CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 Notulen Gemeente Dordrecht Gemeenteraad 13 juli 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 september 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 13 en 14 juli, de Commissie Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 29 juni, 7 juli en 31 augustus, en de Commissie Grote Projecten van 30 juni 2021.53.090 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Daar wordt gevraagd om voor de DordtPas en OV 65-plus af te wijken van de incidentele funding die er nu in zit, naar een structurele financiering. Ook hier heeft u als raad in 2019 twee besluiten opgenomen, namelijk voor de DordtPas dat die wordt ingevoerd en na twee jaar voorafgaand aan de verlengoptie, dus er is wel degelijk een voorbehoud gemaakt dat er eerst een evaluatie plaats gaat vinden alvorens u besluit tot het verlengen daarvan. Er vindt een evaluatie plaats en die is in 2022. Dus dat maakt het consistent dat dit geen structurele uitgave nog is maar als incidentele uitgave is opgenomen. De andere is OV 65-plus, ook die is aan het begin van de begroting 2019 als incidenteel beleidswens opgenomen voor 2 miljoen. En dat is ook consistent met de aantallen periodes hiervoor waarbij dat ook elke keer weer is afgewogen per bestuursperiode. Dat zijn ook afspraken die gewoon voor vier jaar gelden, dus die afspraken die destijds zijn gemaakt zijn voor deze periode voor vier jaar gemaakt, dus u … Er zal ook weer, mocht de volgende raad wederom hier wat

43

op willen, weer opnieuw aan tafel gegaan moeten worden met inmiddels de nieuwe busmaatschappij, dat was Arriva, dat is nu Qbuzz, om te kijken wat dan de kosten zijn om zoiets mogelijk te maken. Dus vandaar dat het ook logisch dat het incidenteel is en daarmee ook ontraden we dit amendement. Dan tot slot, volgens mij, voorzitter, motie 1, realistisch begroten. Nou, we zijn het volledig eens met D66 dat realistisch begroten, ja, de ambitie is en daar werken we ook bij elke begroting hard aan. Ik ben het er niet mee eens dat we nu een hele conservatieve begroting hebben, want ik constateer zelf dat we deze periode, vergeleken met vorige periode, op een aantal vlakken een stuk minder conservatief zijn met begroten. Bijvoorbeeld dividend Eneco, wat elke keer niet voor het volledige bedrag wat toen nog 6 miljoen in de begroting was opgenomen, maar eigenlijk elk jaar wel weer een voordeel uitkwam, nou ja, die is eruit gevallen. De groeiambitie die we inmiddels in de begroting hebben opgenomen, dat is een inkomst waarmee je ook, nou ja, je ambitie vormgeeft in je inkomstensfeer maar ook wel betekent dat je minder conservatief begroot. En bijvoorbeeld op jeugd een aantal zaken ook zeggen van, ja, daar mogelijke kostenuitloop, dat laten we via de reserve lopen. Dus daarmee ben ik van mening dat we echt de begroting in Dordrecht al een stuk scherper aan de wind hebben zitten.

Wat niet wil zeggen dat er nog steeds in de jaarresultaten we zien dat er voordelen zijn. Ja, dat was deze periode natuurlijk ook deels door de coronaeffecten, en anderzijds is het ook wel iets waarin we dit jaar in de sturing meer ruimte hebben gegeven om binnen de budgetten die u geeft ook te kunnen schuiven. Dus dat je, dat heb ik ook al eerder gezegd, bijvoorbeeld bij wijze van spreken van, achterstallig onderhoud wegen waarbij je de ambitie moet hebben om dat wat ruimer in te plannen met je uitvoerende werkzaamheden, zodat je daarmee een grotere kans maakt dat je het ook daadwerkelijk realiseert, datgene wat je in een jaar als ambitie hebt. Dan de tweede onderdeel van de motie. De heer Tiebosch: Voorzitter, dan nog … Als het mag? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mijnheer Tiebosch. De heer Tiebosch: Kijk over dat conservatief begroten, daar gaat het vooral over het begrip dat het altijd aan de hele veilige kant zit, met het begroten van een eindresultaat. Bijvoorbeeld, bij de begroting 2021 komt die uit op een nadeel van 1,6 miljoen. Bij de Kadernota wordt het meerjarig perspectief, wordt dan gebruikt voor het beeld, dus het eindsaldo van de begroting 2021 is het vertrekpunt voor het meerjarig perspectief. Daar zet u het eindsaldo van de begroting van 2021, zet u op 2,5 miljoen negatief. Dus u gaat nog een miljoen zakken.

Nog geen twee weken later komt u met de burap, en dan presenteert u 3,2 miljoen voordelig resultaat. Dan denkt iedereen, zo, dat is mooi. Maar in die 3,2 zit dan weer een fors bedrag wat uit de algemene reserve wordt gehaald om dat resultaat mooier te laten lijken. En kijk, wat ik graag wil, dat is gewoon realistisch begroten. Dat we dan ook een goede discussie hebben over of dat bedrag wat daar als eindsaldo opgezet wordt en waarmee dan de komende jaren een meerjarenperspectief wordt gegeven, en waar terecht denk ik uiteindelijk motie M10 door de coalitiepartijen plus de Partij van de Arbeid op wordt gemaakt, want iedereen wil die begroting sluitend hebben. Maar dan zul je wel met elkaar eens het goede gesprek moeten gaan voeren. En vandaar ook mijn strijd om nu eens te stoppen met al die budgetoverhevelingen, om gewoon voordat je nieuw geld gaat aanvragen zoals mevrouw Koene dat noemt, dat is

44

helemaal geen nieuw geld. Dat is gewoon iets uit je reservepotje pakken en je hebt het gewoon al. De voorzitter: Dit is een interruptie, meneer Tiebosch. Even wat uw vraag is, reflecteer daar eens op. De heer Tiebosch: Nou, mijn vraag is of het college dan openstaat om daar, helemaal niet negatief bedoeld, maar we moeten de komende jaren moeten we echt al die gevragen die er zijn moeten we samen optrekken. Om eens goed naar die begroting te kijken of de systematiek zoals u die nu hanteert, of die ook gewoon duurzaam is. Bent u daartoe bereid? De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Ik stel voor dat dat gesprek dan nog eens een keer goed in de auditcommissie wordt gevoerd. Want ik herken deze discussie in ieder geval niet van de afgelopen jaren wat dat betreft. Dus ik stel voor dat we dat in de auditcommissie daar nog eens even wat meer in de diepte bekijken. Kijk, wat je bij begroten natuurlijk sowieso altijd moet afwegen is: vanaf welk moment neem je de circulaires mee in je verhaal. En daar zijn wij, daar zit je altijd te worstelen met, nou ja, je hebt dan een beetje een beeld ongeveer wat het gaat worden en ga je dat dan meenemen in je kadernota of laat je dat op een later moment uw kant opkomen. Dus ergens heb je altijd wel, ja, een arbitraire grens.

En mijn perceptie is dat we daar heel open met u over communiceren en met u delen, om te laten zien wat we wel en wat we niet meenemen. Maar goed, nogmaals, ik denk dat dit iets is wat zich dan leent om in de auditcommissie nog eens een keer met elkaar het gesprek over te voeren. Voor wat betreft de budgetoverhevelingen ben ik het niet met u eens wat in de motie staat, om daar maar mee te stoppen. Want daar hebben we al gewoon scherpe spelregels opstaan. En dat zijn altijd incidentele budgetten die je over het jaar heen brengt. En dat doe je dan vaak omdat je op een specifiek thema zegt: ja, we hebben net nog een halfjaar langer nodig bijvoorbeeld om het uit te voeren. Doen we volgend jaar, dan is het zonde om budget weg te halen en dan vervolgens weer opnieuw in het jaar erop te moeten gaan doorvoeren. En bovendien is het iets wat u als raad zelf vaststelt. Budgetoverhevelingen gaan niet vanzelf, dat zijn gewoon aparte besluiten die door u als raad worden genomen. De voorzitter: Dank. Mijnheer Tiebosch, tot slot. De heer Tiebosch: Ja, voorzitter. 1, ik heb niet aangegeven dat we moeten stoppen met budgetoverhevelingen. In de motie staat voorgesteld om dat twee jaar niet te doen. Daarmee ga je zelf een stukje meehelpen in de situatie van zero budget begroting.

Je gaat de lucht namelijk eruit pompen, al die zaken die iedere keer maar van jaar tot jaar doorgaan, maar niks voor gebeurt. Dat ga je daarmee stoppen. En 2, dat is dat je met elkaar er vanuit moet kunnen gaan dat als u met een kadernota komt met een begroting, dat dat een offerte is die het college aanreikt aan deze raad waar je van zegt: daar mag u dit komend jaar op gaan rekenen. En ik heb het niet over allerlei projecten en programma’s die voor vier jaar worden vastgesteld. Maar het gaat specifiek over alles wat exploitatiebudget is, daar moet de raad op kunnen rekenen dat u dat daadwerkelijk ook in dat jaar doet. Daar is deze motie voor bedoeld.

45

De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, dat is niet anders dan wat we doen, dat we daarop sturen. En ik zou dat echt willen ontraden om die budgetoverhevelingen niet meer te doen. Omdat nogmaals het iets is wat je niet automatisch doet, dus daar hebben we elk jaar bij de jaarrekening een kritische toets op. En een aantal spelregels op, dus dat gaat niet automatisch. En het is nogmaals iets wat u zelf vaststelt. En ja, ik ben er echt van overtuigd dat als u die eruit wil halen, ook al is het maar voor twee jaar, dat je daarmee juist je flexibiliteit wegneemt en daarmee minder goed de ambities van de stad kan realiseren. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter. Het is al weer eventjes terug, maar ik wil het pleidooi van meneer Tiebosch ondersteunen. En ik vind het een beetje apart dat de wethouder zegt van: ja, ik heb daar nog nooit iets over gehoord in deze raad. Volgens mij heeft de VSP bij elke begroting in deze periode aangegeven dat daar ons mooiere getallen voorgehouden worden dan werkelijk is. We halen wat geld uit de reserve en we voeren dat op, omdat we dat dan uit kunnen geven. En dat hebben we dan als een soort winst. Nou, dat is geen winst, want dat komt uit de algemene reserve. Maar aansluitend daarop, voorzitter, want dan maak ik ook gelijk even gebruik van de vraag die wij hebben gesteld.

De begroting, wordt die dan ook aangepast, rekening houdend met reële en bijgestelde verwachtingen? En dan heb ik het over de woningen, de inwoners, de oplevertermijnen. Want daar is in deze kadernota echt onvoldoende rekening mee gehouden. De heer Burggraaf: Voorzitter, twee dingen. 1, is het bekend in gemeenteland dat je uiteindelijk begroot met ook inzet van reserves en dat dat uiteindelijk zo is dat inderdaad daar ook reserves in kunnen zitten wat niet op dat jaar als inkomst staat, maar je daar wel uitgaven tegenover zet. Nou goed, er zitten ook bijlages bij die richting Europa gedeeld moeten worden, waar u dat heel helder kunt zien wat uit een reserve komt en wat er binnen de exploitatie wel gedekt is. Dat is 1. En het tweede aspect voor wat betreft de conservatieve begroting of het realisme van het begroten van de inwonersgroei, nou, daarvan hebben we volgens mij twee keer per jaar brengen we daarvoor een update uw kant op en geven we aan in hoeverre de ambitie ook gerealiseerd wordt ten opzichte van de begroting die we hebben op het toename van aantal huishoudens en inwoners. En daarvan hebben we ook al aan u laten weten dat dat conservatief begroten is, dus we nemen een stuk minder op dan je per huishouden uit het gemeentefonds krijgt. Dus dat betekent dat als je daar wat in achterloopt, dat het niet meteen een begrotingseffect heeft.

Dus ik zie daar geen grote risico’s met betrekking tot de meerjarenbegroting op tegenvallers. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, aansluitend daarop. Dus even voor mijn beeldvorming. Ik hoor u dus zeggen dat u er geen rekening mee houdt in de komende begroting op de dingen die ik u net aangeef? De heer Burggraaf: Voorzitter, wat ik zei is: we begroten conservatief op de extra bijdrage die vanuit het gemeentefonds komt op basis van het aantal woningen wat je toevoegt, dan wel het aantal inwoners dat je groeit. En dat is een lager bedrag waarmee

46

we begroten per huishouden of per inwoner dan daadwerkelijk uit het gemeentefonds wordt gehaald. Dus daarmee is het een conservatieve begroting. De voorzitter: Dank. Dan hebben we daarmee de tweede termijn van wethouder Burggraaf gehad. En dan vraag ik de volgende wethouder naar voren. Dank, wethouder Burggraaf. Wethouder Sleeking. De heer Sleeking: Voorzitter, dank u wel. Reactie op enkele voorstellen die uit de raad naar voren zijn gebracht. Allereerst denk ik het budget dat is gereserveerd, is voorgesteld, voor de viering van de eerste vrije Statenvergadering. Ja, wij hebben daar natuurlijk al eerder met elkaar over gesproken dat het wat betreft het college van belang is dat dat budget ook in stand blijft. Omdat wij Dordrecht hiermee ook weer verder kunnen positioneren, in relatie tot het belangrijke jaar 1572 dat een stapje richting onafhankelijkheid van het jaar betekende. Samen met de stad 450 jaar eerste vrije Statenvergadering. En dat wordt een mooi compleet stedelijk programma met alle Dordtse cultuurinstellingen rondom de bekende thema’s denk ik intussen, vrijheid, verdraagzaamheid, verscheidenheid en verbondenheid. Lokaal, regionaal, landelijk, agenda zettend en dat ook in samenwerking met het project geboorte van Nederland. En de landelijke vrije stedenvergadering. Het is dus niet zomaar iets, het is ook niet iets heel incidenteels.

Er komt ook een uitgebreid onderwijsprogramma voor alle scholen in het PO en VO. Aanvullend is er ook nog een programma voor het MBO ontwikkeld rondom de vier thema’s en zullen de resultaten van de jongerentop die georganiseerd zal gaan worden ook duurzaam worden ingezet rondom het Hof van Nederland. Dus voorzitter, argumenten genoeg om deze mijlpaal ook goed vorm en inhoud te kunnen geven. Daarvoor is al eerder een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld. En wij zouden toch wel de raad willen voorstellen om daar aan vast te houden. Een groot deel van de cultuurnota is intussen van dekking voorzien, dat hebben we al eerder met u kunnen doen. Uiteindelijk zijn dit ook weer incidentele middelen die je dan vervolgens niet op een structurele manier moet willen gaan inzetten. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Twee vragen eigenlijk aan de wethouder. Van wat voor soort dingen georganiseerd worden. Nou lijken vooral bijeenkomsten en dergelijke nou niet geldverslinders. Wat zou je niet kunnen organiseren op het moment dat het budget gehalveerd is? En is het niet zo dat aandacht voor de eerste vrije Statenvergadering sowieso al binnen het Hof van Nederland zit en hoort? Waar we toch ook een paar ton, meen ik, nog in geïnvesteerd te hebben om daar van alles en nog wat aantrekkelijker te maken.

Dus hoe verhoudt zich dat tussen het niet kunnen halveren van het budget? De heer Sleeking: Voorzitter, als je dat zou willen, en je bent het daar met elkaar over eens, dan kun je ook besluiten om zoiets helemaal niet te vieren. Of om een heel beperkt aantal programmaonderdelen uit te voeren. Dat is een keuze die is gemaakt in de voorbereiding vanuit het mijlpalenprogramma, ook in de contacten die de burgemeester intussen heeft gelegd met een aantal andere steden in het land. Om dat ook wat grootser nog op te gaan zetten dan in het verleden. We zitten ook een beetje aan het eind van het mijlpalenprogramma zeg ik er meteen bij. Dus vanaf dat moment zal ook de burgemeester de portefeuillehouder zijn op dit onderdeel, maar dat terzijde. Ja, dat kan dus altijd. Wij denken dat het nodig is, we hebben dat natuurlijk met andere mijlpalen

47

ook gezien. En daarbij altijd de opmerking: het geld hoeft niet op. Maar juist vanuit de brede organisatie het betrekken van onderwijs, andere gemeenten daarbij, het belang van deze bijeenkomst voor de stad, maar ook voor het land, adviseren wij toch om dat budget in stand te houden. Ook omdat wij voor de uitvoering van het cultuurbeleid voldoende middelen hebben gevonden structureel. De voorzitter: Mevrouw Kruger als eerste. Gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, ik blijf toch een beetje verbaasd over wat meneer Sleeking nu aangeeft. Alhoewel fantastisch wat er allemaal op de plank ligt, wat er allemaal moet gaan gebeuren. We lezen trouwens 6 juli al bij RTV Dordt dat het allemaal al in kannen en kruiken is. Er komt een nieuwe Statenvergadering, er komt een televisieserie, er is een onderwijsprogramma en u haalt zelf ook aan: inderdaad zijn allerlei burgemeesters uit het hele land hierheen gekomen, of die zullen dan hierheen komen. Maar kost dat dan allemaal bij elkaar vier ton? Ik bedoel, we weten allemaal het salaris van een burgemeester is niet niks. En als je alle burgemeesters hierheen haalt mogelijk ook. Maar waar het om gaat is van: dit is een beleidswens.

En ja, waarom is er dan niet een voorstel gedaan tot kredietverlening als het allemaal zo belangrijk is? En blijft het hierop hangen, mevrouw Koene gaf het ook aan: wat kost dan wat? En hoe duur is dan iets? En dat het belangrijk is, dat staat als een paal boven water. En natuurlijk met al onze mijlpalen zetten we Dordrecht op de kaart. Maar dat hebben we ook al op allerlei manieren gedaan. De heer Sleeking: Voorzitter, als ik het wel heb zat er bij de aanbieding van de kadernota ook een programmablad met de beleidswens omtrent deze mijlpaal. Waaraan ook een financieel overzicht was toegevoegd waaraan u kunt zien hoe de begroting rondom deze mijlpaal is opgebouwd. En ja, als de meerderheid van de raad van mening is dat daarin moet worden geschrapt, dan staat het u vrij om dat te doen. Maar het college adviseert dat dus niet, gezien het belang wat wij hechten aan het vieren van deze mijlpaal. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ja, nog een aanvullende vraag. De voorzitter: Gaat het over mijn salaris of iets anders? Mevrouw Kruger: Nee hoor, want dat is algemeen bekend volgens mij, dat kan je zo Googelen. Maar waar het om gaat is toch ook wel, want van meneer Sleeking geeft aan van dat de hele cultuurnota, dat dat allemaal met dekking gevonden is.

Nou, volgens mij komen we nog structureel 65 duizend euro per jaar tekort en is daar nog geen dekking voor gevonden. Dus hoe kunnen we nou toch, want u kunt toch niet ontkennen dat dit incidenteel is? Dat feest wat gevierd gaat worden, dat gaat toch niet over vier jaar verder? Dit is wat er nu gebeurt, ik zeg niet dat alles onzin is of onzinnig is, maar het heeft geen langdurig effect. En wat wij in feite vragen is van: kijk nou wat je wel en niet kan doen, hoe kan je het anders uitbesteden. En ja, besteedt de andere helft gewoon aan het cultuurbeleid voor op de lange termijn. De heer Sleeking: Voorzitter, het pleidooi van mevrouw Kruger is helder. Wij blijven erover van mening verschillen denk ik. We hebben natuurlijk ook de afgelopen jaren al

48

aandacht besteed aan de viering van de eerste vrije Statenvergadering, ook daar waren overigens al een aantal burgemeesters aanwezig. Maar goed, de opzet nu bij 450 jaar krijgt natuurlijk wel een hele andere dynamiek, een andere vorm en inhoud, zal ook uitgebreid aan de orde komen. Er zullen ook elementen zijn vanuit de viering van die mijlpaal die een blijvend karakter zullen krijgen in het Hof van Nederland. Het Hof van Nederland heeft overigens geen afzonderlijk budget om jaarlijks de 1572 herdenking te vieren. Voorzitter … De voorzitter: Meneer Portier nog tot slot. De heer Portier: Ja, ik kan het toch niet laten om te vragen of de wethouder van een aantal zaken op de hoogte is. En nu we het weer zo vaak hebben over de vrije Statenvergadering, het begin van Nederland, religieuze tolerantie. Bent u ervan op de hoogte dat Willem van Oranje zichzelf nog steeds beschouwt als ze stadhouder, de wettelijke stadhouder, van Philip de Tweede. En dat het dus geen soort van onafhankelijkheidverklaring was, die kwam pas vele jaren later met de akte van verlating. Ik werd ervan overtuigd dat er absoluut geen sprake is geweest van het instellen van religieuze tolerantie, denk aan de chinode van Dordt waar de demonstranten veroordeeld werden, waar na zelfs de renaissance dominees het land uit werden gezet.

Weet u dat pas in 1798 bij de Bataafse Republiek bijvoorbeeld katholieken gelijke burgerrechten kregen. En weet u dat het begrip Nederland voor deze jaren een absoluut anachronisme is. De heer Sleeking: Ja, voorzitter, meneer Portier die kan altijd nog geschiedenisleraar worden volgens mij, na deze carrière. Dank voor deze uiteenzetting. Ik weet dat daar altijd discussie over plaatsvindt. Dus is nu ook juist het moment waarop die discussie kan plaatsvinden rondom de aangegeven thema’s, zoals ik die al eerder noemde, waarbij denk ik met name vrijheid en verdraagzaamheid toch belangrijke thema’s zijn ook om vanuit de stad uit te dragen als belangrijke thema’s. Die ook wij als kernwaarden zien. Voorzitter, ik heb nog twee punten. Dat is … De voorzitter: Mevrouw Koene, u heeft al een aantal keer geïnterrumpeerd op dit thema toch?” Mevrouw Koene: Een keer. De voorzitter: Een keer. Nou, dan krijgt u er nog een. Gaat uw gang. Mevrouw Koene: Ja, en daarna gaf u direct mevrouw Kruger het woord. Dus ik had nog een andere vraag. Want ik begrijp van de wethouder, tenminste zo klonk het, dat er dekking is gevonden voor de cultuurnota. En ik zal het gemist hebben, want ik weet het niet. Dus ik wil graag weten wat die dekking dan is. De heer Sleeking: Nou, laat ik het corrigeren.

We hadden niet voor alle onderdelen die in de cultuurnota, nieuwe cultuurbeleid, zijn geformuleerd al volledige dekking gevonden. Maar we hebben met elkaar een aantal prioriteiten gesteld. En daarvoor is die dekking in ieder geval wel gevonden. En nou ja, voorlopig kunnen we daarmee vooruit. En een dekking via deze middelen zou ook alleen maar weer incidenteel zijn, omdat het hier ook

49

weer om incidenteel geld gaat. En dat was nou juist bij het cultuurbeleid niet de bedoeling. Mevrouw Koene: Voorzitter, dus we blijven eigenlijk met de cultuurnota nog steeds een beetje kruidenieren? De heer Sleeking: Nou ja, voorzitter, ik spreek de hoop uit natuurlijk dat er straks voor een nieuwe periode nog meer geld gevonden gaat worden om nog meer elementen uit het vastgestelde cultuurbeleid en de cultuurnota vorm en inhoud te geven. Ik ben overigens wel content met de steun die er de afgelopen tijd uit de raad is geweest, om in ieder geval daar een start mee te maken. En ook een deel van die middelen al structureel beschikbaar te krijgen. Voorzitter, de Petri fontein, ja, wethouder Burggraaf heeft al gemeld met hoeveel blijdschap dat gepaard gaat. De langgekoesterde wens uit de raad, maar ook uit de rest van de stad volgens mij, om die Petri fontein weer aan te pakken. Maar het gaat nu om de dekking. Wij hebben in het verleden hebben we het zo genaamde KIOR-fonds ingesteld, kunst in de openbare ruimte. Dat is bedoeld om initiatieven die langskomen te stimuleren en om ook op zoek te gaan naar cofinanciering. Dat moet uiteindelijk matchingsbudgetten opleveren van 5 à 8 ton door derden. Omdat het niet de bedoeling is dat je uit dat KIOR fonds eenzijdig dit soort projecten financiert.

Er zijn allerlei lopende gesprekken met derden voor besteding en realisatie van nieuwe openbare kunstprojecten. Onder andere Jasser Bollenman, een mothership, die zijn bezig met de getijden baken. Gerard Lentink, waar we kosten gemaakt hebben aan Hanneken van Dordt, de hele voorbereiding, en waar wellicht nog een vervolg aan komt. Een kunstwerk van Arno Koene, een kunstwerk van Bruno Mertens, een replica voor het meubilarium. Het kunstwerk 400 jaar Dordtse synode. Volgens mij hebben we ook een deel van het budget gebruikt om de realisatie van het standbeeld van Willem van Oranje te realiseren. Voorzitter, er kan dus niet meer over het hele budget beschikt worden, er is al zo’n halve ton besteed. En het restant is minder dan 2 ton. En het is ook niet de bedoeling dat dit in een keer wordt ingezet, want dat zou betekenen dat het museum, want dit fonds wordt vanuit het museum beheert, zou dan ook geen matchingsgeld meer beschikbaar hebben om op zoek te gaan naar aanvullende bronnen uit fondsen en dergelijke. Dus die motie of dat amendement ontraden wij. Tenslotte voorzitter, de VVD heeft een interessant voorstel denk ik gedaan rondom gebiedsontwikkelingen, om daar meer met virtual reality te werken. Augmented reality. We hebben daar natuurlijk in de stad al mooie voorbeelden van gezien, ook rondom het thema cultuur bijvoorbeeld.

Onlangs ben ik ook op initiatief van enkele VVDraadsleden op bezoek geweest in Rotterdam, ook bij collega Rotterdam daar, en laten zien hoever ze daar zijn met dit soort initiatieven. Nou ja, het is natuurlijk prachtig als je nog aan de Zalmtoren moet beginnen, om al met augmented reality te kunnen laten zien hoe dat gebouw gaat worden. En dat kan daar. We hebben dat ook besproken rondom de hele transformatie rond de Spuiboulevard bijvoorbeeld, om ook in te zetten op dit soort instrumenten. Om mensen vast te laten zien wat de bedoeling is, hoe het ongeveer gaat worden. Zouden ook hele mooie instrumenten zijn om bijvoorbeeld in te gaan zetten bij het nieuwe huis van de stad en regio. Laten zien hoe dat wordt. Ik zie dat niet alleen maar als een opgave voor de gemeente overigens, ik zou daarbij ook nadrukkelijk een beroep willen doen op ontwikkelaars die betrokken zijn bij de uitvoering van dat hele project, om ze uit te dagen om deze instrumenten ook in te zetten. Dus wat ons betreft is daar steun voor om dat eens verder uit te werken en met een voorstel te komen. We

50

zullen natuurlijk ook wel altijd extra kosten aan verbonden zijn, maar dat voorstel dat komt dan later. Dat was het volgens mij, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dat was de termijn van wethouder Sleeking. En daarmee overigens ook de laatste keer dat hij denk ik het woord voerde in het kader van een nieuwe kadernota. Nee, we zien hem nog terug, we zien hem nog terug in dit theater. Dan gaan we door naar wethouder Heijkoop en die is al binnen. Gaat uw gang. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel. Geachte raad, heel fijn om weer in uw midden te zijn. Het eerste deel van de kadernota heb ik niet helaas, maar heb ik wel gemist. Vanwege de geboorte van onze lieve dochter Isabel. Dank ook richting uw raad voor alle leuke reacties. Het gaat goed met moeder en dochter en zus en broers en ik vind het fijn om weer hierbij te zijn. En ik ga met u een aantal moties doorlopen. De motie M2 bloedarmoede, bloedserieus moet ik zeggen. Mevrouw …: Voorzitter, een mooie verspreking. Want van bloedserieus kan je dus heel erg veel bloedarmoede oplopen. Dus het is een mooie verspreking. De heer Heijkoop: Ik ga daar straks op in. De motie M3 stagediscriminatie, de motie M9 de Dordtse schoolpleinen. En motie M10 over de achterstanden weg na corona. Allereerst de motie bloedserieus. U vraagt daarin om een voorstel eind oktober.

Ik heb met de indieners van de motie ook in de afgelopen periode geregeld contact gehad. Vanuit het college herkennen we nadrukkelijk dit maatschappelijke vraagstuk, wat met name ook jonge vrouwen hard treft. En het gaat dan eigenlijk over een breder bestaanszekerheidsprobleem. Het is toch eigenlijk heel verdrietig dat je individuele voorzieningen moet gaan verstrekken omdat het inkomen van mensen niet toereikend is. En de belangrijkste oplossing en ook de meest voor de hand liggende oplossing zou dan ook zijn om het bestaansminimum van deze vrouwen te verbeteren met de forse verhoging van minimumloon en daaraan gekoppeld ook de uitkeringen. Maar zover is het nog niet. En ik zou eigenlijk aan uw raad willen voorstellen om richting eind oktober een aantal dingen voor u op een rij te zetten. Een inventarisatie van de behoeften vanuit de scholen en maatschappelijke organisaties en ook het aanbod dat er al is. Daarbij ook de reactie en de zienswijze van die organisaties daarin mee te nemen. Dus dan heb ik het over de scholen, de verenigingen en de andere betrokken partijen. Dan kan ik ook wat zeggen vanuit het college over de budgettaire consequenties en dan kunt u het bespreken in relatie tot het armoedebeleid, maar meer misschien nog het minimabeleid.

In de toekomst gaan we in de regio op een andere manier samenwerken en heeft u als raad meer dan nu zeggenschap over het minimabeleid. En ik kan me er van alles bij voorstellen, dat is namelijk echt voorzieningen, dat gaat over de voorzieningen aanvullend op gewoon het reguliere armoedebeleid, en daar zou deze goed bij kunnen passen. De heer Merx: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, meneer Merx. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. We hebben ons uiteraard ook verdiept in het onderwerp ter voorbereiding op dit debat. En deze mannenfractie, ik zal maar gelijk het gras wegmaaien voor de voeten van meneer Van Verk, zijn wij bij de vrouwen ten rade

51

gegaan. De meningen over dit onderwerp zijn zeer wisselend, lopen zeer uiteen. Maar wat ons ook wel duidelijk werd, en ik heb ook geen dochters, dus uit die ervaring kan ik ook niet spreken. Maar andere mensen weer wel. Ik denk: ja, maar op heel veel scholen is dat gewoon. Dan krijgen kinderen de tip van: loop even langs de docentenkamer of zo en langs de conciërge en daar kan je de spulletjes ophalen die je op dat moment nodig hebt. En ik hoor de wethouder nu een heel pleidooi doen voor het aanpassen van een minimumloon en dat soort zaken. Dat is allemaal geweldig, maar het gaat over persoonlijke hygiëne, het gaat over dat soort onderwerpen. En wat meneer Van der Kruijff ook al zei: ja, waar begint en eindigt de verantwoordelijkheid van de overheid? En misschien kunt u daar ook een antwoord op geven, want ik wil het onderwerp absoluut niet bagatelliseren. Dat is absoluut niet mijn bedoeling en niet die van mijn fractie. Maar er zijn meer dingen die misschien wel zelfs duurder zijn, zoals tandenborstels en tandpasta, die ook iets met persoonlijke hygiëne te maken hebben, die ook niet in een zorgpakket zitten en die ook best duur zijn. Misschien wel net zo duur, zo niet duurder, dan een doosje tampons. Een van onze raadsleden heeft het opgezocht wat het kost, ik ga het nu niet noemen.

Maar hoe kijkt u daar dan tegenaan? Want op een gegeven moment, waar begint het en waar houdt het op? De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik vind het dapper dat meneer Merx nadrukkelijk begon met een disclaimer van een mannenfractie en dan toch dit onderwerp wel aansnijdt. En het zijn wel terechte vragen die meneer Merx stelt. Waar het gaat over het bestaansminimum en de bestaanszekerheid, daarmee wil ik ook aangeven dat het niet zo zou moeten zijn dat een overheid allemaal voorzieningen moet gaan regelen omdat eigenlijk de basis niet op orde is. En ik denk dat we ons ook gelukkig mogen prijzen dat ook de grootste landelijke partij zich nadrukkelijk wil inzetten om die bestaanszekerheid te versterken en ook het minimumloon te verhogen. Dus in die zin is er ook licht aan de horizon, nadat er toch een langere tijd een taboe op is geweest. Want dat zou het eigenlijk moeten zijn, dat je niet alsmaar pleisters hoeft te plakken lokaal, of het nou gaat over de collectieve zorgverzekering, als het nou gaat over een PMW, of het nou gaat over het SOS Kinderfonds. In dit geval ook over menstruatieproducten. En ik waag me voor de rest ook niet aan vergelijkingen met andere zaken als tandpasta en dergelijke, want ik denk dat dit probleem wel echt dermate ontwrichtend kan zijn voor met name jongere vrouwen, ook waar het gaat over meedoen in de samenleving.

Dus in die zin snap ik dat het aangekaart is. En meerdere gemeenten hebben hier ook al werk van gemaakt. In de motie wordt ook aangegeven dat meerdere landen hier al werk van hebben gemaakt. En ook in Den Haag is dit zeker onderwerp van gesprek. Ook vanuit het kabinet is het al een keer op de bestuurlijke tafel richting gemeenten gelegd, om maar aan te geven dat het wel speelt. En eigenlijk hoor ik meneer Merx mijn voorstel overnemen om eerst eens even te inventariseren wat nou de behoefte is en wat het aanbod al is. Want laten we ook geen problemen oplossen die er niet zijn. Ik weet bijvoorbeeld van de maatschappelijke opvang, waar al werk van wordt gemaakt dat deze producten beschikbaar zijn. Ook op meerdere scholen. Maar ik heb de vraag van de motie-indieners vooral begrepen van: probeer eens daar een goed beeld van te schetsen, te kijken waar er nog, nou ja, om met mevrouw Koene te spreken, witte vlekken zijn. Dat is hier trouwens een wat ongelukkige, nou goed. Punt. En dan met een voorstel komen.

52

De voorzitter: Dank. Meneer Merx staakt zijn interrupties. Of had u er nog een? De heer Merx: Nou ja, de wethouder zegt een hele hoop en ik weet nou niet of die zegt: ik neem deze motie over en ik ga hem uitvoeren. Of trekt u hem in maar laat mij … De voorzitter: Misschien is het goed om daar nog even klip en klaar over te zijn. De heer Heijkoop: Ja, een zin. Ik ga met een aantal zaken in deze motie aan de slag. Dat breng ik bij u terug en dan kunt u het bespreken in relatie tot het minimabeleid. En dan kunnen we eventueel deze voorziening verankeren in het geheel. En dat doe ik dan ook nadrukkelijk samen met de maatschappelijke partners die genoemd worden in de motie. Want dat is ook een vraag van de motie-indieners, betrek hem daarbij. De heer Merx: De conceptmotie, daar gaat u dus mee aan de slag. Maar de motie zelf ontraadt u? Want daar wordt om gevraagd. De heer Heijkoop: Nou ja, goed, ik ben ook wel benieuwd naar de motie-indieners, of dat ik er op deze manier mee aan de slag ga uit de voeten kunnen. Als die zo blijft staan, dan zou ik hem willen ontraden. Omdat ik ook niet precies weet hoe die in het tijdsschema past bijvoorbeeld met het gesprek wat we gaan voeren over het minimabeleid. De voorzitter: Dank u wel. Dan is mevrouw Jager nog aan het woord. Mevrouw Jager: Ja, dank u wel. Ik hoor de wethouder spreken over structurele verhogingen van het minimumloon.

En ik durf er wel onder te verwedden dat dat dan ook voor mannen geldt, waarmee vrouwen toch weer op achterstand gesteld worden. Dus dat wou ik alleen maar even meegeven. De heer Heijkoop: Voorzitter, nou goed, misschien hebben mannen weer andere producten wat harder nodig. Maar ik moet hier een punt zetten. De voorzitter: Ja, mijn advies zou zijn om het hierbij te laten. De heer Heijkoop: Ik zou niet voor discriminatie op de arbeidsmarkt willen pleiten. Dus dat minimumloon moet voor een ieder omhoog. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, ik wil toch ook de wethouder nog verzoeken behalve te inventariseren wat er nodig is of waar behoefte aan is, ook om eens te vragen over het taboe om dit te bespreken. We merken nu al: er worden wat versprekingen gedaan. U heeft het over witte vlekken, ja, die zijn niet wit, die zullen rood zijn. En zo zijn er nog meer dingen te noemen. We doen er allemaal erg lacherig over, maar het is behalve het feit over een menstruatieproduct, u heeft het al gezegd over bestaanszekerheid, er zijn meer middelen nodig als alleen die hygiënische producten. We kunnen het alleen al hebben over paracetamol, over kledingstukken die vervangen moeten worden

53

enzovoort, enzovoort. En ja, het wordt kennelijk niet altijd serieus opgevat, want hahaha, en mannen hebben misschien ook wel iets nodig. Dit is waar je geen keuze in hebt. Dit krijg je gewoon mee vanaf een bepaalde leeftijd en totdat het over is. En soms raakt het nooit over, en heb je hiermee te maken, je hebt geen keuze. Dus het is echt een serieus probleem waar vrouwen gewoon mee te maken hebben. Dus ik zou het ook echt wel fijn vinden, ook al kunnen we er af en toe best om lachen, dat dit wel serieus wordt aangepakt. Maar dus graag de taboe meenemen. De voorzitter: Ik heb het gevoel dat de discussie op zich vrij serieus wordt gevoerd. En dat de wethouder ook serieus een toezegging doet. De heer Heijkoop: Dat zou ik ook zeker willen onderstrepen. En ook de woorden die mevrouw Kruger uitspreekt, ook waar het gaat over het taboe over dit onderwerp. Dat speelt echt wel binnen het onderwijs. En ik neem dat ook mee in het gesprek dat ik met het onderwijs met de sportverenigingen hierover zal voeren. Want dat is denk ik een deel van het probleem dat er is. Dat gaat niet alleen over de aanwezigheid van de producten, maar ook daadwerkelijk die vraag te durven stellen en je daar niet voor te hoeven schamen. De voorzitter: Ik zag meneer Veldman nog en dan gaan we daarna door naar de volgende motie. Want op deze manier zijn we volgende week nog bezig. Meneer Veldman.

De heer Veldman: Ja, voorzitter, de wethouder die noemt een heel aantal organisaties, instellingen en zo, die hij hierbij wil betrekken. En die staan ook in die motie genoemd, dat onderstreep ik. Alleen wat ik mis en dat zou misschien toch nog wel ook een plek kunnen krijgen dan in die inventarisatie, is bedrijven zijn veel bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen en hoe dat vorm te geven. Maar je merkt ook dat veel bedrijven wel het lastig vinden om dat heel concreet te maken. En dit is nou zoiets waarvan ik denk: nou ja, maak het maar concreet in de stad als bedrijf, stap hierin. Dus wellicht, neem dat mee zou ik zeggen in de verdere uitwerking. Want anders komen we ook weer erop en daar heb ik in mijn woordvoering ook op gewezen: voor je het weet heeft de overheid het weer overgenomen en dat zou ik echt jammer vinden. De heer Heijkoop: Voorzitter, mij uit het hart gegrepen en dat zeg ik u toe. Ja. De voorzitter: Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Een laatste praktische vraag. Ik hoor de wethouder de motie ontraden, omdat er een tijdklem instaat, namelijk uiterlijk eind oktober. Dat is de enige reden waarom die hem ontraadt? Als dat er niet in staat, dan neemt u hem over? De heer Heijkoop: Even kijken, ik zit even het dictum in mijn hoofd. Dat gaat over het komen met een voorstel. Pin met niet vast op het precieze stuk, maar eigenlijk wel.

Dus als we met elkaar kunnen afspreken dat die precieze tijdsklem even wordt losgelaten, dan kan ik met die toevoeging met de motie aan de slag. De heer Van Verk: Oké, helder.

54

De heer Heijkoop: Voorzitter, dan ga ik naar motie 3. De heer …: Voorzitter, toch even bij interruptie. Want nou ben ik het kwijt. U zegt zojuist: met onderdelen kan ik het instemmen en dat ga ik uitzoeken, daar ga ik mee aan de slag. En met andere onderdelen niet. En nu blijkt dat alleen te gaan over de datum. Dus dan zegt u: ik omarm heel de motie, als die datum eruit gaat dan ben ik het ermee eens. En daarmee beperkt u het probleem, terwijl u eigenlijk zoekt naar een andere oplossing. Maar goed, ik ben het nu even kwijt. Misschien moet u me even bijhalen dan. De heer Heijkoop: Voorzitter, als ik de motie goed lees, dan past ook het betoog van meneer Veldman daar bijvoorbeeld in. Het gaat over het kosteloos verstrekken, maar er staat niet dat de overheid per se alles moet doen en alles moet betalen. Dank, voorzitter. Het gaat er met name om een voorstel voor te leggen. En wat ik aangeef is dat we hier echt serieus werk van willen maken. En ik noemde al even op het inventariseren van de behoeften en het aanbod, die partijen daarin mee te nemen, ook de communicatieve aspecten rondom taboe en ook eventuele budgettaire consequenties in relatie tot het minimabeleid. Eventuele budgettaire consequenties zeg ik daar nadrukkelijk bij. En deze motie die spreekt over uiterlijk eind oktober. En ik zou het even in relatie willen brengen dus ook met het minimabeleid.

En ik heb gewoon niet scherp wanneer uw raad daarover gaat spreken, dus dat vond ik even lastig in deze motie. En als de indieners van de motie aangeven van: joh, het gaat ons niet per se om eind oktober, maar kom met een voorstel en maak hier werk van. Dan kunnen we daar wel mee uit de voeten. Maar precies het dictum, om die reden ontraad ik de motie. De voorzitter: Meneer Merx. De heer Merx: O, en nou ontraadt u hem weer. Dat is dan eind oktober, maar er staat heel precies in een voorstel voor te leggen eind oktober om de menstruatieproducten kosteloos te verstrekken via onder andere scholen, sportverenigingen en andere maatschappelijke organisaties en instellingen. Meneer Veldman voegt daar wat aan toe, dus het is toch de gemeente die dit probleem gaat oplossen door het kosteloos verstrekken. En die bal ligt nu bij u. En of u het eind oktober of eind november doet, maar dit aanvaart u dus kennelijk, dit omarmt u. los even van de datum. De heer Heijkoop: Voorzitter, ja, gratis bestaat niet. Er is altijd een partij die het betaalt. Wat de strekking van deze motie is, dat deze vrouwen dat niet betalen. En wij komen met een voorstel op welke wijze daar invulling aan gegeven kan worden. En het is aan uw raad om uiteindelijk daar een besluit over te nemen of dat inderdaad vanuit de overheid zou moeten gebeuren.

Of wellicht dat daar ook het maatschappelijk middenveld een rol in kan vervullen, bijvoorbeeld het bedrijfsleven. En daar ga ik gewoon mee aan de slag. En ik kan nog niet vooruit lopen op de precieze uitkomst. Maar als u vraagt van: college, kom met een voorstel. Dan zullen wij dat doen. De voorzitter: Het zou ook zo kunnen zijn dat de indiener met deze toezegging ook genoegen neemt. Dus dat moet de indiener zelf ook maar even over nadenken. Wethouder, gaat u verder naar de volgende. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dat gaat over de motie stagediscriminatie. In dat licht vind ik het wel goed om met u te delen dat een week geleden er een werkagenda is

55

vastgesteld over jeugdwerkeloosheid. En dat is een werkagenda die is geïnitieerd vanuit het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid, samen met de sociale partners onderwijs, OCW, het UWV en ook gemeenten. De UWV heeft dat ook ondertekend. En in die werkagenda krijgt ook de stageproblematiek nadrukkelijk een rol. En ook stagediscriminatie wordt daarin genoemd. En ik ontraad deze motie, omdat ik niet vind dat de gemeente deze aap volledig op de schouder moet nemen. In die werkagenda gaat het ook over een expertisepunt, over een meldpunt, over een actieplan stages, wat er allemaal is en wat er ook komt vanuit het mbo, want daar ligt primair ook de verantwoordelijkheid samen met de SBB. En ik zou u willen vragen om ons als gemeente daar ook bij te laten aansluiten en niet zelf plannen te gaan bedenken. Want ook heel praktisch, het mbo zegt dan tegen mij van: joh, gemeente, ga nou niet het wiel nog een keer uitvinden. Wij gaan ermee aan de slag, wij leveren onze bijdrage aan die werkagenda jeugdwerkeloosheid. En dat doet de gemeente ook, dus daar zullen we dan op die manier invulling aan geven. En ik vond ook het punt van de PVV wel terecht, laten we stagediscriminatie ook zeker niet beperken tot wat er ergens in de overwegingen stond, mensen met een migratieachtergrond. Want stagediscriminatie speelt helaas ook breder.

Bijvoorbeeld inderdaad bij mensen met een handicap of om een andere reden. Dus om die reden ontraadt het college deze motie. Voorzitter, ik ga naar motie 9. Alle Dordtse schoolpleinen groen. Allereerst wil het college de huidige regeling graag doortrekken naar 2022. Ruimer subsidiëren behoort zeker tot de mogelijkheden en de verwachting is ook dat dat wel zal bijdragen aan verdere vergroening van de schoolpleinen. Omdat wij merken dat scholen soms moeite hebben om het rond te krijgen. Dus dat kan een bijdrage daaraan leveren. Dat heeft wel financiële consequenties. En uw vraag om dat in kaart te brengen, dat kunnen wij doen. Dus in die zin staan wij ook positief tegenover deze motie. Het punt van het onderhoud is wel een aandachtspunt. Primair ligt dat bij scholen en wij willen dat eigenlijk ook wel bij scholen houden. En daarbij was de suggestie die werd gedaan door meneer Portier natuurlijk een hele mooie, om dat ook te verbinden met het onderwijs zelf en met de leerlingen. En toen ik meneer Portier dat hoorde betogen dacht ik wellicht dat ook bijvoorbeeld het Wellandcollege daar misschien nog een rol in zou kunnen spelen, omdat daar ook veel vakmanschap zit op het gebied van onderhoud. De voorzitter: Graag kort afronden, want uw spreektijd zit erop. De heer Heijkoop: Dan gaan we naar motie 10. De heer Merx: Voorzitter, sorry hoor.

Maar ik probeer even scherp te krijgen, want … De voorzitter: Meneer Merx. De heer Merx: Ja, we maken hier een gewoonte ervan dat we moties en amendementen allemaal op onze eigen manier gaan uitleggen, waardoor we straks niet meer weten waar we nou voor of tegen zijn. Ontraadt u nou deze motie op het punt van onderhoud? Of omarmt u hem in zijn geheel? De heer Heijkoop: Nee, voorzitter, wij nemen deze motie over. Zeker ook met het debatje wat net in uw raad plaatsvond, waarbij meneer Van der Kruijff richting meneer Portier aangaf dat dat ook precies is wat zij beogen. Dus ik gaf die toelichting op dat onderhoud vooral omdat we dat dan ook meenemen in het voorstel wat we richting uw

56

raad gaan doen. Dus wij nemen deze motie over, of in ieder geval, wij staan daar positief tegenover. Maar wij willen wel hebben aangetekend dat de financiële consequenties, daar moet uw raad zich natuurlijk nog over buigen. Uw raad heeft ook het budgetrecht. De voorzitter: Meneer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u, voorzitter. Voor alle duidelijkheid, het staat ook in de motie om de opleidingen te betrekken. Dus het is van meneer Portier een goede opmerking, maar we vinden hem allemaal. De heer Heijkoop: Voorzitter, de laatste motie waar ik met u op wil ingaan gaat over de motie M10, achterstanden weg na corona. Mevrouw Koene gaf al aan dat ze dit vanuit een andere gemeente heeft vernomen. En ik denk wel dat Dordrecht zich wel onderscheidt van andere gemeenten, doordat wij al langere tijd een hele intensieve samenwerking hebben met de scholen op het gebied van onderwijs, onderwijsachterstanden. Uw raad heeft ook nadrukkelijk een bijdrage geleverd aan de ambitieuze onderwijsvisie die wij in 2018-2019-2020 hebben opgesteld en die we nu ook gaan uitvoeren. En ook in het Dordtse leerprogramma wordt voor een deel ook uitgewerkt wat er in die Dordtse onderwijsvisie is verankerd. En ik vind deze motie de strekking daarvan vinden wij vanuit het college positief, wij onderstrepen die ook. En wij doen dit, wij doen dit. Wij zijn echt al redelijk onderweg.

En op het moment dat wij verder gaan met de uitwerking van die onderwijsvisie, ook in relatie tot het Dordtse leerprogramma, zullen wij u daar ook over informeren. Dus ja, wij staan positief tegenover deze motie. Flauw gezegd zouden we kunnen zeggen: hij is overbodig, want wij doen dit al. Maar positief benaderen zou ik willen zeggen, een warme stimulans om inderdaad werk te blijven maken van hetgeen u met deze motie beoogt. En waar het gaat over het nationaal programma onderwijs staan we echt gesteld in Dordrecht, de precieze bedragen zijn inderdaad nog niet bekend. Maar ambtelijk draait de gemeente Dordrecht ook mee in de structuur landelijk waar het gaat over de uitwerking van het nationaal programma onderwijs. Dus wij zijn daar zeer bij aangesloten en in die zin is dit een positief verhaal. De voorzitter: Interruptie, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat de wethouder dit in ieder geval een positief verhaal vindt. Ik ga het nog wel een keer, hij is gewend dat ik hem af en toe app, nog contacten met betrekking tot de hiaten zeg maar. Iets anders dan witte vlekken, maar gewoon dat er toch wel hier en daar gaten zitten. In de beleving in de stad rond het invullen hiervan. Bijvoorbeeld bewegingsonderwijs waar geen mensen voor te vinden zijn enzovoort. Dus het is allemaal niet zo mooi als dat de wethouder het nu schetst.

Maar ik ben in ieder geval blij dat er nu wel wat dit betreft een opening is. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel. Als gemeente hebben wij niet de volledige zeggenschap over het onderwijs en dat is maar goed ook. Wel zijn we nadrukkelijk in gesprek met het onderwijs, met name waar het gaat om de onderwijsachterstanden en de gelijke kansen in onze buurten en wijken. Wij komen met mee informatie ook na de zomer, we zullen ook met de raadsinformatiebrieven uw raad blijven informeren. En dat zal ook nadrukkelijk het programma zijn vanuit de scholen en de schoolleiders. En als mevrouw Koene dan opmerkingen heeft daarover, dan ben ik altijd bereid om ook

57

boodschappen mee te nemen richting het onderwijs waar u specifieke zorgen heeft, bijvoorbeeld waar het gaat over bewegingsonderwijs. Die ik overigens op onderdelen ook wel herken, dat dat op sommige scholen echt wel een vraagstuk is. Mevrouw Koene: Voorzitter, even als laatste. Het gaat in deze motie ook nadrukkelijk om dingen die niet op een school aangeboden kunnen worden. En ik denk dat meneer Heijkoop dat wel snapt. De voorzitter: Oké, dank. Daarmee was uw tweede termijn klaar. Dan gaan we door naar de volgende wethouder bij de kadernota en dat is wethouder Stam. Gaat uw gang. De heer Stam: Ja, voorzitter. Als ik kijk naar de discussie die in de tweede termijn is gevoerd, dan is er een motie waar ik op in moet gaan en er is een vraag gesteld. Ik zou allereerst ingaan op de motie zwerfafval. Dordtenaren hebben er schoon genoeg van. Deze motie kunnen wij omarmen. En waarom kan ik die omarmen? Omdat het naar mijn idee het beeld geeft van preventie, oplossen en voorkomen. We moeten bij afval moeten we echt onderscheid maken in een aantal zaken. We hebben bij-plaatsingen, we hebben grofvuil en we hebben zwerfafval wat u op straat vindt. En ik denk dat we op een aantal fronten al heel goed bezig zijn. U heeft via de social media al kunnen vernemen van de Dordtse afvaldagen, waarbij we met containers en met hulp van Geef Dordt van alles inzamelen.

En tot mijn vreugde, maar ook tot mijn verbazing, zie ik dat daar toch veel meer aangeboden wordt dan dat we eigenlijk verwachtten. Dus in die zin denk ik dat we die zaken goed oppakken. We zijn in overleg met allerlei vrijwilligers en organisaties die met afval bezig zijn om dat probleem verder aan te pakken. We blijven echter wel met een vraag zitten en dat is van: hoe ga je nou met dat kleine afval om wat in de stad zit? Als ik bijvoorbeeld met mensen praat, als ik ook rond rij in Dordrecht en ik vraag: waarom zet u nu bijvoorbeeld uw vuil naast de container en niet erin? Dan zijn daar verschillende redenen voor. Enerzijds is er soms storing, anderzijds hebben ze geen pasje en anderzijds hebben ze geen zin om het vuil binnen te houden omdat het stinkt. Als ik dan naar grof afval kijk, dan zijn ook de opmerkingen voorbij gekomen als ik vanaf 1 april naar de milieustraat moet, dan moet ik 20 uur ook betalen. Wat ik nu doe is mijn grof afval bij de container zetten, ik wacht twee dagen of het opgehaald wordt en daarna maak ik een melding en dan wordt het toch wel opgehaald. Wat ik nu in deze motie zie is dat u vraagt om een breed scala aan oplossingen, handhaving, toezicht, bewoners betrekken. Dus in die zin kan ik de motie volledig omarmen en zullen wij voor u een voorstel doen met pilotprojecten. De voorzitter: Bij interruptie, meneer Portier.

De heer Portier: Ja, ik hoor de wethouder zeggen van over die 20 euro die gevraagd wordt voor grof afval van: mensen zetten het bij de container neer en doen dan twee dagen later een melding en dan wordt het alsnog opgehaald. Zijn dit niet precies de problemen waar wij al eerder voor gewaarschuwd hebben? En bent u bereid dan toch die maatregel te heroverwegen? De heer Stam: Ja, voorzitter, het is een opmerking van meneer Portier. Die nemen wij mee. En ik denk ook dat juist in deze motie die nu voorligt die problematiek vanuit alle kanten in die pilotprojecten kunnen worden meegenomen om zeg maar een oplossing te genereren. Dus tot zover over deze motie.

58

De voorzitter: Nog een interruptie van mevrouw Kruger denk ik. Gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, U geeft aan van: ja, ook weer de pilot. Maar we hebben alles toch al inzichtelijk? U noemt zelf al de verschillende redenen waarom dat mensen niet hun afval plaatsen op de plek waar het nodig is. In de stad hebben we plastic zakken gehangen naast prullenbakken, omdat mensen het wel in die plastic zakken gooien maar niet in de prullenbak. Schiet mij maar lek, ik vind het te gek voor woorden, maar dat is het. En u bent ook vast wel bekend dat in verschillende wijken er initiatieven zijn. Ik weet de Vogelbuurt, die hebben verschillende initiatieven al aangedragen die overigens nooit gehonoreerd zijn. Hebben bijvoorbeeld een groep vrijwilligers die in de wijk daar wilden gaan scouten, wilden gaan opruimen, zoals ook onze befaamde heer Wagemans het in Krabbehof doet. Dan zie ik niet zo goed van: waarom moeten we nu weer een pilot, terwijl er allerlei goede voorbeelden zijn die we gewoon zo kunnen overnemen? De voorzitter: De wethouder. De heer Stam: Ja, voorzitter, goede vraag. Ik denk ook dat het een voortzetting is van die vraagstukken die u nu noemt. We hebben vorig jaar ook in Dordt-West een pilot of een uitvoeringsprogramma opgesteld incidenteel. Daar gaan we morgen de resultaten van bespreken.

Die kunnen wij dan meenemen in de beantwoording van deze motie. En ik denk dat het goed is om in ieder geval vanuit deze motie die twee pilots te benoemen, wat wel een stads brede uitwerking moet krijgen met alle partijen die daar toe bereid zijn om die handschoen op te pakken. De voorzitter: Dank. En dan had u nog een opmerking. De heer Stam: Ja, er is een opmerking gemaakt over een krantenartikel van de woningbouwcorporaties. Die willen graag bouwen. Nou, die stelling die onderschrijf ik wel, want dat willen wij als college en als stad ook heel graag. En wat ik eigenlijk het positieve was wel dat ze willen bouwen, maar het negatieve was dat ik toch wel een beetje de mitsen en maren miste, omdat we continu in gesprek zijn over die snelheid van bouwen. En daar zijn wel wat obstakels, maar daar gaan we binnenkort met de woningbouwcorporaties verder over in gesprek. En daarnaast wil ik nog wel benadrukken, wij bouwen niet enkel woningen om wonen mogelijk te maken, maar ook om specifieke doelgroepen te kunnen huisvesten. En dan moet u ook denken aan de seniorenwoningen, waar dan aan gerefereerd is. Met de woningbouwcorporaties zijn wij gewoon druk bezig om ook voor senioren woningen te gaan realiseren. Als ik naar de bouwplannen kijk die we nu allemaal aan het afronden zijn, de Charlotte de Bourbonstraat, Collijnstraat, van Kinnesbergenstraat.

Dan wordt er altijd rekening gehouden met senioren. En senioren moet u niet bestempelen als 75-plussers, maar senioren zijn mensen van 55 die aan een volgende levensfase toe zijn, als de kinderen de deur uit zijn en naar een woning willen. Als we dan kijken naar zo’n levensbestendige woningen, wat bedoelen we daar dan mee? Dat zijn dan woningen die voorzien, appartementen die voorzien zijn van een lift, bredere deuren en geen drempels in het huis, zodat je daar langdurig kan blijven wonen. Dus ik wilde naar aanleiding van deze vraag toch wel deze opmerking maken. De voorzitter: Mevrouw Stolk, gaat uw gang.

59

Mevrouw Stolk: Voorzitter, een korte reactie. De voorzitter: U bevestigt dat, over 11 jaar? Mevrouw Stolk: Ik ben erg blij met deze beantwoording van de wethouder. Want als we het over senioren hebben, dan denken de mensen namelijk altijd, dus de wethouder slaat de spijker op zijn kop. Dan denkt men altijd dat we het over mensen van 70, 80 en 90 hebben, maar juist om de doorstroming te bevorderen moet je juist al bij die doelgroep beginnen. Dus wij zijn als VSP erg blij met deze beantwoording. Dank daarvoor. De voorzitter: En u bevestigt dus ook dat ik over 11 jaar ook al senior ben. Jij over 3, dat is helemaal gek. Nou goed, dank wethouder. Ik zie toch nog een vraag. Mijnheer Van Verk, gaat uw gang. De heer Van Verk: Ik hoor de wethouder ingaan op de problematiek rondom de corporaties. In het krantenartikel stond: als we erin zouden slagen netto 600 woningen te bouwen. 673 meen ik. Daarnaast ligt er nog een taakstelling van 1000 woningen sociaal, als uitbreiding. Hoe ziet u dat voor zich, als we er niet eens in slagen om voor vervanging te zorgen? De heer Stam: Voorzitter, ik denk dat we daar sluitende afspraken met elkaar over hebben gemaakt, dat we in ieder geval vanuit die stand stil vanaf 2016 tot uiterlijk 2030 al die woningen gaan terugbouwen met een kleine plus. En daar hebben we die woningbouwcorporaties keihard bij nodig.

Dus ik denk echt dat op basis van de eerdere debatten die wij hebben gehad in de commissie- en gemeenteraad, dat wij die aantallen echt gaan realiseren. En daar heeft u ook de bouwmonitor van gezien en die aantallen staan echt in de planning. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, in een raadsinformatiebrief was volgens mij de bouwmonitor, als ik het me goed herinner, maar spijker me daar niet op vast, stond ook dat van de hele planning ongeveer 2/3e gedaan wordt door commerciële partijen en maar 1/3e door de wooncorporaties. En die commerciële partijen exploiteren dat ook voor zo’n 15 jaar hebben we recent ondervonden. Oftewel, die zijn over 15 jaar als je niet oppast ook gewoon weer uit de voorraad. Dus er zit echt wel een bredere problematiek onder dan u zegt, zowel qua herslopen en herbouwen wat meneer Van Verk terecht adresseert, waardoor je netto niet altijd groeit zoals je het voorstelt. Maar ook omdat er veel commerciële partijen, ook in de middenzone, gelukkig iets bijgesteld, maar nog niet voor 100%, je gewoon over 15 jaar weer uit de voorraad verdwijnen. Dus we moeten er echt breder naar kijken. En de wooncorporaties zijn qua percentage wat ze voor hun rekening nemen echt minder dan de helft. De voorzitter: Dank. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter. De voorzitter: Ja, gaat uw gang, mevrouw Van Benschop.

60

Mevrouw Van Benschop: Mag het even zo, want ik weet niet waar die microfoon is anders. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Nou ja, ik hoor zo een beetje de discussie aan en ik begrijp dat de VSP vraagt om seniorenwoningen, senioren zijn mensen van 55 jaar en ouder en dat zijn niet allemaal de bejaarden van vroeger zeg maar. Maar wat ik wel echt mee wil geven is als we het hebben over die sociale huurwoningen, dat je heel erg in die doelgroep kan gaan zitten van de seniorenwoningen en de senioren die daar dan aanspraak om moeten kunnen maken. Maar het probleem is veel breder. Dus prima als je woningen realiseert in die sociale woningbouw die ook geschikt zijn voor mensen die misschien een lift nodig hebben of later slechter ter been zijn of zo, dat is allemaal prima. Maar als je het echt gaat toewijzen aan een specifieke doelgroep, dan denk ik dat je nog veel verder in de problemen komt. Want die druk is überhaupt al hoog. Niet alleen bij de senioren. De voorzitter: Oké, dank. Wil u daar nog op reageren? De heer Stam: Ja, een korte reactie. Ik heb ook niet gezegd dat het geen probleem is op andere fronten. Ik heb gereageerd op een vraag die is gesteld en de woordvoering door de VSP. En ik geef juist aan in mijn bewoording dat we niet woningen bouwen om woningen te hebben, maar om te kijken welke mensen we daarin moeten huisvesten.

En dat kan je vertalen als doelgroepen, maar ik zou hem veel liever vertalen als mensen die op zoek zijn naar een woning en voor een groot deel ook naar betaalbare woningen. De voorzitter: Oké, dank. Dank wethouder, dan is daarmee ook uw tweede termijn afgerond. Dan wil ik vragen aan meneer Schalken om heel kort het voorzitterschap, dat kan gewoon vanaf uw plek zou ik zeggen, over te nemen, zodat ik nog kort kan ingaan op een opmerking van meneer Van der Kruijff. Gaat uw gang. De heer Kolff: Hartelijk dank. Ja, meneer Van der Kruijff refereerde even aan het document wat ik had toegestuurd ter verduidelijking van de onderbouwing van de gevraagde gelden en middelen voor de aanpak in Kromhout. Bedrag van 1,5 miljoen voor een incidenteel bedrag wat verspreid wordt over een drietal jaren. Hij refereerde even aan de opmerkingen over de reguliere budgetten. In het plan van aanpak staat daar inderdaad iets over vermeld en dat zit echt op de inzet die in dit jaar, het lopende jaar 2021, wordt gepleegd. We hebben gemeend om zo snel mogelijk aan de slag te gaan en te kijken hoe we dit jaar al vanuit alle hoeken en gaten zal ik maar zeggen die betrokken zijn bij het integrale plan van aanpak middelen bij elkaar konden schrapen. Maar voor een goede structurele integrale aanpak voor de komende jaren is echt extra geld nodig.

En dat is dat bedrag van 1,5 miljoen, verspreid over een drietal jaren. Dus dat even ter verduidelijking. En ik hoop dat meneer Van der Kruijff mee uit de voeten kan. De voorzitter: Ik zie geen reactie, dus ik denk dat ik het voorzitterschap weer over kan geven. Dank. Dan zijn we daarmee, dan hebben we de tweede termijn van het college ook gehad en wil ik de beraadslagingen sluiten. Ik kijk even rond of er behoefte is aan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/317/documents/12266