2.9 2024.02.27 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 27 FEBRUARI 2024 Vergaderzaal 5
1. Agenderingsverzoek college over Toekomstscenario kind- en Gezinsbescherming 0-100 Voorzitter: De heer Van der Net Commissiegriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Jager (Beter Voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Venderbos Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Insprekers: Mevr. Hage, Beleidsadviseur Zorg en Veiligheid Mevr. Prak, Beleidsadviseur Jeugd Portefeuillehouder: Wethouder R. van der Linden De voorzitter: En toen is het precies 19.30 en wil ik deze commissie openen. Het is een agenderingsverzoek van het college over het Toekomstscenario jeugd- en gezinsbescherming, nul tot honderd; beeldvormend. Even snel eventjes een rondje maken dan om te kijken wie we allemaal aan tafel hebben. En dan begin ik links. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Venderbos Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren.
1
Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter Voor Dordt. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, PvdA. Mevrouw Hage: Isabel Hage, Beleidsadviseur Zorg en Veiligheid. Mevrouw Prak: Laura Prak, Beleidsadviseur Jeugd. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. De voorzitter: En mijn naam is John van der Net, en ik ben dit uur uw voorzitter. De reden van de vergadering, het college heeft een verzoek ingediend om de raad aan de hand van een presentatie mee te nemen in de ontwikkelingen rondom het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, de samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd en de samenhang met landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen binnen het sociaal- en veiligheidsdomein. We weten het allemaal, geen politiek, dit is puur info ophalen. En ik heb hier keurig staan dat ik eerst eventjes de heer Van der Linden eventjes het woord ga geven; bij deze.
De heer Van der Linden: Dank. Ik hou het heel kort, want zo meteen komt er een hele uitgebreide presentatie. Dit onderwerp is één van de onderwerpen die worden benoemd onder andere in de Hervormingsagenda Jeugd. Een heel dik stuk, dat een aantal veranderingen in gang moet gaan zetten rond het hele jeugddomein. Dat gaat niet vanzelf, daar is ook wetgeving voor nodig en allerlei andere afspraken. Nou, Den Haag is natuurlijk ook nogal in verwarring, dus dat gaat allemaal niet even snel. Maar het is wel één van de belangrijke sporen. Heel veel van het jeugddomein doen we zelf, en gaan we zelf over via onze toegang van de sociale wijkteams, via onze zorgafspraken. En eigenlijk, het toekomstscenario gaat voor een heel groot deel over
2
zorg waar we niet helemaal, of niet echt zelf aan de knoppen zitten. De gecertificeerde instellingen die zorgen voor kinderen die onder toezicht staan, en ook wel voor een aantal andere kinderen. En de Raad voor de Kinderbescherming speelt daar ook een rol bij. Nou, in die hele keten zijn dus een aantal partijen heel erg van belang. Daar zijn andere afspraken mee nodig dan tot nu toe. Dat loopt, maar dat moet nog wel sneller en beter. En daar gaat deze toelichting over. Zelf haak ik over een aantal minuten af, omdat ik over parkeren ga praten in een andere zaal. Dat is ook leuk. De voorzitter: Dat is ook leuk, dat ben ik helemaal met de wethouder eens. Dan gaan wij over naar de presentatie. Dan is er altijd ook wel weer de vraag aan degenen die de presentatie doen, of er vragen tussendoor mogen worden gesteld. Mijn advies is altijd om dat te beperken tot aan het einde van de presentatie, omdat het anders altijd wel weer uit de tijd gaat lopen. Maar als er iemand echt iets heel dringends heeft, dan hoor ik het wel. Dan geef ik het woord aan de dames, mevrouw Prak en mevrouw Hage. Ga uw gang. Mevrouw Prak: Goedenavond allemaal. Wij gaan u vandaag, vanavond iets vertellen over het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Inderdaad fijn als u uw vragen wil opsparen tot het eind, behalve als er echt iets onduidelijk is, geeft dat dan vooral aan.
Ik zal eerst wat gaan vertellen over de aanleiding voor het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, dus waarom is dit tot stand gekomen? Iets vertellen ook over de opzet en de inhoud ervan. Daarna zullen we het ook in bredere context plaatsen, dat zal onder andere mijn collega ook doen. En daarna zal ik u ook iets vertellen wat we tot nu toe in ieder geval weten van wat het betekent voor de uitvoering, zowel regionaal als ook lokaal in Dordrecht. Waarom is het toekomstscenario tot stand gekomen? Waarom was dat nodig? De Jeugdbeschermingsketen is complex en knelt. Het is nu zo dat kinderen en ouders vaak te lang moeten wachten op passende hulp. En ze voelen zich niet voldoende gehoord, gezien en gesteund. Ook is er niet voldoende samenhang tussen de zorg voor kinderen en zorg voor volwassenen, als we het om een gezin hebben. En de organisaties binnen de keten werken als een estafette, dus het is zo dat, een casus is eerst bij de ene organisatie en dan door naar de volgende, door naar de volgende. Dat wordt niet als prettig ervaren. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, is het mogelijk dat mevrouw Prak meer in de microfoon, of de microfoon wat dichterbij? Want ik ben al wat ouder en mijn gehoor is wat minder. De voorzitter: Het ligt ook aan het … Mevrouw Prak: Ik zal hem iets meer … Mevrouw ...: Iets meer naar beneden. Mevrouw Prak: O ja.
De voorzitter: Het ligt ook aan het volume, denk ik. Mevrouw Prak: Helpt dit?
3
Mevrouw ...: Ja. Mevrouw Prak: Oké, heel goed. Daarnaast is het zo dat niet alleen kinderen en volwassenen hier moeite mee hebben, maar ook professionals vinden de complexiteit, die vinden dat lastig om daarmee te werken. Op deze slide heb ik een filmpje toegevoegd van de Rijksoverheid die, dat geeft iets, schetst iets meer de context ook van waarom het toekomstscenario tot stand is gekomen, wat er de bedoeling van is. Stem van getoond filmpje: Iedereen wil een fijn thuis, waar of met wie je ook woont. En als het thuis onveilig is, dan is er hulp en bescherming nodig. Om dat beter te organiseren hebben we het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming opgesteld. Een nieuwe manier van werken voor huishoudens met en zonder kinderen. Redenerend vanuit het gezin, met daarin een gezinsgerichte aanpak, inclusief rechtsbescherming. De aanpak beproeven we in proeftuinen en wordt tegelijkertijd in steeds meer regio's ingezet. Het gezin heeft een vaste contactpersoon. Deze probeert zo goed mogelijk een vertrouwensband op te bouwen, zodat gezinsleden hulp durven te vragen en te accepteren. Als het nodig is, werkt de contactpersoon samen met een team van veiligheidsexperts en hulpverleners. Dit team kijkt naar onderliggende oorzaken en organiseert passende hulp en ondersteuning voor alle gezinsleden. Tijdens het proces delen de hulpverleners informatie met elkaar, en met de gezinsleden.
In deze nieuwe manier van werken zoeken hulpverleners samen met een gezin naar oplossingen. Hulp en bescherming komt daardoor eerder, en past beter bij het gezin. De inzichten die we vanuit alle regio’s opdoen delen we in het land, en gebruiken we om te kijken wat landelijk nodig is. Meer weten? Ga naar de website, of stuur een email. Mevrouw Prak: Nu gaat hij te ver. Dat gaf denk ik iets meer beeld bij wat de bedoeling is van het toekomstscenario. Hier zien we het ook in een plaatje visueel gemaakt. Echt in het midden staat het gezin, dus ouders, kind, maar iedere vorm van gezin die het kan zijn. En daaromheen staan eigenlijk alle organisaties die dan betrokken kunnen zijn, met vooral het lokaal team wat dus echt om het gezin heen staat. En daar dan verder omheen de andere partijen, partners, die betrokken kunnen zijn. En het toekomstscenario is gebaseerd op vier basisprincipes die op de vorige slide ook bovenaan het plaatje zichtbaar waren. Allereerst gaat het om gezinsgericht, dus dat er echt met een brede blik wordt gekeken naar, niet alleen naar jeugdigen, maar echt naar het hele gezin wat betrokken is. Het toekomstscenario beoogt eenvoudig te zijn, eenvoudiger, met een vaste contactpersoon voor het gezin, wat dus dichtbij en toegankelijk is.
Ook is het lerend, dus het is de bedoeling dat de professionals echt reflecteren op wat ze doen, en ook zo de aanpak kunnen verbeteren. En het is rechtsbeschermend en transparant, dus ook de rechtsbescherming moet geborgd zijn. En er wordt gewerkt met één dossier, waar alle betrokken professionals dan in kunnen. Dit zijn de uitgangspunten van het toekomstscenario. Sommige dingen zijn al genoemd. Maar het gaat er dus om dat er dus één gezicht is, één contactpersoon voor kind en gezin. En dat rondom het kind en gezin het lokaal team staat. Er vindt geen onnodig tijdverlies plaats, omdat het idee is dat een kind, of een casus, niet meer van de ene naar de andere organisatie gaat, maar dat organisaties veel meer met elkaar op één plek werken. En de contactpersoon van het lokaal team, die werkt samen met het Regionaal Veiligheidsteam, wat dan opgericht moet worden. En het Regionaal Veiligheidsteam, daarin worden verschillende functies samengebracht. Dat gaat dan om
4
de gecertificeerde instellingen Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming, die dan in één team samenwerken. Dichtbij de professionals is een netwerk van specialisten met de benodigde kennis op gebied van veiligheid, en dan kinderen, volwassenen. En het is al gezegd, maar het lokaal team staat dus om het gezin heen. Het toekomstscenario is een opgave die over best wel lange tijdspanne gaat, dus het stip op de horizon is het jaar 2030, dat is nog best wel heel ver weg, natuurlijk. En daarom is er voor de komende jaren, is er vanuit, is er landelijk dus een programmaplan uitgewerkt, wat zich focust op een iets kortere tijdspanne binnen dat, nou ja, daarnaartoe werkend, zeg maar. En dat is dus voor de komende jaren uitgewerkt in een programmaplan met daarin vier verschillende actielijnen, waar dan weer acties onder vallen. De afgelopen jaren of tijd is vooral gegaan over echt de voorbereiding en de start, en gewoon de opstart van het hele toekomstscenario. De eerste proeftuinen zijn ook van start gegaan, waarin er in een aantal gemeente regio's al wordt gewerkt, of wordt geëxperimenteerd met nieuwe manier van werken, om te kijken wat daarvan geleerd kan worden.
En nu zitten we eigenlijk in een fase waarin die proeftuinen dus lopen en draaien, en al ervaring aan het opdoen zijn met de nieuwe manier van werken, met als idee dat dat na 2026 dus landelijk ook geïmplementeerd kan gaan worden. En dat eigenlijk natuurlijk alle regio's op deze manier uiteindelijk gaan werken, alle gemeenten. Ik noemde het net al kort, er zijn dus landelijke proeftuinen op gebied van de toekomstscenario. Dat zijn er nu elf. Niet in onze regio, maar wel in andere gemeenten in Nederland. En daar wordt dus eigenlijk al geoefend met de nieuwe manier van werken, om te kijken wat daarvan geleerd kan worden, ook voor de, gewoon de landelijke implementatie uiteindelijk. Positief is dat er kan worden gezegd uit de eerste monitoring die er beschikbaar is, dat die manier van werken wel al resultaat oplevert, omdat er minder inzet van gedwongen maatregelen is. En de professionals die hier nu mee werken, die ervaren dat er dus meer ruimte is om te zoeken naar andere oplossingen, waardoor dus gedwongen maatregelen voorkomen kunnen worden. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Even een verduidelijkende vraag. Gedwongen maatregelen, bedoelt u daarmee bijvoorbeeld een uithuisplaatsing? Mevrouw Prak: Ja, inderdaad, of een ondertoezichtstelling, een voogdijmaatregel. Klopt, ja.
Ik heb heel kort het voorbeeld genomen van de proeftuin in de gemeente Amsterdam, Blijvend Veilig heet dat. Daar wordt al gewerkt met een soort van Regionaal Veiligheidsteam, maar in ieder geval een veiligheidsteam waarin verschillende partners dus al met elkaar aan de slag zijn, aan het werken zijn. En naast dat ze natuurlijk oefenen met hoe ze met elkaar die samenwerking vorm moeten geven, zijn ze ook erg aan het kijken naar hoe die samenwerking met het lokaal team eruit moet gaan zien, omdat dat straks dan ook een belangrijk onderdeel is van hoe de Regionale Veiligheidsteams met de lokale teams zullen gaan werken. Mevrouw Hage: Wat betreft de brede context van het toekomstscenario, is het voor kinderen én volwassenen. En is het vooral heel erg belangrijk om aan te geven dat het niet alleen voor een gezin is waar kinderen onder de achttien zitten, maar ook gezinnen waar kinderen boven de achttien zitten, of geen kinderen aanwezig zijn. En dat we streven naar een veilige en leefbare situatie voor al onze inwoners, in dit geval de
5
gemeente Dordrecht, zodat ook de integrale aanpak ervoor zorgt dat er structurele oplossing in deze situatie komt, en de zorg voor alle inwoners op de juiste manier gedaan wordt. We streven naar een sluitende aanpak om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare inwoners van onze samenleving in veiligheid zijn en zich veilig en leefbaar kunnen ontwikkelen in de gemeente Dordrecht. Dus ook de mensen die langer zelfstandig moeten thuis wonen, naarmate ze wat ouder worden, en de zorg die daarvoor is, met een grijzer wordende toekomst, wordt zeker ook meegenomen in de toekomstscenario, in de loop van de periode na 2026. Mevrouw Prak: Er is ook samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd. Beiden zijn denk ik grote opgaven die nu spelen op het domein van jeugd. Inhoudelijk zit daar ook wel voor een deel overlap in, voor een groot deel wel, vooral op gebied van de sterke lokale teams. Dus het lokaal team krijgt vanuit het toekomstscenario een grote rol op gebied van onveiligheid. Maar ook vanuit de Hervormingsagenda Jeugd wordt gezegd dat het belangrijk is dat er stevige lokale teams zijn, met dus voldoende kennis, voldoende expertise, om jeugdigen en ouders goed te kunnen helpen. En ook de domeinoverstijgende samenwerking, die wordt daarbij erg belangrijk gevonden.
Want als we problemen aanvliegen, niet alleen met focus op het kind, maar echt gezinsgericht willen kijken, dan kan het bijvoorbeeld zijn dat problemen veroorzaakt worden door dingen die spelen bij ouders, dus stress, schulden, noem maar op. En dat vraagt samenwerking over domeinen heen, en dan zijn er meer gebieden betrokken. En ook de verbinding met volwassenen GGZ is belangrijk, want in veel gevallen kan het zo zijn dat er bij ouders ook sprake is van GGZ problematiek, en dan is het belangrijk dat ook daar goed naar wordt gekeken. In onze regio Zuid-Holland Zuid is ervoor gekozen om ook een regionaal programmateam toekomstscenario op te zetten, omdat, het is een grote opgave, dus er wordt gekozen om ook regionaal, in regionaal verband daarmee aan de slag te gaan. Er zijn ook een aantal collega's van het programmateam aanwezig vanavond in de zaal. En het regionaal programma heeft een programmaplan waar ook weer een uitvoeringsplan onder hangt. En in dat uitvoeringsplan zijn verschillende projecten opgesteld, waar het programmateam óf al mee aan de slag is, of de komende periode mee aan de slag zal gaan. In deze slide heb ik de verschillende projecten ook genoemd, die uit het uitvoeringsplan regionaal komen. Mocht u daar specifiek meer vragen over hebben, dan zijn de collega's daarvan dus ook aanwezig.
Maar dit laat in ieder geval zien dat er, op regionaal gebied gebeurt er een hoop, en daarnaast moeten we ook lokaal als gemeente Dordrecht aan de slag met dit thema. We verwachten ook binnenkort een rapportage van het programmateam, die wat laat zien over wat het afgelopen jaar allemaal is gebeurd. Nou, de verwachting is dat die ook wordt aangeboden aan u, aan de raad. Zoals ik net zei, aanvullend op alles wat er loopt vanuit het regionaal programma, zijn ook gemeenten, moeten het één en ander doen. Het regionaal programma is de afgelopen tijd onder andere bezig geweest met het formuleren van een regionale, uniforme opdracht voor de lokale teams, met als doel dat de lokale teams in onze regio zoveel mogelijk eenduidig kunnen gaan werken op gebied van veiligheid. En nu is het, dat is gemaakt, opgeleverd, en nu is het aan gemeenten om te gaan kijken hoe dat geïmplementeerd kan worden in dus de eigen gemeente. Dus voor Dordrecht betekent dat gesprekken met Dordrecht Sociaal, om te kijken, goh, hoe kunnen we de komende tijd hiermee aan de slag met elkaar? En dat is echt iets wat op korte termijn … Daar wordt nu aan gewerkt, daar worden nu gesprekken over gevoerd.
6
En als we dan kijken naar de iets langere termijn, dat is nu nog niet aan de orde, maar het toekomstscenario beoogt natuurlijk dat er een Regionaal Veiligheidsteam op termijn komt. En dat zal echt wat gaan vragen van de verschillende partijen die daar een rol in gaan spelen. Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter, mag ik daar een verhelderende vraag over stellen? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ik hoor u zeggen, daar zal op termijn een Regionaal Veiligheidsteam moeten komen. En dat is ook een project. Ik neem toch aan dat er nu binnen de jeugdzorg ook al een soort veiligheidsteam bestaat, of is dat niet het geval? Mevrouw Prak: Ja, het is een… Er komt een Regionaal Veiligheidsteam waarin dus de verschillende partijen, bijvoorbeeld een gecertificeerde instelling, een Veilig Thuis, een Raad voor de Kinderbescherming, met elkaar samenwerking. En natuurlijk is het zo dat er nu ook samenwerking is tussen de verschillende partijen, maar niet op de manier zoals het toekomstscenario dat voor zich ziet. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Ook een vraag ter verheldering.
Dat zijn toch juist die MDA teams die eerder genoemd werden? Dat zijn toch juist die teams waarbij al die expertise gemengd zijn in één aanpak, als ik het goed begrijp? Mevrouw Hage: Het gaat er bij deze Regionale Veiligheidsdienst meer om dat de gegevensdeling ook op een andere manier georganiseerd wordt, waardoor je nog makkelijker met elkaar kunt samenwerken en ervoor kunt zorgen dat op de langere termijn ook de ondertoezichtstellingen en de uithuisplaatsingen in de vermindering gebracht worden, om ervoor te zorgen dat je aan de voorkant iets meer kunt doen. Misschien dat ook … Mevrouw Schnabel: Een heel kleine aanvulling, voorzitter. De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Schnabel: Dus, maar dat zijn dus wel die MDA teams, alleen wordt het op een andere manier georganiseerd. Mevrouw Hage: Ja, want er zitten, daar zit de Raad voor de Kinderbescherming in, de gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis. En dat zijn de instellingen waar, die noodzakelijk zijn voor het uitgeven en het afgeven van ondertoezichtstellingen en het onderzoek die daarnaar gedaan worden. Dat is anders, want MDA++, waar u op doelt, dat zijn de teams waarin de instellingen zitten die niet in een gedwongen kader fungeren. De voorzitter: Gaat u door met de presentatie, als dat …
7
Mevrouw Prak: Even kijken. Ja, nee, volgens mij waren we rond zo. Ik moest even nadenken. Ik heb nog toegevoegd de website voor de jeugd en het gezin, daar staat heel veel informatie op, specifiek over het toekomstscenario, maar ook breder op gebied van jeugd. Dus mocht u hier nog meer over willen weten, lezen, dan kunt u daar terecht. En nou, als u nog vragen heeft … De voorzitter: Dank voor de presentatie in ieder geval, dames. En dan kijk ik naar de commissie. Mevrouw Koene had ik als eerste in het vizier. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Even kan ik … Ik ga altijd proberen om het een beetje simpel te maken, maar waarom is het toekomstscenario een grote opgave, wat is die grote opgave? Dat is vraag één. En vraag twee, in welke mate gaan wij als raad over dit verhaal, of gaan we er niet over? De voorzitter: Wie van de dames? Mevrouw Hage: De grote opgave, die zit ’m in de stelselwijziging, het feit dat we op een andere manier met elkaar gaan samenwerken, en voornamelijk op het gebied van de gegevensdeling. En dat heeft gewoon echt wel wat voeten in de aarde, omdat je het hebt over domeinoverstijgende samenwerking, waarin je te maken hebt met een justitieel kader, een GGZ kader. En iedereen heeft zijn eigen manier van het delen van gegevens en het binnenhouden van de eigen gegevens. Daar zit de grootste wijze, of de grootste opgave in, die wijziging in het stelsel.
En als het gaat om de invloed vanuit de raad, is die volgens mij, zoals ik het begrepen heb, wel vrij beperkt, omdat het een landelijke opgave is, waar we eigenlijk ons aan moeten gaan conformeren. Dat is wat ik ervan begrepen heb. En als ik daar een reprimande over krijg, dan … Mevrouw Koene: Aanvullend dan, voorzitter … De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dus, heel mooi dat jullie deze presentatie doen. Maar wat wordt er nu van mij verwacht, technisch? De voorzitter: Die vraag die ga ik niet beantwoorden, mevrouw Koene, dus ... Ik zit even te kijken naar één van de dames, wat … Uiteindelijk is dan de vraag, nou ja, wat is het doel? En voor, ook voor de raad, inderdaad, voor deze presentatie? Mevrouw Prak: Het doel van de presentatie is ook vooral om u mee te nemen in de ontwikkelingen die gaande zijn, om u hierover te informeren. En ook omdat dit de komende jaren denk ik nog wel wat gaat vragen, willen we u hier nu alvast in meenemen, dat u weet dat dit eraan komt. Mevrouw Hage: Ter aanvulling ook de opgave die er ligt voor de lokale wijkteams, waar we met z’n allen voor staan. De voorzitter: Ik zie opeens dat er een wethouder aansluit, dus die wil toch even wat kwijt, volgens mij. Wethouder.
8
De heer Van der Linden: Nou ja, dat is niet heel gebruikelijk bij technische sessies, maar ik vind de vraag die mevrouw Koene stelt natuurlijk, je bent hier bij een commissievergadering van de raad van Dordt, dus het is best een hele belangrijke vraag. Kijk, het is zo dat in het gedwongen kader, waar justitie een rol speelt en allerlei andere partijen, daar hebben we zelf lokaal niet heel veel over te zeggen. Als eenmaal een kind een OTS heeft, een ondertoezichtstelling heeft, dan is er allerlei zorg nodig, waar we voor een groot deel wel de rekening van betalen, maar niet letterlijk over gaan. We maken natuurlijk wel allerlei samenwerkingsafspraken. Maar om te voorkomen dat een jeugdige, in het geval van de Jeugdwet, in het justitiële kader terechtkomt, ga je natuurlijk wel zoveel mogelijk lokaal willen doen. En het is ook, als u al hier al wat langer zit, dan weet u dat sheet 1 of 2, die Laura liet zien, gaat over één gezin, één plan, één regisseur. Dat was in 2015 létterlijk wat we hebben afgesproken. Dus dat is ook weleens een beetje frustrerend, dat je met een aantal dingen bezig bent die we destijds allemaal voor ja en amen aannamen, die voor een heel groot deel ook werken, maar juist in dit soort hele complexe gevallen niet, of te weinig kunnen worden georganiseerd.
Om te voorkomen dat je in die complexe trajecten terechtkomt waar een OTS nodig is, probeer je zo lang mogelijk lokaal te blijven werken, met je lokale team. En daar gaat u wél over. Dus ergens de komende tijd, jaar, jaren, hebben we natuurlijk ook weer het gesprek over toegang, over sociale wijkteams, over hoe je omgaat met preventie. En preventie gaat in dit kader niet alles oplossen, dat weten we ook. Maar daar gaat u wél over, over wat die opdracht is en hoe we de sociale wijkteams de toegangsfunctie willen laten vervullen. Dit was het meest concrete antwoord wat ik nu kan geven op de vraag van mevrouw Koene. Dank u wel. De voorzitter: Ik hoop dat dat iets oplevert. Ik kijk eventjes. De heer De Heer had ik als eerste in het vizier, en dan mevrouw Kruger en dan mevrouw Schnabel nog; mevrouw van Vugt ook nog. De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel en dank ook aan degenen die de presentatie hebben gegeven. Ik heb zeker niet alles begrepen, maar ik doe mijn uiterste best. Twee vragen die ik in ieder geval had; één was, hoe verhouden die acht regionale projecten zich nou tot die proeftuinen? Want wat ik begreep is dat we hier in Dordrecht in ieder geval geen proeftuinen hebben, maar wel acht regionale projecten dan in de provincie, wat ik begrijp.
Dus hoe moet ik dat nou precies begrijpen? En het tweede is, is het al mogelijk als we gaandeweg, als je dingen aan het leren bent en we zien, wat ik begrijp, nu al een aantal dingen lukken op bepaalde plekken, zijn we dan ook bijvoorbeeld als gemeente Dordrecht al in staat om dat tijdig toe te gaan passen, of moeten we dan wachten tot eindstreep programma en dat we daarna pas de toepassingen kunnen? Dus daar ben ik ook even benieuwd naar. De voorzitter: Wie pakt dat op van de dames? U? Mevrouw Prak: Ik ben niet zo snel met meeschrijven. De voorzitter: Rustig aan, we hebben nog de tijd dus … Mevrouw Prak: Landelijk zijn er proeftuinen gestart en dat is vooral ook qua financiering een ding, in de zin van er middelen vanuit het Rijk om proeftuinen te starten. Dat kan
9
niet iedereen gaan doen. Dus dat staat in die zin los van de regionale projecten, want er wordt in de regio wel van alles gedaan, maar dat is dus niet een landelijke proeftuin. Mevrouw ...: Daar leren we wel van. Mevrouw Prak: Dat is goed. De voorzitter: Aan tafel, alstublieft. Even ook gewoon dan ook even uw naam en uw functie daarin even vermelden, alstublieft. Mevrouw Azarian: Marina Azarian, programmamanager die namens de tien gemeenten met deze stelselwijziging aan het werk is. De landelijke proeftuinen die leveren bouwstenen op, en diezelfde bouwstenen gebruiken wij ook in onze regio, regionaal en lokaal in alle ontwikkelingen binnen de projecten die we hiermee bezig zijn. Dus die leveren bouwsteen op, die lopen al langer en die gebruiken wij, net zoals MDA++, die kwam op de lijst terug. Dat is een aanpak, daar wordt in het land langer mee gewerkt. Nou, wij hebben nu, wij hebben afgelopen jaren daar ervaring mee opgedaan en daarvan een evaluatie gedaan. En nu kijken wij, oké, hoe pakken we het nou door op dezelfde aanpak? Maar dit is één van de landelijke ontwikkelingen die ook binnen de proeftuinen is, die wij ook in onze regio voortzetten. Dus wij maken verbinding met de landelijke proeftuinen en de bouwstenen die daar opgeleverd worden. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter.
Ik was al heel blij dat de wethouder iets zei over 2015, want inderdaad, toen hadden we het ook over één loket en één gezin en noem alles maar op. En dat zie ik nu weer terugkomen. Ik begrijp wel de complexiteit, maar volgens mij zijn er in de Veiligheidshuizen ook tafels, Jeugdtafels, waar ook juist dit soort dingen besproken worden. Maar misschien is dit toch iets heel anders. Ik kan het nog, sorry, niet, met alle respect, niet heel erg ontdekken. Gaat dit ook niet over … We moeten landelijk, 900 miljoen gaat er bezuinigd worden op de jeugdhulp en alles wat … Heeft dat ook niet te maken met dit? Dat we toch weer gaan proberen, want ik zie het weer proberen, excuus voor dat ik er misschien een beetje cynisch over ben, maar proberen om van één gezin en één hulpverlener … Terwijl ik ook me afvraag, één gezin? Ik ken gezinnen die bestaan uit samengestelde gezinnen, gezinnen die één gezin zijn, maar op verschillende plekken leven. Hoe moet ik dat allemaal gaan zien? Ik vind dat hier niet in terug, want ik heb alles even snel doorgenomen. De voorzitter: Ik hoor nu twee vragen. Dat gaat over de bezuinigingen … Mevrouw Kruger: Bezuinigingen. De voorzitter: En over, wat is nu een gezin dan, toch? Mevrouw Kruger: Precies. Mevrouw Prak: Nee, het toekomstscenario is niet vanuit bezuinigingsoogpunt bedoeld.
Het gaat er echt om, hoe kunnen we het stelsel anders inrichten, zodat mensen beter,
10
sneller, passender geholpen kunnen worden? Het doel daarvan is niet om bezuinigingen op te leveren. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: En dan de tweede vraag over, wat is een gezin, volgens mij, toch? Mevrouw Kruger: Nou, even nog over, toch over die bezuinigingen. Maar misschien is dat nu te ver, en ik zie mijnheer Van der Linden al knikken. Oké, ik hou hem vast, want daar ga ik dan op een later punt wel even op terugkomen. Mevrouw …: (Buiten de microfoon) Gelijk meenemen De voorzitter: Dat was ’m, mevrouw Kruger? Mevrouw Kruger: Ja. Nog wel even over dat gezin. De voorzitter: Toch. Mevrouw Kruger: Want daar staan we daar ook … Ja, natuurlijk, dat wil ik weten; dat gezin. De voorzitter: Oké. Wat is een gezin? Mevrouw …: (Buiten de microfoon) Een systeem. Mevrouw Hage: Nou goed, in principe is de aanpak vanuit de toekomstscenario, als het gaat om gezinnen, dusdanig breed, dat alle gezinnen dus inderdaad, ook als er één in Groningen woont en de ander bij ons in Dordrecht, dat die aangepakt worden. En daarin zit die stelselwijziging ook, dat je veel sneller en veel makkelijker met elkaar kunt communiceren, en inderdaad met elkaar kunt afstemmen en zorgen dat je de gegevensdeling en de afstemming op elkaar kunt vormgeven. Beter kunt vormgeven dan het op deze manier en in de huidige situatie geregeld is.
Want als het gaat om de Regionale Veiligheidsteams, daar is in Amsterdam inderdaad al mee gestart, en zij werken dan volgens de manier zoals ze dat zouden willen. Dus met de zorg dichterbij en geregeld dat iedereen de gegevens met elkaar mag delen op de juiste manier zoals ze dat nu voor ogen hebben. En wij doen het nu nog volgens onze, volgens de huidige, wettelijke manier. En dat bemoeilijkt, omdat je daardoor niet door verschillende muren heen kunt, als het gaat om de ondersteuning die je kunt bieden aan de gezinnen. Mevrouw Kruger: (Buiten de microfoon) Mag ik nog één … De voorzitter: Als het niet duidelijk is, nog eentje dan. Mevrouw Kruger: Nou ja, omdat mij iets te binnen schiet, omdat ik weet, de reclassering werkt landelijk, ook de drie reclasseringsorganisaties werken in één systeem, dus die kunnen allemaal goed zien wat er allemaal gebeurt. Wordt er aan zo'n soort systeem gedacht?
11
De voorzitter: Prima. Mevrouw Azarian: De Regionale Veiligheidsteams, de regionale veiligheidsorganisatie of de teams, de zijn nu partij die in drie verschillende organisaties zijn georganiseerd overal in het land. Op dit moment wordt er nagedacht vanuit het landelijk programmateam. Wij participeren vanuit onze regio in de werkgroep. Wij denken na over, waar moeten, welke diensten en functionaliteiten moeten in de Regionale Veiligheidsteams terugkomen? Dus hoe groot en op welke basis het georganiseerd gaat worden, daar hoor, daar mogen wij in meedenken, maar daar weten we nog niks van. Voor de tijdspad even misschien, die worden tot aan de zomervakantie; er moeten vijf scenario's aan de Tweede Kamer aangeboden worden. De Tweede Kamer zal voor 2025, in het najaar nog besluiten welke vorm het wordt. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, en dan mevrouw Van Vugt. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik was nog benieuwd naar die MDA teams, want er werd net verteld, dat is inderdaad al eerder opgestart en dat is toen geëvalueerd. Maar wat ik vorig jaar, of twee jaar geleden is het misschien nu eigenlijk, las is dat dat iets van vijf casussen heeft, of toentertijd vijf casussen had opgeleverd. Wat zijn dan de resultaten nu? En net werd ook gezegd, maar misschien heb ik dat niet goed begrepen, dat daar dan nu een net iets andere aanpak gesuggereerd wordt.
En als dat zo is, wat is dan het verschil tussen de oude en de nieuwe? Dat zijn … Mevrouw Hage: Als het gaat om de oude aanpakken, dan gaat het voornamelijk om die stelselwijziging die nu nog niet is doorgevoerd, waardoor je dus inderdaad tegen de gegevensdeling aanloopt. En, ik bedoel, een GGZ instelling heeft een medisch beroepsgeheim, waardoor zij bepaalde gegevens niet mogen delen en je dus niet direct kunt zien en mee kunt nemen in de behandeling van een gezin, wat de invloed van de GGZ problematiek van ouders is op de kinderen. Dat zal straks in een Regionaal Veiligheidsteam anders zijn. En als het gaat om de evaluatie en het aantal gezinnen, dat is echt wel in de opstartfase geweest. En goed, we hebben inderdaad de evaluatie, als het gaat om de MDA++, die blijft ieder jaar weer terugkomen, en daarin zien we echt wel vooruitgang en ook bekendheid onder de professionals om aan te melden voor de MDA++ tafel, en daar de casuïstiek in de verhoging te krijgen. Mevrouw Schnabel: Kan nog wel? De voorzitter: Ja, nog een vraag, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u. Heeft u dan ook wat meer zicht, zeg maar, of wat meer harde resultaten over, toen was het vijf, hoe is dat ongeveer nu? Het hoeft niet per se, of … Mevrouw Azarian: Op dit moment draaien twee procesregisseurs die voor zestien uur per persoon gekoppeld zijn aan die bij Veilig Thuis zitten.
Die draaien ongeveer twaalf tot dertien casussen, waar zij procesregie voeren. En daar zitten zij met … En je moet je voorstellen, dit is, de casussen die bij MDA++ terechtkomen, dat is casuïstiek wat
12
intergenerationeel veiligheidsproblematiek is. Dus dat is geen casus, dat zijn, oneerbiedig gezegd, de draaideur gezinnen ook. Dus het is geen casuïstiek waar wij elke dag, waar wij ook zóveel van verwachten. Ooit is gezegd, volgens mij is dit ook hier gepresenteerd, dat het in totaal zou gaan om 2 procent van de casussen, op regioniveau. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Bedankt voorzitter. Ik krijg zelf toch een beetje het gevoel dat we, het is natuurlijk gericht, de intenties zijn allemaal hartstikke goed, en er wordt weer van alles opgetuigd. En daar kunnen wij eigenlijk allemaal niks aan doen, want dat wordt vanuit het Rijk zo besloten dat dat nodig is. En ik zie ook echt de meerwaarde wel van een vlottere data uitwisseling, waardoor je beter samenwerkt. Ik vroeg me alleen af, zien we dat nou in Dordrecht als een beperkend iets, of als een ondersteunend iets voor de goede lokale aanpak? Want er zijn hier ook dingen die al goed lukken. En versterkt dit nou onze aanpak, of zien we het toch ook als een behoorlijke belemmering? Daar wil ik graag gewoon even op horen. En is nou eigenlijk elke gemeente in Nederland zelf aan het uitvinden hoe die implementatie moet gaan verlopen? Dat is een andere vraag. De voorzitter: Wie van de dames?
Mevrouw Azarian: Implementatie gebeurt niet per gemeente, elke gemeente is wel op een ander niveau, als het gaat om hoe de lokale teams georganiseerd zijn, met welke taken en opdrachten. Dus nee, dat is de afhankelijkheid, maar het gebeurt niet per gemeente. Landelijk wordt er al in verschillende ontwikkellijnen, wat Laura net liet zien, er worden allerlei lijnen ontwikkeld en die worden per gemeente, in de fase die je bent, worden dan geïmplementeerd. Maar hangt van de fase en hoe je, wat je lokale opdracht ook is en welke fase je lokaal team is. En de meerwaarde voor de Dordtse burger, en dit gaat niet alleen maar over Dordtenaren, maar in Nederland, daar hebben we, dit is … De hele reden van het toekomstscenario is dat wij, wat wij zien is, dat hoe het nu georganiseerd is volgens de wet- en regelgeving, dat zei Laura ook, het is nu allemaal een estafettemodel. Dus wat wij doen is, ook in Dordrecht, verwijzen we door, we verwijzen steeds door. Maar het toekomstscenario zegt, jij bent als lokaal team, dus ook jullie lokaal team, die is ervan en die blijft ervan. En die betrekt de kennis van de Regionaal Veiligheidsteam op tijd erbij. En dan is het, je gaat het niet afsluiten, nee, je blijft erbij. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Een aanvullende vraag.
Want ik snap dat het voor alle Nederlandse inwoners, of alle Nederlandse burgers goed is, maar ik zit hier voor de Dordtse inwoner. En ik vraag me dus af, in hoeverre komt het ten goede aan de Dordtse inwoner? Gaan we er als Dordtse inwoner ook echt op vooruit met dit nieuwe stelsel? De voorzitter: Dat vind ik wel weer een beetje een politieke vraag, mevrouw Vugt.
13
Mevrouw Van Vugt-Roose: Sorry. Nou ja, laat het dan maar zitten. De voorzitter: Dat is natuurlijk, ja, om daar ambtenaren daar te bevragen lijkt me ook niet zo kies. Toch? Mevrouw Van Vugt-Roose: Nee, of het, nou ja, het komt eigenlijk een beetje terug bij mijn eerste vraag. Zien we het als een belemmering, of als een ondersteuning van het beleid zoals het op dit moment is? De voorzitter: Ik hoor een ondersteuning. Mevrouw Azarian: Ja. Mevrouw Prak: Ja. Mevrouw Hage: Ja. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Nog even een technische vraag. Want ik hoor dat dat veiligheidsteam, die gaat dan ook bepalen welke instelling dan als eerste de regie gaat nemen, of die gaat werken? Mevrouw Azarian: Die gaan niet bepalen. Die komen erbij wanneer expertise op veiligheid nodig is, naar die gaan niet bepalen. Wanneer er een maatregel nodig is, dan wordt, dan krijgt de professional vanuit Regionaal Veiligheidsteam de regie over de casus. Maar lokaal team blijft erbij, maar die gaan het niet al vooraf bepalen. Dus ze worden erbij gehaald als de kennis nodig is, die gaan niet bepalen. Mevrouw Kruger: Oké. Ik vroeg me dan gewoon af wie dan bepaalt, wie welke regie neemt.
Want ik ben bang dat Sjakie toch weer iedere keer op een andere schoot belandt en dan toch weer … Wie gaat dan dat doen? Ik kan dat ook nog zien … De voorzitter: Is dat dan weer de vraag naar de regie, wie … Mevrouw Kruger: Ja, welke regie, wie gaat de regie nemen? De voorzitter: Wie? Mevrouw Kruger: Wie bepaalt welke ... De voorzitter: Wie regisseert? Mevrouw Kruger: Wie bepaalt wie de regie gaat nemen? De voorzitter: Wie bepaalt? Dames?
14
Mevrouw Hage: Het is één gezin, één plan, vanuit het lokale team gedacht, dus het lokale team is in dit geval degene die de regie pakt. En op het moment dat er gewoon extra expertise op veiligheid nodig is, wordt het Regionaal Veiligheidsteam ingevlogen voor de expertise die ze daarbij nodig hebben. En op het moment dat daar inderdaad gewoon excessief geweld of onveilige situaties zijn, dan wordt hun expertise op een andere manier ingezet en andere manier gebruikt, en kan de regie wél overgenomen door één van de partners die in het Regionaal Veiligheidsteam zit. Maar dat is de bedoeling dat we daar dus een vermindering in krijgen, omdat we op een preventieve manier met elkaar het lokale team meer positioneren en meer in de regierol zetten. De voorzitter: Ik kijk even. Mevrouw Schnabel, ook nog? We hebben nog heel even. Mevrouw Schnabel: Oké, fijn. Nog als laatste, of ik had eigenlijk twee vragen. Als laatste over nog één keer die MDA++ teams. Zouden we die evaluatie ook kunnen inzien als raad?
Mevrouw Azarian: Ik weet hier heel weinig van, ik weet niet wat gebruikelijk is. Maar we zijn nu laatste handje aan het leggen op de evaluatie en adviezen aan het geven, aanbevelingen aan het doen richting de borging van MDA++. Maar als het gebruikelijk is, dan wil ik dat best delen. Mevrouw Schnabel: Oké, heel fijn. Heel fijn, dank u wel. De voorzitter: Dan komt dat natuurlijk vanuit de ambtelijke ondersteuning. Ik weet niet hoe daar natuurlijk weer de politiek over denkt, natuurlijk, dat blijft … Mevrouw Azarian: We zullen het meenemen, die vraag. De voorzitter: Ik bedoel, de vraag is duidelijk en u krijgt daar antwoord op. Zullen we dat zo afsluiten, dan? Oké. Mevrouw Schnabel: Dan had ik nog een laatste vraag, als dat mag. De voorzitter: Ga uw gang, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik zag, in de Hervormingsagenda gaat het ook over samenwerking met onderwijs. En dat mis ik nog een beetje in de aanpak van ZuidHolland Zuid. Ik vroeg me af, hoe zit dat, hoe onderwijs geïntegreerd wordt? Mevrouw …: Bedoelt u dan vanuit het toekomstscenario? Mevrouw Schnabel: Ja, omdat het over aanpak Zuid-Holland Zuid gaat, die slides. En ja, ik was gewoon benieuwd hoe dat dan zit, ook met onderwijs, omdat het zo duidelijk in de Hervormingsagenda als opgave ligt. Mevrouw …: (Buiten de microfoon) Bedoel je in de Hervormingsagenda, of in de …
15
Mevrouw …: (Buiten de microfoon) In de hervorming staat dat het onderwijsbeleid onderdeel is, maar dat maskeer je dan nog in … Mevrouw Azarian: Samenwerking met onderwijs is vanuit de lokale teams in Zuid-Holland Zuid goed georganiseerd. Binnen elke gemeente, tien gemeenten, waar ik in ieder geval kom, zijn er OK-coaches, smw'ers, brugfunctionarissen, of hoe ze ook mogen heten. En omdat wij vanuit gaan dat lokaal team naast de inwoner blijft staan, dan gaan we er ook vanuit dat die samenwerking vanuit lokaal georganiseerd is. Wij richten ons nu echt op de veldpartij binnen veiligheid, om daar die samenhang te organiseren, in eerste instantie. Maar vanuit lokaal is het al georganiseerd, de samenwerking met onderwijs. Mevrouw Hage: Daar wil ik … Mag ik niet? Sorry. De voorzitter: Ga uw gang, ga uw gang. Mevrouw Hage: Maar daar wil ik op aanvullen, dat als het gaat om Dordt Sociaal, dat die breed georiënteerd is, dus daar zit ook het jongerenwerk in en het buurtwerk en dat soort dingen. En die lopen ook gewoon op de scholen en hebben heel erg nauw een snel contact met de jongeren. En het schoolmaatschappelijk werk wordt ook geleverd vanuit Dordt Sociaal, dus daar zitten contacten tussen de scholen, zit echt heel erg dicht georganiseerd. De voorzitter: Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Eigenlijk maar één vraagje. We hebben het steeds over toekomstscenario.
Ik zit me de hele tijd af te vragen, hebben we het nou over toekomstscenario aangaande kind- en gezinsbescherming, of toekomstscenario voor de kinderen en het gezin? Dus de toekomst van het gezin met de kinderen, of toekomst van het programma? Waar hebben we het over? Mevrouw Prak: Het gaat echt om de toekomst van de kind- en gezinsbescherming, dus de keten, hoe dat eruit gaat zien, die samenwerking. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ook nog één vraag. Verslavingszorg, GGZ, psychiatrie, die zijn ook verbonden aan het geheel? Mevrouw Hage: Nou, dat is één onderdeel van het domeinoverstijgend samenwerken natuurlijk, waar gewoon echt wel problematieken zitten in het afstemmen van met elkaar en dat soort dingen, zeker als het gaat om GGZ problematiek bij volwassenen. Dat is één van de acht projecten die we binnen Dordt, of in ieder geval binnen de regio ZuidHolland Zuid willen aanpakken. Waar nog, goed, niet echt heel erg duidelijk een start mee gemaakt is, maar waar we wel echt een start mee willen maken, omdat die domeinoverstijgend samenwerken, en dan gaat het echt om de zorg, veiligheid en alles, heel veel aandacht behoeft aankomende periode. Mevrouw Kruger: Als even korte aanvulling, want u vraagt, u zegt, volwassenen, maar ik ken helaas …
16
Mevrouw Hage: Jeugd. Mevrouw Kruger: Heel veel kinderen die een vorm van verslaving hebben. Dus in die zin is het heel belangrijk dat verslavingszorg daarbij aangesloten wordt. Mevrouw Hage: Nou ja, goed, omdat het veel over jeugd gaat, was ik daar eigenlijk al vanuit gegaan dat ik de specificering moest maken op de GGZ. Maar de jeugd zit daar sowieso bij. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Nog even voor de commissie, we gaan naar een afsluiting zo. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter, dat ik dan in elk geval nog mag. Ik zat me even af te vragen, in de huidige situatie is het mogelijk om je te onttrekken als gezin aan alle vormen van hulp, zorg, enzovoort, door gewoon eenvoudigweg te verhuizen. En kan dat dan ook nog in die nieuwe situatie, als je van de ene regio naar een nieuwe regio verhuist? Mevrouw Hage: Wat de bedoeling is, is dat, als het gaat om verhuizingen, veel gezinnen die verhuizen ook zonder daar ruchtbaarheid aan te geven. Het is wel de bedoeling dat de gezinnen iets beter in kaart en in beeld gebracht worden en dat dat misschien wat minder makkelijk is.
En dat op het moment dat een gezin weer opduikt, want de problematiek nemen ze met zich mee, dus waarschijnlijk een melding bij een sociaal wijkteam ook, dat dan de dingen die er al liggen over dit gezin, dus de dossiers ook makkelijker te delen zijn, en op te vragen zijn bij waar ze eerder lagen, waar ze eerder woonden moet ik zeggen; de dossiers lagen en de mensen woonden. Mevrouw Van Vugt-Roose: Maar het dan wel eerst misgaan voordat het oppopt. Mevrouw Hage: Ja, daar ontkom je gewoon bijna niet aan. Het is een trieste zaak, maar dat is vaak wel het geval. En het enige wat je kan doen is inderdaad kenbaar maken aan politie of iets dergelijks dat de kinderen zoek zijn. Dat soort acties moet je dan echt gaan ondernemen, als het écht … De voorzitter: Dan kijk ik naar de commissie, en dan is altijd weer de vraag of u voldoende geïnformeerd bent. En in principe is dit natuurlijk iets vanuit het college en de ambtelijke ondersteuning om u te informeren, en er zit hier geen vervolg aan. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik las op één van de slides dat later dit kwartaal een jaarrapportage komt. Ik neem aan dat we het dat dan ook weer inderdaad hebben over de jaarrapportage? De voorzitter: Ik ga ervan uit dat hier rapportages worden gedeeld.
De heer Van der Linden: Nou, in principe is natuurlijk alle informatie, tenzij er allemaal persoonlijke dingen in staan, eventueel beschikbaar. Maar deze rapportage zou niet per definitie worden gedeeld, want we krijgen natuurlijk ontzettend veel ambtelijke stukken. Dus ik vraag me ook af of u hier iets mee kan.
17
De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Schnabel: In de slides staat het gewoon, dat het aangeboden wordt aan de gemeenteraad, dus … De heer Van der Linden: Oké. De voorzitter: Hij denkt, ik bedoel, het college liegt nooit. Dus met andere woorden … De heer Van der Linden: Dan komt het naar u toe. De voorzitter: De toezegging staat in de presentatie, dus het komt naar u toe, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dus voor ons is het nu genoeg. De voorzitter: Zo simpel is het, zo simpel is het. Dan, gezien de gezichten, ga ik er vanuit dat u voldoende bent geïnformeerd. En dan dank ik in ieder geval… Mevrouw Van Vugt: Voorzitter, vindt het college dat wij voldoende geïnformeerd zijn? De voorzitter: Ja, goed, dat is een andere vraag. Maar ik wil in ieder geval wel de ambtelijke ondersteuning danken in ieder geval voor de presentatie en voor de uitleg. Dank u wel. En bij deze sluit ik deze commissie. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
18