2.9 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 2 juni 2021.pdf
Tekst van het document
Meneer Den Heijer heeft nu de woordvoering voor de Dordtse VVD, welkom. En mevrouw Koene voor Gewoon Dordt. Er staat nog meneer Van der Klaauw voor uw neus, maar dat mag u laten staan. Goed, agendapunt 22, de wethoudersmemo advisering en behandeling van evenementenvergunningen. In de vorige commissie is gevraagd aan de wethouder om deze vragen eerst schriftelijk te beantwoorden, gezien het late tijdstip wat we toen hadden en er geen tijd meer was om het te bespreken. Dit is gebeurd en vervolgens hebben meerdere partijen in de raad aangegeven dat ze toch nog even verder willen spreken over de aandachtspunten die er ten aanzien van de
20
vergunningverlening toch zijn. In ieder geval mevrouw Koene en meneer Merx. Ja, meneer Merx die dan nu vertegenwoordiging van meneer Den Heijer. En misschien dat ook een ander nog iets wil toevoegen. Mevrouw Koene, mag ik u als eerste het woord geven? Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Eigenlijk hadden we het vorige week al gezegd. We hebben vragen gesteld, we hebben antwoorden gekregen. Die waren heel, om in termen van meneer Burggraaf te praten, smooth eigenlijk. En ja, als je dat dan zit te lezen en de verhalen hoort in de stad en dat niet overeenkomt met elkaar, dan moet je daar volgens mij het even met elkaar over willen hebben. Zeker omdat er naast de organisatie van de Dordtse feesten ook bij een heleboel ondernemers de wens leeft om van alles en nog wat te gaan organiseren nu er weer sprake is van versoepelingen en dat er ook weer wat meer mogelijk is. Dus ik heb op dit moment niet echt een hele concrete vraag, maar wel dus de wens om, nou ja, met elkaar te kijken waar dat verschil dan zit tussen het feitelijke, zoals in de memo staat, en hoe het ervaren wordt in de stad. En ik denk dat de VVD daar dan weer automatisch bij aansluit met betrekking tot de doorlooptijd, waar wij ook wel om gevraagd hadden, maar de doorlooptijd van de vergunningen die ook niet helemaal rijmt met op korte termijn iets willen organiseren.
Maar goed, dat laat ik graag via de voorzitter aan, tenminste, aan meneer Den Heijer in dit geval. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koene. Nou, mijnheer Den Heijer, u krijgt via mij het woord. De heer Den Heijer: Dank u, voorzitter. Ja, eigenlijk waar Amsterdam goed is in het ontvangen van snuivende en dronken toeristen en Rotterdam veel bootjes met rommel uit China kan halen, zo is Dordrecht gewoon het epicentrum van evenementen. Tenminste, zo probeer ik dat ook echt te zien. En ik denk dat we ook echt een evenementenstad zijn en daar ook gewoon trots op mogen zijn. Dus ook complimenten aan de organisatie, want we staan er gewoon goed op. Ook nu met die Dordtse feesten, mijn tickets voor Maan zijn geboekt, en elke versoepeling zal waarschijnlijk weer een extra evenement opleveren. Dus dat is eigenlijk alleen maar iets waar wij allemaal naar smachten. En ik zie zelfs in mijn ooghoeken meneer Veldman knikken, dus dat zal vast zo zijn. De heer Veldman: Voorzitter, ik moet even reageren. De voorzitter: Meneer Veldman, u wordt nu inderdaad uitgedaagd. De heer Veldman: Ja, ik zat nog even zeg maar te memoreren over die eerste zin van u, over de drieslag. Het is altijd krachtig om met een drieslag te beginnen, alleen de eerste twee voorbeelden duid ik zeer negatief. En dan denk ik, geleerd hebbende op de basisschool dat die derde dan ook negatief wordt.
Snapt u, dus dat moest ik even verwerken. De heer Den Heijer: Nee, ik wou ook op dat punt verrassen. Dus fijn dat u het als positief ervaart, dat maak ik daar dan uit op. Wat wij belangrijk vinden is dat de gemeente goed in contact blijft met die organisatoren. En wij lezen ook terug dat dat zo is. En we zijn ook blij met die vergunningstafel, dat partijen daar evenementorganisatoren aan tafel kunnen zitten en daar meteen gewoon zaken gedaan kan worden. Omdat dat het
21
belangrijkste is. Kijk, zo’n evenement dat duurt gewoon lang, ook de organisatie vanuit de evenementenorganisatoren. Dus het is belangrijk dat die contact aan die vergunningentafel goed geregeld is. Nu ook een puntje van aandacht, want anders wordt het wel heel positief allemaal, maar dat ben ik ook. De horeca kan nu ook drie evenementen op een terras gaan doen. Tenminste, dat is nu het plan. Kan de bestaande organisatie deze exponentiële groei aan? Dus ik bedoel daarbij ook bijvoorbeeld gemeenschappelijke regelingen als de omgevingsdienst. Kan dat? En ziet de wethouder daar nog puntjes van verbetering? Een klacht is ook dat zo lang als de weg naar Rome, dat ondernemers het vervelend vinden om in onzekerheid te zitten. Nou, daar kunnen ze ook zelf meer doen of zelf misschien beter dingen doen. Maar wat kunnen we vanuit onze kant beter doen? En valt bijvoorbeeld in het voortraject in de begeleiding winst te behalen? En misschien op langere termijn, ik weet ook dat de organisatie de handen vol heeft om deze termijn het al te doen, maar kunnen we bijvoorbeeld in de toekomst ook regel schrapsessies doen? Dat we bijvoorbeeld met ondernemers, juristen aan tafel zitten, mensen van de omgevingsdienst, dat we gewoon eens gaan kijken wat we minder kunnen doen. In plaats van de groei aan regels van de afgelopen jaren.
En dat is ook weer niet de schuld van onze gemeente, maar ook een beetje van ons allemaal. Maar kunnen wij daar ook een beetje regie in pakken op lange termijn, zo’n regel schrapsessie? Dus ik ben benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Dank, voorzitter. De voorzitter: Oké, meneer Den Heijer. Een prachtig nieuw woord, denk ik, regelschrapsessie. We zullen hem indienen. Nee, we hebben van die Dordtse woorden toch. En dan het woord van het jaar, regelschrapsessie. Ik vind hem wel mooi. Die onthouden we in ieder geval. Is er iemand die hier op wil reageren? Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, het is goed om het daar met elkaar over te hebben. En er is al zeg maar over de bekende aspecten is al veel gezegd. Maar ik wou er iets aan toevoegen hoe het nu gaat met het organiseren van evenementen, wat toch langzamerhand steeds meer perspectief krijgt wat betreft het snel testen en testsamenleving. Want daar komt steeds meer vanuit het Rijk allerlei voorschriften hoe dat moet. En hoe gaan we dat hier in Dordrecht doen en hoe is handhaving daarop voorbereid? Dat wilden wij ook erbij betrekken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter, ik wil een iets ander perspectief nog inbrengen, omdat in mijn optiek evenementen toch iets te veel is gelijkteken aan feesten ontstaat. Maar dat zal geheel aan mij liggen.
Dus ik wil het perspectief inbrengen zeg maar van de kleinschaligere evenementen, bijvoorbeeld een rommelmarkt en zo. Die zijn ook al gedurende COVID-tijd helemaal niet gehouden. En daar bereiken mij eigenlijk twee signalen die ik niet helemaal bij elkaar breng, maar ik wil toch dat punt wel hier maken. Aan de ene kant wordt gezegd van: ja, de regels zijn voor dat soort kleinschalige evenementen misschien een beetje too much, omdat vrijwilligers moeten dat ook allemaal doen. Ik ken bijvoorbeeld een verhaal van iemand, die werd zo horendol, die heeft zijn bijltje erbij neergegooid. En dat wil je eigenlijk niet. Aan de andere kant zijn er mensen die zeggen: het is toch wel goed dat er iets is van kader, want je hebt gewoon wel te maken met veiligheid. Veel mensen bij elkaar, brandveiligheid, et cetera. Dus ik
22
wil vooral een lans breken van: heb nou ook oog voor die kleinschalige evenementen zoals een rommelmarkt bij een kerk of in een wijk, of een buurtfeestje, of wat dan ook. En faciliteer dat ook op zo’n manier dat mensen zeggen: misschien had ik liever helemaal zonder regels gedaan, maar goed, dat moest. En toch is het op een hele goede en fijne manier afgewikkeld, zonder dat daar dan irritatie ontstaat. Want dat zou echt jammer zijn, want ik wil niet naar een situatie toe waarin een evenement zeg maar per definitie door een professioneel bureau moet worden georganiseerd. Dan zijn we echt wat mij betreft op het verkeerde pad. Dus dat punt graag hier ter tafel. De voorzitter: Mijnheer Veldman, u heeft een interruptie van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Eigenlijk niet zo zeer een vraag, maar ik hoop niet dat meneer Veldman het idee heeft gehad dat ik het over hele grote evenementen heb gehad. De geluiden die wij in de stad horen die gaan dus met name juist over die kleine initiatieven. Kijk, die grote, die Dordtse feesten en zo, dat zei ik ook, die zijn over het algemeen, dat loopt allemaal, daar is een organisatie voor. Dat gaat allemaal wel.
Het gaat er juist om, om dan toch even een concreet voorbeeld te noemen, een antiekmarktje bij de Nieuwkerk waar een muur staat en waar dan ook nog hekken bovenop geplaatst moeten worden, want anders gaan de mensen misschien er overheen klimmen. Dat soort dingen, daarom willen wij het erover hebben. Want dat gaat dus eigenlijk, ja, toch een beetje de redelijkheid voorbij. En ik hoop dat dat, en dat kan ik dan wel vragen aan meneer Veldman. Ik hoop dat hij dat dan ook met mij eens is. De voorzitter: Mijnheer Veldman, bent u het daarmee eens? De heer Veldman: Voorzitter, volgens mij zijn wij het geheel eens. Maar als meneer Den Heijer bij mij hier in dit gremium over evenementen spreekt, dan knippert bij mij altijd gelijk het lampje feest. En ik ben helemaal niet tegen feesten overigens, maar dat begrijpt u. Maar wat mevrouw Koene zegt dat begrijp ik volledig en volgens mij zitten we dan op hetzelfde spoor. De voorzitter: Dank u wel. Ja, ik denk een mooie antiekmarkt is voor sommigen ook een heel groot feest. De heer Veldman: Jazeker, ik rij er op zondag wel eens langs als ik uit de kerk kom. De voorzitter: Oké, allemaal blije mensen. Wie van de commissie wil het woord? Mijnheer Polat. De heer Polat: Heel kort. Wij sluiten ons aan bij Gewoon Dordt. En ook vooral de ChristenUnie/SGP.
Want we hebben natuurlijk ook die signalen ontvangen van verschillende kleine organisaties die graag wilden gaan organiseren, maar die tegen verschillende muren botsten. Dat wilden ze niet. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ja, de een krijgt de hekken om niet over de muren heen te klimmen, en bij u lopen ze tegen de muren aan. Oké, iemand anders nog? Nee, geen extra aanvulling of opmerkingen. Mijnheer Búrggraaf, mag ik u het woord geven.
23
De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ja, evenementen, bijzondere tijden daarvoor. Want de stappenplannen die zijn nog steeds wel globaal en je weet nog steeds vaak niet precies wanneer nou de versoepeling is. En als er iets is wat nodig is bij een evenement, dan is het dat je wat verder vooruit kan kijken en de dingen kan organiseren. En dan is onzekerheid heel lastig. Dat is ook precies de reden geweest dat we hebben gezegd aan het begin van het jaar: laten we nou het concept Dordtse feesten neerzetten, want dat werkt vanuit twee locaties met een parapluvergunning waarin al dat soort veiligheidsmaatregelen rondom corona genomen worden. En je dan eigenlijk daarmee een soort bubbel creëert waarbij je de professionele organisatie samen met onze diensten eigenlijk al dat soort geregel uit handen neemt. Zodat daarna de organisator zich puur en alleen kan focussen op de inhoud van activiteiten en ook daar zekerheid in heeft dat die dat op een bepaald moment kan organiseren. Zo hebben we dat, ik besef met dat de titel heel erg alleen het feesten element oproept zeg maar, maar dat is vooral de titel. Het concept is ook echt wel meer dan alleen maar feesten, maar dat is gewoon evenementen daaronder. Daar hebben we echt geprobeerd, we hebben toen een avond met 150 organisatoren gehad om die mee te krijgen.
Want mijn ervaring is ook geweest vorig jaar toen we net begonnen met corona en de eerste lockdown, dat al die vrijwilligers waar meneer Veldman terecht aan refereert als zijnde die moeten we koesteren. Als eerste zeiden die: ja, wij kunnen dat gewoon niet overzien en wij gaan niet iets organiseren, want dat kunnen we er niet nog eens een keer bij hebben. En dat vonden we erg zonde als dat helemaal een jaar of langer weg zou vallen. Even los van corona hebben we ook echt wel de afgelopen jaren veel inzet gepleegd om te komen tot: hoe kunnen we nou zorgen dat die processen steeds eenvoudiger worden? Kijk, aan de ene kant heb je als overheid de verplichting om te zorgen dat iets ook veilig georganiseerd wordt en moeten we dat ook echt altijd hoog houden dat als we iets vergunnen, dat we ook ervoor instaan dat we naar alle risico’s gekeken hebben en het alleen plaatsvindt als het ook verantwoord is. Dus dat is belangrijk. Tegelijkertijd moet je ook voorkomen dat je uiteindelijk regels stelt die het doel voorbij schieten. Dus dat maakt dat we uiteindelijk de vergunningen de omslag hebben gemaakt van regelgericht naar risicogericht vergunningverlening. En daar zit een dienstenoverleg bij die regelmatig bij elkaar komt om eigenlijk de aanvragen zo met elkaar te bespreken. En gegeven de huidige omstandigheden is dat overleg er nu wekelijks.
Omdat je gewoon heel veel dingen steeds veranderen. Het andere aspect wat we doen is dat met het evenementenbureau de begeleiding aan de voorkant doen. Dus organisatoren die kunnen zich daar melden en dan wordt aan de voorkant wordt daar ook aan de hand van een checklist met betrekking tot diverse coronamaatregelen die nodig zijn afgelopen. Zodat je aan de voorkant die duidelijkheid op je activiteiten krijgt. En het andere wat we gezegd hebben is van: ja, eigenlijk zou het in deze uitzonderlijke omstandigheden zo moeten zijn dat alle extra maatregelen die je moet treffen om het binnen corona verantwoord te doen, dat je die kosten niet nog eens een keer bij het organiseren van je activiteiten krijgt. Dus daar zit een COVID-beleidsregel op om te zorgen dat dat soort kosten, als je het hebt over extra dranghekken of iets dergelijks, dat die niet rusten op het organiseren van je activiteit, maar dat we die ook kunnen vergoeden. Dus dat is een ander punt waarin we tegemoet komen. Blijft wel altijd een spanningsveld, want ik heb zelf ook nog denk ik inmiddels alweer vier jaar geleden een volleybaltoernooi georganiseerd. En wat meneer Veldman schetst heb ik toen ook echt aan den lijve ondervonden hoeveel werk het kost en wat voor vragen daaruit voorkomen. Dus het is wel echt een proces waar je continu ook scherp en alert op moet blijven. En ook uw
24
oproep en gelukkig gebeurt het ook regelmatig om als u dat soort signalen heeft, om die ook gewoon even bij mij kenbaar te maken, omdat we dan kunnen kijken van: waar loopt het een keertje niet soepel? Ik heb geconstateerd dat het ook wel vaak zit omdat er eens een keer wisseling van de wacht is. Het is echt mensenwerk, dus ja, als er een keer een nieuw iemand ook is bij de omgevingsdienst bijvoorbeeld, ja, dan kan het zijn dat zo iemand ook nog niet helemaal van het regelgericht naar het risicogerichte werk helemaal in de vingers heeft. Dus ja, dat zal ik aan de voorkant zeggen: altijd blijven voorkomen. Maar laten we daar met elkaar alert op zijn zodat we op dat soort gevallen ook kunnen faciliteren. Even kijken hoor. Ja, ik denk dat ik dat nog wel even hier moet meegeven. Ik zit te kijken, we hebben nu aan evenementen op de kalender staan voor het tweede halfjaar zo’n 100-tal. En daar moeten we ook wel realistisch in zijn, dat was de vraag van de VVD onder andere ook van de drie evenementen van de horeca. Dat heb ik ook aan de voorkant bij de horecaondernemers meegegeven: laten we daar ook met elkaar een goede proceshygiëne hebben en dat we dat onderling goed met elkaar afstemmen, dat we tijdig dat soort evenementen ook met elkaar in kaart brengen.
Want ja, we hebben het wel te doen met druk op de openbare ruimte die zeker zolang de maatregelen er nog zijn van 1,5 meter betekent dat je gewoon keuzes moet maken en dat niet alles tegelijkertijd kan. Dat is een aspect. En het tweede is dat we natuurlijk daar allerlei diensten bij betrokken zijn die dezelfde diensten zijn die vanuit corona en elke keer weer nieuwe veiligheidsplannen ook heel veel werk achter weg komt. Dus daar is ook de capaciteit echt wel schaars en de werkdruk hoog. Wat ook wel maakt dat je daar toch echt wel selectief moet zijn. En dan moet je ook niet alleen kijken naar Dordrecht, maar dat is in de hele veiligheidsregio. Dus dan kijk je ook naar welke activiteiten zijn er dan binnen die veiligheidsregio op andere plakken in andere gemeentes? En dat moet wel goed met elkaar afgestemd zijn. Dus dat is wel, dat kan wel degelijk ook een belemmerende factor vormen voor het aantal evenementen wat je hebt. Ik denk zelf die kleinschalige activiteiten voor 800 jaar stad herinner ik mij dat er heel veel juist wijkactiviteiten bij zaten waarvan we zeggen: die kan je natuurlijk prima nog naar dit jaar doorschuiven. En daar zitten op een gegeven moment natuurlijk activiteiten bij, die vallen in het kader van de meldingsplicht.
Voor nu nog steeds daarmee onder de maatregelen van coronabeperkingen vallen, maar er natuurlijk een moment kan komen dat er op een gegeven moment daar versoepelingen in komen en ook dat soort zaken er weer meer mogelijk is. Dat was nog de andere vraag van de Partij van de Arbeid van: waar staan we nu precies? Nou, per 5 juni komen we in stap 3 van de evenementen. Dan zijn alleen evenementen toegestaan met een corona toegangsbewijs, waarbij je een verplichte vaste zitplaats moet hebben, registratie van een gezondheidscheck en dat je zonder corona toegangsbewijs geen evenement mogelijk is. Dat betekent dus dat je naar een testlocatie moet in Gorkum en Ridderkerk. En zoals het er op dit moment naar uitziet is het enige evenement dat op deze manier mogelijk is om te gaan houden is het Bachfestival. Per 30 juni komt dan stap 4 van het openingsplan. Nou, wat daar dan precies de versoepelingen zijn die zijn nog niet exact bekend. Maar dan ziet het er wel naar uit dat je wat evenementen kan gaan houden, zoals we Back to the River hebben met vaste zitplaatsen, waarbij je dan geen toegangscheck meer hoeft te hebben. Ik hoop ook dat dat gebeurt, want het is natuurlijk nu best een drempel om naar Gorkum of naar Ridderkerk te moeten gaan, voordat je naar je evenementen gaat te laten testen. Ik hoop gewoon dat dat gewoon 30 juni lukt om die te kunnen laten vallen. Mevrouw Koene: Voorzitter.
25
De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, ik heb zo meteen nog wel wat, maar even over de testen. Waarom zijn we dan bijvoorbeeld niet in staat om dat hier in Dordt te faciliteren? Is dat nou zo … De heer Burggraaf: Voorzitter, daar gaan we niet over. Dat wordt vanuit het Rijk worden die plekken verdeeld. Dus wij hebben daar geen invloed op om voor Dordrecht ook zo’n plek te organiseren. Het is niet dat wij kunnen zeggen: nou, die zetten we hier neer en daarmee kunnen we testen voor toegang. En tegelijkertijd heb ik ook echt wel de verwachting dat dat vanaf volgende maand ook, nou ja, het zal niet voor alle evenementen wegvallen, maar wel in een mate dat je gewoon weer je evenementen kan doen zonder dat je dat nodig hebt. Ja, waarom zou je dat dan allemaal nog moeten gaan opzetten als je dan denk ik de wijze zoals we dat met Back to the Rivers nu hebben georganiseerd het gewoon op een verantwoorde manier kan zonder dat je daar die testen voor toegang nodig hebt. Volgens mij heb ik alle vragen daar wel mee beantwoord. Als laatste misschien nog, ik weet niet of ik die genoemd had, als het ging om de regelschrapsessies. Ook een beetje in het kader, die zou ik daar graag wel expliciet wel mee naartoe willen nemen voor die kleine evenementen nog eens een keer die toets te doen.
Daar hebben we een halfjaarlijkse monitorgroep op om elk halfjaar weer eens te kijken van: hé, waar gaat het mis en waar kan het nog eventueel nog efficiënter? Of zit er nog overbodige regels of waar kunnen we ontzorgen? Daar zou ik dit aspect van de kleine evenementen nog wel expliciet als casus in mee willen nemen bij het eerstvolgende halfjaarlijkse overleg. Dus dat is wel iets wat we gewoon structureel doen en continu op monitoren. En tot slot, ja, zal het zolang de coronabeperkingen er zijn het evident zijn dat het organiseren van evenementen wat meer gedoe vraagt dan onder normale omstandigheden. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik denk dat mevrouw Koene nog een vraag heeft. Gaat uw gang. Mevrouw Koene: Ja, dank. Het is ook niet zo dat ik vind dat de wethouder het slecht doet ofzo. Ik weet hoe zeer die bezig is om, en dat geeft die nu ook weer aan, om er juist voor te zorgen dat er dingen mogelijk gemaakt worden. Toch wordt het nog steeds in de stad niet ervaren dat er dus, want de wethouder zei ook van: aan de voorkant wordt er dus al meegedacht. Toch wordt dat in de stad niet ervaren als meedenken in mogelijkheden. En als daar dan nu niet een concreet antwoord of iets op kan komen wil ik wel graag dat de wethouder dat wel meeneemt. Want die zorg moet weggenomen worden. De heer Burggraaf: Voorzitter, absoluut, die herken ik.
Kijk, enerzijds zou ik willen zeggen en hier nog eens een keer hard te willen herhalen en aan u willen vragen om het aan iedereen die u spreekt te vertellen dat de organisatoren de mogelijkheid hebben om vooraf een adviesgesprek te hebben met het evenementenbureau. Dat is een. En tweede denk ik in beleving en ervaring, ik heb u natuurlijk ook een voorbeeld gezien, denk ik dat het ook gewoon zit in de manier waarop je de zaken met elkaar terug communiceert. En daar is het nou eenmaal zo dat op het moment dat je naar veiligheid kijkt een maatregelen moet nemen waar je niet onderuit kan. En ik denk dat we daarin misschien in de communicatie nog eens wat ontzorgend kunnen zijn. Dus wat meer formuleren in de zin van: nou, dit moet je doen want anders kan je het evenement niet organiseren. Maar daar wordt u voor gecompenseerd in de kosten. En nou, dan kan je
26
het evenement. Dus ik denk zelf, maar dat is in ieder geval een aantal voorbeelden die ik heb gezien, ik denk: daar zou nog wel een verbeterslag in kunnen zitten, om hem daar nog iets resultaatgerichter in onze communicatie te zijn. Ja, en nogmaals blijft dat gewoon nu wel een periode dat je ook nog wel in gevallen denkt van: moet dat nou echt? Is zo’n hek nou echt nodig? Het is gewoon een overgangsfase waarin we met elkaar moeten accepteren, net als we dat in de afgelopen stappen in de lockdown ook hebben gehad dat je gewoon soms denkt van: maar ik kan wel in de supermarkt mijn boodschappen doen en waarom niet in de winkel. Maar goed, dat soort gevallen zullen we de komende tijd echt nog wel even hebben. En daar kan ik dan niks anders zeggen dan: dat is de beweging van het totaal van effecten waar we af en toe even moeten accepteren dat we nog in de fase zitten dat we soms dingen moeten doen waarvan je denkt: ja, heeft dat echt nut? Ja, we hebben het er maar mee te doen. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dat ben ik helemaal met meneer Burggraaf eens hoor. Even nog over, want ik heb hem daar nog niet concreet over gehoord, wel dat er zo veel mogelijk geprobeerd wordt om de doorlooptijden zo kort mogelijk te maken, maar er is niet echt een wettelijke termijn volgens mij tussen een vergunningaanvraag en de vergunningverlening.
Ik weet ook wel dat bijvoorbeeld als je een exploitatievergunning aanvraagt, dan duurt dat op dit moment 9 maanden geloof ik en dan is het iets in de trend van: dat komt door de corona. Ook dat speelt natuurlijk nog mee. Dus als je eenmaal iets aanvraagt, dat dat dan heel erg lang kan duren. En dat je ook dus niet concreet hebt van: ik kan op 1 augustus iets gaan organiseren of op 13 november ofzo. Want er is helemaal niet duidelijk wanneer jij een reactie krijgt waar je wat mee kan. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, over de doorlooptijden kan ik nog wel wat meer duidelijkheid geven. Dat is voor de normale indieningstermijn standaard voor grote evenementen zes weken. Nee, ik zeg het verkeerd. Van grote evenementen 10 weken, voor een klein evenement zes weken. Voor de melding van een evenement, dus als een klein evenement waar je geen vergunning voor nodig hebt, maar wel even moet melden zodat nou ja de diensten ook weten van: dan moeten we even alert zijn op die situatie. Dat is 10 dagen van tevoren. En nou ja, omdat er nu een grote hoeveelheid aanvragen is, is zoals ik al zei het evenementenoverleg met alle betrokken diensten nu wekelijks. Nou ja, waardoor je een kortere doorlooptijd kan realiseren. En dan kom ik nog wel weer terug op, wat niet wil zeggen dat alles ook gehonoreerd kan worden.
Want daar moet ook echt goed gekeken worden naar: kan de totale evenementenkalender het aan? En hebben we niet te veel druk op die openbare ruimte en niet te veel druk op de diensten? Waardoor het zou kunnen zijn dat ook niet alle evenementen door kunnen gaan, vanwege het feit dat je gewoon ook het aantal in een goede verhouding moet houden. Ja, hoe moet ik het zeggen. Het liefste wil je alles weer, maar dat is ook niet verantwoord. Dus daar blijft gewoon wel een selectie in zitten. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer steekt zijn hand op. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Ja, dat is wellicht een vraag van een wat technische aard, maar ik denk: ik stel hem gewoon. U zegt toch over die drempel met dat testen, in hoeverre is het overwogen bij u, want ik kan me voorstellen dat daar in de organisatie over na is gedacht, dat je bijvoorbeeld met commerciële testen. Dat de evenementen het zelf
27
inkopen of dat de gemeente daar bijvoorbeeld ook iets aan kan bijdragen, zodat we in die overbruggingsperiode toch die drempel weg kunnen nemen. De heer Burggraaf: Ja, natuurlijk heb ik daarover nagedacht, voorzitter. Maar de conclusie is tweeledig. Enerzijds als ik met organisatoren spreek die gewoon ook tegen mij zeggen, ook de wat meer professionele organisaties die we in Dordrecht hebben: ja, we vinden het een te hoge drempel überhaupt om een toegangstest in te voeren als het al zou kunnen. En dan vragen we ons af of er voldoende mensen op afkomen. Dus het wordt gewoon ook echt door organisatoren als een drempel ervaren of het überhaupt werkt. En het tweede is dat wij er nogmaals daar niet over gaan. Dus vanuit het Rijk is daar gewoon een structuur opgezet en heb je daar niet de vrijheid om daar zelf een eigen testfaciliteit te organiseren en moet je daar gewoon gebruik maken van, ik ben even de naam kwijt, testen voor toegang heet het geloof ik. Er is ook een centrale website. Dus je bent gewoon afhankelijk van die centrale structuur die daar staat met de locaties die daar in worden aangeboden. En dat is nogmaals voor Dordrecht is dat dan Gorkum, Ridderkerk, Rotterdam zag ik hem ook zitten. Ja, dan moet je altijd een stukje rijden. De voorzitter: Oké, commissie.
Is dit memo voldoende besproken? Ik denk dat het goed onder de aandacht is geweest dat de doorlooptijden dat daar aandacht voor is, regelschrapsessie, ik blijf het een prachtig woord vinden, wordt mogelijk ook geïntroduceerd. En het makkelijker faciliteren van kleinschalige evenementen heeft de wethouder gezegd, die heeft daar zelf ervaring mee. Dus als je zelf ergens ervaring mee hebt, dan begrijp je ook waar het over gaat. Dus daar is aandacht voor. En wel de nadruk op de processen die nu op dit moment gaande zijn, omdat er weer wat meer versoepeling komt zullen er vele aanvragen komen van kleinschalige evenementen. En dat vond ik ook weer zo’n mooi woord: proceshygiëne wordt dan toch wel gevraagd. Druk op de openbare ruimte en de beschikbaarheid van de diensten, dat iedereen daar rekening mee houdt. Aan u allen de vraag: mocht u iets signaleren waar mensen die kleine of grote evenementen willen organiseren problemen mee hebben of tegenaan lopen, u kunt allen het adres van de wethouder heel goed vinden. Ja, klachtenlijnnummer, ik ken hem niet uit mijn hoofd. Dank u allen. Dan gaan we over. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Misschien is het toch aardig gezien nu dat alles toch van start komt en hoe het allemaal loopt, om het over een half jaar nog eens te bekijken hoe het dan is.
De voorzitter: Dat is altijd mogelijk denk ik. Ik denk dat er ook al heel veel loopt, dat het niet nu van start gaat lopen. Laten we hopen dat de testen bijvoorbeeld, dat werd net ook nog even genoemd, toegangstesten, dat dat nooit van start hoeft te gaan. Want ja, dat moet ik ook nog even verwerken wat daarover gezegd is van: hoe dan en waarom dan? Maar goed idee, we nemen het mee in de notulen. 23.Openen van de grondexploitatie ten aanzien van de tweede en derde fase van DistriPark (Dordtse Kil IV) – Raadsvoorstel
28
De voorzitter: Dan komen we bij het laatste agendapunt. En dat zal een deels besloten bespreking zijn over, even kijken hoor, dat het eerste deel het openen van de grondexploitatie ten aanzien van de tweede en de derde fase van het DistriPark Dordtse Kil IV. En de wethouder die vraagt de commissie of het gewenst is dat voor de tweede fase naar andere type bedrijven wordt uitgekeken. Uiteraard rekening houdend met bestemmingsplan en gemeentelijke doelstellingen. Ik kan me zo voorstellen dat u allen enige toelichting wil van de wethouder. En ja, meneer Burggraaf, u heeft net al heel veel gesproken, maar kunt u daar nog een korte toelichting op geven? De heer Burggraaf: Welke toelichting? Excuus. De voorzitter: Nou, u heeft de vraag gesteld voor een tweede fase naar andere bedrijven, is dat nodig om daar naar uit te kijken? Rekening houdend met het bestemmingsplan en de gemeentelijke doelstellingen. Of is deze vraag voor iedereen duidelijk? Kan iedereen hier op reageren? Ik zie al knikken, dus u mag nog even achterover zitten. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter. Ik wil wel een woordvoering doen. Wat mij betreft waren de stukken helder en er werd ook verwezen naar een evaluatie die we in april in de raad gehamerd hebben. En dat heb ik er ook gisteren nog even bij gepakt, dat was op zich ook wel nuttig om even te herlezen.
Voorzitter, mijn fractie vindt het fijn dat het op Kil IV zo goed gaat en ook wel beter, om heel eerlijk te zijn, dan ikzelf in ieder geval bij de besluitvorming 2-3 jaar geleden ofzo had vermoed. Dus dat is alleen maar denk ik fijn. Bij die besluitvorming had mijn fractie ook gepleit voor een zo scherp mogelijk profiel voor Kil IV. En dat sluit eigenlijk nu wat mij betreft erg goed aan bij de vragen ook die het college en de wethouder in het stuk opwerpt. Want, voorzitter, eigenlijk als ik de eisen nu samenvat, dan zijn dat de volgende: het moet logistiek zijn, het moet duurzaam zijn, het moet een x aantal medewerkers per vierkante meter, ja hoe zeg je dat, genereren. En dat zijn wat mij betreft nog steeds hele goede eisen. Maar omdat het zo goed gaat zou je natuurlijk de vraag kunnen stellen, en die beantwoorden wij dus positief, of je niet nog net een tandje kritischer kan zijn richting welke bedrijven je dan daar hebben wil. En daarmee dus ook, nou ja, misschien extra eisen stelt of juist als gemeente een extra aanbod doet. En waar denk ik dan bijvoorbeeld aan? Daar zou ik het in de commissie dan het gesprek over willen voeren. Wat mij betreft bedrijven die in ieder geval een hogere maatschappelijke toegevoegde waarde hebben. Bijvoorbeeld op het gebied van innovatiekracht, bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking met sociale dienst.
Bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking met het onderwijs. Maar ook, en daar zouden we, ben ik ook wel benieuwd naar de ideeën van de wethouder. Want zou je binnen het logistieke profiel niet ook nog na kunnen denken over een iets verder aanscherping? Van maakt het ons nou uit of zeg maar Crocs daar zit of een bedrijf wat misschien echt op logistiek gebied echt iets innovatiefs doet. En ik ben heel blij met Crocs, want dat biedt denk ik ook veel werkgelegenheid ook aan heel veel mensen in de stad. Maar als we toch kunnen kiezen, dan kunnen we misschien dat net een beetje aanscherpen. En dan zit ik te denken, ik zat ook even te kijken bijvoorbeeld in Schiedam en in Rotterdam zijn ze bezig echt met best wel een soort samenhangende pakketten ook richting het bedrijfsleven. Een soort aanbod van: als u zich hier vestigt, dan kunt u gebruik maken van. En dan komt er een economisch profiel en de relatie met het onderwijs. Wellicht dus wat ik al noemde de sociale dienst, maar misschien ook de
29
enorme woningbouwambities die we hebben. En dan wordt het misschien ook voor andere type bedrijven misschien nog wat aantrekkelijker om zich hier te vestigen. En voorzitter, dan nog een punt en dan rond ik af. Het roept natuurlijk alles bij elkaar ook de vraag op, Kil IV heeft gewoon een logistiek accent en daar wil mijn fractie verder op zich niet aan tornen. Maar het roept wel de vraag op van: zou je nou niet logistieke bedrijven die op andere terreinen in het Dordtse zitten en die wellicht verhuisplannen hebben of daartoe gemotiveerd kunnen worden, dat die zich primair op Kil IV vestigen. Maar dat dan op die plekken die achterblijven ook nog een bepaald type bedrijf terugkomt en dat het niet allemaal logistiek wordt. Omdat we denk ik, tenminste dat meen ik in ieder geval wel op te snuiven, in ieder geval in de media zitten we denk ik niet allemaal meer te wachten op van die grijze dozen met heftrucks. Simpelweg ook, en dat denk ik, omdat het aantal mensen wat daar werkt per vierkante meter of per kuub ruimte die dat in beslag neemt is gewoon relatief laag. Oftewel, dan kom ik weer terug op waarmee ik begon. Wat mij betreft eisen we een iets hoger maatschappelijke toegevoegde waarde. En ik daag eigenlijk de wethouder uit om daarop te reageren en wat mij betreft ook gaarne bereid om op dat vlak een motie in te dienen in de komende raad.
En ik ben ook wel benieuwd zeg maar wat de ambtelijke organisatie, vraag ik dan via de wethouder, daar qua propositie eigenlijk ook richting bedrijven zou kunnen leveren. Dan heeft u nog een mooi woord erbij. De voorzitter: Dank. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Polat. De heer Polat: Dank, voorzitter. Voorzitter, wij hebben de afgelopen periode meerdere malen met wethouders van gedachten gewisseld over bedrijven, clustervorming, ecosystemen opzetten in Dordrecht. En dit moment DistriPark IV geeft op dit moment de wethouder en het college en de stad de mogelijkheid om hier een ecosysteem, een soort logistieke hub, om misschien wel een ecosysteem logistiek op te zetten waarbij wij niet alleen partijen zijn die dozen transporteren, maar dat er ook gewoon bedrijven zijn die gewoonweg heel veel op het gebied van dienstverlening, innovatie, softwareontwikkeling, ICT, al dat soort bedrijven, groot en klein, hier kunnen komen en het gebied kunnen verrijken. Dus ik ben het ook helemaal eens met wat meneer Veldman zei van: er moeten gewoon bedrijven komen met een bepaalde maatschappelijke meerwaarde. Maar daarvoor moet je dus ook een strategie hebben, een integraal plan van: waar wil je de bedrijven hebben en hoe kan je de bedrijven plaatsen vrijkomen, hoe kan je dan gewoon andere bedrijven aantrekken die gewoonweg ook meerwaarde kunnen hebben op dat vlak.
Dus wat dat betreft, wij zouden graag willen zien dat de wethouder de criteria die men heeft opgesteld door ik neem aan in samenwerking met [betrokkenen], dat ze gewoonweg dat gewoon uit gaan breiden. Om te kijken hoe zij de gewenste bedrijven hier kunnen binnenhalen op basis van innovatie, op basis van het gebied van werkgelegenheid, over het toekomstperspectief, over tal van dingen die ervoor kunnen zorgen dat Dordrecht hiermee echt een toekomstperspectief kan krijgen. En dat het ook een innovatief gebied wordt. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, wij kunnen ons van harte aansluiten bij wat meneer Veldman naar voren bracht. Namelijk dat ook wij zeker voorstander zijn om een ander type bedrijven te kunnen aantrekken. Zeker wat betreft meer werkgelegenheid, want dat
30
zijn de logistieke bedrijven niet en de dozen. Maar we hebben daar wel een paar vragen bij. Zeker zeg maar het werk is voor ons belangrijk en de duurzaamheid. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Sorry, u heeft een interruptie van meneer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voorzitter, dank voor het woord. Ik hoor nu al drie mensen er heel makkelijk overheen stappen, maar waar baseert de Partij van de Arbeid het op dat de Dordtse Kil 4, het DistriPark, geen werkgelegenheid biedt? De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, ik wou daar net aan toekomen. Want er is wel degelijk werkgelegenheid, want die update hebben we. Maar ik heb ook begrepen dat de bedrijven die er nu zitten, zeker die Crocs, en die er nog komen, dat die al ook wat meer doen dan alleen logistiek. En dat geeft misschien ook wat meer vrijheid of meer toename van werkgelegenheid, maar wij willen dat goed weten. Want is die mogelijkheid er wel? Want wij hebben ook een brief gehad van iemand die zegt van: ja, maar in het bestemmingsplan, en daar hebben we ook afspraken met het Havenbedrijf Rotterdam over logistiek bedrijventerrein Kil IV, dat het bestemmingsplan alleen maar ruimte biedt. En de Raad van State heeft ons op de vingers getikt toen we dat wat ruimer neerzetten, dat er alleen maar logistieke bedrijven kunnen.
Dus ik denk: we kunnen hier van alles wensen, maar als die mogelijkheid er niet is en we mogen ook het bestemmingsplan niet wijzigen, dan houdt het al snel op. Hoewel wij daar een groot voorstander van zijn om het wat ruimer daar neer te zetten. Maar dat willen wij daar eerst een goede reactie op van de wethouder. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Ja voorzitter, in aanvulling op de eerdere woordvoeringen, waarbij ook meneer Veldman eigenlijk aangaf wat wij vanuit Beter voor Dordt ook belangrijk vinden. Zeker ook waar het gaat om de werkgelegenheid, dat we vooral ook moeten kijken in hoeverre we ervoor kunnen zorgen of kunnen bevorderen dat de werkgelegenheid die het oplevert, dat dat ook de werkgelegenheid is waar wij ons onderwijsaanbod op hebben, op mbo- en op hbo niveau. Een punt, en volgens mij is de vorige keer bij de evaluatie waar meneer Veldman naar verwees ook over gesproken. Als we nu nadere voorwaarden kunnen stellen, dan zou het ook heel mooi zijn dat we in de constructies van de gebouwen nadere voorwaarden kunnen stellen dat ze bijvoorbeeld altijd geschikt zijn voor het gebruik van zonnepanelen op de daken. Want ik begreep volgens mij dat dat nu niet altijd als vanzelfsprekend kan bij de bedrijven die gerealiseerd worden. Omdat de dakconstructie dat niet kan dragen.
En het zou natuurlijk zonde zijn wanneer we dadelijk daar bedrijfspanden neerzetten met mooie platte daken die we niet kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld zonnepanelen. Daar wilde ik het bij houden. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, ik meen me te herinneren dat in de stukken staat dat juist op Kil IV die eis er wel ligt. Ik heb eerder wel eens een keer in een ander verband gesuggereerd van: die eisen zou je eigenlijk willen hebben gewoon überhaupt in de stad.
31
Want bijvoorbeeld op de loodsen die nu gebouwd zijn op de Staart bijvoorbeeld vraag ik me zeer af of die stevig genoeg zijn bijvoorbeeld daarvoor. Dus ik ben wel benieuwd in die zin naar dat tweede element, of de wethouder daar iets over kan zeggen. Maar op Kil IV staat in ieder geval in de stukken, dat hoor ik dan graag bevestigd. De voorzitter: Goed, wie mag ik … Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. 1200 banen eerste fase DistriPark. Uiteindelijk is het streven om naar die 2500 te komen. Dus daarom is het goed denk ik dat in deze commissie een aantal voorstellen worden gedaan. En ik ben ook benieuwd hoe de wethouder die weegt. Want wat ons betreft moet het inderdaad binnen het profiel en de huidige kaders passen, want wij denken dat dat prima is. En wij zien eigenlijk alle maatschappelijke meerwaarde überhaupt in dat mensen in Dordrecht ook gewoon een baan kunnen krijgen, ook een duurzame baan. Dus een langdurige baan. En als dat ook nog evengoed aansluit op het onderwijsaanbod, ja, tot je dienst. Maar hoe kijkt de wethouder inderdaad ertegenaan bijvoorbeeld naar een maakindustrie? Of het initiatief wat wij met D66 hebben genomen over innovatie. Heeft de wethouder het beeld dat grote bedrijven als Crocs niet innovatief zijn? Ik zou dat graag willen weten.
Aan de andere kant moet er natuurlijk ook ruimte zijn voor bedrijven, the new kids in blocks, scale ups of het blocks, wat is het. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, misschien gewoon Nederlands praten, dan kunt u zich niet vergissen. De heer Den Heijer: Weet ik veel, sorry. Ik zat namelijk naar start ups en scale ups toe te werken. En dan struikel je daar een beetje over. Daar moet natuurlijk ook uiteindelijk ruimte voor zijn. We willen hier wel een disclaimer, o doe ik het weer, we willen hier wel nadrukkelijk opmerken dat we niet nodeloos verder moeten beperken. Want als je verder verscherpt zou dat ook tot nodeloze uitsluiting kunnen leiden. En als ik nou een perspectiefwisseling plaats, ja, ik hoor ook verhalen van bedrijven die graag naar de Dordtse Kil IV hadden willen komen. Maar omdat de huidige kaders al zo zijn, daar niet konden komen, terwijl ze bijvoorbeeld wel aan het profiel voldeden of dat het wel veel banen op had kunnen leveren. Dus laten we in die verscherping niet die uitsluiting zoeken. Dus ik zou ook daar graag van de wethouder een antwoord op willen hebben hoe die daar tegenaan kijkt. De heer Veldman: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, even een interruptie.
Want is meneer Den Heijer het met mij eens dat zeg maar een bedrijventerrein waarbij de bedrijven op enige wijze complementair aan elkaar zijn, meer oplevert dan de losse delen. Dus als u zegt: ja, een bedrijf werkgelegenheid dat is prima, dat ben ik op zich met u eens. Maar mijn stelling is juist, gezien dat het zo goed gaat roept dat volgens mij de kans op om net even een tandje kritischer misschien te zijn, zodat at the end het voor iedereen meer oplevert, ook voor de bedrijven die daar komen.
32
De heer Den Heijer: Ja, het zou gek zijn als ik dat oneens met u zou zijn. Maar ik wil juist de perspectiefwisseling hier ook neerleggen, hoe kijken we bijvoorbeeld naar de andere Dordtse Kils? Dordtse Kil I, II, III, daar zie ik wat veroudering ontstaan. En ik zie dat bij Dordtse Kil IV het goed gaat op dit moment en dat we daar de doelen halen. Misschien kunnen we inderdaad met andere soorten bedrijven, waar meneer Veldman en waar ik andere voorbeelden over heb gehoord, dat we dat succes eigenlijk nog verder omhoog stuwen. Ja, 2500 is uiteindelijk het doel. Maar hoe gaan we met die andere Dordtse Kils om? Want wij zien daar ook uiteindelijk nog wel weer wat nieuwe uitdagingen liggen. Want uiteindelijk gaat de tijd verder en moeten we daar misschien ook weer nieuwe dingen aan doen. Dus ik zou ook graag van de wethouder willen horen hoe die daar tegenaan kijkt. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Oké, wie nog? Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Hele korte opmerking, voorzitter. Want er is al heel veel door mijn collega’s gezegd, waardoor ik dat niet meer hoef te zeggen. Maar dat we er ook op letten dat als de bedrijven zich vestigen, of dat nou op de Dordtse Kil IV is of op de Dordtse Kil 523, dat we dus wel praktisch blijven nadenken hoe bedrijven geplaatst worden ten opzichte van de omgeving.
Zoals we pas geleden hebben gehoord van: goh, misschien zou een ingang of het laad- en losgedeelte aan de andere kant kunnen. Dus dat soort dingen wel meegenomen worden, zodat het voor de mensen in de buurt zo dragelijk mogelijk is. De voorzitter: Dat is een mooie aanvulling, mevrouw Koene. Dat was nog niet opgemerkt. Iemand anders nog? Andermaal? Niet. Dan gaan we nu naar de wethouder Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ja, om het laatste meteen maar even concreet aan te haken, dat hangt natuurlijk ook af van de positie die je zelf hebt. Kijk, daar waar we bij DistriPark zelf de gronden in bezit hebben en je het verkoopt of je geeft het in erfpacht uit, dan heb je natuurlijk rechtstreekse sturing. Dan kan je gewoon zeggen: ja, we verkopen het alleen als u helemaal het plan zo inlevert. En op andere gevallen is het via een bestemmingsplan, dat je kan sturen. En dan is het zo dat je daar niet op het niveau van: waar komt de ingang dan precies te liggen, altijd de mogelijkheid hebt om te sturen. Maar dat is even. Mevrouw Koene: Voorzitter, daar wil ik dan wel gelijk op reageren. Want volgens mij zit er een organisatie op het binnenhalen van bedrijven en het begeleiden, enzovoort.
En ik zie werkelijk het probleem niet om tegen een, maar dat geldt niet alleen voor hier, maar dat geldt op een heleboel plekken, om tegen een projectontwikkelaar en weet ik veel wie te zeggen: luister, hartstikke mooi dat je komt, zijn we heel erg blij mee, maar je bent niet alleen op dit eiland. En overweeg om eens eventjes goed om je heen te kijken hoe je het gunstigste neer kan zetten. Kijk, bestemmingsplannen, daar komen we binnenkort nog wel over te spreken wat daarvan bepalend is. Maar het zou raar zijn als je niet een soort Dordtse mores eraan toevoegt. De heer Burggraaf: Voorzitter, om een misverstand te voorkomen, dat ben ik helemaal met mevrouw Koene eens dat je daar ook de bedrijven oproept om zo goed mogelijk in harmonie met de omgeving iets te ontwikkelen. Daar hebben ze zelf overigens ook
33
voordeel bij. Dus daar ben ik het hardgrondig mee eens. Maar goed, we hadden het over DistriPark. En zoals velen inderdaad constateren boven verwachting goed gegaan in die eerste fase. U heeft aan de voorkant ook voor dit terrein in ieder geval een aantal hele scherpe randvoorwaarden meegegeven als het gaat om beeldkwaliteit. Er zit een heel beeldkwaliteitsplan bij in de fasering. Dus waar begin je? Niet met de meest aantrekkelijke etalageplek, die langs de weg, maar in eerste instantie dus de fase die we nu hebben gehad. En op duurzaamheid heeft u een bream, heet dat, dat is de term, een eis gesteld. En om daar maar meteen even duidelijkheid op te geven, die bream 3 eis, daar zit een bepaalde classificering in, die maakt dat alle panden die nu worden neergezet daken hebben die geschikt zijn voor zonnepanelen. Waarbij ook alle bedrijven voornemend zijn om die zonnepanelen te plaatsen. De snelheid daarvan ook wel deels afhankelijk is van hoe de netwerkcapaciteit is, of die het aankan. Dat wordt wel continu uitgebreid, maar ja, dat vergt ook gewoon doorlooptijd. Dus dat zijn aspecten die maken dat het zou kunnen zijn dat u een pand ziet en in eerste instantie nog geen zonnepanelen ziet. Maar ja, die daken zijn er geschikt voor en voor zover wij weten, uiteindelijk komt daar een zonnepaneel op te liggen. Dus om daar even duidelijkheid op te geven.
Ik denk zoals meneer Veldman terecht zegt is het heel belangrijk dat je een heel duidelijk profiel voor een terrein meegeeft. En dat is voor DistriPark goed gelukt. Dat staat ook in het bestemmingsplan, daar had mevrouw Van den Bergh nog vragen over. Daar staat gewoon letterlijk het aspect van logistiek benoemd. En dat is niet zozeer dat een bedrijf ook per se in de KVK, want dat is de brief waar u naar refereert, heeft staan dat het een logistiek bedrijf is. Maar dat je aan de voorkant kan toetsen dat de activiteiten die gaan plaatsvinden ook daadwerkelijk logistieke activiteiten zijn. En dat is het geval voor alle bedrijven die daar nu starten. Dus daar ben je aan gehouden. Ik denk ook dat dit terrein zich daar goed voor leent, want het zit in verhouding tot de rest ver van de stad af, direct aan de A16 gelegen. Een terrein waar je ook synergie krijgt in het type logistieke bedrijven die ook onderling weer van elkaar kunnen profiteren en het weer aantrekt. Dus je hebt daar een helder profiel. Ik deel wel de zorg die meneer Veldman uit als het gaat om de andere bedrijventerreinen die we hebben. Dordtse Kil 1 en 2 in het kader van agenda 2030 hebben we natuurlijk ook daar een discussie over de revitalisering van het bedrijventerrein.
Dat is ook een onderdeel van de hele aanpak van WDO die u aan de voorkant heeft gesteld van: nou, bij DistriPark ga je geld verdienen en een deel daarvan ga je ook weer herinvesteren om die oudere bedrijventerreinen weer te moderniseren. Dat het in deze tijd wel een risico in zich heeft, dat logistiek gewoon zo veel vraag is dat alles verkleurt naar logistiek. En we hebben ook een plaat rondom het uitvoeringsprogramma van de groeiagenda erbij zitten met de banendichtheid. Nou, we hebben dat bij DistriPark een heel balance scorecard meegegeven, ik hoor u er zelf ook al aan refereren, waar banen echt voor logistieke bedrijven op hoog niveau wordt gelegd. De lat wordt hoog gelegd, de eindgebruikers selecteren we op minimaal 30 of 35 banen per hectare. Maar de banendichtheid, ik zie hem hier nu staan, is 31 banen per hectare. In vergelijking als je naar het gezondheidspark kijkt zijn dat 200 banen per hectare. Dus als je op een gegeven moment, ja, veel werkgelegenheid wil creëren, dan zijn er natuurlijk ook heel veel andere bedrijfsvormen waarbij je dat met minder ruimtebeslag kan realiseren. En ik denk wel dat dat iets is, en daar hebben we twee weken geleden ook met elkaar in het kader van de innovatieagenda over gehad, er komt een gebiedspaspoorten komen eraan. Die zal na de zomer hebben we die inventarisatie rond.
Waarbij we inzicht hebben in wat voor type bedrijvigheid zit er nou op de bedrijventerreinen en dat je daar ook heel erg moet gaan kijken van: wat voor profiel wil
34
je dan als stad gaan hebben en wat zijn dan je sturingsmogelijkheden daarop? Dus nou ja, ik kan me voorstellen enerzijds dat u, ik hoor u een motie noemen, dat u daar alvast vooruitlopend de aandacht voor vraagt vanuit de raad. We kunnen ook met elkaar zeggen: het komt eraan en in het najaar bespreken we die stukken en laten we dan kritisch met elkaar bekijken hoe die balans zit en welke ambities we daarvoor naar de toekomst toe willen leggen. Dat wil niet zeggen overigens dat je bij DistriPark ook nog steeds in individuele gevallen zou kunnen hebben als je een dusdanig bedrijf met zoveel toegevoegde waarde waarvan je zegt: die zit op het snijvlak van logistiek of een andere bedrijvigheid, dat je in dat soort gevallen incidenteel zou kunnen afwijken per hectare. Wat ik verder nog kan zeggen is dat de kavels die nu zijn uitgegeven echt grote kavels zijn. In de volgende fases zijn veel kleiner. Dus ik denk dat qua omvang misschien nog een bedrijf in de grote van Crocs zeg maar zou kunnen landen en de rest wordt allemaal echt een stuk kleiner, qua bedrijven of qua uitstraling als je het hebt over de dozen zeg maar. Even kijken. We doen die selectie dus via die balance scorecard. Een aantal aspecten die u daarin heeft meegegeven, ik heb hem hier even samengevat. Kijk eens even naar wat voor innovatieve bijdrage levert een bedrijf.
Dat is er sowieso nog wel een die we zouden kunnen meenemen. Eentje die ik ook zelf nog wel uitgezocht wil hebben is hoe we überhaupt het in de volgende fase het gaan uitgeven. Gaan we het weer verkopen of gaan we het misschien in erfpacht uitgeven? Ikzelf neig vooralsnog naar dat laatste, want dat levert ons de exploitatie ook gewoon structurele inkomsten op, waar we meer behoefte aan hebben. Daar hebben we aan het begin van de avond ook al even over gehad, dan de incidentele opbrengsten. En ik geneigd ben om, zoals meneer Veldman al zegt, we in een markt zitten waarbij vooral het aanbod, zullen we maar zeggen, breed verspreid is. Dus ik ben geneigd om te denken dat je dat soort eisen ook kan stellen en nog steeds de goede bedrijven naar je toe kan halen. Maar dat gaan we nog eens even nader toetsen of dat ook zo is of dat je dan toch bij een categorie uitkomt waarvan je zegt: dat waren dan weer net de bedrijven die we niet wilden hebben. Dus die langs gaan we hem nog wel eens even kritisch leggen. Wat mij betreft is dat ook met betrekking tot duurzaamheidsaspecten. Je kan zeggen: nou ja, met die bream 3 heb je al de garantie dat er een zonnepaneel komt. Wil je dat misschien nog iets harder stellen bij de volgende fase, nou, dat zijn allemaal dingen die we nog even langs de lat leggen en kijken of het echt nodig is.
En of we inschatten dat je dat kan doen en nog steeds goed kan voldoen aan de eisen die we hebben. En dat is zo hoog mogelijk kwalitatieve bedrijven naar de stad halen. Waarbij ook de aandacht, de ChristenUnie/SGP vraagt om te kijken naar bedrijven binnen eigen stad of regio, ook wel een hele waardevolle vindt. Want eigenlijk hebben we nu vooral gekeken naar bedrijven die weer nieuwe banen naar de stad toe halen. In de volgende fase zou je best wel eens kunnen kijken: wat levert het voor schuifruimte op, op andere plekken waar je op die plek juist misschien veel meer kwaliteit voor de stad kan terugbrengen. Dus in de ruimte voor de greenfield, zoals we dat noemen, het groene veld waar je nog helemaal iets nieuws kan leggen. Ja, dat is schaars geworden en dit is echt de laatste plek waar dat kan. Even kijken. Daarmee denk ik wel alle vragen beantwoord, even kijken of ik iets gemist heb. Nee, volgens mij heb ik ze nu allemaal geadresseerd. En anders dan hoor ik het van de commissie. De voorzitter: Ja, die vraag ga ik nu stellen aan de commissie. Volgens mij, ik heb ook gekeken en meegeschreven. U heeft er toch nog zelf een, gaat uw gang.
35
De heer Burggraaf: Ja, excuus. Ja, nog een vraag van de ChristenUnie/SPG over: in hoeverre gaan we bedrijven ook toetsen op de maatschappelijke meerwaarde die ze leveren? Dat doen we vanuit twee kanten. Enerzijds is het goed dat we nu aan logistieke bedrijven plaats geven, want je ziet in alle staartjes dat wij in verhouding tot andere regio’s nog een hele aantrekkelijke arbeidsmarkt hebben. Dus wij hebben gewoon mensen met opleidingskwalificaties die voor dit type bedrijven werk zoeken. En dat dat hier meer aanwezig is dan in andere regio’s. Dus daar zit een goede match. Nou, dat doen we met banen breken. In de Drechtsteden hebben we ook aan de voorkant met de bedrijven daarover gesprekken om te kijken: hoe kunnen we ook de mensen misschien die nog geen baan hebben die in de bijstand zitten, hoe zouden die daar gematched kunnen worden? En ik vind de hele algemene oproep die u stelt van: hoe kunnen we aan bedrijven gewoon wat meer maatschappelijke tegenprestatie vragen, zeg maar, of betrokkenheid. Die nemen we nadrukkelijk mee in de hele opzet waar we nu mee bezig zijn rondom het kies en herstelfonds en de beweging naar het ondernemersfonds. Waarin we heel erg gaan kijken naar die wederkerigheid en hoe we dat in kunnen bouwen.
Dus die zou ik eigenlijk wat breder nog willen maken dan alleen puur voor DistriPark, maar gewoon echt gekoppeld aan dat ondernemersfonds voor alle bedrijven. Want ik ben ervan overtuigd, als ik zo’n beetje bedenk welke bedrijven goed geworteld zijn in onze stad en in de regio, wat voor enorme meerwaarde daaruit komt voor de stad. En die bedrijven die ik spreek ook zeggen zelf van: het geeft ons heel veel meer waarde. Op het moment dat wij investeren in die stad dan ook makkelijker kunnen we ons medewerkers en goede medewerkers vinden. En des te meer klantloyaliteit ervaren wij. Dus ik ben er ook van overtuigd dat als we dat bij meer bedrijven kunnen krijgen, ik vind dat we echt in Dordrecht nog wat dat betreft teveel bedrijven hebben die op een bedrijventerrein zitten en daar wel zijn, maar verder buiten de stad wonen. En nou ja, de binding nog niet goed genoeg is. Ik vind dat we daar echt aan moeten gaan werken en dat zich dat op meerdere vlakken kan lonen. Ook overigens voor de bedrijven zelf, wat ik ook heb ervaren dat soms een bedrijf juist omdat ze naar een nieuwe plek zijn gegaan ineens met, die vanuit Sliedrecht naar Dordrecht verhuist, dan een samenwerkingsverband met een bedrijf 200 meter verderop krijgt. Terwijl dat je zou zeggen: nou ja, dat was in dezelfde regio, maar in de nabijheid kan je eigenlijk veel meer met elkaar optrekken.
Dus ik geloof dat dat gewoon vanuit meerdere vlakken echt wat op kan gaan leveren. Ook inderdaad voor het onderwijs, waarbij Dordrecht Academy nadrukkelijk ook zoekt naar opleidingen bouwen met de bedrijven samen. En in dat aspect als laatste, zoals u inderdaad zegt, Rotterdam een flyer met alle vestigingsfactoren. Dat is er zeker een die we aan de voorkant ook bij de acquisitie duidelijk wegzetten. Van: nou, dit hebben wij aan arbeidsmarkt te bieden, dit is wat we op onderwijs investeren en dit zijn de leefbaarheid vestigingsfactoren. En daarom ben ik ook blij dat we daar met zijn allen met de agenda 2030 op investeren. Ook op het woonklimaat, want ook nou ja voldoende woningaanbod en een goede leefomgeving is een heel belangrijke vestigingsfactor voor bedrijven. En volgens mij heb ik ze nu echt allemaal gehad, voorzitter. De voorzitter: Volgens mij ook. Wil hier nog iemand iets op reflecteren? Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Nou, voorzitter, dank. Dank ook aan de wethouder voor de uitvoerige en goede beantwoording. Dat punt van die erfpacht dat vind ik sowieso een goed idee,
36
dus prima om dat uit te zoeken. Waar ik zelf nog even, maar dat hoeft misschien niet nu, nog even over na wil denken van gegeven wat de wethouder allemaal heeft gezegd, want dat is heel veel. Of het dan wel of niet nog handig is om iets met een motie namens de raad uit te laten spreken. Juist ook omdat u wel in het stuk natuurlijk de vraag zelf ook opwerpt van: misschien kunnen we nog net even een tandje scherper aan de wind zeilen. Aan de andere kant geeft u daar voor een deel in ieder geval in uw woordvoering ook wel weer invulling aan. Dus ik ben daar in die zin, hoewel ik het een hele goede bespreking vind, ik heb het antwoord voor mijzelf nog niet 100 procent. Maar dat komt nog. De voorzitter: Helder. Iemand anders nog? Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Wordt in de vergelijking van banen, wordt daar een uitsplitsing gemaakt in de private en publieke banen? De heer Burggraaf: Ja, in de CBS cijfers kan je dat zien. In onze eigen monitor heb ik dat even niet zo scherp. Volgens mij maken we daar geen, wel naar sectoren, maar of dat echt naar privaat-publiek is, gewoon meer op sectorniveau maken we daar onderscheid. De voorzitter: Mijnheer Polat hoorde ik, of niet? Ik wil even de commissie er wel op wijzen dat het kwart over 10 is en we hebben ook nog een besloten gedeelte. En om 11 uur stoppen we deze vergadering. De heer Polat: Dit was nog niet het besloten gedeelte.
De voorzitter: Dit is nog niet het besloten gedeelte. Mijnheer Polat. De heer Polat: Nou, voorzitter, dank. Ik dank de wethouder voor de heldere antwoorden op het gebied van het aantrekken van bedrijven. Hij heeft niet direct met die termen over clustervorming, over ecosystemen gesproken. Maar als ik het goed begrijp heeft hij wel de intentie om in ieder geval bedrijven te selecteren op voorgrond die gewoon passen in dat concept voor toekomstige ecosysteem logistiek, als ik het goed begrijp. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, dat is correct. En zoals ik aangaf is dat ook de discussie die we na de zomer met elkaar aan de hand van die gebiedspaspoorten nog eens een keer gaan voeren. Wat zijn nou de onderscheidende clusters die we hebben? Ja, dus ik denk dat we daar ook echt nog een nadere verdiepingsslag met elkaar op gaan maken. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh nog een korte laatste opmerking. Mevrouw Van den Bergh: Ja, heel kort. Heel erg blij zijn we met de opmerkingen over de erfpacht, want dat willen we als PvdA al heel lang. Maar wij wachten dan toch even de volgende voorstellen af, anders komen we daarover met een amendement. En we begrijpen ook dat logistieke bedrijven op Kil IV, dat dat wat ruim geïnterpreteerd kan worden, als ze maar activiteiten hebben. Maar het hoeft niet per se alleen uitsluitend logistiek te zijn, als ik het goed begrepen heb.
De heer Burggraaf: Voorzitter, de activiteiten moeten echt nadrukkelijk logistiek zijn. Maar er kunnen toegevoegde activiteiten in zitten als het gaat om iets wat je moet
37
assembleren om vervolgens te vervoeren. En mijn punt was dat het niet zo is dat in de Kamer van Koophandel staat een sectoromschrijving. Dan kan het zijn dat er een omschrijving staat die verder gaat dan logistiek, dat dat niet belemmerend is voor dat bedrijf om zich wel op het DistriPark te vestigen. Op het moment dat je kan vaststellen dat de activiteiten die op het DistriPark gaan plaatsvinden wel degelijk feitelijk logistieke activiteiten zijn. De voorzitter: Oké, dan wil ik dit agendapunt ook afronden. 24.Rondvraag De voorzitter: Dan komen we bij de rondvraag. Die ik toch nog even, om de agenda volledig te maken, heeft er nog iemand wat voor de rondvraag? 25.Sluiting De voorzitter: Dan wil ik de vergadering 5 minuten schorsen om uit de lucht te gaan.