2015-03-Transformaties-in-De-Nieuwe-Energie-eindrapport-schermversie.pdf
Tekst van het document
rapport
wetenschappelijk bureau voor onderzoek, expertise en advies op het gebied van leefwijzen, verslaving en daaraan gerelateerde maatschappelijke ontwikkelingen
Transformaties in de Nieuwe Energie
Cas Barendregt Elske Wits
1
Colofon Transformaties in de Nieuwe Energie Eindrapportage
Auteurs: Cas Barendregt Elske Wits Met medewerking van: Angeline Giel-Kelly (IVO) Marijn van der Klaauw (De Binnenvest) Met dank aan: Karwan Atroske, Abdellatif Boubar, Richard van de Pavert, Richard Macaré en Reugène Ortela, Epie Isabella, Martin Keereweer, Jeffrey Neijman, Zenawi Meheratab (enquête onder cliënten) en alle medewerkers van de Nieuwe Energie die de onderzoekers en cliënten hebben geholpen met de dataverzameling. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Stichting De Binnenvest in Leiden en de Gemeente Leiden. Rotterdam, maart 2015
Het onderzoeksinstituut IVO werkt op een enthousiaste manier samen met opdrachtgevers aan het beantwoorden van vragen rondom leefstijl, verslaving en zorg. Het verbeteren van de situatie van kwetsbaren in de maatschappij speelt daarbij een belangrijke rol. IVO Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving Heemraadssingel 194 3021 DM Rotterdam T +31 10 425 33 66 E secretariaat@ivo.nl W www.ivo.nl
Inhoud Voorwoord Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Beoogde veranderingen in en om de Nieuwe Energie 1.2 Afspraken tussen De Binnenvest en de gemeente Leiden 1.2.1 Handhaving van de buitenruimte 1.2.2 Doel van de gebruiksruimten 1.2.3 Beleid rond verslaafden in de doorstroomkamers 1.2.4 Veranderingen in de werkwijze van de Nieuwe Energie 1.3 Focus van de evaluatie 1.4 Werkwijze 1.4.1 Methoden en fasering 1.4.2 Werkwijze 1.4.3 Werkgroep 1.4.4 Analyse 1.5 Leeswijzer 2 Handhaving van de buitenruimte: situatie Papegaaisbolwerk 2.1 De sluiting van het Papegaaisbolwerk 2.2 Mening van bezoekers over de sluiting van het Papegaaisbolwerk 2.3 Verplaatsing van de gebruikers, dealers en alcoholdrinkers 2.3.1 Situatie tijdens de tweede onderzoeksronde in juni 2014 2.3.2 Situatie tijdens de derde onderzoeksronde in december 2014 3 Functioneren van de gebruiksruimtes en de invloed daarvan op bezoekers 3.1 Aanleiding voor de drugsgebruiksruimte 3.2 Beleid van de gebruiksruimten: de praktijk 3.2.1 Gebruiksruimten: beleid en regels 3.2.2 Aantal unieke bezoekers van de gebruiksruimten per maand 3.2.3 Samenstelling bezoekersgroep 3.2.4 Bezetting van de gebruiksruimten 3.2.5 Mening van bezoekers over functioneren van de gebruiksruimten 3.3 De beveiliging van de gebruiksruimten 3.4 Ontwikkeling in middelengebruik onder bezoekers van de Nieuwe Energie 3.4.1 Ontwikkeling in het type middelen 3.4.2 Locatie
waar middelen worden gebruikt 3.4.3 Verkooppunten van middelen 3.5 Bezoekers over het effect van de gebruiksruimten op kwaliteit van zorg en gezondheid 3.6 Praten over drugs en alcohol met hulpverleners 4 Doorstroomkamers 4.1 Bekendheid met regels en instroomcriteria van de doorstroomkamers 4.2 Uitstroom en maximale verblijfsduur 4.3 Begeleiding in de doorstroomkamers 4.4 Privacy en middelengebruik in de doorstroomkamers
1 2 5 5 5 5 6 6 6 7 7 7 8 9 9 9 10 10 10 11 11 12 13 13 14 14 15 15 16 17 18 19 19 20 21 21 22 24 24 25 26 26
4.5 Mening van cliënten over andere huisregels in de doorstroomkamers 5 Gezondheid en kwaliteit van leven 5.1 Kenmerken van de bezoekers van de Nieuwe Energie 5.2 Ervaren gezondheid van bezoekers van de Nieuwe Energie 5.3 Kwaliteit van leven van bezoekers van de Nieuwe Energie 5.4 Lichamelijke en psychische klachten 6 Diensten van de Nieuwe Energie: ervaringen van cliënten 6.1 Slaapplaatsen van cliënten 6.2 Aanvullende diensten in de Nieuwe Energie 6.2.1 Belangrijkste dienst voor het verbeteren van de situatie van de cliënt 6.3 Duur van het verblijf in de Nieuwe Energie 6.4 Herstel en activering 6.4.1 Maaltijden en dagactiviteiten 6.4.2 Persoonlijk Actieplan 6.5 Ervaren kwaliteit van de hulpverlening 6.5.1 Mate van thuis voelen in de Nieuwe Energie 6.5.2 Waarschuwingen of schorsing 7 Conclusies 7.1 Achtergrond bij het onderzoek naar de Nieuwe Energie 7.2 Sluiting Papegaaisbolwerk en opening gebruiksruimten: vermindering van overlast 7.2.1 Sluiting Papegaaisbolwerk 7.2.2 Functioneren van de gebruiksruimten 7.2.3 Verminderen van de openbare overlast 7.2.4 Sociale functie van de gebruiksruimten 7.3 Ervaringen met de doorstroomkamers 7.4 Ervaren gezondheid en kwaliteit van leven 7.4.1 Gezondheid lijkt niet te verbeteren door instellen gebruiksruimten 7.4.2 Ontwikkeling van het middelengebruik: minder gebruikers van harddrugs 7.4.3 Geestelijke gezondheid heeft aandacht nodig 7.5
Ervaringen van cliënten met de aanvullende diensten van de Nieuwe Energie 7.6 Tot slot 8 Geraadpleegde bronnen Bijlage 1 Vraagstelling van de evaluatie Bijlage 2 Methodische verantwoording Bijlage 3 Stellingen gebruiksruimten geclusterd
27 28 28 28 29 30 32 32 32 34 35 36 36 37 38 39 39 41 41 41 41 42 42 42 42 43 43 43 44 44 44 46 47 49 51
Voorwoord
Voor u ligt de rapportage van de evaluatie van veranderingen die hebben plaatsgevonden binnen dag- en nachtopvang Nieuwe Energie in Leiden. In 2013 en 2014 heeft Stichting De Binnenvest enkele belangrijke fysieke en organisatorische veranderingen doorgevoerd, die een verbeterde dienstverlening en vermindering van overlast in de omgeving moesten ondersteunen. Stichting De Binnenvest heeft het IVO in het voorjaar van 2013 verzocht een evaluatie uit te voeren van de handhaving van de buitenruimte rond de dag- en nachtopvang, het functioneren van de gebruiksruimte, het beleid rond verslaafden in de doorstroomkamers en de ontwikkeling van de gezondheid van bezoekers. Het onderzoek had daarnaast een procesondersteunend karakter: tussentijdse resultaten zijn telkens besproken in een werkgroep van betrokken professionals en cliënten, om een vinger aan de pols te houden en het veranderproces waar nodig bij te sturen. Om die reden is ook onderzocht wat het hulpverleningsaanbod van de Nieuwe Energie is en hoe cliënten dit aanbod ervaren. Het betrekken van cliënten bij het veranderproces was een expliciete wens van de Nieuwe Energie en is zeer waardevol gebleken. Ook voor het afnemen van vragenlijsten onder cliënten van de Nieuwe Energie zijn enkele cliënten getraind en hebben geholpen bij het afnemen ervan. Op die manier hebben ze bijgedragen aan een goede respons.
Uit hun verhalen blijkt dat ze deze activiteiten met plezier hebben uitgevoerd en dat zij zich op hun kwaliteiten voelden aangesproken. Wij zijn alle cliënten die hebben meegewerkt aan de evaluatie - via deelname aan de werkgroep, het afnemen van interviews en via deelname aan interviews - zeer veel dank verschuldigd. Ook vele anderen hebben met veel energie met de onderzoekers samengewerkt. Allereerst is dat Mirsad Strojil, teamleider bij de Nieuwe Energie, die altijd bereid was om vragen te beantwoorden en om allerlei zaken ten behoeve van het onderzoek te regelen. Als Mirsad er niet was bleek Mark Schouten, groepswerker, een uitstekende kwartiermaker. Daarnaast heeft Marijn van der Klaauw (beleidsmedewerker, De Binnenvest) meegeholpen bij het analyseren van de registratiegegevens van de gebruiksruimten, waarvoor veel dank. Ons laatste woord van dank gaat uit naar de werkgroep, die voor het onderzoek heeft gefungeerd als ondersteuning en inspiratiebron.
Rotterdam, februari 2015
Cas Barendregt en Elske Wits
1
Samenvatting Deze rapportage is het verslag van een evaluatie van de dag- en nachtopvang Nieuwe Energie van Stichting De Binnenvest. De volgende aspecten zijn onderzocht: handhaving van de buitenruimte rond de dag- en nachtopvang, het functioneren van de gebruiksruimte, het effect van het veranderde hulpverleningsaanbod op de begeleiding en gezondheid van bezoekers, en het beleid rond verslaafden in de doorstroomkamers. In de Nieuwe Energie zijn de afgelopen jaren enkele belangrijke fysieke en organisatorische veranderingen doorgevoerd. Zo is het gedogen van alcohol- en drugsgebruik op het Papegaaisbolwerk – de buitenruimte bij de Nieuwe Energie - beëindigd en zijn tegelijkertijd gebruiksruimten voor soft- en harddrugs geopend. Daarnaast zijn de regels van de al bestaande alcoholgebruiksruimte aangepast. Ook zijn zogenoemde doorstroomkamers geopend, bedoeld voor cliënten uit de dag- en nachtopvang die het vooruitzicht hebben om door te stromen naar bijvoorbeeld het sociaal pension. Met zorgpartners, zoals Brijder verslavingszorg en GGZ Leiden, zijn afspraken gemaakt over onder andere het instellen van spreekuren. Tegelijk is toegewerkt naar een persoonsgerichte manier van werken waarbij cliënten intensief gestimuleerd worden om aan hun herstel te werken.
Daartoe is een uitgebreid aanbod van activiteiten ontwikkeld met het doel de cliënt beter te ondersteunen bij het ontwikkelen van zijn of haar kwaliteiten. Cliënten werken zoveel mogelijk zelf mee in de voorziening, bijvoorbeeld in de catering en schoonmaak. De evaluatie spitste zich toe op de volgende vragen: • Overlast: wat zijn de gevolgen van de ‘sluiting’ van het Papegaaisbolwerk? Omdat deze sluiting zou kunnen leiden tot verplaatsing van de overlast is tegelijkertijd een gebruiksruimte voor hard- en softdrugs geopend. Werkt deze aanpak? • Doorstroomkamers: heeft het bewonen van een doorstroomkamer invloed op het gebruik (frequentie en hoeveelheid) van de verslaafde cliënten en hun kwaliteit van leven en zo ja, welke? • Gezondheid en kwaliteit van leven: wat zijn op cliëntniveau de behaalde resultaten (frequentie en hoeveelheid van middelengebruik, gezondheidsrisico’s van gebruik, kwaliteit van leven) van de gebruiksruimten, de geboden zorg en begeleiding van de Nieuwe Energie? Via onder meer enquêtes en interviews met cliënten en medewerkers, op drie onderzoeksmomenten in de periode juni 2013 – december 2014, is een beeld verkregen van hoe de veranderingen in de Nieuwe Energie zijn verlopen en wat de resultaten ervan zijn. De ‘sluiting’ van het Papegaaisbolwerk is goed verlopen en heeft slechts tijdelijk geleid tot verplaatsing van de overlast.
Daarna heeft een klein groepje van de meest problematische gebruikers zich verspreid over de stad. Deze cliënten konden zich moeilijk voegen naar de huisregels van de Nieuwe Energie. De verschillende gebruiksruimtes functioneren goed. In de eerste helft van 2014 zijn de registratiegegevens onderzocht. Daaruit blijkt dat de alcohol- en softdrugsgebruiksruimte meer worden gebruikt (beide circa 10 unieke bezoekers per maand) dan de harddrugsgebruiksruimte (circa 4 unieke bezoekers per maand). Omdat de openingstijden aanvankelijk niet goed aansloten op de behoefte van de gebruikers zijn deze verruimd. In de groep mensen die zich om de Nieuwe Energie heen bewegen lijkt, samenhangend met de sluiting van het Papegaaisbolwerk en het uitwaaieren van de meest overlast gevende verslaafden, een afname te hebben plaatsgevonden van harddruggebruikers. In de Nieuwe Energie zelf zijn juist wat meer harddruggebruikers te vinden vanwege de gebruiksruimte. De veranderingen in de Nieuwe Energie hebben kortom wat betreft de overlast de beoogde resultaten behaald. Vooral de sluiting van het Papegaaisbolwerk heeft het aangezicht van de Nieuwe Energie ten goede veranderd. Dankzij een doeltreffende samenwerking tussen de Nieuwe Energie/ De Binnenvest met de gemeente en andere direct betrokkenen is de overlast ingedamd en lijkt de uitgewaaierde overlast steeds
2
verder verdund. De gebruiksruimten spelen daarin een bufferende rol: minder gebruik op straat is goed voor de buurt en ook voor gebruikers die hierdoor veel minder boetes oplopen. Na behoorlijke vertraging in verband met de brandveiligheidsvoorschriften zijn de doorstroomkamers in maart 2014 geopend. De doorstroomkamers worden aangeboden aan mensen met een ZZP indicatie niveau 4 (met verblijf) die zicht hebben op doorstroom, om ze te laten wennen aan meer zelfstandigheid. De maximale duur van het verblijf in een doorstroomkamer is zes maanden. Er blijkt bij medewerkers en cliënten nog onduidelijkheid te bestaan over huisregels en toelatingscriteria. Hierdoor lijkt de instroom soms te haperen en is er sprake van tijdelijke leegstand. De eigen bijdrage die geldt voor de doorstroomkamers weerhoudt een aantal mensen om er gebruik van te maken. Op één uitzondering na zijn alle cliënten in een doorstroomkamer binnen zes maanden uitgestroomd. Controleren op naleving van het verbod op middelengebruik vindt niet frequent plaats; enerzijds vanuit de visie dat de bewoners hieromtrent zelf een grote verantwoordelijkheid hebben en anderzijds omdat frequente controles niet goed zijn voor de sfeer en omdat het te arbeidsintensief is. Bij sommigen heeft verblijf in de doorstroomkamers een matigend effect op middelengebruik.
Afgezien van het beschikbaar zijn van de gebruiksruimten op zich – en dus de mogelijkheid om rustig te gebruiken - lijken de gebruiksruimten, met name voor de druggebruikers, weinig toegevoegde waarde te hebben als het gaat om het verbeteren en/of intensiveren van de zorg. Voor de mensen die voornamelijk in de alcoholruimte komen is de meerwaarde groter. In de ogen van de bezoekers voldoen de gebruiksruimten ruimschoots aan de risicobeperkende doelstelling: ze hoeven niet meer buiten te gebruiken en lopen dan geen boetes op. Het betekent echter nog niet dat zij ook vinden dat hun gedrag ‘gezonder’ is geworden. Psychische klachten van de cliënten van de Nieuwe Energie zijn ernstig in vergelijking met de algemene bevolking. Ook de ervaren kwaliteit van leven is minder goed. Een logische consequentie daarvan is dat hiermee rekening wordt gehouden in de bejegening en het dienstenaanbod van de Nieuwe Energie. De grootschaligheid van de Nieuwe Energie wordt door medewerkers gezien als een ongunstige omgeving om trauma’s en psychische klachten te verwerken. In de voor het onderzoek ingestelde werkgroep van betrokken professionals en cliënten is naar aanvullende verklaringen gezocht.
Mogelijk zijn ook de druk op cliënten om snel door te stromen en de in het Actieplan afgesproken taakverdeling, factoren die de afgenomen tevredenheid onder cliënten met het persoonlijk actieplan en de lagere waardering voor de kwaliteit van de hulpverlening kunnen verklaren. Niet alle cliënten kunnen de verantwoordelijkheid om meer zelf te doen aan; het is immers juist de reden waarom ze bij de Nieuwe Energie aanklopten. Voor hulpverleners is een van de kenmerken van herstelwerk het voorzichtig manoeuvreren tussen het overlaten van verantwoordelijkheid aan cliënten, en waar nodig taken overnemen. Ook veel cliënten moeten aan deze rolverdeling wennen. De mogelijkheid tot het aanhouden van een postadres vormt in de ogen van de cliënten de belangrijkste dienst van de Nieuwe Energie. Het is de toegangspoort tot maatschappelijk herstel. Daarnaast vinden cliënten de gesprekken met hulpverleners (persoonlijke begeleider en maatschappelijk werker) belangrijk, op de voet gevolgd door “avondeten”. Bij de laatste onderzoeksronde stond avondeten in de ranglijst zelfs boven de gesprekken met hulpverleners. De meeste passanten voeren dagelijks een of twee klussen uit. Enerzijds als tegenprestatie voor de geboden diensten, anderzijds om mensen te activeren. Over het algemeen is er begrip en zelfs waardering voor het verplichte klussen.
Het bereik van Brijder verslavingszorg en GGZ Leiden, die actief zijn in de Nieuwe Energie, is goed. Dit komt mede door het verplichte karakter van een adviesgesprek om toegang te krijgen tot de gebruiksruimte. Voor de effectiviteit en het bereik van specialistische zorg is het van belang dat de behandelaren zelf contact met cliënten opzoeken. Dat gebeurt nu nog niet altijd voldoende.
3
4
1
Inleiding
1.1 Beoogde veranderingen in en om de Nieuwe Energie Stichting De Binnenvest is een organisatie voor maatschappelijke opvang, die verschillende vormen van opvang en begeleiding biedt in Leiden, Alphen aan den Rijn en Katwijk. In Leiden is een dag- en nachtopvang voor daken thuislozen gevestigd: Nieuwe Energie (afgekort als NE). In 2011 heeft De Binnenvest zich beraden over een fundamenteel andere manier van werken in de dag- en nachtopvang, waarbij activering en het ondersteunen van het herstel van cliënten voorop staan. De NE wil structuur en perspectief bieden via overnachtingsmogelijkheden, maaltijden, dagbesteding en doorstroommogelijkheden. Sindsdien wordt de dagen nachtopvang van de NE getransformeerd tot een omgeving waarin cliënten persoonsgericht, intensief gestimuleerd worden om aan hun herstel te werken. Ondersteuning wordt op maat aangeboden, voor zover dit echt nodig is. Er is een uitgebreid aanbod van activiteiten ontwikkeld met het doel de cliënt beter te ondersteunen bij het ontwikkelen van zijn of haar kwaliteiten. Cliënten werken zoveel mogelijk zelf mee in de voorziening, bijvoorbeeld in de catering en schoonmaak. Om het veranderproces van de NE te ondersteunen zijn in 2013 en 2014 enkele belangrijke fysieke en organisatorische veranderingen doorgevoerd.
Zo is het gedogen van alcohol- en drugsgebruik op het Papegaaisbolwerk – de buitenruimte bij de NE - beëindigd en zijn tegelijkertijd gebruiksruimten voor soft- en harddrugs geopend. Daarnaast zijn de regels van de al bestaande alcoholgebruiksruimte aangepast. Ook zijn zogenoemde doorstroomkamers geopend, bedoeld voor cliënten uit de dag- en nachtopvang die het vooruitzicht hebben om door te stromen naar bijvoorbeeld het sociaal pension. Met zorgpartners - Brijder verslavingszorg, GGZ Leiden en ActiVite- zijn afspraken gemaakt over onder andere het instellen van spreekuren. De Leidse gemeenteraad heeft in maart 2012 bepaald dat de gebruiksruimte na een jaar dient te worden geëvalueerd. Onderzoeksinstituut IVO is daarom door De Binnenvest en de gemeente Leiden gevraagd om een evaluatie te verrichten van de handhaving van de buitenruimte rond de dag- en nachtopvang, het functioneren van de gebruiksruimte, het effect van het veranderde hulpverleningsaanbod op de begeleiding en gezondheid van bezoekers, en het beleid rond verslaafden in de doorstroomkamers. De evaluatie vond plaats in de periode van juni 2013 tot en met december 2014. In deze eindrapportage is beschreven hoe de beoogde veranderingen in de NE zijn verlopen en wat de resultaten ervan zijn.
In de volgende paragraaf volgen eerst de afspraken met de gemeente Leiden en de belangrijkste veranderingen die de Nieuwe Energie heeft ingezet sinds het beleid meer herstelgericht en activerend is geworden. Daarna wordt de gevolgde werkwijze beschreven. 1.2
Afspraken tussen De Binnenvest en de gemeente Leiden
1.2.1 Handhaving van de buitenruimte Afspraak van De Binnenvest met de Leidse gemeenteraad is dat er strikte handhaving van de buitenruimte rond het Papegaaisbolwerk plaatsvindt. Dit gebied ligt in district Binnenstad Noord (zoals gedefinieerd in de jaarlijkse Veiligheidsmonitor). De handhaving moet zijn vastgelegd in heldere afspraken en buurtbewoners moeten hierbij worden betrokken. De politie moet bovendien bij de totstandkoming een prominente rol krijgen. Naleving en uitvoering van het handhavingsbeleid worden door De Binnenvest en politie gemonitord en gerapporteerd aan de raad.
5
1.2.2 Doel van de gebruiksruimten Bij het vaststellen van het betreffende voorstel in de Leidse gemeenteraad (maart 2012) is bepaald dat de drugsgebruiksruimte na een jaar dient te worden geëvalueerd. In het raadsbesluit staat hierover het volgende: “Hierbij is allereerst aandacht voor de openbare orde en veiligheid op het Papegaaisbolwerk, de sfeer en de toename of juist afname van het aantal incidenten. Daarnaast wordt gekeken naar de ontwikkeling van de cliënten zelf en de wijze waarop de betrokken organisaties, inclusief politie, samenwerken. Ook de buurt wordt betrokken bij de evaluatie.” De doelstellingen voor de gebruiksruimten zijn: • terugdringen van overlast in de wijk en op het Papegaaisbolwerk; • verbeteren van het zorgaanbod van de Nieuwe Energie, zoals: - intensiever cliëntcontact en spreekuren door deskundigen van Brijder verslavingszorg - meer participatie van cliënten bij het beheer van de voorzieningen - beperken van gezondheidsrisico’s van individuele verslaafde daklozen door hen een veilige plek te bieden om te gebruiken, in de context van het verbeterde zorgaanbod. Bovengenoemde doelstellingen zijn onderwerp van de uitgevoerde evaluatie. Het terugdringen van de overlast wordt onderzocht vanuit het perspectief van het functioneren van de gebruiksruimte, zoals de openingstijden of het door de NE geregistreerde aantal bewegingen per dag rond de voorziening.
Nagegaan wordt wat de achterliggende mechanismen zijn van een vastgestelde toe- of afname van het geregistreerde aantal incidenten rond het Papegaaisbolwerk. 1.2.3 Beleid rond verslaafden in de doorstroomkamers Een derde afspraak met de raad is dat De Binnenvest een drugsverbod in de doorstroomkamers instelt. De raad is van mening dat de doorstroomkamers gelijk gesteld moeten worden aan de kamers van de nachtopvang, waar gebruik op de kamer ook niet is toegestaan. De Binnenvest heeft de voorkeur voor de mogelijkheid van gebruik op de eigen kamer, vanuit de visie dat deze kamers een opstap zijn naar meer zelfstandigheid en keuzevrijheid. In de evaluatie zal worden nagegaan of de afgesproken praktijk (d.w.z. geen gebruik op de kamer) haalbaar en wenselijk is. Ook de mogelijke gevolgen van eventuele verschillende regels voor gebruik in de eigen kamer bij de Doorstroomkamers en de nachtopvang dienen te worden onderzocht - in het geval dat in de loop van de komende onderzoeksperiode gebruik op de doorstroomkamers alsnog wordt toegestaan. 1.2.4 Veranderingen in de werkwijze van de Nieuwe Energie De belangrijkste veranderingen die in de NE voor en tijdens de onderzoeksperiode werden doorgevoerd zijn: • Postadressen en tien-minutengesprekken: in opdracht van de Gemeente Leiden is De Binnenvest per 24 oktober 2011 begonnen met de invoering en uitvoering van nieuw beleid m.b.t.
het verkrijgen en behouden van een postadres bij stichting De Binnenvest. Het aantal is gereduceerd, en bij het ophalen van post vindt een tien-minutengesprek plaats om te kunnen monitoren hoe het met de cliënt gaat. • Toegang beperken: wat voorheen een vrije in- en uitloop was voor iedereen die zin had in en gratis kopje koffie of een praatje met oude bekenden, is vanaf 9 januari 2012 veranderd in een opvang die alleen toegankelijk is voor degene die tot de doelgroep behoren: mensen die feitelijk dakloos zijn. • Activiteiten: om gebruik te kunnen maken van de nachtopvang en het maaltijden aanbod dient iedere cliënt dagelijks deel te nemen aan minimaal een activiteit van een dagdeel, passend bij zijn/haar mogelijkheden. • Maaltijden: er worden dagelijks drie maaltijden aangeboden; ontbijt, (brood) lunch en een warme avondmaaltijd. • Doorstroomkamers: negen doorstroomkamers worden gerealiseerd, bedoeld voor cliënten uit de dagen nachtopvang die het vooruitzicht hebben om door te stromen naar bijvoorbeeld het sociaal pension. Rond juli 2013 zouden deze kamers in gebruik worden genomen; uiteindelijk werden de
6
•
kamers in maart 2014 geopend. Drugsgebruiksruimte: om een einde te maken aan het gedogen van middelengebruik op het Papegaaisbolwerk, waaraan de NE is gelegen, worden cliënten in de gelegenheid gesteld om binnen hun middelen te gebruiken. Hiertoe wordt in de NE in de buurt van de bestaande alcoholgebruiksruimte een ruimte gerealiseerd waar gebruik van soft- en harddrugs is toegestaan. Deze gebruiksruimte zou eveneens rond juli 2013 geopend maar werd in oktober 2013 geopend.
1.3 Focus van de evaluatie De evaluatie was zoals gezegd gericht op drie aspecten van de veranderingen die hebben plaatsgevonden: 1. Overlast: wat zijn de gevolgen van de ‘sluiting’ van het Papegaaisbolwerk? Omdat deze sluiting zou kunnen leiden tot verplaatsing van de overlast is tegelijkertijd een gebruiksruimte voor hard- en softdrugs geopend. Werkt deze aanpak? 2. Doorstroomkamers: heeft het bewonen van een doorstroomkamer invloed op het gebruik (frequentie en hoeveelheid) van de verslaafde cliënten en hun kwaliteit van leven en zo ja, welke? 3. Gezondheid en kwaliteit van leven: wat zijn op cliëntniveau de behaalde resultaten (frequentie en hoeveelheid van middelengebruik, gezondheidsrisico’s van gebruik, kwaliteit van leven) van de gebruiksruimten, de geboden zorg en begeleiding van de NE? Welke rol speelt daarin het openstellen van de drugsgebruiksruimten? Wat zijn volgens cliënten en medewerkers de werkzame elementen in de begeleiding die zij bieden? Hierna beschrijven we kort de manier waarop deze vragen zijn beantwoord. De vraagstelling is opgesplitst in subvragen, deze staan opgesomd in bijlage 1 en worden bij aanvang van elk resultatenhoofdstuk weergegeven. In bijlage 2 is een schematische toelichting te vinden bij de gevolgde werkwijze, die in de volgende paragraaf beknopt is beschreven. 1.4
Werkwijze
1.4.1 Methoden en fasering Om de onderzoeksvragen te beantwoorden hebben we gebruik gemaakt van de volgende gegevensbronnen en methoden: • Documenten • Schriftelijke vragenlijsten cliënten NE • Groepsinterview medewerkers en cliënten • Registratiegegevens gebruiksruimte (bijgehouden door de beveiliging) • Semi-gestructureerde interviews medewerkers en cliënten NE en ketenpartners • Bijeenkomsten beheerscommissie • Rapportages veiligheidsmonitor en monitorgegevens politie (eenmalige inzage in gedetailleerde registratie door wijkagent) Om de ontwikkelingen in de NE te volgen hebben drie onderzoeksrondes plaatsgevonden: • Eerste: augustus 2013 • Tweede: mei/juni 2014 • Derde: november/december 2014 Na zowel de eerste als de tweede ronde is door de onderzoekers een tussentijds verslag gemaakt en besproken in een werkgroep met hulpverleners, managers en cliënten van de NE en enkele ketenpartners (Brijder verslavingszorg, gemeente). Deze bijeenkomsten zijn ook als informatiebron gebruikt voor de evaluatie. Na de laatste onderzoeksronde is het concept eindrapport besproken in de werkgroep. Omgekeerd hebben
7
medewerkers en managers van de NE de bijeenkomsten gebruikt als evaluatiemoment van de door hen ingezette veranderingen. 1.4.2 Werkwijze Eerste onderzoeksronde In augustus 2013 hebben we een eerste onderzoek gedaan onder cliënten en medewerkers van de Nieuwe Energie. Het Papegaaisbolwerk functioneerde toen nog als gedoogzone voor alcohol- en drugsgebruik en de doorstroomkamers waren nog niet in gebruik. We hebben een schriftelijke vragenlijst afgenomen onder ruim 70 bezoekers (T1 71; T2 78 en T3 74) en hielden semi-gestructureerde interviews met 16 bezoekers en 4 medewerkers. In deze vragenlijst en interviews kwamen alle aspecten aan de orde die hierboven zijn beschreven (paragraaf 1.3). Aanvullend werd een groepsinterview georganiseerd waaraan medewerkers en cliënten samen meededen. Om een eerste beeld te krijgen van de overlast rond de NE nam een onderzoeker bovendien deel aan een bijeenkomst van Beheergroep Nieuwe Energie, een groep belanghebbenden die de overlast rondom de NE monitort en eventuele maatregelen coördineert. In bijlage 2 is een schematisch overzicht te vinden van de toegepaste methoden en gegevensbronnen.
Tweede onderzoeksronde Tijdens de onderzoeksronde in mei/juni 2014 is aandacht uitgegaan naar het functioneren van de gebruiksruimte, de ontwikkelingen in de overlast in de buitenruimte en (opnieuw) naar de gezondheid en kwaliteit van leven van cliënten of passanten. Over het functioneren van de gebruiksruimten is één van de medewerkers van de NE geïnterviewd die deze voorziening als aandachtspunt heeft, en alle bezoekers van de gebruiksruimten hebben een lijst met 20 stellingen over de gebruiksruimten ingevuld. Daarnaast zijn 12 cliënten geïnterviewd over het functioneren van de Nieuwe Energie, en zijn enkele medewerkers van de NE (de beveiliging), een medewerker van Brijder en van GGZ Leiden geïnterviewd. Ook is een gemeenteambtenaar geïnterviewd die betrokken is bij de NE in verband met eventuele overlast. Eén van de medewerkers van De Binnenvest heeft een analyse gedaan op de registratiegegevens van de gebruiksruimte die de beveiliging bijhoudt. Tot slot zijn opnieuw vragenlijsten afgenomen onder cliënten (78 totaal), met behulp van vijf van hen die vooraf een instructie hadden gekregen. Derde onderzoeksronde Het accent van de dataverzameling in de derde onderzoeksronde, in november/december 2014, lag op het functioneren van de doorstroomkamers, die in maart 2014 open waren gegaan.
Er zijn vier mensen geïnterviewd die gebruik maken van een doorstroomkamer en twee mensen die vanuit een doorstroomkamer zijn doorgestroomd naar zelfstandige huisvesting. In deze onderzoeksronde zijn bovendien voor de derde maal cliënten van de NE geïnterviewd aan de hand van gestructureerde vragenlijsten. Net als bij de tweede ronde gebeurde dit door een team van cliënten. Er zijn 74 vragenlijsten afgenomen. Daarnaast is een medewerker van de NE geïnterviewd en een verpleegkundige van ActiVite, de instelling die het medisch spreekuur houdt. De teamleider van de beveiliging is telefonisch geïnterviewd. Steekproef In elke onderzoeksronde zijn, op een enkele weigering na, alle passanten geïnterviewd die op dat moment gebruik maakten van de nachtopvang. De nachtopvang heeft een capaciteit van 46 bedden. De overige respondenten in de steekproef zijn mensen die de Nieuwe Energie bezoeken omdat zij daar een postadres hebben. Zij zijn op de enquête gewezen door de groepswerkers van de postkamer (eerste ronde) en/of geworven door de interviewers (tweede en derde ronde). Bij de werving van de mensen met een postadres is geen randomisatieprocedure toegepast; iedereen mocht meedoen aan de enquête.
8
De selectie van de geïnterviewde bezoekers is gemaakt met behulp van de hulpverleners van de NE (1e ronde) waarbij ze er op hebben gelet de groep (16 personen) divers samen te stellen (m/v, aard en ernst van de problematiek). In de tweede interviewronde zijn 12 mensen van de initiële groep geïnterviewd en in de derde ronde zijn zes mensen geïnterviewd die gebruik maakten of gebruik hadden gemaakt van de doorstroomkamers. Een persoon die in de derde ronde is geïnterviewd werd ook in de eerste en tweede ronde geïnterviewd. 1.4.3 Werkgroep Zoals gezegd in paragraaf 1.4.1 werden de eerste, tweede en derde onderzoeksronde afgesloten met een presentatie van de resultaten in een voor het onderzoek ingestelde werkgroep. In de werkgroep werden de tussentijdse bevindingen kritisch tegen het licht gehouden. De resultaten werden genuanceerd en aangescherpt en er werd gereflecteerd op mogelijke implicaties ervan op beleid en werkwijze. De uitkomsten van deze bijeenkomsten zijn in deze rapportage zichtbaar gemaakt door ze in kaders in de hoofdtekst op te nemen. 1.4.4 Analyse De kwalitatieve informatie verkregen via interviews en schriftelijke bronnen is geordend en samengevat aan de hand van de verschillende thema’s en vraagstellingen van het onderzoek.
De kwantitatieve gegevens die bij de drie onderzoeksrondes zijn verkregen via afname van de gestructureerde vragenlijsten worden via beschrijvende analyses in kruistabellen en t-toetsen gerapporteerd. Statistische toetsen vinden binnen een meting plaats en niet tussen metingen. Per meetmoment verschilt de samenstelling van de groep cliënten die deelnam aan het onderzoek. Cliënten zijn niet op individueel niveau (op naam) gevolgd. Verschillen in uitkomsten op de drie verschillende meetmomenten geven dus een beeld van de samenstelling van de populatie in de NE (kenmerken, gezondheid en kwaliteit van leven) op deze momenten, maar er kan niet alleen op basis van deze cijfers een effect van de (veranderde) begeleiding uit worden afgeleid. Dit kan wel door combinatie met gegevens uit andere bronnen: (groeps-)interviews, registratiegegevens van de gebruiksruimten, gegevens over de overlast in de buitenruimte en gegevens uit de werkgroep. Het combineren van methoden en gegevensbronnen wordt triangulatie genoemd. In de tabellen zijn bij absolute aantallen kleiner dan 10 personen geen percentages weergegeven. 1.5 Leeswijzer In deze rapportage worden onderzoeksresultaten van verschillende periodes gepresenteerd. Waar het relevant is om de bevindingen in een tijdsperspectief te lezen verwijzen we in de tekst naar de eerste, tweede onderzoeksronde en/of derde onderzoeksronde.
9
2
Handhaving van de buitenruimte: situatie Papegaaisbolwerk
In dit hoofdstuk staan de veranderde situatie op het Papegaaisbolwerk en de handhaving van de buitenruimte centraal (onderzoeksvragen A, zie bijlage 1). In het vorige hoofdstuk is al aan de orde gekomen welke afspraken met politie en bewoners zijn gemaakt over handhaving van de buitenruimte. In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk gaan we in op de vraag hoe de afspraken zijn nageleefd (vraag 1) en hoe bezoekers van de NE de sluiting van het Papegaaisbolwerk hebben ervaren (in §2.2), Vervolgens beschrijven we in §2.3 wat de ervaren overlast van bewoners in de directe omgeving van het Papegaaisbolwerk is en of deze is veranderd na opening van de drugsgebruiksruimte (vraag 2). Ook gaan we in §2.3 in op de ontwikkeling van het aantal druggerelateerde incidenten rond het Papegaaisbolwerk (vraag 3) en de ontwikkeling van de veiligheidsbeleving van bewoners van het district Binnenstad Noord (vraag 4). Tot slot gaan we in op de vraag of er sinds de opening (juli 2013) een aanzuigende werking van de gebruiksruimte op dealers en verslaafden van buiten de stad heeft plaatsgevonden (vraag 5). 2.1 De sluiting van het Papegaaisbolwerk Het Papegaaisbolwerk is een tamelijk van de buitenwereld afgescheiden toegangsweg naar de opvang in de NE, waar tot oktober 2013 het gebruik van alcohol en drugs werd gedoogd.
Er ontstond de paradoxale situatie dat enerzijds de omgeving redelijk tevreden was over de mate van overlast afkomstig van bezoekers van de NE, juist omdat zij die alcohol en/of drugs gebruikten dat uit het zicht op het Papegaaisbolwerk deden. Anderzijds leidde deze gedoogsituatie tot onhygiënische en ongezonde en soms zelf gevaarlijke situaties op datzelfde Papegaaisbolwerk. Los van de overlast kon de situatie op het Papegaaisbolwerk niet voortduren wegens een geplande bodemsanering. In de maanden die voorafgingen aan de sluiting van het Papegaaisbolwerk in oktober 2013 was de omvang en overlast van de alcoholisten en druggebruikers al afgenomen. Er kwamen minder mensen, minder mensen bleven overnachten en de navenante rommel was ook verminderd. De dagen voorafgaand aan de sluiting gonsde het al rond dat deze gedoogzone zou worden gesloten. Volgens de beveiligers van de NE is de ‘ontruiming’ van het Papegaaisbolwerk voorspoedig verlopen. Er was in het begin vooral sprake van verplaatsing van overlast naar ‘het muurtje’ aan de Lange Gracht, direct om de hoek van het Papegaaisbolwerk. Hoewel volgens de gemeente de politie klaar zou staan om bij overlastgevende situaties in te grijpen, zeggen de beveiligers dat vooral zij het waren die de mensen sommeerden om weg te gaan.
Vooral in de eerste weken na de ‘ontruiming’ liepen zij regelmatig links en rechts van het Papegaaisbolwerk een stuk de Lange Gracht op om de situatie in de gaten te houden. De situatie op het Papegaaisbolwerk zelf is na de sluiting uiterst rustig gebleven. De beveiliging vindt de situatie overzichtelijk en goed te controleren. Er hangt niemand meer rond en er ligt geen rommel op de grond. De spaarzame prullenbakken die er staan vullen zich wel steeds met lege bierblikken. Enkele maanden na de ‘ontruiming’ is de toegangsweg afgegraven in verband met bodemsanering. Er is een nieuwe toegangsweg gemaakt, een soort corridor met links en rechts hekken bekleed met gaasdoek. 2.2 Mening van bezoekers over de sluiting van het Papegaaisbolwerk Voor sluiting van het Papegaaisbolwerk, bij de onderzoeksronde in augustus 2013, vindt ongeveer de helft van de bezoekers van de NE dat er aan de situatie van drinken en drugsgebruiken op het Papegaaisbolwerk een einde moet komen. Ruim een half jaar na sluiting, in juni 2014, zegt ruim de helft van de bezoekers de situatie op het Papegaaisbolwerk te hebben gekend; van hen vindt ruim een derde het goed dat er een einde is gekomen aan de gedoogsituatie (tabel 2.1).
10
Tabel 2.1 Mening van bezoekers over de ‘ontruiming’ van het Papegaaisbolwerk Stelling: Goed dat er een einde komt (is gekomen) aan de situatie van drinken en gebruiken op Papegaaisbolwerk Augustus 2013 Juni 2014 n=71 n=41 Eens 35 (49%) 15 (37%) Neutraal 10 (14%) 12 (29%) Oneens 26 (37%) 14 (34%) De cijfers in tabel 2.1 laten zien dat voor sluiting ongeveer de helft het eens was met sluiting. Naderhand wijzen de resultaten niet in één richting. Uit de interviews met cliënten komt ook een zekere ambivalentie naar voren. Enerzijds leidde de gedoogsituatie tot vervelende situaties zoals ruzies en onhygiënische en treurige toestanden. Tegelijkertijd is er soms ook een gemeenschapsgevoel. Ook is er onder cliënten het bewustzijn dat ‘sluiting’ leidt tot verplaatsing van overlast naar de (binnen)stad. “Wat willen ze nou?!” verzucht iemand (geïnterviewde 1405). Bij de onderzoeksronde in november/december 2014, ruim een jaar na de ‘sluiting’, is in de enquête onder cliënten het Papegaaisbolwerk niet meer aan bod komen. De meeste cliënten zijn nieuw en hebben de oude situatie nooit meegemaakt. 2.3
Verplaatsing van de gebruikers, dealers en alcoholdrinkers
2.3.1 Situatie tijdens de tweede onderzoeksronde in juni 2014 Volgens de voorzitter van de Beheergroep Veilige Openbare Ruimte (BVOR), een regelmatig overleg tussen belanghebbenden rondom de NE, is een aantal notoire drugs- en alcoholgebruikers door de strenge handhaving in het stadscentrum doorgeschoven naar wijken daar omheen. Het gaat om kleine groepjes van twee of drie personen. Wijken die worden genoemd zijn: het stationsgebied, Leiden Noord en Transvaalbuurt. Er zijn geen aanwijzingen dat drugsdealers rondom de Nieuwe Energie zijn blijven hangen. Volgens een cliënt zoeken deze mensen ook gebruikers in de stad op die een woning hebben: De mensen die hier niet meer op het straatje mogen zitten, die gaan nu bij iemand binnen zitten. Dat zijn meestal personen die labiel, niet safe zijn. Door drugs of drank, die raken binnen de kortste keren hun huis kwijt. (geïnterviewde 1403, tweede onderzoeksronde) Een veldwerker van De Binnenvest zegt dat de groep van het Papegaaisbolwerk is “versplinterd”. Deze groep alcohol- en druggebruikers bestaat voor een groot deel uit mensen met ernstige verslavingsproblematiek en een daarmee verweven afwijkende levensstijl. Het gaat volgens de veldwerker om mensen die ook in de NE niet goed functioneerden. Zij konden zich moeilijk voegen naar de huisregels en liepen door conflicten met andere bezoekers vaak tegen een schorsing op.
Volgens een cliënt kwamen ze wel regelmatig binnen om “een bakkie te doen, te douchen of kleding te wassen” (geïnterviewde 1402). Een aantal van hen kreeg (en krijgt?) veelvuldig bekeuringen, vaak samenhangend met alcohol en/of drugsgebruik (tweede onderzoeksronde). De mensen die zijn blijven hangen bij de NE zijn de mensen die, voor de ontruiming van het Papegaaisbolwerk, al veelvuldig van de diensten van de opvang gebruik maakten. Het aantal mensen dat gebruik maakt van de gebruiksruimtes is daarmee beperkt. Vooral de gebruiksruimte voor harddrugs wordt slecht bezocht. Er worden verschillende, elkaar overlappende verklaringen gegeven. Ten eerste lijkt het er sterk op dat de verslaafde druggebruikers de verjaagde dealers zijn gevolgd. Zij gebruiken de drugs op de plek of in de buurt
11
waar ze die hebben gekocht. Het is voor hen te moeilijk om hun gebruik uit te stellen tot zij in de gebruiksruimte zijn gearriveerd. Aanvullend lijken zij zich niet of moeilijk aan de openingstijden en huisregels van de NE en de gebruiksruimte te kunnen houden. Ze gaan echt niet naar binnen… en dan heb je bepaalde tijden. Die mensen willen gebruiken wanneer hun dat uitkomt. Het liefst de hele dag door. (geïnterviewde 1407, tweede onderzoeksronde) Een persoon die wel van de (harddrugs)gebruiksruimte gebruik maakt denkt dat een aantal mensen wegblijft van de gebruiksruimte omdat zij zich schamen en niet willen worden geregistreerd als gebruiker. 2.3.2 Situatie tijdens de derde onderzoeksronde in december 2014 Na de kortstondige toename van overlast in de periode van ‘sluiting’ van het Papegaaisbolwerk nam de overlast van rondhangende druggebruikers en alcoholisten rondom De NE af. Deze trend zette zich door in de tweede helft van 2014 dankzij, volgens de BVOR, een pakket van maatregelen op het gebied van: • handhaving, waaronder extra toezicht door bewakingsdienst van de Binnenvest; • coördinatie en afstemming, waaronder opzet ‘waterbedoverleg’; • verbetering van de zorg in de NE, waaronder verplichte dagbesteding en samenwerking met externe partners (brief BVOR, september 2014).
De onderbouwing van de trend in deze brief is onder andere afkomstig van de wijkagent die nauwkeurig overlastincidenten in het gebied bijhoudt. Het in de brief van BVOR genoemde ‘waterbedoverleg’ is inmiddels opgeheven, omdat het aantal overlastsignalen uit de wijdere omgeving van de Nieuwe Energie opdroogde. Wel is in het stationsgebied enige toename van overlast gemeld. De beheergroep blijft in stand omdat het gebied, dat gedurende de onderzoeksperiode was afgezet wegens bodemsanering, wordt herontwikkeld tot park. Afstemming over inrichting en gebruik van het park door bewoners en bezoekers van de NE is wenselijk. Er zijn geen signalen dat sinds de opening van de gebruiksruimte er een aanzuigende werking van de gebruiksruimte was op dealers en verslaafden van buiten de stad. In tegendeel, door de consequente handhaving rondom de Nieuwe Energie in de periode na de sluiting van het Papegaaisbolwerk is het aantal zichtbare dealers juist afgenomen.
12
3
Functioneren van de gebruiksruimtes en de invloed daarvan op bezoekers
In dit hoofdstuk worden de vragen over het functioneren van de gebruiksruimten beantwoord (onderzoeksvragen B en enkele vragen onder D, zie bijlage 1). Eerst schetsen we de aanleiding en doelen voor het instellen van de drugsgebruiksruimte (§3.1). Vervolgens kijken we in §3.2 naar het beleid rond de gebruiksruimtes. Wat zijn de voorwaarden voor toelating en worden deze voorwaarden goed gemonitord (vraag 6)? Hoeveel unieke cliënten maken per maand gebruik van de gebruiksruimte (vraag 7) en hoe stabiel is de groep die gebruik maakt van de gebruiksruimte? (vraag 8). Ook bespreken we de bezetting van de gebruiksruimte (vraag 9). Wat zijn de huisregels van de gebruiksruimte (hoe lang mag je in de ruimte, met hoeveel) en hoe is de omgang van personeel en cliënten met deze regels? Welke suggesties voor verbetering doen medewerkers en cliënten? (vraag 10) In paragraaf 3.3 komt de beveiliging van de gebruiksruimten aan de orde.
Is er een plan voor noodsituaties? Worden calamiteiten volgens dit plan afgehandeld en worden ze geregistreerd? (vraag 11) Zijn er duidelijke EHBO-instructies beschikbaar voor de medewerkers van de gebruiksruimte en is het personeel geschoold in EHBO gericht op drugsgebruik? Zijn cliënten geschoold? (vraag 12) In paragraaf 3.4 wordt de ontwikkeling in het middelengebruik van bezoekers van de NE gerapporteerd: melden zich na de opening van de drugsgebruiksruimte méér nieuwe cliënten die verslaafd zijn dan voor de opening van de drugsgebruiksruimte? (vraag 13, 22) waar kopen de cliënten hun drugs? (vraag 14). De ontwikkeling van mogelijke overlast door de komst van de gebruiksruimte en achterliggende mechanismen van een eventueel vastgestelde toe- of afname van het aantal incidenten rond het Papegaaisbolwerk (vraag 15) is al in hoofdstuk 2 aan de orde gekomen. In §3.5 wordt ingegaan op de mening van de bezoekers van de gebruiksruimten, waarmee ook vraag 24 van onderzoeksvragen D wordt beantwoord. De informatie in dit hoofdstuk is voornamelijk gebaseerd op de eerste en tweede onderzoeksronde. Wanneer informatie uit de derde onderzoeksronde wordt gebruikt vermelden we dit apart.
3.1 Aanleiding voor de drugsgebruiksruimte De belangrijkste aanleiding om in de NE een gebruiksruimte voor drugsgebruikers open te stellen is de overlast die met de vestiging van de dag- en nachtopvang ontstond op het Papegaaisbolwerk. Na enkele maanden uitstel werd de gebruiksruimte voor drugs in oktober 2013 geopend. De opening viel samen met het beëindigen van de gedoogsituatie op het Papegaaisbolwerk (zie §2.1). De timing van de opening was zo gekozen om dakloze alcohol- en/of druggebruikers niet de dupe te laten zijn van beëindiging van de gedoogsituatie. Ook zou parallel hieraan intensiever cliëntcontact met GGz en verslavingszorg worden bewerkstelligd, onder meer via spreekuren van Brijder verslavingszorg in de NE. Bij de ontwikkeling van de ideeën over de op te zetten gebruiksruimte is breder gekeken dan alleen openbare orde en veiligheid. In de factsheet “uitbreiding zorg de Nieuwe Energie” benoemt de gemeente Leiden drie doelen die worden nagestreefd met de opening van de gebruiksruimte: 1. Verbeteren van de zorg voor verslaafden in de Nieuwe Energie; 2. Beperken van de gezondheidsrisico’s van verslaafde daklozen; 3. Verder terugdringen van de overlast door verslaafde daklozen op het Papegaaisbolwerk en rondom de Nieuwe Energie (Ouwerkerk, 2012).
De Binnenvest formuleert in een intern werkdocument over de gebruiksruimte niet zozeer doelen als wel mogelijkheden die een gebruiksruimte biedt om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Een gebruiksruimte biedt
13
mogelijkheid om schade die gebruik met zich mee kan brengen te beperken, gebruik kan bespreekbaar worden gemaakt, cliënten worden een rustige plek geboden waardoor ook de overlast vermindert en er kan worden gewerkt aan het opbouwen van een hulpverleningsrelatie. Uitgangspunt van De Binnenvest is dat de gebruiksruimtes geen sociale functie hebben; het is een soort noodvoorziening voor mensen die het “niet uithouden zonder middelen” (Korthout, Penaat, Strojil, Molenaar, & Van der Klaauw, 2013). Intermezzo gebruiksruimten: Het Trimbos-instituut onderzocht enkele jaren geleden de organisatie en inrichting van gebruiksruimten (voor harddrugs) in Nederland en vergelijken dat met eerdere landelijke inventarisaties van gebruiksruimten (Havinga & Van der Poel, 2012). In de loop van de jaren is het accent van overlastbestrijding als belangrijkste doelstelling van gebruiksruimten verschoven naar het beperken van gezondheidsschade. Ook raken gebruiksruimten steeds vaker geïntegreerd in andere voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een dagopvang. Verder is waar te nemen dat in de loop van de jaren het aantal bezoekers van gebruiksruimten afneemt. Enkele gebruiksruimten worden zelfs gesloten. Dit hangt volgens de Trimbos-onderzoekers samen met afname van het aantal daklozen.
Toelatingscriteria omvatten minimum leeftijd, ingeschreven zijn bij de betreffende gemeente, ondertekening huisregels, geregistreerd staan als cliënt van de beherende instelling en bezit van drugs bij betreden van de ruimte. Alcohol wordt steeds vaker onderdeel van de middelen die in de gebruiksruimten mogen worden gebruikt. De richtlijn alcoholgebruiksruimten onderstreept het belang van onderscheiden gebruiksruimten voor alcohol en drugs (Essen, Horst, Van der, Wieske, Ruyten, & De Jong, 2011). Havinga en Van der Poel benadrukken dat gebruiksruimten belangrijk zijn omdat ze bijdragen aan beperking gezondheidsschade bij gebruikers, vermindering van overlast in de openbare ruimte en zorgen voor een groter bereik van hulpverlening onder gebruikers die er komen (Havinga & Van der Poel, 2012). Dit zijn precies de doelstellingen die de gemeente formuleerde in de factsheet gebruiksruimten (Ouwerkerk, 2012).
3.2 Beleid van de gebruiksruimten: de praktijk Tien maanden na de opening van de gebruiksruimte in oktober 2013 is voor het eerst de balans opgemaakt. In deze paragraaf bespreken we het gevoerde beleid rond de gebruiksruimte en presenteren we de uitkomsten van de analyse van de registratie zoals bijgehouden door de beveiliging. 3.2.1 Gebruiksruimten: beleid en regels Tegelijk met de start van de handhaving op het Papegaaisbolwerk zijn de gebruiksruimtes voor soft- en harddrugs geopend. Parallel daaraan zijn de regels voor de al bestaande gebruiksruimte voor alcohol gelijkgeschakeld. Belangrijkste verandering van de alcoholgebruiksruimte is dat de toegestane verblijfsduur is gereguleerd. Het is niet langer toegestaan de hele dag in de gebruiksruimte door te brengen. De toegang is gelimiteerd tot drie keer per dag, met een maximum van een half uur per keer. Tussen de bezoekjes moet minimaal een uur verstreken zijn. Deze regel is ingesteld om het gebruik te beperken en tegelijk een signaal af te geven dat de NE niet wil dat hun bezoekers ongelimiteerd middelen gebruiken. De ingelaste tussenpozen zijn ook bedoeld om mensen de gelegenheid te geven aan hun doelen uit het Persoonlijk Actieplan te werken, zoals werk en/of huisvesting zoeken. In de alcoholgebruiksruimte drinken veruit de meeste bezoekers bier. Een enkele keer registreert de beveiliging wijn.
Eén cliënt drinkt naast bier ook regelmatig “baco” (rum met cola). In de softdrugsruimte zijn alleen joints gebruikt. Bezoekers van de harddrugsruimte gebruiken voornamelijk “bruin” (heroïne). De combinatie met cocaïne (“wit”) komt verschillende keren voor in de registratie. Slechts enkele keren werd genoteerd dat alleen “wit” gebruikt werd.
14
Afgesproken is dat in de softdrugs- en harddrugsgebruiksruimte maximaal drie personen tegelijk aanwezig mogen zijn. Dit wordt meestal nageleefd. Alleen op drukke momenten wordt soms een vierde bezoeker toegelaten, als de beveiliging inschat dat dat geen problemen oplevert. Iedere bezoeker moet bovendien laten zien dat hij iets bij zich heeft om te gaan gebruiken. Hierdoor worden irritaties en problemen voorkomen die voortkomen uit “bietsen”. Cliënten geven volgens de beveiliging aan het prettig te vinden dat er niet meer gebietst wordt en ze daardoor in alle rust kunnen gebruiken. 3.2.2 Aantal unieke bezoekers van de gebruiksruimten per maand De steekproef die uit de registratie van de gebruiksruimten is genomen laat zien dat in de periode januari 2014 t/m de eerste week van mei 2014 in totaal 43 unieke bezoekers zijn geweest. In tabel 3.1 is zien is dat er doorgaans 21 tot 24 cliënten per maand gebruik maken van de gebruiksruimtes, met een uitschieter naar 29 in maart. De toename in het aantal bezoekers tussen februari en maart zit hem vooral in het toegenomen aantal bezoekers van de softdrugsruimte. Of er een reden is dat er in maart meer softdrugsgebruikers kwamen, of dat dit op toeval berust, is niet duidelijk. Tabel 3.1 Aantal unieke bezoekers per ruimte per maand Januari
Februari
Maart
April
Mei
Alcoholruimte
15
12
11
11
11
Harddrugsruimte
5
3
5
4
3
Softdrugsruimte
6
8
13
10
11
Totaal
26
23
29
25
25
Dubbele bezoekers*
2
1
0
3
2
Driedubbele bezoekers*
0
0
0
0
1
Unieke bezoekers
24
22
29
22
21
*Sommige cliënten maken gebruik van zowel de softdrugs- als de harddrugs- als de alcoholruimte (of een combinatie van twee daarvan).
3.2.3 Samenstelling bezoekersgroep Op een uitzondering na zijn alle bezoekers van de gebruiksruimten man. De leeftijd varieert van 24 tot 60 jaar. De bezoekers van de alcoholgebruiksruimte zijn gemiddeld 55 jaar, van de harddrugsgebruiksruimte 47 jaar en van de softdrugsgebruiksruimte 32 jaar (tweede onderzoeksronde). Zoals uit tabel 3.1 blijkt worden de alcoholen softdrugsgebruiksruimten door ongeveer evenveel mensen bezocht. Uit de registratie blijkt dat sinds januari 2014 elf bezoekers alle vijf maanden gebruik hebben gemaakt van de gebruiksruimten. De registratie laat ook zien dat ruim de helft van het aantal bezoekers in de afgelopen vijf maanden één of twee maanden van een gebruiksruimte gebruik maakt (zie figuur 3.1).
15
Figuur 3.1. Aantal cliënten en duur van gebruik van de gebruiksruimten (N = 43). 14
Aantal clienten
12 10 8 6 4 2 0 Vijf maanden Vier maanden Drie maanden Twee maanden Een maand
Aantal maanden gebruik gemaakt van de gebruiksruimte
3.2.4 Bezetting van de gebruiksruimten Per week De mensen die zeggen dat voor hen de alcoholgebruiksruimte het belangrijkst is maakten er gemiddeld 5,5 dagen per week gebruik van. De harddruggebruikers komen 6,5 dagen en softdruggebruikers vijf dagen per week (tweede onderzoeksronde). De dagelijks bij de gebruiksruimten aanwezige beveiliging neemt vanaf donderdag een piek in het aantal bezoekers waar. Zaterdag is de drukste dag van de week. Dit wordt toegeschreven aan een ‘weekendgevoel’: even ontspannen na een week werken. Uit de werkgroep, tweede onderzoeksronde Het weekendgevoel bestaat dus ook in de NE. Een aantal cliënten ervaart wellicht de opwinding van het weekend en daar kan middelengebruik bij horen. Sommige aanwezigen zeggen dat het verveling is, ongedurigheid. De pingpongtafel wordt in herinnering geroepen als een manier om fysieke energie te kanaliseren. Hoewel hiervoor weinig ruimte is zou deze in het weekend toch (tijdelijk) kunnen worden opgesteld. Andere noemen de ‘matineevoorstelling’ (film) als een manier om de verveling richting te geven. Tenslotte wordt geopperd dat met Visie-R kan worden onderhandeld om bij het plannen van de klussen ook de zaterdag te betrekken.
Pingpong tafel en sjoelbak stonden in de hal van de doorstroomkamers, maar zijn weer weggehaald omdat het overlast zou geven voor de bewoners van de doorstroomkamer en het niet past in een beleid dat op herstel is gericht. Volgens de manager innovatie van De Binnenvest moeten passanten hun vertier buiten de NE zoeken. (interview groepswerker, derde onderzoeksronde) Het ‘weekendgevoel’ geldt met name voor de mensen die alleen dagbesteding bij Visie-R hebben; in de NE zelf worden de klussen zeven dagen per week uitgevoerd. Zoals te verwachten wordt ook een piek in het aantal bezoekers waargenomen rond de data waarop uitkeringen en zorgtoeslagen overgemaakt worden. Per dag De gebruiksruimten zijn dagelijks geopend van 9:00 tot 21:00 uur, met uitzondering van de tijden waarop lunch en avondmaaltijd worden aangeboden: van 13:00-14:00 en van 18:00-19:00 uur. Uit de registraties blijkt dat alle drie de ruimten de hele dag door worden bezocht, van ‘s ochtends tot ’s avonds. Tijdens de maaltijden worden de ruimten inderdaad niet bezocht. Er wordt een piek waargenomen vlak voor de maaltijdmomenten.
16
Cliënten plannen hun gebruik daaromheen. Volgens de beveiliging geeft in ieder geval één cliënt die harddrugs gebruikt aan dat hij vlak voor de maaltijd gebruikt omdat hij anders geen trek heeft om te eten. Ook vlak na de maaltijdmomenten en nadat de groep van Visie-R terugkomt van hun dagbesteding is het drukker. Het is echter nooit zo druk geweest dat dit problemen gaf. Uit de reacties op de stellingen over gebruiksruimte en ook uit de interviews blijkt dat de openingstijden niet goed aansluiten op de behoeften van de gebruikers. De opening vanaf negen uur ’s ochtends is voor sommigen te laat waardoor zij zich gedwongen weten stiekem te gebruiken. Het risico op schorsingen nemen zijn voor lief. Ook de avondsluiting is voor met name voor een aantal softdruggebruikers te vroeg. Zij blowen het liefst kort voor het slapen gaan. Juist in de periode tussen 21:00 en 22:30 uur zouden zij willen blowen. Uit de werkgroep, tweede onderzoeksronde Aanvankelijk startten de drugsgebruiksruimten met een kwartier verblijfstijd. Dit is opgerekt naar een half uur naar aanleiding van feedback van cliënten. Er is bij de leiding weerstand om de verblijfstijd per keer nog verder op te rekken. Het is wel mogelijk om op basis van individuele nood maatwerk te leveren. Hoe precies de individuele noden bekend worden is niet besproken.
Het fenomeen ‘avondblowtje’ wordt door diverse mensen in de werkgroep onderkend. Het is daarmee wenselijk dat intern wordt onderzocht of en hoe aan deze behoefte onder cliënten structureel tegemoet kan worden gekomen.
3.2.5 Mening van bezoekers over functioneren van de gebruiksruimten De deelnemers aan de tweede enquête (juni 2014) is gevraagd hoe ze denken over de aanwezigheid van een gebruiksruimte voor alcohol en drugs in de NE. De aanwezigheid van een gebruiksruimte voor drugs wordt door 63% (heel) goed gevonden, en de gebruiksruimte voor alcohol door 75% (heel) goed. Als we de vraag alleen stellen aan de mensen die zelf niet in een van de gebruiksruimtes komen1, zijn de percentages iets lager maar nog steeds positief (gebruiksruimte drugs 59% (heel)goed en 27% “gaat wel”; gebruiksruimte alcohol 67% (heel) goed en 25% “gaat wel”). De meeste gegeven toelichting bij deze vraag is dat de gebruiksruimtes goed zijn omdat mensen dan niet op straat hoeven te gebruiken. In de interviews met cliënten zijn telkens ook de gebruiksruimten ter sprake gebracht. Een enkeling is kritisch over de harddrugsgebruiksruimte omdat er zo weinig mensen komen: “Drie mensen en dan heb je een heel project opgestart voor drie mensen. Terwijl er buiten 20 of 30 zaten.” (geïnterviewde 1407, komt zelf niet in gebruiksruimte, tweede onderzoeksronde) De mensen die er wel komen waarderen vooral dat ze niet meer buiten hoeven te gebruiken: Het is een stuk beter, je hoeft nu niet meer buiten op straat te zitten. Het scheelt je een lap aan bekeuringen. Als je op straat wordt gepakt kost je 367 euro (drugs).
Voor drank is het 90 euro. Nu zit je hier binnen. Ik maak ook gebruik van gebruiksruimte voor harddrugs. (geïnterviewde 1405, tweede onderzoeksronde)
1
Selectie gemaakt op basis van de vraag of mensen de “afgelopen week” van een van de gebruiksruimten gebruik maakten. Het is mogelijk dat er onder hen mensen zijn die er eerder wel gebruik van maakten.
17
De meeste kritiek op de gebruiksruimte gaat over de halfuurregel. Een half uur is voor een aantal mensen te kort om ontspannen te gebruiken. Zij gaan daarna naar buiten en lopen dan toch tegen bekeuringen aan. Het lijkt erop dat met name voor cocaïnerokers het half uur te kort is. Het is voor coke gebruikers ook moeilijk om binnen een half uur te gebruiken. Dat is te gespannen vooral in zo’n ruimte. (geïnterviewde 1410, rookt buiten, tweede onderzoeksronde) Je kan er niet relaxed roken. Eer dat ik alles heb neergezet dan is mijn half uur voorbij. (geïnterviewde 1404, tweede onderzoeksronde) De openingstijden van de gebruiksruimten (09:00 – 21:00 uur) sluiten niet naadloos aan op de wek- en slaaptijden van de NE. Dat is lastig voor mensen die voor 09:00 aan hun klus beginnen. Ten minste een persoon moet daarom “smokkelen” door elders in het gebouw te roken. Het is ook vervelend voor de mensen die blowen om goed te kunnen slapen. Uit de praktijk, derde onderzoeksronde Naar aanleiding van de bevinding in de tweede onderzoeksronde dat de openingstijden van de gebruiksruimte niet goed aansluiten op andere tijden in de Nieuwe Energie, zijn de openingstijden van de gebruiksruimten verruimd. Waren de gebruiksruimten eerst open van 09 – 21 uur, tijdens de derde onderzoeksronde zijn ze verruimd van 07 – 22:30 uur.
Deze verruiming heeft volgens de beveiliging niet geleid tot beheersproblemen, in tegendeel, er hoeft minder geschorst te worden wegens stiekem gebruik. Tenslotte vertelt iemand dat de ventilatie in het “blowhok” onvoldoende is waardoor de ruimte, wanneer deze niet ’s ochtends en ’s avonds wordt geventileerd, “smerig” wordt (geïnterviewde 1406, tweede onderzoeksronde). 3.3 De beveiliging van de gebruiksruimten Sinds de opening van de NE voert een extern beveiligingsbureau het deurbeleid uit bij de NE. Zij gaan na of bezoekers recht hebben op toegang, nemen de telefoon op en regelen en registreren de toegang tot de gebruiksruimten. Bij (dreigende) escalatie grijpen zij in en eventueel schorsen zij passanten indien er sprake is van gewelds(dreiging). Omdat al snel na opening van de drugsgebruiksruimte bleek dat de situatie rond de gebruiksruimte zeer rustig was en de aard van het gebruik (roken, niet spuiten) weinig risico’s met zich meebracht is in de evaluatie niet ingegaan op de vragen of er een plan is voor noodsituaties en of calamiteiten volgens dit plan worden afgehandeld en worden geregistreerd (vraag 11). Ook duidelijke EHBO-instructies voor de medewerkers van de gebruiksruimte en scholing van het personeel in EHBO gericht op drugsgebruik (vraag 12) is niet onderzocht.