CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

200928 Totaal_Welstandnota.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 26 januari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 30: Vaststellen geactualiseerde Welstandsnota Dordrecht - Raadsvoorstel29.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Uitsnede plaƩegrond en luchƞoto

Welstandsnota Dordrecht

83

Entree aan de straat

Ver cale geleding

Zorgvuldige overgang

Materiaal en kleur

Een reeks van gebouwen aan de Spuiboulevard

Dieptewerking door toevoeging

Plint, middendeel en toplaag

Levendige plint

Overgang en beeindiging

Materiaal, kleur en detaillering

Materiaal, kleur en detaillering

Plint, middendeel en toplaag

Zorgvuldige overgang

Dieptewerking door toevoeging

Horizontale en ver cale geleding

5.7.2 Criteria randen van de 19eeeuwse Schil-west De grote gebouwen aan de rand van de binnenstad hebben door hun ligging, schaal en func e vaak een stedelijke betekenis. Belangrijk is dat deze grote gebouwen ook bijdragen aan een pre g verblijfsklimaat in de openbare ruimte rondom het gebouw. Een goede vormgeving van de ‘plint’ met func es die bijdragen aan de levendigheid op straat is hierbij essen eel. Gebouwen mogen zich als zelfstandig object onderscheiden. Tegelijker jd moet er in volume en posi e meer samenhang met de omliggende gebouwen worden gezocht. De Welstands- en Monumentencommissie hanteert bij de welstandstoets naast de vijf basiscriteria de volgende gebiedsgerichte criteria: Het gebouw in zijn omgeving • De overgang van het grote gebouw naar aangrenzende kleinschalige bebouwing wordt zorgvuldig vormgegeven. • Architectuur, materiaal en kleur kunnen per gebouw verschillend zijn, mits passend bij de omgeving. • Gebouwen moeten zich met de hoofdentree duidelijk aan de straat presenteren. • In een substan eel deel van de plint van het gebouw moeten aan de straatzijde publieke func es worden gesitueerd. • Nieuwbouw moet zodanig worden gesitueerd dat er een aangename openbare ruimte ontstaat. • Straathoeken worden architectonisch verbijzonderd.

• Parkeervoorzieningen, garage-inri en, laad- en losruimten en opslag moeten onder, achter of binnen het bouwvolume worden opgelost.

Het gebouw op zichzelf • Alle gevels hebben een hoogwaardige en representa eve uitstraling. • Het gevelontwerp kent een driedeling (plint, middendeel, toplaag). • Grote gebouwen worden met architectonische middelen zowel horizontaal als ver caal geleed. • Het gevelontwerp wordt gekenmerkt door een heldere composi e van ver cale elementen en horizontale elementen. • In- en uitspringende delen van de gevel (balkons, erkers en loggia’s), dakopbouwen en andere toevoegingen zijn in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen en dragen bij aan de dieptewerking in het gevelvlak. • De gevel is opgebouwd in één basismateriaal. Overige materialen en kleuren dienen ter accentuering van bijzondere onderdelen. • Er is sprake van een hoogwaardige detaillering.

Welstandsnota Dordrecht

85

Het gebiedstype woonerfwijken

86

Welstandsnota Dordrecht

5.8 Woonerfwijken 5.8.1 Karakterisering In de jaren zeven g en tach g van de vorige eeuw zijn de woonerfwijken gebouwd. Ze moesten de gezelligheid en veiligheid bieden die in de wijken uit de vroegnaoorlogse bouwperiode werd gemist. Eengezinswoningen zijn gegroepeerd rond openbare ruimten met veel groen of liggen aan erven en paden. De auto is te gast. In eme woonerven in plaats van wonen aan doorgaande straten was het nieuwe ideaal. De woonerven zijn gebouwd in ‘bloemkoolach ge’ structuren. De verschillende erven per wijk zijn aan elkaar gekoppeld door doorgaande fietspaden en waterstructuren. Vaak zorgt een ringstructuur van brede doorgaande verkeerswegen voor de verbinding van de wijk met de stad. Woonerven zijn in trek bij gezinnen met kinderen. Voor buitenstaanders is het door de labyrin sche structuur vaak las g om er de weg te vinden. Woonerfwijken in Dordrecht hebben een eigen centraal gelegen winkelcentrum. Overige voorzieningen liggen verspreid door de wijk. Binnen de woonerven staan korte blokjes met eengezinswoningen in een onregelma g patroon naast en dwars op elkaar. De hoeken tussen de woningblokken zijn soms gesloten en soms open. Het beeld wordt bepaald door buurten en clusters van woningen in een gelijke architectuur, kleinschaligheid, herhaling met ondergeschikte varia es, sprongen in de rooilijn en in bouwhoogte.

Kenmerkend voor de woonerven is verder ook dat vaak de achtertuinen van woningen zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. De rela e tussen woning en openbare ruimte is beperkt, doordat de woning zich vooral op de achtertuin richt. De smalle woningen

hebben vaak een keuken naast de voordeur. De woonkamer ligt aan de achtertuin. Aan de voorzijde van de woning ligt vaak een carport of een garage en een schuur, waardoor voordeuren soms moeilijk vindbaar zijn. De eengezinswoningen bestaan uit één of twee bouwlagen en een kap, ook pla e daken komen voor. Door meeontworpen of later toegevoegde dakopbouwen, dakkapellen en aanbouwen is een gevarieerd straatbeeld ontstaan. Langs de doorgaande wegen door de wijk komen ook wooncomplexen met appartementen voor. Het materiaalgebruik (baksteen, beton, hout en keramische pannen) onderstreept het gevoel van geborgenheid en tradi e. De detaillering is eenvoudig. Sommige erven zijn in de loop van de jd veranderd onder andere door het toegenomen autogebruik. Hier zijn parkeerplaatsen gerealiseerd ten koste van groen en speelruimte. De erven zijn ook veranderd door aanpassingen aan de woningen door bewoners. Soms hee dit geleid tot dichtgebouwde carports, waardoor het vaak toch al beperkte contact tussen woning en erf is verminderd. Tot het gebiedstype Woonerfwijk behoren: Een groot deel van Stadspolders en Sterrenburg en een deel van de Staart.

Uitsnede plaƩegrond en luchƞoto

Welstandsnota Dordrecht

87

Beelbepalend groen

Ritmiek en plas ek

Wonen aan een erf

Ritmiek en plas ek

Materiaal, kleur en detaillering

Poort

Materiaal, kleur en detaillering

Ritmische herhaling van elementen aan de voorzijde

Verschil in bouwhoogte binnen het blok

Beëindigingen en overgangen

Wonen aan een erf

Beëindigingen en overgangen

Materiaal, kleur en detaillering

5.8.2 Criteria Woonerfwijken De verwach ng voor de toekomst is dat in deze wijken met veel koopwoningen voornamelijk kleinschalige bouwini a even zullen plaatsvinden. Het doel van welstandszorg in Woonerfwijken is om ruimte te geven aan bouwini a even die bijdragen aan de levendigheid en diversiteit van de wijk. Belangrijk is dat door toevoegingen de binding van de woning met de openbare ruimte niet verder wordt verslechterd. Behoud van het beeldbepalend groen is belangrijk voor de kwaliteit van de woonomgeving.

Het gebouw op zichzelf • Individuele expressie per woning is mogelijk als de samenhang van het woningblok overeind blij . • De voorzijde van de woning bestaat uit een ritmische herhaling van elementen, zoals entrees, ramen en/of dakkapellen. Aanpassingen aan bergingen, garages of carports aan de voorzijde van de woning passen bij de ritmiek van het erf. • Bij woongebouwen, die vrij in het groen zijn gelegen, en bij voorzieningen is ruimte voor een hoogwaardige en onderscheidende architectuur.

De commissie hanteert bij de welstandstoets naast de vijf basiscriteria de volgende gebiedsgerichte criteria: Het gebouw in zijn omgeving • Bouwwerken passen binnen de architectonische eenheid van de buurt of het cluster met gelijkvormige woningen. • Bouwwerken houden de rela e tussen woning en erf in stand of verbeteren deze rela e. • Tussen de woningblokken of binnen het woningblok zijn sprongen in de rooilijn en verschillen in bouwhoogte mogelijk. • De eerste dakopbouw op een rij woningen is maatgevend voor de volgende opbouwen. • Dakopbouwen op daken met een kleine hellingshoek worden in principe alleen aan de achterzijde geplaatst door het dakvlak aan de voorzijde van de woningen te verlengen (de nok te verschuiven). • De dakopbouw wordt in principe over de gehele breedte van de woning geplaatst.

Welstandsnota Dordrecht

89

Het gebiedstype woonwijken na 1990

90

Welstandsnota Dordrecht

5.9 Woonwijken na 1990 5.9.1 Karakterisering Aan het einde van de jaren tach g van de vorige eeuw vond opnieuw een omslag plaats in stedenbouw en architectuur. De woonerven werden ervaren als onoverzichtelijk zonder aandacht voor architectonische vormgeving. Hiërarchie in de structuur, het onderscheid openbaar-prive en de uitstraling van het materiaal kregen in de nieuwe woonwijken weer aandacht. Daarnaast werd het ‘reageren’ op de plek weer belangrijk: het omgaan met het préstedelijke landschap of de eerdere func e van de plek. De wijken of wijkdelen hebben vrijwel steeds een herkenbaar ontwerphandschri . Er is veel aandacht voor het ontwerp van de openbare ruimte, waarin de inpassing van groen een belangrijke rol speelt. De wijken kennen een heldere stedenbouwkundige structuur met een diversiteit aan architectuur, waarin de straten, lanen, pleinen en singels voor samenhang zorgen. Klassieke thema’s uit de geschiedenis van de stedenbouw zoals de crescent (bebouwing in een halve cirkel), symmetrie en gebogen straten vormden de inspira e voor deze nieuwe wijken. Het resultaat is een uitgebreid palet: rechte en gebogen straatwanden, vrijstaande woningen en rijtjeswoningen, winkelcentra, schoolgebouwen en gebouwen voor ouderenhuisves ng in zowel ingetogen als uitbundige architectuur.

In het kader van de stadsvernieuwing werden vanaf de jaren tach g van de vorige eeuw tevens delen van de bestaande stad vernieuwd. Hiermee zijn woonbuurten ontstaan, die zich in architectuur onderscheiden van de bebouwing in de omgeving.

De woningen zijn seriema g gebouwd. Per buurt of straat is gekozen voor een uitgesproken architectonisch ontwerp, maar tussen de buurten onderling zijn er juist verschillen. De bebouwing bestaat uit rijtjeswoningen, twee-onder-een-kapwoningen, vrijstaande woningen en/of op markante plekken appartementenblokken. De grondgebonden woningen hebben al jd een achtertuin en vaak een voortuin. De architectuur van de gebouwen, die vanaf eind jaren tach g zijn gebouwd, is te omschrijven als (neo) modern. Woningen hebben een plat dak of een kap. Er worden verschillende materialen toegepast, zoals baksteen, stucwerk, staal, glas, beton en hout. Vaak zijn de kleuren licht, eventueel met pastel of felle kleuren als accent. Na de jaren negen g zien we, zowel voor inbreidingsloca es als voor uitbreidingswijken, dat er gekozen wordt voor een meer thema sche benadering met een architectonische vormgeving, die gebaseerd is op de s jlkenmerken van voorgaande bouwperioden, zoals bijvoorbeeld het tuindorp. Er wordt meer marktconform gebouwd, wat leidt tot buurten en wijken met een eigen iden teit waarbij de eigen woning weer als herkenbare eenheid is aan te wijzen.

Uitsnede plaƩegrond en luchƞoto

Tot het gebiedstype Woonwijk (na 1990) behoren: grote delen van Stadspolders, Dordtsche Hout, de Hoven, plan Tij en meerdere inbreidingsloca es verspreid over de stad.

Welstandsnota Dordrecht

91

Wonen aan een crescent

Materiaal, kleur en detaillering

Wonen aan de straat

Materiaal, kleur en detaillering

Herhaling van een kleine eenheid (de woning)

Materiaal, kleur en detaillering

Samenhang en verschil

Gebouwde erfscheiding

Wonen aan een straat

Kopgevel met uitstraling

Herhaling van dezelfde woninguitbreiding

Wijkcentrum met een eigen iden teit

Ritmiek en dieptewerking

5.9.2 Criteria woonwijken na 1990 De welstandszorg is erop gericht de stedenbouwkundige hiërarchie van de wijk en de samenhang tussen de verschillende architectonische onderdelen te bewaken. De grootste veranderingen die deze wijken zullen ondergaan, vinden plaats als de woningen worden vergroot door het toevoegen van dakkapellen, garages en uitbouwen. Vaak zijn in de oorspronkelijke bouwplannen de mogelijkheden voor toekoms ge uitbreidingen al vastgelegd. De commissie hanteert bij de welstandstoets naast de vijf basiscriteria de volgende gebiedsgerichte criteria: Het gebouw in zijn omgeving • Bouwwerken passen bij de stedenbouwkundige hiërarchie van de wijk. • Er is sprake van een helder onderscheid tussen het openbaar gebied en het privé-domein. • Bouwwerken passen bij de s jlkenmerken van de architectonische eenheid (in dit gebiedstype zijn dat het complex, de straat, de buurt of de wijk). • Bij nieuwbouw en uitbreiding moet de ritmiek van bouwvolumes in de straat behouden blijven. • (Hoofd)gebouwen zijn met hun voorgevel en entree gericht op de belangrijkste openbare ruimte.

•

•

•

•

•

•

Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen of andere steenach ge materialen, soms geschilderd of in licht ge nt stucwerk. Aan- en uitbouwen, opbouwen en andere ingrepen zijn in samenhang met en ondergeschikt aan het hoofdgebouw ontworpen. De eerste woninguitbreiding in een reeks is uitgangspunt voor toekoms ge uitbreidingen binnen de betreffende architectonische eenheid. Dakopbouwen zijn uitsluitend toegestaan als toevoeging op een volwaardige laag: als op de hoofdbebouwing al een dakopbouw staat, is een extra dakopbouw niet toegestaan. Gebouwde erfafscheidingen of hagen zijn een integraal onderdeel van de architectonische eenheid. Bij woongebouwen en voorzieningen, die ‘vrij’ en/ of in het groen zijn gelegen, is ruimte voor een hoogwaardige, onderscheidende architectuur.

Het gebouw op zichzelf • Het woningblok ontstaat door een herhaling van een kleinere eenheid (de woning) tot een groter geheel (het blok). • Er is een goede balans tussen de individuele expressie per woning en de samenhang met de architectuur in de rest van de straat. • Kopgevels, die grenzen aan openbaar gebied, krijgen een representa eve uitstraling.

Welstandsnota Dordrecht

93

Het gebiedstype dijklinten

94

Welstandsnota Dordrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/217/documents/6983