CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.02.05 Definitief rapport mBC Onderwijs_technisch_Agenda 2030.pdf

Commissie Bestuur en Middelen Dordrecht 2 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Reserveringen Agenda Dordrecht 2030. - Raadsvoorstel2.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Business Case

Onderwijstijdverlenging in Dordrecht Technische toelichting op het rapport | Februari 2021

Colofon © Sinzer Part of Grant Thornton Deze maatschappelijke Business Case is uitgevoerd in opdracht van de Gemeente Dordrecht. Dit document bevat de technische toelichting en is aanvullend op het reguliere rapport. Het is niet bedoeld om als losstaand document te lezen.

Auteurs Jurre Anema, Impact Consultant Vincent Belgraver, Senior Impact Consultant Illustratie voorpagina © Ponce Photography beschikbaar gemaakt via Pixabay Meer informatie over deze publicatie Heeft u vragen over deze publicatie? Neem gerust contact met ons op. Sinzer Part of Grant Thornton Vincent Belgraver vincent@sinzer.org www.sinzer.org

Gemeente Dordrecht Serge Bomius (senior beleidsmedewerker onderwijs) smw.bomius@dordrecht.nl www.dordrecht.nl

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3

1.

Grootte/bereik van effect onderwijstijdverlenging

4

2.

Uitstroom van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs

5

3. 6.

6 Verwachte effecten

7

6.1

Meer inkomsten uit loon

7

6.2

Voorkomen kosten bijstandsuitkeringen

7

6.3

Voorkomen zorgkosten (zorgverzekeringswet)

8

6.4

Voorkomen kosten criminaliteit

9

6.5

Totaaloverzicht

9

Bronnen

10

3

1.

Grootte/bereik van effect onderwijstijdverlenging

Gezien de looptijd van het project onderwijstijdverlenging (2021-2031) en de lengte van een traject, zal niet iedere leerling onderwijstijdverlenging volledig meemaken. Dit betekent dat niet alle leerlingen het volledige effect zullen ervaren. Om een schatting te doen van het effect, tellen we alleen leerlingen die het volledige effect meemaken, zogenaamde effectleerlingen. Twee leerlingen die beiden een half traject onderwijstijdverlenging volgen, zien we als één volledige effectleerling (0,5 effect + 0,5 effect = 1 effect).

basisscholen in Dordrecht (2.766 leerlingen) opgeteld bij een verwachte instroom van 375 leerlingen per jaar in de periode 2021-2030. Dit komt neer op 6.141 leerlingen. Op basis van dit aantal leerlingen wordt vervolgens per leerling berekend hoeveel jaar onderwijstijdverlenging hij of zij zal krijgen. Een leerling die in september 2021 in groep 6 start zal 3 jaar tijd onderwijstijdverlenging volgen. In scenario 1 heeft deze leerling 37,5% van het traject meegemaakt (3 uit 8 jaar), in scenario 2 is dit 75% (3 uit 4 jaar).

Het aantal effectleerlingen hangt af van hoe lang een traject onderwijstijdverlenging duurt: als het traject 8 jaar duurt zullen minder leerlingen dit volledig volgen in de periode 2021-2031 dan wanneer het traject 4 jaar duurt. Op het moment van schrijven is er nog geen keuze gemaakt over de duur van onderwijstijdverlenging. In deze maatschappelijke Business Case is ervoor gekozen om steeds twee

In Tabel 1 wordt weergegeven hoeveel leerlingen hoeveel procent van het traject meemaken en hoeveel effectleerlingen dit oplevert. In scenario 1 zijn dit 3.619 effectleerlingen en in scenario 2 zijn dit 5.051 effectleerlingen, van de in totaal 6.141 leerlingen die binnen de doelgroep vallen. Tabel 1: Overzicht van aantal leerlingen dat het traject onderwijstijdverlenging volgt en het aantal effectleerlingen dat omgerekend het volledige effect meemaakt.

Percentage van gevolgd traject 12,5% 25,0% 37,5% 50,0% 62,5% 75,0% 87,5% 100,0% Totaal

Scenario 1: 8 jaar onderwijstijdverlenging het optimale effect wordt na 8 jaar bereikt. Ofwel, ieder jaar onderwijstijdverlenging leidt tot

van het totale effect (12,5%).

Scenario 2: 4 jaar onderwijstijdverlenging het optimale effect wordt na 4 jaar bereikt. Ofwel, ieder jaar onderwijstijdverlenging leidt tot

van het totale effect (25%).

Om de totale groep van leerlingen die potentieel in aanraking komt met onderwijstijdverlenging te bepalen, wordt het huidige aantal leerlingen op 4

Scenario 1 (8 jaar onderwijstijdverlenging) Leerlingen Effectleerlingen 749 94 693 173 726 272 692 346 731 457 719 539 743 650 1.088 1.088 6.141 3.619

Scenario 2 (4 jaar onderwijstijdverlenging) Leerlingen Effectleerlingen 0 0 749 187 0 0 693 347 0 0 726 545 0 0 3.973 3.973 6.141 5.051

2.

Uitstroom van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs

In het vorige hoofdstuk is berekend hoeveel leerlingen omgerekend een volledig effect doormaken, de zogenaamde effectleerlingen. Dit zijn er 3.619 in scenario 1 en 5.051 in scenario 2.

Als de beoogde verdeling wordt toegepast op het berekende aantal effectleerlingen, 3.619 in scenario 1 en 5.051 in scenario 2, volgt een ander aantal leerlingen per uitstroomniveau dan het geval zou zijn in de huidige situatie. Dit is weergegeven in Tabel 3. Dit verschil in aantal leerlingen per uitstroomniveau is in de komende hoofdstukken de basis voor volgende (reken)stappen.

Het beoogde kerneffect van onderwijstijdverlenging in deze mBC is een hoger uitstroomniveau van primair naar voortgezet onderwijs. In tabel 2 is de verdeling van huidige uitstroomniveaus weergegeven naast de door de Gemeente Dordrecht geambieerde uitstroomniveaus (het gemiddelde van basisscholen in Dordrecht, de doelgroepscholen niet meegerekend). Hierin is een verschuiving zichtbaar van praktijkonderwijs en vmbo (bbl/kbl) naar hoger niveau vmbo, havo en vwo in de beoogde situatie.

Tabel 3: Verschil van aantal leerlingen per uitstroomniveau van basis naar voortgezet onderwijs in beoogde situatie versus de huidige situatie

Uitstroomniveau naar VO

Tabel 2: Uitstroomniveau van basis naar voortgezet onderwijs

Uitstroomniveau naar VO praktijkonderwijs vmbo: bbl / kbl vmbo: gt / tl vmbo / havo havo havo / vwo vwo

Huidige situatie 4,03% 37,98% 28,13% 5,93% 8,31% 6,20% 9,42%

Beoogde situatie als gevolg van OTV 0,32% 18,19% 27,18% 10,21% 15,21% 10,61% 18,28%

praktijkonderwijs vmbo: bbl / kbl vmbo: gt / tl vmbo / havo havo havo / vwo vwo

5

Verschil in aantal leerlingen per uitstroomniveau in beoogde situatie vs. huidige situatie Scenario 1 Scenario 2 (8 jaar OTV) (4 jaar OTV) -134 -187 -716 -1.000 -34 -48 155 216 249 348 160 223 321 447

3. Onderzoek naar de effecten van het voorkomen van onderwijsachterstanden laat voornamelijk zien wat de gevolgen kunnen zijn van een verandering in diplomaniveau. De volgende stap in deze mBC is daarom het vertalen van de beoogde verschillen in uitstroomniveau als gevolg van onderwijstijdverlenging naar een verandering in (de verdeling van) diplomaniveaus. Op basis van een stroomschema van Onderwijs in Cijfers dat de in-, uit- en doorstroom in het Nederlandse onderwijsstelsel laat zien, is een model ontwikkeld om per uitstroomniveau een verdeling te maken van de vervolgstappen in het (hoger) onderwijs (bijv. zoveel % haalt havo/vwo diploma, daarvan gaat zoveel % naar het hbo waarvan zoveel % een diploma haalt) (Onderwijs in Cijfers, 2018). De verschillende (zie tabel 4) om daarmee aan de sluiten op de studies waarop de mBC verder is gebaseerd. In tabel 5 is per uitstroomniveau (vmbo of havo/vwo).

Hoogst behaalde diploma vmbo mbo havo/vwo hbo wo

hbo wo

29,41% 38,35% 32,23%

Tabel 6: Geschat effect op het aantal leerlingen per hoogste diplomaniveau, gebaseerd op 6.141 leerlingen die voor kortere of langere tijd onderwijstijdverlenging krijgen

Eindstappen vmbo diploma zonder start of diploma mbo mbo diploma havo/vwo diploma zonder start of diploma hbo/wo (inclusief doorstromers uit vmbo) hbo diploma (inclusief doorstromers uit vmbo) wo diploma (inclusief doorstromers uit vmbo)

Tabel 5: Verwachting van hoogst behaalde diploma naar voortgezet onderwijs

havo/vwo 25,83% 49,24% 8,09% 14,71% 2,13%

Voor leerlingen die praktijkonderwijs volgen is onvoldoende inzichtelijk wat zij als hoogste diploma behalen. Wel is duidelijk dat een groot deel direct de arbeidsmarkt op gaat. Daarnaast gaat het, in de beoogde situaties, om een klein aantal leerlingen. In deze mBC zijn deze leerlingen praktijkonderw Tabel 6 uitstroomniveau als gevolg van OTV kan leiden tot een verandering in de

Tabel 4:

Hoogst behaalde diploma vmbo mbo havo/vwo

Uitstroomniveau vmbo

Hoogst behaalde diploma Praktijk- / spec. onderwijs vmbo havo/vwo mbo hbo wo

naar uitstroomniveau van primair

6

Verschil in aantal leerlingen per diplomaniveau in beoogde situatie vs. huidige situatie Scenario 1 Scenario 2 (8 jaar OTV) (4 jaar OTV) -134 -187 -174 -243 183 255 -331 -462 211 294 246 343

6.

Verwachte effecten

6.1

Meer inkomsten uit loon

onderwijstijdverlenging. Deze verschillen per niveau zijn vermenigvuldigd de jaarsalarissen uit tabel 7, wat leidt tot een verschil in de totale inkomens tussen de huidige situatie en de prognoses van scenario 1 en 2 (Tabel 8).

Een hoger opleidingsniveau is in Nederland sterk geassocieerd met een hoger inkomen. In tabel 7 staat weergegeven welke toename in inkomen past bij welke hoogst behaalde diploma (SEO Economisch Onderzoek, 2009). Uitgaande van het wettelijk minimumloon (vanaf 21 jaar, per 1 januari 2020) als inkomen voor leerlingen met een vmbo-diploma is dat 19.843 per jaar (Rijksoverheid, 2019). Een combinatie van verschillende bronnen geeft vervolgens voor de andere opleidingsniveaus een salarisindicatie voor een starter op de arbeidsmarkt die aansluit bij de verdeling uit tabel 7 (Maastricht Universiteit, 2019; SEO Economisch Onderzoek, 2019). In dezelfde tabel staat het gebruikte jaarsalaris per diplomaniveau weergegeven.

Tabel 8: Geschat effect op jaarlijkse inkomsten uit loon

Scenario Scenario 1: effect van OTV bereikt in 8 jaar Scenario 2: effect van OTV bereikt in 4 jaar

6.2

vmbo mbo havo/vwo hbo wo

Hoger inkomen t.o.v. alleen basisonderwijs + 12% + 33% + 33% + 56% + 81%

Voorkomen kosten bijstandsuitkeringen

verandering in het aantal bijstandsuitkeringen. Doordat de bijstandskans waarbij men een hoger opleidingsniveau behaalt als gevolg van OTV sprake zijn van een afname in het aantal bijstandsuitkeringen. In tabel 9 wordt weergegeven hoe deze opleidingsniveaus zich vertalen naar de

Tabel 7: Inkomensverschil per diplomaniveau t.o.v. basisonderwijs en jaarsalaris voor start op de arbeidsmarkt. Voor praktijkonderwijs als hoogst behaalde diploma is hetzelfde jaarsalaris als voor vmbo gebruikt.

Hoogst behaalde diploma

Financiële waarde

Gebruikte jaarsalaris voor starter op arbeidsmarkt

bijbehorende kans op bijstand is (SEO Economisch Onderzoek, 2018). Tabel 9: Bijstandskans per opleidingsniveau en diplomaniveau zoals gebruikt in deze mBC (SEO Economisch Onderzoek, 2018)

Hoogst behaalde diploma praktijkonderwijs + vmbo havo/vwo + mbo hbo + wo

In tabel 6 is reeds voor elk scenario weergegeven hoeveel leerlingen er per opleidingsniveau meer of minder zullen zijn als gevolg van de

7

Opleidingsniveau Laag Midden Hoog

Bijstandskans 15,4% 2,4% 0,6%

De potentiële kostenbesparing is gelijk aan het aantal voorkomen uitkeringen vermenigvuldigd met de kosten van een uitkering. De hoogte van de (netto) bijstandsuitkering onder de Participatiewet hangt af van de burgerlijke staat en leeftijd. In deze mBC wordt gebruik gemaakt van een totaalbedrag van per maand voor alleenstaanden en alleenstaande ouders vanaf 21 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd (Rijksoverheid, 2019). Op jaarbasis is dit 12.628. De totale potentieel voorkomen kosten per scenario staan weergegeven in tabel 10.

weergegeven in tabel 11 (Centraal Planbureau, 2013). De bedragen zijn gebaseerd op de totale zorgkosten in een leven, gedeeld door het aantal levensjaren. In de praktijk zijn zorgkosten echter niet zo gelijkmatig over een mensenleven verdeeld. Deze zijn een groot deel van het leven laag, terwijl gemiddeld genomen op latere leeftijd een piek in zorgkosten ontstaat. Dat betekent ook dat kostenbesparingen pas daadwerkelijk op latere leeftijd kunnen worden gekapitaliseerd. Tabel 11: Gemiddelde zorgkosten per jaar naar diplomaniveau

Hoogst behaalde diploma Praktijk- / spec. onderwijs vmbo mbo havo/vwo hbo wo

De mediaan van de lengte van alle lopende bijstandsuitkeringen in de periode 2016-2018 is tussen de 3 en 4 jaar (CBS, 2020). Dit betekent dat van alle lopende bijstandsuitkering de ene helft (even lang of) korter duurt en de andere helft (even lang of) langer duurt. We gaan uit van een conservatief scenario waarbij we de lage kant van de mediaan kiezen: 3 jaar. Dit betekent dat potentiële kostenbesparingen op het gebied van de bijstandsuitkering ook maximaal 3 jaar duren. Bij het uitrekenen van de potentiële kostenbesparingen over een periode langer dan drie jaar, zal dit effect slechts drie jaar worden meegerekend.

6.3

Voorkomen uitkeringen 48 67

2.200 2.200 2.200 1.800 1.800 1.700

De verwachte verschillen in hoeveelheid leerlingen per hoogste behaalde diploma als gevolg van onderwijstijdverlenging is verrekend met de gemiddelde zorgkosten per jaar. De potentiële kostenbesparing doordat leerlingen gemiddeld genomen een hoger opleidingsniveau behalen wordt in Tabel 12 getoond.

Tabel 10: Geschat aantal personen voor wie een bijstandsuitkering wordt voorkomen en de te voorkomen kosten per uitkeringsjaar.

Scenario Scenario 1 (8 jaar OTV) Scenario 2 (4 jaar OTV)

Gemiddelde zorgkosten per jaar

Voorkomen kosten

Tabel 12: Geschatte voorkomen zorgkosten Zvw, gemiddeld per jaar

Scenario Scenario 1: effect van OTV bereikt in 8 jaar Scenario 2: effect van OTV bereikt in 4 jaar

Voorkomen zorgkosten (zorgverzekeringswet)

Uit onderzoek blijkt dat er een negatief verband is tussen opleidingsniveau en zorgkosten. Ofwel, een lager opleidingsniveau leidt tot hogere zorgkosten, en vice versa. Een schatting van zorgkosten per jaar wordt 8

Voorkomen kosten

6.4

Voorkomen kosten criminaliteit

6.5

De kans op criminaliteit neemt af naarmate iemand meer jaren onderwijs heeft gevolgd. Ieder jaar extra scholing 7,30 per jaar aan kostenbesparingen op het gebied van criminaliteit op (SEO Economisch Onderzoek, 2009). De verwachte verschillen in hoogst behaalde diploma door onderwijstijdverlenging zijn verrekend met het aantal scholingsjaren per opleidingsniveau (tabel 13 tot een verschil in het aantal scholingsjaren tussen de huidige situatie en de prognose. De potentiële kostenbesparing van deze extra scholingsjaren wordt weergegeven in tabel 14.

Tabel 15: Totaaloverzicht van geschatte voorkomen kosten

Effect Meer inkomsten uit loon Voorkomen kosten bijstand Voorkomen zorgkosten (Zvw) Voorkomen kosten criminaliteit Totale financiële waarde

Tabel 13: Gerekende scholingsjaren per diplomaniveau

Hoogst behaalde diploma praktijkonderwijs vmbo mbo havo/vwo hbo wo

Gerekende scholingsjaren 13 12 16 13,5 17 17

Tabel 14: Geschatte voorkomen kosten criminaliteit, per jaar

Scenario Scenario 1 (8 jaar OTV) Scenario 2 (4 jaar OTV)

Extra jaren scholing 1.101 1.536

Totaaloverzicht

Voorkomen kosten 8.600 12.000

9

Scenario 1

Scenario 2

Bronnen SEO Economisch Onderzoek. (2009). Maatschappelijke baten van het opheffen van onderwijsachterstanden. Geraadpleegd via http://www.seo.nl/uploads/media/200905_Maatschappelijke_baten_van_het_opheffen_van_onderwijsach terstanden.pdf

CBS. (2020). Personen met bijstand; duur van de lopende uitkeringssituatie. Geraadpleegd via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82663NED/tabl e?ts=1593171636348 Centraal Planbureau. (2013). De prijs van gelijke zorg. Geraadpleegd via https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpbpolicy-brief-2013-01-de-prijs-van-gelijke-zorg.pdf

SEO Economisch Onderzoek. (2018). Vaststellen van de bijstandsbudgetten 2019. Geraadpleegd via http://www.seo.nl/uploads/media/201882_Vaststellen_bijstandsbudgetten_2019.pdf

Maastricht Universiteit. (2019). Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2018. Geraadpleegd via https://roa.nl/files/roaf20196sispdf

SEO Economisch Onderzoek. (2019). Studie & Werk 2019. Geraadpleegd via http://www.seo.nl/uploads/media/201950_Studie___Werk_2019.pdf

Onderwijs in Cijfers. (2018). Stromen in het Nederlandse onderwijs. Geraadpleegd via https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/onderwijsalgemeen/leerlingen-en-studenten/stromen-stromen-in-hetnederlands-onderwijs

Rijksoverheid. (2019). Uitkeringsbedragen per 1 januari 2020. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2019/12/18 /uitkeringsbedragen-per-1-januari-2020

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/288/documents/10020