CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021 Aanvraag Wbmgp Dordrecht.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 9 november 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 24: Evaluatie en nieuwe aanvraag toepassing Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) - Raadsvoorstel9.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2021

Aanvraag Gebiedsaanwijzing in het kader van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 1.1 Doel ............................................................................................................................................... 4 1.2 Beschrijving gebieden.................................................................................................................... 4 1.3 Demografische informatie en ontwikkelingen .............................................................................. 5 1.4 Toepassing van artikel 10 van de Wbmgp ..................................................................................... 6 1.5 Noodzaak, subsidiariteit en proportionaliteit ............................................................................... 7 1.6 Afstemming ................................................................................................................................... 7 2. Noodzakelijkheid en geschiktheid ....................................................................................................... 8 2.1 Monitorinstrumenten....................................................................................................................

8 2.2 De Lijnbaan .................................................................................................................................... 9 2.2.1 Noodzakelijkheid, actuele leefbaarheidssituatie en ontwikkeling ......................................... 9 2.2.2 Geschiktheid toepassing artikel 10....................................................................................... 10 2.2.3 Conclusie Lijnbaan ................................................................................................................ 10 2.3 De Vogelbuurt ............................................................................................................................. 11 2.3.1 Noodzakelijkheid, actuele leefbaarheidssituatie en ontwikkeling ....................................... 11 2.3.2 Geschiktheid toepassing artikel 10....................................................................................... 12 2.3.3 Conclusie Vogelbuurt ........................................................................................................... 12 2.4 Jongerencomplex Eisingahof ....................................................................................................... 13 2.4.1 Noodzakelijkheid ..................................................................................................................

13 2.4.2 Geschiktheid toepassing artikel 10...................................................................................... 14 2.4.3 Conclusie wooncomplex Eisingahof ..................................................................................... 14 2.5 Witte de Withstraat / M.H. Trompweg ....................................................................................... 15 2.5.1 Noodzakelijkheid, actuele leefbaarheidssituatie en ontwikkeling ....................................... 15 2.5.2 Geschiktheid toepassing artikel 10....................................................................................... 16 2.5.3 Conclusie Witte de Withstraat / M.H. Trompweg ................................................................ 17 2.6 Onderzoek op basis van politiegegevens .................................................................................... 17 2.7 Samenvatting............................................................................................................................... 18 3. Subsidiariteit...................................................................................................................................... 19 3.1 Lijnbaan en Vogelbuurt ...............................................................................................................

19 3.1.1 Aanpak .................................................................................................................................. 19 3.1.2 Acties .................................................................................................................................... 20 3.2 Wooncomplex Eisingahof ............................................................................................................ 21 3.3 Gebied Witte de Withstraat / M.H. Trompweg........................................................................... 21 1

3.4 Resultaten.................................................................................................................................... 21 3.4 Conclusie ..................................................................................................................................... 22 4. Proportionaliteit ................................................................................................................................ 23 4.1 Aantal woningen in het gebied ................................................................................................... 23 4.2 Gemiddelde mutatiegraad .......................................................................................................... 23 4.3 Aan te wijzen woningen in relatie tot totaal aantal woningen ................................................... 23 4.4 Woningmarktregio ...................................................................................................................... 25 4.5 Voldoende passende huisvesting en slagingskansen woningzoekende ..................................... 25 4.6 Conclusie ..................................................................................................................................... 25 5. Monitoring en evaluatie ....................................................................................................................

26 5.1 Te verwachten effect................................................................................................................... 26 5.2 Monitoring, evaluatie en beëindiging ......................................................................................... 26 5.3 Monitoring aantal en locatie geweigerden ................................................................................. 26 Bijlage 1 Overzichtskaart Wbmgp gebieden Dordrecht ........................................................................ 27

2

1. Inleiding De gemeenteraad van Dordrecht stuurt u bij deze een aanvraag om op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (hierna: Wbmgp) selectieve woontoewijzing toe te passen op de woningen van de woningcorporaties Trivire en Woonbron in de volgende gebieden in Dordrecht: - Buurt Lijnbaan (Noordflank) - Buurt Vogelbuurt (Reeland) - Wooncomplex Eisingahof (Sterrenburg) - Gebied Witte de Withstraat / M.H. Trompweg (Wielwijk) In bijlage 1 is een overzichtskaart opgenomen. De aanvraag betreft een verlenging voor het wooncomplex Eisingahof en de buurten Lijnbaan en Vogelbuurt. Voor het wooncomplex Aardappelmarkt, die in de vorige aanvraag was opgenomen, geldt dat we van mening zijn dat de maatregelen daar afgeschaald kunnen worden. Derhalve is dit complex niet meer in deze aanvraag opgenomen. Voor het gebied Witte de Withstraat / M.H. Trompweg is het de eerste keer dat de selectieve woontoewijzing wordt aangevraagd. Dit betreft specifiek Witte de Withstraat 2 t/m 288 even (exclusief: 72 b,c,d,e,f,h,j,k) en M.H. Trompweg 237 t/m 349 oneven. Als in de aanvraag wordt gesproken over de Witte de Withstraat / M.H. Trompweg, dan worden deze adressen bedoeld.

De beschermd wonen voorziening (Syndion) en het woonwagenkamp in dit gebied zijn uitgesloten van de selectieve woningtoewijzing middels artikel 10 Wbmgp, aangezien de woningtoewijzing hiervan op een andere wijze plaats vindt. In de buurten Lijnbaan en Vogelstraat gaat het meer specifiek om de volgende straten:  Lijnbaan: Lijnbaan, Lijnbaandwarsstraat, Noorderstraat, Houthavenplein, Lange Wantijkade, Korte Wantijkade, Biesboschstraat, Viermolenspoort, Molen de Goliath, Molen de Goudvink, Noordergang.  Vogelbuurt: Noordendijk, Vogelplein, Sperwerstraat, Havikstraat, Kievitstraat, Aalscholverstraat, Buizerdstraat, Wouwstraat, Valkstraat, Adelaarstraat, Snipstraat, Pluvierstraat, Billitonstraat, Kokmeeuwstraat, Roerdompstraat, Ceramstraat, Fuutstraat, Waterhoenstraat, Meerkoetstraat. Als in de aanvraag wordt gesproken over de Lijnbaan of de Vogelbuurt, dan worden deze straten bedoeld. De gebiedsaanwijzing wordt gedaan voor het toepassen van artikel 10 van de Wbmgp, de selectie ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag. Wij vragen de gebiedsaanwijzing aan voor een periode van vier jaar, omdat voor het verbeteren van de leefsituatie in de buurten en de wooncomplexen langdurig inzet moet worden gepleegd.

De gemeente Dordrecht heeft samen met andere partners de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om de leefbaarheid en veiligheid in de buurten en de complexen te verbeteren. We willen de maatregel van selectieve woningtoepassing op basis van de Wbmgp, artikel 10, als onderdeel van een bredere aanpak, (langer) inzetten om de problematiek in de buurten verder te kunnen aanpakken.

3

1.1 Doel In het Integraal veiligheidsplan is vastgesteld dat ongestoord woongenot belangrijk is voor de leefbaarheid en veiligheidsbeleving van bewoners. Het handelen van bepaalde risicogroepen kan die veiligheidsbeleving in de buurt echter behoorlijk beïnvloeden. De gemeente zet zich samen met de partners zich in om bewoners veilig en plezierig in Dordrecht te laten wonen. In dit plaatje past niet dat buurtbewoners overmatig overlast ervaren of stelselmatig geconfronteerd worden met criminaliteit. In alle huidige aangewezen gebieden (Lijnbaan, Vogelbuurt, Eisingahof, Aardappelmarkt) zien we over het algemeen een verbetering. Er wordt hard gewerkt aan een inhaalslag. In de Lijnbaan en de Vogelbuurt stijgt de score van het gevoel van Veiligheid (Veiligheidsmonitor). Bij de Vogelbuurt is de score zelfs gelijk aan het Dordts gemiddelde. Ook bij de wooncomplexen Eisingahof en Aardappelmarkt is het duidelijk rustiger geworden. Bij de Aardappelmarkt zijn professionals van mening dat screening niet meer nodig is. Andere, minder heftigere maatregelen zijn daar nu voldoende. Voor de Lijnbaan, Vogelbuurt en Eisingahof geldt dat afschalen nog niet wenselijk is en verlenging van de maatregel nodig is. Voor het gebied Witte de Withstraat / M.H. Trompweg is het de eerste keer dat de selectieve woontoewijzing wordt aangevraagd.

Deze locaties in deze aanvraag blijven achter bij andere buurten in Dordrecht als het gaat om veiligheid en overlast. In de aanpak overlast openbare ruimte worden deze gebieden genoemd als buurten waar een gebiedsgerichte aanpak wordt ingezet. Met de partners is een uitgebreide aanpak gestart om de leefbaarheid in deze buurten en complexen te verbeteren. Het inzetten van selectieve woningtoewijzing op basis van de Wbmgp, artikel 10, is binnen deze aanpak één van de instrumenten die de aanpak tot verbetering ondersteunen. De inzet van het instrument heeft tot doel om een concentratie van personen met een criminele of overlastgevende achtergrond in deze buurten en complexen te doorbreken dan wel te voorkomen.

1.2 Beschrijving gebieden De Lijnbaan is een buurt in de wijk Noordflank. De wijk Noordflank ligt ingeklemd tussen de oostkant van de Binnenstad en de wijk Het Reeland. De Lijnbaan ligt aan de noordkant van deze wijk. In het Lijnbaangebied was sprake van ernstige vormen van woonoverlast, waarbij verschillende personen dominant aanwezig waren. Deze personen zijn door de brede aanpak minder dominant aanwezig. De bebouwing van de Lijnbaan bestaat voornamelijk uit gestapelde bouw. In de hele wijk Noordflank zijn 3.685 woningen aanwezig, waarvan bijna de helft (1.505) in handen is van woningcorporaties. De aanvraag in de Lijnbaan betreft 312 woningen van woningcorporatie Trivire. De tweede buurt is de Vogelbuurt, gesitueerd in de wijk Het Reeland. Het centrum van de buurt is het Vogelplein. In de Vogelbuurt is sprake van overlast door verschillende groepen. Ook worden hennepkwekerijen ontdekt of worden handelshoeveelheden harddrugs aangetroffen. De bebouwing in de Vogelbuurt is divers. Er is sprak van gestapelde bouw, maar ook van eengezinswoningen. In de wijk Het Reeland staan in totaal 5.195 woningen, waarvan 1.175 corporatiebezit. Voor de woningcorporatie Woonbron wordt voor 618 woningen in de Vogelbuurt de aanvraag om selectieve woningtoewijzing gedaan. Wellicht worden er tijdens de duur van de aanwijzing 100 nieuwbouwwoningen opgeleverd aan de Noordendijk (planning 2025).

Mochten deze woningen ten tijden van de aanwijzing opgeleverd worden, dan wordt op dat moment bekeken of screening van deze nieuwe huurwoningen nog noodzakelijk is.

4

De derde locatie betreft wooncomplex Eisingahof van woningcorporatie Trivire. Dit wooncomplex ligt in de relatief rustige buurt Sterrenburg. Het gaat om 141 woningen. Het complex is bedoeld voor huisvesting van jongeren. In dit complex spelen met name zorgen achter de voordeur en drugs- en afvaloverlast een grote rol. Tot slot richt de aanvraag zich op het gebied Witte de Withstraat / M.H. Trompweg dat in de wijk Wielwijk ligt. Wielwijk is een wijk in het zuiden van Dordrecht en grenst aan Oud Krispijn, Sterrenburg, Crabbehof en de Dordtse Kil. In het gebied is sprake van een toenamen van kwetsbare personen. In de betreffende complexen van Woonbron is regelmatig sprake van (ernstige) overlast met betrekking tot geluid, vervuiling, illegale bewoning, inwoning en onderverhuur, drugsoverlast, dealen. Het betreft in totaal 175 woningen. In de Witte de Withstraat betreft het 4 portiekflats van 3 etages en 5 portiekflats van 4 etages. Het zijn kleine 3 of 4 kamer appartementen met plattegronden tussen de 60 en 75 m2. De appartementen zijn in de jaren 50 gebouwd en zijn zeer gehorig. Deze woningen behoren tot de goedkoopste sociale voorraad. Het complex bestaat uit 144 woningen totaal. Het complex aan de M.H. Trompweg (zuidelijke deel) is gebouwd in de jaren 50.

In het verleden werd en deze woningen verhuurd als 55 + woningen, maar in de huidige praktijk zijn de woningen niet meer geschikt voor deze doelgroep. Het betreft 2 kamer aanleunwoningen met plattegronden kleiner dan 50 m2. Woonbron wil de 31 aanleunwoningen gaan toewijzen aan jongeren die als tegenprestatie een sociale activiteit voor de wijk gaan verrichten. Een voorbeeld van de bredere aanpak in dit gebied. Het complex betreft voormalige aanleunwoningen van de Short Stay Facility (SSF). De SSF biedt een tijdelijke woning voor mensen die dakloos zijn of dakloos dreigen te raken. Een deel van de woningen wordt momenteel verhuurd via een hulporganisatie aan mensen met een verslavingsachtergrond. De SSF is een belangrijke faciliteit voor kwetsbare personen. Screening in het omliggende gebied draagt ook bij aan het succes van deze faciliteit. Het complex

1.3 Demografische informatie en ontwikkelingen In de buurt Lijnbaan wonen 1.125 mensen. In de gehele wijk Noordflank wonen 7.755 mensen. Het aantal jongeren tot en met 19 jaar is licht oververtegenwoordigd in vergelijking met Dordrecht als geheel, de ouderen boven de 64 zijn iets ondervertegenwoordigd. Een relatief groot deel van de bewoners heeft een inkomen dat valt in de categorie ‘laag’. In de Vogelbuurt wonen ongeveer 1.265 mensen. In de gehele wijk Het Reeland wonen 11.565 mensen. De verdeling over de leeftijdscategorieën tot 20 jaar, tussen de 20 en 65 jaar, en 65 jaar en ouder wijkt niet af van Dordrecht. De Vogelbuurt kent significant meer eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen. Bijna de helft van de bewoners heeft een laag inkomen (41%). Voor het complex Eisingahof geldt dat de woningen bedoeld zijn voor jongerenhuisvesting. Deze worden verhuurd aan jongeren tot 23 jaar. Jongeren die er eenmaal wonen hoeven niet uit de woning te vertrekken als ze de leeftijd van 23 jaar hebben bereikt, echter veruit de meeste jongeren vertrekken daarna. Dit blijkt ook uit de hoge mutatiegraad in het complex. De woningen zijn bedoeld voor éénpersoonshuishoudens. De samenstelling van de bewoners is divers; er wonen onder andere studenten, werkenden, jongeren met een uitkering en jongeren die begeleiding nodig hebben. Het gebied Witte de Withstraat / M.H.

Trompweg wonen ongeveer 350 mensen. Het gebied maakt onderdeel uit van de wijk Wielwijk, waar 6.150 mensen wonen. In de betreffende complexen in Witte de Withstraat (144 woningen) wijkt de verdeling over de leeftijdscategorieën tot 20 jaar, tussen de 20 en 65 jaar, en 65 jaar en ouder niet bijzonder af van Dordrecht. Er wonen iets meer jongeren en iets minder ouderen dan het Dordts gemiddelde. Er zijn significant meer eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen. Een relatief groot deel van de bewoners (ruim 70%) heeft een inkomen dat valt in de categorie ‘laag’. 5

In de betreffende complexen in de M.H. Trompweg (31 woningen) valt op dat er geen mensen onder de 20 jaar wonen. Op een enkele uitzondering na (twee personen) zijn hier alleen maar eenpersoonshuishoudens. Ook hier geldt dat een relatief groot deel van de bewoners (ruim 80%) een inkomen heeft dat valt in de categorie ‘laag’.

1.4 Toepassing van artikel 10 van de Wbmgp De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) biedt gemeenten de mogelijkheid om in kwetsbare gebieden, waar de leefbaarheid en veiligheid onder druk staan, bijzondere maatregelen in te zetten. In Dordrecht wordt artikel 10 van de Wbmgp al ingezet. Middels het screenen van potentiële huurders kan, met het oog op de leefbaarheid en veiligheid in een gebied, de instroom van huurders met een geschiedenis van overlastgevende en/of criminele gedragingen worden beperkt. De huidige aanwijzing geldt tot eind maart 2022. Op basis van de evaluatie en ervaringen met deze maatregel willen we artikel 10 van de Wbmgp, ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag, (blijven) toepassen in de vier genoemde gebieden. De effecten van toepassing van artikel 10 Wbmgp laat zich moeilijk kwantificeren. De inzet maakt steevast deel uit van een bredere, integrale aanpak, waarbij het effect van het instrument uit de Wbmgp moeilijk te onderscheiden is van andere lokale maatregelen en (externe) invloeden. Bovendien zijn de benodigde data niet altijd op het juiste schaalniveau beschikbaar. Professionals die in de aangewezen wijken werkzaam zijn, hebben over het algemeen een positief beeld over de effecten van selectieve toewijzing op de leefbaarheid en veiligheid.

Ook waarderen zij het instrument als extra middel in de strijd (‘dweilen met de kraan dicht’). Zij willen daarom graag dit instrument uit de Wbmgp behouden als onderdeel van de brede gereedschapskist om de leefbaarheid van wijken te kunnen bevorderen. Bij bewoners van de aangewezen gebieden is over het algemeen veel draagvlak voor toepassing van de Wbmgp. Uit onlangs door de gemeente gehouden interviews blijkt dat de meeste bewoners de aandacht voor de wijk waarderen en vinden dat de strengere aanpak meer rust brengt. De aanpak draagt ook bij aan het gevoel van erkenning en veiligheid van bewoners. Betrokkenen geven aan dat de toepassing van artikel 10 een belangrijke bijdrage levert aan het tegengaan van ondermijnende criminaliteit. Door het weren van woningzoekenden die in het verleden crimineel gedrag hebben vertoond, krijgen gemeenten en corporaties weer grip op de woningtoewijzing en kunnen patronen waarbij ondermijnende bewoners de scepter zwaaien doorbroken worden. In alle aangewezen gebieden zien we over het algemeen een verbetering. Er wordt hard gewerkt aan een inhaalslag. In de Lijnbaan en de Vogelbuurt stijgt de score van het gevoel van Veiligheid (Veiligheidsmonitor). Bij de Vogelbuurt is de score zelfs gelijk aan het Dordtse gemiddelde. Ook bij de wooncomplexen Eisingahof en Aardappelmarkt is het duidelijk rustiger geworden.

Bij de Aardappelmarkt zijn professionals van mening dat screening hier in de toekomst niet meer nodig is. Andere, minder heftigere, maatregelen zijn daar nu voldoende. Voor de Lijnbaan, Vogelbuurt en Eisingahof geldt dat afschalen nog niet wenselijk is en verlenging van de maatregel nodig. Op basis van deze evaluatie van de huidige aanwijzing concluderen wij dat voortzetting van de maatregel nodig is in de gebieden Vogelbuurt, Lijnbaan en het wooncomplex Eisingahof. Aangezien is gebleken dat een aantal straten die wel onderdeel uitmaken van de aangewezen gebieden niet specifiek benoemd zijn in de aanvraag, het besluit en/of de huisvestingverordening vragen wij deze ook aan te wijzen. Dit betreft 102 woningen in de Vogelbuurt en 16 woningen in de Lijnbaan.

6

Naar aanleiding van de inventarisatie van kwetsbare gebieden in Dordrecht is ons verzoek om ook een gebied rondom de Witte de Withstraat en MH Trompweg (Wielwijk) aan te wijzen voor toepassing van artikel 10 van de Wbmgp.

1.5 Noodzaak, subsidiariteit en proportionaliteit De gemeenteraad moet op basis van artikel 6 van de Wbmgp bij de aanvraag om een aanwijzing van de beoogde buurten en complexen voor toepassing van artikel 10 voldoende aannemelijk maken dat: - de aanwijzing noodzakelijk en geschikt is om grootstedelijke problemen aan te pakken; - de aanwijzing voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit; - er voldoende alternatieven in de regio zijn voor woningzoekenden die als gevolg van de aanwijzing geen huisvestingsvergunning kunnen krijgen in het gebied waarvoor de aanwijzing geldt; - het onderzoek op basis van politiegegevens het meest geschikte instrument is voor het bestrijden van overlast en criminaliteit in het aan te wijzen gebied. De gemeenteraad is van mening dat het stellen van aanvullende eisen bij toewijzing van woningen een ultimum remedium is en slechts één van de instrumenten kan zijn in een bredere aanpak van de problematiek. Met alleen selectieve woningtoewijzing zal het gewenste effect niet bereikt worden. We willen het instrument daarom alleen inzetten in buurten en complexen waar deze bredere aanpak wordt ingezet. De geselecteerde gebieden voldoen daaraan. De motivering wordt verder uitgewerkt in de volgende hoofdstukken.

1.6 Afstemming Deze aanvraag is tot stand gekomen in samenwerking met de politie en de twee woningcorporaties Woonbron en Trivire. De gemeente en partners zijn hiervoor verenigd in de werkgroep Wbmgp Dordrecht. De selectieve woningtoewijzing heeft daarnaast op de agenda gestaan in de regiegroep en stuurgroep Leefbaarheid en Veiligheid, zowel tijdens de invoering, uitvoering en evaluatie van de huidige maatregel als tijdens de voorbereiding van de nieuwe aanvraag. In deze regiegroep en stuurgroep zitten naast vertegenwoordigers van de partners uit de werkgroep Wbmgp ook vertegenwoordigers van de Sociale Dienst, Dienst Jeugd & Gezondheid, Jongerenwerk, het Openbaar Ministerie en Handhaving. Gedurende de voorbereiding van de aanvraag heeft op verschillende momenten contact plaatsgevonden met een vertegenwoordiger van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De provincie is via de ambtelijke lijn geïnformeerd over het voornemen om een aanvraag in te dienen. Ook de verschillende huurdersplatforms van de woningcorporaties en de regiogemeenten zijn geïnformeerd.

7

2. Noodzakelijkheid en geschiktheid In dit hoofdstuk wordt per gebied de noodzaak van het inzetten van het instrument en de geschiktheid ervan geschetst.

2.1 Monitorinstrumenten De gemeente Dordrecht gebruikt verschillende instrumenten om de ontwikkelingen in wijken te monitoren. Algemeen wordt gebruik gemaakt van de Veiligheidsmonitor en de Leefbaarometer. De Leefbaarometer geeft een score aan wijken en buurten aan de hand van 100 indicatoren. Dit instrument wordt vooral gebruikt als start, maar ook als check om te bepalen of een buurt extra aandacht en inzet verdient. De meest recente resultaten zijn van 2018. De gemeente Dordrecht doet op wijkniveau mee aan de landelijke Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De monitor levert informatie op over de veiligheidsbeleving van de inwoners. De gegevens zijn verzameld op wijkniveau. De monitor wordt iedere twee jaar gehouden, de meest recente resultaten zijn van 2019. In het voorjaar van 2022 worden de resultaten over 2021 verwacht. Voor deze aanvraag zijn met name de scores op sociale samenhang, leefbaarheid in de buurt, veiligheid in de buurt, verloedering en sociale overlast van belang. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van harde cijfers, verkregen van politie en de woningcorporaties. We monitoren de aantallen incidenten en misdrijven (politie) en klachten op het gebied van overlast, vervuiling, agressie en geweld (corporatie).

Afgezien van monitoringsinstrumenten betrekken we ook de signalen van de professionele partners om zicht te hebben op de leefbaarheidsproblematiek. De partners bevinden zich regelmatig in de wijk en zien en horen veel. Deze informatie is niet altijd te vatten in harde cijfers. Afstemming vindt plaats in de zogenaamde leefbaarheidsoverleggen, waarin naast politie, woningcorporaties en gemeente ook jongerenwerk, zorgpartijen en welzijnsorganisaties vertegenwoordigd zijn. We achten hun signalen daarom een waardevolle aanvulling op de cijfers en een goede invulling van de situatie achter de cijfers.

8

2.2 De Lijnbaan

2.2.1 Noodzakelijkheid, actuele leefbaarheidssituatie en ontwikkeling De Lijnbaan krijgt in de Leefbaarometer van 2018, net als in 2016, de schaalscore 'zwak'. De dimensie Veiligheid draagt voor het grootste deel bij aan deze score, gevolgd door de dimensies Bewoners en Fysieke omgeving. De buurt is onderdeel van de wijk Noordflank. Uit de Veiligheidsmonitor 2019 blijkt dat het gevoel van veiligheid met een 6,8 wederom is verbeterd ten opzichte van 2017 (6,5) en 2015 (6,4), maar het blijft nog wel achter bij het Dordts gemiddelde (7,2). Ook scoort de wijk slechter op 'sociale overlast' (30% versus 16% gemiddeld in Dordrecht). Beide cijfers hangen onder meer samen met drugsgerelateerde overlast. Drie op de tien inwoners van de Noordflank voelt zich wel eens onveilig. Bijna een kwart van de bewoners van de Noordflank (21%) ervaart veel criminaliteit. In de wijk Noordflank hebben bewoners de meeste overlast van het verkeer. Zo haalt deze wijk 52% op de schaalscore, waaraan 'te hard rijden' de grootste bijdrage levert (42%). De cijfers steken wat negatief af tegen het Dordtse gemiddelde, maar er is wel sprake van een positieve ontwikkeling in de tijd. In het Lijnbaangebied was er voorheen een groot probleem met overlastgevende groepen jongeren op straat. Zo werd er openlijk gedeald en werden buurtbewoners geïntimideerd.

Onderliggend en dieper geworteld bleken de relaties van deze jongeren met criminele netwerken (en andersom), in het bijzonder met criminele families in het Lijnbaangebied zelf. Deze combinatie had zijn verdere uitwerking naar de buurtbewoners. Zij trokken zich terug in hun eigen directe omgeving en er was nauwelijks meer betrokkenheid bij de buurt. Ontzag voor het gezag (gemeente, politie, woningcorporaties) en het vertrouwen in het gezag was minimaal. Uit de evaluatie maken wij op dat er geen sprake meer is van overlast van deze groep jongeren. Sommige bewoners geven aan dat er nog steeds sprake is van een dominante groep en bepalende groep bewoners. Ook zijn er grote zorgen over de volgende generatie jongeren. Een groep 12-minners die laat opblijven, gebrek aan respect hebben voor andere bewoners en andere kinderen buiten sluiten. Vanuit de intensieve aanpak is de afgelopen periode veel gebeurd (zie ook hoofdstuk 3). De overlast is afgenomen en veel bewoners voelen zich veiliger in de buurt dan een paar jaar geleden. Dat geldt ook voor openlijk dealen en intimidaties. Alhoewel de meldingen zijn afgenomen is het naïef te 9

veronderstellen dat de criminaliteit, fraude en criminele netwerken zijn uitgebannen. Het is in ieder geval minder zichtbaar. Het is nu vooral belangrijk om door te zetten en scherp te blijven op wat onder de oppervlakte speelt. Door de verwevenheid met de ondermijnende criminaliteit hoeft een voor het oog rustige situatie niet per definitie te betekenen dat alles is opgelost. Wanneer de gemeente afstand neemt of de inzet van verschillende instrumenten vermindert, is het risico dat die invloed weer de kop op steekt. 2.2.2 Geschiktheid toepassing artikel 10 De mutatiegraad op de Lijnbaan is 4,65 % voor de eengezinswoningen en 10,18% voor de gestapelde woningen (zie ook hoofdstuk 4). Deze mutatiegraad geeft ruimte om in een periode van vier jaar tijd een zekere wijziging in het bewonersbestand aan te brengen. Qua aantal misdrijven heeft de Lijnbaan zich in 2020 richting het Dordtse gemiddelde ontwikkeld. Deze positieve ontwikkeling gaat sneller dan het Dordtse gemiddelde. Er is vooral een sterke afname van diefstal van motorvoertuigen. Tabel 1 Overzicht van geregistreerde misdrijven door de politie per 1.000 bewoners* 2015 2017 2019 2020 Lijnbaan 125 109 97 55 Dordrecht 71 59 52 45 Bron: politie In onderstaande tabel is weer een toename te zien van incidenten. Dit gaat met name om overlast, burengerucht en geluid.

Tabel 2 Overzicht van geregistreerde incidenten door de politie per 1.000 inwoners* 2015 2017 2019 2020 Lijnbaan 155 100 72 111 Dordrecht 66 48 47 45 Bron: politie * Door veranderingen in het registratiesysteem wijken de aantallen af van de cijfers in de aanvraag van 2017 Ten behoeve van de eindevaluatie van de huidige aanwijzing is ook gesproken met professionals en bewoners. Professionals in de buurt nemen de verbeteringen ook waar. Bewoners geven aan dat de situatie verbeterd is en er sprake is van een kentering, maar zij voelen zich nog niet altijd veilig genoeg om openlijk over de buurt te spreken. Om de situatie structureel te verbeteren is een gevarieerde, integrale inzet van maatregelen van belang, inclusief voortzetting van de selectieve woningtoewijzing. 2.2.3 Conclusie Lijnbaan Uit de beschrijving en de cijfers blijkt dat de Lijnbaan nog steeds een kwetsbaar gebied is, en dat de leefbaarheid en veiligheid onder druk staat. Hoewel door een intensieve aanpak inmiddels verbeteringen merkbaar zijn, is de situatie kwetsbaar om te stoppen met de selectieve woningtoewijzing. Daarmee komen wij tot de conclusie dat het screenen van aspirant-huurders op overlastgevend en crimineel gedrag op basis van de Wbmgp, artikel 10, in de buurt Lijnbaan 10

noodzakelijk blijft ter ondersteuning van een brede aanpak en voor het bestrijden van de vermelde grootstedelijke problematiek.

2.3 De Vogelbuurt

2.3.1 Noodzakelijkheid, actuele leefbaarheidssituatie en ontwikkeling De schaalscore van de Vogelbuurt in de Leefbaarometer van 2018 is, evenals in 2016, 'zwak'. De dimensie Veiligheid draagt wederom voor het grootste deel bij aan deze score, gevolgd door de dimensies Bewoners, Fysieke omgeving, en Woningen. De buurt is onderdeel van de wijk Het Reeland. Scoorde 'veiligheid in de buurt' in de Veiligheidsmonitor van 2015 nog een 6,4, lager dan het gemiddelde van Dordrecht (6,9), in 2017 (7,0) en 2019 (7,2) was de score gelijk aan het gemiddelde van Dordrecht. Voor Reeland vallen nu vooral de positieve uitschieters op. Minder bewoners hebben vaak overlast van dronken mensen op straat, meer bewoners durven ’s avonds open te doen en men is minder bang voor een woninginbraak. Een kwart (23%) van de respondenten woonachtig in het Reeland van mening is dat de buurt het afgelopen jaar vooruit is gegaan. Ook zijn meer bewoners tevreden over de inzet van de gemeente (62%) voor de aanpak van leefbaarheid en veiligheid. Deze categorie scoorde eerder lager (40% in 2015 en 47% in 2017). De inzet wordt gezien en gewaardeerd. De Vogelbuurt had de voorgaande jaren met name veel overlast van groepen jongeren. Groepen van verschillende leeftijden bepaalden de sfeer (hangen, herrie, troep maken) of maakten het bewoners actief lastig (intimideren, irriteren, treiteren).

Vanuit de intensieve aanpak zijn de meeste 'oudere' jongeren (twintigers) 'op de rit' gekomen. Er zijn nu meer zorgen over de toename van personen met verward gedrag. Uit de evaluatie in 2021 blijkt dat professionals en sleutelfiguren aangeven dat de wijk de afgelopen paar jaar positief vooruit is gegaan. Dit komt niet alleen door de screening, maar door een combinatie van maatregelen zoals de nieuwbouw. De screening is dan een belangrijk aanvullend

11

middel. Professionals geven aan dat het nu echter nog te vroeg is om met de screeningsmaatregelen te stoppen. Uit de gesprekken met bewoners maken wij op dat zij het beter vinden gaan in de wijk. Maar ook dat bewoners plekken bewust mijden (vooral in de avond). Ook zijn er zorgen over de toename van personen met verward gedrag en het gebrek aan daadkracht om de overlast hiervan tegen te gaan. De screening geeft een veilig gevoel aan de zittende bewoners. Er is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de wijk; grote fysieke ontwikkeling (sloop en nieuwbouw en groot onderhoud van 300 woningen), nieuwe impulsen voor en door bewoners in het sociale domein met uitstraling naar de wijk (kunstenaars in het Vogelnest), et cetera. De screening van nieuwe huurders is het sluitstuk van deze aanpak. Wij zijn, net als voor de Lijnbaan, van mening dat de situatie kwetsbaar is en aandacht nodig blijft om de situatie structureel te verbeteren. De inzet van de Wbmgp, artikel 10, is nog steeds een belangrijke aanvulling op aanpak. 2.3.2 Geschiktheid toepassing artikel 10 De mutatiegraad in de Vogelbuurt is 6,21% (zie ook Hoofdstuk 4). Door deze mutatiegraad is er ruimte om in een periode van vier jaar tijd een zekere wijziging in het bewonersbestand aan te brengen. Het aantal misdrijven en incidenten blijft zorgelijk.

Uit de tabel 3 blijkt dat er na een afname in 2019 het aantal misdrijven in 2020 gelijk is gebleven, terwijl het stedelijk gemiddelde verder daalt. Voor de Vogelbuurt valt vooral een toename van het aantal mishandelingen op. Het aantal geregistreerde incidenten in de Vogelbuurt (tabel 4) is weer wat toegenomen en ligt veel hoger dan het Dordtse gemiddelde. Er is vooral sprake van een toename van drank- en drugsoverlast. Tabel 3 Overzicht van geregistreerde misdrijven door de politie per 1.000 bewoners* 2015 2017 2019 2020 Vogelbuurt 108 64 52 53 Dordrecht 71 59 52 45 Bron: politie Tabel 4 Overzicht van geregistreerde incidenten door de politie per 1.000 inwoners* 2015 2017 2019 2020 Vogelbuurt 117 77 90 95 Dordrecht 66 48 47 60 Bron: politie * Door veranderingen in het registratiesysteem wijken de aantallen af van de cijfers in de aanvraag van 2017 2.3.3 Conclusie Vogelbuurt Uit de beschrijving en de cijfers blijkt dat de leefbaarheid en veiligheid in de Vogelbuurt nog steeds onder druk staat. Hoewel een positieve tendens zichtbaar is, mede door de intensieve aanpak, is de situatie broos. Daarom vinden we het noodzakelijk om de brede aanpak voort te zetten de vermelde grootstedelijke problematiek te bestrijden. We concluderen dat het toepassen van de Wbmgp, artikel 10, in de buurt Vogelbuurt om overlastgevend en crimineel gedrag tegen te gaan daarmee een geschikt instrument is.

12

2.4 Jongerencomplex Eisingahof

2.4.1 Noodzakelijkheid Het wooncomplex Eisingahof is te klein om te vergelijken met een wijk of Dordrecht als geheel. In de beschrijving gaan we daarom uit van de cijfers van de politie en de woningcorporaties met daarbij een kwalitatieve onderbouwing. Het wooncomplex Eisingahof is bedoeld voor de huisvesting van jongeren tot 23 jaar. Het gaat om een relatief klein aantal woningen, in totaal 141 woningen. Het complex Eisingahof ligt in de wijk Sterrenburg. In de Eisingahof wonen onder andere studenten, statushouders en jongeren met een Wajonguitkering. Ook wonen er veel jongeren die begeleid worden door een maatschappelijke instelling zoals Trivium en Reclassering. Nadat de begeleiding stopt door de voornoemde instellingen, blijft de jongere veelal zelfstandig wonen in het wooncomplex wonen. De diverse samenstelling brengt met zich mee dat er verschillende leefstijlen en omstandigheden zijn, die regelmatig conflicteren. Het is rustiger geworden. De screening geeft zekerheid en werkt preventief omdat mensen weten dat er naar ze gekeken wordt. De politie hoeft er nu minder te komen. Er zijn minder excessen (geweld, steekpartijen). Wat wel opvalt is dat het leed zich steeds meer achter de voordeur afspeelt, in stilte tot het escaleert (psychiatrie, beperking, ernstige vervuiling, isolement). De afvalproblematiek in en rond het complex blijft groot.

Tabel 5 Aantal klachten Eisingahof ingediend bij Trivire 2016 2017 2018 Reguliere 3 1 overlast Geluidsoverlast 2 2 2 Zorg zonder overlast Woonfraude 1 1 Totaal 6 2 4 Bron: Trivire

2019

2020 3

2

1 1

5 7

1 6

Er is een constante intensieve inzet van de woningcorporatie, politie, gemeente en andere partners noodzakelijk. Met deze inzet en in aanvulling daarop de selectieve woningtoewijzing op basis van de 13

Wbmgp, artikel 10, waar ook een preventieve werking van uitgaat, lukt het om de situatie beter leefbaar en veilig te houden. Loslaten van de inzet is nog geen optie. 2.4.2 Geschiktheid toepassing artikel 10

De mutatiegraad in het Eisingahof is 20,57% (zie ook hoofdstuk 4). Deze mutatiegraad geeft ruimte om in een periode van vier jaar tijd een zekere wijziging in het bewonersbestand aan te brengen. Zowel het aantal misdrijven (125) als incidenten (113) per 1000 bewoners liggen veel hoger dan het Dordtse gemiddelde (45 misdrijven en 60 incidenten). Het aantal geregistreerde misdrijven lijkt weer wat af te nemen, terwijl het aantal geregistreerde incidenten licht toe is genomen. In 2020 viel op dat er sprake is van een duidelijke afname van geluidsoverlast. Tabel 6 Overzicht van geregistreerde misdrijven door de politie per 1.000 bewoners 2015 2017 2019 2020 Eisingahof 181 125 150 125 Dordrecht 71 59 52 45 Bron: politie Tabel 7 Overzicht van geregistreerde incidenten door de politie per 1.000 inwoners 2015 2017 2019 2020 Eisingahof 500 163 81 113 Dordrecht 66 48 47 60 Bron: politie 2.4.3 Conclusie wooncomplex Eisingahof Trivire geeft aan dat de situatie in het wooncomplex negatief afsteekt tegen de andere complexen die zij in hun beheer hebben. Het vraagt continu een intensieve inzet om de situatie leefbaar en veilig te houden. Gelet op bovenstaande onderbouwing vinden we dat de toepassing van de Wbmgp, artikel 10, voor het wooncomplex Eisingahof noodzakelijk is om de geconstateerde grootstedelijke problematiek te kunnen keren.

Uit bovenstaande politiegegevens blijkt dat het aantal misdrijven en incidenten in de wooncomplex Eisingahof aanzienlijk is voor het beperkte aantal woningen. Wij zijn daarom van mening dat het toepassen van de Wbmgp, artikel 10, een geschikt instrument geschikt is om de leefbaarheids- en veiligheidsproblematiek in beide complexen verder aan te pakken.

14

2.5 Witte de Withstraat / M.H. Trompweg

2.5.1 Noodzakelijkheid, actuele leefbaarheidssituatie en ontwikkeling De schaalscore van deze adressen in de Witte de Withstraat en M.H. Trompweg in de Leefbaarometer van 2018 is, 'zwak' tot (ruim) 'onvoldoende'. De buurt is onderdeel van de wijk Wielwijk. Uit de Veiligheidsmonitor (2019) blijkt dat de wijk Wielwijk significant lager scoort dan het Dordtse gemiddelde. In de Veiligheidsmonitor van 2019 ligt de score op de indicator 'veiligheid in de buurt' met 6,5 lager dan het gemiddelde van Dordrecht (7,2). Dit hangt samen met drugs- en alcoholoverlast en overlast van buurtbewoners. Ook voelen bewoners zich vaker onveilig in hun eigen buurt (6,4%) dan de gemiddelde Dordtenaar (2%). In het gebied is sprake van een toename van kwetsbare personen. In de betreffende woningen van Woonbron is regelmatig sprake van (ernstige) overlast met betrekking tot geluid, vervuiling, illegale bewoning, inwoning en onderverhuur, drugsoverlast, dealen. De afgelopen anderhalf jaar zijn er ruim 50 meldingen opgepakt, waarvan een deel ging om zware problematiek. Vermoeden is daarbij dat de meldingsbereidheid laag is, en er onder de oppervlakte meer speelt. Het complex aan de M.H. Trompweg betreft voormalige aanleunwoningen van de Short Stay Facility (SSF). De SSF biedt een tijdelijke woning voor mensen die dakloos zijn of dakloos dreigen te raken.

Een deel van de woningen wordt momenteel verhuurd via een hulporganisatie aan mensen met een verslavingsachtergrond. De SSF is een belangrijke faciliteit voor kwetsbare personen. Screening in het omliggende gebied draagt ook bij aan het succes van deze faciliteit.

15

Tabel 8 Aantal klachten Witte de Withstraat (144 woningen) ingediend bij Woonbron 2016 2017 2018 2019 2020 Reguliere 6 8 5 11 12 overlast Geluidsoverlast 4 3 3 7 9 Zorg zonder 5 3 1 3 4 overlast Woonfraude 3 5 2 4 6 Totaal 17 19 12 24 31 Bron: Woonbron Er zijn 31 klachten met betrekking tot 12 adressen bij Woonbron binnen gekomen in 2020. In 2019 waren dit nog 24 klachten. Er is sprake van een flinke stijging ondanks vele inzet van corporatie, gemeente en politie. Tabel 9 Aantal klachten M.H. Trompweg ingediend bij Woonbron (blokje van 57 woningen) 2016 Reguliere 3 overlast Geluidsoverlast 0 Zorg zonder 1 overlast Woonfraude 0 Totaal 4 Bron: Woonbron

2017 1

2018 1

2019 3

2020 2

0 2

3 2

1 1

1 3

0 3

0 7

1 6

1 7

Van de 57 woningen in de M.H. Trompweg worden er 26 verhuurd aan Syndion (beschermd wonen). Mochten hier klachten over zijn dan wordt dit direct opgenomen met begeleiding van Syndion. Deze meldingen zien we niet terug in de cijfers. De complexbeheerders van Woonbron lopen fulltime in de wijken. De klachten die meteen door de complexbeheerder opgepakt worden, zijn niet meegenomen in de cijfers. Dit gaat vooral om vervuiling en geluidsoverlast die gelijk worden geconstateerd. Wij zijn van mening dat de situatie kwetsbaar is en aandacht nodig is om de situatie structureel te verbeteren. De inzet van de Wbmgp, artikel 10, is een belangrijke en noodzakelijke aanvulling op de aanpak. 2.5.2 Geschiktheid toepassing artikel 10 De mutatiegraad in de Witte de Withstraat is 6,94%. De mutatiegraad in de M.H. Trompweg is 7,02% (zie ook hoofdstuk 4). Door deze mutatiegraad is er ruimte om in een periode van vier jaar tijd een zekere wijziging in het bewonersbestand aan te brengen. Uit de politiecijfers (tabel 10 ) blijkt dat het aantal misdrijven hoger is dan het gemiddelde van Dordrecht . in beide straten zijn naar verhouding veel registraties van mishandelingen. Het aantal misdrijven in de Trompweg daalt, net zoals in Dordrecht, maar is wel twee keer zo hoog. Bij de Witte de Withstraat zien we geen eenduidig beeld. De aantallen liggen wel hoger dan het Dordtse gemiddelde.

16

Tabel 10 Overzicht van geregistreerde misdrijven door de politie per 1.000 bewoners 2015 2017 2019 2020 Witte de With 81 115 73 82 Trompweg 162 123 104 87 Dordrecht 71 59 52 45 Bron: politie En ook het aantal incidenten in het gebied ligt ruim boven gemiddelde (tabel 11). In beide straten is veel geluidsoverlast. In de Witte de Withstraat zijn ook veel burengeruchten. Op de M.H. Trompweg is veel 'overlast algemeen'. Bij beide straten is ook sprake van schommelingen in het aantal incidenten. Tabel 11 Overzicht van geregistreerde incidenten door de politie per 1.000 inwoners 2015 2017 2019 2020 Witte de With 61 113 51 104 Trompweg 135 99 102 194 Dordrecht 66 48 47 60 Bron: politie 2.5.3 Conclusie Witte de Withstraat / M.H. Trompweg Uit de beschrijving en de cijfers blijkt dat de leefbaarheid en veiligheid in het gebied de Witte de Withstraat / M.H. Trompweg onder druk staat. Daarom vinden we het noodzakelijk om de brede aanpak aan te vullen en zo de vermelde grootstedelijke problematiek te bestrijden. We concluderen dat het toepassen van de Wbmgp, artikel 10, in het gebied de Witte de Withstraat / M.H. Trompweg om overlastgevend en crimineel gedrag tegen te gaan daarmee een geschikt instrument is.

2.6 Onderzoek op basis van politiegegevens Wij willen voor het screenen van de aspirant-huurder gebruik blijven maken van politiegegevens. Deze voorkeur heeft te maken met de beperkte screening bij het gebruik van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG). We willen bij de screening gebruik maken van alle bepalingen uit artikel 10a van de Wbmgp. Hoewel alle feiten kunnen leiden tot een strafbaar feit en vervolging, verschilt in de praktijk per gedraging of ook daadwerkelijk tot vervolging wordt overgegaan. Bij een VOG wordt alleen gekeken naar gedragingen die hebben geleid tot een sanctie of straf. De politie neemt bij een toetsing ook incidenten mee die niet hebben geleid tot een sanctie of straf en daarmee is de informatie breder. Uit de gegevens blijkt bovendien dat veel incidenten juist overlast betreffen, een gedraging die lang niet altijd wordt vervolgd en dus gesanctioneerd. Juist deze gegevens kunnen helpen om de overlastgevers te weren uit de aangewezen gebieden. Het VOG geeft daarom een te beperkt beeld om als toetsinstrument in te zetten. Uit het onderzoek van screeningsautoriteit Justis blijkt dat 82% van de woningzoekenden met een negatieve woonverklaring van de burgemeester (op basis van politiegegevens), mogelijk wel een VOG zou hebben gekregen omdat zij geen (relevante) justitiële gegevens op hun naam hadden.

Uit dit specifieke onderzoek kan worden geconcludeerd dat bij de screening op basis van VOG’s veel minder woningzoekenden met een geschiedenis van overlastgevende of criminele gedragingen geweerd kunnen worden dan op grond van politiegegevens.

17

2.7 Samenvatting In dit hoofdstuk hebben we de situatie geschetst in de buurten Lijnbaan en Vogelbuurt, het wooncomplex Eisingahof en het gebied de Witte de Withstraat / M.H. Trompweg. Wij zijn van mening dat een gebiedsaanwijzing voor deze buurten en complexen noodzakelijk en geschikt is als onderdeel van een intensieve aanpak om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. Door een gebiedsaanwijzing voor toepassing van de Wbmgp, artikel 10, kunnen we huurders met een overlastgevend of crimineel verleden weren, juist in buurten en wooncomplexen waar deze problematiek speelt. Hiermee ontstaat ruimte om de samenstelling in de buurt te veranderen naar een situatie die meer in balans is.

18

3. Subsidiariteit We beschrijven in dit hoofdstuk welke instrumenten al zijn ingezet om de leefsituatie in de buurten en complexen te vergroten.

3.1 Lijnbaan en Vogelbuurt 3.1.1 Aanpak De signalen en cijfers laten in de Lijnbaan en Vogelbuurt een verbetering zien. Alertheid blijft echter geboden. Ten opzichte van het Dordtse gemiddelde is op veel indicatoren de score in beide gebieden nog onder dat gemiddelde. De positieve ontwikkeling is aanleiding om de aanpak in beide gebieden in een minder intensieve vorm (maar met een stevige vinger aan de pols) te continueren en de aanpak door te ontwikkelen en ook in andere situaties te benutten. De integraliteit komt tot uiting in het samenspel van organisaties die met elkaar in de intensieve aanpak meedoen. De gemeente fungeert als regisseur. Naast de gemeente gaat het om Politie, Trivire, Woonbron, sociale dienst Drechtsteden, Openbaar Ministerie, Dienst Gezondheid en Jeugd (o.a. Leerplicht en Openbare GGZ), MEE Drechtsteden, buurt- en jongerenwerk van ContourdeTwern, Handhaving, Veiligheidshuis en Werkshop. Deze partijen hebben zitting in de stuurgroep Leefbaarheid en Veiligheid en/of de regiegroep. Meerder partners zijn ook specifiek betrokken op uitvoerend niveau. Dit palet aan organisaties betekent dat in de aanpak maatwerk kan worden geleverd. Op persoonsniveau gebeurt dit door de Kerngroep Overlast en het Interventieteam (voorheen Handhavingsteam).

De Kerngroep bestaat uit partners uit het sociale domein en voorziet in een sociaal aanbod aan personen die ontvankelijk zijn om via werk, scholing en/of zorg (maatwerk) weer op het juiste pad te komen. Voor personen die hiervoor niet ontvankelijk zijn, wordt een repressieve insteek toegepast via het Interventieteam. Het team bezoekt betrokkene (en zijn directe omgeving) thuis en maakt duidelijk kenbaar dat hij of zij overlast veroorzaakt waarvan de samenleving ernstige hinder ondervindt. Door de partners van dit team worden interventies ingezet (zoals bijvoorbeeld het korten van een uitkering) om daarmee de overlastgever te dwingen zijn of haar gedrag te verbeteren. Ook werken we al jaren in gezamenlijkheid aan het verminderen en oplossen van woonoverlast. Het doel van de aanpak is de woonoverlast in een zo'n vroeg mogelijk stadium te stoppen. Complexe en ernstige woonoverlast ontwricht het woongenot en kan, als deze voortduurt de openbare orde en veiligheid schaden en het gevoel van veiligheid bij betrokkenen ernstig schade toebrengen. De aanpak is er op gericht het gedrag van de persoon die overlast veroorzaakt te stoppen en waar nodig hulp en ondersteuning te bieden. Deze aanpak is dit jaar verder verstevigd door het nieuwe regionale convenant woonoverlast en opgestelde 'Uitvoeringsplan aanpak Woonoverlast'.

Ter versterking van de persoonsgerichte benadering en ter bestrijding en voorkoming van verdere overlast en ondermijning, worden ook middelen ingezet die het specifieke individu ontstijgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om: gebiedsverboden, cameratoezicht, preventief fouilleren, groepsaanpak jongerenwerk en proactief stimuleren van sociale activiteiten vanuit de buurt. Het inzetten van screening van aspirant-huurders is op al deze interventies een belangrijke en preventieve maatregel: 'Dweilen met de kraan dicht!'

19

3.1.2 Acties Op basis van de hiervoor beschreven aanpak zijn verschillende acties uitgezet door de deelnemende partners apart, maar ook in gezamenlijkheid. Deze lijst is niet uitputtend maar geeft een goed beeld van de intensieve en gezamenlijke aanpak in de buurten. Op sociaal-economisch vlak - Vanuit de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI) werken gemeenten en landelijke ketenpartners, zoals de politie, Belastingdienst, SVB en UWV, samen aan integrale handhavingsvraagstukken in het sociaal domein. De focus ligt voornamelijk op de wijk Krispijn maar heeft een uitstraling naar andere wijken als het gaat om zaken als bijstandsfraude. - Overlastgevende jeugd wordt door het jongerenwerk, buurtwerk en politie in kaart gebracht en naast een groepsgerichte aanpak blijft er inzet gericht op een persoonlijke aanpak. Voor het Lijnbaangebied is er nu ook extra aandacht voor overlastgevende 12 minners. De aanpak op deze doelgroep is gericht op presentie in de wijk, activiteiten en gesprekken met ouders en de kinderen. - Op buurtniveau worden diverse activiteiten (bijvoorbeeld burendag, opruimdagen, participatieprojecten en kinderactiviteiten) georganiseerd om de samenhang en leefbaarheid in de buurt te bevorderen.

- Zowel in het Lijnbaangebied als in de Vogelbuurt is met inzet van het buurtwerk, ruimte beschikbaar (respectievelijk de Eendragt en het Vogelnest) waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en van waaruit activiteiten voor de wijk kunnen worden ontplooid. - In de Vogelbuurt komen verschillende overlastgevende risicogroepen (bewoners zorgcentrum de Linde, kwetsbare wijkbewoners, zorgmijdende wijkbewoners, bewoners Merwedehuusjes en jongeren) samen op het Vogelplein. Dit blijft vragen om integrale afstemming en samenwerking. Op veiligheids/crimineel vlak - Er zijn enkele personen in beeld die zich bezighouden met criminele activiteiten, met name georganiseerde hennepteelt en drugshandel. Deze activiteiten hebben een ondermijnend effect op de samenleving in het algemeen en op het Lijnbaangebied en de Vogelbuurt in het bijzonder. Om deze criminaliteit aan te pakken wordt deze integraal in RIEC-verband1 aangepakt. Doelstelling van de aanpak is het opwerpen van barrières tegen het criminele netwerk en het afpakken van crimineel vermogen. - Meldpunt ondermijning@dordrecht.nl. Op dit meldpunt kunnen meldingen van ondermijnende/georganiseerde criminaliteit worden gedaan. Dit meldpunt geldt voor heel Dordrecht. - Criminele activiteiten die zich voorheen meer in de openbare ruimte afspeelden verschuiven door alle aandacht meer naar de achtergrond.

Alhoewel minder zichtbaar blijft dit ontwrichtend voor een buurt. Aandacht voor deze 'onzichtbare' criminaliteit blijft essentieel. Op overlastgevend vlak - Op het vlak van woonoverlast heeft er een herijking van de aanpak plaatsgevonden en zijn samenwerkingsafspraken verstevigd.

RIEC staat voor Regionaal Informatie- en ExpertiseCentrum. Het RIEC is een netwerkorganisatie die fungeert als informatieknooppunt om samenwerking tussen betrokken overheidsinstanties te bevorderen. Door de gezamenlijke, integrale inzet van strafrechtelijke, bestuurlijke en fiscale interventies kan effectiever worden opgetreden tegen vormen van georganiseerde criminaliteit. 1

20

-

-

In het Lijnbaangebied hangen camera's voor extra toezicht op straat. De bewoners geven aan dat de rust op straat daardoor sterk is verbeterd. In juni 2020 is besloten het camera toezicht te verlengen tot juni 2022. In geval van ernstige (jeugd)overlast blijft de intensieve aanpak van kracht. De aanpak richt zich op een sociaal aanbod richting te overlastgever, om zijn/haar leven weer op de rit te krijgen, en een repressieve aanpak als dit nodig is.

3.2 Wooncomplex Eisingahof Voor het wooncomplex geldt dat de woningcorporatie in de lead is, hoewel de problematiek in overleggen met de verschillende partners wel op de agenda staat. De aanpak van de corporaties ligt zowel in de preventieve als de repressieve sfeer. Voordat een woonruimte wordt verhuurd vindt een uitgebreide intake plaats. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan het naleven van de huisregels. Bovendien wordt gekeken of de betreffende jongere de huur ook zou kunnen opbrengen. Wanneer een jongere met extra begeleiding binnenkomt, wordt contact gelegd met de begeleider om tot afspraken te komen. In de repressieve sfeer zet Trivire in door extra beheer en strakke handhaving van de regels. Daarbij bestaat een nauw contact met de wijkagenten en wordt waar mogelijk gezamenlijk opgetrokken.

3.3 Gebied Witte de Withstraat / M.H. Trompweg Ook voor dit gebied geldt dat de woningcorporatie in de lead is, maar wordt er gezamenlijk opgetrokken om de situatie te verbeteren. In de complexen zet Woonbron in op het tegengaan van overlast en van allerlei misstanden. Hierin wordt nauw samengewerkt met politie en gemeente. Een deel van de het complex aan de Witte de Withstraat wordt gerenoveerd, hierna wil Woonbron dit gaan aanbieden met een projectplan, waarmee kandidaten een bewuste keuze kunnen maken voor het complex. Daarbij gaat Woonbron inzetten op meer bewonersparticipatie, door het actief oprichten en promoten van een bewonerscommissie. De aanleunwoningen in de M.H. Trompweg wil Woonbron gaan toewijzen aan jongeren die als tegenprestatie een sociale activiteit voor de wijk gaan verrichten. Dit plan wordt momenteel verder uitgewerkt. In Wielwijk wordt er hard gewerkt aan herstructurering; het verbeteren van de woningvoorraad en de leefomgeving. Doel is om de wijk toekomstbestendig te maken en de eenzijdige woningvoorraad te veranderen. Hier hoort het aantrekken van nieuwe doelgroepen (draagkrachtigere gezinnen) bij. Het garanderen van een veilige en leefbare woonomgeving is van belang voor het realiseren van deze doelen.

3.4 Resultaten Zoals blijkt uit de beschrijvingen van de buurten en complexen in hoofdstuk 2, leidt de aanpak in alle gevallen tot een verbetering van de leefsituatie, maar is deze situatie kwetsbaar. Voor de Lijnbaan en Vogelbuurt geldt dat we graag zien dat de verbetering zich in positieve zin voortzet en dat deze verbetering ook duurzaam wordt. Voor de het wooncomplex Eisinghof streven naar een situatie waar de situatie beheersbaar wordt zonder extra inzet. En bij het gebied Witte de Withstraat / M.H. Trompweg is het tijd om extra door te pakken om de veilige en leefbare woonomgeving die zwaar

21

onder druk staat te verbeteren. Om deze doelen te bereiken blijven de ingezette aanpak voortzetten, waarvan selectieve woningtoewijzing onderdeel vormt.

3.4 Conclusie De gemeente heeft met de partners al sterk ingezet op een verbetering van de situaties in de wijken en buurten. De resultaten zijn bemoedigend, maar nog fragiel. Aangezien de gebiedsaanwijzing op grond van artikel 10 van de Wbmgp moet worden gezien als aanvulling op alle andere bovengenoemde maatregelen die worden ondernomen, is ons inziens de aanwijzing van de Lijnbaan, Vogelbuurt, het wooncomplex Eisingahof en het gebied Witte de Withstraat / M.H. Trompweg gerechtvaardigd en wordt voldaan aan de eisen van subsidiariteit.

22

4. Proportionaliteit 4.1 Aantal woningen in het gebied De woningen in de aangewezen gebieden zijn in bezit van twee woningcorporaties, Trivire en Woonbron. In totaal gaat het om een aanwijzing voor 1246 woningen. Tabel 12 Overzicht woningen per corporatie en buurt Trivire Eisingahof 141 Lijnbaan 312 Totaal 453 Woonbron Vogelbuurt 618* Witte de With / Trompweg 175 Totaal 793 * Wellicht worden er tijdens de duur van de aanwijzing 100 nieuwbouwwoningen opgeleverd aan de Noordendijk (planning 2025). Mochten deze woningen ten tijden van de aanwijzing opgeleverd worden, wordt dan bekeken of screening van de huurwoningen nog noodzakelijk is.

4.2 Gemiddelde mutatiegraad De mutatiegraad van de woningen verschilt sterk per buurt en complex. De mutatiegraad is ook opgenomen in hoofdstuk 2 bij de beschrijving over geschiktheid. Voor het overzicht worden de cijfers hieronder nogmaals weergegeven. Tabel 13 mutatiegraad per corporatie en buurt 2020 Trivire Eisingahof 20,57% Lijnbaan (eengezinswoningen) 4,65% Lijnbaan (gestapeld) 10,18% Woonbron Vogelbuurt 6,21% Witte de Withstraat 6,94% M.H. Trompweg 7,02%

4.3 Aan te wijzen woningen in relatie tot totaal aantal woningen Het totaal aantal woningen in Dordrecht in 2021 bedraagt 55.425. Hiervan zijn 31.705 koopwoningen en 23.720 huurwoningen. Het aantal huurwoningen is bezit van de woningcorporaties is 15.390. Het totaal aantal huurwoningen in bezit van de woningcorporaties in de Drechtsteden is 38.090.

23

Tabel 14 Overzicht woningen 2021 Totaal aantal woningen Dordrecht Koopwoningen Dordrecht Huurwoningen Dordrecht Huurwoningen corporaties Dordrecht - Trivire - Woonbron

55.425 31.705 23.720 15.390 - 10.350 5.040

Huurwoningen corporaties Drechtsteden

38.090

Bron: IBW per gemeente 2021

Het percentage woningen dat aangewezen wordt is 8,1% van het totaal aantal corporatiewoningen in Dordrecht, 5,2% van het totaal aantal huurwoningen in Dordrecht en 2,2% van alle woningen in Dordrecht. Het percentage woningen dat aangewezen wordt is 3,3% van het totaal aantal corporatiewoningen in de Drechtsteden. Trivire heeft binnen de gemeente Dordrecht het grootste aantal woningen, namelijk 10.350. Na gebiedsaanwijzing geldt een screening voor 4,4% van hun woningen in Dordrecht. Woonbron heeft 5.040 woningen in de gemeente Dordrecht, waardoor bij aanwijzing van de genoemde gebieden voor 15,7% van hun woningen een screening geldt. Tabel 15 Percentages aangewezen woningen ten opzichte van totalen 2021 Aantal woningen Dordrecht 2,2% Aantal huurwoningen Dordrecht 5,2% Aantal corporatiewoningen Dordrecht 8,1% Per woning corporatie Dordrecht - Trivire - 4,4% - Woonbron - 15,7% Aantal corporatiewoningen Drechtsteden 3,3%

Aanvullend maken wij het aandeel aangewezen woningen tot de 2e aftoppingsgrens (678 euro, prijspeil 2021) en de liberalisatiegrens (752 euro) inzichtelijk. Deze aanvraag betreft 453 woningen van Trivire. Hiervan hebben 443 woningen een huur tot de 2e aftoppingsgrens en 10 woningen een huur tot de liberalisatiegrens. Deze aanvraag betreft 793 woningen van Woonbron. Hiervan vallen 704 woningen een huur tot de 2e aftoppingsgrens en 82 woningen een huur tot de liberalisatiegrens. De overige 7 woningen zijn markthuur (boven de 752 euro). In totaal betreft het dus 1147 woningen met een huur tot de 2e aftoppingsgrens, 92 woningen met een huur tot de liberalisatiegrens en 7 woningen waarvoor markthuur geldt. In tabel 16 is dit vertaald naar percentages op regionaal en lokaal niveau.

24

Tabel 16 Corporatiewoningen met huurgrens 2021 Drechtsteden Aandeel woningen in de aanvraag (1246) Corporatiewoningen 31.590 3,6% met een huurprijs tot € 678 Corporatiewoningen 35.920 3,4% met een huurprijs tot € 752

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/344/documents/13420