CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 20221122 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 1 - vastgesteld.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 22 november 2022, gemeente Dordrecht29.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG, D.D. 22 november 2022 Vergaderkamer 1 2. Vragenhalfuur

Voorzitter: dhr. Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Portier (SP) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Van Dam-Timmers (CDA)

De voorzitter: Beste mensen, als iedereen plaats wil gaan nemen en stil wit zijn dan starten we dit vragenhalfuurtje. En als het geluid uit mag. Zou u misschien het geluid uit willen doen? Ja, dank u wel. Welkom allemaal bij het vragenhalfuurtje van de Dordtse gemeenteraad op de Dordtse dinsdag 22 november. Er zijn vanavond vier vragen en ik ga gelijk naar de ... Vijf. Vier onderwerpen, sorry, ja, vier onderwerpen, vijf vragen. En ik start met de vraag van GroenLinks en de VSP, zie ik staan. Wie van de twee partijen ... De heer Uysal gaat de vraag toelichten? Gaat uw gang. De heer Uysal: Ja, dank voorzitter. We hebben een molen, voorzitter, in Dordrecht en ik ga ervan uit dat we hier in deze zaal meteen weten over welke molen ik het heb, want we hebben er nog nnaar eentje. En dat betekent dat we daar extra zorgvuldig mee moeten omgaan en dat is ook precies wat vrijwilligers van de Stichting Molen Kyck over den Dyck ook doen. Met meer dan vijftig vrijwilligers zorgen zij er letterlijk en figuurlijk voor dat deze molen draaiende wordt gehouden. En dat doen ze al ruim 25 jaar lang en daarbij komt wel eens kijken dat deze molen zo nu en dan gerestaureerd moet worden en dat was twee jaar geleden ook het geval en toen is het de molenstichting gelukt om zonder bijdrage van de gemeente de wieken te herstellen.

En nu zijn de herstelwerkzaannheden lets groter van aard en dat betekent ook dat de financien lets ruimer zijn. En nou, het Rijk en de provincie hebben al een bijdrage gedaan van anderhalf miljoen, ruinn anderhalf ton, sorry geen nniljoen, dus ja, in dat kader zou ik bijna willen zeggen: gemeente of college, zorg ervoor dat jullie ook een bijdrage doen om deze molen in stand te houden. En vandaar dus twee vragen. Hoe kijkt het college naar het belang van deze enige overgebleven Dordtse molen voor de stad? En welke nnogelijkheden ziet het college om het voortbestaan van de molen te waarborgen? De voorzitter: Dank u wel. Wil de VSP daar nog lets aan toevoegen?

1

Mevrouw Stolk: Nee hoor voorzitter, we hebben dit samen voorbereid en de heer Uysal heeft het prima verwoord. De voorzitter: Hartstikke goed, dan ga ik naar het college. Ik denk de heer Heijkoop? Ja, oh nee, de heer Van der Linden, ook goed. De heer Van der Linden: Het zou misschien best een aardige suggestie zijn. De voorzitter: Nou, ik zit er nog heel vaak naast, he? De heer Van der Linden: Ja nee, het is bijna goed. Ja, nou, de wethouder financien gaat er ook een beetje over nnisschien. Nee, dank, dank voor de vraag. Nou, helder dat de eerste vraag natuurlijk ook wel een beetje een makkelijke is: hoe kijken we naar het belang van deze enig overgebleven Dordtse molen? Ja, het is natuurlijk een beeldbepalend monument in de stad en dat, het in stand houden daarvan heeft natuurlijk groot belang. We zijn in gesprek met het bestuur van de nnolen en we denken mee over hoe we, nou, met welke instellingen nog meer contact kan worden gelegd en voor rijksmonunnenten en daar gaat het hier over zijn daarvoor geeigende subsidies beschikbaar. Vorig jaar is ook al een bijdrage gevraagd van de gemeente en die bleek uiteindelijk niet nodig te zijn.

Dus we hebben nu wel het gesprek, weten nog niet precies wat dan nodig is en als het echt nodig is kunnen we natuurlijk dat gesprek verdiepen met, nou, met de concrete vraag: wat voor middelen zijn er nodig om het monument op een goede wijze in stand te houden? Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Mag ik daar nog een aanvullende vraag opstellen? Want volgens mu j is er zestienduizend euro toegekend aan Stichting Kyck over den Dyck. Dat is toen niet doorgegaan omdat zij zelf aan hebben gegeven: nou ja, weet je, we hebben het zelf voor elkaar kunnen krijgen om dat geld binnen te halen. Is het college bereid om daar ook nog een keer naar te kijken, naar die zestienduizend euro die toen niet uitgegeven is? De voorzitter: De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, nou ja, kijk, zo'n oplossing zou je altijd kunnen bedenken met elkaar, ik zou dan wel even precies willen bekijken onder welke voorwaarden we toen dat geld ter beschikking hebben gesteld. En het kan natuurlijk zijn dat u als raad daar ook een rol in heeft, dus dan moeten we even goed kijken naar de voorwaarden. Maar we zien het belang en we zijn in gesprek. Dat is voor nu even denk ik het antwoord. Ja? De voorzitter: Dank u we!. Als daarmee ... De heer Uysal daar nog kort?

2

De heer Uysal: Ja, nee, alleen een mededeling: op 15 december hebben we een molinar in de nnolen, dus ik zou bij deze alle raads- en commissieleden graag willen uitnodigen om daarbij aanwezig te zijn. De voorzitter: Nou, het is niet de bedoeling van dit vragenhalfuurtje, maar uw oproep is duidelijk. Ik Ja, anders gaat iedereen het doen, dat is natuurlijk niet de bedoeling, wel proberen een beetje strak te houden en iedereen moet ook ruinnte en tijd voor zijn vraag hebben. Ik ga naar de tweede en de derde vraag, die gaan beide over het nieuws dat DuPont, de fabriek en de fabricage van Delrin te koop heeft gezet. Als eerste Partij voor de Dieren, de heer Groenewege misschien, korte toelichting op de vraag. De heer Groenewege: Dank u wel. Ja, we zijn in Dordrecht gezegend met een aantal chemische of petrochemische fabrieken recht naast woonwijken, waarover de gehele raad zich in de handjes wrijft. DuPont is een petrochemische fabriek recht naast een woonwijk en ik weet dat de wethouder en het college allemaal naarstig op zoek is naar oplossingen om de nnilieukwaliteit in Dordrecht te verbeteren. En in dat kader kan je je afvragen of het wel wenselijk is om een petrochemische fabriek recht naast een woonwijk te hebben.

Nou lazen we gisteren in de krant dat DuPont haar Dordtse vestiging te koop heeft gezet, dus daarom mijn vraag aan het college of het college bereid is om de fabriek op te kopen om te voorkonnen dat er zich een ander chennisch bed rijf vestigt. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk, er is ook nog op ditzelfde onderwerp een vraag van het CDA en de heer Van Dam-Tinnmers die wil die vraag kort toelichten. Gaat uw gang. De heer Van Dam-Timmers: Ja, dank voorzitter. Ook in aansluiting op de vraag van Partij voor de Dieren hebben wij inderdaad het nieuwsbericht ook gezien dat de Delrinfabriek te koop staat, die op het terrein van Chemours ook staat. En we maken ons zorgen over deze ontwikkeling en de gevolgen daarvan voor onze gemeente, de omwonenden en ook de werknemers. En we hebben daarom een paar korte vragen. De voorzitter: Gaat u vooral door, ja.

De heer Van Dam-Timnners: Welke risico's ziet het college bij een eventueel vertrek van deze fabriek van DuPont uit Dordrecht? En valt daar onder deze risico's ook het risico op langdurige leegstand en dus ook verpaupering? Welke acties is het college voornennens hierop te ondernemen? En welke verplichtingen heeft het vertrekkende DuPont bij een vertrek zonder koper? Zitten er verplichtingen in tot het saneren van die gronden die daar zitten, of het saneren van die fabriek? En zo nee, hoe gaan we daar of hoe gaat het college daarmee om en welke acties zijn wij voornemens daarop te ondernemen? En ja, ook niet onbelangrijk, er werken daar ook 250 mensen. Wat, ja, is het college bereid te doen of wat zijn ze van plan te doen voor deze mensen? De voorzitter: Dank voor de toelichtingen. Ik ga naar het college. Wie nnag ik het woord geven? Ik durf geen nannen meer te noemen. Mevrouw De Jonge, gaat uw gang.

3

Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het klopt inderdaad dat DuPont haar activiteiten in Dordrecht al enige tijd te koop heeft staan. Nee, daar informeren zij het college niet actief over, dus wij weten niet precies wat hun strategie is, hoe ze het willen verkopen, dus waar wij op terug kunnen vallen is hoe het normaliter gaat is dat zij hun activiteiten te koop zetten en proberen een koper te vinden die alles inclusief alle lusten en lasten zal willen overnennen. En ja, wat het even gissen is natuurlijk, maar de veronderstelling in het college is wel dat zij de activiteiten in Dordrecht zullen overdragen aan degenen die ook gewoon in Dordrecht doorgaat met deze activiteiten. Want dat is wel wat regulier is in dit soort processen. Dus in dat scenario ervan uitgaande komt er geen leegstand, komt er ook geen verpaupering want de activiteiten worden door een rechtsopvolger overgenonnen en voortgezet. Hebben zij ook de plicht om de werknemers in dienst over te nemen, dus dan gaat gewoon de hele bedrijfsvoering gaat over. En wat daar vaak ook bij gebeurt maar ik nnoet zeggen, ja, eigenlijk moet DuPont zelf komen vertellen hoe ze het willen gaan doen want er zijn vele scenario's mogelijk, maar vaak gaan dan ook alle verplichtingen wat betreft grond en sanering gaan over naar de rechtsopvolger die dan onze partij is om aangesproken te worden.

Zo hebben wij het ook in onze dagvaarding en dat hebben we ook in de eerste zitting bevestiging van gekregen dat wij altijd goed hebben geformuleerd de huidige aanwezigen inclusief hun rechtsvoorgangers, die zijn verantwoordelijk en blijven verantwoordelijk voor wat daar is gebeurd. Ja, mocht het toch zo zijn dat het leeg komt te staan, dan blijft DuPont of degene die wel iets gekocht mocht hebben maar het elders gaat uitvoeren, blijft wel degene die die verantwoordelijkheid op zich heeft en dus aanspreekbaar is daarop. Ja, of het college bereid is om de fabriek te kopen, nou ja, volgens mu j is doorgaans niet de kernactiviteit van een gemeente. Maar uw raad is de baas, dus als u zegt: beste college, wij willen dat u op pad gaat om deze activiteiten te kopen, ja, dan horen wij dat graag van uw raad en dan zullen wij ons daarop gaan beraden. Maar ook dat zal waarschijnlijk in de onderhandeling niet anders zijn dat dan DuPont aan ons vraagt: ja, neenn je ook de werknemers over? Neenn je ook de verplichtingen over, anders is er geen deal. Maar goed, dat geef ik u mee. Dus dat is wat ik u kan vertellen over wat wij weten over wat DuPont op dit moment doet. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording: Ik zie de heer Van Dam-Tinnnners, dat hij daar nog ... Oh en de heer Groenewege ook. Gaat uw gang, kort, de heer Groenewege en dan de heer Timnners nog kort.

De heer Groenewege: De wethouder geeft een heel juridisch antwoord en ze heeft het duidelijk goed uitgezocht maar ze spreekt zich niet zo uit over de wenselijkheid van de aanwezigheid van een petrochennische fabriek recht naast een woonwijk en we hebben het er ook niet zo vaak over omdat Chennours met haar PFAS-uitstoot alle aandacht opeist. Maar wat vindt het college nou eigenlijk van de wenselijkheid van de aanwezigheid van die DuPont fabriek, die plasticsfabriek op die plek in Dordrecht? De voorzitter: De heer Van Dam-Tinnmers, ook nog een korte aanvulling op het eerdere antwoord van mevrouw De Jonge? De heer Van Dam-Timmers: Jazeker, dank voorzitter. Ja, mijn vraag zit hem meer op het fei... He, het is allemaal voornemens om het over te dragen en het andere doorgaan,

4

maar mijn vraag is: als dat niet gebeurt, welke positie hebben wij als gemeente dan om ook te zeggen van, he, dan nnoet je ook daar saneren, dan moet je het ook opruimen. Hebben we die of staan we dan eigenlijk uiteindelijk gewoon met lege handen? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jong: la dank u wel. Gelijk even op het laatste in te gaan, nee, dan hebben wij zeker alle middelen die horen bij het verlaten van een ondernemingssite, om het zo maar te zeggen, zij zijn verplicht om dat schoon op te leveren. Dus tot in einde van dagen als er nog een DuPont bestaat, als er geen koper is geweest blijven zij verantwoordelijk. Als het verpaupert zijn ze minstens verplicht om het veilig te houden en als ze gaan ontmantelen, ja, dan hoort daar ook het saneren van het terrein bij. Pas dan kunnen ze schoon zeg maar het terrein achterlaten. De vraag van de heer Groenewege, kijk, ja, wat is wenselijk onwenselijk? Ze zitten daar en ze zijn vergund en ze worden gecontroleerd en ze voldoen aan alle eisen die er worden gesteld vanuit de zeer gevaarlijke stoffen en alles wat daarbij komt kijken. Ja weet je, is het realistisch om nu een discussie te houden of we het wenselijk vinden of onwenselijk vinden als je geen handelingskader hebt daarna om er ook iets mee te kunnen.

Dat vind ik het lastige want u heeft gelijk: ja en als ik met hen spreek is het wij zaten hier eerst en de woningen zijn er later bijgekonnen. Nou, ik zei: laten we daar geen discussie over hebben, laten we dan in ieder geval kijken van wat daar zit, dat dat veilig is en dat het in ieder geval binnen de risico's die ze hebben wel haalbaar is. Dat De voorzitter: Dank voor de toelichting. Ik denk voldoende voor dit moment. Op een later moment komt die discussie vast nog wel een keer aan de orde. Het volgende onderwerp is het onderwerp over het transport van PFAS-afval van Chemours. De heer Kuhlmann van de VVD, u wil de vraag toelichten, ga uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel voorzitter. Op 31 oktober bracht de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie voor Verkeer en Waterstaat het persbericht naar buiten: afvaltransporten met PFAS naar Belgie voorlopig niet meer nnogelijk. Nou, dat heeft de nodige onrust veroorzaakt in onze stad, we hebben het er hier in het vragenuur over gehad, in de studio bij Studio De Witt. Maar afgelopen donderdag bracht RIV Dordrecht het nieuws naar buiten dat er op dit moment nog geen transportverbod van kracht is voor dat PFAS-afval naar de afvalverwerker. Het voorgenonnen besluit van de inspectie was kennelijk nog niet in werking getreden en die vrachtauto's met dat afval, die rijden nog steeds naar Antwerpen.

Dus daarom de vraag: weet de wethouder per wanneer het transportverbod wel in werking treedt en hoe duidt het college de onduidelijkheid die, waar we toch een tijd nnee hebben gezeten in deze stad. De voorzitter: Dank voor de toelichting op de vraag. Wie van het college mag ik het woord geven? Mevrouw De Jonge, ga uw gang. Mevrouw De Jonge: Ja, ik ga nog even door. Toevallig was ik gisteren samen met de wethouder van de noordelijke gemeenten zeg maar die te nnaken hebben met Chemours waren we op bestuurlijk overleg ook met Chemours en heb ik dit ook gelijk even kunnen

5

navragen: hoe zit het nu? Wat wordt er hier nu opgeslagen en hoe moeten we duiden dat er nog steeds afval toch vervoerd wordt? Zoals het proces is gegaan, ILT heeft inderdaad haar voornemen bekend gemaakt op de betreffende maandag. Daar hoort een procedure bij dat zowel Indaver als ook Chemours het recht hebben om een zienswijze op dat besluit te doen. Beiden hebben daar gebruik van gemaakt is nnij meegedeeld en dat zou binnen nu en anderhalve week zeg ik even uit mijn hoofd dat mij gister werd verteld neennt ILT haar definitieve besluit over het al dan niet intrekken van de transportvergunning. Dus tot die tijd nnogen zij nog steeds het afval naar Indaver brengen en was er ook naast het tijdelijke opslaan voordat het vervoerd wordt is er geen andere opslag nu op het terrein in Dordrecht.

De voorzitter: Dank voor het antwoord. Ik zie dat de heer Kuhlmann nog een korte vervolgvraag heeft? De heer Kuhlmann: Nou, nog even, ik ben benieuwd naar het antwoord op de tweede vraag die ik stelde, namelijk: hoe duidt u zeg maar de onduidelijkheid die er geweest is? Want wij waren hier een paar weken terug toch allemaal in de veronderstelling dat dat verbod al was ingegaan. En niet om nu met vingers naar elkaar te wijzen, maar het is toch een vervelende positie dat we niet goed op de hoogte zijn. Dus hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: la dank u. Ja, dat is inderdaad vervelend en dat is ook vanuit ILT is daar verder niet over gecommuniceerd. Zij hebben eigenlijk eerst helemaal bijna niets gecommuniceerd, het was eigenlijk dat we zelf er achteraan nnoesten gaan. En het is eigenlijk steeds geweest dat wij steeds elke keer of de DCMR moesten vragen, nou ja, en onndat ik gisteren bij Chemours was dacht ik, nou ja, mijn kans om eventjes de eerste betrokkenen te bevragen: hoe zit het nu precies in elkaar? En dan krijg je dit verhaal te horen inderdaad, dus het is voor ons vind ik best wet lastig dat wij ook steeds achter infornnatie aan moeten gaan. En dit kaarten wij ook aan: praat nou gewoon met ons ook als er iets is wat in onze gemeente plaatsvindt.

Dat horen ze, maar op dit moment zien wij inderdaad nog niet dat er een actie op is dat ze zelf proactief informeren. Dus wij houden de lijntjes kort, zowel met DCMR als met ILT. En ja, met gister met Chemours ook wel over gehad: konnen jullie ook gewoon met duidelijke communicatie, want dat verdienen gewoon onze inwoners ook. De voorzitter: Duidelijk denk ik. De heer Kuhlmann, ja? Dan gaan we naar het laatste onderwerp, een hele andere vraag, een vraag over het Wintercircus. De heer Portier van de SP, korte toelichting? De heer Portier: Ja, ook namens de VSP trouwens, de vraag. De voorzitter: Sorry, ja. De heer Portier: Er zijn heel veel evenementen niet doorgegaan tijdens corona maar er zijn nu ook evenementen die definitief dreigen te verdwijnen. Het voortbestaan van het

6

Wintercircus in Dordrecht hangt aan een zijden draadje. Traditie waar door heel veel Dordtenaren veel waarde aan wordt gehecht, he, maar die nu moeite heeft om de kosten die gemaakt moeten worden voor het circus voor te financieren. Denk aan huur, opbouw van de circustent, contracteren, et cetera. De genneente zou, zoals met veel bedrijven gebeurt en evenementen, de helpende hand toe kunnen schieten. Een subsidie van vijfduizend euro is een druppel op de gloeiende plaat. Ondertussen worden vele andere evenementen wel ruimhartig ondersteund, waarbij we dan vaak spreken over jaarlijks terugkerende kosten in plaats van over een eenmalig steuntje in de rug. Vraag: is het college van B&W bereid en in staat het Wintercircus Royal op zeer korte termijn de helpende hand toe te steken zodat deze traditie die in brede lagen van de bevolking aanspreekt niet verloren zal gaan?

De voorzitter: Dank u wel. Nou, er is een wethouder die volgens mij een sprintje heeft genonnen om hier op tijd te zijn. De heer Portier: `...' De voorzitter: Die gaat nu even landen en de vraag is bij u bekend, want die heeft u at gekregen. Kunt u erop reageren? De heer Burggraaf: Jazeker voorzitter. Het Wintercircus, ja, we hebben in oktober al contact gehad met de organisatie en ze toen gewezen op het bestaan van de evenementensubsidie met verschillende categorieen daarbinnen. We hebben 17 november ook een, ja, een aanvraag per brief ontvangen en vandaag is er een reactiebrief uitgegaan, die zullen we ook nog even met de raad delen gegeven de vragen die er zijn, waarin we de aanvrager, het Wintercircus, wijzen op het feit dat hun evenement een bovenregionale publiek trekt en daarmee onder categorie A valt. Dat is een subsidie tot nnaximaal 20.000 euro en dat ze daarvoor wel diverse gegevens moeten aanleveren en dat ze eigenlijk al te laat zijn, want die subsidie, die heeft een, ja, een indieningstermijn die volgens mu j op 1 oktober ligt. Maar gegeven het feit dat het vergunningstraject kort voor de zomer natuurlijk wat langer heeft geduurd, heeft het college de hardheidsclausule toegepast dus in ieder geval de organisatie nneer tijd gegeven om de aanvraag te complementeren en in te dienen.

Dat moeten ze dan op hele korte termijn doen en dan is het voor ons mogelijk om uiterlijk 15 december een besluit daarop te nennen. Maar goed, daar moeten ze dus wel eerst wat gegevens voor verzannelen en inleveren en dan kunnen we op basis daarvan beoordelen of ze in aanmerking konnen voor een subsidie en zo ja, voor hoeveel dat dan zal zijn. Maar zoals ik al zei, dat zal, nou ja, categorie A zijn, dus een maximunnsubsidie van 20.000 euro. En verder heeft uw raad het corona crisis- en herstelfonds vastgesteld en daar is voor evenementen in het heropstartjaar voor evenementen, dat is dit jaar, voor exceptionele kostenstijgingen heeft natuurlijk gezegd: nou, daar kan een tegemoetkoming voor komen dus dat zou dan een ander deel nog kunnen zijn langs de at waar we het kunnen leggen. Maar nogmaals: dan moet eerst het Wintercircus zelf hun papieren voor de aanvraag op orde maken en snel naar ons toesturen, want dan kunnen we ook de toetsing daarvan doen. De voorzitter: De heer Porter. Gaat uw gang. Kort nog een na?

7

De heer Portier: Nou, ik zie dat er in ieder geval naar bepaalde mogelijkheden is gezocht. Ik hoop dat dit voldoende gaat zijn en het is natuurlijk ook zo dat de tijd wel aan het dringen is, dus ik wil de wethouder in ieder geval oproepen om, nou ja, zo snel nnogelijk inderdaad te zorgen dat er duidelijkheid komt want ik denk dat dat wel geboden is. De voorzitter: Dank u wel. Ik hoor niet echt een nieuwe vraag meer en volgens mu j heeft de wethouder ook aangegeven dat van beide kanten, ook vanuit de kant van het circus, er nog wat dingen aangeleverd moeten worden. Ik zie de heer De Boer, heeft u een aanvullende vraag? De heer De Boer: Kleine aanvulling, ik denk dat iedereen het progrannma kent inmiddels van het Wintercircus, maar die start op 22 december. Dus dat is wel kort dag voor de 15e. Dat meegeven. De voorzitter: Ja, dank u wel. Nou ja, dit waren de vragen voor vandaag, ik sluit dit vragenhalfuurtje. Prettige vergaderavond allennaal.

3. Presentatie n.a.v. Raadsinformatiebrief Aanbesteding Sociaal Wijkteam, Buurtwerk en Jongerenwerk 2023-2026 Voorzitter: mevr. Boom-Vos Raadsgriffier: nnevr. Van Poppet Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boersnna (CU/SGP) Dhr. Boone (Beter voor Dordt) Dhr. De Heer (CU/SGP Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Den Dulk (PVV) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kwaak Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Simon -van Waardhuizen (Beter Voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Vol -van der Hoist (Partij voor de Dieren) Dhr. Snoeren (Dordrecht Sociaal) Dhr. Van der Vlies (Dordrecht Sociaal) Mevr. Verkade (annbtelijke organisatie)

8

Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop

De voorzitter: Welkom allemaal, mensen thuis, op de tribune, raadsleden, commissieleden en wethouder Van Benschop namens het college. Voor het verslag vraag ik eerst de raadsleden en commissieleden am zich kort voor te stellen. Nou, dan begin ik hier rechts van mu.

Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. Mevrouw Verkade: Dorrit Verkade, ambtelijke organisatie. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie SGP. De heer Boersma: Jan Willem Boersma, ChristenUnie SGP. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Kwaak: Peter Kwaak, Dordtse VVD. De heer Tutupolv: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA Dordrecht. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. Mevrouw Vol -van der Hoist: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer De Vries: Andre de Vries, VSP. Mevrouw Simon -van Waardhuizen: Claudia Simon -van Waardhuizen, BvD.

De heer Boone: Dave Boone, Beter voor Dordt. De heer Snoeren: Peter Snoeren, Dordrecht Sociaal. De heer Van der Vlies: Michiel van der Vlies, ook van Dordrecht Sociaal. Mevrouw van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. De heer Den Dulk: Antony den Dulk, Partij voor de Vrijheid.

9

De heer Schalken-den Hartoci: David Schalken, Beter voor Dordt. De voorzitter: Dank u wel daar, op de tweede rij. Zoals jullie hoorden hebben we due gasten vandaag, die heet ik hierbij van harte welkom. Mevrouw Verkade is strategisch beleidsadviseur bij de gemeente Dordrecht, die gaat dadelijk het woord nemen en uitleg geven en daarna zijn de heren Van der Vlies en de heer Snoeren zullen nog wat verdere uitleg geven op de opdracht. Het doel van vandaag is beeldvormend. Het college heeft het raadsinformatiebesluit aanbesteding sociaal wijkteam buurtwerk en jongerenwerk aangeboden aan de raad en daar is voor verzocht om daar wat voortgang over te informeren. Ons doel van deze commissievergadering is kort stil te staan bij het waarom en het wat van deze aanbesteding en de presentatie van de beoogde opdrachtnemer over het hoe en de invulling van de opdracht te verkrijgen. Ik zie naast mu j de wethouder naar de nnicrofoon grijpen. Nou, geef ik eerst het woord aan jou en daarna mevrouw Verkade. Mevrouw Van Benschop: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, u zei net nog de beoogd opdrachtnenner maar we kunnen in ieder geval in deze commissie al meedelen dat we gister de definitieve gunning hebben gedaan aan Dordrecht Sociaal waarbij we dus de aanbesteding van het sociaal wijkteam, het buurtwerk en jongerenwerk in een pakket hebben genomen.

Dus het is ook een hele feestelijke boodschap denk ik, dat dit gelukt is. En dan laat ik de presentatie nu verder over aan Dorrit. De voorzitter: Momentje alstublieft, er komt al een vraag binnen van de heer Kwaak. De heer Kwaak: Dank u voorzitter. Kunnen we tussendoor vragen stellen of wachten we de vragen op het laatst af? De voorzitter: Ik kijk even naar mevrouw Verkade, want meestal is het aan het einde, maar daar mag u de voorkeur aan geven. Mevrouw Verkade: Ja, ik vind het altijd wel leuk als het tussendoor komt, het enige is wel dat ik, ik heb tien minuten en de heren hebben er twintig en het zou wel mooi zijn als we ons verhaal kunnen doen. Dus een vraagje tussendoor vind ik eigenlijk wel leuk, zeker als het verhelderend is, omdat er deels raadsleden zitten die wat meer zijn ingevoerd in het verleden van het wijkteam en jongerenwerk en buurtwerk dus verhelderende vraag is misschien juist wel fijn. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Verkade: Nou, dan ga ik gelijk erop klikken. Ja. Nou, goedenavond. Dorrit Verkade, strategisch beleidsmedewerker en een van de annbtenaren, want er zitten er nog een paar op de achterste rij, die gewerkt hebben aan de aanbesteding vanuit de gemeente. En het is ook druk op de achterste rij met medewerkers van Dordrecht Sociaal. En inderdaad, dat komt onndat er gister gegund is en het vers van de pers is en het raakt ook gewoon veel mensen.

Het raakt alle medewerkers van het sociaal wijkteam, van jongerenwerk, van buurtwerk. Een spannende tijd geweest en ook gewoon drukte dit jaar om dit rond te krijgen. Even voor uw beeld: Dordrecht heeft dit

10

samen met Zwijndrecht opgepakt in de regio en wij hebben als enige dit gedaan voor volgend jaar. En andere genneenten volgen ons nu ook dus dan weet u een beetje van dat het nogal wat is geweest maar dat het dus wel nu gelukt is. Het doel was dus om volgend jaar met elkaar een constructie te hebben voor de taak van het sociaal wijkteam de taken van het buurtwerk en de taak van het jongerenwerk met grote nadruk op meer preventie en vroeg signalering. We merkten in de afgelopen tijd dat vooral de nadruk ging bij het wijkteam naar de complexere gezinnen. Het werd steeds drukker, meer complexere materie en ze trokken wat meer naar binnen en waarvan oorsprong ook wat meer de preventie de taak was van het wijkteam. Nou, preventie hebben we ook grotendeels weggezet bij jongerenwerk en buurtwerk en we wilden dat dat efficienter in samenwerking, in ketens, in de stad, meer passend bij de vindplaatsen van Dordrecht weggezet zou worden. Daarnaast ging het om integraliteit. Nou, dan ga ik een klein beetje terug ook voor raadsleden die misschien wat minder geschiedenis hebben. We begonnen in 2015 met het wijkteam met meerdere moederorganisaties, dus vanuit meerdere organisaties werden medewerkers in het wijkteam gezet, het volwassen stuk.

Daarnaast hadden we een jeugdteann, dat was weer een andere organisatie en die was, die, ja, die bewoog zich achter dat wijkteam en daarnaast hadden we dus nog opdrachten voor buurtwerk en jongerenwerk waar we allemaal apart op stuurden. Nou, in de afgelopen jaren hebben we gelukkig niet stil gezeten dus langzaam, stapje voor stapje, werd dat meer integraal, zeker in het wijkteam, maar pas sinds vorig jaar hebben wij direct sturing vanuit Dordrecht op het jeugdteann, daarvoor was dat via de serviceorganisatie. Dus ook qua sturing en qua inhoudelijke opdrachten zijn we nogal wat gaan trechteren. Tot dus volgend jaar waarin we integraal sturen op de opdracht van het sociaal wijkteam, buurtwerk en jongerenwerk. Waarin dus kansen liggen in een doorgaande lijn van signaleren op vindplaatsen tot aan het doorverwijzen naar de zwaarste zorg. Dus dan heb je een behoorlijke sturing als genneente Dordrecht te pakken als eerste. Dat was een voile mond. We hebben u bijgepraat in februari voor wat we gingen doen en we hebben u bijgepraat in september voor de tussenstand en eigenlijk zijn we, die is natuurlijk wat later geagendeerd, eigenlijk zijn we al heel snel nu weer terug met de gunning. Dus dat is even het rondmaken. Even kijken of ik iets ben vergeten. Nee, gaan we door? Ja, hier nog even kort op een sheet het waarom.

Het gaat ook echt om een betere samenwerking tussen deze drie partners, ik kan een voorbeeld geven. Op scholen in Dordrecht lopen bijvoorbeeld jongerenwerkers rond om de verbinding met zorg te maken maar ook schoolnnaatschappelijk werkers van het sociaal wijkteam. Maar ook jeugdprofessionals van Stichting Jeugdteanns en die zijn er allemaal om de verbinding tussen de scholen en de ondersteuning beter te krijgen. Maar nu, met de integrale opdracht kan er veel integraler gewerkt worden aan die doorgaande lijn in het onderwijs. En natuurlijk hebben wij daar als gemeente ook debet aan want wij gaven al die aparte opdrachten en nu geven we er een, dus aan beide kanten is er gewin, zeg maar, door deze aanbesteding om dit beter aan te pakken. En nu noem ik alleen een voorbeeld maar die voorbeelden zitten dus in meerdere inhoudelijke onderwerpen. Ja, het is dus een nul tot honderd aanpak, elke inwoner kan met alle vragen hier binnenlopen, dat is de bedoeling. Vanuit daar wordt er dus gekeken naar de vraag en verwezen naar of het voorveld of de specialistische zorgnnarkt of het wijkteam neemt die vragen zelf op en kan dus ondersteunen of lichte vragen beantwoorden. Het is een vierjarige opdracht en dat is ook nieuw, we zijn gewend in het sociaal domein om vaak

11

kortdurende opdrachten te geven, dus van een jaar. Afgelopen jaren waren we wel naar twee jaar gegaan en dat was al heel flink. Nu is het een vierjarige opdracht en dit is niet voor niks. Dit is een grate opdracht en er moet ruimte zijn voor, ja, voor de partner am te kunnen investeren, am te kunnen innoveren, dus daarom hebben we hiervoor gekozen. Oak belangrijk: meer zakelijkheid in het sociaal domein. Aan zo'n aanbesteding zit best een hoop vast, een hoop inkoopdoelen die ik zo meteen ook nog even met jullie kart doorloop. Dat dwingt ons ook gewoon am daar KPI's aan te hangen, am met elkaar de risico's door te lopen van zo'n opdracht en daar ook de consequenties door te bespreken voordat de gunning er was. Dus daar hebben hier echt beoordelingen plaatsgevonden, onderhandelingen aan tafels in de afgelopen tijd, waardoor we dat, ja, beter als voorheen hebben kunnen doen in het sociaal domein. Dus die zakelijkheid in het sociaal domein is echt wel, nou ja, door deze opdracht alleen al vogelvlucht genomen. En dat was ook nodig. En daarbij hebben we natuurlijk dat niet alleen gedaan, we kijken dan in het land naar goede voorbeelden van KPI's, van sturing, et cetera, dus dat, op die manier hebben we dat geprobeerd te doen. Ja, dan gaan we naar de volgende.

Ja, ik neem jullie kart mee voordat ik de heren aan het woord laat, want die gaan vooral over het hoe praten, hoe ze dat allemaal gaan doen. We hebben een inkoopopdracht dus weggezet waarin we het wat zo goed mogelijk hebben gefornnuleerd. Dat hebben we dan uiteindelijk de wereld in gegooid en daar konden partners op reageren. Toen zijn wij gaan beoordelen en gaan onderhandelen en daar is deze partner uit gekomen. Het wat hebben wij geformuleerd in negen taken en zo meteen ziet u ook nog acht inkoopdoelen. Die zijn niet apart, die !open door elkaar. Uiteindelijk gaan we afrekenen op die inkoopdoelen, sturen op die inkoopdoelen waar die taken dan allennaal doorheen in terugkomen. Maar voor uw beeld, voor waar gaat het nou over, wat doen deze partners, staan de negen taken op een rij. En wat we in deze aanbesteding heel belangrijk vonden is dat die eerste twee taken niet warden opgeslokt door de zwaardere taken, dus die eerste twee taken gaan over de collectieve kracht in de wijk, over signalering op vindplaatsen, et cetera. En in deze tijd waar, nou ja, we komen net uit een coronagolf of coronacrisis, de OekraIne crisis waar er gewoon heel veel speelt, wil je dat je snel, ja, kunt signaleren en kunt doen.

En daar hebben we ook echt de partner op bevraagd: hoe ga je ervoor zorgen dat je die eerste twee taken daadwerkelijk goed in Dordrecht gaat oppakken en dat dat, dat die aandacht naar die zwaardere problematiek niet ten koste gaat van die, ja, van die preventie en die vroege signalering. Even kijken of ik nog iets kan toelichten over die taken. Het lijkt een hoop oak, he, dus we hebben ook aan de achterkant, ze ondersteunen ook en dan denk je: ja, wat doen ze nou eigenlijk niet dan, he, als je at die taken ziet van nemen ze alles op zich. We hebben dus expres ook gestuurd op dat de begeleiding korter wordt. Dus tot maximaal negen nnaanden, dat ging oak, wij zagen ook in de afgelopen jaren dat dat steeds langer werd. Er zit wel begeleiding in het wijkteann of ondersteuning en dat is niet voor niks. Er is echt onderzocht dat de combinatie van deze taken efficient is am goed te kunnen opschalen en afschalen. Dus ja, als je moet doorverwijzen naar de specialistische zorgmarkt en je weet nog niet precies wat er aan de hand is, dat daar even ruimte is bijvoorbeeld of dat er afgeschaald wordt van de specialistische zorgmarkt dat het wijkteam nog een bedding heeft. Dus die ondersteuning is daar niet voor niets.

Nou ja en zoals ik at noennde, er is dus een innovatietaak ook in deze aanbesteding die elk jaar ruimte geeft voor de partner am in overleg met ons op actualiteiten in te spelen.

12

Dan hebben we dus acht inkoopdoelen, dit zijn alleen de abstracte titels van die inkoopdoelen, dit zijn niet de specifieke inkoopdoelen, er zitten echt percentages aan en ambities op en daaraan gekoppeld dus KPI's waar wij dus op gaan sturen de komende vier jaar als gemeente. Dat is dus inderdaad vanuit onderzoek, vanuit dat we weten dat dat de goede KPI's zijn maar ook vanuit leren in de afgelopen zeven jaar: welke vraag stelt u nou als raad? Welke vraag willen we kunnen beantwoorden? Het gaat dan meestal, ja, over wachtlijsten of over doorlooptijden, dat soort dingen. Uitval, bereik, doelrealisatie, dus welke doelen die vooraf worden opgesteld worden ook daadwerkelijk bereikt? Dat soort KPI's gaat het over. Nou ja en dus bij bijvoorbeeld zakelijkheid een risicoanalyse zit erin en binnen budget blijven. En wanneer moeten wij als genneente bij plussen, in welke gevallen? En in welke gevallen niet? Dus daar hebben we het ook over gehad. Ja, dan was dat nu voor nu even vanuit mu j het wat, dat jullie een beetje weten waar het over ging toen we de opdracht uitzetten. En dan wil ik heel graag het woord geven aan de heren. Ja, natuurlijk.

De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Porter: Er zijn een aantal KPI's, er wordt gewoon gekeken van hoe het er gaat. Zijn die KPI's ook voor ons als raad of Oberhaupt voor de burgers van onze stad inzichtelijk? Zijn die ergens te vinden? Mevrouw Verkade: Ja, ik denk dat dat geen geheim is, maar wij sturen daar zelf op in accountgesprekken. We hebben dus een lijst KPI's, die houden we bij en dan gaan we kijken we hoe het zit met de opdracht. Het zou natuurlijk iets kunnen zijn voor u als raad als er behoefte is bijvoorbeeld: we willen eens in de zoveel tijd weten hoe het staat met de wachtlijsten of zo. Dat soort dingen zijn goed te doen. Het is wel echt een heel pakket maar we zouden eens nnoeten kijken van wat we kunnen aanbieden, ja. De voorzitter: Mag ik daar heel even op interrumperen, want dat is niet aan u om daar uitleg op te geven, dat is denk ik vooral voor de auditcommissie om met de wethouder in gesprek te gaan dat dat kan. Maar op zich een goede vraag dat u zegt: zijn ze beschikbaar of zouden ze gebruikt kunnen worden? En dan zouden we met de wethouder in overleg nnoeten gaan of dat we ze kunnen gebruiken.

De heer Portier: Ja even hoor, want ik, het klinkt allemaal heel mooi maar het is ook wel heel erg abstract, dus dan vraag je inderdaad af, ja, tegenwoordig zit in alles het woord integraal, ja, wat houdt dat dan in? Als je dat concreet vertaalt naar doelstellingen. De voorzitter: Dank. Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: la, ik had even de volgende vragen. U had het erover van voorheen was een contract van een jaar, dat werd twee jaar en nu gaan we naar vier jaar. Vinden daar nog natuurlijke evaluatiennomenten plaats dat er ook nog bijgestuurd kan worden? Want het is vrij nieuw. Mevrouw Verkade: Nou, sowieso elk jaar is er een accountgesprek en dan zien we of ze op koers zijn of niet. En elk jaar kan weer bepaald worden of een bijsturen en kan er ook

13

dus lets in dat inkoopcontract veranderen. We hebben het nu wel vastgelegd dat na twee jaar er een evaluatie is, dus dat we dan kijken echt op inkoopdoelen van hoe we dat evalueren. Aileen niet een moment onn hier terug te komen, dat zou dan een andere vraag zijn.

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel. Gewoon eerst even de vraag: die acht inkoopdoelen, daar wordt zo meteen nog inhoudelijk op in gegaan? Bijvoorbeeld de zakelijkheid in het sociaal domein? Want, ja, wat mij betreft, zakelijkheid altijd, want lets moet betaald worden. Maar is nou de inhoud leidend of zijn de financien leidend, dat vind ik altijd een behoorlijk spannend moment en ja, u zei het ook wel: mocht het budget tekortkomen kunnen we altijd wel terug. Maar dan nog, ik weet uit ervaring, dan wordt er heel erg gestuurd op financien en de inhoud kan dan wel eens ondergeschoven worden. Mevrouw Verkade: Ik wil er wel kort op reageren in de zin dat we de afgelopen jaren juist niet het goede gesprek hebben gevoerd over die risicoanalyses. Dus wat doen we in welke gevallen als er lets gebeurt in de maatschappij of wat is echt van de partner op het moment dat er iets gebeurt en wat is, waar kunnen ze niets aan doen en moet je als genneente gewoon opplussen, want je hebt een taak te doen. Dus dat zit in die zakelijkheid, maar ook gewoon als partner: hoe stuur je erop dat je binnen budget blijft? Welke nnogelijkheden heb je? Want het is een gigantische opdracht, je kan echt wel wat schuiven en daar wat meer creativiteit in dan alleen als de wachttijden oplopen, we hebben extra geld nodig omdat de wachttijden oplossen.

Dus er zit een goed gesprek aan vooraf waarin dingen zijn vastgelegd maar dan nog moet je altijd weer aan tafel, ja. Mevrouw Kruger: Ja dank. Ik val voor het goede gesprek. De voorzitter: Mooi, dat voldoet aan uw vraag. Mijnheer Safranti, u heeft ook een vraag. De heer Safranti: Nou ja, het was eigenlijk dezelfde vraag, dank u wel. Ik heb de vraag gehoord maar ook het antwoord gehoord. Dank u wel, dat was het. De voorzitter: Sorry, ik werd afgeleid, kunt u hem nog een keer herhalen? De heer Safranti: Nee, dat kan ik niet herhalen, want de vraag is at gesteld en het antwoord is al gegeven. Maar dat geeft niet. De voorzitter: We zaten heel even hier te dirigeren wie er was. Mooi, fijn. De heer Safranti: Mij ging het nneer ook om die zakelijkheid want mevrouw llet net vallen over, ja, er moet bijgestuurd worden qua financien, maar er is gewoon keurig antwoord op gegeven. De voorzitter: Dank. Mijnheer Tutupoly, u had ook nog een vraag. De heer Tutupoly: Ja en die vraag die ging eigenlijk even over de preventie waarop gestuurd zou worden. Als ik even kijk naar de RIB die verschenen toen is, daar wordt

14

onder andere gesproken dat de verschillen tussen de inwoners en wijken groot zijn en groeien en dat er zwaardere en langdurige hulp nodig is. Ik vroeg me eigenlijk af als je het even over die preventie dan hebt: ja, hoe ga je dat ook aanpakken, gaan we dan ook zorgen dat er meer spreiding plaats gaat vinden in de wijken om dat te verbeteren? Want ja, je kan het nu hier waarborgen in je organisatie natuurlijk, maar dat is natuurlijk als je de preventiekant hebt, dan zou je ook moeten zorgen dat iets opgelost wordt in die wijken. En in hetzelfde kader van preventie vroeg ik mij ook eigenlijk af, hoe gaan we dan snel hulp bieden als we even kijken naar alle achterstanden die er vaak zijn bij de organisaties en kan dan bijvoorbeeld ook in de huidige tijd als we kijken naar personeelstekorten die er zijn, kan ook het personeel daarbij gewaarborgd worden, zodat er ook daadwerkelijk, ja, goed actie kan worden ondernomen in plaats dat alles straks in een organisatie zit met alle tekorten van dien. De voorzitter: Goede vragen, volgens mij zei u net dat de hoe dadelijk plaatsvindt, maar alles wat u kan verduidelijken is welkom. Mevrouw Verkade: Het is inderdaad een hele grote hoe vraag die de heren zo nneteen echt perfect kunnen beantwoorden. Het enige wat ik wel kan zeggen is dat wij ook echt de uitvraag hebben gedaan op basis van hoe Dordrecht eruitziet.

En daar gingen ook wel eens gesprekken op dat we dachten: he, volgens mij wordt er, niet bij deze partner, maar niet begrepen hoe Dordrecht eruitziet. Want die spreiding is daadwerkelijk van belang. Dus dan vragen we aan de partner de hoe, hoe ga je ervoor zorgen dat het verschil in die wijken, hoe pak je dat aan? En dat is het verhaal waar de heren zo meteen meer over kunnen vertellen. De voorzitter: Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Nog even een aanvullende opnnerking want als we het hebben over die spreiding in die wijken, nou ja, we hebben eigenlijk gezien dat dat in Dordrecht steeds vaker terugkomt. Voorbeelden bijvoorbeeld de Blaauwweg wat vroeger best wel problematisch was. Uiteindelijk is daar voor spreiding zorg gedragen en werd het wat beter. Maar dan zien we het vervolgens in Krispijn terugkomen. Nou ja, dat is nu ook weer verholpen, hetzelfde zien we nu uiteindelijk in Wielwijk gebeuren dus het lijkt wel alsof die spreiding, ja, dat dat nu een keer goed aangepakt moet worden en gewoon vanaf, ja, de wortels aangepakt moet worden onndat het iedere keer lijkt het wel of we een pleister even op de wonde plakken en vervolgens verschuift het probleem zich weer elders naar. Dus of daar ook aandacht voor zou zijn.

De voorzitter: Ja, dat wou ik net, zullen we eerst de presentatie van de opdrachtnemers afwachten en dan checken we, konn ik als eerste bij u op de lijn of dat alles beantwoord is. De heer Boersma: Voorzitter, ik zit een beetje in uw dode hoek, maar ondanks dat ik aan de rechterkant zit, maar De voorzitter: Ja ja ja, ik had u gezien, u stond al als volgende op mijn lijstje. En daarna de VSP.

15

De heer Boersma: Oke, nee ik schrok al omdat u zegt: laten we eerst even doorgaan, maar De voorzitter: Nee nee nee nee nee, maar ik parkeerde deze. Mijnheer Boersma, zegt u het. De heer Boersma: Ik heb wel een paar, ja, een paar feitelijke vragen, is even een paar checkvraagjes gezien het traject wat we afgelopen jaren met elkaar doorlopen hebben, althans een aantal raadsleden die het hele traject gevolgd hebben. En begrijp ik het goed dat zeg maar de jeugdteams nu integraal onderdeel geworden zijn van het totale pakket zeg maar, dat is de eerste vraagje, want die stonden niet meer apart genoemd. Maar ik denk, ja, min negen maanden tot honderd jaar, dan zal ongetwijfeld de jeugdteams daarin geintegreerd worden. De tweede vraag is: betekent deze constructie nu dat alle mensen die hiervoor werkzaam zijn ook bij een organisatie in dienst zijn of blijft het een soort aansturing van een samenwerkingsconstructie? Dat is de tweede vraag. En de derde vraag is: ik mis in het verhaal eigenlijk even de onafhankelijke clientondersteuning, dat is wel heel erg misschien op detailniveau, maar maakt die hier onderdeel van uit of is dat dat aparte traject wat we in de vorige raadsperiode zeg maar een beetje, nou ja, sannen wel met MEE-Vivenz maar toch ook iets apart georganiseerd hebben? De voorzitter: Mevrouw Verkade, u grijpt al naar de ...

Mevrouw Verkade: Ja, Stichting Jeugdteams is dus integraal onderdeel, dat is dus Vorig jaar kon het net niet, of dit jaar kon het net niet, he, en volgend jaar is dat dus wel zo. Wel een integrale opdracht hebben we dit jaar maar niet in een, zeg maar. Dus vanaf volgend jaar is dat wel. Even kijken hoor, de volgende vraag was, ben ik even kwijt. De heer Boersma: Of mensen in dienst komen bij deze nieuwe Mevrouw Verkade: Nee, voor nu is het alleen het management, dus het wordt een stichting. Maar dat komt ook omdat in de regio zijn dezelfde organisaties aan de gang en kan het zijn dat in de toekomst meer die organisaties samengaan, maar kun je beter de weg pakken van, ja, het tijdpad wat al toch loopt. Dus het was niet logisch om daar nu heel veel dwang op te zetten. Zo. Maar daar kan dadelijk, kijk, ik zie Michiel ook een beetje lachen en pruilen, dus die kan daar zo nneteen ook nog wat op toelichten. En onafhankelijke clientondersteuning hebben we er bewust buitengezet ook omdat het onafhankelijke clientondersteuning is en daar sturen we dus apart op als gemeente, ja. De voorzitter: Dank. Dat voldoet aan uw vraag, mijnheer Boersma? Dan mijnheer De Vries. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Het heeft even geduurd maar het lukt toch. De verwachting is dat we de diensten samen te voegen de sannenwerking van de uitvoeringspartners gaat verbeteren.

Maar daar hangt nogal een lijstje onder. Hoe wilt u

16

gaan controleren of dat die samenwerking ook echt verbetert? Zijn daar ijkpunten voor? Want dat is toch een heel belangrijke in het hele verhaal.

De voorzitter: Mag ik, is dat weer een hoe vraag of k... Oke, dan geef ik aan u het woord. Mevrouw Verkade: Ja, goede vraag hoor, ik zie het alleen nu at. In de aanloop naar de aanbesteding hebben die partners elkaar op nnoeten zoeken want als je een aanbesteding uitzet dan moet je wel bij elkaar komen en een deal sluiten en zorgen dat je een goede aanvraag doet. We zien dus nu at de samenwerking op het gebied van jongeren, 16 tot 27, was versnipperd, daar concurreerden ze wel eens met elkaar, zien we nu dat die keten veel beter gaat. Dat kun je nneten aan hoe ze over elkaar praten, hoe ze dingen samen aanpakken, et cetera, hetzelfde geldt dus voor het voorbeeld wat ik net gaf op die scholen. Zo. Maar de KPI's doen het ook. We meten, een van de KPI's is dat we een onderzoek doen bij partners hoe ze, ja, wat de nnening is over Dordrecht Sociaal en ook over wat ze doen. Dus daar zouden we het kunnen uitfilteren zeg maar. Ja. De voorzitter: Ja, dat voldoet ook aan uw vraag? Dan zag ik nog de heer Kwaak en dan zou ik daarna voor willen stellen om naar het volgende informatieblok te gaan, ja? De heer Kwaak: Dank u wel voorzitter. Veel van mijn vragen zijn al beantwoord en gevraagd al door mijn voorgangers. Maar ik had iets over het tijdig op- en afschalen. Op wat voor termijn moet ik dat zien? Mevrouw Verkade: En nu vraagt u aan mu j of ik alle KPI's uit mijn hoofd ken.

Er zijn tijden voor, er zijn KPI's met tijden, er zijn officiele wetten, bij de jeugdwet is er echt lets van een ternnijn aan gekoppeld, die hanteren we. Het gaat bij tijdig op- en afschalen inderdaad om snel naar passende hulp maar het gaat ook om, als we realistisch zijn, het loopt sonns vast in de zorgmarkt, dat Dordrecht Sociaal ook de opdracht heeft om signalen door te geven waar er wachtlijsten zijn bij de specialistische zorgnnarkt zodat we daar weer het gesprek mee aan kunnen gaan. Dus ook dat is, valt onder dat inkoopdoel. Dus we kunnen niet alle tijdig op- en afschalen aan Dordrecht Sociaal doorschuiven, maar we kunnen wel ook de informatiestroom en de sturing op de partners eronnheen beter daardoor borgen. De voorzitter: Ja, dat voldoet aan uw vraag? Dan wil ik nog heel even wethouder Benschop het woord geven. Mevrouw Van Benschop: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, er worden toch nog best wel wat vragen gesteld over de KPI's door de heer Portier, door de heer Kwaak, door de heer De Vries. Dus ik stel voor dat we dat inkoopdocument waar die KPI's in vermeld staan gewoon naar de raad sturen. De voorzitter: Oke, dan gaan we door naar het volgende informatieblok. Wie mag ik het woord geven?

17

De heer Van der Vlies: Dat mag u aan mij doen, voorzitter, dank u wel. Fijn dat we vanuit Dordrecht Sociaal hier in ons midden mogen zijn. Ik wil starten om ons kort voor te stellen want er werd net ook at vragen gesteld over hoe ziet de organisatie eruit. Tot eigenlijk op de dag van vandaag, he, want officieel zijn we nog niet gestart, zijn wij op dit moment werkzaam in Dordrecht vanuit sociaal wijkteam Dordrecht, ContourdeTwern voor buurtwerk en het onderdeel R -Newt jongerenwerk en Stichting Jeugdteams ZuidHolland Zuid. Wij hebben als drie organisaties en mevrouw Verkade gaf het net al aan, toen de aanbesteding eraan kwam, dat was voor ons echt wel even een spannend moment, want we, ja, we hebben al sinds jaar en dag hier in Dordrecht een positie en zijn hard aan het werk iedere dag opnieuw en vooral onze medewerkers om het beste te doen voor de inwoners in de stad. Was even spannend. Tegelijkertijd zagen wij ook absoluut de meerwaarde van de aanbesteding en dat werd net ook at aangegeven, om een aantal redenen: A, een meerjarige contractering, wat ruimte gaat bieden om echt zeker omdat ook budgettair, nou, er geen bezuiniging op zat, om echt met elkaar de komende jaren te bouwen, verder te ontwikkelen, wat ook rust geeft.

In andere gemeenten merk je nog wel eens ieder jaar moeten vechten voor je geld, soms ook, nou ja, zorgt voor onrust, onduidelijkheid, ook bij je medewerkers. En dit keer creeert daarnnee ook een basis. Die basis is er alleen op het moment dat je gegund krijgt, nou, dat is gelukkig zo. Maar die rust is wel nodig om echt de grote opgave waar Dordrecht ook voor staat, neem thema's bestaanszekerheid bijvoorbeeld, of we echt werk in talenten en ontwikkeling van jongeren en kinderen of kinderen en jongeren, daar hebben we volgens ons ook echt een basis op nodig. Dus dat is een hele mooie bijvangst van die aanbesteding. Een ander belangrijke meerwaarde is en dat werd net ook al aangegeven: afgelopen jaar hebben we best op veel gebieden met elkaar samengewerkt in de stad rondom diverse opgaven, in het wijkteam, ook tussen het wijkteam en buurtwerk. Tegelijkertijd lagen er ook echt wel een aantal knelpunten waar dat gewoon even ook in alle eerlijkheid niet zo goed ging als dat je zou wensen. Door de druk vanuit een aanbesteding zijn we afgelopen nnaanden en, nogmaals, het is echt een intensief proces geweest voor zeker ook at onze managers, teannleiders en ook medewerkers, want die hebben de managers en teamleiders weer wat minder gezien omdat we het gewoon druk hadden om met elkaar na te denken over onze aanpak.

Maar het heeft er wel in geresulteerd dat wij ook in de sannenwerking op eigenlijk alle niveaus zien dat we at veel meer met elkaar sannen oppakken. Het mooie vind ik en Peter zal er zo nog meer over vertellen, hoe we het gaan doen, nnaar dat je ook in de praktijk echt al voorbeelden ziet. Vanmiddag hadden we bijvoorbeeld de startbijeenkomst met alle medewerkers hier in Dordt van onze organisaties om ook even, nou ja, stil te staan bij het feit dat het gegund is nnaar ook stil te staan bij wat houdt die opdracht nu in, want we moeten medewerkers, want het is niet dat we hetzelfde blijven doen, er wordt een stevige verandering gevraagd de komende jaren. Maar je ziet ook in de praktijk en dat vind ik interessant als je gewoon her en der met medewerkers spreekt, dat ze elkaar al aan het vinden zijn, dat ze concrete voorbeelden hebben hoe bijvoorbeeld een jongerenwerker sannen met een JeugdProf nadenkt: he, hoe zou ik in de wijk veel meer kunnen verbinden rondom zo'n jongere en bijvoorbeeld het gezin waar hij onderdeel van is. Waar voorheen dat moeizamer ging zie je dat nu alleen at door elkaar te ontmoeten, bij elkaar te zitten, te weten dat dit de opdracht is, de ruimte gaan voelen om met elkaar de handen uit de mouwen te steken. Uiteindelijk ook en dat is wel onze missie, is dat we

18

die hele aanbesteding, alles wat erbij komt kijken, niet doen voor de organisaties maar onze missie moet zijn dat we echt in de stad inzetten op, nou ja, de talentontwikkeling van de inwoners die nodig is maar ook de inwoners die de ondersteuning nodig hebben om daar beter ondersteuning op te organiseren. Dat is echt ook wel wat ons moet drijven en wat, waar u als raad natuurlijk via het college ons ook scherp op mag houden, want we hebben KPI's, dat is allemaal techniek, maar het onderliggende vraag is natuurlijk dat we het voor de inwoners in de stad doen. Dat is volgens mu j Oh, mag ik door? Ja, ik zit, ik ben nog bezig, sorry, met voorstellen. Uitgebreid voorstelrondje. Maar dat even als introductie op in ieder geval wat wij zien en vanaf 1 januari heten we niet meer ContourdeTwern, heten we niet meer MEE-Vivenz, De Sociale Basis, heten we niet meer Stichting Jeugdteanns Zuid-Holland Zuid. Vanaf dat moment zijn we een organisatie, dat werd net ook gevraagd, onder de vlag van Dordrecht Sociaal. Betekent niet dat op dit moment de medewerkers al in dienst gaan. Dat had, dat hebben we wel, nou ja, echt wel serieus over nagedacht: moeten we dat wel of niet doen want het is, nou ja, dan zou je kunnen zeggen heb je echt een organisatie, maar dat brengt ook heel veel ander gedoe met zich mee.

Waarbij we vooral gezegd hebben: laten we de tijd nemen om te ontwikkelen, stapsgewijs te kijken wat is nodig, dus de medewerkers blijven vooralsnog gewoon in dienst van de drie wat wij dan nu even noennen expertiseorganisaties want we vinden nnoederorganisaties een beetje een, nou ja, een niet zo prettig woord. Maar die expertiseorg... staat er ook voor dat de medewerkers daar ook een deel hun expertise vandaan halen en vanuit die expertiseorganisaties werken ze onder de vlag van Dordrecht Sociaal. Op dit moment ook nog wel op de labels buurtwerk, jongerenwerk en sociaal wijkteam omdat dat ook voor de inwoners in de stad herkenbare labels zijn. Of dat moet blijven, dat is allemaal toekomstmuziek, maar daar gaan we stap voor stap naar kijken wat nodig is. Dat nnisschien even als introductie want dan geef ik graag het woord aan een van onze managers. Om misschien even goed dan daarmee af te ronden: we hebben een managers team inmiddels gevormd want dat past ook bij die ene organisatie, zoals Peter zich net al voorstelde, ik ben manager van Dordrecht Sociaal. Peter stelt zich niet meer voor, ik ben manager van buurtwerk Dordrecht omdat we echt belangrijk vinden we vanuit Dordrecht Sociaal een MT vormen en binnen dat MT hebben we, nou ja, zoals je in andere organisaties ook binnen het college ook hebt, hebben we portefeuilles.

Nou ja, Peter heeft dus een portefeuille om als eerste aanspreekpunt vanuit de managers te fungeren maar ook om daarachter de portefeuille buurtwerk te doen sannen met een aantal collega's die daar zitten en thuis zitten mee te kijken, want somnnigen had ook nog kinderen thuis zitten dus die vonden het leuk om nu live mee te genieten. Wat wil ... Oh sorry. Moet via de voorzitter. Dank u wel voorzitter, ik geef graag met uw toestemming het woord aan Peter. De heer Snoeren: Dank u wel. dus dat wordt een uitdaging. We nemen jullie graag mee in wat we gaan doen. En ik zal het proberen zo helder en scherp mogelijk proberen te verwoorden voor jullie allemaal. We gaan samen met de stad werken aan veerkrachtige Dordtenaren die meedoen en hun talenten gebruiken. Nou, net werd al gezegd: het zijn allemaal van die grote meeslepende termen waar je van alles onder kan verstaan, wat bedoelen we daarmee? We gaan werken met buurtbewoners aan initiatieven, ondersteunen van burgerinitiatieven, klein en groot, door heel de stad, mensen stimuleren om zich vrijwillig in te zetten op alle verschillende projecten die we

19

hebben binnen Dordrecht Sociaal. We organiseren ondersteuning en welzijn nabij, outreachend en op vindplaatsen. Dat betekent dat we proberen zo dichtbij mogelijk een oplossing te zoeken, dus dat we niet per se overal meteen gaan zoeken naar professionele hulp en ondersteuning, maar dat we proberen in de omgeving, in het netwerk van mensen te zoeken naar een passende op... Kan die buurvrouw iets doen, is er een familielid wat kan helpen, kan je misschien iets leren van iemand anders die ervaringsdeskundige is op dat gebied? Om te zorgen voor duurzame verknoping. Je kan op alles een professional zetten maar die gaat uiteindelijk ook weer naar de volgende casus en dan valt een netwerk weg dus je wil zorgen voor stevige netwerken op de juiste plaatsen. En je wil daar zijn waar bewoners zijn, dus dat betekent: in buurthuizen, bij een van de vele sociale ondernemingen in Dordrecht, overal waar mensen samen komen, scholen, bushokjes, cafés, noem het maar op. Je wil daar zijn waar de mensen zijn. Out of the box, maatwerk, perspectief, van en in de relatie met inwoners. En dat gaat vooral over luisteren. Hoe zorg je nou dat het nneest passende ondersteuning en hulp konnt daar waar die nodig is? En dat kan alleen door het gesprek aan te gaan en niet vanuit je eigen perspectief of bril te kijken naar: ik denk dat die bewoner dit nodig heeft.

Dan gaat het over: hoe zorg je ervoor dat die vraag ook juist beantwoord wordt? Dan kan je nog zo'n visie of mening hebben over dat het heel vervelend is dat iemand van een klein bedrag in de week of in de maand rond moet komen, maar als iemand dat al dertig jaar doet en daar echt heel gedreven in is en zegt: dat is mijn probleem niet, ik heb ergens anders iets waar je mee nnoet helpen, dan heeft dat de voorrang. Daar gaat het over bij luisteren. Ja, we werken aan verschillende opgaven, zoals eerder al benoennd zijn bestaanszekerheid, sociale cohesie en die doorgaande leerlijn. Ik heb een mooi plaatje van de leefwereld nog neergezet om te benadrukken dat we echt vanuit die buurt werken en op die verschillende vindplaatsen. En juist ook in een doorgaande lijn, vanuit die verschillende vak expertises die we hebben. Maar dat betekent ook dat we, het belangrijk is onn met sleutelfiguren te werken. En die sleutelfiguren, die zijn op al die vindplaatsen en dat zijn de mensen bij wie iedere inwoner eigenlijk nnakkelijk of prettig zijn hulpvraag stelt.

De voorzitter: Nou heb ik u van slag gemaakt, zie ik. Ik krijg een vraag binnen, maar De heer Snoeren: Sorry, nee, ik dacht De voorzitter: Wat zit ze te semen? Mijnheer Kwaak heeft een vraag. De heer Kwaak: Dank u voorzitter. Mijnheer Snoeren, ik hoor u praten over vindplaatsen, daar een beetje mee, maar het meeste probleem is toch achter de voordeuren. U gaat de mensen opzoeken in de bushokjes hoor ik en overal, maar gaat u ze ook achter de voordeur opzoeken? De heer Snoeren: Nee zeker, kijk, ik hoop dat mensen, u zal vast de voorbeelden kennen dat mensen niet buiten komen, maar de meeste mensen komen wel op plaatsen waar ze vragen stellen. En zeker gaan we ook langs de deuren, achter die voordeur, hebben we de voorbeelden van de sociaal makelaars, de erop af teams, verschillende professionals die juist, he, ook vanuit scholen vervolgens weer op huisbezoek gaan bij

20

mensen en signaleren achter de voordeur. Dus absoluut, dat is ook een van de vindplaatsen.

De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank je wel voorzitter. U had net een aantal voorbeelden genoemd, maar is dat ook in elke wijk te vinden, die professionals, of hebben jullie dat bijvoorbeeld alleen in Dordrecht West bijvoorbeeld, of Oost? De heer Snoeren: Nee, in principe zijn we in alle wijken van Dordrecht te vinden en daar konn ik dadelijk nog even op terug, op de wijkanalyses en hoe we daar onze inzet toe gaan bepalen met elkaar. Dus dat kan zijn dat in de ene wijk dat nneer aandacht vraagt omdat de wijkanalyses daarin zeggen dat daar ook een grotere behoefte is dan in de andere wijk. Maar we zijn overal te vinden. De voorzitter: Mijnheer Safranti, er is nog een vervolgvraag. De heer Safranti: Nu hebben we het toch over mensen waar we dus contact mee kunnen krijgen of zelf naar zo'n bushokje komt. Maar er zijn ook genoeg mensen die dus verder aan het isoleren zijn of de zorg aan het mijden zijn. Hebben jullie daar ook expertises in? Of hebben jullie daar ook aan gedacht? De heer Snoeren: Nou absoluut, daar hebben we expertise, we proberen die mensen ook zo goed mogelijk te vinden via huisartsen, via alle andere plaatsen waar mensen hun vraag mogelijk kunnen stellen en daarom zijn die sleutelfiguren ook zo van belang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/607/documents/21329