CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210111 Beantwoording technische vragen PVDA - Noodkrediet Wantijbad.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 13 januari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 11: Beantwoorden artikel 39-vragen (Inlichtingen) PvdA + GroenLinks Wantijbad - Antwoordbrief artikel 40/41634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen PVDA – Noodkrediet Wantijbad 1.

In de stukken staat dat er geen BTW geld meer kan worden teruggevorderd waardoor bij het Wantijbad geen investeringen konden worden gedaan en er een noodkrediet nodig was. Bij mijn weten kan er alleen geld worden teruggevorderd bij de BTW wanneer een organisatie BTW plichtig is. Dat betekent dat je BTW heft over de inkomsten en daar tegenover de BTW op je uitgaven kan aftrekken. Deze relatie is onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Klopt het dat deze sportorganisaties BTW plichtig waren waardoor zij geld van de belastingdienst terugkregen? Antwoord: Met ingang van 2019 is de btw-heffing ten aanzien van sportaccommodaties drastisch gewijzigd voor gemeenten en voor stichtingen (dus niet sportverenigingen) die een sportaccommodatie exploiteren. Tot en met 2019 werden de exploitanten in de btw-heffing betrokken. De btw op alle kosten en investeringen was aftrekbaar op de btw-aangifte. Daar stond inderdaad tegenover dat over de inkomsten btw moet worden afgedragen.

Wanneer dit inderdaad het geval is (geweest), dan zouden zij ook BTW hebben moeten afdragen. In de meeste gevallen betaal je meer BTW dan dat je kan aftrekken; dit lijkt bij hen niet het geval. Klopt het dat zij meer geld terugkregen dan dat zij moesten afdragen? 3. Wanneer er inderdaad structureel meer BTW geld terugkomt bij een organisatie dan men moet afdragen, dan wordt de vraag relevant hoe financieel gezond een dergelijke organisatie is. Hoe zit dit met de organisaties die nu een beroep doen op de BOSA regeling? 2.

Antwoord: Over de inkomsten van sportaccommodaties was het verlaagde btw-tarief van toepassing, deze bedroeg 9% over de omzet, dit terwijl de meeste kosten en investeringen belast zijn met 21% btw. Om het verschil tussen deze twee tarieven niet ten laste te brengen van de sportexploitant kon dit verschil via een btw teruggaaf worden opgevangen. Deze teruggaaf zegt dus niets over de financiële gezondheid van een sportinstelling, maar ontstaat door de toepassing van verschillende btw-tarieven. Het klopt dus dat Stichting Wantijbad voorheen geld ontving bij hun btw aangifte. Dit ontvangen bedrag bedroeg echter een deel van de btw over hun kosten en investeringen (21%) die zij al hadden betaald. 4.

In sluiten niet uit dat het verhaal anders in elkaar steekt maar kan dit dan een keer helder worden neergezet. Kernvraag is daarbij wat de relatie is tussen BTW en BOSA Antwoord: Met ingang van 2019 is de fiscale wetgeving dus gewijzigd. De btw-vrijstelling voor sporten is flink verruimd. Als er geen winst wordt beoogd/behaald dan zijn alle diensten die samenhangen met sport vrijgesteld van btw-heffing. Met ingang van 2019 dragen gemeentes en sportstichtingen geen btw meer af, maar hebben zij ook geen aftrek meer. Dit leverde grote financiële nadelen op want ze ontvingen geen btw-teruggaaf meer uit de btwaangifte. Vanuit het Rijk werd daar een oplossing voor bedacht. Het Rijk gebruikte de hogere btwbelastingopbrengsten voor compenserende subsidieregelingen voor gemeentes (SPUK) en andere sportorganisaties die geen btw meer terugontvingen (BOSA). Op basis van hun kosten en investeringen ontvangen zij nu een bijdrage voor de btw die ze niet meer op de btwaangifte kunnen terugkrijgen.

Tussen de belastingdienst en Stichting Wantijbad is er discussie geweest of zij daadwerkelijk een sportvoorziening zijn. Hun exploitatie van het zwembad richt zich hoofdzakelijk op een recreatief aanbod van zwemmen. De belastingdienst houdt in deze discussie echter voet bij stuk en bestempelt het zwembad als een sportvoorziening, zij verwijzen de stichting door naar de BOSA regeling. In de communicatie van deze discussie is de belastingdienst meerdere malen over hun maximale reactietermijn heengegaan waardoor dit proces erg lang heeft geduurd. Hierdoor konden de BOSA aanvragen voor 2019 en 2020, en daarmee de uitbetaling van de BOSA subsidie, pas later plaatsvinden dan bij een gebruikelijke aanvraag. Deze vertraging heeft er aan bijgedragen dat het liquiditeitsvraagstuk nog nadrukkelijker werd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/222/documents/6688