2-Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1 (GEWIJZIGDE VERSIE 25-06-2025 - O.V.V. GOEDKEURING RAAD VAN ERRATUM).pdf
Tekst van het document
1. Proces Indiener zienswijze was verrast door de voorgenomen plannen. Er is frequent overleg, maar het verschil van inzicht over een autovrije brug bestaat nog steeds. Er had eerst een impactanalyse gedaan moeten worden met een gezamenlijk conclusie van Dordrecht, Zwijndrecht en Rijkswaterstaat alvorens door te gaan met de studie. Een ontwerpbestemmingsplan ter inzage leggen waarin vooruitgelopen wordt op de uitkomst van een gezamenlijke studie is de omgekeerde volgorde. Antwoord: De voorkeursvariant zonder autoverkeer op de stadsbrug is pas laat in beeld gekomen. Op dat moment had inderdaad afstemming moeten plaatsvinden. Dat is om verschillende redenen toen niet gebeurd. Dat had uit oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding wel gemoeten. Met het traject Bas Kurvers is een traject ingezet waarbij we wel tijdig met elkaar overleggen. Wij willen deze wijze van samenwerking graag voortzetten richting de toekomst. Inmiddels zijn daar werkafspraken over gemaakt.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 79
2. Spoorzone ontwikkeling Dordrecht-Zwijndrecht Beide gemeentes werken sinds 2018 gezamenlijk samen aan de uitvoering van een gezamenlijk ambitiedocument. Zwijndrecht heeft altijd ambtelijk aangegeven dat een autovrije brug niet acceptabel is vanwege de centrumvoorzieningen die in Dordrecht zijn gelegen. Antwoord: Wij komen aan deze zienswijze tegemoet door de stadsbrug te behouden voor autoverkeer van en naar Zwijndrecht. In overleg met o.a. RWS is in het kader van het traject Bas Kurvers (zie deel A Thema: publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers) gekozen voor een aangepaste verkeerstructuur met behoud van autoverkeer op de stadsbrug en een gewijzigde aanlanding: de variant verkorte aanlanding. De eerste onderzoeksresultaten uit het verkeeronderzoek zijn inmiddels met u gedeeld. Daarbij is de werkafspraak gemaakt dat we gezamenlijk tot een nadere uitwerking komen en eventuele verkeersknelpunten bespreken. Dit zal in goede samenwerking worden opgepakt. In dat kader zal ook nagegaan worden of we wel of niet de klantwens inbrengen voor vrachtverkeer op de stadsbrug en hoe we tot een gewenste weginrichting komen, inclusief de inpassing van het metropolitane fietspad. 3. Afstemming In 2022 is het bestemmingsplan verbrede reikwijdte Stationskwartier gemaakt, waarin ook de nieuwe verkeersontsluiting (afritten stadsbrug) is verwerkt.
Daar zijn marktpartijen voor gezocht en een WBI-aanvraag voor voorbereid. Het bestemmingsplan Maasterras is zonder verdere afstemming gemaakt. Dit beperkt de onderlinge verbinding verder en staat in schril contrast tot de samenwerking die beoogd was met de ontwikkeling van de Spoorzone, die de verbindingen juist moest verbeteren. Antwoord: Zie de beantwoording onder 2. Nu we tegemoet komen aan uw zienswijze voor het onderdeel stadsbrug is ook de belemmering weg om gezamenlijk in te zetten op de uitvoering van het ambitiedocument en de inzet van WBI-gelden. 4. Gezamenlijk klantwens voor renovatie Verkeersbrug Dordrecht Het voornemen in het bestemmingsplan om de aanlanding van de brug te verwijderen (en de brug dus autovrij te maken) is niet in lijn met de ingestuurde klantwens (meer ruimte voor voet- en fietsverkeer, maar ook autoweg geschikt voor bus- en vrachtverkeer) voor de brugrenovatie naar Rijkswaterstaat die als bestuurlijk compromis in de Stuurgroep Dordrecht-Zwijndrecht is bekrachtigd. Antwoord: Zie de beantwoording onder 2. 5. Standpunt Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat heeft aangegeven niet mee te willen gaan in de klantwens van Dordrecht voor een verkeersbrug met alleen langzaam verkeer en nood- en hulpdiensten.
Waarom worden de plannen dan toch doorgezet en wat is er uit de gesprekken met Rijkswaterstaat gekomen, waaruit blijkt dat de autovrije brug met zekerheid doorgang kan vinden? Antwoord: Zie de beantwoording onder 1. De uitkomsten van het traject Bas Kurvers en het besluit de stadsburg voor autoverkeer te behouden is een nieuw vertrekpunt om in samenwerking tussen beide gemeenten tot een klantwens richting RWS te komen. 6. Effect op Zwijndrecht Rijkswaterstaat heeft modellen laten zien in de situatie dat de brug tijdelijk is afgesloten als gevolg van groot onderhoud. In die modellen is te zien dat er veel congestie optreed in
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 80
Zwijndrecht door de afsluiting van de brug en dit zich concentreert rondom de op- en afritten van de A16 en de route daar tussen. Hierdoor wordt de interne verkeersstructuur sterker belast en komt de bereikbaarheid van de nood- en hulpdiensten onder druk te staan. Ook neemt de kans op verkeersongevallen toe en kunnen vanwege de toename van het aantal verkeersbewegingen de wegen in de Zwijndrechtse Spoorzone niet worden afgewaardeerd in het kader van het STOMP-principe. Antwoord: Wij komen aan deze zienswijze tegemoet door de stadbrug te behouden voor autoverkeer van en naar Zwijndrecht. 7. Bereikbaarheid van Dordrecht als centrumgemeente Het centrum en de voorzieningen van Dordrecht worden voor inwoners van Zwijndrecht en de Zwijndrechtse Waard minder bereikbaar door het streven van Dordrecht om te komen tot een autovrije brug. Het voorgenomen besluit is contraproductief voor de ruimtelijkeconomische samenwerking in onze regio. Het doet daarnaast afbreuk aan de rol van Dordrecht als centrumgemeente. Antwoord: Wij komen aan deze zienswijze tegemoet door de stadbrug te behouden voor autoverkeer van en naar Zwijndrecht. 8. Woningbouwprogrammering De woningbouwprogramma's van Zwijndrecht en Dordrecht zouden elkaar aanvullen waardoor Zwijndrecht als kleinere gemeente kon volstaan met minder voorzieningen.
Met het afwaarderen van de brug worden de voorzieningen van Dordrecht minder bereikbaar en de gezamenlijke woningbouwambitie minder aantrekkelijk. Ook ziet gemeente Zwijndrecht graag een onderbouwing voor de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan vanwege de hoge programmering met voornamelijk appartementen. Antwoord: Ruimtegebrek dwingt tot bouwen in hoge dichtheid en meer appartementen. Binnen dat programma is differentiatie in diverse woningtypes uitgewerkt waarbij ook ruimte is voor grondgebonden woningen. Nadere afstemming over het woningbouwprogramma zal plaatsvinden in de reguliere afstemming regionale woningbouwprogrammering. 9. Doorgang projecten in Zwijndrecht In Zwijndrecht staan conform de met het rijk en in de Verstedelijkingsalliantie afgesproken programmering een aantal infrastructurele ingrepen in de planning. Deze kosten worden gemaakt op basis van het gezamenlijk ambitiedocument, de gezamenlijke WBI-aanvraag en de antwoorden die zijn ontvangen op de ingediende gezamenlijke klantwens en om de verdere ontwikkeling van het Stationskwartier aan Zwijndrechtse zijde mogelijk te maken. Antwoord: Wij komen aan deze zienswijze tegemoet door de stadbrug te behouden voor autoverkeer van en naar Zwijndrecht. 10. OER / MER In de OER lijkt volledig voorbij te zijn gegaan aan het bestaan van Zwijndrecht en het effect van de plannen op Zwijndrecht.
Dit behoeft aanpassing waarbij een oprechte verkenning van een variant met brug met autoverkeer dient plaats te vinden. Antwoord: Effecten zijn deels in beeld gebracht, met name de verkeersafwikkeling en deels niet, met name op de onderdelen zoals hiervoor genoemd zoals voorzieningen en woningmarkt. Door autoverkeer weer toe te staan op de stadsbrug lijkt de noodzaak om deze effecten nader te beschouwen niet meer aanwezig.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 81
In dit kader is de werkafspraak gemaakt om gezamenlijk te komen tot een aanvulling van de OER. Voor zover Zwijndrecht nadelige effecten voorziet wordt dat meegenomen in de uitwerking van de OER. 11. Bouwhoogte In het ontwerpbestemmingsplan is de maximale bouwhoogte 40 meter. In het Masterplan en de media wordt echter aangegeven dat er hoogbouw komt die hoger is dan de Grote Kerk. Waarom wil Dordrecht hoger bouwen dan de Grote Kerk? Antwoord: De bouwhoogtes zijn gebaseerd op het beleid uit de omgevingsvisie waarin voor de hele stad de analyse is gemaakt waar tot welke hoogte kan worden gebouwd zonder het stadsgezicht van Dordrecht aan te tasten. 12. Samenvattend Gemeente Zwijndrecht ageert op zowel het bestemmingsplan als tegen de OER (MER). Een goede ruimtelijke ordening vraagt om juist afwegen van belangen. Er zijn nu nog teveel open eindjes. Ook wordt in de toelichting aangegeven dat pas tot vaststelling wordt overgegaan als er overleg is geweest is met de gemeente Zwijndrecht. Indiener zienswijze ziet deze toegezegde afstemming met belangstelling tegemoet. In afwachting daarvan kunnen zij zich niet vinden in het bestemmingsplan en de OER. Antwoord: Wij gaan er vanuit dat met de voorgestelde planaanpassingen ook de open eindjes aan elkaar zijn geknoopt. Wij kijken uit naar een goede samenwerking in de toekomst.
Zienswijze 25 (Rijkswaterstaat) De zienswijze d.d. 31 januari 2024 is op 1 februari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk.
1. Vooroverlegreactie is niet verwerkt of beantwoord in het ontwerpbestemmingsplan of de OER. Antwoord: De vooroverlegreactie is verwerkt in de OER en het ontwerpbestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan is dat in hoofdstuk 2 per omgevingsaspect aangegeven. Zie bijvoorbeeld paragraaf 2.2.5 van het ontwerpbestemmingsplan als het gaat om de voorgenomen afsluiting van de Stadsbrug voor autoverkeer of 2.3.5. als het gaat om geluid. 2. Geluid Het akoestisch onderzoek is niet akkoord, want is nog niet officieel vrijgegeven en bevat foutmeldingen. Is dit de definitieve versie? Antwoord: Door uitkomsten van het traject Bas Kurvers (zie deel A Thema: publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers ) bleek het ook noodzakelijk het akoestisch onderzoek te actualiseren. De uitkomsten van dit aangepaste onderzoek zijn gedeeld met Rijkswaterstaat. De bedoelde foutmeldingen zijn hersteld. 3. Geluidregister In de rapportage staan zowel berekeningsresultaten voor voorkeursvariant als voor het bestemmingsplan fase 1. De berekende resultaten voor voorkeursvariant zijn niet gebaseerd op de gegevens uit het geluidregister, die van het bestemmingsplan wel. Hoe verhouden de resultaten zich tot elkaar? Is de indeling van bestemmingsplan fase 1 gelijk aan (een deel van) voorkeursvariant? Is de voorkeursvariant dusdanig ingrijpend dat
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 82
wijziging van het geluidregister noodzakelijk is? Zijn de voor fase 1 benodigde geluidmaatregelen in dat geval nog toereikend? Antwoord In het kader van het bestemmingsplan Maasterras fase 1 laten wij de koppeling met fase 2 los. Voor fase 2 gaan we een afzonderlijk project starten waar we in samenwerking met o.a. RWS in beeld gaan brengen onder welke voorwaarden hier woningbouw mogelijk is. Daarbij zijn de belangen van RWS nadrukkelijk in beeld. Eventuele woningbouwontwikkeling zal via een afzonderlijke procedure in gang worden gezet. Met het in dit stadium laten vervallen van fase 2 vervalt ook de noodzaak tot aanpassingen aan de rijksinfrastructuur en is in het akoestisch onderzoek alleen nog uit gegaan van het vastgestelde geluidproductieplafond (afkomstig uit het geluidregister). 4. Versie Van welke versie van het geluidregister is gebruik gemaakt voor de berekeningen van bestemmingsplan fase 1? Antwoord: Voor de verkeersgegevens is gebruik gemaakt van de versie van 20230608. 5. Cumulatief geluid Het cumulatief geluid is bekeken en komt uit op maximaal 70 dB. Er is echter geen aandacht voor beoordeling van de aanvaardbaarheid. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is dit wel gewenst. Antwoord: De toelichting is op dit onderdeel aangevuld, zie hiervoor paragraaf 2.3.4.4. 6.
Voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld moet het volledige akoestische rapport worden doorgestuurd. Zolang dat er niet is, kan niet ingestemd worden met het plan. Antwoord: Het aangepaste rapport is inmiddels toegestuurd. 7. Geluidsschermen Tijdens het vooroverleg is al aangegeven dat Rijkswaterstaat medewerking gaat verlenen aan het realiseren van een geluidsscherm langs de A16, als blijkt dat het technisch mogelijk is. Graag ontvangt Rijkswaterstaat tijdig de juiste informatie zodat beoordeeld kan worden of Rijkswaterstaat medewerking kan verlenen. Antwoord: In het bestemmingsplan is nog open gelaten of het wenselijk is dat er een geluidscherm langs de A16 gebouwd gaat worden. Dat zal pas duidelijk worden bij de nadere stedenbouwkundige uitwerking. Mogelijk blijken andere maatregelen effectiever. Zodra duidelijk is dat de gemeente een geluidscherm wil realiseren zoeken wij afstemming met Rijkswaterstaat. 8. Tevens is de gemeente eigenaar van het scherm. De voorwaardelijke verplichting die in het bestemmingsplan is opgenomen (artikel 9, lid 3 sub 3) is daarom de verantwoordelijkheid van de gemeente. Antwoord: Gelet op het antwoord onder punt 7 zal deze voorwaardelijke verplichting worden geschrapt. 9. In artikel 6 (Verkeer) lid 2.2 is er sprake van geluidschermen van 20 meter. Het is indiener zienswijze niet duidelijk waar en waarom deze schermen gepland zijn.
Graag toelichting hierop.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 83
Antwoord: De maat van 20 meter is flexibel bedoeld, niet als voorgenomen bouwhoogte. Vanuit een goede ruimtelijke ordening bestaat er vanuit de gemeente geen bezwaar om hier een bouwhoogte tot 20 meter toe te staan als dat kan bijdragen aan een akoestisch betere situatie. Dat het onwaarschijnlijk is dat deze bouwhoogte volledig zal worden benut maakt dat niet anders.
10. Geluidszone industrie Rijkswaterstaat is tegen de mogelijkheid om milieu-activiteiten op het industrieterrein Zeehavens af te waarderen tot een 5dB(A) minder hoge geluidsbelasting, vanwege hun werkzaamheden op Duivelseiland/Krabbegors. Verzocht wordt deze mogelijke oplossing uit de Toelichting (en OER) in paragraaf 2.3.4.4 Geluid onder d. te schrappen als oplossing voor optimalisatie en te borgen dat de bouw van woningen in de Geluidzone industrie niet mogen leiden tot beperkingen in de gebruiks- en milieuruimte van het industrieterrein. Antwoord: De ontwikkeling van fase 1 wordt geheel losgekoppeld van fase 2. Voor fase 2 gaan we een afzonderlijk project starten waar we in samenwerking met o.a. RWS in beeld brengen onder welke voorwaarden woningbouw 2 mogelijk is. Daarbij zijn de belangen van RWS nadrukkelijk in beeld. In dat kader is inmiddels een overleg gestart over de mogelijke MIRT-aanmelding afslag 21 en is de gebruiksruimte voor Duivelseiland als bruggenwerf in een vergunning vastgelegd. 11. Mobiliteitseffecten Er wordt gesproken over het autovrij maken van de brug, deze term klopt niet met hetgeen Dordrecht van plan is. De juiste term is autoluw. Antwoord: Met het toestaan van autoverkeer op de stadsbrug kan de zienswijze op dit onderdeel buiten beschouwing blijven. 12.
Inzicht verkeerseffecten en maatregelen Met de verkeerskundige analyse (bijlage 10) komt de gemeente tegemoet aan het eerder verzoek in het kader van het wettelijke vooroverleg. Deze analyse is echter nog niet volledig of roept vragen op: •
•
•
•
verkeerstoename en knelpunten op de A16 en de N3 die de doorstroming van de A16 in de toekomst meer en versneld onder druk zetten (I/C-waarden >0.9). Het opnemen van een autoluwe verkeersbrug in het plan zorgt voor het grootste deel van de toename van deze verkeersdruk op met name de A16. Hiernaast ontstaat er op het wegennet van Zwijndrecht een knelpunt (rotonde Burgemeester Doumaweg – Koninginneweg) dat ernstig terugslaat op de A16 en daardoor de doorstroming en verkeersveiligheid hindert. De gemeente Dordrecht is in overleg getreden met Rijkswaterstaat en de gemeente Zwijndrecht en heeft verschillende werksessies met het thema verkeer gehouden. Resultaat hiervan is onder andere dat een vervolgonderzoek is gestart naar de effecten van mogelijke oplossingen voor het k nelpunt in Zwijndrecht. De resultaten van dit vervolgonderzoek zijn nog niet in detail besproken met alle partijen. Er is dus nog geen consensus tussen partijen over een maatregel die het knelpunt in voldoende mate oplost. Dit is nodig om te kunnen spreken van een kansrijke maatregel. Met bovenstaande inzichten staat Rijkwaterstaat negatief tegenover het autoluw (of autovrij) inrichten van de Verkeersbrug Dordrecht, gezien de grote effecten daarvan op de doorstroming en verkeersveiligheid op de A16.
Hiernaast is het inzicht in de verkeerseffecten nog niet volledig alsmede de mogelijke maatregelen voor geconstateerde knelpunten en consensus daarover tussen de partijen en borging van de realisatie. Daarom kan ik niet instemmen met uw plan.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 84
Antwoord: In overleg met o.a. RWS is in het kader van het traject Bas Kurvers gekozen voor een aangepaste verkeerstructuur met behoud van autoverkeer op de stadsbrug en een gewijzigde aanlanding: de variant verkorte aanlanding. De resultaten van het aangepaste verkeersonderzoek zijn voorgelegd aan Rijkswaterstaat en laten zien dat potentiële knelpunten op de A16, N3 en aansluitingen op het onderliggend wegennet fors minder worden. Feit blijft dat een dergelijke grote ontwikkeling altijd effect heeft op het gebruik van (rijks)wegen. 13. Renovatie Verkeersbrug en aanbrug Dordrecht. Voor een autoluwe Verkeersbrug dient een fundamentele wijziging in de geplande renovatie van de brug te worden doorgevoerd. Dit vraagt besluitvorming bij het ministerie van I&W en een aanvullende opdracht aan Rijkswaterstaat om hiervoor een verkenning uit te voeren. In de planning én in het benodigde budget is geen ruimte om nog wijzigingen door te voeren in de scope van het komende renovatieproject. Antwoord: De uitkomsten van het traject Bas Kurvers omvatten mede afspraken over de renovatie van de brug. 14. Aanpassing regels. Rijkswaterstaat kan, als eigenaar van de brug alsmede de aanbrug en de rijksgronden, niet instemmen met uw plan om het gebruik van de Verkeersbrug aan te passen en de huidige aanbrug te verwijderen.
Verzocht wordt de regels hierop aan te passen zodat de brug weer een positieve bestemming krijgt. Antwoord: Aan deze zienswijzen zijn wij tegemoet gekomen door autoverkeer op de stadsbrug toe te staan. 15. Nautisch belang Halte watertaxi /aanlegplaats voor een watertaxi moet getoetst worden aan de nautische veiligheid. De locatie van een halte kan alleen in een zogenaamde inkassing. De halte wordt nu bestemd in de gebiedsaanduiding ‘Haven’. Het realiseren van een halte is ook vergunningplichtig. Antwoord: De regels in het bestemmingsplan die een aanlegplaats voor een watertaxi toestaan laten onverlet dat er nog een vergunning nodig is die het nautisch belang toetst. De gemeente zal hierover tijdig in contact treden met Rijkswaterstaat. 16. Vrijwaringszone Vaarweg Bouwen binnen de vrijwaringszone Vaarweg (25 meter) is enkel mogelijk na instemming van Rijkswaterstaat. Op de Verbeelding is de Gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone Vaarweg’ correct opgenomen. In de planregels is deze bestemming niet nader verwoord. U dient de planregels hierop aan te vullen. Antwoord: Deze planregels zijn inderdaad ten onrechte niet opgenomen. Het bestemmingsplan is hier op aangepast. Zie hiervoor de staat van wijzigingen opgenomen in deel D van deze nota. 17.
Vlonderpad In verband met nationale veiligheid (verkeerspost Rijkswaterstaat) is het niet toegestaan in de nabijheid een aanlegplaats of vlonder aan te leggen. Verzocht wordt de tekst “alsmede een vlonder ten behoeve van wandelaars” te verwijderen uit artikel 7.1 sub e. Tevens dient de aanduiding ‘haven’ enkel toe te passen op het deel ten noordoosten van de tunnel zoals aangegeven op bijgevoegd kaartfragment. Antwoord: Op basis van eerder gesprekken met Rijkswaterstaat waren wij er vanuit gegaan dat wel ingestemd kon worden met een vlonder ter plaatse. Omdat dit nu vanwege nationale
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 85
veiligheid niet mogelijk blijkt is het bestemmingsplan op de gevraagde wijze aangepast. Zie hiervoor de staat van wijzigingen opgenomen in deel D van deze nota. 18. Vergunningplicht Indien de activiteiten gesitueerd zijn binnen de beperkingengebieden (rijkswegen en waterstaatswerken), dan zijn deze vergunningplichtig ingevolge de Omgevingswet. het beperkingengebied Rijkswegen, zoals dat per 1 januari 2024 geldt, op bepaalde locaties ruimer is dan beheergebied ingevolge de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, zoals dat tot en met 31 december 2023 van toepassing was. Antwoord: Wij nemen hier kennis van en nemen dat mee in de uitvoering. 19. Externe veiligheid De opmerkingen inzake Externe veiligheid zijn naar tevredenheid verwerkt in het Ontwerpbestemmingsplan, met nog enkele tekstuele opmerkingen. De terminologie van de aandachtsgebieden van voor en na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden in de documenten door elkaar gebruikt. Verzocht wordt om gebruik te maken van eenduidige terminologie van de aandachtsgebieden. Antwoord: Het ontwerpbestemmingsplan is hier qua terminologie op worden aangepast. We sluiten zoveel mogelijk aan op de begrippen uit de Omgevingswet. 20.
Water- en bodem sturend Ten aanzien van de invulling van de maatregelen in het kader van de kamerbrief Water- en Bodem sturend (WBS) wordt verzocht de toetsing op te nemen in de Toelichting en expliciet in te gaan op structurerende keuze nr. 10: “10. We staan in de uiterwaarden (die vallen onder de Beleidslijn grote rivieren) geen nieuwe bebouwing meer toe. Daarmee maken we onze rivieren klimaatrobuuster en voorkomen we toenemende schade. Partijen houden hier vanaf heden rekening mee. Er wordt onderzocht hoe de Beleidslijn grote rivieren (Bgr) wordt aangescherpt. Dit is niet van toepassing op ontwikkellocaties, waar met het Rijk reeds bestuurlijke (beleids)afspraken over zijn gemaakt.” Tevens is het van belang om gebruik te maken van de Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving .Er wordt momenteel gewerkt aan een aanscherping van de Beleidsregels grote rivieren (Bgr), met inachtneming van (o.a.) de uitgangspunten uit de kamerbrief. De verwachting is dat onder de aangescherpte Bgr, niet-riviergebonden activiteiten niet meer zijn toegestaan in het rivierbed. Ook is de verwachting dat activiteiten ‘die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie’ niet meer mogelijk zijn.
De verwachting is dat de aangescherpte Bgr medio 2024 van kracht zal worden U dient dit te lezen in samenhang met hetgeen hiervoor is gemeld onder “Vergunningplicht”. Indien sprake is van activiteiten binnen het beperkingengebied waterstaatswerken en alsdan sprake is van vergunningplicht onder de Omgevingswet. Antwoord: De toelichting is op dit onderdeel geactualiseerd op de inmiddels inwerking getreden beleidsregel. De locatie van het Maasterras valt binnen het rivierbed, vanwege de (grotendeels) buitendijkse ligging. Het maaiveld ligt echter zo hoog dat er nooit water staat, niet als berging en niet als stroming. Bij Maasterras is er hierdoor geen sprake van ontwikkeling in het rivierbed (of een uiterwaard). Vanuit het principe van water- en bodemsturend zal het Maasterras als schuillocatie bijdragen aan een waterrobuust systeem. De maatlat heeft – met lokale invulling – vertaling gekregen in de planregels. In artikel 9.5.2 van het ontwerpbestemmingsplan zijn eisen gesteld aan waterveiligheid, waterberging, waterkwaliteit, grondwater en hittestress. Het bestemmingsplan kan op dit onderdeel ongewijzigd blijven.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 86
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 87
Zienswijze 26 (ProRail) De zienswijze d.d. 30 januari 2024 is op 30 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk. 1. Eerdere reactie Pro Rail op het startdocument Pro Rail heeft eerder tijdig een zienswijze ingediend op het startdocument Maasterras d.d. 14 december 2022. Deze zienswijzen is nooit formeel beantwoord. Deze zienswijze blijft onverkort van kracht. Antwoord: De zienswijze van 14 december 2022 is abusievelijk inderdaad niet meegenomen in de beantwoording van de zienswijzen. Deze reactie is volledig betrokken bij de beantwoording. Het betreft de volgende onderwerpen: Behoud functie ‘behandelen en opstellen Weeskinderendijk’: het bestemmingsplan borgt dat deze functie kan worden voortgezet Aandacht voor ketenbereikbaarheid en het nabijheidsbeginsel: in de aanvulling van de OER is ook getoetst de nabijheid van werklocaties. Afweging externe veiligheid, geluid, trillingen: de toelichting is op dit onderdeel aangevuld op basis van een onderzoek door Antea. Grondeigendommen ProRail: inmiddels zijn afspraken gemaakt over de grondeigendommen. Bureau Spoorbouwmeester: dit beleid van ProRail is betrokken bij de planvorming, en zal met name uitwerking krijgen in de MIRT voor de oude lijn die nu opgesteld wordt. Waterpeil/stabiliteit: de toelichting is op dit onderdeel aangevuld.
Behoud diverse bestaande spoorwegvoorzieningen: in het bestemmingsplan is dit in afstemming met ProRail geborgd. Zicht op de stationsentree: wordt meegenomen in de MIRT Oude lijn Windhinder: is geborgd in de planregels. Schaduwwerking: is geborgd in de planregels. 2. Wegbestemmen stamlijn en emplacement In het bestemmingsplan wordt de bestaande stamlijn alsmede het emplacement Weeskinderendijk wegbestemd . Hiertegen maakt ProRail bezwaar aangezien geen overeenstemming is bereikt met ProRail en de minister van Infrastructuur en Waterstaat over een eventuele verplaatsing van het emplacement en sanering van de “stamlijn” waarbij het de vraag is of het emplacement op de huidige plek gemist kan worden vanwege het belang van dit emplacement voor zowel het goederen- als reizigersvervoer en het belang van de “stamlijn” voor het goederenvervoer en de aan de “stamlijn” gelegen bedrijven. Antwoord: Mede naar aanleiding van deze zienswijze hebben wij - in samenspraak met diverse publieke partijen - een onafhankelijk adviseur om advies gevraagd (zie deel A van deze nota Thema: publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers). In dit advies wordt voorgesteld de havenspoorlijn en het emplacement te behouden. Dit advies nemen wij over.
Het ontwerpbestemmingsplan wordt ter plaatse van het emplacement door de gemeenteraad gewijzigd vastgesteld door op de verbeelding de bestemming “Verkeer – railverkeer” op te nemen. Het betreft dezelfde bestemming als nu opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Schil. De zienswijze achten wij op dit onderdeel gegrond. Het ontwerpbestemmingsplan zal gewijzigd worden vastgesteld zoals aangegeven in de staat van wijzigingen, opgenomen als deel D bij deze nota. 3. Onjuiste benaming stamlijn Pro Rail geeft aan dat de term stamlijn onjuist is. Het betreft een voormalige stamlijn die bij Koninklijk Besluit is aangewezen als hoofdspoorweg. Het betreft een hoofdspoorweg.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 88
Antwoord: De term stamlijn is overgenomen uit de overeenkomst die tussen gemeente en ProRail is gesloten over het gebruik van de havenspoorlijn. In deze nota zullen we zo veel mogelijk de term Dordrecht zeehavenspoorlijn hanteren. Daarmee wordt dus bedoeld de stamlijn met bijbehorende status als hoofdspoorweg, zoals bedoeld in de stamlijnovereenkomst van 23 februari 2000. In de regels en op de verbeelding zal de aanduiding ‘Dordrecht zeehavenspoorlijn’ worden gehanteerd. [gewijzigde vaststelling]. De zienswijze achten wij op dit onderdeel gegrond. 4. Wegbestemmen Alleen de minister is bevoegd een bestemming voor spoorweg te ontnemen of te wijzigen. Door in het ontwerpbestemmingsplan de havenspoorlijn weg te bestemming miskent de gemeente de bevoegdheid die de minister in deze heeft. Antwoord: De gemeente is in het bestemmingsplan vooruitgelopen op een nog te bereiken overstemming met de minister. Het was niet de bedoelding de bevoegdheid van de minister te miskennen. Nu overeenstemming is bereikt over het behoud van de zeehavenspoorlijn is daarmee ook tegemoet gekomen aan de zienswijze op dit onderdeel. De zienswijze is op dit onderdeel gegrond. 5. Overeenkomst De overeenkomst tussen gemeente en Pro Rail over de havenspoorlijn verplicht bij wijziging van de havenspoorlijn tot een plan opgesteld door Pro Rail en in overleg met de gemeente.
Dit klopt volgens onze informatie niet. De bepaling over het wijzigen van de overeenkomst verplicht inderdaad tot het opstellen van een plan door NS Railinfrabeheer (artikel 4 van de stamlijnovereenkomst). Het ontwerp-bestemmingsplan voorzag echter niet in een wijziging maar een beëindiging. Uit de stamlijnovereenkomst d.d. 10 maart 2000 (artikel 9 lid 2) volgt dat de gemeente Dordrecht (als grondeigenaar van een deel van het tracé) de overeenkomst tussentijds kan opzeggen, dat opzegging per aangetekende brief moet geschieden en een opzeggingstermijn van twaalf maanden geldt. Nu de Dordrecht zeehavenspoorlijn behouden blijft is van beëindiging geen sprake meer en is de zienswijze op dit onderdeel niet meer aan de orde. 6. Voorbarig De uitspraak dat ‘de stamlijn moet worden verlegd en op termijn van het Maasterras moet verdwijnen’ is voorbarig. De gemeente onderbouwt naar mening van ProRail onvoldoende dat de nieuwe ontwikkeling en de hoofdspoorwegen niet naast elkaar kunnen bestaan (in een iets andere opzet) en dat het wegbestemmen noodzakelijk is in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Tevens maakt de gemeente niet duidelijk dat de beoogde nieuwe bestemming binnen de planperiode wordt zal worden verwezenlijkt en welke kosten hiermee zijn gemoeid.
Antwoord: Met het positief bestemmen van de zeehavenspoorlijn zoals aangegeven in de beantwoording onder 2 is aan deze zienswijze tegemoet gekomen. De zienswijze is op dit onderdeel gegrond. 7. Procesafspraak De uitkomst van opgenomen procesafspraak met de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat is ongewis en kan daarom niet dienen als onderbouwing van het bestemmingsplan Antwoord: Inmiddels is de uitkomst van de procesafspraak bekend. De zeehavenspoorlijn is conform de afspraken uit de stamlijnovereenkomst 2020 bestemd. De zienswijze is op dit onderdeel gegrond.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 89
8. Integraal ontwerp Het masterplan kent volgens Pro Rail tekortkomingen als het gaat om een integraal ontwerp omdat bestaande functies niet worden geïntegreerd. Bovendien kunnen bestaande bedrijven geen gebruik meer kunnen maken van de havenspoorlijn met een aanzienlijke toename van het vrachtverkeer tot gevolg. Tot die bedrijven horen ook de opdrachtnemers van ProRail waardoor die nu in Antwoord: De zeehavenspoorlijn is conform de afspraken uit de stamlijnovereenkomst 2020 bestemd. De zienswijze is op dit onderdeel gegrond. 9. Status van de Dordrecht zeehavenspoorlijn Omdat formeel sprake is van een hoofdspoorweg ligt bij Pro Rail de bevoegdheid om afspraken te maken met de bedrijven die gebruik willen maken van de havenspoorlijn. Antwoord: Nu de Dordrecht zeehavenspoorlijn behouden blijft zullen wij in de planvorming rekening houden met de afspraken die door ProRail worden gemaakt met de bedrijven die gebruik maken van de zeehavenspoorlijn. Wij gaan er vanuit dat ProRail hier afstemming zoekt bij de gemeente als sprake is van gebruik dat ook de verkeersveiligheid kan beïnvloeden of als hinder voor de bestaande woonomgeving dreigt. 10. MIRT verkenning oude lijn Pro Rail stelt vast dat er geen inhoudelijk/functioneel raakvlak is met de MIRT Verkenning Oude Lijn is met betrekking tot City Sprinter & Nieuwe Stations en Knooppunten.
Dit is vastgesteld in een Deep Dive Dordrecht (4 juli 2023) en in een bestuurlijk gesprek (5 okt 2023). Antwoord: Deze vaststelling Deep Dive is ons bekend. Dit vraagt geen aanpassingen in het bestemmingsplan. De zienswijze is op dit onderdeel niet gegrond. 11. Proces tot aanpassing van de stamlijn Indien er vanuit de gemeente Dordrecht een daadwerkelijke wens is om de verbinding met de hoofdspoorbaan op te heffen dan wel functioneel te wijzigen, dan zal er een formeel verzoek gedaan moeten worden bij ProRail waarbij vaste processtappen doorlopen moeten worden Antwoord: Deze processtap is niet meer aan de orde nu tegemoet gekomen is aan de wens tot behoud van de zeehavenspoorlijn. De zienswijze is op dit onderdeel niet gegrond. 12. Communicatie Zolang de gemeente geen definitieve keuze heeft gemaakt is het verzoek om eerst de formele procedure te volgen en daarover zorgvuldig en duidelijk over te communiceren richting bedrijven en het Havenbedrijf. Antwoord: Wij hebben dit verzoek van ProRail opgevolgd. Als eerste stap daarin is met de bedrijven uit de haven en het Havenbedrijf een visie gemaakt op de toekomst van de Zeehaven met als uitkomst dat behoud van de zeehavenspoorlijn van groot belang is voor de Zeehaven. Een formele procedure is hiermee niet meer aan de orde. De zienswijze is op dit onderdeel niet gegrond. 13.
Archeologie Verzoek de opgenomen regels te verduidelijken Antwoord: Inmiddels gelden hier de regels uit het omgevingsplan Dordrecht. Eerder is aan ProRail toegezegd dat wij voor de gronden van ProRail in overleg gaan bekijken of regels mogelijk zijn afgestemd op de situatie van ProRail. Het bestemmingsplan behoeft op dit onderdeel geen aanpassing.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 90
14. Trillingen Verwezen wordt naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. Deze handreiking geeft voor het gebied van 100 tot 250m van het spoor het advies om te beoordelen of klachten, bodemopbouw en/of het treinbeeld aanleiding geven tot nader onderzoek Antwoord: Naar aanleiding van deze zienswijzen hebben wij nader onderzoek laten doen door Antea. De toelichting van bestemmingsplan wordt hierop aangepast. Zie hiervoor de Staat van wijzigingen opgenomen in deel D van deze nota. De zienswijze is op dit onderdeel gegrond. 15. Geluid Het emplacement ontbreekt in het geluidsonderzoek. Antwoord: Het geluidsrapport is hierop aangepast.
Zienswijze 27 (NS) De zienswijze d.d. 30 januari 2024 is op 1 februari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk. 1. Algemeen Prorail heeft een quickscan uitgevoerd naar mogelijke uitplaatsing van (een deel van) de functies die Prorail en NS uitvoeren in het gebied. Uitkomsten zijn gedeeld met de gemeente. De haalbaarheid moet nog onderzocht worden. Hier vooruitlopend kunnen nog geen conclusies worden getrokken. Antwoord: Inmiddels zijn hierover afspraken gemaakt, zie voor een nadere toelichting in deel A van deze nota: de thematische beantwoording publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers. 2. Bestemming Geadviseerd wordt de haalbaarheid te onderzoeken van een parkeergarage in relatie tot bodemverontreiniging. NS gaat graag in gesprek over de functiewijziging en de (on)mogelijkheden van de locatie. Antwoord: De haalbaarheid is in het vastgestelde bestemmingsplan en de daarbij behorende exploitatiebereiking aangetoond. De haalbaarheid van een parkeergarage is onderzocht op bodemkwaliteit en voorzien van een dekking in de exploitatieberekening. 3. Parkeervisie Door het toepassing van parkeerregulering zal het gebruik van de P+R van NS bij het station toenemen. Hier dient in de uitwerking van de plannen rekening mee gehouden te worden. Antwoord: Erkend wordt dat sprake kan zijn van ‘waterbedeffecten’.
In het kader van de MIRT Oude Lijn is de afspraak gemaakt dat het huidige P+R terrein minimaal zijn huidige capaciteit zal behouden. In het kader van de MIRT zal dit nader worden uitgewerkt en vastgelegd. 4. Verkeersonderzoek Voor de afweging is het van belang om mee te nemen dat de bereikbaarheid aan beide zijden van het station voor alle modaliteiten gewaarborgd blijft. Antwoord: Een goede bereikbaarheid van het station (beide zijden) voor alle modaliteiten is geborgd in het programma mobiliteitsplan dat door de gemeente is opgesteld en door de gemeenraad is vastgesteld.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 91
Zienswijze 28 (Qbuzz) De zienswijze d.d. 29 januari 2024 is op 30 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk.
1. Qbuzz vraagt om binnen het bestemmingsplan een ruimtelijke reservering op te nemen voor een nieuwe stalling. De nabijheid van het station en de ligging binnen het huidige middenspanningsnet maakt dat de huidige remise op een gunstige plek ligt. Antwoord: In overleg met de provincie en Qbuzz wordt een nieuwe locatie aangewezen. 2. Gevraagd wordt verder om in de OER als uitgangspunt op te nemen dat de rijtijd op de bestaande ov-routes niet toeneemt, zodat de bus een aantrekkelijk alternatief blijft. Het aanleggen van een vrije busbaan ziet Qbuzz als een positieve ontwikkeling. Antwoord: Wij komen aan deze zienswijze tegemoet door de stadsbrug te behouden voor autoverkeer van en naar Zwijndrecht. In overleg met o.a. RWS is in het kader van het traject Bas Kurvers (zie deel A Thema: publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers) gekozen voor een aangepaste verkeerstructuur met behoud van autoverkeer op de stadsbrug en een gewijzigde aanlanding: de variant verkorte aanlanding. In de nadere uitwerking van de plannen wordt in overleg met provincie en Qbuzz bekeken hoe de reistijden voor busverkeer optimaal kunnen worden ingericht op basis van het nog op te stellen stedenbouwkundig plan. De opgestelde stedenbouwkundige randvoorwaarden en de daarbij behorende aanvulling van de OER laten zien dat de bereikbaarheid OV minimaal op het zelfde niveau behouden blijft.
Zienswijze 29 (Dordts woongenootschap) De zienswijze d.d. 29 januari 2024 is op 30 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk.
1. Indiener zienswijze zet zich in voor coöperatieve woonvormen en is teleurgesteld dat er slechts eenmaal in een bijlage van het bestemmingsplan het woord groepswonen valt en helaas onder de noemer van een doelgroep dat ambulante zorg nodig heeft. Gemeente moet locaties reserveren in het plangebied en in de gronduitgiftevoorwaarden een voorrang voor deze groepen vast te leggen. Hierbij dient in de financiële planopzet rekening te worden gehouden met een voor dit doel gematigde grondprijs. Antwoord: Het oplossen van de huidige woningnood voor alle doelgroepen begint bij het ontwikkelen van nieuwe locaties waar woningen kunnen komen. De volgende stap is om op die locatie de juiste woningen te bouwen. Dit wordt binnen de gemeente buiten het bestemmingsplan om nader uitgewerkt via het traject marktselectie. Zie voor een nadere toelichting de thematische beantwoording Woningbouwprogramma opgenomen in deel A van deze nota.
Zienswijze 30 (stichting de Stad) De zienswijze d.d. 30 januari 2024 is op 31 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk. 1. Stichting DE STAD samen met de gemeente Dordrecht de Stadslabs Spoorzone waarbij de ontwikkeling van het Maasterras een belangrijk onderdeel vormde. Het merendeel van de aangedragen bouwstenen zijn verwerkt in het concept. Echter missen er nog twee aandachtspunten: 1. Het reserveren van bouwplekken voor coöperatieve woonvormen
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 92
2. Een duidelijke plek voor woonwagenbewoners. Antwoord: Het oplossen van de huidige woningnood voor alle doelgroepen begint bij het ontwikkelen van nieuwe locaties waar woningen kunnen komen. De volgende stap is om op die locatie de juiste woningen te bouwen. Dit wordt binnen de gemeente buiten het bestemmingsplan om nader uitgewerkt via het traject marktselectie. Zie voor een nadere toelichting de thematische beantwoording Woningbouwprogramma opgenomen in deel A van deze nota. Voor een nadere toelichting op punt 2 zie de thematische beantwoording Woonwagenlocatie
Zienwijze 31 (fietsersbond) De zienswijze d.d. 28 januari 2024 is op 31 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk. 1. Parkeernorm De extreem lage parkeernorm zal hoogstwaarschijnlijk later nog bijgesteld moeten worden als de haalbaarheid in de praktijk ontbreekt en de markt een hogere norm afdwingt. Dan kloppen de verkeerseffectberekeningen niet meer. Hierdoor wordt de stad opgezadeld met forse, onwenselijke gevolgen, met daarnaast nog te veel riskante open einden. Antwoord: We komen deels aan deze zienswijze tegemoet door het parkeren juridisch anders te regelen. In het bestemmingsplan is nu de regel opgenomen dat in het plangebied niet meer dan 900 parkeerplaatsen mogen komen (exclusief parkeren voor de binnenstad). Dat geeft meer flexibiliteit bij het toepassen van de parkeernormen maar maakt ook duidelijk dat bij 900 parkeerplekken de ruimte om nog meer woningen te bouwen op is. Zie voor een nadere toelichting de thematische beantwoording Parkeernorm en STOMP opgenomen in deel A van deze nota. 2. Doorfietsroutes Binnen het plangebied wordt het fietsverkeer op verschillende schaalniveaus afgewikkeld. De doorfietsroute langs het spoor kent helaas nog te repareren zwakheden; bijv. het tweemaal kruisen van busbaan en vermoedelijk uiteindelijk toch ook automobilisten die de Brug over de Oude Maas benutten.
Antwoord: Door de uitkomsten van het traject Bas Kurvers (zie de thematische beantwoording opgenomen in deel A van deze nota) is sprake van gewijzigde uitgangspunten die ook doorwerken in de fietsstructuur. In de opgestelde proefverkaveling is te zien hoe de nieuwe structuur er uit komt te zien waarbij het knelpunt van het kruisen van de busbaan is opgelost. 3. Onderdoorgang Hoge Bakstraat Het geld voor de voorgestelde fiets- en voetgangerstunnel onder spoor en Burgemeester de Raadtsingel kan beter besteed worden aan bijvoorbeeld het investeren in het verbeteren van bestaande fiets- voetgangerspassages onder het spoor. Antwoord: Met name voor voetgangers zal een verbinding ter hoogte van de Hoge Bakstraat bijdragen aan het principe van STOMP. Door het nieuwe ontwerp en de positie van de parkeergarage voor de binnenstad is een directe verbinding onder het spoor zeer gewenst. De zienswijze achten wij op dit onderdeel niet gegrond. 4. Dek A16 Het dek over de A16 heeft een aanzienlijk niveauverschil. Dat betekent in de routing over de A16 voor ‘stappers en trappers’ via het parkdek een bezwaarlijke hindernis. Antwoord:
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 93
In het verlengde van het traject Bas Kurvers is ook besloten fase 2 los te koppelen van fase 1. Voor fase 2 zal een nieuw afzonderlijke plan worden opgesteld waarbij ook de routing over de A16 uitgewerkt moet worden. 5. Windhinder Hoge gebouwen veroorzaken ongewenste windbelasting voor fietsers. Daarnaast vragen de sociale veiligheid van de fietsroutes, stalling bij huis en stallingcomfort en bestemmingen zoals P-garages meer aandacht. Antwoord: Het bestemmingsplan schrijft voor dat bouwplannen getoetst worden op eisen van windhinder en stedenbouwkundige kwaliteit. Zie hiervoor artikel 9.2.6 (windhinder en bezonning) van het ontwerpbestemmingsplan. 6. Maatregelen fase 2 De in fase 2 voorgestelde infrastructurele maatregelen zullen de eerder genoemde bezwaren eerder versterken. Daarnaast spelen er technische vraagstukken die, omdat de ideeën niet goed doordacht zijn, wellicht niet opgelost kunnen worden en leiden tot een andere infrastructuur. Daardoor is het moeilijk om de eerste en tweede fase ook qua fietsstructuur in samenhang met de eerste fase te beoordelen. Antwoord: Zie de beantwoording onder punt 4.
7. Afrit 21 Het vervallen van afrit 21 van de A16 (in de 2e fase) heeft uiteindelijk veel meer milieu- en veiligheidsnadelen dan voordelen. Antwoord: Omdat fase 1 onafhankelijk van fase 2 tot ontwikkeling kan worden gebracht nemen we deze zienswijze mee in de uitwerking van fase 2.
8. Plan B Fase 1 en 2 bevatten cruciale onderdelen, waarvoor met externe partners overeenstemming nodig is. Dit kan nog jaren duren of mislukken, dan is er een plan B nodig. Een optie voor een tijdelijke of zelfs definitieve garage zonder gebruik van het spoorwegcomplex lijkt mogelijk en sterk aan te bevelen. Antwoord: Door de uitkomsten van het traject Bas Kurvers (zie de thematische beantwoording opgenomen in deel A van deze nota) zijn ook afspraken gemaakt met de externe partners en is een plan B niet langer nodig. 9. Parkdek Het parkdek is pas in fase 2 aan de orde, waarmee de geluidwerende effecten voor de 1 e fase er niet op tijd zijn en misschien zelfs nooit komen. Is daar rekening mee gehouden? Antwoord: Door het loskoppelen van fase 1 is de zienswijze op dit onderdeel niet meer aan de orde. Dit wordt meegenomen in de uitwerking van fase 2. 10. Autoknip De gesuggereerde optie om een autoknip voor station Dordrecht aan te brengen is onwenselijk, want heeft buitenproportionele gevolgen voor het woon- en leefklimaat elders in Dordt en maakt een interessantere knip (bijvoorbeeld de Krispijntunnel) onmogelijk. Een verkeersplan is nodig om evenwichtiger te sturen op de ontwikkelingen zodat de lusten en de lasten eerlijker worden verdeeld. Antwoord: De autoknip maakt geen onderdeel uit van dit plan.
Mocht deze maatregel in de toekomst aan de orde zijn dan vraagt dat een afzonderlijke afweging met bijbehorende onderzoeken.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 94
11. Kruising Station De suggestie die de Fietsersbond in 2020 al heeft gedaan om de autoweg bij de kruising bij het station half op te tillen en de oversteek voor voetgangers en fietsers tussen het Weizigtpark, station en centrum half verdiept aan te leggen is nog steeds een interessante optie. Antwoord: De kruising station maakt geen onderdeel uit van dit plan. Dit wordt meegenomen uit de werking van de plannen voor de stationsomgeving via een afzonderlijke procedure tot wijziging van het omgevingsplan. 12. Luchtkwaliteit Nieuwbouw op een plek met de meest met lawaai en luchtkwaliteit vervuilde plek van Dordrecht is een voorbeeld dat volksgezondheid ondergeschikt is aan economisch groeidenken. De inzet om net onder de grenzen van de maximaal toelaatbare belasting van de gezondheid van inwoners te blijven mag dan wel juridisch correct zijn, ethisch blijft dit pijnlijk en geeft het geen reden tot blijdschap. Een eerste maatregel om dit gezondheidsvraagstuk te aan te pakken wordt al niet uitgevoerd vanwege de technische onmogelijkheid van een honderden meters lange overkapping van de A16. Antwoord: Voor het tot stand komen van dit bestemmingsplan is een onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit. In dit onderzoek is geconstateerd dat voldaan wordt aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uit titel 5.2 van de Wet milieubeheer.
Hierbij is als rekenjaar 2024 genomen dit is een worstcase benadering. Op basis van deze resultaten is geconcludeerd dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van dit plan. In de zienswijze wordt gesteld dat er net aan de grenzen van de maximaal toelaatbare belasting wordt voldaan. Het onderzoek geeft echter een ander beeld. De fijnstofbelasting (PM10 en PM 2,5) in het rekenjaar 2024 voldoen, met een waarde van maximaal 18, 4 microgram m3 voor PM10 en 9.5 microgram m3 voor PM2.5, aan de in 2030 geldende grenswaarde voor luchtkwaliteit. Hiermee wordt voldaan aan de in het gemeentelijk beleid opgenomen doelstelling voor 2030 en ruim voldaan aan de wettelijke grenswaarde van 40 microgram m3 respectievelijk 25 microgram m3. In het referentiejaar 2024 wordt, met een concentratie van maximaal 34.8 microgram m3ook voldaan aan de wettelijke norm voor luchtkwaliteit van 40 microgram m3. In het onderzoek is ook gekeken naar de luchtkwaliteit in het jaar 2030 en geeft aan dat er, voor alle stoffen sprake is van een verdergaande immissiereductie. Met de uitkomsten van het traject Bas Kurvers en een stedenbouwkundige structuur met een autoweg door de wijk, is op dit onderdeel nader onderzoek gedaan naar luchtkwaliteit. Het onderzoek laat zien dat we hier dicht uitkomen bij de minimale kwaliteit.
Bij de nadere stedenbouwkundige uitwerking wordt nog gezocht naar optimalisaties om de luchtkwaliteit te kunnen verbeteren, bijvoorbeeld door een milieuzone of een meer westelijke ligging van de autoweg met minder aangrenzende woningen. 13. Probleemverplaatsing geluid Om de planvorming te laten slagen wordt ingezet op het elimineren van diverse geluidsveroorzakers zoals de stadsbrug, havenspoorlijn, rangeerterrein en afrit 21. Deze probleemverplaatsing wordt door indiener zienswijze onzuiver en disproportioneel geacht voor andere stadsdelen. Antwoord: De OER laat ook de effecten zien die buiten het plangebied optreden. Daaruit blijkt niets van effecten die nadeliger uitwerken voor de stad dan andere varianten of alternatieven. 14. Maatregelen infrastructuur Straten en kruispunten zullen drukker worden. Het is niet duidelijk of de voorgestelde infrastructurele maatregelen realistisch en haalbaar zijn. Antwoord:
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 95
De uitkomsten van het verkeersonderzoek en de hieruit voorvloeiend maatregelen zijn opgenomen in de grondexploitatie behorende bij het vastgestelde bestemmingsplan. 15. Parkeerregulering Krispijn Zijn de bewoners van Krispijn al geïnformeerd over het invoeren van betaald parkeren in hun wijk? Antwoord: In de parkeervisie die gelijktijdig met het bestemmingsplan ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden is dit aangekondigd. Het is aan het college om dit besluit te nemen en bekend te maken. Naar verwachting zal parkeerregulering niet eerder dan 2030 ingesteld worden als ook de eerste woningen in Maasterras opgeleverd worden. 16. Participatie en maximaliseren De eerdergenoemde ambitie achter dit (maximaliseren van) dit plan maakt dat de positie en effectiviteit van participatie weinig kansrijk zullen zijn. Tijdens de inloopbijeenkomsten leek het dat elke kritische kanttekening, die het maximaliseren bedreigt, wordt weerlegd. De grote financiële bijdrage van het Rijk, gekoppeld aan woningaantallen, heeft de planontwikkeling doen veranderen in een mammoettanker, die moeilijk van koers te wijzigen is.
Antwoord: Zie voor een nadere toelichting de thematische beantwoording Communicatie en proces opgenomen in deel A van deze nota.
Zienswijze 32 (projectgroep vastgoed voor goed). De zienswijze d.d. 29 januari 2024 is op 30 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk. 1. Indiener zienswijze heeft bezwaar tegen de geadviseerde aantallen categorieën woningen en vindt dat de categorie coöperatief vastgoed moeten worden toegevoegd. Bij coöperatieve vormen van eigendom zijn bewoners gezamenlijk eigenaar in een vastgoedcoöperatie of non-profit organisatie. Het is onvoldoende te stellen dat er "nog voldoende ruimte is voor collectieve woonvormen met bijbehorende voorzieningen" (Toelichting), omdat burgerinitiatieven zonder expliciete doelstelling van de gemeente geen gelijke kans hebben als professionele ontwikkelaars. Gemeente moet zichzelf in het bestemmingsplan een doelstelling opleggen over het percentage woningen dat door een coöperatie kan worden ontwikkeld. Antwoord: Het bestemmingsplan doet nog geen uitspraken over de wens of noodzaak coöperatief vastgoed te ontwikkelen maar laat daar wel alle ruimte toe. Zie voor een nadere toelichting deel A van deze nota onder het thema woningbouwprogramma.
2. De toekomstige maatregelen van het rijk gelden als invalshoek bij de totstandkoming van
het woningbouwprogramma, maar het Nationaal Actieplan Dakloosheid verdient ook te worden meegenomen. De doelgroep acuut woningzoekenden krijgen onvoldoende aandacht in het woningbouwprogramma Maasterras. De aandachtsgroepen die wel genoemd worden zijn mensen die zorg nodig hebben en voor wie nieuwe woningen en woonvormen nodig zijn. Maar acuut woningzoekenden(bijvoorbeeld mensen met een relatiebreuk) zijn geen flexwoners die tijdelijke woonruimte nodig hebben, maar bestendige en betaalbare woningen. Dit moet verankerd worden in het bestemmingsplan.
Antwoord: Zie de beantwoording onder 1. Een bestemmingsplan kan maar heel beperkt sturen op doelgroepen. Dit is al maximaal uitgewerkt in combinatie met de Doelgroepenverordening die speciaal voor Maasterras is opgesteld.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 96
Zienswijze 33 (Standic) De zienswijze d.d. 26 januari 2024 is op 29 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk. 1. Havenspoorlijn Indiener zienswijze heeft belang bij het in standhouden van de havenspoorlijn. Het bedrijf is gelegen aan het water, maar de inland zeehaven kent slechts een beperkte maritieme diepgang waardoor het noodzakelijk is om via alle vervoersmodaliteiten toegang te hebben tot de terminal. En vervoer per spoor is qua duurzaamheid superieur aan alternatieven. Antwoord: Mede naar aanleiding van deze zienswijze hebben wij - in samenspraak met diverse publieke partijen - het traject Bas Kurvers gevolgd. Zie hiervoor deel A van deze nota onder het thema publiek belang – uitkomsten traject Bas Kurvers. De uitkomst van dit traject is het advies om de Dordrecht zeehavenspoorlijn en het emplacement te behouden. Dit advies nemen wij over. Het ontwerpbestemmingsplan wordt op dit onderdeel door de gemeenteraad gewijzigd vastgesteld door op de verbeelding de aanduiding ‘specifieke vorm van railverkeer – Dordrecht zeehavenspoorlijn’ op te nemen ter plaatse van de huidige stamlijn. In de regels wordt opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘Dordrecht zeehavenspoorlijn’ het gebruik van de gronden voor Dordrecht zeehavenspoorlijn is toegestaan. Voortzetting van het huidige gebruik, zoals vastgelegd in de stamlijnovereenkomst 2020, is daarmee verzekerd.
Het huidige emplacement binnen het plangebied Maasterras behoud zijn huidige regeling door een bestemming ‘Verkeerrailverkeer’. 2. Toegang tot spoor Meer dan zestig procent van de klanten van het bedrijf gebruikt het spoor voor de tankputten. Het bedrijf heeft afgelopen jaren veel geïnvesteerd en plannen ingediend voor nieuw te bouwen tankputten. In de vergunningaanvraag is het spoor dominant aanwezig, ook vanwege de uitgebreide rangeer-, laad- en losfaciliteiten. Toegang tot het spoor is een bestaansvoorwaarde voor dit bedrijf. De plannen van de gemeente om de havenspoorlijn te laten vervallen zijn voor dit bedrijf onacceptabel. Antwoord: Zie onder 1. Het uitvoering van dit bestemmingsplan houdt geen beperkingen meer in ten aanzien van functie van de zeehavenspoorlijn. 3. Proces Van de gemeente mag verwacht worden dat alle belanghebbenden vroegtijdig bij de planvorming worden betrokken en dat alle belangen zorgvuldig af worden gewogen. Dat is niet het geval. Zowel indiener zienswijze als Havenbedrijf Rotterdam en ProRail zijn verrast door de plannen. In een eerdere ontwikkelvisie voor de Spoorzone maakte de havenspoorlijn nog deel uit van de planvorming.
Tijdens het overleg van 30 november heeft de gemeente zich verontschuldigd voor het gebrek aan communicatie en aangegeven (brief van 14 december 2023) voornemens te zijn om een procesafspraak te maken met de hogere overheden en betrokken bedrijven om in gezamenlijkheid te komen tot een definitief standpunt die vervolgens opgenomen kan worden in het definitieve bestemmingsplan. In de toelichting van het ontwerp-bestemmingsplan is aangegeven voor vaststelling duidelijkheid moet zijn over alternatieven en dat een termijn zal moeten worden bepaald hoe lang de havenspoorlijn nog in gebruik blijft. Indiener zienswijze is het niet eens met deze gang van zaken. De gemeente had eerst met alle betrokken partijen in overleg moeten treden, dus niet eerst de Havenspoorlijn wegbestemmen en vervolgens pas gaan praten. De insteek in het ontwerpbestemmingsplan is heel anders dan in eerdere gesprekken en via correspondentie is aangegeven. De gemeente wil met de betrokken bedrijven gaan overleggen over mogelijke alternatieven, maar het is volstrekt onduidelijk wat die alternatieven dan zouden moeten inhouden en wat de financiële consequenties zijn. Het wegbestemmen van de havenspoorlijn zonder deugdelijk alternatief is in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 97
Antwoord: De voorkeursvariant zonder de Dordrecht zeehavenspoorlijn is pas laat in beeld gekomen. Op dat moment, eerste helft 2023, had inderdaad afstemming met de bedrijven in de zeehaven moeten plaatsvinden. Dat is om verschillende redenen toen niet gebeurd. Dat had uit oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding wel gemoeten. Met het traject Bas Kurvers en de visie zeehaven is een traject ingezet waarbij we tijdig met Standic overleg gezocht hebben. Wij willen deze wijze van samenwerking graag voorzetten richting de toekomst en gaan daar nadere afspraken over maken. Door elkaar tijdig te informeren voorkomen we dat we elkaar verrassen. 4. Veiligheid stamlijn In het ontwerpbestemmingsplan wordt de suggestie gewekt dat het transport van gevaarlijke stoffen over de Havenspoorlijn tot een onveilige situatie zou leiden voor omwonenden, maar dat is eenvoudigweg onjuist en dat kan alleen al daarom geen reden zijn om de Havenspoorlijn uit te faseren. Antwoord: Met het behoud van de zeehavenspoorlijn behoudt Standic ook de mogelijkheid voor vervoer van gevaarlijke stoffen die geen onveilige situaties opleveren. Als het gaat om de toekomst worden getracht hier buiten het bestemmingsplan om afspraken over te maken. 5. Bevoegdheid De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd om een besluit te nemen over een eventuele wijziging of opheffing van de Havenspoorlijn.
De gemeente heeft daar geen zeggenschap over en had een formeel verzoek bij ProRail in moeten dienen. Antwoord: In het ontwerpbestemmingsplan is hierover opgenomen dat “het voorstel voor het wegbestemmen van de stamlijn, gelet op impact die dit heeft op de uitvoerbaarheid van het plan, de Minister verzocht wordt om met de gemeente mee te denken in het vinden van een oplossing. “ In het vast te stellen bestemmingsplan zou hierover duidelijkheid worden geboden.” Het was dus niet de bedoeling van de gemeente om in te gaan tegen de bepalingen in de Spoorwegwet of de overeenkomst, maar juist op zoek te gaan naar een oplossing met instemming van de Minister. Achteraf gezien hadden we hierover eerder afstemming met Standic moeten zoeken. Dat is om verschillende redenen toen niet gebeurd. 6. Eigendom De gronden waarop de Havenspoorlijn zijn gelegen zijn niet allemaal in eigendom van de gemeente. Bij gebrek aan instemming/ontheffing van de Minister en eigendom van alle gronden in het plangebied is het bestemmingsplan dus ook (juridisch) niet uitvoerbaar.
Antwoord: Zie antwoord 1.
Zienswijze 34 (VPO Maasterras BV) De zienswijze d.d. 31 januari 2024 is op 31 januari 2024 binnengekomen en is dus ontvankelijk. Indiener zienswijze is eigenaar van enkele percelen in het plangebied en is groot voorstander van de voorgenomen transformatie van bedrijven naar woningen. Toch enkele punten: 1. Masterplan Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om van 2.200 woningen naar 3.000 woningen te gaan. Hoe wordt bepaald waar en of deze komen? Is dat op basis van initiatieven vanuit de markt? Antwoord:
Nota zienswijzen en reacties bestemmingsplan Maasterras fase 1
Pagina 98
Door de uitkomsten van het traject Bas Kurvers (zie de thematische beantwoording opgenomen in deel A van deze nota) is sprake van gewijzigde uitgangspunten die ook doorwerken in de gebiedsontwikkeling. In fase 1 komen nu maximaal 2.200 woningen. Fase 2 wordt nu helemaal losgekoppeld van fase 1 (het masterplan wordt ingetrokken). Voor fase 2 zal een afzonderlijk traject worden opgestart. Daarbij zal consultatie van marktpartijen plaats gaan vinden. 2. Parkeerhubs In het masterplan wordt aangegeven dat parkeren in parkeerhubs wordt vormgegeven aan de randen van de gebieden. Mogen aan de rand van de Weeskinderendijk Beneden ook bouwblokken komen met parkeren in het bouwblok? Antwoord: Nee, uitsluitend op de aangegeven locaties. Zie hiervoor de stedenbouwkundige randvoorwaarden die als bijlage 1 bij het bestemmingsplan worden opgenomen, ter vervanging van het masterplan. 3. Hoogteaccenten Wie toetst waar de hoogteaccenten mogen komen en hebben de gebiedseigenaren hier zeggenschap in? Antwoord: het college is bevoegd gezag met advisering door Welstand (al dan niet met supervisor). De gemeente biedt de mogelijkheid om dit via een omgevingstafel te organiseren waarin gebiedseigenaren samen met gemeente en andere belanghebbenden tot een vergunbare omgevingsvergunning komen. De toekomstige samenwerkingsvorm met marktpartijen biedt tevens alle gelegenheid om tot samenwerking te komen.