CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.01 P20-132 Aanvullend onderzoek Bever Wantijpark Dordrecht_Definitief.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 20 september 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet Oeververbinding Noord en afronding openbaar gebied Plan Tij - Raadsvoorstel9.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er zijn zelfs gevallen bekend van torenvalken, een soort die normaal gesproken alleen overdag actief is, die ’snachts op vleermuizen aan het jagen waren in het schijnsel van straatlantaarns. Maatregelen die genomen kunnen worden om de effecten van verlichting te verminderen hebben o.a. te maken met het aantal lampen, de lichtintensiteit, de positie van de verlichting (ten opzichte van een vliegroute en jachtgebied), het gebruik van armaturen die het licht goed richten en die een scherpe bundel hebben, het afschermen met opgaande vegetatie, het werken met een verlichtingsregime en de kleur van de verlichting. Uit onderzoek is gebleken dat vleermuizen de frequenties/kleuren aan de rode kant van het kleurenspectrum veel minder goed of helemaal niet waarnemen. Op basis daarvan is een ledlamp

ontwikkeld met een relatief mono-chromatisch kleurenspectrum (oranje, amber genaamd). Het nadelige effect van verlichting kan verkleind worden door het gebruik van dit type verlichting op en rondom bebouwing en langs wegen. Ook het dimmen of doven van de verlichting in de zomerperiode (april-september) tot minimaal een uur na zonsondergang, teneinde vleermuizen de gelegenheid te geven zonder verstoring hun verblijfplaatsen te verlaten en naar hun foerageergebieden te vliegen, is een maatregel om het negatieve effect van verlichting te beperken. Beter is het om in deze periode helemaal geen verlichting te gebruiken of die delen die van belang zijn als migratieroute of jachtgebied onverlicht te laten. Voor het laatste moet dan wel eerst in kaart gebracht worden waar deze onderdelen van het leefgebied zich exact bevinden. Tevens wordt aanbevolen om speciale armaturen te gebruiken die een verticale lichtbundel geven. Deze lichtbundel schijnt bij voorkeur in een hoek van minder dan 70 graden, ten opzichte van de verticale as, zodat voorkomen wordt dat het licht naar boven schijnt. De behuizing van lampen kan hiervoor worden toegerust met reflectoren, lamellen, diafragma's, afschermkappen en paralumen.

Lampen dienen zo laag mogelijk geplaatst te worden (lager dan acht meter) zodat, als het licht naar boven afgeschermd wordt, een groot deel van het door vleermuizen gebruikte luchtruim donker blijft. Ook kan bij een korte lichtkolom met minder lichtintensiteit het te verlichten gebied gericht beschenen worden. Kunstmatige of natuurlijke objecten kunnen er voor zorgen dat het licht wordt afgeschermd naar plaatsen waar vleermuizen foerageren, waar vliegroutes zijn, of waar zich verblijfplaatsen bevinden. Vleermuizen houden zich kort na het uitvliegen, wanneer het nog relatief licht is, vaak op in relatief donkere delen van het landschap. Bebouwing en opgaande vegetaties kunnen dienst doen als lichtscherm om donkere plekken te behouden of te creëren. Ook bij het weghalen van vegetaties moet hiermee rekening gehouden worden. Tenslotte, kort samengevat, nog enkele praktische aanbevelingen: - Kies een lamp met het juiste lichtspectrum; -

pas een gerichte verlichting toe; gebruik lampen die niet of minimaal verstoren;

-

breng meerdere zwakke lichtpunten aan; houd boomkronen donker;

-

houd kruisingen met vliegroutes donker;

-

pas amberkleurige verlichting toe; laat minimaal één zijde onverlicht of, beter nog, verlicht alleen waar dat vanuit het oogpunt

-

van veiligheid gewenst is; creëer een donkere verbinding of doorgang met de aangrenzende omgeving;

-

laat verlichting in de zomerperiode (april-september) tot minimaal een uur na zonsondergang uit.

Bijlage 4: Huidige medewerkers NWC en hun kwalificaties

Drs. Hans Bruning Werkzaam bij het NWC sinds 2001 Specialisatie: Flora, paddenstoelen, slakken, zoogdieren. Annemijn de Groot Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2018 Specialisatie: Vogels, flora, vleermuizen, amfibieën, Wet natuurbescherming. Ing. Alexandra Haan, projectleider, senior ecologisch adviseur Werkzaam bij het NWC sinds 1997 Specialisatie: Zoogdieren, vogels, amfibieën, dagvlinders, libellen, macrofauna, Wet natuurbescherming, beheer en inrichting, BREEAM. Rob Haan Werkzaam bij het NWC sinds 1986 Specialisatie: Zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen, dagvlinders. Noortje Hermans Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2020 Danny van den Heuvel Werkzaam bij het NWC sinds 2019 Specialisatie: Vogels, vissen, amfibieën. Christine Huibers - van de Velde Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2018 Specialisatie: Wet natuurbescherming, vleermuizen, amfibieën. Jelle Lips Msc Werkzaam bij het NWC sinds 2020 Victor van Os Msc Werkzaam bij het NWC sinds 2019 Specialisatie: Wet natuurbescherming, vleermuizen, amfibieën. Naomi van Pelt Werkzaam bij het NWC sinds 2020 Sara Poppelaars Msc Werkzaam bij het NWC sinds 2019 Specialisatie: Wet natuurbescherming, vogels, zoogdieren.

Bijlage 5: Topografische kaart van het plangebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/528/documents/19008