2.7 20221122 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 3 - vastgesteld.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEM EENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 22 november 2022 Vergaderkamer 3
3. Vaststellen prognose grondbedrijf 2022 - Raadsvoorstel Voorzitter: nnevr. Koene Commissiegriffier: mevr. Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. In 't Veld (VSP) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Ko!king (DENK) Dhr. Kuhlmann (CDA) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (CU/SGP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van der Spoel (PvdA) Dhr. Van Leeuwen (PVV) Dhr. Venderbos-Lambinon (PvdD) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Ambtenaren: dhr. Nap en dhr. Knapen
De voorzitter: Goedenavond dames en heren. Welkom in vergaderkamer 3 waar we het gaan hebben over het raadsvoorstel vaststellen prognose grondbedrijf 2022. Een nnooie exclusieve groep zo. Dan houden we de temperatuur ook een beetje laag, want in vergaderkanner 1 was hij alweer torenhoog, dus dat doen wij goed hier. Welkom dus. Ik zal even voor de notulen een rondje maken met wie er is. De heer Van der Meer van GroenLinks, mevrouw Nieuwland van de CU-SGP, mijnheer Wringer, BvD, mijnheer De Boer, Op Ons Eiland, mijnheer Van der Spoel, PvdA, mijnheer Venderbos van Partij voor de Dieren, mijnheer Kolkilig van DENK die heeft een vaste plek geloof ik daar, mijnheer In 't Veld van de VSP, mijnheer Van Leeuwen, PVV, mijnheer Klerk, CDA, Kuhlmann van de VVD, nnevrouw Vermeulen dat is de commissiegriffier en ik ben uw voorzitter. Ik heb ook nog een naam, Irene Koene. Dan hebben wij als het goed is twee man van de ambtelijke organisatie. Dat zijn de heren Nap en Knapen en horen we ook nog eventueel een wethouder erbij te hebben, maar dat hoeft niet per se, want het is beeldvormend, dus wij kunnen dat op zich ook wel gewoon met elkaar. Het gaat hier om een technische briefing en dat betekent dus dat u geen mening hoeft te hebben vanavond en de raad wordt binnen deze commissie geInformeerd over het raadsvoorstel. Het is vrij taaie materie.
Dat zijn de ambtenaren niet met ons eens natuurlijk, want het is hun werk en die weten daar van alles van en die gaan dat ook proberen om dat ons duidelijk maken op een manier dat het kunnen volgen. De tussenstand van de ontwikkelingen van het afgelopen jaar en de economische gevolgen daarvan op de prognose 2023. Zelf was ik wat in de war dat ik zag staan prognose 2022. Ik dacht: nou, die had ik vorig jaar willen
1
hebben denk ik, maar het schijnt een bepaalde systematiek te zijn en als het goed is wordt dat ook geduid vanavond. De vraag is even ook aan de heren, de ambtenaren die ik dus wel in het scherm zie daar, dan hoef ik niet nneer achterom te gaan kijken, wat we doen tijdens de presentatie met betrekking tot vragen stellen. Zullen we afspreken dat het alleen zeg maar verduidelijkende vragen dat je die tussendoor even moet kunnen stellen en dat we daarna een rondje doen eventueel naar aanleiding van de inhoud? Ja? Prima. Kijk, dan zijn we helemaal connpleet. Nou, dan wil ik graag de heren Nap en Knapen het woord geven en, zie je, ze rukken op van twee kanten. Ik ben heel nieuwsgierig. Ik zei heel streng vandaag tegen de griffie van: ik ben gewend dat de presentatie vijf minuten mag duren en nu zie ik twee wit weggetrokken ... Nee, nog net niet. Het gaat lets langer duren kan ik u vertellen, maar het is echt de moeite waard. Gaat uw gang, heren. De heer Nap: Ja, helemaal goed. Hij doet het. Dank u wel voorzitter. Een hele goede avond. Mijn naam is Albert Nap. Ik heb mijn collega Marcel Knapen meegenonnen voor vanavond. Ik mag u toelichting geven op de prognose van het grondbedrijf. Ik ben zelf teamleider van het grondbedrijf en Marcel is adviseur op de portefeuille en ook de steller van het stuk en wij lichten het voor wethouder Tanja de Jonge aan u toe.
Voor mij de eerste keer dat ik mag spreken en deze samenstelling. Niet voor mu j de eerste keer dat ik dit verhaal aan de raad mag vertellen. Mevrouw Koene zei het net al, misschien wel hoge verwachting dat het een interessant verhaal is. Ik hoop het begrijpelijk te kunnen vertellen. Laat u het mu j vooral weten als het niet begrijpelijk is, want het is wel een beetje taaie kost, maar ik probeer het echt zo begrijpelijk mogelijk te vertellen zodat u ook een goed referentiekader heeft bij de overige besluiten die u moet nennen in relatie tot financien zeg ik dan maar. Prognose grondbedrijf 2022 en dat zal ik eerst even duiden, want wat wij doen is in het jaar waarin de jaarrekening wordt opgesteld ook een forecast maken eigenlijk naar de komende jaren en we noemen het de prognose 22 omdat deze is gebaseerd op de jaarrekening 22. Dan zult u zeggen: ja, dat is al wel even ... Oh, sorry, 21. Dat zult u zeggen: ja, dat is al wel even geleden, de jaarrekening 21. Dat klopt. Dat heeft natuurlijk ook behoorlijk wat voeten in de aarde gehad om die jaarrekening op te stellen, maar dat is wel input om dan vervolgens dit document kunnen nnaken.
Dus er gaat altijd wat tijd overheen, maar ik zal u straks laten zien naar aanleiding van de vergelijking die wij gemaakt hebben van: wat was nou de stand van zaken op 1-1, dan moet ik even goed nadenken, 22? En wat is de stand van zaken nu? En dan ziet u ook een aantal mutaties, maar die zijn beperkt ten opzichte van de boodschap van het verhaal die ik u vertel. Om te beginnen even een kaartje, want bij het grondbedrijf, wat doen we daar nou? Daar hebben we een aantal gronden namens de genneente in eigendom, in de portefeuille. En die worden ingezet om te ontwikkelen en de genneente heeft natuurlijk veel grond in eigendom, ook grond onder openbare infrastructuur, et cetera, et cetera, maar een deel daarvan van de eigendom positie wordt ook echt ingezet om te ontwikkelen. Die ziet u hier met een aantal kleuren op de kaart weergegeven en er staan ook een aantal afkortingen naast. Ik zal die even toelichten, want dat geeft wel aan wat dat dan voor vlekken zijn en wat hij doen en dan begin ik met de rode vlekken. Dat zijn de zogenaamde BIE's, de bouwgronden in exploitatie, de zogenaamde GREXen, oftewel de grondexploitatieprojecten. Dan zijn we alweer een hele mond vol, maar dat zijn dus eigenlijk de locaties waarop het wordt
2
ontwikkeld. Daar heeft u als raad al een besluit over genomen. U heeft daar kaders voor vastgesteld. U heeft een financieel en een ruimtelijk kader meegegeven en binnen dat kader gaat het college die locaties tot ontwikkeling brengen. Voordat het zover is, dus voordat een bouwgrond in exploitatie genomen kan worden is er een fase waarin we wel u als raad een voorbereidingskrediet vragen onn ambtelijke kosten te mogen maken, om allerlei onderzoeken te mogen doen en dat zijn immateriele vaste activa. Dat zijn de voorbereidingskredieten. Dus u geeft dan aan als de raad: wij vinden het goed dat het college daarmee aan de slag gaat, we stellen er budget voor beschikbaar en dat zijn de locaties in het paars. Dan zijn er nog een aantal ontwikkellocaties die door derde partijen worden ontwikkeld waar wij dus in principe geen grondeigendom hebben. Dat zijn de derde ontwikkelingen, maar waarbij wij wel actief inzetten op kostenverhaal, dus wij doen wel investeringen vanuit de ambtelijke begeleiding of anderszins en wij verhalen die kosten die we daarvoor nnaken bij de derde partij. Dat doen we bij alle ruimtelijk ontwikkelingen, maar de locaties die hier in geel zijn aangegeven daar zijn ook nog grootschaligere, bredere afspraken gemaakt over een bijdrage in de kosten van de ambtelijke organisatie en de investeringen die we als gemeente doen.
En dan zijn er in groen nog locaties waar wij in het verleden hebben ontwikkeld. Ik zal ze maar gewoon benoennen, Belthure Park en de Zuidpolder. Dat zijn gronden die we nu in agrarisch bezit hebben en die zitten gewoon nog in de portefeuille als overige gronden en die zijn ook op de kaart aangegeven.
De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Voorzitter, dank u we!. Ik wilde even wachten tot u dit genoemd had. Vooral het gewoon groene stukje, dat gaat over die exploitatiegebieden, daar zit een stukje geschiedenis aan, vooral die Zuidpolder, destijds ooit door een andere partij waar ik ooit bij zat gezegd: beschermd gebied. Belthure Park heeft ook een geschiedenis. Maar is het nou zo dat het allemaal nog open ligt of zegt u van: het zijn nog te ontwikkelen gebieden, maar het staat nu nog niet vast of daar eventueel gebouwd mag worden, huizen ik noem maar eventjes als voorbeeld? De heer Nap: In technische zin kan ik daarop antwoorden dat u natuurlijk het ruimtelijk kader vaststelt over wat de mogelijkheden zijn binnen die locaties of op die locaties en het ruimtelijk kader is nu zo dat hier een agrarische ontwikkeling mogelijk is, dus dat is op dit moment de status van de portefeuille en dat betekent ook dat wij vanuit het grondbedrijf of vanuit de eigenaarsvertegenwoordiger de gronden aan boeren uitgeven in pacht. Dan wat toelichting op hoe deze prognose van het grondbedrijf zich verhoudt tot andere planning- en controlecyclusdocumenten. We hebben de jaarrekening, de bestuursrapportage, de begroting. In de jaarrekening rapporteren wij ook over het grondbeleid. Dat doen wij dan in de paragraaf grondbeleid.
Dan kijkt vooral de accountant nnee en die toetst op de realiteit van de waarderingen en daar worden financiele resultaten van de grondexploitaties verwerkt van het afgelopen jaar. Gaandeweg het jaar volgt het bestuursrapportage. Dan kijken we even op hoofdlijnen van de hele portefeuille naar: zijn er nu nog grote afwijkingen te melden? We gaan daar geen grote bijstellingen doen, maar als we al zien dat bijvoorbeeld een geplande afname van een groot perceel grond voor enkele tonnen nnisschien of soms nniljoenen in een
3
bepaald jaar niet gaat plaatsvinden, dan is dat een aanleiding om dat bij de bestuursrapportage wel mee te nemen als afwijking. Wat we ook doen bij de bestuursrapportage is kijken naar de overige portefeuille van het grondbedrijf, niet zijnde de grondexploitatieprojecten. We hebben natuurlijk ook nog een grote erfpachtportefeuille, ook allerlei overige gronden zoals ik net liet zien met agrarische percelen en die zorgen natuurlijk ook jaarlijks voor inkomsten en kosten. Die worden niet binnen het grondbedrijf verantwoord, dus die worden niet verrekend met de reserve van het grondbedrijf, maar die komen jaarlijks terug in de concern exploitatiebegroting. Daar doen we ook een bijstelling op bij de bestuursrapportage. Bij de begroting vindt wederonn een verantwoording plaats in de paragraaf grondbeleid. Dat is vanuit het besluit begroting en verantwoording een verplichting om zowel in de jaarrekening als begroting en dergelijke paragraaf op te nemen waarin je dus naast de situatie op dat moment ook een forecast geeft over hoe ontwikkelt de reserve van het grondbedrijf zich eigenlijk naar de toekomst toe in relatie tot datgene wat in de begroting staat? Nog verder geduid is datgene wat er dus nu gebeurd is in de jaarrekening als basis voor de prognose waar ik u nu over vertel. Dat is eigenlijk een technische actualisatie van de uitgangspunten in al die grondexploitatieprojecten.
En die grondexploitatieprojecten worden aangestuurd vanuit een projectorganisatiestructuur. Die komen bij u naar de raad voor vaststelling van een dergelijke grondexploitatie. U stelt daarbij kaders vast, financieel en ruimtelijk, maar daar zijn natuurlijk voor de berekening om daar een financiele vertaling aan te geven allerlei uitgangspunten nodig, bijvoorbeeld van hoe gaat de economie zich ontwikkelen? Wat is de kostenstijging? Wat is de opbrengststijging? Wat is een verwacht en rentepercentage? Dat noemen we dan de parameters en die stellen we wel elk jaar technisch bij, bij de jaarrekening. Daar volgt een jaarrekeningresultaat uit voor het grondbedrijf en dat geeft inzicht in: wat is nou het resultaat voor deze grondexploitaties de konnende jaren? Even kijken. Wat wil ik hier nog meer over zeggen? Dat geeft dus het inzicht in wat de ontwikkelingsrichting is van de hele portefeuille. Je moet een ijknnoment hebben ten opzichte van waarvan je dat inzichtelijk nnaakt en dat is dus de jaarrekening en met deze prognose kijken we dus juist verder dan alleen maar het jaar zelf.
Dat is echt achteruit kijken wat we nu met deze prognose doen, dus echt zover nnogelijk als de volledige portefeuille mogelijk maakt vooruitkijken van: wat zien we nou op ons afkomen aan ontwikkelingen? Hoe ontwikkelt de economie zich en hoe vertaalt zich dat in onze portefeuille? Bij de jaarrekening resulteert dat dus in een mutatie van de reserve grondbedrijf. Er is sprake van een aparte reserve grondbedrijf en algemene reserve stad. Daar waar er sprake is van projecten met een tekort, een verwacht tekort in de toekomst, schrijft het besluit begroting en verantwoording voor dat dat tekort direct verrekend nnoet worden met de reserve. Dat vertaalt zich in zogenaamde verliesvoorzieningen. Simpel gezegd, we hebben gewoon een zakje met geld ergens bij wijze van spreken, een spaarpotje, we weten dat het project over een aantal jaar tien miljoen negatief gaat sluiten en we zetten vals tien miljoen opzij, gedekt uit onze reserve om dat mee te vereffenen. Als dan het laatste stuk grond uitgegeven is weten we dat we tien miljoen verlies hebben geleden, maar dat we ook al tien miljoen verliesvoorzieningen hebben getroffen, met andere woorden, saldo nul. Dat is gewoon een voorschrift vanuit het besluit begroting en verantwoording, niks aan te doen. Als daar mutaties op zijn, zijn dat mutaties die je dus in jaarrekening terugziet.
Wat daarnaast van belang is in het kader van de jaarrekening
4
is natuurlijk mutatie van het risicoprofiel. U wordt oak geInformeerd over het weerstandsvermogen op stadsniveau en een weerstandsratio en oak de risico's van het grondbedrijf dragen daar in bepaalde mate aan bij, dus oak die actualisatie van het risicoprofiel is sterk aan belang in het kader van de jaarrekening, maar oak daar weer, de jaarrekening is een resultaat van het verleden. De jaarrekening kijkt slechts drie jaar vooruit am eventuele korte termijnontwikkelingen mee te nemen en grondexploitatieprojecten zijn vaak van veel langere termijn, tien, twintig, dertig jaar. Daar zie je dus niks van terug in principe in de jaarrekening en daarom is die prognose zo van belang am daarmee het langetermijnperspectief en het financieel perspectief van de gebiedsontwikkeling voor de gemeente inzichtelijk te maken. Wat we oak u als raad vragen dat is eigenlijk slechts, zeg ik dan maar, technische besluitvorming random de meerjarenbegroting gekoppeld aan de grondexploitatieprojecten. Dus wat u nu echt ter besluitvornning voor heeft liggen is wat er geactualiseerd is en hoe dat zich vertaalt in de jaarschijven verder dan het jaar 2022 tot en met het einde van de looptijd van de grondexploitatieprojecten en zover als de meerjarenbegroting reikt.
Dan heb ik het net gehad over dat langetermijnperspectief wat zo belangrijk is am een goede afweging te kunnen maken, dus als u een voorstel krijgt am in uw achterhoofd mee te nemen van: het grondbedrijf is zeer winstgevend, dan wel verlieslatend. U kunt zich misschien de crisistijd nog wel herinneren. Toen stand ik hier een verhaal te vertellen dat het grondbedrijf een zeer zorgwekkende financiele positie had, dus als u dan andere besluiten moest nemen over het grondbedrijf, of sorry, andere besluiten moest nemen over projecten, dan had u in uw achterhoofd: er zit niet veel ruimte in het grondbedrijf. De heer Van Leeuwen: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Even een vraagje. Misschien dat u er wel op was gekonnen, maar dat weet ik niet helemaal zeker. U noemde net zeg maar de rente. Nou, in mijn optiek is de rente nu een risico geworden. Ik konn een disconteringsvoet van twee procent kom ik tegen in de stukken zeg maar die ik gelezen heb. Mijn idee is dat die voet gaat stijgen de komende jaren. Wat voor effect zal dat hebben, zeker op de langere termijn, op de grondexploitatie? De heer Nag: Ja, voorzitter, dit is inderdaad een punt waar ik straks op terugkom. Ik zal hem proberen vast te houden. Als die voor u am voldoende beantwoord is dan hoar ik het graag.
Het getal waarnnee wij de toekomstige positie van het grondbedrijf inzichtelijk maken dat drukken we uit in de term vermogenspositie en wat is dat nou, de vernnogenspositie? De vermogenspositie is eigenlijk heel simpel terug te brengen tot drie elementen, namelijk de stand van de reserve, dus wat is het resultaat uit het verleden? Wat hebben we nou even sinnpel gezegd op de bank staan? Gezondheid. Daar tellen we bij op de winstpotentie van een aantal exploitaties. We hebben dus nog een aantal exploitaties in onze portefeuille waarvan we verwachten dat die op termijn een winstgevend resultaat gegeven, bijvoorbeeld Distripark. En we kijken daarnaast naar de risico's die we in de portefeuille hebben, soms kansen, die kunnen leiden tot extra winstnemingen, maar oak risico's die natuurlijk kunnen leiden tot een lager resultaat en in het geval van een verlieslatende exploitatie tot een aanvullend verlies. Dat zijn de
5
grootheden die de vernnogenspositie van het grondbedrijf bepalen. Dat heeft u allemaal kunnen lezen. Dat ziet u terug in deze tabel. De vermogenspositie zoals we die nu zien is 25 miljoen positief. Met andere woorden, uitgaande van een reserve van twintig miljoen, het saldo van exploitaties van elf, daarnaast rekening houdend met een verwacht verlies van 77 miljoen al onttrokken aan die reserve en een risicoprofiel van zestig miljoen, kom je per saldo op een plus uit van het vermogen van 25 miljoen. Op dit moment is er best sprake van een solvabele portefeuille onn het zo maar te zeggen. Dat neennt niet weg dat er wel voor zestig miljoen risico's in die portefeuille zitten. Dat is natuurlijk een theoretische situatie, maar u moet zich voorstellen, als al die zestig miljoen risico's zich ook daadwerkelijk voordoen hebben we maar 25 miljoen buffer om dat op te vangen. Nou zullen die nooit allemaal morgen zich voordoen, maar in dat licht moet u het een beetje zien. Een vraag.
De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, heel concreet, die zestig miljoen die daar staat is dat het maximale risico of is dat het verwachte risico, laat ik maar zeggen wat uit de simulatie komt? De heer Nap: Dat is een verwacht risico waar ook rekening is gehouden met een bepaalde weging. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Ja, dank, voorzitter. Als ik het goed zie is in een jaar het risico van het grondbedrijf gestegen met 25 miljoen. Kunt u dat duiden? Want dat is wel een heel groot bedrag. De voorzitter: Mijnheer Knapen, als u dat even in de microfoon zegt. De heer Nap: Wij hadden even snel onderling overleg en misschien is het het handigst als mijnheer Knapen deze technische vraag beantwoord. Die is daar veel beter van op de hoogte dan ik. De heer Knapen: Tot de risico's van het grondbedrijf worden ook kansen gerekend en een van de kansen zijn ook de resultaten op toekomstige ontwikkelingen. Daar zat vorig jaar nog de Dordt Scale vier deel twee in en dat is een grondexploitatie geworden, dus daarmee is het zeg maar geen haalbaarheidsstudie nneer en dat positieve resultaat is weggevallen als kans. Dat leidt er toe dat het risicoprofiel zeg maar negatiever is geworden, omdat de kans is weggevallen in de zin van positieve opbrengsten.
Aan de kant van de grondexploitaties is die eigenlijk naar boven gekomen en dat zie je hier niet een op een terug omdat daar ook nog andere resultaten zeg maar van de grondexploitatie als gevolg van de actualisatie verrekend zijn, want eigenlijk zou je bij de grondexploitatie, de BIE's, zou je eigenlijk een positief effect verwachten. Dat zie je niet terug omdat er zijn verschillende negatieve effecten op de grondexploitatie geweest, andere stadswerven, een middenzone Gezondheidspark. Er zijn behoorlijke negatieve bijstellingen geweest en die worden ook in de toelichting worden die ook
6
toegelicht, maar dat verklaart zeg maar vooral het verschil waaronn de risico's, het risicoprofiel is toegenomen en dat is dus vanwege het wegvallen van een kans.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer In 't Veld, u had ook nog een vraag. De heer In 't Veld: Ja, klopt, ja. Dank u voorzitter. Het gaat mu j zeg maar cm de stand van de reserve van het grondbedrijf per 31-1202021 van twintig miljoen. Ik heb oak ergens gelezen dat het de verwachting was dat het een positieve reserve zou zijn van 35 miljoen volgens mij. Daar zit vijftien miljoen tussen. Dat vind ik een aardig bedrag. Ik heb oak begrepen dat dat te maken heeft met winstnenningen en toevoegingen aan de voorzieningen, maar we praten over een periode van een jaar. Dan denk ik van: ja, niet alles is te voorzien, maar vijftien miljoen afwijking dan denk ik van: daar had toch wet lets van voorzien kunnen zijn. Dus nnijn vraag is van: hoe is het grate verschil ontstaan? De heer Knapen: Dat klopt inderdaad. Wat ik net vertelde is dat onder andere stadswerven en de middenzone negatief zijn bijgesteld. De technische redenen of de reden waarom die hebben we natuurlijk in de toelichting gemeld, maar bij stadswerven heeft dat onder andere te maken met, dat weet ik dan toevallig zelf onndat ik zelf planeconoom ben, de opgelopen kosten, dus veel technische kosten, dus het heeft te maken met de kostenstijging die daar plaats heeft gevonden gedurende het jaar. Het heeft oak te maken met andere oorzaken zeg maar waardoor de civiele kosten zijn opgelopen.
Dus met name dat en dat leidt weer tot hogere plankosten en voorbereidingskosten en toezichtskosten zeg maar, dus dat zijn in hoofdzaak zeg maar de redenen. En bij de middenzone zijn andere zaken weer die spelen oak weer ten aanzien van onder andere ik geloof de parkeergarage en de kosten voor het openbaar gebied, dus waarvan zeg maar op een gegeven moment het kwaliteitsniveau wordt verhoogd. Bij de middenzone heeft dat onder andere gespeeld voor de inrichting en daardoor zijn oak bijvoorbeeld de hoge kosten en het is een samenspel van nneerdere factoren waardoor bepaalde grondexploitaties negatief moesten warden bijgesteld. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u, voorzitter. In aansluiting daarop, ik begrijp dat er allemaal verklaringen voor zijn, maar het blijft dan toch zo, als ik het goed zie, dat er in een jaar tijd echt vele miljoenen bijgesteld warden op die prognoses, dus dat laat muj toch een beetle met het gevoel achter van: wat zijn die prognoses dan? Kan het volgend jaar niet weer tien miljoen opschuiven, laat ik maar zeggen? Snapt u nnijn probleem en kunt u het oplossen? De heer Nap: Ik snap uw probleem zeker. Oplossen kunnen we het niet.
Het heeft met name te maken dat die grondexploitatieprojecten dus vele jaren duren, dus wat de theorie erachter is, is dat er in jaar X geraannd wordt en dat die raming door vertaald wordt, geprognotiseerd wordt voor de komende jaren. Op het moment dat er een bijstelling plaatsvindt van een waardering, oak als gevolg van de accountantscontrole, heeft dat direct effect op de aannames voor al die jaren daarna en omdat je dat allemaal terugrekent naar nu zitten daar enorme effecten in. Dat houdt oak verband met de disconteringsvoet die daar oak als aannanne in zit met de parameters voor welke
7
kostenstijging verwacht je nu de komende jaren en opbrengstenstijging verwacht je daar? En die effecten zijn zo groot en die omzet is dusdanig van omvang dat de effecten echt miljoenen op en neer schommelen en dat komt natuurlijk over alsof het niet in control zou zijn, maar ja, dat is ons beroep om het zo maar te zeggen, dus wij schrikken daar niet van, maar wij begrijpen heel goed dat dat mogelijk oncomfortabel kan zijn, maar dat heeft met name dus met die lange looptijden en die grote omzet te maken. De heer in 't Veld: Ja, voorzitter? Oke. Nee, ik begrijp uw verhaal, alleen ja, ik vraag me dan wel af: wat voor waarde kun je inderdaad dan toedichten aan die prognose zeg maar 2030 geloof ik met 54 nniljoen? Voor hetzelfde geld is het twintig of voor hetzelfde geld is het achtig. Ik bedoel, die cijfers zijn gewoon boterzacht. Daar kun je in feite eigenlijk kun je daar niks opbouwen om het zo maar te zeggen. De voorzitter: Waarvan akte. Mijnheer Nap gaat door. De heer Nap: En daarom denk ik dat het voor u heel relevant is om u mininnaal een keer per jaar te laten informeren over wat is dat nu? En goed de relatie te leggen met een jaarrekening en een begroting waarin we dus altijd ook op de korte termijn inzicht proberen te verschaffen.
Ik kom ook nog terug aan het einde van de presentatie komen we op: wat betekent dit nu en hoe kunt u dit nneenemen in uw verdere besluitvorming ook op andere onderdelen? Wat u hier ziet in deze tabel is het verloop van die zogenaamde vermogenspositie. Dat is de blauwe lijn en u ziet dat we komen in 2010 van een stand, slechts 2,4 nniljoen geloof ik uit mijn hoofd, ja, naar een periode in de crisistijd van min 48 miljoen. Toen spraken we dus over een situatie waarin wij dus naar de toekomst toe alleen maar meer tekorten zagen ontstaan dan dat we ilberhaupt aan winsten konden genereren. Door allerlei maatregelen die zijn getroffen, onder andere de grote afwaarderingen die plaats hebben gevonden in de crisisperiode. U ziet in de gele balkjes wat de stand van de reserve is, jaren is die nul geweest en niet nul, maar ver daaronder. Dat zijn de concernfinancien vanuit de algemene reservestad en breder aangesproken om de tekorten binnen dat grondbedrijf op te lossen, ook weer BBV uitgangspunt, een reserve grondbedrijf mag nooit onder nul. Daaronn ziet u een aantal jaar nul, maar eigenlijk was die min veertig vijftig, nou ja. Het effect daarvan is dat die hele portefeuille ingekrompen is.
le ziet hier maar een klein balletje nog eigenlijk, zeker ten opzichte van de situatie van nu met een vrij fors winstpotentieel, maar ook een vrij fors risicodeel en een innniddels toegenomen reserve. U ziet dat de bandbreedte ook weer enorm toeneennt, maar ook, dat is dus boterzacht om het zo maar te zeggen. We doen ons uiterste best om zo goed mogelijk inlichtingen te hebben om daarmee in dat boterzachte grip te hebben over hoe ontwikkelt die portefeuille zich nu? En wat kunnen we dus naar de toekomst toe ons veroorloven om toch, voorkomen is misschien een groot woord, maar gesteld te staan voor de situatie waarin mogelijk dit zich weer zou kunnen voordoen? Als we het hebben over de economie die zich altijd op en neer beweegt. Dit is de vergelijking van de situatie 31-12-21 en situatie nu en u ziet eigenlijk als we de jaarrekening als uitgangspunt gebruiken dan heeft u in de tussentijd een aantal besluiten genomen op wel kleine exploitaties die nieuw zijn geopend. We praten hier niet over een grote spoorzone ontwikkeling of de hele Spuiboulevard. Dan praat je natuurlijk over andere getallen, maar dan zie je dat het effect slechts vier ton afwijking
8
geeft ten opzichte van de uitgangspunten van de jaarrekening. Daarmee wil ik duiden dat het verhaal wat ik nu vertel niet heel anders is dan het verhaal wat ik mogelijk eerder in het jaar had kunnen vertellen omdat we juist naar de toekonnst kijken. En als we het dan hebben over die toekomst en u moet daarin sturen en u krijgt voorstellen, hoe moet u die dan duiden?
De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, voorzitter, ik hoorde u zojuist zeggen van: het verhaal is eigenlijk niet heel veel anders dan wat er eerder in het jaar gezegd had kunnen worden. Gewoon uit mijn nieuwsgierigheid rond de procedure, waaronn hebben wij eigenlijk deze presentatie nu en niet wat eerder in het jaar? De heer Nap: Praktische reden is dat de jaarrekening vrij laat in de besluitvorming is gekomen door allerlei andere omstandigheden rondom de jaarrekening. De jaarrekening is de basis van dit document, dus in procedure betekent dat dat wij zeg maar hebben moeten wachten op de verwerking van die resultaten. Wat er ook bij komt is dat wij onze ambtelijke capaciteit hebben moeten toedelen naar een aantal activiteiten waarbij we wel de overweging hebben genomen om hier een klein beetje te schuiven. Wat er belangrijk is bij de toekomstige keuzes is hoe de reserve van de stad zich ontwikkelt en daarmee ook de reserve van het grondbedrijf. Het is nu zo dat uw raad heeft vastgesteld dat als we nieuwe exploitaties openen, nieuwe grondexploitatie en die kennen een tekort dat we dat tekort niet per definitie afdekken vanuit de reserve grondbedrijf, juist vanwege de situatie die ik u net schetste.
Die reserve grondbedrijf heeft sterk onder druk gestaan, kent nu wel weer een positief saldo, maar u kunt zich voorstellen op het moment dat we bij nieuwe ontwikkelingen de eventuele tekorten die daarmee samenhangen uit die reserve grondbedrijf verhalen blijft er weinig body over. Toentertijd was er Ciberhaupt geen body in de reserve grondbeleid, dus dat zou hebben betekend dat we filets nieuws konden starten. De heer De Boer: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer De Boer, maar ik wil wel aan iedereen vragen om een klein beetje meer bescheiden te zijn met het stellen van vragen, want zo konnen we steeds maar twee zinnen verder. Gaat uw gang. De heer De Boer: Dank u wel voorzitter. Heel kort eventjes. Ik hoor lets over de reserves. In eerste instantie hoorde ik aan het begin van de presentatie van automatisch gaan dingen dan uit de reserves. Nu zegt u: daar zijn we toch wat voorzichtiger mee, maar wie bepaalt dan op een gegeven moment of een project lets van de reserves mag pikken of niet? Is dat dan de raad in dit geval? De heer Nap: Ja, klopt. De raad bepaalt alle kaders, dus ook of er een, en dan welke reserve wordt gepikt zeg maar.
Die reserve grondbedrijf die biedt daar de ruimte niet voor of bood daar de ruinnte in ieder geval niet voor en die is vooral bedoeld om inlopende exploitaties de risico's en de eventuele aanvullende tekorten af te dekken, dus wat nu het beleid is zoals de gemeente Dordrecht heeft vastgesteld is dat als er sprake
9
is van een nieuwe ontwikkeling en die kent een tekort, wordt dat aan de voorkant afgedekt voordat het project in de portefeuille van het grondbedrijf wordt opgenomen. Even bedrijfsmatig gezien gaat het grondbedrijf voor eigen rekening en risico exploiteren. Het grondbedrijf is natuurlijk net zo goed als elke organisatie onderdeel van de gemeente Dordrecht. We noennen het bedrijf, maar dat heeft met name te maken vanwege die reserve die er is, maar uiteindelijk worden at die opbrengsten en risico's en tekorten met die reserve verrekend. Waar nu sprake van is, is dat er wel een toenanne is van die reserve grondbedrijf, onder andere als gevolg van de winstneming in het Distripark. Dat loopt goed, die uitgiftes. Dat loopt misschien ook wel sneller dan verwacht waardoor die winsten ook wat eerder genomen kunnen worden, maar wat we ook zien is dat het risico van de totale portefeuille enorm toeneemt. Er was net al sprake even van kostenstijgingen die op ons afkonnen. De rente werd net al even genoennd. Dat was ook een onzekere factor. Wij hanteren nog altijd een interne rekenrente als vertaling van het aantrekken van vreennd vermogen en eigen vermogen, dus de eigen interne rekenrente is nooit gelijk aan de marktrente, maar voor ons als grondbedrijf een uitgangspunt ook weer voor alle berekeningen, maar die is wel onzeker.
Wat gaat daar nou mee gebeuren? Dus wat wij zien is ook als gevolg van die parameters, de opbrengstenstijging, de kostenstijging, de economische ontwikkeling, dat is onzeker en dat vertaalt zich dus in een hoger risicoprofiel. We zien ook als we bijvoorbeeld zo een spoorzone-ontwikkeling willen gaan doen met de visie van Mecanoo als uitgangspunt dat het ook een zeer connplexe gebiedsontwikkeling is met veel investeringen, met veel risico's, ook hogere risicoprofielen. Dat allemaal meegenomen zeggen we: er is nu binnen het grondbedrijf wat ik net liet zien met die staven twintig miljoen aan plus, het vermogen 25 nniljoen positief. Dat zou impliceren dat er sprake is van zogenaamde surplus ruimte. U kent die termen vanuit het weerstandsvermogen, maar dat eigenlijk onze boodschap is die we willen meegeven: wees zeer terughoudend met het benutten van die surplus ruimte voor andere doelstellingen dan de gebiedsontwikkeling opgave, want als u ziet wat voor opgaven er op ons afkomt, dat moet wel gefinancierd worden en dan grijp ik terug op de crisistijd waarin we dus hebben moeten afboeken en dat ook ergens uit hebben moeten trekken, is dat een gegeven zeg maar om in uw achterhoofd mee te nemen bij besluiten die u nog moet nemen.
Ik noemde het net al eventjes, de agenda 2030 met een hoog ambitieniveau, maar wel kostbaar met veel binnenstedelijke locaties waarbij we in willen zetten op een actief grondbeleid om doelstellingen te verwezenlijken omdat de marktpartijen in de afgelopen jaren het niet hebben waargemaakt om het zo maar te zeggen. Wij zijn niet voor niets gestart met het verwerven van een aantal plots op het Maasterras. Maar dat betekent wel dat je daar een hoge prijs voor betaalt om ze aan te schaffen. Dat betekent ook dat je meer risico loopt omdat je nou eenmaal eerst moet investeren om vervolgens te kunnen gaan ontwikkelen en mogelijk ook een hoop kosten voor je rekening moet nemen als overheid om doelstellingen te kunnen realiseren, omdat marktpartijen die kosten nooit zouden nemen omdat het simpelweg niet rendabel is. De complexiteit is aangeduid met een aantal zaken die van invloed zijn, zoals geluid en veiligheid, et cetera. Dat betekent ook niet alleen dat het risicoprofiel groter is, maar ook dat de aanvangsinvestering en daarmee ook het resultaat van de hele exploitatie, de businesscase verlieslatend zal zijn naar verwachting steeds vaker. Dat moet ergens
10
uit betaald worden. Dat betekent als je dus nu kijkt naar de verhouding tussen de risico's en reservepositie, dat je daar dan uit zou kunnen afleiden van: we zitten er lekker warmpjes bij, maar dat als je dit door je oogharen heen al bekijkt dat je zegt: nou, daar moeten toch ook misschien wel, zeg ik dan maar als ambtenaar die adviseert aan de wethouder en aan u over het grondbedrijf, wees daar kritisch op hoe u dat uitgeeft. Wat zijn dan grote ontwikkelingen die daar van invloed op zijn? Help die financiele uitgangspunten, de Spuiboulevard, Maasterras en een groot aantal kleine binnenstedelijke ontwikkelingen, maar vooral Spuiboulevard en Maasterras zijn natuurlijk ontwikkelingen die van invloed zijn op onze portefeuille en ook beslag zullen leggen op risico's en weerstandvermogen en reservecapaciteit. Dit is annbitieus gewoon. Wat daarbij een belangrijk element wordt, ik noemde het net al eventjes, het grondbeleid. We hebben nu een nota grondbeleid die inzet van actief grondbeleid mogelijk maakt.
In de vorige raadsperiode heeft de vorige wethouder al een lijn ingezet en die is ook overgenomen volgens mu j met de raadsinformatiebrief aan uw raad over de nota risico weerstandsvermogen en grondbeleid waarin we vanuit het college u hebben gevraagd om een relatie aan te brengen tussen die verschillende thema's en ook een duiding gegeven van: wij gaan nu aan de gang met het aanpassen van die nota grondbeleid, ook in het kader van de financiele verordening gewoon een verplichting om dat te actualiseren. Dat kan eigenlijk heel eenvoudig door te zeggen: hij voldoet nog, maar we hebben nu genneend om daar ook nog een extra slag in te nnaken om die te koppelen aan ook het grotere ambitieniveau wat we als stad hebben, wat natuurlijk heel mooi is, waarbij een goed beleid dat er nog beter op aansluit in aansluiting op de omgevingsvisie niet nneer het basisprincipe van actief grondbeleid 'nee tenzij', maar ja, actief grondbeleid mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden, maar wel stevig gekoppeld aan de uitgangspunten zoals geformuleerd in de agenda 2030. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Kunt u in een zin zeggen wat u precies met actief grondbeleid bedoelt? De heer Nap: Actief grondbeleid is het inzetten van het verkrijgen van eigendom om daarmee ruinntelijke doelstellingen te realiseren en dat is het tegenovergestelde van passief grondbeleid waarbij je dus zegt: we regelen alles via ons publiekrechtelijke instrumentarium zijnde het omgevingsplan. De heer Knapen: Misschien is het even goed om te benoennen dat bij actief grondbeleid is het de genneente de grondexploitatie voert en bij passief grondbeleid in principe de private partijen de ontwikkeling ter hand nemen, dus ook de risico's dragen. De heer Nap: En dan op de laatste sheet hebben nog even de besluiten die we aan u vragen op een rij gezet. Ik heb ze volgens mij in de presentatie meegenomen als duiding. Wat er nog bij zit is de grondbeleidskaart waar de uitgangspunten van dat zogenaamde grondbeleid dat ik net toelichtte zijn weergegeven, dus op welke locaties zetten wij nu in op in principe actief grondbeleid voor het verkrijgen van eigendom en waar doen we dat bewust niet? Voor elke locatie waar wij eigendom hebben verplicht ook weer de BBV ons om inzichtelijk te ma ken wat de waarde daarvan is. Daar doen wij
11
ambtshalve een aantal uitgangspunten op. Het helpt ons enorm bij de accountantscontrole als u daarop besluit dat u ook achter die uitgangspunten staat. Anders krijgen we elk jaar een discussie met die accountants: wie beslist dat nou? Vandaar dat beslispunt. Soms is het zo dat er begroot was om in jaar X nu een kaveltje te verkopen en dat is om redenen dan niet gebeurd. Dat schuift dan een jaar door. Dat betekent financieel helemaal niks, alleen het gaat over de jaarrekeninggrens heen. Dan vragen we u ook daarop te besluiten dat u daarmee akkoord bent zodat er sprake is van een begrotingsrechtmatige situatie. Ook een aantal projecten die gewoon afgerond zijn. De uitgifte van de zelfbouwkavels aan de Ouderdijk en Patersweg en de geheimhouding altijd als beslispunt om dat in de toelichtingen die u beschikbaar heeft gekregen veel marktgevoelige informatie zit die we niet openbaar te maken. Daarmee ben ik aan het aan het einde gekomen van mijn presentatie. De heer Van Leeuwen: Voorzitter? De voorzitter: Dank, mijnheer Nap. Mijnheer Van Leeuwen als eerste voor de ronde van de vragen. Gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Toch nog even terugkonnend op die disconteringsvoet, de rente is op dit moment stijgende ook door internationale oorzaken, laat ik het zo maar even noemen, dus een verwachting is dat volgend jaar die rente nog meer zal gaan stijgen.
Dan zal de gemeente ook besluiten, schat ik zo in, om de disconteringsvoet te verhogen. Misschien dat u een inschatting kan geven, hij zit nu op twee procent, tot welk niveau we deze zouden kunnen gaan optrekken. Dat is vraag een. En de tweede vraag is: wat voor effect zou dat hebben, verondersteld dat het een enorm effect zou hebben, wat voor effect zal het hebben op de vermogenspositie van het grondbedrijf? De heer Knapen: Voor degenen die nnisschien niet weten wat de disconteringsvoet is, we gebruiken de disconteringsvoet om de eindwaarde normaal gesproken naar de contante waarde terug te rekenen, dus de eindwaarde van het project dat betekent alle kosten die tot dan, tot het einde van het project hebben gemaakt, dat zijn alle daadwerkelijke, ook alle rentekosten, die worden dan teruggebracht zoals we dat op dat moment hebben berekend. Dus nu verwachten we bijvoorbeeld over tien of over vijf jaar zoveel kosten gemaakt te hebben, met de disconteringsvoet kun je dan de waarde terugrekenen naar nu en zo gebruiken we die in de grondexploitaties. Het BBV schrijft voor dat wij een disconteringsvoet, dat we daarbij aansluiten bij de ECB, bij het gewenste inflatiepercentage wat de ECB nastreeft, dus twee procent. Dus dat is het uitgangspunt voor de disconteringsvoet en er is vanuit het BBV aangegeven van: dat zou je eigenlijk nnoeten volgen, dus dat doen we ook.
Wij hebben daarom twee procent als disconteringsvoet opgenomen. Dat is eigenlijk gelijk aan het inflatiepercentage dat de ECB nastreeft. De rente daarentegen, dat is iets wat we vanuit de genneente natuurlijk berekenen. Dat is ook binnen het BBV aangegeven hoe we dat zouden moeten toepassen. Wij krijgen dat vanuit het concern aangeleverd. Op dit moment is dat 0,7 procent. We verwachten wel dat die gaat stijgen. Wat doet dat? Bij een negatieve boekwaarde gaat dat leiden tot extra kosten, dus als je over de hele portefeuille zou kijken en je kijkt: wat is dan de boekwaarde over de hele portefeuille? Dan zal dat leiden
12
tot extra kosten in de grondexploitaties. De rente is op het moment zo laag dat ook al zou die verdubbelen, dat effect toch nog steeds enigszins zal meevallen. Dat komt ook omdat we een aantal grondexploitaties hebben waar we straks een positieve boekwaarde hebben, dus daar zit dus een positieve component aan, want dan heb je het juist andersom, dus het gaat om de totale waarde van de portefeuille. Wat is daar de boekwaarde van? En daar wordt het effect dan op berekend. Vroeger hadden we een rente die was echt boven de vier procent. Dan was het effect een stuk groter kan ik u vertellen. Op het moment is het ook al verdubbeld, de rente, en zal het effect nog steeds beperkt zijn en voor gemeentewerk kunnen we nog steeds relatief goedkoop geld lenen op de markt, dus ik verwacht dat de rente wel gaat toenennen, maar ik verwacht ook dat die niet zo zal toenemen zoals we bijvoorbeeld nu zien met de hypotheekrente, dus dat zijn hele andere bewegingen. De heer Van Leeuwen: Een korte conclusie zeg maar van mijn kant uit De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Sorry, voorzitter. Ik begrijp uw verhaal, maar het heeft er wel mee te maken zeg maar wat de eigen inschattingen zijn van de gemeente hoe de rentevoet zich zal gaan ontwikkelen de komende twaalf maanden als we het hebben over een jaar. Dat is wel het punt.
Als die inschattingen negatief Of als we ervan uit gaan dat de rente redelijk fors zal gaan stijgen zal dat een behoorlijke invloed hebben op de grondexploitatie. De heer Knaben: Dat heeft inderdaad een behoorlijke invloed. Het is en blijft natuurlijk nog steeds in absolute getallen echt wel een behoorlijk effect. Ik kan zelf niet aangeven hoe de rente zich gaat ontwikkelen. Dat is lets voor de thesaurie om daar eens naar te kijken. Ik weet ook niet hoe dat eruit ziet en hoeveel wij moeten gaan herfinancieren en hoe die contracten er allemaal uitzien, dus dat is op voorhand heel lastig voor ons vanuit het grondbedrijf om te zeggen waar dat naartoe gaat, maar ik ga ervan uit dat u daar zeker over geInformeerd gaat worden op het moment dat dat kan en moet. De voorzitter: Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dank u wel voorzitter. Ook van nnijn kant inderdaad een vraag over die parameters. Nou, omdat we inderdaad denk ik allennaal wel voorzien dat daar eigenlijk het grootste risico in gaat zitten, dus ik ben vooral benieuwd: hoe werkt dat bij jullie? Zijn er afspraken over bijvoorbeeld fornnules hoe bijvoorbeeld de inflatie doorwerkt of is dat landelijk gelijk in alle gemeenten of heb je daar als gemeente eigenlijk de vrijheid in? De heer Knapen: Dat klopt. Het laatste klopt. Je hebt daar als gemeente de vrijheid in.
De parameters worden door het college vastgesteld. U krijgt de parameters ook mee via onder andere via ons, dus met de prognose, maar het is inderdaad zo dat wij dat zelf vaststellen. Er is geen landelijke richtlijn voor. Wat we wel doen is dat we de accountant natuurlijk meenemen erin en wat we ook ieder jaar doen is voordat we de parameters vaststellen is dat we een onderzoek zelf doen naar de ontwikkelingen in verschillende
13
markten. Dan moet u denken aan de woningmarkt, de bedrijfsruimtennarkt, kantorennnarkt, aanbestedingsnnarkt voor bouw- en woonrijp maken, dat soort zaken. Daar zijn allerlei ontwikkelingen in en die monitoren we. Het effect daarvan vertalen wij naar de ontwikkelingen onder andere van de woningbouwprijzen. Als we kijken bijvoorbeeld ... Van de bouwgronden, van de opbrengststijging. Als we kijken bijvoorbeeld naar hoe we dat doen bij woningen is dat we bijvoorbeeld kijken: wat is de inschatting van de banken als het gaat om de ontwikkeling van vrij-op-naamprijs de komende jaren? En we kijken ook naar wat zijn de verwachtingen van de bouwkostenbureaus als het gaat om de stijging van de bouwkosten? Dan zijn het altijd moment van schrijven dat de inschattingen gemaakt worden en zeker in de laatste jaren is dat zeker te zien dat die bouwkosten onder andere enorm zich ontwikkelen en dat is echt heel anders dan hoe we er een jaar geleden tegenaan keken, maar je moet op enig moment toch zeggen: we gaan nu de peilstok erin hangen en aan de hand bijvoorbeeld van woningbouw van die vrij-op-naamprijzen en de bouwkosten kunnen we heel goed bekijken wat dat doet met de opbrengststijging. Dan moet je altijd aannannes doen voor de komende jaren. Dat blijft lastig.
Dat proberen we zo goed nnogelijk en vervolgens zeggen we van: oke, dit is een set waarvan wij denken dat het verstandig is en we leggen dat ook nog bij de accountant neer. Die kijkt ook even mee ook bij de controles en binnen de organisaties, wordt dat breed gedeeld? Om eigenlijk de meest betrouwbare schatting te doen op dat moment.
De voorzitter: Nee, dames en heren, we hebben nog maar negen minuten en ik wou al net gaan zeggen dat mijnheer Knapen, dat ik blij ben dat hij geen raadslid is, want ik kom er helemaal niet tussen, maar nnijnheer Kuhlmann die kan er ook wat van en die gaat nu een vraag stellen. U komt allemaal aan de beurt. De heer Kuhlmann: Dank u voorzitter. We willen als stad bouwen en ontwikkelen. Dat vraagt om een actiever grondbeleid. Dat is al aan de orde geweest aan de presentatie. Tegelijkertijd wil je natuurlijk ook geen te grote risico's lopen als stad en daaronn ben ik even benieuwd: hoe duidt u in een paar woorden heel kort de risicopositie van de portefeuille? De heer Nap: Ik denk dat het daarbij dus verstandig is om dat verhoudingsgetal in het achterhoofd te houden en die zestig nniljoen risico's ten opzichte van de winstpotentie en dan, ik weet niet welke term ik daaraan moet hangen of ik hem hoog of laag duidt, maar dat laat zien dat de winstverwachting lager is dan het risicoprofiel en dus duid ik hem als kritisch. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Ja, dank, voorzitter. Even een aanvulling op de vraag van de heer Van Leeuwen, als de ECB uitgaat van twee procent inflatie, dat is natuurlijk niet meer van deze tijd. De inflatie is natuurlijk vele malen hoger.
Wat is dat voor gevolg op de financiele positie van de grondexploitatie en hoe gaat dat grondbedrijf hiernnee om? De heer Knapen: Dat is een goede vraag. Wij gebruiken de discontovoet dus om de eindwaarde contant te maken. Als die discontovoet zou oplopen dan zou dat ertoe leiden
14
dat de eindwaarde of de contante waarde lager wordt. Dat is in ons geval van de gemeente Dordrecht en dat is eigenlijk sinds een aantal jaren eigenlijk niet meer een probleenn. Vroeger werden grondexploitatie contante waarde werden ze gewaardeerd en dat zagen we dan ook terug bij dit soort presentaties. Sinds 2016 meen ik is het eigenlijk verplicht om op eindwaarde alles te waarderen, dus wij doen eigenlijk met de discontovoet niet zo veel, want alles wordt bij ons op eindwaarde gewaardeerd. Dat is dus voordat de discontovoet eigenlijk gebruikt wordt en op eindwaarde dus vinden ook zeg maar de saldi die worden gebruikt voor het bepalen van de voorzieningen, enzovoort. Dat is eigenlijk een hele voorzichtige nnanier van presenteren van je resultaten, dus de contante waarde heeft nog wel een functie, maar die is meer informerend van: wat is die waarde van die ontwikkeling op dit moment? Als we u zouden bijpraten zouden we zeggen: de contante waarde is zoveel, dat betekent die ontwikkeling is zoveel waard op dit moment, maar verder me daar niks mee, dus voor de risico's en voor de saldi en dat soort dingen doet het verder niks, dus ook al zou die heel hoog worden.
De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel. U presenteerde net het vaststellingsbesluit wat van de raad gevraagd wordt als een technische stap. Ik wil graag lets meer weten over wat dat nou echt betekent. In hoeverre bindt dat de raad aan toekonnstige beslissingen? In hoeverre levert dat aanknopingspunten voor sturing op? Met andere woorden, wat zou een reden kunnen zijn voor de raad eventueel om niet akkoord te gaan met dit verhaal? De heer Nap: In nnijn beleving technisch gezien niet zoveel. De voorzitter: Ik denk dat deze vind ik net lets te ver gaan trouwens voor de annbtenaren om te beantwoorden. De heer Nap: Ik wilde hem heel technisch beschouwen. De voorzitter: Graag. Technisch en kort. De heer Van der Meer: Ik bedoel hem inderdaad technisch. De voorzitter: Dan is het goed. De heer Van der Meer: Van hoe bindt het de raad? Wat betekent het voor toekomstige beslissingen? Want u heeft wel aangegeven dat het een indicatie is. De heer Nap: Zal ik het antwoord heel kort houden? De voorzitter: Ja, graag. De heer Nap: Geen. De voorzitter: Oke, en door.
15
De heer Nan: Technisch niet. De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel voorzitter. Ik heb nog even een vraag naar aanleiding van de presentatie die we net hebben gekregen. Hoe zeg ik dat? Ik verbaasde me toen ik de grafiek zag met het verwachte verloop van de algemene reserve in de toekomst. Dat is een mooie lineaire lijn. Hoe verhoudt zich dat met de waarschuwing die ik ook hoorde om voorzichtig om te gaan met een surplus omdat businesscases steeds vaker verlieslatend zijn? En de vraag die ik daarbij ook heb is: externe risico's, in hoeverre zijn die ook meegenomen? We hebben stikstofproblennatiek. Kan er Oberhaupt gebouwd worden? Dus zitten dat soort dingen er ook in? De heer Nan: Wat belangrijk is om te realiseren, is dat nog niet alle ontwikkelingen die we wel al in de toekomst op ons af zien komen vertaald zijn in deze cijfers, bijvoorbeeld de hele Mecanoo visie die gaat leiden tot ontwikkelingen in de spoorzone, specifiek het Maasterras, maar ook daaromheen. Soms zijn daar nog niet eens, zeg ik dan maar, voorbereidingskredieten voor gevoteerd in de zin van gerelateerd aan de toekomstige gebiedsontwikkeling op grondexploitatieniveau.
Die cijfers ziet u hier dus niet in terug, dus wat u wel ziet is dat er op basis van de huidige portefeuille een toenanne is van de reservepositie, mede als gevolg van winsten uit Distripark, maar dat we wel weten als we door onze oogharen kijken dat die ontwikkelingen die op ons afkomen zeer complex, risicovol en misschien ook wel verlieslatend zijn. Zo moet u dus die toekomstige surplus ruimte die er op dit moment met de door u gestelde kaders theoretisch wells, maar die dus mogelijk nodig zou zijn om te benutten in relatie tot de toekomstige ontwikkelingen. De voorzitter: Oke. De heer Knapen: Mag ik een dingetje aanvullen nog? De voorzitter: Vooruit. Kort. De heer Knapen: Op het moment dat we hebben een portefeuille en dit bestaat nu voor een groot deel uit positieve grondexploitaties. De Dordtse Kil draagt flink bij. Zo zijn er nog een paar grondexploitaties die ook positief zijn. Als we zien dat de portefeuille negatiever wordt en het aantal grondexploitaties negatiever is, dan betekent dat er dus minder vaak winst genomen kan worden en op het moment dat de verliezen toenemen dat moet het ook altijd verrekend worden met de reserve. Bij een positieve grondexploitatie, als die minder positief wordt hoeft er niets verrekend te worden met de reserve. De verliesvoorziening hoeft niet opgehoogd te worden en dat is een verschil.
Dus met name die verhouding van hoeveel is dan verlieslaten en hoeveel is positief die bepaalt hoe vaak er een beroep gedaan moet worden en hoeveel er in winst genomen kan worden. De voorzitter: Oke, dank. We hebben geen tijd meer voor overige vragen, maar ik zie bij niemand eigenlijk meer een vraagteken boven zijn of haar hoofd. Nu eventjes bij mijnheer Van der Meer. Mijn vraag is dus aan de commissie aan de hand van wat u
16
zojuist allemaal tot u heeft genomen, wat wilt u dat er met dit raadvoorstel gebeurt? Wilt u hier nog oordeelsvornnend met elkaar in een connmissie over spreken? Dat lijkt nnij op zich at een uitdaging, maar goed, of zullen we dit naar de raad sturen als hannerstuk? Ja? Hamerstuk? Oke, nnooi. Dan is dat een prima conclusie denk ik. Ik dank de heren voor hun zo duidelijk mogelijke uitleg. Ik heb nog wel even wat kanttekeningen, een forecast, ik weet het niet, plots, businesscases en zo, ik bedoel, dat kan ook allemaal gewoon op zijn Hollands. Ik heb dan nog het langste woord van de avond, dat zijn de grondexploitatieontwikkelingen, dus dat is op zich een aardige. Die past geen eens in de Wordfeud en dan hebben we, even kijken, mijnheer In 't Veld met een streepje achter zijn naam omdat zijn telefoon afging en als laatste conclusie dat de heer Nap de problennen van de heer Van der Meer niet gaat oplossen. Nou, ik bedoel, dan hebben we een aardige weergave van deze comnnissie. Dank u hartelijk. Fijne avond nog.
5. Beschikbaar stellen van een krediet voor de uitvoering van het programma Ruimte voor Banen - Raadsvoorstel Voorzitter: mevr. Koene Commissiegriffier: mevr. Van Poppet Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. Boone (Beter voor Dordt) Dhr. De Heer (CU-SGP) Dhr. Den Dulk (PVV) Dhr. In 't Veld (VSP) Dhr. Kolkilig (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Remijn (CDA) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Venderbos-Lannbinon (PvdD) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Ambtenaren: dhr. Ten Veen, dhr. De Wit en mevr. Soeteman Portefeuillehouder: C. van Benschop De voorzitter: Ineens was het heel sereen en dan krijg je mu j er weer doorheen. Goedenavond dames en heren, welkom bij de commissie die het raadsvoorstel aan de orde heeft, beeldvornnend zei ik nadrukkelijk erbij, over het beschikbaar stellen van een krediet voor de uitvoering van het programma Ruinnte voor Banen. Ik begin maar even met een voorstelrondje. Links van mij de heer Ten Veen namens de ambtelijke organisatie, mevrouw Van Benschop namens het college, de heer Wringer, Beter voor Dordt, de heer De Boer, Op Ons Eiland, de heer De Heer, dat is altijd wel leuk onn zo te zeggen, van de CU-SGP, mijnheer Venderbos van de Partij voor de Dieren. Dan hebben
17
we mijnheer Den Dulk, volgens mu, van de PVV. Ik kan het net niet lezen, maar mijn geheugen is nog redelijk soms. Mijnheer Van Ballegooijen van de VVD, mijnheer Boone van Beter voor Dordt. Dat is nummer twee van BvD, oke. Mijnheer Van der Meer die zwerft daar nog tussen. Mijnheer Kolkilig van DENK, mevrouw Schnabel van de PvdA, mijnheer In 't Veld van de VSP, mevrouw Kruger, GroenLinks, de heer Remijn van het CDA. Dan krijgen we de heer De Wit namens de ambtelijke organisatie en mevrouw Soetennan, de commissiegriffier, mevrouw Van Poppel, en verder niet relevant, mijn naam staat hier. Oke. Nee. In het raadsvoorstel dat voorligt wordt u gevraagd om de gereserveerde middelen voor het programma Ruimte voor Banen, onderdeel van de agenda 2030, beschikbaar te stellen, dit in de vorm van een voorbereidingskrediet van 1,4 nniljoen voor een periode van vier jaar en wordt u gevraagd om handelingsvrijheid aan het college te geven van maximaal vier nniljoen om bij aanschaf van percelen op de Dordtse Kil 1, 2 en Amstelwijck-West waar nodig onrendabele toppen te kunnen financieren. Nou, is dat nog eens mooi. Ik weet niet wie van de ambtelijke organisatie het eerst wil. Ik denk de heer De Wit. De heer De Wit: Klopt helennaal, voorzitter. Wij hebben een aantal inleidende sheets gemaakt. U heeft alien denk ik het voorstel kunnen zien.
Vorig jaar heeft de toenmalige gemeenteraad ingestemd om een strategische reservering vanuit de agenda stad aan te nemen van 20,5 miljoen. Belangrijk denk ik om even wat uitgangspunten terug te pakken, waarom doen we dit zeg maar? Even dus hoog over de beleidsdoelen die we daaraan koppelen en we willen dat ook dan daarna zeg maar gezamenlijk gaan uitwerken naar specifieke gebiedsopgave. Die komen ook terug in dit voorstel, maar ook even kijken van: wat willen we daar nou uithalen en welke instrumenten koppelen we daaraan? De voorzitter: Ik ga heel even tussendoor. Het lijkt me een goed idee om de heer De Wit zo veel nnogelijk te laten uitspreken en zo min mogelijk hem te storen met vragen, dus als het niet echt noodzakelijk is, bewaart u ze dan even voor achteraf. De heer De Wit: Prima. Dank u. Waarom ruimte voor banen? U heeft het ook kunnen lezen in het voorstel. We zeggen eigenlijk ook van: we zoeken naar toekonnstbestendige banen die daadwerkelijk ook bijdragen aan de sociaaleconomische positie van onze stad zelf, dus ook van onze inwoners, van onze potentiele beroepsbevolking. En als we het dan hebben over onze sociaaleconomische positie dan gaat het om het versterken van de capaciteit en kennis van de mensen die er werken. Dat is voor ons een belangrijk uitgangspunt geworden wat eigenlijk een soort leidmotief is voor deze casus.
Schaarste aan gronden, dat is voor u denk ik ook niet onbekend. We hebben het Distripark zeg maar als ons laatste uitgeefbare terrein en tegelijkertijd zien we ook gewoon een grote versterkingsvraag, druk vanuit de woningbouw, dus we moeten het zoeken binnen de bestaande versterkingscontouren en dat vraagt dan ook dat als we willen groeien qua banen dan willen we eigenlijk de kwaliteits- en productiviteitsgroei doormaken, maar moet je vooral gaan kijken naar onze bestaande en met name de verouderde werklocaties waar we veel structurele leegstand zien en ook veel verloederde aanpak en ook steeds meer eigenlijk verdozingen en boxen die daar ontstaan, dus eigenlijk de blik verschuiven we daarmee van uitleg naar binnenstedelijk herontwikkelen, zo nnogelijk
18
ook werkend in combinatie met de woningbouwopgave. En eigenlijk, last but not least, en dat is ook eigenlijk wet een belangrijke, en dat is niet nieuw, dat is eigenlijk wet lets wat we als Dordrecht ook at tien jaar zeggen, is die verbreding van die economische structuren. Als we kijken naar onze analyse en onze sectoropbouw, dan zien we dat we met name veel bedrijvigheid hebben in allemaal logistiek en industrie, veel meer dan zeg maar verhoudingsgewijs ten opzichte van andere steden. Wit je zeg maar ook als het gaat om econonnische schomnnelingen, conjunctuurschommelingen, en wit je daar bestendig doorheen willen komen, dan is het belangrijk dat je eigenlijk een diversificatie hebt van je economie met een goede spreiding, dus dat je ook eigenlijk als het ware als het even economisch minder gaat nationaal, internationaal, dat je kan gaan dempen. Dat is heel belangrijk. Als we even dan weer terugkijken van in dit gebied waar we hier nu zitten met de Spuiboulevard, hoeveel kantoren we ooit hadden, zakelijke diensten die we hadden, ook verbonden aan overheidspartijen, dan is er een behoorlijke kaalslag geweest en wij zeggen toch: meer zakelijke dienstverlening, ook kijkend naar zeg maar de harde kant van onze creatieve industrie, de mediabedrijven, de ICT-bedrijven, het is belangrijk om ook die doelgroepen vast te houden in dit gebied.
Als we het dan hebben, de term heeft u ook voorbij zien komen in het voorstel, banen met impact hebben we het over. Kijken we even terug op de afgelopen bestuursperiode, toen zeiden we vanuit de economie: we gaan voor vierduizend banen. Daar zijn volgens mu j redelijk in geslaagd. We zitten over de vierduizend banen in de afgelopen vier jaar. Dat was ook echt goed, hoor. Dordrecht liep altijd stelselmatig achter in de banenontwikkeling, dus daar hebben we wet een behoorlijke slag weten te nnaken, dus we hadden een bovengemiddeld landelijke groei, dus daar zaten we boven, dus dat is echt wet lets waar we trots op mogen zijn. Tegelijkertijd zeggen we: het gaat niet alleen maar om aantallen banen, het gaat ook om de kwaliteit van banen. Als we het over kwaliteit van banen hebben, dan wit je eigenlijk ook een diverser aanbod van opleidingsniveau en ook een diverser aanbod van sectoren die daarbij horen en het liefst ook een toekomstige beroepsbevolking die daarop ontwikkeld wordt, dus daar zit ook echt voor ons de aansluiting met het opleidingsaanbod wat we proberen te ontwikkelen met de Dordrecht Academy, met Career Boost als een formule, et cetera. Dus we proberen die aansluiting, het sannen opbouwen zeg maar daarin te pakken, maar ook het faciliteren en aantrekken van werkgevers en bedrijven die ook bereid zijn om te investeren in nnensen.