CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2-Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1 versie 2.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 2 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Erratum op voorstel tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Maasterras fase 1 - Raadsvoorstel46.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Zienswijze 16 (Bewoners Hoge Bakstraat) Ontvankelijkheid De zienswijze d.d. 18 januari 2024 is op 29 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk.

1. Behoud woonstraatfunctie Volgens het ontwerpbestemmingsplan wordt de bestemming van de Hoge Bakstraat 'Verkeer'. Maar dat is nu ook de functie. Hoge Bakstraat zou dan ook geen onderdeel van het bestemmingsplan Maasterras hoeven zijn. Antwoord: Klopt, juridisch is een bestemming Verkeer niet nodig. We hebben vooral beoogd hiermee duidelijk te maken dat deze gronden betrokken zijn bij de planvorming Maasterras en dat ter plaatse de herinrichting tot langzaam verkeersverbinding bestemd zijn. Korte en snelle verbindingen voor voetgangers en fietsers vanuit het Maasterras met de Binnenstad zijn

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 60

belangrijk om de wijk zo aantrekkelijk mogelijk te maken om daar zonder eigen parkeerplek voor de auto te gaan wonen. 2. Het voornemen om een tunnel aan te leggen voor fiets- en voetgangers tast de woonfunctie van de straat aan. Er komt nu alleen bestemmingsverkeer. Een bovenwijkse route waar honderden fietsers (waaronder ook fietsverkeer van de snelfietsroute F16 en speedpedelecs) en voetgangers dagelijks gebruik van zullen maken heeft grote gevolgen voor het profiel, de functie en de sfeer van de straat. Antwoord: Het klopt dat het drukker zal worden met fietsers en voetgangers na aanleg met de tunnel. Dat zal op te vangen zijn binnen het bestaande profiel van de straat. De toename van dit langzaam verkeer zal de woonfunctie van de straat niet hoeven aan te tasten. De trap zal (snel) doorgaand fietsverkeer beperken. 3. Alternatieven Alternatieve routes zijn de huidige routes zoals Dokweg-Wilgenbos-Achterhakkers en Erasmuslaan. Een tunnel tussen Erasmuslaan en Rozenhof sluit aan op bestaande hoofdstructuren en vervolgens kunnen de gebruikers links of rechts via bestaande routes naar de binnenstad. Antwoord: Alternatieven routes zijn inderdaad mogelijk maar zijn minder aantrekkelijk als directe verbindingen naar de binnenstad en dragen daardoor ook minder bij aan het zo aantrekkelijk mogelijk maken van de wijk voor langzaam verkeer. 4.

Uitvoerbaarheid tunnel De geplande situering van de tunnel is technisch zeer moeilijk uitvoerbaar vanwege de waterkering en omdat er vanwege het smalle wegdeel geen plek is voor een fietshelling. Het is veel eenvoudiger om een tunnel in het verlengde van de Erasmuslaan te maken. Antwoord: De technische uitvoering van de tunnel is onderzocht en blijkt haalbaar. 5. Beschermd stadszicht Een deel van de panden aan de Hoge Bakstraat is aangewezen als beschermd stadszicht. De aanleg van een hoofdfietsroute zal het karakter van het stadsgezicht fors aantasten. Antwoord: De tunnel zal maar heel beperkt zichtbaar zijn binnen het profiel van de Hoge Bakstraat en zal geen aantasting van het beschermd stadsgezicht opleveren en kan juist ook bijdragen aan de levendigheid in de straat. 6. Voorkomen toename parkeerdruk bewoners De geplande fiets- en wandelroute zal ten koste gaan van parkeerplaatsen, omdat er nu te weinig ruimte is om als route naar de stad te fungeren. Antwoord: Door de tunnel als voetgangerstunnel uit te voeren zal het ruimtebeslag beperkt zijn en niet ten koste hoeven gaan van parkeerplaatsen. 7. Voorkom risico van schade aan panden Veel woningen zijn gefundeerd op stalen of houten palen. Dan is het belangrijk dat het grondwaterpeil ongewijzigd blijft. De realisatie van een tunnel zal directe of gevolgschade veroorzaken aan de huizen op de Hoge Bakstraat. Antwoord:

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 61

De werkzaamheden zullen zo worden uitgevoerd dat gevolgschade voor de woningen Hoge Bakstraat voorkomen wordt. De bewoners zullen hier nog afzonderlijk over worden geïnformeerd zodra duidelijk is wanneer de werkzaamheden zullen starten.

Zienswijze 17 (Bewoner Weeskinderendijk) Ontvankelijkheid De zienswijze d.d. 29 januari 2024 is op 31 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk.

1. Wet voorkeursrecht Gemeenten Bewoner heeft door het opleggen van de WVG het gevoel aan de kant te worden geschoven en dat haar leven op slot gezet te wordt. Gevraagd wordt hierover als gemeente contact met haar op te nemen. Antwoord: Inmiddels is contact opgenomen met de bewoners aan de woningen Weeskinderendijk en een traject ingezet om het proces Wet voorkeursrecht zo goed mogelijk te begeleiden. Zie hiervoor ook deel A van deze nota (thema bewonersvariant behoud woningen Weeskinderdijk Oost).

2. Parkeernorm Het ontwerpbestemmingsplan lijkt uit te gaan van een woonwijk voor de hoogste inkomens waarbij per 10 huishoudens slechts 3 parkeerplaatsen worden voorzien. Dat betekent een parkeerprobleem. Antwoord: Het parkeerprobleem moet voorkomen worden door parkeerregulering, zodat nieuwe bewoners straks niet in bestaande wijken kunnen parkeren. Zie voor een nadere toelichting deel A van deze nota: de thematische beantwoording thema mobiliteit (parkeernorm + STOMP).

3. Er is geen overeenkomst met Prorail over het verdwijnen van de havenspoorlijn of het emplacement. Het bestemmingsplan is duidelijk niet uitvoerbaar. Antwoord: Inmiddels is hierover overeenstemming bereikt en zijn afspraken gemaakt. Zie hiervoor deel A van deze nota (thema publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers).

4. Sloop voor nieuwbouw is in de situatie van deze bewoner onbillijk en onevenredig en in strijd met artikel 3:4 lid 2 van de Awb. Bewoner heeft recht op duidelijkheid op korte termijn en hulp van de gemeente. De speciale gebiedsmanager die bewoners gaat helpen met oplossingen is van harte welkom. Antwoord: Inmiddels is een omgevingsmanager aangesteld en hebben de gesprekken met bewoners plaatsgevonden bedoeld om bewoners te helpen bij de beantwoording van alle vragen.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 62

Zienswijze 18 (Bewoner Weeskinderendijk) Ontvankelijkheid De zienswijze d.d. 31 januari 2024 is op 1 februari 2024 binnengekomen en is daarmee ontvankelijk.

1. Indiener zienswijze wil zijn huis niet verkopen. Zijn woning maakt net deel uit van het plangebied. In het startdocument Maasterras Dordrecht, notitie reikwijdte en detailniveau van 11 oktober 2022 zijn afbeeldingen opgenomen waarop de woningen aan de Weeskinderendijk blijven staan. Er is aangegeven dat behoud van cultuurhistorische waarden van belang is voor de aantrekkelijkheid van de stad. De woningen Weeskinderendijk moeten daarom behouden blijven. Antwoord: Aankoop van de woningen aan de Weeskinderendijk Oost wordt noodzakelijk geacht om een haalbaar en kwalitatief goede woonwijk te kunnen bouwen. Het klopt dat in een eerder plan (de basisvariant in het startdocument eind 2022) het uitgangspunt was om de woningen te behouden. Deze basisvariant leverde volgens de OER niet de omgevingskwaliteit op die hoort bij een nieuwe woonwijk. Er is toen nagegaan welke alternatieven er mogelijk waren om dat knelpunt op te lossen. Daarop zijn drie alternatieven uitgewerkt en een voorkeursvariant opgesteld. Tijdens de informatieavonden in september 2023 en gedurende de bezwaarprocedure van de Wvg bleek een groot aantal bezwaren te zijn tegen de voorkeursvariant. Daarop heeft het college nogmaals de afweging gemaakt tussen alle belangen en heeft de afweging om zoveel mogelijk goede woningen te realiseren de doorslag gegeven.

Zie ook deel A van deze nota (thema bewonersvariant behoud woningen Weeskinderdijk Oost). 2. Gemeentelijk beleid schrijft voor dat bouwhistorisch onderzoek wordt uitgevoerd. Dit is bij de woning van deze bewoner niet gebeurd. Antwoord: De woningen aan de Weeskinderendijk Oost zijn deels aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. De woningen zijn uit 1919 en 1930, architect is vooralsnog onbekend. Binnen het plangebied is de gehele Weeskinderendijk onderdeel van de oorspronkelijke dijkstructuur van het Eiland aangemerkt. Deze dijkstructuur is van cultuurhistorische waarde en behoudenswaardig. In het bestemmingsplan hebben ook de woningen een aanduiding 'cultuurhistorische waarde' gekregen. Vorig jaar is bouwhistorisch onderzoek gedaan naar het kantoor en de fabriek. Afspraak was dat de huizen in een later stadium onderzocht zouden worden. Dat verplicht de eigenaar om bij sloop eerst een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren zodat de cultuurhistorische waarde goed gedocumenteerd wordt ten behoeve van de geschiedschrijving van Dordrecht. De waarde van de panden is echter niet zodanig dat de gemeente sloop wil voorkomen. In dat geval had een aanwijzing tot gemeentelijk monument moeten plaatsvinden. Deze beleidslijn ten aanzien van panden met cultuurhistorische waarden geldt niet alleen voor het plangebied maar wordt voor de hele gemeente gehanteerd.

Dit betekent dat net als bij de houtzagerij de verplichting bestaat om een bouwhistorisch onderzoek te verrichten voordat sloop gaat plaatsvinden. Wij hebben er voor gekozen te wachten met dit onderzoek zolang de woningen nog bewoond worden. Dit onderzoek zal dus later plaatsvinden.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 63

Anders dan bij de houtzagerij kan daarbij niet meer de afweging worden gemaakt of het mogelijk is de aanwezige waarden te behouden aangezien het bestemmingsplan geen uitvoering van het plan mogelijk maakt waarbij de woningen behouden kunnen blijven. De vraag of de arbeiders van de zagerij oorspronkelijk ook woonde in de woningen aan de Weeskinderendijk maakt dat niet anders. 3. Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Ontwikkelvisie Spoor dat op 28 januari 2020 is vastgesteld door de raad. Op diverse foto's van de nieuwe situatie is duidelijk de bestaande bebouwing van de Weeskinderendijk te zien. Antwoord: De variant om in de plannen voor het Maasterras de woningen aan de Weeskinderendijk te behouden is uitgebreid onderzocht in de OER. Uit de OER blijkt dat alle varianten of alternatieven die voorzien in behoud van de woningen aan Weeskinderendijk Oost niet de kwaliteit voor het woongebied Maasterras opleveren die de gemeenteraad wenst. Zie voor een nadere toelichting deel A van deze nota: de thematische beantwoording bewonersvariant behoud woningen Weeskinderdijk Oost 4. Participatie In de startnotitie is gewezen op het belang van participatie. Uitkomsten van de participatie worden opgenomen in de OER. Er heeft geen participatie plaatsgevonden met de bewoners van de Weeskinderendijk.

Antwoord: Zie voor een nadere toelichting de thematische beantwoording Communicatie en proces. 5. Bewoner verzet zich tegen het opgelegde voorkeursrecht en weigert zijn huis te verkopen. Nieuwe woningbouw in het plangebied wordt daarmee onuitvoerbaar. Antwoord: Uitgaande van de noodzaak van woningbouw is het van belang dat de gemeente deze woningen kan aankopen tegen reguliere marktprijzen. De toepassing van het instrument voorkeursrecht moet voorkomen dat ontwikkelaars / speculanten gronden opkopen waardoor de grondprijzen te veel gaan stijgen en daarmee de haalbaarheid van woningbouw in het Maasterras onder druk zetten. De toepassing van het voorkeursrecht is dan het enige instrument dat de gemeente dan kan inzetten om dit te voorkomen. Mocht aankoop uiteindelijk niet mogelijk blijken dan kan de gemeente overwegen over te gaan tot onteigening. Daarmee is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan verzekerd.

Zienswijze 19 (Bewoner omgeving) De zienswijze d.d. 28 januari 2024 is op 30 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk.

1. Openbare ruimte Indiener zienswijze brengt regelmatig zijn visie op de openbare ruimte in binnen het Platform Duurzaam Dordrecht en heeft ook ingesproken in de commissie die over openbare ruimte in de binnenstad ging. Indiener zienswijze heeft enkele schetsen meegestuurd om mee te geven als mogelijkheid voor een duurzame inrichting voor Maasterras 1 e fase.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 64

Antwoord: Dit ontwerp is nog niet meegenomen bij de uitwerking van de proefverkaveling die als uitgangspunt is genomen voor het vastgestelde bestemmingsplan. Dat kan wel meegenomen worden in de uitwerking van die proefverkaveling in een stedenbouwkundig ontwerp, dat volgt na de vaststelling van het bestemmingsplan. Zie ook de beantwoording in de deel A van deze nota: het thema woningbouwprogramma waarin het vervolgproces is beschreven.

Zienswijze 20 (bewoners Weeskinderendijk) De zienswijze d.d. 30 januari 2024 is op 30 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk.

1. Ten onrechte niet als zodanig bestemmen van bestaand legaal gebruik Er wordt niet duidelijk gemotiveerd waarom de woningen van de Weeskinderendijk Oost plaats moeten maken voor woningen in hoge dichtheid. Hier staat niets over in de plantoelichting. Onduidelijk is waarom de volkshuisvestelijke belangen moeten prevaleren boven de belangen van de bewoners. Antwoord: De gemeente Dordrecht heeft een woningbouwopgave van 11.000 woningen en beperkt ruimte om in een hoge dichtheid te bouwen. Aankoop van de woningen aan de Weeskinderendijk Oost wordt noodzakelijk geacht om een haalbaar en kwalitatief goede woonwijk te kunnen bouwen. De opgestelde OER biedt hiervoor de onderbouwing als het gaat om de voorkeursvariant in het ontwerpbestemmingsplan. Inmiddels is sprake van een aangepast bestemmingsplan en is nader onderbouwd welke afweging de gemeenteraad heeft gemaakt. Zie hiervoor deel A van deze nota (thema bewonersvariant behoud woningen Weeskinderdijk Oost).

2. Waarom is er niet gekozen om elders in de gemeente te bouwen, zodat de bewoners ter plaatse kunnen blijven wonen? Antwoord: Die afweging is gemaakt in de gemeentelijk omgevingsvisie. Zie ook deel A van deze nota: de thematische beantwoording voor het thema publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers waarin nader onderbouwd wordt waarom deze locatie niet alleen voor de gemeente maar ook voor rijk en provincie van belang is. 3. Bestemmingsplan kan niet worden vastgesteld zolang bewoners geen alternatieve woonruimte hebben gevonden. Antwoord: Dat klopt. Inmiddels is een traject ingezet tot aankoop van de woningen. Wanneer een eigenaar aan de gemeente verkoopt zal een reële marktprijs worden geboden. Bij eerdere aanbiedingen van eigenaren in het plangebied is gebleken dat betreffende eigenaren een vergelijkbare woning hebben kunnen terugkopen. Aanvullend hierop heeft de gemeenteraad op 4 februari 2025 besloten om de woningen Weeskinderendijk-Oost waarop een voorkeursrecht rust, te verwerven op basis van een volledige schadeloosstelling. Daardoor kan de gemeente een hogere vergoeding aan de bewoners betalen om een alternatieve woonruimte te vinden.

4. Ontwerpbestemmingsplan niet rijp voor terinzagelegging/ onuitvoerbaar Er heeft geen toereikende belangenafweging plaatsgevonden tussen belangen van de bewoners en de belangen die ten grondslag liggen aan dit bestemmingsplan.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 65

Antwoord: Zie deel A van deze nota: de thematische beantwoording voor het thema bewonersvariant behoud woningen Weeskinderdijk Oost en het thema publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers. 5. Bestemmingsplan is te vaag en biedt te weinig rechtszekerheid. Veel kritische punten zijn nog niet uitgezocht. Ondanks dat het een plan verbrede reikwijdte is, moet er wel voldoende inzicht bestaan over de haalbaarheid van het bestemmingsplan. Dat is er nu niet. Antwoord: Het bestemmingsplan is op dit onderdeel aangevuld. Zie ook de thematische beantwoording publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers. 6. Ontwerpbestemmingsplan is niet in overeenstemming met de ontwikkelvisie Spoorzone. Antwoord: Het ontwerpbestemmingsplan is een nadere uitwerking van de ontwikkelvisie, die globaal de kaders biedt en die niet als blauwdruk is bedoeld. Op onderdelen is inderdaad sprake van afwijkingen. Het is aan de gemeenteraad om daar de afweging te maken of hier de ontwikkelvisie wel of niet gevolgd kan worden. 7. Ontwerpbestemmingsplan scoort op veel punten slecht in de OER. Antwoord: De OER laat zien dat er geen reële alternatieven zijn die een hogere score opleveren. Het ontwerpbestemmingsplan scoort boven de minimale kwaliteit en op verschillende aspecten richting optimale kwaliteit. 8.

Het weghalen van de autobrug heeft allerlei nadelige gevolgen voor de woon-en leefomgeving welke niet worden ingedekt door het ontwerp-bestemmingsplan. Antwoord: Aan deze zienswijze wordt tegemoet gekomen met de uitkomsten van het traject Bas Kurvers. Zie de toelichting in de deel A van deze nota. 9. Leefwijze woonwagen bewoners Leefwijze van de woonwagenbewoners moet worden beschermd. In het ontwerpbestemmingsplan wordt totaal niet ingegaan op de vraag hoe de gemeente ervoor wil zorgen dat de woonwagenkampbewoners hun levenswijze op een respectabele manier kunnen blijven uitoefenen. In de OER staat enkel dat er een alternatieve locatie dient te worden gevonden, welke intentie niet in de ontwerpbestemmingplanregels terugkomt. Antwoord: Voor de verplaatsing van het woonwagencentrum is een afzonderlijk traject ingezet. Zie voor een nadere toelichting de thematische beantwoording Woonwagenlocatie. 10. Cultuurhistorie Sommige woningen Weeskinderendijk hebben cultuurhistorische waarden en er zijn ook gebiedskarakteristieken aanwezig. Dit valt onder cultuurerfgoed en heeft een prioritering in de Omgevingsvisie. Dit mag dus niet verslechteren. Antwoord: De woningen aan de Weeskinderendijk Oost zijn deels aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. De woningen zijn uit 1919 en 1930, architect is vooralsnog onbekend.

Binnen het plangebied is de gehele Weeskinderendijk onderdeel van de oorspronkelijke

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 66

dijkstructuur van het Eiland aangemerkt. Deze dijkstructuur is van cultuurhistorische waarde en behoudenswaardig. In het bestemmingsplan hebben ook de woningen een aanduiding 'cultuurhistorische waarde' gekregen. Wij hebben vorig jaar bouwhistorisch onderzoek laten doen naar het kantoor en de fabriek. Afspraak was dat de huizen in een later stadium onderzocht zouden worden. Dat verplicht de eigenaar om bij sloop eerst een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren zodat de cultuurhistorische waarde goed gedocumenteerd wordt ten behoeve van de geschiedschrijving van Dordrecht. De waarde van de panden is niet zodanig dat de gemeente sloop wil voorkomen. In dat geval had de aanwijzing tot gemeentelijk monument moeten plaatsvinden. Deze beleidslijn ten aanzien van panden met cultuurhistorische waarden geldt niet alleen voor het plangebied maar wordt voor de hele gemeente gehanteerd. Dit betekent dat net als bij de houtzagerij de verplichting bestaat een bouwhistorisch onderzoek te verrichten voordat sloop gaat plaatsvinden. Wij hebben er voor gekozen te wachten met dit onderzoek zolang de woningen nog bewoond worden. Dit onderzoek zal dus later plaatsvinden.

Anders dan bij de houtzagerij kan daarbij niet meer de afweging worden gemaakt of het mogelijk is de aanwezige waarden te behouden aangezien het bestemmingsplan geen uitvoering van het plan mogelijk maakt waarbij de woningen behouden kunnen blijven. 11. Strijd omgevingsvisie In het Masterplan wordt aangegeven dat (cultuurhistorische) karakteristieke plekken, verbindingen en uitzichten (deels) verdwijnen. Dat is strijdig met de doelen van de Omgevingsvisie. Antwoord: In lijn met de omgevingsvisie wordt er voor gekozen de cultuurhistorische waarden zoals de Weeskinderdijk in te passen. Er is dus geen sprake van strijdigheid. Zie hiervoor ook de OER, opgenomen als bijlage 1 bij het ontwerpbestemmingsplan.

12. Scores OER Het ontwerpbestemmingsplan scoort in de OER op vijf van de zeven hoofdpunten uit de Omgevingsvisie slecht. In de toelichting wordt continu aangehaald dat zaken nog nader moeten worden uitgewerkt. Moet een dergelijk laag scorend bestemmingsplan dan wel worden vastgesteld? Antwoord: Zie de beantwoording onder 10. Van slechte scores is geen sprake. 13. Terug naar de tekentafel Beter is het om met het bestemmingsplan terug naar de tekentafel te gaan en de verschillende aspecten aan de hand van de OER beter uit te werken. Antwoord: Alle varianten en alternatieven, inclusief het nieuwe aangepaste plan zijn afgewogen en beoordeeld aan de hand van de omgevingsaspecten in de OER. 14. Ontwikkelvisie Een bestemmingsplan moet in lijn zijn met de ontwikkelvisie, anders zijn de handelingen van de overheid niet in de lijn der verwachtingen, wat wel moet op grond van het rechtszekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel. Indien de afwijking van de ontwikkelvisie was beoogd, is dit onvoldoende gemotiveerd en is niet een redelijke afweging gemaakt om van de omgevingsvisie af te wijken. Antwoord: Het ontwerpbestemmingsplan laat het resultaat zien van de uitwerking van de

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 67

ontwikkelvisie. In De OER is dat uitgebreid verantwoord. Van strijd met het rechtzekerheidsbeginsel of vertrouwensbeginsel is geen sprake. 15. Ondeugdelijk onderzoek naar beschermde zoogdieren en ontbreken ontheffing Wnb Er zitten verschillende beschermde diersoorten in het plangebied. Voor sommigen moet een ontheffing worden aangevraagd. Dit is niet gebeurd. Ook dekt het ontwerpbestemmingsplan niet in dat de activiteiten die het beoogt niet mogen worden uitgevoerd zolang niet de vereiste ontheffingen zijn verkregen. Zie de volgende onderdelen: 1. Het globale vleermuisonderzoek is niet uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2021. 2. Het onderzoek wijst uit dat er binnen het plangebied mogelijke verblijfplaatsen zijn van (dwerg)vleermuizen en is het plangebied geschikt als foerageergebied en als vliegroute. 3. Niet alle locaties die uit de onderzoeken naar voren komen als geschikt voor beschermde diersoorten zijn onderzocht. 4. In het 'Nader onderzoek ecologie Maasterras te Dordrecht' is geconcludeerd dat ondanks dat er gierzwaluwen zijn gespot er geen gierzwaluwen zijn gezien die een binding hebben met de gebouwen in M2 en M5. Dat waren slechts overvliegende individuen die geen binding hebben in het gebied. Deze conclusie is niet te volgen. 5.

In de toelichting wordt genoemd dat in artikel 9, lid 9.5 van de Regels waarborgt dat er voorafgaand aan het vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan een ontheffing voor de aantasting van de verblijfplaats voor de huismus en gewonde dwergvleermuizen wordt aangevraagd. Maar de regels die zijn opgesteld hebben niet specifiek betrekking op bescherming van diersoorten. Ook is er geen regel die het verkrijgen van ontheffing als eis stelt om activiteiten te mogen verrichten. 6. Het bovenstaande betekent dat niet de vereiste ontheffingen zijn verkregen van de provincie. Dit moet wel op grond van hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. 7. De onderzoeken zijn onvolledig. Niet alle potentiële locaties zijn onderzocht. Hiermee kan niet worden uitgesloten dat zich binnen het plangebied (nog) meer beschermde soorten bevinden, terwijl er sterke aanwijzingen zijn dat die er wel zijn. Antwoord: Het ontwerpbestemmingsplan, in vastgestelde bestemmingsplan nog nader aangevuld, laat de resultaten zien van de uitgevoerde onderzoeken. Aangezien de uitbreiding van het plangebied met de Weeskinderendijk Oost pas bij het ontwerp (als uitkomst van de OER) bij het plan is betrokken, zijn ook de onderzoeken voor dit onderdeel later uitgevoerd.

De toelichting van het bestemmingsplan is hierop aangevuld met aanvullende onderzoeken en een onderbouwing waarom aangenomen kan worden dat voldaan wordt aan de voormalige Wet natuurbescherming (nu Omgevingswet) inclusief te verlenen ontheffingen. 16. Geen onderbouwing stikstof In de toelichting is al aangegeven dat niet de meest actuele AERIUS-toets is uitgevoerd. Dus is de stikstofberekening onbruikbaar en geeft geen onderbouwing voor de uitvoerbaarheid van het plan. Antwoord: De plantoelichting is op dit onderdeel (zoals aangekondigd) geactualiseerd.

17. Een essentiële voorwaarde voor het slagen van het bestemmingsplan is dat voorgenomen terugdringing van het autogebruik, met lage parkeernormen, ook daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden. Door de onzekerheden in het plan is dat niet zeker. Antwoord: Zie hiervoor het vastgestelde programma mobiliteit (2024). In dit mobiliteitsplan wordt, gesteund door diverse verkeerstudies, aangenomen dat het wel mogelijk is het autogebruik

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 68

terug te dringen. Dit beleid is doorgetrokken in het bestemmingsplan Maasterras. De toelichting is op dit onderdeel aangevuld.

18. In de toelichting wordt gesteld dat nieuw onderzoek zal plaatsvinden, maar dit is niet geborgd in het bestemmingsplan. Antwoord: De toelichting is op dit onderdeel aangevuld.

19. Woningbouwcategorieën (artikel 9, lid 9.2.5) Artikel 9, lid 9.2.5, bevat woningbouwcategorieën. Niet duidelijk, want niet gedefinieerd, is wat exact verstaan moet worden onder ‘sociale huur’, ‘middenhuur’ en ‘betaalbare koop’. Antwoord: Dat blijkt uit de doelgroepenverordening waarnaar in het bestemmingsplan verwezen wordt.

20. Hoe verhoudt het ontwerpbestemmingsplan zich tot het percentage betaalbare woningen (hogere percentages sociale huur) van de provincie Zuid- Holland? Antwoord: Zie hiervoor de beantwoording van de zienswijzen van de provincie (zienswijze nr.21).

21. Bereikbaarheid stad in het geding Zowel in de Ontwikkelvisie Spoorzone als de Omgevingsvisie 1.0 wordt het belang van bereikbaarheid benadrukt. Ook in het coalitieakkoord 2022-2026 wordt dit genoemd. In het mobiliteitsplan 2040 wordt aangegeven dat terugbrengen van het autoverkeer alleen gebeurt als dat noodzakelijk en wenselijk is. Door het afsluiten van de stadsbrug voor autoverkeer zal de drukte op de A16, de Laan der Verenigde naties/Dokweg en de Weeskinderendijk toenemen en zal Zwijndrecht lijden onder deze plannen. In het Masterplan is aangegeven dat de stadsbrug weggaat, maar elders in het plan lijkt het te worden gebruikt voor fietsers en stadsbussen. De situatie is onduidelijk, wat is nu het plan? Antwoord: Aan deze zienswijze wordt tegemoet gekomen met de uitkomsten van het traject Bas Kurvers. Zie de toelichting in de deel A van deze nota.

22. Evenredig Elk besluit van een bestuursorgaan moet evenredig zijn. het vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan een discretionaire bevoegdheid is, dus er is ruimte voor belangenafweging. Het besluit moet geschikt zijn om het beoogde doel te bereiken, het moet noodzakelijk zijn en evenredig zijn. Het doel van de plannen is uiteindelijk om de verkeersveiligheid te bewerkstelligen en om de ruimte optimaal te benutten. Er is geen onderzoek waarin wordt aangetoond dat het afsluiten van de brug bijdraagt aan de verkeersveiligheid. Er wordt zelfs aangegeven dat nader verkeers- en maatregelenonderzoek moet aantonen of afsluiting wel mogelijk is. Antwoord: Aan deze zienswijze wordt tegemoet gekomen met de uitkomsten van het traject Bas Kurvers. Zie hiervoor de toelichting in de deel A van deze nota.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 69

23. Alternatief voor Stadsbrug Er zijn reële alternatieven voor het afsluiten van de brug. De stadsbrug kan overgaan naar een tunnel of alleen door fietsverkeer gebruikt worden. Uit het Masterplan wordt immers duidelijk dat auto’s wel voorlangs de voet van de brug kunnen blijven rijden. Dit trekt de noodzakelijkheid om de stadsbrug autoluw te maken nog meer in twijfel. Antwoord: Aan deze zienswijze wordt tegemoet gekomen met de uitkomsten van het traject Bas Kurvers. Zie de toelichting in de deel A van deze nota.

24. Effecten afsluiting Stadsbrug Om de stadsbrug af te sluiten voor al het (auto)verkeer dan wel slopen creëert meer nadelige effecten dan het goed doet. Er wordt met een kanon op muggen geschoten. Ook zal het weghalen van de stadsbrug leiden tot meer drukte op andere plaatsen wat de bereikbaarheid van de stad ook nog eens verslechtert. Antwoord: Aan deze zienswijze wordt tegemoet gekomen met de uitkomsten van het traject Bas Kurvers. Zie de toelichting in de deel A van deze nota.

25. Niet evenredig Het bovenstaande komt erop neer dat het weghalen of afsluiten van de stadsbrug in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Met de huidige inzichten kan het bestemmingsplan simpelweg niet worden vastgesteld. Antwoord: Aan deze zienswijze wordt tegemoet gekomen met de uitkomsten van het traject Bas Kurvers. Zie de toelichting in de deel A van deze nota.

26. Onderzoek externe veiligheidsaspecten in verband met spoor en A16 Het plangebied in de buurt ligt in de buurt van de basisnetroute en daarom wordt onderzoek verricht naar mogelijke gevaren. Is de Veiligheidsregio op de hoogte van het ontwerpbestemmingsplan en het externe veiligheidsonderzoek? Antwoord: Ja de veiligheidsregio is geweest bij de planontwikkeling en uitwerking van het plan. Ook zal zij worden betrokken bij de toets van aanvraag omgevingsvergunning met bijbehorend stedenbouwkundig plan. Juist hier zullen de aspecten beheersbaarheid en zelfredzaamheid aan de orde komen. 27. Artikel 7 Bevt De vereisten uit artikel 7 van het Bevt (verplichting om mogelijkheden op te nemen hoe personen zich in veiligheid kunnen brengen bij een ramp en op welke wijze het tegengaan of beperken van een ramp wordt verwezenlijkt) staan niet in het bestemmingsplan. Dat bij de stedenbouwkundige uitwerking van het openbaar gebied deze aspecten nog worden betrokken is ontoereikend en geeft een te algemeen beeld. Ontwerpbestemmingsplan is in strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb. Bestemmingsplan is niet compleet en mag niet worden vastgesteld. Antwoord: Aan de grenzen van het plangebied zijn spoor-, weg en waterwegen gelegen die behoren tot het basisnet. Het plangebied ligt dan ook geheel in de toekomstige gifwolk aandachtsgebieden van spoor, weg en water.

Daarnaast ligt het plangebied vrijwel geheel in de explosie aandachtsgebieden en voor een zeer klein deel in het brandaandachtsgebied van spoor, weg en water. Bij het tot stand komen van het plan zijn de risico's die optreden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen onderzocht. Dit onderzoek laat zien dat als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen op het spoor er sprake is van een

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 70

aanzienlijk risico. De risico's als gevolg van het vervoer over water en weg zijn daar in tegen zeer beperkt. Artikel 7 van het Bevt geeft aan dat dit de toelichting op dit plan moet ingaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp voordoet. Terecht wordt gewezen op het ontbreken van de aspecten beheersbaarheid en zelfredzaamheid conform artikel 7 BEVT. Dit plan is flexibel van opzet en heeft tot doel de in het masterplan opgenomen doelstellingen te realiseren. De gekozen opzet heeft een hoog abstractie niveau dit maakt het lastig om in detail in te gaan op de aspecten beheersbaarheid en zelfredzaamheid. Dit neemt niet weg dat aan de toelichting op dit bestemmingsplan een beschrijving op hoofdlijnen voor de aspecten beheersbaarheid en zelfredzaamheid zal worden wordt toegevoegd. Het bestemmingsplan moet op het niveau van deelgebieden verder worden uitgewerkt. In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is in artikel 9.6 "Aanvraagvereisten omgevingsvergunning" bepaalt dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen of inrichting openbaar gebied minimaal per buurt een stedenbouwkundig plan moet worden ingediend.

Dit plan heeft het juiste detailniveau voor beoordeling van de aspecten beheersbaarheid en zelfredzaamheid en voor zal advies worden voorgelegd aan de Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid. Overigens is het niet zo dat het plan en planregels leiden tot een zeer onveilige situatie. In het raamwerk voor de inrichting van maasterras zijn een aantal voor externe veiligheid essentiële keuzes gemaakt: 1e De regels laten het bouwen binnen een brandaandachtsgebied niet toe. Binnenshuis verblijvende personen zijn beschermd tegen dit optredende scenario. 2e De nieuwbouwwoningen worden gebouwd onder het BENG-regime. Dit regime stelt vanuit energetisch perspectief hoge eisen aan ventilatie en luchtdichtheid van een gebouw. Dit samen met de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) met betrekking tot afschakelbare mechanische ventilatie zorgen er voor dat in huis schuilen bij een incident met toxische stoffen de meest veilige optie is. 3e De eerstelijns bebouwing bevindt zich op 90 meter vanaf de zijkant van het spoor maar ruim binnen het explosie aandachtsgebied. Door het instellen van een explosie voorschriftengebied worden de woningen verplicht voorzien van de in het BBL opgenomen maatregel t.a.v. scherfvrijglas. Bij de eerst volgende wijziging van het omgevingsplan voor het spoor zal dit ook formeel onder de Omgevingswet een regeling krijgen. 28.

Evenementen In het onderzoeksrapport wordt alleen ingegaan op mogelijke slachtoffers bij evenementen, niet op bezoekers van het toekomstige Maaspark. Antwoord: Het verwachte gebruik van het Maaspark,- buiten de evenementen om- is niet zodanig intensief dat dit invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico, Ondanks dat het park door de parkeergarage wordt afgeschermd van het spoor, zullen er bij de incidentscenario's explosie en gifwolk slachtoffers kunnen vallen onder in het park aanwezige personen. Dit is elders in de stad niet anders. Overigens zal het behoud van het huidige emplacement, zoals voorgesteld in de staat van wijzigingen (deel D van deze nota), de ruimte voor evenementen aanzienlijk beperken.

29. Speelvoorzieningen Een van de speelvoorzieningen voor kinderen is erg dichtbij het spoor. Al is het een beperkt kwetsbaar object, het is de vraag of het wenselijk is om dergelijke voorzieningen naast een spoor te plaatsen waar gevaarlijke stoffen over worden vervoerd en die net in of net buiten de zone voor brandaandachtsgebied ligt.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 71

Antwoord: Het Masterplan geeft een richting aan de ontwikkeling. Zoals onder 27 is beschreven dient bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een stedenbouwkundig plan voor het betreffende deelgebied te worden ingediend. De locatie van speelvoorzieningen maken deel uit van een dergelijk plan. Deze plannen zullen worden beoordeeld op het aspect zelfredzaamheid. Gelet hierop is het onwaarschijnlijk dat de aangegeven locatie als speelvoorziening wordt ontwikkeld. Door de gewijzigde stedenbouwkundige opzet en het behoud van het emplacement zal deze situatie zich niet meer voor kunnen doen.

30. Kantoorlocatie Ook is er in het masterplan een kantoorlocatie binnen het brandaandachtsgebied. Dit is een kwetsbaar object en mag niet zo dicht op het spoor worden gebouwd. Antwoord: De ligging van een bouwvlak binnen een brandaandachtsgebied betekent dat bij de planvorming rekening moet worden gehouden met de risico's van een brand en in dit geval ook van explosies en gifwolken. Het aandachtsgebied heeft dan ook niet de status van een zone waar niet gebouwd mag worden. Echter sinds 2005 geeft het risicobeleid van de gemeente Dordrecht aan dat de bouw van (beperkt-)kwetsbare gebouwen binnen een brandaandachtsgebied niet is toegestaan 31. Masterplan en ontwerpbestemmingsplan sluiten niet aan op elkaar, dit geeft ook aan dat het bestemmingsplan onzorgvuldig tot stand is gekomen. Antwoord: Het klopt dat er verschil zit in het Masterplan en het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan vormt het raamwerk voor het realiseren van de in het masterplan opgenomen doelstellingen (zie antwoord onder nummer 27). Bij de vaststelling is het masterplan overigens vervangen door de nota stedenbouwkundige randvoorwaarden die vertaald zijn in het bestemmingsplan.

32. Zon- en daglichtstudies - te weinig zon | inbreuk op woon- en leefklimaat Binnen stedelijk gebied is het gebruikelijk om de lichte TNO-norm te hanteren als het gaat om zon- en daglicht, wat neerkomt op twee zonuren per dag in een woning. Hoe kan het woon-en leefklimaat worden gegarandeerd als bewoners Weeskinderendijk er nog wonen en er hoogbouw van 15 en 35 meter hoog wordt gebouwd? Indien niet is voldaan aan de norm van minimaal twee uur zon per dag, is er geen sprake van een goed woon- en leefklimaat. De zon- en daglichtstudies laten zien dat op bepaalde punten continu schaduw is. Dat is geen goede ruimtelijke ordening. Antwoord: Het bestemmingsplan voorziet in een regeling die moet voorkomen dat er te weinig zon- en daglicht kan ontstaan.

33. Mogelijke schending mensenrechten kampbewoners Woonwagenkampen worden bewoond door mensen met een bepaalde levenswijze die volgens Europese en internationale regels moeten worden beschermd. In de OER wordt gesproken over dat voor de woonwagens een nieuwe locatie wordt gezocht. Dit is echter niet gegarandeerd in het ontwerpbestemmingsplan. Bewoners Weeskinderendijk maken zich zorgen over eventuele schending van de mensenrechten in hun omgeving. Antwoord: De gedane toezegging, dat de woonwagens pas weg hoeven als eerst een nieuwe locatie is gevonden, blijft staan. Zie voor een nadere toelichting de thematische beantwoording Woonwagenlocatie.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 72

34. Mogelijkheid tot onteigening woningen Weeskinderendijk Bewoners Weeskinderendijk voelen zich een speelbal van mogelijke ontwikkelingen nadat al eerder huizen opgekocht zijn en daarna weer verkocht. Dit levert strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Antwoord: Zie hiervoor deel A van deze nota (thema bewonersvariant behoud woningen Weeskinderdijk Oost). 35. Bewoners Weeskinderendijk willen blijven wonen waar zij wonen, en dat zij zonder reëel alternatief niet willen, en niet kunnen, verhuizen. Antwoord: Zie hiervoor deel A van deze nota (thema bewonersvariant behoud woningen Weeskinderdijk Oost). 36. Conclusie Ontwerpbestemmingsplan is prematuur en was niet rijp voor terinzagelegging, omdat op dit moment volstrekt onduidelijk is of aan de voorwaarden zoals deze gesteld zijn in het plan kan worden voldaan. De uitvoering van het bestemmingsplan is onmogelijk; het ontwerpbestemmingsplan, en de daarin ten grondslag gelegde onderbouwingen/ onderzoeken, zijn incompleet en vergen nadere onderzoeken, nadere ontheffingen en nader overleg met bijvoorbeeld omwonenden, Rijkswaterstaat en de gemeente Zwijndrecht. Het uitdrukkelijke verzoek is om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Antwoord: Het klopt dat het ontwerpbestemmingsplan nog niet rijp was voor vaststelling Dat was ook in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven.

Inmiddels is het bestemmingsplan op dit onderdeel voorzien van een nadere motivering. Zie voor een nadere toelichting de thematische beantwoording Publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers. Daarmee is naar ons oordeel sprake van een uitvoerbaar plan.

Zienswijze 21 (provincie Zuid Holland) De zienswijze d.d. 25 januari 2024 is op 29 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk.

1. Behoefte woningen en voldoende sociale huurwoningen Indiener zienswijze verzoekt het geheel aan woningen (ook sociale huur) dat wordt mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan Maasterras op te nemen in de regionale woningbouwprogrammering. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld op het moment dat GS deze woningbouwaantallen en het percentage sociaal heeft aanvaard. Antwoord: De woningbouw in het bestemmingsplan Maasterras moet bijdragen aan een toegankelijke en duurzame woningmarkt binnen de provincie. Inmiddels zijn wij in overleg met de provincie op welke wijze dat het beste te bereiken is binnen Dordrecht en welke bijdrage de uitvoering van het bestemmingsplan Maasterras daar aan moet bieden. In aanvulling op deze zienswijze, hebben wij eind 2024 de zogenaamde “groeipadbrief” ontvangen. Het college is in gesprek met de provincie ten aanzien van groeipadafspraken voor Dordrecht waarin met de specifieke situatie van de stad rekening wordt gehouden. Zie in dit verband ook de thematische beantwoording in deel A van deze nota, onder het thema Woningbouwprogramma. De zienswijze vormt op dit onderdeel geen aanleiding tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 73

2. Bereikbaarheid Indiener zienswijze waardeert de inzet in het plan Maasterras op de uitgangspunten van de beleidskeuze verstedelijking uit de Omgevingsvisie Zuid- Holland. Maasterras is georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer en heeft als ambitie om de langzaam vervoersrelaties te versterken. Indiener zienswijze wil enkele aandachtspunten meegeven: • Het STOMP-principe is beschreven en er is beschreven hoe hiermee wordt ingezet op een goed bereikbare en hoogwaardige leefomgeving. De directe loop- en fietsverbindingen naar het centrum en de bereikbaarheid via het spoor ontbreken echter. Verzoek is de langzaam verkeersverbindingen en het OV mee te nemen in het verkeersonderzoek en duidelijk terug te laten komen in het planontwerp. Antwoord: Het plan voor Maasterras voorziet onder andere in nieuwe loop- en fietsverbindingen met het centrum van de stad en het station. Ook binnen het gebied is de inrichting met langzaam verkeerroutes opgenomen. Het verkeersonderzoek bij het MER en het plan is uitgevoerd met een unimodaal verkeersmodel. OV en fiets zijn hier niet in opgenomen. Er is wel rekening gehouden met de aanwezigheid van OV en (nieuwe) fietsverbindingen door dit te vertalen naar lagere parkeernormen en daardoor een lagere verkeersgeneratie voor Maasterras.

In de stedenbouwkundige randvoorwaarden (bijlage 1 bij de regels) wordt vastgelegd waar en hoe de langzaam verkeersbindingen worden aangelegd. Door een gewijzigde vaststelling krijgt dit ook juridisch doorwerking in de regels. Zie hiervoor de staat van wijzigingen opgenomen in de deel D van deze nota. •

Plannen stadsbrug: het verkeersonderzoek heeft een eerste inzage in de gevolgen voor de verkeersafwikkeling en het wegennet gegeven. Er is wel meer voorbereiding en afstemming tussen alle betrokken partijen nodig. Verzoek is om de gevolgen voor de bereikbaarheid in breder verband te onderzoeken en een brede afweging te maken. Antwoord: zie hiervoor de thematische beantwoording in deel A van deze nota, onder de thema’s ‘publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers’ en ‘mobiliteit’.

•

Busremise: Verplaatsing van de busremise kan effect hebben op de dienstregeling en daarmee de kwaliteit van het openbaar vervoer. Verzoek is de gevolgen van de verplaatsing van de busremise te onderzoeken en een overwogen afweging te maken. Antwoord: De gemeente is samen met de provincie op zoek naar een geschikte nieuwe locatie van Qbuzz binnen de gemeente. Tot die tijd kan Qbuzz de locatie binnen het plangebied blijven gebruiken op basis van het overgangsrecht. Daarmee is de kwaliteit van het openbaar vervoer gewaarborgd.

3. Havenspoorlijn De Zeehaven is voor de provincie een belangrijk watergebonden bedrijventerrein waar hoge-milieu categorieën zich kunnen vestigen. Duurzame en efficiënte bereikbaarheid van goederenvervoer naar dit gebied is belangrijk voor de huidige bedrijven en ook voor een duurzaam en kwalitatief vestigingsklimaat in de toekomst. De manier waarop de eerder genoemde belangen zijn meegenomen in het voornemen tot wegbestemmen is onvoldoende inzichtelijk. Indiener zienswijze gaat hierover graag in gesprek. Antwoord: Zie hiervoor de thematische beantwoording in deel A van deze nota, thema ‘publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers’ 4. Detailhandel In het bestemmingsplan is ruimte gereserveerd voor 1050 m2 winkeloppervlak. Het risico bestaat dat het aanbod verspreid wordt over de nieuwe woonwijk. Dit is in strijd met het provinciaal Omgevingsbeleid. Verzoek is om te borgen dat de nieuwe detailhandel geconcentreerd gerealiseerd gaat worden. Antwoord:

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 74

Het bestemmingsplan zal op dit onderdeel aangevuld worden. Zie hiervoor deel D van deze nota: de staat van wijzigingen. 5. Detailhandel Hub Het bestemmingsplan Maasterras maakt naast de nieuwe winkelconcentratie ook 500m² detailhandel mogelijk binnen de functieaanduiding groen – park 1 (artikel 3.4, onder c). Het gaat hierbij om bijbehorende voorzieningen ten behoeve van een mobiliteitshub. De mobiliteitshub wordt niet gedefinieerd in de planregels. Verzoek is om detailhandel op die locatie te schrappen omdat het strijdig is met de Omgevingsverordening. Antwoord: Het betreft hier functiegebonden kleinschalige detailhandel in de vorm van bijvoorbeeld een gemakswinkel in de parkeerhub. De parkeerhub moet daarbij gezien worden als een locatie met veel bezoekers als het gaat om deelmobiliteit, snelfietsroute F16, knooppunt bus, en last mile vervoer naar de haltes City Sprinter Dordrecht en Zwijndrecht. De ZHOV laat dit toe als het gaat om kleinschalige detailhandel. Aangezien de gewijzigde stedenbouwkundige opzet niet voorziet in andere functies dan parkeren stellen wij voor de detailhandel binnen de bestemming Groen – Park 1 te schrappen. Zie de staat van wijzigingen in deel D van deze nota.

Mocht in de toekomst toch behoefte bestaan aan een dergelijke functie dan zal dat buitenplans aangevraagd kunnen worden, met daarbij concrete toetsing aan de regels uit de provinciale verordening. 6. Dienstverlening is in het bestemmingsplan als volgt gedefinieerd: “Dienstverlening door een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak een winkelkarakter heeft en daarbinnen passende diensten verleent gericht op het publiek, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, makelaars, videotheken, banken, reis- en uitzendbureaus e.d. Onder dienstverlening worden belhuizen en internetcafé's niet begrepen.” Verzoek is om in de definitie het begrip ‘winkelkarakter’ te schrappen en expliciet aan te geven dat onder dienstverlening detailhandel niet is begrepen om strijdigheid met artikel 6.13 Detailhandel uit de Omgevingsverordening uit te sluiten. Antwoord: Deze begripsbepaling wordt in alle bestemmingsplannen van de gemeente gebruikt. Wij hebben er geen bezwaar tegen om dit op de gevraagde wijze aan te passen en dat voortaan als nieuwe standaard voor Dordrecht te hanteren. Zie de staat van wijzigingen in deel D van deze nota. 7. Compensatie bedrijventerreinen Op 26 september 2023 heeft Gedeputeerde Staten de regionale bedrijventerreinenvisie van de Drechtsteden goedgekeurd (PZH-2023-838962813).

Hierin is het bedrijventerrein op de locatie van Maasterras fase 1 opgenomen als transformatielocatie waar feitelijke compensatie mogelijk is. In het bestemmingsplan is een toelichting opgenomen over de uitwerking van deze feitelijke compensatie. Hierin kan indiener zienswijze zich vinden. Alleen moet nog voor vaststelling van het bestemmingsplan een alternatieve compensatielocatie gevonden worden voor de busremise. Antwoord: Voor de nieuwe locatie van Qbuzz hebben gaan wij uit van een locatie die niet aangewezen is als bedrijventerrein in de provinciale verordening. Mocht in overleg met de provincie toch een locatie worden gekozen die is aangewezen als bedrijventerrein, dan zal in dat kader ook voldaan moeten worden aan compensatieverplichting. Dat is dan onderdeel van de gesprekken met de provincie. 8. Kantoren In de planregels van het bestemmingsplan worden kantoren mogelijk gemaakt. Er is echter geen maximum m² opgenomen. Ook ontbreekt een regeling/motivering voor de onderbouwing van de behoefte middels de regionale planlijst. Wij verzoeken het aantal

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 75

vierkante meters kantoren in de plan regels te maximaliseren en dit aantal vierkante meters op te nemen in de regionale planlijst. Antwoord: Wij kunnen instemmen met dit verzoek. Aan het bestemmingsplan zal een regel worden toegevoegd dat maximaal 10.000 m2 BVO aan kantoor is toegestaan. Zie de staat van wijzigingen in deel D van deze nota. 9. Externe veiligheid Het huidige groepsrisico is 2,4 maal de oriëntatiewaarde en gaat naar 3,3 maal de oriëntatiewaarde. Met deze zienswijze wordt de verhoging van het bestaande groepsrisico nogmaals bij de gemeenteraad van Dordrecht onder de aandacht gebracht. Het is van groot belang dat een goede afweging wordt gemaakt en dat bij vaststelling van het bestemmingsplan de overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico is verantwoord en er een goede afweging is gemaakt. Antwoord: In de structuurvisie "Dordrecht 2040" uit 2012 heeft de gemeenteraad van Dordrecht voor het eerst besloten over gebiedsgericht groepsrisicobeleid, inclusief een maximaal toelaatbaar groepsrisico van 4 maal de oriëntatiewaarde in de stationsomgeving (tussen brug en station). In de omgevingsvisie 1.0 uit 2022 heeft de raad dit beleid nogmaals bekrachtigd. Bij de vaststelling van dit plan zal de hoogte van het groepsrisico ook nu weer aan de raad worden voorgelegd met de vermelding dat de hoogte van het groepsrisico past binnen ons omgevingsbeleid.

De plantoelichting zal op dit onderdeel worden aangevuld zoals aangegeven in de staat van wijzigingen (zie deel D van deze nota). 10. Externe veiligheid maatregelen Er is geen aandacht besteed aan de risicocommunicatie, vlucht- en schuilmogelijkheden en de door de veiligheidsregio geadviseerde maatregelen. Op basis van de beleidsregel ‘groepsrisico en ruimtelijke ordening’ van de provincie Zuid-Holland moeten deze aspecten meegenomen zijn in de verantwoording van het groepsrisico. Antwoord: Dit plan is flexibel van opzet en heeft tot doel de stedenbouwkundige randvoorwaarden opgenomen als bijlage 1 bij het bestemmingsplan te realiseren. De gekozen opzet heeft een hoog abstractie niveau dit maakt het lastig om in detail in te gaan op de aspecten beheersbaarheid en zelfredzaamheid. Dit neemt niet weg dat aan de toelichting op dit bestemmingsplan een beschrijving op hoofdlijnen voor de aspecten beheersbaarheid en zelfredzaamheid wordt toegevoegd. Het bestemmingsplan moet op het niveau van deelgebieden verder worden uitgewerkt. In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is in artikel 9.6 "Aanvraagvereisten omgevingsvergunning" bepaalt dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen of inrichting openbaar gebied minimaal per buurt een stedenbouwkundig plan moet worden ingediend.

Dit plan heeft het juiste detailniveau voor beoordeling van de aspecten beheersbaarheid en zelfredzaamheid en voor zal advies worden voorgelegd aan de Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid. Overigens is het niet zo dat het plan en planregels leiden tot een zeer onveilige situatie. In het raamwerk voor de inrichting van maasterras zijn een aantal voor externe veiligheid essentiële keuzes gemaakt: • De regels laten het bouwen binnen een brandaandachtsgebied niet toe. Binnenshuis verblijvende personen zijn in het hele plangebied beschermd tegen dit optredende scenario. • De nieuwbouwwoningen worden gebouwd onder het BENG-regime. Dit regime stelt vanuit energetisch perspectief hoge eisen aan ventilatie en luchtdichtheid van een gebouw. Dit samen met de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) met betrekking tot afschakelbare mechanische ventilatie zorgen er voor dat in huis schuilen bij een incident met toxische stoffen de meest veilige optie is.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 76

•

De eerstelijns bebouwing bevindt zich op ten minste 90 meter vanaf de zijkant van het spoor maar ruim binnen het explosieaandachtsgebied door het instellen van een explosie voorschriftengebied worden de woningen verplicht voorzien van de in het BBL opgenomen maatregel t.a.v. scherfvrijglas. De afstand tot het spoor is zodanig dat niet gevreesd hoeft te voor het bezwijken van gebouwen als gevolg van overdruk. Het voorschriftengebied zal bij de eerst volgende wijziging van het omgevingsplan ook formeel in onder de Omgevingswet een regeling krijgen.

11. Zoekgebied kinderdagverblijven Er zijn in het stedenbouwkundig plan twee zoekgebieden voor kinderdagverblijven en één zoekgebied voor een basisschool aangegeven. Deze liggen allemaal in het EAG waar geen zeer kwetsbare gebouwen gebouwd mogen worden. Het verzoek is bij het stedenbouwkundig plan de regeling voor externe veiligheid correct over te nemen. Antwoord: Het Masterplan (en de opvolger daarvan) geeft een richting aan de ontwikkeling. Zoals hierboven is beschreven dient bij de aanvraag om omgevingsvergunning een stedenbouwkundig plan voor het betreffende deelgebied te worden ingediend. De locatie van zeer kwetsbare bestemmingen maken deel uit van een dergelijk plan. De regels behorende bij dit plan maken vestiging van dit type gebouwen niet mogelijk. Naar aanleiding van deze zienswijze is de aanvraagvereiste bij een omgevingsvergunning aangepast en is ook overleg met de veiligheidsregio voorgeschreven. Zie hiervoor de Staat van wijzigingen in deel D van deze nota. 12. Evenementen Binnen de bestemming Groen- park1 worden evenementen mogelijk gemaakt in de veiligheidszone. Er is geen maximum aantal bezoekers opgenomen. De planregels sluiten grote evenementen niet per definitie uit.

Het verzoek is hier nog nader op in te gaan en te beschrijven hoe wordt omgegaan met risicocommunicatie, bereikbaarheid voor de hulpdiensten en zelfredzaamheid, zoals benoemd in de beleidsregel groepsrisico en ruimtelijke ordening van de provincie Zuid-Holland. Antwoord: In de toelichting op het bestemmingsplan is aangegeven dat er ruimte wordt geboden aan middelgrote evenementen tot circa 20.000 bezoekers (categorie 3 evenementen). In de regels (artikel 3.4) is het maximaal te houden aantal evenementen per evenementencategorie gereguleerd. Gelet op het aantal evenementen en de categorie evenementen is in de risicoanalyse is rekening gehouden met de jaarlijkse aanwezigheid ca. 100.000 bezoekers. Dit leidt niet tot conflicten met het door Dordrecht in de omgevingsvisie vastgestelde veiligheidsbeleid. Het plan biedt ruimte aan evenementen maar geeft niet aan welke evenementen plaatsvinden. Dit wordt jaarlijks bepaald. Dan is duidelijk welke evenementen in welke vorm en omvang plaatsvinden. Deze evenementen zijn op grond van de APV vergunning plichtig. Deze vergunning ziet toe op de veiligheidsaspecten van het evenement. Gegeven de ligging van het Maaspark zal per evenement worden bekeken welke veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn (inclusief aspecten als risicocommunicatie, bereikbaarheid voor de hulpdiensten en zelfredzaamheid).

De toelichting op het plan zal in deze zin worden aangepast. Overigens is door de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan, met behoud van het emplacement, de fysieke ruimte om grote evenementen te organiseren fors beperkt. 13. Nestgeluid In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt rekening houdt met nestgeluid van afgemeerde schepen. De toelichting op het bestemmingsplan Maasterras fase 1 maakt niet duidelijk of nestgeluid is meegenomen in de berekeningen. Het verzoek is rekening te houden met nestgeluid en in de toelichting aan te geven hoe dit wordt gedaan. Antwoord: Het akoestisch onderzoek en de toelichting wordt op dit onderdeel aangevuld.

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 77

Zienswijze 22 (waterschap) De zienswijze d.d. 22 januari 2024 is op 22 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk. 1. De door het waterschap vertegenwoordigde belangen (veiligheid van de waterkering en het functioneren van het watersysteem) moeten beter benadrukt worden. Het verzoek is om een tekstvoorstel over te nemen in paragraaf 2.5.4.1 en 2.5.6.1 en artikel 12. Antwoord: De toelichting en regels bij het bestemmingsplan worden op dit onderdeel aangevuld. Zie hiervoor de staat van wijzigingen opgenomen in deel D van deze nota.

2. Verder graag vermelden dat de ruimte voor efficiënt en doelmatig beheer en onderhoud van waterstaatswerken en kunstwerken geborgd moet zijn. Antwoord: De toelichting bij het bestemmingsplan worden op dit onderdeel aangevuld.

3. Verwerken in het plan dat er ter plaatse een gemaal aanwezig is (hoofdgemaal Weeskinderendijk) en dat met waterschap hierover, en over het waterbeheer, in overleg moet worden getreden. Antwoord: De toelichting bij het bestemmingsplan wordt op dit onderdeel aangevuld.

Zienswijze 23 (gemeente Hendrik-Ido-Ambacht) De zienswijze d.d. 30 januari 2024 is op 1 februari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk. 1. Afsluiten Stadsbrug De afsluiting van de burg heeft zeer grote consequenties voor o.a. de gemeente Hendrik Ido Ambacht. Het verkeer dat van de stadsbrug gebruik maakt heeft vervolgens alleen de A16 als optie. Dat zal de nodige congestie tot gevolg hebben, niet alleen op de A16, maar ook voor de Sandelingenknoop, wat weer de doorstroming zal belemmeren op de Hendrik Ydenweg, de Ambachtsezoom en het viaduct over de A16. Dit is al een jaren een probleem, maar dat zal alleen maar groter worden. Antwoord: Wij komen aan deze zienswijze tegemoet door de stadsbrug te behouden voor autoverkeer van en naar Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht. In overleg met o.a. RWS is in het kader van het traject Bas Kurvers (zie deel A Thema: publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers) gekozen voor een aangepaste verkeerstructuur met behoud van autoverkeer op de stadsbrug en een gewijzigde aanlanding: de variant verkorte aanlanding. De eerste onderzoeksresultaten uit het verkeeronderzoek zijn inmiddels met u gedeeld. Daarbij is de werkafspraak gemaakt dat we gezamenlijk tot een nadere uitwerking komen en eventuele verkeersknelpunten bespreken. 2.

Alternatief voor calamiteitenroute De Stadsbrug fungeert ook als alternatieve route als op de A16 zich een calamiteit voordoet. Daarom moet deze behouden worden. Antwoord: Wij komen aan deze zienswijze tegemoet door de stadbrug te behouden voor autoverkeer van en naar Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht.

3. Gevolgen voor Dordrecht als centrumgemeente

Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1

Pagina 78

Veel bewoners van Hendrik Ido Ambacht maken gebruik van de brug om de voorzieningen in Dordrecht te bereiken. Door het wegvallen van die route wordt de bereikbaarheid van de Dordtse binnenstad beperkt. Het afsluiten van de brug belemmert ook datgene wat met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bedoeld. Antwoord: Wij komen aan deze zienswijze tegemoet door de stadbrug te behouden voor autoverkeer van en naar Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht. 4. Onderzoek effecten afsluiting Aangegeven is dat in samenspraak met Rijkswaterstaat en gemeente Zwijndrecht in de komende periode nader onderzoek wordt gedaan naar de lokale en regionale effecten en mogelijke maatregelen. Dat het voornemen tot afsluiting nu al opgenomen is, zonder onderzoek naar de consequenties voor betrokken gemeenten, is voorbarig. Aangedrongen wordt ook de effecten mee te nemen die verder reiken dan gemeente Dordrecht en gemeente Zwijndrecht. En in navolging (en onderschrijving) van de zienwijze van de gemeente Zwijndrecht wordt gevraagd ook Hendrik Ido Ambacht mee te nemen in het traject. Antwoord: Wij komen aan deze zienswijze tegemoet door de stadbrug te behouden voor autoverkeer van en naar Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht. 5. Tot slot De voorgenomen plannen hebben de gemeente Hendrik Ido Ambacht verrast. Het was logisch geweest hen te betrekken in het voortraject.

Antwoord: De voorkeursvariant zonder autoverkeer op de stadsbrug is pas laat in beeld gekomen. Op dat moment had inderdaad afstemming moeten plaatsvinden. Dat is om verschillende redenen toen niet gebeurd. Dat had uit oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding wel gemoeten. Met het traject Bas Kurvers is een traject ingezet waarbij we wel tijdig met elkaar overleggen. Wij willen deze wijze van samenwerking graag voorzetten richting de toekomst. Inmiddels zijn daar werkafspraken over gemaakt.

Zienswijze 24 (gemeente Zwijdrecht) De zienswijze d.d. 29 januari 2024 is op 1 februari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/916/documents/41231