CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 Concept notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 14 december 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad 21 december 2021, de commissie Sociale Leefomgeving 24 november 2021, de commissies Bestuur & Middelen, - Fysieke Leefomgeving - Sociale Leefomgeving 30 november 2021, de commissie Grote Projecten 8 decembe27.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Aan de andere kant is het ook heel belangrijk dat er voldoende plekken zijn voor mensen met zo’n elektrische auto. Want voor hen gaat het niet alleen om parkeerruimte, maar ook de mogelijkheid om het ding op te laden. Anders dan iemand met een gewone auto, die kan ieder moment naar een benzinestation rijden en daar zijn er gelukkig een aantal van in de stad om de tank vol te gooien. Iemand met een elektrische auto, ja, die moet dat ding opladen en dat kost ook wat tijd. Dus dat wil je als het even kan is het fijn als er zo’n plek in de buurt is. Dus wat dat betreft steunen wij eigenlijk wel de lijn zoals die in de visie nu staat. We ontvangen wel wat, waarbij het dus heel belangrijk is dat er zorgvuldig mee wordt omgegaan. We moeten zeker niet de situatie creëren dat er teveel van die plekken komen. Want dat is heel frustrerend voor anderen. Wat we ook wel ontvangen zijn signalen van mensen die in de binnenstad wonen, die hebben het er heel specifiek over. Waarbij het heel lastig kan zijn, want het zijn er niet zo heel veel, om een laadplek te vinden als je ’s avonds na een hele dag werken thuiskomt. Nou, dat hangt natuurlijk samen met de extreem hoge parkeerdruk in de binnenstad. Als er nou een gebied is in de stad waar die heel hoog is, dan is het wel de binnenstad. En dan is het extra frustrerend als zo’n laadplek oneigenlijk wordt gebruikt.

Ik krijg wel eens foto’s door van bewoners waar een gewone

39

brandstofauto staat op een laadplek. En wat ons betreft, wat betreft de Dordtse VVD, moet er op worden gehandhaafd in de binnenstad dat dat niet gebeurt, dat je in zo’n geval een boete krijgt. Ja, want die parkeerdruk is gewoon heel hoog. Dan nog even iets over de motie die mijnheer Nederhof presenteerde vanmiddag. Om eerlijk te zijn, wij vinden het niet zo’n sterke motie. Als ik het samenvat, de lijn van de motie lijkt te zijn: doe minder aan laadpalen en meer aan participatie en aan maatwerk. Je hebt die palen wel gewoon nodig voor de auto’s die er zijn. En die motie die lost het probleem niet op. En praten over waterstof evenmin. Ook al doe je nog zo’n ludiek petje op, want je koopt namelijk geen waterstofauto. Mijnheer Struijk zei daar net al iets over, omdat de gemeente dat zo lekker vindt klinken. Maar dat doe je pas wanneer het technisch en economisch een volwaardig alternatief is. Dus om die redenen zijn wij op het moment niet heel enthousiast over de motie van mijnheer Nederhof. Tot zover, dank u wel voorzitter. De heer Nederhof: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Nederhof is dat denk ik die ik hoor. De heer Nederhof: Ja, hij gaat. Sorry, even wachten. Ja, mijnheer Kuhlmann hoor ik over mijn petje praten. Nou, dan voel ik me natuurlijk persoonlijk aangevallen, dat is logisch.

Maar dan zijn die ondernemers die dus nu gaan investeren in een waterstoftankstation aan de Laan der Verenigde Naties, die zijn dan waarschijnlijk ook niet goed bij de tijd. Zeker een Amegaholding die zelf ook waterstofauto's in de showroom hebben staan. Maar goed, wij zijn voortvarend en wij denken mee. Dus dat was even de reactie op mijnheer Kuhlmann. De voorzitter: Oké, dank u wel. Waarvan akte. Even kijken, ik heb mijnheer Kuhlmann nu gehad. Dan ga ik naar mijnheer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter. De gemeente wil zo spoedig mogelijk naar emissievrij vervoer en transport, zeker in de stad. En ook minder automobiliteit, onder andere vanwege het ruimtebeslag en de luchtkwaliteit. De eerste vraag is dus wat ons betreft: waar is de prognose die in de visie staat met betrekking tot de behoefte aan laadpalen op gebaseerd? Is dat gebaseerd op de huidige trend van het aanschaffen van elektrische auto’s? Houdt die rekening met proactief beleid om elektrisch vervoer te stimuleren? Bijvoorbeeld door juist voldoende laadpalen en mogelijkheden te creëren. Of gaat het ook uit van een proactief beleid om het autoverkeer wat te reduceren zonder dat dat betekent dat de auto helemaal wordt uitgesloten. En uit de visie is nog niet duidelijk wat het college precies in de komende jaren gaat realiseren.

Voor de periode tot 2025 lijkt dat ook niet zo’n heel groot probleem. Want als we van de prognose die in het stuk staat uitgaan, dan zou het om zo’n 30 laadpalen per jaar kunnen gaan. Maar in de periode daarna gaat het om 160 tot 170 per jaar. En alleen al aan ambtelijke capaciteit betekent dat per anderhalve FTE die je nodig hebt om dat te realiseren. En anticiperen we wel genoeg en nodigen we wel genoeg uit? Ook wat ons betreft is het gevoel vooral: het plan moet iets ambitieuzer. Juist ook om elektrisch vervoer aantrekkelijk te maken. Dan wil ik nog een paar specifieke punten. Er is ook door vorige sprekers al iets gezegd over het beslag op de openbare ruimte. Eerlijk gezegd begrijp ik dat niet helemaal goed. Want we gaan er tegelijkertijd vanuit dat er de komende jaren geleidelijk aan de automobiliteit, zeker in de stad, wat gaan terugdringen. Uiteindelijk zal

40

dat juist ook een geringer aantal parkeerplaatsen leiden. Waarvan we natuurlijk wel meer en liefst zo veel mogelijk, dat ben ik met andere sprekers eens, met laadcapaciteit uitgerust moeten worden. Maar per saldo leidt dat toch niet tot extra ruimtebeslag. Het is de bedoeling, begrijp ik, dat er zo veel mogelijk op eigen terrein wordt geladen. Maar hoe regel je dat, hoe dwing je dat precies af? Wordt dat met tarieven geregeld of op een andere manier? En hoe zit het met kabels, vraag ik dan maar even heel praktisch, die je nu al vaak over het trottoir ziet liggen met alle risico’s van dien. Er wordt in de visie wel iets gezegd over elektrische fietsen, maar niet over scooters, brommers en dat soort dingen. Terwijl de niet elektrische scooters en brommers begrijp ik de meest vervuilende, en we hadden het er eerder vanavond over, en de meest geluid producerende vehicles zijn. Dat zou dus wat ons betreft in de ambitie meegenomen moeten worden. Ook taxi’s en zwaar verkeer blijven buiten beschouwing. En mijn vraag aan de wethouder is: waarom eigenlijk? Want als je die elektrisch kunt maken, dan maak je meteen een redelijk grote klapper. De optie om lantaarnpalen tot oplaadpunten te maken, die wordt in een aantal steden al in de praktijk gebracht. Onder andere in Arnhem ook.

Is dat niet aantrekkelijk, omdat je dan een hele grote verspreiding van die laadinfrastructuur krijgt? En misschien ook minder nieuwe infrastructuur hoeft aan te leggen. Daar wou ik het even bij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Dan kom ik bij mijnheer Tabak, D66, die graag een woordvoering wil houden. De heer Tabak: Ja, dank u wel. Mijn voorganger mijnheer Van der Meer die heeft al een heleboel gezegd wat ik eigenlijk ook in mijn boekje heb staan. Een paar dingen, als we het hebben over de twee jaar geldigheidsduur van dit plan wat hier ligt, dan zijn we best wel tevreden over dat het vraag-gestuurd, strategisch gestuurd en data-gestuurd is. We zien ook dat de ontwikkelingen zich ontzettend razendsnel opvolgen. En ja, eigenlijk ook ga geen langlopende contracten aan als dat niet nodig is, denk ik. Verder kan ik me bij mijnheer Chapel een deel aansluiten van: goh, waar zit de ambitie in het stuk? Er wordt geschreven: in een zichttermijn van tien tot vijftien jaar. En dan mis ik daar ook wel een stukje ambitie in met toekomstvisie. Maar ja, de zelfrijdende auto misschien nog een stap te ver, maar er wordt maar een heel klein stukje geschreven over deelauto’s. Waar willen we naartoe met de stad? Dat is ook een ding. Ik hoor mijnheer Van der Meer ook zeggen: het beslag op de openbare ruimte.

Elk blik staat nog op straat, ik hoop in de toekomst dat er steeds minder blik op straat komt te staan. Dat we dat in de parkeergarages kunnen stallen of inderdaad ook buiten die stad. Die oplaadpunten buiten de stad zijn misschien wel een voorbode op zelfrijdende auto’s. Dus aan de ene kant mooi voor de twee jaar die er nu aankomen. Aan de andere kant zou ik graag zien een stip op de horizon. Van de aankomende vijftien jaar verwacht ik ook eigenlijk meer ambitie van: waar willen we naartoe met de stad? En dan wat meer integraal bekijken met een stip op de horizon, hoe willen we omgaan met de ruimte in de stad, het laden in de stad, zelfrijdende auto’s, laadpunten, deelauto’s, et cetera. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Tabak. Dan kom ik bij mijnheer Jansen, PvdA. De heer Jansen: Ja, ik ga hier niet alles herhalen wat mijn voorgangers allemaal al vermeld hebben. Ons antwoord op de politieke vraag kan ik helder en kort over zijn. Die is wat ons betreft niet ambitieus genoeg, die kan vele malen ambitieuzer. Maar wij zijn ook realistisch en voelen er weinig voor om aan een dood paard te gaan trekken. Dat

41

kost ons veel te veel energie en wij zien in dit college in ieder geval niet een college dat de ambitie heeft om dit document nog ambitieuzer te maken, of dit document ambitieus genoeg te maken. Laten we dit document dan zo waarnemen zoals het er nu ligt, dan hebben we een basis. En daar kunnen we in de toekomst altijd nog op uitbreiden. Tot dusver. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jansen. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, er is al heel veel gezegd. Nou, laat ik maar kort zijn. Van ons hoeft het document niet te worden teruggestuurd. Natuurlijk mag daar meer ambitie in liggen, maar voor de komende twee jaar lijkt het te voldoen. En het volgende college gaan we dan wel vragen over de wat langere termijn ambities die er mogelijk zouden zijn. Wel zouden wij het belangrijk vinden in dit stuk om iets meer aandacht te besteden aan het aspect van de cybersecurity. Want er vinden een aantal onderzoeken plaats waar die problematiek ten opzichte van laadpalen wordt uitgewerkt. En het is een ding wat aandacht behoeft. En je zou het kunnen opnemen in het vergunningenmodel wat wordt geambieerd. Je kunt er gewoon in je bestek- of in je vergunningstoewijzing garanties voor vragen. Dus daar zou ik zeker aandacht aan willen besteden. Dan hebben we uiteraard ook de motie gelezen van Beter voor Dordt.

En de daarin opgesomde meningen zijn niet onze meningen. En dat wat ze aan het college verzoeken zie ik allemaal ook wel in deze notitie. Dus we begrijpen de motie niet zo heel erg goed en hij lijkt ons tamelijk overbodig. Dus daar zal vanuit Gewoon Dordt geen steun voor komen. En voor het overige sluit ik me graag aan bij een aantal dingen die ook zijn opgemerkt door mijnheer Struijk en mijnheer Tabak. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer heeft volgens mij een vraag aan u. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, inderdaad even een vraag. Mijnheer Kleinpaste is tevreden met deze nota, omdat er een aanzet voor de komende twee jaar wordt gemaakt. Ik ben het ook met hem eens dat het fijn is dat er een aanzet wordt gemaakt. Maar vindt hij niet dat bij dit soort vraagstukken, waar het toch gaat om een omslag in mobiliteit en dat soort zaken, toch heel erg belangrijk is om een goede lange termijn ambitie te hebben? En de vraag te stellen hoe je die transitie ook in de komende twee jaar zo krachtig mogelijke impuls kan geven. De heer Kleinpaste: Ik vind dat een uitermate relevante vraag voor een volgend college. Want ik denk dat in de maanden die dit college nog heeft die lange termijn visie er niet zal komen te liggen. Dus ik ben het onmiddellijk eens met iedereen die over de lange termijnvisie heeft gezegd: daar mag meer ambitie in liggen.

Ik bedoel, ik moet ook studeren wil ik overgaan naar een elektrische auto. Binnen deze gemeente op dit moment laat ik die ambitie maar even varen, want we zijn nog niet zover. Dus ja, het is een belangrijke vraag. Deelmobiliteit blijft ook een belangrijke vraag. Dus dat wordt zeker ergens in 2022 wel een keer opgepakt om daar een veel hardere klap op te geven dan nu gebeurt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Gündogdu wil een punt aanstippen.

42

De heer Gündogdu: Ja voorzitter. Bedankt voor al mijn voorgangers die hun inbreng hebben gehad. Wel even een concrete vraag ook aan de portefeuillehouder. En dat is ook meermaals aangestipt. Maar we kennen inmiddels al in heel veel Dordtse wijken een enorme parkeerdruk. En is het college dan wel de portefeuillehouder niet bevreesd dat zeg maar met de ambitie tot in ieder geval 2025 de parkeerdruk en de vertaling van dit beleidsdocument naar de praktijk nog meer onderlinge verhoudingen die er al in de wijken zijn op scherp gaat zetten? En hoe wil hij dat organisatorisch zo goed mogelijk laten landen in de diverse wijken? Denk aan Oudelandshoek, Stadspolders, Sterrenburg, in Dubbeldam of op Dubbeldam. Dus daar zijn we echt wel benieuwd naar. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kuhlmann had nog een interruptie op Gewoon Dordt. Is dat nog van toepassing? De heer Kuhlmann: Ja, graag voorzitter. Ik werd even getriggerd door hetgeen wat mijnheer Kleinpaste vrijwel aan het einde van zijn woordvoering zei, namelijk dat hij zoals de situatie nu is misschien wel twijfelt over hoe je een elektrische auto waar je dat niet wil doen vanwege de situatie in de gemeente Dordrecht. Naar mijn weten is het zo dat als hij nu een aanvraag zou doen voor een laadplek, dat er vrij snel bij hem in de buurt dan op redelijke afstand van zijn huis een laadplek gerealiseerd gaat worden.

Dat is namelijk het geldende beleid wat ook bestendigd wordt in deze visie. Dus dan denk ik van: dan ligt het probleem eerder bij of die wel of niet zo’n auto aanschaft, gewoon bij de eigen afweging van mijnheer Kleinpaste waar die natuurlijk hoort. Maar ik zou niet weten wat de gemeente daar meer of minder aan moet doen. Dus daarom even deze vraag. De voorzitter: Ja, misschien kunt u mijnheer Kleinpaste helpen bij de aanvraag van zo’n laadpaal. De heer Kleinpaste: Daar zit wel een aantal weken tussen wat lastig is. En daar zit ook de positie van die laadpaal en ook de afweging van: waar staan ze al in je omgeving? En moet je daar al dan niet gebruik van maken? En vind ik ze dan dicht genoeg bij staan? Dus ik geloof niet dat ik bij de hele vroege pioniers van het elektrisch rijden ga behoren. Maar natuurlijk kijk ik heel goed naar de ontwikkelingen en ik denk dat daar nog steeds een versnelling in mogelijk is. De heer Kuhlmann: Nou, als ik nog heel even mag reageren, voorzitter. De voorzitter: Heel kort dan. De heer Kuhlmann: Voor mijnheer Kleinpaste geldt natuurlijk nu, hij woont volgens mij in een gebied zoals heel veel Dordtenaren waar de parkeerdruk hoog is. Ook nu zal dat betekenen dat die niet zijn auto altijd voor de deur kan parkeren, een stukje moet lopen. En dat is denk ik in de situatie dat die aangewezen is op zo’n laadplek niet heel veel anders.

Dus ik zie dat wat minder pessimistisch. Maar goed, laat ik het daar maar bij laten. De voorzitter: Maar u hoeft hem ook niet te overtuigen om een elektrische auto aan te schaffen. Daar zijn de autodealers voor.

43

De heer Kuhlmann: Nee hoor, dat wil ik ook niet doen. Dat is helemaal aan hem. Maar als mijnheer Kleinpaste begrijpt van ik zou het wel willen, maar de gemeente werkt niet mee. Dan vind ik dat eigenlijk niet helemaal terecht. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Nederhof, Beter voor Dordt. De heer Nederhof: Ja, dank u voorzitter. Even kijken of mijn camera het nog doet. Ik heb diverse woordvoerders gehoord en opnieuw bespreken lijkt ons wel een noodzaak. Want er komt heel wat los. Ik wil even wat feiten noemen van het CBS. 3,1 procent van het hele wagenpark van 8,8 miljoen in Nederland, wat nog steeds groeit, is elektrisch aangedreven auto’s. 3,1 procent. Er wordt een forse afname van verkoop van elektrische aangedreven auto’s verwacht, vanwege het wegvallen van financieel voordeel. Dus dat is van de week bekend gemaakt. Auto’s gaan heel lang mee tegenwoordig. 2,5 miljoen auto’s rijden in Nederland onder goede conditie die 16 jaar en ouder zijn. En de mobiliteit door auto’s gebruikt, dat wordt niet minder. Dat gaat meer worden. dus dat zijn even tegen de idealisten in ons land, dat zijn keiharde cijfers. Helaas is dat zo. Iedereen droomt ervan om minder auto’s op de weg te hebben. Dan even terug naar deze vaststellen van beleidskader integrale laadvisie. Is die visie nodig? Weer een visie. Steeds meer visies. Beter voor Dordt vindt eigenlijk dat de omgevingsvisie genoeg is.

Voor ons is de uitvoering en regelgeving het belangrijkste voor Dordrecht. Dus dat is eigenlijk het begin. En feitelijk ziet u in de motie wat wij genoemd hebben aan diverse punten, die eigenlijk ook door diverse woordvoerders gebruikt zijn. Dus laadpleinen, lantaarnpalen, dat wordt de toekomst inderdaad. Maar lange termijn, we moeten echt geleidelijk invoeren, heel langzaam. Want we krijgen echt met de parkeerplekken toebedelen krijgen we echt grote problemen in heel de stad met parkeerplaatsen. En dat, dus ja, ik hoop dat we nog eens kijken naar de motie, waar heel veel onduidelijkheden instaan. En goed, je kan hem aanpassen, maar ik zou graag opnieuw willen bespreken met meer informatie van het college. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Een vraag aan u vanuit GroenLinks. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, ik wil graag de volgende vraag stellen. U begon met wat gegevens naar voren te brengen die er eigenlijk toe lijken te leiden dat u er, A, vanuit gaat dat er steeds meer auto’s komen en dat dat een onvermijdelijk iets is. En dat er minder auto’s elektrisch zullen zijn de komende vijf of tien jaar dan nu in de prognoses wordt gezegd. Dus eigenlijk zegt, als ik het goed begrijp en de vraag is of ik het goed begrijp, dat deze visie van het college te ambitieus is.

En dat we dus meer een visie nodig hebben om meer parkeerplaatsen te krijgen en minder laadinfrastructuur moeten investeren. Is dat wat u bedoelt? De heer Nederhof: Nee, voorzitter. Ik heb genoemd feiten. Dit zijn feiten die ik genoemd heb. Dus van de afname van verkoop van leaseauto’s vooral, dat is van de week door de BOVAG bevestigd en door leasemaatschappijen. Dat die mensen als de bijtelling wegvalt, dat dat enorm terugvalt. Dus daarom, het komt er wel hoor. Want autofabrikanten gaan allemaal elektrische auto’s maken, elektrisch aangedreven auto’s maken. Maar het mag niet zo vlug gaan. In acht jaar tijd, dat staat ook in de motie, hebben we dadelijk in Dordrecht 2500 parkeerplekken. Nou, u krijgt gewoon een tweedeling in deze stad. Er rijden veel meer auto’s van oudere leeftijd dan van jonge leeftijd. En dat zijn de feiten. Ik heb niet mijn aannames genoemd, dit zijn feiten mijnheer Van der Meer.

44

De voorzitter: Duidelijk, mijnheer Nederhof. Nee, mijnheer Van der Meer, ik ga deze discussie even kappen nu. Het is duidelijk. Mijnheer Kleinpaste had nog een vraag aan u. De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, ik wil even betrekken door het feit dat mijnheer Nederhof de hele visie tamelijk overbodig vond. En verwees naar de omgevingsvisie. Maar volgens mij voorziet de omgevingsvisie er niet in dat er over mobiliteit uitgebreid over gesproken wordt. Dus ik vond de verwijzing merkwaardig. We voelen wel mee dat de integraliteit belangrijk is. Maar de omgevingsvisie regelt niet wat deze visie op laadpalen wel regelt. De heer Nederhof: Volgens mij, voorzitter, gaat het over laadpunten. Dus wel omgeving. Ik heb zelf meegemaakt hier in onze straat dat we via de omgevingsdienst bezwaar moesten maken. Die gaan dus wel over het toewijzen van parkeerplekken in de stad. En die visie is genoeg, nogmaals, het wordt een soort containerbegrip in de politiek, we moeten allemaal maar visies loslaten. Ik denk dat Dordtenaren gebaat zijn bij een goede uitvoering en regelgeving. En daar moeten wij over gaan, dat vind ik belangrijk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nederhof. Zonder dat u het doorhad ben ik heel even eruit gegooid en weer erin gekomen. Dus ik zie even niet meer wat er eerder in de chat was verschenen.

Was er nog een fractie die het woord wilde voeren? Volgens mij hadden we bijna iedereen wel gehad. Oké, dan hebben we iedereen gehad. Dan kijk ik of dat er vanuit het college nog behoefte is om te reageren op de inbreng op dit agendapunt. Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Wat denkt u zelf? De voorzitter: Ja, dat dacht ik al. De heer Van der Linden: Ik heb wel enige behoefte. De voorzitter: U heeft drie minuten de tijd. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: O, dat is mooi. Dank, ik zal proberen het kort te houden. Er zijn wel hier en daar wat vragen aan elkaar gesteld, die ook beantwoord zijn dan weer in reactie. Ik wil even wat licht, zo. Ja, eigenlijk een wat groter discussiepunt is: is dit nou te ambitieus? Omdat je gewoon niet weet hoe de toekomst in elkaar zit. Of is het lang niet ambitieus genoeg omdat er nog heel veel moet gebeuren? Ja, we hebben geprobeerd om te zoeken naar het juiste midden. Kijk, het klopt wat u zegt. Er komt gewoon een enorme ontwikkeling aan. En de een gelooft heel erg in deelmobiliteit, de ander zegt: nou, voorlopig blijft het echt nog wel fossiel. Er gaat heel erg veel afhangen van de manier waarop elektrisch rijden voorgang kan vinden van de markt. Nou, die is op zich duidelijk. Die heeft zich uitgesproken voor steeds meer elektrisch rijden, maar ook van fiscaal beleid wat er dan komt.

Of van de manier waarop fiscaal beleid elektrisch en fossiel aangedreven auto’s gaat werken, of subsidies blijven enzovoorts. Nou, we kunnen niet te ver vooruit kijken daarbij. Het tempo gaat heel erg afhangen van allerlei ontwikkelingen. Twee jaar is wat dat betreft een goede termijn. En dan onderschrijf ik wat u zegt, dan is het wel een goede basis. Het is een basis. En over twee jaar zijn we echt veel verder. Wat kunnen we in de komende twee jaar eraan doen? Dan kunnen we echt wel werken met de prognoses die we nu hebben, die ook met allerlei onzekerheid omgeven zijn

45

natuurlijk. Maar wel zijn samengesteld en mijnheer Van der Meer vroeg daarnaar, uit verschillende bronnen. Uit de markt, uit studies die er zijn. En daar is een bureau voor geweest, een consult wat hier veel expertise op heeft. Nou, concreter kan ik het niet maken, maar het is dus een soort educated guess op basis van verschillende bronnen die uit dat bureau afkomstig zijn. Daar gaat vast ook een klein beetje variatie in zijn. En natuurlijk, we weten ook niet exact hoe het aantal benodigde laadplekken zich gaat verhouden tot de wijken in Dordt. Maar gezien de aantallen denken wij de komende twee jaar echt vooruit te kunnen. Daar zijn wel nieuwe beleidsregels voor nodig. Want we hebben een visie, nou, daarin staan een aantal dingen opgeschreven waarvan sommige van u zeggen: ja, is dat nou nodig? Nou, wij denken wel dat het goed is om dit te bundelen. De uitvoering, die hangen we op aan de beleidsregels. Die hebben we nu ook al, en op zich krijgen wij geregeld complimenten voor de manier waarop wij elektrisch rijden mogelijk maken in Dordrecht. Er zijn gemeentes die hebben een paar jaar terug concessies uitgegeven of die hebben zelf geïnvesteerd in laadinfrastructuur. Wij hebben dat niet gedaan, wij hebben het vergunningenmodel waarbij exploitanten een laadpaal aanvragen op basis van een verzoek van een nieuwe eigenaar.

En daarbij dan kijken naar de parkeerdruk en naar de omstandigheden in de wijk. En tot nu toe lukt het ons om altijd binnen de tweehonderd meter vanaf een huis, vanaf een woning, ofwel te zeggen: daar kan het al, want daar staat er al een en die wordt niet zoveel gebruikt dat het niet kan. Of te zorgen dat er een nieuwe komt. Wij denken wel dat we de grens van dat model wel naderen. Want er zijn natuurlijk plekken, in de binnenstad bijvoorbeeld, waar relatief iets meer laadpalen nodig zijn dan sommige andere stukken van de stad. Dus dat heeft u ook kunnen zien in de visie: begin komend jaar komen we met een plankaart en komen we ook met nieuwe beleidsregels om de uitvoering van dit beleid, van deze visie, mogelijk te blijven maken. En daarmee denken we de komende twee jaar echt vooruit te kunnen. En daarna, dat ben ik helemaal met u eens, zullen we echt veel meer hele andere dingen ook misschien moeten doen. Dat geldt ook voor deelmobiliteit, daar hebben we twee maanden terug een visie op vastgesteld waar heel veel dingen instaan die nu als ingrediënt genoemd zijn. Maar over een paar jaar ben je daar natuurlijk veel verder mee. Dat geldt in zekere zin ook voor de rest van het mobiliteitsbeleid, waar we aan het begin van deze periode veel afspraken over hebben gemaakt.

Inmiddels hebben we natuurlijk ook een aantal ruimtelijke ontwikkelingen op gang gebracht, die gaan ook leiden tot nieuwe aanpassingen van de verkeersstructuurplannen, de omgevingsvisie heeft daar ook wel aanzet toe gegeven. En natuurlijk gaan we ook, wie we ook zijn, volgend jaar bij de start van een nieuw college heel veel vrienden van de combinatie van een leefbare stad willen zijn. Meer huizen willen bouwen in die contour en mobiliteit kunnen garanderen. Nou, daar hou ik het even bij op dit punt. Een paar concrete vragen nog. Hoe gaat het met taxi’s? Ja, dat is een goede vraag. En op zich de taxiwereld kijkt natuurlijk ook heel goed naar van: wat kost een auto mij, gezien de afschrijving en gezien de operationele kosten? Nou, die afweging wordt natuurlijk steeds relevanter tot twee, drie jaar terug was elektriciteit echt wel prijziger. Maar de total cost of ownership enzovoorts, nou, wordt het heel vergelijkbaar. Toch is de totale groep in Dordt is dan wat beperkt, dus daar hebben we geen aparte uitspraak over nodig. Dat geldt ook voor zwaar wegvervoer. Juist voor zover het elektrisch plaatsvindt, dat vindt nog bijna niet plaats, maar zou dat meer achter de private laadpaal van een bedrijf zitten. Waterstof is daar zeker een ontwikkeling die we echt wel gaan zien. Zwaar wegtransport is een van de sectoren waar het echt als kansrijk mag worden beschouwd.

En ja, laden op je eigen oprit met een eigen kabel, dat

46

mag natuurlijk sowieso. Als je vanuit je eigen huis met een kabel je auto wil opladen op het openbaar terrein, daar is een vergunning voor nodig. En er zijn ook afspraken nodig over het goed afdekken van die kabel over het trottoir, over de publieke toegang. Dat is nodig, omdat stel dat je met een kinderwagen of slecht ter been zijnde ouderen, ja, die moeten natuurlijk niet struikelen over zo’n kabel. Dus daar zijn afspraken over, afspraken met Stedin. Nou, we hebben geregeld overleg met Stedin over de toekomstige behoefte aan energie. Stedin, dat weet u, is natuurlijk een bedrijf net als alle andere netwerkbedrijven dat een enorme vraag naar elektriciteit ziet. En ook heel goed aan het nadenken is hoe ze aan die vraag kunnen voldoen. En natuurlijk als er daarbinnen ergens een nieuwe zonneweide komt of er wordt weer een ander stuk stad ontwikkeld ergens in Nederland, dan doe je heel veel met de routering van alle onderstations. Wij hebben dat gesprek ook, wij voeren dat niet zo gedetailleerd op stadsdeel op straatniveau. Daar is meestal wel capaciteit op. Maar op de grote hoofdroutes van de stroomvoorziening, daar zijn echt wel discussies. U heeft ook gezien dat keer vier dermate snel in ontwikkeling is dat ze erin hebben gezegd: nou, de lopende dingen kunnen we nog doen, maar daarna zijn we in 2025 klaar met een nieuw onderstation.

Dan kunnen we weer hele nieuwe dingen gaan doen met elkaar. Dus die druk is er zeker. Maar op straat- of erfniveau is daar voor zover ik weet geen sprake van. Dan even kijken, ik probeer de drie minuten te halen. O ja, laadvoorzieningen in lantaarnpalen. Nou, dat klopt. Er zijn een paar steden die werken daarmee. Breda, Arnhem en nog een paar geloof ik. We hebben ook aangegeven, of we nemen dit mee bij de ontwikkeling in ieder geval van nieuwe delen van de stad. Bijvoorbeeld Amstelwijk zou best een optie zijn om het daar in de regels op te nemen. Zomaar even de hele netwerkinfrastructuur in bestaande straten aan te passen, dat gaat gepaard met veel kosten. Dat is gezien de huidige stand van zaken ook niet nodig. Maar wie weet komen we met een programma over een paar jaar, als we zien dat stukken van de stad zo snel op elektrisch rijden overgaan dat dat nodig zou kunnen zijn. Dus dat nemen we wel mee, maar voorlopig is het eerst een optie voor nieuwbouwprojecten. En dat geldt ook voor Breda en Arnhem voorzitter, heb ik begrepen. Tenslotte walstroom. Nou, elektrisch vragen dat zal zeker ook een vlucht gaan nemen. Op dit moment is dat nog niet van die aard dat we de walstroomvoorzieningen die we nu hebben moeten aanpassen. Natuurlijk ook dit ontwikkelt zich snel. Want inderdaad wat mijnheer Struijk aangaf: het eerste binnenvaartschip op elektrisch, op stroom, vaart rond.

U weet ook dat we een aantal veerpontvoorzieningen hebben die we elektrisch gaan exploiteren. Dus ook dat gaat zich snel ontwikkelen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van der Linden. Er is een vraag vanuit GroenLinks. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat heeft nog betrekking op de vraag: wat is er nou nodig en wat is gewenst om aan capaciteit te realiseren? De wethouder heeft iets gezegd over die onderzoeken waar hij zich op baseert. Maar ik neem aan dat die onderzoeken goed gedaan zijn. Maar ik begrijp dat dat vooral gaat over de actuele trend in het elektrisch vervoer. Mijn vraag is aan de wethouder of het niet goed zou zijn om er ook actief beleid op te zetten. Dus niet alleen te volgen wat de markt doet, maar om ook te stimuleren het elektrisch vervoer. Bijvoorbeeld door een aantrekkelijke infrastructuur daarvoor te creëren. Ik snap best dat dat niet alleen in Dordrecht

47

gerealiseerd kan worden, de samenwerking met andere steden is ook al genoemd. Maar toch even deze vraag. De voorzitter: Dan ga ik eerst nog even naar mijnheer Nederhof, voordat ik naar de wethouder ga. Misschien kunnen we het combineren. Mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen, als ik me niet vergis, want de totstandkoming van deze visie is eigenlijk van allerlei partijen en platforms. U zegt ook: de markt die hebben gevraagd voor dit beleid. Ja, als je de markt vraagt, ja, die hebben commercieel voordeel. Dat is niet erg objectief. Dat merk ik wel meer, dat is jammer, maar dat werkt natuurlijk niet zo. Want ik vind nog steeds dat de punten die wij in die motie hebben, dus de uitvoering en de regelgeving zijn het allerbelangrijkste. Want daar krijgen de Dordtenaren mee tem aken. Die hebben niks aan de visie. Je moet zorgen dat de mensen weten waar we naartoe gaan. En ik hoop ook dat u met de feiten eens bent die ik genoemd heb vanavond. Dat zijn harde feiten en we hebben diverse wijken met mensen die wonen daar met een laag inkomen. Die kun je niet zomaar over tien jaar of over acht jaar verplichten dat ze in een elektrische auto rijden. Dat is, dan breekt de oorlog uit, dat kan niet. De voorzitter: Wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, dank.

Nou, misschien eerst even ten aanzien van de echte feiten van mijnheer Nederhof. Daar ben ik het mee eens. En er zijn heel veel echte feiten en die kloppen. Alleen we weten ook, over twee jaar begint de wereld er echt anders uit te zien en weten we heel veel nog niet. Dus vandaar de termijn die we nu hebben. Ik ben het ook met mijnheer Nederhof eens dat het uitkomt en dat het aankomt op de executie, op de uitvoering. En zoals ik al zei: we krijgen, en inmiddels zijn meer steden hiertoe overgegaan, maar we hebben tot voor een aantal jaar was Dordrecht een van de zeer weinige steden die met het vergunningenmodel werkte. Dat aanbod groeit mee met de vraag, zodat je ook op tijd kan zien aankomen van: hé, er komt een vraag aan. Kan hier een laadpaal komen, dan doen we dat. Als het niet kan, dan gebeurt het gewoon niet. Dan moet die ergens anders komen. En tot nu toe werkt dat goed, het vergunningenmodel. Daar krijgen we ook wel vragen over soms van: waar kan ik dat vinden? Nou, dat is op de site goed te vinden. De procedure is goed hanteerbaar, er is ook een kaart waarop te zien is hoe het gaat met de beschikbaarheid van laadpalen. Dat werkt allemaal. Natuurlijk, dat vergt wel een aantal stapjes. En wij moeten ook een verkeersbesluit nemen op basis waarvan een laadpaal geplaatst kan worden. Nou, al die stapjes kosten natuurlijk enige tijd.

Dus het is niet u vraagt meteen, maar wel zo snel mogelijk. En we hebben daar inmiddels veel ervaring mee. Dan over: hoe kun je nou omgaan met die markt? Want de vraag is natuurlijk zeer gerechtvaardigd, die mijnheer Van der Meer stelt: kun je er meer aan doen? Maar toch is dat best een moeilijke vraag. Op dit moment is elektrisch rijden niet zodanig groot van omvang dat je kan aanwijzen: als je het zo doet, dan stimuleer je het extra dan wanneer je het anders doet. Wij proberen de marktvraag bij te houden via ons vergunningenmodel. Nou, u weet ook dat we de afgelopen twee jaar een paar dingen gedaan hebben die waarschijnlijk positief uitwerken ten aanzien van elektrisch rijden. Het belangrijkste is denk ik die zero emissie zone, waarvan wij hebben besloten dat we daar onderzoek naar gaan doen en gaan kijken of we die over drie of vier jaar kunnen invoeren. Dat gaat stimulerend werken ten aanzien van onder andere het vrachtvervoer. En zeker waar het logistieke partijen

48

betreft. Voor het overige zijn we natuurlijk ook wel afhankelijk van de markt. En tot tweedrie jaar terug kon je eigenlijk alleen maar elektrische auto’s kopen die of heel klein waren en een kleine actieradius hadden of hele grote Tesla’s die vast heel mooi waren en fijn om in te rijden, maar die voor het gros van de mensen en zeker de mensen in deze core, inclusief mijzelf, echt een beetje buiten bereik waren. Dat is niet erg, maar dat is dan gewoon hoe de markt eruit ziet. Nu zie je natuurlijk dat ook de grote autofabrikanten, een aantal van u noemden dat al, heel snel met heel veel modellen komen die veel meer actieradius hebben, waarschijnlijk ook veel goedkoper zijn. En zeker in de operatie als je ze tien, vijftien jaar wil gebruiken. Dus we gaan heus wel zien dat die vraag de komende twee jaar die vraag zodanig gaat toenemen dat we daar veel meer mee moeten. Verder stimulerende beleid, ja, ik heb dat nu niet in mijn hoofd. Ik weet wel zeker dat de komende kabinetsperiode zeker meer stimulans gaat geven. Hetzij fiscaal, hetzij met subsidies, hetzij op een andere wijze. En ook in het klimaatakkoord wat twee jaar geleden is gesloten zijn wel een aantal dingen opgesomd die zouden kunnen gebeuren. Een daarvan is de zero emissie zone, die natuurlijk stimulerend werkt. Nou, tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van der Linden.

Dan komen we tot een einde wat betreft dit agendapunt. Dan is de vraag aan mij van: wat gaan we hiermee doen? Hij kan als hamerstuk of als bespreekstuk naar de raad gaan. Maar Beter voor Dordt heeft ook al een motie aangekondigd. Mijnheer Nederhof, gaat u die motie indienen na bespreking van vanavond of denkt u daar inmiddels anders over? De heer Nederhof: Nee, ik ga hem intern nog even bespreken uiteraard. Wij vinden eigenlijk nog steeds dat er een nieuw bespreekpunt moet worden gecreëerd in de commissie. Want ik heb begrepen dat er heel veel naar voren is gekomen vanavond met allemaal vragen. En daar zijn nog geen antwoorden op. Dus dat zou mijn voorstel zijn. Want ja, nogmaals, het gaat over de uitvoering. En weer een visie vaststellen waar nog heel veel vragen onder hangen, ik denk dat het voor ons zou zijn: laten we nog maar een keer terugkomen. Het heeft geen haast. Want volgend jaar rijden er opeens geen miljoen elektrische auto’s. Dus we hebben de tijd. De voorzitter: Ik begrijp uw punt. Maar ik zie al vier fracties vragen om het te hameren. Ik kijk even naar wat de andere fracties willen. Is er een fractie die het inhoudelijk wil bespreken of wil u het hameren? Als u dat even in de chat zou willen delen met mij, dat zou mij enorm op weg helpen. Hameren. Hameren. Hamerstuk. Oké. Ja, mijnheer Nederhof, het wordt toch een hamerstuk als ik het zo zie.

Het staat u vrij om een motie in te dienen. Maar inhoudelijk is het vanavond al besproken. Dan zou ik u willen adviseren om de motie vooraf met uw collega’s te delen, want dan wordt het een motie waar alleen op gestemd gaat worden en niet inhoudelijk besproken gaat worden. De heer Nederhof: Dank u wel, voorzitter. Zo werkt democratie. De voorzitter: Ja, graag gedaan. Dus het staat u nogmaals vrij om een motie in te dienen, maar inhoudelijk komt hij niet meer op de agenda terug. En er wordt alleen gestemd over een eventuele motie wat op dit punt ingediend zal worden. dan hebben we hiermee agendapunt 27 ook afgewikkeld.

49

28. Raadsinformatiebrief Coronamaatregelen (7 december 2021) – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 28, raadsinformatiebrief coronamaatregelen. Ja, daar is vooraf is daar niks op binnengekomen en we hebben vandaag ook wat nieuwe maatregelen gezien. Dus hij is eigenlijk alweer achterhaald. Dus ik ga ervanuit dat we die vanavond nu hier niet meer gaan bespreken. Tenzij er iemand echt een prangende vraag of opmerking hierover heeft, maar dat is niet het geval gezien de chat. 29. Rondvraag De voorzitter: Oké, dan kom ik bij de rondvraag. Heeft er iemand iets voor de rondvraag? Mijnheer Kleinpaste, u heeft het woord. De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, ik had beloofd dat ik in de rondvraag er op terug zou komen. Nee, ik heb het in de rondvraag wel eens vaker benadrukt. En ik benadruk het nog maar een keer dat ik echt hoop dat we in de commissie wat discipline betrachten als het gaat om agenderen van dingen die wel heel erg in de uitvoering liggen. We zouden het over de kaders kunnen hebben, we kunnen het hebben over controle op het beleid, maar echt in detail in de uitvoering doe dat alsjeblieft niet. Tenzij iemand sterk het gevoel heeft dat de kaders worden overschreden en bij de politieke vraag bij het onderwerpje rondom die Spuiboulevard en de verkeersafwikkeling daar. Al had ik daar nou niet het gevoel bij, dus vandaar dat ik wat opstandig was.

Laten we het alsjeblieft een beetje weg houden van de uitvoering en bij de kaders. Dank u. De voorzitter: Daarover verschilt u van mening met vele andere fracties. En u stond er redelijk alleen voor, terwijl er heel veel andere fracties waren die het wel wilden bespreken. En als voorzitter moet ik daar dan een knoop in doorhakken. Ik heb uw punt op dat moment wel tot me genomen maar ik zag dat er zoveel animo was om het wel te bespreken. Dus vandaar dat ik als voorzitter heb besloten om het toch te agenderen. En als voorzitter, ja, aan deze kant ik doe mijn best om alles gewoon in goede banen te leiden. Maar soms is dat ook heel lastig. In de chat zie je dingen soms iets later en dan zie je gelijk al een boze opmerking van: ik was eerst. Maar daar zit absoluut geen opzet in, maar soms is het gewoon heel lastig om alles goed te blijven volgen, het verhaal te volgen, de chat te volgen en dan ook nog inhoudelijk er iets van proberen te maken. Dus als ik steken heb laten vallen, mijn excuses daarvoor. Ik heb begrepen dat ik het nog een keer mag doen in deze raadsperiode. En daarna is het voor mij basta. 30. Sluiting De voorzitter: Dus ik wens u allen een fijne avond, ik vond het een fijne vergadering. Ik ben blij dat we het ook redelijk op tijd hebben kunnen afronden. Dank u wel allemaal en een fijne avond.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 februari 2022. De griffier,

De voorzitter,

50

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/395/documents/15341