CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

13. Bodemonderzoek.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 8 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 32: Vaststellen bestemmingsplan "12e Herziening Dubbeldam, locatie Oudland" - Raadsvoorstel25.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodemonderzoek Plangebied Oudland nabij Recklinghausenweg/Visserstuin te Dordrecht MA200310.R01.V3.2 6 oktober 2020

Verkennend bodemonderzoek Plangebied Oudland nabij Recklinghausenweg/Visserstuin te Dordrecht Documentnummer MA200310.R01.V3.2 6 oktober 2020

Opdrachtgever Gemeente Dordrecht Johan de Wittstraat 140 3311KJ Dordrecht

+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen

Geonius.nl Functie

Naam

Paraaf

Adviseur Milieu

Henk van Wijk

Projectleider Milieu

Francis Huitink

MA200310.R01.V3.2

2 van 27

Inhoud 1

Inleiding ...............................................................................5

2

Achtergrondinformatie .................................................7

2.1

Algemeen

7

2.2

Situering onderzoekslocatie

7

2.3

Historie

7

2.4

Vergunningen

9

2.5

Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie

9

2.6

Niet gesprongen explosieven (NGE)

12

2.7

Archeologie

12

2.8

Terreininspectie

13

2.9

Fundatie en Asfalt

13

2.9.1

Fundatie en onderliggende bodem ....................................................................................................... 13

2.9.2

Asfalt .................................................................................................................................................................. 13

2.10

PFAS

13

2.11

Asbest in bodem

14

2.12

Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie

14

3

Veldwerk en analyses .................................................. 16

3.1

Onderzoeksprogramma

16

3.2

Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters

16

3.3

Veldwerk verkennend bodemonderzoek

17

3.3.1

Veldwerk verhardingsonderzoek........................................................................................................... 17

3.3.2

Dikte asfalt ....................................................................................................................................................... 18

3.4

Bodemprofiel

18

3.5

Watermonstername

18

4

Analyseresultaten .........................................................19

4.1

Toetsingskader

4.1.1

Wet bodembescherming ............................................................................................................................ 19

4.1.2

Tijdelijk handelingskader, INEV’s en Herziene handreiking OZHZ ......................................... 19

4.1.3

Besluit en Regeling bodemkwaliteit ..................................................................................................... 19

4.1.4

Niet-vormgegeven bouwstoffen ............................................................................................................ 20

4.2

Toetsing van de analyseresultaten

4.2.1

Bodem ............................................................................................................................................................... 20

4.3

Verhardingsonderzoek

4.3.1

Fundatie ........................................................................................................................................................... 24

4.3.2

Asfalt ................................................................................................................................................................. 24

4.3.3

Interpretatie ....................................................................................................................................................25

MA200310.R01.V3.2

19

20 24

3 van 27

5

Conclusies en aanbevelingen .................................. 26

5.1

Conclusies

26

5.2

Aanbevelingen

27

Bijlagen Bijlage 1 Topografische overzichtskaart Bijlage 2 Foto’s locatie Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda Bijlage 4 Analysecertificaten Bijlage 5 Toetsing Wet bodembescherming Bijlage 6 Toetsing Besluit bodemkwaliteit Bijlage 7 Overzicht bronnen vooronderzoek Bijlage 8 Situatietekening Bijlage 9 Toelichting berekening veiligheidsklassen (CROW 400)

MA200310.R01.V3.2

4 van 27

1 Inleiding Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van de Gemeente Dordrecht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied Oudland nabij Recklinghausenweg/Visserstuin te Dordrecht (voormalig sportpark De Corridor van voetbalclub OMC). Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van appartementen. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist. Aangezien er op een gedeelte van de locatie tevens een geasfalteerd parkeerterrein aanwezig is, zal het onderzoek worden uitgebreid met een fundatie- en asfaltonderzoek. De ligging van de locatie is in onderstaand figuur 1.1 weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging onderzoekslocatie (bron: GoogleMaps & Globaal plan (bron: Opdrachtgever)

Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017), de NEN 5707+C2 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017), de NEN 5897+C2 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, januari 2009 en wijzigingsblad NEN 5740/A1, februari 2016). Geonius is gecertificeerd voor SIKB protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Groep B.V. en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001:2015, NEN-EN-ISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3. Geonius Milieu B.V. streeft naar het uitvoeren van een representatief onderzoek. Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd door middel van het uitvoeren van een volgens de norm voorgeschreven aantal

MA200310.R01.V3.2

5 van 27

boringen en het laten analyseren van grond(meng)monsters op een standaard analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de resultaten van het analytisch onderzoek beschreven. Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies, en eventueel aanbevelingen, geformuleerd.

MA200310.R01.V3.2

6 van 27

2 Achtergrondinformatie 2.1 Algemeen Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht. De hierbij gehanteerde bronnen zijn opgenomen in bijlage 7. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen.

2.2 Situering onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het plangebied Oudland nabij Recklinghausenweg/Visserstuin in de wijk Dubbeldam in Dordrecht. Op onderhavige locatie is de gemeente Dordrecht van plan om appartementen te gaan bouwen. Nu bevindt zich op deze locatie nog het voormalig sportpark De Corridor. Het sportpark beslaat 1 ontmanteld kunstgrasveld, 2 natuurgrasvelden en een voormalig clubgebouw. In 2019 is het clubgebouw en het kunstgrasveld ontmanteld door een gespecialiseerd bedrijf (Nootenboom Sport BV uit Barendrecht). De kunstgrasmat met TPE infill (ThermoPlastic Elastomeren) is samen met het onderliggende Geovlies en de Spacer verwijderd en afgevoerd. De zand-lavalith fundatielaag is achtergebleven samen met de drainagebuizen. Deze buizen liggen op een diepte van 50 tot 60 cm-mv om de 4 meter en wateren af in noordelijke richting op de betreffende watergang (Raming Ontmantelen Sportpark De Corridor Gemeente Dordrecht, BAS Begeleiding en Advies, 9 oktober 2018). In Tabel 2.1 zijn enkele gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale ligging is weergegeven in bijlage 1. In bijlage 8 is een situatietekening met daarop de ligging van de locatie opgenomen. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 2.

Tabel 2.1: overzicht topografische en kadastrale gegevens onderzoekslocatie Algemene en topografische gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 36.611 m2

Maaiveldhoogte

Circa -0.6 m + NAP

X-coördinaat, Y-coördinaat

X: 108651 Y: 423666

Kadastrale gegevens Kadastrale aanduiding

Gemeente Dubbeldam, sectie I nummer 2967

Oppervlakte kadastrale perceel

107.198 m2

Eigenaar

Gemeente Dordrecht

Locatie in eigendom sinds

1998

2.3 Historie Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat tot 2004 het plangebied Oudland nabij de Visserstuin te Dordrecht vooral agrarisch is geweest met percelen gescheiden door sloten. Vanaf 2004 is de onderzoekslocatie op kaart zichtbaar. In dat jaar is ook rond de locatie bebouwing gerealiseerd. In de loop van de tijd zijn enkele aanwezige sloten gedempt. Uit de website ‘topotijdreis.nl’ blijkt dat er vermoedelijk meerdere sloten zijn gedempt ter plaatse van onderhavige locatie. In de bodematlas van de provincie Zuid-Holland zijn gedempte sloten terug te vinden die tussen 1955 en 1992 gedempt zijn. In figuur 2.1 is een samenvatting weergegeven van beide bronnen waar de gedempte sloten zich bevinden.

MA200310.R01.V3.2

7 van 27

Figuur 2.1: Locatie van gedempte sloten (bronnen: Topotijdreis.nl & Bodematlas Provincie Zuid-Holland, mei 2000)

Enkele uitsneden van historisch kaartmateriaal zijn opgenomen in onderstaande figuur 2.2. 1910

MA200310.R01.V3.2

1950

8 van 27

1987

2003

2004

2019

Figuur 2.2: uitsneden historische kaarten (bron: Topotijdreis.nl)

2.4 Vergunningen Voor de onderzoekslocatie zijn geen vergunningen afgegeven in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, Bouwvergunningen, Sloopvergunningen of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen. Uit de geraadpleegde bronnen (o.a. BOOT-archief) blijken geen gegevens die duiden op de aanwezigheid van één of meerdere tanks op de onderzoekslocatie.

2.5 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie In Tabel 2.2 staat de bodemopbouw, geohydrologie, gegevens Bodemkwaliteitskaart/Nota bodembeheer en in Tabel 2.3 is een samenvatting van de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie vermeld. Tabel 2.2: overzicht bodemopbouw, geohydrologie en -kwaliteit Bodemopbouw Diepte in m-mv

Omschrijving

Opmerkingen

0 - 12

Holocene afzettingen

Diffuus heterogeen verontreinigd

12 - 21

Formatie van Kreftenheye

Derde zandige eenheid

21 - 82

Formatie van Peize en Formatie van Waalre

Afwisselend kleiige en zandige eenheden

82 - 167

Formatie van Maassluis

Afwisselend kleiige en zandige eenheden

167 - 357

Formatie van Oosterhout

Afwisselend kleiige en zandige eenheden

> 357

Formatie van Breda

Klei

MA200310.R01.V3.2

9 van 27

Geohydrologische gegevens Hoogte freatisch grondwater

Circa 1,0 m-mv

Stromingsrichting grondwater

Westelijk

Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie

Ja, de onderzoekslocatie wordt bijna geheel omsloten door een watergang.

Het voorkomen van brak of zout grondwater

Nee

Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied

Nee

Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving

Nee

Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie

Ja, op 1 km afstand in noordoostelijke richting vanaf de onderzoekslocatie ligt een RB-breuklijn

Bodemkwaliteitskaart / Nota bodembeheer Auteur, kenmerk, datum

Omschrijving

Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid,

Digitale kaarten op: http://www.geosolutions.nl/sites/ozhz/

versie 08, 01 juli 2010 Deelgebied

Wijk Dubbeldam

Bodemfunctieklasse

Industrie

Ontgravingsklasse

Bovengrond (0-0,5 m-mv):

Achtergrondwaarde

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): Achtergrondwaarde

In onderstaande figuur 2.3 staat weergegeven waar in het verleden bodemonderzoeken hebben plaatsgevonden. De nummers in de vlakken corresponderen met de nummers in tabel 2.3. Per nummer is de beschikbare bodeminformatie weergegeven. Het gele vlak met nummer 1 komt overeen met de onderhavige onderzoekslocatie.

Figuur 2.3: Overzicht ligging van de uitgevoerde bodemonderzoeken

MA200310.R01.V3.2

10 van 27

Tabel 2.3: overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken Bodemonderzoeken ter plaatse van onderzoekslocatie Nr.

Locatie

Kenmerk, auteur,

Omschrijving

datum 1

Recklinghausenweg

DV99.5203,

Verkennend onderzoek, Clubgebouwen:

(sport)

Dordrecht

Geschikt voor bestemming. kleiige bovengrond noordzijde locatie licht

(AA050500232)

Research,

verontreinigd met PAK (cat. 1); overige grond niet verontreinigd (cat. 0)

01-02-1998

multifunctioneel toepasbaar.

DV99.5204,

Oriënterend bodemonderzoek, Herinrichting Sportvelden:

Dordrecht

Geschikt voor bestemming; geen verontreinigingen aangetroffen enkel bij twee

Research,

puin houdende dammetjes: categorie 1 grond. overige grond ter plaatse van

01-02-1999

trainingsveld, hoofdveld, parkeerplaatsen, gedempte sloten, groenstroken multifunctioneel toepasbaar.

2

Slootdempingen

UDM midden BV,

Oriënterend bodemonderzoek:

Dordrecht 178 t/m 181

02-01-2007

De sloten zijn gedempt met gebiedseigen grond. Er zijn geen verontreinigingen

en 183-184

aangetroffen. Op deze locatie is geen vervolgonderzoek nodig.

(AA050502822) 3

Provincialeweg

ong.

(AA050503193)

UDM midden BV,

Partijkeuring grond

17-12-2010

Geen verdere gegevens beschikbaar

Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie Nr.

Locatie

Kenmerk, auteur,

Omschrijving

datum 4

Vissersdijk Oost

Pdf-322865,

Verkennend onderzoek:

(AA050500389)

Geomet BV,

Bovengrond: PAK, minerale olie, zware metalen (met name zink, koper en lood)

07-08-2001

>s; Ondergrond: plaatselijk PAK >T; Grondwater: nikkel >s, arseen is van nature verhoogd.

Geomet BV,

Oriënterend bodemonderzoek:

28-08-2001

Slib! Twee te dempen sloottrajecten (310 en 420 m) zijn onderzocht met een diepte van resp. 0,6 en 0,1 m en een breedte van resp. 2 en 1 m. Een deel van 1 van de 2 trajecten is ingedeeld in klasse 4, de overige waterbodem is ingedeeld in klasse 2

Pdf- 651302,

Verkennend onderzoek:

Dordrecht

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek. Bovengrond (west, puin): PAK >s.

Research,

Bovengrond (voormalig gronddepot, koolgruis/sintels): koper >I, diverse

01-12-2001

parameters >s. Grondwater: arseen, naftaleen zeer licht verhoogd.

Pdf- 651281,

Saneringsplan:

Dordrecht

Saneren, voor vrijkomend materiaal bestaan geen hergebruiksmogelijkheden,

Research,

dient afgevoerd te worden naar verwerker.

01-04-2002 2002024531,

Saneringsplan:

Geomet BV,

Het matig tot sterk met koper verontreinigde tracé zal worden ontgraven (ca

23-09-2002

60m3) en worden afgevoerd naar een verwerker. Nacontrole in horizontale en verticale richting. Er zal een evaluatieverslag worden opgesteld.

5

Vissersdijk-Oost, t.p.v.

Pdf-651302,

Verkennend onderzoek:

Noordendijk 781

Dordrecht

Ter plaatse van het westelijk tracé voormalige sloot Bovengrond licht tot matig

(AA050501371)

MA200310.R01.V3.2

verontreinigd met PAK, ter plaatse van het oostelijk tracé voormalige sloot geen

11 van 27

Research,

01-12-

2001

afwijkende kenmerken. Ter plaatse van het voormalig gronddepot: Sterke verontreiniging van koper (ca 10 m3). Overige terrein geen verontreiniging voor boven- en ondergrond. Grondwater is niet verontreinigd.

6

Visserstuin 201-

Pdf651309,

Saneringsevaluatie:

Dordrecht

Er was geen sprake van geval ernstige bodemverontreiniging. Spot ontgraven met

Research,

sterke koper verontreiniging, verontreinigde grond afgevoerd. Geschikt

09-09-2002

voorgenomen bestemming.

Kanters, 07-01-2003

Verkennend onderzoek:

203/Provincialeweg 6c (AA050502723)

Geen bezwaar de bouwvergunning te verlenen Adcim, 01-01-2008

Verkennend onderzoek: Lichte verontreiniging met PAK en EOX in de ondergrond. De bovengrond is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met arseen en zink.

Linge Milieu, 16-10-

Asbest onderzoek:

2014

Geen asbest aangetroffen ter plaatse van de puinhoudende grond.

Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat er in het verleden op de locatie geen tot lichte verontreinigingen aangetoond zijn en dat de sloten zijn gedempt met gebiedseigen grond. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie hebben twee saneringen plaatsgevonden. Ter plaatse van de Vissersdijk Oost was de ondergrond sterk verontreinigd met koper. Gezien graafwerkzaamheden in verband met de aanleg van de woonwijk gingen plaatsvinden, is de sanering uitgevoerd (circa 60 m3). Ter plaatse van Noordendijk 781 is een sterke verontreiniging met koper aangetoond en ook deze grond is afgevoerd (circa 10 m3). Uit de overige onderzoeken blijkt dat in de omgeving van de onderzoekslocatie lichte tot matige verontreinigingen zijn aangetoond met PAK in zowel de boven- als de ondergrond. Het grondwater is licht verontreinigd met arseen, naftaleen en/of zink.

2.6 Niet gesprongen explosieven (NGE) De onderzoekslocatie is niet gelegen in een gebied dat verdacht is voor “niet gesprongen explosieven”. Op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie heeft echter wel een vooronderzoek door AVG Explosieven Opsporing Nederland plaatsgevonden, maar aangezien er geen vervolgonderzoek (opsporing) heeft plaatsgevonden kan geconcludeerd worden dat er waarschijnlijk geen “niet gesprongen explosieven” aanwezig zijn op de onderzoekslocatie (bron: explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart).

2.7 Archeologie Uit de archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart van de provincie Zuid-Holland (cultuur historische atlas) blijkt dat de onderzoekslocatie gelegen is in een gebied waarvoor tot een diepte van 5 m-mv een lage archeologische verwachting geldt. Tot 3 m betreft het hier Jonge zee afzettingen met geen of lage kans op archeologische sporen. Tot 5 m betreft het hier Oude zee afzettingen met veen. Ook hier geldt geen of lage kans op archeologische sporen. Vanaf 5 m betreft het hier Oude stroomgordels en geulafzettingen en hiervan is de kans hoog op archeologische sporen. De onderzoekslocatie wordt aan de oostzijde begrensd door een oude rivierdijk van voor 1945. Deze dijk heeft een hoge cultuurhistorische waarde.

MA200310.R01.V3.2

12 van 27

2.8 Terreininspectie Op 6 juli 2020 is door de heer J.H.M.S. van Aart een terreininspectie uitgevoerd. 

Het terrein is momenteel afgesloten door een hek.

Het terrein is bereikbaar vanaf het parkeerterrein dat bestaat uit asfalt.

Het maaiveld is grotendeels voorzien van gras.

Het terrein is vrij van inrichtingsmaterialen zoals leunhekwerk, verhardingen, lichtmasten, banken, dugouts en doelen.

Ter plaatse van het voormalige kunstgrasveld zijn bijmengingen op maaiveld waargenomen van sporen rubber en sporen lavalith.

Ter plaatse van het voormalige clubgebouw is er aangevuld met zand.

Naast dit voormalig clubgebouw staat een L-vormig gebouw. Dit gebouw is van de tafeltennisvereniging en valt buiten de onderzoekslocatie.

Tijdens de terreininspectie is het gehele terrein visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn op onderhavige onderzoekslocatie niet waargenomen.

2.9 Fundatie en Asfalt Op de onderzoekslocatie is een parkeerterrein aanwezig met een oppervlak van circa 4.800 m 2. Het betreft hier een verharding van asfalt met een fundatielaag.

2.9.1 Fundatie en onderliggende bodem Er is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de fundatie en onderliggende bodem noodzakelijk vanwege de bouwplannen. Aan de hand van een uitloogproef zal worden bepaald of eventuele verontreinigingen vanuit de fundatielaag in de bodem terecht zijn gekomen.

2.9.2 Asfalt Om de hergebruikmogelijkheden van het asfalt vast te stellen, dient te worden vastgesteld of het asfalt teerhoudend is. Hiertoe wordt het PAK-gehalte van het asfalt bepaald en getoetst aan de maximale samenstellingswaarde uit het Besluit bodemkwaliteit. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens CROW publicatie 210 (Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt, juni 2015) en BRL 9320 (Bitumineus gebonden mengsels). In deze richtlijnen zijn eisen aangegeven voor de acceptatie van asfaltgranulaat. Op basis van historisch vooronderzoek en een visuele inspectie van het te frezen/ op te breken weggedeelte worden eventueel te onderscheiden vakken aangegeven. Op de kernen is een laagdiktebepaling proef (RAW 77.1) en PAK-detectorproef (RAW 77.2) uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken is in eerste instantie bepaald of sprake is van voldoende homogeen asfalt. Indien dit niet het geval is dienen mogelijk aanvullende kernboringen en laagdiktebepalingen en PAK-detectorproeven te worden uitgevoerd. Vervolgens dienen PAK in asfalt analyses te worden ingezet om de samenstellingswaarden te bepalen. De uit te voeren werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1.

2.10 PFAS In een brief van 8 juli 2019 is het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit Tijdelijk handelingskader is op 1 december 2019 aangepast. Het Tijdelijk handelingskader biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAS-houdende grond en baggerspecie. Voor hergebruik is het noodzakelijk om onderzoek te doen naar de stofgroep PFAS (poly- en

MA200310.R01.V3.2

13 van 27

perfluor alkyl-verbindingen). Gezien de aanleiding van onderhavig onderzoek wordt het stoffenpakket uitgebreid met de stofgroep PFAS. Omdat de locatie verdacht is ten aanzien van GenX wordt tevens op deze parameter onderzocht. Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” blijkt dat vooralsnog heel Nederland als verdacht gebied wordt aangemerkt. Derhalve is voor de onderzoekslocatie in principe de hypothese “verdacht” van toepassing. Aangezien PFAS diffuus voorkomt binnen heel Nederland heeft de opdrachtgever ons gevraagd onderzoek te doen conform de relatief uitgebreide strategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HO-NL). Op de onderzoekslocatie is, voor zover bekend, geen puntbron van PFAS te verwachten. Derhalve wordt gebruik gemaakt van bovengenoemde onderzoeksstrategie uit de NEN 5740 (rekening houdend met de toekomstige ontgravingsdiepte), waarbij zowel de boven- als ondergrond op PFAS en GenX wordt geanalyseerd.

2.11 Asbest in bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie asbest onverdacht is. Conform de NEN 5707 is in dit geval een onderzoek naar asbest in bodem niet per definitie noodzakelijk. Om een verkennend onderzoek naar asbest in bodem achterwege te kunnen laten, moet, in aanvulling op het locatiebezoek tijdens het vooronderzoek, in dat geval echter ook een visuele inspectie van het maaiveld conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2018, alsmede een visuele beoordeling van uit tijdens het verkennend bodemonderzoek uitgekomen grond worden uitgevoerd, waarbij geen asbestverdachte materialen (plaatjes, buis etc.) of bodemvreemde bijmengingen die worden geassocieerd met een mogelijke verontreiniging met asbest (puin, resten baksteen etc.) worden waargenomen. In dat geval wordt voor de locatie de hypothese “onverdacht” gesteld en is aanvullend onderzoek conform NEN 5707 niet noodzakelijk. Tijdens de veldwerkzaamheden wordt het maaiveld en de opgeboorde grond beoordeeld op de eventuele aanwezigheid van asbest, ter onderbouwing van de hypothese niet verdacht voor asbest.

2.12 Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie De resultaten van het vooronderzoek alsmede eventuele verdachte deellocaties, onderzoekshypothese en -strategie staan samengevat in deze paragraaf. De genoemde hypotheses worden met behulp van dit bodemonderzoek getoetst. In de navolgende hoofdstukken worden de uitgevoerde werkzaamheden en de onderzoeksresultaten besproken. Gehele terrein Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie geen activiteiten te verwachten zijn die tot een bodemverontreiniging hebben kunnen leiden. Derhalve is voor de onderzoekslocatie hypothese “onverdacht” van toepassing. De strategie “grootschalig onverdacht niet lijnvormig” (ONV-GR-NL) is van toepassing op deellocaties (> 1 ha), waarvoor geen belastende bronnen/activiteiten zijn te verwachten op basis van het vooronderzoek. Het grondwater wordt binnen de maximale ontgravingsdiepte verwacht en wordt derhalve meegenomen in het onderzoek.

MA200310.R01.V3.2

14 van 27

Parkeerterrein Voor het parkeerterrein wordt voor zowel de bovengrond (onder de fundatie) als de ondergrond uitgegaan van een onverdachte (niet lijnvormige) locatie (ONV-NL), zoals genoemd in de NEN 5740. Wel zal bij de uitvoering van de werkzaamheden extra aandacht worden besteed aan eventuele uitloging vanuit mogelijk verontreinigd fundatiemateriaal in de onderliggende bodemlaag ter plaatse van het parkeerterrein. Voormalig kunstgrasveld Het voormalig kunstgrasveld zal niet als aparte deellocatie behandeld worden. In overleg met de opdrachtgever wordt naar aanleiding van de aangetroffen bijmengingen een extra mengmonster ingezet. Gedempte sloten Naar aanleiding van het vooronderzoek blijken er gedempte sloten op de onderzoekslocatie aanwezig te zijn. Het betreft hier sloten die gedempt zijn in de periode 1955-1992, maar ook rond 2003 bij de aanleg van het sportpark. In overleg met de opdrachtgever en gebaseerd op de nota "gezamenlijk bodemsaneringsbeleid provincie ZuidHolland” zal met behulp van raaien gekeken worden of de gedempte sloten in het veld waarneembaar zijn. Een raai bestaat uit 3 boringen tot 1,5 m-mv (max. 1,5 m uit elkaar). Indien een sloot wordt aangetroffen, dan zal tot 0,5 m onder de onderzijde van de sloot worden doorgeboord.

MA200310.R01.V3.2

15 van 27

3 Veldwerk en analyses 3.1 Onderzoeksprogramma In onderstaande Tabel 3.1 is het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek samengevat. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma bodem- en asbestonderzoek (Deel)locatie en Oppervlakt Veldwerk strategie e (m2) Asfaltonderzoek (CROW210) -

Analyses1) Asfalt

Bodem/ fundering 25*0,5 m-mv 4*2,0 m-mv 5*peilbuis

Plangebied Oudland (ONV-GR-NL)

36.611

Asfalt parkeerterrein met fundatielaag (CROW210)

4.800-

6 kernen

-

6*PAK-marker test (RAW 77.2) + laagdikte-bepaling (RAW 77.1)

PFAS (VED-HO-NL) Kunstgrasveld (VED-HE-NL) Gedempte sloten

36.611

-

-

-

7.600

-

-

-

36.611

-

11 raaien van 3*1,5 m-mv

-

1)

-

Grond/fundatie

Bovengrond: 3*standaardpakket Ondergrond: 3*standaardpakket Fundatie: 1*samenstellingspakket beperkt met uitloogproef 4*PFAS incl. GenX Bovengrond 1*standaardpakket Verdachte laag: 14*standaardpakket

Grondwater

5*standaardpakket

-

-

Standaardpakket (landbodem en grond): organisch stof en lutum 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) som-PCB, som-PAK(10) en minerale olie PFOS, PFOA en GENx (30 poly- en perfluor alkyl-verbindingen) Perfluorbutanoicsulphon.PFBS; Perfluorpentanoicsulph.PFPeS; Perfluorhexanoicsulpho.PFHxS; Perfluorheptanoicsulph.PFHpS; PFOS, linear; PFOS, branched; PFOS, total;Perfluordecanoicsulpho.PFDS; Perfluorpentanoic acid,PFPeA; Perfluorhexanoic acid, PFHxA; Perfluorheptanoic acid,PFHpA; PFOA, linear PFOA, branched; PFOA, total; Fluortelomersulfo. (4:2 FTS); Fluortelomersulfo. (6:2 FTS); Fluortelomersulfo. (8:2 FTS); Perfluorbutanoic acid, PFBA; Perfluornonanoic acid, PFNA; Perfluordecanoic acid, PFDA Perfluorundec. acid, PFUnDA; Perfluordodec.

acid, PFDoDA; Perfluorocta.sulp.amid,PFOSA; 7H-Dodecafl.hept.acid HPFHpA en GENx Standaardpakket grondwater: 9 zware metalen vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen, naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform) en minerale olie Samenstellingspakket beperkt en uitloogproef (bouwstoffen) organische parameters (som PCB, som PAK (10) en minerale olie). schudproef met L/S=10 en analyse eluaat op pakket 15 metalen (As, Ba, Cd, Cr, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Sb, Se, Va, Zn) en 4 anionen (fluoride, bromide, chloride en sulfaat).

De chemische analyses van de grond(meng)monsters, de grondwatermonsters zijn conform AS3000 uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 (certificaatnummer L28) en AS3000-erkend. De analyses op de stofgroep PFAS zijn eveneens uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam.

3.2 Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters Gerelateerd aan de zintuiglijke waarnemingen dan wel analyseresultaten zijn de volgende wijzigingen en/of bijzonderheden te melden:

MA200310.R01.V3.2

16 van 27

Vanwege de aanwezigheid van diverse hoofdbestanddelen en bodemvreemde bijmengingen van sporen rubber en lavalith zijn in totaal 7 analyses op het standaardpakket landbodem uitgevoerd in plaats van de voorgestelde 6.

Voor de funderingslaag onder het asfalt van het parkeerterrein is 1 analyse uitgevoerd met betrekking tot het samenstellingspakket in combinatie met een uitloogproef.

De monstersamenstelling van het aanvullende onderzoek naar de gedempte sloten is gedaan per raai op basis van de laag met de meeste of meest verdachte bodemvreemde bijmengingen. Dit zijn in totaal 14 analyses op het standaardpakket landbodem.

De grond(meng)monsters zijn onderzocht op het standaardpakket landbodem en grond uit de NEN 5740. In Tabel 4.1 is een overzicht gegeven hoe de grond(meng)monsters zijn samengesteld. Tevens is van elk grond(meng)monster het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. De grondwatermonsters zijn conform de onderzoeksopzet onderzocht op het standaardpakket grondwater uit de NEN 5740:2009. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven. Plaatselijk zijn in bodemlagen van gelijke textuur zintuiglijk bodemvreemde bijmengingen aangetroffen aan sporen aardewerk, baksteen, asfalt en of kooltjes. Bij het samenstellen van de mengmonsters zijn in enkele gevallen mengmonsters samengesteld van zintuiglijk schone bodemmonsters met sporadisch met geroerde bodemmonsters. Gezien het hier “homogene” bodemlagen betreft alsmede de mate van bijmengingen (gradatie sporen) betreft het hier geen afwijking op de NEN 5740 en wordt ons inziens een representatief kwaliteitsbeeld verkregen. Dit wordt gestaafd op basis van de analyseresultaten van de monsters die zijn verkregen.

3.3 Veldwerk verkennend bodemonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 6 en 7 juli 2020 en op 25 en 26 augustus 2020 conform BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) en het daarbij behorend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, versie 6.0, 1 februari 2018). De veldmedewerkers die de werkzaamheden hebben uitgevoerd zijn de heer J.H.M.S. van Aart en de heer B.M.D.M. Houden en zij zijn in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer M. van Dijk, de heer B. van Gerven en de heer H. van Ooijen. Een tekening met de ligging van de uitgevoerde boringen is toegevoegd als bijlage 8. Tijdens de werkzaamheden zijn voor wat betreft de parameter PFAS maatregelen getroffen om contaminatie zoveel als mogelijk te voorkomen, zoals staat omschreven in het “Kennisdocument voor Bemonstering en analyse van PFAS-verbindingen in grond- en grondwater”. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden.

3.3.1 Veldwerk verhardingsonderzoek De asfaltkernen zijn voorzien van een barcode en verstuurd naar het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. Het gat in het asfalt is gedicht met koud asfalt. De ligging van de kernen is conform CROW publicatie 210 met een nauwkeurigheid van 20 centimeter vastgelegd. De locaties van de asfaltboringen zijn aangegeven op de situatietekening die als bijlage 8 is toegevoegd.

MA200310.R01.V3.2

17 van 27

3.3.2 Dikte asfalt De dikte van het asfalt ter plaatse van het parkeerterrein is aangegeven in onderstaande tabel. Met het bijbehorende oppervlakte en de gemiddelde dikte is de hoeveelheid vrijkomend asfalt circa in m3 en in tonnen berekend. Voor de details wordt eveneens verwezen naar Tabel 4.6.Tabel 3.2: Overzicht dikte asfalt en berekende hoeveelheid vrijkomend asfalt (m3 en ton) Locatie Gemiddelde dikte asfalt (m) Oppervlak (m2) Vrijkomende hoeveelheid Vrijkomende hoeveelheid asfalt (m3) asfalt (ton) Parkeerterrein

0,14 (0,12 – 0,17)

4.800

672

1.680

3.4 Bodemprofiel Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging(en) en eventuele bijzonderheden. De boorstaten zijn als bijlage 3 zijn toegevoegd. Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld voornamelijk bestaat uit gras. De bodem kan globaal als volgt worden omschreven. Vanaf het maaiveld wordt ter plaatse van de sportvelden eerst een zandlaag aangetroffen tot ongeveer 0,5 m-mv. In veel gevallen bestaat deze zandlaag uit een zwak humeuse zandlaag bovenop een niet-humeuse zandlaag. Deze niet-humeuse zandlaag bevindt zich ook tot 0,5 m-mv onder het parkeerterrein.. In de ondergrond wordt eerst een kleilaag aangetroffen (0,5 – 1,5 m-mv) en vervolgens een niet-humeuse zandlaag (1,5 – 2,0 m-mv). Vanaf circa 2,0 tot 3,0 m-mv (maximale boordiepte) wordt veen aangetroffen. Aan de rand van de sportvelden wordt vanaf het maaiveld eerst een kleilaag aangetroffen. Er zijn verder geen afwijkende geuren (middels passieve geurwaarneming) en/of kleuren waargenomen.

3.5 Watermonstername Op 17 en 20 juli 2020 is het grondwater bemonsterd conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters, versie 6.0, 1 februari 2018). De monsternemer, de heer J.H.M.S. van Aart, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer B. Van Gerven. Voor de watermonstername is de grondwaterstand, zuurgraad, turbiditeit en geleidbaarheid bepaald. Deze zijn weergegeven in Tabel 4.3. De grondwaterstand is locatie- en seizoensgebonden en kan derhalve variëren.

MA200310.R01.V3.2

18 van 27

4 Analyseresultaten 4.1 Toetsingskader 4.1.1 Wet bodembescherming De analyseresultaten zijn getoetst aan de streefwaarden (S) voor grondwater, de interventiewaarden (I) voor grond en grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarden (AW) voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. De streefwaarden voor grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. De “tussenwaarde” (in onderhavig rapport aangeduid als T) betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde, maar maakt geen onderdeel meer uit van de toetsing die noodzakelijk is vanuit de Circulaire bodemsanering en Besluit bodemkwaliteit, maar fungeert in onderhavig rapport als triggerwaarde waarboven het vermoeden van een geval van ernstige verontreiniging bestaat en nader onderzoek wordt aanbevolen.

In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingssituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: 

Licht verontreinigd: betreft gehalten tussen de achtergrondwaarde en de “tussenwaarde” (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde).

Matig verontreinigd: betreft gehalten tussen de “tussen”- en interventiewaarde.

Sterk verontreinigd: betreft gehalten die de interventiewaarden overschrijden.

4.1.2 Tijdelijk handelingskader, INEV’s en Herziene handreiking OZHZ De analyseresultaten van de stofgroep PFAS zijn getoetst aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem) uit het op 2 juli 2020 aangepast Tijdelijk handelingskader voor deze stofgroep. Daarnaast zijn de analyseresultaten van de stofgroep PFAS getoetst aan de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) opgesteld door het RIVM (versie 20200302v10, RIVM, 5 maart 2020). Bij overschrijding van de waarden is er sprake van ernstige bodemverontreiniging. Verder zijn de analyseresultaten van de stofgroep PFAS getoetst aan de Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid d.d. 13 juni 2018 en nadere toelichting onderzoekplicht - Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid d.d. 20 september 2018.

4.1.3 Besluit en Regeling bodemkwaliteit In het geval van bodem c.q. grond zijn de analyseresultaten (indicatief) getoetst aan de maximale waarden behorende bij de diverse functieklassen zoals vermeld in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.

MA200310.R01.V3.2

19 van 27

4.1.4 Niet-vormgegeven bouwstoffen Voor niet-vormgegeven bouwstoffen (slakken, menggranulaten e.d.) is het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. In het geval van een niet-vormgegeven bouwstof zijn de analyseresultaten tevens (indicatief) getoetst aan de maximale samenstellingswaarden voor organische parameters zoals vermeld in bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit.

4.2 Toetsing van de analyseresultaten 4.2.1Bodem Voor zware metalen en organische verbindingen dient een correctie plaats te vinden op basis van het gemeten lutum- en/of organisch stofgehalte in de bodem. Op basis van de gemeten gehalten aan lutum en organische stof worden de gerapporteerde gehalten omgerekende naar standaard bodem (10% organisch stof en 25% lutum). Bij het toetsen van de stofgroep PFAS aan de toepassingsnormen uit het Tijdelijk handelingskader wordt door het RIVM geadviseerd om voorlopig geen correctie toe te passen voor organische stof totdat het handelingskader definitief is. Dit omdat organische stof de variatie in som-PFOS en som-PFOA onvoldoende kan verklaren. Correctie bij de stofgroep PFAS vindt pas plaats zodra het organische stof gehalte in het analysemonster hoger is dan 10%. Bij de gebruikte standaardbodem voor de PFAS toetsing vindt er dus geen correctie plaats van de gemeten parameters. In Tabel 4.1 en Tabel 4.2 (grondmonsters) en Tabel 4.3 (watermonsters) zijn alleen de onderzochte parameters vermeld waarvan de gehalten dan wel concentraties de achtergrondwaarden (grondmonsters) c.q. streefwaarden (grondwater) overschrijden. De toetsing van alle parameters is opgenomen als bijlage 5. In Tabel 4.1 staat per (meng)monster de indicatieve kwaliteitsklasse vermeld met betrekking tot de stofgroep PFAS.

Tevens is in deze tabel het resultaat van de uitloogproef van het fundatiemateriaal opgenomen (Fundatie 010). Tabel 4.1: getoetste analyseresultaten grond(meng)monsters in mg/kg ds en pfas in µg/kg ds Analysemonster

Boring

Traject (m -mv)

Textuur

mmbg1

001

0,00 - 0,50

Klei

002 003 004 017

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Klei Klei Klei Klei

mmbg2

013 014 015 026 028 031

0,00 - 0,50 0,00 - 0,20 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,00 - 0,20 0,00 - 0,20

Zand Zand Zand Zand Zand Zand

mmbg3

027 028 029 031 033 034

0,00 - 0,15 0,20 - 0,35 0,20 - 0,35 0,20 - 0,35 0,00 - 0,15 0,00 - 0,20

mmbg onder asfalt

009 007 010 020 023 021

mmog1 mmog2

mmog3

Analyse pakket

> AW

Toets Wbb

Toets Bbk

PFAS THK

INEV

OZHZ

St.pakket

-

-

-

AW

-

-

-

Basis hygiëne

sp. glas

St.pakket

-

-

-

AW

-

-

-

Basis hygiëne

Zand Zand Zand Zand Zand Zand

sp. rubber, sp. lavalith sp. rubber, sp. lavalith sp. lavalith, sp. rubber sp. rubber, sp. lavalith sp. rubber, sp. lavalith sp. rubber, sp. lavalith

St.pakket

Kobalt Nikkel

21,4 44

* *

AW

-

-

-

Basis hygiëne

0,50 - 1,00 0,40 - 0,85 0,50 - 1,00 0,50 - 0,85 0,50 - 0,85 0,50 - 0,85

Zand Zand Zand Zand Zand Zand

-

St.pakket

PCB-7

26,5

*

AW

-

-

-

Basis hygiëne

012 015

1,00 - 1,50 1,00 - 1,50

Klei Klei

-

St.pakket

Kobalt Nikkel

15,1 44

* *

AW

-

-

-

Basis hygiëne

011 017 020 025 029 030

1,50 - 1,80 0,80 - 1,30 1,00 - 1,50 1,00 - 1,50 0,70 - 1,20 0,85 - 1,20

Zand Zand Zand Zand Klei Klei

-

St.pakket

PCB-7

34,0

*

AW

-

-

-

Basis hygiëne

-

St.pakket

Nikkel

39

*

AW

-

-

-

Basis hygiëne

MA200310.R01.V3.2

Visuele waarneming *) sp. kooldeeltjes, sp. aardewerk

GSSD

CROW 400

sp. asfalt, sp. kolen sp. baksteen

20 van 27

Analysemonster

Boring

Traject (m -mv)

Textuur

Visuele waarneming

Analyse pakket

> AW

GSSD

Toets Wbb

Toets Bbk

PFAS

CROW 400

005

0,00 - 0,50

Zand

-

Som PFOA

5,5

*

-

< 10 µg/kg

-

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand

Niet toepasbaar

< INEV

008 012

PFAS advieslijst +GENX

018

0,00 - 0,50

Zand

Som PFOA

4,0

*

-

< 10 µg/kg

-

0,00 - 0,50 0,00 - 0,25

Zand Zand

Niet toepasbaar

< INEV

019 022

PFAS advieslijst +GENX

025 029 030

0,00 - 0,25 0,00 - 0,20 0,00 - 0,20

Zand Zand Zand

PFAS advieslijst +GENX

-

-

-

-

Land bouw / natuu r

-

-

-

011 017 022 025

0,50 - 1,00 0,50 - 0,80 0,70 - 1,20 0,50 - 0,80

Klei Klei Klei Klei

sp. aardewerk

PFAS advieslijst +GENX

Som PFOA

9,4

*

-

Niet toepasbaar

< INEV

< 10 µg/kg

-

010

0,13 - 0,50

Repac

-

Kolomtest

-

-

<SW

Toepas

-

-

-

-

PFAS pfas mmbg1

pfas mmbg2

pfas mmbg3

pfas mmog

sp. aardewerk

sp. lavalith, sp. rubber

Fundatie Fundatie 010

conform

baar

NEN7383

Tabel 4.2: getoetste analyseresultaten grond(meng)monsters Gedempte sloten in mg/kg ds Analysemonster

Boring

Traject (m -mv)

Textuur

Visuele waarneming *)

Analyse pakket

> AW

GSSD

Toets Wbb

Toets Bbk

CROW 400

Raai 101-103

101

0,00 - 0,50

Zand

br. klei, sp. gravel

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

102 103

0,00 - 0,50 0,00 - 0,30

Zand Zand

br. klei, sp. gravel br. klei, sp. gravel

Raai 104-106

104 105 106

0,00 - 0,30 0,00 - 0,40 0,00 - 0,30

Zand Zand Zand

br. klei, zw. gravelh. br. klei, zw. gravelh. zw. gravelh.

St.pakket

Kobalt

16,6

*

AW

Basis hygiëne

Raai 107-109

107 108 109

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand Zand

-

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

Raai 110-112

110 111 112

0,00 - 0,50 0,00 - 0,40 0,00 - 0,40

Zand Zand Zand

sp. baksteen sp. baksteen sp. baksteen

St.pakket

Nikkel

36

*

AW

Basis hygiëne

Raai 113-115

113 114 115

0,00 - 0,40 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand Zand

sp. baksteen sp. baksteen sp. baksteen

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

Raai 116-118

116 117 118

0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30

Zand Zand Zand

sp. baksteen sp. baksteen sp. baksteen

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

Raai 119-121

119 120 121

0,00 - 0,40 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand Zand

sp. baksteen sp. baksteen sp. baksteen

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

Raai 122-124

122

0,00 - 0,50

Zand

sp. baksteen

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

123 124

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand

sp. baksteen

Raai 125-127

125 126 127

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand Zand

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

Raai 128-130

128 129 130

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand Zand

-

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

Raai 131-133

131 132

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

133

0,00 - 0,50

Zand

sp. baksteen zw. baksteenh., sp. aardewerk, zw. asfalth., zw. betonh. zw. baksteenh., sp. aardewerk, sp. beton

105-2

105

0,40 - 0,70

Zand

-

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

105-3

105

0,70 - 1,20

Klei

re. planten

St.pakket

-

-

-

AW

Basis hygiëne

108-3

108

0,70 - 1,20

Zand

re. planten

St.pakket

Kobalt Nikkel

19,6 48

* *

AW

Basis hygiëne

Conc.

Toets

sp. baksteen

Tabel 4.3: getoetste analyseresultaten grondwatermonsters in µg/l Nr.

011

Waterstand

Zuurgraad

Geleidbaarheid

Turbiditeit

(m-mv)

(pH)

(µS/cm)

(NTU)

1,20

6,4

1119

21,9

MA200310.R01.V3.2

21 van 27

Analyseparameter

Parameters >S

St. pakket

Barium

Wbb 200

>S

015

0,55

6,2

1696

268

St. pakket

Barium

400

>S

022

0,85

6,3

1429

244

St. pakket

Barium

250

>S

025

0,90

6,4

1214

197

St. pakket

Barium

270

>S

030

0,74

6,1

1535

26,5

St. pakket

Barium

260

>S

Verklaring gebruikte afkortingen Wbb : Wet bodembescherming AW : achtergrondwaarde 2000 S : streefwaarde T : “tussenwaarde” I : interventiewaarde GSSD : gestandaardiseerde meetwaarde Bbk : Besluit bodemkwaliteit (indicatief) NVB : niet vormgegeven bouwstof AW : voldoet indicatief aan klasse “achtergrondwaarde” MWW : voldoet indicatief aan klasse “wonen” MWI : voldoet indicatief aan klasse “industrie” NT : indicatief “niet toepasbaar” Verklaring tekens * : groter dan AW/S en kleiner of gelijk aan T ** : groter dan T en kleiner of gelijk aan I *** : groter dan I : geen waarde vastgesteld Voetnoten #1

*)

st. pakket sp. zw. ma. st. uit. vol. re. br. lg. -h. asbv. mat

: standaard pakket : sporen : zwak : matig : sterk : uiterst : volledig : resten : brokken : laagjes : -houdend : asbestverdacht materiaal

Gehalte Conc.

: gemeten gehalten in mg/kg d.s. PCB in µg/kg : gemeten concentratie in µg/l

Conform CROW400 dient stofvorming voorkomen te worden, aandacht besteden aan hoge pH-waarde van de bouwstoffen en mogelijk aanvullende maatregelen te bepalen door veiligheidskundige (bv. handschoenen, overall, veiligheidsschoenen, etc.). Zie ook paragraaf 3.2 voor een verklaring omtrent de samenstelling van de mengmonsters.

Bij de samenstelling van de mengmonsters is zowel rekening gehouden met de locatie van de monsters als met de aanwezigheid van visuele waarnemingen in de individuele monsters. Monsters met dezelfde visuele waarnemingen zijn zoveel mogelijk gecombineerd en dat geldt ook voor de visueel schone monsters. In een paar gevallen zijn monsters met onverdacht visuele waarnemingen (bijvoorbeeld sporen glas of aardewerk) gemengd met visueel schone monsters. Aangezien het hier onverdacht visuele waarnemingen betreft, heeft het mengen ons inziens geen invloed op het resultaat. Bij mengmonster “mmog2” is voor de component PCB-28 de onzekerheid van het resultaat vergroot, omdat er ook PCB-31 is aangetoond in dit mengmonster. Dit heeft ons inziens geen effect op het resultaat. Voor het mengmonster “mmbg onder asfalt” ookwel “007(3) 009(3) 010(3) 020(3) 021(3) 023(3)” op certificaat 13285129 is de conserveringstermijn overschreden. Dit is een mengmonster van de bovenste laag van de bodem onder het asfalt van het parkeerterrein. Het betreft een geringe overschrijding in tijd. De resultaten van de samenstelling en emissie van de bovenliggende fundatielaag bevestigen dat er geen verdenking is op de meest kritische parameter minerale olie in de conserveringstermijn. Dit heeft ons inziens dan ook geen effect op het resultaat.

Deze afwijking heeft ons inziens geen invloed op het resultaat en/of de conclusie. Voor de monsters “105-2”, “105-3” en “108-3” op certificaat 13311163 is ook de conserveringstermijn verstreken. Bij de beoordeling van de resultaten bleek dat door aanvullend deze drie monsters te analyseren een completer beeld van de bodemkwaliteit zou worden verkregen. Gezien de eerdere resultaten en geen verdenking op de aanwezigheid van minerale olie geeft dit ons inziens een representatief beeld van de bodemkwaliteit. Deze afwijking heeft ons inziens geen invloed op het resultaat en/of de conclusie.

MA200310.R01.V3.2

22 van 27

Bij het monster “fundatie 010” zijn er bij de bepaling op minerale olie componenten waargenomen na C40. Dit heeft echter geen invloed op het resultaat en/of de conclusie.

MA200310.R01.V3.2

23 van 27

4.3 Verhardingsonderzoek 4.3.1 Fundatie Fundatiemateriaal kan uit een niet-vormgegeven bouwstof of grond bestaan. In Tabel 4.4 is per boring aangegeven waaruit het fundatiemateriaal bestaat, in het kader van de Wet bodembescherming (50% bodemvreemd materiaal). Tabel 4.4: fundatiemateriaal per boring Boring

Traject (m-mv)

Textuur

Classificatie:

007

0,14-0,40

Repac

Niet-vormgegeven bouwstof

009

0,15-0,50

Repac

Niet-vormgegeven bouwstof

010

0,13-0,50

Repac

Niet-vormgegeven bouwstof

020

0,12-0,50

Repac

Niet-vormgegeven bouwstof

021

0,15-0,50

Repac

Niet-vormgegeven bouwstof

023

0,17-0,50

Repac

Niet-vormgegeven bouwstof

Niet-vormgegeven bouwstof / grond

4.3.2 Asfalt Op basis van de PAK-markertesten is bepaald van welke delen van de asfaltkern(en) analytische bepaling van de teerhoudendheid zinvol is. Gezien de opbouw en uitslagen van de PAK-marker testen zijn vervolgens, rekening houdend met het tonnage en de aanwezige asfaltvakken, 1 PAK-analyse uitgevoerd (voor een toelichting zie Tabel 4.5). De resultaten van de PAK-marker en/of analyses PAK in asfalt zijn opgenomen in Tabel 4.6. Tabel 4.5: PAK-markertest en PAK-analyses Analysepakket en -parameter

Omschrijving

PAK-markertest

Als bij een PAK-markertest een verkleuring ontstaat (++) is het asfalt teerhoudend. Indien geen verkleuring ontstaat (--) betekent dit niet automatisch dat het asfalt niet-teerhoudend is. Dit omdat de PAK marker pas verkleurt boven een PAK-gehalte van circa 250 mg/kg, terwijl de bovengrens voor niet-teerhoudend asfalt 75 mg/kg bedraagt. Daarom kunnen op basis van interpretatie van de PAK-marker geen uitspraken worden gedaan over de teerhoudendheid in het gebied tussen 75 mg/kg en circa 250 mg/kg. Uitsluitsel vindt plaats op basis van PAK-analyses. PAK-analyses worden verricht overeenkomstig NEN 7331 (Soxhlet extractie met PE, analyse volgens GCMS, danwel DLC)

PAK-analyses

De certificaten van de laagdiktebepaling en de PAK-markertest zijn bijgevoegd als bijlage 4. De certificaten van de PAK in asfaltbepaling zijn eveneens bijgevoegd als bijlage 4. Tabel 4.6: resultaten PAK-markertesten en PAK-analyses Kern

Parkeerterrein 007

009

010

020

021

023

Laagdikte-opbouw en PAK-marker Laagdikte Opbouw PAK-marker (mm)

PAK-analyse Mengmonster nummer (traject in mm)

PAK-gehalte2) (mg/kg d.s.)

0-29 29-71 71-134 0-27 27-75 75-144 0-23 23-60 60-127 0-24 24-65 65-121 0-24 24-66 66-137 0-44 44-90 90-161

007 / 009 / 020

<50ppm

niet teerhoudend

herbruikbaar

007 / 009 / 020

<50ppm

niet teerhoudend

herbruikbaar

-

-

niet teerhoudend

herbruikbaar

007 / 009 / 020

<50ppm

niet teerhoudend

herbruikbaar

-

-

niet teerhoudend

herbruikbaar

-

-

niet teerhoudend

herbruikbaar

Verklaring 1) PAK-marker: ++ PAK-marker: -2) PAK-gehalte

MA200310.R01.V3.2

DAB0-11 STAB0-22 GAB0-32 DAB0-08 STAB0-22 GAB0-32 DAB0-08 STAB0-16 GAB0-16 DAB0-08 STAB0-16 GAB0-32 DAB0-11 STAB0-16 GAB0-32 DAB0-08 STAB0-22 GAB0-16

-

Toetsing Conclusie3)

Indicatief advies Bbk4)

PAK-gehalte is hoger dan 250 mg/kg ds -> asfalt is teerhoudend PAK-gehalte is lager dan 250 mg/kg ds -> asfalt is mogelijk teervrij, uitsluitsel via PAK-analyse Som 10-VROM volgens de NEN 7331 (GCMS- danwel DLC-analyse)

24 van 27

Kern

3) 4)

*

Laagdikte-opbouw en PAK-marker Laagdikte Opbouw PAK-marker (mm)

PAK-analyse Mengmonster nummer (traject in mm)

PAK-gehalte2) (mg/kg d.s.)

Toetsing Conclusie3)

Indicatief advies Bbk4)

Conclusie

De analytische bepaling geeft de doorslag bij het bepalen van de teerhoudendheid indien de indicatieve bepaling en de analytische bepaling tegenstrijdig zijn. Indicatief advies Indien het asfalt een PAK(10)-gehalte bevat van minder dan 75 mg/kg ds wordt dit geclassificeerd als nietBbk teerhoudend en dan kan dit warm in asfaltmengsels worden herverwerkt. Indien het asfalt een PAK(10)gehalte heeft van meer dan 75 mg/kg ds wordt dit geclassificeerd als teerhoudend en mag het asfalt niet worden hergebruikt. Niet herbruikbaar, aangezien het niet rendabel wordt geacht deze laag te frezen.

4.3.3 Interpretatie Uit de PAK-marker testen alsmede de chemische analyses van de kernen ter plaatse van de verschillende deellocaties geldt het volgende. Voor het asfalt ter plaatse van het parkeerterrein geldt dat de asfaltlagen niet teerhoudend zijn op basis van de PAK-marker test, danwel de chemische analyse. Het teervrije asfalt kan warm in asfaltmengsels worden herverwerkt dan wel worden afgevoerd naar een erkend verwerker als niet teerhoudend asfalt. Indien het (gebroken) asfalt zal worden hergebruikt als een nietvormgegeven bouwstof (b.v. fundatiemateriaal) is onderhavig onderzoek ontoereikend en dient een partijkeuring niet-vormgegeven bouwstof uitgevoerd te worden.

MA200310.R01.V3.2

25 van 27

5 Conclusies en aanbevelingen Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van de Gemeente Dordrecht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied Oudland nabij Recklinghausenweg/Visserstuin te Dordrecht (voormalig sportpark De Corridor van voetbalclub OMC). Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van appartementen.

5.1 Conclusies Bodem: 

In de bovengrond (0 – 0,35 m-mv) ter plaatse van veld 2 (voormalige kunstgrasveld) zijn licht verhoogde gehalten van kobalt en nikkel aangetoond (mmbg3).

In de bovengrond (0,4 – 1,0 m-mv) ter plaatse het parkeerterrein is een licht verhoogd gehalte van PCB aangetoond (mmbg onder asfalt).

In de ondergrond (1,0 – 1,5 m-mv) ter plaatse van veld 3 (meest oostelijk gelegen natuurgrasveld) zijn licht verhoogde gehalten van kobalt en nikkel aangetoond (mmog1).

In de ondergrond (0,8 – 1,8 m-mv) ter plaatse van veld 1 (meest westelijk gelegen natuurgrasveld) is een licht verhoogd gehalte van PCB aangetoond (mmog2).

In de ondergrond (0,7 – 1,2 m-mv) ter plaatse van veld 2 (voormalige kunstgrasveld) is een licht verhoogd gehalte van nikkel aangetoond (mmog3).

Indien de resultaten indicatief worden getoetst aan het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit dan is de kwaliteit van de bodem indicatief “achtergrondwaarde”.

In het grondwater van alle peilbuizen is een overschrijding van de streefwaarde van de concentratie barium aangetoond.

Gedempte sloten 

Het bodemonderzoek naar de gedempte sloten bevestigt het beeld van de bodemopbouw van het verkennende bodemonderzoek en eerder uitgevoerd onderzoek. Op basis van de boorprofielen blijkt dat de bovengrond een zwak humeuze zandlaag betreft. Dit betreft vermoedelijk een opgebrachte laag bij het bouwrijp maken van het terrein als sportveld. Uit de resultaten van uit de rapportage Slootdempingen Dordrecht 178 t/m 181 en 183-184 van UDM Midden uit 2007 blijkt deze laag (nog) niet aanwezig was. Daaronder worden wisselende lagen van zand en klei waargenomen. Vanaf 2,0 tot 3,0 m-mv wordt veen waargenomen. De bodemopbouw is voor de onderliggende lagen overeenkomstig met het beeld dat uit onderhavig onderzoek is gebleken. Er zijn in de geplaatste boringen in de raaien geen aanwijzingen tot 1,5 m-mv gedaan die overduidelijk wijzen op de aanwezigheid van gedempte sloten. Aangenomen wordt dat de sloten zijn gedempt met gebiedseigengrond en inmiddels niet meer te herkennen zijn als opgevulde watergang.

Analytisch gezien wordt in de onderzochte lagen (meest bijgemengd/verdacht) geen tot licht verhoogde gehalten van kobalt of nikkel aangetoond. Dit komt overeen met de conclusie van de boven-en ondergrond van onderhavig verkennend bodemonderzoek.

MA200310.R01.V3.2

26 van 27

PFAS 

In zowel de boven- als de ondergrond is een overschrijding van de toepassingswaarde van het gehalte PFOA aangetoond zoals opgenomen is in het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (pfas mmbg1, pfas mmbg2, pfas mmog). Alleen ter plaatse van veld 2 (voormalige kunstgrasveld) is deze overschrijding niet aangetoond (pfas mmbg3).

Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie) uit het Tijdelijk handelingskader blijkt dat de kwaliteit van de onderzochte bodem voor de stofgroep PFAS indicatief varieert van “landbouw/natuur” tot “niet toepasbaar”.

Uit de toetsing aan de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging PFAS voor grond en grondwater van het RIVM blijkt dat de aangetoonde gehalten som-PFOA onder de risicogrens van PFOA in grond vallen van 1100 µg/kg droge stof.

Uit de toetsing aan de Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid d.d. 13 juni 2018 en nadere toelichting onderzoekplicht - Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid d.d. 20 september 2018 blijkt dat de onderzoekslocatie in zone B (Pluimzone) ligt waarvoor een toegestane concentratie PFOA in toe te passen grond geldt van 10 µg/kg droge stof. De aangetoonde gehalten som-PFOA vallen onder deze toegestane gehalte.

De bepaling van de veiligheidsklassen conform de CROW Publicatie 400 (werken in of met verontreinigde grond), de 2e gewijzigde druk: december 2017, heeft plaatsgevonden en is voor de gehele locatie “Basis hygiëne”.

Asfalt 

Het asfalt heeft een gemiddelde dikte van 14 centimeter en er komt circa 1680 ton vrij bij verwijdering.

De asfaltlagen blijken allemaal niet teerhoudend te zijn op basis van de PAK-marker test, danwel de chemische analyse. Het teervrije asfalt kan warm in asfaltmengsels worden herverwerkt dan wel worden afgevoerd naar een erkend verwerker als niet teerhoudend asfalt. Indien het (gebroken) asfalt zal worden hergebruikt als een niet-vormgegeven bouwstof (b.v. fundatiemateriaal) is onderhavig onderzoek ontoereikend en dient een partijkeuring niet-vormgegeven bouwstof uitgevoerd te worden. Voor details wordt verwezen paragraaf 4.1.5. Voor de dikte van het asfalt en de hoeveelheid vrijkomend asfalt wordt verwezen naar Tabel 3.3.

Fundatie 

De fundatie bestaande uit repac, welke gezien moet worden als een niet-vormgegeven bouwstof, is toepasbaar (herbruikbaar in het kader van het Besluit bodemkwaliteit). De dikte van de fundatielaag is gemiddeld 34 cm. Op basis van uitloogonderzoek blijkt dat materiaal toepasbaar is en niet uitloogt.

5.2 Aanbevelingen Aangezien in zowel de bovengrond als de ondergrond verhoogde gehalten aan PFOA zijn aangetoond en de kwaliteit van een groot gedeelte van de bodem indicatief als “niet toepasbaar” is beoordeeld op basis van het Tijdelijk Handelingskader, dient er rekening mee gehouden dat extra kosten gemaakt zullen moeten worden bij het eventueel afvoeren van deze grond. Bij toetsing aan de INEV’s van het RIVM voor PFAS is de boven- en ondergrond echter vrij toepasbaar en binnen de regio Zuid-Holland Zuid is de boven- en ondergrond vrij toepasbaar als getoetst wordt aan de Handreiking van de regio. Voordat eventuele bouwwerkzaamheden op de locatie plaatsvinden adviseren we de vrijkomende grond middels een partijkeuring conform de richtlijnen uit het Besluit bodemkwaliteit te laten onderzoeken teneinde de hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende grond te bepalen.

MA200310.R01.V3.2

27 van 27

Bijlagen

MA200310.R01.V3.2

28 van 2

Bijlage 1 Topografische overzichtskaart

MA200310.R01.V3.2

Onderzoekslocatie

project

Verkennend bodemonderzoek Doptdrecht

onderdeel

topografische kaart

projectnr

MA200310

projectleider

F. Huitink

bijlagenr

T1

getekend

R. de Lang

datum

23-7-2020

formaat

A4

Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600 1:25000 schaal 0

X:

108.651

Y:

423.666

De Asselen Kuil 10

6161 RD Geleen www.geonius.nl

1250

Onderzoekslocatie

project

Aanvullend bodemonderzoek gedempte sloten plangebeid Oudland te Dordrecht

onderdeel

topografische kaart

projectnr

MB200310

projectleider

F. Huitink

bijlagenr

T1

getekend

R. Rinia

datum

3-9-2020

formaat

A4

Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600 1:25000 schaal 0

X:

108.645

Y:

423.565

De Asselen Kuil 10

6161 RD Geleen www.geonius.nl 1250

Bijlage 2 Foto’s locatie

MA200310.R01.V3.2

Bijlage 2 Foto's locatie

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5 MA200310

blad: 1 van 1

Bijlage 2 Foto's locatie

F01

F02

F03

F04

F05

F06

MB200310

blad: 1 van 1

Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda

MA200310.R01.V3.2

opdrachtnummer

:MA200310

projectomschrijving :V.O. Plangebied Oudland te Dordrecht

Boring:

001

Boring:

002

Datum : Coördinaten X - Y :

6-7-2020 108747,23

Datum : Coördinaten X - Y :

6-7-2020 108735,26

0,00

- 423543,33 meter gras 0,00

1 0,50

0,50

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen kooldeeltjes, sporen aardewerk, donkerbruin, Edelmanboor

0,00

Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

1 0,50

0,50

Boring:

003

Boring:

004

Datum : Coördinaten X - Y :

6-7-2020 108707,56

Datum : Coördinaten X - Y :

6-7-2020 108666,85

0,00

- 423519,01 meter gras 0,00

0,00

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen asfalt, sporen kolen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

1 0,50

0,50

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen grind, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor 0,50

Boring:

005

Boring:

006

Datum : Coördinaten X - Y :

6-7-2020 108631,94

Datum : Coördinaten X - Y :

6-7-2020 108592,92

0,00

0,00

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

1

- 423458,19 meter gras 0,00

1 0,30

2

0,50

0,50

- 423495,84 meter gras 0,00

1 0,50

- 423484,25 meter gras 0,00

- 423528,82 meter gras 0,00

0,50

0,50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen kolengruis, resten wortels, neutraal beigebruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen aardewerk, sporen kolengruis, donker grijsbruin, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/392/documents/15652