2.6 Concept notulen Gemeente Dordrecht Commissie Grote Projecten 8 december 2021.pdf
Tekst van het document
Want we dreigen natuurlijk boven die nationale hypotheekgarantie uit te gaan en boven de sociale koopwoningprijs, dus ja dat is een uitdaging voor de toekomst. De heer Burggraaf: Ja, wat je dus ziet, en dat probeerde ik eerder ook al aan te geven, dat het Rijk nu met de woningbouwimpuls middelen beschikbaar stelt als je in je programma een bepaald percentage betaalbare koop of betaalbare woningen opneemt in je programma. Dat geeft een onrendabele top in je ontwikkeling, nou ja, zeker binnenstedelijk zijn vaak gewoon dure ontwikkelen en die kan je dan financieren dankzij die Rijkssubsidies. Dus dat is een concreet financieringsinstrument waarmee je binnen
19
die doelgroep kan bouwen. Dat is ook … Die subsidieregeling is ook iets waar we in Dordrecht goed gebruik van maken. De heer Nederhof: En … Sorry, voorzitter. En de onrendabele top die kennen we natuurlijk uit het verleden. Daar zijn we rijkelijk mee aan de slag geweest met het bouwen van de Spuiboulevard gedeelte, dus dat fenomeen dat kennen we. Dus dat is niet pas maar dan in de toekomst. De voorzitter: Oké. Dat was geen vraag meer. We gaan naar mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ja, ik had aan mevrouw Wouters één concrete vraag en dan wil ik ook gezegd hebben dat als ik het rapport allemaal zie, wat er goed uitziet, dat er gebouwd moet worden onder de drieënhalve ton. Daar zijn we heel blij mee dat dat duidelijk zichtbaar is. Maar een andere vraag is dus de sociale huurwoningen die staat op de planning van 2000 bouwen tot 2030. Ik vraag mij af: moet ik daar nog de gesloopte huizen bovenop zetten? Want er wordt nogal het een en ander gebouwd. Dus is die 2000 niet plus de sloop 3000? Of zit dit in 2000 en de sloop? Want anders komen we nog niet verder. Dus het is heel concreet. Kunt u er iets over zeggen? Mevrouw Wouters: Ja, daar kan ik wel iets over zeggen, want daar is een apart besluit over genomen door de gemeenteraad hoe we daar mee omgaan.
Daar is gezegd: die 10 procent sociale huurwoningen die gaan we opplussen met het aantal sociale huurwoningen wat is gesloopt en wordt verkocht. Dat zijn er ongeveer 1000, dus vandaar dat we het nu over 2000 sociale huurwoningen hebben. De heer Stolk: Helder. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Er waren mensen die nog specifieke vragen hadden voor de wethouders. Dus is er nog iemand die mevrouw Wouters nog een vraag wil stellen? Een technische? Want anders ga ik haar bedanken. Er komt niks meer in de chat. Nou, toch wel flink moeten werken, dat was een pittige sessie zo. Hartelijk dank. Schakelen we nog even over naar de wethouders. Ik meen dat als eerste een vraag aan de wethouder had dat was mijnheer Oostenrijk, meen ik. Bent u er nog? De heer Oostenrijk: Ja, ik ben er. De voorzitter: Nou, kijk eens aan. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. De voorzitter: Even een compacte nog aan het college. Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, dan toch. Dat sluit een beetje aan op de vraag die de heer Stolk net te berden bracht in relatie tot het aantal te bouwen sociale huurwoningen en die 2000, met als antwoord van mevrouw Wouters: die slaat natuurlijk op de periode na 2022.
Daar had ik ook al naar gevraagd dat je dus wel inzicht moet hebben, en dan hebben we het over die 6000 à 7000 nog te bouwen woningen in het verschiet, dat er dan ook zichtbaar wordt dat die 2000 te bouwen sociale huurwoningen daar ergens een plek in krijgen. Daar had ik graag een reactie over van de wethouder. Het tweede punt
20
is, en dat heeft dan weer te maken met die urgentie voor de goedkope koopwoningensector: het is natuurlijk uitgesloten als we kijken naar dat zoekgedrag van 30 procent voor woningen onder de twee ton, dan is natuurlijk duidelijk dat dat natuurlijk een utopie is dat je die in de koopsector, in de nieuwbouw kunt maken, maar dan toch al ga je er iets boven zitten, tot de 325.000 of 350.000 euro, dan zal je toch in die harde of zachte planvoorraad zal je dus moeten sturen op hoe je dan die aantallen in die prijsklasse bewerkstelligt. Dat vraagt … En dat vereist samenhang, dat vereist, ja, richtinggevend in, en vooral als het gaat om gebieden die in eigendom zijn van particulieren. Wat is de reflectie van de wethouder daarop? De voorzitter: Ik wou u net gaan vragen inderdaad of u een vraag had, want u heeft heel zo’n mening en niet zozeer echte vragen. Maar dit is een vraag, dus kom maar op, wethouder. De heer Burggraaf: Nou ja, kijk u begint met: een zo goed onderzoek en monitor hebben. Zoals we nu hebben gezien, want dat geeft precies weer waar je goed op dreef bent en waar je nog wat meer op moet sturen. Dus daar begint het mee. Ja, en vervolgens, dat is de discussie die we net hebben gehad, we hebben geconstateerd dat je eerst planvoorraad moet creëren voordat de realisatie gebeurt, hè.
Dus de realisatie loopt altijd wat achter en daar zit natuurlijk veel in de wat duurdere woningen waarvan we ook hebben geconstateerd dat dat doorstroomeffecten heeft. Maar die komen natuurlijk ook met wat vertraging komt dat op gang, dus ik zou zeggen daar zit ook gewoon een na-ijleffect in: dat komt vanzelf op moment dat die woningen ook gerealiseerd worden. Ja, tot slot moet je inderdaad sturen op ook voldoende betaalbare woningen neerzetten. Dat zie je bij de woningbouwimpuls subsidie, bij de Spuiboulevard, Crownpoint-ontwikkeling is dat een onderdeel. Dat is bij de Maasterrasontwikkeling zullen we daar op sturen om ook, nou ja, nogmaals die middelen van het Rijk op te halen om te zorgen dat je binnen je programma ook binnen die betaalbare koop in je programma kan realiseren. De voorzitter: Oké. De heer Oostenrijk: Voorzitter? Korte reactie. Ja, op het onderwerp Spuiboulevard wil ik straks apart nog terugkomen, want dat staat nog apart geagendeerd. Maar de wethouder gebruikt telkens de woorden: dan zal je moeten sturen. Daar zit natuurlijk de essentie en met dan de vraag: vindt u dat er voldoende gestuurd wordt? De heer Burggraaf: Zeker, voorzitter. Dan moet ik hem wat scherper stellen: we sturen op die cijfers, want daar heb je je woningbouwbeleid, heb je je woonvisie op en zodra je de programma’s vaststelt, vertaal je dat door in het programma wat je kan realiseren.
Ja, nogmaals, op de ene plek kan het zijn dat het een duurdere ontwikkeling is waardoor je wat minder in de betaalbare koop zit dan wel dat je, nogmaals, Rijkssubsidies erbij kan zetten om ook wat meer in dat segment mogelijk te maken. Dat zijn factoren die dan afhankelijk zijn gebied specifiek hoeveel je soms in een bepaalde categorie kan bouwen. Maar ja, daar stuur je via je programma’s op en daar monitor je via deze monitor die u net heeft gehad op of dat zich dan ook de praktijk je realiseert hetgeen je, nou ja, beoogt.
21
De voorzitter: Oké. Ik heb mijnheer Gündogdu als aanvulling op de heer Oostenrijk. Graag kort, want er zijn nog een aantal andere mensen die al eerder het woord hadden moeten krijgen. De heer Gündogdu: Ja, voorzitter, ter verduidelijking inderdaad aanvullend op mijnheer Oostenrijk. Vraag aan de portefeuillehouder: kunnen we dan voor zeg maar de harde planvoorraad zoals er die nu voorligt meer woningen zien tot de prijscategorie 325.000 euro? De heer Burggraaf: Nou, de planvoorraad die er nu ligt, ja, die ligt er. Dus als je het hebt over van zachte planvoorraad harde planvoorraad maken dat is het moment dat je ook wat sturing kan hebben op het programma. De heer Gündogdu: Dank u. De voorzitter: Dan had ik eerst mijnheer Veldman. Daarna komt mijnheer ’t Lam aan bod. Mijnheer Veldman, want ik meende dat u ook een vraag had voor het college. De heer Veldman: Ja, voorzitter. Heel hartelijk dank. Misschien twee concrete vragen. Ik maakte uit de stukken op, we hebben hier misschien nog weinig aandacht voor gehad, maar ik doe het toch, dat zijn de bouwlocaties die te maken hebben met particuliere initiatieven en dat dat ook erg achter loopt. Ik heb daar eerder voor gepleit, omdat ik dat wel van groot belang vind. Dat zijn vaak locaties waar ook wat duurdere huizen worden gebouwd en die hebben dan hopelijk ook een wat langere verhuisketen tot gevolg.
Zo hadden wij ooit een locatie aan de rand van het Amstelwijkpark. Daar heb ik al vrij lang niks over gehoord. Misschien is daar iets over te zeggen. Er is een andere reden waarom ik dit aanstip: omdat ik steeds vaker eigenlijk signalen krijg dat er in de stad ook huizen inmiddels worden gesloopt die op zichzelf prima zijn, maar door mensen die, nou, liever ergens een kaveltje hadden gekocht om een huis op te zetten. Dat is volgens mij, ik weet niet hoe groot die ontwikkeling is, maar ik ken een aantal voorbeelden. Dat is iets wat ik eigenlijk jammer vind en wat we misschien zouden kunnen voorkomen door kavels, nou ja, voldoende ter beschikking te stellen. Voorzitter, dat is een. Punt twee: we hebben het natuurlijk vanavond veel over aantallen en woningen en ook in relatie tot het woning… Of het inwoneraantal. Dat roept bij mij steeds weer de vraag op, ik heb hem eerder gesteld, ik doe het toch nu weer: of het niet goed zou zijn om dat inwoneraantal ook in een iets breder beleidsperspectief te zien? Om bijvoorbeeld te noemen: als we de stad gezinsvriendelijker maken, dan komen er wellicht meer mensen naar Dordt toe met een gezin en dan stijgt het inwoneraantal per woning relatief wat harder dan wanneer je je vooral richt op singles. Dus voorzitter, daar ook graag reactie op en daar zou ik dus ook graag wat breder actie op hebben.
Ik zoek mijn muis, voorzitter, maar gaat uw gang. De heer Burggraaf: Ja, ik zit even te denken. Anders moet collega Stam ook maar even aanvullen, want er zit een beetje een overlap in type vraag in. Ik herken niet het beeld wat de heer Veldman schetst dat we zouden bouwen voornamelijk voor eenpersoonshuishoudens. Als ik bijvoorbeeld kijk naar Amstelwijk waar we 800 woningen gaan realiseren, zitten er nu denk ik 500-600 concreet in de komende jaren en dat zijn allemaal gezinswoningen. Tenminste grotendeels, echt het merendeel. En Wilgenwende, als ik kijk in de oplevering, daar zitten ook voornamelijk gezinswoningen in. In de binnenstad, ja daar zie je bijvoorbeeld het wonen boven winkels, hè. Dat zijn wel wat
22
meer, ja, het type woonmilieu waar mensen die net zeg maar uit huis komen, bij de ouders weggaan en daar dan inzitten. Dus ik herken niet het beeld zoals u die schetst. Je ziet ook in de cijfers, dat zagen we in de presentatie, dat de gemiddelde vierkante meters van je ontwikkeling die zat eerst op 99 vierkante meter, die is nu boven de 100 gekomen. Ja, dat is ook een indicatie dat je toch echt wel op de grotere oppervlakten zit, dus qua typologie ook op andere huishoudens. En in de doorstroming zie je ook vaak dat waar ouderen bijvoorbeeld hun woning verlaten daar dan vaak weer gezinnen voor terug komen, als je het over doorstroming hebt. Voor wat betreft particuliere kavels: ja, ik kan niet goed oordelen over het beeld wat u heeft dat huizen gesloopt worden om daar nieuwe woningen te zetten. Daar heb ik gewoon het inzicht niet in. Ik heb daar ook niet signalen van gehad dat dat op grote schaal zou plaatsvinden. Maar dat, ja, ik heb gewoon niet de informatie nu, dus ik heb er ook geen beeld van, laat ik het maar even zo zeggen. Wat ik wel zie is bij particuliere ontwikkeling dat het hele tijdsintensieve trajecten zijn en dat maakt wel dat we eerder ook in projecten hebben gezegd: ja, je moet wel goed nadenken wanneer je dat toepast, want het kan we willen ook snelheid en daar kan het wel een flink belemmerende factor zijn.
Tegelijkertijd zie je bij de Wilgenwende ontwikkeling bijvoorbeeld ook zijn toch ook wel een aantal particuliere kavels beschikbaar geweest voor particuliere ontwikkeling, dus die plekken zijn er wel. Voor wat betreft Amstelwijkpark: daar heb ik het inzicht niet in, maar misschien dat mijn college dat wel heeft specifiek voor die locatie. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Jazeker, voorzitter. Wat we geconstateerd hebben in het Wielwijkpark is dat zij een centrale tender hebben uitgezet, en die tender heeft tot twee keer toe nog niet het resultaat opgeleverd dat het tot concreetheid heeft geleid. We zien daarnaast ook dat als er kavels zijn die we per woning zouden willen uitzetten dat de interesse die in eerste instantie is neergelegd door een aantal bewoners ook niet concreet wordt. Volgende week is de stuurgroep Wielwijk, dan krijg ik meer informatie. Dus als wij volgende meer informatie hebben, zal ik u daar verder over informeren over de stand van zaken. De voorzitter: Oké. Er zijn nog een aantal mensen die op het lijstje staan. Ik wil u wel vriendelijk verzoeken, want ik merk dat er een aantal mensen aan de andere kant van het scherm aan het afhaken zijn, het wordt één brij, dus ik wil u wel vragen om het allemaal even wat vlotter en compacter te doen. Daarmee gaat beginnen de heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Goedenavond, voorzitter.
Ik begrijp dat degenen die geduldig luisteren nu korte gesprektijd krijgen. Ik zal mijn best doen. De voorzitter: Nee, mijnheer ’t Lam, natuurlijk niet. Alleen efficiënter. De heer ’t Lam: Efficiënter. Nou, ook daarop ga ik mijn best doen. Ik heb niet zo veel vragen aan het college. Wel een paar dingen geprobeerd voor mezelf te vertalen in de rijstebrij aan cijfers die we vanavond gehoord hebben. Trouwens keurig verteld door mevrouw Wouters. Als je naar het aantal inwoners kijkt op 1 oktober, dan zijn we er nog geen 1000 gegroeid sinds 2018. Als je dat tempo doorzet, zijn we rond 2055 op de 140.000. Lijkt me een aardige constatering voor een speerpunt van het college die veel sneller naar 140.000 inwoners wil. Als je kijkt naar het aantal woningen, dan zijn er 1824
23
bijgekomen. Ik tel maar even … Ik trek er maar even niet af wat er van afgebroken is. Dat betekent 41 woningen per maand, en als je 4000 woningen had willen bouwen deze collegeperiode had je er 81 moeten bouwen. Kortom, ook op het aantal woningen wat een speerpunt was lukt het niet deze collegeperiode om de afspraken te halen. Dat is vooral jammer voor de mensen die al heel lang wachten op een woning. Mijnheer Nederhof die had het nog over de grondprijs. Ik heb recent een wethouder van Zaanstad op de radio gehoord en daar lukte het wel om goedkopere koopwoningen te bouwen, omdat ze op een andere manier met de grondprijs omgingen. Dat ging om erfpacht als ik het goed begrepen had en om het niet gelijk betalen van de grondprijs, maar in een later stadium. Misschien dat de wethouder daar nog eens even kan informeren hoe dat zij wel goedkoop kunnen bouwen en bij ons niet. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Ik weet niet of een van de collegeleden hier echt … Ja, mijnheer Burggraaf die heeft er een vraag in gehoord. De heer Burggraaf: Nou, ja dat zat ik me inderdaad ook af te vragen: is er echt een vraag gesteld? Maar ik kan het toch niet laten om wel even het beeld een beetje bij te stellen, want kijk er is nu natuurlijk vooral, zoals u heeft gehoord, gebouwd voor de huidige inwoners in Dordrecht. Dus ja, dan is het logisch dat het inwoneraantal niet heel hard stijgt.
Er zit ook een coronaeffect in waardoor het wat gedempt is. Wat betreft de aantallen woningen: ja, daarvan hebben we juist net in de monitorpresentatie gehoord dat die planvoorraad zo enorm hard is gestegen deze periode en dat we daar ook heel snel in weten te schakelen en, ja, dat het nou eenmaal een feit is dat het realiseren er achteraan komt, dus dan is het ook logisch dat, ja, vervolgens wat na-ijlt en wat later tot effect komt. Maar het beeld dat we nu helemaal niet goed op dreef zijn dat, ja, dat herken ik echt niet. De heer ’t Lam: Voorzitter, nog een kleine reactie als het mag. De voorzitter: Ja. De heer ’t Lam: Dan sluit ik dit onderwerp af. In planvoorraad kan je niet wonen. Het college was in 2018 buitengewoon overtuigend over de groei van het aantal inwoners en de te bouwen woningen en dat wordt gewoon niet gehaald. Dan kan je natuurlijk achteraf redenen bij bedenken, en corona zal ongetwijfeld een reden zijn, maar enige tempering van het enthousiasme is op zijn plaats denk ik bij het college. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, ik zal er niet meer op reageren verder. Dan vergaderen we ook niet tot zo heel laat vanavond. De voorzitter: Oké. En of u nog een keer contact op wil nemen met Zaanstad. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja. Dank u wel, voorzitter.
Ja, de vragen die ik wilde stellen, zijn deels ook al aangestipt door de heer Veldman en door de heer ’t Lam. De reactie van de wethouder was ook al een beetje daarbij particulier opdrachtgeverschap. Ja, ik zou toch willen vragen: zijn er creatievere vormen van particulier opdrachtgeverschap waardoor er wel een versnelling kan ontstaan en het ook leidt tot een aanbod in het prijssegment wat nu onderbelicht blijft, beneden die 325.000 euro? Dus mijn vraag blijft een beetje,
24
wethouder, liggen: is daar toch iets creatiefs te verzinnen om daar toch voortgang te boeken? Bijvoorbeeld met particulieren die een corporatie beginnen, dat soort zaken. De heer ’t Lam stipte de erfpacht al aan. Die had ik ook op mijn lijstje staan om daar iets over te vragen, omdat ik heel graag zou willen weten: zou erfpacht of dat soort constructies inderdaad invloed kunnen hebben op het prijssegment? En zou dat dan ook helpen om starters en mensen in een ander prijssegment toch meer zicht te bieden om ook aan wonen toe te komen? Verder moet me van het hart dat de heer ’t Lam toch tamelijk somber klonk, het glas half leeg. Wij, Gewoon Dordt, houden het erop dat het glas toch ook als het om deze plannen gaat halfvol is. De voorzitter: Oké. Mijnheer Burggraaf. De heer Burgraaf: Ja, voorzitter. Voor wat betreft de erfpacht hebben we natuurlijk ook in de laatste raadsvergadering over de begroting al over gehad, waarbij het beleid ook nu is dat we dat niet toepassen voor woningen. Dat effect waar u het over heeft qua de betaalbaarheid dat, ja, dat ook eigenlijk maar zeer de vraag is. Het geeft natuurlijk ook vaak wat belemmeringen bij de hypotheekverstrekking en vaak ook maar eenmalig een effect aan de voorkant, bij de volgende verkoop al niet meer. Dus ik zou dat echt willen ontraden en willen aanraden om aan het huidige beleid vast te houden.
Voor wat betreft het particulier opdrachtgeverschap en corporaties: op zich interessante gedachtes. Het vraag natuurlijk wel altijd om ruimte, dus je moet wel ergens een plek beschikbaar hebben. De realiteit is ook gewoon: wil je snelheid, dan is dat bij ontwikkelende partijen, bouwende partijen die al heel vaak met dat bijltje gehakt hebben, is dat gewoon aantoonbaar sneller, de ontwikkeling, dan als je dat met particulier opdrachtgeverschap doet. Dus je moet ook heel goed kijken, ja, waar je dat dan doet. We hebben gezien bij rijtjeswoningen die aan elkaar zitten, is het al een stuk lastiger dan op moment dat je het ergens als een stand alone zeg maar ontwikkeling hebt zitten. Dus ja, dat is een beetje de reflectie als het gaat om het particulier opdrachtgeverschap. De voorzitter: Oké. Mijnheer Kleinpaste komt nog wel in beeld, maar die krijgt gewoon het woord niet meer. We gaan over naar mijnheer Stolk. Behalve als er dadelijk nog steeds iets is. Mijnheer Stolk. Ja, daar bent u. De heer Stolk: Ja. Ik had ook nog wat vragen aan de wethouder. Allereerst wil ik aansluiten bij de heer ’t Lam over die erfpacht. We kennen dus ook eigenlijk een koopgarant en vroeger hadden we dus eigenlijk ook subsidie-afbouw en dat werkte altijd heel prettig, dus misschien kan de wethouder dat dan toch meenemen.
Iets anders is dat de laatste tijd horen we veel over inflatie, 5,2 procent de laatste keer, het ontbinden van contracten door de bouwers, dat ze zeggen: nou, wij kunnen voor die prijs niet meer bouwen. Ik heb de indruk, of de VVD heeft de indruk dat de verkoop van dure woningen wat stagneert. Ik wilde de wethouder vragen hoe die tegen deze problematiek aankijkt. Moeten we doorgaan met hele dure woningen bouwen of staan we nu op het keerpunt om te zeggen: we gaan nu toch heel sterk kijken naar de woningen die gebouwd moeten worden die betaalbaar zijn? Dit was de vraag. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Nou, ik herken niet het beeld dat voor dure woningen de verkoop stagneert. Ik heb onlangs nog met ABB een update gekregen over hoe de ontwikkeling
25
daar gaat en wat de vraag is naar de woningen, en dat was erg goed. Ook voornamelijk veel Dordtenaren, ik geloof 80-90 procent van de interesse komt uit Dordt zelf. Dus dat beeld dat herken ik niet. De heer Stolk: Mag ik daar nog iets op zeggen? Ik dacht dat ook in de presentatie ook, als ik me niet vergis, dat daar dus een kleine stagnatie gaat optreden, dat ze langer blijven staan. Maar nogmaals, dat is ons gevoel en ons denken, maar als de wethouder dit heeft, dan gaan we dat verder onderzoeken. De voorzitter: Oké. In mijn beleving heb ik dan nu iedereen gehad. Hey, daar is die weer. Mijnheer Nederhof, gaat uw gang. De heer Nederhof: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik kan het toch niet laten om de ambtelijke organisatie ook een compliment te geven wat ze in een paar jaar hebben toch gerealiseerd. Zeg maar 1000 woningen per jaar ongeveer en dan de duur voor een aanvraag van vijf naar tweeënhalf jaar. Ik vind het toch wel, ja, complimentje waard. Daar wou ik het bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Altijd goed een complimentje. Even kijken. Mijnheer Kleinpaste wil nog een kleine reactie geven. Zie ik dat nou? Oh, die had u al gedaan, geloof ik. De heer Kleinpaste: Enige tijd geleden meteen na de opmerking van de wethouder.
Maar ik denk dat we daar op een ander moment nog best eens een keer over doorpraten, want ik zou toch hopen dat ook voor particuliere corporaties er meer mogelijk wordt en dat daarmee ook snelheid uiteindelijk ontstaat, omdat er ervaring wordt opgebouwd. Je moet ergens een keer beginnen. De voorzitter: Nou. De heer Gündogdu: Microfoon aan. De voorzitter: Ja. Ja. Dat gaat iedere keer. Ik zit hier je weet wel. Ik ga het niet zeggen. Mijnheer Gündogdu, u mag als laatste. Dat zei ik dus inmiddels al drie keer, ware het niet dat mijn microfoon dus uitstond. De heer Gündogdu: Dank u wel, voorzitter. Eén korte concrete vraag aan de portefeuillehouder. Er was zojuist een discussie over de rol van de gemeente in deze. Is de portefeuillehouder eens met de volgende stelling: dat de gemeente actiever moet zijn met het grondverwervingsbeleid om die aanjaagfunctie voor woningen sneller te bewerkstelligen? De heer Burggraaf: Ja, daar ben ik het mee eens. Dat is ook een koers die we ook deze periode in hebben gezet bij Maasterrasontwikkeling onder andere, waarin we terrein actief hebben verworven vanuit de gemeente. Ja, zeker als je binnenstedelijk bouwt, dan kom je vaker wat, nou ja, ingewikkeldere situaties tegen waarbij het dan helpt als je als gemeente als eerste een stap zet om zo’n gebied aantrekkelijker te maken en dan vanzelf ook weer nieuwe ontwikkelingen los trekt.
Tegelijkertijd blijft het ook, maar dat hebben we ook bij het grondbeleid al toegelicht, deze periode komt nog een nieuw
26
grondbeleid nota uw kant op, blijf het ook wel goed kijken in welke situatie het echt nodig is en in welke situaties dit beter over kan laten aan de markt. De voorzitter: Nee, mijnheer Oostenrijk. Ik zit geen voetbal te kijken. Ik zat namelijk naar de app te kijken die ik van de commissiegriffier heb gekregen met betrekking tot het onderwerp van vanavond wat primair informatief van aard was, dus ik denk dat ik ook mijnheer Noldus ga teleurstellen, want die kan klaar zitten met een woordvoering, maar dat was eigenlijk niet helemaal de bedoeling van dit. Want u hoeft er in feite nog niks van te vinden, u mag er wel wat van vinden. In dat geval kan u de monitoren agenderen voor de commissie opnieuw, tenminste u kan het naar de raad, want dan komt het eerst bij de behandelvoorstellen en nou ja, noem allemaal maar op. Is er überhaupt iemand die dit in de raad zou willen bespreken? Het blijft stil op de chat. Daar houd ik van, want … Nou ja, maar zoals ik daarnet al zei het is vooral informatief en met een zekere regelmaat komt er toch nog meer informatie onze kant op. Mijn vraag is dan ook nu op dit moment of wij dit onderwerp zo kunnen afronden? Dan gaat het dus niet naar de raad. Iemand tegen? Niet? Het blijft nog steeds stil in de chat. Dan ronden we het af. We gaan even met pauze. Ik zie u om 22:10. Oké. 7.
Beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet herontwikkellocatie Stadskantoor e.o. – Raadsvoorstel De voorzitter: Zo? Een minuut te laat. Dat kwam omdat wij hier nog heel even zaten te overleggen wat we gingen doen, want ik wil eigenlijk even het voorstel doen om punt 7 even nu naar voren te halen, omdat wij nieuwsgierig zijn. Want de enige die ik zeg maar gehoord heb vanavond over dat die daar mogelijk wat bij zou willen zeggen dat is de heer Oostenrijk. Ik wil graag even inventariseren bij punt 7, dus het beschikbaar stellen van het voorbereidingskrediet voor de herontwikkellocatie Stadskantoor en omgeving of er überhaupt iemand anders is die daar eventueel iets over wil zeggen. Dus als u daar wat over wil zeggen, dan moet u dat even in de chat zetten, want anders kunnen we dit stuk namelijk doorgeleiden als hamerstuk naar de gemeenteraad. Mijnheer Veldman heeft een vraag. Inhoudelijk of over de proces … Het proces? Mevrouw Van den Bergh zie ik: voorzitter? Nou, dan ga ik even heel kort mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter. Dank.
Ja, ik wilde eigenlijk van het college weten op welke manier er nu, want dat haal ik dus niet nu in ieder geval uit de stukken en ik kon het me ook niet herinneren, hoe het college anticipeert op de toch wel veranderende, ja, werkbehoefte … Behoefte aan werkruimte sinds het begin van de coronatijd en de gedachte dat we toch niet meer naar een klassieke kantoortuinomgeving terug gaan. Dat heeft mogelijk wel gewoon implicaties voor de programmering of mogelijk ook de omvang van zo’n pand. De voorzitter: Mijnheer Veldman? Ik zie staan de herontwikkellocatie Stadskantoor. Volgens mij is dat niet per se het huis van stad en regio. De heer Veldman: Oh, daar heeft u helemaal gelijk in, voorzitter. Het is ook al best wel laat natuurlijk. De voorzitter: Nou, dan zijn we gelijk met u zijn we dan effe klaar. Mevrouw Van den Bergh.
27
Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter. Even heel kort een opmerking, zeker over de duur, omdat we het net hebben gehad over het tempo waarin de nieuwe woningen allemaal gerealiseerd worden. Ik lees nu hier dat daar een zeg maar een periode voor tien jaar, als ik het goed begrijp, voor wordt gerekend en de start van de bouw uiterlijk 2023. Dat betekent dat we dan in 2033 zitten voordat dan dat gerealiseerd is. Dat leek ons wat een vrij lange periode, maar daar wil ik wel toelichting op hoe dat komt. Ook zagen wij dat er een minimale … Er staat: concreet betekent dit minimaal 410 woningen waarvan 305 betaalbaar. Dan denken wij, dan kunnen wij, want wij hebben al eerder aangegeven dat wij meer woningen willen bouwen op de locaties die nog komen en aantallen toevoegen. Dat willen we dan ook op deze locatie, omdat hier genoemd wordt minimaal. Wij willen dan even een toelichting, want het gaat ons niet direct om een exact aantal, maar waarom noemt u minimaal en niet gelijk door naar een soort maximum wat daar gebouwd kan worden en waarbij ook de betaalbare woningen dan gelijk ook mee kunnen waardoor het dan zijn of meer kunnen worden? Dus daar willen wij een toelichting op. De voorzitter: Ja, oké. Mijnheer Burggraaf, even kort. Het lijkt een vrij lange periode. Nou, tien jaar is tien jaar. Maar dat dat vrij lang lijkt voordat dan die huizen gerealiseerd zijn.
Het getal 410 en 305 slash betaalbaar. De heer Burgraaf: Ja, het is natuurlijk een Spuiboulevard ontwikkeling, dus dat is voor een groter gebied. Daar zit Crownpoint bij. Nou, daar zou de start bouw 2023 kunnen zijn en dan, ja, heb je nog vervolgens een aantal daaropvolgende plekken waar woningbouw plaats kan vinden. Ja, dat is afhankelijk van het moment dat het huis van stad en regio gerealiseerd wordt en het oude stadskantoor en waar de sociale dienst nu zit plaats kan maken voor woningbouw. Dus dat maakt de langere periode. Voor wat betreft woningaantallen, ja, dat gaat ook natuurlijk gepaard met de kwaliteit van het programma. Daar is onlangs, volgens mij in deze commissie, een, of was het de commissie Fysiek, dat durf ik even niet te zeggen, maar er is ook vanuit de projectontwikkelaar een presentatie gegeven van hoe de Crownpoint ontwikkeling eruit komt te zien. Ja, dan, nou ja, wil je ook graag een kwalitatief programma hebben. Ja, maar om te blijven plussen dat komt dan op een gegeven moment niet de kwaliteit ten goede, want dan moet je of heel veel meer de hoogte in, maar juist die wand willen we doorbreken hier, of het worden veel kleinere woonoppervlaktes. Ik proefde hier in de commissie voor dat plan toch ook vooral veel enthousiasme en waardering voor het plan zoals die er nu ligt. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter? De voorzitter: Ja.
Mevrouw Van den Bergh: Mag ik daar nog even een extra toelichting op? Want waarom wordt er dan uitgegaan zeg maar in het voorstel wat nu voorligt van minimaal? Dat impliceert toch dat het meer kan? De heer Burggraaf: Ja kijk, het is sowieso nu nog geen definitief ontwerp, dus ja je gaat in dat proces dat we, dat zei de ontwikkelaar ook, ja, die durft zich nog niet aan exacte aantallen vast te knopen, want die zei: ja, daar ga je uiteindelijk naar zo’n definitief ontwerp toe ga je altijd nog weer eens even kijken waar optimalisaties in zitten, dus daar
28
kunnen die aantallen wat bij fluctueren. Maar uw suggestie om daar flink te gaan opplussen, want dat zegt u, ja dat zou ik hier echt niet leidend willen laten zijn, want die Spuiboulevard daar heeft u juist ook een visie neergelegd om daar het gebied een hele andere kwaliteit te geven en die wanddoorbreking, et cetera als een belangrijk aspect te vinden. Ja, dat schuurt wel met de boodschap die u hier dan op af wil geven om juist zoveel mogelijk woningen te realiseren. De beeldkwaliteit is ook een heel belangrijk uitgangspunt in dit gebied. De voorzitter: Oké. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja. Dank u, voorzitter. Mijn reactie gaat niet zozeer over het ter beschikking stellen van een voorbereidingskrediet, want daar kunnen we mee instemmen, maar de vraag is: in welke richting gaan we uit als we dat voorbereidingskrediet als het ware gaan invullen? Want daar hebben we onvoldoende richting in welke kant het op gaat. In het stuk staan ook een aantal risico’s vermeld, terecht. Daar willen we er een paar uithalen: het aspect van het parkeren. Dat wordt als een risicoverhaal gezien, maar op moment dat je zaken gaat uitwerken, zal je toch inzicht moeten geven in welk traject je dan gaat zitten. Er wordt gekeken in de relatie naar de park and ride van Weeskinderendijk.
Nou, daar is natuurlijk op dit moment nog volstrekt geen zicht op, dus we hebben graag behoefte aan richtinggeving. Dat geldt zowel voor het parkeren, maar ook inzicht, en dat moet je echt bij de start hebben van zo’n project, over de doelgroepen die je daar wil huisvesten. Dus wij vragen om een startnotitie die aangeeft wat de bedoeling is van de invulling van dat onderzoekstraject, want als we dat niet bij de voordeur vastgesteld hebben, dan heeft de raad daar geen enkele positie meer in. Dus mijn vraag aan de wethouder is: ziet die ook dat het nu de tijd wordt in het kader van het voorbereidingskrediet dan ook te komen tot een startnotitie wat we feitelijk willen gaan invullen in dat hele gebied? De voorzitter: Zo dan. Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Ja, een startnotitie klinkt in mijn oren eigenlijk weer een paar stappen terug, want we hebben juist heel veel discussies gehad over, ja, het parkeerbeleid en de parkeerplekken in dit gebied. Kijk, natuurlijk is het zoals het specifiek voor een ontwikkeling als Crownpoint, ja daar ga je zo meteen intekenen welke doelgroepen er in komen. Er komt ook een parkeernorm uit en daar moet dan vervolgens ook een parkeeroplossing in het gebied voor zijn geregeld. Dan krijgt u bij het bestemmingsplan vaststellen wordt dat ook inzichtelijk gemaakt in uw richting.
Dus ja, ik zou vooral door willen gaan met de voortvarendheid waar we in het gebied in de slag zijn en niet nu weer terug gaan naar een instrument als een startnotitie. De heer Oostenrijk: Nou, voorzitter. Dan het woord startnotitie is een woord. Als er een ander woord voor is, dan vind ik het ook prima. Wethouder Burggraaf heeft het over het parkeren. Ik heb het niet over de parkeernorm die geldt voor de daar te bouwen woningen, want dat is een traject op zich. Nee, dat deel van de Spuiboulevard, die parkeergarage zou ook in grote mate dienen om de bereikbaarheid voor bezoekende Dordtenaren mogelijk te maken. Daar zit een surplus in en de vraag is: op welke manier wordt die capaciteit, ik meen iets van 700 parkeerplaatsen, wordt die daarin ook op zich meegenomen of wordt er van afgeweken? Kortom, dat is van eminent belang als je dat project wil gaan ontwikkelen.
29
De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Het parkeren vraagstuk is er eentje die continu bij ons op het netvlies staat. Natuurlijk ook zo meteen voor de ontwikkeling van het huis van de stad en regio waarbij je de Veemarktgarage moet slopen om dan vervolgens een nieuw gebouw neer te zetten en de afstemming daartussen ook in werkzaamheden richting zaken als de Spuihavengarage. Ja, dat zijn dingen waar we bij elke ontwikkeling in dat gebied alert op zijn en zorgen dat daar de goede balans blijft in het gebied zodat ook de binnenstad nog steeds voor bezoekers aantrekkelijk en goed bereikbaar blijft. De voorzitter: Oké. Ik zie verder geen vragen. Ik neem aan dat dat betekent dat de rest van de commissie akkoord is met het verstrekken van het voorbereidingskrediet. Kan dit dus als hamerstuk naar de raad? Mijnheer Polat zegt: hamerstuk. Ik denk dat iedereen een beetje in slaap is gevallen ofzo. Oh nee, mijnheer Kleinpaste is nog wakker. Mijnheer Veldman nog. Mijnheer ’t Lam nog. Mijnheer Gündogdu. Mijnheer Wringer. Nou, volgens mij … Stemverklaring, altijd goed. Mijnheer Nederhof. Ik zie u wel, maar ik hoor u niet. Maar ik … De heer Nederhof: Nee, maar ik ben akkoord dus. De voorzitter: Oké. Ik wou al zeggen wie zwijgt, stemt toe. Oké, dan gaat dit als hamerstuk naar de raad van pak ‘m beet 21 december, uit mijn hoofd gezegd. Ja. 6.
Initiatiefvoorstel proces nieuwe bouwprojecten (positie gemeenteraad en inspraak) De voorzitter: Even kijken. Dan gaan we naar punt 6. Dat is het initiatiefvoorstel proces nieuwe bouwprojecten. De positie van de gemeenteraad en daarbij een inspraak. De SP heeft een initiatiefvoorstel ingediend in de laatste raad van 9 november was dat en het college heeft inmiddels ook hier een reactie op gegeven, een advies aan de raad uitgebracht. Dat advies is aan de stukken toegevoegd. Ik geef graag het woord aan de SP-fractie, want ik denk dat zij de kern van het voorstel nog wel een keer willen benoemen en ook willen reageren op het advies van het college. Daarna geef ik de andere fracties het woord en uiteindelijk de wethouder. Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u wel, voorzitter. Het was wel aardig dat u de agendapunten omdraaide. We hadden net de bespreking van het voorbereidingskrediet herontwikkeling Standskantoor en aan de hand van de vraag van mijnheer Oostenrijk werd wel duidelijk dat hij niet helemaal doorhad waar we in het proces zaten. Dus een helder proces voor bouwprojecten zou niet verkeerd zijn. Daarom hebben wij een initiatiefvoorstel ingediend.
Ik ga dat niet uitgebreid herhalen waarom we dat gedaan hebben, maar de kern is dat zoals het proces nu door het college wordt gevoerd er toch vrij veel ruimte is voor ontwikkelaars waar het gaat om zaken waar de raad een beslissing over moet nemen. Dat is de kern. Het college heeft gereageerd op het stuk, waarvoor dank. Snelle reactie, dus we kunnen het na de indiening in november nu al in de commissie behandelen. Ik ga een paar dingen zeggen over wat het college heeft geschreven zodat de collega’s weten hoe de SP daar in staat. Een eerste punt is dat het college zegt dat het proces niet te gedetailleerd vastgelegd moet worden. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan kunnen initiatieven ontstaan vanuit de stad en daar moet ruimte voor zijn. Volgens mij, voorzitter, als je het SP initiatiefvoorstel volgt, dan is er juist extra aandacht voor mensen uit de stad, want wij stroomlijnen het proces voor inspraak.
30
Natuurlijk is het belangrijk dat wensen van de stad in het bestemmingsplan meegenomen moeten worden. De toevoeging van het college: als iets niet past binnen het bestemmingsplan, moet je het kunnen aanpassen, dat kan volgens mij alleen maar duiden op het feit dat je al een bestemmingsplan hebt en dat er later redenen zijn om dat aan te passen. Ook daar voorziet de regeling in, want bij punt 6A geven we aan wat je doet als je toch weer een wijziging in het bestemmingsplan wil hebben. Tweede punt uit de brief van het college is dat ze zeggen: stappen worden niet echt altijd in exact dezelfde volgorde genomen. Dat zou heel goed kunnen, voorzitter, maar het gaat om stappen van de raad, dus uiteindelijk bepaalt de raad zelf de volgorde van de stappen. Maar ik kan me voorstellen dat het college op voorhand al vindt dat stappen in een andere volgorde moeten dan hier in het proces staat als er een bepaald plan aan de orde is. Dat kunnen ze dan bij de eerste stap, als het college een nieuw project opstart door middel van een aankondiging in een raadsinformatiebrief, vermelden en dan kan de raad daarmee instemmen of niet mee instemmen. Maar wij blokkeren niet een andere volgorde of het samenvoegen van stappen, want samenvoegen van stappen betekent alleen maar dat dingen sneller kunnen.
Waarom zou je daar op tegen zijn? Dan zegt het college: ja, de participatie dat willen we graag per project bekijken. Nou, onduidelijke participatie is wellicht een van de belangrijkste redenen dat het nogal eens misgaat met de inspraak in Dordrecht. Wat een misverstanden bijvoorbeeld bij het Gezondheidspark. Nu moet de Raad van State uitmaken of in de inspraak bij dat project goed gegaan is met betrekking tot het ziekenhuis, de sportboulevard en de bewoners van de wijk. Als je dat goed had georganiseerd, als voor iedereen duidelijk was geweest wanneer ze wat konden inbrengen, dan hadden we misschien daar inmiddels aan het bouwen geweest, hadden we daar inmiddels kunnen bouwen. Maar dat is nog niet het geval, want we wachten op de Raad van State. Het gaat er ook niet om dat de raad of het college precies weet hoe de inspraak is geregeld, maar vooral of dat burgers en belanghebbenden dat weten. Daarom is het goed dat er een heldere lijn is. Dan zegt het college … De voorzitter: Mijnheer ’t Lam, even een moment. Mevrouw Van den Bergh, u heeft een vraag aan mijnheer ’t Lam? Mevrouw Van den Bergh: Ja, ik heb een … Voorzitter, ik heb een vraag aan de heer ’t Lam, omdat hij nu een concreet voorbeeld aandraagt. Want ik zit voor mezelf een beetje goed te ordenen wat de SP precies wil in concreto.
Maar u draagt het voorbeeld aan van het Gezondheidspark en dat we nu met de Raad van State zitten. Dat is zo, maar ik denk dat komt ook, want het is natuurlijk wel besproken goed, een aantal keren, het Gezondheidspark doordat de raad niet een duidelijke beslissing neemt, ofwel een beslissing neemt die heeft geleid of in ieder geval niet gedwarsboomd heeft dat er juridische procedures kwamen. Dan denk ik: dat ligt ook een raad kan ook een beslissing nemen waardoor het proces of in ieder geval waardoor feiten anders worden. Want het ging met name nou over die invulling van die parkeergarage en hoe dat verder moet. De raad had ook andere beslissingen kunnen nemen. Dat wou ik even vragen hoe u daarover denkt. De heer ’t Lam: Voorzitter, ik had begrepen dat ik eerst even zou ingaan op de brief van het college, dat daarna de andere collega’s aan de orde zouden komen en dat … De voorzitter: Ja, ik denk dat het ook handig is dat u gewoon even verder gaat.
31
De heer ’t Lam: Want anders dan ontstaat er een wat lastige vorm denk ik van discussiëren. De voorzitter: Ja. Deze vraag die komt vanzelf wel weer terug. De heer ’t Lam: Ik heb hem genoteerd. De voorzitter: Gaat u verder. De heer ’t Lam: Ik heb hem genoteerd. Het college schrijft: met de woningbouwcorporaties zijn er afspraken gemaakt om in het beginstadium van projecten met elkaar in gesprek te gaan. Nou, dat staat bij ons ook in stap 3. Wij zeggen alleen niet dat je in gesprek moet gaan, maar dat je afspraken moet maken. Dat is toch wel een verschil, want woningcorporaties zijn heel belangrijk bij bouwprocessen en het kan niet zijn dat je alleen maar praat, maar je moet gewoon duidelijke afspraken maken. Tenslotte, voorzitter, waar het college niet op ingaat dat is waarmee ik begon, namelijk dat er nogal wat invloed is van marktpartijen als het gaat om raadsbesluiten. Het college heeft in hun proces wat ze in september naar de raad stuurden, staan dat in een vroeg stadium marktpartijen betrokken kunnen worden bij planvorming en dat soms zelfs marktpartijen eerst geselecteerd worden voor de ontwikkeling wordt vastgesteld. Wij vinden het als SP heel belangrijk dat de raad in alle vrijheid een beslissing kan nemen over een plan. Natuurlijk kan het college daarbij deskundigen raadplegen.
Je hebt niet alle kennis in huis, maar om nu de ontwikkelaar aan te laten dragen wat de raad moet besluiten, dat gaat ons eigenlijk veel te ver. Samenvattend kan ik weinig argumenten ontdekken in het collegevoorstel waarom we het initiatiefvoorstel niet zouden moeten vaststellen. Als het gaat om procesafwijkingen en het college of andere partijen willen daar graag een zinsnede over in het voorstel zien, dan kunnen we dat altijd opnemen. Daar wou ik het even bij laten. Ik hoor de vragen wel en dan kan ik daar zo meteen ook op reageren. De voorzitter: Oké. Gaan we dat inderdaad zo doen? Mevrouw Van den Bergh heeft dus al een vraag gesteld. Ik zie ook dat de heer Oostenrijk een vraag heeft. Wat is wijsheid? Misschien is het toch verstandig dat iedereen even ook gelijk aangeeft wat die verder vindt van het voorstel, ja, van het initiatiefvoorstel. Mevrouw Van den Bergh, als u nou even behalve de vraag die u heeft gesteld, reflecteert op wat voorligt. Mevrouw Van den Bergh: Nou. Ja, voorzitter, dat wil ik best doen. Ik kan daar een heel eind in meegaan. Wij kunnen er een heel eind in meegaan, want ik begrijp wat de SP bedoelt: dat de raad meer aan zet is en dat de ruimte beperkt wordt, de al te veel ruimte aan de ontwikkelaar.
Daar kan ik me bij voorstellen, maar ik denk aan de andere kant, dat was ook mijn vraag: kijk, je kan een proces inrichten, dat is altijd goed, een proces inrichten, met allerlei momenten waarop die hier beslist worden al of niet de raad eerder aan zet, maar als een raad toch beslist wat zeg maar een college voorstelt, dan denk ik dan schiet je met zo’n proces ook niks op. Maar ik wil best, daarom wil ik ook een goede reactie, eens kijken wat we wel kunnen aanpassen. Want op zich een beetje flexibiliteit, wat het college ook aangeeft, dat vind ik niet verkeerd. Je moet op cruciale momenten moet je anders kunnen beschikken als dat nodig is als raad, maar dat betekent een raad doet niet automatisch, ook al heb je de processen zo ingericht, wat je graag zou willen. Dat zijn allemaal politieke partijen. Dus daar wil ik toch nog even een extra reactie op.
32
De voorzitter: En die wilt u neem ik aan van mijnheer ’t Lam. Mijnheer ’t Lam die schrijft de vragen even op, dus die komt dan dadelijk op een aantal dingen terug. Wie wet zit er ook nog wel overlap. Mijnheer Oostenrijk, een vraagt heeft u ook en een reflectie wellicht. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Dat heeft u juist gezien. Kijk, de kern van deze kwestie op ook in die zin door de SP aangehaald is: welke positie heeft de raad bij te ontwikkelen bouwplannen? Dan is het collegeadvies daar niet helemaal transparant in, dus op dat punt willen we ook nog wel wat helderheid hebben over die hele kwestie. Daarbij haal ik dan ook de raadsinformatiebrief van 21 september, en daar staat vrij helder in wat de bedoeling zou zijn. Die raadsinformatiebrief die geeft aan: de raad heeft een kaderstellende, toetsende en controlerende rol in projectontwikkeling. Dat kan alleen maar effectief zijn als ze dus bij de start van zo’n project ook die kaders kennen en niet verzanden in discussies in de eindfase als het bouwplan als het ware bijna bouw gereed is dat we dan nog allerlei discussies krijgen: ja, maar is dit plan nu nog wel bedoeld zoals we het willen hebben? Dus die aanscherping die vinden wij gewenst.
In dat opzicht zou het misschien verstandig zijn, richting de heer ’t Lam, om daar toch enige tijdsruimte voor te nemen om te kijken hoe er een link gelegd kan worden tussen zowel het collegeadvies als het initiatiefvoorstel, want als dat niet gebeurt, ja, dan kunnen we het initiatiefvoorstel niet steunen. Maar we zouden toch wel erg graag sterke piketpaaltjes geplaatst willen hebben binnen dat punt van de kaderstellende rol. Als er een bouwplan laat maar zeggen geïnitieerd gaat worden, dan moet je bij de voorkant weten: waartoe dient het? Voor welke doelgroep is het bestemd? Huur, koop en allerlei vormen. Als dat niet duidelijk is, dan loopt je gaandeweg in een problematiek terecht die we niet willen hebben. Een voorbeeld wat ons betreft is daar ook de ontwikkeling in de Kareldoormanweg waarover we waarschijnlijk ook nog Artikel 40 vragen gaan stellen. Kortom: helderheid bij het begin. De voorzitter: Oké. De heer Oostenrijk: En kan de heer ’t Lam die zoektocht … De voorzitter: Ik hoor u niet meer, mijnheer Oostenrijk. Kan de heer ’t Lam die zoektocht … De heer Oostenrijk: Verder vervolgen zodanig dat er een bredere steun voor is? De voorzitter: Oké. Ik zit even te kijken, want ik zie dat mevrouw Van den Bergh een vraag heeft aan het CDA. Ik wou dat de andere mensen als ze … Ik zie mijnheer Kleinpaste wil wat zeggen, mijnheer Veldman, mijnheer Noldus.
Ik ga ervan … Mijnheer wringer. Ik ga ervan uit dat dat gewoon woordvoeringen zijn, tenminste, hè, even een reactie op het initiatiefvoorstel. Mevrouw Van den Bergh heeft een vraag aan het CDA. Ik wil toch vragen aan eenieder om u een klein beetje te beperken. Om elf uur stoppen wij namelijk. Dus mevrouw Van den Bergh, ook u mag het kort houden. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, zal ik zeker doen. Ik had een korte vraag: wanneer moet je dan als raad precies geraadpleegd worden? Of in ieder geval een standpunt geven over de plannen? Wanneer krijgen we dat nu te laat? Want ik zou dat
33
toch nog graag wat concreter. Want je kunt als raad van alles beslissen. Ik wil weten: wat zijn dan de kardinale momenten? De heer Oostenrijk: Nou, voorzitter, het is eigenlijk vrij duidelijk: als een bouwplan, een bouwlocatie zich aanbiedt voor ontwikkeling, dan vind ik dat de raad daar iets van mag vinden in de zin van kaderstelling. Daar kan je over discussiëren op welk niveau het is, maar als het gaat om woningbouwplannen, dan vind ik dat de raad moet weten bij het begin van het traject van wat de bedoeling is van de bouwontwikkelaar, wie dat dan ook mag zijn. Dat kan een woningcorporatie zijn, dat kunnen andere partijen zijn, maar dat daarover geen misverstand is, zodat je in het verdere verloop van het proces het daar niet over hoeft te hebben. Dat is eigenlijk het kardinale punt: helderheid bij het vertrek. De voorzitter: Oké. Even kijken. Mijnheer Kleinpaste, een reactie op het voorstel. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. Helderheid bij het vertrek, zegt mijn collega Oostenrijk van het CDA. Natuurlijk heel graag helderheid bij het vertrek, en de raad is daarin ook altijd aan zet. Gewoon Dordt heeft een aantal keren aangegeven dat wij best zorgen hebben bij a) de implementatie van de Omgevingswet, b) de participatie van inwoners in de stad en c) ook bij de kwaliteit, laten we daar ook eerlijk over zijn, van de bestemmingsplannen die er liggen.
Wij hebben bijvoorbeeld onze zorgen uitgesproken over de stedenbouwkundige bepalingen die belangrijk zijn rond de stad om ook de beeldkwaliteit overeind te houden of in ieder geval goed geborgd zijn. Daar hebben we nog steeds twijfel over. Ik twijfel ook wel, Gewoon Dordt twijfelt ook wel over het initiatiefvoorstel van de Socialistische Partij oplost waar onze twijfels zitten en oplost wat er niet heel goed gaat in de situatie die er nu is. Wij zouden veel liever eerst focussen op die Omgevingswet nog beter implementeren dan we nu met een aantal tussenstappen geneigd zijn te doen, dus daar goed naar kijken. We vragen aan de heer ’t Lam dus ook in hoeverre dit initiatiefvoorstel heel erg die Omgevingswet ook omarmt. En verder zorgen dat we met elkaar ook de kwaliteit van die bestemmingsplannen nadrukkelijk kunnen verbeteren en echt op dat vlak aan de voorkant inderdaad meer in positie brengen. Dus dat zijn eigenlijk de reacties heel kort door de bocht en zo snel mogelijk geformuleerd die we vanuit Gewoon Dordt kunnen geven. We twijfelen er dus echt aan of dit initiatiefvoorstel de oplossing biedt op de problemen die we wel degelijk zien. Daarbij wil ik dan ook opgemerkt hebben dat onze anarchie voor projectontwikkelaars iets minder groot is. Die doen ook heel veel goede dingen, dus we moeten ook niet het kind met het badwater weggooien op dat punt. De voorzitter: Oké.
Ik wil uw lange reactie niet horen, mijnheer Kleinpaste. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, veel dank. Ik ben het op hoofdlijnen behoorlijk eens met de heer Kleinpaste, maar ik wil daar toch nog iets aan toevoegen wat misschien ons ook uit deze situatie helpt. Omdat ik snap de wens van de SP, want ik heb soms ook wel het idee: nou, hadden we hier nou aan de voorkant toch niet eerst nog eens wat beter naar moeten kijken? Aan de andere kant snap ik ook de reactie van het college. Je moet wendbaarheid hebben, omdat nou eenmaal niet elk project zich aan dat specifieke stappenplan houdt. Dus mijn idee zou eigenlijk zijn om bijvoorbeeld met een aantal leden van de commissie Fysiek dan wel die van ons een aantal concrete voorbeelden uit de afgelopen twee jaar bij de kop te pakken, dat te analyseren en na te gaan: wat liep daar
34
nou goed en wat liep daar nou fout? En levert dat concrete aanbevelingen of wensen op die we in onze procesgang anders zouden moeten doen? Daar zou dan een nieuwe raad zijn voordeel mee kunnen doen, want die moeten uiteindelijk zelf ook maar beslissen hoe ze dit natuurlijk verder willen brengen, met het risico dat er mensen zitten met weinig ervaring, maar daar kunnen wij dan een handje bij helpen. Dus, voorzitter, het is niet echt een vraag aan het college of aan de Socialistische Partij, maar het is misschien wel recht doen aan eigenlijk beide. Dat zou mijn inbreng zijn. De voorzitter: Oké. Volgens mij is dat een heel aardig voorstel. De vraag is dus ook aan u allen of u of in de chat of als u vervolgens aan de beurt bent daar ook gelijk een reactie op wil geven. Dat gaat als eerste doen mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter. Dank u wel. Allereerst dank aan de SP. Dat is denk ik gepast als partijen een initiatiefvoorstel nemen en zeker als dat een initiatiefvoorstel is wat een bijdrage aan het realiseren van waar we het eerder deze avond over gehad hebben met elkaar en die woningbouwambitie die we met elkaar hebben.
Tegelijkertijd, als we het voorstel lezen en ook de reactie van het college, rijst bij ons toch wel de vraag: welk probleem lossen we hier nu in de kern op? Is dat vooral dan een makkelijker en transparanter proces voor de raad? Want als wij er naar kijken en we kijken naar wat de impact is voor ontwikkelingen en bouwprojecten, dan denken we toch vooral dat daar mogelijk een hoop ontwikkelingen in de vertraging komen en op slot zetten en dat we daarmee onbedoeld, zeg ik daar gelijk bij, mogelijk onze eigen rol en ambitie juist meer buiten spel zetten. Ik denk wat in de reactie van het college duidelijk naar voren komt, is dat uiteindelijk zoveel scenario’s ook denkbaar zijn dat er geen soort eenduidig proces is, geen eenheidsworst is in hoe een ontwikkeling tot stand komt. Daar zien we wel het voorstel van de SP wat te eng geformuleerd in. Daarbij ook, voorzitter, ja, alsof je een auto gaat kopen en in plaats van dat je langs de verschillende showrooms en het internet gaat om te kijken wat er te koop is zelf een auto gaat tekenen, de inspectie gaat invullen om er vervolgens achter te komen dat die betreffende auto helemaal niet te koop is. Nou, we zijn een beetje bang om dat met het proces zoals het voorgesteld wordt door de Socialistische Partij dat we daar onszelf ernstig tekort in doen en de ontwikkeling te veel op slot zetten.
Dan nog een laatste punt, en dat haakt een beetje in op wat de heer Veldman voor mij zijn: we hebben nog een keer die RIB die er ook bij zat van 21 september gelezen en die lezen wij als zeer positief. Het is wat ons betreft de moeite waard om voor de volgende raad in een overdrachtsdossier te stoppen en met die opmerking juist denken we dat als aanvulling op wat de heer Veldman zojuist heeft voorgesteld. De voorzitter: Oké, bedankt. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Ja. Dank, voorzitter. Het is wel grappig dat verschillende partijen eigenlijk tot dezelfde conclusie komen. Wij vroegen ook af wat dit initiatiefvoorstel het voordeel heeft ten opzichte van het huidige proces om te bereiken voor meer woningen te bouwen. Ook ten opzichte van een nieuwe Omgevingswet moet het wel aantrekkelijk blijven voor ontwikkelaars om in Dordrecht te willen bouwen. Daarbij willen we voorkomen dat er meer vertraging, meer discussie en inflexibiliteit optreedt. Natuurlijk moeten bouwprojecten openbaar en transparant worden aanbesteed en omwonenden in een vroeg stadium bij betrokken worden, dat staat natuurlijk buiten kuif, dus dat sluit wel aan bij wat de heer Kleinpaste en heer Noldus net al aangaven. Verder, ja, kunnen
35
we ons ook vinden in de analyse van de heer Veldman hoe die het zich voorstelt: wat is dan wel goed gegaan in de laatste bouwprojecten? Daar wou ik het even bij laten, voorzitter. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan zie ik vanuit de commissie op dit moment geen … Ik zie ook geen handje, dus dan gaan we even naar de wethouder. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Ik had wat verbindingsproblemen, dus ik heb niet al het geluid gehoord, maar ik denk wel de essentie meegekregen. Volgens mij was er één concrete vraag over de middenzone. Nou, daarvan kan ik u mededelen dat we vandaag door de Raad van State in gelijk zijn gesteld. Er werd een opmerking gemaakt over de wijze waarop we met woningbouwcorporaties in principe kunnen samenwerking. De raad heeft ook bij de begroting al een motie aangenomen waarin werd opgeroepen om een taskforce op te zetten. Nou, dat hebben we zeer recent met de corporaties afgesproken dat we op die manier met elkaar gaan samenwerken zodat de lijnen korter zijn en we daar ook sneller kunnen schakelen. Ja, dan verder niet heel veel toe te voegen aan hetgeen al heel goed in de RIB, in mijn ogen, in september is aangegeven. De besluitvormende stappen die je hebt waarbij je als raad van visie tot programma naar bestemmingsplan, de financiële kaders via GREX, et cetera, al de kaderstellende stappen doorloopt.
Nou ja, die een goede plek hebben gekregen en daarin je vooral moet waken dat je niet te veel, nou ja, in de vertraging gaat zitten, je flexibiliteit verliest en bovendien ook de marktkennis ook nog wel ruimte geeft om invulling te geven aan, ja, de kwaliteit van je bouwprogramma, want dat heb ik ook gezien in het bouwprogramma van Amstelwijk: als je daar gewoon aan de voorkant heel helder een aantal kaders durft te stellen op, nou ja, de maatschappelijke doelstellingen die je wil bereiken, dan zie je dat daar vervolgens vanuit de marktkennis die er is hele mooie innovaties tot stand kunnen komen waarmee je die doelen veel beter weet te bereiken. Dus dat zou mijn oproep vooral zijn: durf daarin ook gewoon veel meer, ja, op je maatschappelijke waardes te sturen in plaats van te veel op de millimeter te willen gaan meesturen, want dan, nou ja, krijg je uiteindelijk én vertraging én vaak niet de kwaliteit die je juist beoogt. Dus verder eigenlijk niets toe te voegen aan het negatieve advies wat we ook al op papier hadden gezet met betrekking tot dit initiatiefvoorstel. De voorzitter: Oké. Mijnheer ’t Lam, alles gehoord hebbende. De heer ’t Lam: Voorzitter, dank aan de collega’s en de wethouder voor de reactie. Ik zal kort op een paar dingen ingaan.
Mijnheer Oostenrijk die gaf vooral aan dat het belangrijk is dat de kaders bekend moeten zijn en dat je daar niet aan het einde weer opnieuw over gaat praten. Volgens mij is het initiatiefvoorstel daar heel helder in, want bij punt 1 zeggen we: we beginnen met een raadsinformatiebrief waarin de kaders dus worden medegedeeld door het college aan de raad: het aantal te bouwen woningen, welke doelgroepen, alle … Ik heb ze niet expliciet opgenoemd, maar alle kaders die je in een plan wil verwerken, kan je daarin regelen op dat moment. Mijnheer Kleinpaste die gaat vooral in op de kwaliteit van de plannen. Nou is dit een procesvoorstel, dus daar gaan we niks over schrijven, over kwaliteit van plannen. Die moeten natuurlijk goed zijn, maar dat kan geen onderdeel zijn van een proces wanneer we wat behandelen en in welke volgorde. Dan had mevrouw Van den Bergh het over de situatie die ik als voorbeeld noemde bij het Gezondheidspark: ja, dat was een voorbeeld. Dus ik wilde niet inhoudelijk op dat punt ingaan, maar het gaat dus om het proces en in een proces kan
36
de raad ook weleens iets anders willen en dan moet je weer terug naar waar dat je weer moet starten, omdat het proces gestagneerd heeft. Dat geldt ook als het college een stap terug doet, omdat er iets anders moet. Dan … De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk die wil u even wat vragen. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. De heer ’t Lam heeft een aantal opmerkingen kunnen lezen vermeld in de chat rond de suggestie van de heer Veldman. Wat vindt hij hiervan? En is hij bereid om zijn initiatiefvoorstel daar in te betrekken? Want in zo’n evaluatie van een aantal voorbeeldplannen kan je denk ik in gezamenlijkheid tot een aantal aanbevelingen komen. De heer ’t Lam: Voorzitter, ik was bezig iedereen te beantwoorden en ik was nog niet aangekomen bij mijnheer Veldman, dus laat ik die dan maar gelijk bij de kop pakken. Ik denk dat het goed is dat ik het initiatiefvoorstel terugkoppel in de fractie met de suggestie van mijnheer Veldman waarbij een aantal mensen eens kijken wat er met diverse plannen de laatste jaren, het laatste jaar is gebeurd en we kijken of we dan met elkaar, want ik heb het idee dat ik niet massaal steun krijg als we het zo naar de raad sturen, dat we dan kijken of we daar toch als raadsfracties met elkaar een verbeterslag kunnen maken.
Wat ik een beetje gemist heb in de reacties is ons kernprobleem: dat we toch als raad vrij strak in sommige gevallen richtlijnen meekrijgen van het college op basis van afspraken die zij al met ontwikkelaars hebben gemaakt. De wethouder zegt: ja, de markt die biedt kwaliteit. Ik heb in mijn inleiding ook gezegd dat wij niet willen dat het college geen gebruik maakt van kennis van anderen, maar als je de marktpartij die gaat bouwen expliciet laat aangeven wat de raad vervolgens in een bestemmingsplan moet opnemen, ja, in hoeverre ben je dan zonder last en ruggenspraak bezig en in hoeverre bepaalt de marktpartij dan op basis van bedrijfseconomische gegevens wat er gebouwd wordt, of doen ze dat op basis van goed voor de stad waar de raad voor staat? Maar ter afsluiting: ik denk dat het het handigste is dat ik het mee terugneem naar de fractie en dat wij laten horen, en dan hoeft het nog niet naar de komende raad voor een vervolgstap, als het nog naar de raad moet, maar hoe dat we kijken aan de hand van het voorstel van mijnheer Veldman om een groepje te vormen die ermee aan de slag gaat. De voorzitter: Ja. Mijnheer ’t Lam, daar heb ik dan nog wel even een vraag over. U neemt het mee terug naar de fractie, dat begrijp ik. Daar brengt u ook het idee in, als ik het concludeer, van mijnheer Veldman.