2.4 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 29 juni 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
GEMEENTERAAD DORDRECHT 21 SEP. 2021 Agendapunt : Bijlage nr.
2,
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE FYSIEKE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 29 JUNI 2021
Voorzitter: Mevr. Koene Comnnissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Benschop (GroenLinks) Dhr. Chapel (CDA) Dhr. Gundogdu (Beter Voor Dordt) Dhr. Hartog (PVV) Mevr. Jager (Fractie Jager) Dhr. Jansen (PvdA) Mevr. Klein-Hendriks (ChristenUnie/SGP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Loekemeijer (D66) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. Timmer (GroenLinks) Dhr. Tutupoly (Betel Voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder P. Sleeking, wethouder M. Stam Insprekers: Elio Barone en Karlijn Pols-Barone
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Zo, dames en heren. Het ging hier bijna fout. Was geheel en al mijn eigen schuld, overigens. Eens even kijken, welkom bij de commissie Fysiek van 29 juni 2021. Ik schakel even over naar de deelnemerslijst, zodat ik jullie allemaal even kan opnoemen. Het zijn er een heleboel, zeg. Gezellig. Even kijken, we beginnen met de heer Oostenrijk, de heer Stann, de heer Sleeking, de heer Noldus, de heer Stolk, de heer Struijk, de heer Jansen, mevrouw Jager, de heer Kleinpaste, de heer Tutupoly, de heer Van der Meer, de heer Chapel, de heer Hartog, de heer Loekenneijer, de heer Timmer, mevrouw Van Benschop, en de commissiegriffier de heer Den Boer en mijnheer Kuhlmann. Nou, en ik ben vandaag uw voorzitter, en morgen, en nou ja, goed, wanneer u maar wenst. Kan de commissie instemmen met de agenda zoals die voorligt, oftewel dat is in het feite het blokkenschema wat u heeft ontvangen. Ik krijg geen tegenbericht dus ik ga ervan ult. Er zijn geen mededelingen aangemeld. Is er nog iemand vanuit de commissie of vanuit het college die een mededeling wil doen? Ook niet, mooi.
2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 15 juni 2021
1
De voorzitter: Dan gaan we over naar punt 2, dat is het vaststellen van de besluitenlijst van de adviescommissie van 15 juni 2021. Daar zijn ook geen wijzigingsvoorstellen op ingediend en ik neem dus aan dat u alien kunt instemmen met de besluitenlijst. Oke.
3. Vragen aan het College De voorzitter: Gaan we naar 3, vragen aan het college. Er heeft niemand een vraag aangemeld, dus ook die kunnen we dan denk ik verder wel overslaan.
4. Vaststellen Kadernota 2022 — Raadsvoorstel 5. Prognose Egalisatiereserve Parkeervoorzieningen 2021 - Raadsvoorstel De voorzitter: En dan gaan wij over naar punt 4, dat is het vaststellen van de kadernota 2022, en 5, dat is de prognose egalisatiereserve parkeervoorzieningen 2021. Deze punten worden sannen besproken. Vorige week zijn de algemene beschouwingen geweest op de kadernota en vanavond gaan we dieper in op onderwerpen die door uw fracties zijn aangedragen. En de griffie heeft op basis daarvan, zoals ik net al zei, een blokkenschema opgesteld en dat hanteren wij voor vanavond, en we doen per blok een ronde langs connmissie en college. En dat is het eerste blok, en daar heeft u ook vandaag nog over de mail bericht over gekregen, zijn dat dus de thema's openbare ruinnte en groen, bouwen en wonen tegelijk. En als er twee woordvoerders toevallig per twee thema's zijn, dan is dat voor een keer toegestaan, nnits het beknopt blijft. En u weet, daar let ik graag op. Goed. Daarnaast is mijn voorstel eigenlijk om de fracties die de punten hebben aangedragen het eerste het woord te geven, dat wordt natuurlijk sowieso wel heel erg lastig want uiteindelijk hebben een heleboel verschillende fracties verschillende dingen aangedragen.
Maar misschien is het handig om, want ik denk dat het vooral erom gaat wat u met elkaar wilt wisselen, de tijd van vragen stellen aan het college die is eigenlijk voorbij, en het is vooral interessant hoe u uw collega's kunt overtuigen of niet op de thema's die u inbrengt of dat u daar een reactie van wilt hebben. Maar goed, we gaan eens even kijken hoe dat gaat lopen. We beginnen in ieder geval met dus openbare ruimte en natuur, en bouwen en wonen, en ik heb bovenaan mijn lijstje staan de extra inzet op zwerfafval, en zowel CDA als GroenLinks hebben daar een, nou ja, die wilden daarover spreken. Dus ik wou eigenlijk het CDA als eerste het woord geven. Wie biedt? Mijnheer Chapel? De heer Chapel: Ja voorzitter. De voorzitter: Goed ingeschat. Ja, gaat uw gang. De heer Chapel: Dank u. Nou ja, zoals we al vorige keer hebben benoennd ziet het CDA graag dat er per wijk waar dat speelt een team komt dat daar op nneerdere manieren met de handen uit de mouwen mee aan de slag gaat, door eventuele oorzaken weg te nemen, de boel op te ruimen maar natuurlijk ook die wijkbewoners daarbij te betrekken om gezamenlijk de wijk netjes te houden en het goede voorbeeld qua nornnen en waarden vast te houden. Overtreders dus aan te spreken dat zuinig zijn op je leefomgeving een kwestie is van fatsoen, en waar dat niet werkt te corrigeren en te
2
bekeuren. En dan, voorzitter, we zouden dus heel graag willen bereiken voor de stad, en we zijn ook benieuwd hoe andere partijen daarin staan. Want ja, je moet er toch ook wat voor overhebben om gezannenlijk het afval aan te pakken. De laatste vijf jaar is er veel over gesproken, en het CDA Dordrecht heeft nu zoiets van: weet je wat, we gaan het ook doen ook. Dus mijn vraag is, ja, wie doet er nnee?
De voorzitter: Oke, nou, mijnheer Kuhlmann misschien want die heeft gevraagd of die het woord kan krijgen. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel voorzitter. Het is goed om te horen dat ook het CDA dit als actiepunt ziet, en de heer Chapel noemde het al even, handhaven. We hebben vanuit de Dordtse VVD eerder het voorstel gedaan om camera's te plaatsen bij de ondergrondse containers waar het nneeste afval ernaast staat. Ik weet, we hebben wat dat betreft de steun van BVD ook. Ben heel benieuwd hoe het CDA daarin staat, ik hoop dat ook het CDA meedoet, en misschien heeft de heer Chapel ook wel gehoord afgelopen dinsdag, verleden week dinsdag stelde Marc Merx ook voor om op de momenten dat je echt heel veel extra afval kunt verwachten, als iedereen naar buiten gaat, om dan ook een shuttle in te zetten om extra vuil op te halen in de parken, in het buitengebied, in de stad, dus ik hoop, ik ben benieuwd of hij ook dat idee steunt, dat zou heel mooi zijn. De heer Chapel: Voorzitter, nnag ik? Nou ja, ik weet niet, ik heb meer zoiets van: laten we eerst maar eens even gaan kijken wat het allemaal gaat kosten, want wij vinden wel als CDA Dordrecht van nou, dan moet je daar ook misschien wel ruim vier jaar geld voor op gaan nemen en dan incidenteel, pardon.
We betalen behoorlijk wat zaken met incidenteel geld, dus dit kan er dan ook bij, dus dat is ook wel gelijk een sprong naar voren. Dus op dat punt willen we wel mee. Even over die camera's, ja, joh, als het gaat werken, ik vind het prima. Alleen dan moet het wel werken. Dus ja, weet je, wij hebben meer zoiets van laten we maar eerst eens even vier jaar er vooruitgaan met zijn allen en laten we er dus ook daadwerkelijk geld voor vrij gaan maken. En dan gelijk een wedervraag aan de VVD, want ik heb de heer Merx gehoord: volgens mu j ziet de VVD dat ook wel zitten. De heer Kuhlmann: Ja, we willen heel graag het afval Als het mag, voorzitter, wij willen heel graag dat zwerfafval aanpakken. Het is een veel te groot probleenn en Dordtse VVD is een bondgenoot van iedereen die dat ook wil doen, dus wat ons betreft: konn op met die camera's, en laten we die shuttle inzetten op de dagen dat we extra zwerfvuil kunnen verwachten. Heel goed. De heer Chapel: Mag ik er nog een keer op reageren? De voorzitter: Oke, dank u wel. Wat zegt u, mijnheer Chapel? De heer Chapel: Ik wil erop reageren maar ik laat het even. Ja, is goed zo. De voorzitter: Nou ja, nee prima, want dan ga ik namelijk even, want mijnheer Kleinpaste had zich ook al gemeld. Die heeft ook een vraag aan u.
3
De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, toch even kort een vraagje want ik hoor de heer Chapel vooral over repressie en bekeuren en allerlei sancties. Heeft het CDA ook ideeen om mensen die het echt best goed willen, want ik denk dat eigenlijk iedereen zich ergert aan zwerfafval, heeft het CDA ook ideeen om meer stimulerend positief daar iets in te betekenen om mensen gewoon echt mee te krijgen om dat inderdaad met elkaar op te pakken? De heer Chapel: Ja voorzitter, ik ben blij dat de heer Kleinpaste dat aansnijdt want ja, we zouden het CDA niet zijn als we er ook voor zijn om Ons idee is namelijk om gewoon per teams in bepaalde wijken te laten werken en te starten, eventueel in een pilot twee, drie wijken tegelijk. En wat je dan doet is gewoon eerst even eens praten van joh, ik zie dat jij dat allennaal lekker op de grond gooit, weet je wel wat je aan het doen bent? En dat is even wat anders dan gelijk de botte bijI erin. Maar voor mensen die over de schreef blijven gaan en hardleers zijn, en die zijn er helaas ook, dat weten we ook he, want anders zou de stad er keurig netjes bij liggen en dat doet hij niet. Ja, die moet je gewoon aanpakken, en dan moet je ook niet mauwen met zijn alien. Maar ik geloof ook nooit dat Gewoon Dordt daar op tegen is.
De voorzitter: Ik hoor heel veel geluid maar verder niet, dus ik sla nnijnheer Kleinpaste dan over als zijnde dat hij daar vast wel iets over wil zeggen een keer maar niet nu. Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja voorzitter, ik sluit in elk geval aan aan wat de heer Kleinpaste aangaf over repressie, dat we die kant niet moeten opgaan. Het gaat wel zeker om het verantwoordelijk opstellen naar onze samenleving, ieder voor zich. Het is niet een systeem wat de boel verontreinigt, het zijn mensen die dat doen. Het is dan ook niet een systeenn dat moet optreden maar het zijn mensen die elkaar moeten aanspreken. De voorzitter: U had dus verder geen vraag maar meer een ondersteuning. Dat is prima. Is er iemand die op het thema zwerfafval nog wat wil toevoegen? Ik denk nnijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja voorzitter, ik ben een klein beetle in de verwarring over de vergaderorde want u begon te zeggen dat het hele blok in een keer moest, en nu gaat het eerst specifiek over het zwerfafval hebben en dat vind ik ook best, zeg maar wat u De voorzitter: Nou, terwijI we bezig zijn denk ik dat het wel het meest logisch is om dan even het zwerfafval als zodanig te parkeren als dat kan en dan weer verder te gaan, want ik denk dat we anders dingen dubbel gaan zitten doen.
Dus mijn excuus als het iets anders Ik zei al van laten we even kijken hoe het loopt, nou, zo loopt het dan dus. Mijnheer Van der Meer, maar u denkt, ik denk dat u prima even nog wat over het zwerfafval kan toevoegen, toch? De heer Van der Meer: Ja, ik kan over het zwerfafval wel even toevoegen, dan kom ik daar straks in een zin op terug, maar het tegengaan van de verontreiniging van het milieu in zijn algemeenheid is erg belangrijk. En in tegenstelling tot andere
4
vervuilingsprocessen lijkt het mu j dat zwerfafval nog steeds verder door te gaan. Naast ideeen over striktere handhaving en zo zijn effectievere maatregelen nodig, om bijvoorbeeld ook de hoeveelheid verpakkingsmateriaal te beperken, hergebruik van producten en materialen voordat ze afval worden sterk te bevorderen. Een extra inzet van creativiteit, geld en menskracht om die overgang naar de circulaire economie en een ander gedragspatroon van mensen te bevorderen is nodig, en ik ben erg benieuwd of het college en andere partijen daar in de komende periode en ook in het komende jaar budget en menskracht voor willen vrijmaken. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Ik zie een opmerking van de heer Oostenrijk dat al deze thema's in drie kwartier behandelen niet te doen is, ik denk het wel. Want we hebben nannelijk niet drie kwartier maar anderhalf uur voor de eerste twee onderwerpen, en als u er niets over te zeggen heeft over het bepaalde thema, dan hoeft u niks te zeggen. En dan kunnen we gewoon keurig het rijtje verder af. Dus het zwerfafval, als iemand daar nog een opmerking over heeft, dus als u wat wil zeggen ergens over zet u dan ook even over welk onderwerp. Als u iets nog wil zeggen over het zwerfafval, en anders gaan wij door naar het volgende onderwerp. Kijk, en er zijn dingen die wel gecombineerd besproken kunnen worden net zoals met de woningnnarkt, maar hier staan gewoon even een aantal onderwerpen die niet zozeer gerelateerd zijn aan elkaar. Mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ja, ik was nog heel even aan het typen. Ik had ook al twee keer geroepen dat ik aan het woord wilde nog even. De voorzitter: Ja, dat klopt, maar we zijn gewoon bezig met een vergadering waar ook andere mensen eerder geinterrumpeerd hadden. Gaat uw gang. De heer Jansen: Ja, ja. Even over het zwerfafval. Sinds 2014 zijn we in Dordrecht gaan bezuinigen op het ophalen van, legen van prullenbakken rondom, er zijn minder prullenbakken in de stad, er komen er steeds minder.
Al sinds ik in de connnnissie zit, een jaar of drie innniddels, bijna vier, praten we elk jaar rondom de kadernota over het zwerfafval. Het enige wat we niet doen is nneer prullenbakken plaatsen want die moeten ook geleegd worden en dat kost geld. Dus wat hoor ik weer, en daar kan ik me heel erg bij aansluiten bij wat de heer Kleinpaste ook al zei: handhaven, VVD wil zelfs gaan investeren in camera's, CDA vraagt zich wel af wat dit allemaal wel niet gaat kosten. Ja, het ophalen van zwerfafval kost geld, het ophangen van camera's kost volgens mu j nog veel meer geld. In plaats van investeren in camera's kunnen we beter investeren in het plaatsen van nneer prullenbakken, gescheiden prullenbakken. En BST, nnisschien BST wat vaker inzetten om de wijken schoon en heel te houden. Want ook dat doen wij steeds minder. Dus ja, wij zijn heel erg voor het iets doen tegen zwerfafval maar repressie en handhaven, dan begin je in onze ogen aan de verkeerde kant. De voorzitter: Oke, helder. Dank u wel. Is er iemand verder nog, even kijken, want ik zie hier nog, mevrouw Klein-Hendriks was geweest. Mijnheer Gundogdu, heeft u iets over het zwerfafval want anders ga ik even door. Mijnheer GLindogdu. De heer Gundogdu: Ja, goedenavond voorzitter. Ja, ik ga er
5
De voorzitter: En laten we even ook met elkaar afspreken dat we geen hele volledige woordvoeringen gaan zitten doen he jongens, dus dat we gewoon kijken van heb ik hier echt concreet iets aan toe te voegen of val ik in herhaling. Gaat uw gang. De heer aindogdu: Ja voorzitter, ik ga er niet veel meer woorden aan vuilmaken dan wat hetgeen is gezegd door mijn collega's. Aandachtspunt hierbij is zwerfafval, dat is een enorme hindernis in de stad en iedereen heeft daar zo zijn opmerkingen over. Wat wij vooraf vanuit Beter Voor Dordt altijd al aangeven is dat juist de gelegenheid bieden dat mensen hun vuil kunnen weggooien, dat dat toch wel een prioriteit moet zijn. We zijn achteraf aan het repareren wat vooraf niet goed is geregeld, dus wij verzoeken wederom het college om dat nou eens goed te organiseren en dat die vuilnisbakken regelmatig worden schoongemaakt en ook nog eens voldoende aanwezig zijn her en der in de stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Eens even kijken, nnevrouw Jager, had u ook nog lets op het zwerfafval? Mevrouw Jager: Ja, waarachtig. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Jager: Tot twee keer toe. Ik sluit me aan bij mijnheer Gundogdu dat we dat op een andere manier moeten organiseren. Ik denk niet dat camera's en zo een goed plan zijn.
Wat mij is opgevallen, wat ik ook al vaker te berde heb gebracht, is dat wij voorheen een aantal jaren geleden dit probleem niet hadden, maar dat we toen elk jaar allemaal een afvalkalender toegestuurd kregen die bij iedereen op de koelkast of daarnaast hing, en iedereen wist, in diverse talen werd het aangegeven en met symbolen, wanneer welk vuil waar gedeponeerd moest worden. Daar zijn ze een aantal jaren geleden mee gestopt en vanaf dat moment is het konnmer en kwel, mensen weten niet nneer hoe of wat en lang niet iedereen zoekt het op op de computer, sonnmigen weten niet eens dat dat er staat. Dus ik denk dat uit bezuinigingsoverwegingen er ook dingen gebeurd zijn die alleen maar averechts gewerkt hebben. Dat wilde ik even meegeven. De voorzitter: Oke, dank u wel. Ik wil ook even vragen of u in de chat wilt proberen om fitties te voorkomen. Iedereen konnt uiteindelijk aan de beurt. Mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde nog even reageren op hetgeen door de PvdA is geschetst, alsof we vanuit de VVD alleen maar voor handhaven zijn. Het is wat ons betreft allebei. Je moet en inzetten op juist op de momenten dat er extra veel zwerfafval ontstaat, wat at geschetst is, van nou, nnaak dan gebruik van zo'n shuttle.
Maar daarnaast, en ik vind het jammer dat vanuit de PvdA en ook nnevrouw Jager zojuist toch een beetje wordt gedaan alsof het niet zo is, er zijn helaas mensen die, hoeveel prullenbakken je ook neerzet, daar gewoon heel hardleers in zijn, die het wat dat betreft voor de rest van de stad verpesten. Dus wat ons betreft moeten die echt aangepakt worden. En je kunt niet overal een politieagent neerzetten of een handhaver, de
6
pakkans moet omhoog, en vandaar het denk ik heel zinnige voorstel voor wat betreft camera's. Dat wilde ik even reageren, dank u wel voorzitter.
De voorzitter: Alstublieft. Eens even kijken wie dan nog leuk in het rijtje staat. Mijnheer Chapel met een korte interruptie. De heer Chapel: Ja, bedankt voorzitter. Ik wil ook nog even reageren op de andere partijen, want die hebben het ineens over repressie en halen dat stuk flink naar boven, maar dat is natuurlijk, dan luister je volgens mu j niet goed naar ons. Wat wij gewoon willen is dat er teams bij wijken konnen van twee, drie man, misschien twee. Misschien moet je een pilot beginnen met drie wijken tegelijk, en vanaf dat punt geef je die mensen ook nog boa -diploma's zodat ze en een goed gesprek aankunnen, wat natuurlijk gaat over gedrag en mensen, want daar is het CDA ook voor, eerst de mens en dan de rest. Maar als het gedrag niet anders is dan ja, ik blijf gewoon nnijn bankstel naar beneden gooien, en ik kan me overigens niet voorstellen dat PvdA, SGP, Gewoon Dordt en noem ze maar op dat allennaal maar goedvinden, ja, op die manier dan gewoon ook aanpakken. Want even, we zijn het er over een ding met zijn alien volgens nnij wel eens, die stad daar moet wat mee. En praten heeft geen zin meer, Alexander Jansen zei het al he, sinds 2014 hoor ik veel, en wij bieden nu ook aan als CDA: nou, nu moeten we er geld voor overhebben. Wij hebben er geld voor over, sterker nog, ik kondig hierbij ook aan een motie. Dus dat wilde ik nog even kwijt.
De voorzitter: Nou goed, dank u wel, ik hoop dat het oplucht ook. Eens even kijken. Dan hebben we denk ik deze ... Even kijken. Mijnheer Struijk wil reclame maken voor de HVC, mag. Even kijken, zo en zo en zo. Zullen we dit onderwerp, volgens mu j is dit duidelijk genoeg en de heer Chapel, CDA, die komt met een motie, dus dan kan u daar dan ook nog op gaan reageren. Dan ga ik eventjes kijken naar, want er is nog een punt ingebracht door het CDA wat een beetje losstaat van andere. Ik weet niet wat u ermee wil, mijnheer Chapel of mijnheer Oostenrijk, de groene schoolpleinen, maar ik ... Er is in de raad is daar al vrij concreet van aangegeven wat het CDA daarvan vindt, dus ... Maar zegt u het maar. Of niet. De heer Chapel: Bedankt voorzitter, ja, lucht inderdaad op. Over de schoolpleinen nog even nog kort, we hebben als CDA aangegeven dat we vinden dat ook voor de schoolpleinen extra geld moet komen. En waarom, in het kort, heel kort even: sommige scholen moeten gewoon jaren tot tientallen jaren wachten voordat ze aan de beurt zijn eer dat dat schoolplein aan de beurt komt. En hoezo ben je er dan op tegen als Dordtse politieke partijen waar we allemaal roepen groenblauwe stad en natuur en biodiversiteit en hittestress, en we laten die scholen dan toch maar een beetje ronddobberen, want dat zien we.
We hebben een school gesproken, een directeur, die is al zijn subsidiepotjes afgegaan en ... Ja ja, ik ben er bijna klaar mee. En het lukt niet, oftewel: gun die kinderen nou eens gewoon een mooi groenblauw schoolplein en zorg er dan ook voor dat die toegankelijk wordt voor de buurt daar waar het kan, en dat is het enige nog wat ik kwijt wil en ik hoop dat iedereen dus ook tot bezinning komt en gewoon meedoet. De voorzitter: Hartstochtelijk pleidooi, dank u wel mijnheer Chapel. Ik weet niet of er iemand daar iets op wil zeggen op dit moment, volgens mu j is dit een herhaling van de
7
algemene beschouwingen en is het punt helder. Even kijken, dan gaan we eens even naar mevrouw Klein-Hendriks en die pakt twee punten tegelijk, dat is bomenonderhoud en bomenvisie en Dordwijkzone en Natuurnetwerk Nederland, ervan uitgaande dat mijn logica om dat te combineren ook haar logica is. Gaat uw gang.
Mevrouw Klein-Hendriks: De bomenvisie is lets van GroenLinks in elk geval dus dat ga ik niet meenennen. Maar bomenonderhoud wel, en zoals ik ook in de toelichting heb aangegeven: er wordt 6,5 ton aan mutatie opgenomen en het is niet ondenkbaar dat dit gewoon eigenlijk veel meer wordt maar ook zou nnoeten zijn al, omdat de landelijke tendens van de bomen en klimaat en waar het allennaal onder te lijden heeft gewoon niet gunstig is en vandaar dat we zouden willen vragen ook aan collega-raadsleden of zij wat zien zitten in, ik heb het maar genoemd kweekvelden. Er zijn de groene weides, we hebben het ook weleens gehad over zonneweides waar Gewoon Dordt had aangegeven in een zonneweide daar hoor je bruin te worden van de zon en daar hoorden geen zonnepanelen te staan. Maar om gewoon de groene weides die nu worden verpacht door de genneente maar waarbij geen volwaardig boerenbedrijf op wordt gehouden, om daar te kijken of we die velden niet kunnen gaan gebruiken als kweekvelden voor de aanplanting van bomen zodat ze daar alvast kunnen gaan groeien, die we naderhand kunnen uitplanten, waarbij dan ook nog het voordeel is dat op dit moment worden op die velden ook, dat is een beetje het verdienmodel, veel mest uitgereden. Nou, dat is ook helemaal niet goed voor ons klimaat, en zo zouden we misschien gewoon elkaar wat beter kunnen helpen. Het andere punt ...
De voorzitter: Even, mevrouw Klein-Hendriks, even een moment. Want mijnheer Jansen die vraagt om aandacht, dus dat kan hij krijgen. Ik ga u even onderbreken want dan kunnen we allemaal even met heel veel belangstelling naar mijnheer Jansen luisteren. De heer Jansen: Nou, mevrouw de voorzitter, ik had een hele korte reactie op het verhaal van mijnheer Chapel dat op zich niet zo heel ... Het maakt op zich niet zo heel veel uit, maar u gaat een beetje snel door de chat heen en negeert een beetje veel dingen in de chat, en dat vind ik zorgwekkend. Wij nnaken als commissieleden toch zelf uit of we willen reageren of niet. De voorzitter: Mijnheer Jansen, natuurlijk nnaakt u dat zelf uit alleen ik ga helennaal niet even snel erdoorheen geraffeld maar ik zit hier op verschillende dingen te letten. Dus u nnag absoluut nu naar het Stadskantoor komen en gewoon mijn rol overnemen, vind ik prima. Maar ik geloof niet dat u dat zo 1-2-3 kan, want u zit thuis. Dus ik doe mijn best om te zorgen dit in goede banen te leiden, maar gaat u alstublieft niet in de chat dit soort taal uitslaan tegen mij. Dus als u wil reageren op mijnheer Chapel die overigens reageerde op een ander, dus die was op dat moment niet aan de beurt, maar goed, nnag u dat nu doen en dan gaan we daarna gewoon verder, dan ga ik heel goed in de chat kijken de hele tijd of u wat wil zeggen.
De heer Jansen: Volgens mu j heeft mijnheer Chapel gewoon zijn punt behandeld van de groene schoolpleinen, dat is geen reactie op een ander maar zijn eigen punt. En het enige wat ik er eigenlijk aan toe had willen voegen, dat doe ik dan alsnog even voor mijnheer Chapel, is dat wij het zeker eens zijn met de richting maar dat we wel hele
8
duidelijke voorwaarden en kaders in het raadsvoorstel erin willen hebben omdat we toch, wij constateren ook dat somnnige scholen het wel lukt en andere scholen niet. En wij weten niet zo goed waar dat in ligt, en daar zijn wij dan weer nieuwsgierig naar. Dat was mijn korte reactie. Voor de rest, ik snap dat u het hartstikke druk heeft, mevrouw de voorzitter, ik snap dat er een hoop te doen is, maar roepen of er iemand wil reageren en meteen doorgaan zonder even te lezen in de chat is misschien niet handig. Dat is het laatste wat ik daar verder over kwijt wil.
De voorzitter: Nu heeft u me meerdere nnalen de les gelezen, dank u wel. Ik zal erop letten, heb ik daarnet al gezegd. Mevrouw Klein-Hendriks, gaat u alstublieft verder. Mevrouw Klein-Hendriks: Juist. We hadden het over bomen en kweekvijvers, ik bedoel kweekweides. En nou, ik hoop dat mijn collega's het daarmee eens zouden zijn om gewoon die weilanden die nu wel worden verpacht maar niet door gewone volwaardige boerenbedrijven worden gebruikt, om daar gewoon als Dordrecht gaat zeggen van kunnen wij die niet gebruiken voor de aanplant en opkweek van bomen zodat we die naderhand kunnen uitzetten? Nou, wat ik aangaf is de bomenvisie, dat is een punt van GroenLinks, en Dordwijkzone en Natuurnetwerk Nederland dat is naar aanleiding, want dat nodigde u me toe uit om die punten samen te pakken, Dordwijkzone en Natuurnetwerk Nederland is, er wordt natuurlijk veel geinvesteerd in de Dordwijkzone, we zien die plannen zien we allemaal ook heel veel in de waterkwaliteit.
Dat is een belangrijke verbinding van noord naar zuid, en nu wil het zo zijn dat de Dordwijkzone ook belangrijke natuurgebieden verbindt, en de vraag zou zijn of gewoon er meer ingezet kan worden dat provincie of Rijkswaterstaat dit ook meer gaan zien als natuurontwikkeling waardoor er misschien gecompenseerd kan worden voor uitstoot elders, en tegelijkertijd ook meer mogelijkheden zijn voor organisaties om gesubsidieerd activiteiten te kunnen gaan doen in het gebied en ook om zo de kosten te verdelen of te verlagen. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: la, dank u wel voorzitter. Ik wilde toch even reageren op de suggestie van onbenutte weilanden te gebruiken om bomen te gaan opkweken. Er bestaan boomkwekerijen, het lijkt me dat je dit niet overheidsgewijs op deze manier zou moeten willen sturen, maar misschien kan mevrouw Klein-Hendriks me daarin overtuigen want het lijkt me dat het afdoende door de markt geregeld zou moeten kunnen worden. De voorzitter: Uw geluid, ja. Mevrouw Klein-Hendriks: Sorry. We hebben als Dordrecht ook wel kwekerijen gehad, of in ieder geval een kwekerij, dus gewoon puur voor de bomen die wij in de eigen openbare ruimte zetten en die gewoon tijd nodig hebben om wat groter en volwassener te worden.
En het idee is dus om dat eigenlijk terug te brengen en tegelijkertijd in de tijd dat die bomen daar moeten groeien een beetje meer biodiversiteit te verzorgen in het gebied wat anders alleen maar bemest wordt.
9
De voorzitter: Oke, mevrouw Klein-Hendriks, nnijnheer Timmer heeft nog een vraag aan u denk ik. De heer Timmer: Nee, eigenlijk niet aan mevrouw Klein-Hendriks. Ik dacht dat zij klaar was en ze heeft GroenLinks natuurlijk een aantal keer genoemd over de bonnenvisie. Daar kan ik heel kort over zijn: wij vinden bomen heel belangrijk en we hopen dat het college snel met een adequate bonnenvisie gaat konnen. De voorzitter: Oke, dank u wel. Even kijken. Wie heeft er nog een reactie op het verhaal verder van mevrouw Klein-Hendriks? Mijnheer Van der Meer, u bent in beeld. De heer Van der Meer: Ja voorzitter, ik wou De voorzitter: Ik dacht dat chef bomen net aan het woord was, maar ik weet het niet. De heer Van der Meer: Voorzitter, ik heb De voorzitter: Ja. De heer Van der Meer: Daar heeft u gelijk in, maar omdat ik ervan uit was gegaan dat u in zijn algemeenheid over de openbare ruimte en natuur wil praten wou ik daar lets over zeggen en daar past dit goed in. De voorzitter: Nou, dat lijkt me een goed plan dan, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Ja.
Het wordt voor steeds meer mensen duidelijk dat leven met en in de natuur niet meer dat geitenwollensokkenverhaal is van een clubje als GroenLinks, maar een absolute noodzaak om de natuurlijke processen waar we afhankelijk van zijn in stand te houden, de opwarming van de aarde tegen te gaan en de onvermijdelijke gevolgen van klinnaatverandering op te vangen. In de kaders die wij stellen voor de gemeentelijke begroting moeten we daar ook ruimte voor scheppen, en ik had dus twee punten onn dat uit te werken. Ten eerste met betrekking tot de bomen, het belang daarvan hoeft niet worden toegelicht. Er blijkt nu extra geld nodig voor achterstallig onderhoud maar er is daarnaast een bomenvisie toegezegd en een uitbreiding van het aantal bomen is dringend nodig. Mevrouw Klein-Hendriks heeft daar ook lets over gezegd. Daar zijn initiatieven, zij had een nnooi initiatief, en ook geld voor nodig. En daarnnee kan ook de achterstand op het onderhoud worden voorkonnen. Laten wij daarin investeren, en ik ben benieuwd of andere partijen en het college bereid zijn onn daar in de begroting geld voor te reserveren.
En dat andere punt zal ik niet herhalen, dat ging over het zwerfafval en dat soort dingen maar meer in het algemeen, want dat gaat niet alleen, zwerfafval, over het probleenn dat dat irritant is en vervelend staat, maar ook dat daarmee het milieu enorm verontreinigd wordt en biodiversiteit beperkt. Dus dat is een extra reden waarom die problematiek aangepakt nnoet worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, we waren nog bezig met het rondje reactie op mevrouw Klein-Hendriks. Mijnheer Noldus.
10
De heer Noldus: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wilde bijna in hoofdletters in de chat gaan typen, maar dank voor het woord. Een vraag aan mevrouw Klein-Hendriks, eigenlijk een vervolgvraag op wat de heer Kleinpaste net ook stelde. Mevrouw Hendriks gaf daarop aan dat de gemeentelijke inzet van die bomen, dat ze dan tegelijkertijd groeien en ook nog wat biodiversiteit teweegbrengen. Maar waar ik toch wel benieuwd naar ben, is eigenlijk de kernvraag van de heer Kleinpaste volgens mu j ook, is: wat kan de gemeente dan doen wat niet at bij bomenkwekerijen gebeurt? Want die bomen, of ze nou van de gemeente zijn of niet, die moeten ergens groeien, groot worden en die staan ergens. Dus ik ben even benieuwd wat in het voorstel van ChristenUnie/SGP dan de toegevoegde waarde is om dat zelf te doen. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja. Nou, je koopt de bomen van de boomkwekerijen en je zet ze neer in de zonneweides, ik bedoel in de weilanden, en je laat ze wat groter worden alvast. Dat. Dus je neemt geen werk over van de kwekerijen, je neemt ze af die bomen en je zorgt ervoor dat je Je ziet al vooruit dat sonnnnige bomen op termijn gerooid nnoeten gaan worden vanwege onderhoud, vanwege de staat. Nou, en daar ga je als Dordrecht op vooruitwerken want je ziet het gewoon aankomen.
Dus waarom dan niet die weilanden gebruiken die door de gemeente worden verpacht om daar de bomen verder groter te laten worden alvast? De heer Noldus: Maar voorzitter, dan toch nog een vervolgvraag. Want als de gemeente Dordrecht die bomen niet al klein koopt dan groeien die bomen toch ook door? Dus is dan niet uw voorstel meer om meer kleine bossen te creeren dan een genneentelijke dienst voor kwekerij? Ik ben een beetje op zoek naar wat voegt dat nou toe. Mevrouw Klein-Hendriks: Het is en en, het is en en zeg maar. Dus je nnaakt de omgeving nnaak je groener, en je zorgt alvast dat je straks bomen hebt die je nnooi kunt inplanten in de bestaande stad en die al een stukje groter zijn dan wanneer je ze rechtstreeks van de kwekerijen koopt. De heer Noldus: Oke. Nou, we gaan er nog even op broeden, voorzitter, dank u wel. Mevrouw Klein-Hendriks: Goed zo. De voorzitter: Dank u wel, nnijnheer Noldus. Heeft er verder iemand nog een reactie op mevrouw Klein-Hendriks want anders dan gaan wij door naar het volgende onderwerpje van de ChristenUnie/SGP, de Dordwijkzone en Natuurnetwerk Nederland. Mevrouw Klein-Hendriks: Nou was ik daar net al een beetje op vooruitgelopen. De voorzitter: Ja. Mevrouw Klein-Hendriks: Ik was er voor uitgenodigd om het samen te pakken, dus wat ik net heb gezegd wilde ik het eigenlijk ook bij laten, dan De voorzitter: Prima. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja.
11
De voorzitter: Dan vraag ik even of iemand daar nog een specifieke reactie op heeft en anders dan gaan we door. Eens even kijken, ik zie op een andere plek, want jongens, denk maar niet dat het allemaal hier nnakkelijk gaat want in mijn chat komt niks tevoorschijn maar in een ander scherm wel. En ik zie ergens mijnheer Chapel oppoppen, maar niet in de chat. Mijnheer Chapel, had u iets? De heer Chapel: Nee voorzitter, ik had een lachend gezichtje bij uw tekst gezet, dus De voorzitter: Vandaar dat ik gewoon iets voorbij zag schuiven met uw naam. Oke. Nee, maar prima, niet dat ik u dan oversla, dat u dan vervolgens beledigd bent. Even kijken. Dan gaan we naar mijnheer Gundogdu waarschijnlijk met het kwaliteitsniveau afhandeling Fixi-meldingen. De heer Gundogdu: Ja. De voorzitter: Kijk, daar is die al. U zit wel erg in het donker, mijnheer aindogdu. De heer Gundogdu: Ik zit in mijn schuur. De voorzitter: Nee, serieus. De heer Gundogdu: En dat is geen grap. De voorzitter: Kom gezellig op het Stadskantoor zitten. De heer aindogdu: Voorzitter, ook bij dit punt wil ik het kort houden. We hebben het zojuist gehad over onze buitenruinnte en zwerfvuil. Nou, het Fixi, ons meldsysteem, nou, die werkt goed. Wij hebben gelezen in de kadernota dat er om en nabij 27.000 meldingen zijn per jaar.
Wij zijn begonnen ooit eens met 12.000 meldingen, nou, dat is mool, dat betekent dat ook zeg maar onze bewoners en ondernemers heel betrokken zijn met de buitenruinnte en dus ook die meldingen maken. En nou, het college geeft aan dat dit een beter systeem is wat ook toegankelijker, laagdrempeliger is, waardoor ook meer meldingen komen. Wat wij ons oprecht afvragen is dat het college ... Wij gaan ervan uit dat als je zoveel meldingen hebt, meer dan een verdubbeling, dat je daar allicht onn het kwaliteitsniveau in deze stad te bewaken dat je ook een bepaald budget daarvoor zou willen vragen. Maar dat doet het college niet, en dat vinden wij heel bijzonder. Want betekent dat concreet dat al deze 27.000 meldingen binnen het huidige budget afgehandeld kunnen worden ondanks het gegeven dat het aantal meldingen is verdubbeld? Dat wilden wij inbrengen over dit punt. De voorzitter: Oke, prima. Ik zie in de chat niet echt iennand die op u wil reageren. Dus ik denk dat het helder was wat u wilt. Goed. Er komt ook geen nabrander van iemand, ik durf bijna niet meer door te gaan nu. Dan schakelen we over naar het volgende blokje, en dat doen we dan wel in principe in zijn geheel. Ik begrijp ook dat er mensen zijn die een woordvoering hebben, dus in die zin is dat misschien handiger. Probeer wel zo veel mogelijk op elkaar in te spelen alstublieft.
Het gaat hier onn de punten voorzien in tussenwoningen en tijdelijke sociale huurwoningen, wat ook al in de raad duidelijk aan
12
de orde is geweest, het invoeren van een zelfbewoningsplicht heb ik toen ook al gehoord, toenemende ontwrichting van de woningnnarkt door GroenLinks, die andere twee punten waren overigens van het CDA. Innovatieve techniek Betere participatie bij bouw, VVD, en nadelige effecten grondexploitaties van BVD. Het CDA als eerste, en ik weet niet of u dan gelijk ook op de andere punten mogelijk lets te melden heeft, maar begint u in ieder geval met uw eigen punten om, nou ja, daar iets nieuws over te zeggen.
De heer Oostenrijk: Ja voorzitter, bedankt. Ja, het is inderdaad de kunst om niet in herhaling te vervallen van hetgeen wat al door onze fractievoorzitter bij de algemene beschouwingen is verwoord. Maar dan toch even wat specifieker wat wij met tussenwoningen bedoelen en tijdelijke sociale huurwoningen. Tussenwoningen, en zo hebben we dat met een ons inziens treffend voorbeeld in de algemene beschouwingen genoemd, zien wij als woningen waar wij mensen die om welke reden echt in de problemen komen, plotsklaps in de problemen komen, dat we die ruimte bieden om tijdelijk, en dan heb je het over een beperkte huurovereenkomst in tijd, om die tijdelijk op een andere plek als het ware weer tot rust te laten komen om vervolgens een nieuwe stap te zetten in hun wooncarriere. Het voorbeeld ging dan over scheidingen, maar er zijn meerdere aanleidingen die ertoe kunnen leiden dat mensen plotsklaps, ja, aangewezen zijn op een andere plek om te kunnen wonen. Maar dat betekent dat je daar een bepaalde huisvesting voor moet hebben die daarop toegerust is. En dat konn je at gauw natuurlijk bij woningcorporaties terecht, dus wat dat betreft betekent dat wat ons betreft ook een goed contact gaan leggen over dit fenomeen, en gaan kijken welke mogelijkheden woningcorporaties ons op dat gebied kunnen krijgen, want we ervaren dat dit soort gevallen echt schrijnend is.
Tijdelijk sociale huurwoningen, dat is een wat ander fenomeen natuurlijk. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, mevrouw Van Benschop heeft een vraag aan u. Mevrouw Van Benschop: Ja, dank u wel voorzitter. Nou ja, ik begrijp heel goed de wens om een tijdelijke, of een tussenwoning zoals het CDA het noennt, te realiseren voor mensen die dan heel acuut een woning nodig hebben. Ik vraag me alleen wel af, het gaat dan, u noennde zelf als voorbeeld mensen die bijvoorbeeld net zijn gescheiden. Dat zijn eenverdieners dan vervolgens, die mensen hebben na die tussenwoning neem ik aan ook weer een woning nodig, en aangezien we, nou ja, met een tempo van drie keer niks sociale huurwoningen bouwen en er eigenlijk geen betaalbare koopwoningen zijn ben ik wel benieuwd hoe het CDA dan die tussenwoning ziet. Is dat dan echt een tijdelijke oplossing of zegt u van nou ja, weet je, als dat dan vijf jaar duurt dan is dat ook oke? De heer Oostenrijk: Ja, ik snap de vraag. En elk geval, als het gaat om een nijpend probleem, staat op zichzelf.
Maar een tussenwoning is in de grond van de aard natuurlijk een tussenwoning, dat betekent dat dat echt een tijdelijke vluchtheuvel is om laten we zeggen weer te zoeken naar lets definitiefs, en de vraag of het dan over een jaar of over twee jaar of over drie jaar moet gaan, dat vind ik een uitvoeringszaak, dat nnoeten we niet politiek willen beslissen want dan heb je het over maatwerk. En elk probleem staat op zich, maar het is wel natuurlijk een zaak dat dat tijdelijk is, want je wil ook nieuwe
13
gevallen dan ook weer gebruik willen laten maken van die tijdelijke huisvestingsnnogelijkheid. Dus er zit een limiet aan, maar laten we dit niet politiek gaan vastleggen, ik vind dat de professionals in de markt dat veel beter kunnen als wij. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter? Ja, weet je, we kunnen proberen weg te blijven bij de politiek in dit vraagstuk maar uiteindelijk is het aan de politiek om een richting te geven om het ook tijdelijk te kunnen laten zijn. Op het moment dat er geen doorstroommogelijkheden zijn voor die nnensen, dan wordt het per definitie of definitief of in ieder geval heel langdurig een tussenwoning. Dus ik snap wat u zegt als het gaat over de specifieke ternnijn, of dat dan twee jaar, drie jaar of vier jaar zou moeten zijn, of wat dat dan ook is. Ik snap dat u dat bij de uitvoering wil laten, daar hoeven wij ook geen besluit over te nemen. Maar als wij ervoor kiezen om tijdelijke tussenwoningen te realiseren moeten we er wel voor zorgen dat het ook mogelijk is die woningen tijdelijk te houden, neem ik aan. De heer Oostenrijk: Dat klopt helennaal, en dat betekent ook uitbreiding van dit soort mogelijkheden in de zin van dat het bouwen, en dan konn ik op het tweede punt terecht, van die tijdelijke sociale huurwoningen.
En dat betekent inderdaad dat we net zo goed als dat we dat nu op het Leerpark in een andere setting wordt gerealiseerd, dat we ook op andere plekken in de stad moeten gaan kijken met woningcorporaties of we dus in een tijdelijke sfeer in een rap tempo sociale huurwoningen kunnen bijbouwen die antwoord geven op het deels oplossen van deze nijpende huurproblematiek. De voorzitter: Oke, dank u wel. Mijnheer Gundogdu. De heer Gundogdu: Voorzitter, dank u wel. Een vraag aan mijnheer Oostenrijk. Nou, nnijnheer Oostenrijk, u houdt inderdaad een warm pleidooi voor die tussenwoningen zoals u dat noennt. Nou, u vindt Beter Voor Dordt aan uw zijde dat we daar ook juist die doelgroep moeten gaan bedienen. Wat ik me wel afvraag, we hebben nu zeg maar al enige jaren het proces van de woonvisie, de lokale paragraaf en noem maar op, al die documenten die we sannen hebben bestudeerd en daar een oordeel over hebben gegeven. Ik ben even zoekende, zou dit aanvullend op de lokale paragraaf van de woningvisie zijn of ziet u dit als een separaat traject? De gedachte an sich is niet verkeerd, maar ik probeer hem even, nou ja, te duiden waar dit nou precies onder zou moeten vallen. De heer Oostenrijk: Het zal in eerste instantie denk ik een plussituatie zijn, onndat in het reguliere proces zullen sociale huurwoningen in nog, laat maar zeggen, te vormen plannen een plek moeten krijgen.
Als het gaat om toevoeging op korte ternnijn, dat betekent inderdaad dat je dus op een, zou maar zeggen op braakliggende terreinen, ik noem maar een Dwarsstraat, laten we dan toch maar een voorbeeld noennen, de achterzijde van het, laat maar zeggen de achterkant van het parkeerterrein van de Weeskinderendijk. Zet daar gewoon in tijdelijke zin, en dat bedoel ik niet negatief, containerachtige units neer die je kunt, wel adequaat, maar die je dus voor pakweg een jaar of tien, vijftien, kunt benutten voor het oplossen van dit soort nijpende problemen. Dus voor de korte termijn is het een plus om in ieder geval de nijpende situatie nu te verlichten.
14
De heer Gundogdu: Ja. Mag ik aanvullend, voorzitter? De voorzitter: Heel kort. De heer Gundogdu: Heel kort. Wilde u dan middels een nnotie het college nu al een oproep doen of zegt u van het college, ik wil dit aan u nneegeven, dat u met een document konnt hoe u dit zou willen uitwerken? De heer Oostenrijk: Nou, of het een motie gaat worden dat houden we nog even in de bedenkfase. We sluiten het niet uit, maar daar gaan we deze week nog over broeden. De heer Gundogdu: Oke, dank u. De voorzitter: En een broedende kip moet je niet storen geloof ik he. Mevrouw KleinHendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja voorzitter, mijn vraag aan het CDA zou dan wel zijn, ik ga ervan uit dat CDA niet de snelbouwwoningen alleen maar aan het promoten is en ik ken ook wel de opvatting van het CDA over de tiny houses, want dat is een ander alternatief, maar klopt het dat het eigenlijk ook gaat om de urgente woningverdeelproblematiek en is er zicht, heeft het CDA zicht op de onnvang eigenlijk van de groep waarover we praten die dus kennelijk niet in het huidige systeem aan bod komen, of snel genoeg bediend worden? De heer Oostenrijk: la, op het gevaar af dat we natuurlijk in de hele uitvoeringssfeer, en dan heb je het over WoonKeur of zoiets, gaan beginnen, ik wil het in die zin globaal houden.
We ervaren dat daar echte probleemgevallen, en die zijn veelsoortig, dat we daar niet in staat zijn om daar adequate oplossingen voor te verzinnen. Dus dat betekent dat je alleen maar door op korte ternnijn daar aan woningen toe te voegen, en ik heb at beschreven wat ik daarmee bedoel, om in ieder geval een bijdrage te leveren om dat soort ad hoc problennen, dat je daar een bijdrage in kunt geven. Mevrouw Klein-Hendriks: la, en toch een vervolgvraag, voorzitter, want ik begrijp dat maar je koopt niks voor ervaring in zoverre, of het gevoel dat er is voor de problematiek. Dus ik geloof best wel dat er problemen zijn, maar het betekent tegelijkertijd een keuze van het CDA om een bepaalde groep wel voorrang te bieden op korte termijn op een woning, terwijI er ook anderen zijn die ook wel degelijk gewoon om een woning verlegen zitten, dus dat konnt toch bij de vraag die niet gewoon heel abstract beantwoord kan worden, of het CDA met kwantitatieve gegevens kan konnen van ja, waar gaat het dan eigenlijk om? Want een vierkante meter grond kan je, ook al is het maar voor vijftien jaar, maar een keer uitgeven. De heer Oostenrijk: Dat laatste klopt, voorzitter, dus dan moet je dat ook richten op die stukken grond waarbij je met grote zekerheid kan zeggen dat die de eerste vijftien jaar nog niet bebouwd gaan worden.
Dus we moeten niet andere plannen in de weg gaan zitten, nee, je moet zorgvuldig kijken naar locaties waar dat, laten we zeggen, niet storend kan worden geregeld. Ik lees ook bijvoorbeeld in media, een voorbeeld in
15
Amersfoort, kunnen ze de tussenwoningen voor gescheiden ouders niet aanslepen. Nou, dan kan je zeggen van ja, zitten we dan andere doelgroepen in de weg? Het zal zo zijn dat we andere doelgroepen in de weg zitten, maar niet daarin voorzien is helennaal geen optie. Dus laten we zeggen, het maar laten lopen
Mevrouw Klein-Hendriks: Nogmaals, voorzitter, ik zou er dan wel bij het CDA voor pleiten om daar toch gewoon een verhouding in aan te brengen want nu zet het CDA toch groepen die ook al langer zoeken naar een woning en daar echt behoefte aan hebben om zelfstandig te wonen, op een achterstand. En dat zal de bedoeling van het CDA niet zijn maar daar kan het wel toe leiden, en dat is zonde. De voorzitter: Ik denk dat jullie het niet met elkaar eens gaan worden. De heer Oostenrijk: Nog den keer. Het kan niet zo zijn, want ik vind de redenering redelijk krom, als je bijbouwt, hoe kan je dan andere groepen op achterstand zetten? Als je niet bijbouwt zet je alsnog andere groepen op achterstand. Mevrouw Klein-Hendriks: Het gaat eronn aan wie je die woningen toe wil wijzen. Er is in grote Ik begrijp dat het CDA een bepaalde groep belangrijker nnisschien vindt dan andere groepen en dat kan, maar dan is het wel goed om te weten van nou ja, om hoeveel gaat het dan, om hoeveel woningen zou het dan gaan en waar bouwen we eigenlijk dan voor? De heer Oostenrijk: Ja, en dat wilde... De voorzitter: Daar gaat mijnheer Oostenrijk gaat daar van de week naar kijken. Toch, mijnheer Oostenrijk? Mevrouw Klein-Hendriks: Ja. De heer Oostenrijk: En dat willen we graag bespreken met de woningcorporaties want die hebben we daarvoor nodig. De voorzitter: Goed, dank u wel. Mijnheer Noldus.
De heer Noldus: Ja voorzitter, dank u wel. Ik had een verduidelijkende vraag, die is in het vorige debatje bijna beantwoord maar ook nog niet helemaal zeker dat ik de heer Oostenrijk goed begrijp, want het tweede deel van het pleidooi dat kan ik goed volgen, dat gaat over het inzetten van flexibele woningen, tijdelijke woningen, zeg maar een soort flexibele schil zoals je die ook in de beantwoording van het college op onze vragen over huisvesting voor statushouders in dat geval hebben gehad. Maar ook de discussie net ook ging ook denk ik met name over de voorrangsregeling, en is dan het tweede deel van de oplossing van het CDA om de voorrangsregeling daarnnee uit te breiden, of hoe moet ik dan de duiding van uw voorstel daartoe zien? De heer Oostenrijk: Nou voorzitter, ik snap waar de heer Noldus heen wil, maar die kant die gaan wij beslist niet op. Wij hebben het niet over voorgangsregelingen, we hebben het over oplossen in ieder geval van nijpende problemen, die zijn in ieder geval
16
constateren we die in de zin van, nou, laten we het even zeggen vechtscheidingensituatie, waar je adequaat op moet acteren. Natuurlijk kunnen er ook in bredere zin nijpende situaties ontstaan, dus ik sluit het niet uit, maar ik treed niet in die zin nu op het selecteren van wie er wet of niet dan in aanmerking moet komen, want nogmaals, daar zijn de professionals voor om dat goed op maat te kunnen constateren. De heer Noldus: Ja voorzitter, en nog een vervolgvraag als dat mag, want dan twijfel ik toch een beetje. De voorzitter: Ja, heel kort. De heer Noldus: Sorry? De voorzitter: Heel kort. De heer Noldus: 0, kort, ja. Ja. Nee, want dan weet ik niet helemaal zeker waar dan het CDA, wat voor instrument men dan wil inzetten. Want kijk, als je extra tijdelijke woningen neerzet specifiek voor dat soort doorstroming van tijdelijke bewoning, even niet over doelgroepen gesproken, dan snap ik dat, maar als je dat gaat kijken richting de bestaande woningvoorraad dan snap ik niet zo goed wat voor instrumenten er nog nneer zijn dan voorrangsregeling. Maar misschien dat de heer Oostenrijk, kan ook later, daar wat duiding op kan geven. De heer Oostenrijk: Ja voorzitter, daar komen nnisschien om de discussie nu niet te verlengen komen we daar straks nog terug op de vraag rond de behandelvoorstellen of we zaken daarin willen bespreken. De voorzitter: Oke. Mijnheer Loekemeijer.
De heer Loekemeijer: Ja, dank u wet voorzitter. Even een korte vraag aan het CDA. Uit het RIGO-rapport kwam ook naar voren dat de allergoedkoopste en kleinste woningen, dat we daar een overschot in hebben. Zouden die hierin geen rol kunnen spelen, want ik kan me voorstellen dat die woningen niet geschikt zijn voor de lange termijn maar in nijpende situaties kan ik me ook voorstellen dat een dergelijke woning wet even dienst kan doen. Heeft het CDA daar een idee over? De heer Oostenrijk: Dan een wedervraag aan de heer Loekemeijer, waar kan hij aangeven dat er overschotten zijn van woningen die klaarblijkelijk niet bewoond zijn? De heer Loekemeijer: Nou, uit het RIGO-rapport wat we pas behandeld hebben, daar kwam uit naar voren dat in de allergoedkoopste huurwoningen, dat we daar een groot overschot in hebben, dat daar kennelijk, ja, nneer aanbod is dan dat er vraag is. De heer Oostenrijk: Ik vrees De heer Loekemeijer: Maar dat stond in dat rapport dus, ik weet niet, ja, ik heb het niet gecontroleerd maar het stond er wel in.
17
De heer Oostenrijk: Ik vrees dat dat een papieren werkelijkheid is. De heer Loekemeijer: 0, dan hebben we ... Dan wordt het wel lastig want dan is het hele RIGO-rapport een papieren werkelijkheid en dan, ja, dan gaan we een heel ander verhaal krijgen denk ik. De heer Oostenrijk: Ik wit mij beperken tot de constatering dat we problemen niet kunnen oplossen en dat vergt overleg, inzicht en bijbouwen. De heer Loekemeijer: Nou ja, wel een interessante uitspraak dat dat RIGO-rapport een papieren werkelijkheid is want dat hebben een aantal partijen, onder andere wij, ook al gezegd wat betreft het type woningen dat gebouwd moet worden. Maar fijn dat het CDA dat nog even beaannt. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, had u daar iets over te zeggen want u konnt zo meteen natuurlijk nog aan de beurt, theoretische werkelijkheid hoor ik. Mevrouw Van Benschop: Ik doe het zo wel. De voorzitter: Prima. Mevrouw Van Benschop: Ja, dat had ik in de chat gezet. Ik reageer zo. De voorzitter: Ja, oke, prima. Mijnheer Gundogdu. De heer Gundogdu: Voorzitter, dank u wel. In aanvulling op het debatje van zojuist, en nnijnheer Oostenrijk geeft aan dat het RIGO-rapport een, nou ja, wat is het, een theoretische werkelijkheid is of niet helemaal correct of waarheid zou zijn.
Maar realiseert nnijnheer Oostenrijk wel dat wij onze woonvisie, de lokale uitvoeringsparagraaf op basis van dat rapport hebben opgesteld, waar ook uw partij en u ook als raadslid nnee heeft ingestemd? Dus ik probeer even te zoeken wat nu zeg maar is wat u wilt aangeven. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik reageerde met de term papieren werkelijkheid op de opmerking van de heer Loekemeijer dat we blijkbaar een geweldige hoeveelheid woningoverschot aan goedkope huurwoningen hebben. Daar reageerde ik op, en niet op het feit of het hele RIGO-rapport een papieren werkelijkheid is. Dus ik heb de wedervraag gesteld van mijnheer Loekemeijer, van geef dan aan waar al die goedkope huurwoningen dan zo staan in Dordrecht, ik zie ze niet. De heer Gundogdu: Oke, helder. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Oostenrijk, was u klaar met uw verhaal of had u nog iets? De heer Oostenrijk: Nee, dat was goed hoor. De voorzitter: Ja? Oke, prima.
18
De heer Oostenrijk: Goed verhaal. De voorzitter: Dan, even kijken, gaan we naar GroenLinks. Mevrouw Van Benschoo: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik wilde toch nog heel even reageren dat ik het bijzonder vind dat we dan heel selectief een stukje van een rapport wel een theoretische werkelijkheid noemen en de rest niet. Maar goed, daar konn ik zo op. Ik wilde graag beginnen met de beantwoording van onze eigen gestelde vraag in de toelichting op het onderwerp wat we geagendeerd hebben, namelijk of met betrekking tot sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen een wezenlijk ander beleid gevoerd zou nnoeten worden, en wat ons betreft is dat nog steeds een dikke ja. We bouwen duur om mensen naar de stad te trekken en om mensen die al in Dordrecht wonen te laten doorstromen naar een duurdere woning, waarna zij een betaalbare woning achterlaten. En dit beleid dat voeren we nu al een tijdje, maar ja, de resultaten vallen toch wat tegen, is op zijn zachtst gezegd.
Naast dat uit de woningbouwnnonitor blijkt dat we helemaal niet groeien, en je kunt afvragen of je dat heel erg moet vinden, omdat een derde van de nieuwbouwhuizen gekocht wordt door mensen van buiten de stad gaan er net zoveel mensen weer de stad uit, blijkbaar, en de signalen die wij uit onze omgeving krijgen zijn niet heel hoopgevend want de wachttijden voor sociale huurwoningen lopen nog steeds op en ook wij hebben het artikel in Trouw gelezen van onze stadsgenoot Nathalie. En een betaalbare woning is binnen een paar dagen alweer onder optie of zelfs al definitief verkocht, en om Oberhaupt kans te maken moet je zwaar overbieden op betaalbare woningen, wat die woning dan weer niet betaalbaar maakt. Je kunt dan twee dingen doen, dat is vasthouden aan het beleid, en dan kom ik op het RIGO-rapport, wat we vooral hebben gebaseerd, dat beleid, op het theoretisch onderzoek van RIGO. En daar is een vertaalslag gemaakt van het landelijke woononderzoek 2015 en aangevuld met lokale data. Dus wat dat betreft kun je het RIGO-onderzoek naar ons idee wel degelijk een papieren werkelijkheid noennen, of een theoretische werkelijkheid, want er is niet daadwerkelijk in deze stad gekeken hoe de verhuiswensen zijn, die zijn overgenomen vanuit het woononderzoek van 2015 ook nog.
Dus je zou ook je oren en ogen een keer open kunnen doen en in gesprek met de stad eens gewoon luisteren: wat is er nou eigenlijk nodig. En daar zouden wij dan ook voor willen pleiten. Alle maatregelen die we kunnen nemen om te zorgen dat er meer Dordtenaren passende en betaalbare huisvesting kunnen vinden omarmen wij, dus wij zien ook wel brood in de tussenwoningen van het CDA en in het antispeculatiebeding en de zelfbewoningsplicht, maar wel in combinatie met het probleem aanpakken bij de bron. En dan voor de VVD een bekende uitspraak: bouwen, bouwen, bouwen, maar dan wel van betaalbare koophuizen en sociale huurwoningen. En met het huidige tempo waarin sociale huurwoningen worden gerealiseerd zullen de tussenwoningen die het CDA genoemd heeft al snel definitieve huisvesting worden. Dus we zijn ons ervan bewust dat het versnellen van die bouw, zeker met betrekking tot de sociale woningbouw, geld zal kosten. Maar dat is wel geld uitgeven met een goed doel, namelijk volkshuisvesting. En wij hopen daarom dat er andere partijen zijn die ook bereid zijn hiervoor geld beschikbaar te stellen in de begroting, en hoe we dan verder moeten met het woningbouwbeleid zullen we op een ander moment bespreken, maar voor nu in ieder geval de vraag: zijn er partijen die met ons eens zijn dat ook al kost het geld, dat we
19
snel die sociale woningvoorraad op peil moeten krijgen, anders dan kun je niet genoeg tussenwoningen bouwen om het gat op te vullen. Dus de vraag is niet of we investeren, want dat doen we namelijk allemaal, de vraag is waarin we investeren want daarin verschillen we van nnening. En dat was die.
De voorzitter: Oke, dank u wel. Ik heb wel even, want u noennde de zelfbewoningsplicht waar nnijnheer Oostenrijk nog wat over wilde zeggen, en dat is die vergeten, dus misschien is het wel leuk om dat even nu te koppelen zodat jullie wellicht elkaar daar nog op kunnen bevragen. Mijnheer Oostenrijk, komt u er maar even bij. De heer Oostenrijk: Ja, dank u voorzitter voor uw genereuze ruimte die u mij geeft. Ja, we hebben dat in de algemene beschouwingen ook al aangestipt. Wij zien ook richting Dordrecht het probleem ontstaan dat er woningen worden aangekocht die, ik zou zeggen puur voor de lucrativiteit worden aangekocht, die dus niet laten we zeggen primair bedoeld zijn om voor Dordtenaren het bewoond te krijgen. Er is gezegd van ja, dat kan niet. Ja, het kan wel degelijk. Er zijn inmiddels al zeker achttien gemeenten die dat hebben ingevoerd, er zijn al een lijstje van gemeenten die het gaan invoeren, dus wat dat betreft vinden wij het een goed instrument om nnaxinnaal woningen ook woningen te laten zijn, om voor de doelgroep bewoond te laten worden en niet aan te laten kopen voor speculatieve doeleinden. Dus we gaan kijken of we dat misschien ook met anderen ook nog kunnen voorzien in een motie, maar in ieder geval: het is voor ons een belangrijke factor om ook woningen dat doel te geven waarvoor ze bedoeld zijn. Om te wonen.
Mevrouw Van Benschop: Nou, is geen vraag aan mu j maar mag ik reageren, voorzitter? Ik begrijp helemaal waar dat punt vandaan komt en ik ben met u eens, het gebeurt op nneerdere plekken in het land, en ik denk dat het een van de instrumenten kan zijn om ervoor te zorgen dat de woningen ook bewoond worden door mensen die een woning zoeken. Maar nu we toch zo in gesprek zijn ben ik wel benieuwd hoe u ertegenover staat om geld beschikbaar te stellen om die bouw van sociale huurwoningen te versnellen. Een instrument is mooi, maar je moet ook de bron aanpakken denk ik. De heer Oostenrijk: Ja. En ik denk dat we dat in dit geval, omdat ik heb gewezen naar woningcorporaties, dat we dat heel snel in samenspraak met hen op de rit moeten krijgen. Want natuurlijk, wij gaan even niet zeggen of het 1, 2 of 3 nniljoen moet gaan kosten of minder of wat dan ook. Maar het doel is duidelijk, we willen dat flink op de agenda zetten in samenspraak met, en dat zal wel Trivire zijn, want we hebben het over gebieden waar nu nog niet woningen staan. Mevrouw Van Benschop: Precies. Oke, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik wou toch nog even ingaan op de wijze van onderzoek die mevrouw Van Benschop eigenlijk suggereert. Ik ken haar als iemand die toch de feiten graag op orde heeft.
Een gesprek met de stad, gaat dat nou valide infornnatie opleveren, vraag ik mu j dan af. Je kunt kritiek hebben op het RIGO-
20
onderzoek, maar zou je daar wat anders tegenover willen stellen dan zal het toch ook gedegen en gevalideerde informatie moeten zijn, en ik betwijfel of dat met een gesprek met de stad op die wijze gebeurt. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter. Ja, dat is een goed punt, en ik heb het, als het zo over is gekonnen dan is dat niet goed overgekomen of in ieder geval niet zoals ik heb bedoeld. Wat ik ernnee wilde zeggen is dat we kunnen ons blindstaren op een theoretisch model, op een onderzoek wat gedaan is gebaseerd op gegevens die vanuit landelijk worden gehaald, vanuit landelijk onderzoek, uit trends, woontrends en dat soort dingen, geconnbineerd met lokale data. En dat is niet erg, dat hoeft niet erg te zijn als je daarbij oog houdt voor wat er leeft in de stad. En dat was eigenlijk wat ik ermee wilde zeggen, dat op het moment dat je je blindstaart op dit onderzoek en doet alsof de signalen die uit de stad konnen niet kunnen kloppen omdat het theoretisch model nou eenmaal wat anders zegt, dan ben je volgens mij verkeerd bezig. Dus vind ik dat je je hele beleid zou moeten baseren op een gesprek met de stad? Nee, helemaal niet. En het lijkt me een prima plan als er dan een valide onderzoek, zoals u het zo mooi noennde, wordt gedaan om te kijken wat de daadwerkelijke woonbehoefte is in onze stad.