2.4 Concept notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 30 november 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE FYSIEKE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 30 NOVEMBER 2021 Online vergadering Voorzitter: mevr. Jager Commissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Mevr. Botoseneanu (inspreker) Dhr. Chapel (CDA) Dhr. Gündogdu (Fractie Nijhof) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Nederhof (Beter voor Dordt) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Portier (SP) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Mevr. Klein-Hendriks (ChristenUnie/SGP) Dhr. Tabak (D66) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. Welkom bij de Commissievergadering van Fysiek van 30 november. In de aankondiging staat dat uw voorzitter mevrouw Stolk is, maar dat klopt niet. Dat ben ik, Ineke Jager en ik zal voor de zekerheid eventjes aan de griffier vragen of hij even wil oplezen wie er deze rit allemaal meedoen. De heer Den Boer: Goedenavond. In de vergadering zijn aanwezig de heer Kuhlmann van de VVD. De heer Tabak van D66. De heer Chapel van het CDA. De heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Kleinpaste van Gewoon Dordt. De heer Nederhof van Beter voor Dordt, mevrouw Klein-Hendriks van de ChristenUnie/SGP, de heer Struijk, ook van de ChristenUnie/SGP. De heer Stolk van de VSP. De heer Noldus van de VVD. De heer Portier van de SP. De heer Oostenrijk van het CDA. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we verder met het vaststellen van de agenda. Kan de commissie in zijn geheel instemmen met de agenda zoals deze op dit moment voorligt? En zo niet, dan hoor ik dat graag, zie ik dat graag in de chat. Ik zie niets verschijnen dus ik ga er vanuit dat iedereen daarmee instemt. Zijn voor het eerst weer helemaal digitaal. Het was te verwachten dat het weer ging gebeuren, dus we gaan gewoon vrolijk verder,
1
zo we het al vaak genoeg gedaan hebben. Mededelingen. Er zijn vooraf geen mededelingen aangemeld. Is er nog iemand vanuit de commissie of het college die een mededelingen wil doen op dit moment? Ik hoorde geluid, maar zie verder niks gebeuren. Oké, dan gaan we er vanuit dat dat niet het geval is. 2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 23 november 2021 De voorzitter: Agendapunt twee, het vaststellen van de besluitenlijst van de adviescommissie van 23 november 2021. Er zijn vooraf geen wijzigingsvoorstellen ingediend, kan de commissie instemmen met de besluitenlijst? Oké, dat is ook het geval. 3. Vragen aan het College De voorzitter: Dan komen we bij punt drie, vragen aan het college. Nu is het zo dat mijnheer Oostenrijk heeft vragen aangemeld over de stand van zaken aangaande de zelfbewoningsplicht. De heer Oostenrijk heeft ook vragen aangemeld over de stand van zaken van de beantwoording van de ingediende artikel 39-vragen over het Reewegpark. Beide zaken vallen onder de portefeuillehouder wethouder Stam. Wethouder Stam heeft ons in de loop van de dag bericht, in de loop van de middag bericht, dat de vragen morgen schriftelijk beantwoord zullen worden. Kijk, ik dacht al, mijnheer Oostenrijk wil daar iets over kwijt. Gaat uw gang, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, dank u. Ja, ik wil die vragen toch heel beknopt even toelichten.
Met eigenlijk de vraag als het gaat over het invoeren van de zelfbewoningsplicht en wat daarmee verband houdt is de vraag, kan de portefeuillehouder ons garanderen dat het raadsvoorstel hieromtrent in de raad van december aan de orde komt, met een ook daadwerkelijke inwerkingtreding per 1 januari aanstaande? De voorzitter: Ja, dat lijkt me helder, mijnheer Oostenrijk. Dat lijkt me heel helder, maar u herhaalt dus de vraag die morgen beantwoord gaat worden. Is dat noodzakelijk? De heer Oostenrijk: Ja, ik heb hem wat specifieker gemaakt naar mijn mening. Het tweede punt is op 14 september, herhaal ik even, 14 september heeft onze fractie artikel 39-vragen ingediend over de gang van zaken rond investeren bij het Reewegpark. We zijn nu tweeëneenhalve maand verder, terwijl de gewoonte is dat artikel 39-vragen binnen twee weken beantwoord worden. Nou, dus, ja, het is eigenlijk van de gekke dat we het er nu over moeten hebben, waarbij ik nog niet weet wanneer dan die vragen wel beantwoord worden. Dus het is een voorbeeld van hoe het niet moet. De voorzitter: Ook dat is helder, maar u zegt van dat het niet duidelijk is wanneer het beantwoord wordt, alle twee die vragen, zowel over de zelfbewoningsplicht als de artikel 39-vragen, heeft wethouder Stam van gezegd dat ze morgen beantwoord worden.
Dus ik denk … De heer Oostenrijk: Ja, maar voorzitter, neemt u me niet kwalijk, maar dat neem ik u niet kwalijk, maar het is natuurlijk een beetje … Het is wel de omgekeerde wereld dat vragen aan het college niet, laten we zeggen, staande deze vergadering beantwoord kunnen
2
worden en ik vind het heel gek, want dat had makkelijk gekund. Door wie, door welke portefeuillehouder dan ook. De voorzitter: Goed, waarvan akte. Ik neem aan dat de wethouder dat tot zich neemt, uw opmerkingen, maar daar zullen we het voor nu even bij moeten laten, want antwoorden komen er vanavond verder niet. Dus, ja, ik denk dat u toch morgen even af moet wachten en daarna maar weer vol gas ertegenaan, denk ik. Mijnheer Kuhlmann van de VVD, die heeft vragen aangemeld over het wegvallen van de fietsverbinding via de Papendrechtse brug. De portefeuillehouder daarbij is wethouder Van der Linden. Is die aanwezig? Ja? Wethouder Van der Linden is aanwezig, hoor ik van de griffier. De heer Van der Linden: Jazeker, voorzitter. Ja. De voorzitter: Oké. Dan zou ik zeggen, mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. We horen van veel bewoners klachten over het afsluiten van de fietsbrug langs de N3 naar Papendrecht en die omleiding die maakt dat gebruikers, waaronder veel kinderen en jongeren, via een omleiding door de donkere, Dordtse polders moeten gaan rijden en dat maandenlang in een periode van het jaar dat het vroeg donker is en ook weer snel donker wordt.
De vraag is dan of de wethouder bereid is om voor die periode te denken aan een oplossing die die oversteek veiliger maakt, zoals het gratis beschikbaar maken van de waterbus of het inzetten van auto’s of autobussen met fietsaanhanger over de brug of iets van een pont, zolang we maar zorgen dat die fietsverbinding op een goede manier in stand blijft gedurende de werkzaamheden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuhlmann en even kijken wat wethouder Van der Linden hierop als reactie kan gegeven. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Goedenavond. Weer even … De voorzitter: Goedenavond. De heer Van der Linden: Ja, ook wij hebben bericht ontvangen van een aantal, van diverse inwoners die zich wat zorgen maken over de verbinding. Op zich is het mooi dat dit fietspad wordt aangepakt, want het wegdek is zeer slecht en de houten balken moeten echt vervangen worden, dus daar ben ik heel content mee. Dat is ook gecommuniceerd. Wat niet helemaal in het persbericht van Rijkswaterstaat naar voren is gekomen is dat er al gewerkt wordt aan alternatieven.
Het wordt benoemd maar niet heel erg uitgewerkt, inmiddels weet ik dat Rijkswaterstaat een omgevingsvergunningsaanvraag heeft gedaan voor het inderdaad realiseren van een pontverbinding, waar we ook al een tijdje overlegd hebben, dat zou één van de opties kunnen zijn, parallel aan de brug, dus dat vergt weinig omfietsen, maar aan onze kant moeten we het dan mogelijk maken dat die pont kan aanmeren en dat je ook met de fiets van de Baanhoekweg of van de Merwedestraat zo op de, via de Kerkeplaat, daar kan aanlanden, dat is aan onze landzijde goed mogelijk. Aan de overkant, Papendrecht, wordt ernaar gekeken. Ja, zo’n vergunningstraject dat duurt eventjes, maar ik ga er vanuit dat dat zo snel als mogelijk wordt afgerond. Mocht dat niet lukken dan moet u inderdaad te denken aan één van de andere alternatieven, maar we hebben hier ook in
3
het Gemeentenieuws dat morgen verschijnt, maar wat gisteren al wel op de site is terechtgekomen van de gemeente Dordrecht, hebben we er ook iets meer over opgeschreven, dus zodra we dat zeker weten dat het gaat lukken, waarbij dus Waterstaat de vergunningsaanvraag heeft gedaan, maar wij het ook mogelijk moeten maken aan de landzijde. Nou, dat zou ik u natuurlijk informeren, want dit is wel iets wat veel reizigers aangaat. De heer Kuhlmann: Ja, dat klinkt bemoedigend. De voorzitter: Wilt u daar nog een reactie op, mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Ja, dank u, voorzitter. Dit klinkt bemoedigend en we zullen dit natuurlijk als Dordtse VVD scherp blijven volgen. Het gaat er uiteindelijk om dat mensen ook op de fiets gewoon goed van de ene naar de andere kant kunnen en naar hun werk kunnen gaan. Dank u wel. De heer Van der Linden: Ja, prima. De voorzitter: Dank u. Dank u, wethouder Van der Linden. Het volgende punt, het agendadeel vier tot en met zeven. Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen 4. Aanvraag aanvullend krediet spartelbadje Wantijpark – Raadsvoorstel De voorzitter: Het zijn slechts vier nieuwe behandelvoorstellen die we hier hebben. Ik loop ze één voor één even langs. Als u iets anders wil dan in het behandeladvies van de griffie, dan verneem ik dat graag van u via de chat. Daarna kan ik u dan het woord geven.
De aanvraag aanvullend krediet spartelbadje Wantijpark, raadsvoorstel. Het behandeladvies is: u wordt voorgesteld dit raadsvoorstel als hamerstuk naar de raad te sturen. Vorige week gaven CDA en Fractie Nijhof tijdens het agendadeel al aan eerst nog de technische vragen te willen stellen. Deze vragen zijn inmiddels gesteld en van een antwoord voorzien. Voor nu kijk ik in eerste instantie even naar het CDA … O, ik zie Nijhof met de vraag aan hen of het voorstel alsnog als hamerstuk naar de raad kan of dat bespreking gewenst is. In het laatste geval zal ik daarna kijken of hier voldoende steun voor is in de commissie. Het woord is eerst aan mijnheer Oostenrijk en dan aan mijnheer Gündogdu. Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, het klopt dat ik me wat nader heb laten informeren. Het punt is dat de CDA-fractie akkoord gaat met het doorgeleiden naar de raad. Separaat willen we nog wel eens een keer een discussie hanteren rondom het hele ramingstraject, waar dit onderwerp ook een saillant voorbeeld van is.
Dit onderwerp is geraamd in 2017, is vervolgens in 2019, laten we zeggen, in de raad geweest ter instemming en we zitten nu in 2021 ultimo met bijna een verdubbeling van de kosten en dat is een patroon wat eigenlijk structureel is, terugkijkend dat dan bij de basisraming heel bewust een aantal kostenposten niet worden meegenomen en dat is dus de bron dat dus in een vervolgtraject we geconfronteerd worden met gigantische prijsverhogingen. Ik noem het maar even geen overschrijdingen, maar prijsverhogingen …
4
De voorzitter: Ja, duidelijk. Ik heb het idee dat u begint om dit nu te behandelen en dat zou ik toch liever niet hebben. Het is helder dat u het wil bespreken, maar niet nu op dit moment. De heer Kuhlmann: Ik vraag dit item ter bespreking. Dit item niet, maar het systeem ter bespreking, omdat dit onderwerp is niet het enige, er worden op andere momenten ook geconfronteerd en dan zeg ik van, indachtig, ik meen, de motie Realistisch begroten, die zou weer op tafel moeten komen om anders tegen het hele ramings- en begrotingstraject aan te kijken. Dat is het achterliggende doel om niet in een vervolgtraject bij andere onderwerpen weer met hetzelfde probleem geconfronteerd te worden. De voorzitter: Het is helder, het is genoteerd en er zal ongetwijfeld een vervolg op komen. Dan de volgende die aan de beurt is, is mijnheer Gündogdu. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Goedenavond, voorzitter en beste collega’s. Voorzitter, wij hebben inderdaad technische vragen gesteld. Daar hebben wij vanmiddag antwoord op gekregen. Nou, eerlijkheidshalve moet ik erbij vermelden dat die antwoorden ons eigenlijk niet geruststellen. Eenvoudigweg omdat, zojuist wat mijnheer Oostenrijk ook aangeeft, de systematiek van begroten eigenlijk behoorlijk tekortschiet, maar ook de communicatie tussen de diverse afdelingen hebben wij het idee.
Dus ons voorstel is om dit voorstel wel door te geleiden naar de gemeenteraad, maar separaat ook in het verlengde van wat mijnheer Oostenrijk aangeeft, wel binnenkort een bijeenkomst te organiseren over het begroten bij projecten en hoe we lering kunnen trekken uit het verleden waar het veelvuldig helaas is misgegaan. De voorzitter: Dat is duidelijk, het is helder. U bent het helemaal eens met mijnheer Oostenrijk en ook dit wordt genoteerd en dan zal er ongetwijfeld een vervolg op komen. Even kijken, hoor. Dan was het mijnheer Kleinpaste die ook gevraagd heeft om hier iets over te zeggen. Gaat uw gang, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter … De voorzitter: Ja, ik wou zeggen, ik zie wel mijnheer Nederhof in beeld, maar ik zie mijnheer Kleinpaste niet langskomen. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Er kwamen chatberichtjes voor de knop van mijn microfoon, dat was wat onhandig. Ja, mijn vraag aan beide collega’s is of het niet veel verstandiger zou zijn, ik ben het met ze eens hoor dat over die systematiek best eens gesproken kan worden, maar ik zou dat echt bij de start van een nieuwe raadsperiode aan de dan gekozen raad willen overlaten. Dus die suggestie wil ik toch meegeven.
De voorzitter: Ik denk dat het niet geheel en al onlogisch zou zijn als dat sowieso gebeurt, want als ik even gekeken heb naar bepaalde voorstellen die er nog zijn ten aanzien van wat in de commissies nog moet gebeuren, dan denk ik dat er niet zo heel erg veel kans is dat we dat deze periode nog voor elkaar gaan krijgen. Dus uw voorstel zal sowieso wel eens gewoon precies zo uit kunnen pakken. Maar goed, het is genoteerd, het wordt meegenomen. Even kijken en dan gaan we door naar de volgende, dat is mijnheer Van der Meer, gaat uw gang.
5
De heer Van der Meer: Sorry, voorzitter, ik had geen behoefte om het woord te voeren. Ik wou alleen de steun uitspreken voor het voorstel om die systematiek een keer te bespreken. De voorzitter: Nou, uitstekend, helemaal goed. Dan gaan we door naar mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, als reactie op die van de heer Kleinpaste, ik zie de relevantie niet voor wat betreft het besprekingsmoment dat dat door de nieuwe raad zou moeten gebeuren. Ik zou zeggen bij uitstek niet, omdat dan we sowieso geconfronteerd worden weer met twee derde of driekwart nieuwe raadsleden die daar natuurlijk, die niet in die materie zitten, dus ik zou bijna het omgekeerde zeggen, als je nog eens een keer de ervaring van de huidige commissieleden wil gebruiken, zou je het juist in deze raadsperiode moeten doen. De voorzitter: Ik begrijp precies wat u bedoelt, mijnheer Oostenrijk, maar ik denk dat de kans klein is dat het gaat gebeuren, want u heeft zelf ook gezien wat er nog moet in deze periode en hoe weinig vergaderingen we nog maar hebben, dus ja, we zullen het even bekijken en even afwachten wat we ermee kunnen en wanneer we er wat mee kunnen en ik zie dat mijnheer Kleinpaste nog een korte reactie heeft en mijnheer Gündogdu het eens is met mijnheer Oostenrijk. Mijnheer Kleinpaste, geef uw korte reactie nog even.
De heer Kleinpaste: Een korte reactie zou zijn is dat ik ook alle vertrouwen heb in de straks nieuwgekozen raadsleden om verstandig over een eigen werkwijze te oordelen zonder de wijze lessen van de mannen die het nu zouden kunnen vertellen. De voorzitter: Alle vertrouwen. Prima, helemaal mee eens en dan denk ik dat we dit punt afsluiten voor dit moment. De heer Nederhof: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Nederhof, u heeft niet aangegeven dat u iets wilde zeggen. De heer Nederhof: Nee, het chatten lukt mij niet, maar dat zal aan mij liggen, dus daarom doe ik maar even mijn handje of zoiets … De voorzitter: We hebben enige clementie omdat u voor het eerst aan dit circus meedoet. De heer Nederhof: Circus? Ah, prima, maar … De voorzitter: Nou ja, digitaal circus. De heer Nederhof: Ja, ik begrijp het. Maar goed, wat ik even wilde opmerken is het gaat over een behandelvoorstel en of het een hamerstuk is of niet en alles wat daarna komt, van integraal bekijken dat we elke keer zulke problemen hebben, ik vind gewoon zelf, Beter voor Dordt vindt dat, snel dat badje maken en natuurlijk, er zijn onvoorziene
6
omstandigheden gekomen, heel veel, maar gewoon, we moeten gewoon voor de nieuwe zomer dat badje klaar hebben, dus ik zou zeggen de schep er in. De voorzitter: Ja, u heeft het, wat mij betreft morgen, maar het is niet zo lekker met de winter nu natuurlijk, maar ik heb helemaal niemand gehoord die op dit moment dat wil bespreken. Dus ik denk dat het gewoon inderdaad een hamerstuk wordt, dus het gaat gewoon als hamerstuk naar de raad en dan gaat het precies zo gebeuren als u het graag zou zien, denk ik. Dus laten we het daar maar bij houden voor dit moment. Dat was het aanvullend krediet voor het spartelbadje. 5. Raadsinformatiebrief terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan 8e herziening Schil, locatie Huis van Stad en Regio – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan gaan we naar de raadsinformatiebrief ter inzagelegging ontwerp bestemmingsplan achtste herziening Schil, locatie van Huis van de Stad en Regio. Het behandeladvies is: u wordt voorgesteld deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad duren en het bestemmingsplan wordt na afloop van de zienswijzetermijn ter vaststelling aan de raad aangeboden. Kan de commissie hiermee akkoord gaan? Ik zie geen reacties dat men er niet mee akkoord gaat, dus we gaan ermee akkoord als commissie zijnde en de raadsinformatiebrief die gaat als informatie naar de raad. 6.
Antwoordbrief college aan KNNV Drechtsteden inzake ecocide op microflora en fauna De voorzitter: Zes, de antwoordbrief college ter KNNV Drechtsteden. KNVV, inzake ecocide op microflora en fauna. Zo. U wordt voorgesteld de antwoordbrief ter kennisgeving aan te nemen en ik zie in de chat dat mijnheer Kuhlmann daar graag iets over wil zeggen. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil daar graag even een opmerking bij maken. De Dordtse VVD houdt van het groen in onze stad. Wat ons betreft hoort daar ook bij dat de zaak goed wordt onderhouden en dat het onkruid ook wordt bestreden en wij zijn daarom blij met de steekhoudende reactie van het college in deze antwoordbrief. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat was kort en krachtig. Mijnheer Gündogdu. Ja, u bent nog niet aan de beurt, ik ga het eerst voorlezen. 7. Antwoordbrief aan AVR Afvalverwerking inzake zorgen over afvalverwerker HVC De voorzitter: Punt zeven, antwoordbrief aan AVR Afvalverwerking inzake zorgen over de afvalverwerker HVC. De heren Nederhof, Van der Meer en Gündogdu hebben gevraagd ook de brief van de HVC te willen hebben waarnaar wordt verwezen in de antwoordbrief van de gemeente. Deze brief moet nog worden opgevraagd. Het voorstel is dan ook om de voorliggende antwoordbrief even aan te houden totdat de brief van HVC er is.
Ik neem aan dat de commissie zich daarin kan vinden en ik wil de heren Nederhof, Van der Meer en Gündogdu vragen of ze hier bijvoorbeeld nog iets aan te vullen hebben? Degene die zich als eerste meldt krijgt het eerst het woord.
7
De heer Gündogdu: Oké. Ja, ik heb geen chat, dus … De voorzitter: O ja, mijnheer Gündogdu. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Mag ik, voorzitter? De voorzitter: Ja. Ja, ja. U bent als eerste. U bent de eerste bij punt zeven, gaat uw gang. De heer Gündogdu: Ja, voorzitter, wat mij betreft inderdaad mag deze brief aangehouden worden. Wat mij overigens verbaast, ik wil graag het verzoek doen aan het college om de reactie van het college te ontvangen en niet van de HVC, want weliswaar zijn wij via de Gevudo eigenaar van HVC, maar ik sta niet te wachten op een reactie van HVC. Ik wil een reactie van het college. Dat was even mijn verzoek. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan, de heer Van der Meer heeft aangegeven akkoord te zijn en ik denk dat mijnheer Nederhof iets wilde zeggen hierover nog, want die hoorde ik net heel even. Klopt dat? De heer Nederhof: Ja, dat klopt. De voorzitter: Gaat uw gang. De heren Nederhof: Ja, even wachten, ogenblik. Ja, het is voor ons belangrijk dat de antwoordbrief van HVC aan AVR, de griffier weet wat ik bedoel, dat die belangrijk is om ons werk te verrichten als controle op dit hele dossier en de gemeente heeft dus eigenlijk de antwoordbrief aan AVR gestuurd en daar hebben we het nu over en dat is gewoon een korte brief en die verwijst dan weer naar die brieven van juni en augustus, van dit jaar.
Dus als we de antwoordbrief hebben van HVC aan AVR, dan kunnen we behandelen. Dus aanhouden, alstublieft. De voorzitter: Oké. Ik zie dat mijnheer Van der Meer nog een nabrandertje heeft hierover. Ga uw gang. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Het feit dat in de brief aan het college naar de brief van HVC wordt verwezen geeft mij de indruk dat het college achter de reactie van HVC staat. Dus als die brief beschikbaar is kunnen we het college daar, dunkt mij, desgewenst op aanspreken. De voorzitter: Dank u wel. Is genoteerd. Overig agendadeel 8. Termijnagenda commissie Fysiek De voorzitter: Dan gaan we door naar de termijnagenda van de commissie Fysiek. Bij dit agendapunt zijn er twee vragen aan de commissie. Vraag één is kan de commissie zich vinden in de termijnagenda. Punt twee is kan de commissie zich vinden in het advies van de griffier zoals verwoord in de memo Commissie-agenda tot aan de gemeenteraadsverkiezingen en mijnheer Van der Meer heeft al aangegeven een voorstel
8
te willen doen ten aanzien van de tweede vraag en hij heeft zich ook zojuist gemeld in de chat. Dus ik zou zeggen, mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, in het memo wordt ten aanzien van een aantal punten voorgesteld om die in zijn geheel af te voeren. Voor twee daarvan zou ik willen voorstellen om die niet af te voeren, maar wat mij betreft na de verkiezingen, als daar eerder geen tijd voor is, maar om die wel te agenderen en dat betreft het nog in te plannen punt vier over verdiepingssessie over het groenblauwe eiland van Dordt en nog in te plannen punt zeven over de communicatie met de burgers over de Regionale Energiestrategie. Mijn verzoek is om die twee punten wel als in te plannen punten te handhaven eventueel na de verkiezingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer, het is genoteerd. Mijnheer Kleinpaste, u heeft hier ook nog een opmerking over? De heer Kleinpaste: Een korte reactie op de heer Van der Meer, omdat ik, ik zou me kunnen voorstellen dat je ze voor de nieuwe raad weer als agendabehandelvoorstel opvoert, maar ik denk dat de nieuwe commissie in de nieuwe raad voor haar eigen agendering dient te gaan. Ik zou het niet op voorhand, tenzij ik mijnheer Van der Meer verkeerd heb begrepen, niet op voorhand vastleggen als bespreekstuk dit stuk. De voorzitter: Oké.
De heer Van der Meer: Mag ik daarop reageren, voorzitter? De voorzitter: Daar mag u nog één keer op reageren. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Ja, natuurlijk gaat de toekomstige commissie of commissies of hoe dat ook in de toekomst geregeld wordt, over hun eigen agenda. Dat spreekt voor zich, maar ook van andere voorstellen wordt nu voorgesteld om die voorlopig op de lijst te laten staan, ook voor na de verkiezingen. Mijn voorstel is dus om deze twee punten daar ook bij te laten staan en dan te zien wat de nieuwe raad daarmee wil doen. De voorzitter: Ja, weet u wat het is, ik heb al eens eerder meegemaakt dat ze dus dan gaan proberen in dat kleine beetje tijd dat er nog is zo verschrikkelijk veel mogelijk onderwerpen te pakken die we dan nog allemaal even moeten behandelen en volgens mij komt dat de kwaliteit van de behandeling vaak niet de goede. Dus ja, het is altijd een wikken en een wegen, maar het is nog niet zo gek om dat op een gegeven moment dan even door te schuiven, omdat het dan beter behandeld kan worden. Maar goed, daar mag iedereen verschillend over denken natuurlijk. Ik geef alleen even weer wat mijn ervaring daarin geweest is. Ik zie dat mijnheer Oostenrijk hier ook nog iets over kwijt wil. Ga uw gang.
De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, ik richt mij even tot de termijnagenda voor wat betreft 14 december, want we hebben inmiddels het mogelijke agendapunt spartelbadje al achter de rug, zijnde dat het een hamerstuk, in ieder geval dat het rechtstreeks naar de raad gaat en ik sluit niet uit dat dat dat voor het nu volgende behandelpunt, de herziening van de Schil, hetzelfde gaat gebeuren. Dan zou ik wat dat betreft natuurlijk wel aan de griffie willen meegeven dat dan die agenda voor 14 december wel heel kaal
9
eruitziet. Dus mijn suggestie is wel degelijk om dan ook de ruimte die er is goed te benutten en dat is ook meteen wat ik straks zei. De voorzitter: Ja, mijnheer Oostenrijk, ik denk dat u dat met een gerust hart aan de griffie over kunt laten, want als er ruimte is komt er zeker een ander behandelpunt naar voren. Daar kunt u op rekenen, want we zullen echt zoveel mogelijk nog doen, daar ben ik van overtuigd. Even kijken, mijnheer Oostenrijk hebben we gehad. Dan kunnen we denk ik naar het volgende punt toe. Ja, dan hebben we acht afgehandeld, volgens mij. Ja? Sprekersplein 9. Vaststellen bestemmingsplan 5e herziening Schil, locatie Oranjepark – Raadsvoorstel De voorzitter: Goed. We hebben nu naar het Sprekersplein, bestemmingsplan vijfde herziening Schil, locatie Oranjepark. Dit bestemmingsplan zijn een aantal zienswijzen ingediend en de indieners zijn uitgenodigd hun zienswijze tijdens het Sprekersplein nader toe te lichten. De VVE, Vereniging van Eigenaren Oranjepark heeft zich hiervoor aangemeld. Hun eerste reactie op de zienswijzenota hebben ze al uitgebreid op papier gezet en die is gister ter kennis van de commissie gebracht. Voor nu is er de gelegenheid voor de commissie om hierover nog vragen aan de Vereniging van Eigenaren Oranjepark te stellen.
Namens de Vereniging van Eigenaren is de heer Huizinga digitaal aanwezig en we willen mijnheer Huizinga vragen voordat we dus aan de vragen eventueel gaan beginnen of hij zelf nog iets wil zeggen hierover. Iets aan wil vullen of nog iets kwijt wil ten aanzien hiervan. Mijnheer Huizinga. De heer Huizinga: Mevrouw de voorzitter, goedenavond. Fijn dat wij digitaal mogen aanschuiven aan dit overleg. Ja, wij hebben een zienswijze ingediend op het ontwerp bestemmingsplan en het ontwerp omgevingsvergunning. Daar hebben wij een zienswijze bij ingediend. Op die zienswijze is weer een beantwoording gekomen en ook daar hebben wij kennis van genomen en daar heb ik weer op gereageerd in een reactie met een aantal punten die ik daarmee nog wat wil aanscherpen ten opzichte van de beantwoording van de vragen. Het was niet mijn bedoeling om in die zin een aantal zaken verder toe te lichten, want het één heb ik duidelijk op papier gezet en meer als er nog vragen mochten zijn over mijn reactie dan ben ik nu daartoe in gelegenheid en in staat om te beantwoorden. De voorzitter: Dat was ook de planning, maar we willen u toch nog even de gelegenheid geven, mocht er nog iets zijn, om dat dan nog even mee te geven. Dan is mijn vraag nu aan de commissieleden, is er iemand die een vraag heeft te stellen aan mijnheer Huizinga? Het blijft angstvallig stil. Wacht even.
De heer Huizinga: Is dat een goed teken of een slecht teken? De voorzitter: Dat weet ik niet. Ja, er was ineens een of andere vreemde advertentie die boven op mijn lijstje sprong en nu weet ik niet of mijnheer Kleinpaste en mijnheer Oostenrijk, die heb ik wel net aan het woord gehad, maar of die nou hierop ook nog gereageerd hebben of dat dat een eerder moment geweest is. Mijnheer Kleinpaste heeft
10
geen vragen nu. Nou, ik denk mijnheer Oostenrijk dan ook niet. Dan denk ik dat het iedereen … Even kijken hoor. Mijnheer Oostenrijk heeft ook geen vragen nu. Dan denk ik dat het iedereen helemaal helder is. Dan is het fijn dat u hier bent, maar dan is het iedereen helemaal duidelijk. Dus. Ik zie mijnheer Nederhof, misschien heeft die nog wat te vragen? De heer Nederhof: Natuurlijk, aan mijnheer Huizinga heb ik zeker wat te vragen. De voorzitter: Oké. Nou, vooruit, gaat uw gang. De heer Nederhof: Is de VvE nu content of tevreden met de antwoorden die ze gehad hebben op die zienswijze? De heer Huizinga: Nee, want de beantwoording op de zienswijze daar heb ik dus weer een aantal reacties opgedaan omdat we het niet helemaal mee eens zijn. De heer Nederhof: Nee, nee. Wat zijn dan nog de belangrijkste punten daaruit? De heer Huizinga: Nou, een aantal punten zijn natuurlijk ten eerste de bouwhoogte, hè. De heer Nederhof: Halve meter had je het over, verschil? De heer Huizinga: Nou ja, in ieder geval, het gaat een halve meter boven ons leuningwerk uit en we zitten op tien meter hoogte, dus dan praat je over anderhalve meter waar we dan als muur tegenaan gaan kijken. Dus dat is al één en verder heb ik er de privacy, de inkijk op ons binnenterrein en natuurlijk de geluidsoverlast vanuit de parkeergarage.
Dat zijn eigenlijk de hot topics en hebben natuurlijk zelf ook een uitrit vanuit het binnenterrein. Hier wordt iets gelijks gemaakt en ja, we merken wel bij het inen uitrijden dat je dus toch regelmatig voetgangers passeert en dat één van tweeën moet stoppen. Gelukkig hebben we nog geen ongelukken gebeurd, maar het zijn natuurlijk niet echt veilige situaties en ja, intensiteit hier zal toenemen. Dus ja, dus dan zullen ook de onveilige situaties toenemen. De heer Nederhof: Maar goed, dat is inherent … Sorry. De voorzitter: Mijnheer Nederhof, wilt u wel via de voorzitter praten. De heer Nederhof: Mevrouw de voorzitter. Natuurlijk is dat inherent aan in de bebouwde kom, in de negentiende-eeuwse Schil wonen, dat is natuurlijk overal wel een probleem. Het trottoir langs de inritten, maar de geluidswerende maatregelen, wordt daar nog verder op beantwoord, of zegt u nou, dat kan beter of? De heer Huizinga: Nou, daar wordt in die zin op beantwoord, daar wordt verwezen naar wettelijke voorschriften, maar als je het rapport, het geluidsadvies, leest, mevrouw de voorzitter, dan staat erin dat er geen wettelijke voorschriften zijn.
Dan is de vraag van mij uit van om toch daarnaar te kijken, om in ieder geval wat zachter materiaal toe te passen in plaats van metselwerk, waardoor je niet te meer een klankkasteffect krijgt en de vraag om eventueel een geluidsonderzoek in de nieuwe situatie om te kijken of de
11
geluidsniveaus binnen de perken blijven en of er nog niet iets aanvullend moet worden gedaan. De voorzitter: Nou, dat is prachtig, maar het betekent dus dat er blijkbaar dus nog vragen zijn, bij u ook en dan is de vraag hoe gaan we hier nu mee verder dan. De heer Huizinga: Ja, dat is de vraag. De voorzitter: Dat is de vraag. Gaat dit betekenen dat we dit gaan bespreken in een commissie? Of gaan we dat niet doen, gaan we dat schriftelijk doen? Of … Zegt u het maar. Mijnheer Nederhof, heeft u een idee? De heer Nederhof: Ja, voorzitter, ik denk dat natuurlijk de partijen met de gemeente en de bouwers die dat gaan doen, die zullen daar toch uit moeten komen. Wij kunnen wel zeggen ga maar beginnen, maar ik weet niet hoe de stand van zaken is natuurlijk met het onderzoek geluid en het geluidwerende. Kijk, mijnheer Huizinga is van oorsprong bouwer, dus die zal donders weten hoe hij dat zou moeten doen. Dus ja, en die halve meter bouwen, dat bestemmingsplan toelaten heb je daar alweer een patstelling. Dus wat kunnen wij nou als commissie zeggen van … Nee, het is kennisnemen dan. De heer Huizinga: Jawel, maar kijk, als ik misschien even mag reageren … De voorzitter: Ja, u mag reageren. Gaat uw gang.
De heer Huizinga: Natuurlijk is het zo dat het misschien volgens de regels, zegt de wetgeving of het bestemmingsplan dat het mag, maar goed, we hebben natuurlijk allemaal een belastingaffaire achter de rug waarin het ook allemaal mocht volgens de wetgeving en we daar toch met wat brokstukken zitten. Ik zie het een beetje vergelijkbaar, maar dan natuurlijk op een ander vlak. Ja, dus het zou dan misschien wel mogen volgens de geldende bestemmingsplan of wetgeving, maar doe je er dan wel verstandig aan om dat ook te doen? De voorzitter: Ik zie dat mijnheer Oostenrijk voorstelt om … Mijnheer Kleinpaste, even geduld. Ik zie dat mijnheer Oostenrijk voorstelt dat na het einde van de inspraak een besluitvorming zou moeten komen over het vervolg. Ben ik heel erg benieuwd wat hij daar nou precies mee bedoelt, maar goed. Mijnheer Kleinpaste vindt dat de vergadering zo een vreemde figuur krijgt. Wat bedoelt u daarmee? De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, we krijgen min of meer een overleg tussen een politieke partij en een inspreker over hoe we het vervolg zouden kunnen zien. Dus ik sluit me aan bij de heer Oostenrijk, eerst de inspraak afsluiten en dan het vervolg bespreken in de commissie.
Dat lijkt niet duidelijk … De voorzitter: Dat is nou wat ik wilde weten, gaan we het nou bespreken in de commissie of niet? Dus dat zou dan eigenlijk moeten, vindt u? De heer Kleinpaste: Nee, dan begrijpt u mijn woorden verkeerd. Ik zei dat we de conclusie of het moeten gaan bespreken in de commissie moeten gaan nemen. Daar
12
kunnen we het erover hebben en als u het gaat bespreken, dat is een ander verhaal, maar als u daarop een voorschotje opneemt, van mij mag het als hamerstuk. De voorzitter: Van u me had als hamerstuk. Nou, dan gaan we, dan hebben we de inspraak gehad zover. De heer Nederhof: Voorzitter, mag ik nog even wat zeggen? De voorzitter: Wacht … Nee, we gaan eerst naar de griffier. Even kijken. Ja … De heer Nederhof: Maar ik wil even interrumperen … De voorzitter: Mijnheer Nederhof … Ja, interrumperen op uzelf? De heer Nederhof: Nee, op mijnheer Kleinpaste. De voorzitter: Nee, dat kan niet. De heer Nederhof: O, dat kan niet. Oké. De voorzitter: Dat kan niet. Mijnheer Kleinpaste interrumperende op u en dan kunt u niet weer terug interrumperen … De heer Nederhof: Nou, ik kan wel antwoorden … De voorzitter: Nee. Nee, nee. Het is helder, maar we kunnen inderdaad alle bespreekpunten hier nog een keer gaan zitten herhalen en dat schiet niet op. Punt is dat we dus nu de inspraak gehad hebben, u heeft uw vragen kunnen stellen. Mijnheer Huizinga heeft u kunnen vertellen wat er nog lag volgens hem en nu komen we bij het punt, we zijn aan het eind van de inspraak en dan is het punt van wat gaan we doen? Gaan we het in de commissie bespreken of niet? Daar draait het om en dat hebben dus een aantal fracties nodig om dat ter bespreking dat vast te stellen.
We hebben drie fracties nodig die het willen bespreken en anders gaat het als hamerstuk naar de raad. Dus ik zou zeggen, komt u maar. Mijnheer Oostenrijk zegt hameren. Ik neem aan dat iedereen het wil hameren, tenzij die nu zegt dat hij het wil bespreken. Dus dat hameren hoef ik niet van iedereen te zien. Ik wil alleen zien of iemand het wil bespreken en dat komt niet naar boven. Dus ik denk dat het gewoon een hamerstuk wordt en dan wil ik nu mijnheer Huizinga even heel vriendelijk bedanken voor de aanwezigheid en het toch nog even verder uitweiden over het onderwerp en dan hoop ik dat het allemaal goed komt. Dat hoop ik altijd voor iedereen, maar goed. We gaan het zien. Dank u wel voor de aanwezigheid, mijnheer Huizinga. De heer Huizinga: Ja, u ook bedankt, dank je wel. De voorzitter: Nou, we gaan het niet inhoudelijk bespreken. Is de commissie ermee akkoord dat dit bestemmingsplan nog gelijk als hamerstuk naar de raad gaat? Ja, dat heb ik eruit begrepen. En dan hebben we punt negen ook afgehandeld. Dan gaan we naar de punten … Weer met ruimte voor de agenda op 14 december, zegt mijnheer
13
Oostenrijk. Ja, absoluut. De griffier kan gaan puzzelen. De punten tien, elf en twaalf, brede themabespreking Geluid. Brede themabespreking ‘Geluid’ 10.Beantwoorden artikel 40-vragen GroenLinks en CU/SGP Geluid – Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Punt tien, het beantwoorden van artikel 40-vragen van GroenLinks en ChristenUnie/SGP omtrent geluid. Punt elf, het beantwoorden van artikel 40-vragen van de Dordtse VVD die lawaaiflitsers wil en punt twaalf, beantwoorden van de motie 200415, schuine streep M1, meting geluidsoverlast N3, fase één. Zo. Portefeuillehouder hierbij is wethouder Van der Linden en daar wil ik even het volgende over kwijt over dit verhaal. In het afgelopen jaar zijn diverse antwoordbrieven rondom het thema Geluid in de commissie voorbijgekomen. Destijds besloot de commissie deze antwoordbrieven bij elkaar te vegen en een brede themabespreking over het thema Geluid te agenderen. Deze is vanavond aan de orde. Er hebben zich over dit thema twee insprekers aangemeld. Dat zijn mevrouw Botoseneanu, sorry als ik het niet goed uitspreek, namens het Actiecomité Noordendijk en de heer Slijkhuis namens buurtschap Tweede Tol. Ze krijgen allebei vijf minuten spreektijd. Daarna kan de commissie beide insprekers nog vragen stellen. Dus eerst de twee sprekers en daarna vragen stellen. Dan is nu eerst het woord aan mevrouw Botoseneanu. Gaat uw gang.
Mevrouw Botoseneanu: Dank u wel, voorzitter. U heeft mijn naam perfect uitgesproken. De voorzitter: O, nou, dank u wel. Dat had ik niet verwacht. Mevrouw Botoseneanu: Goedenavond. Beste gemeenteraadsleden, mijn naam is Viviana Botoseneanu. Ik woon op de Noordendijk. Ik spreek ook namens het Actiecomité Noordendijk en vele omwonenden. Ik wil graag uw aandacht vragen voor een groot probleem waar wij, bewoners van de Noordendijk tussen de molen Kyck over den Dyck en het café De Vrijheid mee dagelijks geconfronteerd te worden. Het gaat namelijk om onacceptabele geluidshinder veroorzaakt door het verkeer en met name door verkeersasocialen. Op ons stukje Noordendijk bevinden zich aan beide kanten woningen van drie verdiepingen hoog of hoger. De weg is smal en wordt nog smaller halverwege, ter hoogte van de Noordergang. Onze woningen op de Noordendijk fungeren als geluidswallen voor de rest van de buurt. Het geknal van de uitlaten van auto’s en motoren wordt weerkaatst door onze woningen en kan geen kant op. Hierdoor wordt het verkeerslawaai versterkt. Moet u zich eens voorstellen wat dat betekent: een gesprek in de tuin of in huis kan altijd ruw verstoord worden wanneer er weer eens zo’n aandachtstrekker door de straat knalt. Kinderen die gestoord worden in hun slaap. Straatgenoten die thuiswerken, die te horen kregen of ze soms kantoor houden op het circuit van Zandvoort.
Officieel is het een vijftigkilometerzone, maar vele weggebruikers houden zich er niet aan. Sommigen reden stelselmatig harder dan vijftig kilometer per uur om maar zo snel mogelijk bij de versmalling naar de dertigkilometerzone aan te komen, denkend nu nog even opschieten, want daarna moet ik remmen. Hetzelfde gebeurt in omgekeerde richting, komende vanuit het centrum. Meteen na de versmalling, eenmaal op de Noordendijk, flink gas geven, want hier mag het eindelijk. Maar ook in de dertigkilometerzone verderop op de Torenstraat wordt er stelselmatig te
14
hard gereden, komende uit de beide richtingen en zeker als er geen tegenliggers zijn. Vanuit het centrum wordt er gas gegeven lang voordat men bij de sluis komt en vanaf de Noordendijk over de dijk wordt er hard door Maassluis gereden tot lang voorbij de sluis op de Torenstraat. Motorijders komen en gaan met flink geknal, puur voor het plezier van het knallen. Op de Noordendijk is dat het Wilde Westen. Men lapt straffeloos de verkeersregels aan zijn laars. Het kan hier immers, er is geen handhaving. Er heerst wetteloosheid op de Noordendijk. Ook zien wij vaak dat automobilisten die zich wel aan de maximumsnelheid houden van achteren opgejaagd worden door boze automobilisten die willen opschieten. Dit zowel door de week als in het weekend en zelfs als de weggebruikers zich aan de snelheid houden maakt het asfalt op de Noordendijk enorm veel lawaai. Niet alleen is volgens ons een snelheid van vijftig kilometer per uur absoluut ontoelaatbaar op zo’n smalle weg tussen hoge woningen zoals bij ons, maar er is ook geen handhaving. Er heerst anarchie. Dit ondervinden wij, de omwonenden, iedere dag aan den lijve. Daarom vragen wij de gemeente met klem deze ontoelaatbare situatie, die onze gezondheid en ons woonplezier bederven, zo spoedig mogelijk te verbeteren.
Op 30 april jongstleden heb ik ook namens vele buren en straatgenoten een brief gestuurd aan de wethouder en 98 van de medebewoners hebben ook de petitie ondertekend. Alle mensen die thuis waren en de voordeur opendeden hebben ondertekend. De meeste handtekeningen staan eigenlijk voor meer dan één persoon. Ze staan voor hele gezinnen. Het gaat om honderden mensen die last ondervinden van de situatie. Het contact met een groot aantal omwonenden bij het ophalen van de handtekeningen heeft duidelijk gemaakt hoe groot het ongenoegen is en hoe vurig de wens naar verandering is. Vele mensen die opendeden werden ronduit emotioneel. Ze pakten … De voorzitter: Mevrouw, wilt u tot een afronding komen? U bent over de vijf minuten heen. Mevrouw Botoseneanu: Sorry. De voorzitter: Ja, nee, geeft niet. Mevrouw Botoseneanu: Zij smeekten mij de gemeente zover te krijgen dat er efficiënt maatregelen genomen zouden worden. Anderen begonnen een ware tirade aan het adres van de gemeente, die op de hoogte is van de situatie aangezien de metingen in de geluidskaarten van de omgevingsdienst er niet om liegen. De omwonenden ervaren het verkeerslawaai als enorm belastend, stressvol, ongezond, kortom: onhoudbaar. Iedereen is van mening dat er een dertigkilometerzone zal moeten komen op ons stukje Noordendijk. Ook is iedereen van mening dat het een al te slechte zaak is dat er niet gehandhaafd wordt.
Er wordt knallend hard gereden in de wetenschap dat men er mee wegkomt. Wij vragen de gemeente er alles aan te doen wat maar mogelijk is om het tij te keren. Lawaaiflitsers … De voorzitter: U moet nu toch echt afronden, hoor. Mevrouw Botoseneanu: … en de dertigkilometerzone. Ik dank u. De voorzitter: Alstublieft, graag gedaan. Dan hebben we nog een tweede inspreker. Is die ondertussen … Nee, mijnheer Van der Meer, de vragen komen straks. We laten eerst de sprekers achter elkaar spreken vandaag. Als die tweede spreker er is, maar die is er
15
niet, hoor ik van mijnheer Den Boer. Nou, dat betekent dat uw vraag nu mag voor die mevrouw. Ja. Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, ik wil mevrouw Botoseneanu zeer bedanken voor het duidelijke verhaal, verontrustende verhaal ook, denk ik. Ik heb één aanvullende vraag, namelijk of zij ook iets kan zeggen over of die overlast zich vooral in bepaalde tijdsperiodes van de dag afspeelt of bijvoorbeeld vooral in het weekend. Is daar nog iets meer over te zeggen? En dan heb ik het dus vooral over de verkeerasocialen, zoals u ze noemt. Mevrouw Botoseneanu: Ja. Kijk, wij ondervinden, wij hebben problemen hiermee de hele tijd. Dag en nacht, door de week en in het weekend. Dus dit probleem doet zich altijd voor. Het is bij ons altijd even wachten wanneer die malloot nog even langs rijdt, om te knallen. Alleen voor het passeren van het knallen en dat kan na vijf auto’s die zich houden aan de snelheid, of na tien auto’s of na vijftien auto’s, maar die komt er. Die komt er, gegarandeerd en dat is overdag en ‘s nachts. De heer Van der Meer: Oké. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, dank u, voorzitter. Ik wilde eigenlijk dezelfde vraag stellen als de heer Van der Meer, dus wat dat betreft is die al gesteld. Dank u. De voorzitter: Oké, prima. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter.
Ik wil in ieder geval mevrouw Botoseneanu complimenteren met de wijze waarop zij de zorgen van de buurt hier heeft verwoord en de buurt is zo vertegenwoordigd en ik heb twee vragen aan haar die met elkaar te maken hebben. Mijn eerste vraag is hoe lang dit al speelt, is dat het laatste jaar of is dat al vijf jaar? En het tweede, is hierover eerder met de gemeente gecommuniceerd, bijvoorbeeld een jaar geleden en wat was toen de reactie? Dus dat waren mijn vragen. De voorzitter: Ja, oké. Gaat uw gang. Mevrouw Botoseneanu: Ja, kijk, ik woon sinds twee jaar in Dordrecht op de Noordendijk, dus ik kan alleen maar praten over mijn ervaring sinds twee jaar. Dat is sinds twee jaar hetzelfde gebleven, dus het is vanaf het begin heel erg geweest. Er zijn mensen die hier al vijftig jaar wonen en nu in het begin was het totaal anders dan nu voor die mensen. Ik ken alleen de situatie van de afgelopen twee jaar. Het is hetzelfde gebleven. Ik heb een brief geschreven, ik meen in april, aan de wethouder, maar ik weet dat er bewoners waren van de Noordendijk die ook geprobeerd hebben iets van een gesprek met de gemeente te krijgen. Zij hebben brieven gestuurd en nooit antwoord daarop gekregen. Nooit antwoord daarop gekregen en toen heb ik gedacht, dan moet ik ook een petitie organiseren en ik ben vier avonden bij de mensen langs geweest.
Iedereen die opendeed had een gesprek, wou een gesprek met mij voeren, want ze hadden allemaal vragen. Ze wilden allemaal met een verhaal naar voren komen. Heel emotioneel, want ze kunnen er niet meer tegen. We worden helemaal kierewiet van de situatie. Dus ik heb geprobeerd op deze manier met ook een petitie erbij te laten zien hoe erg de situatie is en hoe
16
bezorgd en emotioneel de mensen daarvan worden, want ja, het gaat werkelijk om onze gezondheid. De voorzitter: Dat heeft u goed overgebracht. De heer Struijk: Ja, dank u wel. Ik denk dat we het inderdaad wel begrepen hebben. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan heeft mijnheer Oostenrijk nog een vraag. De heer Oostenrijk: Ja, ook mijn dank voor de manier van inspreken, die herken ik, want ik woon niet zo heel ver van de situatie vandaan. Mijn vraag is hoe ervaart de inspreekster de situatie rond die wegversmalling? Want ik ervaar het zelf dat dan die wegversmalling eerder, ik zou zeggen snelheidsverhogend is, het klinkt raar, dan snelheidsverlagend. Hoe kijkt u tegen die wegversmalling aan? Ziet u dat als een nuttige factor of anders? Mevrouw Botoseneanu: Het is een ware verschrikking. Ik wens zoiets niemand toe. Ik ken de mensen, ik heb de mensen gesproken die daar wonen, pal aan die versmalling en ze huilden gewoon terwijl ze met mij stonden te praten. Het is het ergste wat je iemand kunt aandoen, zo’n versmalling, want daar wordt er alleen maar harder gereden, precies zoals je het verwoordt. Het is gewoon een manier om mensen gek te maken. De omwonenden worden er helemaal gek van.
Allemaal zeggen ze die versmalling van vijftig naar dertig, naar een dertigkilometerzone, die moet helemaal per direct verdwijnen en helemaal aan de andere kant van het Energiehuis weer geplaatst worden. De heer Oostenrijk: Oké. Nou, in ieder geval … Mevrouw Botoseneanu: Waar de weg veel breder is en waar er geen woningen meer staan. De heer Oostenrijk: Het mag duidelijk zijn dat dit straks een vervolg krijgt met een gesprek met de wethouder. De voorzitter: Ja. Dank u wel. Dan heeft mijnheer Gündogdu nog een vraag aan u. De heer Gündogdu: Ik heb nog eentje. Ja, goedenavond mevrouw Botoseneanu. Ik heb uw verhaal heel goed beluisterd en u bent ervaringsdeskundige, helaas in deze situatie. Ik ben ook vooral benieuwd, u heeft een petitie opgehaald en u heeft heel wat bewoners gesproken, ik ken de Noordendijk vrij goed mag ik zeggen, ik heb jarenlang onder de Noordendijk gewoond. Het nadeel bij u in de straat is dat u als het ware in zo’n tunnel woont en dan wordt er helaas misbruik van gemaakt, zoals u dat ook typeert als verkeershufters en dat mag ook gezegd worden. Heeft u ook nagedacht over concrete maatregelen? Laat ik het zo zeggen, u heeft al contact gehad met de gemeente hierover.
U geeft aan er is geen reactie gekomen, dus dat gaan we straks natuurlijk van de wethouder horen, maar aan welke soort maatregelen, buiten datgene wat u zojuist heeft genoemd over die drempel voor de dertigkilometerzone, welke andere maatregelen zou volgens u of andere bewoners wellicht een mogelijke verlichting kunnen geven aan de situatie? Dat is even mijn vraag.
17
Mevrouw Botoseneanu: Ja, alle bewoners zijn van mening dat er geen verkeersdrempels moeten komen, want die veroorzaken alleen maar meer lawaai, want mensen komen met een bepaalde snelheid eroverheen, of ze moeten remmen en daarna gaan ze juist meer gas geven en die drempels zijn ook niet goed voor de woningen aan weerskanten van de Noordendijk. Dus geen verkeersdrempels. Dat er een dertigkilometerzone zou moeten komen en die zou moeten beginnen aan de andere kant van het Energiehuis, waar er geen woningen staan. Dus daar zou al de dertigkilometerzone moeten beginnen. Ik noemde al stil asfalt, want het asfalt op dit moment maakt enorm veel lawaai, ook als automobilisten zich aan de snelheid, aan de maximumsnelheid houden. Handhaving is enorm belangrijk, dat is gewoon punt nummer één. Iedereen begint erover, er wordt niet gehandhaafd en daarom doet men wat men doet. Degenen die willen knallen, het lukt hun, want ze weten dat ze mogen knallen. Ze mogen knallen van de gemeente. De voorzitter: Daar wil ik graag even iets over zeggen, want dat mogen ze natuurlijk niet. Ze doen het gewoon. Mevrouw Botoseneanu: Ze doen het gewoon en ik vind dat lawaaiflitsers in dit bij ons absoluut een pluspunt zouden zijn. De voorzitter: Oké. Nou, dat gaat vast straks ook mee in de discussie. Dan hebben we nog een vraag van mijnheer Tabak. De heer Nederhof: Voorzitter.
De voorzitter: Ja, u bent nog niet aan de beurt. De heer Nederhof: Nee, maar ik kan niet chatten. De voorzitter: Nee, maar dat weet ik, maar ik heb u wel gezien, maar mijnheer Tabak was nog eerder. Gaat uw gang. De heer Tabak: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de inspraak, mevrouw Botoseneanu. Ook wij herkennen het gebied van de Noordendijk als een grote racebaan. Ik had eigenlijk al een beetje dezelfde vraag als mijnheer Gündogdu net over de maatregelen, maar ik heb ook nog een andere vraag. Kijk, de Noordendijk is ook een echte ontsluitingsweg. Dus het grootste verkeer wat volgens mij bij u over de straat loopt zijn ook niet directe buren, maar indirecte buren die ook in de binnenstad wonen. Ik hoor u dan steeds over knallen, heeft u eigenlijk het idee van goh, dat zijn eigenlijk heel veel mensen die bij mij in de buurt wonen die dit als racebaan gebruiken? Die eigenlijk het voor woon-werkverkeer als racebaan gebruiken of zijn het mensen die speciaal op die weg komen knallen, zoals u het zegt, of toeristisch gedrag of jongeren die met hun scooters dat doen? Hoe ziet u dit ongeveer? Is het meer woon-werkverkeer van mensen die snel naar hun werk willen en het centrum uit willen of is het ander verkeer? Mevrouw Botoseneanu: Nou, ik denk niet dat het de meest nette mensen zijn.
Als je mij vraagt, want ik heb de tijd en de moeite genomen om langs de weg te gaan staan, ik lijk wel gek, maar ik wou zien wie zoiets doet en het waren allemaal jonge jongens die dat deden en ik kon ook zelfs hun gezichtsuitdrukkingen zien hoeveel plezier ze eraan beleefden, terwijl ze dat deden. Ze weten gewoon dat ze alles mogen, dus ze doen het
18
ook en ze voelen zich heer en meester op de weg. Dat kon ik aan hen zien. Nette mensen houden zich aan de regels, maar er zijn ook mensen die vanwege hun werk, ze reden een busje bijvoorbeeld, dus dan weet je al voor hun werk moeten ze ergens naartoe en dan duwen ze de nette mensen die rustig rijden naar voren. Dus de mensen die zich aan de snelheid houden, ineens je ziet dat ze twijfelen van wat moet ik nu doen. Kan ik nog rustig vijftig rijden of moet ik harder rijden omdat ik van achteren weggeduwd wordt. Dus je hebt echt verschillende types weggebruikers. En dan heb je ook de motorijders, die zijn het allerergste wat er is, want ik zie ze. Ik wandel bij het park in de buurt. Ik zie ze al knallen ergens anders bij het park, dan loop ik snel naar huis, dezelfde kon nog even langs op de Noordendijk. Dus … De voorzitter: Ik denk dat het ondertussen wel duidelijk is. De heer Tabak: Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Nederhof nog eventjes. De heer Nederhof: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, ik ben toch wel verrast door mevrouw, want ja, het is een probleem wat ik toevallig zelf ook ken, maar u heeft het over dat u absoluut geen verkeersdrempels wil, maar dan zou ik toch adviseren om het comité eens te gaan kijken in het gebied Groenedijk-Hallincqlaan-Singel, daar zijn dus andere verkeersdrempels neergelegd en met een pilotfase en die voldoen volgens mij uitstekend, want qua geluid dan. Dus ook voor de oude panden dat daar dus qua trillingen heel acceptabel is, eigenlijk gewoon heel goed. Dus ik zou adviseren met het comité, ga daar eens kijken of vragen, want dat werkt perfect. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nederhof. Nou, dit was dan het vragenrondje. Dank u wel voor uw heldere inbreng en dat u er tijd aan heeft willen besteden en ik hoop voor u dat het tot een goede oplossing gaat komen. Dat gun ik iedereen altijd namelijk. Dan gaan we nu over naar de inhoudelijke bespreking van dit onderwerp en mijnheer Kuhlmann geeft aan dat hij daar graag een woordvoering over wil doen. Zou iedereen die daar een woordvoering over wil doen dat even aan willen geven in de chat? Want ik ga eerst het woord geven, u hoeft niet over alle drie de onderwerpen iets te zeggen natuurlijk, je kunt er ook één of twee gebruiken. Het is geheel aan u over welke brieven en wat u wilt zeggen.
Ik denk dat de eerste woordvoering zijn natuurlijk voor degenen die schriftelijke vragen gesteld hebben, GroenLinks, de ChristenUnie/SGP en de VVD en dan gaan we beginnen met GroenLinks. Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Vier punten. Ten eerste veel mensen, is net ook gebleken, ervaren geluidsoverlast. Volgens de recente GGD-gezondheidsmonitor is dat 36 procent van de volwassen inwoners van Dordrecht. Scooters en autoverkeer worden daarbij als grootste ergernis gerapporteerd van de verkeersassocialen waar we het net over gehad hebben maar te zwijgen, die dragen natuurlijk daar extreem toe bij en dat vraagt serieuze aandacht. Ten tweede, de Wereldgezondheidsorganisatie heeft in 2018 normen vastgesteld om schadelijke gezondheidseffecten van geluid te beperken. Let wel, niet te voorkomen, dus ook de Wereldgezondheidsorganisatie maakt al een afweging tussen verschillende belangen. De Nederlandse voorkeursnorm ligt substantieel hoger en dat geldt zeker voor de maximaal toegestane geluidsbelasting in Nederland dan de WHO-normen. Het college suggereert in antwoord op onze vragen dat
19
die hogere normen zijn ingegeven door economische en ruimtelijke overwegingen. Kennelijk offeren we vrij gemakkelijk tamelijk veel gezondheid op aan die economische en ruimtelijke overwegingen. Het is in onze ogen tijd om andere afwegingen te maken. Ten derde, het RIVM, waar wij soms heel goed naar luisteren, het RIVM adviseerde in 2019 naar aanleiding van die nieuwe inzichten van de Wereldgezondheidsorganisatie om de Nederlandse normen fors aan te scherpen. We moeten dus … Nee, sorry. Toen wij onze vragen eind vorig jaar stelden … De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, u moet hem even inhouden, dat van die vragen, want mijnheer Gertjan … Mijnheer Kleinpaste, sorry, die heeft een interruptie. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Ik luister ook naar mijnheer Gertjan, maar … De voorzitter: Ja, dat staat zo in de chat. De heer Kleinpaste: Ja, mijnheer Van der Meer van GroenLinks zei een zinnetje en ik ging wat meer op het puntje van hun stoel zitten, ik denk nu komt het. Namelijk het wordt wat GroenLinks betreft tijd voor andere afwegingen, dus ik dacht, daar komen ze, maar hij ging over naar het RIVM. Welke andere afwegingen zou GroenLinks willen maken? De heer Van der Meer: Ja, ik kom daarop, voorzitter. Ik had alleen dat tussenstapje van het RIVM nog even nodig als u het niet erg vindt. De voorzitter: Ja, dan gaan we nu door naar u.
De heer Van der Meer: Ja, ik ga gewoon door, ik kom op deze vraag terug. Het RIVM adviseerde in 2019 dus naar aanleiding van dat WHO nieuwe inzichten om de Nederlandse normen fors aan te scherpen en toen wij onze vragen stelden, dat is al bijna een jaar geleden, hebben we dat RIVM-rapport meegestuurd. Het college had er toen nog geen kennis van genomen. Ik hoop dat dat in de tussentijd wel gebeurd is en mijn vraag aan de wethouder is of dat aanleiding is om het beleid van de gemeente met betrekking tot geluid bij te stellen. De antwoorden op onze vragen suggereren in feite in een stad is een te hoge geluidsbelasting eigenlijk onvermijdelijk. We moeten een compromis zoeken, maar de vraag is hoeveel gezondheid en rust willen we nou eigenlijk opofferen om in geluidskwetsbare gebieden met scooters en auto’s te kunnen blijven rijden. We zien dat heel makkelijk bij allerlei projecten de geluidsnorm wordt verhoogd om maar te kunnen bouwen en dat bouwen is belangrijk, maar waarom verhoogt die geluidsnorm? Waarom nemen we geen andere maatregelen en nu kom ik op de vraag van de heer Kleinpaste, er zijn talloze andere mogelijkheden om die geluidsbelasting te verminderen. Op een ander moment gaan we het over 30 kilometerstraten en wegen hebben, maar ook dertig kilometer betekent natuurlijk een vermindering van de geluidsbelasting. Dat is net ook al aan de orde geweest.
Meer elektrisch vervoer, daar kunnen we veel proactiever opsturen. Minder automobiliteit, daar kunnen we veel effectiever beleid voor maken. Meer geluidswerende gevels eisen in bouwprogramma’s, in bouwverordeningen, bouwvoorschriften, bouwenveloppen enzovoort. Een beleid tegen niet elektrische scooters en natuurlijk zeker ook het handhaven tegen het gedrag van verkeersasocialen. Waarom spelen we niet meer op deze mogelijkheden in? Geluid is een
20
urgent gezond- en welzijnsprobleem geworden en daar moeten we op acteren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Graag gedaan, mijnheer Van der Meer. De volgende die aan de beurt is, is mijnheer Struijk van de ChristenUnie/SGP. De heer Struijk: Ik weet niet of mijnheer Gertjan, mijnheer Kleinpaste, nog een interruptie heeft, want ik zie twee keer staan, maar misschien vergis ik me. De voorzitter: Ik heb geen handen en ogen genoeg op dit moment. Mijnheer Kleinpaste heeft nog een interruptie blijkt. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Ja, ik had toch nog even de behoefte aan een kleine interruptie bij de heer Van der Meer, want een aantal dingen kun je natuurlijk inderdaad doen. Die dertigkilometerzones, verkeershufters met handhaving wat strakker aanpakken. We hebben bij de inspreker ook genoeg over gehoord hoe belangrijk dat is. Geluidswerende gevels gaf de heer Van der Meer aan. Ik kan me voorstellen dat je dat in een nieuwbouwprogramma’s wel kunt doen, maar een groot deel van de problematiek bevindt zich natuurlijk in bestaande wijken, bestaande buurten, bij bestaande bebouwing.
Betekent dat in de ogen van de heer Van der Meer ook dat in die bestaande bebouwing er veel geld zou moeten worden vrijgemaakt om die geluidswering alsnog op orde te gaan brengen en hoe kijkt GroenLinks daar dan op dat aspect tegenaan en ook ten aanzien van daar waar de kosten uiteindelijk zullen neerdalen? De heer Van der Meer: Ja, dat is een belangrijke vraag. Ik heb daar niet een pasklaar antwoord op, moet ik bekennen. Wat wel zo is, is dat denk ik naarmate je meer in het oude, bewoonde gebied van de stad zit er meer reden is om die echt autoluw te maken en de automobiliteit, of in elk geval de fossiel aangedreven automobiliteit, te verminderen. Dat is ook het beleid, alleen dat beleid zou veel proactiever gevoerd kunnen worden en ik denk inderdaad dat we met z’n allen de afweging moeten maken hoeveel willen we investeren om onze stad gezond en leefbaar te houden. De voorzitter: Ja, dat is duidelijk. Nou, dan gaan we dus nu door naar mijnheer Struijk. De heer Struijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel, de heer Van der Meer die heeft wel al een paar dingen genoemd die ik op mijn lijstje ook had staan, dus ik zal even proberen daar zoveel mogelijk overheen te gaan. Teveel geluid dat is niet alleen onprettig, het is ook schadelijk voor de gezondheid.