2.7 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 6 oktober 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 6 OKTOBER 2021 Vergaderkamer 1 Voorzitter: De heer Van Verk Commissiegriffier: Mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakgin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Tinnmers (CDA) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. 't Lam (SP) Dhr. Van Leeuwen (PVV) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nijhof (Fractie Nijhof) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Stevens (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Dhr. Van Verk (PvdA) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop en wethouder H. van der Linden
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren, ik wilde gaan beginnen. Als iedereen gaat zitten dan wilde ik de vergadering openen. Iedereen welkom bij deze vergadering van de commissie sociaal. We hebben een afmelding van mevrouw Rutten-Alberts van de PVV. Verder zijn er geen mededelingen aangemeld, maar zijn er nog mededelingen vanuit de commissie dan wel vanuit het college? Mijnheer Heijkoop komt gerend. Niet dus. Dan gaan we over naar de vaststelling van de agenda. We hebben een drietal bespreekpunten. De bespreking van de beantwoording van de vragen gesteld door de VSP over de toekonnst van het openbaar primair onderwijs in Dordrecht. Daarnaast staat het raadsvoorstel over de GR sociaal ter bespreking geagendeerd. En tot slot komt de zienswijze op de eerste Burap van de SOJ 2021 ter sprake. En op een natuurlijk moment zullen wij gaan pauzeren. Ik zou u aandacht willen vragen voor het volgende, voor het raadsvoorstel instemmen met de begrotingssubsidie Stichting Jeugdteams Zuid-Holland Zuid. Dat is agendapunt 10. Op 31 augustus jongstleden heeft de commissie gevraagd om nadere uitleg over de juridische houdbaarheid van dit besluit. Daar is een memo over toegevoegd en destijds hebben de fracties Nijhof en de PvdA aangegeven dit 1
raadsvoorstel ter bespreking te willen agenderen samen met de brief van de provincie en hier een themabijeenkomst van te maken over inkoop van jeugdhulp. In dat licht wijs ik u graag op de uitnodiging die u afgelopen week heeft ontvangen van de 503 om op 10 en/of 11 november tekst en uitleg te krijgen over het nieuwe inkoopkader jeugdhulp. In het wethoudersmemo bij agendapunt 14 vraagt de wethouder Van der Linden ons dit raadsvoorstel, indien gewenst, vandaag te bespreken. De griffie heeft geen agenderingsverzoek ontvangen, de deadline daarvoor was gesteld op dinsdag 5 oktober, dus ik neem aan dat we dit raadsvoorstel dus vandaag niet ter bespreking willen opvoeren. Wethouder Van der Linden sluit later aan ter vergadering en kan dan kort ingaan op zijn verzoek zoals aangedragen in het wethoudersnnenno. Iedereen heeft daar kennis van genonnen, zie ik. Kan de connmissie daarmee de agenda vaststellen? Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Sorry, is lets anders. Ik kreeg net een appje van mevrouw Nijhof dat ze lets verlaat is. De voorzitter: Oke, nou, dat is dan nog een mededeling. Maar ze komt nog wel, begrijp ik? Oke. Mijnheer Burakcin. De heer Burakcin: Ja, voorzitter, ik heb een vraagje over het bespreekstuk van de VSP over de toekomst van het openbaar primair onderwijs. Nou staat in dat stuk dat we nog een fusie effectenrapportage gaan krijgen.
Ja, wat is nu handig? Want het kan zomaar zijn dat we dadelijk de bespreking twee keer gaan doen. Dus moeten we dan niet afwachten op die rapportage voor dat we dit nu gaan bespreken? De voorzitter: Nou, u doet een voorstel van orde, namelijk het voorstel om dat punt van de agenda te halen in afwachting van fusie effectenrapport. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, mag ik daar lets over zeggen? De voorzitter: Natuurlijk, mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Nou, ik wil toch voorstellen om het vanavond wel te bespreken. Ik zal straks in mijn woordvoering aangeven dat die FER eraan konnt over een a twee weken, maximaal. Wat ik straks ook aan jullie ga aanbieden is een technische uiteenzetting van wat staat er nou precies en wat betekent het. Ik kan me heel goed voorstellen dat deze sessie ervoor bedoeld is om met elkaar een idee te vormen van nou, wat is nou precies die fusie, hoe kijkt het CTOO er tegenaan enzovoort. Dus ik zou het eigenlijk willen splitsen in vanavond de bespreking van hoe staan wij als CTOO er tegenover en het volgende overleg is dan hoe zit het nou technisch in elkaar en klopt het allemaal wel? Hoe staan we er tegenover? Dus ik wil toch eigenlijk voorstellen om het door te zetten, vanavond. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene.
2
Mevrouw Koene: Het lijkt me sowieso niet verstandig om een technische sessie in een commissie te doen. Dus om dat een volgende keer te doen, dan zou ik adviseren om gewoon echt een technische sessie te organiseren. Ik ben hier vanavond niet om alleen naar dingen te gaan luisteren, maar oak om dingen mee te geven, want ik vind er wat van. Dus lijkt het me om onlogisch om alleen maar een verhaal van de CTOO te horen. De voorzitter: U zegt, wel bespreken met inhoudelijke beoordeling dan wel dingen meegeven. Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Even voor de duidelijkheid, mevrouw Koene, uiteraard is het niet de bedoeling dat u alleen maar luistert naar een verhaal van het CTOO, maar het is wel de bedoeling dat we in ieder geval deze commissie wat informatie meegeven en we halen graag oak de dingen op, absoluut, zeker. De voorzitter: Anderen? De heer Boersma: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, dank u. Ja, ik ben het wel eens met mevrouw Koene, ik denk dat het goed is dat we er nu ook al inhoudelijk over spreken, want dit betreft gewoon een principieel punt, dus we kunnen afwachten tot er een voorstel ligt maar het is natuurlijk veel mooier om vanuit het college en de raad al gewoon een aantal uitgangspunten hierin mee te nemen, want het is een redelijk essentieel onderdeel van onze taak als commissie en als CTOO. De voorzitter: Oke.
Anderen? Dan stel ik voor dat we de bespreking van dat onderwerp gewoon doorzetten en dat we dat niet in afwachting van een fusie effectrapportage uitstellen tot de volgende keer, omdat we voldoende gelegenheid hebben nu om een aantal zaken mee te geven. Goed.
2. Vaststellen besluitenlijsten Commissie Sociale Leefomgeving van 14 en 28 september 2021 De voorzitter: Dan ga ik naar het vaststellen van de besluitenlijst van de commissie sociale leefomgeving van 14 en 28 september. Er zijn geen wijzigingsvoorstellen ingediend vooraf dus ik neem aan dat die zonder meer kunnen warden vastgesteld. Dat is het geval. Daarmee zijn ze dan oak vastgesteld.
3. Vragen aan het college De voorzitter: Vragen aan het college. Er zijn een tweetal vragen binnengekonnen, een van het CDA en een van GroenLinks. CDA. De heer Van Dam Tinnmers: Ja, dank voorzitter. Het klopt. Wij hebben een vraag gesteld aan de wethouder of aan het college. We horen eigenlijk van alle kanten dat er sprake is van stijgende energieprijzen en dat onze gasvoorraad eigenlijk onvoldoende is voor de
3
komende winter. We hebben in deze commissie eerder natuurlijk stilgestaan bij arnnoede en een deel van arnnoede zit hem, als energieprijzen stijgen, zit hem er natuurlijk in dat je je energie niet meer kunt betalen en dat noemen we ook wel eens energie-arnnoede. Wij zijn benieuwd of het college in beeld heeft van voor wie deze stijging nou eigenlijk problemen gaat opleveren en of zij voornemens is actie te ondernemen richting deze groep vanuit het armoedebeleid, en zo ja, welke actie dat dan zou zijn.
De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel. De stijgende energieprijzen, ze halen het nieuws de laatste tijd, en terecht. Want het gaat niet alleen over lets wat op de wereldmarkt van energie betekenis heeft, maar ook in het dagelijks leven van heel veel gezinnen. Voor de goede orde, dit gaat niet zozeer alleen de minima raken, maar ook heel veel modale inkomens zullen hier hard door getroffen worden. Op dit moment vindt er een EU-top plaats hierover, volgens mij Slovenie, onndat dit een probleem is dat in heel Europa speelt. Dat heeft met allerlei macro-economische ontwikkelingen Nou, het Russische gas, jullie kennen vast die verhalen wel, maar ook gewoon keuzes in Nederland met betrekking tot het Groninger gas. Dat heeft betekenis. Hoeveel betekenis heeft, dat weten we nog niet, dat gaat zich natuurlijk allennaal nog voordoen. We weten wel dat in een aantal wijken in Dordrecht, ik denk toch ook wel de bekende wijken, Wielwijk, Krispijn, Crabbehof, dat daar al een heel fors percentage kampt met energiearnnoede. Dat gaat soms echt richting de een op de tien in zo'n wijk. Eigenlijk ligt energie armoede ook gewoon in het verlengde van de gebrekkige bestaanszekerheid van heel veel gezinnen, want onderaan de streep moet je gewoon je rekeningen betalen.
Of dat nou de zorgverzekering is of de energierekening of de huur, als je niet uitkomt kom je niet uit. Heel concreet op uw vraag van, ja, wat kunnen we daaraan doen? We kunnen natuurlijk vinger aan de pols houden, dat zullen we ook zeker doen en we hebben vanuit de bijzondere bijstand ook de mogelijkheid om in schrijnende gevallen bij te springen op het moment dat de energierekening niet meer betaald kan worden. Dat ziet op dit moment vooral mensen met gezondheidsproblemen, maar we gaan natuurlijk wel kijken dat, als er andere schrijnende gevallen, gezinnen met kinderen, we willen niennand in de kou laten staan, maar we moeten ons als gemeente ook niet overschatten. Dit is wel een dermate complex en groot probleem, ik schetste net at dat het in ieder geval op Europees niveau speelt. Ja, dit baart mij gewoon heel veel zorgen, dat kan ik u in ieder geval wel delen en het past eigenlijk wel bij de grote zorg rondom de bestaanszekerheid van toch wel meer dan 200.000 mensen in Nederland dat betekenis heeft voor die gezinnen maar eigenlijk wel voor de samenleving als geheel. De heer Van Dam Timnners: Voorzitter, ik wou daar graag even kort op reageren. Dank in ieder geval voor de brede uiteenzetting inderdaad over macro-economische ontwikkelingen, is natuurlijk hartstikke belangrijk, ik ken die inderdaad ook.
Maar het is niet een antwoord natuurlijk op de vraag die ik stelde namelijk van, hebben we eigenlijk wel in beeld voor wie dat nou problemen gaat opleveren. Ik vraag me dat wel ook concreet af of we dat in beeld hebben. Ja, als ik u zo hoor is de actie die we ondernemen dat als mensen misschien bij de genneente terecht komen na een lang traject, dat we ze dan vanuit bijzondere bijstand kunnen helpen. Of interpreteer ik dat dan verkeerd?
4
De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, de heer Van Dam die vroeg om een antwoord vanuit het armoedeprogramma. Als ik hem breder trek, we hebben natuurlijk ook een verduurzamingsopgave. We werken al met energiecoaches via Drechtse Stromen en ook via de Enecomiddelen hebben we een bedrag gereserveerd om ook te kunnen verduurzamen. Dus ook op die manier wit je ermee aan de slag gaan, er worden ook vouchers verstrekt aan gezinnen om ook zelf wat, laaghangend fruit, qua isolatie te doen. Of we iedereen in beeld hebben? Nee, dat hebben we niet. Dat hebben ook wel gemerkt, kijk, we hebben natuurlijk wel de mensen in beeld die we in ens bestand hebben, om het zo maar te zeggen, dus mensen die een bijstandsuitkering van de gemeente ontvangen. Wat we wel breder zien, dat gaat eigenlijk over het hele nnininnabeleid, wat we ook hebben verruimd naar werkende armen, dat die groep veel moeilijker te bereiken is. Dat zijn mensen die hebben vaak geen relatie met de gemeente, die lopen ook niet vanzelf binnen. Een van mijn eerste zinnen in mijn antwoord zojuist was ook, dit gaat niet alleen over mensen die aan de onderkant van de samenleving qua inkomen bivakkeren, maar dit gaat ook echt wel modalere inkomens raken. Zeker ook gekoppeld aan de stijgende lasten ook op andere terreinen, bijvoorbeeld de woonkosten.
Dus we hebben ze niet in beeld maar we zijn wel altijd op zoek naar mensen die dreigen te verzuipen, ook omdat het enorme impact heeft op het sociale domein in de breedte, denk aan schuldhulpverlening, denk aan de maatschappelijke opvang, denk aan zorg gebruik. Maar dit is wel een uitdaging voor veel gemeenten van hoe kom je ook in contact met de mensen die niet vanzelf bij jou als gemeente terecht komen. De heer Van Dam Timnners: Voorzitter? Kijk want volgens mu, als het gaat over concreet, u zou in ieder geval met de woningbouwcorporaties kunnen praten en vragen welke huurhuizen hebben op dit moment nog enkel glas. Enkel glas is sowieso wel de groep waar het meeste energieverlies is. Als je dan energielabel F of G hebt, dan denk ik dat dat sowieso wel een groep is waar u nnisschien met die woningbouwcorporaties over zou kunnen praten om bijvoorbeeld al te vragen of ze de huur niet zouden kunnen bevriezen. Ik noenn maar even lets. Maar ik denk dat het wel vrij snel vrij gemakkelijk is om die groep in beeld te krijgen waar het over gaat. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, tot slot. We gaan die groep ook in beeld krijgen. De vraag of we die groep nu in beeld hebben, meet ik negatief beantwoorden, maar we krijgen die groep wel in beeld.
Enerzijds omdat we inderdaad in toenemende mate afspraken gaan maken en de impuls vanuit het kabinet met deels afschaffen van de verhuurdersheffing gaat daar ook over, namelijk dat je die corporaties ook in toenemende mate kan aanspreken op hun huurbeleid en ook hun verduurzamingsbeleid. Het tweede aspect is dat de nieuwe wet genneentelijke schuldhulpverlening ziet erop dat er een vroegsignaleringsfunctie aan de wet is toegevoegd. Daar hebben wij ook wel eens met elkaar over gesproken, in ieder geval ook op regionaal niveau. Vandaaruit krijg je ook het signaal, op het moment dat mensen hun energierekening meerdere maanden niet kunnen betalen. Dus we gaan ze wel in beeld krijgen en dan kunnen we daar ook op acteren. Dank ook voor uw verhelderende vraag want dat is een omissie van mijn kant, dat ik dat niet in mijn eerste termijn at gelijk heb aangegeven.
5
De voorzitter: Goed, tot zover de vragen van het CDA. GroenLinks. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, de laatste tijd hebben we veel te horen gekregen over dat leerlingen, studenten zich niet veilig zouden voelen op bijvoorbeeld christelijke scholen en dan bedoel ik met name de Ihbti-gemeenschap onder de leerlingen. Wij kregen vandaag onder ogen een artikel wat gestaan heeft in het Christelijk Informatie Platform. Dat ging over een column geschreven door de heer De Kloe, lid van het college van bestuur van de scholengroep Wartburg Driestar. Die schreef onder meer: de achterliggende gedachte van de Ihbti-gemeenschap is dat mensen pas werkelijk tot hun recht komen als ze leven volgens hun diepste, vooral seksuele gevoelens. De strijd tegen seksuele taboes is feitelijk een strijd tegen het christendom. En zo heeft hij nog wat andere dingen neergezet. Daar is behoorlijk wat ophef over. Ik weet dat D66 in Gouda die heeft al aangekondigd daar college vragen over te stellen. Het is onze bedoeling ook om wat meer uitgebreide specifieke vragen aan het college te stellen. Onze vraag is nu aan de wethouder of hij zoiets al vernonnen heeft, dat dat speelt hier ook op het Wartburgcollege in Dordrecht, of dat daar ook al reacties vanuit de gemeenschap gekomen zijn. De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Ja, dank, voorzitter. Ik kende deze column niet.
GroenLinks heeft me erop gewezen, dank daarvoor, want ik heb de column gelezen, van de heer De Kloe. Ik schrok wel van de inhoud en eigenlijk stennde de inhoud mu j ook wel verdrietig. Ik heb ook al begrepen dat mijnheer De Kloe inmiddels zijn excuses heeft aangeboden maar dat er ook wel ... Maar hij heeft het eerst geschreven. Ik begreep ook dat er inmiddels wel een klacht bij de onderwijsinspectie is ingediend, of de Onderwijsraad. Dat lijkt me ook niet meer dan logisch. Ik vind het onaanvaardbaar, dit soort teksten. Ik kan er helennaal niets mee. Ik neem er ook verre afstand van, net als iedereen hier, denk ik, in de raad, want het past ook totaal niet bij in ieder geval ons beleid vanuit Dordrecht waar het gaat over het regenboogbeleid. Ik ben zelf ook in gesprek met de christelijke scholen hier in de stad. Ook bijvoorbeeld met de scholen met een vergelijkbare signatuur als de school die u nu noemt. Zij waren altijd zeer ontvankelijk voor mijn oproep, namens u als raad ook overgebracht, dat een sociaal en veilig klimaat op school prioriteit een, twee en drie zou moeten zijn. Zij zijn ook altijd zeer bereid geweest om ook daaraan te werken en op die manier ook kinderen, jongeren met een Ihbtiachtergrond, zich veilig te laten voelen.
Dus ik wit niet gelijk zeggen, hier is het misgegaan, in het christelijk onderwijs in de breedte is iets mis, in ieder geval ook van deze grondslag. Maar ik zie het wel als aanleiding om, op het moment dat ik weer in gesprek ga met deze onderwijsorganisatie, om wel aandacht te blijven vragen van joh, hoe gaat het bij u? Lopen jullie nog tegen dingen aan en kunnen wij als gemeente nog jullie daarin ondersteunen? Ik wil ook even van deze gelegenheid gebruik maken om u ook de vragen om het thema lhbti, het regenboogbeleid, weer eens in uw commissie te agenderen zodat we daarover kunnen bijpraten. Dat hebben we in het verleden met elkaar afgesproken, om dat periodiek te doen. In de corona periode is daar eventjes Hebben we een keer overgeslagen, maar het lijkt me heel goed om dat weer eens met
6
elkaar te bespreken, am ook wellicht ook dit aspect nog eens even met elkaar door te nennen. De voorzitter: Dank u.
4. Beantwoording vragen VSP inzake toekomst openbaar primair onderwijs in Dordrecht De voorzitter: Dan wilde ik nu overgaan naar de stukken ter bespreking. Dan beginnen we met de beantwoording van de vragen van de VSP inzake toekomst openbaar primair onderwijs in Dordrecht. Daarbij wit ik beginnen met een welkonn te heten aan de heer De Haan, bestuurder van de OPOD en de heer Van Leeuwen in zijn functie als CT00voorzitter. De politieke vraag die ter bespreking voorligt is, is het gewaarborgd dat er voldoende openbaar onderwijs in Dordrecht blijft, vraag van de VSP. Wat is de bevoegdheid van het CTOO en het college hierin en wat vindt de connmissie daarvan? Deze vraag had de steun van de fracties VVD, BVD, GroenLinks, PvdA en D66. Misschien is het verstandig am eerst de heer Van Leeuwen het woord te geven zodat hij zijn verhaal uiteen kan zetten in navolging op de notitie die bijgevoegd is. Kan iedereen daarmee instemmen? Yes. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wet, voorzitter. Voorzitter, we bespreken vanavond de bestuurlijke fusie tussen OPOD en SKOBA. Het openbaar basisonderwijs en het katholieke basisonderwijs. Alvorens in te gaan op dit onderwerp is het goed am eerst beknopt te schetsen, dat was ook de vraag van verschillende partijen wat nu de bevoegdheden zijn van de gemeenteraad en de connmissie toezicht openbaar onderwijs: het CTOO.
Nou, volgens artikel 23 van de grondwet moet er voldoende openbaar onderwijs zijn en moet dit openbaar onderwijs in stand warden gehouden, aldus de grondwet. Dit in stand houden van het openbaar onderwijs houdt in dat een aantal zaken belangrijk zijn. Ten eerste nnoet de identiteit van de openbare scholen in stand warden gehouden. Op een openbare school is elk kind welkom, ongeacht de religieuze achtergrond, sociale achtergrond, cultuur en of je rijke of arme ouders hebt maakt ook niet ult. Je bent op een openbare school welkom met jouw achtergrond, mogelijkheden en persoonlijkheid. Ten tweede, dus de eerste ging over identiteit. Ten tweede is het belangrijk voor de instandhouding dat de financien op orde zijn nu en in de toekomst. Immers, als de financien filet op orde zijn dan houdt het op een gegeven moment op. Nou, wat doet nu het CTOO al jaren? Het CTOO voert regelnnatig gesprekken met de verschillende besturen van de diverse basisscholen en middelbare scholen in Dordrecht. Er zijn drie stichtingen die deze scholen vertegenwoordigen. We checken dan of de continuIteit van de scholen is gewaarborgd en bespreken ontwikkelingen - dat gebeurt een of zelfs enkele malen per jaar, nnaar vaak is het een keer per jaar - en bespreken ontwikkelingen op het gebied van de onderwijskwaliteit, personeel, leerlingenaantallen enzovoort.
Dus we houden, zeg maar, de vinger aan de pals, zo zou je het kunnen noemen. Daarnaast, naast die jaargesprekken, houden we de rapporten van de onderwijsinspectie in de gaten. Die lezen we en zo nodig bespreken we knelpunten met de besturen, als die er zijn. Oak toetst het CTOO de benoemingen van bestuursleden van de verschillende stichtingen. Dit staat uitvoerig beschreven in het werkdocunnent wat bij de stukken is gevoegd. Daarnaast kan de raad, de gemeenteraad, in uiterste
7
gevallen op advies van het CTOO direct ingrijpen in schoolbesturen, mochten er zodanige zaken aan de hand zijn dat de continditeit van het openbaar onderwijs wordt bedreigd. Dat is in ieder geval een puntje wat ik straks wil maken. Dat geldt voor de twee onderwijsinstellingen die nu bestuurlijk moeten gaan fuseren. Dat geldt nu, maar dat geldt ook straks. Daar kom ik straks op terug. De wet- en regelgeving geven de gemeenteraad dus veel waarborgen. Nou, hoe zit het nou met de bestuurlijke fusie tussen OPOD en SKOBA? Allereerst gaan wij niet direct over de vraag of alle argumenten voor een fusie door ons worden herkend. Er staan een aantal argumenten in de stukken, een stuk of acht, negen. Nou, als ik er persoonlijk naar kijk en als we als commissie ernaar kijken dan zeggen we, dat ziet er op zich goed uit maar daar gaan wij niet over. Wij gaan erover, is de continditeit van het openbaar onderwijs gewaarborgd? Nou, de besturen zien schaalvoordelen en aan ons is een advies gevraagd hoe het met de continditeit zit. Als commissie hebben we gekeken naar de financiele cijfers en de identiteit van de scholen. We hebben met afgevaardigden gesproken van de besturen en de commissie is op werkbezoek gegaan. Als commissie kunnen we positief adviseren. We hebben ook gekeken naar de borging van de afspraken na de fusie. Allereerst hebben we gekeken naar de financiele continditeit.
De cijfers zijn zonder meer positief, nu en ook voor de konnende jaren. Nou kun je ook maar een paar jaar vooruitkijken maar - niemand heeft een glazen bol - maar voor de komende drie, vier jaar ziet het er gewoon goed uit. Binnenkort zal er ook een fusie effectrapportage verschijnen waarin het proces en de consequenties van de bestuurlijke fusie uitgebreid worden toegelicht. Die zal verschijnen, ik heb net even met mijnheer De Haan gesproken, die zal verschijnen tussen nu en anderhalve week. Ik zou me persoonlijk kunnen voorstellen dat aan de hand van wat erin staat, dat er nogal wat vragen kunnen komen, wat technische vragen. Het zou heel goed nnogelijk zijn, als er dan een technische sessie wordt belegd nog voor de raadsvergadering van, even uit mijn hoofd, 12 november. Straks zal de bestuurder van OPOD, de heer De Haan, die hier aanwezig is vragen over dit onderdeel alvast proberen te beantwoorden. Dan over de identiteit. Voor mijzelf is dat een heel belangrijk punt. Er zijn een aantal zaken belangrijk. Ik vind, of wij vinden als commissie dat ouders ook na de besturenfusie gewoon moeten kunnen kiezen om hun kind naar een openbare school te sturen. Gewoon, jij wilt je kind naar een openbare school sturen, prima, die scholen moeten er zijn en die blijven er ook. Het gaat hier niet om een organisatiefusie maar een bestuurlijke fusie. Alle openbare scholen blijven openbaar.
Hier verandert niets aan. Personeel dat nu werkt op die openbare scholen blijft er ook werken en ook binnen het openbaar onderwijs zal er geen verschil zijn een aanpak. Wat personeel betreft heeft het bestuur de inspanningsverplichting om bij een benoeming en overplaatsing aansluiting te zoeken bij de identiteit van de medewerker. Betekent dat als een nnedewerker zegt van, nou, ik wil heel graag op een openbare school werken, dat het bestuur dat zal moeten inwilligen. Althans, die inspanningsverplichting is er. Nou, dan de rol van het CTOO naar de fusie, ik ga bijna afronden. Er is naar ons idee voldoende borg om de vinger aan de pols te houden maar ook om eventueel te kunnen ingrijpen na de fusie. Er is nog steeds voldoende grip om de continditeit van het openbaar basisonderwijs te waarborgen. Dit is opgenomen, ja, ik ga dit niet allemaal herhalen, is opgenonnen als bijlage bij de brief van de heer De Haan, de laatste twee bladzijden. Dan zie je de verschillen tussen nu, hoe de situatie nu is, de borg nu, wat voor bevoegdheden hebben we nu als CTOO en als raad en hoe is dat na
8
de fusie? Eigenlijk verandert daar niets aan. Het wordt een beetje anders verwoord, maar wij hebben nog steeds de nnogelijkheid om ... We hebben een checken op de benoeming van mensen in de raad van toezicht en we zouden eventueel in gekke gevallen, waar ik echt niet van uitga, zouden kunnen ingrijpen. Nog steeds kunnen we de openbare scholen aanspreken op het karakter van openbare school. Het felt dat er een bestuurlijke fusie is met een katholieke organisatie doet daar niets aan af. Dan is de heer De Haan aanwezig die ook verder alle ins en outs, als daar vragen over zijn, zou kunnen beantwoorden. Tot zover, voorzitter. De heer Tiebosch: Mag ik nog een vraag stellen aan de heer Van Leeuwen? De voorzitter: Natuurlijk. De heer Tiebosch: Kijk, ik ben blij met die vragen van de VSP, die stellen artikel 40 vragen aan het college en vervolgens gaat OPOD een brief aan u sturen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik vind het prima dat de heer Tiebosch nu vragen gaat stellen aan mijnheer Van Leeuwen, maar volgens mij hebben wij dit op de agenda gezet en zou ik toch graag beginnen met gewoon het bespreken van dit onderwerp voordat de heer Tiebosch gaat beginnen met zijn betoog. De heer Tiebosch: Het is gewoon de vraag van hoe het CTOO dat heeft ervaren. Mevrouw Stolk: Ja, maar die heb ik ook allemaal. De voorzitter: U zit het gras voor de voeten weg te maaien, begrijp ik.
Maar u heeft vast en zeker meer vragen, mevrouw Stolk. Dus ik wilde mijnheer Tiebosch de gelegenheid geven zijn vragen af te maken. De heer Tiebosch: Nou ja, u bent commissie toezicht openbaar onderwijs, dus u heeft die antwoorden gekregen. Wat ik vervolgens ook nog aan u wil vragen, dat is de laatste vraag, overal komt het woord gemeenteraad terug maar nergens nog iets over een college. Dus ook daar, hoe heeft u daarnaar gekeken? De heer Van Leeuwen: Twee heel goede vragen. Om in te gaan, direct op het laatste punt, volgens de wet- en regelgeving is het zo dat de gemeenteraad bevoegd is in deze en dat het MO een advies geeft. Dus er is een advies gekomen, positief advies van het college. Ja, dat is een advies, zeg maar, maar wij, of tenminste de gemeenteraad gaat over deze Gaat dit beoordelen en wij geven als CTOO een advies. Over die brief van OPOD, nou, daar heeft u eigenlijk wel gelijk in. Bij de stukken is er een antwoord van mijnheer De Haan toegevoegd. Wat wij gedaan hebben in de comnnissie, uiteraard, is die brief besproken cm te kijken of we er ons mee kunnen verenigen. Nou, dat kan. Dus je zou kunnen zeggen, in de zin zijn die antwoorden geaccordeerd, wij staan erachter als CTOO, maar ik ben het helennaal met u eens, het zou sjieker zijn geweest als daar het logo van de CTOO op had gestaan. Absoluut, zeker.
9
De voorzitter: Dank u, dat is voldoende beantwoord. Ik weet niet of de heer De Haan nog aanvullingen heeft. Zo niet, dan ik over naar de bespreking. U knikt van nee. Mevrouw Stolk, u mag aftrappen. Mevrouw Stolk: Dank, voorzitter, en de heer Tiebosch geeft dat ook al een beetje aan net in zijn vragen, al geruime tijd heeft de VSP aan het college van B en W vragen gesteld over een mogelijke verregaande samenwerking dan wel fusie van stichting openbaar primair onderwijs in Dordrecht, OPOD en SKOBA. Deze vragen zijn gesteld omdat de VSP zich zorgen maakt over het voortbestaan van het openbaar primair onderwijs in Dordrecht door deze mogelijke samenwerking dan wel fusie. In de eerste plaats heeft het de VSP verbaasd dat de beantwoording van onze vragen zijn overgelaten aan de voorzitter van de raad van bestuur van OPOD. Onze vragen zijn gericht aan het college en dan verwachten we ook antwoord en zelfs een standpunt van het college zodat we daarover in de commissie sociaal dan wel in de gemeenteraad kunnen debatteren. Verder bevreemdt het ons dat de beantwoording is gericht aan de voorzitter van de CTOO en dat deze commissie van de gemeenteraad, wat iedere keer terugkomt, die toezicht op het openbaar onderwijs moet houden, blijkbaar geen mening over deze mogelijke samenwerking dan wel fusie heeft, getuige het feit dat bij de stukken geen reactie van deze commissie is bijgevoegd.
Ook heeft de tijd tussen het stellen van onze vragen en het debat van vanavond ons gestoord. Intussen dendert de fusietrein door en lijkt de gemeenteraad in dit proces buitenspel te staan dan wel geen rol te spelen. Naar de mening van de VSP en slechte en wettelijk geziene onjuiste zaak. Met betrekking tot antwoorden op onze vragen is de VSP er nog steeds niet gerust op dat het openbaar primair onderwijs in onze stad gewaarborgd is. De antwoorden hebben ons allerminst overtuigd van de noodzaak van een mogelijke fusie of voor een mogelijke fusie. In het antwoord op onze vraag twee staat dat het motief voor een vergaande samenwerking het benutten van kansen is, maar in de uitwerking vinden we mooie woorden maar geen enkele garantie op succes dan wel verbetering van de huidige kwaliteit van het openbaar onderwijs. Wat betekenen deze punten van versterking nou eigenlijk? Aansluiting van het onderwijsaanbod op leerbehoefte en talent van leerlingen, onderwijsvernieuwing, onderzoek en innovatie, betekenisvolle leeromgeving, een goede strategische bestuurlijke positie in Dordrecht en omgeving enzovoort. Nogmaals, mooie woorden maar het overtuigt de VSP nog steeds niet hoe noodzakelijk deze fusie dan wel dan niet is.
De gevolgen zijn wat ons betreft onduidelijk en wat de VSP nog nneeste zorgen baart is dat de gemeente een andere rol krijgt met betrekking tot de gemeentelijke invloed getuige de bijlage. De VSP vindt de grondwettige plicht van de gemeenteraad als hoeder van het openbaar onderwijs en de waarborg van het voortbestaan van het onderwijs, uiterst belangrijk en ziet dit in een stichting voor openbaar onderwijs volgens artikel 48 van de WPO beter gegarandeerd. Sterker nog, voorzitter, in het antwoord op vraag vijf wordt aangegeven dat vanuit financieel of onderwijskundig oogpunt met oog op grote risico's er dwingende noodzaak tot fusie is. De VSP is daarom op geen enkele wijze overtuigd die zogenaamde kansen en het gebrek aan garantie op succes toestemming vanuit de gemeenteraad voor de fusie rechtvaardigt. Als gemeenteraad, ik herhaal het nog maar een keertje, hebben we een zorgplicht ten aanzien van het openbaar onderwijs in onze stad en de VSP vreest dat met een toezichtkader zoals opgenomen in een werkdocument, geen garanties geeft
10
voor die zorgplicht. In het kader stellen we aan het college nog de volgende vragen en of deze dan technisch zijn of niet, daar kunnen we het dan later nog even met elkaar over hebben. Zijn de stichting statuten van de samenwerkingsstichting reeds opgesteld en zo ja, waarom zijn die nog niet aan de gemeenteraad voorgelegd? Hoe is in deze statuten de toezichthoudende rol van de genneente geregeld? In hoeverre is de overheersende invloed van de overheid en het bestuur in de statuten verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft? Wat is in de praktijk de rol van de gemeenteraad bij het vaststellen van begroting en jaarrekening van de stichting? Hoe is de infornnatie aan de gemeenteraad geregeld over zaken en aangelegenheden die gevolgen at dan niet kunnen hebben voor het openbaar onderwijs en de financiele positie van de stichting? Daar wit ik het even bij laten tot in de eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Zijn er nnensen die nog aanvullende vragen, opnnerkingen, noem maar op. Wie wit het woord? De heer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u we!. Ik vind dit op zich een heel interessante discussie, ook een heel goede discussie. Terecht werd er gezegd dat wij als gemeenteraad een rol hebben in het toezicht op de garantie van het openbaar onderwijs.
Het is een beetje omgekeerde, het is een onderdeel van artikel 23 en vanuit mijn perspectief een beetje een onngekeerde artikel 23. Vaak gaat het over bijzonder onderwijs en hier gaat het over de garantie dat er openbaar onderwijs is. Kijk, als ik de stukken lees dan ben ik lets minder, sceptisch is niet het juiste woord, maar dan heb ik er lets meer geloven en dan mevrouw Stolk, zeg maar. Ik denk dat het wet heel goed is dat we heel duidelijk hebben van wat onze rol is en waar we over gaan. Want op zich, het verhaal van de heer Van Leeuwen over de rol van het CTOO en daarmee ook de rol van de gemeenteraad, die is de afgelopen jaren iets gewijzigd. Dus de gemeenteraad is iets meer op afstand gekomen en ik denk dat we ons daar wel van bewust moeten zijn. Maar aan de andere kant ligt bij de gemeenteraad wet de rol om toezicht te houden dat er voldoende openbaar onderwijs is.
Dus de vraag is wat mijn fractie betreft, wat is voldoende openbaar onderwijs en wordt hierin echt gegarandeerd ook na een fusie dat het openbaar onderwijs openbaar onderwijs blijft? Vanuit mijn fractie komt daar dan eigenlijk ook automatisch de vraag bij van, blijft er ook voldoende gewaarborgd er katholiek onderwijs blijft? Dat is de keerzijde van het verhaal, als katholiek en openbaar onderwijs elkaar gaan, dan wit je de garantie dat er voldoende openbaar onderwijs is, maar dat ook het katholieke onderwijs vanuit die identiteit ook mogelijk blijft. Dus ja, ik denk dat ook snel duidelijk moet worden van welke kant het opgaat, want als we over anderhalve week, begreep ik, zo'n rapportage hebben liggen waar wat meer duidelijkheid blijkt, wat betekent dit en wat konnt hieruit voort, dat dat ook de mogelijkheid geeft om daar meer op te sturen, zij het dat ik het wel belangrijk vind dat wij nu vanuit de commissie ook kunnen aangeven van nou, hier ligt dan voor ons wet het uitgangspunt wat straks fusie effect rapportage. Nou, wat ons betreft is dat dus dat die beide identiteiten binnen zo'n gezamenlijke schoolstichting voldoende aan bod konnen en dat het dus ook gewaarborgd is dat die beide manieren van onderwijs ook de komende jaren gegarandeerd worden. De voorzitter: De heer Kwaak.
11
De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me aardig aansluiten bij mijnheer Boersma, ik heb alleen de grote vraag voor mezelf staan van, hebben ouders nog de vrije keuze voor openbaar onderwijs? Dat ga ik me afvragen, en hoe zit het met de leraren? Hebben die nog eigen keuze? Hoe is het met het behoud van het openbaar onderwijs, hoe is die identiteit geregeld? Dat vraag me af. En behoudt dat openbaar onderwijs De voorzitter: Uw vraag is helder. De heer Van Dam Tim mers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ik kan me ook grotendeels aansluiten bij de woorden van de heer Boersma. Op basis van wat we hier kunnen lezen en ook mijn collega Anne van der Ham is ook onderdeel van het CTOO en heeft dat ook bezocht. Nou ja, goed, wij kunnen op zich wel volgen dat er gekozen wordt voor een fusie, of dat het voornennen er is en ik denk dat er misschien zorgen leven inderdaad over het voortbestaan van openbaar onderwijs maar ik denk dat je dat inderdaad ook wederzijds moet zien. Blijven die aparte katholieke scholen dan ook bestaan en wat betekent dat dan voor leraren die op het openbaar onderwijs werken, blijven die dan ook op een openbare school en anderzijds voor degenen die op een katholieke school blijven, kunnen die dat ook na zo'n fusie op zo'n zelfde identiteit school blijven? We kijken ook uit naar de fusie effecten rapportage die nog komt.
De voorzitter: Anderen nog? De heer Boersma: Voorzitter, nog een aanvulling op mijzelf, zeg maar. Want wat ik net vergeet en aansluitend op wat mevrouw Stolk zegt waar ik het wel mee eens ben is dat het wel bijzonder is dat er vragen gesteld worden aan het college die vervolgens of door een CTOO of in dit geval door een schoolbestuur worden beantwoord. Ik ben ook wel heel benieuwd naar de reactie vanuit het college over dit verhaal want dat is nog niet duidelijk. Ja, dus in die zin weet ik ook nog helemaal niet hoe het college erover denkt, daar ben ik eigenlijk ook wel benieuwd naar. De voorzitter: Uw vraag is helder. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, dank, voorzitter. Ik wil eigenlijk het pleidooi van nnevrouw Stolk zij het in andere woorden, maar goed - de strekking daarvan wil ik toch wel ondersteunen. Wat er gebeurt dat lijkt heel lelijk en zeker ook als je dan leest dat er geen dwingende noodzaak is tot een fusie. Wat is dan nou de daadwerkelijke meerwaarde om het dan wel te doen? Er is geen financieel probleem, er is geen onderwijskundig probleem en het probleem wat er verder is, dat is, dat heeft het hele primair onderwijs. Dus dat is niet een reden waaronn je dan twee besturen zou moeten laten fuseren, in onze optiek. Er wordt ook nog ergens gesproken over samenwerken beter concurreren.
Ja, ik bedoel, maar ook al werk je niet sannen betekent het niet dat je elkaar hoeft te beconcurreren. Ik bedoel, dat is eigenlijk een heel rare conclusie. Zeker dan ook nog erbij dat we dan toch een vrij aardige bijdrage gereserveerd hebben voor elf scholen in de stad waarvan ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat juist die scholen nou hier ook voor een groot deel onder vallen. Jongens, kom op, gaan we nou op allerlei manieren proberen om het een gedrocht te nnaken? Het was toch de
12
bedoeling dat het juist allemaal werkzamer zou worden en dat het voor de arme kindjes, om in termen van mijnheer Heijkoop te spreken, het allemaal beter te maken. Dus wat levert het op? Wat is wat je hiermee wil bereiken, concreet?
De voorzitter: Uw vraag is helder. De wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Coed om hier met elkaar over te spreken en ook goed om met elkaar vast te stellen dat de governance en de structuren rondom onderwijs in de stad, dat die best complex zijn. Want laten we wel zijn, we hebben een deskundige commissie toezicht openbaar onderwijs, we hebben de rol van een college en we hebben de rol van de genneenteraad. Het CTOO is trouwens door u aangesteld als zijnde uw toezichthouder vanuit de gemeenteraad. We hebben natuurlijk ook gewoon artikel 23 van de grondwet vrijheid van onderwijs, iedereen mag een school stichten. De scholen die hechten aan die onafhankelijkheid in dat opzicht en het CTOO heeft daar ook positie in. Dus dat konnt hier een beetje bij elkaar en daarom is het wel goed om nu even in gezannenlijkheid dat te bespreken. Wanneer we dat bespreken, zeg ik richting mevrouw Stolk, dat is echt aan uw raad. U bepaalt uw eigen agenda en in die zin zie ik dat ook als een oproep aan uw collega's van joh, hadden we hier niet eerder over kunnen praten? Want het klopt, de betrokken schoolbesturen hebben niet stilgezeten, die werken hard door. De fusie effectrapportage is al een paar keer genoemd, die is bijna klaar, volgende week. Onderdeel daarvan zijn ook de statuten dus die kunt u dan ook inzien. In beginsel hebben wij vanuit het college hier ook positief op gereageerd.
Ik meen dat het CTOO voor het eerst in 2019 is geinformeerd over de verkennende gesprekken, rond die tijd ben ik claw ook over geInformeerd. Ik vond ... De argumenten kon ik goed volgen. Het is ook wel goed om u nog even lets verder mee terug te nemen, OPOD en SKOBA zijn twee heel belangrijke scholenkoepels in Dordrecht en ze hebben het het afgelopen decennium allebei ontzettend zwaar gehad. OPOD heeft in zware financiele problemen gebivakkeerd, daar heeft de gemeente toen ook nog een rol in vervuld. Ik denk dat dat een jaar of zes, zeven terug was. Ook SKOBA heeft best wel pittige jaren achter de rug, ook op enkele locaties geworsteld met de kwaliteit van onderwijs. Ze hebben het allebei goed voor elkaar, de heer Van Leeuwen geeft dat ook aan, en ze hebben het ook wel goed voor elkaar omdat ze die samenwerking gezocht hebben en dat ze ook vanuit de samenwerking hebben gezien van he, we kunnen elkaar versterken. Ik geloof er nadrukkelijk in dat op het moment dat je die samenwerking verder borgt, dat je daarmee een professionelere en nog nneer solide organisatie krijgt van waaruit je die kleinschaligheid in die buurten en wijken nog beter kan borgen dan op het moment dat je het afzonderlijk blijft doen.
Een van mijn eerste vragen was wel, omdat hij het openbaar onderwijs net zo aan het hart gaat als u, van dat dat belang, dat dat een absolute voorwaarde is dat het openbaar onderwijs die onafhankelijkheid daaronntrent volledig geborgd zou zijn. Dat is me nadrukkelijk toegezegd en dat blijkt ook uit de stukken, dat wordt statutair verankerd, we blijven gewoon openbaar onderwijs in onze stad hebben. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk.
13
Mevrouw Stolk: Ja, om toch nog maar eventjes aan te geven wat mevrouw Koene net zei, maar wat wilt u nou concreet? Vanuit het college, wij hebben nu net aangegeven, ik ga het niet nog een keer herhalen want dat is allemaal veel te veel, mevrouw Koene geeft net aan, wat is nou concreet? Ik haal namelijk uit deze stukken geen concreet iets waarom we nu dit moeten gaan doen. Qua kwaliteit niet, qua financien niet. En dan zegt u ja, we kunnen een mooi iets optuigen voor de kwaliteit, maar wij zijn verantwoordelijk voor primair basisonderwijs. Daar zitten aardig wat scholen aan vast, maar wij zien toch echt niet de noodzaak om deze fusie door te gaan. We hebben dit niet voor niks op de agenda vanavond gezet, wat nogmaals, wij, met deze comnnissie, zijn verantwoordelijk als gemeenteraad voor het primair basisonderwijs. Die trein die dendert nu voort, statuten worden gemaakt, alles wordt dadelijk in orde gennaakt en dan mogen wij straks nog tekenen bij het kruisje. Ik zou juist aan de voorkant willen dat we aan de voorkant nog dingen mee kunnen geven. Vandaar ook die kritische vragen die ik heb gesteld. De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, u bent niet verantwoordelijk voor het prinnaire basisonderwijs in deze stad. Dat is gewoon niet hoe het geregeld is in de wet. Dat is gewoon niet hoe het werkt.
U bent zelf verantwoordelijk voor het toezicht op het openbaar onderwijs en daar heeft u een belangrijke rol in en die rol vervult u ook middels de commissie waar de heer Van Leeuwen leiding aangeeft en waar, zover ik dat kan beoordelen, en dat hoor ik ook terug, doen ze dat deskundig. Vanuit een grote mate van betrokkenheid is er geregeld overleg met de scholen over die toezichthoudende functie. Het is gewoon goed dat dat gebeurt en ik ben anno 2021 blij en trots hoe het scholenlandschap ervoor staat in deze stad. En als u aangeeft van ja, waarom moet dit nou gebeuren, ik begrijp het niet. Ik vind dat ze dat goed onderbouwd hebben, ook in de brief is dat uitgebreid uitgewerkt van waarom dit goed is. Vanuit gemeentelijk perspectief vind ik het ook goed. Ik vond het vijf, zes jaar geleden wat versnipperd, het aanbod in deze stad en dat kwann ook wel doordat er wat een concurrerende houding ten opzichte van elkaar was op onderdelen. Ik ben het met mevrouw Koene eens, daar hoef je niet voor te fuseren, daar hoef je niet voor samen te gaan, dat is vooral een cultureel aspect. Ik nnerk dat door de doordecentralisatie van de onderwijshuisvesting, waar u als raad opdracht toe heeft gegeven en ook toe heeft besloten, dat dat er in belangrijke mate toe heeft bijgedragen dat die samenwerking echt fors verbeterd is. Dat gaat echt veel beter.
Een initiatief als de zomerschool is daar ook een heel mooi voorbeeld van. Op het moment dat die samenwerking veel brengt, dan snap ik ook heel goed dat sommige scholen zeggen van he, wij willen eigenlijk die laatste stap ook zetten, want wij denken dat we daardoor nog meer kunnen betekenen voor de kinderen in deze stad. Ik vind dat ze dat goed hebben onderbouwd, dat hebben ze mu j mondeling gedeeld, we hebben daar een keer over gesproken, het is met het CTOO uitgebreid besproken en ik heb het ook in deze brief nadrukkelijk zien staan. Dus wat mu j betreft staat dat niet ter discussie, zeg ik richting mevrouw Stolk. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene.
14
Mevrouw Koene: Nou, wat ik me dan ook tegelijkertijd afvraag, ik bedoel, als je dan toch per se wil verenigen en dat het verder niet van invloed zou zijn dan op de soorten onderwijs die er zijn, waaronn doe je dat dan niet voor het hele primaire onderwijs? Waarom dan alleen het openbaar onderwijs en het katholieke onderwijs? Dat is dan toch ook onlogisch? Doe het dan of in een keer, of laat alles zoals het is. De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, permiteer mu j de opmerking dat ik deze conclusie wat kort door de bocht vind. Ik vind vrijheid van onderwijs een heel groot goed, ik denk dat de pluriformiteit van het onderwijs ook een heel groot goed is en het is uiteindelijk ook aan de schoolbesturen hoe zij dat organiseren. Iedereen mag een school stichten, als je maar voldoet ook aan de kwaliteitsvoorwaarden. Ik denk dat de diversiteit ook een kracht is, er is echt wat te kiezen voor ouders. Dat zeg ik ook richting de heer Kwaak. Ouders hebben een vrije keuze. Sommige scholen zijn wel Hebben een wachtlijst, daar is het drukker met aanmeldingen dan andere scholen. Maar in principe hebben alle ouders vrije keuze. Soms vind ik het ook wel eens een beetje jammer want daardoor zie je ook bepaalde scholen wat eenvormig worden, dat kan meerdere kanten op gaan. Ik denk dat gemengde scholen, dat dat uiteindelijk het beste leerklinnaat geeft.
Maar die schoolkeuze is gewoon volledig vrij. Ik treed niet in al de inhoudelijke aspecten van scholen die scholen maken. Kijk, de heer De Haan is hier ook aanwezig, ik ben blij dat de heer De Haan ook kennis kan nemen van de zorgen die u uit, en ik weet ook dat hij van harte bereid is onn eventueel echt inhoudelijke vragen voor wat betreft de keuzes die OPOD maakt sannen met SKOBA ook toe te lichten. Dus mocht u daar behoefte aan hebben en de voorzitter voorziet daarin, dan kan hij eventueel ook aanschuiven want ik ga niet voor hem spreken, dat zou ik ongemakkelijk vinden. Dat geldt ook voor de heer Van Leeuwen, ik ga ook niet voor de heer Van Leeuwen spreken. Ik geef alleen de overwegingen weer die ik als wethouder heb namens het college. De voorzitter: De heer Kwaak. De heer Kwaak: Voorzitter. Wethouder, wat is het effect op de agenda 2030, als de fusie komt? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, die is er in principe niet. De agenda 2030, dan doelt u met name op het Dordtse leerprogramma, dat gaat over de scholen en dat gaat niet zozeer over besturen, dat gaat over een aantal scholen in Dordrecht waarvan wij met elkaar van mening zijn, en uw raad heeft dat ook bestendigd, dat als we daar extra inzet plegen, dat kinderen daar met nneer kansen de school gaan verlaten en die scholen bevinden zicht onder de verschillende scholenkoepels, dus H30.
Maar zeker ook, mevrouw Koene heeft daar gelijk in, OPOD en SKOBA zijn actief in een aantal ook kwetsbaardere wijken in onze stad. Ik ben vandaag nog bij de Don Boscoschool geweest, dat is ook zo'n school. Het is prachtig om daar te zijn, nnaar ik denk ook dat we daar nog nneer uit kunnen halen, uit die kinderen, onndat we daar nneer inzet in plegen. Maar rechtstreeks antwoord op uw vraag, dat heeft geen directe impact op die agenda. Hoogstens dat die samenwerking misschien nog wat eenvoudiger en nog beter tot stand kan komen. Maar die agenda richt zich echt op de scholen en niet op de koepels.
15
De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, ik ga een andere poging doen bij de wethouder, want hij zegt dat ik kort door de bocht ben, dat ben ik wel eens vaker. Dat klopt. Ik vroeg hem of alle besturen dan niet beter samengevoegd konden worden of dat we alles zouden kunnen laten zoals het is. Dan ben ik dus kort door de bocht en dan hoor ik een verhaal over, ja, ik ga heel erg voor de vrijheid van onderwijs enzovoort, dat doe je dan dus toch ook niet door het OPOD en de SKOBA samen te voegen of dat toe te staan? Of, als je dan, als zij fuseren en je maakt je daar geen zorgen over, dan is dat toch geen argument om niet voor het hele primaire onderwijs gewoon bestuurlijk, bestuurlijk heeft toch niets met je levensovertuiging te nnaken of wat dan ook? Of je wilt kleien, creatief kleien of creatief lets anders doen? Dat staat toch los van elkaar dat die besturen eventueel samengevoegd worden? De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik weet niet of ik het betoog van nnevrouw Koene helemaal volg. Kijk, zowel in het bedrijfsleven als in de publieke sector zie je vormen van samenwerking ontstaan. Dat geldt ook voor de zorgsector en de corporaties en dergelijke en soms leidt die samenwerking tot een fusie om uiteindelijk nog betere resultaten met elkaar te realiseren.
Ik vind dit een heel mooie waardengedreven gewetensvolle samenwerking, hij is echt vanuit de inhoud opgebouwd. Hij is ook niet top -down dat gezegd is van joh, wij willen groter worden. Nee, ze werken al langere tijd goed samen vanuit die inhoud en dat heb ik zien gebeuren en daarom begreep ik deze stap ook wel, omdat ze goed bij elkaar passen. En ja, waarom ik uw opnnerking kort door de bocht vond is omdat ik, nogmaals, ik hecht heel erg aan de veelkleurigheid in onze stad, ik zou het ook niet zo'n goed idee vinden als u als zestien fracties of vijftien of veertien, in ieder geval een groot aantal fracties in de Dordtse raad zou besluiten van joh, laten we allemaal bij elkaar gaan want dan zijn we zo lekker efficient. Ik denk dat u ... Nee, ik zie daar niet echt veel instemming op. Ik denk dat u ook allemaal wel hecht aan uw eigen standpunten en uw eigen wijze van politiek bedrijven. Nou, dat geldt ook voor de verschillende schoolbesturen en binnen die schoolbesturen is er ook weer diversiteit want we hebben Jenaplanscholen, we hebben wat meer traditionele scholen, we hebben natuurlijk de Vrijeschool en ik denk dat dat heel mooi is, want je ziet ook dat ouders zich tot bepaalde schooltypes aangesproken voelen en dat is denk ik alleen maar goed.
Mevrouw Stolk: De heer Heijkoop: Net zo goed als dat dat ook voor politieke partijen geldt, dat mensen zich daartoe aangetrokken voelen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, ik wil even een mededeling doen, ik ben voorzitter bij de commissie fysiek vanavond en ik heb hier even kunnen zitten om de woordvoering nu te doen, maar ik ben genoodzaakt om nu weg te gaan.
16
De voorzitter: Men wacht op u, ja. Mevrouw Stolk: Ja, dat weet ik. Maar vooralsnog ben ik nog steeds raadslid. Ik wil wel een voorstel doen voordat ik hier die zaal verlaat, want hier komen wij vanavond niet helennaal uit en waar ik bang voor ben, wat ik net at aan heb gegeven, is dat de trein doordendert en wij straks niets meer in te brengen hebben. Los van het CTOO, want inderdaad, dat hebben wij natuurlijk, alle of ook daarvoor, hoor, voor al het werk wat jullie doen. Maar nogmaals, de genneenteraad die gaat daarover. Ja, ik wil een voorstel doen om toch een keer misschien nog eens nader met elkaar van gedachten te wisselen of een technische sessie te beleggen, want ik denk dat dit in het belang van het primair basisonderwijs of onderwijs in de stad een te belangrijk onderwerp is am dat gewoon nu vanavond in een keer af te doen. Los van het felt dat ik nog geen antwoord heb gehad op de vraag van waaronn is er door het college geen antwoord gegeven maar door het CTOO. Even as van het felt daarvan. Maar ik ga nu echt de zaal verlaten, sorry voor dat. Maar neem het even in gedachten nnee en ik zal zeker deze vergadering nog terugkijken en daar eventueel op terugkomen. Dank oak dat jullie aanwezig waren. De voorzitter: We hebben kennisgenomen van uw voorstel. De heer Van der Net.
De heer Van der Net: Ik volg de hele discussie, maar ik blijf dan nog steeds wel bij het punt van wij mogen hier wat van vinden, misschien, maar hebben wij hier oak lets over te zeggen? We kunnen hier nog uren natuurlijk met elkaar praten, maar de basale vraag, nnisschien dat de heer Van Leeuwen hier lets over kan zeggen, van kunnen wij dit tegenhouden, als men dit wil? De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Mijnheer Van der Net, wilt u een lang of een kort antwoord. Ja, en dat zal kunnen gebeuren, wat ik zelf niet hoop, maar dat is mijn persoonlijke mening. Uit mijn hoofd tijdens de raadsvergadering van 12 november, daarvoor hebben we nog een fusie effectrapportage en nog een eventuele technische sessie, wat dat betreft en dan kunnen we er verder over praten. Maar uiteindelijk is de raad in control, absoluut. De voorzitter: Goed. Mevrouw Koene, heeft u nog vragen, aanvullingen? Mevrouw Koene: Nou nee, de heer Heijkoop die was net aan het woord en toen kwam er wat anders tussen. Dat geeft verder niet, maar ik heb het idee dat we elkaar niet begrijpen. De voorzitter: Dat komt meer voor. Mevrouw Koene: Nou ja, goed, dat heb ik al snel met mijnheer Heijkoop. Maar ik denk dat het wel verstandig is dat we toch wat dieper hierop in kunnen gaan. We gaan daar inderdaad, wat nnevrouw Stalk zegt net, niet uitkomen.
Als we oak een bepaalde positie hebben als raad dan wil ik die oak kunnen nennen. Dus ik hoop dat we een goed voorstel met elkaar kunnen doen hoe we hier een vervolg aan geven.
17
De voorzitter: Nou, dan ga ik daar een poging toe wagen, want volgens mij is de suggestie van nnevrouw Stolk: laten we hier nog een keer over doorpraten. Op het moment dat het voorstel compleet is, dus inclusief fusie effectrapportage, inclusief een voorstel van het college dan wel een brief van het college. Dan wilde ik voor dit moment de beraadslaging over dit punt afsluiten waarbij de brief, zoals die er ligt, die nemen we niet voor kennisgeving aan maar die houden we aan tot na de sessie zodat we een totaal besluit hebben tegen 12 november, begrijp ik. Is dat een goed voorstel? Ik zag u naar de knop grijpen. De heer Van Leeuwen: Ja, het lijkt mij prima. Ik wilde datzelfde eigenlijk voorstellen dus volgende week zal die fusie effectrapportage binnenkomen. Dan zou ik me kunnen voorstellen, we hebben volgens mij dan ook herfstvakantie, dan zou ik me kunnen voorstellen dat bijvoorbeeld in de week voor 12 november dat we nog eens een keer bij elkaar komen. Dat lijkt me een nnooi moment. De voorzitter: Dan konnen we vast en zeker nog wel een keer bij elkaar.
Mevrouw Koene: Voorzitter, mag ik dan nog aanvullend vragen of er door OPOD en SKOBA of CTOO of wie dan ook, die zich ertoe geroepen voelt, een concreet resultaat wat nagestreefd wordt, wordt geformuleerd? Want er zit een hele bijlage bij, tenminste een heel stuk en een bijlage, daar staat van alles is en de wethouder kan het volgen maar ik niet, dus ik wil graag dat er ergens concreet staat van wat nou, als er geen financiele aanleiding, et cetera is, de meerwaarde zou zijn van een fusie. De heer Boersma: Voorzitter? De voorzitter: Ik hoor de heer Boersma. De heer Boersma: Ja, ik wil hem wel even goed scherp houden, want volgens mij de vraag van mevrouw Koene daar gaan we als raad niet over. Dus als welk stichtingsbestuur van scholen ook het voornennen heeft om te fuseren of weet ik veel wat voor vorm van samenwerking aan te gaan, in principe hoeft een stichtingsbestuur dat niet te onderbouwen naar ons als gemeenteraad. Onze rol is, vinden wij dat er voldoende waarborgen inzitten dat het openbaar onderwijs gegarandeerd is? Volgens mij zit daar het punt, en die wil ik dan scherp hebben, hoe is dat gegarandeerd, zeg maar, en misschien is dat in de huidige stukken nog niet scherp genoeg, dat zal ook uit de statuten heel duidelijk nnoeten blijken.
Ik vind het een beetje lastig, als wij hier ook inhoudelijk moeten gaan praten over de noodzaak of niet noodzaak van fusie van schoolbesturen omdat, weet je, ik heb daar geen rol in volgens mij. En het punt waar de zorg zit is van nou, is dat openbaar onderwijs echt nog beschikbaar straks? Hoe garanderen we dat en ik denk dat dat nader onderbouwd moet worden en dat dat zo overtuigend moet zijn dat deze raad in meerderheid kan zeggen, nou, we geloven dat dat inderdaad gegarandeerd is. Mevrouw Koene: Voorzitter, zoals altijd is mijnheer Boersma in staat om prima te verwoorden wat ik eigenlijk wil zeggen.
18
De voorzitter: Fijn dat we zo'n lid hebben. Dan concludeer ik dat de vragen zoals de heer Boersma die heeft gefornnuleerd van belang is en dat die vraag ook beantwoord wordt door het college. Dat is volgens mu j de rolverdeling in dit huis dat het college verantwoording dus ook antwoorden geven op dit soort vragen en dat kan onderbouwd worden door stukken van het SKOBA, mijnheer De Haan of het CTOO, dat maakt me allemaal niet uit, maar het college is aan zet, die moet een voorstel doen in de richting van de raad over dit onderwerp. Dat wachten wij dan af en dat verwachten wij dan voor 5, uit nnijn hoofd, als 12 november een vergaderdag is dan is het 5 november weer commissiefeest. Misschien 6 in verband met Drechtstedendinsdag. Maar kan dat, wethouder? Want ik zie u vol ongeduld kijken.
De heer Heijkoop: Nee, niet zozeer ongeduldig hoor. Ik zocht ook even contact met de heer Van Leeuwen, want voor de goede orde, uw raad heeft uw commissie en die wil ik echt in positie houden, dus wij kunnen daarin voorzien maar dat doe ik dan echt in afstemming met de heer Van Leeuwen wellicht in gezamenlijkheid. Het tweede aspect is, er vindt gewoon besluitvorming plaats, statutenwijzigingen en dergelijke kunnen niet plaatsvinden zonder instemming van de raad, dus daar was al in voorzien. Dus prima om dit te organiseren. Wel een vraag aan u als raad, die fusie effectrapportage komt volgende week uit, wordt met u gedeeld. Mocht u daar vragen over hebben, technische vragen, stel die dan ook vooral en laten we daar niet mee wachten tot we weer een nnaand verder zijn want dan doen we denk ik ook het proces tekort en ook uw eigen positie als gemeenteraad. Dus dat zou ik nog willen meegeven, voorzitter. De voorzitter: Nou, dat is een goede aanvulling en dan gaan we het zo doen. Dan besluiten we nu dat de brief wordt aangehouden. Tot 5 november, geloof ik. De eerste de beste commissievergadering in november. Dan stellen we het zo vast. Dan wil ik nu pauzeren tot tien over negen. Pauze
5. Wijzigingsbesluit GR Drechtsteden (vijftiende wijziging) — Raadsvoorstel De voorzitter: Dan heropen ik de vergadering. Aan de orde is het raadsvoorstel wijzigingsbesluit GR Drechtsteden. Ter bespreking ligt het raadsvoorstel van de uitwerking van de regionale onderhandelingen over de GR sociaal. Op 13 juni jongstleden heeft de gemeenteraad het amendement All GR sociaal en de moties M13 gewenste stennverhoudingen in de GR en M14 lokaal nnaatwerk hierover aangenomen. Deze stukken zijn toegevoegd. Politieke bespreking richt zich vanavond op de volgende vraag: waarom moeten er bij financiele besluiten in ieder geval drie gemeentes akkoord gaan? De gemeente Dordrecht draagt financieel al voor meer dan de helft bij. Die vraag is van de VVD. Ik wil de heer Van der Net vragen af te trappen.
De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Ja, een nieuwe GR, misschien eventjes ook voor de mede commissieleden, raadsleden eventjes een stukje historie. Het is natuurlijk binnen de Drechtsteden fout gelopen op het sociale donnein. Laten we niet wel wezen, daar is discussie over ontstaan en uiteindelijk is daardoor de Drechtsteden eigenlijk ontploft. Daarna zijn we met ze allen gaan nadenken, en ook de bestuurders, van hoe
19
nu verder? Daar is een conclusie getrokken van am Dordrecht een centrumgemeente te maken, maar dat er wel de wens was am op het sociale vlak, en wat ons betreft begrijpelijk, toch wel te blijven sannenwerken. Het is voor de VVD, de Dordtse VVD, nooit het uitgangspunt geweest dat een nieuwe GR, dat dat de uitkomst zou moeten zijn. We hebben altijd gezegd van, als dat binnen een centrumgemeente kan, is dat oak en overtuig ons maar. Nou, goed, uiteindelijk hebben wij ingestemd met de uitwerking van een nieuwe GR sociaal en tot onze verbazing, net voor het reces gingen we het erover hebben en toen was er opeens een stuk waarin al door ons college in ieder geval werd aangegeven wat hun positie zou warden met betrekking tot de onderhandelingen en niet tot mijn gehele verbazing is uiteindelijk nu ons medegedeeld dat dit oak de uitkomst is van de onderhandelingen. Oak weer eventjes terug, inderdaad, naar het grate belang. Laten we wel wezen, we hebben het over een financieel belang wat zeker voor Dordrecht heel groat is. Dan, als we dan gaan kijken dat we dan meer dan 50% participatie hebben, Wmo weet ik niet, maar dat is oak nog steeds flink, dan moeten we gaan kijken van, waar geven we dan bevoegdheden in weg, op dat punt.