CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 12 mei 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 22 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Raadsvergadering van 26 mei 2021, de Commissie Grote Projecten van 20 mei 2021 en de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 12 mei, 18 mei en 2 juni 20218.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 12 MEI 2021 Via MS Teams Voorzitter: Dhr. Tiebosch Commissiegriffier: Mw. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Boer (Beter Voor Dordt) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam-Timmers (CDA) Mevr. Van Eck (Beter Voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kwaak (VVD) Mevr. Nijhof (Beter Voor Dordt) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Mevr. Striebeck (VSP) Portefeuillehouder: Wethouder R. van der Linden Ambtelijke ondersteuning: Mevr. S. Oosterom

1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond allemaal. Welkom bij de commissie Sociale Leefomgeving van 12 mei 2021. Dag mevrouw Koene. Voordat wij starten, herhaal ik voor de volledigheid nog even kort de belangrijke afspraken voor het digitaal vergaderen. Als u niet aan het woord bent, zet u uw camera en microfoon uit. Als u wilt interrumperen of het woord wilt, geeft u dat dan door in de chat. Bij de bespreekpunten hanteren we de spreekvolgorde van de raad, tenzij een onderwerp door een bepaalde fractie is geagendeerd en dan starten wij met die fractie. En daarbij stel ik dan graag voor dat de fracties die eveneens het woord willen voeren, dit alvast aankondigen in de chat. En dan noem ik nu de mensen in de Teams, deelnemerslijst om vast te stellen, wie allemaal deelnemen aan de vergadering en graag bevestigen als je naam wordt genoemd middels beeld en geluid. De heer De Boer van Beter voor Dordt? De heer De Boer: Voorzitter, goedenavond. De voorzitter: Goedenavond, mijnheer De Boer. De heer Burakçin van GroenLinks? De heer Burakçin: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Van Eck van Beter voor Dordt? Mevrouw Van Eck: Dag voorzitter, aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Koene, ik had u al gezien.

1

Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, maar wederom ga ik dan direct de opmerking maken, dat dit volstrekt overbodig is, maar wel gezellig. De voorzitter: Ja, die opmerking maakt u altijd, maar ik doe het toch graag. De heer Kwaak van de VVD. De heer Kwaak: Aanwezig, voorzitter, goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Nijhof van Beter voor Dordt. Mevrouw Nijhof: Goedenavond, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Rutten-Alberts van de PVV? Mevrouw Rutten-Alberts: Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer Bosman van de ChristenUnie/SGP? De heer Bosman: Goedenavond, voorzitter. En ik zal gelijk melden dat de heer Boersma vanavond niet aanwezig is. De voorzitter: Oké, dank u wel voor het doorgeven. De heer Van Dam-Timmers van het CDA? De heer Van Dam-Timmers: Goedenavond, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. En mevrouw Striebeck van de VSP? Mevrouw Striebeck: Goedenavond, voorzitter. Aanwezig. De voorzitter: Goedenavond en dan hebben wij bij ons ook vanavond wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Dat klopt. Goedenavond, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond wethouder. En wij hebben ambtelijke ondersteuning en dat is mevrouw Susan van Oostrom. Mevrouw Van Oostrom: Ja, klopt. De voorzitter: Oké, welkom. Nou, afmeldingen hebben wij net, de heer Boersma hebben wij genoemd. Verder heb ik geen afmeldingen ontvangen. Ik heb geen mededelingen.

Iemand anders van u een mededeling? Dat is niet het geval. Dan gaan wij naar de agenda van vanavond. Wij starten met de bespreking van de rol en de positie van Dordrecht in het Algemeen Bestuur Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid. Wij gaan dat bespreken aan de hand van een raadsinformatiebrief en twee brieven van de Serviceorganisatie Jeugd over definitieve begrotingswijziging 2020 en het vastgestelde inkoopkader Jeugdhulp 2022 en verder. Daarnaast staan de overzichten moties en amendementen ter bespreking geagendeerd en de pauze vindt idealiter na bespreking van het eerste onderwerp, rond kwart voor tien, plaats en de vraag die ik dan heb aan de

2

commissie: kan de commissie de agenda hiermee vaststellen? Nou, zo te zien is dat het geval. 2. Vaststellen besluitenlijst Commissie Sociale Leefomgeving 20 april 2021 De voorzitter: Dan komen wij bij punt twee, het vaststellen van de besluitenlijst van de commissie Sociale Leefomgeving van 20 april jongstleden. Er zijn vooraf geen wijzigingsvoorstellen ingediend en de vraag is aan de commissie: kan de commissie instemmen met de besluitenlijst? En dat is het geval. Dank u wel. 3. Vragen aan het College De voorzitter: Vragen aan het college zijn er niet. Stukken ter bespreking 4. Raadsinformatiebrief Positie Dordrecht in AB DG&J ZHZ - Raadsinformatiebrief 5. Brief van Serviceorganisatie Jeugd ZHZ over Definitieve begrotingswijziging SOJ 2020 6. Brief van Serviceorganisatie Jeugd ZHZ over Vastgesteld inkoopkader jeugdhulp 2022 e.v. De voorzitter: Dus dan kunnen wij gelijk door met de stukken ter bespreking en dat zijn de stukken vier, vijf en zes, vier is de raadsinformatiebrief van de Positie Dordrecht in het Algemeen Bestuur Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid. Vijf, de brief van de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid over de definitieve begrotingswijziging SOJ 2020 en de brief SOJ Zuid-Holland Zuid over het vastgesteld inkoopkader van de jeugdhulp 2022 en verder. En die punten vier tot en met zes worden in samenhang met elkaar besproken.

De commissie Sociale Leefomgeving heeft op 6 januari jongstleden besloten de rol en positionering van de gemeente Dordrecht in de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid ter bespreking te agenderen en op 13 april jongstleden heeft de commissie besloten om de raadsinformatiebrief Positie Dordrecht in het Algemeen Bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid hierbij te betrekken. En inmiddels is ook de brief van de Serviceorganisatie Jeugd over de nota van zienswijze en reactie van het Dagelijks Bestuur op de begroting 2021 door de commissie ter kennisgeving aangenomen op 20 april en deze bespreking is bedoeld als een evaluatief moment gericht op onder andere de werking van de Gemeenschappelijke Regeling bij zienswijze en de opstelling van wethouders in het Algemeen Bestuur hierin. En mijn vraag is aan de commissie: wie mag ik als eerste het woord geven? Geeft u het maar aan in de chat. Mijnheer Burakçin, u heeft het woord. De heer Burakçin: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, ik wil reageren, zeg maar, op al die onderdelen en dan begin ik bij de brief van de Serviceorganisatie Jeugd over de definitieve begrotingswijziging. Wij hebben daarvan kennisgenomen en ik moet zeggen: ja, daar word je eigenlijk niet echt helemaal vrolijk van.

Ja, vanaf het begin van deze raadsperiode worstelen wij natuurlijk al met al, met die oplopende kosten van het jeugdhulpgebruik en wij hebben een heel traject achter de rug van thema-avonden,

3

onderzoekbureaus, die ingeschakeld zijn, taskforces, die ingezet zijn om te zoeken naar die gouden, ja, die gouden uitvinding, die kostendrukkend zou moeten werken. En dan denken wij uiteindelijk na al die rapportages en zienswijzen, dat wij die maatregelen gevonden te hebben en dan krijgen wij van de SOJ te horen, dat doorvoeren van die maatregelen en acties en het aanjaagplan, die kostenbesparing moest opleveren, te traag of niet doorgevoerd wordt, want de conclusie is: de acties liggen grotendeels in de invloedssfeer van de gemeente, dus het ligt aan de gemeente. Dus de eerste vraag ook aan de wethouder is: wat is de struikelblok voor de gemeente die dit tegenhoudt of vertraagt om de maatregelen door te voeren? Voorzitter, dan lezen wij: om de kosten te drukken en het tempo erin te houden, is er betere sturing nodig. Dus bedenken wij een Netwerk MTplus voor de hele regio. Nou, voorzitter, heeft de wethouder er vertrouwen in dat wij met zo’n MTplusteam dit karwei wel gaan klaren, wat wij met een Aanjaagteam, dat bestaat uit vertegenwoordigers van gemeenten, uitvoeringsorganisaties, onafhankelijk programmamaker en die als taak hebben elkaar te motiveren, aanspreken monitoren en ondersteunen, dit wel gaat werken? Dus graag een uitvoerig antwoord van de wethouder.

En waarop de wethouder het vertrouwen op gebaseerd heeft, dat dit gaat werken? Voorzitter, ten tweede, over de brief, eens kijken, Serviceorganisatie Jeugd voor het vastgesteld inkoopkader. Er valt te lezen dat de selectie in contractering niet meer tot stand komt met een open house-inschrijving, maar gewijzigd wordt met een vereenvoudigde SAS-procedure. Ja, ik moest gewoon googlen wat een SAS-procedure inhoudt of inhield, want dat, ja, dat kon ik in ieder geval niet uit die stukken halen, dus graag een uitleg ook van de wethouder wat daar nou precies mee bedoeld wordt. En ten tweede ook, ja, betekent het nou voor, betekent deze SAS-procedure ook bijvoorbeeld voor de kleine aanbieders, maken zij nog kanshebber om gecontracteerd te worden? En ook, voorzitter, tot slot: er valt te lezen dat er in het kader van fraudepreventie en fraudebestrijding geautomatiseerde controles plaats gaat vinden. De vraag aan de wethouder is: hoe ziet zo’n geautomatiseerde controle eruit? Wordt er gewerkt met algoritmes. Wij weten natuurlijk wat dat voor uitwerking kan hebben, dus graag antwoord van de wethouder hierover. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Burakçin. U wilde een interruptie doen, mevrouw Koene? Gaat uw gang. Mevrouw Koene: Jazeker, maar u zat zo druk te schrijven, voorzitter, dat ik dacht van: nou, ik gooi mijn camera maar even aan.

Ik hoor de heer Burakçin eigenlijk alleen maar zeggen van: ik wil van de wethouder weten dit, ik wil van de wethouder weten dat. Ik wil gewoon weten wat mijnheer Burakçin samen met GroenLinks vindt van wat voorligt? Ik bedoel, want de vragen die hij stelt, zijn voor een groot gedeelte technisch en dat hoort niet in de commissie. Dat had hij ook op een ander moment kunnen doen, dus ik wil gewoon weten wat GroenLinks ervan vindt? De voorzitter: Nou. Gaarne uw antwoord, mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, voorzitter, ik, hoe heet dat, ik concludeer bepaalde zaken, wat uit die stukken komt. Er valt te lezen dat, dat er bepaalde zaken niet doorgevoerd wordt, die maatregelen die wij dus na een heel traject hebben uitgevoerd en SOJ, die zegt: ja, dat ligt aan de gemeentes. Die voeren het niet uit. Ja, dan kunt u aan mij wel vragen, ik vind er zeker wel wat van, van nu dat wij bijvoorbeeld op zoek zijn naar kostendrukkende maatregelen om daar een oplossing voor te vinden en vervolgens gaan wij heel veel geld

4

en tijd investeren om dat te gaan doen en vervolgens zegt de gemeente: wij gaan het niet uitvoeren. Ja, dan kunt u aan mij vragen, dat is echt aan de wethouder om daar een antwoord op te geven. Daar ligt het aan dat het niet uitgevoerd wordt. De voorzitter: Mevrouw Koene, heeft u nog een vervolgvraag? Mevrouw Koene: Ja, nou ja, goed, vervolgvraag. Ik heb dan het idee dat we of als raad de verkeerde opdracht meegegeven hebben of zo. Ik weet het ook niet, hè. Ik bedoel, maar ik vind het wel spijtig om het gewoon geheel bij de wethouder te leggen, terwijl wij gewoon in een eerder stadium daar ook al een bepaalde verantwoordelijkheid in hebben en ik zou dus toch van de heer Burakçin willen weten, want als er dan meer kosten gemaakt moeten worden enzovoorts, maar dat dus blijkbaar niet kan, hoe hij het het dan opnieuw wil richten, zodat het dan wel binnen het budget allemaal kan gebeuren? De voorzitter: Mijnheer Burakçin? De heer Burakçin: Nou ja, kijk, voorzitter, ik heb geen kritiek op het traject die doorlopen is, dus, maar ik heb kritiek op het feit dat er dus maatregelen uitgekomen zijn uit dat traject en vervolgens dus niet uitgevoerd wordt, dus dan denk ik: waarom hebben wij het dan gedaan? Als wij bijvoorbeeld bij voorbaat, als de wethouder daar bijvoorbeeld geen heil in zag, had hij dat niet moeten uitvoeren misschien wel.

Dus nu ligt er dus een, bepaalde maatregelen en acties en dan krijg je te horen van: ja, dat wordt niet uitgevoerd door de gemeente. Waarom niet? Dat is toch een oprechte vraag neem ik aan? De voorzitter: Ja, misschien is het handig om straks als de wethouder antwoord te geven, ook nog eens even te kijken naar de verantwoordelijkheid van de raad zelf. Oké. Dan geef ik het woord aan mevrouw Nijhof van Beter voor Dordt. Mevrouw Nijhof: Voorzitter, ja, ik heb een nieuwe of een nieuwe, een andere laptop, dus ik moet er nog een beetje aan wennen, eerlijk gezegd. Goed, al reagerend op de stukken. Beter voor Dordt kan concluderen dat er langzamerhand toch meer besef is gekomen dat de aansturing onvoldoende lokaal is en dat de doelen, die er eindelijk na ruim zes jaar gesteld worden, lokaal geformuleerd gaan worden. Dat vinden wij positief. Al heeft het jaren gekost om dit om te buigen en heel veel geld gekost en is het einde nog niet in zicht. Ook willen wij benadrukken dat al die jaren het eigenlijk nauwelijks echt gegaan is over kinderen, jeugdigen en hun rechten en hun belangen, terwijl de Jeugdwet juist daarvoor bedoeld is. Ook in de stukken zien we daar eigenlijk niets over terug. Wij hebben een aantal kritische kanttekeningen bij de stukken, die hier voorliggen.

Graag zouden wij ook de landelijke tendens en ontwikkelingen hierin meenemen, want er komen bijna dagelijks op dit moment nieuwe ontwikkelingen bij. Wat betreft het inkoopkader. Landelijk zien wij dat er door meer regio’s de beweging wordt gemaakt om het aantal aanbieders flink terug te brengen. Zo ook zien wij dat in onze regio. Onze kritiek blijft daarbij, dat het echt nog maar de vraag is of dit de zorgvrager dient en de kwaliteit van zorg. Ook is het de vraag of dit geld oplevert en of je dit maatwerk kunt noemen. Wat ons met name zorgen baart, is dat de controle op de kwaliteit en om misstanden, zoals we onlangs bespraken, ten opzichte van bijvoorbeeld de gesloten jeugdzorg, vanuit de gemeente, zwaar onvoldoende is. De gemeenten nemen daarin hun verantwoordelijkheid niet en blijven die leggen bij de toezichthouder en bij plaatsers, die

5

op hun beurt weer geen middelen hebben om in te grijpen. Aanbieders die meerdere producten aanbieden, dus groot zijn, worden niet gesanctioneerd. Het lijkt er zelfs op dat zij beloond worden, omdat ze ingekocht blijven. Cliënten en ouders, vaak kwetsbare kinderen, worden hier de dupe van. Wij vinden dit zorgelijk. Zoals u weet, zijn wij daar niet de enige in. Vele deskundigen blijven maar zeggen dat dit echt anders moet, dus het betekent voor ons in ieder geval dat het een gevaar is om je uiteindelijk maar met een handjevol aanbieders in te laten. De controle van gemeentes op aanbieders is ondermaats en de gemeenten zijn er om de burger te ondersteunen. Wij bestaan namelijk, dankzij de burger, dus laten we dat alstublieft niet vergeten. In de stukken, wacht even, nou schiet hij weg, in de stukken worden ook een aantal ontwikkelingen genoemd, zoals ze door aanbieders en de GI’s streven naar nul uithuisplaatsingen. Daartegenover vindt er op dit moment een ontwikkeling plaats, die daarmee in strijd is. Goed, dat hebben wij ook van de SO-directeur gehoord, namelijk het juist vermeerderen van kleinschalige woonvoorzieningen. Ten eerste is de beweging en het streven naar nul uithuisplaatsingen geen nieuw streven en komt het niet bij aanbieders vandaan.

Het komt uit de Jeugdwet en internationale verdragen en raakt de fundamentele rechten van kinderen, namelijk het recht op te groeien bij hun eigen ouders. Van voor de transitie was al duidelijk dat het aantal uithuisplaatsingen teruggebracht moest worden. En ook het aantal dwangmaatregelen. Dat is niet gelukt, helaas. Nu wordt de beweging naar nul uithuisplaatsingen vermarkt en richten ineens vele aanbieders zich hierop, om hier een graantje mee te pikken. Ouders worden hier wederom nauwelijks in betrokken. Ook hier krijgen de belangen van de aanbieders veel ruimte ten opzichte van de verantwoordelijkheid, die de gemeente heeft ten opzichte van de jeugdigen. In alle stukken en dit is al vele jaren zo worden er altijd financiële motieven genoemd om een bepaalde richting te kiezen. Nooit het belang van het kind of de uit te voeren wetten die eruit te voeren is. Al vanaf het begin worden wij steeds weer geconfronteerd met een groeiende SOJ, waarvan wij altijd gevonden hebben dat dit alleen een inkooporganisatie zou moeten die vanuit die taak de jeugdteams ondersteunt in wat er ingekocht moet worden in onze stad. Wij hebben al die jaren gevraagd om de controlekosten in kaart te brengen, overhead- en uitvoeringskosten. Nooit zijn er duidelijke antwoorden gekomen, ondanks de grote overschrijdingen die dan vooral aan de zorgaanbieder te wijten zou zijn of aan de grote jeugdzorgvraag.

Nu blijkt ineens dat er de afgelopen jaren door de SOJ besluiten zijn genomen om in plaats van inkopers contractmanagers aan te trekken, waardoor er nu ineens een tekort aan inkopers is. Hoe kan dat nou gebeurd zijn. Waarom heeft het bestuur hier niet opgelet? Dat is ook een vraag aan de wethouder. Waarom weten wij dit niet? De SOJ zou overbodig gemaakt worden en maar een aantal jaren bestaan. Nu is het een organisatie, die zich onmisbaar heeft gemaakt. Dat was nooit onze bedoeling. De ontwikkeling dat Dienst Gezondheid & Jeugd steeds groter wordt, juichen wij niet toe, ook al worden de begrotingen niet in elkaar verweven. Wij vinden het opmerkelijk, dat er wel mensen uit de verschillende onderdelen op meerdere functies gezet worden. De vraag is: hoe verstrengelend dit is? Kortom, Beter voor Dordt vindt de koers die hier ingezet is, met name de weg naar lokale sturing, positief, maar heeft zeer grote vraagtekens bij de uitvoering zoals die voorligt. Wij willen versimpeling van het stelsel, professionals en ouders aan zet en een inkooporganisatie, die ondersteunend en faciliterend is. Wij willen veel meer nadruk op kwaliteit en op de uitvoering van de kern van de Jeugdwet.

Wij willen dat het geld naar het juiste gaat en niet naar onnodige optuiging van bureaucratie of nieuwe lagen, niet meer en niet minder en dan sluit ik even aan bij de vraag die mijnheer Burakçin net stelde over het nieuwe MTplusteam, die

6

weer als laag ertussen gezet wordt. Wij willen dat ouders en kinderen mee kunnen denken over wat er moet gebeuren, zodat, zoals we ooit in de vooravond van de transitie echt bedacht hebben. Laten wij niet vergeten dat ook in de jeugdhulp ongekend onrecht steeds vaker aan de oppervlakte komt en als raden, moeten wij niet vergeten dat wij hierin echt onze verantwoordelijkheid moeten nemen en zo ook de gemandateerde instanties en de wethouder hierop aan moeten spreken. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Nijhof. Is er nog iemand anders vanuit de commissie, die nog een woordvoering heeft of nog iets op te merken heeft? Nou, mijnheer Kwaak? De heer Kwaak: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had toch nog een korte woordvoering. Ik kan veel meegaan met de vorige sprekers. Ik heb ook op staan, zeker nu wij verdergaan in het inkoopproces, wij zitten nu in fase drie, is het van belang dat het Aanjaagteam inzet op transformatie. Wij zien jammer genoeg niet de uitvoering, dat de uitvoering ontbreekt aan focus en resultaat en gerechtigheid. Graag sturing en antwoord van de wethouder die richting op? Financieel gezien, willen wij binnen de mogelijkheden blijven van de wet, helder en transparant hebben wat de overheadkosten zijn, als meer en meer inzicht in de win-win positie.

Ook de kwalificatie-eisen voor de aanbieders, nadrukkelijk inzetten op financieel toezicht, rechtmatigheid, controle uit fraudebestrijding is zeker een punt van aandacht. Kostenbeheersing, kan alleen gezamenlijk teruggedrongen worden. Het advies van AEF, zeker meenemen, maak verbindingen met alle organisaties, die voor de jeugdzorg belangrijk zijn. Bij de samenwerking en de zienswijze moet duidelijk zijn wat de opdracht is, wat wordt uitgesloten, waar het wordt gestuurd en waarover wordt verantwoording afgelegd? Wij willen voor de gemeenschappelijke regeling een duidelijke zienswijze, dus dat voorkomen wordt, dat wij geen herhaling krijgen van de fouten van de afgelopen jaren en hierbij doe ik dan ook oproep. Zeker is voor de tweede lijn, zekerheid moet het voor de ouders, want in de tweede lijn, de jeugd en professionals moet er duidelijkheid zijn en zeker op één lijn zitten. Dank u wel. Dat was een beetje behapbaar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kwaak. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, dank u, voorzitter. Ik heb op zich niet echt iets super interessants. Ik heb wel de vraag of wij het wenselijk vinden dat de heer Heijkoop uit het AB is en wordt vervangen door de heer Stam en ik ben nieuwsgierig hoe de anderen daarover denken? De voorzitter: Oké en misschien wilt u zelf ook al aangeven wat u daar dan van vindt, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Nou, ik vind het onlogisch.

De voorzitter: Oké. Is er nog iemand anders in de commissie, die daar een mening over heeft en die met ons wil delen? Nou, dat is niet het geval, mevrouw Koene. Dan is er verder niemand, denk ik, die op dit moment nog een woordvoering heeft. Dan geef ik het woord aan wethouder Van der Linden. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Ik zal mijn geluid iets harder zetten. Ja, dank u. Nou, wij bespreken nu een aantal stukken die al wat ouder zijn, soms al een half

7

jaar of meer. Toch eens een aantal discussies, zou je ook nu nog steeds kunnen voeren, en we zien natuurlijk al een aantal jaren dat wij met de transitie bezig zijn, de transformatie onderweg is en dat wij er in meer of mindere mate in slagen om die op inhoud uit te voeren en dat wij er ook in meer of mindere mate in slagen, omdat voor het geld te doen wat we krijgen. Daar gaan een aantal vragen over. Even twee opmerkingen vooraf of ter inleiding. U heeft misschien een paar weken geleden de benchmark gezien, waaruit blijkt hoe gemeentes uitkomen met het rijksgeld. U heeft gezien dat als u die kent, dat er heel veel verschillen zijn, er zijn iets van een stuk of acht gemeentes in Nederland, die komen uit met het geld. Er zijn gemeentes die komen meer dan 100% tekort en wij horen bij de, laten we zeggen, financieel gezien, best presterende 15%. Alle gemeentes in de regio Zuid-Holland Zuid. De een zit met een kleiner tekort dan de ander, maar grosso modo horen wij bij de, nou, laten we zeggen, beste 15%. Dat heeft iets te maken met het verdeelmodel, heeft ook iets te maken met het door ons gevoerde beleid. Feit is wel: ook wij komen niet helemaal uit.

Maar feit is ook dat wij het relatief gezien, in financiële zin, zeker niet slecht doen, dat is ook bevestigd door de onderzoeken van de Taskforce, die wij twee jaar geleden hebben gehad, dat Dordrecht het eigenlijk in die zin nog wat beter doet, zeker als je kijkt naar de vergelijkbaarheid met andere steden. Maar dan gaat het over geld en natuurlijk gaat het uiteindelijk ook over de inhoud en over hoe je beweegt in die inhoud, want daar is veel aandacht aan besteed vorig jaar met het Aanjaagteam en met een aantal afspraken, die zijn gemaakt over een pilots, trajecten enzovoorts en daar zien wij wel effecten van, maar wij zien ook dat heel veel dingen nog niet hard genoeg lopen. De opmerking die … De voorzitter: U krijgt een, wethouder, u krijgt een interruptie van mevrouw Nijhof. De heer Van der Linden: Oké. Mevrouw Nijhof: Ja. Ja, wethouder, ik ken de benchmark ook, zeg maar, die heb ik ook gezien en daar valt volgens mij één ding juist in op en wellicht kunnen wij daar op een nader tijdstip het ook verder over hebben, dat is namelijk dat de vijf gemeenten, die het het beste doen en het beste met hun geld uitkomen en ook schijnbaar toch kwalitatief ook wel het beste, ja, goed, in de markt liggen, dat daar de toegang, dat is eigenlijk de grote gemene deler, dat de toegang deskundig en zwaar belegd is.

Dus ik zou u in ieder geval willen uitnodigen om, ja, laten we zeggen, naar aanleiding van de inleiding die u nu heeft om op dat stukje in een later stadium toch ook nog eens verder te praten hoe het nou komt dat deze gemeentes binnen het budget kunnen blijven en wat daar de oorzaak van is? Want dat is voor ons, denk ik, erg interessant. En ik ben natuurlijk ook blij dat wij ook wel bezig zijn om juist die beweging te maken. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Linden: Ja, dank u. Nou, dat, ik weet niet zeker of toegang de enige verklaring is, er zijn altijd heel veel verklaringen, maar ik denk dat toegang wel een heel wezenlijk element is. En daarom ben ik ook wel en dat heeft u zelf ook al gezegd in uw woordvoering, ook wel blij met de ontwikkeling, die we eigenlijk in een nieuwe periode hebben ingezet of eigenlijk al vlak daarvoor, eind ‘17, toen wij ons eigen lokale beleidsplan opstelden, hebben we eigenlijk geformuleerd: wij willen er weer zelf meer over gaan en dat heeft natuurlijk een aantal jaren nodig, voordat je dat georganiseerd hebt, maar wij waren de eersten met een lokaal beleidsplan in onze regio, dat was ook

8

een afspraak die we hebben gemaakt in de regio: maak zelf een beleidsplan. Formuleer zelf wat je nodig hebt en hoe je wil zorgen dat je kinderen gezond en veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Nou, wij waren daar de eersten mee. Je ziet de effecten daarvan. Onze toegang is, denk ik, vrij goed georganiseerd, ook omdat we daar extra lokaal geld op hebben geïnvesteerd. Daardoor de wachtrij bij de initiële toegang wat korter hebben kunnen maken. Nou, dat heeft allemaal gewerkt, maar dat zal niet de enige verklaring zijn. Dus daar kunnen wij het zeker nog eens over hebben. Misschien is het goed, dat kunnen wij gewoon organiseren, dat wij die benchmark ook eventjes verspreiden, noteer ik even, dat is gewoon een tabel met heel veel cijfers, zonder veel duiding, maar daar zie je wel dat onze gemeentes het op zich relatief gezien financieel niet slecht doen en de inhoud, dat is natuurlijk weer een ander verhaal. Daar kunnen van allerlei oorzaken aan ten grondslag liggen, maar dan toch even over die inhoud, want daar vroeg de heer Burakçin naar. Waarom lukt het niet? Nou, wat de SOJ opschrijft en de SOJ bestaat niet, dat zijn wij, wij, het Algemeen Bestuur is de baas.

De SOJ, dat zijn onze ambtenaren, die schrijven dat op en wij hebben met zijn allen wel de harde conclusie getrokken, dat er gemeentes zijn die wat verder zijn en ook gemeentes die wat minder ver zijn en wat je dan merkt in zo’n overleg van tien wethouders, is dat er heel vaak gesproken wordt over: we moeten en dat is ook zo. We moeten van alles, we moeten dit, we moeten dat, maar het gaat ook heel vaak om: iemand moet, een individuele portefeuillehouder moet, een gemeente moet en sommige gemeentes zijn gewoon verder dan andere. Nou, dat is een gegeven en de één heeft meer mogelijkheden dan de ander. Wij zijn natuurlijk een stad met relatief gezien best een aantal uitdagende thema’s, die sommige anderen, soms kleinere gemeentes, wat minder spelen, maar we hebben ook veel meer mogelijkheden, hebben daar ook bewust middelen voor opzij gezet, we hebben iets wat meer ambtenaren natuurlijk om er zelf aan te werken en wij zien ook de laatste jaren, dat wij daar door die investeringen in onze eigen organisatie, ook zelfstandig veel meer tot beleidsvorming en uitvoering en controle kunnen zijn overgegaan. Ik zie het hoofd van de heer Burakçin, ik denk dat hij een vraag heeft.

De voorzitter: Nou, voordat ik mijnheer Burakçin het woord geef, vraag ik eerst eventjes aan de heer Kwaak, want die zat er nog voor, wat hij nog wilde opmerken? De heer Kwaak: Nee, ik had het, over die benchmark wilde ik graag weten, maar mijn vraag is al beantwoord, dank u wel. De voorzitter: Prima, mijnheer Kwaak. Dan mag nu mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, dank u wel, voorzitter. Dus ik begrijp uit de bewoordingen van de wethouder dat eigenlijk de kritiek dat het niet uitgevoerd wordt, niet geldt voor Dordrecht, maar dat het eigenlijk bedoeld was voor andere gemeenten? Dus wij doen het niet slecht, moet ik dat concluderen, voorzitter? De heer Van der Linden: Ja, maar wij zijn niet klaar. Dat heeft u ook niet gezegd daarmee, maar kijk, ook wij hebben nog echt heel veel te doen. Bijvoorbeeld als het gaat om de verbinding met de huisartsen. Daar zijn wij mee bezig, maar dat kunnen we echt nog beter. Ook als het gaat om onze eigen contacten met een aantal aanbieders, dat kan echt wel beter. Daar hebben we ook de laatste tijd wat meer capaciteit opgezet, dus wij moeten een aantal dingen echt zelf ook beter oppakken en dat kan niet allemaal tegelijk, maar in principe doen wij wel de dingen, die in het Aanjaagteam is afgesproken en waar

9

ook het Netwerk MTplus voor is opgericht en eigenlijk, want dat vroeg u ook, waarom bestaat dat nou eigenlijk? Die conclusie van: hé, wij moeten allen een aantal dingen oppakken, anders dan zien we ook nooit, naast wat ik net zei, die financiële effecten. Nou, dat vereist wel dat je er zelf, als gemeentes harder oploopt en het Netwerk MTplus is dus eigenlijk bedoeld om het lokale eigenaarschap, want daar zitten allerlei managers in of directeuren, vanuit de individuele gemeentes, dat je dat kan oppakken. En daarmee voorkom je ook dat je anders weer wil beleggen bij SOJ, want de SOJ en daar vraagt mevrouw Nijhof naar, de SOJ is echt een kleine organisatie, die het ook allemaal niet kan oppakken of alleen, als we dat vragen, dan kan het natuurlijk, maar dan kost het weer extra middelen. Nou, u heeft duidelijk aangegeven: u wil geen groeiende SOJ. Die hebben wij ook niet, we hebben een kleine SOJ, want 80 miljoen zorggeld per jaar wegzetten, ja, dat gaat nu eenmaal niet met twee man, daar heb je wel een club voor nodig, maar die is altijd heel klein en LEAN ingericht, maar daarnaast hebben wij gezegd: de beleidscapaciteit. Daar willen wij zelf veel meer op investeren, vandaar ook het Netwerk MTplus, dat die lokale eigenaars, zeg maar, sterker kan positioneren. De heer Burakçin: Ik heb daar toch een vraag over, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang.

De heer Burakçin: Kijk, als ik het Aanjaagteam, bijvoorbeeld kijk, die vertegenwoordigers van het Aanjaagteam, dat is nogal wat, dat is een onafhankelijke programmamaker, vertegenwoordigers van de gemeente en ook, die hebben een hele duidelijke taak, elkaar motiveren, aanspreken, monitoren en ondersteunen. Nou, dat zijn harde woorden, dus wat loopt er dan mis, zeg maar, dat er dus een MTplus nodig is, wat dat het Aanjaagteam niet voor elkaar heeft gekregen? Dat zou toch moeten lukken, zou je zeggen, met zo’n sterk team? De heer Van der Linden: Ja. Nou, dat Aanjaagteam, dat was natuurlijk bedoeld om een aantal dingen in beeld te brengen en dat is nu klaar, dus nu is het Netwerk MTplus heeft die rol, zeg maar, overgenomen. Kijk, u herinnert zich misschien anderhalf jaar terug wel die discussies over het rapport wat is opgeleverd en alle maatregelen. Het is niet zo dat je niet met één vingerknip kan invoeren. Sommige dingen moet je organiseren, sommige dingen heb je nieuwe mensen voor nodig. Er valt heel veel uit te zoeken, als je bijvoorbeeld lokaal wil contracteren, wat wij nu willen doen met de sociale wijkteams. Er valt heel veel te regelen, als je een aantal pilots wil doen rond beschikking van je zorg.

Er valt ook heel veel te organiseren, ook in uren, als je het hebt over, nou ja, hoe ga je om met de zwaluwjeugdzorg? Dat kan niet allemaal tegelijk, dus dat heeft wat tijd nodig gehad en dan merk je eigenlijk en dat hebben wij natuurlijk al vaker gemerkt, dat de financiële druk bij een aantal gemeentes heel groot is. Bij ons ook, maar wij hebben ook gemerkt, ja, eigenlijk komen wij, niet helemaal, maar wel bijna uit met het geld, dat wij ervoor georganiseerd hebben. Maar dat wil niet zeggen dat je dan ook meteen die financiële druk kan verlichten, als je een aantal maatregelen neemt. Daar zit een tijdfactor overheen, dus ik denk wel dat de plannen, die we hebben uitgewerkt, goed zijn, alleen wil je ze echt laten renderen, in financiële zin, dan moet je er zelf veel harder aan trekken. En dat gesprek hebben wij ook wel gevoerd in het Algemeen Bestuur, toch een aantal gemeentes, nou ja, die formuleren het meer in als een we-taak dan als een: ik moet er zelf wat aan doen-taak.

10

De heer Burakçin: Ja, dus als ik goed begrijp van de wethouder. Die heeft er wel vertrouwen in, dat is dus die acties en die maatregelen gewoon door Dordrecht gewoon uitgevoerd gaan worden en dat, zeg maar, niet in strijd gaat met de wet- en regelgeving, waar wij mee te maken hebben, bijvoorbeeld de zorgplicht, de belangrijke zorgplicht. De heer Van der Linden: Nee, maar als u goed heeft opgelet. Kijk, wij hebben in Dordt heel vaak het gesprek over geld. Daar verwees mevrouw Nijhof ook naar, maar wij hebben het nooit gehad over stoppen met het geld. Alles wat wij doen, staat ten dienste van de zorg voor kinderen, die het nodig hebben. En soms gaat het om een heel klein bedrag en soms is het gewoon hele complexe zorg, waar ook een ander prijskaartje aan hangt. Maar we hebben nooit, in die zin, bezuinigd op zorg. Dat hebben wij in Dordrecht nooit willen doen en ook nooit hoeven doen en natuurlijk is er dan wel ook terecht, de vraag ook vanuit alle raden, ook vanuit uw raad. Hoor eens, nu zien wij alweer een begroting, die aan het stijgen is, ja, dat heeft ook te maken met het gegeven dat wij geen kind tussen wal en schip willen laten vallen. Dat is wat anders dan zeggen: wij kijken nergens naar en dat gesprek hebben we ook nodig en dat is misschien het volgende blokje.

Wij hebben gezegd en daarom heb je ook, het Aanjaagteam heeft een aantal taken afgerond en overgedragen aan het Netwerk MTplus, dat eigenlijk bedoeld is om alles bij de eigenaren te beleggen, zodat het ook regulier wordt en eigenaarschap in de gemeente zit. Daarmee wil je ook het gesprek kunnen voeren over: wat vinden we eigenlijk goede zorg? Wat vinden wij normale zorg? Nou, dan kom je ook op een aantal elementen, waar we wel iets minder invloed op hebben, want mevrouw Nijhof zegt: ja, die grote instellingen: willen wij dat eigenlijk wel? Nou, in het inkoopkader hebben wij een aantal dingen geformuleerd. Wij hebben niet gezegd, het moet groot of het moet klein. Wij willen gewoon de goede zorg organiseren. Ik denk wel dat het goed is om eens even te kijken naar het aantal, de honderdvijftig die we nu hebben, dat is al heel veel, maar ik ben het er helemaal mee eens, dat wij niet toe hoeven naar enkele aanbieders, want dat is in principe geen, dat levert niet per se beter of goedkopere zorg op. Ja. Dan eventjes één element van de woordvoering van mevrouw Nijhof, eigenlijk willen, even in één zin gezegd: dat willen we niet, kinderen te veel naar grote instellingen, ook nog eens ver weg. Het is nu wel zo dat heel veel van die kinderen, die staan onder, dat is gebeurd als gevolg van een gerechtelijke uitspraak.

Daar kunnen wij wel iets van vinden, maar daar gaan wij dan in dat geval natuurlijk niet meer over. Wij gaan er wel over, dat we daar de juiste zorg voor organiseren en dat kan veel dichterbij in veel gevallen en dat is een ontwikkeling, die ik wel ondersteun. En ook wel graag wil stimuleren. Ik denk dat ik daarmee de vragen heb gehad, maar, misschien nog even… De voorzitter: Nou, u zou nog iets uitleggen over de SAS-procedure? De heer Van der Linden: Nou, dat is een hele specifieke en dat is inderdaad best een technische vraag. Nou is het zo, op 8 en 10 juni, dan zijn er bijeenkomsten voor alle raden over het inkoopproces en daar wordt het verder toegelicht, maar SAS is eigenlijk een afkorting voor, volgens mij staat dat voor Sociale en Specifieke diensten, dus dat is eigenlijk een soort verzamelnaam voor hoe je speciale diensten in kan kopen. De oude open-house constructie, daar waren we eigenlijk niet tevreden over. Ja, als je het puur resultaatgericht, financiert, ja, daar zijn veel gemeentes ook niet helemaal tevreden over en via de SAS kun je garanderen, dat je voldoende capaciteit organiseert, maar je kunt er wel goede invloed op uitoefenen, maar ik denk dat het goed is om dit soort

11

gesprekken ook te voeren op die raadsledenbijeenkomst en dat geldt ook voor de vraag: hoe ziet zo’n fraudepreventieonderzoek eruit? Ik heb geen flauw idee, maar wij vinden het wel belangrijk dat wij aan fraudepreventie doen en dat is ook op verzoek van meerdere raden. Die hebben we ook vaak gezien in de zienswijzen, die zijn geuit, dus daar hebben wij meer aandacht voor dan een aantal jaren geleden. Tot zover eigenlijk, voorzitter. De voorzitter: Ja, ik heb nog één vraag staan over: wordt er gewerkt met algoritmes? De heer Van der Linden: Ja, dat is in feite ook een technische vraag. Ik denk het eigenlijk niet. Ik denk dat het wel gaat op basis van grote bestanden met heel veel zorgcodes om te kijken van: nou, wij pakken er een aantal uit, waar veel geld in omgaat of een aantal zorgcodes, waarvan we weten dat die misschien gevoeliger zijn voor afwijkingen. Ik weet niet of daar algoritmes bij te pas komen, maar ik weet ook niet of het een zinvol gesprek is in deze raadscommissie om over algoritmes te praten. Maar laten wij zorgen dat wij deze discussie kunnen voeren op zo’n raadsledenbijeenkomst of als u een technische vraag wil stellen, die wij moeten uitzoeken, dan kan dat natuurlijk ook altijd.

De voorzitter: Mijnheer Burakçin? De heer Burakçin: Ja, heel kort, ik begrijp dat dit een heikel thema is, maar ik vind het wel degelijk belangrijk, ook bijvoorbeeld als wij kijken wat dit voor consequenties kan hebben, gezien wat er allemaal is gebeurd bij de toeslagenaffaire, dus het is van degelijk belang om te weten hoe zo’n algoritme eruitziet, hoe dit in zijn werk gaat, bijvoorbeeld: wordt er bijvoorbeeld etniciteiten genoemd of wat dan ook? Dus bedoel niet dat wij daar later achter komen, dat dat wel het geval is, want dan zijn we, denk ik, ja, hebben wij een station gepasseerd. De heer Van der Linden: Zeker, ik snap de achtergrond van de vraag. Die vind ik ook heel relevant, maar laten we dan gewoon even dit beschouwen als een technische vraag: hoe ziet zo’n, en dan noteer ik hem gewoon zo: hoe ziet zo’n digitale fraudepreventieonderzoek eruit? Dat is dan gewoon een technische vraag, die we even terug leggen, maar gezien de aard van de hele, nou ja, wat wij doen met zorgtoekenningen in relatie tot wat u nu zelf de toeslagenaffaire noemt, dat het een heel ander onderzoek betreft. De voorzitter: Ja, de griffie heeft hem genoteerd en daar komt u dan nog op terug. Oké. Is er nog iemand van de commissie, die behoefte heeft aan een tweede termijn? Nou, dat is dan niet het geval en dan is de vraag, de conclusie over het vervolg, behandeling van de raadsinformatiebrief.

Kan die dan als, ter kennisgeving naar de gemeenteraad van 26 mei? Nou, dat is het geval. Dan dank ik u hartelijk, wethouder en ook uw ambtelijke ondersteuning. Top. Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen 7. Overzicht Moties De voorzitter: Dan stel ik voor, gezien de tijd, om geen pauze te doen, maar gewoon maar verder te gaan en dan zijn wij op dit moment bij punt zeven, het overzicht van de

12

moties. En de commissie wordt gevraagd kennis te nemen van het overzicht vragen over de stand van zaken van afzonderlijke moties kunnen per e-mail bij de griffie worden ingediend. Is er, kan de commissie op dit moment kennisnemen van het overzicht? Nou, dat is het geval. 8. Overzicht Toezeggingen De voorzitter: Dan komen wij bij punt 8, het overzicht van de toezeggingen. De commissie wordt gevraagd kennis te nemen van het overzicht en of u het eens bent met het afvoeren van de toezeggingen, waarbij dat wordt voorgesteld? Vragen over de stand van zaken van afzonderlijke toezeggingen kunnen per e-mail bij de griffie worden ingediend. Nou, dat is dan ook akkoord. Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen 9. Raadsinformatiebrief over (Juridisch) Eigendom en geldende afspraken onderhoud Verenigingshallenplan - Raadsinformatiebrief De voorzitter: En dan komen wij nu al bij het agendadeel van de nieuwe behandelvoorstellen. En dan zijn we bij punt negen. En dan gaat het over de raadsinformatiebrief over het Juridisch Eigendom en geldende afspraken van het onderhoud van het Verenigingshallenplan. En u wordt voorgesteld deze raadsinformatiebrief ter bespreking te agenderen bij de commissievergadering van volgende week 18 mei aanstaande.

En de vragen voortvloeiend uit de uitwerking van punt twee uit het amendement kunnen dan in aanwezigheid van een expert worden besproken en op basis hiervan kan vervolgens punt drie uit het amendement, te noemen een bijeenkomst met stakeholders, worden voorbereid. Wat vindt u ervan, commissie? De heer Van Dam. De heer Van Dam-Timmers: Ja, dank, voorzitter, voor het woord. Wij, van het CDA, vinden dat een goed idee. Ik vroeg mij alleen heel even af, of het nu ook de bedoeling was om verder nog politieke vragen hierbij te formuleren, want eigenlijk zijn die natuurlijk al gesteld in dit stuk, dus wat mij betreft, hoeft er niet heel veel aan toegevoegd worden. Ik denk dat het heel veel gaat over het kader, onder andere, of hoe zo’n gelijke behandeling er dus dan uitziet van die verenigingen en dat is eigenlijk een belangrijke vraag die daarin terugkomt. Dus ik denk het, goed dat wij die in ieder geval erop zetten. De voorzitter: Die is genoteerd, mijnheer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Dank. De voorzitter: Oké. Nou, dan ga ik ervanuit dat wij het volgende week op de manier gaan bespreken. Dan zijn wij bij punt 10, de maandrapportage. Zijn er voldoende fracties dan, vraagt mevrouw Koene? Ik heb op dit moment, heb ik het CDA, ik heb PVV en ik heb Beter voor Dordt? Dat zijn er drie. Dat is toch voldoende? Dat is voldoende, mevrouw Koene.

Nee, is dat niet voldoende? Ja, het gaat over een raadsinformatiebrief naar aanleiding van een amendement?

13

Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene? Mevrouw Koene: Nou ja, goed, wij hebben het gebruik dat de raadsinformatiebrief of welke memo, brief of wat dan ook, altijd minimaal de helft +1 moet zijn, dus dat geldt ook voor dit. De voorzitter: Oké. Mevrouw Koene: Ja, even formeel, hè. De voorzitter: Formeel, de helft +1, dus hoeveel zijn dat er dan? Zeven? De heer Kwaak: Wij kunnen ook meegaan, voorzitter. De voorzitter: Oké. Nou, VSP ook, GroenLinks ook en mag ik namens D66 dan ook zeggen dat wij akkoord zijn? Hebben wij er dan voldoende? De heer Bosman: Ik kan ook akkoord zijn, voorzitter. Ik heb wat problemen met de chat, dus dat lukt niet, dus ik doe het even zo. De voorzitter: Oké, prima. Nou, dan zijn wij er. Dan gaan we dat zou doen. Dank u wel. En bedankt, mevrouw Koene, om eventjes het op de goede procedurele wijze het aan te geven. 10.Maandrapportages maart Service Organisatie Jeugd De voorzitter: Dan gaan we naar punt 10, de maandrapportages van maart van de SOJ. De commissie is voorgesteld kennis te nemen van deze maandrapportages, die ter informatie worden verspreid onder de commissie. Nou, daar nemen wij dan kennis van. 11.Raadsinformatiebrief over Regionale en lokale ontwikkelingen jeugdhulp Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan krijgen wij punt 11, de raadsinformatiebrief van de Regionale en lokale ontwikkelingen jeugdhulp.

U wordt voorgesteld de raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad te sturen of ter bespreking te agenderen met een politieke vraag en daarbij merk ik graag ook op, dat naar verwachting voor de zomer een gecombineerde raadsinformatiebrief over onafhankelijke cliëntondersteuning en de rapportage van het advies en meldpunt jeugd aan ons wordt toegestuurd. Dus dan stel ik vast, dat wij nu als ter kennisname naar de raad sturen? Oké. 12.Beantwoording door het college van artikel 40-vragen RvO van de fractie CDA over het Sportbedrijf en verdelingsvraagstukken - Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Dan gaan we naar punt 12, de beantwoording door het college van de artikel 40-vragen van de fractie CDA over het Sportbedrijf en verdelingsvraagstukken. U wordt voorgesteld de beantwoording voor kennisgeving aan te nemen. Nou, dat is akkoord en ik ga ervan uit dat de antwoorden altijd naar de commissie komen.

14

13.Beantwoording door het college van artikel 40-vragen RvO van de fractie CDA over Zorgen omtrent gymnastiekvereniging DVO - Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Dan punt 13, beantwoording door het college van artikel 40-vragen van het reglement van orde van de fractie CDA over Zorgen omtrent de gymnastiekvereniging DVO. U wordt voorgesteld de beantwoording voor kennisgeving aan te nemen. Dat is het geval. 14.Beantwoording door het college van artikel 40-vragen RvO van de fractie CDA over Jong geleerd is oud gedaan (lidmaatschap voor onze kinderen) Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Dan krijgen wij punt 14, beantwoording door het college van artikel 40vragen van het reglement van orde van de fractie CDA over Jong geleerd is oud gedaan, tussen haakjes het lidmaatschap voor onze kinderen. U wordt voorgesteld de beantwoording voor kennisgeving aan te nemen. De heer Van Dam-Timmers? De heer Van Dam-Timmers: Ja, dank, voorzitter.

Ja, het CDA of de CDA-fractie is erg blij met de beantwoording van deze vragen en er worden een aantal interessante punten benoemd, waarover wij graag zouden willen spreken met de commissie, met de politieke vraag: welke toegevoegde waarde zo’n eventueel proeflidmaatschap dan zou hebben voor kinderen en verenigingen in Dordrecht? In de beantwoording wordt ook duidelijk genoemd dat het eigenlijk een brede vraag is, waarbij heel veel dingen achter weg kunnen gaan. Als het gaat om onder andere preventie van, nou, obesitas, obesitaspandemie, waar wij ook mee te maken hebben en onder andere minimabeleid, ook de sportbegroting. Er zitten heleboel dingen die een positieve uitwerking zouden kunnen hebben op kinderen. En daarom zouden we het graag willen bespreken. De voorzitter: Nou, dan kijk ik naar de commissie en wie steunt dat verzoek van u? In ieder geval Beter voor Dordt. Mevrouw Koene steunt het niet. Mijnheer Burakçin steunt het wel. De VVD steunt het. De heer Van Dam-Timmers: Ik ben ook nog wel benieuwd naar de mensen die geen chat hebben of zij het steunen of niet? De voorzitter: Nou, dan vragen wij het even aan de heer Bosman. De heer Bosman: Ja, daar ben ik weer, ik wilde de camera al aanzetten, Wim, ik probeer nog te chatten, maar het lukt echt niet. Maar steunen, ja. De voorzitter: Ook steun. Nou, dan kijk ik even naar de griffier, die heeft mee zitten tellen.

Het zijn er vijf, dus dat is niet voldoende. De heer Van Dam-Timmers: Dat is jammer. De voorzitter: Dat is jammer. 15.Nieuwsbrief Regionale Projecten Geweld hoort nergens thuis regio ZHZ, editie april 2021

15

De voorzitter: Gaan wij verder met het volgende punt, punt 15, de nieuwsbrief Regionale Projecten Geweld hoort nergens thuis regio Zuid-Holland Zuid. U wordt voorgesteld de nieuwsbrief voor kennisgeving aan te nemen. Dat is het geval. 16.VNG Ledenbrief over Compensatie tekorten Jeugdzorg De voorzitter: Dan krijgen we punt 16. De VNG Ledenbrief over Compensatie tekorten van de Jeugdzorg. U wordt voorgesteld de ledenbrief voor kennisgeving aan te nemen. Ja, dat is het geval. 17.Brief Werkgroep Jeugd Overdenkingen bij begroting 2022 en jaarrekening 2020 De voorzitter: Dan krijgen we punt 17. De brief van de Werkgroep Jeugd Overdenkingen bij de begroting 2022 en de jaarrekening 2020. De commissie wordt voorgesteld de brief te betrekken bij de bespreking van de zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid conceptbegroting ’20 – ’22 en de zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid concept jaarstukken 2020 op 18 mei aanstaande. Is dat akkoord? Nou, akkoord. Agendadeel Overig 18.Termijnagenda De voorzitter: Dan zijn wij bij het agendadeel, ja, dan zijn wij bij 18, termijnagenda commissie Sociale Leefomgeving. In het presidium is op 22 april aangegeven dat de commissies naar verwachting nog tot de zomer digitaal vergaderen.

En dan hebben wij het over het voorstel wat de heer Boersma heeft gedaan, die is er helaas vanavond niet, om deze commissie Sociale Leefomgeving volgende week, op 18 mei, van kwart voor zeven tot half acht te gaan evalueren. Dan verwacht ik, kan er mogelijk na het zomerreces fysiek vergaderd worden en ik vraag aan de commissie: acht de commissie het wenselijk om de evaluatie op 18 mei digitaal vorm te geven? Dus wat vindt u daarvan? Digitaal doen of nog even wachten tot wij het fysiek kunnen doen met elkaar? Nou, volgens mij allemaal liever fysiek. Prima. Hartstikke goed en de vraag, die ik ook nog heb: snel vaccineren, inderdaad. Wilt u dat wij daar een voorzitter van een andere commissie voor uitnodigen, lijkt mij zelf wel wenselijk om dat te doen, om die evaluatie te leiden? Ja, akkoord. Ja, oké, gaan wij dat doen. En dan heb ik toch nog even goed nieuws voor de heer Van Dam-Timmers. Uw voorstel om het te gaan bespreken kan wel, er waren voldoende, er was voldoende steun. Dus alsnog, mijnheer Van Dam-Timmers, wordt uw voorstel naar aanleiding van de politieke vraag bij de beantwoording van die artikel 40-vragen, wordt een bespreekpunt in deze commissie. Ja, oké? De heer Van Dam-Timmers: Ja. Dat is mooi. De voorzitter: Dat is mooi. Ten slotte 19.Rondvraag

16

De voorzitter: Nou, dan ben ik bij de rondvraag aangekomen. Heeft er iemand nog iets voor de rondvraag? Nou, dat is niet het geval. 20.Sluiting De voorzitter: Dan dank ik u allemaal voor uw aanwezigheid en uw inbreng en volgende week dinsdagavond 18 mei, dan mag ik ook weer uw voorzitter zijn en dan staat de volgende commissievergadering Sociale Leefomgeving gepland. Ik wens jullie allemaal nog een fijne avond.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 22 juni 2021.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/294/documents/10675