CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2022-11-22 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 20 december 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen notulen van Gemeenteraad 29 november en Dordtse Dinsdag 15 en 22 november Vergaderzaal 1, 3, 529.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maar er zijn ook genoeg mensen die dus verder aan het isoleren zijn of de zorg aan het mijden zijn. Hebben jullie daar ook expertises in? Of hebben jullie daar ook aan gedacht? De heer Snoeren: Nou absoluut, daar hebben we expertise, we proberen die mensen ook zo goed mogelijk te vinden via huisartsen, via alle andere plaatsen waar mensen hun vraag mogelijk kunnen stellen en daarom zijn die sleutelfiguren ook zo van belang. We hebben heel veel organisaties, we hebben, Dordrecht heeft enorm veel kerken waar heel veel mensen ook vrijwillig inzetten die veel signaleren en veel zien. En juist door aan te sluiten bij die sleutelfiguren, dat zijn mensen die niet vanuit de formele zorg of hulpondersteuning aansluit bij mensen, daar een connectie mee te maken, denk ik dat we veel mensen kunnen vinden. De garantie dat wij iedereen, dat we iedereen overal altijd kunnen vinden, dat durf ik niet zo te zeggen, maar misschien Michiel wel. De heer Van der Vlies: Nee, die garantie kunnen we niet geven aan u.

U raakt natuurlijk wel een punt wat echt aandacht vraagt, dat we zeker ook in deze tijd zien dat soms eenzaamheid toeneemt, dat mensen achter de voordeur echt extra hulp nodig hebben, alleen daarom zoeken we juist ook naar andere kanalen dan nu alleen via de professionals om toegang tot die inwoner te krijgen en dat kan soms beter misschien via iemand die al een directe vertrouwenspersoon heeft of band heeft en dat we via die persoon binnenkomen, dan dat we zelf dat doen. Maar dat is waar we naar op zoek gaan en dat worden onder andere die sleutelfiguren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vugt, ik weet niet of dat u microfoon uit kan doen, mijnheer S... Mevrouw Van Vugt heeft ook een vraag.

20

Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, dank u wel voorzitter. Ik vroeg me even af, de doorgaande leerlijn, ik heb daar niet echt een beeld bij. Is dat nou voor de medewerkers bedoeld, want in zo’n zin plaatst u het, we kunnen altijd meer leren. Maar, of is het ook voor de inwoners bedoeld want die twee andere opgaven zijn daar wel voor bedoeld. De heer Snoeren: Nee, het is juist voor de inwoners bedoeld, het gaat over leren van nul tot honderd, informeel leren. Het gaat over samenwerking met het onderwijs, het gaat juist ook over die vindplaatsen, dus het is echt voor de inwoner en niet voor, ja, het geldt ook voor onze professionals maar in eerste instantie echt voor de inwoners. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, maar het begrip zegt me helemaal niets nu, de doorgaande leerlijn voor de inwoner. Wat is het? De voorzitter: Mevrouw Verkade die wil hier graag aanvulling op geven. Mevrouw Verkade: Ja, je moet nu denken aan de onderwijsvisie waarin we streven dat zoveel mogelijk kinderen binnen het onderwijs houden en Dordrecht Sociaal gaat ook echt samenwerken met scholen om te zorgen dat kinderen niet alleen het goede onderwijs maar ook de ondersteuning krijgen om in dat onderwijs te blijven. Dat gaat ook echt van nul tot, hè, ver in de middelbare school tot startkwalificatie hoop je, zodat ze gewoon meer kansen krijgen.

En dan vind ik Peter Snoeren eigenlijk nog heel goed aanvullen met: je hebt ook nog informeel leren, je leert je hele leven lang. Maar het gaat hier echt om, ja, zo goed mogelijke kansen voor de kinderen in Dordrecht zeg maar. De voorzitter: Voldoet dat aan uw vraag? Dan ga ik heel even nog naar mevrouw Schnabel en daarna naar de heer De Heer. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter. Ik vroeg me af: betekent het ook dat deze opdracht eigenlijk om een bezuiniging gaat en wat betekent dat dan voor de medewerkers bijvoorbeeld in salaris, in deskundigheid en in opleiding? De voorzitter: Mevrouw Verkade. Mevrouw Verkade: Ja, het is geen bezuiniging. Er gaat niet minder geld in dan voorheen, het is zelfs meer. Dus nee, we hoeven niet met minder personeel of wat dan ook. Dit is echt een verbetering op inhoud, een slag die we willen maken. En omdat het een langdurige opdracht is en we ook die innovatietak hebben is het eigenlijk nog net iets dikker dan voorheen. Ja. De voorzitter: U heeft nog een verdiepende vraag, of begrijp ik dat verkeerd? Mevrouw Schnabel: Nee ja, nou, eigenlijk naar aanleiding omdat er net sleutelfiguren werden genoemd en ook netwerken leek het ook te gaan over, nou ja, personen in de wijk in plaats van professionals. Dus vandaar dat deze vraag naar boven kwam. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Heer, u had ook een vraag.

De heer De Heer: Ja voorzitter, dank u wel. Ook die sleutelfiguren maakte mij nieuwsgierig. Gaat dat er dan ook voor zorgen dat mensen met een hulpvraag die vraag

21

minder vaak en aan minder verschillende personen hoeven te stellen? En zo ja, hoe gaat dat ervoor zorgen? De heer Snoeren: Ja, we gaan uit van een soort van no wrong door principe, dus dat betekent dat je overal je vraag zou kunnen stellen. En dat betekent dat het begint bij die sleutelfiguren en eerder als ik het goed heb in november afgelopen jaar hebben de collega's van het sociaal wijkteam eerder iets verteld over de integrale klantroute. Dat is eigenlijk een proces waar je op het moment dat iemand een vraag stelt waar iedereen van op de hoogte zou moeten zijn, formeel en informeel en daar ligt een belangrijke taak voor ons richting de sleutelfiguren, om te zorgen dat je met die persoon die die vraag gesteld heeft meteen bij de juiste persoon terechtkomt. Dus dat je meteen naar een sociaal makelaar toe kan en zegt: goh, wil je met ons in gesprek, die persoon heeft een vraag. En dat je samen dat gesprek voert. Om te zorgen, nou, dat iemand ook die vertrouwenspersoon mee kan nemen en dat zou resulteren in dat je minder vaak je vraag hoeft te vertellen omdat je niet van drempel naar drempel gaat. Dus je gaat niet eerst met de eerste professional en nu word je naar de volgende voordeur doorgestuurd en weer naar de volgende doorgestuurd. Dus dan heb je een doorgaande lijn daarin. De voorzitter: Dank.

Ik heb even een procesvoorstel want er staan nog vijf vragen heb ik gezien, maar we hebben ook nog de rest van de presentatie. Waarschijnlijk mogelijk worden daar de vragen in beantwoord. Mijn voorstel zou zijn: eerst de informatie afwachten en daarna de vragen. Zijn jullie daarmee akkoord? Ja? Dan geef ik u weer het woord. De heer Snoeren: Dank u. We gaan door naar de volgende sheet. Dordrecht Sociaal, het is al eerder gezegd, van min negen maanden tot honderd plus, dat betekent die min negen maanden voor mensen die daar een wat minder beeld bij hebben, dat is bijvoorbeeld het programma kansrijke start of inzet op kwetsbare zwangerschappen. En honderd plus, dat richt zich natuurlijk vooral op senioren en kijken waar mensen zo lang mogelijk gezond en gelukkig thuis kunnen worden blijven wonen, sorry. We werken integraal vanuit de wijk vanuit de verschillende expertises zoals Michiel net al gezegd heeft. Dus daar zal ik niet te veel op ingaan om een beetje het tijd te pakken nog voor de andere sheet. Wij respecteren elkaars vak professionaliteit en dat heb ik net al gezegd maar ik wil het graag nog een keer benadrukken, dus dat we proberen om te zorgen dat we elkaar in de casuïstiek, in de gesprekken op de verschillende groepen die we tegenkomen elkaar echt goed mee proberen te nemen.

Dus dat je je collega erbij haalt, ik heb deze vraag, ik denk dat deze indicatie nodig is, kunnen we dat samen organiseren. In plaats van dat je zegt, nou, ik ga even met mijn collega praten en dan hoop ik dat u verder geholpen wordt. Dus dat we dat echt veel steviger met elkaar kunnen doen. Nou, we werken in Dordrecht Sociaal met de multi-identiteit om dat vanuit die verschillende vak expertise professionals hebben rondlopen die ook gevoed worden op hun vak. Iedere professional die bij ons rondloopt, of je nou jongerenwerker, buurtwerker bent, maatschappelijk werker, jeugdprofessional, ieder vak heeft iets anders nodig. En dat vraagt ook dat die expertise die die vakorganisaties, die vak expertise organisaties hebben, goed ingebracht wordt bij die professional zodat die ook goed uitgerust zijn werk kan doen. We richten ons in om lokaal maatschappelijk het verschil te maken in de preventie en hulp, collectief en individueel. Dat betekent dat we vooral proberen contact te maken en in gesprek te gaan met mensen, mensen te leren kennen

22

op het moment dat er nog niks aan de hand is. Met elkaar bouwen aan veerkracht, dus dat betekent dat mensen ook tegen een stootje kunnen maar dat we ook durven te zeggen tegen mensen dat het leven nou eenmaal soms ook pijn doet, hoe vervelend dat ook is. Dat we met elkaar bouwen aan initiatieven, zorgen dat de energie loskomt en kijken waar mensen zelf ook iets kunnen betekenen voor hun buurt en wijk. En dat we mensen aan elkaar willen verbinden om sterker te worden en van elkaar te leren. De volgende sheet alsjeblieft. Nee, dat … De kernwaarden die we beschreven hebben is present zijn. We zijn, hè, we zijn daar waar het zich afspeelt, waar het leeft en we weten wat er speelt. Kan niet bestaat niet en dat betekent dat we zoveel mogelijk, dat we niet nee zeggen maar altijd met mensen vanuit dat eigen netwerk en duurzame oplossingen kijken wat kan wel en hoe zorgen we dat je verder kan. En samen en dat geldt voor zowel onze inwoners als onze professionals in deze opdracht en dat is al vaak benoemd, dat we zorgen dat we het met elkaar doen. En daarin ook doen wat nodig is op verschillende opgaves, groot en klein, individueel en collectief, van probleem naar perspectief, gericht op die duurzame oplossing.

Ik vind het een fijne term zoals je hoort, duurzame oplossing, ik zeg het vaak, maar het gaat er echt over dat mensen een netwerk opbouwen, vriendschappen zelf organiseren en zich niet vastklampen aan een professional waarvan we allemaal weten dat die toch een keer naar de volgende casus gaat. Dus je moet het in de buurt bij mensen thuis in verbinding met elkaar proberen op te pakken. En van vertellen naar luisteren: wat heeft de ander nodig? Nou, daar heb ik net al iets over gezegd. We gaan naar de werkwijze. De wijkanalyses en de wijkplannen. We hebben afgesproken dat we een aantal wijkplannen neerleggen, op een aantal opgaves ook een stedelijke analyse. Die maken we in overeenstemming op cijfers en data die er al zijn, er zijn al wijkplannen die onder leiding van de gemeente in de verschillende gebieden en wijken gemaakt zijn. Daar proberen we op aan te sluiten, daar zijn we ook al bij betrokken in de totstandkoming van die plannen, dus dat is ook geen nieuwe informatie en we proberen daar onze eigen data goed ook in te voegen om te zorgen dat we daar een optimaal beeld gaan creëren. Het punt van wijkanalyses is wel dat het een foto is van dat moment en we hebben heel veel actualiteiten en veel verschuivingen in het sociaal domein, waar we ook constant op moeten anticiperen.

Dus we zullen daarom ook dat gesprek wat we met de gemeente hebben over de accounts echt benutten om flexibel in te kunnen spelen op al de actualiteiten. Dan de werkgemeenschappen. De definitie kan u lezen, hè, het is misschien handiger als ik die niet oplees, dat is niet mijn sterkste kant, voorlezen. Wat we daarin willen en dat is echt dat professionals ‘…’ versterkend elkaar gaan benutten en samen gaan leren op de opgaves die een werkgemeenschap heeft. Mevrouw Verkade noemde het toen straks al, de samenwerking op scholen. We hebben verschillende professionals binnen Dordrecht Sociaal rondlopen op scholen en die moeten echt met elkaar stevig naar de opgaves gaan kijken die er liggen. Maar dat doen we ook met de scholen. Dus dat doen we niet alleen. Een werkgemeenschap is echt een groep, een doe-gemeenschap, niet een overlegorgaan wat een keer in de maand bij elkaar komt, maar die krijgen een opgave, bijvoorbeeld over risicojeugd of vroegtijdig schooluitval: hoe gaan we dit nou optimaal met elkaar, met de partners die in de stad rondlopen goed aanpakken? Vragen denk ik? De voorzitter: Nee, mag ik u vragen of dat we af kunnen ronden zodat we nog voldoende tijd … Kijk even wat u nog heel graag kwijt wil.

23

De heer Snoeren: Ja, wat ik heel graag kwijt wil, ik kan er dagen over vertellen. Nou, misschien nog even de volgende sheet en dan deze, want dit geeft wel een goed, de vorige, deze geeft wel een goed misschien iets meer beeld voor de mensen die in beelden denken over hoe een werkgemeenschap eruitziet. Dat betekent dat wij, nou, op verschillende opgaves dus dat kan zijn over het goed organiseren van de toegang in de stad, dat verschillende expertises in een werkgemeenschap te vinden zijn, waar we ook extern op aan laten sluiten om te zorgen dat we echt de slagen kunnen maken die nodig zijn. Ja. Dit is een voorbeeld, dus pin ons er niet op vast. Dit is een voorbeeld van een werkgemeenschap, een stedelijke opgave waar we mee aan de slag gaan. En dat kan ook klein zijn, hè, je kan ook zeggen: we maken een werkgemeenschap van professionals die in Wielwijk, Crabbehof aan de gang gaan met elkaar die daar aan de slag gaan samen met de woningcorporatie waar het gaat over verduurzaming, waar het gaat over sociale veiligheid en daar echt intensief met elkaar aan de slag gaan om een aantal opgaves op te pakken. De voorzitter: Dank, ik denk dat we hem best even kunnen laten staan, dat hij tot iedereen door kan dringen. De heer Boone had net ook een vraag. De heer Boone: Ja, dank u wel voorzitter.

In het document en ook in de presentatie wordt er op een aantal momenten gerefereerd aan: we gaan innoveren. En omdat het vier jaar duurt is er ook ruimte om te innoveren. Ik krijg niet echt beeld bij wat innoveren precies is in deze zaak. Zou u daar een paar voorbeelden van kunnen geven? De heer Snoeren: Nou ja, innoveren in het sociaal domein gaat wat mij betreft over het zo goed mogelijk aansluiten bij de bewegingen in de samenleving en hoe zorg je dat je bij die constante actualiteit het goede antwoord kan blijven bieden. Dus we hebben het voorbeeld van Sociaal Recept gehad, we hebben daar de afgelopen twee jaar hard aan gewerkt om sociaal makelaars goed aan te laten sluiten op de huisartsen, omdat we daar zagen dat daar een grote behoefte was, vooral in het kijken: hoe kan je nou een stukje psychosociale problematiek goed oppakken vanuit preventie met welzijn? En dat is een vorm van innovatie die we hopelijk de komende tijd vanuit die brede opdracht vanuit Dordrecht Sociaal kunnen door ontwikkelen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga even snel door want ik zie nog een heleboel handen omhooggaan. Mevrouw Vol, u had toen straks ook al een … Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel. Ik had even een vraag: er zijn al heel veel initiatieven in de wijken en dat mis ik een beetje, alleen ik hoor er doorheen dat u gebruik gaat maken van werkgemeenschappen en dergelijke.

Worden dan ook bestaande organisaties ook gebruikt? Want we hebben sociaal ook Drecht in Dordrecht, dat is een, daar gaat, oh, dan ben ik daar gerustgesteld. De heer Snoeren: Het is juist het doel dat we met die externe partners en ook … Mevrouw Vol-van der Holst: Dat zijn de externe partners, oké. De heer Snoeren: De sociaal ondernemers binnen op Drecht sociaal daarbij trekken, ja.

24

Mevrouw Vol-van der Holst: Onder andere, ja. Er zijn natuurlijk wel veel meer, maar dat wilde ik even zeker weten. Dank u wel. De voorzitter: Dank, dat zijn mooie heldere vragen. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, ik weet niet of ik hem zo helder heb, maar … De voorzitter: Graag, het doet zijn best. Mevrouw Kruger: Ik doe mijn best, aansluitend op wat mevrouw Schnabel net zei van, die had het over bezuinigingen. Nou geloof ik dat niet zozeer, maar zijn er nog wel drempels over het samengaan, want iedere club heeft ook weer zijn eigen functiemodellen, zijn benamingen voor wie wat doet enzovoort, ook inschalingen van eenzelfde functie kan per club nogal eens verschillen. Dat is één. De voorzitter: Wat is … Mevrouw Kruger: Dat was mijn vraag, klopt dat of zijn er drempels of wordt dat, is dat geen probleem? De voorzitter: Is daar een kort antwoord op te geven? De heer Van der Vlies: Nee, op dit moment zijn er geen drempels, wordt enthousiast samengewerkt. En daarmee sluit ik het in de toekomst niet uit maar op dit moment zijn ze er niet. Mevrouw Kruger: Nog één klein … De voorzitter: Nee, ik ga, nee, want het is nog vier vragen, sorry. Ik wil de rest niet teleurstellen. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank je wel voorzitter. Nou, ik ga gelijk aanvullen. Misschien kan ik jouw vraag wel stellen, Kitty.

Ik vind het een enorme uitdaging trouwens als ik dit zo zie, min negen tot honderd plus. Ik hoor veel enthousiaste verhalen: we gaan goed samenwerken, dit en dat. Alleen wat ik wel mis is bijvoorbeeld, ga je dan straks niet in elkaars vaarwater werken, van andere partners. Denk aan een Veilig Thuis. Waar je toch op moet letten want, ja, je gaat ook met kinderen werken. Heb je die expertise, ja of nee? Dus dat is even vraag één. En twee: ik hoor huisartsen, ik hoor ook andere instanties. Hoe is dat qua privacy waarborgt, is er convenant getekend met partijen, ook met de gemeente? Dus dat is de tweede vraag. De voorzitter: Dank, dan gaan we snel door. Wie mag ik daar het woord voor geven? De heer Van der Vlies: Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om te concurreren, integendeel, we moeten gebruik maken van elkaars expertise en er zijn ook al organisaties in Dordrecht die actief zijn, dus we werken ook al met Veilig Thuis samen, dus dat blijven we ook vooral doen. En waar nodig versterken of bijvoorbeeld op een andere manier vorm en inhoud geven, ook gezien een ontwikkeling als veilig opgroeien ‘…’ bijvoorbeeld, nou, dat soort, daar sluiten we op aan. Dus we willen vooral gebruik

25

maken van elkaars kwaliteiten en krachten. Als het om privacy gaat, we hebben ook op dit moment al een privacy convenant en ook dat privacy convenant blijven we gewoon gebruiken, we blijven ook werken binnen de kaders van de AFG, want dat zullen we ook wel moeten. Ook tussen de drie organisaties. De voorzitter: Dank. Ik heb volgens mij nog twee vragen. De heer Tutupoly en mevr… Drie. Maar we moeten echt zo gaan stoppen. De heer Tutupoly had ik in het begin beloofd, of de checkvragen of dat zijn hoe vragen beantwoord zijn. De heer Tutupoly: Ja, laat ik zo zeggen, ik had in ieder geval die vragen nog: hoe gaan we snel hulp bieden gezien alle achterstanden bij organisaties zijn en hoe waarborgen we het personeelstekort? Nou, die was volgens mij nog niet beantwoord. En er werd ook genoemd dat de organisatie, u noemde het personeel ging nog niet over, komt misschien op een later moment. Gaat de organisatie wel fysiek onder een dak komen, want ik kan me voorstellen dat je uiteindelijk wel naar toe werkt dat het één organisatie wordt, want anders ga je aparte identiteiten behouden van de organisaties en dat zou de samenwerking niet bevorderen. De voorzitter: Dank.

De heer Snoeren: Ten aanzien van de personeelstekorten, dat is af en toe inderdaad een uitdaging om vacatures snel gevuld te krijgen, maar voor alsnog lukt dat aardig, hebben we ook stevige arbeidsmarktcampagnes die we uitzetten en die ook daadwerkelijk zaken opleveren. En ik ben de tweede helft van de vraag kwijt, excuus. De voorzitter: Over dat mensen onder een dak gaan … Medewerkers. De heer Tutupoly: Nee nee, het tweede deel van die vraag dat was hoe we snel hulp gaan bieden. De voorzitter: O, u stelt stiekem drie vragen. De heer Tutupoly: Nee, dat was, die eerste was van het eerste stukje. Hoe we die, hoe we snel hulp gaan bieden gezien de achterstanden. De voorzitter: Maar mag ik vragen of dat u nog een vraag stelt, want anders dan kan ik mevrouw Schnabel geen tijd meer geven en het speelt heel erg maar de tijd is ook voorbij. Welke vraag zou u graag nog beantwoord willen hebben? De heer Tutupoly: Nou ja, dan of we snel hulp gaan bieden gezien de achterstanden eigenlijk die er bij dit soort organisaties vaak zijn.

De heer Van der Vlies: Nou ja, juist doordat we er eerder bij willen zijn met een snelle signalering en ook de vraagverheldering waar u eerder ook via de integrale klantroute ook geïnformeerd bent willen we er eerder bij zijn, willen we ook kijken of in plaats van bijvoorbeeld duurdere specialisthulp ook zelf passende hulp en ondersteuning kunnen bieden, wel begrensd door een bepaalde tijd en waar er dan vervolgens wel specialistische hulp nodig is en er is bijvoorbeeld een wachtlijst terwijl eigenlijk we zeggen, ja, dat kan niet, dan is dat ook het moment om met de gemeente in gesprek te

26

gaan en met de partij zelf om toch te kijken: kan er dan iets georganiseerd worden? Dus op die manier wel zoeken om eerder hulp te bieden dan dat we, nou ja, op dit moment doen, dat is wel de ambitie, dat is dat iets wat ook niet makkelijk wordt, dat moeten we ook eerlijk zijn, want we lezen allemaal over de wachtlijsten bij specialistische aanbieders, maar we denken wel door een deel eerder meer preventief erop in te zetten, dat we ook een deel de druk van die specialistische hulp af kunnen halen. Dus dat zit heel erg in de … Maar ik kan er nog veel meer over zeggen, maar dat past niet qua tijd. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel, aan u de eer om de laatste vraag, kunt u hem kort houden? Mevrouw Schnabel: Dank je wel. Mijn vraag was eigenlijk: omdat het ook op een bepaalde manier nog best wel abstract klinkt is het ook mogelijk om een soort van plan van aanpak in te lezen over hoe er gecommuniceerd gaat worden met cliënten? En met medewerkers? En een tijdspad met financiën? Dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: Ik zit heel even, want het is even geen kleine korte vraag en ik merk dat het heel erg speelt, dat er heel veel interesse is. Dus ik wil sowieso de gastsprekers danken.

Ik denk dat wij even als raad moeten bedenken of dat we nog een, of dat er echt nog behoefte is aan een tweede informatiesessie, want wat u nu vraagt dat is denk ik niet zo snel te beantwoorden. Mevrouw …: Voorzitter? De voorzitter: Ja, dat wou ik net gaan vragen aan de rest van de commissie. Mevrouw Kruger: Nou, ik had zelf ook nog een aantal vragen. Is het handig dat ik die ook schriftelijk stel? En misschien ook dat er meerderen gewoon nog wat schriftelijke vragen hebben en aan de hand daarvan kunnen we misschien kijken of er inderdaad nog wat meer verduidelijking nodig is. De voorzitter: Ja, vind ik een heel goed voorstel. Mevrouw Verkade wil nog heel even wat zeggen en dan gaan we afronden. Mevrouw Verkade: De gunning is echt sinds gisteren rond, we gaan natuurlijk communiceren met partners, met de stad, et cetera. En dan gaat u ook meer horen over de concreetheid. Nu hebben wij alleen nog de stukken die van de reactie op de inkoopopdracht, lijkt me niet handig om dat nu te doen, maar we gaan hiermee aan de slag. En ik denk dat wij kunnen ambtelijk prima vragen beantwoorden hierover, doen we ook graag, het is ook nu echt vers van de pers dus dan krijg je ook gewoon echt alle informatie die we tot nu toe hebben. En het KPI-overzicht gaat ook al heel veel zeggen over hoe concreet het is. Zo. De voorzitter: Nee, oké. Dan gaan we het afronden. Dank voor uw aanvulling.

U kunt als u nog vragen heeft toch nog doorsturen, dan gaan we ze in de gaten houden en dan de komende tijd dat het … Dank u wel en vooral de gastsprekers. 4. Beschikbaar stellen van voorbereidingskrediet Herontwikkeling Spuiboulevard e.o. – Raadsvoorstel

27

Voorzitter: Mevr. Stolk Raadsgriffier: dhr. Boom Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boone (Beter voor Dordt) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Den Dulk (PVV) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens (VVD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Portier (SP) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (CU/SGP) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Van Oosterhout (opgavemanager) Dhr. Zandbelt (inspreker) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf De voorzitter: Beste dames en heren, mag ik u allemaal verzoeken op uw plaats te gaan zitten? Ook de heer Gündogdu. Goedenavond allemaal, welkom raads- en commissieleden en wederom volgens mij wethouder Burggraaf. Ja, zie je wel, hij zit nu tegenover mij, dan kan ik af en toe zo naar hem zwaaien. En mijnheer Kranendonk. Voor het verslag vraag ik even de raads- en commissieleden zich kort voor te stellen, dat was ik in de andere commissie vergeten. En daar krijg ik nu echt minpunten voor van onze raadsgriffier. Welkom aan Daan Zandbelt, de supervisor van dit gebied en Mark van Oosterhout, projectdirecteur. En dan even de toelichting en de reden van de vergadering.

Het onderwerp vanavond is het raadsvoorstel beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet herontwikkeling Spuiboulevard en deze commissie is beeldvormend. Reden en doel: de raad wordt gevraagd een stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteitsplan vast te stellen als basis voor het maken van de bestemmingsplannen in het gebied voor de herontwikkeling van de Spuiboulevard. In 2018 is de herontwikkeling van dit gebied reeds vastgelegd in de gebiedsvisie Spuiboulevard. Op 1 oktober 2022 is de stand van zaken gepresenteerd aan omwonenden, belanghebbenden en belangstellenden. Op verzoek van de fracties Partij voor de Dieren, GroenLinks, CDA, SP, PVV en Forum voor Democratie is deze technische briefing ingepland. Partijen hebben verzocht toelichting te krijgen over tenminste de effecten van de herontwikkeling op bestaande bomen en de bomenbalans alsmede een

28

toelichting over welke Dordtse signatuur van de nieuwe architectuur verlangd wordt. Een mond vol, zeg. Voorts moet ook de vraag worden betrokken waarom de woningbouwverhoudingen in deze plannen sociale huur, goedkoop, goedkope koop, midden duur, duur, in de verhouding tien veertig veertig afwijken van de afspraken in het coalitieakkoord, namelijk de dertig procent sociale huur. Er zal een technische toelichting plaatsvinden waarin dit raadsvoorstel wordt toegelicht door Daan Zandbelt, supervisor van dit gebied en die wil ik vandaag vanavond als eerste het woord geven. Gaat uw gang. Oh ja, nee, ik moet nog een voorstelrondje doen, sorry. Zie je het? Ja, heel goed van jullie allemaal, jullie zijn echt scherp. Ik ga beginnen aan de linkerkant van mij. De heer Boom: Hessel Boom, commissiegriffier. De heer Zandbelt: Daan Zandbelt, stedenbouwkundige en partner bij De Zwarte Hond en supervisor van het Spuiboulevard West. De heer Van Oosterhout: Mark van Oosterhout, ambtenaar. De heer Boone: Dave Boone, Beter voor Dordt. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie SGP. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Portier: Ronald Portier, SP.

De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Kleinpaste: Gert-Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De voorzitter: Zijn er nog mensen op de buitenring die vandaag het woord wil voeren? Kijk, daar zitten er twee te zwaaien naar me, altijd leuk. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Ja voorzitter, Wim van der Kruijff van het CDA.

29

De heer Van Dam-Timmers: Jan van Dam-Timmers van het CDA Dordrecht. Mevrouw Rutten: Saskia Rutten, PVV. De heer Den Dulk: Antony den Dulk, PVV. De voorzitter: Dank u wel, nou, dan mag ik … De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Ja zeker, hallo. De heer Kleinpaste: Er zijn nog stoelen gewoon aan tafel, ik vind het altijd heel plezierig als je met elkaar in overleg bent om dat dan aan dezelfde tafel te doen. De heer …: Voorzitter? De voorzitter: Ik denk … De heer …: Het is een presentatie, wij wilden graag het scherm kunnen zien. Niet met onze rug ernaartoe. De heer Kleinpaste: Oké, dat snap ik. De voorzitter: Het staat eenieder vrij waar ze gaan zitten, de heer Kleinpaste, maar ik snap wel een beetje wat u bedoelt. Maar ik kan me voorstellen dat het daar wat beter zicht is. De heer Kleinpaste: Dat kan ik me ook voorstellen, ja. De voorzitter: Ja. Dan geef ik nu het woord aan Daan Zandbelt. Gaat uw gang. De heer Zandbelt: En die geeft dan eerst even het woord aan Mark van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: Dank u voorzitter. Ja, zoals gezegd, Daan Zandbelt en ik zullen u kort meenemen langs de presentatie die voorstaat. In deze presentatie gaan we eerst even kort in op het proces wat we tot op heden doorlopen hebben. Nou, dat is eigenlijk al best wel wat. Daarna zal Daan de inhoudelijke toelichting geven op het stedenbouwkundig kader en het beeldkwaliteitsplan.

En aan het eind zal ik nog iets zeggen over de stappen die we hierna gaan nemen en kort ingaan op de politieke vragen die gesteld zijn. Ja, het gebied de Spuiboulevard, u kent het natuurlijk, hier een prachtig bovenaanzicht, waar de gebiedsvisie Spuiboulevard in 2018 over is vastgesteld, dat is gebeurd nadat eerst de ontwikkelvisie Spuiboulevard is vastgesteld. In 2017 is de concept gebiedsvisie ter informatie besproken met uw raad en daar is ook veel bewonersparticipatie mee geweest met een aantal Spui Safari's die door Stichting DE STAD zijn georganiseerd. Vervolgens zoals gezegd eind december 2018 is de gebiedsvisie vastgesteld, daarna zijn we natuurlijk verdergegaan met verschillende plannen. Eentje daarvan is hier ook al bij de raad gepresenteerd, dat was het programma van Crownpoint. De architect LEVS heeft dat destijds gedaan. Die zijn toen ook al aan het inzoomen gegaan op de beeldkwaliteit die we hier graag willen hebben op basis van het

30

plan wat u zo beter te zien krijgt. En daarna overigens is in de commissie fysiek het bestemmingsplan nog verder besproken en dat is eind 21 ook vastgesteld en achteraf kunnen we zeggen: nou, misschien was het slim om het stuk wat u vanavond te zien krijgt ook toen al ter besluitvorming aan te bieden, maar goed. Al doende leert men, zal ik maar zeggen. Een ander belangrijk onderdeel naast de gebiedsvisie is het verkeersstructuurplan. Ook daar zijn diverse Spui Safari's van geweest in 2018. De contouren zijn nu gepresenteerd in de commissie grote projecten van destijds in 2019. Stadslabs zijn ervoor georganiseerd, zijn met bewoners besproken, met de ondernemers in het POBD en in 2020 hebben uw voorgangers dat vastgesteld. Nou, die Spui Safari, dat zag er ongeveer zo uit. De stadslabs die bijvoorbeeld over het Spuikwartier zijn georganiseerd waren in deze setting en verder hebben we gewerkt aan het schetsontwerp Spuiboulevard. Dat is in 2020 opgesteld in een concept wat vervolgens ook weer met omwonenden en ondernemers is besproken. Er is een wandeling geweest in het gebied Burgemeester de Raadtsingel omdat daar ook een belangrijke infrastructurele ingreep maar zeker ook ‘…’ locatie, u welbekend, is daar een wandeling gemaakt met omwonenden.

En afgelopen 1 oktober hadden we hier in het Stadskantoor, een aantal van u hebben we daar ook gezien, een brede gebiedsmarkt gehad rond de Spuiboulevard waar zo’n vijf- tot zeshonderd bezoekers zijn geweest en daar zijn eigenlijk alle plannen gepresenteerd, de standen van zaken getoond van alle planonderdelen die we hier hebben. En dan geef ik nu graag het woord over aan Daan Zandbelt. De heer Zandbelt: Dank je wel. Ik zal u in de inhoud meenemen van het stedenbouwkundig raamwerk en het beeldkwaliteitsplan zoals we dat de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. We zijn volgens mij al een keertje in de raadscommissie, een jaar of drie geleden, geweest met een aantal varianten. Maar hier laten we even de definitieve uitkomst zien. Nou, die is niet zomaar ergens vandaan gekomen, die is heel nadrukkelijk geworteld in die gebiedsvisie uit 2018. Dus veel van de kwaliteiten en beelden die u hier getoond hebt, die zijn ook verwerkt in het plan. Veel groen, aansluiting op de historische binnenstad en veel meer. En dat is natuurlijk best bijzonder, de plek waar we hier zitten is natuurlijk een gebied wat in de jaren 60 flink op de schop is gegaan, wat naast de historische binnenstad, naast die prachtige parel van Holland, is daar eigenlijk een heel ander ensemble ontwikkeld van kantoren met een grote maat en schaal, ruimte voor de auto en gericht voor kantoren.

Iets wat we met een soort van contrast wat we misschien tegenwoordig niet meer zo zouden maken. Maar dit was wel een soort uitgangspunt waarmee wij verder moesten. Dus we hebben gepoogd een plan te maken dat we zowel respect toont voor de lange historie maar ook enigszins voortbouwt op deze aanwezigheid. Maar wat we hier proberen te maken met elkaar is een binnenstedelijk woonmilieu, dus de werkplek die het nu is wordt een woonplek. En dat is natuurlijk aan de ene plek een fijne plek op zichzelf maar we willen ook dat daar heel Dordrecht en de binnenstad van kan profiteren. En dat die ook aansluit op de kwaliteiten die Dordrecht kenmerkt. Het is natuurlijk een plek die heel erg dicht bij het centrum ligt, op loopafstand van winkels en cultuur. Er komen zo'n vijfhonderd woningen in dit gebied, dat betekent ook minimaal zo’n duizend inwoners erbij, die ook heel frequent gebruik zullen maken van die binnenstad, dus ook een impuls. En niet onbelangrijk, het zijn niet alleen woningen, er staat ook een parkeergarage en die zal ook behouden blijven, zelfs voor een deel worden uitgebreid. En die maakt het ook mogelijk voor bezoekers om via dit gebied die binnenstad te blijven bezoeken. Het is ook zo dat het vooral wonen is wat

31

hier wordt toegevoegd, zodat er ook geen concurrentie met die binnenstad ontstaat. Voor de rest hebben we natuurlijk ook heel nadrukkelijk gekeken naar de stedenbouwkundige opzet van Dordrecht, naar de morfologie. Welke karakteristieken heeft Dordrecht? Heel veel publieke groene hoven die in het centrum en in de negentiende-eeuwse schil zijn gevonden en veel gesloten bouwblokken, dus straten rond omheen waar via poortjes je ontdekt dat die groene hoven er zijn. Daarop hebben we ook met een eigentijds plan willen voortbouwen, dus ook in ons plan zitten die hoven en die gesloten bouwblokken. En we proberen ook in de architectuur af te dwingen dat de gebouwen die hier verschijnen, dat die moeten aansluiten op de omgeving. En we hebben drietal omgevingen bekeken en we willen ook op alle drie dat er wordt aangesloten. Aan de ene kant die van de historische binnenstad met veel metselwerk, met hele fijnkorrelige panden, met ook best wel veel variatie. Dan het gebied waar we meer middenin zitten, de negentiende-eeuwse schil tussen de binnenstad en het spoor. Maar we moeten natuurlijk ook aansluiten op de eigentijdse ontwikkelingen die heel direct naast onze panden liggen en daar proberen we een beetje de balans in te zoeken, zowel in materialiseerring als ook in kleurstellingen van de verschillende onderdelen van het gebouw.

Het hoofdidee van het plan dat we hebben gemaakt is dat het eigenlijk in contrast met het huidige plan veel meer een rits probeert te zijn die de binnenstad, de historische binnenstad, aan de negentiende-eeuwse schil tot en met het station als een binnenstedelijk gebied probeert te maken. En dat doen wij door middel van die Dordtse hoven, dat doen we doordat we heel veel groen toevoegen, die het verblijf heel aantrekkelijk maakt maar die ook heel erg helpt bij extreme weer waarmee we te maken hebben. We zorgen dat het ook aantrekkelijke gebouwen staan die gewoon op de straat staan met een deur eraan en een raam waardoor je af en toe naar binnen kan kijken. En het lopen staat wat meer voorop en gebied wordt relatief autoluw, hoewel er ook een grote collectieve parkeergarage in zit die wat meer op de tweede linie ligt. Dat geldt eigenlijk ook voor de hogere accenten die er in het plan liggen, die liggen niet pal aan de straat maar liggen net even iets terug. Als we daar een beetje in samenvatten hoe, dan willen we eigenlijk dat die nieuwbouw … Oh, natuurlijk. De voorzitter: Jazeker heer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Ik zag in het plaatje hoogfrequente plinten staan, kunt u dat voor een leek als mij iets toelichten? De heer Zandbelt: Elke tien meter een deur.

Hoogfrequent bedoelen we dat als je daarlangs loopt, dat er heel veel momenten iets te zien is, iets te doen is op veel verschillende momenten van de dag. Als ik nog een term erbij mag gebruiken, ik wil graag oma-plinten. Dat heeft niets met opa’s en oma’s te maken, maar dat er in de ochtend, middag en avond iets te doen is in die straat omdat er elke keer een andere functie zit. Soms wordt er gewoond, soms is er horeca, soms is er een winkel of een kantoor. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. Gaat uw gang. De heer Van Dam-Timmers: Ja dank voorzitter. Maar dit conflicteert een beetje met de eerdere opmerking die er net gemaakt wordt dat het niet moet concurreren met de

32

binnenstad. Dus hoe duid ik dat met elkaar? Begrijp ik niet helemaal. Als u zegt: er moet wat gebeuren de hele dag, dan heb je het over winkels, onder andere. De heer Zandbelt: Nee, niet altijd. Ik denk dat dat wonen best een belangrijke rol kan vervullen, ook de in- en uitgang van een parkeergarage kan daaraan bijdragen. We hebben wel een paar functies die niet over wonen gaan, dat laat ik straks zien met dat plintfuncties, dat zijn niet, dat is geen winkel, dat zijn geen winkels maar dat zijn ondersteunende functies. Daar kan een makelaar zitten of een tandarts, dat soort dingen moet u aan denken. Kunnen we misschien straks nog wat meer over toelichten als dat op de kaart staat waar dat zit en hoe dat zit. De voorzitter: De heer Safranti. Aanvullende vraag? De heer Safranti: Nou nee, geen aanvullende vraag. Voorzitter, dank je wel. Ja, ik zie ook autoluw, prima, prima ambitie trouwens. Alleen ik hoorde net ook wel dat er volgens mij duizend woningen of vijfhonderd woningen komen? De heer Zandbelt: Vijfhonderd woningen. De heer Safranti: Ja. En hoe wilt u dat gaan realiseren buiten een collectief parkeerplaats? De heer Zandbelt: Ik zal zo even in de plannen laten zien hoe het parkeren is opgelost. De heer Safranti: Prima. De heer Zandbelt: Ja, is dat ‘…’ De voorzitter: Ja hoor, gaat u verder. De heer Zandbelt: Ja.

We proberen dus de nieuwbouw goed in zijn omgeving te laten passen door wonen tot op de begane grond te laten plaatsvinden zodat daar ook zicht op de straat is, dat de gebouwen een eigen expressie hebben, dat ze een eigen buitenruimte hebben maar dat ook collectieve buitenruimtes zijn in die hoven maar ook op de Spuiboulevard. Dat we zorgen dat de nieuwbouw zich voegt in die historische context, dat er ook op het maaiveld veel groen hebben, veel ruimte voor zachte overgangen, dat mensen zich ook voor hun deur kunnen begeven, zodat mensen niet alleen maar rennen van hun huis naar de fiets of de auto of de andere vervoersmiddel maar ook even op straat zich begeven. De heer Struijk: Voorzitter? De voorzitter: De heer Struijk, gaat uw gang. De heer Struijk: Ja, ik zag een dak als vijfde gevel, dat vind ik een beetje lastig. Een gevel zie ik en een dak zie ik meestal niet tenzij ik er overheen vlieg. De heer Zandbelt: Ja. Het idee van een vijfde gevel, wat daarmee bedoeld wordt is dat het meer is dan alleen maar een bitumen dak, maar dat dat ook nog meer functies heeft, dus dat er of een dakterras op zit of dat er wateropvang inzit of dat er zonnepanelen op

33

liggen. Dus dat het … En zeker de hogere daken of de lagere daken, daar wordt door de hogere gebouwen opgekeken dus dan wil je dat het aantrekkelijk is. De voorzitter: Ja, u mag vragen stellen hoor, maar ik stel even voor, want we hebben maar een uurtje voor deze commissie en er zit namelijk een fatale beslistermijn op dit dossier, dus ik zou willen voorstellen om even de presentatie af te wachten en dat u dan uw vragen stelt. Kan dat? Ja? De heer Zandbelt: Heel goed, dank je wel. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Zandbelt: Ik zal een beetje tempo maken zodat u echt ruimte voor vragen heeft. Op dit moment is natuurlijk het gebied kenmerkt zich door een groot contrast tussen de kantoren en de omgeving. En wij streven eigenlijk na met dit plan om echt een buurt te maken waar gewoond wordt, waar gemeenschapszin is in een historische context die daar ook dat versterkt. En daar hebben we eigenlijk vier leidmotieven voor. We willen er een levendig en aantrekkelijk stuk stad van maken dat enerzijds eigentijds is maar tegelijkertijd aansluit op die historische context. Dat het als geheel wat er nieuw ontwikkeld wordt samenhang heeft als woonbuurt en dat er aandacht is dat de nieuwe ontwikkeling duurzaam, biodivers en klimaat adaptief is.

Nou, dit is een eerste impressie hoe het er uit zou kunnen zien, wat we hier zien is eigenlijk dat de nieuwbouw bestaat uit verschillende architectonische eenheden, uit verschillende gebouwen, die, dus het is niet een grote schaal zoals het op dit moment is, met de kantoren. Waar heel veel verschillende voordeuren en ook ruimte voor een soort voortuinen aan zitten. Een plein hiervoor met de Ruitenbrug die naar de Voorstraat loopt, hiervoor. En we zien rechts even de entree van de huidige parkeergarage, de Spuihaven parkeergarage, die in zijn opzet gehandhaafd blijft en daar wordt door eigenlijk vrijwel alle bewoners en bezoekers in geparkeerd. Hier zien we het even op de plankaart, daar zien we eigenlijk vrij eenvoudig dat het bestaat uit drie bouwblokken. Dit is de Crownpoint locatie, dit is het grote blok met de parkeergarage en een groot publiek toegankelijk hof. En dit is nog een derde blok vanaf de hellingen dat het blok eigenlijk afmaakt vanaf deze straat. En u ziet ook de verschillende getallen, dat gaat over de maximum bouwhoogte en de kleurtjes geven ook een beetje aan: wat zijn de verschillende gebouwen die we in dit gebied aantreffen. Dus het wordt niet één groot gebouw, het bestaat uit meerdere gebouwen.

Nou, als we even een doorsnede daarvan maken dan willen we dat die zowel binnen- aan de buitenkant, dat die openbare ruimte goed is en dat hij groen is met collectieve hoven. Laten we ze even een voor een er uitlichten. Dan is dit even de doorsnede over de Spuiboulevard die een andere inrichting krijgt. Daar wordt u op een ander moment al over bijgepraat, dus dat betekent dat daar voor de deur van dit blok alleen nog een bus rijdt en fietsers en voetgangers lopen. Veel groener karakter. Dan zien we een rij bebouwing met voordeuren aan de straat, dan wordt het blok doorgesneden met een hof dat ook publiek toegankelijk is. En dan zien we de parkeergarage die twee extra lagen heeft gekregen en ook een vriendelijke gevel heeft aan dat hof. En vanuit die parkeergarage lopen mensen ook door dat hof om naar de binnenstad te kunnen lopen. De heer Damen: Mag ik daar een vraag over stellen?

34

De voorzitter: Nee, mijnheer Damen, we hebben net even afgesproken dat we even de presentatie afwachten. De heer Zandbelt: Dan zien we hier het Geldelozepad met de bestaande bebouwing van Trivire. En vanaf het Geldelozepad is die nieuwe optopping van de garage niet te zien. Dan zien we hier even een impressie vanuit dat grote hof met hier rechts de parkeergarage met verschillende bebouwing eromheen. Daar zijn privétuinen aan de rand maar richting de garage wordt het langzaamaan openbaar en we zien dat de mensen die geparkeerd hebben in de garage, dat die via een publieke trap naar beneden lopen, of met de lift naar beneden komen en dan via twee uitgangen de binnenstad in kunnen lopen. En die garage zelf, die wordt zoveel mogelijk gepoogd om die te handhaven en met twee verdiepingen op de toppen, dat die ook aan de buitenkant boven op een aardig aantrekkelijk zicht heeft op de binnenstad van Dordt, misschien wel het mooiste uitzicht op de binnenstad van Dordt. En dat die ook aan de hofkant een groene gevel krijgt met houten elementen zodat het een vriendelijke uitstraling heeft. Er wordt onderzocht of de garage te behouden is en op de toppen, of dat die sloop nieuwbouw moet worden, maar dat kan in beide gevallen. En dan heeft u genoeg ruimte voor alle bewoners en bezoekers met nog een uitzondering, dat is de Crownpoint locatie, daar zit ook nog een parkeergarage onder.

Ik weet eigenlijk uit mijn hoofd niet hoeveel parkeren, maar voor die bewoners van die Crownpoint locatie. Daar zien we deze doorsnede, die is niet heel veel anders dan die andere. Hier zien we ook de Spuiboulevard, daar zit nog een stukje waar wel de auto's rijden om bij de garage te komen. Doorsnede over het blok met auto's beneden en een groen binnenhof daarbuiten en de aansluiting op het Geldelozepad. Even de opzet van het plan, hier zien we even ook die vragen beantwoord die net langskwamen. Dit zijn de functieverdelingen. Blauw is wonen, groen is waar de garage staat en in de gestreepte delen is op de begane grond nog mogelijk om niet woonfuncties te realiseren die niet mogen concurreren met de winkeliers in de binnenstad. Dan hebben we ook natuurlijk oog voor de zichtlijnen. De Grote Kerk is natuurlijk belangrijk en de wijk Krispijn is zo vormgegeven dat je vanuit allerlei belangrijke straten in Krispijn de kerk kan blijven zien. Daar is ook het huidige plan met de kantoren op geënt zodat die hoge accenten van de kantoren daar geen blokkade in vormen en die hebben wij ook gerespecteerd.

Dus dat zicht, dat blijft en voor de rest is eigenlijk de bebouwing tussen de vijf en zes lagen en de maximaal elf lagen en dat is eigenlijk zo'n beetje de hoogte die al in dit gebied nu aanwezig is, dus het wordt niet echt hoger dan op dit moment, ik geloof de hoogte van de hoogste kantoor is geloof ik tien lagen, als ik het goed zeg, of elf. Dan zien we ook even de hoe groot, wat is nou de maat van de gebouwen? En daarbij is de filosofie dat aan de grotere ruimtes mogen wat grotere gebouwen staan en aan de kleinere ruimtes wat kleinere gebouwen. Dus we zien aan de Spuiboulevard een iets grotere korrel van de gebouwen en aan het Geldelozepad en de tussenstraten een wat kleinschaligere vorm. Maar het is allebei passend bij de Dordtse binnenstad. Hier zien we even het verkeer. De auto's die komen nog wel vanuit het westen en die kunnen of de private parkeergarage in van Crownpoint of de publieke parkeergarage van de Spuihaven. Verderop is het busverkeer en vanuit die garage kunnen mensen zowel via de Ruitenbrug als via de Spuibrug door het grote collectieve hof naar de Dordtse binnenstad. Dus ze kunnen ook een rondje lopen om de winkels eigenlijk allemaal te bezoeken. En dat denken wij dat ook dat levendigheid brengt op en rond de Spuiboulevard. Dus hier zien we ook even een paar ideeën over hoe je daar als voetganger en fietser komt, ook voor de fietsplekken voor de bewoners,

35

waar die kunnen bevinden. En niet onbelangrijk, we bouwen dus voort ook op die traditie van die Dordtse hoven, dus we maken grote groene binnenhoven die niet alleen voor de bewoners er rond omheen zijn maar die ook publiek toegankelijk zijn, dus mensen die willen dwalen door die binnenstad, die kunnen dat bezoeken. Mensen die via die parkeergarage komen. En ook buiten die bouwblokken is er groen, bijvoorbeeld De Hellingen waar best wel veel problemen zijn met als het heel hard heeft geregend. Die gaan we veel groener inrichten om daar ook meer water vast te houden maar dat ook een hele prettige plek te laten zijn als plek als voetganger richting de binnenstad. En die gele zones, dat zijn zones waarbij mensen worden verleid om ook een beetje voor … Dat gaat wel heel hard. Voor hun huis zich te begeven, dus daar mag een bankje staan of potten met bloemen en daar mag je ook lekker zitten. Even een speciaal onderdeel eruit gelicht. Eén van die ambities gaat ook over natuur inclusief, dus het is niet alleen groen maar we zorgen ook dat in de gebouwen en in de architectuur ruimtes worden ingebouwd om vleermuizen en bepaalde vogelsoorten ook een plekje te geven als onderdeel van de bewoners van de binnenstad. Nou, dat leidt een beetje tot dit overall stedenbouwkundig raamwerk met ook veel verfijnde hoeken en blokjes.

En daarnaast hebben we op basis van dit raamwerk ook een stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan gemaakt. Dat bestaat uit een viertal algemene regels waarbij het gaat over het levendig en aantrekkelijk stuk stad maken, die eerste leidmotief ambitie. Dan het tweede: hoe zorgen we dat het eigentijds is en aansluit op de omgeving? Hoe zorgen we in het derde punt dat er een samenhangende woonbuurt ontstaat? En hoe zorgen we dat dat duurzaam, biodivers en klimaat adaptief is? Daar zitten allemaal algemene regels in, dat geldt voor de hele ontwikkeling. En daarnaast hebben we ook voor de verschillende bouwblokken, de verschillende typeringen die daarbinnen te maken zijn nog speciale regels voor bijvoorbeeld de bebouwing langs het Geldelozepad. Nou, dat voert voor deze presentatie wat ver om daar helemaal stip voor stip stil te staan maar die informatie kunt u wel gewoon ontvangen. Dat is het raamwerkplan en het beeldkwaliteitsplan wat voorligt. De voorzitter: Dank u wel voor deze presentatie. Dan gaat … De heer Van Oosterhout: Nee, als het nog heel even mag. De voorzitter: Heel even dan. De heer Van Oosterhout: Want ik wil nog even vertellen hoe dat uw raad verder betrokken wordt. Het stedenbouwkundig kader en het beeldkwaliteitsplan geldt hierna als kader voor de verdere toetsing op het moment dat er plannen worden ingediend.

Dit past dus eigenlijk in het bestemmingsplan vanaf dat moment. En wij verwachten bijvoorbeeld van Crownpoint dat, nou, als het een beetje meezit de eerste kwartaal volgend jaar al dus april mei, dat die vergunningaanvraag ook echt wordt ingediend, dan is het wel heel plezierig op het moment dat we deze aanvulling hebben op het bestemmingsplan. Het verkeerstructuurplan en het ontwerp voor de Spuiboulevard wordt nader uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma en, nou, er komt een kredietaanvraag ergens ook het tweede kwartaal volgend jaar. En als dat verder wordt uitgewerkt hebben wij ook beter zicht bijvoorbeeld waar ook de bomen komen, dus de vraag over de bomenbalans in de openbare ruimte. Dit is een belangrijk moment om daar op te letten en zeker ook op het moment dat er verdere uitwerkingen daarvoor worden gedaan. Crownpoint heb ik net gezegd, stadskantoor De Hellingen, ja u weet, in

36

2025 willen we graag over naar het nieuwe Huis van Stad en Regio, dat betekent dat deze locatie vrijkomt. Daar zit nog het nodige voorbereidende werk op om ook echt inderdaad die plannen te kunnen gaan maken. Ook daarvoor is dit kader belangrijk. En dan nog zoals ik had gezegd in het begin de gestelde vragen in het agenderingsverzoek. Effecten van de herontwikkeling op de bestaande bomen en de bomenbalans. Ja, ik kan er op dit moment eigenlijk nog niet goed antwoord op geven, gewoon omdat die plannen nog verder uitgewerkt worden. Zoals ik net heb gezegd zijn er wel nog een aantal momenten waar we over, waar uw raad zich daarover uit kan spreken. Welke Dordtse signatuur van architecten wordt verlangd? Ik hoop dat Daan Zandbelt daar net al voldoende woorden aan heeft gewijd. En de woningbouwverhoudingen van ten opzichte van de dertig procent sociale huur, ja, eigenlijk moet ik daarvoor verwijzen naar de presentatie een paar weken geleden hier door Anne Wouters en Henk Kranendonk is gegeven waarin is verteld hoe we die 1200 sociale woningen van de vierduizend in het coalitieakkoord willen gaan realiseren. De woningen die hier worden gerealiseerd zijn daar onderdeel van en zitten daar dus in geborgd, dus dat past. En daarbij is specifiek voor dit gebied ook een woningbouwimpuls subsidie van drieënhalf miljoen ontvangen waarin ook eisen worden gesteld aan de betaalbare woningbouw.

En dat was hem. De voorzitter: Nou, dat is toch nog aardig snel gegaan. Voordat ik verder ga wil ik eerst even het woord geven aan de heer Kleinpaste, die was als eerste. De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, dat raakt misschien een puntje van orde. Ik was even in verwarring omdat u een beslistermijn meldde in één van uw opmerkingen. Niet in deze vergadering, neem ik aan, want die is beeldvormend. De voorzitter: Nee, dat klopt, de heer Kleinpaste. Het is namelijk zo, dit is de laatste beeldvormende vergadering, dus ik wil iedereen de gelegenheid geven, want het is maar een uurtje. En de oordeelsvormende commissie, die is de 13e en dan zou het in de gemeenteraad van de 20e afgehandeld kunnen worden. Dus goed dat u even die opmerking maakt. De heer Kleinpaste: Dan begrijp ik hem in de tijd uitgezet. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Oké. Voordat we dan even verder gaan, ik kijk even de commissie rond, dank ook voor de presentaties die jullie gegeven hebben. Wat doen we, geef ik iedereen even het woord? Want ik denk dat iedereen wel een vraag heeft over dit onderwerp. Of zeg je: we doen het gewoon … Ja, een rondje doen? Welke kant moet ik beginnen? Links? Links? Links. De heer Boone, Beter voor Dordt. De heer Boone: Ja, dank voorzitter. Ik geef de beurt aan mijn collega hiernaast. De voorzitter: Kijk eens aan, dat gaat heel snel. De heer Groenewege.

De heer Groenewege: Ja bedankt. Op veel van de visualisaties zagen we gevelgroen, een beetje à la Bosco Verticale dat het over de gevelranden hing en noem maar op. En vaak zie je dan dat dat op de visualisaties wel staat maar dan als het gebouw er eenmaal staat, dan is dat groen in geen velden of wegen meer te bekennen. Dus ik vraag me af: in hoeverre is dit groen geborgd in de plannen en als het niet geborgd is, kunnen wij het als raad nog borgen?

37

De voorzitter: Wie mag ik daar het woord over geven? De heer Zandbelt: Nou, ik zal een basisantwoord proberen te formuleren, vul mij aan. Ik denk allereerst dat wij wel hebben gepoogd om geen Bosco Verticale te maken, omdat ik herken uw vraag en kritiek, dus volgens mij hebben we vooral gepoogd om groene tuintjes te maken en op het dak groen. Dat hebben we nadrukkelijk ook bij de parkeergarage zetten we groene gevels in, dat heeft u gelijk in. We proberen dat aan de ene kant in de beeldkwaliteit af te dwingen door die natuur en biodiversiteit onderdeel te maken van het beeldkwaliteitsplan. En bij de garage zelf is ook de gemeente mede aan zet om dat ontwerp te maken en daar is dat een belangrijk uitgangspunt in. De voorzitter: Dan ga ik verder met de heer Struijk. Gaat uw gang. De heer Struijk: Ja, de heer Groenewege die heeft mijn vraag even gepikt maar dat wist hij natuurlijk ook niet. Maar ik heb er nog wel eentje. De Spuihaven, Dordrecht en water, dat is natuurlijk iets, ik heb een schetsje gezien en daar zie je wat bootjes over die Spuihaven varen. Kunnen we niet wat meer doen met dat water? Zijn daar ideeën voor? De heer Zandbelt: Ik ben de stedenbouwkundige die het stedenbouwkundig plan heeft gemaakt. Er is tegelijkertijd ook een ontwerp door een landschapsarchitect gemaakt voor de buitenruimte, dat is ook qua landschap.

En daar is dus herinrichting van de Spuiboulevard en ook van de Spuihaven wordt daarin besproken. Misschien dat Jeroen van der Stel daar iets over wil zeggen of … Die is volgens mij al wel in de commissie ook geweest geloof ik of komt die nog. Die komt nog in de commissie. De voorzitter: Even via de microfoon alstublieft, voor de band. De heer Van Oosterhout: Sorry. Dat is onderdeel van wat er tweede kwartaal 23 aan uw commissieraad wordt aangeboden. De heer Struijk: Dank, dan probeer ik de vraag te onthouden. De voorzitter: Dan mevrouw van Engelen, gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel. Ja, ik had ook dezelfde vraag als de heer Groenewege, dus dankjewel voor het stellen. Dank ook beide heren voor de hele duidelijke presentatie. In het kader van er zijn geen domme vragen, kan de ambtenaar nog een keer uitleggen heel beknopt waarom hier is afgeweken van die dertig procent sociale huur? En dan nog een vraag, we hebben nu natuurlijk een stukje gezien van het plan Spuiboulevard.

En als u degene bent die er ook over het verdere plan gaat, is dit een stijl die wordt doorgetrokken, want het is natuurlijk een hele mooie goed aan te wijzen stijl en gaat de rest van de Spuiboulevard er ook een beetje zo uitzien? De heer Zandbelt: Nee, ik ben alleen stedenbouwkundige van dit deel West en volgens mij was dit het laatste deel dat is ontworpen, als ik dat, kijk ik even naar … De heer Van Oosterhout: Ja, dit heeft betrekking op het hele gebied van dat Huis van Stad en Regio tot en met Crownpoint eigenlijk, hè, dus in die lijn wordt dat helemaal doorgetrokken, dat klopt. En die dertig procent sociaal, de dertig procent sociaal van de

38

vierduizend zijn 1200 woningen. Die zijn geprogrammeerd over heel de stad. Daar hebben we verschillende plannen voor nodig om dat te kunnen realiseren en niet alleen wijzelf, zeker ook de woningbouwcorporaties. En de sociale woningen die hierin zitten, die tellen mee in die 1200. De voorzitter: Dan gaan we … Nee, we hebben afgesproken dat we het rondje afgaan. De heer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel voorzitter. In de presentatie kwam aan bod minimale eigen buitenruimte. Nu begrijp ik goed dat dit niet de plek is voor iemand die een tuin zoekt van één twee hectare, maar ik ben toch benieuwd, kunt u dat iets verder duiden. Worden er ook woningen gebouwd zonder eigen buitenruimte? De heer Zandbelt: Nee, want dat gaat niet zomaar. Dus een woning boven de vijftig vierkante meter moet in ieder geval een buitenruimte hebben met minimale formaten. Daar voldoen we ook keurig aan. Het gaat even over dat die hoven zelf, dat die vooral een publiek karakter hebben en dat er ook ruimte is nog aan je directe privéwoning met een privé buitenruimte en dat die overgaat eerst in een collectieve ruimte, wat je met je buren deelt en dan in het grote publieke hof. Dus we wilden niet royaal, niet het hof opgeven voor royale tuinen, daar ging het met name om. Het ging niet om de individuele bewoners te laten beknibbelen op hun balkons, dat was niet de bedoeling.

De heer Kuhlmann: Helder. De voorzitter: Dan de heer Safranti. Gaat uw gang. De heer Safranti: Dank je wel voorzitter. Nogmaals: ik vind het een prachtig ambitieus plan hoor, alleen het enige waar ik een beetje mee zat, dat heb ik net ook een beetje proberen aan te geven, dat is: als we toch naar een autoluwe binnenstad willen gaan en we kampen nu al met heel veel parkeerproblemen, zeker in weekenden zeg maar voor bezoekers die dus binnenkomen, alle parkeergarages, die staan al vol. Er staan rijen, auto’s staan gewoon vast. Hoe gaan we dat dan straks oplossen? Is daar al over nagedacht? De heer Van Oosterhout: Ja. En wel in het verkeersstructuur plan voor de schil West en de businesscase parkeren die daarachter ligt. Dus er wordt niet alleen gekeken naar de parkeervraag die hier moet worden opgelost, dat wordt bezien in relatie met bijvoorbeeld wat er op Weeskinderendijk kan en met de andere parkeerplaatsen in de stad. Dus dat totaalbeeld, dat is het beleidskader parkeren waar wij mee te maken hebben. En vanuit dat beleidskader wordt aan ons meegegeven: wij hebben zoveel plaatsen te realiseren in de Spuihavengarage. En daarom vertelde Daan Zandbelt ook dat daar wellicht wat lagen opkomen of dat we iets met sloop nieuwbouw moeten doen.

Dus het totale kader, dat geldt voor de hele stad en die kijkt welke parkeerplaatsen zijn waar nodig om het hele, ja, systeem goed te kunnen laten functioneren. En wij doen daar een plukje uit en dat realiseren wij in dit plan. De voorzitter: De heer Portier, gaat uw gang.

39

De heer Portier: Ja, prachtig plan, ik ben niet helemaal overtuigd, hè, door de beantwoording van de vragen over de sociale component, want het is natuurlijk mooi om te zeggen: het wordt elders in de stad gerealiseerd, maar ja, overal zal ik maar zeggen waar er gebouwd wordt of op bijna alle plaatsen waar er gebouwd wordt dat ze zeggen: ja maar elders in de stad komen de sociale huurwoningen. Dus ja, waar is dat elders dan uiteindelijk nog? Maar ja, voor de rest qua groen en opbouw en dat soort zaken is het in ieder geval een mooi plan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Ja voorzitter, dank u wel. Ook bedankt voor de presentatie. Ik heb tweetal opmerkingen. Over smaak valt natuurlijk te betwisten, maar ik zie de laatste aantal jaren in heel veel steden zeg maar rechthoekige, blokkerige gebouwen. En wij kennen gelukkig, we zijn geprezen met een heel mooie historische binnenstad ook met mooie bogenstructuur. En ik weet niet zeg maar of dat nu het moment is om daar een bepaald voorkeur voor uit te spreken, maar ik zou zeggen: neem het alsjeblieft mee ook richting de architect zeg maar in de communicatie, dat afwisseling juist op zijn plek zou zijn hier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/481/documents/21082