CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

109490-21-003.476-rapd02-Bijlage XXXIII Goede ruimtelijke onderbouwing_Chemours.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 28 april 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 10: Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen te uiten op de omgevingsvergunningen van DuPont de Nemours (Nederland) b.v. en Chemours Netherlands b.v. - Raadsvoorstel15.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie plaatsgebonden risico Uit deze paragraaf blijkt dat zowel de plaatsgebonden risicocontour van DuPont, Chemours als de gezamenlijke contour voldoen aan het Bevi. Daarnaast zijn de plaatsgebonden risicocontouren vergeleken met de veiligheidszone , zoals deze in het bestemmingsplan is vastgelegd. Hieruit blijkt dat alleen de plaatsgebonden risicocontour van DuPont binnen de veiligheidszone uit het bestemmingsplan blijft. De plaatsgebonden risicocontouren van Chemours en de gezamenlijke contour overschrijden op een aantal plekken de veiligheidszone uit het bestemmingsplan. Voor deze overschrijdingen is gekeken wat de preventieve en repressieve maatregelen zijn. Gezien de reeds genomen maatregelen zijn geen aanvullende maatregelen mogelijk. Om die reden wordt een verzoek gedaan om de veiligheidszone uit het bestemmingsplan te wijzigen. Aan de hand van deze onderbouwing wordt geconcludeerd dat de wijziging van de veiligheidszone uit het bestemmingsplan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Aan de hand van deze wijziging wordt voldaan aan de regels voor het plaatsgebonden risico.

4.1.2

Toetsing groepsrisico

Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied en kent geen wettelijke norm maar een oriëntatiewaarde. Dit invloedsgebied wordt begrensd door het scenario met de grootste 1 % letaliteits effectafstand. Dit is de afstand waarop 1 % van de blootgestelde mensen kan komen te overlijden. Voor het bepalen van het groepsrisico dienen de populatiegegevens binnen het invloedsgebied te worden bepaald. In de Structuurvisie is ten aanzien van het groepsrisico voor de wijk Staart-oost het volgende bepaald: ‘De nadruk in dit woonmilieu ligt op (rustig) wonen. Binnen deze gebiedstypologie is de woonfunctie dominant aanwezig. Daarom wordt er gestreefd naar een zo laag mogelijke waarde voor het groepsrisico met een maximum waarde niet meer dan 0.75 van de oriëntatiewaarde. Deze waarde betreft zowel het groepsrisico veroorzaakt door de industriële risico’s als transport risico’s. Indien er sprake is van overschrijdingssituaties zijn de genoemde waarden streef waarden.’

Groepsrisico DuPont Afbeelding 4.5 laat de 10-30/jaar contour zien voor DuPont en representeert de 1 % letaliteitscontour. Dit geeft de grens aan waar bij een ongeval nog juist 1 procent van de aanwezige personen zou overlijden (de ’1 procent-letaliteitsgrens).

27 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Afbeelding 4.6 Berekende plaatsgebonden risicocontour 10 -30/jaar voor DuPont Safeti 8.21

De grafiek van het groepsrisico blijft leeg, zoals beschreven in bijlage XXXIII a en XXXIII c. Dit resultaat was niet verwacht aangezien er zich binnen het invloedsgebied wel mensen bevinden. De kans waarmee ze om het leven kunnen komen is blijkbaar zo laag dat dit in het venster van de groepsrisico grafiek niet tot een resultaat leidt. Scenario’s die het meest bijdragen aan het groepsrisico op het punt waar het groepsrisico het grootst is Ondanks dat voor DuPont geen groepsrisico gemodelleerd kan worden, kunnen wel twee scenario’s gegeven worden die het grootste effectgebied hebben (de grootste bijdrage aan de 10 -8/jaar contour). Voor DuPont gelden geen explosiescenario. De voornaamste scenario’s zijn als volgt: - het belangrijkste brandscenario is Methanol spoorketelwagon (skw) overstand: uitstroming uit grootste aansluiting; - het belangrijkste toxische scenario is D-T1py 1753 Pyrolyzer I/II 10 min, waarbij formaldehyde uitdampt uit een plas. Deze scenario’s voor Dupont zijn in onderstaande tabel weergegeven, waarbij tevens de maatregelen zijn beschreven die Dupont heeft genomen om de kans te minimaliseren dat het scenario uitkomt.

Tabel 4.3 Beschrijving voornaamste scenario’s groepsrisico Dupont Categorie

Naam (Stof)

Beschrijving

1 % letaliteitsafstand [m] (bij weercategorie)

Maatregelen

brand

methanol skw overstand: uitstroming uit grootste aansluiting (Methanol)

dit scenario’s heeft betrekking op de verlading van methanol dat wordt aangeleverd met spoorketelwagens met een inhoud van 60 ton (bruto inhoud 75 m3). Methanol is op omgevingstemperatuur en onder atmosferische

54,6 (D5) 55,2 (D9)

veiligheidsmaatregelen die getroffen zijn voor de verlading: 1 toepassing dry-break koppelingen op losslang voor aansluiten van methanolwagon; 2 onderhoud & inspectie regime op dry-break koppelingen;

28 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Categorie

Naam (Stof)

Beschrijving

1 % letaliteitsafstand [m] (bij weercategorie)

druk. Locatie is weergegeven in onderstaande afbeelding 4.6

Maatregelen

3 4

5 6

Toxisch

29 | 42

D-T1py 1753 Pyrolyzer I/II 10 min (Formaldehyde)

dit scenario heeft betrekking op een lek in de bodem van de Pyrolyzer/PC waarbij de volledige inhoud (10 ton, ca 13 m3) in 10 minuten vrij komt. Het materiaal is EHF (product van Formaldehyde en een alcohol) dat een temperatuur heeft van circa190 °C. Door de hoge temp. zal de formaldehyde uit de vrijgekomen vloeistof uitdampen.

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

227 (F1.5) 686 (D9) AGW-13 ppm: 1513 m (D5) 925 m (F1.5) LBW - 52 ppm: 615 m (D5) 368 m (F1.5)

grindbed onder de wagons (rond het spoor); opvangput (93 m3 capaciteit) die de volledig inhoud van een wagon kan bevatten. De effecten zijn bepaald voor een worstcase situatie waarbij de opvangvoorziening niet meegenomen is bij de bepaling van de effectafstanden; camera toezicht op losactiviteiten; goedgekeurd inzetplan dat regelmatige door de Bedrijfsbrandweer wordt beoefend.

Veiligheidsmaatregelen die getroffen zijn voor de deze installatie: 1 ontwerp van de installatie volgens RToD (Regels voor toestellen onder druk); 2 toepassing van corrosiebestendig materiaal voor de vaten en leidingen; 3 onderhoud & inspectie regime op toestellen (installatie is keurplichting met beoordeling door externe partij); 4 gasdetectoren voor formaldehyde in de afdeling met alarmering in controle kamer; 5 emergency Shutdown (ESD) dat vanuit de controle kamer bediend kan worden; 6 vloer loopt op afschot af naar een opvangvoorziening die circa 25 m3 kan bergen; 7 stationair blussysteem dat vanuit de controle kamer bediend kan worden (formaldehyde wordt goed door water geabsorbeerd).

Afbeelding 4.7 Locatie van de methanolverlading in rode cirkel, locatie van opvang in blauwe cirkel

In het verleden hebben geen grootschalige incidenten plaatsgevonden die een effect hebben gehad op de omgeving, zoals de scenario’s beschreven in bovenstaande tabel. Incidenten die wel hebben plaatsgevonden, zoals een kleine brand (door de bedrijfsbrandweer geblust), gesprongen breekplaat en kleine lekkages, hebben geen nadelig effect gehad op de omgeving. Groepsrisico Chemours Afbeelding 4.7 laat de 10-30/jaar contour zien voor Chemours en representeert de 1 % letaliteitscontour Dit geeft de grens aan waar bij een ongeval nog juist 1 procent van de aanwezige personen zou overlijden (de ’1 procent-letaliteitsgrens).

30 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Afbeelding 4.8 Berekende plaatsgebonden risicocontour 10 -30/jaar voor Chemours Safeti 8.21 (doorgetrokken lichtbruin) en grootste invloedsgebied van een scenario (paarse cirkel)

Het groepsrisico van Chemours is inzichtelijk gemaakt door gebruik te maken van een drietal populatiebestanden. Op verzoek van de gemeente Dordrecht is deze splitsing aangebracht en dit betreft de bevolking op bestemmingsplan capaciteit. De volgende populatiebestanden zijn in Safeti 8.21 ingevoerd: - de Staart Oost; - Dordrecht alle bevolking (combinatie van De Staart Oost en de rest van Dordrecht); - alle bevolking (combinatie van De Staart Oost, Dordrecht en Sliedrecht). In afbeelding 4.8 is het groepsrisico van Chemours te zien. Het groepsrisico voor zowel De Staart Oost, Dordrecht, als Alle bevolking is zeer vergelijkbaar en vallen in de grafiek over elkaar heen. De maximale waarde van het groepsrisico bedraagt 0,729 voor alle drie de populatie bestanden. De maximale waarde van het groepsrisico voor Chemours voeldoet hiermee aan het maximum van 0,75 zoals in de structuurvisie gesteld.

31 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Afbeelding 4.9 Groepsrisico Chemours voor drie bevolkingssituaties

Scenario’s die het meest bijdragen aan het groepsrisico op het punt waar het groepsrisico het grootst is Voor alle drie de bevolkingspopulaties nadert het groepsrisico de orientatiewaarde het dichtst bij 17 slachtoffers. Vervolgens is geanalyseerd welke scenario’s hierin het meeste bijdragen. Voor de drie bevolkingspopulaties is de uitkomst hetzelfde en dragen onderstaande scenario’s het meest bij aan het groepsrisico: - het belangrijkste brandscenario is FM 35 LCC overslag Spoor GF3 groot gat; - het belangrijkste explosiescenario is FM35 LCC overslag Spoor GF3 groot gat; - het belangrijkste toxische scenario is FM18 1421-020 Kolom PC+PFIB leiding 5207 0,1 lek. Deze scenario’s voor Chemours zijn in onderstaande tabel weergegeven, waarbij tevens de maatregelen zijn beschreven die Chemours heeft genomen om de kans te minimaliseren dat het scenario uitkomt. De voornaamste HF scenario’s zijn niet in dit overzicht opgenomen, omdat deze zijn behandeld in het separate HF-rapport1.

Tabel 4.4 Beschrijving voornaamste scenario’s groepsrisico Chemours Categorie

Naam (Stof)

Beschrijving

1 % letaliteits afstand [m] (bij weercategorie)

Maatregelen

Brand

FM35 LCC overslag Spoor GF3: groot Gat (Propaan)

op LCC locatie wordt voornamelijk Propaan (80 %) als brandbaar gas in tankcontainers opgeslagen. Hier zit het grootste risico, namelijk dat er een groot gat (50 mm) ontstaat in een

221 (D5)

veiligheidsmaatregelen die getroffen zijn bij het LCC: het is verboden voor andere voertuigen dan de Reach stacker zich binnen het containerveld te begeven (restricted area); er is één aanrijroute richting het container veld;

1

Het HF-rapport bevat een studie naar mogelijke maatregelen om het risico op het vrijkomen van HF te verminderen. In het HFrapport wordt geconcludeerd dat eventuele aanvullende maatregelen geen effect hebben in het verlagen van het risico en daarnaast feitelijk nauwelijks zijn te realiseren.

32 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Categorie

Naam (Stof)

Beschrijving

1 % letaliteits afstand [m] (bij weercategorie)

propaan tankcontainer in de stack

Maatregelen

-

-

Toxisch

FM18 1421-020 Kolom FC+PFIB(1)\020. 21 leiding 5207 0,1D lek (HF+PFIB)

De F22 kolom heeft in dit scenario een lek in de bodemleiding, leiding nummer 5207 met als gat 0.1 keer de diameter van de leiding.

1419 (F1.5) LBW en AWG waarden zijn er niet voor FM18, omdat we het gemodelleerd hebben met HFP en volgens Nederlandse overheidsmaatstaven is dat niet giftig genoeg. PFIB in die stroom is wel zeer giftig en heeft als waarden: LBW (10 min): 17 mg/m3

overslag vindt plaats op een speciale op- en overslagplaats grenzend aan het containerveld, dus niet op de doorgaande route op het terrein; volle containers worden maximaal 3 hoog gestapeld; lege containers worden maximaal 4 hoog gestapeld; de chauffeurs van de Reach stacker en de terminal trackers hebben een speciale opleiding gevolgd. En zijn daardoor gecertificeerd. Elke 5 jaar vindt hercertificering plaats.

Lekkage en catastrofaal falen zijn de leidende scenario's, hiervoor zijn de volgende maatregelen getroffen: de aanwijzing van PSM-kritische apparatuur waarvoor speciale preventieve onderhoudsplannen zijn opgesteld; besturingssysteem via DCS met alarm en interlock beveiligingen; materiaalkeuze via pijpspecificaties; werkinstructies en procedures voor het bedrijven van het proces; vakbekwaam opgeleid personeel met hertrainingsverplichting; patrouillerondes van bedienend personeel; regelmatige veiligheidsstudies (PHA’s).

LBW (30 min): 5.5 mg/m3 LBW (60 min): 2.8 mg/m3 Explosie

overslag Spoor FM35 LCC GF3 groot gas (propaan)

dit is eigenlijk hetzelfde scenario als brandscenario, echter ontsteekt het propaan hierbij er ontstaat een explosie.

238 (F1.5)

zie maatregelen brandscenario

In het verleden hebben geen grootschalige incidenten plaatsgevonden die een effect hebben gehad op de omgeving, zoals de scenario’s beschreven in bovenstaande tabel. Incidenten die wel hebben plaatsgevonden, zoals een kleine brand (door de bedrijfsbrandweer geblust), gesprongen breekplaat en kleine lekkages, hebben geen effect gehad op de omgeving. Groepsrisico DuPont en Chemours gezamenlijk De 10-30/jaar contour is gelijk gebleven aan die van Chemours en is daarom niet rapporteert. Het gezamenlijke groepsrisico voor alle drie de bevolkingspopulaties ligt in de grafiek geheel over elkaar heen. Zoals te zien is op afbeelding 4.9 zijn de groepsrisico’s identiek. In bijlage XXXIII c wordt aangegeven dat een getalsmatige onderbouwing niet verkregen kon worden. Zoals eerder beschreven is het groepsrisico van DuPont dermate klein dat er geen uitkomst zichtbaar was. Het groepsrisico van Chemours bedraagt 0,729 van de oriëntatiewaarde. Uit voorgaande kunnen we opmaken dat het gezamenlijke groepsrisico wordt

33 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

bepaald door Chemours. Wanneer we de grafieken van het groepsrisico van Chemours en van DuPont en Chemours gezamenlijk vergelijken dan komen deze ook overeen.

Afbeelding 4.10 Groepsrisico DuPont en Chemours gezamenlijk voor drie bevolkingssituaties

In de Structuurvisie wordt gestreefd naar een zo laag mogelijke waarde voor het groepsrisico met een maximum waarde van niet meer dan 0,75 van de oriëntatiewaarde. Geconcludeerd kan worden dat de afzonderlijke en gezamenlijke groepsrisico’s van DuPont en Chemours onder de streefwaarde van 0,75 van de oriëntatiewaarde blijven, waarmee voldaan wordt aan de uitgangspunten van de Structuurvisie. Bij het gemodelleerde groepsrisico dat is gebruikt voor het bestemmingsplan van 2013 (Safeti 6.54) is tevens te zien dat het aantal potentiële slachtoffers fors hoger ten opzichte van de nieuwe modellering op basis van Safeti 8.21. Enerzijds kende het groepsrisico voor het bestemmingsplan in 2013 een maximum aantal slachtoffers van boven de 200 terwijl op basis van Safeti 8.21 het maximum aantal slachtoffers op 53 ligt. Anderzijds lag in het bestemmingsplan van 2013 bij 80 slachtoffers het groepsrisico het dichts bij de oriëntatiewaarde terwijl dat op basis van Safeti 8.21 bij 17 slachtoffers het geval is. Uit de nieuwe modellering blijkt met name dat de kans op ongevallen waarbij grote groepen slachtoffers vallen kleiner is geworden. Vooral de kans op grote incidenten is hierbij afgenomen. Het groepsrisico op basis van Safeti 8.21 valt daarom een stuk lager uit, wat het gevolg is van het kleiner worden van het invloedsgebied (plaatsgebonden risicocontour 10 -30/jaar).

Een indicatieve weergave van de effecten van de modelwijzigingen van Safeti 6.54 en Safeti 8.21 is te zien in afbeelding 4.1. Verantwoording Groepsrisico In het Bevi is geen harde norm voor het groepsrisico vastgelegd. Er is voor gekozen om de norm voor het groepsrisico als oriëntatiewaarde te handhaven, met een nadrukkelijke verantwoordingsplicht. De verantwoording wordt onderbouwd aan de hand van zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffecten. Hierbij is het van belang op te merken dat het hier gaat om een beschrijving van de zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffecten als aanvulling op diverse preventieve en repressieve maatregelen die zijn genomen on-site. Deze maatregelen zijn beschreven in tabel 4.3 en 4.4.

34 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen rondom DuPont en Chemours in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. In Dordrecht zijn nabij de inrichting deels kwetsbare bestemmingen aanwezig: de woningen ten zuiden van de Merwedestraat en de Baanhoekweg, zorgcentrum de Merwelanden, de gevangenis en de Merwehal. Voor het overige betreft het beperkt kwetsbare bestemmingen zoals bedrijven op het industriegebied Staart. Aan de overkant van de Beneden Merwede is voornamelijk het bedrijventerrein Oosteind (gemeente Papendrecht) gelegen en de woningen in de gemeente Papendrecht en Sliedrecht. In de meest kwetsbare aangrenzende woonwijken worden bewoners(via buurtraden) preventief door Chemours en DuPont geïnformeerd over het voorkomen en bestrijden van incidenten. Hierdoor zijn de mensen in deze woonwijken op de hoogte van mogelijke incidenten en de manier waarop DuPont en Chemours hiermee omgaan. Daarnaast worden kwetsbare objecten in het geval van incidenten direct ingelicht door een crisisteam. Hierdoor kunnen kwetsbare objecten zoals het zorgcentrum of de gevangenis direct geadviseerd worden mensen binnen te houden en ramen te sluiten. In het geval van een incident kan het crisisteam bewoners informeren en adviseren door middel van algemene waarschuwingskanalen (NLAlert, waarschuwingssirenes, lokale omroepen).

Beheersbaarheid Beheersbaarheid richt zich op de inzetbaarheid van de hulpverleningsdiensten en in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan de organisatie van de bedrijfsbrandweer van DuPont en Chemours. Er zijn geen ingrepen in de infrastructuur. In ruimtelijke zin zijn er geen investeringen gepland die de huidige inzetbaarheid zullen veranderen. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid en de gemeente Dordrecht, aangezien het hier gaat om ingrepen buiten de inrichtingsgrens van DuPont en Chemours. Ten aanzien van preventie en (brand)veiligheidsmaatregelen blijven dezelfde maatregelen en organisatie van toepassing. Dat betekent onder andere dat sprake is van een gezamenlijke hulpverleningsorganisatie en één bedrijfsbrandweer. Dit is vastgelegd in het Integraal Plan Brandveiligheid dat beide bedrijven hebben opgesteld en ook onderdeel uitmaakt van aangevraagde omgevingsvergunning. Dit Integraal Plan brandveiligheid is goedgekeurd door de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De bedrijfsbrandweer van Chemours en DuPont is 24/7 beschikbaar. De bedrijfsbrandweer vult de basiszorg die de overheidsbrandweer levert aan.

Wanneer een incident zich voordoet geeft de bedrijfsbrandweer de leiding over de crisis over aan de overheidsbrandweer, zodra deze is gearriveerd. Het eigen brandweerpersoneel is opgeleid volgens het voormalig besluit Brandweerpersoneel en wordt geleid door een Fire Captain. Jaarlijks worden verschillende oefeningen uitgevoerd door de bedrijfsbrandweer zelf. Daarnaast wordt meermaals per jaar geoefend met de brandweer Dordrecht, Officier van Dienst en een Adviseur Gevaarlijke Stoffen en is er één keer per drie jaar een grootschalige oefening met betrokken overheden. Ten tijde van een incident wordt gezorgd dat naast de bedrijfsbrandweerploeg tevens een operator met kennis van de installaties en een beslissingsbevoegd persoon met kennis van de processen aanwezig is. Melding en alarmering vindt plaats conform het bedrijfsnoodplan en de alarmeringsprocedure. Hierin is onder andere beschreven hoe en wanneer contact wordt gelegd met de overheid. Alle medewerkers worden getraind op het bedrijfsnoodplan. Het crisisteam heeft de beschikking over een veiligheidssysteem dat door DuPont en Chemours beschikbaar wordt gesteld tijdens een incident. Hierin wordt de impact bepaald van het incident en de richting waar een eventuele uitstroom/gaswolk naar toe gaat. Aan de hand van deze informatie worden kwetsbare objecten telefonisch ingelicht.

Om de beheersbaarheid te vergroten zijn tevens protocollen opgesteld met het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht en het Erasmus ziekenhuis in Rotterdam voor een effectieve hulpverlening bij incidenten.

35 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Resteffecten Het resteffect geeft een inschatting van het aantal doden, gewonden en materiële schade bij de representatieve scenario’s, ondanks de getroffen maatregelen. Gezien het invloedsgebied (zie afbeelding 4.7 en 4.9) is het resteffect van incidenten bij DuPont kleiner dan de resteffecten van Chemours. Voor het resteffecten van beide inrichtingen is in het bestemmingsplan Staart 2013 bepaald dat het risico aanvaardbaard is. Aangezien het invloedsgebied van Chemours substantieel kleiner is geworden ten opzichte van het bestemmingsplan in 2013, kunnen de resteffecten van Chemours opnieuw als aanvaardbaar worden beschouwd. Conclusie groepsrisico De conclusie voor het groepsrisico is als volgt. Het groepsrisico voor DuPont en Chemours voldoen aan de wettelijke oriëntatiewaarde. Het gezamenlijke groepsrisico voldoet ook aan de wettelijke oriëntatiewaarde, ondanks dat voor het gezamenlijke groepsrisico geen wettelijke toetsingsverplichting geldt. Het gezamenlijke groepsrisico voldoet daarnaast aan de strengere waarde uit de Structuurvisie. In deze paragraaf zijn een groot aantal maatregelen beschreven die zijn getroffen om de kans op incidenten te verkleinen. Tot op heden hebben zich geen ernstige incidenten voortgedaan. Aan de hand van deze onderbouwing wordt geconcludeerd dat het groepsrisico voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

4.1.3

Externe veiligheidscontour Chemours in relatie tot Dow

Uit de laatste QRA van Chemours die in december 2019 is opgesteld blijkt dat de 10-6 plaatsgebonden risicocontour van Chemours over de productielocatie van Dow is gelegen. Dow is volgens de definities van het Bevi een beperkt kwetsbaar object (artikel 1, lid 1 onder b). Artikel 5, lid 2 van het Bevi stelt dat bouw of vestiging van beperkt kwetsbare objecten rekening moet worden gehouden met de richtwaarde 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Uit de nota van toelichting blijkt dat het bevoegd gezag af kan wijken van deze richtwaarde indien gewichtige redenen daarvoor aanleiding geven. Daarmee is het mogelijk om, met voldoende motivatie, Dow toe te staan binnen de plaatsgebonden risicocontour van Chemours. Motivatie toestaan Dow De productielocatie van Dow die gesplitst wordt van DuPont maakte voor de splitsing onderdeel uit van een bestaande Bevi inrichting. De activiteiten die Dow uitvoert veranderen niet ten opzichte van de feitelijke situatie. Het splitsen van Dow zorgt er niet voor dat zich binnen de plaatsgebonden risicocontour van Chemours meer personen bevinden dan voor de splitsing. Omdat Dow op hetzelfde fabrieksterrein is gelegen als Chemours en Dupont, zijn de maatregelen die Chemours en DuPont nemen in het kader van externe veiligheid ook van toepassing op Dow.

Dupont en Chemours delen actief informatie over incidenten en verbetermaatregelen welke ten aanzien van externe veiligheid worden genomen. Dow wordt in het geval van incidenten direct ingelicht door een crisisteam. Ten aanzien van preventie en (brand)veiligheidsmaatregelen blijven dezelfde maatregelen en organisatie van toepassing. Dat betekent onder andere dat sprake is van een gezamenlijke hulpverleningsorganisatie en één bedrijfsbrandweer. De bedrijfsbrandweer van Dow, Chemours en DuPont is 24/7 beschikbaar. De bedrijfsbrandweer vult de basiszorg die de overheidsbrandweer levert aan. Wanneer een incident zich voordoet geeft de bedrijfsbrandweer de leiding over de crisis over aan de overheidsbrandweer, zodra deze is gearriveerd. Ten tijde van een incident wordt gezorgd dat naast de bedrijfsbrandweerploeg tevens een operator met kennis van de installaties en een beslissingsbevoegd persoon met kennis van de processen aanwezig is. Melding en alarmering vindt plaats conform het bedrijfsnoodplan en de alarmeringsprocedure. Alle medewerkers worden getraind op het bedrijfsnoodplan. Bovenstaande maatregelen zorgen ervoor dat Dow als separate inrichting en beperkt kwetsbaar object binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour van Chemours werkzaam kan blijven.

36 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Conclusie De productielocatie van Dow die gesplitst wordt van DuPont maakte voor de splitsing onderdeel uit van een bestaande Bevi inrichting. Dow is geen risicovolle inrichting en de gevaarlijk stoffen die door Dow worden opgeslagen en worden verwerkt in het productieproces leiden niet tot een 10-6 plaatsgebonden risicocontour en niet tot een invloedsgebied en/of 1 % letaliteitsgrens waardoor bijgedragen wordt aan het groepsrisico. Dow bevindt zich als separate inrichting wel binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour van Chemours. Echter kan aan de hand van de genoemde maatregelen geconcludeerd worden dat Dow als beperkt kwetsbaar object mogelijk is binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour van Chemours. Geconcludeerd wordt dan ook dat de gevraagde splitsing van Dow niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening voor het thema externe veiligheid.

4.2

Geluidbudget

4.2.1

Beschrijving aangevraagde afwijking

De Wet geluidshinder verplicht industrieterrein De Staart lawaai veroorzakende bedrijven te zoneren. In 2017 is voor Chemours het geluidsbudget gewijzigd in het Zonebeheerplan De Staart. In dit Zonebeheerplan is onder meer de verdeling van geluidsruimte voor het terrein vastgelegd. Voor Chemours, Dow en DuPont moeten los van elkaar drie geluidsbudgetten worden opgenomen in het zonebeheerplan. De volgende bijlagen zijn begeleidend bij deze paragraaf: - bijlage XXXIII d: Akoestisch onderzoek van DuPont; - bijlage XXXIII e: Akoestisch onderzoek Chemours; - bijlage XXXIII g: Akoestisch onderzoek Dow. De volgende tabellen geven weer wat het geluidsniveau en het geluidsbudget van zowel DuPont, Chemours en Dow is tijdens de dag, avond en nacht. Het geluidsbudget is verdeeld naar zestien zonepunten rondom de inrichtingen waarop het geluidsniveau wordt berekend. Het totale (cumulatieve) geluidsniveau van de inrichtingen is vergeleken met het huidige geluidsbudget. Wanneer het verschil hiertussen gelijk of kleiner is dan 0 past de verdeling in drie geluidsbudgetten binnen het huidige geluidsbudget. Uit het overzicht blijkt dat in de nieuwe situatie de gezamenlijk geluidsbijdrage op alle zonepunten hetzelfde of kleiner is dan het geluidbudget.

Tabel 4.3 Geluidsniveau en geluidsbudget van Chemours, Dow en DuPont (dagperiode) Zonepunt

Chemours

DuPont

Dow

Totaal

Geluidbudget

Verschil

Z01_A

29,6

27,4

11,4

31,7

32,0

-0,3

Z02_A

29,4

27,3

11,0

31,5

32,0

-0,5

Z03_A

31,1

29,1

12,7

33,3

33,7

-0,4

Z04_A

33,2

31,4

14,8

35,4

35,6

-0,2

Z05_A

34,0

32,3

15,1

36,3

36,4

-0,1

Z06_A

36,3

33,7

18,3

38,2

38,3

-0,1

Z07_A

37,0

35,2

19,3

39,2

39,4

-0,2

Z08_A

36,4

34,6

20,5

38,7

38,8

-0,1

Z09_A

32,6

32,0

20,4

35,4

36,3

-0,9

Z10_A

36,9

35,5

24,3

39,4

39,9

-0,5

Z11_A

35,4

33,8

20,6

37,8

38,2

-0,4

Z12_A

32,9

30,7

15,5

35,0

35,1

-0,1

37 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Zonepunt

Chemours

DuPont

Dow

Totaal

Geluidbudget

Verschil

Z13_A

33,6

31,2

15,2

35,6

35,6

0,0

Z14_A

30,7

28,4

12,2

32,8

32,8

0,0

Z15_A

21,3

18,6

4,5

23,2

23,3

-0,1

Z16_A

29,5

27,4

10,7

31,6

31,8

-0,2

Tabel 4.4 Geluidsniveau en geluidsbudget van Chemours, Dow en DuPont (avondperiode) Zonepunt

Chemours

DuPont

Dow

Totaal

Geluidbudget

Verschil

Z01_A

28,9

27,3

9,7

31,2

31,7

-0,5

Z02_A

28,7

27,3

9,5

31,1

31,7

-0,6

Z03_A

30,5

29,1

11,3

32,9

33,4

-0,5

Z04_A

32,6

31,4

13,8

35,1

35,3

-0,2

Z05_A

33,4

32,3

14,1

35,9

36,1

-0,2

Z06_A

35,6

33,7

16,3

37,7

38,0

-0,3

Z07_A

36,0

35,1

17,5

38,7

39,0

-0,3

Z08_A

35,1

34,6

18,1

37,9

38,2

-0,3

Z09_A

31,8

32,0

18,8

35,0

35,9

-0,9

Z10_A

36,0

35,4

22,6

38,8

39,3

-0,5

Z11_A

34,5

33,8

20,1

37,2

37,7

-0,5

Z12_A

32,1

30,6

14,1

34,5

34,7

-0,2

Z13_A

32,9

31,2

13,8

35,2

35,2

0,0

Z14_A

30,1

28,3

10,3

32,3

32,4

-0,1

Z15_A

20,7

18,5

1,7

22,8

22,9

-0,1

Z16_A

28,7

27,3

9,0

31,1

31,4

-0,3

Tabel 4.5 Geluidsniveau en geluidsbudget van Chemours, Dow en DuPont (nachtperiode) Zonepunt

Chemours

DuPont

Dow

Totaal

Geluidbudget

Verschil

Z01_A

27,9

27,3

9,2

30,6

31,1

-0,5

Z02_A

27,7

27,3

9,0

30,5

31,2

-0,7

Z03_A

29,5

29,1

10,8

32,3

32,9

-0,6

Z04_A

31,8

31,4

13,3

34,6

34,8

-0,2

Z05_A

32,6

32,3

13,6

35,5

35,6

-0,1

Z06_A

34,6

33,6

15,0

37,2

37,6

-0,4

Z07_A

34,9

35,1

16,5

38,0

38,5

-0,5

Z08_A

33,4

34,5

16,7

37,0

37,3

-0,3

Z09_A

30,3

31,9

16,9

34,3

35,4

-1,1

Z10_A

34,7

35,4

21,0

38,1

38,6

-0,5

38 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Zonepunt

Chemours

DuPont

Dow

Totaal

Geluidbudget

Verschil

Z11_A

33,3

33,8

18,2

36,6

37,0

-0,4

Z12_A

31,2

30,6

13,5

34,0

34,2

-0,2

Z13_A

32,1

31,1

13,2

34,7

34,7

0,0

Z14_A

29,2

28,3

9,7

31,8

31,9

-0,1

Z15_A

19,6

18,5

0,9

22,1

22,3

-0,2

Z16_A

27,7

27,3

8,5

30,6

30,8

-0,2

4.2.2

Ruimtelijke onderbouwing gevraagde afwijking

Uit de voorgaande tabellen blijkt dat voor alle zonepunten een verdeling van het geluidsbudget past binnen het huidige totale geluidsbudget van Chemours en DuPont samen, wat is vastgelegd in het Zonebeheerplan. Voor deze punten geldt geen belemmering voor de opsplitsing in twee geluidsbudgetten. Als het totale geluidsbudget dat nu toegekend is aan de gezamenlijke activiteiten van Chemours en DuPont wordt verdeeld over Chemours en DuPont, wordt op alle zonepunten voldaan aan een totaal budget. Geconcludeerd wordt dan ook dat de gevraagde splitsing van het geluidsbudget niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

4.3

Overige omgevingsaspecten

De toetsing aan de relevante omgevingsaspecten gaat met name in op externe veiligheid en geluid zoals beschreven in de voorgaande paragrafen. Overige omgevingsaspecten, waarop de wijzigingen geen invloed hebben, worden in deze paragraaf kort toegelicht. Milieuzonering Voor het vastleggen van de milieuzonering is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009). In deze VNG-uitgave worden richtafstanden gegeven per type bedrijfsactiviteit en wordt op basis van deze afstanden aan elk opgenomen bedrijfsactiviteit een milieucategorie toegekend. Door de splitsing past DuPont niet meer binnen de milieuzonering uit het bestemmingsplan. Om die reden wordt in deze aanvraag verzocht nieuwe activiteit toe te kennen aan DuPont (afwijking van artikel 3.5.6.2). De feitelijke activiteiten op het fabrieksterrein wijzigen niet ten opzichte van de bestaande, toegestane situatie. Luchtkwaliteit De vestiging van drie inrichtingen heeft geen effect op de emissies van DuPont, Dow en Chemours. In de huidige situatie voldoen beide inrichtingen aan de normen van de Wet milieubeheer aangezien de emissies in ‘niet in betekende mate’ bijdragen aan de luchtkwaliteit. Daarom wordt voldaan aan dit omgevingsaspect. Bodemkwaliteit DuPont beschikt over een raamsaneringsplan in het kader van de Wet bodembescherming.

Dit plan is op 26 november 1999 goedgekeurd door het Bevoegd Gezag en het geïnstalleerde grondwaterbeheerssysteem is nog steeds in werking. Periodiek wordt hierover gerapporteerd naar het Bevoegd Gezag. De aangevraagde situatie heeft verder geen invloed op bodemkwaliteit van grond en is daarom in lijn met het raamsaneringsplan. Archeologie Met de aangevraagde afwijkingen van het bestemmingsplan vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats in de bodem, waardoor archeologie niet relevant is.

39 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Water Wijzigingen aan de waterhuishouding staan los van de aangevraagde situatie. Een watertoets is dan ook niet noodzakelijk. Natuur Voor natuur wordt gekeken naar ecologie (flora en fauna) en gebiedsbescherming. Aangezien er geen ruimtelijke ingreep plaatsvindt, heeft de aangevraagde situatie geen invloed op soort- en gebiedsbescherming.

40 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

5 CONCLUSIES Chemours, Dow en DuPont hebben een aanvraag gedaan bij het college van Gedeputeerde Staten van ZuidHolland om verlening van afzonderlijke revisievergunningen aan de partijen, waardoor drie afzonderlijke inrichtingen worden vergund op het fabrieksterrein. Dit rapport geldt als ruimtelijke onderbouwing bij deze vergunningaanvragen voor het afwijken van het bestemmingsplan ter motivatie dat de vestiging van afzonderlijke inrichtingen ter plaatse niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing is gericht op het toekennen van: - een nieuwe Bevi-inrichting (afwijking van artikel 3.5.7); - een nieuwe veiligheidszone (afwijking van artikel 29.3.1); - een nieuwe activiteit (afwijking van artikel 3.5.6.2); - nieuw geluidsbudget en het wijzigen van het Zonebeheerplan (afwijking van artikel 3.5.4.1). Toetsing aan beleidskaders De aangevraagde situatie is getoetst aan de relevante beleidskaders. Geconcludeerd is dat de geplande wijziging past binnen de SVIR en de Structuurvisie Randstad 2040 van het Rijk, de Visie Ruimte en Mobiliteit van de provincie Zuid-Holland en de gemeentelijke Structuurvisie Dordrecht 2040. Toetsing aan relevante omgevingsaspecten Daarnaast is de aangevraagde situatie getoetst aan relevante omgevingsaspecten. Hierbij is met name een onderbouwing op het gebied van externe veiligheid en geluid van belang.

Van de overige omgevingsaspecten is geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Externe veiligheid Voor externe veiligheid is ingegaan op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico waarbij steeds DuPont en Chemours afzonderlijk en gezamenlijk zijn beschouwd. De onderbouwingen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico zijn gebaseerd op de kwalitatieve risicoanalyses van DuPont (bijlage XXII a) en Chemours (bijlage XXII b) en een memo waarin de gezamenlijke effecten zijn beschouwd (bijlage XXII c). Voor het 10-6/jaar plaatsgebonden risico is geconcludeerd dat de contouren van DuPont, Chemours als ook de gezamenlijk contour voldoen aan de wettelijke randvoorwaarden uit het Bevi met betrekking tot kwetsbare objecten. Daarnaast zijn de 10 -6/jaar plaatsgebonden risicocontouren vergeleken met de veiligheidszone, zoals deze in het bestemmingsplan is vastgelegd. Hieruit blijkt dat alleen de plaatsgebonden risicocontour van DuPont binnen de veiligheidszone uit het bestemmingsplan blijft. De plaatsgebonden risicocontouren van Chemours en de gezamenlijke contour overschrijden op een aantal plekken de veiligheidszone uit het bestemmingsplan. Voor deze overschrijdingen is gekeken of het mogelijk is maatregelen te treffen.

Gezien het grote aantal preventieve en repressieve maatregelen dat reeds is genomen, is het niet mogelijk aanvullende maatregelen te treffen. Bij ‘kleine’ scenario’s, die wel nog aannemelijk kunnen zijn, is het effect al zeer klein. Om die reden wordt een verzoek gedaan om de veiligheidszone uit het bestemmingsplan te wijzigen. Het gezamenlijke groepsrisico van DuPont en Chemours wordt bepaald door het groepsrisico van Chemours. Het groepsrisico van DuPont is dusdanig klein dat het niet gemodelleerd kan worden. Het groepsrisico voor DuPont en Chemours voldoen aan de wettelijke oriëntatiewaarde. Ook het gezamenlijke groepsrisico voldoet aan de wettelijke oriëntatiewaarde, ondanks dat voor het gezamenlijke groepsrisico

41 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

geen wettelijke toetsingsverplichting geldt. In de Structuurvisie wordt gestreefd naar een zo laag mogelijke waarde voor het groepsrisico met een maximum waarde van niet meer dan 0.75 van de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van Chemours en gezamenlijk is 0.729 van de oriëntatiewaarde, waarmee wordt voldaan aan de Structuurvisie. De belangrijkste brand-, toxische en explosiescenario’s van DuPont en Chemours zijn toegelicht in deze ruimtelijke onderbouwing. Door de modelwijzigingen zijn zowel het maximaal aantal slachtoffers als het aantal slachtoffers waar groepsrisico het dichtst bij de oriëntatiewaarde komt afgenomen. Dit betekent dat met name de kans op ongevallen waarbij grote groepen slachtoffers vallen kleiner is geworden. Het groepsrisico is sterk afgenomen, hetgeen blijkt uit de kleiner geworden 10 −30/jaar plaatsgebonden risicocontour. Vooral de kans op en effecten van grote incidenten zijn hierbij afgenomen. Het groepsrisico is daarnaast verantwoord aan de hand van zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffecten. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn een groot aantal maatregelen beschreven die zijn getroffen om de kans op incidenten te verkleinen. Tot op heden hebben zich geen ernstige incidenten voortgedaan. Het onderdeel groepsrisico van externe veiligheid voldoet hiermee aan de goede ruimtelijke ordening.

Uit deze conclusie volgt dat er geen wettelijke belemmering is voor het positief bestemmen van de aangevraagde afwijkingen 1, 2 en 3. De productielocatie van Dow die gesplitst wordt van DuPont maakte voor de splitsing onderdeel uit van een bestaande Bevi inrichting. Dow is geen risicovolle inrichting en de gevaarlijk stoffen die door Dow worden opgeslagen en worden verwerkt in het productieproces leiden niet tot een 10-6 plaatsgebonden risicocontour en niet tot een invloedsgebied en/of 1 % letaliteitsgrens waardoor bijgedragen wordt aan het groepsrisico. Dow bevindt zich als separate inrichting wel binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour van Chemours. Echter kan aan de hand van de genoemde maatregelen geconcludeerd worden dat Dow als beperkt kwetsbaar object mogelijk is binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour van Chemours. Geconcludeerd wordt dan ook dat de gevraagde splitsing van Dow niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening voor het thema externe veiligheid. Geluid De Wet geluidshinder verplicht industrieterrein De Staart lawaaiveroorzakende bedrijven te zoneren. In 2017 is voor Chemours het geluidsbudget gewijzigd in het Zonebeheerplan De Staart. In dit Zonebeheerplan is onder meer de verdeling van geluidsruimte voor het terrein vastgelegd.

Voor de aangevraagde situatie moeten voor Chemours, Dow en DuPont los van elkaar drie geluidsbudgetten worden opgenomen in het zonebeheerplan. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn tabellen opgenomen met het geluidsniveau en het geluidsbudget van zowel Dupont, Dow en Chemours tijdens de dag, avond en nacht. Deze tabellen zijn volgen uit de akoestische onderzoeken van DuPont, Chemours en Dow (zie bijlage XXXIII d, XXXIII e en XXXIII g). Het totale (cumulatieve) geluidsniveau van de inrichtingen is vergeleken met het huidige geluidsbudget. Uit de tabellen blijkt dat voor alle zonepunten een verdeling van het geluidsbudget past binnen het huidige totale geluidsbudget van Chemours en DuPont samen, wat is vastgelegd in het Zonebeheerplan. Voor deze punten geldt geen belemmering voor de opsplitsing in twee geluidsbudgetten. Geconcludeerd wordt dat de gevraagde splitsing van het geluidsbudget niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

42 | 42

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Definitief 02

Bijlagen

I BIJLAGE XXXIII A: QRA DUPONT

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Bijlage I | Definitief 02

II BIJLAGE XXXIII B: QRA CHEMOURS

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Bijlage II | Definitief 02

III BIJLAGE XXXIII C: MEMO DUPONT EN CHEMOURS GECOMBINEERD

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Bijlage III | Definitief 02

IV BIJLAGE XXXIII D: AKOESTISCH ONDERZOEK DUPONT

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Bijlage IV | Definitief 02

V BIJLAGE XXXIII E: AKOESTISCH ONDERZOEK CHEMOURS

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Bijlage V | Definitief 02

VI BIJLAGE XXXIII F: OVERZICHT GRONDSTOFFEN EN PRODUCT PER SPOOR

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Bijlage VI | Definitief 02

VII BIJLAGE XXXIII G: AKOESTISCH ONDERZOEK DOW

Witteveen+Bos | 109490/21-003.476 | Bijlage VII | Definitief 02

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/264/documents/8977