2.3 2025.03.04 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Vanuit het college denk ik dat het niet nodig is, vanwege alles wat ik net heb toegelicht, maar is het aan u als raad om daar uiteindelijk zich over uit te spreken. De heer Van der Meer: Maar je zou je kunnen voorstellen ... De voorzitter: Ik ga heel eventjes naar de heer De Heer, want die stak als eerste zijn hand op. De heer De Heer: Voorzitter, ik zou kort daar toch iets tegenover willen stellen. Omdat mijn ervaring tegelijkertijd ook in de raad is, dat als je een raadslid vraagt om een mening, dat die dan toch ook wel komt. En waar hij misschien, voordat de vraag werd
41
gesteld, zich daar nog niet bewust van was. Ik wil ook voorkomen dat we dan toch weer op een onnodig stroperig proces komen en eerder zelf hier toch wel ook het voordeel van de twijfel, of voordeel geven, in ieder geval aan het proces hoe de wethouder het voorstelt, dat we inderdaad dat proces zo doorlopen, waar we gaandeweg misschien zien dat we toch meer behoefte hebben aan tussenstapjes, dat we altijd dat gesprek daar dan over kunnen voeren. De voorzitter: In reactie hierop, de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Daar ben ik wel gevoelig voor. Ik zou het voorstel dan iets anders willen formuleren. Als een conceptprogramma aan de raad ter informatie wordt gestuurd, dan zou via de Agendacommissie de raad kunnen besluiten, als het college daar niet zelf om vraagt, om eventueel een wensen- en bedenkingenprocedure in het leven te roepen. Zou dat een vorm zijn? De voorzitter: De heer De Heer. Ik zie een ja. Zijn er nog meer dingen die jullie als commissie willen meegeven aan het college? De heer Damen. De heer Damen: Waar ikzelf een beetje mee zit, is dat wij een slechte traditie hebben wat betreft evaluaties. Voordat je eigenlijk een nieuw programma opstelt, zou je moeten kijken wat de resultaten zijn van het oude programma. En dat zou eventueel aanleiding moeten zijn om in de raad te spreken over aanvullingen op de uitgangspunten voor het volgende programma.
En ik denk dat je moet zoeken naar een manier om wat meer die evaluaties van de uitvoering van programma's een plek te geven in die hele cyclus van visies, programma's en plannen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder weinig handjes meer de lucht in gaan. Dan concludeer ik dat iedereen op zich genoeg heeft meegegeven aan het college tijdens deze consulterende sessie. Er zal nog worden gekeken ook hoe het een en ander in afspraken te vangen is op papier. En uiteindelijk een consultatie, dat schrijft ons Reglement van Orde ook voor, kan nooit een eindstation zijn. Dat betekent dat er nog wel iets hiermee gedaan moet worden. Is het, en dat vraag ik de commissie even, een voorstel dat het college met een RIB anders komt? Want uiteindelijk is het vaststellen van het programma een collegebevoegdheid, maar met een RIB komt hoe deze input die wij vandaag meegeven, verwerkt wordt door het college. De heer Burggraaf wil daar in ieder geval op reageren. De heer Burggraaf: Ik weet niet aan wie de vraag gericht is, maar daar willen wij best ... De voorzitter: De vraag is aan die commissie of die dat zou verlangen van het college. Want uiteindelijk, wat ik zeg, een consultatie kan nooit het eindstation zijn van een onderwerp, schrijft ons RvO gewoon voor. Er zal in ieder geval iets mee gedaan moeten worden.
De vraag is in eerste instantie vooral aan de commissie, hoe wilt u hier verder invulling aan geven? En een mogelijke optie zou zijn via een RIB vanuit het college, om daarin de gemaakte afspraken vast te leggen. Mevrouw Koene wil hierop reageren. Mevrouw Koene: Ik vroeg me alleen af, als het college de raad consulteert en nu de raad heeft gehoord, dan is toch de volgende stap voor het college?
42
De voorzitter: De aanloop is in die zin een beetje gek geweest, omdat uiteindelijk de commissie dit heeft geagendeerd, of de raad heeft dit geagendeerd. Niet zozeer het college. Maar over het algemeen ligt de volgende zet nu bij het college inderdaad. Ik doe ook maar mijn best. De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Nee hoor, maar wat ik zei, het is prima. Nogmaals, de Omgevingswet en de Omgevingsvisie, we werken er nu inmiddels wel weer even een tijdje mee, maar we zitten echt nog in die opstartfase. Ik vind het prima dat wij een RIB maken, waarin we nog even toelichten hoe wij omgaan met de programma's, met wensen en bedenkingen, Startnotitie. Ik heb gehoord dat hier de behoefte was om het gewoon informatief te hebben. Dat kunnen we allemaal even op een rijtje zetten en dan aan u voorleggen. De voorzitter: Ik zie duimpjes de lucht in gaan. Dat is heel fijn. De heer Wringer wil nog reageren hierop. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Is de raad tevreden met een RIB of willen we het wat formeler en een raadsvoorstel. De voorzitter: Dat is een vraag aan de commissie. Zie ik daar reactie op? De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Mijn suggestie is om dat per geval te beoordelen en daarover te besluiten als raad. De voorzitter: Dat gaat over inhoudelijk dan. Maar de heer Wringer heeft het nu over dit specifieke punt.
Deze afspraken rondom, wat de rol is van de raad? Is dat in een RIB te vangen of willen we daar een raadsbesluit over nemen? De heer De Heer.
De heer De Heer: Voorzitter, wat ik begrijp, is dat er iets moet gebeuren met deze consultatie. Dat willen we graag terugzien. En dan is de vraag, doen we dat in een raadsvoorstel of een RIB? En wat onze fractie betreft kan dat in een RIB en zien we dat graag tegemoet. De voorzitter: De heer Klerk. De heer Klerk: Ik sluit mij aan bij collega De Heer. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Een RIB is ook voor ons voldoende. De voorzitter: Noldus hetzelfde. De heer Van der Meer, ja. Ik zie geen andere reacties. Dan lijkt mij dat het einde van deze vergadering. Dank jullie wel voor jullie aandacht. Ik zou jullie willen vragen om alle flesjes en glazen weer mee terug te nemen naar de pantry. En wens ik jullie nog een hele fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 15 april 2025.
43
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
P.A.C.M. van der Velden
44