CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.02.05 Definitief rapport mBC Onderwijs_Agenda 2030.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 15 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Reserveringen Agenda Dordrecht 2030. - Raadsvoorstel7.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Business Case

Onderwijstijdverlenging in Dordrecht Eindrapport | Februari 2021

Colofon © Sinzer Part of Grant Thornton Deze maatschappelijke Business Case is uitgevoerd in opdracht van de Gemeente Dordrecht.

Auteurs Jurre Anema, Impact Consultant Kirsten van Reisen, Senior Impact Consultant Vincent Belgraver, Senior Impact Consultant Illustratie voorpagina © Ponce Photography beschikbaar gemaakt via Pixabay Meer informatie over deze publicatie Heeft u vragen over deze publicatie? Neem gerust contact met ons op. Sinzer Part of Grant Thornton Vincent Belgraver vincent@sinzer.org www.sinzer.org

Gemeente Dordrecht Serge Bomius (senior beleidsmedewerker onderwijs) smw.bomius@dordrecht.nl www.dordrecht.nl

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3

1.

Inleiding

4

2.

Onderwijstijdverlenging in Dordrecht

5

8.1

Werk

15

3.

Beleidstheorie onderwijstijdverlenging

6

8.2

Inkomen

15

4.

Afbakening van deze mBC

8

8.3

Gezondheid

16

5.

Het effect op uitstroomniveaus

9

8.4

Criminaliteit

17

6.

Kerncijfers: de basis voor de doorrekening

10

8.5

Intergenerationele problematiek

17

7.

7.5 8.

14

Niet-doorgerekende effecten

15

6.1

Aantal leerlingen met onderwijstijdverlenging

10

6.2

Aantal leerlingen per hoogst behaalde diploma

10

9.1

Conclusies

19

11

9.2

Aanvullende reflecties

20

Bronnen

Doorgerekende effecten

9.

Samenvattend overzicht

Conclusies en reflecties

19

7.1

Meer inkomsten uit loon

11

7.2

Voorkomen kosten bijstandsuitkeringen

12

26

7.3

Voorkomen zorgkosten (zorgverzekeringswet)

12

7.4

Voorkomen kosten criminaliteit

13

Bijlage 2: Toelichting Sardes op onderwijstijdverlenging en cognitieve effecten ervan 27

3

22

1.

Inleiding

Gemeente Dordrecht constateert een groeiende kansenongelijkheid in de stad, die vaak al op jonge leeftijd ontstaat. Eén van de oplossingen hiervoor ziet de gemeente in het onderwijs. In de Dordtse onderwijsvisie 2020 2030 is het doorbreken van kansenongelijkheid daarom één van de uitgangspunten. Samen met het onderwijs wil de gemeente de komende 10 jaar investeren in de ontwikkeling van kinderen waarvoor een onbelemmerde ontwikkeling niet vanzelfsprekend is.

onderwijstijdverlenging in de periode 2021 2031 op tien basisscholen in Dordrecht. Het biedt op hoofdlijnen een eerste, ruwe inschatting van de financiële effecten op langere termijn. Hierbij wordt in dit rapport uitgegaan van een maximaal effect, om uiteindelijk verschillende effectclaims (wat als 25% hiervan uitkomt?) toe te passen (zie bijlage 1). De mBC bouwt voort op een beleidstheorie die gemeente Dordrecht eerder heeft ontwikkeld (zie hoofdstuk 3), inclusief een aantal aannames over het effect van onderwijstijdverlenging die daaraan ten grondslag liggen. Met dat als startpunt heeft Sinzer op basis van openbare bronnen een mBC opgesteld, waarin de nadruk ligt op financiële effecten. Het (verkennend) toetsen van de beleidstheorie en achterliggende aannames was hiervan geen onderdeel.

Als onderdeel daarvan worden nu de mogelijkheden verkend om onderwijstijdverlenging aan te bieden op tien basisscholen waar leerlingen relatief gezien de meeste achterstanden hebben (zie hoofdstuk 2 voor meer details). Allereerst vanuit de gedachte dat dit de individuele leerlingen helpt om zich tot hun volle potentie te ontwikkelen, maar ook met als doel dat hiermee het sociaaleconomisch profiel van Dordrecht op langere termijn wordt versterkt.

Dit rapport bestaat uit acht korte hoofdstukken. In hoofdstuk 2 gaan we in op de betekenis van onderwijstijdverlenging en introduceren we twee

Er is nog weinig bekend over het effect van onderwijstijdverlenging, met name op langere termijn. Meer onderzoek, ook naar sociaaleconomische effecten, is dan ook nodig. Als onderdeel van het besluitvormingsproces is er daarom behoefte aan een eerste inschatting van het financieelmaatschappelijke effect van onderwijstijdverlenging op langere termijn.

beleidstheorie van de gemeente, waarna we in hoofdstuk 4 kort ingaan op de afbakening van deze mBC. De hoofdstukken 5 tot en met 8 geven een beschrijving van het verwachte effect van onderwijstijdverlenging, waarvan hoofdstuk 7 zich concentreert op de financiële doorrekening en hoofdstuk 8 een overzicht van effecten die niet konden worden doorgerekend, maar desalniettemin een belangrijke potentiële maatschappelijke waarde hebben. In hoofdstuk 9 presenteren we de belangrijkste conclusies en plaatsen we een aantal kanttekeningen bij deze mBC, die van belang zijn om deze op waarde te kunnen schatten.

Voortkomend uit die behoefte heeft adviesbureau Sinzer in opdracht van de gemeente een maatschappelijke Business Case (mBC) opgesteld,

4

2.

Onderwijstijdverlenging in Dordrecht

De Gemeente Dordrecht en het lokale onderwijsveld hebben samen de Onderwijsvisie 2020 2030 ontwikkeld. Hierin wordt geambieerd om de groei van kansenongelijkheid in Dordrecht te doorbreken en er voor te zorgen dat de komende generatie(s) basisschoolleerlingen met een hoger opleidingsniveau uitstroomt richting de arbeidsmarkt. De gemeente ziet dit als een manier om het sociaaleconomisch profiel van de stad te versterken en verwacht dat de stad de extra investering in onderwijs op de lange termijn terugverdient. Eén van de instrumenten die de gemeente inzet is onderwijstijdverlenging.

Toekomstig onderzoek naar onderwijstijdverlenging moet meer inzicht gaan geven in de optimale variant ervan. Daaruit moet ook blijken wat het zogenaamde verzadigingspunt is: het aantal jaar onderwijstijdverlenging dat nodig is om het optimale effect te bereiken. Op dit moment baseert gemeente Dordrecht zich op de expertise van Sardes, specialist op het gebied van onderwijsinnovatie. Sardes gaat ervan uit dat het verzadigingspunt optreedt na 4 tot 8 jaar, afhankelijk van de kwaliteit van het programma. In de mBC namelijk:

Onderwijstijdverlenging kan op allerlei manieren worden vormgegeven, bijvoorbeeld via weekendscholen, vakantiescholen, schakelklassen en onderwijstijdverlenging per week . Naast de al bestaande Dordtse zomerschool en schakelklassen, is in de Onderwijsvisie 2020 2030 de ambitie uitgesproken om onderwijstijdverlenging in te zetten op basisscholen waar relatief veel leerlingen kampen met (een risico op) een onderwijsachterstand. Dit programma zou tien jaar moeten duren

Scenario 1: 8 jaar onderwijstijdverlenging wordt na 8 jaar bereikt. Scenario 2: 4 jaar onderwijstijdverlenging wordt na 4 jaar bereikt.

te werken,

het optimale effect het optimale effect

Aangezien het programma onderwijstijdverlenging zal lopen van 2021 tot 2031 het optimale effect in 4 jaar wordt bereikt, zullen er in de periode 2021 2031 meer leerlingen zijn bij wie dat optimale effect kan optreden. Ter illustratie: bij leerlingen die in 2026 voor het eerst naar de basisschool gaan, wordt in scenario 1 niet het optimale effect gerealiseerd. In scenario 2 is dat wel het geval.

In deze mBC op tien basisscholen met de grootste kans op achterstanden in werkelijkheid gaat het om elf basisscholen. Alle leerlingen op deze scholen profiteren dan van het dit aanbod. Daarbij is het uitgangspunt dat scholen een bepaalde ruimte hebben om op een bij hun school passend manier dit aanbod vorm te geven, binnen de (nog te bepalen) kaders van kwaliteit, uitvoering en meetbaarheid.

5

3.

Beleidstheorie onderwijstijdverlenging

Voorafgaand aan de maatschappelijke Business Case heeft gemeente Dordrecht in samenwerking met Tilburg University en Whise een beleidstheorie ontwikkeld. Deze laat zien hoe onderwijstijdverlenging naar verwachting bijdraagt aan een sterker sociaaleconomisch profiel van Dordrecht. Figuur 1 (zie volgende pagina) biedt hiervan de schematische samenvatting.

per week leertijduitbreiding enerzijds en leerprestaties anderzijds. Veel hangt af van een effectieve benutting van de leertijd, een goed programma en geschikte leerkrachten. Ook een passende aansluiting van de naschoolse activiteiten bij het reguliere onderwijs, gekwalificeerde en regelmatig getrainde begeleiders, een individuele benadering en hoge motivatie van leerlingen geven een hogere kans op rendement. Bijlage 2 geeft een door Sardes opgestelde samenvatting van enkele onderzoeken die inzicht geven in de korte termijneffecten van onderwijstijdverlenging.

Het figuur laat zien dat onderwijstijdverlenging eerst leidt tot korte termijnresultaten, zoals een grotere woordenschat, een betere beheersing van de Nederlandse taal en hogere Cito-scores. Op langere termijn volgen andere effecten, zoals een hoger niveau in het onderwijs, een grotere motivatie voor onderwijs en meer kansen en perspectief op werk. Uiteindelijk moet dat bijdragen aan een beter sociaaleconomisch profiel van de stad. Uit diverse rapportages (zie o.a. Education Lab Netherlands, 2020; CPB, 2018a; CPB, 2020a; CPB, 2020b) is gebleken dat een vorm van onderwijstijdverlenging kan helpen met het reduceren van leerachterstanden en ongelijkheid.

Om de beleidstheorie verder te kunnen onderbouwen, is eerst meer onderzoek nodig naar het effect van onderwijstijdverlenging, met name op langere termijn. De beleidstheorie beschrijft dan ook wat het verwachte effect is. Of en in hoeverre de verwachte effecten optreden, zal de komende jaren moeten worden gemonitord.

Systematische effecten van onderwijstijdverlenging op leerprestaties zijn echter niet eenvoudig aan te tonen, mede door variëteit in de wijze waarop het wordt ingevuld. Daarnaast is het (beperkt) beschikbare onderzoek voornamelijk uitgevoerd in Amerikaanse context. Hieruit blijkt dat het verband tussen de verlengde schooldag en leerprestaties (taal en rekenen) het sterkst lijkt op scholen met veel leerlingen met laagopgeleide ouders. Daarnaast is er, tot op zekere hoogte, een verband tussen het aantal uren

6

Figuur 1: Beleidstheorie onderwijstijdverlenging (gemeente Dordrecht, visuele bewerking door Sinzer)

7

4.

Afbakening van deze mBC

De beleidstheorie vormde de basis voor deze mBC, maar was vanwege de complexiteit nog niet geschikt voor een doorrekening van het mogelijke effect. Daarom is in afstemming met de gemeente een versimpelde versie ontwikkeld (zie figuur 2). Deze laat zien dat een hoger uitstroomniveau van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs als belangrijkste uitkomstmaat van onderwijstijdverlenging wordt beschouwd. Dat hogere niveau leidt vervolgens tot een aantal effecten, ten opzichte van het scenario zonder onderwijstijdverlenging.

In deze mBC is een aantal van de belangrijkste effecten geïdentificeerd en doorgerekend. De focus lag op financiële effecten. De kwantificering van effecten die niet direct een financiële waarde vertegenwoordigen (vaak buiten de afbakening van deze opdracht. Overigens kunnen deze effecten minstens zo waardevol zijn. grove, eerste schatting van de financieel-maatschappelijke waarde die onderwijstijdverlenging in Dordrecht kan opleveren.

Figuur 2: Versimpelde beleidstheorie voor de mBC (Sinzer, 2020)

8

5.

Het effect op uitstroomniveaus

Deze mBC richt zich op de financiële effecten die volgen op een hoger uitstroomniveau vanuit het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. De eerste te beantwoorden vraag is dan ook: wat is het effect van onderwijstijdverlenging op die uitstroomniveaus?

Tabel 1: Uitstroomniveau van basis naar voortgezet onderwijs

Uitstroomniveau naar VO praktijkonderwijs vmbo: bbl/kbl vmbo: gt/tl vmbo/havo havo havo/vwo vwo

Kern van de Dordtse beleidstheorie is dat onderwijstijdverlenging ervoor zorgt dat de uitstroomniveaus van de doelgroepscholen in lijn komen te liggen met het gemiddelde van alle andere basisscholen in Dordrecht. De uitstroomniveaus op de doelgroepscholen wijken nu nog sterk af van het gemiddelde. Tabel 1 laat zien welk percentage leerlingen vanuit het basisonderwijs uitstroomt naar de verschillende niveaus in het voortgezet onderwijs, waarbij binnen het praktijk- en speciaal onderwijs geen verdere uitsplitsing is gemaakt. Er is een onderscheid gemaakt tussen de tien doelgroepscholen, en het gemiddelde van alle basisscholen in Dordrecht (exclusief de doelgroepscholen). Uit de tabel blijkt dat de doelgroepscholen een relatief groot aandeel leerlingen hebben dat uitstroomt naar de lagere niveaus in het vmbo, terwijl het aandeel leerlingen dat naar havo/vwo uitstroomt relatief laag naar ieder niveau zal zijn op de doelgroepscholen wanneer een effectieve vorm van onderwijstijdverlenging wordt geïmplementeerd. Dat is het beoogde effect zoals geformuleerd in de beleidstheorie van de Gemeente Dordrecht.

9

Doelgroep Dordrecht Verschil 4,03% 0,32% -3,71% 37,98% 18,19% -19,79% 28,13% 27,18% -0,95% 5,93% 10,21% +4,28% 8,31% 15,21% +6,89% 6,20% 10,61% +4,41% 9,42% 18,28% +8,86%

6.

Kerncijfers: de basis voor de doorrekening

6.1

Aantal leerlingen met onderwijstijdverlenging

verschillende uitkomsten leiden.

Om de financiële effecten te kunnen doorrekenen, moeten we weten hoeveel leerlingen in een periode van 10 jaar vanaf schooljaar 2021/2022 onderwijstijdverlenging zullen krijgen. Op basis van het huidige aantal leerlingen op de tien doelgroepscholen (2.766 leerlingen) en de prognose dat jaarlijks 375 nieuwe leerlingen instromen, wordt verwacht dat 6.141 leerlingen onderwijstijdverlenging zullen krijgen. Het aantal jaren onderwijstijdverlenging dat iemand krijgt, zal echter verschillen doordat (1) het programma tegelijkertijd start in verschillende groepen en (2) in 2031 afloopt. Leerlingen die nu in groep 7 zitten of pas in 2029 naar de basisschool gaan, zullen dus maar twee jaar onderwijstijdverlenging krijgen (tenzij het programma wordt verlengd).

6.2

Eerder lieten we het verwachte effect van onderwijstijdverlenging op het instroomniveau in het VO zien. Dat biedt echter onvoldoende houvast om financiële effecten te kunnen doorrekenen. De bestaande literatuur gaat vrijwel altijd uit van het hoogst behaalde diplomaniveau (dus inclusief mbo, hbo en wo). Dat levert de volgende vraag op: wat doet onderwijstijdverlenging met het diploma dat een leerling uiteindelijk (inclusief vervolgonderwijs) zal behalen? Op basis van nationale cijfers over doorstroom van VO naar vervolgopleidingen en de kans op een vervolgdiploma, is een schatting gemaakt van de verandering in het aantal leerlingen per hoogste diplomaniveau (tabel 2). De verschillende niveaus in het vmbo en mbo zijn samengevoegd om aan te kunnen sluiten bij onderzoeken die als basis dienden voor het doorrekenen van effecten.

In hoofdstuk 2 introduceerden we effecten worden doorgerekend. In scenario 1 wordt het optimale effect in acht jaar bereikt, in scenario 2 na vier jaar. Omdat niet alle leerlingen de volle onderwijstijdverlenging krijgen, wordt aangenomen dat: In scenario 1, ieder jaar onderwijstijdverlenging leidt tot

Tabel 2: Geschat effect op het aantal leerlingen per hoogste diplomaniveau, gebaseerd op 6.141 leerlingen die voor kortere of langere tijd onderwijstijdverlenging krijgen

van het

totale effect (12,5%). In scenario 2, ieder jaar onderwijstijdverlenging leidt tot

Aantal leerlingen per hoogst behaalde diploma

Hoogste diploma praktijk / speciaal vmbo havo/vwo mbo hbo wo

van het

totale effect (25%). Ter illustratie: in scenario 1 zal bij 1.088 leerlingen (18%) het volledige effect optreden, terwijl dat in scenario 2 bij 3.973 leerlingen (65%) het

10

Scenario 1 -134 -174 +183 -331 +211 +246

Scenario 2 -187 -243 +255 -462 +294 +343

7.

Doorgerekende effecten

Uit een eerdere inventarisatie van SEO Economisch Onderzoek (2009) naar het effect van het opheffen van onderwijsachterstanden, kwamen effecten rondom werk, inkomen, gezondheid en criminaliteit als belangrijkste naar voren. Voor een deel van deze effecten kan een financiële doorrekening worden gemaakt. Zo maken we in dit hoofdstuk een inschatting van het financiële effect van onderwijstijdverlenging. Dat doen we aan de hand van vier effecten: meer inkomsten uit loon, voorkomen kosten bijstandsuitkeringen, voorkomen zorgkosten (zorgverzekeringswet) en voorkomen kosten criminaliteit.

7.1

Meer inkomsten uit loon

Een hoger opleidingsniveau gaat, gemiddeld genomen, gepaard met een hoger salaris. Uit een eerdere prognose van SEO Economisch Onderzoek (2009) naar de maatschappelijke baten van het opheffen van onderwijsachterstanden, bleek dat de grootste financiële baten worden gerealiseerd door hogere lonen. Ook in deze mBC is een schatting gemaakt van het effect van onderwijstijdverlenging op de lonen die mensen zullen verdienen. Hierbij is de achterliggende redenatie dat leerlingen vanuit het basisonderwijs uitstromen naar een hoger niveau in het voortgezet onderwijs, waardoor

Op basis van aanvullend literatuuronderzoek en een bewerking van cijfers, is nu een ruwe schatting gemaakt van het te verwachten financiële effect van onderwijstijdverlenging in Dordrecht. De eerder beschreven beleidstheorie en kerncijfers dienden daarbij als basis.

hoger zal liggen. Dat vertaalt zich in hogere lonen dan zonder onderwijstijdverlenging het geval was geweest1.

Alle effecten zijn gebaseerd op de prognose dat tussen 2021 2031 in totaal 6.141 leerlingen (al dan niet deels) onderwijstijdverlenging krijgen. Een ander aantal leerlingen zou leiden tot een andere uitkomst. De

De doorrekening van dit effect is gebaseerd op het gemiddelde startsalaris (vanaf leeftijd 21), behorend bij een bepaald opleidingsniveau. Zo bedraagt het startsalaris voor iemand met vmbo als hoogste diploma bijna 20.000, terwijl dat voor iemand met een wo-opleiding circa (Maastricht Universiteit, 2019; Rijksoverheid, 2019; SEO Economisch Onderzoek, 2019). Deze bedragen zijn vervolgens toegepast op de verwachte verandering

beschreven.

1

Dit kan vervolgens weer een effect hebben op uitgavenpatronen, en dus op ook op de lokale economie. Dit effect kan niet worden becijferd, maar wordt in hoofdstuk 8 wel toegelicht.

11

Tabel 3 laat zien dat de jaarlijkse inkomsten uit loon voor de doelgroep zullen toenemen. Afhankelijk van het scenario leidt dat naar schatting tot

hoeveel leerlingen uiteindelijk een bijstandsuitkering zullen ontvangen,

loon per jaar. Deze bedragen zijn gebaseerd op startsalarissen. Hierin is niet gecorrigeerd voor eventuele werkloosheid en loonontwikkeling gezien de complexiteit en onzekerheid van een dergelijke correctie.

Zoals blijkt uit de tabellen 4 en 5, voorkomt onderwijstijdverlenging naar schatting voor 48 personen een uitkering in scenario 1. Dat staat gelijk aan (Rijksoverheid, 2019). In scenario 2 wordt voor 67 personen een uitkering voorkomen Dit effect kan niet langer dan drie jaar worden meegerekend omdat de mediane duur van een bijstandsuitkering drie jaar is.

Tabel 3: Geschat effect op jaarlijkse inkomsten uit loon

Scenario Scenario 1: effect van OTV bereikt in 8 jaar Scenario 2: effect van OTV bereikt in 4 jaar

Financiële waarde + 4.318.000 6.026.000

Tabel 4: Geschat aantal personen voor wie een bijstandsuitkering wordt voorkomen

7.2

Scenario Scenario 1: effect van OTV bereikt in 8 jaar Scenario 2: effect van OTV bereikt in 4 jaar

Voorkomen kosten bijstandsuitkeringen

Opleidingsniveau is één van de factoren die in belangrijke mate van invloed is op de kans die iemand heeft om een bijstandsuitkering te ontvangen. Uit een analyse van SEO Economisch Onderzoek (2018) blijkt dat mensen met een laag opleidingsniveau (hier: praktijkonderwijs of vmbo) een grotere kans (15,4%) hebben om in de bijstand te komen dan mensen met een hoog opleidingsniveau (0,6%) (hier: hbo of wo).

Voorkomen uitkeringen 48x 67x

Tabel 5: Geschatte voorkomen kosten bijstandsuitkeringen, per voorkomen uitkeringsjaar

Scenario Scenario 1: effect van OTV bereikt in 8 jaar Scenario 2: effect van OTV bereikt in 4 jaar

7.3

Volgend op de aanname dat onderwijstijdverlenging voor een deel van de leerlingen resulteert in een hoger behaald diploma, kan een afname van het aantal leerlingen dat uiteindelijk een bijstandsuitkering krijgt worden verwacht. Dit betekent dat er kosten voor bijstandsuitkeringen worden bespaard ten opzichte van het scenario zonder onderwijstijdverlenging.

Voorkomen kosten 609.000 850.000

Voorkomen zorgkosten (zorgverzekeringswet)

Uit diverse studies blijkt dat een hoger opleidingsniveau samenhangt met een betere gezondheid. Ook blijkt dat zorgconsumptie afneemt naarmate het opleidingsniveau stijgt. In deze mBC is dan ook een prognose gemaakt van het effect van onderwijstijdverlenging op zorgkosten binnen de zorgverzekeringswet.

De doorrekening van dit effect is gebaseerd op de gemiddelde kans op een bijstandsuitkering per hoogst behaalde diploma. Zo kan worden geschat 12

Een complexiteit is de beperkte beschikbaarheid van informatie over de relatie tussen opleidingsniveau en zorgkosten. Er is gerekend met gegevens van het CPB schatting van de gemiddelde jaarlijkse zorgkosten per opleidingsniveau. opleiding, to -opleiding.

7.4

Diverse nationale en internationale studies tonen een samenhang tussen onderwijs en criminaliteit (Hjalmarsson & Lochner, 2012; Lochner & Moretti, 2004; Muller & Leun, 2010; de Vaan, 2006), zie ook paragraaf 8.4. Geschikte cijfers over de link tussen onderwijsniveau en criminaliteit zijn niet beschikbaar voor verdere financiële doorrekening. Wel laat het Nederlands onderzoek van Groot en Maassen van den Brink (2004) een verband tussen criminaliteit en onderwijsduur zien: de kans op criminaliteit neemt af met meer jaren scholing.

De bedragen zijn gebaseerd op de totale kosten van collectief gefinancierde zorg (het CPB rapport ging destijds uit van Zvw en AWBZ) in een leven, gedeeld door het aantal levensjaren. In de praktijk zijn zorgkosten echter niet zo gelijkmatig over een mensenleven verdeeld. Deze zijn een groot deel van het leven laag, terwijl gemiddeld genomen op latere leeftijd een piek in zorgkosten ontstaat. Dat betekent ook dat kostenbesparingen daadwerkelijk pas op latere leeftijd kunnen worden gekapitaliseerd.

respectievelijk 1.101 en 1.536 extra jaren scholing (totaal voor de hele doelgroep). SEO Economisch Onderzoek (2009) heeft becijferd dat ieder extra jaar scholing oplevert door het voorkomen van criminaliteit. Dit bedrag is toegepast op de extra scholingsjaren die leerlingen dankzij onderwijstijdverlenging tegemoet gaan (door hogere opleidingsniveaus).

Tabel 6 biedt een overzicht van de gemiddelde jaarlijkse besparingen op zorgkosten binnen de zorgverzekeringswet. Deze lopen uiteen van nogmaals dat de daadwerkelijke besparing waarschijnlijk pas optreedt op latere leeftijd (wanneer de meeste zorgkosten worden gemaakt).

Tabel 7 geeft een overzicht van de geschatte jaarlijkse kostenbesparingen op het gebied van criminaliteit. Vergeleken met de eerder beschreven effecten, is de financiële waarde hiervan klein.

Tabel 6: Geschatte voorkomen zorgkosten Zvw, gemiddeld per jaar

Scenario Scenario 1: effect van OTV bereikt in 8 jaar Scenario 2: effect van OTV bereikt in 4 jaar

Voorkomen kosten criminaliteit

Voorkomen kosten 168.400 235.000

Tabel 7: Geschatte voorkomen kosten criminaliteit, per jaar

Scenario Scenario 1: effect van OTV bereikt in 4 jaar Scenario 2: effect van OTV bereikt in 8 jaar

13

Voorkomen kosten

7.5

Samenvattend overzicht

Tabel 8 biedt een samenvattend overzicht van de geschatte financiële waarde van onderwijstijdverlenging per jaar. Daarbij moeten de volgende opmerkingen worden geplaatst: Inkomsten uit loon: er is niet gecorrigeerd voor eventuele werkloosheid. Daartegenover staat dat alleen is gerekend met startsalarissen. Loonontwikkeling is buiten beschouwing gelaten. Zorgkosten: er is gerekend met een gemiddelde per jaar. In de praktijk wordt het overgrote deel van de zorgkosten gemaakt op oudere leeftijd. De besparing treedt dus in de toekomst op. Voorkomen kosten bijstand: hoewel de effecten op loon, zorgkosten en criminaliteit potentieel gelden voor tientallen jaren, is de mediane duur van een bijstandsuitk zonder meer naar een lange tijdsperiode worden geëxtrapoleerd. Tabel 8: Totaaloverzicht financiële waardecreatie door onderwijstijdverlenging, per jaar

Effect Meer inkomsten uit loon Voorkomen kosten bijstand Voorkomen zorgkosten (Zvw) Voorkomen kosten criminaliteit Totale financiële waarde

Scenario 1

Scenario 2

14

8.

Niet-doorgerekende effecten

De vier effecten beschreven onder hoofdstuk 7 zijn effecten die doorgerekend kunnen worden naar een financiële waarde. Daarnaast zijn er effecten die verwacht worden door hogere uitstroomniveaus in het onderwijs als gevolg van onderwijstijdverlenging waarbij een dergelijke doorrekening niet mogelijk is. Hierbij gaat het met name om effecten waarbij er niet kan worden geconcludeerd dat er een direct causaal verband aanwezig is (bijv. hoger opleidingsniveau leidt tot effect X), maar wel sprake is van een grotere kans of hoger risico omdat het relatief vaker of minder vaak voorkomt bij hoger opgeleide personen.

Daarentegen is werkgelegenheid juist het hoogst onder hoogopgeleiden: 90% in 2019 versus 63% bij laagopgeleiden (Onderwijs in Cijfers, 2020).

Alle effecten genoemd in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de Nederlandse context met cijfers grotendeels afkomstig vanuit het CBS en CPB.

Participatiegraad vrouwen De bruto participatiegraad van vrouwen stijgt naar mate de genoten opleiding van een hoger niveau is. Dit geldt voor alle leeftijden, waarbij het voornaamste verschil tussen hoger en middelbaar opgeleiden versus lager

8.1

Volgens het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt verbetert het loopbaanperspectief naar mate iemand hoger opgeleid is (Maastricht Universiteit, 2017). De baanzekerheid stijgt met een hoger opleidingsniveau: het deel dat iemand in de negen jaar na het afronden van de opleiding werkend doorbrengt stijgt als het opleidingsniveau toeneemt (CPB, 2018b).

Werk

alle vrouwen tussen 30 en 45 jaar, maar bij lager opgeleide vrouwen is dit sterker. Tevens is de overgang van niet-participatie naar werk groter bij hoger opgeleide vrouwen (CPB, 2018c).

Arbeidsperspectief en baanzekerheid Een hoger opleidingsniveau betekent doorgaans dat er een betere kans is op de arbeidsmarkt. Cijfers vanuit het CBS laten zien dat werkloosheid het afgelopen decennium (2009-2019) consequent het hoogst is bij de groep laagopgeleiden (6,6-11,7% in 2020) en het laagst is bij de groep hoogopgeleiden (2,5-2,9%) (CBS, 2020b). Zo concludeert het Netwerk van de Europese openbare diensten voor arbeidsvoorzieningen dat het risico op werkloosheid afneemt naarmate het opleidingsniveau toeneemt (PES Network, 2019).

8.2

Inkomen

Inkomen, uitkering en economische zelfstandigheid Onderzoek van CPB naar de waarde van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt laat zien dat in de jaren na het afronden van een opleiding jongeren zonder startkwalificatie minder vaak werk als voornaamste inkomstenbron hebben dan jongeren die hoger onderwijs hebben gevolgd 15

(49% vs. 85%) (CPB, 2018c). Het aandeel jongeren per opleidingsniveau met een uitkering daalt aanzienlijk naar mate het opleidingsniveau hoger is, met name bij Wajong- en bijstandsuitkeringen (CPB, 2018b). Jongeren zonder startkwalificatie hebben in dit onderzoek in 9% van de gevallen een bijstandsuitkering, terwijl jongeren die nét aan de eisen van een startkwalificatie voldoen (maar dus niet veel meer hebben dan dat) in 5% van de gevallen een bijstandsuitkering hebben (CPB, 2018b). Dat is al een aanzienlijk verschil, dat nog groter wordt naarmate het opleidingsniveau stijgt. Hetzelfde is zichtbaar als het gaat om economische zelfstandigheid: 40% van de jongeren zonder startkwalificatie is economisch zelfstandig tegenover 61% van jongeren die precies een startkwalificatie hebben (CPB, 2018b).

Uitgaven De stelregel is dat personen met een hoger opleidingsniveau en/of hoger inkomen meer geld spenderen en andere uitgavenpatronen hebben (CBS, 2017). Amerikaans onderzoek naar huishouduitgaven laat zien dat huishoudens met hoogopgeleide personen meer spenderen aan restaurants dan laag opgeleide personen, en ook bestedingen aan amusement verschillen per opleidingsniveau (Luna-Pulido & Lehenbauer, 2019; Tang et al., 2015). Volgens een analyse van het Amerikaanse bureau voor arbeidsstatistiek geeft iemand met een universitair masterdiploma (of hoger) ruim 3 keer zoveel uit aan amusement en ruim het dubbele aan kleding en uiteten gaan (U.S. Bureau of Labor Statistics, 2020). In Nederlandse context is dergelijke informatie alleen beschikbaar voor inkomensgroepen en niet direct uitgesplitst per opleidingsniveau. Voor de laagste inkomensgroep gaat 7,3% van de bestedingen naar recreatie en cultuur, voor de hoogste inkomensgroep is dit 11,1% (CBS, 2017). Aangezien de hoogste inkomensgroep ruim het dubbele besteed ten opzichte van de laagste inkomensgroep, gaat het in absolute zin om een aanzienlijk verschil in uitgaven aan recreatie en cultuur (CBS, 2017). Hoewel gegevens over uitgaven op lokaal niveau niet voorhanden zijn, is het zeer aannemelijk dat een toename van de uitgaven voor een deel ten goede zal komen aan de lokale economie.

Armoede en schulden Onderzoek van CBS naar welvaart in Nederland toont dat een hoger opleidingsniveau gepaard gaat met een lager risico op armoede: 14,2% (laag opleidingsniveau) vs. 3,6% (hoog opleidingsniveau) van de huishoudens heeft een laag inkomen (tenminste één jaar) en 6,6% (laag) vs. 1,1% (hoog) heeft een langdurig laag inkomen (tenminste vier jaar) (CBS, 2019a). Ook als het gaat om werkenden in huishoudens met een langdurig laag inkomen komt dit vaker voor bij een laag opleidingsniveau (CBS, 2019b). Ten slotte is het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden aanzienlijk hoger bij laag opleidingsniveau (circa 30%) ten opzichte van een hoog opleidingsniveau (circa 4%) (CBS, 2019c). Daarnaast is er bij huishoudens met geregistreerde problematische schulden sprake van meer problematische schulden bij huishoudens met een laag (53%) versus hoog (32%) opleidingsniveau (CBS, 2019c).

8.3

Gezondheid

Algemene gezondheid Uit een onderzoek door SCP naar de relatie tussen opleiding en gezondheidsgerelateerd gedrag volgt dat hoger opgeleiden zich meestal gezonder gedragen. Lager opgeleiden stapelen doorgaans ongezonde leefstijluitingen (zoals roken, alcohol drinken en overgewicht) terwijl hoger 16

opgeleiden juist meerdere gezonde leefstijluitingen hebben (beweging, fruit- en groenteconsumptie) (SCP, 2018).

door jongeren betekent (de Vaan, 2006). Groepen met criminele jongeren hebben doorgaans een (zeer) laag opleidingsniveau (Muller & Leun, 2010).

Een ouderenpeiling van GGD Hollands Midden laat ook zien dat zowel de hulpbehoefte als de daadwerkelijk ontvangen zorg hoger is bij laagopgeleide ouderen (GGD Hollands Midden, 2019).

CBS cijfers uit 2013 laten zien dat bij jongeren tussen de 18 en 25 jaar de hoogst gevolgde opleiding een rol speelt. Per 10.000 inwoners in die leeftijdsgroep met hbo of wo als hoogst genoten opleiding zijn er 98 verdacht van misdrijven, tegenover 1.217 verdachten met vmbo en 1.151 verdachten met voortgezet speciaal onderwijs (CBS, 2015).

Arbeidsongeschiktheid en levensverwachting Gezondheid kan een levensloop beïnvloeden, bijvoorbeeld door een langere en gezondere levensverwachting of arbeids(on)geschikt te zijn.

8.5

Intergenerationele problematiek

Analyses vanuit het CBS naar levensverwachting laten zien dat dit sterk verschilt per onderwijsniveau. De levensverwachting is lager voor laagopgeleiden t.o.v. hoogopgeleiden (4,5 jaar verschil) en gezonde levensjaren zijn voor laagopgeleiden zelfs aanzienlijk lager zelfs (13,5 jaar) (CBS, 2020c).

Het risico dat iemand bepaalde problematieke gaat ervaren is doorgaans groter als ouders dezelfde of andere problematiek meemaken. Dat betekent dat het uiteindelijke opleidingsniveau van kinderen die nu instromen in basisonderwijs de leefsituatie van hun mogelijke kinderen potentieel kan beïnvloeden.

Op basis van het aantal WIA claims biedt Ministerie van Financiën inzicht in de frequentie arbeidsongeschiktheid per opleidingsniveau, wat het laagst ligt bij een hoog opleidingsniveau (Ministerie van Financiën, 2017).

Jeugdhulp Kinderen die gebruik maken van jeugdhulp hebben vaker ouders met een laag opleidingsniveau dan andere kinderen (31% vs. 25%). Bij gezinnen waar naast jeugdhulp ouders in Wmo of Participatiewet zitten is dit een stuk groter (respectievelijk 65% en 53%) (SCP, 2020). Onderzoek naar de instroom van jeugdhulp in Heerlen ziet een lager opleidingsniveau van de ouders vooral als verhoogd risico op jeugdhulp voor jongens (CBS, 2019d).

8.4

Criminaliteit

Twee oudere onderzoeken naar (jeugd)criminaliteit en opleidingsniveau laten zien dat er een verband is. Een laag opleidingsniveau kan criminaliteit aantrekkelijk maken alsmede andere factoren beïnvloeden die de kans op criminaliteit weer vergroten (werkloosheid, armoede) (Verwey-Jonker Instituut, 2007). Zo blijkt dat een hogere opleiding minder criminaliteit

Onderwijs Een laag opleidingsniveau van ouders vergroot de kans dat kinderen ook een lager opleidingsniveau krijgen (SER, 2017). Uit onderzoek van CBS blijkt dat schoolprestaties van een kind deels verklaard kunnen worden door het 17

verschil in ouderlijke milieus, waarvan het opleidingsniveau van ouders een grote rol speelt (CBS, 2014). Een PISA-analyse bevestigt die kansenongelijkheid, dat bij gelijke intelligentie kinderen met hoger opgeleide ouders toch beter presteren, onder andere door de begeleiding en kennis die ouders kunnen bieden (PISA, 2020). Ook zijn deze kinderen ambitieuzer in hun studiekeuze (Scienceguide, 2018).

18

9.

Conclusies en reflecties

9.1

Conclusies

In scenario 2, met 4 jaar onderwijstijdverlenging, is de financiële opbrengst per jaar. Na drie jaar vervalt het waarna de gemiddelde jaarlijkse is. Hierin is de waarde van niet-kwantificeerbare effecten (zie hoofdstuk 8) nog niet meegenomen eruit het grootste financiële effect ontstaat doordat de inkomsten uit loon toenemen.

In deze mBC is op basis van bestaande literatuur een inschatting gemaakt van het financiële effect van onderwijstijdverlenging op tien doelgroep(basis)scholen in Dordrecht. Daarvoor diende de beleidstheorie van de gemeente Dordrecht als basis. Als cijfermatig uitgangspunt is gehanteerd dat in de periode 2021 2031 (de beoogde programmaperiode) in totaal 6.141 leerlingen voor kortere of langere tijd onderwijstijdverlenging krijgen. Daarnaast is ook een beschrijving gegeven van diverse andere effecten die op basis van bestaand onderzoek kunnen worden verwacht wanneer het bieden van onderwijstijdverlenging erin slaagt dat leerlingen uiteindelijk uitstromen naar een hoger

Het totale financiële effect is afhankelijk van de effectduur: het aantal jaar dat een effect wordt meegerekend. Bijlage 1 biedt een overzicht van een e en private baten zijn uitgesplitst. Ook is daarin een aantal gevoeligheidsanalyses opgenomen. Uit de tabel blijkt dat het overgrote deel van de financiële effecten, private baten betreffen als gevolg van hogere inkomsten uit loon. Een deel wordt via belastingen uiteindelijk omgezet in een publieke baat, dat met name ten goede komt aan de nationale schatkist.

effecten (bijvoorbeeld met betrekking tot armoede, schuldenproblematiek en gezondheid) niet kunnen worden doorgerekend, vertegenwoordigen ze potentieel een belangrijke maatschappelijke waarde. Belangrijkste conclusies van de doorrekening De belangrijkste conclusies zijn:

Sociaaleconomisch profiel van Dordrecht Uit de beleidstheorie blijkt dat onderwijstijdverlenging op termijn bijdraagt aan een sterker sociaaleconomisch profiel van Dordrecht. Hoewel dat effect niet kan worden becijferd, is het een aannemelijk gevolg van de eerder beschreven effecten, inclusief de niet-kwantificeerbare. Uit diverse bronnen blijkt (logischerwijs) dat een hoger opleidingsniveau en een hoger inkomen leiden tot hogere uitgaven en bovendien een ander uitgavenpatroon. Zo wordt significant meer uitgegeven aan amusement,

In scenario 1, met 8 jaar onderwijstijdverlenging, levert onderwijstijdverlenging naar schatting per jaar waarna de gemiddelde jaarlijkse o is. Hierin is de waarde van niet-kwantificeerbare effecten (zie hoofdstuk 8) nog niet meegenomen.

19

kleding en uit eten gaan. Hoewel moeilijk te becijferen, is het zeer aannemelijk dat in ieder geval een deel van die uitgaven binnen de eigen stad worden besteed, bijvoorbeeld in de lokale horeca of winkels. Op deze manier kan dan ook een positief economisch effect voor de stad worden verwacht, aangenomen dat men binnen Dordrecht blijft wonen. Bovendien heeft het doorbreken van kansenongelijkheid (een belangrijk doel van onderwijstijdverlenging) ook op sociaal vlak effect, bijvoorbeeld als dit leidt tot een sterkere maatschappelijke positie van bepaalde groepen inwoners.

9.2

aantal jaren waarna het optimale effect van onderwijstijdverlenging wordt bereikt (na 8 jaar of na 4 jaar). Daarbij zijn de volgende aannames gedaan: 1. Scenario 1: acht jaar onderwijstijdverlenging leidt tot het volledige af. 2. Scenario 2: vier jaar onderwijstijdverlenging leidt tot het volledige af.

Aanvullende reflecties

We gaan ervan uit dat ieder jaar onderwijstijdverlenging even waardevol is. In de praktijk is het echter denkbaar dat de eerste paar jaar relatief gezien meer effect hebben dan de laatst paar jaar. Aanvullend onderzoek is nodig om hierover uitspraken te kunnen doen.

Om de uitkomsten van deze mBC goed te kunnen interpreteren eindigen we met een aantal aanvullende opmerkingen / reflecties. Centrale inhoudelijke aannames Er liggen twee centrale inhoudelijke aannames ten grondslag aan deze maatschappelijke Business Case, voortkomend uit de beleidstheorie: 1. Onderwijstijdverlenging vergroot de kans op een hoger uitstroomniveau van het PO naar het VO. 2. dat de uitstroomniveaus van deze scholen komen te liggen op het Dordrechts gemiddelde gerekend zonder deze doelgroepscholen.

Kwaliteit van het programma onderwijstijdverlenging Het effect van onderwijstijdverlenging zal voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de kwaliteit van het programma. Als het beoogde effect in kortere tijd moet worden gerealiseerd (scenario 2), is het aannemelijk dat dit vraagt om een kwalitatief nog hoogwaardiger programma. De kenmerken daarvan moeten nog worden bepaald. Nauwkeurigheid van de cijfers Deze mBC geeft een eerste grove inschatting van het te verwachten financiële effect van onderwijstijdverlenging. Het moet dan ook worden

Het monitoren van de effecten van onderwijstijdverlenging is van belang om te kunnen toetsen in hoeverre deze aannames juist zijn. De juistheid ervan is van invloed op het uiteindelijke lange termijneffect.

een orde van grootte. Er is voornamelijk gebruik gemaakt van landelijke cijfers. Deze kunnen afwijken van de Dordtse situatie. Door de (beperkte)

20

beschikbaarheid van bruikbare gegevens is veelal gebruik gemaakt van enigszins verouderde gegevens (vanaf 2009 tot en met 2020). Wanneer de effecten optreden Deze mBC heeft inzichtelijk gemaakt wat een tienjarig programma onderwijstijdverlenging naar schatting uiteindelijk in financiële effecten kan opleveren. Daarbij is het belangrijk te realiseren dat deze niet op korte termijn optreden. Effecten rondom inkomen zijn bijvoorbeeld pas van toepassing wanneer de leerlingen volwassen zijn en onderdeel uitmaken van de beroepsbevolking. Een leerling die in 2020 naar groep 1 gaat en uiteindelijk een hbo-opleiding afrondt, zal eerst nog minstens 17 jaar onderwijs volgen (basisschool, voortgezet onderwijs, hbo). Een prognose op een dergelijke termijn, brengt vanzelfsprekend allerlei onzekerheden met zich mee. Bovendien zijn er ook vele andere factoren die het effect in de tussentijd kunnen beïnvloeden, zowel in positieve als negatieve zin.

21

/media/_pdf/2019/12/verkenning-geregistreerde-problematischeschulden.pdf

Bronnen CBS. (2014). Hoeveel ouderlijk gezang klinkt door in het gepiep van de jongen? Over de samenhang tussen milieu van herkomst en schoolprestaties van kinderen. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2014/39/hoeveel-ouderlijkgezang-klinkt-door-in-het-gepiep-van-de-jongen-

CBS. (2020a). Personen met bijstand; duur van de lopende uitkeringssituatie. Geraadpleegd via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82663NED/tabl e?ts=1593171636348 CBS. (2020b). Werkloosheid naar onderwijsniveau. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboardarbeidsmarkt/werklozen/werkloosheid-naar-onderwijsniveau

CBS. (2015). Verdachte jongeren; geslacht, herkomst, opleiding en recidive, 2006-2014. Geraadpleegd via https://opendata.cbs.nl/statline#/CBS/nl/dataset/81978NED/table ?ts=1610706016086

CBS. (2020c). Gezonde levensverwachting naar onderwijsniveau. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nlnl/longread/diversen/2020/gezonde-levensverwachting-naaronderwijsniveau/4-resultaten

CBS. (2017). Vooral hogere inkomens geven weer meer uit. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/06/vooral-hogereinkomens-geven-weer-meer-uit

CBS. (2019d). Profielen voor instroom naar jeugdhulp, in de gemeente Heerlen. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl//media/_pdf/2019/28/instroom-jeugdhulp.pdf

CBS. (2019a). Welvaart in Nederland 2019. Geraadpleegd via https://longreads.cbs.nl/welvaartinnederland-2019/armoede-enrisicogroepen/

CPB. (2013). De prijs van gelijke zorg. Geraadpleegd via https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpbpolicy-brief-2013-01-de-prijs-van-gelijke-zorg.pdf

CBS. (2019b). Armoede en sociale uitsluiting 2019. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2019/50/armoede-en-socialeuitsluiting-2019.pdf

CPB. (2018a). Effectieve interventies leerachterstanden in het primair onderwijs. Geraadpleegd via https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-

CBS. (2019c.) Verkenning geregistreerde problematische schulden. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/-

22

6juni2018-Effectieve-interventies-leerachterstanden-in-hetprimair-onderwijs.pdf

Groot, W., & Maassen van den Brink, H. (2004). The effects of education on crime. (Scholar Working Papers Series; Nr. WP 48/04). Amsterdam: University of Amsterdam

CPB. (2018b). Waarde van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt. Geraadpleegd via https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie8feb2018-Waarde-van-een-startkwalificatie-op-dearbeidsmarkt.pdf

Hjalmarsson, R., & Lochner, L. (2012). The impact of education on crime: international evidence. CESifo DICE Report, 10(2), 49-55. Lochner, L., & Moretti, E. (2004). The effect of education on crime: Evidence from prison inmates, arrests, and self-reports. American Economic Review, 94(1), 155-189.

CPB. (2018c). Arbeidsparticipatie. Geraadpleegd via https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie20dec2018-Arbeidsparticipatie.pdf CPB. (2020a). Kansrijk onderwijsbeleid: update. Geraadpleegd via https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPBKansrijk-onderwijsbeleid-update-2020.pdf

Luna-Pulido, B., & Lehenbauer, K. R. (2019). Determinants of Entertainment and Apparel Expenditures in an American Household. SSRN Electronic Journal, 56 65. https://doi.org/10.2139/ssrn.3387546

CPB. (2020b). Ongelijkheid van het jonge kind. Geraadpleegd via https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-NotitieOngelijkheid-van-het-jonge-kind.pdf

Maastricht Universiteit. (2017). De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2022. Geraadpleegd via https://www.scienceguide.nl/wpcontent/uploads/2019/09/ROA_R_2017_10.pdf

Education Lab Netherlands. (2020). Ieder kind een kans! Interventies voor gelijke kansen in het basisonderwijs. Geraadpleegd via https://www.vosabb.nl/wp-content/uploads/2020/09/rapportieder-kind-een-kans.pdf

Maastricht Universiteit. (2019). Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2018. Geraadpleegd via https://roa.nl/files/roaf20196sispdf Ministerie van Financiën. (2017). Geschikt voor de arbeidsmarkt: Mogelijkheden om de arbeidsparticipatie in de WIA te bevorderen. Geraadpleegd via https://rijksbegroting.nl/system/files/12/ibo-

GGD Hollands Midden. (2019). Zorgggebruik en zorgbehoefte (65+). Geraadpleegd via https://ggdhm.nl/gemeenten/item/zorg-enondersteuning/zorggebruik-en-zorgbehoefte-65

23

arbeidsongeschiktheideindrapport-ibo-geschikt-voor-dearbeidsmarkt-def.pdf Muller, E. R., & Leun, V. J. P. (2010). Criminaliteit en criminaliteitsbestrijding in Nederland (1ste editie). Alphen aan de Rijn, Nederland: Wolters Kluwer.

Scienceguide. (2018). Leerlingen met hoogopgeleide ouders maken ambitieuzere studiekeuze. Geraadpleegd via https://www.scienceguide.nl/2018/10/leerlingen-methoogopgeleide-ouders/ SCP. (2018). Een (on)gezonde leefstijl: Opleiding als scheidslijn. Geraadpleegd via https://digitaal.scp.nl/leefstijl/opleiding-alsscheidslijn/

Onderwijs in Cijfers. (2018). Stromen in het Nederlandse onderwijs. Geraadpleegd via https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/onderwijsalgemeen/leerlingen-en-studenten/stromen-stromen-in-hetnederlands-onderwijs

SCP. (2020). Leefsituatie van ouders met kinderen in de jeugdzorg. Geraadpleegd via https://www.scp.nl/binaries/scp/documenten/publicaties/2020/07 /16/leefsituatie-van-ouders-met-kinderen-in-dejeugdzorg/Leefsituatie+van+ouders+van+kinderen+in+de+jeugdzor g_WEB.pdf

Onderwijs in Cijfers. (2020). Werkgelegenheidscijfers naar opleidingsniveau. Geraadpleegd via https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/internationaal/aansl uiting-onderwijs-arbeidsmarkt/onderwijs-arbeidsmarktwerkgelegenheidscijfers-naar-opleidingsniveau

SEO Economisch Onderzoek. (2009). Maatschappelijke baten van het opheffen van onderwijsachterstanden. Geraadpleegd via https://www.seo.nl/publicaties/maatschappelijke-baten-van-hetopheffen-van-onderwijsachterstanden/

PES Network. (2019). Het risico op werkloosheid neemt af naarmate het opleidingsniveau toeneemt. Geraadpleegd via https://www.pesnetwork.eu/nl/2019/09/05/lmb3-educationalattainment/

SEO Economisch Onderzoek. (2018). Vaststellen van de bijstandsbudgetten 2019. Geraadpleegd via http://www.seo.nl/uploads/media/201882_Vaststellen_bijstandsbudgetten_2019.pdf

PISA Nederland. (2020). PISA-2018 De verdieping: Het welbevinden van 15-jarigen. Geraadpleegd via https://www.pisa-nederland.nl/wpcontent/uploads/2020/10/PISA-2018-De-verdiepingWelbevinden.pdf

SEO Economisch Onderzoek. (2019). Studie & Werk 2019. Geraadpleegd via https://www.seo.nl/publicaties/studie-werk-2019/

24

SER. (2017). Opgroeien zonder armoede. Geraadpleegd via https://www.ser.nl//media/ser/downloads/adviezen/2017/opgroeien-zonderarmoede.pdf

U.S. Bureau of Labor Statistics. (2020). Consumer expenditures report 2019. Geraadpleegd via https://www.bls.gov/opub/reports/consumerexpenditures/2019/pdf/home.pdf

Tang, W., Aggarwal, A., Liu, Z., Acheson, M., Rehm, C. D., Moudon, A. V., & Drewnowski, A. (2015). Validating self-reported food expenditures against food store and eating-out receipts. European Journal of Clinical Nutrition, 70(3), 352 357. https://doi.org/10.1038/ejcn.2015.166

de Vaan, J. (2006). Risicofactoren Hertogenbosch: Bevindingen uit de Jeugd- en Onderwijsmonitor 2006. Geraadpleegd via http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/30741 Verwey-Jonker Instituut. (2007). Greep op

Rijksoverheid. (2019). Uitkeringsbedragen per 1 januari 2020. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2019/12/18 /uitkeringsbedragen-per-1-januari-2020

Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/diversen/2020/gezondelevensverwachting-naar-onderwijsniveau/4-resultaten

25

Bijlage 1:

s

Onderstaande tabel biedt een overzicht van de totale financiële effecten in scenario 1 en scenario 2. Het maakt inzichtelijk: Wat de totale financiële effecten zijn dt opgeteld, gezien de mediane duur van een bijstandsuitkering. Wat er gebeurt met de financiële effecten als het geschatte scenario slechts gedeeltelijk uitkomt. Er zijn steeds vier scenar Omdat het effect van onderwijstijdverlenging nog niet is vastgesteld, is het zinnig om rekening te houden

Effectduur 1 jaar

Impactclaim 100% 75% 50% 25%

3 jaar

100% 75% 50% 25%

5 jaar

100% 75% 50% 25%

10 jaar

100% 75% 50% 25%

Publieke baten

Scenario 1 Private baten

Totale baten

2.034.000

3.597.000

26

Publieke baten

Scenario 2 Private baten

Totale baten

Bijlage 2: Toelichting Sardes op onderwijstijdverlenging en cognitieve effecten ervan Hoeveel uur onderwijs krijgen leerlingen op de basisschool in Nederland? In hun basisschoolperiode moeten leerlingen minimaal 7520 uur onderwijs krijgen. In de onderbouw geldt een minimum van 3520 en in de bovenbouw een minimum van 3760 uur. De resterende 240 uur mogen scholen naar eigen inzicht verdelen over de onder- en bovenbouw. Daarmee komt het gemiddeld aantal uren per jaar op 940 uur uit, en wanneer we van 40 schoolweken uitgaan, op 23,5 uur onderwijstijd per week. https://www.nro.nl/wp-content/uploads/2019/02/465-antwoordeffectiviteit-leertijdverlenging.pdf

reviewstudies naar de effecten van de verlengde schooldag op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen. Veel variatie Ook binnen de verlengde schooldag is er sprake van een grote variatie: verweven door de dag, als aparte uren voorafgaand aan de reguliere schooldag of erna; elke dag of een of meer dagen per week; voor alle leerlingen of voor een selecte groep. Ook de invulling verschilt: de basisvakken taal en rekenen of juist gericht op andere onderwijsonderdelen; door een gekwalificeerde leerkracht, een onderwijsassistent, vakdocenten of ouders/vrijwilligers; aan de hand van reguliere methoden of op een andere manier (bijvoorbeeld thematisch) etc.

Wat verstaan we onder onderwijstijdverlenging? In Nederland kennen we in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid de volgende vormen: Schakelklassen Kopklassen Verlengde schooldag / intensieve leertijdverlenging per week Zomer-/vakantiescholen Weekendscholen https://www.sardes.nl/pathtoimg.php?id=3537&image=handreiking_sch akelklassen_otv.pdf

Wat zijn de effecten van leertijdverlenging op de cognitieve ontwikkeling? Systematische effecten van een verlengde schooldag op leerprestaties zijn niet eenvoudig aan te tonen. Dat komt mede door de enorme variëteit in de wijze waarop het wordt ingevuld. In Nederland is weinig onderzoek beschikbaar, in de VS is wel meer onderzoek gedaan. Ook is een recente reviewstudie van het CPB voorhanden. Hieronder de belangrijkste resultaten.

In de Onderwijsvisie van Dordrecht gaat het om onderwijstijdverlenging per week: voor leerlingen met (een risico op) onderwijsachterstand wordt de schoolweek met een (groot) aantal uren uitgebreid. We zochten daarom

1. Patall e.a. (2010) vergeleken de resultaten van een groot aantal empirische onderzoeken naar onderwijstijdverlenging tussen 1985 en 2009,

27

voornamelijk in de VS. Zij vonden een (zwak) verband tussen de verlengde schooldag en leerprestaties (taal en rekenen). Die relatie lijkt het sterkst op scholen met veel leerlingen met laagopgeleide ouders. Dat blijkt ook uit een eerdere studie van Fashola Olatokunbo, S. (1998).

school, friends, and relatives have a great deal of influence upon what happens to the child in school as well as out of school. If these external forces are supportive of what happens during the day (and vice versa), then the academic, emotional, and social development of the child are more likely to complement one another and lead to the healthy development of the "whole child." If any of the external forces are not in harmony, it is more difficult to attain this goa

2. Er is een positief verband tussen het aantal uren per week leertijduitbreiding enerzijds en leerprestaties anderzijds, maar dat verband is niet recht evenredig. Dat wil zeggen dat meer uren niet automatisch hogere leerprestaties tot gevolg hebben (plafondeffect). Het beschikbare onderzoek maakt niet duidelijk welk aantal uren uitbreiding onderwijstijd per dag of week het meest effectief is. (Patall e.a., 2010).

5. Lage SES leerlingen die minstens twee of drie zomers vrijwillig meededen aan een zomerprogramma gingen significant vooruit in hun leerprestaties over meerdere jaren. De onderzoekers vonden effectgroottes van 0,32 voor woordenschat, 0,28 voor tekstbegrip en 0,30 voor de algemene leesvaardigheid. Belangrijke aspecten van het programma zijn de afstemming van het curriculum van het zomerprogramma op het curriculum van de school en de lange termijn participatie (minstens twee zomers). Borman, Benson en Overman (2005) voegen hier aan toe dat naast het aanbieden van dit curriculum ouders ook een belangrijke rol spelen. Ouders moeten stimuleren dat hun kinderen ook daadwerkelijk aanwezig zijn op de zomerschool.

3. Een langere schooldag leidt niet automatisch tot hogere leerprestaties. Veel hangt af van een effectieve benutting van de leertijd, van een goed programma en niet in de laatste plaats van goede leerkrachten (Smit, Driessen & Kuijk, 2015). De aansluiting van de naschoolse activiteiten bij het reguliere onderwijs, gekwalificeerde en regelmatig getrainde begeleiders, een individuele benadering en hoge motivatie van leerlingen geven een hogere kans op rendement (Hattie, 2009).

6. Een voorbeeld van een interventie die voldoet aan de bovenbeschreven succesfactoren, is de Brede School Academie. Voor de Brede School Academie is een bescheiden effectmeting uitgevoerd die een positief effect laat zien op taalprestaties van de leerlingen, met name voor begrijpend lezen. Leerlingen nemen vrijwillig deel, na selectie, maar verbinden zich wel voor drie jaar (Oberon, 2013).

4. Ouderbetrokkenheid is een belangrijke succesvoorwaarde: partnerschap tussen school, gezin en de omgeving (zoals bijvoorbeeld sport-, cultuur-, welzijnsoprganisaties). development of the "whole" child, has shown that community, family,

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/323/documents/10386