CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2022-01-18 Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 22 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad 1 februari, Commissies Bestuur & Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving 18 en 25 januari en de commissie Grote Projecten 26 januari 202221.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dan ben ik toch benieuwd, is hij het hier niet met mij eens dat ook die twee dagen dat daar allemaal van die rommel ligt, dat voorkomen veel beter is dan genezen? En dan geef ik meteen ook toe we moeten meer doen dan dat ook op die mentaliteit, ook goed handhaven, maar is een bak die gewoon niet te overvol zit altijd niet beter dan wanneer het zelfs binnen twee dagen wordt opgeruimd, want je zit dan toch twee dagen met rommel. Ik ben daar niet blij mee, en ik kan me nauwelijks voorstellen dat de heer Struijk dat nu wel zo mooi vindt. De heer Struijk: Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Nee, mijnheer Kuhlmann, we zijn het helemaal met elkaar eens, twee dagen tegen het zwerfafval aankijken, dat is niet fijn. Maar u zei net al zwerfafval naast halfvolle bakken. Dat geeft dus eigenlijk precies aan, zo noemde u het letterlijk, dat dat ook niet fijn is om naar te kijken. Nee, dat klopt. Maar waarom ligt het er? Die bak is halfvol, en toch ligt er zwerfafval naast. Dat is het probleem. Het probleem zijn niet de bakken, meestal niet althans, maar het zijn de mensen. En ja, hoe je dat oplost, dat is een hele moeilijke. Ik denk ook dat het overgrote deel van de Dordtse bevolking, ik denk wel 90 procent, zich keurig gedraagt op dit terrein en ook wat betreft – we hebben het al eerder over gehad – herrie maken.

Maar het gaat om die 10 procent of 5 procent. Dat verander je niet zomaar. Dat is echt moeilijk en dat krijgen wij hier niet voor elkaar in een paar weken of in een paar maanden, misschien krijgen we dat nooit voor mekaar. Nou, daarom ben ik blij dat bij meldingen in ieder geval er wel snel opgetreden wordt. En twee dagen kun je lang vinden. Je kunt ook zeggen: nou,

23

toch wel mooi want ja, die site moet bekeken worden, je zet soms ’s avonds een melding, ja, dan komt er uiteraard niemand. Dan ben je zo een dag later. Ik heb ook wel eens meegemaakt dat het binnen 24 uur was. Dus ik wil gewoon aangeven dat dat toch best wel goed werkt. Liever geen afval, hoor. Helemaal met u eens. En als ik ervan overtuigd was dat grotere bakken de oplossing waren zou ik er gelijk geld voor willen vrijmaken, maar ik geloof er niet in, want ik zie heel vaak lege bakken met afval ernaast, en ik wandel heel veel door Dordrecht. De heer Kuhlmann: Ik had het niet over halfvolle bakken, maar over overvolle bakken. De heer Struijk: Excuus. De heer Kuhlmann: En die komen nu juist ook voor, en dat specifieke probleem kun je op deze manier aanpakken. Maar goed, we komen … De heer Struijk: Sorry dat ik nu verkeerd verstaan heb, maar dat is nu een ander verhaal, maar ik denk dat dat incidenten zijn. De voorzitter: Oké, dank u wel allebei. Maar nee, u bent nog niet klaar, mijnheer Struijk. De heer Struijk: Nee, ik blijf zitten. De voorzitter: U moet nog heel even blijven. Mijnheer Portier, u heeft nog een interruptie? De heer Portier: Ja, voorzitter waar ik eigenlijk op wilde interrumperen is over die Fiximeldingen die zo snel gesloten worden, of op slot gezet.

Is de heer Struijk niet met mij van mening of heeft hij niet ook de ervaring dat heel vaak het geval is dat iemand meldt iets bij de Fixi, dan wordt er naar HVC gebeld en ook al is er nog helemaal niks opgeruimd of ligt het afval er nog op problemen gesloten. En wij horen met de regelmaat van de klok dat Fiximeldingen afgesloten worden terwijl er helemaal niets aan het probleem gebeurd is. De heer Struijk: Ja, ik wacht keurig op de voorzitter. De voorzitter: Ja, maar de voorzitter had twee bevroren mensen in beeld. Mijnheer Struijk, gaat uw gang met uw antwoord. De heer Struijk: Ja, dank u wel mijnheer Portier voor de vraag. Ik ben het met u eens, het gaat bij Fixi niet altijd goed. Ik zit me ook te verbazen, en misschien ga ik daar nog een keer vraag over stellen, er staan op Fixi meldingen al anderhalf jaar op in behandeling, en andere meldingen worden in een dag afgehandeld. Heel vaak goed. Ik zie ook dat er soms meldingen afgehandeld zijn – ik ben het eens met mijnheer Portier – terwijl er eigenlijk niks gebeurd is. Ik heb er zelf zo’n voorbeeld van in mijn eigen parkje dat ook staat afgehandeld en het spul waar ik het over had, ligt er nog steeds. Dat is volgens mij ook een raadsel. Ik heb wel een indruk dat dat een klein percentage is. In de meeste gevallen geloof ik dat het goed gaat.

En ja, waarom het soms fout gaat, daar moeten we eens een keer met z’n allen achter zien te komen, want Fixi is een hele

24

mooie uitvinding maar vooral als het voor 100 procent werkt en niet voor 90 of 95. Dus eens met de heer Portier dat het soms niet goed gaat. Maar ik hoop dat mijnheer Portier ook wel eens goede ervaringen heeft. De voorzitter: Nou, dat zullen we dan ook maar hopen dat hij dat wel eens heeft, maar inderdaad Fixi is erg wisselend bij tijd en wijle, en nu is weer het beeld bevroren, maar oké. De heer Struijk: Dat was het, voorzitter? De voorzitter: Sorry? Ja, dat was het, geen interrupties meer. De heer Struijk: Prima, dank u wel. De voorzitter: Alstublieft. Dan gaan we over naar mijnheer … De heer Nederhof: Ik had nog een interruptie op mijnheer Struijk. De voorzitter: O, dan heeft u het niet gemeld. De heer Nederhof: Ja, ik had het handje er al in staan, maar dat is een beetje klein, hé. Klein handje heb ik. De voorzitter: Ja, maar dat zie ik alleen maar als ik op uw scherm zie dat … Dat is raar, want ik zie het niet in het kolommetje. Vreemd. Maar goed. De heer Nederhof: Mag ik even, voorzitter? Heel kort. Ja, over die Fixi, mijnheer Struijk. Zou het niet een aanbeveling zijn, die boa’s die daar handhaven, die rondlopen in de stad, dat die gewoon een apart lijntje naar HVC hebben? Die lopen daar rond en die kunnen zo zien of een bak en een seintje, en dat autootje rijdt meestal op de drukke dagen toch wel rond. Misschien is het een idee.

En wat ik ook al merk met die containers, bij mij is dat ook, zakken naast de ondergrondse container. Ik heb er al eens meer geroepen dat eigenlijk elke huurder moet van de verhuurder als hij begint met huren een pasje met borg krijgen. Want bij ons in de buurt wonen ook wat arbeidsmigranten, en ja, die zijn makkelijk en die zetten het ernaast omdat ze het pasje dan ergens of niet gehad hebben, zeggen ze dan. Misschien is dat ook een dingetje, wie weet. Voelt u daar wat voor dan of zo? De heer Struijk: Dank u wel, als het mag, voorzitter. De voorzitter: Jazeker. De heer Struijk: Het eerste, dat vind ik eigenlijk best een hele aardige tip. Misschien gebeurt het overigens al. Ik bedoel als het goed is zijn er mensen die om zich heen kijken, en als die iets zien wat niet goed is dan denk ik dat ze ook optreden. Dus als ze wat naast een containers zien, ja prima, dat zij HVC bellen. Ik weet niet of zij het doen, maar ik vind het een hele goede tip. Die tweede, ja, dat is natuurlijk een heel lastig punt. Als ik bij mij in de wijk van het koopgedeelte naar het huurgedeelte wandel dan

25

zie je inderdaad een verandering. Als je praat met oudere huurders die dus soms al vanaf het begin wonen dan zeggen ze: het is niet meer wat het geweest is. Er zijn nu een aantal mensen, en dat is door alle geledingen heen die zich niet aan de regels houdt en gewoon dingen neer kwakt wanneer zij daar zin in hebben, en als ze er op aangesproken worden dan kan je een grote mond krijgen. Misschien dat hier toch voor de woningcorporaties een taak ligt, niet zozeer in een pasje met een borg, want dan hoeven ze dat pasje misschien niet eens als ze borg moeten betalen, maar gewoon ook meer in de voorliggende taak: ga eerst mensen nu eens precies duidelijk maken hoe je om moet gaan met afval. Want ik denk dat het in een aantal gevallen ook onwetendheid is. Als je iets neerzet wordt het opgehaald, dus waarom zou je het niet doen? Wat is daar nu mis mee? De corporaties die zouden wat dat betreft wat meer kunnen betekenen misschien in de voorlichting. De heer Nederhof: Ja, zijn we mee eens, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nederhof. Dank u wel, mijnheer Struijk. Dan laten we het hierbij. Gaan we door naar de volgende. Dat is mijnheer Van der Meer. En sorry als het af en toe hapert, maar ik heb iedere keer bevriezend beeld, en dan hoor ik dus ook niet dat iemand nog iets wil zeggen. Mijnheer Van der Meer, gaat u uw woordvoering doen.

De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Kort. Ik kan me in veel opzichten aansluiten bij de heer Struijk. Mijn ervaring als Dordtse doorpakker is inderdaad dat de afvalbakken in wat voor vorm dan ook relatief weinig invloed op de overall voorkomen van zwerfafval heeft. Maar er zijn natuurlijk inderdaad specifieke plekken waar kraaien en meeuwen het probleem vergroten. Het plaatsen van kleppen op dat soort bakken op die plekken heeft natuurlijk zeker onze steun, zeker als het tijdig legen daarvan, waar de heer Portier een beeldende beschrijving van heeft gegeven hoe dat in zijn werk zou kunnen gaan. Belangrijker is echter denk ik twee andere dingen, namelijk dat wij met z’n allen eraan moeten werken om minder verpakkingsmateriaal en gewoon minder afval te produceren, meer statiegeld en gewoon minder verpakken. En het tweede wat belangrijk is, sommigen hebben dat al genoemd, is natuurlijk gedragsverandering. De heer Kuhlmann die legt vooral een accent op een technische oplossing voor een probleem wat in feite een sociaal probleem is. We moeten elkaar er meer op aanspreken, handhaving kan daar een rol bij spelen, maar ook het als een Dordtse doorpakker optreden kan daar een rol bij spelen.

Ik kan uit ervaring vertellen dat dat vaak leuke gesprekken met mensen oplevert, niet met iedereen natuurlijk, maar je merkt wel ook dat op plekken waar je vaak die zooi opruimt dat het ook schoner is en ook schoner blijft. Dus laten we veel meer investeren denk ik in die sociale controle om een stapje verder te komen, want anders gaan we steeds verder met dure technologische oplossingen voor problemen die in feite een sociaal probleem zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Alstublieft. Ik heb voor u een interruptie van mijnheer Kuhlmann. Mijnheer Kuhlmann.

26

De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben het met mijnheer Van der Meer eens dat er meerdere kanten aan dit probleem zitten. En er is een groep, ik denk dat het een minderheid is die lak heeft aan de regels. En ik ben het van harte met hem eens dat we die groep hard moeten aanpakken, dat we alle middelen moeten inzetten, de camera’s bij de afvalbakken, meer handhavers om te zorgen dat die mensen gepakt worden, want daar is geen kruid tegen gewassen, de normale middelen. Ik heb ook waardering voor de doorpakkers zoals u mijnheer Van der Meer, ik weet dat u dat ook zelf doet, die met een prikstok door de stad gaan en het zwerfafval opruimen. Maar ik denk er ook bij, en dat zou ook leuk zijn die u hopelijk zal aanspreken: voorkomen is beter dan genezen. Afval wat gewoon in de bak belandt dat is natuurlijk altijd beter dan wanneer het door u en anderen zoals u, helden die het van de straat oppikken, wordt opgepikt. En in de wetenschap dat de meeste mensen van goede wil zijn, dan lijkt het mij zo logisch om er in elk geval voor te zorgen dat die bak het doet. We weten - dat is niet iets wat ik uit mijn duim zuig of waar ik nu opeens iets van maak wat niet bestaat er zijn bakken in onze stad waarbij het probleem is dat ze gewoon overvol zitten. Niet altijd, maar op die piekmomenten, bijvoorbeeld in de weekenden.

En ik vind het reuze zonde en ook zonde van de tijd van al die mensen die de boel zitten te prikken en aan te pakken als we er niet voor zorgen dat we bakken hebben die het gewoon goed doen. En als er nu geen oplossing voor zou zijn, ja, dan kunnen we niks doen. Maar laat er eens nu gewoon een oplossing zijn die in alle andere gemeenten wordt gebruikt op dit soort plekken, dus dan vind ik het zo jammer dat u dat, als ik u goed gehoord heb, niet wilt steunen ook niet zelfs op een paar plekken waar het probleem het grootst is met die overvolle bakken. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, laatste ronde. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, ik wil graag even reageren op de opmerkingen van mijnheer Kuhlmann. Natuurlijk is het zo dat er specifieke plekken zijn - als hij goed geluisterd heeft dan weet hij ook dat ik dat gezegd heb - waar weldegelijk maatregelen mogelijk zijn. Ik vind het jammer dat de heer Kuhlmann steeds alleen maar op de technische oplossingen uitkomt, terwijl er ook gewoon gepraat is over een klep erop of vaker de bakken legen en daarmee wat werkgelegenheid creëren. Als hij goed geluisterd heeft dan weet hij ook dat ik het niet alleen heb over repressie tegen notoire mensen die zich misdragen maar ook over sociale controle, want vergis je niet, er zijn heel veel mensen die dingen op straat laten vallen en laten liggen.

Als je ziet aan wat er aan zakdoekjes, sigarettenpeuken, aan flesjes enzovoort allemaal ligt dan vrees ik dat dat niet eens altijd een minderheid is waar dat over gaat. En alleen als we elkaar daarop aanspreken, grotere bakken helpen daar niet voor. We moeten elkaar daarop aanspreken en een beetje handhaving kan daarbij helpen. En dat lijkt mij veel kansrijker en goedkoper dan uw technologische oplossingen. De voorzitter: Goed. We laten het hierbij, want anders gaan we in herhalingen vallen en dat is ook een beetje zonde van de tijd. We hebben nog een paar te gaan. Volgende is voor mijnheer Chapel van het CDA. Gaat uw gang, mijnheer Chapel. De heer Chapel: Zo, kunt u mij horen, voorzitter?

27

De voorzitter: Wat zegt u? De heer Chapel: Ik zeg kunt u mij goed horen? De voorzitter: Ja hoor, en goed zien. De heer Chapel: Oké, dank u wel. Nou, ik ga gewoon in het kort even vertellen wat we links en rechts van iedereen gehoord hebben. Kijk, natuurlijk vindt CDA Dordrecht het ook ergerlijk dat zwerfafval ergerlijk en ook irritant, en natuurlijk vinden wij ook dat het opgelost moet worden. Allemaal mee eens. Alleen, wij hoeven geen miljoenen uit te geven aan allerlei technische hoogstandjes. Om te beginnen op de plekken waar te weinig afvalbakken staan, hou het gewoon simpel: ga bijplaatsen. En waar ze vaker vol zijn moet je gewoon vaker gelegen. HVC en handhaving die weten heus wel waar het spaak loopt. Het probleem met vogels, mee eens, ik heb het met mijn eigen ogen gezien, dus ik kan niet zeggen dat het niet bestaat. Maar ook hier weer even legen, maar nog beter: haal gewoon op een gegeven moment stapsgewijs die rode afvalbakken uit het straatje weg, want ja die schijnen niet te werken, dat klopt, en zet dan gewoon een afvalbak neer met een pedaal eronder. Dus ja, ons idee zet helemaal niks innovatiefs nodig wat echt een berg geld kost, want laten we dan nog maar even 10 jaar wachten en dan wordt het vanzelf goedkoop. Neem gewoon dus een bak met een deksel, je zet je voet erop, het gaat open, je haalt je voet eraf en het gaat weer dicht.

En daarnaast, dat is ook besproken door de SP, ook besproken door GroenLinks, de SGP, moet je ook mensen ook gewoon aanspreken op hun gedrag. En ja, als ze dan niet willen dan gaan we ook gewoon handhaven, want ook het CDA Dordrecht wil een schone stad net als u. Dus kortom, ga voorlichten, ga terugduwen, ga uiteindelijk bekeuren, het hoort er gewoon allemaal bij. Maar dan nog even wat ik toch nog een beetje typerend vindt van de VVD die begint dan over die dure bakken, want dat zeiden ze gewoon, het is gewoon een berg geld, het is niet nodig om op die manier je probleem op te lossen, maar ik wil jullie toch allemaal even eraan herinneren dat we op 13 juli een motie hebben ingediend en die heette zwerfafval komma Dordtenaren hebben er schoon genoeg van. En die motie van het CDA Dordrecht is onder andere ondertekend door diezelfde VVD maar ook SGP. En ik heb nog even zitten kijken, daar doen wij een dringende oproep op de wethouder waarin we vragen: hé, kom met een actieplan, presenteer het. Nou, ik moet u zeggen, tot op heden, we zitten nu in 2022, is het stil, zeer stil. Dus onze vragen ook als CDA Dordrecht is ook: wethouder, wanneer komt u nu met die presentatie? Dat was het weer, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

Ik wil toch nog wel eventjes benadrukken dat ik echt eigenlijk nu steeds alleen maar dingen hoor over zwerfafval, en dat begrijp ik wel als we het hebben over vuil of over bakken, en dan zeker in de binnenstad die overvol zijn en zo en dat je er misschien anderen voor moet hebben. Maar het gaat natuurlijk niet alleen maar over zwerfafval. Ik bedoel, en de stad is groter dan de binnenstad. En ja, ik vind toch dat we onze best moeten doen om ons te houden aan de vragen waar het over ging, en dat is of de commissie van mening is dat er een pilot kan worden gestart met een beperkt aantal zelf persend afvalbakken of dat we de doorzichtige plastic zakken elk weekend aan allerlei prullenbakken blijven hangen. Ik kom zo bij u terug. En of er dus mogelijkheden gezien worden om de afvalbakken te legen. En ik hoor dus echt allemaal

28

verhalen over zwerfafval, maar die twee vragen die worden steeds minder beantwoord eigenlijk, wat u daarvan vindt. En dat hoor ik dus in de loop van alle woordvoeringen en interrupties steeds minder worden, en wil ik u er toch even aan herinneren. Mijnheer Chapel? De heer Chapel: Ja, toch nog even … Voorzitter, bedankt. Toch even een opmerking over. Volgens mij geef ik gewoon antwoord op die vragen, en zeer zeker met het wijzen op die motie die we met een paar partijen uiteindelijk ook hebben ondertekend en ook gewoon is aangenomen in de raad, voltallig bijna, dan komt het hele probleem naar voren. Dus voorzitter, lees vooral ook die motie alstublieft. Dank u. De voorzitter: Ja, ik zeg alleen maar wat ik hoor en met de instructies die gekregen heb, en die motie die gaat dus ook over zwerfafval, en willen we die bak of willen we die bakken niet. Nou, het is duidelijk dat de meerderheid die bakken eigenlijk niet zo verschrikkelijk ziet zitten. Althans met wat ik vanavond gehoord heb, maar goed, daar gaat het niet om. Als u maar in de gaten hebt dat het niet alleen maar gaat over wat er op straat terechtkomt, maar ook dat die bakken overvol raken. Het is niet alleen wat mensen weggooien, laat ik het zo zeggen. Het waait er ook uit en het waait er ook naast. Dus daar gaat het alleen maar eventjes om. En ik zie dat er een interruptie is van mijnheer Nederhof.

En dan mijnheer Van der Meer. De heer Nederhof: Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk afrondend voor ons, om van de vragen uit te gaan. De voorzitter: Ja, maar u bent nog niet aan de beurt, hoor. O, u staat nog helemaal niet op het lijstje. Nee, dit was mijnheer Chapel, en dan krijgen we nog mijnheer Jansen, mijnheer Tabak en dan mag u nog. De heer Nederhof: O, ik zie dat niet. Sorry. De voorzitter: Nee, geeft niet, ik heb dat lijstje hier. De heer Nederhof: Ik wacht. De voorzitter: Dat hebben we aan het begin vastgesteld naar aanleiding van de volgorde waarin men zich heeft aangemeld. Mijnheer Jansen, gaat uw gang. De heer Jansen: Voorzitter, volgens mij staat er nog wel een interruptie van de heer Van der Meer open. De voorzitter: Is dat zo? Oh ja, mijnheer Van der Meer. Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. Uw microfoon staat nog uit. De heer Van der Meer: Heel kort, voorzitter. Ik denk dat u bij uw implicatie wel degelijk uw vraag beantwoord hebt namelijk dat een pilot met deze oplossing voor het probleem in onze ogen niet de meest optimale is.

29

De voorzitter: Oké, dank u wel. Kijk, dat is nu een mooi kort antwoord. Mijnheer Jansen. Hé-hé. Gaat uw gang. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Ik ga het kort houden, als er niet weer 20 interrupties op komen van mensen die allemaal toch twee maanden voor verkiezingstijd nog even een plasje daarover willen doen. Ik ben blij dat ook de partijen die de afgelopen 10 jaar in het college zaten en niets aan dit probleem gedaan hebben nu ook inzien dat zwerfafval wel een probleem is. Daar hebben wij echter geen dure persbakken voor nodig. Ik woon aan het Kilwijkpark. In het hele park staat welgeteld één afvalbak, één. Een aantal jaren geleden is een budget vrijgemaakt voor mensen voor wijkideeën, niet in dit college maar het college hiervoor nog, voor leuke ideeën van de wijk. Mijn vrouw is toen rondgegaan in de wijk en heeft het voor elkaar gekregen dat er een speeltuintje bijkwam in de wijk, een heel gezellig speeltuintje, maar een bankje en een prullenbak die konden dan niet, want letterlijk door de gemeenteambtenaren ons verteld, als wij hier een prullenbak plaatsen dan moeten we het ook komen legen, en daar hebben we geen geld meer voor, want dan is het allemaal op. Terug gezoefd. De oplossing, en ik ben het helemaal met de heer Struijk, is voor een groot deel gedragsprobleem.

Wij leren onze kinderen dat ze hun afval bij zich houden tot ze wel een lege prullenbak tegengekomen. Maar als er in het hele park één prullenbak te vinden is dan moet je maar net dat pad afwandelen voor je langs die prullenbakken komt. En mijn kinderen houden het afval bij zich tot ze thuis zijn en gooien het dan thuis in de prullenbak, maar helaas doen niet heel veel andere mensen dat. Dus ja, het is een gedragsprobleem, en ik wou hier toch nog heel even kort benoemen, voor ik afsluit, dat ik heel blij ben met de meneer die hier aan het park woont in de buurt van de Jumbo bij De Slangenburg die zijn hondje uitlaat en dan een zak meeneemt met een grijper en netjes het park schoonhoudt voor ons. Ik heb deze meneer ook persoonlijk al een paar keer aangesproken als ik door het park heen liep en hem hiervoor bedankt, maar nu ook nog even hier. Heel blij met die meneer, want die zorgt ervoor dat ik aan een net en schoon park woon, maar één prullenbak is toch wel erg beperkt. Dus de oplossing wat ons betreft zit er eens deels in gedragsverandering, helemaal met de heer Struijk eens, en deels in het plaatsen van meerdere afvalbakken en die netjes op laten halen wat, inderdaad zoals de heer Portier ook al aangeeft, ook nog eens een keer extra werkgelegenheid oplevert. Daar hebben wij geen bakken van 6 miljoen voor nodig. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

En geen 20 interrupties. De volgende is mijnheer Tabak. Gaat uw gang, mijnheer Tabak. De heer Tabak: Yes, dank u wel, voorzitter. Ten eerste wil ik … Ik ga het kort houden, want ik ben heel blij met de woorden van de heer Struijk en de heer Van der Meer. Daar kan ik me eigenlijk volledig bij aansluiten. Wij zijn ook niet voor deze afvalbakken, het gaat gigantische kosten met zich meebrengen en daar willen wij de Dordtenaren zeker niet mee opzadelen. En om aan te sluiten op mijnheer Nederhof dat het maatwerk is is denk ik veel passender. En als we dan kijken naar de overvolle afvalbakken moeten we denk ik ook toe naar een cultuuromslag. En daarmee bedoel ik hoe kunnen we nu zorgen bijvoorbeeld op de markt en bij evenementen en bij fastfoodrestaurants dat we ons afval gewoon met elkaar gaan verminderen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat een

30

evenement wordt georganiseerd waar er bijvoorbeeld geen plastic meer mag worden gebruikt? Waar dingen bijvoorbeeld met statiegeld worden gedaan, dat daar schoongemaakt wordt. We moeten ook volgens mij, als ik me niet vergis, was een jaar geleden werd er nog 215 kilo afval per Dordtenaar ingezameld, we moeten naar 100 kilo toe, dus daar moet wat gebeuren. Dus volgens mij moeten we het veel meer aan de voorkant gaan organiseren dan het aan de achterkant gaan oplossen. En dat is nog een toevoeging die ik wil gaan doen, en ik hoop dat misschien de wethouder, als die presentatie ooit nog komt, kan mijnheer Chapel daar ook nog op terugkomen, dat hij dat ook wil meenemen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Tabak. Dan hebben wij iedereen zover gehad en dan mag nu mijnheer Nederhof. Gaat uw gang, mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik maak het heel kort. Ik heb al dingen gezegd. Eigenlijk gaat het hierom, want ik zei: regelmatig maatwerk leveren en een deel van extra middelen voor afval wordt nu al ingezet om vaker te ledigen, en misschien moet dat bedrag verhoogd worden, maar goed daar gaan we zelf over. Die boa’s, handhavers seintje een vast lijntje naar HVC bij een volle bak. En nog even terugkomend op de bakken, de dure bakken, dus geen pilot.

De kosten van het ledigen en ook nog een aparte uitgeruste vrachtwagen aanschaffen om ze op te halen en te ledigen, ja, dat wordt te gek. Dus laten we eerst maar aan die andere dingen denken en dan misschien ooit eens dit plan uitvoeren. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann heeft nog een interruptie op mijnheer Nederhof. De heer Kuhlmann: Ja, ik heb inmiddels door dat er niet zoveel steun is voor dit goede idee. Dat is jammer. Maar goed, ik wil wel even rechtzetten, want de heer Nederhof zegt: ja dat je daar een speciale manier hebt om die te ledigen. Dat is niet zo. Ik heb het zelf gevraagd bij de gemeente die daarmee werken dat in die zelf persende bakken met een sleuteltje maak je hem open en er zit gewoon een normale standaard container in. Daar heb je helemaal niets bijzonders voor nodig, en hetzelfde geldt met de opmerking die ik eerder vanavond hoorde over dat je dan monteurs in dienst moet hebben van de gemeente. Ook dat is niet nodig. Waarom deze bakken net iets duurder zijn dan standaard bakken is dat je bij de bedrijven die die bakken leveren dat daar ook een soort onderhoudsverplichting bij zit dat op het moment dat er iets mis mee is – dat gebeurt zelden begreep ik – dan wordt dat ook verholpen. Dus ze hoeven geen extra monteurs voor bij de gemeente te komen, en daar hoeven ook geen speciale apparatuur te komen om die dingen te kunnen regelen.

Maar goed, ik heb wel begrepen er is helaas geen steun van andere partijen. De voorzitter: Die conclusie had ik net voor mezelf ook al getrokken. Een momentje, er is nog een interruptie van mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, ik ben een beetje verbaasd over dat de heer Kuhlmann zegt: je hoeft eigenlijk helemaal niks aan die bak te doen. Maar ja, er zit een …

31

De voorzitter: Nee, dit is een interruptie op een interruptie. Het was een woordvoering van mijnheer Nederhof. De heer Portier: Oké. Dan zeg ik alleen nog maar: alles wat kapot kan gaan zal op een bepaald moment kapotgaan, en dan moet je het toch onderhouden. Sorry, voorzitter. Oké … De voorzitter: Dank u. De heer Nederhof: Helemaal mee eens. De voorzitter: Oké, dat was het. Mijnheer Jansen zegt nog net iets duurder als 5000 euro per bak. Nou, ik denk dat mijnheer Kuhlmann de juiste conclusie getrokken heeft namelijk dat er onvoldoende steun is voor hun idee. En dan resteert de vraag wil: de commissie de antwoordbrief voor kennisgeving aannemen als er nu al een motie zou worden aangekondigd, dan gaat de antwoordbrief als bespreekstuk naar de raad. Is die aankondigingen er niet … Nee, komt die aankondiging er dan is de vraag of er alleen gestemd kan worden of dat er ook nog over gesproken moet worden? Nou, ik vind wel dat we het eigenlijk al uit-en-ter-na hebben uitgediept vanavond, dus dat laatste lijkt me niet helemaal relevant, aangezien we niet in herhaling mogen vallen. Het voornaamste is: denkt de commissie dat de antwoordbrief voor kennisgeving kan worden aangenomen? Zo niet, dan zie ik dat graag. Mijnheer Van der Meer zegt ja. Ja, ik heb gezegd ik hoef het alleen maar te zien als iemand het niet wel. Ik krijg allemaal ja’tjes langs.

Nou, het is wel duidelijk, dus laat maar weten als iemand het niet wil, maar in tegenstelling daartoe krijg ik alle berichten van iedereen die het wel wil dat we het voor kennisgeving aannemen. En ik stel voor dat we dat dan ook maar doen. U heeft een beetje een aardig riante pauze verdiend ondertussen. De bedoeling was dat we 10 minuten pauze zouden hebben, maar wij gaan gewoon pauzeren tot 10 uur. Dat is een beetje ruim, maar dan is ook de wethouder erbij weer vanaf dat moment. Dus dat gaan wij doen en dan zien wij u om 10 uur hier terug. Dank u wel. Schorsing Einde schorsing De voorzitter: Zo, daar zijn we weer. Het is 1 minuut over 10, en ik heb gehoord dat de wethouder net binnen is. Kan ik die ook even in beeld krijgen? Wethouder Van der Linden: Als het duidelijk staat dan kan dat, voorzitter. De voorzitter: Ja, nee, dan hebben we het even gecheckt. 54. Raadsinformatiebrief over voortgang uitwerking verkeersstructuur Spuiboulevard e.o. - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Goed, dan gaan we nu verder met agendapunt 54, de Raadsinformatiebrief over de voortgang van de uitwerking van het verkeersstructuurplan Spuiboulevard en omstreken. De portefeuillehouder is wethouder Van der Linden, en de

32

Raadsinformatiebrief is geagendeerd op verzoek van de VVD met als politieke vraag: hoe regelen we concreet dat er voldoende parkeergelegenheid is voor onze binnenstad in de periode dat de Spuihavengarage is gesloten en de Veemarktgarage wordt gesloopt? Volgens de planning september 2022 tot juni 2023. Ik geef eerst het woord aan de VVD, daarna is het woord aan de andere fracties die hier het woord over wensen te voeren, en die fracties wil ik dus nu vragen om alvast in de chat aan te geven dat ze een woordvoering willen doen. Mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. De Dordtse VVD wil dat onze binnenstad aantrekkelijk is en goed bereikbaar. Daar hoort bij dat er voldoende plek is in onze parkeergarages voor bezoekers. Is er namelijk geen ruimte om je auto in onze parkeergarages te parkeren dan gaat dat ten koste van de schaarse plekken in de binnenstad die ook nodig zijn voor de bewoners van onze binnenstad, en erger nog, kiezen bezoekers ervoor om onze stad helemaal te mijden en uit te wijken naar andere plaatsen waar je wél fatsoenlijk kan parkeren. En dat is een scenario dat niemand wenst die ook maar een greintje besef heeft van de buitengewoon moeilijke situatie waar onze Dordtse ondernemers op het moment in verkeren.

Met dit in het achterhoofd maken wij ons grote zorgen we op hetzelfde moment 680 parkeerplaatsen verdwijnen met de sloop van de Veemarktgarage en tegelijkertijd 520 parkeergarages wegvallen vanwege de verbouwing van de Spuihavengarage. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de Visie Binnenstad die met een bijdrage uit de Eneco-gelden gaat worden uitgevoerd, want ook die plannen betekenen een teruggang aan garageparkeerplaatsen voor bezoekers. Het gaat dus in de periode van september dit jaar tot en met juni volgend jaar om een verlies van bij elkaar opgeteld tenminste 1200 parkeerplaatsen in garages zonder dat er een goed en concreet plan ligt hoe we die periode van bijna een jaar gaan overbruggen. Het enige wat hier door de wethouder over gezegd is, nadat ik er nadrukkelijk naar heb gevraagd: we gaan onderzoeken welke maatregelen er mogelijk zijn tegen het tekort aan parkeerplaatsen. Voorzitter, dat is wat ons betreft veel te mager. Over minder dan negen maanden, in september is het zover, dan zitten we een jaar lang met een gigantisch tekort van 1200 parkeerplaatsen, tenminste 1200. En om dat in perspectief te plaatsen, de eerste baby’s die straks in deze extreme parkeerplaatsarme periode worden geboren zijn inmiddels al verwekt.

De Dordtse VVD wil dat de wethouder op de kortst mogelijke termijn start met de conceptie van een goed degelijk en concreet plan voor tijdelijke parkeerplaatsen in de omgeving van ons stadscentrum, want de Dordtse binnenstadondernemers, de Dordtse cultuursector en alle mensen die de bereikbaarheid van onze levendige binnenstad een warm hart toedragen verdienen niets minder dan dat. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie geen interrupties. Oké, dan gaan we door naar mijnheer Oostenrijk van het CDA. Gaat uw gang, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik kan mij heel goed vinden in de woordvoering van de heer Kuhlmann, maar daar wil ik nog wel wat aan te voegen. Ook voor de CDA-fractie is het onbestaanbaar dat deze beide parkeergarages gedurende deze periode, laten we zeggen buiten bedrijf zijn. Temeer omdat er dus totaal geen alternatief geboden wordt ter compensatie van dit probleem. Maar ik wil nog wel wat nadere vragen stellen aan de wethouder, en dat betreft de geprognotiseerde

33

sluitingsdata van beide garages. De onderbouwing van wat er in deze periode zal gaan gebeuren die ontbreekt totaal. Dat betreft zowel de Spuihavengarage, want die staat in nauw verband met de realisatie van het nieuwe Huis van Stad en Regio. We hebben totaal geen beeld van die tijdsplanning in hoeverre deze veronderstelde sloop van de Veemarktgarage in verhouding staat tot het begin van een sloop van bijvoorbeeld het voormalige belastingkantoor. Dat geldt temeer voor de Spuihavengarage. We weten dat de Spuihavengarage en ook het stadskantoor daarvoor, dat moet in bedrijf blijven totdat de ambtenaren kunnen overstappen tot dat nieuwe stadhuis Huis van Stad en Regio. Dus ook daar ontbreekt ons totaal het beeld hoe dat in de tijdsplanning gaat verlopen, dus de veronderstelling dat het nodig is dat beide garages gelijktijdig dicht zouden moeten, dat wil de CDA-fractie nader onderbouwd zien door planningen voor beide locaties om aan te tonen dat het in die periode gelijktijdig aan de orde is. En dan kom ik terug toch nog even ter duiding van ook wat de heer Kuhlmann heeft gezegd, de samenhang voor de compensatie ontbreekt totaal.

We hebben geen millimeter inzicht in hoe dus die totaal 1200 parkeerplaatsen dat geregeld wordt om mensen die werken in de stad, die de stad te zoeken in welke zin dan ook, mensen die willen winkelen in de stad die zijn totaal overgeleverd aan een niet bestaand alternatief. Daar moet de wethouder helderheid in geven, want zoals het nu voorgeschoteld wordt kan het niet. Dank u. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. Geen interrupties verder. Dan gaan we door naar mijnheer Struijk. De heer Struijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik dacht dat ik nog niet aan de beurt was, maar dat is het al wel. Heel goed, dank u wel. U let goed op. Het is duidelijk dat de parkeergelegenheid in de binnenstad voor een periode aanmerkelijk minder zal zijn. Dat doet pijn, maar het lijkt onvermijdelijk. Er wordt nu eenmaal een parkeergarage gesloopt, en ook de tijdelijke sluiting van de Spuihavengarage lijkt een feit. Als dit echt samenvalt is dat hoogst ongelukkig. Is dat echt onvermijdelijk? Ik heb graag een antwoord op deze vraag. We zijn ook heel benieuwd naar de mogelijkheden van het creëren van tijdelijke plekken waar de wethouder naar verwijst. Graag verduidelijking op dat punt, het is al door anderen ook genoemd. Meer voor de hand ligt ook om nog meer in te zetten op het gebruik van de parkeerterreinen net buiten de stad, buiten de binnenstad, en de inzet van pendelbussen.

Dat zal hoe dan ook nodig zijn, maar van groot belang is dan wel dat dat tijdig gecommuniceerd wordt en dat die communicatie ook duidelijk is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Nou, en dan de laatste die zich gemeld heeft dat is mijnheer Van der Meer, en daarna mijnheer Nederhof nog. De heer Nederhof: Ja, dank u wel. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Het gebeurt natuurlijk vaker dat op bepaalde plekken tijdelijk minder parkeergelegenheid is, maar het gaat hier natuurlijk wel om een heel groot aantal plekken in één keer. Het gaat om de plekken, ik weet niet

34

helemaal precies in welke mate die plekken ook daadwerkelijk gebruikt worden, dat zal nog een belangrijke parameter kunnen zijn. De wethouder geeft aan naar alternatieven te zoeken, dat ligt natuurlijk in zo’n situatie voor de hand, en ik wacht graag af hoe concreet de wethouder daar een concreet perspectief voor schetst. In onze ogen zou het daarbij niet hoeven gaan om een volledige compensatie van de tijdelijk verdwijnende parkeerplaatsen in de directe omgeving. Ontwikkelingen als deze helpen mensen soms om de voordelen van andere manieren van vervoer te ontdekken en dat zou bijvoorbeeld met pendelbussen waar de heer Struijk het over heeft ondersteund kunnen worden. Het zou mooi zijn als deze ingreep per saldo dan ook tot een minder grote parkeerbehoefte in totaal zou leiden. Daar wil ik het nu even bij laten. Ik wacht eerst het antwoord van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Mijnheer Kuhlmann heeft een interruptie op u. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Van der Meer zeggen dat minder parkeerplaatsen dat misschien eigenlijk wel goed is. Mensen moeten ook kijken naar alternatieven. Dan ben ik toch benieuwd of de heer Van der Meer goed op de hoogte is van het mooie winkelaanbod in onze stad.

Laat ik een voorbeeld geven, er zit op de Voorstraat een zaak die hele goede matrassen levert ook bijvoorbeeld voor mensen die een bootje hebben. Ik vind het heel logisch als je die grote dingen gaat kopen en ophalen, en dat geldt voor allerlei andere zaken ook die je in de binnenstad kunt kopen, dat je dan niet zit te wachten op allerlei gedoe met busjes of, op de fiets gaat het al helemaal niet, dan is het heel logisch om van de auto gebruik te maken. En het is denk ik zonde om dan te zeggen we bieden minder parkeerplaatsen aan, want dat betekent concreet natuurlijk dat die mensen dan ergens anders naartoe gaan waar ze wel goede parkeergelegenheid hebben. Is de heer Van der Meer het met mij eens dat we daar toch heel voorzichtig mee om moeten gaan? De voorzitter: Nou, mijnheer Van der Meer? De heer Van der Meer: Nou ja, ten eerste koop ik ook wel eens een matras, en ik heb geen auto, en dat is prima te regelen. Dat is punt één. Punt twee, zeg ik natuurlijk niet dat er geen parkeerplaatsen moeten zijn en zeker niet dat het niet mogelijk moet zijn om transport van goederen te laten plaatsvinden.

Waar het mij om gaat, en dat is ook in het belang van die mooie winkels waar u het over heeft, dat de stad aantrekkelijk blijft, dat we geleidelijk aan naar een autoluwe stad toegaan, waar hoe je het ook wendt of keert, dus andere manieren van transport geleidelijk aan nodig zullen zijn. Waarom grijpen we deze situatie niet aan om stapjes in die richting te maken? Ik zeg niet dat dat voor al die 1100 plaatsen laten moet gelden. Ik zeg wel dat dat een extra incentive kan zijn om een ontwikkeling die onvermijdelijk is een beetje verder op gang te helpen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan is nu de beurt aan mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan heel kort zijn. Maatregelen die zullen zeker nodig zijn, en Beter voor Dordt vindt dat uiterlijk eind juni duidelijk moet

35

zijn welke concrete invulling worden uitgevoerd zodat de binnenstadondernemers zo min mogelijk worden belemmerd om te herstellen van de coronacrisis. De grip hiervoor is niet genoeg, maar spoedige oplossingen voor de te verwachte problemen zijn noodzakelijk. Dat is het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan even voor de goede orde, dan gaan we dus nu over naar de reactie van de wethouder. Als we dit punt achter de rug hebben dan zijn we nog niet klaar, want dan moeten we ook nog even de vragen aan het college doen, en die zijn ook allemaal voor mijnheer Van der Linden, maar we handelen eerst deze af. Mijnheer Van der Linden, uw reactie. Wethouder Van der Linden: Ja, dank. Nou precies de goede dilemma’s neergelegd die we in augustus ook al in de brief schreven, want wat kun je opvangen met het weghalen van parkeercapaciteit, welke alternatieven kun je dan extra stimuleren, gaat het voldoende werken, en gaat het ook passen, want je houdt natuurlijk een bepaald volume aan auto’s sowieso wel over. Nou, deze brief is van augustus. We zijn natuurlijk intussen wel aan het nadenken geslagen verder over hoe moeten we dit dan beetpakken. En er gebeurt natuurlijk gewoon heel veel, en we gaan nu Huis van Stad en Regio bouwen, Veemarktgarage gaat gebouwd worden, gesloopt in z’n huidige vorm. Er gaan natuurlijk nog andere gebiedsontwikkeling plaatsvinden.

Nou, als je al die planningen op elkaar probeert af te stemmen, we hebben al gespeeld met een aantal gedachtes. Je kan bijvoorbeeld het middenstuk van de Spuiboulevard kun je benutten voor extra parkeerruimte. Je kan inderdaad fors inzetten op busjes, op het verder intensiveren van het gebruik van West Kinderendijk enzovoorts, maar je houdt gewoon een aantal problemen over die je niet kan oplossen, denken wij. Dus wij zijn langzamerhand tot de conclusie gekomen dat wat we in augustus schreven dat we het niet zo gaan doen. Ik denk dat u over twee weken een Raadsinformatiebrief gaat krijgen waarin wij nader onderbouwd gaan aangeven dat net niet gaat passen op welke manier je het ook gaat organiseren. En dat we dus gaan besluiten om het project Spuihavengarage niet gelijktijdig te laten plaatsvinden met slopen Veemarkt slash Realisatie Huis van Stad en Regio. We gaan het natuurlijk nog wel even doen met het Spuihavengarage, want de parkeercapaciteit zal anders verdeeld moeten worden, maar dat zal plaats gaan vinden verderop in het traject. Dat gaat in ieder geval tijdens de sloop in de eerste fase van de realisatie van het Huis van Stad en Regio enorm helpen om de stad bereikbaar te houden. En ook dan hou je natuurlijk wel dat je parkeerissues hebt, maar die zijn oplosbaarder dan het scenario wat wij in augustus voor ogen hadden. Dat even als eerste reactie.

En ik kan dus nog niks zeggen over die RIB zelf, want daar wordt nu aan gewerkt, maar ik schat in dat het over twee weken in het college ligt en een week later uw kant op komt. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann heeft hier een interruptie op. Ik ben heel benieuwd. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ik ben natuurlijk blij om te horen dat de wethouder tot inkeer is gekomen, en dat die 520 plaatsen in de Spuihavengarage in die periode behouden blijven, dus dat is alvast een goede. Blijft natuurlijk wel dat we natuurlijk ook te maken hebben met 680 plaatsen die verdwijnen in de Veemarktgarage. En ik hoop dat hij wanneer het over twee weken met wat meer informatie hierover komt

36

dat hij daar ook wat over schrijft over hoe we dat gaan opvangen. Want het waarom, dat is misschien goed om even te noemen ook voor de mensen die iets minder goed ingevoerd zijn in dit dossier, de reden dat die Spuihavengarage buiten gebruik zou zijn is dat de werkzaamheden plaats gaan vinden om daar extra plekken bij te maken omdat die 680 plaatsen verdwijnen in de Veemarktgarage. Op het moment dat je dat uitstelt, die werkzaamheden, dan blijf je natuurlijk nog wel zitten met het probleem van die 680 plaatsen waar we denk ik ook wat aan moeten doen. De heer Nederhof: Voorzitter? De voorzitter: Nee, moment. De heer Kuhlmann: Dan kan de wethouder iets over zeggen, want ik heb toch nog een vraag. Wethouder Van der Linden: Ja, sorry. Nou kijk, het klopt natuurlijk dat als je in augustus een idee hebt over hoe het zou kunnen en dat ga je uitwerken dan kom je tot afwegingen die leiden tot een ander plan. En daar hebben wij met z’n allen goed over nagedacht. Zoals u weet hebben we een stuurgroep waarin de deskundigheid op het gebied van stedenbouw, verkeer enzovoort is gebundeld en waarin we ook met meerdere wethouders inzitten, dus die afweging maken we samen en dit is de gedachte die we nu hebben. Het is inderdaad wel zo dat de Veemarktgarage behoorlijk veel capaciteit heeft. Voor een deel lossen we dat op door onderscheid te maken tussen kort parkeren en vergunning parkeren.

Dat vergunning parkeren gaan we anders verdelen. Er komt natuurlijk ook een kleine gebruiksgarage terug in Huis van Stad en Regio. De Veemarktgarage staat, als je kijkt naar het gebruik, lang niet altijd vol, dus dat is ook al eerder toegelicht. We gaan uit van een gebruik waardoor we zien dat de meeste tijd en voldoende capaciteit over is door het gebruik van de bestaande garages. Op enkele piekmomenten zal het krap zijn, en daar gaan we op terugkomen, nog andere oplossingen voor verzinnen. Parallel hieraan, er komt ook nog, maar dat zal denk ik nog een paar weken langer duren dan de twee, drie weken die ik heb vermeld net, ook nog een parkeerbalans. En die parkeerbalans is bedoeld om inzicht te geven in wat de capaciteit is die we nodig hebben in de binnenstad, niet alleen de westkant maar ook richting de oostkant, de komende jaren, omdat we natuurlijk de komende jaren heel veel veranderingen gaan realiseren in de stad. En die kan dan worden betrokken bij nou ja, dat zal in de nieuwe periode zijn - de verdere planvorming. Maar inderdaad de analyse, wat doen we met die 680 zit daar voor een groot deel in, maar we kunnen wel alvast wat eerste lijnen in aangeven in de RIB die over drie weken uw kant op komt. De voorzitter: Prima. Ik heb nog meer interrupties voor u. Mijnheer Oostenrijk, en dan nog mijnheer Nederhof. Mijnheer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter.

De reden tot deze bespreking was de aankondiging dat beide parkeergarages op datzelfde moment in dezelfde tijdspan buiten gebruik zouden zijn, en dat heeft ook voor de CDA-fractie voor onrust gezorgd. Nu begrijp ik van de wethouder, en dat zal ons deugd doen, dat de sluitingen oftewel de uitbreiding en de sloop uit elkaar worden getrokken. Die suggestie die had ik ook al achter de kiezen om

37

inderdaad die loskoppeling te maken. Wij delen de opvatting om zo snel mogelijk te beginnen met de uitbreiding van de Spuihaven om daarmee ruimte te krijgen voor parkeren, in ieder geval voor een belangrijk deel, om dan de beschikbare parkeeraccommodatie van de Veemarktgarage dan in zijn totaliteit te benutten. Ik ondersteun de wethouder daarin volledig om dat traject dan ook te bewerkstelligen, om aan want alleen dan kan je de grootste pijnen verzachten. Het neemt niet weg dat we natuurlijk nog wel een paar problemen hebben op te lossen, maar die zijn van geringe aard dan we nu veronderstelden. Dus wat dat betreft alle steun voor de wethouder om de sluiting van de beide garages te ontkoppelen, dus na elkaar eerst de Spuihaven en daarna de sloop van de Veemarkt. De voorzitter: Maar mijnheer Oostenrijk, ik vind het heel erg leuk, niet voor het een of ander. Ik denk dat de wethouder ook blij zal zijn met de steunbetuiging, maar een interruptie is erop gericht om een vraag te stellen, en die heb ik niet gehoord. De heer Oostenrijk: Ja, mijn vraag is of de wethouder die steun als zodanig ervaart en daar zich ook keihard voor gaat inzetten. De voorzitter: Ja, nou, mijnheer Van der Linden. Wethouder Van der Linden: Ja, als u goed geluisterd heeft, en dank overigens voor de steun.

In ieder geval voor het niet helemaal zo doen zoals we het in augustus ons voor ogen hadden, maar vandaag gewoon goed naar gekeken hebben. De bedoeling is dat we eerst Veemarkt gaan slopen en daarna de Spuihaven gaan aanpassen, want anders dan ga je gewoon interfereren met het project Huis van Stad en Regio, dus de essentie was juist dat dat niet zou kunnen. Dus het zijn met twee glaasjes andersom dan u het interrumpeerde. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Maar voorzitter dat is een ander verhaal als dat ik net beluisterde, want… Wethouder Van der Linden: Het is het identieke verhaal, ja. De heer Oostenrijk: Nou, dan is het het omgekeerde als dat ik heb willen bewerkstelligen, want als dit zo is dan hebben we dus nog steeds het bestaande probleem dat de Spuihavengarage niet de buffer vormt voor het slopen van de Veemarktgarage, dus dan hebben we tijdens de sluiting van de Spuihavengarage geen enkel alternatief voor parkerende bezoekers. En dat kan niet. Wethouder Van der Linden: Nee, ik ben daar net op ingegaan. Ik ga het nog een keer gewoon even herhalen een stukje. De Veemarktgarage heeft een maximale capaciteit van 680, die wordt vrijwel nooit 100 procent benut. We gaan vergunning parkeren wat er plaatsvindt anders verdelen.

We gaan het bezoekers parkeren kunnen we voor een groot deel kwijt in het Spuihavengarage, en het is voor de reguliere weken is dat voldoende. Zoveel overcapaciteit is er in beide garages. Daarnaast heb je een paar

38

piekmomenten, en daar hebben we dan inderdaad een aantal aanvullende plekken voor nodig. Nou, die gaan we uitwerken, maar het dilemma is dus vele malen kleiner dan wat we vorig najaar constateerden bij het gelijktijdig uitvoeren van beide werkzaamheden. We gaan nader op in de RIB die u krijgt, en dan zult u zien dat het natuurlijk niet zo pijnvrij een garage kan weghalen waar zoveel plek is, en een grote verbouwing kan gaan doen waardoor je een nieuw gemeentehuis, een nieuw Huis van Stad en Regio kan realiseren, maar de overlast zal een stuk minder zijn. En we kunnen dat heel goed regelen met alle maatregelen waar u de eerste termijn ook al naar verwees. De voorzitter: Ja, prima. We hebben nog een interruptie van de mijnheer Nederhof, maar voordat we verdergaan stel ik voor dat we wat de sloop van de garages betreft naar de mededelingen die we gehad hebben even wachten op de RIB die eraan zit te komen, en niet dezelfde vragen blijven herhalen, want dat schiet niet op. Mijnheer Nederhof, u bent. De heer Nederhof: Ja, nog even een korte vraag … Ik had gevraagd: is het eind juni duidelijk welke concrete invulling er zijn? Lukt dat eind juni? Wethouder Van der Linden: Ja, dat gaat lukken. Natuurlijk is dit wel een dusdanig complex serie projecten die tegelijkertijd of vlak na elkaar wordt uitgevoerd.

We kijken bij zo’n planning steeds voort laat bouwen op uitgangspunten die je dan weer ziet, maar eind juli weten we ongeveer wel hoe we dit moeten gaan doen ja. De heer Nederhof: Ja. Oké, voorzitter. Dan heb ik nog een kleine opmerking. Mag ik even? De voorzitter: Jazeker. De heer Nederhof: Ik moet eigenlijk mijnheer Kuhlmann hartelijk danken voor de uitleg van daarnet, want hij zei zo voor degene die niet zo bekend zijn met dit dossier. Nou, dat vond ik nogal minachtend naar onze commissieleden, dus ik neem aan dat iedereen z’n dossierkennis paraat heeft. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nederhof. Nou, dan beschouwen we dit punt als afgehandeld. Wachten we verder … O, mijnheer Kuhlmann wil nog iets zeggen. De heer Kuhlmann: Ja, heel kort, hoor. Ik ben me ervan bewust dat er ook mensen meekijken, dus niet in de commissie zitten, en in dat licht gaf ik die opmerking. Voor zover de heer Nederhof zich aangesproken voelt is dat natuurlijk niet de bedoeling. Ik ga ervan uit dat hij altijd alle stukken grondig leest. Dus als een nare opmerking is binnengekomen dan was dat zeker niet zo bedoeld. Maar ik weet er kijk er nu eenmaal mensen mee, en dat is denk ik goed om op een begrijpbare manier de woordvoering te doen, dan kan iedereen het volgen. Dat is alles. De voorzitter: Zo is het wel genoeg. De heer Nederhof: Het is eigenlijk voor de bühne.

39

De voorzitter: Nee, wacht even. Het is eigenlijk, ik heb het laten gaan, omdat het gewoon een vriendelijk intermezzo was, maar eigenlijk is het een interruptie op een interruptie en daar heb ik daarnet mijnheer Portier voor afgestraft, dus we gaan daar hier ook niet mee verder. Dus prima zo. Even kijken, hoor. Nou, dan is dit punt zover afgehandeld. 3. Vragen aan het college De voorzitter: En dan gaan we dus nu verder met de vragen aan het college. Mijnheer Stolk … Die zijn ook alle twee voor mijnheer Van der Linden. Mijnheer Stolk heeft vragen aangemeld over de gevaarlijke situatie op de kruising Nassauweg, Julianaweg. Mijnheer Stolk, vertel. De heer Stolk: Nou, het is zo dat vorige keer hebben wij al dit kruispunt aangehaald. Daar is positief op gereageerd door de wethouder en er is ook al een verkeersdeskundige geweest die heeft ook gekeken, en mijn vraag van de VSP is: hoe staat het ermee, omdat begin januari weer een behoorlijke aanrijding met gewonden is geweest, en dat was al vijf dagen in het nieuwe jaar. En daardoor dat deze vraag ook weer gesteld dit: hoe staat het ermee? De voorzitter: Oké. We sparen het heel even op. We doen die van mijnheer Tabak er gelijk bij, dan kan de wethouder ze in één keer beantwoorden. Ik wil nog wel eventjes meegeven.

De vraag gaat over de dienstregeling van de waterbus, en ik wil er wel even bij zeggen: u kunt uw vragen stellen en de wethouder geeft daar een antwoord op, als hij dat heeft – dat zal vast wel – maar het is niet de bedoeling dat we hier nu over gaan debatteren. Dus hou dat goed in gedachten met z’n allen. Mijnheer Tabak, gaat uw gang. De heer Tabak: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn vraag gaat ook over de halte aan de Hooikade. Die is nu gesloten en in de nieuwe plannen. Betekent dat het een half jaar dicht is per jaar? We hebben gezien dat er in de stad een petitie is gestart. Die is inmiddels door 6400 mensen getekend om de halte weer te openen. Ik heb ook gezien dat de VSP en GroenLinks inmiddels vragen hebben gesteld. Ik ben erg benieuwd naar het in- en aantal uitstappers wat gebruik maakt van die halte, maar de vraag die nog niet gesteld is de volgende: wat zou het Dordrecht kosten om de halte weer te openen tussen oktober en april volgens de dienstregeling van voor 1 januari? Daar ben ik eigenlijk benieuwd naar. Ik weet niet of de wethouder die gelijk kan beantwoorden, en anders graag dan misschien wel schriftelijk als u kunt met het antwoord. De voorzitter: Oké.

En voordat de wethouder begint met beantwoorden van de vragen zie ik hier een aankondiging dat mijnheer Van der Meer een aanvullende vraag … U had ook een vraag aangekondigd voor de vragen aan het college, begrijp ik dat goed? De heer Van der Meer: Ja, over dit onderwerp. Over de Hooikade ook. De voorzitter: O. nou, het staat niet op mijn lijst. Dat is wel een beetje vreemd. Maar stelt u het maar bij en … O, voordat we verdergaan mijnheer Jansen heeft nog een

40

interruptie op mijnheer Tabak. Laten we die eerst doen, en dan gaan we dan door naar de vraag van mijnheer Van der Meer. De heer Jansen: Dank u, voorzitter. Het is iets meer aanvulling dan interruptie, maar de heer Tabak stelt een hele goede vraag. Ik heb de aanvullende vraag daarbij als we dan toch gaan berekenen wat het zou kosten: wat zou het kosten om het niet helemaal volledig te herstellen, maar om het te herstellen op de rendabele uren? De voorzitter: Ja. En dan hebben we nu nog ruimte voor het aanvullen van de vragen van de heer Van der Meer, en dan hebben we alle vragen bij elkaar en dan kan de wethouder in één keer door. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ik heb begrepen dat de wethouder zich ervoor inzet om nog in deze collegeperiode met een oplossing voor de gesignaleerde problemen te komen. Mijn vraag is of hij dat inderdaad ook in deze commissie kan bevestigen dat hij zich daarvoor inzet, en of hij kan aangeven wanneer onze vragen en die van de VSP worden beantwoord en op welke termijn oplossingen naar zijn verwachting in beeld kunnen zijn? Dank u wel. De voorzitter: Goed. Dan zijn alle vragen gesteld.

Ik zie dat er nog een los draadje is van het vorige onderwerp, maar eigenlijk had ik al begrepen of de vraag was of deze Raadsinformatiebrief over die verkeersstructuurplan ter kennisname naar de raad kan, maar er komt over 14 dagen een nieuwe dus ik denk dat dat sowieso wel kan zo. Ja? Prima. De griffier knikt. Dan is nu het woord aan de heer Van der Linden voor de antwoorden op de vragen van het college. Gaat uw gang. Wethouder Van der Linden: Zeker, dank u wel. Ja, de eerste vraag was van de heer Stolk die natuurlijk ook al eerder, althans de VSP heeft daar eerder vragen over gesteld, de verkeersveiligheid situatie op de kruising bij de Nassauweg. Nou, er is overleg geweest, met de buurt gesproken, er zijn een aantal oplossingen verzonnen die gaan werken. De middenberm wordt dichtgezet. Ja, we zijn in overleg met een aannemer en die moet nog een aantal dingen uitzoeken en ook een prijsopgave doen, dus dat vergt even tijd. Maar de middelen zijn er en we gaan zo snel als mogelijk tot uitvoering over. En we weten allemaal dat aannemers het druk hebben, maar we willen hier zo snel mogelijk met voorbereiding en uitvoering te beginnen. Ja? Dank. Dan ga ik even naar het bundeltje over de Hooikade. Nou, het klopt. Er zijn artikel 40 vragen gesteld door VSP en GroenLinks en die gaan wij natuurlijk zo snel mogelijk beantwoorden.

Ik verwacht beantwoording niet volgende week maar de week erna in het college te hebben en het komt daarna naar u toe. Dat zal begin februari zijn. Ja, en intussen zijn we natuurlijk ook aan het kijken wat is er mogelijk. Kijk, u heeft in de krant gelezen dat er pakweg 200 reizigers in de winterperiode per dag zijn, dat varieert natuurlijk wel een beetje. U heeft ook gelezen dat een bedrag van drie ton genoemd is om de dienstregeling in z’n oude situatie te hebben, zoals het was. Nou, dan kunt u ook uitrekenen wat het ongeveer per reiziger gekost. Er zijn natuurlijk wel ideeën geuit over wat nog meer zou kunnen. Nou, we gaan die ideeën uitwerken, en daar komen we ook t.z.t. op terug, en ik neem aan dat de artikel 40 beantwoording zo compleet mogelijk

41

zullen maken, hoor, wat weer leidt tot een vervolggesprek, dus dan nemen we de rest van de vragen in mee. De voorzitter: Oké. Er is een interruptie voor u van mijnheer Portier. Gaat uw gang. De heer Portier: Ja, voorzitter. Ik ben benieuwd wat dan de bron is van die 300.000, want als ik kijk naar wat er moet gebeuren, de boot is er al, want in de zomerdienstregeling die kan wel gedaan worden. Dus je hebt het over wat extra brandstof, een beetje extra onderhoud en misschien een personeelslid dat voor die uren ingehuurd wordt. Hoe kan het op drie ton uitkomen? Wethouder Van der Linden: Ja, dit is een indicatief bedrag. Zullen we gewoon afspreken dat de artikel 40 vragen beantwoord worden en dat we dan terugkomen op de opties die er eventueel nog zouden zijn? De heer Portier: Ja, voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Portier? Gaat u daarmee akkoord? De heer Portier: Ja, als er een duidelijk bedrag komt met ook hoe dat berekend is dan ga ik daarmee akkoord. Wethouder Van der Linden: Ja, ik ken niet de detaillering in z’n geheel, maar ik ga ervan uit dat we ze zo gedetailleerd mogelijk in beeld kunnen brengen wat dat betekent, ja. De voorzitter: Dat gaan we zien dan. Oké, u had nog meer vragen te beantwoorden? Wethouder Van der Linden: Volgens mij heb ik alles gehad. Misschien dan een tussenstapje. De voorzitter: Nou, mijnheer Tabak wil graag reageren.

De heer Tabak: Nou, nog heel even inderdaad over die kosten dan, want die kosten komen volgens mij in die artikel 40 vragen niet aan bod, dus daar wacht ik eigenlijk ook in beantwoording op. Maar kan de wethouder daar toch een memo aan toevoegen of iets dergelijks om dat toch nog iets uit te werken? Wethouder Van der Linden: Nou, die artikel 40 vragen wil ik zo snel mogelijk beantwoord hebben, en begin februari is haalbaar. Er is een aantal suggesties gedaan: nou, zo zou het ook kunnen inzetten, enzovoorts. Die wil ik even zeker stellen voordat ik daarmee naar buiten kom. Ik ga ervanuit dat het beste werk al in één keer kan, maar mocht dat een week later zijn dan wil ik wel alvast uw artikel 40 vragen beantwoord hebben. Ik probeer dat zo corresponderend mogelijk te laten verlopen. De heer Tabak: Ja, dank u wel. De voorzitter: Prima. Dan hebben we alles gehad. Dank u wel, wethouder Van der Linden, voor uw inbreng.

42

Wethouder Van der Linden: Graag gedaan. Sluiting 55. Rondvraag De voorzitter: Dan hebben we nu alleen nog de rondvraag. Heeft er iemand iets voor de rondvraag? Mijnheer Struijk? De heer Struijk: Ja, voorzitter. De voorzitter: Rondvraag. De heer Struijk: Dank u wel. Een rondvraag dan wel een rond mededeling. Wij hebben een aantal maanden geleden met elkaar vergaderd over: ja, het ging allemaal niet zo lekker bij de Commissie Fysiek. Hebben wat afspraken gemaakt, en volgens mij hebben wij toen onder andere afgesproken, wat betreft de behandelvoorstellen, dat als je niet akkoord gaat met het voorstel van de griffie dat je dat vooraf per mail aan de griffier doorgeeft. En dan krijgen we keurig altijd een herinnering van. Wat de laatste keren eigenlijk iedere keer toch weer gebeurd is dat er mensen zijn die zich daar niet aan houden en toch met een wijziging komen, dat er ook mededelingen gedaan worden over diverse behandelvoorstellen. Volgens mij is dat tegen de afspraak en ik vind dat eigenlijk een beetje jammer. Dus ik zou willen vragen wat meer discipline volgende keer. Laten we ons gewoon houden aan onze eigen regels. Ik dank u. De voorzitter: Over de mededelingen heb ik trouwens wel degelijk iets gezegd daarnet, en ook over het feit dat we dat eigenlijk van tevoren moeten melden als we iets willen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/404/documents/16065