CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2019.11.29 Aanvullende Beoordeling effecten pont op beschermde soorten Wantijpark 17-0414.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 20 september 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet Oeververbinding Noord en afronding openbaar gebied Plan Tij - Raadsvoorstel8.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Plan Tij en het Wantijpark te Dordrecht op beschermde soorten Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming

F. van Vliet

Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Plan Tij en het Wantijpark te Dordrecht op beschermde soorten Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming F. van Vliet Status uitgave: eindrapport Rapportnummer:

19-198

Projectnummer:

17-0414

Datum uitgave:

29 november 2019

Projectleider:

drs. F. van Vliet

Tweede lezer:

ir. E.J.F. de Boer

Naam en adres opdrachtgever:

Volker Wessels Vastgoed bv Postbus 9034, 3430 RA Nieuwegein

Referentie opdrachtgever:

brief met kenmerkIO190225 dd 10 september 2019

Akkoord voor uitgave:

ir. E.J.F. de Boer

Paraaf: Graag citeren als: Vliet F. van 2019. Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Plan Tij en het Wantijpark te Dordrecht op beschermde soorten. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-0198. Bureau Waardenburg, Culemborg. Trefwoorden: Wet natuurbescherming, bever, Wantijpark, Dordrecht Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Volker Wessels Vastgoed bv Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is door CERTIKED gecertificeerd overeenkomstig ISO 9001: 2015.

Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl

2 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Inhoud Samenvatting

4

1 Inleiding

6

1.1 Aanleiding en doel

6

1.2 Wettelijk kader

6

1.3 Verantwoording

6

2 Het plangebied en de voorgenomen ingreep

8

2.1 Beschrijving plangebied

8

2.2 Uit te voeren werkzaamheden en situatie na de werkzaamheden

9

3 Betekenis van het plangebied voor beschermde soorten planten en dieren

12

3.1 Algemeen

12

3.2 Betekenis van het plangebied en omgeving voor de bever

12

4 Effecten van de ingreep op beschermde soorten

16

4.1 Bever

16

4.2 Vleermuizen

19

4.3 Vogels

19

4.4 Grondgebonden zoogdieren en amfibieën

19

5 Maatregelen om schade te voorkomen en beperken

20

5.1 Bever

20

5.2 Vogels

20

6 Beoordeling Wet natuurbescherming

21

6.1 Bever

21

6.2 Vogels

21

6.3 Grondgebonden zoogdieren en amfibieën

22

7 Conclusie

23

Literatuur

24

Bijlage I

Beveronderzoek 2017 en resultaten

25

Bijlage II

Schetsontwerpen voetveer

31

3 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Samenvatting In voorliggend rapport is beoordeeld of de aanleg en het gebruik van een voetveer tussen de woonwijk Plan Tij en het Wantijpark te Dordrecht kunnen leiden tot overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij is onderscheid gemaakt tussen twee varianten, namelijk een voetveer die niet toegankelijk is voor rolstoelgebruikers (variant 1) en een rolstoeltoegankelijk voetveer (variant 2). De toetsing is opgesteld op basis van eerder (veld)onderzoek (van Vliet 2017) in het kader de haalbaarheidsstudie voor een te realiseren brug tussen woonwijk Plan Tij en Plan Tij op dezelfde locatie. In de toetsing zijn de effecten tussen de varianten vergeleken en zijn de effecten van een voetveer vergeleken met die van een brug (zoals beoordeeld door van Vliet 2017). Toetsing voetveer aan de Wnb Mits voldoende voorzorgsmaatregelen (zoals beschreven in hoofdstuk 5) worden genomen, zal de aanleg en het gebruik van een voetveer niet leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Dit is een deskundigenoordeel. Of sprake is van overtreding van de Wnb is uiteindelijk ter beoordeling van het bevoegd gezag.

Vergelijking effecten varianten voetveer en brug Ook voor de brug is geconcludeerd (Van Vliet 2017) dat aanleg en gebruik niet zullen leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb mits voorzorgsmaatregelen getroffen worden. Dus de brug en het voetveer (beide varianten) zijn hierin niet onderscheidend. In zijn algemeenheid geldt dat als de beide varianten van het voetveer en de brug met elkaar vergeleken worden, variant 1 van het voetveer (niet rolstoeltoegankelijk) het meest gunstige alternatief is: deze variant heeft het minste effect op flora en fauna. Effecten voetveer op de bever Het is niet uitgesloten dat de aanlegwerkzaamheden – en dan met name het inbrengen van de fundaties – er toe leiden dat het hol nabij het plangebied tijdelijk (gedurende de werkzaamheden) door de bevers gemeden zal worden. Er is geen sprake van een verstoring met wezenlijke invloed, geen blijvend negatief effect op het gebruik van het hol noch op de beverfamilie, mits voldoende maatregelen genomen worden (Hoofdstuk 5). Beoordeeld wordt dat van aantasting van een verblijfplaats van de bever in de zin van de Wnb (art. 3.5) geen sprake is. Of sprake is van overtreding van de Wnb is uiteindelijk ter beoordeling van het bevoegd gezag. Geadviseerd wordt om deze conclusie voor te leggen aan het bevoegd gezag.

Variant 2 (rolstoeltoegankelijk voetveer) leidt tot verlies van een groter oppervlakte foerageergebied (ca. 70 m2 meer) dan variant 1. Dit vanwege het feit dat variant 2 een groter ruimtebeslag op de oever heeft. In beide gevallen gaat het niet om essentieel foerageergebied. Beide varianten zijn niet onderscheidend als het gaat om effecten in de zin van de Wnb. De invloedssfeer van beide varianten in de gebruiksfase is evenmin onderscheidend. 4 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Effecten voetveer op vogels De aanlegwerkzaamheden kunnen bij uitvoering in het broedseizoen leiden tot het verstoren van broedende vogels en tot het aantasten van hun nesten. Het verstoren en vernietigen van vogelnesten die in gebruik zijn is een overtreding van de Wnb. Hiervoor is geen ontheffing mogelijk. Door de aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren wordt verstoring en vernietiging van vogelnesten die in gebruik zijn voorkomen en daarmee dus overtreding van de Wnb ten aanzien van vogels. Negatieve effecten op soorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is, zijn uitgesloten. Effecten voetveer op andere soorten Voor andere beschermde soorten zijn negatieve effecten uitgesloten of geldt een vrijstelling voor overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb.

5 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel In de afgelopen jaren heeft Volker Wessels in overleg met de gemeente Dordrecht de haalbaarheid van een te realiseren brug tussen woonwijk Plan Tij en Plan Tij onderzocht. Om de invloed op de omgeving te minimaliseren, maar toch in de functie te kunnen voorzien, onderzoekt Volker Wessels nu ook de haalbaarheid van een voetveer. Eén van de overweging hierbij is dat een voetveer wellicht minder effect heeft op natuurwaarden en dan met name op de bever die langs de oevers van het Wantijpark leeft. In voorliggend rapport is beoordeeld of de aanleg en het gebruik van een voetveer tussen de woonwijk Plan Tij en het Wantijpark te Dordrecht (kortweg: de voorgenomen ingreep) kunnen leiden tot overtreding van verbodsbepalingen te aanzien van beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De nadruk bij de toetsing ligt op effecten op de bever. Hierbij is een vergelijking gemaakt met de effecten van de aanleg van een brug op beschermde soorten zoals beoordeeld in de natuurtoets in 2017 (Van Vliet 2017).

1.2

Wettelijk kader In dit rapport zijn de effecten van de voorgenomen ingreep getoetst aan de Wnb. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten planten en dieren zijn in de Wnb opgenomen in ‘Hoofdstuk 3 Soorten’ en beschreven per beschermingsregime. De Wnb onderscheidt bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: - Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1), - Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Wnb § 3.2)1 en - Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3). Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting (Wnb Art 3.10 lid 2a). Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb.

1.3

Verantwoording De toetsing is een effectbepaling en -beoordeling op basis van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in het plangebied, de functie van het plangebied en de directe omgeving voor deze soorten en de voorgenomen ingreep. De toetsing is opgesteld op basis van eerder (veld)onderzoek (van Vliet 2017) in het kader een 1 Dit betreft soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn met uitzondering van vogels. Vogels vallen onder Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Brochure: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van EZ, versie 1.3 december 2016.

6 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

haalbaarheidsstudie voor een te realiseren brug tussen woonwijk Plan Tij en Plan Tij op dezelfde locatie. Er heeft dus géén nieuw veldonderzoek plaatsgevonden. De Gegevens tot en met drie jaar oud worden doorgaans nog als actueel beschouwd, gegeven het feit dat er geen veranderingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden in deze periode. Voor een beschrijving van de methodiek van het veldonderzoek naar de bever in 2017 wordt verwezen naar bijlage 1. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd1 voor aanvullende actuele informatie over het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied en omgeving. Als zoekgebied is gekozen voor een gebied met een straal van circa 5 kilometer rondom het plangebied, waarbij gericht gezocht is naar alle beschermde die de afgelopen 3 jaar zijn waargenomen, met uitzondering van vogels zonder jaarrond beschermde nestplaats. Daarnaast is, voor zover nodig, gebruik gemaakt van achtergrond-documentatie (zie literatuurlijst).

1

Nationale Database Flora en Fauna geraadpleegd dd. 04-10-2019, 7

Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

2 Het plangebied en de voorgenomen ingreep 2.1

Beschrijving plangebied De voorgenomen ingreep vindt plaats in de wijk Reeland te Dordrecht, Provincie ZuidHolland. Een adres is niet van toepassing. De ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 2.1. Het voetveer is voorzien over de rivier de Vlij en verbindt het Wantijpark (noordoever Vlij) en een woonwijk (zuidoever Vlij). De noordoever (zuidzijde Wantijpark) kenmerkt zich door een natuurlijke oevervegetatie (griend). Werkzaamheden op de zuidoever van de Vlij zijn voorzien op een stuk braakliggende grond tussen de woningen Tijpoort 31 en Tijpoort 32. Het betreft een grazig perceel met ruigtekruiden.

Afbeelding 2.1

Ligging plangebied (rood omkaderd) (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN)

Wantijpark Het Wantijpark is een intensief gebruikt park met wandelpaden, ligweiden, dierenweiden, sportaccommodaties en een restaurant. Bij mooi weer (piekdagen) lopen er over de dag verdeeld ca. 500 mensen door het park. Langs de zuidzijde van het park is losloopgebied voor honden (zie afbeelding 2.2). Per jaar zijn er zijn twee grote evenementen in het Wantijpark, namelijk Wantijpop (2 dagen à ca. 20.000 bezoekers per dag) en Parkies (6 avonden à ca. 2.500 bezoekers per keer). Daarnaast naar schatting een twintigtal kleine evenementen waar per keer zo'n 200-500 mensen tegelijk in het park aanwezig kunnen zijn. De Drechtstadloop komt door het park, evenals de avondvierdaagse. 8 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Sportverenigingen organiseren er activiteiten (Deze informatie is aangeleverd door de gemeente Dordrecht).

Afbeelding 2.2

Hondenlosloopgebied (groen gearceerd) aan de zuidzijde van het Wantijpark (Bron: gemeente Dordrecht).

Het Wantijpark wordt grotendeels omgeven door water. Aan de noordzijde grenst het park aan het Wantij en aan de zuid- en oostzijde aan de Vlij. Het Wantij staat in open verbinding met de Beneden-Merwede en vormt een directe verbinding tussen het Wantijpark en de Sliedrechtse Biesbosch. Zowel het Wantij als de Vlij staan onder invloed van het getij.

2.2

Uit te voeren werkzaamheden en situatie na de werkzaamheden Realisatiefase De informatie in deze paragraaf is aangeleverd door Van Hattum en Blankevoort. De voorgenomen ingreep behelst de aanleg van een voetveer en toegangspaden aan de noord- en zuidzijde van de Vlij. Zie afbeelding 2.3 voor een schetsontwerp en bijlage 2 voor gedetailleerde schetsontwerpen. De werkzaamheden worden overdag uitgevoerd. De totale duur van het werk zal enkele maanden zijn. Er zijn twee varianten voor het voetveer uitgewerkt: een voetveer die niet toegankelijk is voor rolstoelgebruikers (variant 1) en een rolstoeltoegankelijk voetveer (variant 2). Bij de eerste variant (“tekening 004”, Bijlage 1) ligt de nadruk op het beperken van de impact op de omgeving. Voetpaden zijn 80 cm breed en worden aan de parkzijde uitgevoerd in halfverharding, bijvoorbeeld als schelpenpad. Het oppervlaktebeslag op de oevers is ca. 50 m2, waarvan ca. 20 m2 op de zijde van het Wantijpark.

9 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Bij de tweede variant (“tekening 005”, Bijlage 1) is rekening gehouden met de toegankelijkheid voor minder valide personen. Als gevolg hiervan zijn de voetpaden breder en worden deze uitgevoerd in elementenverharding. Om aan de maximale hellingpercentages van de toegangspaden te voldoen is het nodig hierin een slinger te verwerken en passeerplaatsen op te nemen. Het oppervlaktebeslag op de oevers van deze variant is ca. 240 m2, waarvan ca. 90 m2 op de zijde van het Wantijpark.

Afbeelding 2.3

Visualisatie voetveer Wantijpark (Bron: Van Hattum en Blankevoort).

De volgende werkzaamheden zijn voorzien in het kader van de voorgenomen ingreep: - Het rooien van aanwezige bomen en struweel op de noordelijke oever van de Vlij ter plekke van de aanloopstijger en toegangspaden. - Het bouwrijp maken van grond ter plekke van de aanloopstijgers aan de noord- en zuidzijde van de Vlij. - Het aanleggen van toegangspaden naar de aanloopstijgers toe. - Het realiseren van paalfundatie en beschoeiing (grondkering) langs de oever. De beschoeiing zal ca. 3,5 m breed zijn. Beschoeiing en paalfundatie worden trillend aangebracht. Dit, in combinatie met het hiervoor benodigde grondwerk, duurt ongeveer twee weken per oever. Uitgangspunt is dat deze werkzaamheden met een drijvend materieel vanaf het water uitgevoerd zullen worden. - Het installeren van het voetveer. Het installeren van het voetveer zal ca. één week in beslag nemen. Het veer wordt prefab aangevoerd en in het water gehesen. De te rooien bomen betreffen enkele bomen met een stamdiameter van ca. 10 cm, één boom met een stamdiameter van ca. 80 cm en ca. 10 griendstobben met daarop diverse stammen van ca. 20 cm stamdiameter. Het aantal te rooien bomen verschilt niet tussen de varianten voor het voetveer.

10 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Uitgangspunt is dat hydrologische en waterhuishoudkundige situatie niet veranderd en dat er geen afgraving van de oever gaat plaatsvinden ter plaatse van het beverhol nabij het plangebied. Bij de wijze van uitvoering van de voorgenomen ingreep wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van beschermde soorten (zie hoofdstuk 5) om nadelige effecten te zoveel mogelijk te voorkomen Er wordt hiermee invulling gegeven aan de zorgplicht van de Wnb. Gebruiksfase De informatie in deze paragraaf is aangeleverd door Van Hattem en Blankevoort en de gemeente Dordrecht Het voetveer is elektrisch lokaal te bedienen met aan weerszijden van de vaarweg een oproepknop. De scheepvaart wordt met waarschuwingslichten geïnformeerd. Het voetveer is toegankelijk voor wandelaars, fietsers, kinderwagens, en bij variant 2 ook voor minder valide personen / rolstoelen. De overtocht is mogelijk van zonsopgang tot zonsdondergang. In de gebruiksfase zal er naar inschatting van de gemeente geen sprake zijn van een wezenlijke toename in recreatiedruk langs de zuidelijke oever van het Wantijpark en op de Vlij ten opzichte van de huidige situatie, zoals dat ook bij de aanleg van een brug voorzien is (van Vliet 2017). De aanleg van een voetveer leidt tot een betere bereikbaarheid van het park, maar niet tot een ander gebruik van het park door recreanten.

Een eventuele toename van recreanten in het Wantijpark als gevolg van een betere bereikbaarheid, valt in het niet (is verwaarloosbaar) ten opzichten van de huidige recreatiedruk. Omdat er geen wijzigingen zijn in de recreatiedruk, worden effecten van recreatie in het Wantijpark niet verder behandeld in dit rapport. In tegenstelling tot de situatie met een brug hoeven boten niet te wachten. Zowel de aanloopstijger als het voetveer zullen beweegbaar zijn in verband met aanwezig getijdeverschil, waarbij rekening is gehouden met een hoogwaterstand van 1,5 meter + NAP en een laagwaterstand van 0,4 meter – NAP. De vaarweg is in de huidige situatie minimaal 8 meter breed, maar met het ontwerp wordt, door toepassen van een grondkering, gestreefd naar een vaarweg van 10 tot 12 meter breedte op het traject van het veer. De diepte van de vaargeul is 2,4 meter – NAP.

11 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

3 Betekenis van het plangebied voor beschermde soorten planten en dieren 3.1

Algemeen Op grond van het onderzoek van Van Vliet (2017) kan de betekenis van het plangebied en omgeving voor beschermde soorten als volgt worden samengevat: - De bomen en het struweel langs de oevers van de Vlij vormen broed- en foerageergebied van vogels (Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn). Voor vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats heeft het plangebied geen (essentiële) betekenis. - De Vlij en oevers vormen foerageergebied van een vleermuizen, te weten de gewone dwergvleermuis en naar inschatting ook de ruige dwergvleermuis, de laatvlieger en de watervleermuis (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). Het foerageergebied is niet van essentieel belang voor betreffende soorten. Het plangebied maakt ook geen deel uit van een essentiële vliegroute van vleermuizen. De te kappen bomen herbergen geen (potentiële) verblijfplaatsen voor vleermuizen. - De Vlij en oevers vormen leefgebied van de bever (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). In § 3.2 wordt hierop nader ingegaan. - De Vlij en oevers vormen leefgebied van een aantal algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën van ‘Beschermings-regime Andere soorten’ waarvoor een vrijstelling geldt in de provincie Zuid-Holland. - Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis.

De gegevens uit de NDFF (uitdraai 4 oktober 2019) leidde niet tot andere conclusies en gaf geen aanleiding tot nader actualiserend veldonderzoek.

3.2

Betekenis van het plangebied en omgeving voor de bever Aantal dieren Het onderzoeksgebied maakt deel uit van een territorium van één beverfamilie. In 2017 zijn er slechts twee dieren gelijktijdig waargenomen tijdens het onderzoek. Aantallen zijn echter niet statisch. In 2012 zijn er door bewoners van de Tijpoort bevers met jongen waargenomen en gefilmd ter hoogte van de te realiseren brug. Bewoners hebben op verzoek mondeling aan Volker Wessels laten weten dat zij ook na 2012 nog bevers met jongen gezien te hebben. Deze waarnemingen zijn niet geverifieerd met beeldmateriaal. Een beverfamilie bestaat doorgaans uit een volwassen paar met jongen tot maximaal twee jaar oud. Over het algemeen bedraagt de groepsgrootte van een beverfamilie maximaal zes dieren, maar dit kan per jaar verschillen, afhankelijk van geboorte en sterfte. Doorgaans verlaten bevers hun familiegroep aan het eind van hun tweede jaar om op zoek te gaan naar een partner en een eigen territorium. Het gebied is te klein om meerdere families te huisvesten. Een territorium beslaat doorgaans één tot twee kilometer beboste oeverzone. Ook beverdeskundige J. Reinhold (Landschapsbeheer Flevoland) schatte in 12 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

dat het Wantijpark ruimte biedt voor één familieterritorium met maximaal zes dieren (Reinhold 2007). De beverfamilie in het Wantijpark maakt deel uit van de Biesbosch populatie (op enkele kilometers oostwaarts gelegen), die nu uit ca. 250 dieren bestaat (Natura 2000-beheerplan Biesbosch, DLG 2017). De trend van de bever in de Biesbosch is positief (het aantal bevers neemt hier toe). De populatie van de bever in de Biesbosch vormt een kernpopulatie van deze soort in Nederland (DLG, 2017). Momenteel komen bevers in ons land voor langs alle grote rivieren vanaf de Gelderse Poort tot en met de Biesbosch en het Hollands Diep, langs zijbeken en zijrivieren van de Maas, Flevoland, de Hunze en het Zuidlaardermeer. Naast een toenemende verspreiding (afbeelding 3.1) is er ook sprake van een sterk groeiend aantal bevers in Nederland (afbeelding 3.2). Het aantal bevers in Nederland is in het voorjaar van 2016 geschat op ongeveer 1.700 exemplaren. Aangezien in grote delen van Nederland nog geschikt habitat aanwezig is, wordt verwacht dat de groei in verspreiding en aantallen verder doorzet (https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/publications/Telganger%20oktober% 202018.pdf).

Afbeelding 3.1 Ontwikkeling in het aantal kilometerhokken in Nederland met beversporen in de periode 1988-2017. De jaren 2009 en 2010 zijn geïnterpoleerd (Bron: Zoogdiervereniging 2018).

13 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Afbeelding 3.2 Aantalsontwikkeling Bever in Nederland. (verspreidingsatlas.nl, 2015).

Indexcijfer (2003 = 100)

Verblijfplaatsen De beverfamilie in het onderzoeksgebied maakt gebruik van een netwerk aan verblijfplaatsen. Op grond van het onderzoek gaat het in ieder geval om een hol nabij het plangebied, een verderop gelegen burcht en legers op het eiland langs de BadenPowellaan (zie afbeelding 3.3). Potentieel kunnen bevers zich ook op de oevers met rietmoeras langs de zuidoostzijde van het Wantijpark ophouden. Het hol ligt op ca. 21 m afstand van het plangebied, de burcht op ca. 77 m. Het eiland langs de Baden-Powellaan ligt op ca. 125 m afstand. Het hol heeft op basis van de onderzoeksresultaten in 2017 en kenmerken géén functie als kraamburcht. Het hol is als verblijfplaats hooguit geschikt voor een enkel dier en alleen bij lagere waterstanden. Foerageergebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het foerageergebied van de beverfamilie. Het betreft een beperkt oppervlakte (< 1% ) van het totale foerageergebied. Het is daarmee geen essentieel foerageergebied voor de beverfamilie (‘essentieel’ dat wil zeggen van belang voor het functioneren van verblijfplaatsen van de beverfamilie).

14 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Afbeelding 3.3

Verblijfplaatsen van bever nabij plangebied (rood) voetveer Wantijpark: legers (oranje), hol (blauw) en burcht (groen).

15 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

4 Effecten van de ingreep op beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de werkzaamheden op beschermde soorten. Uitgangspunt voor de effectbepaling is dat rust- en verblijfplaatsen die plekken zijn voor een soort die van essentieel belang zijn voor haar levenscyclus en een onmisbaar onderdeel zijn van het habitat1. Om effecten te voorkomen zal de functionaliteit van rusten verblijfplaatsen gewaarborgd moeten zijn. Waar relevant is aangegeven welke maatregelen in dit kader van toepassing zijn. In zijn algemeenheid geldt dat variant 2 (rolstoeltoegankelijk voetveer) door een groter oppervlaktebeslag op de Wantij oever een groter effect heeft op flora en fauna dan variant 1.

4.1

Bever Effecten in de aanlegfase In het kader van de zorgplicht wordt bij de planning van de werkzaamheden rekening gehouden met de meest kwetsbare periode van bevers (paragraaf 5.1). Dit betekent dat de aanleg van het voetveer plaatsvindt buiten de voortplantingsperiode (dus buiten de periode mei tot en met augustus) en buiten de perioden dat er ijs op het water aanwezig is. In deze periode waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd zijn de betreffende bevers flexibel en mobiel genoeg (dus in staat) om zo nodig uit te wijken binnen hun leefgebied (zie ook onderstaande onderbouwing). De voorgenomen ingreep zal niet leiden tot het doden of verwonden van bevers. De oever ter plaatse van het hol wordt namelijk niet aangetast. Bevers zijn in staat (zie hierboven) de werkzaamheden te ontwijken. Uitvoering van de voorgenomen ingreep leidt niet tot directe aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen van bever(s). De verblijfplaatsen van de bever en de benodigde dekking daar omheen blijven namelijk onaangetast bij de realisatie van het voetveer (paragraaf 2.2). Het is niet uitgesloten dat de aanlegwerkzaamheden – en dan met name het inbrengen van de fundaties – er toe leiden dat het hol tijdelijk door de bevers gemeden zal worden. Het aanbrengen van de fundaties in combinatie met het hiervoor benodigde grondwerk, duurt ongeveer twee weken per oever.

Als bevers verstoord raken door de werkzaamheden, zijn bevers niet alleen in staat (zie hiervoor), maar hebben bevers ook voldoende mogelijkheden om (gedurende de werkzaamheden) binnen hun territorium (functionele leefgebied) uit te wijken naar alternatieve verblijfplaatsen, te weten de burcht, het eiland langs de Baden-Powellaan en het rietland ten oosten van het Wantijpark.

1 Guidance document on the strict protection of animal species of Community interest under the Habitats Directive 92/43/EEC. Final version, February 2007

16 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

De beverburcht, gelegen op ca. 77 m afstand van het te realiseren voetveer, ligt buiten de invloedssfeer van de aanlegwerkzaamheden. Zoals in het Kennisdocument Bever (BIJ 12 2017) staat aangegeven, is geconstateerd dat trillingen en geluid door heien op 70 meter afstand van een burcht buiten de periode met jongen geen invloed hebben gehad op aanwezige bevers (het betrof de aanleg van de Hanzespoorlijn tussen Kampen en Lelystad). Het eiland langs de Baden-Powellaan ligt op meer dan 100 m afstand van het plangebied en daarmee buiten de invloedssfeer van de aanlegwerkzaamheden. In het kader van de zorgplicht worden maatregelen genomen (paragraaf 5.1) om te garanderen dat bevers voldoende uitwijkmogelijkheden hebben gedurende de fundatiewerkzaamheden en dus niet afhankelijk zijn van het hol als schuilplaats. Deze maatregelen vormen uitgangspunt bij het bepalen van de effecten. Het hol staat (dus) niet op zichzelf als schuilplaats, maar maakt deel uit van een netwerk van mogelijke schuilplaatsen langs de oevers van de Vlij. De oever als geheel vervult daarmee een functie als verblijfplaats. De oevers bieden gedurende de fundatiewerkzaamheden voldoende schuilmogelijkheid (de burcht en het eiland langs de BadenPowellaan) voor de bever.

Mocht een eventuele bever die zich ophoudt in het hol nabij het plangebied hinder ondervinden van de werkzaamheden, dan kan deze bever zich gedurende de werkzaamheden (dus tijdelijk) terugtrekken naar een andere schuilplaats langs de oever. Na de fundatiewerkzaamheden kan de bever weer gebruik maken van het hol. Op grond van voorgaande is er is geen reden te veronderstellen dat de bever zijn leefgebied zal verlaten als gevolg van de tijdelijke verstoring gedurende de werkzaamheden. Het territorium zal intact blijven. NB beverdeskundige J. Reinhold (Landschapsbeheer Flevoland) schatte in 2014 in dat effecten direct voortvloeiende uit de aanleg van een brug weinig waarschijnlijk zijn (notitie ‘Bever Wantijpark’). Reinhold refereerde hierbij aan ervaringen in Lelystad bij de realisatie van een spoorbrug waarbij hei- en graafwerkzaamheden plaatsvonden en waarbij de bever standvastig op zijn plek bleef. Reinhold gaf aan dat mogelijk verstoring van bevers kan optreden als de brug over de Vlij binnen enkele meters van een verblijfplaats aangelegd wordt. Hij ging daarbij niet in op de mate van verstoring.

De Habitatrichtlijn is gericht op het waarborgen van de ecologische functionaliteit van voortplantings- en rustplaatsen, dat wil zeggen het verzekeren dat deze plaatsen een diersoort alle elementen blijven bieden die nodig zijn om zich succesvol te kunnen voortplanten of om te rusten. Om de functionaliteit van de verblijfplaatsen te kunnen garanderen, moet de soort voldoende uitwijkmogelijkheden hebben. Afhankelijk van de soort kan voor de tijdelijke situatie een van nature aanwezige verblijfplaats voldoende zijn om de functionaliteit op korte termijn te garanderen. In andere gevallen zal het nodig zijn aanvullende alternatieven aan te bieden. Samenvattend, gegeven het feit dat: - de hinder tijdelijk is (ca. 4 weken)

17 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

-

bevers voldoende mogelijkheden hebben om uit te wijken naar schuilplaatsen binnen hun territorium (er zijn aantoonbaar alternatieven, waarvan bekend is dat die gebruikt worden en gebruikt zullen worden) - bevers in staat zijn om uit te wijken (dat wil zeggen mobiel en flexibel zijn, omdat de werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de voortplantingsperiode van bevers en gedurende perioden met ijs), wordt ingeschat dat er geen sprake is van verstoring die van wezenlijke invloed is op de beverfamilie en dat de functionaliteit van verblijfplaatsen van de bever niet in het geding is gedurende de realisatie van een voetveer. Effecten van de twee varianten van het voetveer Variant 2 (rolstoeltoegankelijk voetveer) leidt tot verlies van een groter oppervlakte foerageergebied dan variant 1. Dit vanwege het feit dat variant 2 een groter ruimtebeslag op de oever heeft. In beide gevallen gaat het niet om essentieel foerageergebied. Het verschil in oppervlaktebeslag op de Wantij oever tussen beide varianten is ca. 70 m2. Dit verschil is verwaarloosbaar op het totale oppervlakte foerageergebied (< 0,01%). Effecten brug vs voetveer De effecten van de werkzaamheden voor aanleg van de brug en voor aanleg van het voetveer op de bever verschillen op de volgende punten: - Bij de brug is de aanleg van een wachtplaats op ca. 5 m van het beverhol voorzien.

Bij het voetveer hoeven géén remmingswerken voor een wachtplaats geplaatst te worden. - Het inbrengen van de fundaties voor het voetveer gaat gepaard met minder trillingen en geluid dan de aanleg van een brug. - Bij het voetveer wordt de natuurlijke oever doorbroken door een grondkering, terwijl bij een brug de natuurlijke oever min of meer blijft doorlopen. - Variant 2 (rolstoeltoegankelijk voetveer) leidt tot een groter verlies van oppervlakte foerageergebied dan de brug. Variant 1 en de brug zijn wat dat betreft nauwelijks onderscheidend. Beoordeling van effecten in de gebruiksfase Het gebruik van de pont zal naar inschatting geen effect hebben op de functionaliteit van het beverhol, laat staan op de verderop gelegen verblijfplaatsen. Deze inschatting is gebaseerd op de afstand tussen het hol en de pont en op grond van het feit dat de pont overdag wordt gebruikt en de bever vooral tussen zonsondergang en zonsopkomst actief is. Daarbij komt dat de bevers in het gebied redelijk goed bestand zijn tegen menselijke aanwezigheid en activiteiten, gezien het feit dat de dieren zich gevestigd hebben nabij menselijke bebouwing en in een druk recreatief gebied en zich hier weten te handhaven. Dit zien we ook elders in den lande; zo hebben bevers zich bijvoorbeeld ook gevestigd tot in het stedelijk gebied van onder andere Roermond, Maastricht, Swalmen, Gennep en Almere.

De bevers ter plekke zijn gewend aan de aanwezigheid van boten. De Vlij vormt de toegang tot de Vlijhaven en wordt gebruikt voor de pleziervaart van en naar de Biesbosch. Direct nabij de Vlijhaven, op enkele meters afstand verblijven bevers bovengronds op het eiland langs de Baden-Powellaan. Daar waar het voetveer zal worden aangelegd beschikt vrijwel 18 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

ieder perceel in de woonwijk over een aanlegsteiger en een boot. Het stemgeluid van de opvarenden, het geluid van de motor en de golfslag die de boten veroorzaken zijn voor de bever kennelijk geen reden geweest om er zich niet te vestigen of om uit het gebied weg te trekken. Effecten van de twee varianten van het voetveer De varianten zijn niet onderscheidend in hun effecten op de bever. Voor beide varianten geldt dat effecten op de bever nihil zijn. Effecten brug vs voetveer Het voetveer en de brug zijn niet onderscheidend in hun effecten op de bever. Voor beide geldt dat effecten op de bever nihil zijn. De hinder (geluid en aanwezigheid) die uitgaat van de wachtende boten voor het hol van de bevers voor de brug is beperkt (beperkt aantal wachtende boten per jaar, korte wachttijd, motor uit gedurende het wachten) en om die reden niet voldoende onderscheidend. Effecten op de populatie Aangezien de ingreep zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen wezenlijke effecten zal hebben op bevers in het plangebied (zie bovenstaande), zijn effecten van de ingreep op de lokale, regionale en landelijke beverpopulatie uitgesloten.

4.2

Vleermuizen Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig en het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen, noch maakt het plangebied deel uit van een essentiële vliegroute van vleermuizen.

4.3

Vogels De aanlegwerkzaamheden kunnen bij uitvoering in het broedseizoen leiden tot het verstoren van broedende vogels en tot het aantasten van hun nesten. Negatieve effecten op soorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is, zijn uitgesloten. Het plangebied heeft geen (essentiële) betekenis voor vogels met een jaarrond beschermde nestplaats.

4.4

Grondgebonden zoogdieren en amfibieën Grond- en graafwerkzaamheden kunnen algemeen voorkomende amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ waarvoor een vrijstelling geldt treffen. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding.

19 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

5 Maatregelen om schade te voorkomen en beperken Dit hoofdstuk beschrijft de maatregelen die genomen worden om negatieve effecten op de bever en vogels in de aanlegfase te voorkomen.

5.1

Bever Planning en periode van uitvoering van de werkzaamheden - De aanlegwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode september tot en met februari, dit is buiten de kwetsbare periode van de voortplanting van de bever. In de regel loopt de voortplantingsperiode van mei tot en met augustus. Deze periode kan zowel eerder als later beginnen en eindigen afhankelijk van de lokale weersomstandigheden voorafgaand en tijdens de werkzaamheden. - Er worden geen activiteiten of werkzaamheden uitgevoerd tussen een half uur voor zonsondergang en een half uur na zonsopgang. - Er wordt gewerkt buiten perioden met vorst. Garanderen behoud functionaliteit verblijfplaats tijdens de werkzaamheden - Voorafgaand aan de fundatiewerkzaamheden wordt het beverhol (op ca. 21 m afstand van het plangebied) gemarkeerd met linten, zodat voor de uitvoerder duidelijk is waar het hol zich bevindt. De beverburcht (op ca. 77 m afstand van de te realiseren brug) hoeft niet gemarkeerd te worden, aangezien deze zich ruim buiten het plangebied bevindt. - De oever ter plekke van het hol blijft onaangetast bij de uitvoering van de voorgenomen ingreep. Vegetatie rondom het hol wordt zo veel mogelijk gespaard.

- De zuidelijke en oostelijke oever van het Wantijpark en het eiland in de Vlij (ter hoogte van de Baden-Powellaan) worden gedurende de werkzaamheden afgezet met hekken om honden en mensen langs de oever te weren. Bevers kunnen terplekke gebruik maken van legers (bovengrondse rustplaatsen) die gegarandeerd vrij zijn van storende invloeden van de werkzaamheden en recreatie.

5.2

Vogels Het verstoren en vernietigen van vogelnesten die in gebruik zijn is een overtreding van de Wnb. Hiervoor is geen ontheffing mogelijk. Verstoring en vernietiging van vogelnesten die in gebruik zijn moet dus voorkomen worden. Hiertoe wordt het rooien van beplanting en (voorbereidende) aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal wordt voor het broedseizoen de periode half maart tot eind augustus aangehouden. In de periode (september - februari) dat de werkzaamheden gepland staan, is de kans op broedende vogels nihil. 20 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

6 Beoordeling Wet natuurbescherming Bij onderstaande beoordeling wordt uitgegaan van de maatregelen beschreven in hoofdstuk 5.

6.1

Bever Niet iedere verstoring van een schuilplaats van een bever kan beschouwd worden als verstoring in zin van de Wnb. Om te beoordelen of sprake is van verstoring van in de zin van de Wnb moeten: - de verblijfplaatsen en de functionele leefomgeving van de bever, - de ingreep (welke activiteiten plaats gaan vinden, op welke plekken, op welk moment, de wijze van uitvoering), en - de maatregelen die genomen worden ten gunste van de bever, in samenhang bezien worden. Het Hof Arnhem (ECLI:NL:GHARN:2012:BW7281, JM 2012/100, m.nt. L. Boerema) oordeelde eerder op 29 mei 2012 dat een tijdelijke verstoring die uiteindelijk geen negatieve gevolgen heeft voor betreffende diersoort geen overtreding van art. 11 (verbod op verstoring en vernietiging van verblijfplaatsen) van de Flora- en faunawet was. De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de kwetsbare periode van bevers (dit is buiten de voortplantingsperiode van bevers en niet gedurende perioden met ijs). Bevers zijn buiten de periode van de voortplanting en wintervorst niet afhankelijk van het hol nabij het plangebied als schuilplaats. De bever is dan mobiel en flexibel om uit te wijken. Daarbij staat het hol niet op zichzelf als schuilplaats, maar maakt het deel uit van een netwerk van mogelijke schuilplaatsen langs de oever. De oever als geheel vervult daarmee een functie als verblijfplaats.

De oevers bieden gedurende de fundatie-werkzaamheden voldoende schuilmogelijkheid voor de bever. Zoals hierboven reeds betoogd, zal een in het hol verblijvende bever bij verstoring als gevolg van de fundatiewerkzaamheden tijdelijk uitwijken naar een andere verblijfplaats in de omgeving binnen het netwerk aan verblijfplaatsen binnen zijn territorium. Er is dus geen sprake van een verstoring met wezenlijke invloed, geen blijvend negatief effect op het gebruik van het hol noch op de beverfamilie. Op grond hiervan wordt beoordeeld dat van aantasting van een verblijfplaats van de bever in de zin van de Wnb (art. 3.5) geen sprake is. Of sprake is van overtreding van de Wnb is uiteindelijk ter beoordeling van het bevoegd gezag.

6.2

Vogels Door de aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren (§ 5.2) wordt verstoring en vernietiging van vogelnesten die in gebruik zijn voorkomen en daarmee dus overtreding van de Wnb ten aanzien van vogels. 21 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

6.3

Grondgebonden zoogdieren en amfibieën Voor de amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ die mogelijk getroffen worden door de aanlegwerkzaamheden geldt een vrijstelling voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Voor deze soorten is dus geen ontheffing nodig. Zoals gesteld in § 4.4 is de gunstige staat van instandhouding van betreffende soorten niet in het geding.

22 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

7 Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of de aanleg en het gebruik van een voetveer tussen de woonwijk Plan Tij en het Wantijpark te Dordrecht kunnen leiden tot overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij is onderscheid gemaakt tussen twee varianten, namelijk een voetveer die niet toegankelijk is voor rolstoelgebruikers (variant 1) en een rolstoeltoegankelijk voetveer (variant 2). In de toetsing zijn de effecten tussen de varianten vergeleken en zijn de effecten van een voetveer vergeleken met die van een brug (zoals beoordeeld door van Vliet 2017). Toetsing voetveer aan de Wnb Mits voldoende voorzorgsmaatregelen (zoals beschreven in hoofdstuk 5) worden genomen, zal de aanleg en het gebruik van een voetveer niet leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Dit is een deskundigenoordeel. Of sprake is van overtreding van de Wnb is uiteindelijk ter beoordeling van het bevoegd gezag. Vergelijking effecten varianten voetveer en brug Ook voor de brug is geconcludeerd (Van Vliet 2017) dat aanleg en gebruik niet zullen leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb mits voorzorgsmaatregelen getroffen worden. Dus de brug en het voetveer (beide varianten) zijn hierin niet onderscheidend.

In zijn algemeenheid geldt dat als de beide varianten van het voetveer en de brug met elkaar vergeleken worden, variant 1 van het voetveer (niet rolstoeltoegankelijk) het meest gunstige alternatief is: deze variant heeft het minste effect op flora en fauna.

23 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Literatuur DLG, 2017. Natura 2000-beheerplan Biesbosch. Reinhold, J., 2007. De bever, de Vlij en Plan Tij. Onderzoek naar de bever rond de Vlij en de consequenties voor Plan Tij. Reinhold J 2014. Bever Wantijpark. Notitie. Ingebracht stuk d.d.3 april 2014 t.b.v. de Raad van State zitting d.d. 8 april 2014. Vliet, F. van 2016. Beveronderzoek Wantijpark Dordrecht 2015. Notitie d.d. 25 februari 2016 met kenmerk 15-365/15.07154/FleVl. Bureau Waardenburg, Culemborg. Vliet, F. van 2017. Effecten van de realisatie van de Tijpoortbrug te Dordrecht op beschermde soorten. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming. Bureau Waardenburg, Culemborg. Van Diepenbeek, A. 1999. Veldgids Diersporen. KNNV, Utrecht. Zurowski, W. 1992. Building activity of Beavers. Acta Theriologica 37:403–411 Online bronnen www.ndff-ecogrid.nl; geraadpleegd op 4 oktober 2019 www.waarneming.nl https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/publications/Telganger%20oktober%202018.pd f

24 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Bijlage I

Beveronderzoek 2017 en resultaten

De informatie in deze bijlage is ontleend aan van Vliet (2017). Beveronderzoek 2017 In 2017 heeft Bureau Waardenburg veldonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de bever langs de oevers van het Wantijpark. Het gebied is in 2017 driemaal bezocht, namelijk op 17 juli (3 personen), 1 september (1 persoon) en op 29 september (1 persoon). Het onderzoeksgebied omvatte de oost- en zuidzijde van het Wantijpark langs de Vlij en het eiland in de Vlij (ter hoogte van de Baden-Powellaan). Op 17 juli is het gebied onderzocht op beversporen (vraatsporen aan bomen en struiken, kanalen, wissels, pootafdrukken) en (potentiële) verblijfplaatsen (burchten, holen, legers) van de bever. De oevers zijn bij laag water langsgelopen om holen te zoeken. Daarnaast zijn de oevers vanaf het land afgelopen gericht om burchten en sporen te inventariseren. Van ruim voor de schemer tot ruim na de schemer is vanaf de tegenoverliggende oever gepost bij het hol ter hoogte van de geplande brug en bij de burcht om eventueel uitzwemmende bevers te kunnen waarnemen. Er is die avond ook een wildcamera bij de burcht en bij het hol geplaatst. De camera’s konden niet blijven hangen, omdat het risico op diefstal op deze locatie te groot was. Ten tijde van het veldbezoek vond er een festival (Parkies) in het Wantijpark plaats.

Op 1 september is wederom gepost bij het hol in de avondschemer om eventueel uitzwemmende dieren waar te nemen. Het veldbezoek op 29 september was met name gericht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de bever op het eiland in de Vlij ter hoogte van de Baden-Powellaan. Er is met een boot rondom het eiland gevaren om (potentiële) verblijfplaatsen vast te stellen. Aansluitend is in de avond tot na de schemer vanaf de Baden-Powelbrug met een verrekijker gepost om bevers vast te stellen. Vanaf deze brug was er zowel zicht op het westelijk deel van het eiland als op de zuidelijke oevers van het Wantijpark. Bij het veldonderzoek naar de bever in 2017 is ook informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van andere beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, nesten, holen, uitwerpselen, haren, etc). Op basis van terreinkenmerken en expert judgement is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Resultaten beveronderzoek Het plangebied maakt deel uit van het leefgebied van een beverfamilie. De bever komt al jaren voor aan de rand van het Wantijpark en langs de Vlij. Uit voorgaande jaren is bekend dat zich ten oosten van het plangebied op ca. 21 m afstand een beverhol bevond en verderop op ca. 77 m een beverburcht (Van Vliet 2015).

In 2012 zijn door bewoners van de Tijpoort filmopnamen gemaakt van bevers met jongen langs de zuidelijke oevers van het Wantijpark. 25 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Bij het veldonderzoek in 2017 bleek dat de burcht en het hol langs het Wantijpark, bekend uit eerder onderzoek, nog in gebruik te zijn door de bevers. Aantal dieren In de avond op 17 juli zijn twee volwassen bevers waargenomen. Eén bever kwam ter hoogte van het hol uit de oever. De tweede bever kwam vanuit oostelijke richting (BadenPowellaan) aan zwemmen. Samen zijn beide dieren richting west weggezwommen. Ze zwommen langs de burcht, zonder hier noemenswaardig te stoppen. Bij de andere veldbezoeken zijn geen bevers gezien. Burchten Bij het veldbezoek op 17 juli zijn verse sporen op de burcht vastgesteld, op grond waarvan geconcludeerd wordt dat de burcht nog door de bevers gebruikt wordt. Er zijn geen uitzwemmende dieren vastgesteld tijdens het avondbezoek. Andere burchten zijn niet vastgesteld in 2017 (net als in 2015), op grond waarvan de aanwezigheid van andere burchten binnen het onderzoeksgebied kan worden uitgesloten. Holen Om een hol te kunnen graven moet de oever onder water relatief steil en vergraafbaar (niet bestort) zijn. Bij voorkeur is er ter plekke sprake van enige begroeiing van struiken of bomen op de oever. Een hol bestaat uit een nest van 1,2 m breed en ca. 50 cm hoog, met een korte gang naar buiten toe. Om overstroming te voorkomen moet het hol moet ca. 20 cm boven het gemiddeld hoog waterpeil liggen.

Een hol kan alleen functioneren als de leefkamer ruim boven het gemiddelde hoog waterpeil uitkomt en niet onderstroomt. Daarbij moet de ingang naar het hol onder water liggen. Zoals beverdeskundige Jeroen Reinhold (2007) reeds constateerde, zijn de mogelijkheden voor bevers om holen in de oevers te graven langs de oevers van het Wantijpark beperkt; dit vanwege de oeverstructuur (niet hoog genoeg, bestort of geen opgaande beplanting aanwezig) en de getijdeschommelingen (0,20 – 0,90 +NAP). De oever langs de zuid- en oostzijde van het Wantijpark is over het algemeen te laag voor een hol. Zeer lokaal is sprake van wat reliëf, waar mogelijkheden voor het graven van een hol bestaan, zoals ter plaatse van het vastgestelde hol nabij het plangebied. Ter plaatse van het vastgestelde hol is de oever iets hoger. Rondom het hol zijn ook in 2017 wederom beversporen (pootafdrukken, vraatsporen, kanalen) vastgesteld. Bij hoogwater is er een risico dat het hol van binnen overstroomt. Gezien dit risico, lijkt de ruimte ter plekke bij hoog water te beperkt (< 50 cm) als verblijfplaats voor een beverfamilie. Bij risico’s op overstroming bouwen bevers doorgaans burchten, zeker bij de komst van jongen (Zurowski 1992). Het hol heeft naar inschatting dus geen functie als kraamburcht. Het hol is als verblijfplaats hooguit geschikt voor een enkel dier en alleen bij lagere waterstanden.

Er zijn tijdens het onderzoek geen andere holen vastgesteld in het onderzoeksgebied.

26 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Legers Legers zijn bovengrondse rustplaatsen van bevers, op de kale grond of op een bed van plantenresten en houtsnippers (Van Diepenbeek, 1999). Legers kunnen het hele jaar door gebruikt worden door bevers, behalve als het vriest. Legers bevinden zich vlak langs de oever in rietvegetatie en onder dichte struiken en bramen, waardoor ze lastig te vinden zijn. Bij verstoringen of bij hoogwater kunnen de dieren ook gebruik maken van dit soort ligplaatsen. Tijdens het veldonderzoek zijn op 29 september enkele duidelijke legers van bevers gevonden onder de weelderige oevervegetatie aan de oostzijde van het eiland aan de Baden-Powellaan (zie foto hieronder). Er zijn geen bevers vastgesteld tijdens dit veldbezoek (tot na de schemer). De gehele oevers van het eiland zijn geschikt voor bovengrondse dagrustplaatsen vanwege de rustige ligging; op het eiland ligt geen doorgaand wandelpad en hier komen dus nauwelijks mensen of honden. Het rietland aan de oostzijde van het Wantijpark biedt een geschikte locatie voor legers eveneens vanwege de aanwezigheid van beschutting en rust. Om schade aan vegetatie hier te voorkomen is dit rietland niet vlakdekkend onderzocht. Eventuele legers kunnen hier zijn gemist.

Oostzijde van het eiland aan de Baden Powelllaan (rechts op foto) met uitzicht op de jachthaven.

27 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Beverleger op de oostzijde van het eiland aan de Baden Powelllaan.

Bever burcht aan de zuidzijde van het Wantijpark.

Locatie beverhol aan de zuidzijde van het Wantijpark bij hoog water.

28 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Locatie beverhol aan de zuidzijde van het Wantijpark bij hoog water.

Locatie hol aan tegenover de aanlegsteiger.

Foerageergebied Langs vrijwel de gehele oevers van de zuidzijde van het Wantijpark zijn beversporen (vraatsporen, gegraven kanaaltje, uitgesleten oeveropgangen) vastgesteld tijdens het veldonderzoek. Ook langs een groot deel van de oostzijde van het park zijn sporen vastgesteld, met name vanaf de noordzijde van het rietland richting zuid tot waar de Vlij ombuigt richting west. Dit gebied wordt intensief gebruikt door bevers getuige de kanalen en sporen. Ook op het eiland ter hoogte van de Baden-Powellaan zijn vraat- en graafsporen van de bever vastgesteld. Dit beeld komt overeen met dat in 2015 (Van Vliet 2016).

29 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Uitgebreide kanalenstelsels aan de oostzijde van het Wantijpark ten noorden van het rietland.

30 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Bijlage II Schetsontwerpen voetveer

31 Effecten van de aanleg van een voetveer tussen Wantijpark en Plan Tij te Dordrecht op beschermde soorten

Memo Datum

: 20-06-2018

Referentienummer

: Z16037 MEM 003 , door Jeroen van Hoorn

Betreft

:Toelichting voetveer Plan Tij Noord

1.0 Inleiding Deze memo geeft toelichting op de huidige plannen betreffende de aanleg van een voetveer tussen de noordzijde van de woonwijk Plan Tij en het Wantijpark te Dordrecht. Naast de functionele kenmerken van de voetveer heeft het ook een zekere attractiewaarde, waarmee wordt aangesloten op de recreatieve functie van het Wantijpark. De afgelopen jaren is haalbaarheid van een te realiseren brug onderzocht. Vanuit zowel de bewoners als natuurbelangen (bevers) zijn er bezwaren t.a.v. een te realiseren brug. Om de invloed op de omgeving te minimaliseren, maar toch in de functie te kunnen voorzien heeft Van Hattum en Blankevoort in overleg met de Gemeente Dordrecht een voetveer beschouwd. Ten behoeve van de haalbaarheidsstudie is gekeken naar de huidige situatie en is een 3D visualisatie van de mogelijk toekomstige situatie opgesteld.

Figuur 1: 3D visualisatie conceptontwerp te realiseren voetveer

Momenteel zijn er twee varianten uitgewerkt. Bij de eerste variant “tekening 004” ligt de nadruk op het beperken van de impact op de omgeving. Voetpaden zijn slechts 80 cm breed en worden aan de parkzijde uitgevoerd in halfverharding, bijvoorbeeld als schelpenpad. Bij de tweede variant “tekening 005” is rekening gehouden met de toegankelijkheid voor minder valide personen. Als gevolg hiervan zijn de voetpaden breder en worden deze uitgevoerd in elementenverharding. Om aan de maximale hellingpercentages van de toegangspaden te voldoen is het nodig hierin een slinger te verwerken en passeerplaatsen op te nemen.

1

Figuur 4: Locatie, aanlooproute en ontsluiting

ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ

Drijvend bordes met glijconstructie

Zowel de aanloopstijger als het voetveer zijn beweegbaar in verband met aanwezig getijdeverschil, waarbij rekening is gehouden met een hoogwatersand van 1,5 meter + NAP en een laagwaterstand van 0,4 meter – NAP; De vaarweg is minimaal 8 meter breed maar met het ontwerp wordt, door toepassen van een lokale grondkering, gestreefd naar een vaarweg van 10 tot 12 meter breedte. De diepte van de vaargeul is 2,4 meter – NAP; Het voetveer is elektrisch lokaal bediend met aan weerszijden van de vaarweg een oproepknop. De scheepvaart wordt met waarschuwingslichten geïnformeerd; Het pondje is toegankelijk voor wandelaars, fietsers, kinderwagens, en bij variant 2 ook voor minder valide personen / rolstoelen; Afmetingen ponton bedraagt circa 3 bij 2 meter en is in verband met veiligheid rondom voorzien van leuningwerk. De drijvende steigers bestaan uit stalen frames met HDPE dikwandige buisdrijvers; De toegangspaden worden aangelicht en bij de ingang wordt een bord geplaatst met spelregels en instructies voor de gebruikers. De overtocht is mogelijk van zonsopgang tot zonsdondergang;

2

..Jt

1

3

s

DOORSNEDE

A.A LAA6 IVATTR VARIANT 02

t

DOORSNEDI A-A HOOG IVATER VARIANT 01

DOORSNEDI B-B

AANZITHT T-I

;;;E;-

OPMIRKINGEN : H.lhño/r.ilÞ¡d

ront¡¡ñ ß¿!rô.nûr'.ilil.l r

?l¡ ?.19

r.rdn9 ¡¿lrry.il bot.ñ d. 6C D. (At l4r r.rlår

t, hqr¡l.r r¡rûñ tduhn ^urDn.k¡h.

1

ùt

I ¿rl

Voetveer Ptanlii Noord VolkerWs¡sels

rõr Vasrcoso ì¡ll¡n Hdü¡m en Blad<evoorr

ô È.û

Voêìveer PI¡nìi iloo¡d

V¡rianlenstudip Nirl loeg.nkelük voor ninde¡vàlide¡

ã:äìõ-

BOVENAANZICHT PLANTIJ ZIJDE

t-^

BOVTNAANZICHT WANTIJ ZIJDT

"'""" SrheisontwerD

**" vHB '1603?

*' vHB 16031-TEK-0004

*" 0.1

F 0--

n:ÊË ;g:Ë

Ê:iË

OOORSNIDE A-A LAA6 WATER VARIANT 02

f,=+

_) "l

;:3Ê DOORSNEDE

A-A HOO6 WATTR VARIANT O1 nlq¡É rDir¿i ¡r!.rr F l2

,t{¡ t"

G

Ów *"'""'"""^

DOORSNEDE

B-B

I

N

.Ñ

AANZITHT

T.t

OPI,lERKIN6E N !f.

'¿¡

ioo{¿ Y8Ûrh rcf ¿ ril! nrr 3¿!'b.3[r rrú¿: r

?s ?!e

3, do¡grdr 5rioon Jilbhi

Voetveer Planlij Noord

rô Vasrcoro VolkerWessols

M r'-,'"-

Van tlatü¡m en Blankevoort :;:*lï:.], .",".,..

n AA

eÁ¡?

rrl¡ ,¡p

,. t&

on

rltr,

o

BOVENAANZIIHT WANTIJ ZIJDE Let op variant 02

BOVENAANZIIHT PLANTIJ ZIJDE

t-

o.

Voetveer Piànlt Noord Vèriâñlensludi¡ nindervê|den

"'''-"" Sr het sontwprD

--" vHB 16031

" vHB '16031-ÌEK-0001

" "o.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/528/documents/19006