CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2022-11-22 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 20 december 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen notulen van Gemeenteraad 29 november en Dordtse Dinsdag 15 en 22 november Vergaderzaal 1, 3, 517.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

En ook werkgevers die bereid zijn om ook te investeren zeg maar in vaste banen, duurzame banen in plaats van flexibele banen, nul urencontracten dergelijke is voor ons wel een belangrijk uitgangspunt geworden in ons uitgiftebeleid. Het laatste is zeg maar ook het faciliteren en aantrekken van werkgevers die ook

18

investeren in verduurzaming, niet alleen van vastgoed, maar ook van hun werkproces en circulaire activiteiten. Ook dat wordt dadelijk een punt in onze uitgiftecriteria. Als we dan even kijken van op welke gebieden heeft onze aanpak met name betrekking? Dan hebben we het over het centrumgebied waarbij we echt inzetten op het evenwicht zeg maar creëren tussen wonen en werken, ook vanuit het oogpunt van verlevendiging. Daar zit een mooie verbinding ook met het Maasterras waarvan we zeggen: het gaat er niet alleen de grote woningbouwaantallen, maar we moeten ook zeker zorgen nu met de stedenbouwkundige uitwerkingen en met de OER die eraan komt dat we daar ook een minimaal programma aan werkformules en concepten in vast verankeren, dat we in dit gebied rond de Spuiboulevard, waar we ook zelf nog vastgoedposities hebben als gemeente, gaan kijken of we ook concepten kunnen ontwikkelen die interessant zouden kunnen zijn voor de lokale dienstverleningen, dus ook voor jonge doelgroepen die zoeken naar bijzonder aanbod en die daar graag ook in de binnenstad op loopafstand van het station kunnen zitten, die geen gebruik maken van de auto en dergelijke, dus die ook echt thuis horen in dit milieu.

Kil 1,2 en Amstelwijck-West, ik noemde het net al en collega Madelon Soeteman gaat er dadelijk verder even op in, is vooral om te zorgen dat die basis weer op orde komt, dat daar waar we nu zien dat zeg maar er een kaalslag plaatsvindt op sommige plekken dat je ook zorgt dat je daar weer gewoon verdichting krijgt qua arbeidscapaciteit. En de Merwedehavens, nou, u weet het volgens mij ook allemaal, er is een grotere vraag naar een maritiem terrein. Veel van onze terreinen die liggen wel zowaar aan de kades en aan het water en aan de havens, maar worden door droge bedrijven in beslag genomen zou je kunnen zeggen. Hoe kunnen we er weer voor zorgen dat die terreinen weer worden vrijgemaakt voor de activiteiten waar ze voor zijn? En waar we ook kunnen blijven werken zeg maar aan de grote uitdagingen die de maritieme sector ook heeft als het gaat om de transitie naar verduurzaming, duurzame voortstuwing en de refit die op ons afkomt, de refit omcutting van scheepsmotoren naar duurzame voorstuwing. Even nog terugkomend op spoorzone centrum. Daar hebben we ook een visie voor opgesteld. Die visie gaat binnenkort ook naar het college en zal waarschijnlijk daarna ook naar u doorgeleid worden.

Wat ik ook nog zeg, ik heb nog even een staartje bij gedaan die komt uit de atlas voor Nederlandse gemeenten en ziet u heel duidelijk in met de zwarte en de blauwe lijn dat zijn wij dan, hoe wij achterblijven zeg maar in de zakelijke dienstverlening, dus daar moeten we een been op bijtrekken. Betere benutting van havens, ik denk dat het goed is dat collega Ten Veen dat verder toelicht. De heer Ten Veen: Ja, dank je wel, Niek. Nou, mijn naam is Bert ten Veen. Ik zal nog even iets dieper ingaan op het inderdaad beter gaan benutten van de havens in de toekomst, eigenlijk niet alleen in de toekomst, maar volgens mij hebben we daar al mooi aanzet toe gegeven. Jullie zien twee plaatjes van de Merwetank, maar ook van Dolderman die op een leeg terrein van Boskalis in het verleden op dit moment met nieuwbouw bezig zijn en eigenlijk al over gaan. Als je het dan hebt over Dolderman dan hebben we natuurlijk woningbouw mogelijk gemaakt of gaan we mogelijk maken op de plek die ze achterlaten, dus als je het hebt over het juiste bedrijf op de juiste plek denk ik dat dat een hele mooi voorbeeld is daarvan. De tweede Merwedehaven is een volgend voorbeeld. We zijn daar in gesprek met het bedrijf Peuten over de verwerving.

Firma Peuten gaat naar de gemeente Alblasserdam ook omdat het daar eigenlijk een betere plek voor Peuten is dan het in Dordrecht was, hoe gek dat misschien ook klinkt, want door de verplaatsing van Peuten hebben we 300 vrachtwagens per dag van de weg af weten te halen, dus is dat ook voor Dordrecht, maar ook voor het bedrijf zelf een hele grote verbetering.

19

Tegelijkertijd zijn we daarnaast bezig met Chemours staat er nog. Het is nog Chemours, maar met de Baanhoekweghaven, velen onbekend. Ik woon zelf al 45 jaar in Dordrecht, maar ik kende hem niet, maar het is een haven die eigenlijk niet of nauwelijks gebruikt wordt, dus we zijn nu aan het kijken of we daar tot een mooie invulling kunnen komen, oftewel een bedrijf vanbinnen Dordrecht of vanuit de regio daar naartoe kunnen verplaatsen zodat er ook weer gebruikt gaat worden gemaakt van de haven. Wat ik eigenlijk als eerste had moeten zeggen, wat wel gebleken is, is dat niet alleen maar Dordrecht, maar ook bij onze Stichting Deal eigenlijk wel dagelijks bedrijven aankloppen met de vraag van: we zoeken ruimte, we zoeken ruimte aan het water, het is nergens. Dordrecht is een eiland, dus heeft veel water, maar ook bij jullie kunnen we niet terecht, dus we proberen daar die plekken die wel aan het water gelegen zijn, maar nog niet als zodanig gebruikt worden als zodanig om te cutten in de goede zin van het woord. En de derde locatie dien we hierop hebben aangegeven dat is de derde Merwedehaven, is van de provincie en daar wordt nu ook gesproken over de mogelijke aankoop van die locatie om daarna te kijken of tot een betere benutting van de bestaande terreinen overgegaan kan worden. Dat is het denk ik even. Mevrouw Soeteman: Sorry.

We komen op de aanpak Dordtse Kil 1, 2 Amstelwijck-West. In dit plaatje, ik weet niet of het goed te zien is, goed te lezen is, maar daar zie je inderdaad eigenlijk wel de reden waarom we hier een revitaliseringsopgave hebben. Als je kijkt naar de bebouwing en de datum van de bebouwing, het is echt sterk verouderd. Een derde ongeveer heeft een bouwperiode tussen 1940 en 1975. Daarnaast een heel groot gedeelte dat tussen 1975 en 1990 is, maar weinig wat pas daarna is. Dat zie je ook terug in de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Vooral het oudere gedeelte van het terrein daar hebben we wat echt wel wat problemen in het gebied zelf. Je ziet dat die bedrijven vaak verloederd en verouderd zijn. Zoals je linksboven ziet dat was Einsteinstraat 61, die hebben we vorig jaar of twee jaar geleden eigenlijk aangekocht en gesloopt. Daar zijn best wel een hoop voorbeelden van in het gebied. Het zijn echt locaties waar weinig tot geen werkgelegenheid is. Nou, van duurzaamheid is al helemaal geen sprake, dus als je het hebt over dat je bedrijventerreinen wil gaan verduurzamen, de meeste gebouwen die daar zijn die zijn ook gewoon niet geschikt voor zonnepanelen of andere maatregelen die gewoon echt tot verduurzaming leiden.

Daarnaast lopen we er ook tegenaan dat die verouderde gebouwen die daar staan niet marktconform staat er, maar vaak zijn ze gewoon echt slecht en dat heeft gewoon zijn effect op het gebied zelf. We hebben heel vaak ondernemers die zich gewoon in bepaalde delen van de Dordtse Kil 1, 2 niet willen vestigen omdat het er allemaal best wel oud en verloederd uitziet. Daar wil je als nieuw bedrijf wil je daar eigenlijk gewoon vaak niet zitten. Waar we ook tegenaan lopen is met de bedrijven die er zitten, er zit vaak een hoog bebouwingspercentage op de kavels. Bedrijven zitten er vaak vrij lang en bedrijven die groeien over het algemeen of ze gaan weg of ze groeien en daar loop je ook tegenaan dat als ze groeien dat er dus geen ruimte meer is op de locatie voor de bedrijfsactiviteiten die ze daar hebben. Nou, dat leidt tot veel verschillende problemen in het gebied. Linksboven zie je bijvoorbeeld dat er heel veel auto’s staan geparkeerd in het openbaar gebied, gewoon aan de straat, die eigenlijk op het terrein horen te staan, want als wij nu nieuwe bedrijventerreinen uitgeven of percelen uitgeven dan vragen we ook altijd om te parkeren op eigen terrein zodat de rest van de omgeving ook gewoon ruimtelijk blijft en je daar ook kan investeren in groen in het gebied of in andere voorzieningen. Je ziet rechtsonder dat is een hoop ijzer. Dat hoort eigenlijk in het pand te

20

liggen. Er is geen ruimte meer in het pand, dus dan wordt het maar naast het pand gezet. Dat leidt ook gewoon tot brandgevaarlijke situaties. Het bovenste plaatje dat is van een autobedrijf. Dat zit daar in dat gebouw met dat gele bord erboven. Alle auto’s die je daar ziet staan dat is voor de verkoop. De buurman is er ook niet zo blij mee, want die heeft dus een halve inventaris voor zijn auto staan. Je ziet wel dat als de gemeente langs rijdt dat gauw alle auto’s worden verplaatst. Dan gaan ze netjes een rondje rijden. Wij hebben daar aan de hand van de problematiek die we daar dus tegenkomen hebben we een aanpak gemaakt. Je kan zo een bedrijventerrein natuurlijk niet helemaal omver gooien. Er zitten ook best wel goede bedrijven tussen. Er zitten veel goede bedrijven tussen, maar er liggen echt wel kansen om een verbetering te realiseren eigenlijk ook binnen de huidige structuur van het bedrijf. Wat we dan gaan doen of al deels mee bezig zijn is om te kijken van: hoe kan je de kwaliteit, eigenlijk het vestigingsklimaat verbeteren onder andere door dus inderdaad de overlast die je ervaart in het openbaar gebied en op de private terreinen terug te dringen. Dat heeft dus te maken met de auto’s en de vrachtwagens.

Hoe krijg je die weer terug op de terreinen? Nou, door af en toe een rondje te rijden of in elk geval het gesprek aan te gaan met ondernemers of er geen andere oplossingen zijn of dat het wellicht een mogelijkheid is dat ze zich elders gaan vestigen op een perceel waar alles wel binnen het bedrijf zelf past zeg maar. Verrommeling eigenlijk hetzelfde. Wat we doen is eerst het gesprek aangaan met bedrijven van: kan je niet opruimen? Kan je zorgen dat alles binnen komt te liggen of een andere locatie huren waar bedrijfsinventarissen gestald kan worden? Als dat minnelijk dan gaan we daar op handhaven, dus we hebben daar ook een team op zitten die daarom handhaaft. Strijdig gebruik is nog wel eens een probleem, dat er hele kleine bedrijfjes zitten die daar eigenlijk niet passen, zoals een nagelstudio of een kapper. Ja, dat is best wel zonde van de ruimte die je daar natuurlijk hebt en het mag ook gewoon niet. Daar is het bedrijventerrein niet voor bedoeld, dus we willen ook in het kader van het juiste bedrijf op de juiste plek, het hoort er gewoon niet. Vergroening en voorzieningen die willen we in het gebied gaan aanbrengen. Dat kan natuurlijk vooral als het openbaar gebied wat opgeruimd is, dus dat is iets voor de toekomst, bij uitgiftes, bij nieuwe uitgiftes.

Daar wordt nu al rekening mee gehouden dat als het bedrijf opnieuw uitgegeven gaat worden dat er ook ruimte dus is om wat meer te vergroenen in het gebied, want dat zit daar vooral niet. De laatste aanpak is de aanpak van het vastgoed. Dat doen we op verschillende manieren. We proberen de leegstand terug te dringen. Dat doen we ook door actief bij ondernemers langs te gaan of bij bedrijven langs te gaan waarvan we denken dat er leegstand is. Die brengen we in contact met onder andere Dordt Onderneemt om te kijken of daar een passende invulling voor is. Dat doen we ook met het verloederd vastgoed. Daar gaan we ook bij ondernemers langs. Dan gaan we het gesprek aan. Dan gaan we kijken: wat zijn hun toekomstplannen? Willen ze investeren? Kunnen we ze stimuleren om te investeren in het bestaande vastgoed? En tot slot gaan we zelf over tot aankoop en herontwikkeling van percelen of van panden. Ook dat doen we niet zomaar. We gaan in ieder geval zetten we sowieso in op een actieve aankoop. Als wij vinden dat een bedrijf niet meer passend is of veel overlast veroorzaakt gaan we een gesprek met ze, kijken we of ze een ander plekje kunnen krijgen op bijvoorbeeld Dordtse Kil 3, in de toekomst mogelijk op Dordtse Kil 4. Dan kopen wij als gemeente het vastgoed of het perceel aan en dan gaan we die herontwikkelen, bouwrijp maken en een passende invulling voor vinden.

We hebben daar voor de heruitgifte voor percelen hebben we vestigingscriteria opgenomen. Nou, die vestigingscriteria zijn helemaal aansluitend op de gemeentelijke doelstellingen, dus we willen ook zorgen dat ze dan

21

verduurzamen, dat ze een goede bijdrage hebben aan werkgelegenheid, dat ze ook het stukje groen terugbrengen en kijken of zij bijvoorbeeld opleidingsplannen hebben. Nou, die vestigingscriteria die zaten ook bij het plan van aanpak en op basis van eigenlijk de punten die een bedrijf heeft kunnen we ervoor kiezen de om daar een nieuw bedrijf te huisvesten. We kunnen het ook inzetten, gronden, voor de strategische bedrijfsverplaatsingen, dus als de uit de tweede, derde Merwedehaven bijvoorbeeld een bedrijf zou moeten verplaatsen die wel weer passend is voor Dordtse Kil 1, 2, dan verplaatsen we die naar Dordtse Kil 1, 2. Strategische gronden kunnen we ook gebruiken voor groeninvullingen of parkeergelegenheid, zeg maar net waar in een specifiek deel van het gebied behoefte aan is. Wat we ook doen is reactief. Als er iets op de markt komt dan kijken wij of dat bedrijf in aanmerking komt voor eventuele herontwikkeling. Welke doelstelling kan bijdragen? Welk effect heeft het ook op het gebied? En dan gaan we kijken of wij dat wel of niet aan willen kopen aan de hand van businesscases die we dan opstellen. Tot zover. De heer De Wit: Ja, dan vooral nog even concluderend, want er is al heel veel gezegd door Madelon.

Het blijkt wel uit haar toelichting dat er echt wel sprake is van een integrale aanpak, zeker op Dordtse Kil 1, 2, Amstelwijck-West, dus ook de aanpak met vastgoed in combinatie met de opwaardering van de openbare ruimte-aanpak, ondermijning, et cetera. En eentje die ik er nog tegenaan wil zetten en daar komen ook binnenkort op terug en het stond natuurlijk al in het bestuursakkoord, is de inzet op ondernemingsfondsen als een soort financieringsconstructie op het stutten van samenwerking tussen ondernemers op bedrijventerreinen. Dat is wel een belangrijk aspect. Dordrecht kent natuurlijk al op de bedrijventerreinen zogenaamde investeringszones. Die bestaan overigens nog steeds, maar in Corona hebben we daar wat verlichting op geboden, maar we hebben wel gezegd: dat kunnen we doen in een tweejarige overbrugging. Op het moment dat we ook zeggen: nou, we gaan naar een stadsbreed ondernemingsfonds, en daar is het echt van belang dat behalve zeg maar de collectieve verantwoordelijkheid voor schoon en veilig men ook met elkaar naar bedrijventerreinen afspraken gaat maken bijvoorbeeld op het vlak van de arbeidsinzet, human capital inzet. Hoe zorgen we ook dat trainees, stagiaires de mogelijkheid krijgen om in te stromen bij bedrijven? Dat je ook gaat kijken naar verduurzamingsopgave collectief, zon op daken, et cetera. Dus wij komen erop terug op het proces.

We hebben al een koplopergroep geformeerd met een dwarsdoorsnede van sectoren en eigenlijk onze ambassadeurs vanuit het ondernemerschap, dus die zet ik er nog even tegenaan, want het mag niet vergeten worden. En daarnaast, het werd net al even genoemd, actief grond- en vastgoedbeleid, beschikbaarheid dus ook van middelen vanuit de onrendabele top afdekking. Het goede voorbeeld is altijd even Dolderman. Daar was toch wel een onrendabele top mee gemoeid, dus zeg maar een investering die niet via marktconforme exploitatie is terug te verdienen voor een bedrijf van drie miljoen. We zoeken dus ook altijd naar cofinanciering. Dat is daar ook gebeurd, anderhalf miljoen vanuit de provincie en anderhalf miljoen vanuit de strategische investering die we daar zelf voor hebben vrijgemaakt, maar nautische infrastructuur is duur. Volgens mij praat je al iets over 900 euro de strekkende meter aan een stukje kade, dus daar zullen we denk ik als gemeente ook in moeten mee investeren. Het werd net al genoemd, uitgiftecriteria scherp te stellen. Eigenlijk is denk ik ook het uitgangspunt op dit moment dat we vooral zaken doen met eindgebruikers omdat je dan ook weet: welke werkgever zit er achter? Wat heeft die ons te bieden als stad? En doen we eigenlijk geen zaken meer met beleggers

22

en investeerders waarvan je niet weet wat er uiteindelijk achteraan komt. Tot slot, en die is denk ik wel even relevant misschien voor de binnenstad centrumontwikkelingen Maasterras, doen we ook nog een verkenning op een stukje fondsvorming om er in ieder geval ook voor te zorgen dat je in mindere economische tijden kan door blijven ontwikkelen op werkfuncties. Nou, dat was het qua inhoudelijke toelichting. Het is heel veel geweest volgens mij, maar ik hoop dat het iets duidelijker is geworden. De voorzitter: Zo, nou, dank. Ik zie allemaal … Kijk, mijnheer Van der Meer denkt: kijk, ik grijp mijn kans gelijk als eerste. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Ja, anders moet ik zo lang wachten. Nee, veel dank voor de heldere presentatie en ook voor de inhoud van de plannen. Ik vind er een aantal duidelijke accentenverschuivingen ten opzichte van het vorige college richting duurzaamheid, vergroening en circulaire economie, dus veel meer nog dan het al was gericht op de economie van de toekomst. Lof daarvoor. Ik heb wel een vraag, ik denk aan mijnheer De Wit, over wat hij verder gezegd heeft over het soort van banen wat aangetrokken zou moeten worden.

Ik begrijp dat wij in Dordrecht minder zakelijke dienstverlening en financiële dienstverlening en misschien ook wat minder ICT doen dan andere steden, maar waarom is dat een probleem? Dus de vraag doet zich ook voor van: waarom niet specialiseren in dingen waar we goed voor zijn, waar ons arbeidspotentieel geschikt voor is en op in kan zetten? Waarom moeten we zowel die banen als het onderwijs begrijp ik uit het raadsvoorstel een beetje omturnen om die zakelijke dienstverlening binnen te halen? Kunt u dat toelichten? De voorzitter: Ik vind het knap, mijnheer Van der Meer, want dat was een hele woordvoering zo ongeveer. Maar eens kijken of daar een kort antwoord op kan komen. De heer De Wit: Ik ga het proberen. Nou, ik denk dat de illusie is om te denken dat wij hier grote kantoren weer terug gaan krijgen, dus dat gaat niet gebeuren. Wat we wel zien, en die kennen we ook, zijn wat jongere bedrijfjes, een beetje de startups of scaleups inmiddels al geworden, die om en rond de binnenstad zitten en verder willen groeien en dan op zoek zijn zeg maar naar passende huisvesting. Dan gaat het vaak om 300, 400 meter waarbij ze ook in een soort interactief milieu met elkaar kunnen verder werken.

Ik denk dat dat vooral een doelgroep is, dat zijn ook vooral jonge mensen, young professionals, die ook met elkaar een soort community willen vormen, dat we die zeg maar goede huisvesting moet kunnen bieden. Dus nogmaals, dat gaat niet om kantoren zoals we die op de Zuidas kennen of in Rotterdam. Dat zijn metrages die wij hier niet meer kennen. In Amstelwijck hebben we hoogstens nog 3000 à 4000 vierkante meter, ook voor lokale bedrijvigheid of lokale financiële instellingen die er in ieder geval zitten, maar ik denk dat we vooral in de binnenstad moeten gaan kijken om die doelgroep die ik net beschreef, en die er echt wel zijn, om die vooral goede huisvesting te laten bieden en dat is eigenlijk vooral onze inzet. Dus ik hoop dat dit een beetje een antwoord is op uw vraag. Het zal niet massief zijn in ieder geval. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ja, voorzitter, dank u wel. Complimenten inderdaad aan alle sprekers. Ik zag net alle slides. Ik denk: hoe gaan we doen een uur? Maar dat kan blijkbaar toch, dus complimenten daarvoor. Twee vragen, veel geleerd, onrendabele toppen; ik lees ook

23

in het stuk dat er een verwachting is van een onrendabele top van zeven miljoen en dat we als gemeente met vier miljoen daar ook instappen met de verwachting dat de markt die andere drie miljoen ook investeert. Hoe zeker is die verwachting en wat als dat niet gebeurt? Horen wij dat dan? En komt er dan een nieuw voorstel? Het tweede is de uitgiftecriteria, daar had ik een vraag over, maar die is best heel duidelijk al beantwoord. Wel vraag ik me altijd af als we nu kijken naar de oude industrieterreinen en dan denken we: wat is het toch jammer dat ze niet allemaal vol liggen met zonnepanelen, dat we discussies hebben over stukken groen waar misschien zonnepanelen moeten neerleggen, hoe streng kunnen die criteria worden dat bij een nieuwe vestiging dat dat gewoon op het dak moet liggen? Mevrouw Soeteman: Ja, even over de onrendabele top. Die verschillen natuurlijk per ontwikkeling, want dat hangt sowieso af van wat voor gebouw staat erop? Daar zal de grootste onrendabele top in zitten. Wat is de vastgoedwaarde daarvan? En hoe groot is het? En je zal zoiets moeten slopen. Dat verschilt gewoon per ontwikkeling. De ene onrendabele top zal iets groter zijn dan de andere onrendabele top. Het ligt er natuurlijk ook aan van: wat ga je met het perceel doen? Als het een losliggend perceel is dan zou je er ook voor kunnen kiezen om daar voorzieningen op aan te brengen als gemeente.

Nou, in dat geval is je onrendabele top is natuurlijk veel hoger omdat er geen inkomsten tegenover staan, dus wij hebben echt naar een gemiddelde gekeken van: wat kost het ongeveer? Je hebt terreinen met een lagere onrendabele top en een hogere en daar zit dan een gemiddelde aan vast en die nemen wij altijd mee in de afweging als we zo een businesscase maken, van: wat is het effect op het gebied? Wat is de ligging? Wat voor spin-off kan het hebben? Wat voor toegevoegde waarde heeft het? En op basis daarvan, van die businesscase, daar hebben we echt allemaal metingen op zeg maar, dan wordt de afweging gemaakt of wel of niet in te stappen. Dus die zit eigenlijk ook wel in het gebiedspaspoort om die doelstellingen en die effecten zeg maar goed meetbaar te krijgen. De tweede vraag over de uitgiftecriteria, wij hebben sowieso een aantal vereisten in de uitgiftecriteria zitten waaraan voldaan moet worden bij heruitgifte. De mogelijkheid van zonnepanelen moet er sowieso altijd op zitten en wij verwachten ook dat dat een van de vereisten kan worden. Het is maar net waar de focus op gelegd wordt, maar zonnepanelen vind ik daar wel echt een enorme kans om bij nieuwbouw te realiseren. We hebben wat zachte criteria waaraan voldaan kan worden en we hebben een aantal vereisten. Ze zijn nog wel flexibel.

We hebben nu een opzet gemaakt om te kijken van: hoe werkt dat en welke bedrijven trekken we dan aan? En dat is ook een beetje zoeken: hoe gaat dat dan werken en welke bedrijven komen daar op af? Voldoende? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dank u wel ook voor de presentatie. Ik had twee korte vragen. U gaf net aan dat er inderdaad bedrijven zijn die niet passend zijn op Kilwijk 1 en 2. Hoe gaan jullie ermee om als die bedrijven inderdaad niet binnen het plan passen? Hoe gaat dat dan gecommuniceerd worden? En als tweede vraag was eigenlijk hoe gaan jullie dat goede werkgeverschap borgen dat bedrijven daar ook echt gebruik van gaan maken? Mevrouw Soeteman: Dat goed werkgeverschap die zitten eigenlijk in de uitgiftecriteria, dat wij vragen om een werkgeversplan. We hebben bijvoorbeeld een mobiliteitsplan erin

24

zitten, maar ook inderdaad goed werkgeverschap en hoe geef je daar dan invulling aan? Dus we moeten sowieso natuurlijk openbaar uitgeven en alle stukken die dan noodzakelijk zijn die worden beoordeeld en daar worden punten aan gegeven, dus ook zo een plan wordt inhoudelijk … Wil je aanvullen? Wordt inhoudelijk beoordeeld door de mensen die daar binnen de organisatie mee bezig zijn, dus dat vraagt op elke discipline vanuit de gemeentelijke organisatie gewoon dat er op getoetst wordt en de andere vraag is van: hoe ga je om … Wil je die nog aanvullen eerst? De heer Ten Veen: Nou, dit kan dus alleen op het moment dat je zelf als gemeente grondpositie hebt. Dat even voor de helderheid. Op het moment dat je geen grondpositie hebt dan is in principe het bestemmingsplan leidend en daarin staat dan wel aangegeven wat je daar kan, maar kan je daar dus niet op sturen. Kijk, je kan ook eisen dat men beschikt over een MBO-aanpak of dat men aansluit bij een collectieve organisatie die daar al op staat, dus je kan daar wel scherp op zijn. Kijk, je voorkomt denk ik nooit dat na tien jaar een bedrijf misschien de andere kant opgaat en zegt van: het is leuk, in het begin heb ik dit soort afspraken gemaakt en ik kies toch mijn eigen spoor.

Dat is vrij lastig om daarop te blijven sturen, maar ik denk wel dat dit er ook wel mee te maken heeft met goed accountant management en dat je denk ik ook als gemeente gewoon heel dicht op zo een bedrijf blijft en dat je ook een beetje uit een soort wederkerige relatie blijft werken. Ik zie dat bijvoorbeeld met een aantal bedrijven die u waarschijnlijk ook niet onbekend is, een bedrijf als KROHNE en dergelijke investeert veel in de duurzaamheidsfabriek en krijg daar natuurlijk ook weer wat voor terug aan opleidingen, et cetera, dus je moet zoeken naar een soort van wederkerige relatie met elkaar en daar het gesprek over blijven aangaan. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Mevrouw Soeteman: Ja, en we hebben inderdaad ook een samenwerkingsagenda met de ondernemers, dus we zijn sowieso veel in overleg met de ondernemers over verschillende onderwerpen, dus dat blijft ook, die samenwerking, de komende periode. Je vroeg nog over het gesprek aangaan met bedrijven die niet passend zijn. Ja, daar gaan wij gewoon het gesprek mee aan.

We hebben een medewerker die loopt daar rond en hij belt gewoon aan en die gaat het gesprek aan met ondernemers en dat betekent niet automatisch dat alle ondernemers zeg maar die minder passend zijn weg moeten, maar we proberen wel zoveel mogelijk daar een optimalisatieslag in te maken, dus we gaan ze niet altijd dwingen om weg te gaan, behalve als het echt strijdig is met het bestemmingsplan zoals een nagelstudio. Die geef je dan gewoon een termijn dat ze een andere locatie moeten zoeken. We geven een termijn van bijvoorbeeld twee jaar om iets anders zoeken en dat gaat wel met een last onder dwangsom, maar dat zij zo. Strijdig gebruik mag helaas niet. De heer Ten Veen: Misschien mag ik daar een hele korte aanvulling op geven. Als dat gebeurt dat een bedrijf zo een brief krijgt van: u doet iets in strijd met het bestemmingsplan, ik zit hier namens Dordt Onderneemt, met name het accountmanagement, dan gaan we natuurlijk het gesprek aan. We zijn geen makelaar, maar we proberen daar wel waar mogelijk te faciliteren en alternatieve vormen van huisvesting en waar mensen zich dan wel met het bedrijf kunnen vestigen. De voorzitter: Oké. Mijnheer De Boer.

25

De heer De Boer: Dank u, voorzitter. Een fantastisch plan. Ik ben erg enthousiast. Even advocaat van de duivel. We hebben de ambities natuurlijk, we gaan richting 2030. Eerst grijpen we natuurlijk naar 2022, 2026, samen bouwen aan een sterk en groen Dordrecht. 2022 is bijna voorbij. Dat is het eerste jaar en we zitten natuurlijk in een crisis, dus het moet ook niet een soort van water-naar-de-zee-dragen-project gaan worden. In hoeverre laten jullie je niet gek maken door die economische crisis om inderdaad toch te investeren en inderdaad meer bedrijven daar te krijgen dan dat er uiteindelijk weggaan door misschien wel failliet gaan, et cetera, et cetera. De voorzitter: Mijnheer De Boer, dit is toch wel een beetje politiek. De heer De Boer: Een beetje politiek. De voorzitter: Ja, en daar zitten wij hier niet voor. Wij zitten voor een beeldvormende sessie, dus heeft u een technische vraag? Dan mag u hem stellen. De heer De Boer: Dan neem ik hem mee naar de volgende sessie. De voorzitter: Prima. Heel goed. Heel goed. Dan ga ik even mijn blaadje omdraaien. Mijnheer Kolkiliç is dan aan de beurt. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Nou, u liet net een aantal situaties zien met betrekking tot de Einsteinstraat en daarbij gaf u aan dat percelen of panden zelfs zullen worden opgekocht.

Wat is de reden dat dat niet is gebeurd bij de Daltonstraat? Want we weten dat er negen à tien pandeigenaren een brief hebben gekregen met betrekking dat ze hun pand moeten slopen en dergelijke. De voorzitter: Ook u bent van mij. Ook politiek. Jammer. Even kijken, dan is mijnheer wringer. Ja, dat wordt dan ingewikkeld. Ja, mijnheer wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Dank voor de presentatie. Het is heel duidelijk, ook de documenten die erbij zaten. Blij te horen dat jullie voor kwalitatieve banen gaan. Ik snap heel goed dat de Dordtse Kil 1 en 2 gereorganiseerd moet worden, want het ziet er af en toe niet uit. Even out of the box denken. We hebben een tekort aan watergebonden locaties voor bedrijven. Is er wel eens onderzocht of we nog ergens insteekhavens kunnen graven of eventueel een schiereiland? We zijn wereldleiders op het maken van extra land. Ja, ik denk maar even out of the box. Ik denk als dat de economie in Dordrecht kan helpen. De voorzitter: Kan u die technisch beantwoorden? De heer Ten Veen: Ja, maar ik denk dat het een zeer kostbare zaak is om dat te doen en ik denk dat er eerst winst is te behalen door droge bedrijven die nu in ieder geval natte percelen innemen om daar eerst aan te beginnen, om die op een goede plek te herhuisvesten en dan de hectares, ik denk ruim tien hectare, om die weer opnieuw in te vullen met maritieme clusteractiviteiten.

De voorzitter: Wie durft nog? Mijnheer Van Ballegooijen.

26

De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ook mijn waardering voor het voorstel en voor de uitleg. Het was helder en ziet er goed uit. Waar ik wel benieuwd naar was, er wordt veel gesproken over uitgiftecriteria en ik heb een aantal voorbeelden al gehoord. Is er in uw ervaring en relatie tussen de hoeveelheid en de strengheid van de uitgiftecriteria en de mogelijkheid om ook voor kleine ondernemers om daar proberen aanspraak op te maken die uiteraard minder middelen hebben, misschien ook minder ervaring, zeker als het om startende ondernemers gaat? Mevrouw Soeteman: Ja, in principe wel. Kijk, we hebben natuurlijk wel een aantal vereisten en die willen we heel graag vasthouden en kijk, kleinere bedrijven die hebben ook minder werkgelegenheid, maar als je uitgaat bijvoorbeeld van 65 per hectare en je hebt een kleiner perceel dan kan je alsnog aan kleinere ondernemers uitgeven. Dat wordt ook bijvoorbeeld op de Einsteinstraat wordt er nu ligt er een plan voor om wat kleinere ondernemers te kunnen huisvesten, maar wel in een groter geheel, dus daar komen bijvoorbeeld vijf kleinere bedrijfjes, dus die voorziening is er zeker wel. De voorzitter: Mijnheer termijn. De heer Remijn: Dank, voorzitter, en dank voor de presentatie, helder. Ik had nog een vraag over de jonge bedrijvigheid in het centrum/spoorzonegebied.

Ik hoorde u zeggen dat er wordt gedacht aan verschillende startups en bedrijven die verder in de groeifase zitten ook samen te brengen in huisvesting. Moet ik dan denken aan verzamelgebouwen en hoe staat dat in relatie tot het niet willen aantrekken van investeerders? De heer Ten Veen: Ik denk dat je uiteindelijk, want investeerders heb je ook nodig in die zin, lange termijnbeleggers. Volgens mij moeten we ook die weten te binden aan de stad. Ik denk dat startups, scale-ups en zeker startups in de beginfase kunnen niet de reguliere huurniveaus aan en ik denk, ook kijkend naar mijn eigen ervaringen op het Leerpark waar we erin geslaagd zijn om de startups te huisvesten in die zogenaamde ‘romneyloods’ die tegenover de duurzaamheidsfabriek staan. Ik denk dat je daar zeg maar met ook middelen, en die zitten ook in deze aanpak, zoals huurreductie, garanties en dergelijke, kan je wel dit soort bedrijven op weg helpen, maar ik denk uiteindelijk kan je best wel zaken doen ook met lange termijn beleggers en we hebben zelf in dit gebied, u kent allemaal het gebouw aan de Achterom. Het pand moet gemoderniseerd worden. Een aantal opleidingen zullen overigens naar het Kopgebouw gaan. Ik denk dat dat nou typisch zo een pand is waar je zelf de regie op hebt en waar met aantrekkelijke huurtarieven dit soort bedrijven ook een plek zou kunnen bieden, maar dat is een voorbeeld.

Dat is overigens ook een casuïstiek die verder uitgewerkt moet worden met vastgoed. De voorzitter: Oké. Dank. Heeft er nog iemand een technische vraag? Mevrouw Schnabel die wil nog een keer. Nou, vooruit. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Bij die uitgiftecriteria, is daarin dan ook opgenomen over wat voor soort bedrijven dat het zou moeten gaan? Dit is eigenlijk de enige vraag. Mevrouw Soeteman: Nee, er is geen branchering genoemd. We kijken wel of we ze zoveel mogelijk kunnen clusteren. Er is wel een profiel natuurlijk benoemd voor de Dordtse Kil 1, 2, wat het meest passend is in het gebied zodat ze ook kunnen aansluiten

27

en kunnen gaan samenwerken, maar dat is een wens die we hebben. Je hebt het ook niet altijd voor het uitkiezen. De voorzitter: Oké. Nou, dan wil ik u alleen nog vragen, want u heeft nu een beeldvormende commissie gehad … De wethouder wil aandacht. Oh, oké. Mijnheer Van der Meer wel. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, ik heb een vraag aan u. U gaat nu vragen of wij een oordeelsvormende vergadering willen. Nou, dat vind ik prima. Dat lijkt mij een goed idee, maar u maakt een onderscheid tussen technische en politieke vragen, maar het is hier een beeldvormende sessie en het is mij dus niet helemaal duidelijk waarom vragen die gaan over wat zijn de overwegingen geweest om bepaalde keuzes te maken, waarom u dat niet als een beeldvormende en niet als een, in uw jargon, technische vraag beoordeelt. Ik vind dat zelf wel heel belangrijk voor de beeldvorming als ik vraag: wat zijn de overwegingen ergens voor, ik heb dat niet gevraagd, maar mijnheer De Boer bijvoorbeeld wel en mijnheer Kolkiliç heeft dat ook gevraagd, waarom dat niet in een beeldvormende sessie mag. Dat vind ik jammer, want daardoor krijg je in de oordeelsvormende sessie dat scheelt vragen en gaan mensen pas daarna nadenken over mogelijke moties of amendementen. Dat kunnen we beter doen denk ik. De voorzitter: Ja, ik hoor wat u zegt. Ik heb alleen als voorzitter de taak om een beeldvormende vergadering voor te zitten.

Zodra er enige sporen van kleuring aan te pas komen en dan wordt dat lastig. We zitten hier met drie mensen uit de ambtelijke organisatie en dat zijn niet degenen die afwegingen en dergelijke hoeven toe te lichten en in een beeldvormende vergadering speelt een wethouder ook alleen een rol waar het gaat om eventueel aanvullende technische antwoorden. In een oordeelsvormende commissie daar kan u inderdaad dat soort dingen en dan kan je ook heel goed vragen van: wat is nou de afweging geweest voor? En dan gaat de wethouder daar op dat moment een antwoord op geven. Daarom wordt die knip gemaakt en ik snap dat dat best wel lastig kan zijn. Het is ook een punt dat meegenomen gaat worden in de evaluatie van de Dordtse Dinsdag, of we het op deze manier moeten blijven doen, maar dit is voor nu de procesafspraak en ja, zoals mijnheer De Boer ook doet, daar moeten we het dan even mee doen, dus het is een afwegingskwestie en ik heb van tevoren ook met de ambtenaren afgesproken dat zij ook zelf mogen aangeven of ze wel of geen antwoord willen geven, ervan uitgaande dat we altijd tegen dit soort dingen aanlopen, dus het is geen onwil, maar dit is even puur even houden bij de afspraken die er liggen. Mevrouw Kruger wilde wat zeggen. Oh, mevrouw Kruger trekt de stekker eruit, jongens, dus dan is het nu allemaal klaar.

Nee, goed, maar dank voor uw opmerking, mijnheer Van der Meer en weet dat dat bij meerdere mensen en wellicht mijzelf ook speelt. De vraag is dus nu, want ik heb een aantal mensen al gehoord, dat dit best oordeelvormend terug zou kunnen komen. Dan kunnen we dat gewoon regelen, maar dan wil ik wel even van u weten wat dan de politieke vraag daarvoor is, dus of het überhaupt noodzakelijk is, want dat moet ik even peilen. Het is een raadsvoorstel, dus er moeten minimaal drie fracties zijn die het oordeelvormend willen bespreken. Ja, dat mag van mij ook. Ik bedoel, van mij mag alles, hamerstuk naar de raad mag ook. Ik weet niet als u het oordeelvormend wat dat zou kunnen toevoegen, aan, nee, precies, aan de bespreking. Dus denk even, filosofeer even snel in uw hoofd wat u denkt wat verstandig is. Er ligt een voorstel. Het is nu toegelicht. Er zijn in principe geen vragen meer. Hooguit kan je er wat van vinden.

28

Dan is de vraag of het gehamerd … Kijk, het is sowieso op het moment dat u hier een positief besluit op neemt dat u vanaf dat moment op de hoogte wordt gebracht regelmatig en dat er ook investeringskredieten en dergelijke dat voor alles in principe nog richting u gekomen wordt om ergens mee in te stemmen. Mijnheer Van Ballegooijen. Nee, maar het staat hier in het stuk. Ik ga dat letterlijk op lezen. Investeringsvoorstellen die gedaan kunnen worden, en dat staat zo, dat is het vervolg van het raadsbesluit. Met het door uw raad te verlenen voorbereidingskrediet, bla, bla, bla kan de project organisatie worden ingericht, voorbereidingswerkzaamheden gestart worden … Mevrouw De Jonge: Mag ik daar wel antwoord op geven of niet? De voorzitter: U mag zeker antwoord geven, ja. Mevrouw De Jonge: Nou, het is tweeledig. Het ene deel van het raadsbesluit vraagt om 1,4 miljoen of 1,3. Nou ja, goed, 1,4 wel, in verband met voorbereidingskrediet. Uitvoeringskrediet zit daar niet helemaal in, dus daar inderdaad komen nog separate voorstellen naar de raad om daar dan geld voor op te halen. Die vier miljoen gaat echt daadwerkelijk over investeringsgeld. Daar komen we niet meer per businesscase met een separaat voorstel naar de raad, dus dat moet wel even duidelijk zijn. De heer De Wit: Een kleine aanvulling.

Die geldt met name even voor de Dordtse Kil 1 en 2, dus die vier miljoen allokering voor de Merwedehavens, maar dan gaat het om grote businesscases, u hoorde het net al even in het verhaal van Bert. Daar komen we dus met aparte investeringsvoorstellen bij u terug. De voorzitter: Doordat ik het in één zin genoemd heb is dat wat onduidelijk geworden. Ik zag eerst mijnheer Van Ballegooijen nog met zijn hand. De heer Van Ballegooijen: Ja, ik wilde eigenlijk een voorstel gaan doen, voorzitter. Nou, lijkt me spannend. Kom maar door. De heer Van Ballegooijen: Ik heb eigenlijk vandaag of vanavond alleen positieve geluiden gehoord en geen enorme afwegingen of vragen waarvan ik denk: dat wordt heel spannend, dus wat mij betreft zouden we het ook als hamerstuk door kunnen sturen naar de raad. De voorzitter: Mijnheer Remijn. De heer Remijn: Dank u voorzitter. Ik ben het er in de basis mee eens. Ik zou alleen aan de wethouder willen vragen om een toezegging te doen dat ze ons periodiek op de hoogte zal houden door middel van een RIB. De voorzitter: En periodiek iedere week, iedere maand, ieder jaar? De heer Remijn: Elke dag. De voorzitter: Elke dag. Oké.

29

De heer Remijn: Even de vraag aan de wethouder wat de wethouder een realistische termijnen daarvoor acht en dan met name over het vrij te besteden deel. De voorzitter: Oké. Kan de wethouder daar een antwoord op geven? Mevrouw De Jonge: Ja, ik stel voor dat we dat gewoon een keer per jaar doen omdat we dan ook echt iets te melden hebben. Anders heb je heel erg korte looptijd. De voorzitter: Oké en tussentijds mocht dat eventueel noodzakelijk zijn. Dat lijkt mij wel … Ik zag aan deze kant mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Ja, wij vinden het sowieso een prachtig plan, maar wij vinden de handelingsvrijheid van vier miljoen best wel veel, dus we zijn het ook eens inderdaad om daar dan gewoon periodiek een evaluatie over te krijgen, ook met het aantal medewerkers en die uitgiftecriteria inderdaad wat daar het verloop van is en hoe dat dan gaat. De voorzitter: Oké, maar wat u betreft ook hameren. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Wat ons betreft ook hameren, maar een keer per jaar vind ik wel erg weinig. Dat zijn er maar drie tot de verkiezingen, dus ik zou zeggen twee keer per jaar. De voorzitter: We gaan nu handjeklap doen. Let op. Driekwart jaar. Mevrouw …: Voorzitter? Maar als we toch een keer per jaar en wat u net aanvulde met actieve informatieplicht mocht er ergens een obstakel zijn of dat het … De voorzitter: Of juist het kan ook zijn dat er iets positiefs te melden is.

Mevrouw …: Sowieso, dus met die toezegging kan ik daar gewoon wel mee leven. De voorzitter: En mijnheer Wringer ook? Mijnheer Wringer ook. Kijk, dat is mooi. Verder nog iemand? Nee? Hamerstuk naar de raad? Oké. Ik dank u allen voor deze bespreking en deze conclusie en ik wens jullie allemaal nog een fijne avond.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 20 december 2022.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/481/documents/21083