2.2 Notulen Dordrecht Commissie Grote Projecten 28 januari 2021.pdf
Tekst van het document
Maar het gaat ook over dat buitenruimte niet alleen maar publieke ruimte is, dat is ook een programma. Het ene deel is een speelplaats, het andere is een evenemententerrein, het andere is een park om te wandelen of om te sporten of om te verblijven langs het water. En dat heeft ook allemaal zijn eigen maat nodig. Voor de hoeveelheid mensen die daar kunnen komen, dus dat speelt ook mee als je zo’n ontwerp maakt voor zo’n gebied. De heer Noldus: Helder, mooi. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dan ga ik over naar mijnheer ’t Lam. En die had al een vraag gesteld in de chat over die bijlage 2. Deel 2 zouden we hebben ontvangen, klopt dat? We hebben hier even gekeken, maar we hebben dat niet kunnen vinden bij de stukken. Dus zo even tussendoor vraag ik dan toch even of dat klopt dat wij dat niet hebben ontvangen. En bij
18
wie dat dan eventueel vandaan gaat komen. Daar mag u over nadenken. Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u wel, voorzitter. Ja, een van mijn twee vragen heeft u al gesteld. Ik moet zeggen dat het een buitengewoon heldere uitleg is over het boekwerk van 122 pagina’s. Belangrijk om er ook op deze manier dingen over te horen, dan gaat het toch meer leven dan dat je het alleen leest. Zeker als je niet zo’n ruimtelijke ordening persoon bent zoals ik. Ik heb een vraag over een van de belangrijke doelstellingen, namelijk dat is de bouw van zes duizend woningen. En die zes duizend woningen, die zouden dan gerealiseerd worden tot het eind van het plan neem ik aan, 2040. En nu hebben we ook een andere doelstelling, namelijk de bouw van 10 duizend woningen tot 2030. En mijn vraag is: in hoeverre zijn die 6000 woningen die gepland zijn in de spoorzone nu ook onderdeel van de doelstelling van het college om in 2030 10 duizend woningen te bouwen. Ofwel, gaan we 16 duizend woningen bouwen of gaan we 10 duizend woningen bouwen, of ergens iets ertussenin? Kunt u daar iets van vertellen of misschien de wethouder hoe ik dat moet zien. De heer Paardekoper: Ja, voorzitter, als het mag. We hebben de doelstellingen natuurlijk helder geformuleerd, maar dat betekent niet dat we in dit gebied nog 6 duizend woningen erbovenop gaan plannen. De totale doelstelling hebben we met elkaar geformuleerd.
We hebben ook gezegd: er is een zoektocht naar een uitbreiding van onze planvoorraad voor de periode na deze raadsperiode. En daar zal naar mijn inschatting dit deel van de spoorzone ook een belangrijk element in moeten zijn. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer ’t Lam, tevreden? Ik hoor u niet. De heer ’t Lam: Foutje. Ik vind het een beetje een algemeen verhaal, ik snap dat ook wel. En ik snap ook dat de wethouder niet exacte aantallen kan noemen. Maar ik krijg toch een beetje de indruk dat de spoorzone met zesduizend woningen vooral nodig is om de doelstellingen van 10 duizend woningen te halen. Dat is op zich niet erg, maar dat mag dan gewoon gezegd worden. De voorzitter: Oké, waarvan akte. Even kijken. In het rijtje zag ik nu mevrouw Stolk nog staan, maar dat was volgens mij de vervolgvraag. Ik weet niet of u nieuwe vragen heeft, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, maar dat is meer een politieke vraag denk ik. Dus ik wil het even wachten tot aan Mecanoo. De voorzitter: Ja, doen we later. Even kijken, mijnheer Van der Kruijff, had u nog een vraag aan mijnheer Paardekoper: De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, inderdaad. Ik had twee inhoudelijke en straks ook nog even over deel 2 nog een klein aanvullend vraagje bij wat u al formuleerde. Maar laat ik beginnen met de inhoudelijke vraag.
In de plannen stond ook heel mooi inderdaad de overkapping van het station. Het Wijnzichtpark wat doorloopt de stad in, waarmee u als ik het goed las het groenste station van Nederland zouden gaan krijgen. Het ziet er heel mooi uit. Maar het geeft natuurlijk ook wel wat hoogteverschillen. Dus misschien dat u daar nog wat toelichting op kunt geven hoe u dat allemaal voor zich ziet qua ook
19
bereikbaarheid voor mensen die allemaal wat minder mobiel zijn, of dat allemaal kan. En we waren ook benieuwd of er wellicht elders in het land ook voorbeelden zijn waarbij dat eerder is gedaan. En aanvullend de vraag: op het moment dat we dat park over het spoor heen gaan doen, of daar nog beperkingen aan zitten vanuit veiligheid gedacht. Aangezien zoals u net zei vooralsnog ook wel gevaarlijke stoffen over dat spoor rijden. Als dat park eroverheen gaat lopen en mensen daar wandelen, of daarnaar gekeken is of dat uitvoerbaar is. Een andere vraag die ik nog had, u gaf in een eerder antwoord aan dat er ook wel een aantal keuzes aan ten grondslag liggen wat u niet gaat doen. Bijvoorbeeld u zei de N3 verdiepen gaan we niet doen. En wellicht heeft u ook nog wel een aantal andere varianten ook voorbij gehad, die wij ook misschien wel gevraagd gepresenteerd hebben gekregen, waarvan u zegt: die gaan we niet doen. Want wij lezen in het boek natuurlijk niet wat u niet gaat doen, maar misschien heeft u nog wel een aantal dingen besloten die we niet gaan doen. Daar ben ik dan ook wel nieuwsgierig naar. En de laatste was de procedurele vraag. Het ging net over een deel 2, een dikke hardcover boek, een mooi boek overigens wat we gekregen hebben. Dat spreekt ook over een deel 2.
En hebben we het nou over hetzelfde deel 2? En ik vroeg me dan af, dat is dan inderdaad wel een procedurele vraag. Wethouder Sleeking gaf aan van: hierna krijgen we ook uitvoeringsprogramma’s. En dan vroeg ik me af: krijgen we nou uitvoeringsprogramma’s op basis van dit deel 1 of komen die dan pas na een deel 2? Hoe verhoudt zich dat allemaal tot elkaar? De heer Paardekoper: Deel 2, ja, het grote mysterie. Er is een deel 2, dat wordt ook in dat eerste deel benoemd. Dat gaat over hetzelfde deel. En ik weet niet of hier aanwezig Piet of Luuk daar iets over kunnen zeggen. Maar ja, volgens mij zegt dat meer iets over het proces en hoe je samenwerkt. En dat is zeker goed om ook naar te kijken. Even kijken, dan hebben we het station, het groenste station. Zeker daar is het grensstation wat zo groen is en wat ook zeker geen station is wat zo enorm mooi park, of wat vroeger een buitenplaats was, direct naast zich heeft. Dus die kans, eigenlijk is er dat al. Maar die kans is er ook om het nog te vergroten. We zien natuurlijk wel de belemmering en het probleem van het station waarbij eigenlijk nu, dit is gewoon een rare situatie dat je alleen met je ov-pas van de ene naar de andere kant kan.
Wat we daarin met NS en met ProRail hebben besproken is, dit is wel voortgekomen ook uit een paralleltraject tijdens de ontwikkeling van deze visie, met NS, ProRail en provincie en de gemeente Dordrecht samen. Dus die partijen hebben ook al meegedacht. En nou, dat zal u weten. Maar een NS en ProRail zijn behoorlijk precies in wat ze wel en niet willen. Als het gaat over bijvoorbeeld die bereikbaarheid, over beheersbaarheid, over de betekenis van zo’n ovknoop. Ook intern bij die partijen zijn er natuurlijk genoeg discussies over welke kant ga je op. Maar het is wel gezien we met dit tekenen, bijvoorbeeld die onderdoorgang, daarmee goed de bereikbaarheid en ook beheersbaar om de perrons te bereiken. Ook dat is iets, dat speelt ook op andere locaties. Een voorbeeld is station Groningen, waar nu op die manier aan gewerkt wordt. De over kruisingen, dus dat je juist over het spoor heen gaat, dat is iets wat nu veel meer in ontwikkeling is bij ProRail. Dat was denk ik 510 jaar geleden nog helemaal niet het geval, dat die partijen daarvoor open stonden. Maar nu wordt dat juist veel meer omarmd als een kans, zelfs bouwen boven het spoor. Nou, dat hebben we hier niet voorgesteld, dat is hier ook niet wenselijk met die gevaarlijke stoffen. Maar het wandelen en het fietsen daaroverheen, dat is allemaal prima.
En ook daar zijn voorbeelden van te vinden, bijvoorbeeld recent zeg ik even uit mijn hoofd Den Bosch, waar zo’n soort overgang is gemaakt. Niet zo breed als hier, echt
20
als een park, maar wel grote passerelles die van de ene kant naar de andere kant gaan. En er zijn nog een paar voorbeelden voor, ook in Zwolle geloof ik uit mijn hoofd. Dus dat is ook goed om daar in de volgende fase ook gewoon daar nog verder op in te gaan. En die spoorpartijen hebben ook gezegd: daar willen we samen aan gaan werken. Dan hadden we nog een vraag. U zei nog, even kijken. De heer Van der Kruijff: Ja, ik had gevraagd, er zijn een aantal dingen die u niet gaat doen. Of er nog meer dingen zijn. De heer Paardekoper: Nou, er is wel eens gesproken bijvoorbeeld, ik heb er een paar al genoemd, maar de discussie over het hele spoor bijvoorbeeld ondergronds. Onder de Oude Maas door is in het verleden wel eens aan de orde geweest. Dat is ook wel aan het begin toen wij startten aan de orde geweest. En we hebben heel bewust gezegd van: dat moet je gewoon niet willen. 1, omdat je maakt de opgave nog complexer. Je maakt ook dat je stad echt veel langer op de schop ligt. Het betekent ook een gigantische investering die kan afketsen, die enorm kan uitlopen. Dus daar hebben we ook van gezegd: dat moeten we niet doen. Nog iets waarvan we hebben gezegd, dat heb ik eigenlijk ook al genoemd, wat we niet moeten doen is de Brugweg met al die gedachtes om hem te slopen en in allerlei andere varianten. Volgens mij lagen er vier varianten om hem af te wikkelen.
Dat zagen we niet als goede ideeën, dus ook daarvan hebben we gezegd: dat zou je niet moeten doen. Nou zijn er vooral langs het spoor denk ik nog wel gedachtes over station zuid, dat is toch een belangrijke. Die moet snel opgewaardeerd worden en her-ontwikkeld. En wij hebben toen gezegd, er is toen de discussie geweest van: zouden we hem helemaal moeten slopen, moeten sluiten, en dat leerpark die gaat vervangen? Daarvan hebben we gezegd: nee, dat zou je ook niet moeten doen. Je moet juist zorgen dat je en leerpark en dat zuid zo meteen met nog meer stations onderdeel gaat worden van zo’n citysprinter. Dus het metronetwerk waaraan gedacht wordt over de hele oude lijn van Dordrecht tot aan Leiden. Dus nou, dat zijn een aantal van de dingen waarvan we nadrukkelijk hebben gezegd: dat moeten we niet doen inderdaad. De voorzitter: Ik krijg hier van de commissiegriffier ook het Transferium Weeskinderendijk door. Wat we dus niet gaan doen. De heer Paardekoper: Ja, wij stellen in ieder geval in de visie voor om dat niet te doen. Te zorgen dat je je grote opvang van je autoverkeer al veel meer aan de randen van de stad op te vangen. En dat betekent niet alleen Amstelwijck, maar dat zou je ook aan de kant van het Wantij bijvoorbeeld een plek moeten hebben. Je zou op meerdere plekken moeten kijken.
Dat is toch wat je nodig hebt en wat je ziet in het Deltaplan mobiliteit, wat landelijk eigenlijk gaande is. Waarbij je gewoon moet zeggen: die steden die gaan verdichten, daar heb je gewoon ruimte nodig voor ontwikkeling voor mensen om te wonen, om te verblijven, voor voorzieningen. Dan moet je, daar heb ik het in het begin al even over gehad, die enorme impact die een auto heeft in een stad, dat is allemaal weer even wennen denk ik. Maar als je iets verder kijkt naar andere steden, dan zie je dat dat prima kan. De steden die wat dichter zijn, en dat dat heel veel voordelen oplevert. Een voorbeeld, een auto die rijdt met 30 of 50 kilometer per uur, die gebruikt 70 vierkante meter meer ruimte dan iemand die wandelt. Dat is echt enorm. Nou, als je dat vertaalt naar bijvoorbeeld al minder snel rijden of meer auto’s aan de randen, meer voor de bewoners en voor het bestemmingsverkeer. Dan kan er heel veel ruimte ontstaan om je stad op een hele aantrekkelijke manier te verdichten.
21
De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Sleeking had inmiddels zijn camera uitgezet, maar die zet hem gelukkig weer aan. Gaat uw gang. De heer Sleeking: Ja, voorzitter, ook nog twee dingen. En nogmaals, het wordt in de visie gepresenteerd. En op de vraag van mijnheer Van der Kruijff van: wat gaat u wel doen en wat gaat u niet doen? Ja, daar zijn wij natuurlijk als gemeentebestuur ook vooral zelf van met de partijen. En er zal nog heel veel gerekend en getekend moeten worden om te kijken of al die planonderdelen ook werkelijk te reduceren zijn en mobiliteit. Ik geloof dat collega Van der Linden vanavond ook aangesloten heeft. Mobiliteit dat zal hier ongetwijfeld een hele belangrijke rol in gaan spelen. Of deze plannen en planonderdelen ook te realiseren zijn in het kader van mobiliteit, automobiliteit. Kijk, als je zo’n station hebt gemaakt, dan vraag je je af of er nou überhaupt nog iemand met de auto naar Dordt wil komen, want iedereen wil natuurlijk bij dat station komen. 2, dat Transferium, ja, ook daar denk ik: daar zullen we nog eens goed naar moeten kijken. Dat dijklichaam wat nu geprojecteerd is tegen het spoor, dat zou volgens mij ook nog wel ruimte kunnen bieden om daar iets van een soort van Transferium in te integreren. Dus dat lijkt me ook nog niet helemaal van de baan. En 3, dat is inderdaad al enige tijd aan de orde geweest.
Maar los van de achternaam moeten wij niet te veel aan dode paarden gaan trekken denk ik, zo verdiept. En 3, dat betekende zo gigantische investering. En als je ziet dat die nu net helemaal wordt gerenoveerd met alle geluidsschermen van dien, dan lijkt het eerlijk gezegd niet realistisch om daar nou je geld op te zetten, je kaarten op te zetten, maar meer te kijken: hoe kun je dat op een andere manier inpassen? Dan nog deel 2 van het boek, daar wil ik toch even op ingaan. Daar wordt naar verwezen achter in het boekwerk, de ontwikkelstrategie. Die gaat voor een deel in op de praktische kant van de ontwikkelstrategie, met name de samenwerking. Ja, we moeten daar nog even goed naar kijken. Er zitten strategische onderdelen in met eerst de financiële uitwerkingen. Waarvan ik heb gezegd dat het mij niet verstandig lijkt dat die in openbaarheid komen. Dus we moeten denk ik even uitsplitsen wat van deel 2 gewoon openbaar kan worden en welk deel de raad vertrouwelijk c.q. geheim ontvangt. Om te voorkomen dat anderen misschien hun voordeel gaan doen met bepaalde uitgewerkte ideeën die daarin genoemd zijn. Dus dat is op dit moment een strategische keuze geweest, omdat dat nog niet beschikbaar is. Dus ik zal u wel toezeggen dat dat zo snel mogelijk dan wel gebeurt. En alles wat openbaar gemaakt kan worden, dat het dan ook in dat tweede deel gaat gebeuren.
De voorzitter: Oké, dank u wel, mijnheer Sleeking. Alvorens ik, want mijnheer Van der Linden die wilde ook nog wat zeggen, maar mijnheer Schalken die zat helemaal aan het eind van het rijtje om nog een vraag te stellen aan mijnheer Paardekoper. Mijnheer Schalken, kom er maar in. De heer Schalken: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, ik kan natuurlijk namens Beter voor Dordt alleen maar aansluiten bij alle complimenten over de presentatie en die visie zoals die ook in dit mooie naslagwerk hebben gekregen. Ik had in eerste instantie ook nog vragen rondom het station. Alleen daar heeft mijnheer Van der Kruijff al vragen over gesteld. En ik had nog wel een vraag die te maken heeft met het tot stand komen van deze visie. Een vraag aan mijnheer Paardekoper: in hoeverre hebben de huidige bewoners en huidige gebruikers ook input geleverd die geleid heeft tot die visie die er nu ligt?
22
De heer Paardekoper: Ja, het is belangrijkste woord, het antwoord daarop is wel corona. Het is in die zin een coronaplan dat we ook gestart zijn in de eerste lockdown. En dat heeft wel ertoe geleidt dat we heel veel sessies die we ook met bewoners, met Stichting de Stad, met Duurzaam Dordrecht, hadden willen doen. Dat die niet hebben kunnen plaatsvinden natuurlijk. Dat is jammer. We hebben wel, ja, natuurlijk goed door het gebied kunnen gaan, heel veel kunnen spreken op die manier ook met ondernemers, met bewoners, met veel mensen van de gemeente, ambtenaren. En ik hoop dat wij, dus er is wel ook over gedacht van: kunnen wij dit nu ook op bepaalde manieren online toch gaan faciliteren, omdat we niet weten hoelang we natuurlijk nog in die situatie verkeren. Dat neemt niet weg dat we eigenlijk altijd heel graag juist op die manier het contact ook verder gaan brengen. En alle ideeën uit de stad nog meer zouden willen, dat dit ook inspireert, dat het mensen blij maakt, dat er ook aanvullingen op komen van mensen, de bewoners van Dordrecht, maar ook mensen die misschien in Dordrecht gaan wonen. Of juist bedrijven, ondernemingen. Dus dat zou heel erg mooi zijn als we die stap nu juist ook kunnen gaan zetten. Dat is in mijn ogen iets wat we nu niet naar de volledigheid hebben kunnen doen die we hadden gewild.
De heer Schalken: En heeft u wel, een hele korte vraag, wel al eerste reacties gekregen van de huidige gebruikers en ook bewoners? De heer Paardekoper: Ja, zeker. En er is bijvoorbeeld ook wel een van de manieren, volgens mij is dat mijnheer Gert-Jan, die net ook even aan het woord was … De heer Schalken: Mijnheer Kleinpaste. De heer Paardekoper: Ja. Die mij had uitgenodigd, even kijken, volgens mij is dat volgende week, bij Dordt Talk aan te sluiten. Dus dat is ook een moment om nog breder te kunnen communiceren denk ik met de stad. En dat mensen ook vragen kunnen stellen, dat er nog meer interactie kan zijn over deze ideeën. Ja, het zou heel mooi zijn als we die stap wat breder kunnen zetten. Want dat is essentieel dat het ook een plan wordt van iedereen. En het liefst ook vanuit eigenlijk alle lagen, dus moeten er ook meerdere middelen denk ik voor vinden. Want niet iedereen luistert of gaat dit voorbij zien komen, of kijkt op de website van Dordrecht. Dus eigenlijk zou je een goede communicatiestrategie, daar wordt over nagedacht binnen de gemeente, hoe je dat nog veel breder bereik zou kunnen maken. En ja, het is nooit af nogmaals. Dat is ook iets wat je verder ontwikkelt en in die gesprekken ook weer kan verrijken alleen maar zou ik zeggen. De heer Schalken: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké.
Mijnheer Kleinpaste wordt genoemd en die zegt dus gelijk dat die wat wil zeggen. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, ik denk: laat ik hem maar even verduidelijken. Volgende week donderdagavond in Via Cultura, onze wekelijkse twee uur radio over actuele thema’s, is mijnheer Paardekoper te gast om over dit plan, en dan ook wat interactiever, ook het nodige te vertellen. Het is een openbaar plan, dus op die manier kan je ook bijdragen om dat te verbinden met de stad.
23
De voorzitter: Dat is wel even schaamteloze reclame, mijnheer Kleinpaste. Maar goed. Eenieder die wil kan contact met u opnemen. Even kijken, misschien, nee, ik ga eerst vragen of er een van de commissieleden nog een vraag heeft aan mijnheer Paardekoper. Want anders dan wil ik voorstellen om heel even te pauzeren en dan doen we daarna nog even het college aan de tand voelen. Want mevrouw Stolk die had daar nog wat op, mijnheer Oostenrijk heb ik gezien. Dus ik denk dat dat misschien wel even apart kan. Is er iemand die nu nog iets wil vragen? Nou, er komt niks. Zullen we even, nou wat zullen we zeggen, tot 21:40 gaan we verder. En dan kunnen jullie even ook kijken of er nog eventueel een nabrander is naar Mecanoo. Of anders of u een vraag heeft voor het college. D66 wil alleen complimenten doen, zeggen ze in de chat. Nou, dat is mooi. We gaan even pauzeren en 21:40 gaan we nog even verder. En ik denk dat dat niet zo heel erg lang hoeft te zijn. Tot zo. Zo, dames en heren, de tweede ronde. En er zijn hier en daar wat vragen aan het college, maar ik wil wel alvorens jullie die vragen gaan stellen, meldt dat even in de chat, dan wil ik eerst even het woord geven aan mijnheer Van der Linden, op zijn zolderkamertje. De heer Van der Linden: Ja, dat klopt. Ik doe even mijn licht uit. Zo, anders krijg ik zo’n rare plek op mijn hoofd.
Dank, ja, er is al heel veel gezegd over verkeer en mobiliteit. En daar sluit ik even bij aan. Enkelen van u vroegen van: is het wel mogelijk om die Burgemeester de Raadsingel autovrij te maken? Nou, we hebben daar wel onderbouwingen voor of redenaties op en cijfers die uitwijzen dat dat zou kunnen. Maar dit is natuurlijk wel een plan wat je stap voor stap moet doen. We zijn eerst bezig met de uitvoering van het verkeersstructuurplan Spuiboulevard, dat hebben we vorig jaar vastgesteld. Dus die Spuiboulevard autoluw maken is al een hele grote ingreep. Daar hoort ook bij parkeren bij de Weeskinderendijk, wat natuurlijk een voorziening is die er nu is, die we ook echt nodig gaan hebben de komende jaren bij alle verbouwingen die er zijn. Dus elke volgende grote ingreep ten aanzien van mobiliteit ook, dat wordt natuurlijk separaat aan u voorgelegd. Ik denk dat ik het hier even bij hou. De voorzitter: O, dat was een hele korte, mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ik zou bijna zeggen: dat bent u van me gewend toch? De voorzitter: Ja, dat is ook zo. Net als van mijnheer Oostenrijk. Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Mijnheer Van der Linden die zegt: stap voor stap. Die snap ik, alleen ik mag toch aannemen dat die stap voor stap nu in een nieuwe context wordt geplaatst.
Dus dat die stap voor stap niet zodanig is dat de volgende stappen dit hele visiedocument gaan doorkruisen. De heer Van der Linden: Mag ik, voorzitter? De voorzitter: Jazeker. De heer Van der Linden: Nee, dat klopt. Context is alles en context hebben we hard nodig. Want context geeft ook richting. En in het eerste blok zijn ook wat vragen beantwoord over: wat gaan we niet doen? Of wat hebben we nu in ieder geval niet meegenomen. Dat betekent ook dat we een aantal dingen wel gaan doen. Nou, ik heb
24
dat al aangeduid, een visie van 20 jaar. Als je over 20 jaar de skyline van Dordt bekijkt en alle plaatjes gaat vergelijken, dan zullen er heus een aantal dingen niet gebeurd zijn of heel anders gebeurd zijn. Maar de richting die we inzetten, die is nodig. Want we willen groeien naar een stad van 140 duizend mensen. Daar hoort ook mobiliteit bij. En die mobiliteit kun je binnen de contouren van de stad niet alleen met een auto oplossen, daar hoort veel ov bij. En ook anders kijken naar fietsen, leefbaarheid en lopen. Maar natuurlijk, we blijven een heel goed bereikbare stad. Dat moet ook, anders word je niet aantrekkelijk. En de visie die hier is neergelegd, dat is de basis. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik hoor u zeggen van de skyline en dat was nog wel even een grapje hier richting mijnheer ’t Lam, die zo mooi de skyline van Dordt in het logo heeft van de Dordtse SP. Dat gaat er dan denk ik ook heel anders uitzien. Dus wij zijn nieuwsgierig naar hoe dat dan vertaald gaat worden. De heer ’t Lam: Dat lossen we weer op, voorzitter. Maar er blijft een tomaatje in zitten. De voorzitter: Ja, dat hoort erbij, dat hoort erbij. Maar goed, ik had u gevraagd of u allen in de chat wilde melden of u vragen heeft. En jawel, daar komt de eerste. Dat is mijnheer Wringer, Beter voor Dordt. Gaat uw gang. Ja, een grote kerk zit al in het logo, mijnheer Veldman, van de SP.
De heer Wringer: Ja, dank u voorzitter. We hebben een vraagje aan de wethouder Van der Linden. De visie is natuurlijk heel erg mooi. Daar moeten we nu al rekening houden met projecten die nu op starten staan. In hoeverre conflicteert de nieuwe fietsenstalling met de uitbreiding van het centraal station? Als we natuurlijk meer sporen krijgen, de perrons worden verbreed, dan moeten we dadelijk de nieuwe fietsenstalling opschuiven? Of is daar nu al rekening mee gehouden? De heer Van der Linden: Een hele goede vraag. U weet dat we heel blij zijn met de nieuwe fietsenstallingen. Omdat die niet alleen een plekje is waar je je fiets neerzet, maar ook de entree naar de stad is. Als je vanuit de zuidzijde de stad in gaat, het park ook weer een plus geeft. Dus die gebiedsontwikkeling die brengen we op gang. Het hangt er een beetje vanaf in welk tempo en op welke manier en ook wat het uiteindelijke eindbeeld is van wat het station gaat doen. U weet ook dat je dan gaat praten over het verplaatsen van het rangeerterrein, je kan ook wat doen met andere lijnvoeringen. Dus dat kan ik nu niet zeggen. Het kan wel zo zijn dat als je op de lange termijn kijkt, dat je dan ooit een keer ook weer een verbouwing gaat doen of iets gaat hergebruiken. Voorlopig zijn we ervan overtuigd dat de stalling, zoals die nu wordt neergezet, heel belangrijk is en ook goed gaat functioneren.
En zoals u weet: ik ga eind dit jaar, de voorbereidingen lopen nu, maar eind dit jaar is de bedoeling dat de stadrealisatie start. De heer Wringer: Dank u. ik heb nog een tweede vraag. Mag dat, voorzitter? Dank u. deze visie die raakt elke Dordtenaar die hier woont. Want dat wordt natuurlijk een gigantisch bouwproject. Om nou de stad mee te krijgen, kunnen we de stad niet bijvoorbeeld een boekje sturen, zoals wij hebben gehad, met misschien een eenvoudig plan, zonder dat je plaatjes hoeft te sparen, zodat alle Dordtenaren zeg maar zo enthousiast worden zoals de raad is zeg maar.
25
De heer Van der Linden: Ja, dit vind ik wel een mooie. Nou goed, aardige suggestie. Het boek wat u heeft is in ieder geval digitaal beschikbaar. En u heeft gezien, dat memoreerde de voorzitter ook al, dat er al heel veel communicatie en media-aandacht is geweest. Maar de komende tijd gaan we echt het gesprek met de raad en de commissie nodig hebben, maar ook met de stad. En daar zijn al wat initiatieven voor genomen, dus laten we ook kijken of we die kring van mensen die dit interessant en relevant vinden om over te praten, of we die kring zo groot mogelijk kunnen maken. En hoe dat moeten we nog maar bekijken dan. De heer Wringer: Dat lijkt me een goed idee, dank u. De voorzitter: Oké, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, dank. Ja, toen ik vanochtend de krant las was de eerste column die ik las die van Kees Ties. En hij begon: wauw, kan mijn stad er zo uitzien? Het is natuurlijk een schitterend plan wat hier ligt. En ja, het is inderdaad natuurlijk geweldig als je stad er op een gegeven moment over een aantal jaren er zo uit kan zien. Maar ik heb ook nog een aantal vragen aan het college, hoe het staat met het actief werven van externe partijen. Of ze daar al mee bezig zijn. En is er ook al actief onderzoek, detailonderzoek, naar oplossingen voor ruimtelijke belemmeringen en hindernissen.
Als je kijkt bijvoorbeeld naar de Weeskinderendijk, de vervuilde grond waar vroeger Ozon heeft gestaan. En denk ook aan de bedrijven die daar nu zitten, want die zijn niet meer ingetekend op deze plaatsen. Ja, die zou je op een of andere manier uit moeten kopen. Is daar al over nagedacht? En is er ook al actief met een onderzoek begonnen naar woningbehoefte, verkeer en vervoersontwikkeling, milieueffecten, dat zijn eigenlijk even de vragen die ik een beetje heb voor het college tot nu toe. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Sleeking. De heer Sleeking: Ja, ik weet niet of u eerst vragen wil inventariseren of dat we gewoon per vraag. De voorzitter: Nee, laten we er maar van uit gaan dat dit gewoon een presentatie is aan de hand waarvan we vragen stellen. Want anders zijn er namelijk al meerdere partijen in overtreding met meerdere woordvoerders. Dus we gaan het gewoon zo doen, u mag antwoord geven en wellicht scheelt dat ook weer voor een ander. Gaat uw gang. De heer Sleeking: Voorzitter, ik heb al voorspeld dat er nog wel veel meer vragen los zullen komen, naar mate mensen ook deze boekwerken hebben bestudeerd. Dat is ook helemaal niet zo gek, want het is echt veelomvattend. Dus die kunnen ook altijd nog wel schriftelijk worden ingediend of op een ander moment. We zijn natuurlijk al druk in gesprek met partijen die daar bijvoorbeeld grondposities hebben.
De eerste gesprekken vinden al plaats om tot mogelijke verwerving te komen. Want wij willen daar wel graag een beetje regie krijgen in dat gebied, omdat de gemeente Dordrecht tot nu toe maar een heel klein puntje daar in dat gebied in bezit heeft. Andere partijen, andere bedrijven die daar zitten, die zullen natuurlijk ook actief benaderd gaan worden om te kijken in hoeverre zij willen participeren in deze hele ontwikkeling. Ik kan me voorstellen dat er sommige bedrijven zijn die in de toekomst ook een plek kunnen krijgen in dit gebied. Want het hoeft geen eenzijdig woongebied te worden, er kunnen ook andere functies
26
aan worden toegevoegd. Dat maakt het alleen maar levendiger. Ja, de grote partijen, dat heeft mijnheer Paardekoper ook al benadrukt, die zijn natuurlijk in het hele traject al heel actief betrokken. Al dan niet in deze ontwikkelvisie, dan wel bijvoorbeeld via de verstedelijkingsalliantie of samenwerkingsverbanden waarin ook andere collega’s actief zijn. Want dit is natuurlijk wel iets wat aan de raad gepresenteerd wordt waar het hele college actief bij betrokken is. Dit wordt ook heel regelmatig binnen het college besproken. En als u de projecten bekijkt, dan ziet u natuurlijk ook dat zowel collega Heijkoop als Burggraaf als Stam allemaal een belangrijk onderdeel in de portefeuilles hebben die raakvlakken hebben met deze visie. Ontwikkelaars, ook daar zijn natuurlijk al geruime tijd mee in gesprek. En we willen met name, als ik inzoom op de ontwikkeling Maasterras, daar toch wel koersen op een wat intensievere samenwerking met wat grotere partijen. Die we ook echt in staat achten om daar een substantiële bijdrage aan te gaan leveren. Die ook bereid zijn om risicodragend mee te doen, zodat niet alle risico’s eenzijdig bij de gemeente Dordrecht landen. En voor wat betreft de hele woningbouwopgave en de woningvraag, ja, daar hebben we natuurlijk al verschillende onderzoeken naar verricht. Ook de regionale visie die ligt weer ter bespreking.
En mijnheer Paardekoper heeft al aangegeven dat dit plan daar ook op aansluit. Die 2500 woningen die in dit deel van de spoorzone nu zijn voorzien, die passen ook in de ambitie die we met elkaar hebben vastgelegd. Tot zover. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Nog een vervolgvraag. De vervuiling op de Weeskinderendijk, verboden om te, hoe noem je dat. De heer Sleeking: Ja, goede relevante vraag. We weten natuurlijk al heel lang dat dit gebied te kampen heeft met historische vervuiling, die ook voortdurend wordt gemonitord. Dat is ook de afgelopen 20 jaar al. En bij de ontwikkeling van dit gebied zullen we daar natuurlijk rekening mee moeten houden. Dat zal leiden tot deels sanering, waar het noodzakelijk is. Soms kun je vervuiling ook inpakken. Er wordt niet op elke vierkante meter straks gewoond. Het moet natuurlijk veilig zijn, milieutechnisch moet het veilig zijn. Dus dat soort plannen moeten ook worden goed gekeurd. Maar er valt nog wel heel veel te onderzoeken, ook op dat gebied. Het is natuurlijk een gebied, als je daar doorheen loopt, waar heel veel narigheid ook wel bij elkaar komt. Het geluid van spoor en wegen, het vervoer van gevaarlijke stoffen en inderdaad de vervuiling die daar al in de grond zit. Dat maakt het geen eenvoudige opgave, maar wel een hele mooie opgave. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik zag daarnet ook nog mijnheer Van der Linden in beeld.
Ik weet niet of hij hier ook nog wat over wilde zeggen, want anders dan ga ik door. Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, kort. Mevrouw Stolk vroeg naar partijen. Nou, we hebben natuurlijk heel veel partijen nodig voor alle ontwikkelingen op deelterreinen. Maar in ieder geval, daar is ook al wel gememoreerd, ProRail en NS zijn goed betrokken. U weet dat we voor die ov-ontwikkeling ook samenwerken met de oude lijn coalitie zeg maar, de verstedelijkingsalliantie voor het bouwen. Die is ongeveer dezelfde als de alliantie die ook naar mobiliteitsinvesteringen op de oude lijn kijkt. En die is opgenomen in het eerste lijstje van, nou ja, de hele discussie over het groeifonds. Wat natuurlijk een enorm groot traject wordt waar ook heel veel geld mee gemoeid is. Tot zover.
27
De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik heb verder in de chat geen vragen meer gezien. Ik weet alleen nog wel, dat staat al een stukje terug in de chat, dat mijnheer Oostenrijk nog iets wilde vragen. En dat ik me niet meer helemaal kan herinneren of hij die specifieke vraag nou al had gesteld. Daar komt die. De heer Oostenrijk: Nee, voorzitter, die had ik niet gesteld, want ik had aangegeven dat ik hem straks wilde stellen. De voorzitter: Oké, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Dat betreft het tijdsschema wat ook aan de stukken is toegevoegd. Een vraag aan wethouder Sleeking: geldt dat tijdsschema nu nog steeds? Want dat betekent dat het tempo hoog wordt voor wat betreft de besluitvorming over de inhoud van het raadsvoorstel. De heer Sleeking: Ja, voorzitter, ik heb het tijdsschema niet bij de hand. Maar we moeten natuurlijk niet op voorhand al gaan twijfelen aan een tijdsschema. De ambitie is groot. Het momentum is daar, veel partijen die met ons willen meedoen. En nogmaals, dat draagvlak ook politiek zeg ik nog eens een keer nadrukkelijk is wel erg van belang als je met zo’n visie zoals dit aan de slag wil gaan. Want het is niet alleen maar nog voor deze lopende raadsperiode, het is iets wat zich over vier of vijf raadsperiodes heen zal ontwikkelen.
En daarom is het ook van belang, ook wat mij persoonlijk betreft, dat daar politiek bij zulke grote ontwikkelingen ook een stevig draagvlak politiek moet worden ontwikkeld. De heer Oostenrijk: Voorzitter, dat betekent dus met zoveel woorden dat in het tijdsschema staat aangegeven dat we in februari het raadsvoorstel gaan bespreken en vaststellen. Klopt dat, mijnheer Sleeking? De heer Sleeking: Ja, voorzitter, dat hangt ook van de commissie en van de raad af, want die gaat over zijn eigen agenda. Dat komt eraan. En de stukken waar ik eerder naar verwees, deel 2, dat heb ik ook ondertussen even gecheckt, daarvan is die splitsing intussen gemaakt. Dus ik wil daar nog wel even naar kijken of we daar geen ongelukken mee krijgen, maar dan wordt een deel daarvan gewoon openbaar en digitaal ook beschikbaar gesteld. En het ander komt vertrouwelijk c.q. geheim naar de raad. De voorzitter: Prima, dank u wel. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, toch aanvullend daarop, anders krijgen we misschien wat verwarring. We hebben net bij de termijnagenda volgens mij afgesproken dat we na deze presentatie in de volgende commissie grote projecten, en volgens mij staat die eind maart gepland, deze ontwikkelvisie gaan bediscussiëren, en dan zal die daarna in de raad komen. Dus dat die in februari in de raad komt lijkt me stug.
Dat we haast moeten maken en voorts moeten stappen, dat ben ik met de wethouder erg eens. En ik zou het ook graag wel in samenhang doen met de financiële kant, oftewel de business cases en de Enecomiddelen. Want ja zeggen tegen een visie zonder een begin van het begrip hoe dat financieel uitpakt en hoe we dat willen gaan doen, dat lijkt me ook een ingewikkelde.
28
De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, zoals mijnheer Sleeking al zei: de raad gaat over zijn eigen agenda. En die agenda is dat we op 18 maart voor het eerst dit gaan bespreken. Maar ik weet niet of mijnheer Sleeking nog meer haast heeft? De heer Sleeking: Nee, voorzitter. Ik denk dat dat terecht is wat mijnheer Van der Kruijff daar opmerkt. En vervolgens, ja, wordt er natuurlijk ook al gewerkt aan de maatschappelijke business cases om inzichtelijk te maken wat de haalbaarheid en betaalbaarheid is van de verschillende projectonderdelen. En ja, daar zal natuurlijk ook weer telkens afzonderlijke besluitvorming over plaatsvinden. De voorzitter: Ik denk helder, hè, mijnheer Van der Kruijff. Ja, oké, dank u wel. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik hoorde mijnheer Sleeking terecht opmerken dat dit hele plan en deze visie zich over meerdere raadsperioden gaat uitstrekken. Ik hoor mijnheer Paardekoper in zijn presentatie iets zeggen over mogelijk dat het verstandig zou kunnen zijn om daar ook een projectbureau specifiek op in te zetten, die ook over die periodes heen zou kunnen blijven functioneren. Zijn daar gedachten over binnen dit college om dat op die manier te doen? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Sleeking. De heer Sleeking: Ja, voorzitter, dat zullen we zeker in een volgend stadium ook aan de raad voorleggen.
Continuïteit en kwaliteit zijn essentieel bij de doorontwikkeling en uitvoering van al die plannen die we hebben. Dus daar hoort gewoon een gedegen en stevig programmabureau bij, waar vanzelfsprekend ook de integraliteit en de supervisie belangrijke onderdelen van zijn. Want zo wil je ook zo’n ontwikkeling borgen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Verder heeft zich niemand meer gemeld in de chat. Dan wil ik u eigenlijk voorstellen om dit punt voor nu af te sluiten. Wel met de afspraak erbij die we hebben dat als u nog vragen heeft, ze natuurlijk altijd via de griffie gesteld kunnen worden. Vooruitlopend op de inhoudelijke bespreking. Die staat dus, zoals ik net al zei, voor 18 maart gepland. Dus er zit nog eventjes wat ruimte. En ik kan me ook voorstellen dat het boek en alle andere informatie eromheen, en met wat u vanavond weer gehoord heeft, dat u dat ook even op uw gemak allemaal nog weer even wil bekijken. Dan sluit ik dit punt af. Dank aan Mecanoo, aan mijnheer Paardekoper, en die heb ik al genoeg complimenten gegeven vanavond, dus dat ga ik nu verder niet meer doen. Tenslotte 8. Rondvraag De voorzitter: Dan hebben wij alleen nog op de agenda de rondvraag staan. Ik weet niet of iemand daar iets voor heeft. Ik zou zeggen: binnen 3, 2, 1. Nee, ik zie niks verschijnen. Dan ga ik ervanuit dat alles duidelijk en helder is. 9. Sluiting
29
De voorzitter: En dan wil ik u bedanken voor deze zeer prettige manier van vergaderen, kan ik eigenlijk wel zeggen. En ja, ik ga mijnheer Sleeking gewoon een compliment geven, want die gaat nu in beeld komen en ik heb echt zoiets van: die vist ernaar. Mijnheer Sleeking, dank voor uw inbreng. Het is toch altijd weer speciaal hoe enthousiast u kan zijn over de visie enzovoort. Maar u wil zelf nog wat zeggen, gaat uw gang. De heer Sleeking: Ja, voorzitter. Ik heb vernomen dat het presidium binnenkort bij elkaar komt om te kijken welke onderdelen straks in grote projecten, dan wel in de commissie fysiek aan de orde komen. Waarbij mijnheer Van der Kruijff ook het project stadswerven noemde. We hebben dat met elkaar wel benoemd als een groot project. Dus ja, ik ga niet over uw agenda en de besluiten daarom, ik zou er wel voor willen pleiten om dit toch wel wijk Stadswerven een goede plek te blijven geven in het geheel. En als zodanig misschien ook te kijken wat we eerder besloten hebben met elkaar. De voorzitter: Dank. Het is natuurlijk altijd goed om voor dit soort dingen te pleiten. Ik heb ook het idee dat het met name bedoeld is voor eventuele deelplannen en niet voor de overall plannen. Maar we gaan het er in het presidium over hebben en daarna komt het allemaal vanzelf weer terug. Mijnheer Kleinpaste die zegt: fijne avond nog.
Ik geloof niet dat die nog iets verder toe te voegen had. En ik wil jullie allemaal nog even een fijne avond wensen. Nogmaals, een prettige vergadering was dit. Lekker de tijd kunnen nemen voor, ja, om alles een beetje op een rijtje proberen te krijgen. En ik ga het nu heel spannend vinden, want ik ga nu zo over straat. Nou ja, eens kijken wat dat is, zo’n avondklok als je wel over straat mag. Goed, welterusten en tot de volgende keer.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 23 maart 2021. De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
30