet ook beschrijven welke maatregelen u daartegen treft. Daarbij hoort u ervoor te zorgen dat uw medewerkers betrokken zijn bij het vormgeven van het beleid en ook handelen conform het beleid. U bent verantwoordelijk voor het beschrijven hoe u het vierogenprincipe toepast in de dagopvang en hoe u het risico op grensoverschrijdend gedrag zoveel als mogelijk beperkt. U heeft een belangrijke taak in het vroegtijdig signaleren van problemen en misstanden, waaronder het signaleren van kindermishandeling. U stelt voor het personeel een meldcode vast, waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan. Meer informatie hierover vindt u op: Rijksoverheid.nl/huiselijk-geweld/meldcode. Heeft u als houder of iemand van het personeel vermoedens van seksueel misbruik of mishandeling door medewerkers of houder zelf? Dan moet iedereen weten wat te doen en wanneer de vertrouwensinspecteur moet worden ingeschakeld. Tenslotte bent u verplicht ervoor zorg te dragen dat tijdens de openingstijden van het kindercentrum altijd een volwassene met een kinder-EHBO-certificaat aanwezig is.

Meer informatie over maatregelen ten behoeve van veiligheid binnen de kinder­ opvang kunt u vinden op Rijksoverheid.nl/kinderopvang/veiligheid.

6

Inrichting van uw locatie In de kwaliteitseisen staat beschreven dat u passend ingerichte ruimtes moet hebben waar kinderen de mogelijkheid krijgen om te spelen, te rusten en zich te ontwikkelen. Deze ruimtes stemt u af op de leeftijd en het aantal op te vangen kinderen.

Rechten van ouders U hebt de plicht om adviesrecht voor ouders te regelen. Als u een kleine locatie (tot 50 plaatsingen) heeft en het instellen van een oudercommissie niet mogelijk is, dan kunt u de ouders op een andere manier betrekken bij uw beleid. De oudercommissie of de ouders hebben adviesrecht op verschillende onderwerpen. Voor klachten van ouders stelt u een klachtenregeling op. U bent ook verplicht om uw organisatie te registeren bij De Geschillencommissie Kinderopvang. Als er in een jaar klachten zijn geweest, stelt u een jaarverslag omtrent de klachten op en stuurt dit voor 1 juni op aan de toezichthouder. U stelt tegelijkertijd alle ouders hiervan op de hoogte.

Voorschoolse educatie Als uw locatie van de gemeente subsidie ontvangt voor voorschoolse educatie (VE), dan registreert de gemeente dit in het Landelijk Register Kinderopvang. De GGD onderzoekt of uw locatie voldoet aan de Basisvoorwaarden kwaliteit VE. De beroeps­ krachten die de VE geven, dienen naast een voor kinderopvang geschikt diploma te beschikken over een certificaat voor het geven van VE. Ook moeten de beroepskrachten beschikken over ten minste taalniveau 3F op de onderdelen Mondelinge taalvaardigheid en Lezen. Uw pedagogisch beleid beschrijft de wijze waarop VE wordt aangeboden en het opleidingsplan legt uit hoe u de kennis en vaardigheden van uw beroepskrachten met betrekking tot de VE onderhoudt en verder ontwikkelt. Zowel het pedagogisch beleid als het opleidingsplan moeten bekend zijn bij de beroepskrachten, worden uitgevoerd en jaarlijks worden geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Sinds 1 augustus 2020 is het aanbod VE voor kinderen tussen de tweeëneenhalf jaar en vier jaar minimaal 960 uur in anderhalf jaar, oftewel gemiddeld 16 uur per week. Per dag is het aanbod VE maximaal zes uur.

7

Taken en verantwoordelijkheden toezichthouder van de GGD

U krijgt op verschillende momenten met een toezichthouder van de GGD te maken. Bijvoorbeeld bij het jaarlijkse toezicht of als u een nieuw kindercentrum start. We leggen uit wat u kunt verwachten bij een onderzoek.

Het onderzoek in het kort Een bezoek van de toezichthouder vindt doorgaans onaangekondigd plaats. De toezichthouder vormt een oordeel aan de hand van onder andere: – observaties; – de inrichting en het gebruik van alle ruimtes waar kinderen gebruik van maken; – gesprekken met medewerkers; – een gesprek met u; –  documentenonderzoek (de toezichthouder kan u vragen documenten op te sturen of klaar te leggen); –  schriftelijk of persoonlijk contact met de oudercommissie. De toezichthouder beoordeelt of uw kindercentrum wel of niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Vervolgens adviseert de toezichthouder de gemeente op basis van de bevindingen.

Vorm en omvang onderzoek De toezichthouder komt elk jaar langs voor een inspectie. Soms is het nodig om vaker in een jaar langs te komen. De vorm en omvang van de inspectie verschilt per type voorziening en situatie. Toezichthouders inspecteren minder intensief bij locaties waar geen zorgen over bestaan en intensiever bij locaties waar wél zorgen over zijn. Kortom: minder waar mogelijk, meer waar nodig. Uitgebreidere informatie over toezicht in de Kindervang leest u op de themapagina van GGD GHOR Nederland. Het Ondersteuningsportaal vindt u op deze thema­ pagina, hierin zijn veelgestelde vragen rondom het toezicht opgenomen.

8

Onderzoek vóór registratie Als u een nieuw kindercentrum wilt starten, dan vraagt u bij uw gemeente toestemming tot exploitatie aan. Dit noemen we een aanvraag tot exploitatie. Dit doet u met een formulier dat het ministerie SZW beschikbaar stelt op Rijksoverheid.nl/ aanvraag exploitatie kindcentrum. De gemeente schakelt vervolgens de GGD in voor een onderzoek vóór registratie. De GGD en de gemeente zijn ‘Streng aan de Poort’. Dit betekent: de gemeente is streng bij het nemen van een besluit over een aanvraag en verzoekt de toezichthouder kinderopvang van de GGD om het k indercentrum intensief te onderzoeken. Voor u betekent ‘Streng aan de Poort’ dat u verantwoorde kinderopvang moet kunnen bieden vanaf het moment dat uw kindercentrum is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Met andere woorden: uw kindercentrum moet vanaf registratie volledig voldoen aan alle kwaliteitseisen. Wanneer uit het onderzoek voor registratie blijkt dat u voldoet aan de kwaliteitseisen en er ook geen andere redenen zijn de exploitatie niet toe te staan, ontvangt u van de gemeente toestemming tot exploitatie. Pas nadat u deze toestemming tot exploitatie hebt verkregen mag u starten met de exploitatie van uw kindercentrum. Dit hoort u via een brief van de gemeente.

Voor meer informatie over ‘Streng aan de Poort’ verwijzen we u graag naar de factsheet Streng aan de Poort bij het starten van een kindercentrum. Onderzoek na registratie Zodra u bent begonnen met het opvangen van kinderen onderzoekt de toezichthouder of u inderdaad voldoet aan alle kwaliteitseisen in de praktijk. Daarom volgt binnen drie maanden na registratie nog een onderzoek, het zogenaamd onderzoek ná registratie. Uw kindercentrum moet aan alle kwaliteitseisen voldoen. Er is hierop één uitzondering mogelijk: U dient binnen zes maanden, nadat de gemeente uw kindercentrum in het LRK heeft geregistreerd, een oudercommissie (OC) in te stellen of gezorgd te hebben voor een alternatieve vorm van ouderinspraak. Het instellen van een OC betekent ook dat u een reglement OC vastgesteld heeft. Nader onderzoek Indien de toezichthouder tijdens een inspectie tekortkomingen heeft vastgesteld, kan een nader onderzoek volgen. De toezichthouder richt zich dan op de onderdelen waaraan u bij uw kindercentrum tijdens het vorig onderzoek niet voldeed. De toezichthouder onderzoekt of u de tekortkoming heeft hersteld en hersteld houdt.

9

Incidenteel onderzoek Een incidenteel onderzoek vindt plaats na een wijziging, bijvoorbeeld een verzoek tot uitbreiding van kindplaatsen. Maar kan ook plaatsvinden op basis van een met de gemeente afgesproken thema of na een signaal vanuit Continue screening, of een signaal of klacht van bijvoorbeeld ouders, gemeente of buurtbewoners. In overleg met de gemeente kan de GGD besluiten een incidenteel onderzoek uit te voeren om vast te stellen of u de kwaliteitseisen nog voldoende naleeft.

Herstelaanbod Indien tekortkomingen zijn geconstateerd heeft de toezichthouder de mogelijkheid u een herstelaanbod te bieden. Deze mogelijkheid is gebaseerd op afspraken tussen de GGD en de gemeente waarbinnen u exploiteert. U heeft geen recht op het herstelaanbod, maar het is een mogelijkheid die de toezichthouder inzet voor een snel herstel van de tekortkoming(en). De afweging hiervan ligt bij de toezichthouder. De toezichthouder bespreekt met u de verbetermaatregelen en legt de nodige afspraken vast. Na verloop van de afgesproken periode geeft de toezichthouder opnieuw een oordeel over de overtreding(en). De toezichthouder beschrijft in het inspectierapport dat herstelaanbod is aangeboden en wat hiervan de uitkomst was.

Het inspectierapport De toezichthouder beschrijft de bevindingen in een inspectierapport. Het rapport geeft de situatie weer van het moment van de inspectie. In het rapport geeft de toezichthouder een advies aan de gemeente. Zijn er overtredingen geconstateerd, dan kan de gemeente handhavingsmaatregelen inzetten. Conceptrapport en zienswijze U ontvangt het conceptrapport binnen zes weken na afronding van het inspectieonderzoek. De toezichthouder zal dit met u bespreken en u kunt binnen twee weken een schriftelijke reactie op de inhoud van het rapport geven. Dit noemen we de zienswijze. Wanneer u een zienswijze indient, voegt de toezichthouder die als bijlage aan het rapport toe. Voor één type onderzoek geldt hiervoor een uitzondering; bij het nader onderzoek krijgt u geen gelegenheid te reageren op een conceptrapport, u ontvangt direct een definitief rapport.

10

Vaststellen en openbaar maken van het rapport Nadat de termijn voorbij is dat u de zienswijze heeft kunnen indienen, stelt de toezichthouder het rapport definitief vast. Daarna stuurt de toezichthouder het definitieve inspectierapport aan u en aan de gemeente en maakt het rapport openbaar. De openbare inspectierapporten zijn in te zien via de website landelijkregisterkinderopvang.nl. De Wet kinderopvang zegt dat u het rapport moet bespreken met de ouder­ commissie en ook openbaar moet plaatsen op – bijvoorbeeld – uw website. Handhaving door de toezichthouder van de GGD De toezichthouder van de GGD kan in uitzonderlijke gevallen door middel van een schriftelijk bevel onmiddellijke maatregelen opleggen. Dit kan wanneer de toezicht­ houder vindt dat de kwaliteit van de opvang bij een kindercentrum zó tekortschiet dat onmiddellijke maatregelen nodig zijn. In het uiterste geval kan hij de opvang direct stilleggen.

Het Landelijk Register Kinderopvang Alle kindercentra, gastouders en gastouderbureaus staan geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Het LRK is openbaar en in te zien via Landelijk­ registerkinderopvang.nl. Alleen als uw kindercentrum is opgenomen in het LRK, hebben ouders recht op kinderopvangtoeslag. Als uw kinderopvangvoorziening in het LRK staat, dan bent u verplicht om eventuele wijzigingen in die gegevens zo snel mogelijk door te geven aan de gemeente. Hiervoor gebruikt u een wijzigingsformulier dat u kunt vinden op Rijksoverheid.nl/kinderopvang.

11

Taken en verantwoordelijkheden van de gemeente

Gemeenten zijn eindverantwoordelijk voor het toezicht en handhaving op de geregistreerde locaties en voor een juist, actueel en volledig register (LRK). Vanuit deze verantwoordelijkheid geeft zij de GGD opdracht tot het houden van toezicht. De toezichthouder van de GGD controleert in een onderzoek of u zich houdt aan de Wko en de daaraan verbonden kwaliteitseisen.

Maatregelen De gemeente besluit op basis van het inspectierapport van de GGD of handhavingsmaatregelen nodig zijn. De gemeente treedt op indien u de kwaliteitseisen niet heeft nageleefd. De gemeente kan verschillende sancties opleggen: –  aanwijzing; –  last onder bestuursdwang; –  last onder dwangsom; –  exploitatieverbod; –  intrekken toestemming tot exploitatie; –  bestuurlijke boete.

Handhavingsbeleid In het handhavingsbeleid legt de gemeente vast hoe ze omgaat met overtredingen van de Wko en aanverwante regelgeving en wanneer welke maatregelen genomen kunnen worden. Bij uw gemeente kunt u navragen hoe het gemeentelijke handhavingsbeleid eruitziet. Veel gemeenten publiceren dit beleid op hun website. Indien u een handhavingsmaatregel opgelegd krijgt, kunt u hiertegen bezwaar maken. De wijze waarop dit moet gebeuren, staat beschreven in het besluit dat u ontvangt.

12

Meer informatie

Kijk voor een compleet overzicht van de verplichtingen met betrekking tot Wko en de kwaliteitseisen op Rijksoverheid.nl/kinderopvang, wetten.overheid.nl en Ondernemersplein.nl. Meer informatie over de wijzigingen in de Wko op kunt u vinden op de site www.veranderingenkinderopvang.nl. Voor vragen over toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang kunt u contact opnemen met de verantwoordelijke GGD en voor handhaving met uw gemeente. –  Belangenvereniging voor ouders in de Kinderopvang: www.boink.info –  Brancheorganisatie Kinderopvang: www.kinderopvang.nl –  Branchevereniging maatschappelijke kinderopvang: www.maatschappelijkekinderopvang.nl –  Brancheorganisatie voor Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening / Sociaal Werk Nederland: www.sociaalwerknederland.nl –  FCB: het arbeidsmarktfonds van de branches jeugdzorg, kinderopvang en sociaal werk.

www.fcb.nl –  Hygiëne-richtlijn: www.rivm.nl/hygienerichtlijnen/kdv-psz-bso of download de KIDDI app –  Landelijk register kinderopvang: www.landelijkregisterkinderopvang.nl –  Themapagina Toezicht Kwaliteit Kinderopvang GGD GHOR Nederland: GGD GHOR Kennisnet en www.ggdghor.nl/thema/toezicht-kinderopvang –  Veiligheid-richtlijn: www.veiligheid.nl –  Voedingscentrum: www.voedingscentrum.nl –  Voor werkende ouders: www.voorwerkendeouders.nl –  Werken in de kinderopvang met een buitenlands diploma? www.duo.nl/buitenlands-diploma-in-Nederland en www.idw.nl

13

Uitgave van GGD GHOR Nederland en VNG, maart 2021. Aan deze brochure kunnen geen rechten worden ontleend, kijk voor actuele wet- en regelgeving op www.rijksoverheid.nl

Disclaimer Deze folder is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving (Wko juli 2020) en streeft geen volledigheid na. Ondernemers zijn zelf verantwoordelijk om kennis te nemen van de wet- en regelgeving en wijzigingen tijdig door te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/302/documents/11288