CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 29 juni 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 september 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 13 en 14 juli, de Commissie Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 29 juni, 7 juli en 31 augustus, en de Commissie Grote Projecten van 30 juni 2021.26.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

En dat is, kijk, het RIGO-onderzoek aanvullen met de ervaringen die we vanuit de stad hebben lijkt me een hele goede, maar is mevrouw Van Benschop dan eigenlijk ook wel bereid om te kijken niet zo zeer één bepaalde doelgroep voor te trekken, ik noem het maar even zo, maar ook echt de signalen zoals wij die ook opvangen, jongeren of in ieder geval jonge gezinnen die gewoon geen woning kunnen krijgen, en die nog aan het begin van hun verdere toekomst staan, om daar ook dan eens naar te luisteren eigenlijk, en niet per se nu al op basis van enkel wat constateringen gewoon keuzes te willen gaan maken in welke groep wij nou met name willen helpen. Mevrouw Van Benschop: Nou voorzitter, absoluut. En ik denk dat dat ook, nou ja, eigenlijk is waar we voor pleiten, dat we nu gaan bouwen naar behoefte die er ook daadwerkelijk is. En als die behoefte daar is bij jonge gezinnen die aan het begin staan van hun wooncarrière dan luister ik daar hartstikke graag naar. Ik heb er persoonlijk

20

geen belang bij om goedkope woningen te bouwen, dat is niet waarom ik dat bepleit. Ik bepleit dat omdat wij signalen ontvangen dat die woningen niet te krijgen zijn. Als uit een aanvulling met gesprekken van de stad blijkt dat er ook woningen nodig zijn tussen de 3 en de 5 ton, ik noem maar eventjes een bandbreedte, ik ga daar niet voor liggen. Als dat is wat nodig is, dan gaan we dat doen. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Benschop: Oké. De voorzitter: Dat is mooi. Of niet mooi, ik bedoel, kan. Ja. Eens even kijken, is er nog iemand anders die wil reflecteren op de woorden van mevrouw Van Benschop? Mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ja, het ging me niet zozeer om de woorden van mevrouw Van Benschop, het ging meer om een korte reactie op dit thema. Mevrouw Van Benschop: Dan ga ik uit beeld, hoor. De heer Jansen: Misschien eerst even de mensen de gelegenheid geven die op mevrouw Van Benschop nog willen reageren. Over het plan van de tussenwoningen van het CDA, wij vinden het op zich een sympathiek plan. Wij zien wel wat dramatische bezwaren. De woningen mogen wat ons betreft bijvoorbeeld niet uit de huidige markt komen, dus het realiseren van deze woningen, dat hoorde ik gelukkig in de plannen van het CDA ook, zou dus een project op zich moeten zijn. Dit moet dus nog wel wat beter uitgewerkt worden. Ook vinden wij denk ik dat de woningen ingericht opgeleverd zouden moeten worden.

Waarom, dat klinkt misschien erg luxe, maar als je ze niet ingericht oplevert dan dwing je mensen dus twee keer op kosten: één keer om de tussenwoning in te richten en dan na een periode van wat ons betreft een jaar, wat de periode zou moeten zijn waarop je wat ons betreft door zou moeten kunnen stromen, na een jaar weer voor het inrichten van de eigen definitieve woning. En dat lijkt ons niet de bedoeling, om mensen twee keer op kosten te jagen. Dus dat is eigenlijk wat wij van dit plan zeggen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik heb hier nog staan de innovatieve techniek Betere participatie bij bouw, mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, dank u wel. We hebben als VVD denk een half jaar geleden bij een bestemmingsplan betoogd om meer ruimte te geven en ook te kijken naar ontwikkelingen wat virtual reality en al dat soort meer technieken zou kunnen betekenen. Bij dat bestemmingsplan was veel ruis en onduidelijkheid over hoe groot, hoog en dichtbij een bepaalde ontwikkeling zou worden. En wij hebben naar aanleiding daarvan ook contact gelegd met Rotterdam, werkbezoek gehad ook met de wethouder, Rotterdam is een stad met grote woningbouwambitie en -opgave en een stad die daar ook in investeert en ook in vooroploopt, zo wordt erkend. En het is natuurlijk ook een stad met een andere schaal maar ook in Dordrecht hebben we ambitie voor grootschalige ontwikkelingen.

En Marc Merx als fractievoorzitter gaf afgelopen week al aan dat het omzetten van de planvoorraad naar woningen vraagt om daadkracht van bestuur, maar ook vooral het draagvlak in de stad. En op dit moment komt er veel op onze inwoners af qua ontwikkelingen, en in plaats van dat ze verrast worden door een

21

melding in een lokaal sufferdje, zouden wij graag zien dat 1, de bewoners echt vroegtijdig geïnformeerd worden over plannen en echt meegenomen worden in deze plannen, en naar ons idee past het daar ook bij om omwonenden serieus te nemen en daar ook een zo goed mogelijke voorstelling te geven van een bouwplan. En hoe soepeler zo’n proces verloopt aan de voorkant, hoe meer ruis je kunt wegnemen over de impact van een ontwikkeling voor omwonenden, hoe sneller je daadwerkelijk kan gaan bouwen. En dat is ook uiteindelijk wat precies nodig is voor alle woningzoekenden, en dat kwam net in het debatje hiervoor ook al naar voren, uiteindelijk is dat de grootste opgave waar we voor staan met allerlei accentverschillen hier en daar. En wat ze in Rotterdam op dit moment doen is echt een digitale oplossing waarbij je dus van grote ontwikkelingen met digitale middelen een soort van virtual reality of augmented reality, voor de kenner onder ons, projecties kan doen van hoe een gebied of hoe een ontwikkeling in het gebied past. Dus je kan vanaf straatniveau zien hoe hoog, hoe groot het is, hoeveel afstand het is, en dat is iets wat toch wat vanaf plaatjes, en we hebben de discussie in de commissie Fysiek vaak gehad, plaatjes die wel of niet voldoende de uiteindelijke situatie weer zouden moeten geven, dat is toch heel lastig, zeker voor een gemiddelde inwoner.

En ook nog eens een keer dan de zoektocht die je hebt om überhaupt te weten dat er een ontwikkeling bij je in de buurt plaats gaat vinden. Dus wij zouden graag zien dat we als Dordrecht, gezien de ambitie die we ook hebben, aansluiten bij ontwikkelingen voor een digitale slimme stad die dit soort middelen inzetten omdat ook een slimme stad uiteindelijk dit soort binnenstedelijke groei veel beter en duurzamer kan realiseren. Dus wij zouden graag een lans breken om daar op dat front stappen te zetten. De voorzitter: Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja voorzitter, gewoon de digitalisering en die technische innovatie, ja, dat spreekt gewoon ontzettend aan dus laten we daar geen discussie over hebben. Maar de vraag die ik eigenlijk aan de heer Noldus zou willen stellen is: we merken de laatste tijd ook in grotere nieuwbouwontwikkelingen die gewoon dus noodgedwongen gefaseerd plaatsvinden. Dus in jaar 0 wordt er een deel van de wijk gebouwd en in jaar 10 wordt weer een ander deel gebouwd, en dat komt ergens bij elkaar. Maar die wijk 0-bewoners die vinden dan misschien iets van die ontwikkeling die tien jaar later plaatsvindt in dat ontwikkelde gebied.

En zou dan die techniek ons niet ook kunnen helpen, het gemeentebestuur kunnen helpen om te zeggen: nou ja, wij zijn gewoon in een gebied bezig, neem nu de Dordwijkzone, en we hebben heel grofmazig hebben wij al lijnen uitgezet van hoe hoog of hoe breed of waar het groen komt of wat dan ook. Kunnen wij dan niet 3D onze, ik noem maar even een Dwarsstraat, omgevingsvisie gaan vormgeven en dat als u zegt: ik wil gaan verhuizen naar een ander deel van de stad, dat u alvast kan kijken hoe gewoon die omgeving misschien kan ontwikkelen zodat u op het moment dat u de woning koopt al een reëler beeld hebt van hoe de omgeving gaat worden, want dat is lastig. Want wat vindt de heer Noldus daarvan? De heer Noldus: Ja voorzitter, dat sluit in bepaalde mate goed aan, denk ik. We betrekken het vooral op nieuwbouwplannen op het moment dat ze zich voordoen, maar het is een kwestie van tijd, en dat gaat een relatief kortere tijd zijn, dat de volledige administratie van de gemeente over de gebouwde omgeving in 3D opgebouwd gaat

22

moeten zijn. En als je je huidige omgeving in 3D hebt is het natuurlijk een relatief kleinere stap om ook de ambitie of plan of visie of welke kader je er dan ook aan meegeeft ook te kunnen projecteren. En je ziet, nou ja, ik noemde het voorbeeld Rotterdam, die zetten daar een bepaalde stap in, die willen iedere inwoner een eigen digitale fysieke omgeving geven, zeg maar. Dus een fysieke leefomgeving in de digitale wereld, om ook hun eigen woning en de omgeving van hun eigen woning daarin te kunnen volgen. En inrichten, overigens. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Loekemeijer. De heer Loekemeijer: Voorzitter, even een vraag voor de heer Noldus. Vindt de heer Noldus niet dat dit eigenlijk aan de markt overgelaten moet worden, dus dat ontwikkelaars eigenlijk met dit soort technieken moeten komen om hun project aan de man te brengen om het zo maar te zeggen? Zij maken nu natuurlijk ook al de renderingen en geven al impressies van hoe het er ongeveer uit moeten gaan zien, je zou ook natuurlijk als gemeente kunnen verlangen van nou, zet daar eens een stap meer in en kom eens met betere presentatietechnieken. De heer Noldus: Ja. Nee, goede vraag, voorzitter, ik denk dat dit ook een heel belangrijk en ook een heikel punt is.

Ja, ik vind dat uiteindelijk voor nieuwe ontwikkelingen de ontwikkelaar uiteindelijk, ik denk dat het beste model is, een 3D-model aan moet leveren, maar ik denk niet dat je dat volledig vrij kunt laten daarin. Je zult daar kaders aan moeten meegeven wat erin moet zitten voor maten, allerlei randvoorwaarden die daaromheen moeten zitten, want je wil niet dat je voor iedere ontwikkeling een losstaand model krijgt wat je niet in een totaal kunt zien. Dus je wil uiteindelijk wil je zelf eigenaar zijn als overheid, als gemeente, van die totale leefomgeving. En dat ligt niet bij één commerciële partij, ontwikkelaar, aannemer of wat dan ook, dat is een verzameling van partijen. En ik denk dat daar de overheid als marktmeester, om nog maar eens een term in te smijten, ik denk dat daar wel echt een belangrijke rol ligt die we als gemeente dan zouden moeten invullen. Maar niet dat we een heel blik digitaal tekenaars gaan opentrekken om zelf van alle projecten dat te doen, nee, want die ontwikkelaars die leveren bij projecten digitale modellen aan. Zo ontwikkelen ze, ze rekenen ze alle kosten en technische berekeningen door. De voorzitter: Oké. Dank u wel, is er nog iemand anders die op de heer Noldus wil reageren? Dan moet dat nu en anders gaan we over naar het laatste stukje, dat is van de BVD, nadelige effecten grondexploitaties.

En dat kan de heer Gündogdu heel kort, en dan kunnen we daarna ook nog even voor een korte reflectie overschakelen naar de wethouders. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik ga het inderdaad kort houden. Voorzitter, wij hebben in de kadernota gelezen dat de ontwikkeling van onder andere het 2Fgebouw en de ontwikkeling bij het Oranjepark wel eens nadelig kan uitvallen in de grondexploitatie. Nou, dat kan, dat gebeurt vaker, maar we zijn vooral benieuwd wat dan deze nadelige effecten zijn op de begroting, begroting of althans, we hebben nu al een minimale surplusruimte, of nadelige effecten op de surplusruimte, en daarnaast maken we ons ook wel zorgen, los even van de financiële vraagstelling, is dat natuurlijk 2F met

23

heel veel poeha is gelanceerd maar wanneer gaan we nou concreet zien dat we de eerste paal, of nou ja, er komen volgens mij geen palen in de grond, maar wanneer dat gebouw nou wordt opgeleverd? Want wij hebben ook bericht ontvangen dat dat wordt uitgesteld, we maken ons er dus behoorlijk zorgen over vanwege ook het gegeven, ook in de discussie van zojuist, dat voor dat soort woningen enorm veel vraag is. Dat wilden wij hier concreet ook voorleggen. Nou, dat is het voorzitter, kort. De voorzitter: Dat is zeker kort, en volgens mij was het echt wel een vraag aan het college. De heer Gündogdu: Ja. De voorzitter: Dus die kunnen dat meenemen in hun reflectie. Wie van de wethouders mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Stam? De heer Stam: Ja, voorzitter. De voorzitter: Daar is die, hoor. Gaat uw gang. De heer Stam: Als u dat wil. Even voor mijn lijn, moet ik nu eerst reageren op het zwerfafval of zo of gaat het nu alleen over het woongedeelte? De voorzitter: Nee, nou ja, goed … De heer Stam: Mag ik alles doen? De voorzitter: U hoeft niet overal op te reageren hè, want het is vooral natuurlijk een gesprek tussen raadsleden, of tussen commissieleden. Maar het kan zijn dat u dingen gehoord heeft waarvan u denkt van nou, daar maak ik even nog die opmerking bij. Prima. De heer Stam: Nou ja, ik heb natuurlijk de discussie aangehoord, ik heb wat vragen gehoord.

Nou ja, goed, die komen dan waarschijnlijk wel nog ter sprake bij de volgende raadsbehandeling. Als ik inhoudelijk naar een aantal punten kijk dan zien wij inderdaad met zwerfafval zie ik heel veel vragen voorbijkomen die toch een relatie hebben met de portefeuille van collega Van der Linden omdat het vooral gaat over HVC-kalenders, prullenbakken plaatsen. Dus die vragen nemen wij mee. Als ik kijk naar de Fixi-vragen, wij krijgen veel meer Fixi-meldingen omdat Fixi gewoon effectiever is. Maar dat wil niet altijd zeggen dat het terechte klachten zijn. Heel veel klachten hebben ook betrekking op zwerfafval, dus die zetten wij door naar HVC, en waar wij nu geld vragen is omdat wij heel veel Fixi-meldingen krijgen zijn wij ook van mening dat mensen netjes beantwoord moeten worden. En daar hebben we onvoldoende capaciteit voor, dus die uitbreiding die wij vragen is om iedereen die een Fixi-melding doet op een nette manier te woord kunnen staan, anders krijgen we zoals de afgelopen tijd via Twitter allerlei berichten dat de gemeente niet reageert. Dus dat is daar de aanleiding toe. Als ik heel de discussie hoor rondom de woonvraagstukken kan ik een aantal dingen aangeven, zelfbewoningsplicht daar krijgt u binnenkort een uitgebreid onderzoeksrapport van met een voorstel, dat hebben wij vorige week ambtelijk besproken, komt nu richting college.

En dan komt die uw kant op, dus daar wordt uitgebreid ingegaan op die vraagstukken.

24

En voor de overige, ja, is het vrij lastig om hier heel de discussie rondom de woonvisie en RIGO-onderzoek over te doen. Ik ben van mening dat het RIGO-onderzoek op de juiste uitgangspunten is gebaseerd, als je dan kijkt naar de opmerking van overschot aan sociale woningen, die moeten we natuurlijk wel op de juiste manier interpreteren. Wat wij zien in onze stad is dat we verhoudingsgewijs veel meer goedkope woningen hebben dan dure. En dan kan je twee dingen doen, kan je nog meer goedkope woningen bijbouwen of je kan zeggen: om die doorstroom op gang te brengen gaan we naar middeldure en dure woningen. Wij hebben vandaag als college met de woningbouwcorporaties om tafel gezeten om zeg maar te bespreken waar de pijnpunten zitten, en die kunnen echt wel bouwen. En die gaan ook bouwen, er liggen voldoende plannen. Ik heb daar wel de opmerking bij gemaakt van als je naar die bouwplannen kijkt moeten we heel goed uitkijken dat we niet al die kwetsbare en sociale huurwoningen in Dordrecht-West bouwen. Want daar hebben we juist een plan op gemaakt een aantal jaren geleden om de leefbaarheid daar te vergroten en te gaan voor diversiteit. Dus ik daag dan ook de gemeenteraad uit in alle dure projecten die wij nu wel op stapel hebben staan, om daar eens goed na te denken hoe je daar met je sociale component om wil gaan.

Dus wat dat betreft denk ik dat voor nu, los van alle andere discussies zijn geweest, dat dit voor mij nu even de eerste reactie is. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Sleeking? Eens even kijken, u bent er toch nog wel? Nee. Het wordt wel spannend zo hè, jongens. Ik zie hem niet meer in de deelnemerslijst. De heer Stam: Ja, maar ik denk dat de reactie van collega Sleeking wel ongeveer dezelfde kant op gaat als de mijne. Dus wat dat betreft denk ik dat het meer als voldoende moet zijn, en als er nog vragen zijn vanuit de commissie dan hoor ik die wel. De voorzitter: Ja. Ik denk het inderdaad ook. Kijk, uw naam stond overal bij, mijnheer Stam, dus wat dat betreft bent u overal van. Even kijken, is er iemand die nog iets heeft binnen dit blok, die nog iets kwijt wil of die nog een vraag mee wil geven aan de heer Stam die die mee kan nemen naar het college? Zo niet, nou, dat is het dus. Dan stel ik voor om even te gaan pauzeren en ja, binnen anderhalf uur, ja. Inderdaad, mevrouw Van Benschop. We gaan even pauzeren en we hebben in de planning staan dat wij om 21.45 verdergaan maar we kunnen iets eerder, toch? Ja, 21.40. 21.40 gaan we verder. Tot zo. Pauze De voorzitter: Zo, dames en heren, daar zijn we weer. Ik ga eens even kijken in de deelnemerslijst of ik … Jawel, ik zie hem, de heer Van der Linden, want dat is degene die het volgende blok voor zijn rekening neemt.

En de thema’s … Ja, ja, ja, ja, kijk, daar is die live. Hangt daar nou een koekoeksklok, even gewoon voor de gezelligheid? De heer Van der Linden: Ja. Ja, maar wel elektronisch, er komt geen vogel uit. Jammer hè? De voorzitter: O. Ja, dat is inderdaad, nee, dat is dan niks. Ik heb nog een echte. Even kijken. Verkeer en mobiliteit en duurzaamheid. Zoals we het daarnet hebben gedaan, want we zouden dat in één blok doen, zou het een idee zijn om gewoon weer zoals daarnet even het verkeer apart te doen en dan de duurzaamheid daarna? En dan geef ik in eerste instantie het woord aan de VVD en vervolgens aan de BVD over het handhaven

25

van asociaal rijgedrag. Probeer zo min mogelijk in herhalingen te treden van wat er al in de raad is gezegd, dus stel eventueel concrete vragen of wat dan ook maar breng iets nieuws. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel voorzitter. We moeten af van autopesten en we moeten echte verkeersasocialen gaan aanpakken. De huidige praktijk is dat het college in de omgevingsvisie laat noteren dat ze het autoverkeer bewust wil laten vastlopen, gelukkig is dat eruit geamendeerd door Dordtse VVD en met steun natuurlijk ook van andere partijen. We moeten er vanaf, het college heeft een week geleden naar mijn oordeel heel laconiek gereageerd in de krant op al het vastlopende autoverkeer naar aanleiding van de weekendwerkzaamheden aan de N3 verleden week. En ik heb de indruk dat afgelopen weekend geenszins de les is geleerd. Om een voorbeeld te noemen, op de Krommedijk stond het verleden week van stoplicht tot stoplicht vast en ook afgelopen weekend was het weer raak in Stadspolders, want het speelt op allerlei plekken in de stad, maar in Stadspolders speelt daarbij ook nog eens de samenloop met de werkzaamheden aan de Stadspolderring. En hier was het afgelopen zaterdag was de doorstroming zo slecht dat zelfs een raadslid van GroenLinks liet weten dat deze aanpak verkeerd is en haar en andere automobilisten onnodig irriteert.

Misschien heeft het college het allemaal niet zo bedoeld, maar het beeld dat ontstaat dat het college automobilisten pest vinden wij niet fraai. Dordtse VVD wil namelijk wat anders. Wij willen dat de doorstroming waar mogelijk wordt verbeterd, niet voor niets pleiten we al jarenlang voor groene golven op de Laan der Verenigde Naties en de Provincialeweg. En voor wat betreft die wegwerkzaamheden, kijk, ik begrijp dat je natuurlijk altijd overlast zult hebben op het moment dat er wordt gewerkt aan de weg en het is ook heel goed dat er onderhoud wordt gepleegd aan de weg, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar we denken dat het echt een stuk beter kan dan in de afgelopen weekenden, en verwachten ook van het college dat dit met de komende weekendafsluitingen beter geregeld gaat worden. En in plaats van autopesten moet er juist werk worden gemaakt van de aanpak van verkeersasocialen, het moet echt afgelopen zijn met idioten die op hun achterwiel door de stad scheuren. Beboet de verkeersasocialen die met een opgevoerde brommer extreem veel geluid veroorzaken, pak de auto’s en motoren aan die met een bewerkte uitlaat de schrik op het lijf jagen van allerlei stadsgenoten en al het andere geluid overknallen, het loopt echt de spuigaten uit.

Vraag het maar aan de bewoners op het stuk Noordendijk tussen het Energiehuis en het Kromhout, door de relatief hoge bebouwing aan beide kanten op korte afstand van de weg galmt het geluid daar van dit soort verkeersasocialen alsof het een badkamer is. En over dat badkamereffect gesproken, datzelfde effect maakt ook dat de bewoners aan beide kanten van de Krispijntunnel heel veel overlast ervaren van figuren die met die extreem knallende uitlaten, en ik kan met gemak nog tig andere straten noemen waar die overlast wordt ervaren. De voorzitter: Dat hoeft niet hoor, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dat zal ik niet doen, voorzitter. De voorzitter: Nee, nee, nee, de boodschap is heel erg duidelijk. De heer Kuhlmann: Goed zo, goed zo, want wij vinden het echt nodig dat er een einde wordt gemaakt aan al dat kabaal. De pakkans voor dit soort mensen is nu nagenoeg nul,

26

en we snappen dat je niet in elke straat een politieman of een handhaver kan neerzetten maar we pleiten als Dordtse VVD niet voor niets al een jaar voor de introductie van lawaaiflitsers in onze stad. In Rotterdam en andere steden zijn ze er inmiddels allang mee bezig, en ik vind het heel frustrerend dat we dat in onze stad nog niet hebben opgepakt. Wat ons betreft moeten we, en zo concludeer ik, moeten we het leven niet zuur maken van de goeden maar moeten we de kwaden straffen, we moeten stoppen met autopesten en verkeersasocialen eindelijk eens gaan aanpakken. Dank u. De voorzitter: Nou, het is toch knap dat het u drie keer herhaalt in één stukje, dat is toch een speciale techniek, hoor, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Graag gedaan. De voorzitter: Goed. Beter Voor Dordt over asociaal rijgedrag. Ik ben nu benieuwd naar nieuwe informatie. Wie is het? Mijnheer Gündogdu weer of mijnheer Tutupoly? Nou, niemand mag ook. Iemand die wil reageren op de heer Kuhlmann dan? Ja, zie je, er komt dan toch wel iets. Mijnheer Loekemeijer, gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Dank u wel, voorzitter. Even een korte vraag voor de VVD. Wat mag het dan kosten van de VVD, die handhaving? Verder vinden wij het ook wel jammer dat af en toe de VVD zorgvuldig omgaan met ruimte labelt als ‘autopesten’.

Ik denk dat dat gewoon niet waar is en dat dat niet zozeer gaat omdat we nou auto’s willen pesten, maar meer omdat auto’s heel veel ruimte innemen, zowel stilstaand, maar nog veel meer rijdend en dat dat gewoon problemen gaat geven met de verdichting. Dus ik wou graag op beide vragen, op de opmerking en de vragen, een reactie van de VVD horen. Dank u wel. De heer Kuhlmann: Om te beginnen met het laatste punt. Kijk, het lijkt me logisch dat waar het gaat om de doorstroming, volgens mij is niemand ervoor … Tenminste, ik kan me … Ja, goed, er zijn misschien sommigen die zeggen: laat iedereen het station – dus ook vanuit het college, en daar erger ik me dus aan – laat de boel bewust maar vastlopen om zo mensen … Ik zie dat echt als autopesten en in dat licht zie ik ook het gebrek aan daadkracht om de overlast naar aanleiding van de werkzaamheden aan te pakken. Als het idee is: laat mensen maar op de Stadspolderring dik een half uur wachten voordat ze de wijk uit kunnen, dan zullen ze het wel leren om de fiets te pakken. Daar zijn wij beslist niet van gecharmeerd, dat noem ik dus autopesten. Dat heeft denk ik niet zoveel te maken met ruimtegebruik, maar gewoon met: hoe ga je om met mensen die, soms kies je voor de fiets, soms kies je voor de auto, maar dwingen om het één of het ander te doen. Vervolgens, dat eerste, voor wat betreft die lawaaiflitsers.

Ik begrijp dat die niet gratis in de stad worden gezet, dus daar zul je inderdaad geld voor over moeten hebben. Dat vinden we ook heel logisch, maar laten we daar alsjeblieft mee aan de slag gaan, het kan ons niet snel genoeg gaan. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, volgens mij was de vraag juist: hoeveel geld? Kan u daar een antwoord op geven? De heer Kuhlmann: Ik verkoop ze zelf niet, dus hoe duur die dingen zijn, dat weet ik niet. Maar laten we het vooral doen, er is een heel budget voor verkeer. Dat is wat mij betreft goed om het hiervoor te gebruiken.

27

De voorzitter: Oké, helder. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Toch even kort. Ik dacht: zit ik nu in een debat van de kadernota of zijn de verkiezingen al begonnen? Een ronkend pleidooi van mijnheer Kuhlmann. Het valt gelukkig wel mee bij de Krispijntunnel, kan ik hem geruststellen. Maar wat me inderdaad wel opvalt is dat, wij houden ook niet van autopesten als Gewoon Dordt, maar de oplossing van de VVD lijkt in alles nu een camera te zijn. Of het nou naast de prullenbak staat of naast de Krispijntunnel of waar dan ook. Het lijkt erop alsof iedereen zich misdraagt. En natuurlijk, onverlaten moet je aanpakken, maar overdrijft u niet schromelijk, zou ik kunnen vragen? Waar gaat de VVD dan toch het geld vandaan halen om zo fors te investeren in het cameragewijs toezichthouden op de hele samenleving? De heer Kuhlmann: Als ik mag, voorzitter. Ik denk dat er beslist geen sprake is van schromelijke overdrijving, waar de heer Kleinpaste het nu zojuist over had. Het is echt een reëel probleem en ik heb ook voor wat betreft de Krispijntunnel van meerdere bewoners daar signalen ontvangen, dat dat echt veel geluidsoverlast geeft. Gelukkig niet, laat ik niet iedereen over één kam scheren, er zijn heel wat automobilisten, motorrijders, scooterrijders die gewoon normaal rijden, daar gaat het me niet om.

Het gaat me om die figuren die het er expres om doen, die voor het stoplicht nog eens extra veel gas geven, die een aangepaste uitlaat hebben. Ik denk dat heel veel mensen in de stad dan weten wie ik bedoel. Ons antwoord is niet op alle dingen: handhaven. Maar dat moet wel onderdeel zijn van de, dat is wat ons betreft wel een onderdeel van de oplossing. Die geluidflitsers, dat werkt met microfoons en camera’s, dus dat gaat wat verder dan alleen camera’s. Maar goed, ik zal nu niet te veel uitweiden over de technische details. Maar ik denk echt: dit is een probleem waar heel veel mensen in de stad last van hebben. Vraag maar aan de mensen op de Noordendijk, vraag ze op allerlei andere plekken in de stad, zelfs in het buitengebied. Wat ons betreft moeten we daar echt wat aan doen. De voorzitter: Oké. Weet wel wat u zegt, hè? Mijnheer Kleinpaste woont bijna in de Krispijntunnel, dus. Even kijken. Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Voorzitter, dank u wel. Politiek gaat het er misschien om: stimuleer je wat goed gaat of steek je geld in wat fout gaat? In elk geval wil de VVD geld steken in wat fout gaat, maar ik zal niet ontkennen dat er natuurlijk gewoon inwoners last hebben van hardrijders, of dat nou met aangepaste uitlaat is of niet. De één noemt dat asociaal en de ander zegt gewoon: dat kan gewoon niet en ik lig er wakker van.

Maar er zijn gewoon eigenlijk op een gegeven moment veel meer wegen te gaan noemen, landbouwwegen die er zijn, allemaal gelegen nabij om even lekker uit je dak te gaan. Dan is toch wel de vraag of de VVD niet vreest voor een soort van waterbedeffect, oftewel: je kan op bepaalde stukken lawaaiflitsers neerzetten of extra handhaven, maar dan zoekt de lui waarschijnlijk gewoon een andere weg uit waar hij gewoon los kan gaan. Dus dan zou je daar weer wat moeten gaan verzinnen. Als je weet wie het is zou je misschien beter een gebiedsverbod kunnen opleggen, maar de vraag aan de VVD is: vrezen jullie niet een waterbedeffect en vreest de VVD dan niet dat je eigenlijk heel Dordrecht moet gaan voorzien van lawaaiflitsers? Twee, de vraag is ook: op welke decibel stel je die lawaaiflitser af en zou het een idee zijn om die lawaaiflitsers af te stellen op de maximale geluidshinder die eigenlijk vanwege een weg zou mogen gelden,

28

zodat je ook meteen eigenlijk de identiteit van het verkeer gaat doseren met lawaaiflitsers? Want dan heb je twee vliegen in één klap. De heer Kuhlmann: Nee, als het mag, voorzitter, dat lijkt me de verkeerde richting. Kijk, de goeden moeten niet onder de kwaden lijden. Op het moment dat je iets generieks doet voor al het verkeer dan ga je ook de mensen treffen die gewoon normaal rijden. Het is een beetje alsof je last hebt van winkeldieven en dan maar voor elke klant de winkel sluit, dat zet geen zoden aan de dijk. Wat je moet doen is juist – althans, zo kijken wij ernaar – degenen die het verpesten voor de rest, die straffen. Voor wat betreft dat waterbed, het is nu zo dat de pakkans voor mensen die zoveel lawaai maken, en die norm bestaat al, daar zijn al regels voor, per categorie voertuig is dat anders. Je hebt een maximum wat je aan lawaai mag maken en zit je daarboven, bijvoorbeeld omdat je de uitlaat hebt aangepast. U hebt vast wel een beeld van dat soort figuren. De pakkans voor die mensen is nu nul, je kunt ook met bestaande middelen daar al wat mee doen. Kijk maar naar de antwoorden op de vragen die ik de afgelopen zomer daarover gesteld heb … Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, maar pakkans is … De heer Kuhlmann: Het college wil daar niets doen. Mevrouw Klein-Hendriks: Pakkans is wat anders dan wat ik bedoelde.

Maar stelt de VVD voor om heel Dordrecht, alle wegen te gaan voorzien van camera’s om te voorkomen dat mensen op de ene weg dan weliswaar geflitst kunnen worden, maar vervolgens hun gang kunnen gaan op een andere weg? De heer Kuhlmann: Nee … De voorzitter: Het antwoord is ja of nee, mijnheer Kuhlmann. Mevrouw Klein-Hendriks: Precies. De heer Kuhlmann: Nee, je moet dat op een verstandige manier doen. Je moet dat toepassen op de plekken met de meeste overlast. Ik kan me ook nog iets voorstellen met een roulerend systeem. Er zijn echt wel, het wordt een gekker voorstel als u doet alsof het alles of niets is, zo is de werkelijkheid natuurlijk niet. Mevrouw Klein-Hendriks: Ik denk dat we verschillende werkelijkheden hebben, maar afijn, dank u wel. De voorzitter: Ik stel voor dat u elkaar in het Wantijpark op een bankje treft, waar u uitgebreid verder kunnen praten over dit punt. Even kijken, mijnheer Loekemeijer heeft nog een reactie. De heer Loekemeijer: Ja, nog een hele kleine korte reactie over die pakkans, denk bijvoorbeeld die uitlaat en dergelijke. Het is gewoon verboden, het mag niet, dus we hebben toch ook nog gewoon landelijke politie die zich daarmee bemoeit? Die af en toe eens een auto aanhoudt en zegt: nou, jouw auto maakt wel heel erg veel herrie, dat mag

29

helemaal niet. Dus de pakkans is volgens mij helemaal niet nul. Hij is wel klein, maar niet nul. De heer Kuhlmann: Nou ja, in reactie daarop: ik heb het in Dordrecht nog nooit zien gebeuren. Misschien is het goed als de heer Loekemeijer de antwoorden nog even naleest van het college op de vragen die ik er afgelopen augustus over gesteld heb. Want ik ben het ermee eens: zolang die lawaaiflitsers er nog niet zijn moet je het dus gewoon op de ouderwetse manier doen met een decibelmeter. Maar ook dat gebeurt niet. De antwoorden die er kwamen, dat is juist datgene wat me verontrust. Die gaven nou niet echt blijk van een ambitie om hier daadkrachtig vanuit het college op te sturen: kom op, laten we de politie hiermee aan de slag gaan. Dus vandaar dat ik dit onderwerp zo belicht en me daar druk over maak. De voorzitter: Even kijken. Mijnheer Gündogdu, bent u al weg? De heer Gündogdu: Nee, nog niet, voorzitter, maar ik moet er nu vandoor. De voorzitter: Nou ja, is er iemand anders die van jullie dit onderwerp doet nog? De heer Gündogdu: Nee, nee, nee. De voorzitter: Nou ja, dan zijn we daar verder door. Dank u wel. Mevrouw Stolk, u heeft nog een reactie op mijnheer Kuhlmann? Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, dat klopt. Kijk, ik snap wat de heer Kuhlmann bedoelt, hoor.

Maar ik vraag mij wel af, dit college wil groeien naar een stad van 140.000 inwoners, dan krijg je ook dit soort dingen erbij. Ik onderstreep wel een beetje het verhaal wat de heer Kleinpaste aangeeft. Dan stel ik u de vraag, want we moeten heel veel, u zit heel erg op veiligheid, wij zitten ook heel erg veiligheid, maar ik heb hier een beetje het idee dat de VVD een beetje door aan het slaan is op veiligheid. Kijk, veiligheid is natuurlijk heel belangrijk, alleen mijn vraag zou zijn: waar gaat u dit dan van betalen en wat zou u daarvoor willen laten schieten? De heer Kuhlmann: Het is alsof het, laat ik daar twee dingen over zeggen. We hebben een budget voor handhaving, het is ook een kwestie van willen. We kunnen voor wat betreft de politie kun je ook gewoon daar aangeven, vanuit de gemeente, vanuit het college, wat je wil. Ik denk dat alleen al door dit wat meer op de agenda te zetten dat we al een verschil kunnen maken, dat we van pakkans nul naar iets meer kunnen gaan. Ik besef me dat het ook geld kost, ik denk dat zo’n lawaaiflitser, dat is een apparaat, maar op de gehele gemeentebegroting, dat dat echt wel te voorzien is, dat er een plekje voor te vinden is.

Als u nou echt, zeg maar, ik begrijp het wel, even doorvragen: waar gaat u het dan van betalen, wat wilt u niet gaan doen? Dan zeg ik: luister eens goed naar mijn fractiegenoot John van der Net, de onvolprezen John van der Net, moet ik misschien wel zeggen, die in de andere commissies vaak benadrukt hoe het minder kan. Wat dat betreft hebben we, denk ik, als Dordtse VVD echt een sluitend verhaal. Maar goed, het gaat misschien denk ik nu te ver om daar nu met een hele alternatieve begroting te komen.

30

De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Klein-Hendriks merkt terecht op dat de heer Van der Net zich hier niet kan verdedigen. Even kijken. Beter Voor Dordt, tenminste, mijnheer Gündogdu is weg en die heeft ook geen plaatsvervanger op dit thema, dus ik wil dit thema graag afsluiten en aan GroenLinks vragen om licht te laten schijnen op de exploitatie van de parkeervoorzieningen. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Even mijn papiertje pakken. De exploitatie van de parkeervoorzieningen wordt als een onzekerheid aangemerkt in de kadernota. We hebben nieuwe parkeertarieven vastgesteld, maar we hebben eigenlijk nog geen duidelijk beeld van de te verwachte gedragsverandering. We hebben een reserveringsvoorstel op tafel liggen van 40 miljoen voor de binnenstad, daar moet nog over besloten worden, maar uit de toelichting van de wethouder op 19 mei daarover blijkt dat het overgrote deel van die 40 miljoen voor parkeervoorzieningen in de stad is bedoeld. We zetten tegelijkertijd het terugdringen van automobiliteit – wat in mijn ogen iets heel anders is dan auto’s pesten – en een autoluwe binnenstad, of misschien zelfs wel een autovrije binnenstad, tegenwoordig in allerlei beleidsstukken. Maar we houden de opbrengst van de EPV misschien maar voor parkeervoorzieningen in de komende drie jaar.

Kennelijk worstelen we erg met die parkeervoorzieningen, we willen de automobiliteit terugdringen, de meesten van ons, maar we trekken heel veel geld uit voor die parkeervoorzieningen. Het lijkt wel of we de vorige oorlog willen winnen. Wordt het geen tijd voor een samenhangend, integraal beleid om echt tot een vermindering van die automobiliteit te komen, zeker in stedelijk gebied? En daarmee tevens ruimte vrij te spelen voor een aantrekkelijke, groene, leefbare stad, permanent grotere terrassen bijvoorbeeld. De vraag is of je op die manier niet meerdere vliegen in één klap kunt slaan: een aantrekkelijker stad, een gezondere stad en een toegankelijker stad, als je zorgt voor de alternatieve manieren van vervoer. Ik zou graag om zo’n visie willen vragen en daar in de komende begroting ook ruimte voor maken om daar vorm aan te geven. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Van der Meer: … hoe andere partijen en ook het college daar tegenaan kijken, om op dit punt een keer een samenhangend beleid tot stand te brengen. De heer Kleinpaste: Voorzitter, dank u wel.

Het is prachtig dat de heer Van der Meer om een visie vraagt en het dan aan anderen overlaat om het op te schrijven, maar ik ben dan heel erg benieuwd wat GroenLinks van zins is om daaraan te doen? Ik denk dat iedere voordeur in onze stad met een auto bereikbaar zou moeten zijn, of die er moet worden geparkeerd is een tweede. Maar de toegankelijkheid zul je moeten blijven borgen en voorlopig, bij de groeiende stad hoort ook dat de mobiliteit zal toenemen en een deel daarvan vindt plaats in auto’s. Dus die gedragsverandering: ja, en die moet er uiteindelijk komen en dat neemt nog een flink aantal jaren, ben ik bang. Maar wat stelt GroenLinks dan voor om het morgen, want dat is een beetje de urgentie die ik proef, om het morgen anders te doen? De heer Van der Meer: Nee, ik vraag om een beleid om te zorgen dat dat overmorgen tot resultaten leidt en tot een leefbaardere stad leidt en tot een beter milieu en al dat soort dingen. Daar gaat het op langere termijn om. Op korte termijn gaat het erom dat we erover in samenhang over nadenken. Het is nu steeds een beetje, dat is tenminste ons

31

beeld, wij hebben best concrete voorstellen voor maatregelen, maar dat voert op dit moment wellicht te ver om daar in detail over te praten. Maar je hebt nu het gevoel dat aan de ene kant er eigenlijk een bredere overeenstemming is over het feit dat de automobiliteit naar beneden zal moeten, niet alleen vanwege het milieu, maar ook vanwege het ruimtebeslag. Tegelijkertijd is het zo dat als het over parkeren gaat of over doorstroming gaat, dat we daar toch steeds weer op korte termijn maatregelen nemen om de problemen op te lossen. Daar wringt iets tussen. Dus dat is mijn pleidooi, om het daar een keer goed met elkaar over te hebben. Ik zou het college willen uitnodigen, om daar een integrale aanzet toe te geven. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat het fijn is om te horen dat GroenLinks ons plan steunt om die tijdelijke terrasuitbreiding, om dat voor het grootste deel permanent te maken. Dus wat dat betreft vinden we elkaar. Maar ik denk dat het nu wordt geschetst door de heer Van der Meer als een soort rare tegenstelling, terwijl het denk ik juist goed is voor onze binnenstad. Kijk, daar wonen ook mensen die een auto hebben, er zijn ook bezoekers van de binnenstad die echt niet allemaal op de fiets of met de trein komen. Soms wil je ook eens wat kopen waar je een auto bij nodig hebt.

Dan vind ik het heel logisch om te investeren in een aantal bestaande parkeergarages, zodat die gewoon op peil blijven en gebruikt kunnen worden. Want hoe meer er geparkeerd kan worden in die parkeergarages, hoe minder in elk geval auto’s van bezoekers er op straat staan. Dus het lijkt mij een hele logische en wat dat betreft zie ik geen probleem in de gevraagde investering in de parkeergarages, om die up-to-date te houden. De heer Van der Meer: Dat is een beetje een korte-termijn-reactie en daar ben ik het heel erg mee eens. Ik vind het beter dat auto’s in parkeergarages staan dan op straat, dus in die zin kunnen we wel met elkaar verder, mijnheer Kuhlmann. Maar daarmee is het feit dat wegen, parkeergarages, dus ook de leefbaarheid van de binnenstad, dat daar problemen mee ontstaan. U hoort mij niet zeggen dat er een categorie mensen is die hun woning helemaal niet meer per auto kan bereiken of zo, daar gaat het mij niet om. Ik heb het nu niet over hoe het er in concreto uitziet. Waar het mij om gaat is dat we daar in samenhang over praten. Want het kan niet zo zijn dat we aan de ene kant zeggen: het is noodzakelijk om allerlei redenen om die automobiliteit terug te dringen en tegelijkertijd voortdurend geld blijven investeren in extra en nieuwe parkeergelegenheden, nieuwe wegen, bredere wegen, betere ontsluiting en al dat soort dingen.

Als dat het enige is wat er gebeurt, dan wringt er iets in ons beleid. Daar gaat het pleidooi over, laten we het daar een keer goed met elkaar over hebben. Ik wil dat niet even tussen nu en half elf met u proberen daaruit te komen. Ik wil daar graag een voorzet voor van het college voor een integraal beleid. Natuurlijk zullen wij dan ook onze eigen ideeën daarvoor aandragen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik mis toch te veel het eigen geluid van GroenLinks op dit punt. Het is loffelijk om het college te vragen: kom met ideeën. Terwijl eigenlijk op veel momenten GroenLinks overloopt van ideeën. Dat mis ik nu. Als tweede punt, de heer Van der Meer zou toch eigenlijk blij moeten zijn dat we parkeergarages die we nu nog

32

voor bezoekers hebben ingericht, dat we die op termijn gaan omturnen tot bewonersparkeren? Om daarmee, want dat is het punt, om daarmee de ruimte vrij te maken op de publieke ruimte, die nu nog in tal van straten in de Dordtse binnenstad wordt ingeruimd voor geparkeerde auto’s, ook van bewoners, om die publieke ruimte veel groener en vriendelijker te maken. Dus het is niet een tegenstelling. Nee, het is een combinatie wat past in het terugdringen van de automobiliteit in de binnenstad, waarbij je dus en toch bewoners de gelegenheid biedt om daar hun auto te parkeren, maar dat completeert met het vrijmaken van allerlei parkeervakken, ik noem maar een Dwarsstraat, op de Voorstraat. Nou ja, we kunnen het hele rijtje noemen. Daar zal u nog moeten insteken en in dat opzicht vind ik de omturning van bezoekersparkeren naar bewonersparkeren helemaal geen gekke zaak. De heer Van der Meer: Voorzitter, als ik daarop mag reageren. Ik ben blij dat de heer Oostenrijk verwacht dat er goede ideeën van GroenLinks komen, en dat is ook meestal zo. Op dit punt hebben wij die ideeën wel degelijk ook wel.

Ik ben het ook eens met de gedachte dat het beter is, net zo goed als ik het beter vind om te parkeren in parkeergarages dan op straat vind ik het beter dat parkeergarages in de binnenstad primair voor de bewoners gebruikt worden en dat dan bezoekers meer in de transferia aan de buitenkant van de stad hun parkeervoorzieningen kiezen. Daarnaast gaat het om allerlei ideeën als, de heer Oostenrijk daagt mij uit om daar wat over te zeggen, het bevorderen van autodelen, het verminderen van aantallen parkeerplaatsen, ook in de woonwijken en daarmee het openbaar vervoer en het autodelen bevorderen. Zo zijn er een heleboel verdere ideeën die we op allerlei momenten al naar voren hebben gebracht. Ik heb er gewoon behoefte aan dat we niet alleen die ideeën voortdurend naar voren brengen, maar dat die een keer in samenhang met elkaar worden bekeken en bediscussieerd, zodat we met elkaar ook ergens toe komen. De voorzitter: Oké. De heer Oostenrijk: Voorzitter? De voorzitter: Ik denk dat dit helder is, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Nou, de heer Van der Meer brengt een heel interessant punt in. Dat is namelijk het terugdringen van het aantal parkeerplaatsen in woonwijken.

Dat vind ik een hele interessante, in die zin: hoe gaat hij daarmee om, waar in woonwijken nu al tegen de honderd procent parkeerdruk is? Hoe ziet hij dat, om daar de parkeercapaciteit in te perken? Dat wordt een hele interessante. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, hoe verhoudt uw vraag zich op dit moment ten opzichte van de EPV? De heer Oostenrijk: De heer Van der Meer komt er zelf mee. De heer Van der Meer: Ik kan daar heel kort op antwoorden, voorzitter. De voorzitter: Graag.

33

De heer Van der Meer: Natuurlijk pleit ik er niet voor om morgen het aantal parkeerplaatsen in woonwijken te verminderen. Waar het mij om gaat is om een beleid uit te zetten waardoor we na verloop van tijd zonder grote gevolgen dat aantal parkeerplaatsen kunnen verminderen. Nu zitten we voortdurend te zoeken naar plekken waar we nieuwe parkeerplaatsen kunnen maken. We moeten een beleid hebben wat zoekt naar mogelijkheden om geleidelijk het aantal parkeerplaatsen te verminderen. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Even kijken, dan schrappen we die weg. Ik wil gelijk wel, even inhakend op die EPV, vragen aan de commissie nu alvast of dat door kan als hamerstuk naar de raad. Heeft iemand daar bezwaar tegen? Nou ja, goed, weet u wat? Ik kom er zo meteen nog even op terug. U heeft er geen bezwaar tegen, mijnheer Van der Meer. Misschien nog anderen niet en anders kom ik er zo meteen nog even op terug, als ik er te weinig reacties op gekregen heb. Goed, dan gaan wij verder met het blokje Duurzaamheid. Waarbij ik van de commissiegriffier net te horen krijg dat Beter Voor Dordt niet meer in de vergadering zit. Dan hebben we dus één puntje en dat is de beleidswens ‘Innovatief personenvervoer en Merwedeheuvel’, ChristenUnie-SGP. Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Juist, ja.

Dan moet ik in één keer even snel schakelen naar het volgende paginaatje. Eigenlijk hadden we vooral een vraag aan het college hierover: hoe duurzaam zijn beide voornemens? Het ene dus het innovatieve personenvervoer. We weten dat de huidige veer van Kop van ’t Land naar de Brabantse Biesbosch, dat zou uiteindelijk een elektrisch veer zijn, maar dat is het nog niet. Dezelfde eigenaar van dat veer participeert in dat innovatieve project, als ik het goed heb begrepen. Vandaar ook de vraag: zitten daar ook veranderingen aan te komen als het gaat om minder emissie? Ook de enige berg waar wij misschien in de toekomst op kunnen hier in Dordrecht, de Merwedeheuvel, wat een mountainbikeparcours gaat worden en waar dan kennelijk ook nog 115 bomen komen te staan. Er zijn eerder in commissieverband ook schetsen ontwikkeld, ook een horecagelegenheid zou er wel of niet kunnen komen. Ik vroeg me ook af in hoeverre er nog bijvoorbeeld zonnepanelen of dergelijke gaan komen op zo’n Merwedeheuvel, of dat dan eigenlijk een integraal ding is of dat het gewoon echt alleen maar gaat om een mountainbikeparcours en 115 bomen en that’s it? Dus dat was even de vraag, ik denk meer aan het college gericht. De voorzitter: Oké, dank u wel. Waarom hoor ik mezelf nou? O, ik hoorde mezelf even in de echo, maar ik zie aan de overkant iemand gaan lachen.

Oké, wie heeft een reactie op mevrouw Klein-Hendriks op dit thema? Niemand? Dan ga ik eens even kijken of mijnheer Van der Linden er nog is. Zo ja, mijnheer Van der Linden, u hoeft niet overal tot in detail op in te gaan, maar het kan zijn dat u wel een reflectie heeft op wat u voorbij heeft horen komen. De heer Van der Linden: Even zien, ik moet even iets aan mijn licht doen. Ja, kijk, dit is beter, hè? De voorzitter: Ja, nou zien we u ook zitten. Mijnheer Gündogdu was daarnet vrijwel onzichtbaar, maar die zat in zijn schuur. Ik zie dat u gelukkig in een studeerkamer ofzo zit, geen idee. Maar zo ziet het eruit. Maar uw reflectie, alstublieft.

34

De heer Van der Linden: Ja, ik zit even te twijfelen. Ik kan, als u daar prijs op stelt, een uitgebreide woordvoering doen op alle aangereikte thema’s, maar dat wilt u niet. Er zijn eigenlijk een paar concrete vragen gesteld, daar kan ik even antwoord op geven en dan kijken we wel. Een concrete vraag was: dat innovatief personenvervoer over water, is dat duurzaam? Ja, de veerpont Kop van ’t Land, u weet dat daar een nieuwe exploitant op zit sinds een jaar of twee en er wordt nu gebouwd aan een nieuw schip en het wordt een duurzaam schip, een elektrische veerpont. Begin volgend jaar, volgens de laatste berichten, zou die af moeten zijn. Ook de nieuwe concessie, de Waterbus-concessie, daar komt ook een nieuwe vloot op en die zal ook duurzaam zijn. De Merwedeheuvel, ik ben er niet helemaal op bij. Volgens mij is nu de insteek dat ze inderdaad, wat mevrouw Klein-Hendriks aangaf, dat er kan worden gemountainbiket en dat er diverse groenpartijen staan. Ik beschouw het even ook als een technische vraag, dus ik moet even kijken of daar nog wat meer op te vertellen valt. Uit het vorige blokje was de vraag of eigenlijk een hartenkreet over lawaaiflitsers. Als die morgen op de markt komen gaan we ze overmorgen kopen. Alleen ze zijn er niet en gemeentes mogen nog niet handhaven. Wij volgen heel nadrukkelijk de ontwikkelingen in Rotterdam.

Er zijn meer steden die het doen, Breda, Arnhem, die denken er ook over na. Rotterdam heeft een hele uitgebreide pilot gedaan met heel veel metingen. Je kan dit meten, maar er zitten allerlei haken en ogen aan, maar ook allerlei kansen. Maar wil je dit als gemeentes kunnen doen dan moet daar ook allerlei wetregelgeving op worden aangepast, dus dit is niet een kwestie van een paar weken of een paar maanden. Maar wij blijven dit volgen, want wij zien het belang en dat heb ik al eerder aangegeven. Dat waren de vragen, denk ik. De voorzitter: Dan nog even wel een vraag ter verduidelijking, met betrekking tot de wet- en de regelgeving: is dat dan een landelijk is wat aangepast moet worden, of lokaal? De heer Van der Linden: Voorzitter, voor zover ik weet is dat ook landelijk. Kijk, het is waar, politie heeft nu, niet elke politiewagen heeft dat volgens mij, maar politie kan dat nu wel doen, maar gemeentes mogen dat volgens mij nog niet. Dus dat is een beperking, naast dat het technisch nog niet goed mogelijk is om hierop te handhaven. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, ik had in mijn pleidooi voor een integraal beleid met betrekking tot automobiliteit gevraagd of het college daar ook iets in ziet, om die discussie te voeren. De heer Van der Linden: Ja, dat is ook een, ik probeer me te beperken tot de vragen. Dit is een goede vraag.

Kijk, we hebben in deze periode aan het begin van de periode de Koersnota Mobiliteit vastgesteld. Ik weet dat sommigen van u dat een iets te abstract stuk vinden, anderen valt het wel mee. Voor ons is het een leidraad geweest voor alle dingen die we hebben gedaan. Maar als je kijkt waar we nu staan, veel vragen gaan over het parkeren en wij zijn een zeer gastvrije stad voor de auto en dat moet ook zo kunnen blijven. Dat kan alleen als je keuzes maakt. Dat mensen die ook andere opties hebben die andere opties gaan gebruiken, lopen, fietsen, OV, zodat er ruimte is voor de auto die daar een plek wil vinden. Het gaat ook om parkeren. Wij zijn nu bezig met een parkeeranalyse en dat is denk ik de basis voor keuzes die je wil maken ten aanzien van:

35

waar moeten nieuwe parkeervoorzieningen komen, als je die wilt? Hoe ga je om met de afstand die dat oplevert, hoe ga je om met ruimtelijke ontwikkeling? Die parkeeranalyse zal ongeveer kwartaal één volgend jaar af zijn en dat zou de basis moeten kunnen vormen voor nieuw beleid. Waarbij je ook verwerkt wat je met Mecanoo wil, waarbij je ook verwerkt de uitwerking van het Verkeerstructuurplan Spuiboulevard, een heel integraal stuk over Spuiboulevard. Zo zijn er nog een aantal van dat soort ontwikkelingen. Oftewel, ik denk dat de heer Van der Meer een goed punt aanraakt, dat we dat ook zeker moeten vormgeven in beleid. Ik denk dat ‘beleid’ eerder het woord is dan ‘visie’. Maar ik schat zo in dat we dat aan het begin van een nieuwe periode, met wie we hier dan ook tegenover elkaar zitten, moeten oppakken. Een zijdelingse opmerking: we hebben in 2013 het laatste Verkeerstructuurplan Centrum vastgesteld. Normaal gesproken ga je ook na een jaar of tien zo’n Verkeerstructuurplan weer eens tegen het licht houden en dat zou dus ook ergens in de loop van de volgende periode zeer wel kunnen worden opgepakt. Tot zover even. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik begin even met een compliment of een woord van dank.

Ik ben heel blij dat de wethouder ook het belang ziet om dat geluid aan te pakken en dit goede idee omarmt en ze morgen, de dag nadat ze te koop worden aangeboden, wil kopen. Daar hou ik hem graag aan. Dan wel, de heer Loekemeijer wees daar ook natuurlijk al even op: het is nu ook verboden en er zijn ook nu manieren, dat is een stuk omslachtiger, maar je kunt daar wel op handhaven. Dat is inderdaad iets voor de politie, maar ik zou de wethouder willen oproepen om toch in de contacten – ik weet dat hij die heeft natuurlijk met de politie over de verkeershandhaving in onze gemeente – om dit toch eventjes naar voren te brengen. Want ik begrijp, dat kan niet elke dag en ook niet in elke straat, maar ik kan zo een lijstje geven van een aantal plekken in de stad waar het goed zou zijn. Een pakkans van nul, laten we die iets vergroten, laten we hier iets aan doen. Dat over dat onderdeel. Dan nog over het heel – want daar heb ik hem eigenlijk nog niet over gehoord, daar wil ik ook graag even een reactie – over het heel acute probleem waar we nu mee zitten. De komende weekenden is er weer opnieuw onderhoud aan de N3. Goed dat dat gebeurt, alleen het zorgt wel voor ongelooflijk veel overlast in de stad. Kan er niet een schepje bovenop? De heer Van der Linden: Nou, een schepje bovenop op het onderhoud? Of een schepje bovenop … De heer Kuhlmann: Nee, nee, nee.

Op de maatregelen, verkeersregelaars inzetten, bovenal om de overlast te beperken, om te zorgen dat mensen niet meer dan een half uur op die Stadspolderring stilstaan, en andere plekken. De heer Van der Linden: Heel goed. Wegenonderhoud doe je niet voor niks, dat doen we omdat wij, en ik citeer dat toch maar even een keer in mijn eigen woordvoering, een gastvrije stad willen zijn, ook voor de auto. De wijk Stadspolders, waar ik zelf met heel plezier woon, heeft twee in- en uitgangen. Afgelopen weekend was het tijd voor de kruising, dus dan gaat je capaciteit met vijftig procent omlaag. Daar is heel veel werk aan verzet, technisch, maar ook juist in de communicatie: sociale media, een app die heel veel gedownload is, die ook goed gebruikt wordt, enzovoorts. Ik denk dat, en daarmee hebben wij aan de communicatiekant veel gedaan, en je ziet wel door de dag

36

heen, want ik heb natuurlijk ook gemerkt dat de hele Stadspolderring behoorlijk vol was en op sommige punten gewoon even ook niet reed. Dat hebben alle wijkbewoners gemerkt. Door de dag heen varieerde dat sterk, rond het middaguur was het echt heel vol. Daar hebben we toen ook extra op gehandeld, we hebben verkeersregelaars laten rondrijden ook, want bij de rotondes loopt het natuurlijk snel vast, maar bij de verkeerslichten ook wel eens. Dus we hebben daarop ingegrepen. Ik heb ook wel gezegd: hou dat vast, want dit is echt een lastig punt. Inmiddels is het onderhoud weer ietsje verder opgeschoven en nu ga je dus weer twee uitgangen hebben, maar het is nog niet voorbij. Dus wilt u die stad hebben die ook met de auto goed bereikbaar blijft – en ik hoor een hartstochtelijk pleidooi daarvoor – dan kunnen we er niet omheen dat we dit ook gaan meemaken. Wat we wel gaan hebben aan het eind van de periode is een infrastructuur die op de hoofdroutes behoorlijk goed up-to-date is. Tot zover. Uw pleidooi snap ik, maar soms is het gewoon echt ingewikkeld. De heer Kuhlmann: Heel kort. De voorzitter: Nee, nee, nee, mijnheer Kuhlmann. Volgens mij gaat u hier niks meer aan toevoegen wat te maken heeft met de kadernota. De heer Kuhlmann: Nou ja, ik weet zelf wat ik ga zeggen.

Ik denk dat het echt wel heel kort … De voorzitter: Ja, maar u heeft vanavond al een heleboel gezegd wat eigenlijk net iets te ver weg zat. Maar vooruit, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Ja, dank. Natuurlijk begrijp ik dat er overlast is, dat is onvermijdelijk. Maar ik denk wel dat we, zeker als ik het in het licht zie van wat er eerder gezegd is: laat de boel bewust maar vastlopen. Ook het stuk in de krant verleden week: laat mensen maar vooral de fiets pakken. Laten we wat we kunnen doen om de overlast te beperken, laten we dat doen. Daar vraag ik: kunnen we niet net iets meer doen? En natuurlijk, ik begrijp: er blijft overlast, zo is het. De heer Van der Linden: Ik vind het heel fijn dat u begrip heeft, dat is heel mooi. Mag ik wat zeggen, voorzitter? De voorzitter: Nou, zullen we dit stukje, want ik moet wel heel erg lachen om wat mijnheer Oostenrijk in de chat zet, zo van: extra zendtijd in het kader van politieke partijen. Het heeft inderdaad niets te maken met de kadernota, maar dit is de actuele situatie. Dus volgens mij is duidelijk dat er hard wordt gewerkt en dat er geprobeerd wordt om zo snel mogelijk de doorstroming weer optimaal te hebben. Goed. De heer Van der Linden: Mag ik daar één zin aan toe voegen? Want onderdeel daarvan … De voorzitter: O … De heer Van der Linden: Jazeker. De voorzitter: Nou, kom maar door.

37

De heer Van der Linden: Onderdeel daarvan is gewoon dat je ook constateert hoe de informatie wordt verspreid en die is goed verspreid. Ik snap en ik weet dat veel gebruikers dan toch kiezen voor de auto en dat is prima, dat is een goede keus en dat kan soms ook nodig zijn, maar dan is het wel een consequentie dat je dus soms langer over je reis doet. Ik denk dat de opmerking waar u aan refereert in de krant daarmee te maken heeft. Hij was niet van mij afkomstig, overigens, maar ik denk dat dat een beetje de context was. Dank u wel, voorzitter. Dit was wel één zin, hoor. Ik kan hele lange zinnen maken met heel veel komma’s. De voorzitter: Mevrouw Jager, goed, u hoort het. Ik bedoel, het is onverbeterlijk bijna. Goed, dit was het laatste stukje van de kadernota-reacties, zeg maar. Ik wil nog even doorgeven – en als er iemand het er echt niet mee eens is, dan hoor ik dat nog wel – maar volgens mij mag ik de conclusie trekken dat de EPV inderdaad als hamerstuk naar de raad kan. Verder, het afrondende debat van wat u vanavond heeft gedeeld met elkaar en van wat vorige week bij de algemene beschouwingen aan de orde is geweest, dat vindt plaats in de raadsvergadering van 13 juli en mogelijk 14 juli. Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen De voorzitter: Goed, gaan wij over naar het volgende deel op de vergadering en dat is het agendadeel.

10.Raadsinformatiebrief verkenning ligplaats Res Nova i.c.m. Futuro – Raadsinformatiebrief 11.Raadsinformatiebrief over Leefwerf, fase 2 in Stadswerven Raadsinformatiebrief De voorzitter: Bij zowel punt 10 als 11 van de agenda heeft zich een inspreker – ja, ik heb hem staan, mevrouw Jager – hebben zich insprekers gemeld. Ik stel voor om eerst de insprekers aan het woord te laten en daarna dan de behandelvoorstellen door te nemen. We krijgen eerst – en ik weet dat ze al in de lobby zit, tenminste, ze zat in de lobby, ze is toegelaten – bij agendapunt 10 over de raadsinformatiebrief de Res Nova mevrouw Pols-Barone. Zij krijgt maximaal 5 minuten om het woord te doen. Mevrouw Pols, waar bent u? Mevrouw Pols-Barone: Even alles aanzetten, hoor. De voorzitter: Ja. Mevrouw Pols-Barone: Daar ben ik. De voorzitter: Prima. Mevrouw Pols-Barone: Kunt u mij nog horen? De voorzitter: Ja, het gaat helemaal goed. Mevrouw Pols-Barone: Super.

38

De voorzitter: De vijf minuten tellen hier tegenover me, dus gaat uw gang. Mevrouw Pols-Barone: Oké. Mijn naam is dus Karlijn Pols-Barone, ik ben de andere eigenaar van de Res Nova. De afgelopen periode hebben Elio en ik u op de hoogte proberen te houden van alle ontwikkelingen die er gaande waren omtrent onze ligplaats en onze mogelijke verhuizing naast de Erasmus. Zoals u weet kregen wij in een gesprek op 11 mei te horen dat de ligplaats voor de Res Nova en de bootlift bij de Erasmus niet mogelijk zou zijn, omdat Rijkswaterstaat het niet wilde en er daarnaast een negatief stedenbouwkundig advies lag. Wij hebben vervolgens op 15 juni een gesprek met de stedenbouwkundige van de gemeente gehad en na enkele veranderingen met haar doorgesproken te hebben had zij geen bezwaren meer. De veranderingen zijn dat wij tussen de Erasmus en de oever zouden komen te liggen in plaats van tussen de Erasmus en de Prins Hendrikbrug, in de vaargeul van het Rijkswater. Daarnaast laten wij dan het idee voor een boothuis bij de Res Nova varen. Doordat de Res Nova meer naar achteren geplaatst zou worden komen wij dan ook in het gemeentewater te liggen en daardoor valt dan ook het andere rode vakje van de Rijkswaterstaat dus ook af.

De gebiedsmanager van de gemeente heeft in beide gesprekken aangegeven dat het verstandig was om opnieuw contact op te nemen met de huidige eigenaar van de Erasmus, dus dat heb ik gedaan. Ze hebben echter aangegeven dat zolang er vanuit de gemeente geen signaal komt, dat wij mogelijk hun buren worden, zij een gesprek met ons nog niet nodig vinden. Daarom zou het voor ons heel fijn zijn als u als raad aangeeft dat wij belanghebbenden zijn, zodat wij met hun in gesprek kunnen. Daarnaast zou daardoor ook onze vergunningaanvraag verder opgestart kunnen worden, want voor het gesprek van 11 mei was dit ons door de gebiedsmanager al geadviseerd. Wij hebben daar gehoor aan gegeven door contact op te nemen met de omgevingsdienst, maar die kon hier vervolgens niet mee aan de slag omdat vanuit de gemeente aangegeven was dat wij geen belanghebbenden zijn. Onze vraag aan u is dan ook om ons als belanghebbenden aan te wijzen, zodat we deze procedure verder kunnen gaan doorlopen. Een ander punt dat ik aan wil halen is het voorstel vanuit de gemeente om met de Res Nova te verhuizen naar de Wolwevershaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/317/documents/12269