1. Concept Jaarstukken 2025 GR Sociaal (6).pdf
Tekst van het document
Budgetadvies en Schuldbemiddeling De uitgaven voor Budgetadvies en Schuldbemiddeling zijn voornamelijk gericht op bekendheid, budgettraining, Geldfit en borgstelling voor saneringskredieten. De lasten van Budgetadvies en Schuldbemiddeling zijn in lijn met de begroting. De uitvoeringskosten Budgetadvies en Schuldbemiddeling worden verantwoord onder de apparaatskosten. Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G. De uitgaven zijn nagenoeg in lijn met de begroting.
22
De bijdragen van de gemeenten zijn als volgt weer te geven voor deze Opgave:
Bijdragen gemeenten inclusief DVO's Begroting na wijziging
Najaarsbrief
Jaarrekening
Verschil t.o.v. Najaarsbrief
Inkomensondersteuning
132.261
135.298
137.450
2.152
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.135
2.135
2.142
7
Minimabeleid
10.524
10.457
10.374
-82
Totaal
144.920
147.890
149.966
2.076
Bedragen x € 1.000
Inkomensondersteuning De hogere bijdrage wordt veroorzaakt door een stijging van de lasten (met als gevolg een stijging van het tekort) en de actualisatie van de voorziening dubieuze debiteuren.
23
2.3 ONTWIKKELEN NAAR WERK Doelen Nummer
Doelstelling
3.1
Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen
3.2
Wij bieden klanten een (on)betaalde plaats die bij hen past
3.3
Wij houden klanten die betaald aan het werk zijn, aan het werk
Opgave-indicatoren Indicator
Doel
Realisatie
Percentage klanten met een profiel
100%
78,47%
Aantal klanten dat kan re-integreren (profiel 1, 2) zitten binnen 3 maanden op een traject
100%
14,44%
450
462
Groei
8,11%
Aantal klanten geplaatst op nieuw beschut
180
145
Percentage klanten dat minimaal 6 maanden aan het werk blijft
90%
92,05%
Aantal uitkeringen uitstroom naar werk of onderwijs
Percentage met parttime werk
Wat hebben wij bereikt en wat hebben wij daarvoor gedaan? Wat in 2025 bereikt is voor de opgave Ontwikkelen naar werk wordt onderstaand kort toegelicht aan de hand van de drie geformuleerde doelstellingen. De zes indicatoren zijn daarbij geen doel op zich, maar een logisch gevolg van gezamenlijke inspanningen om onze doelgroep in beeld te krijgen en te helpen met ontwikkeling en arbeidstoeleiding. 1. Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen Klanten in beeld Het kennen van onze klanten is cruciaal. Daarom investeren we in het in beeld krijgen van onze klanten. In 2025 hebben we 79% van de klanten ingedeeld in profielen 1 t/m 3 op basis van de termijn waarop zij kans hebben om uit te stromen naar werk. De doelstelling was om voor het einde van het jaar 100% te behalen. Dat dit niet is gelukt kan worden verklaard doordat het ‘laaghangend fruit’ eerst ingedeeld is in klantprofielen. Bijvoorbeeld klanten die op basis van reeds bekende gegevens ingedeeld konden worden, of klanten waarmee al een periodiek gesprek was gepland. Voor de overige klanten kost het meer tijd om hen in te delen, doordat er een extra afspraak moet worden gemaakt om een beter beeld van de klant te krijgen of omdat het een nieuwe klant is. Er zullen altijd onbereikbare klanten zijn, die door omstandigheden niet op gesprek kunnen komen. Ook hun situaties willen we in beeld krijgen.
Plan van aanpak Nu we het grootste deel van onze klanten in beeld hebben, kunnen we beter bepalen met welke van hen we actief gaan ontwikkelen. Klanten met profielen 1 en 2 kunnen, al dan niet met ondersteuning,
24
op termijn ontwikkeld worden naar werk. Een plan van aanpak is het startpunt daarvan. De consulent ONW en de klant maken dit samen en kiezen welke interventies nodig zijn om de afstand naar maximale arbeidsparticipatie te overbruggen. 14,5% van alle profielen 1 en 2 hebben op moment van meten (eind december 2025) een actief traject. Door het verder optimaliseren van de klantreis, inzicht in het bestand en betere verdeling van de klantgroepen, komt er een betere sturing op de verschillende klantgroepen. Daardoor kunnen we beter inschatten wat een klant nodig heeft en een plan van aanpak met hen opstellen. Werk Ontwikkelpunt (WOP) In 2025 is verder gebouwd aan het Werk Ontwikkelpunt (WOP). Het WOP brengt expertise op het gebied van arbeidsonderzoek, aanleren van werknemersvaardigheden, arbeidsgerichte vaktrainingen en het coachen op ontwikkeldoelen. In het WOP hebben in 2025 ruim 400 klanten modulaire trainingen gevolgd. In de centrale werksetting van het WOP draait het om het opdoen van werkervaring en werkbeleving. Verdere vakontwikkeling vindt plaats in Ontwikkelpaden in vijf kansrijke sectoren, die samen met bedrijven zijn ontwikkeld. Door de inzet van bemiddeling zijn 33 mensen na ontwikkeling in het WOP doorgestroomd naar betaald werk.
Ontwikkelplekken Aansluitend op het WOP hebben we in 2025 ook plekken gecreëerd voor die klanten waarvoor de opstap naar werk nog iets verder weg is. Deze ontwikkelplekken zijn tijdelijke, begeleide plekken waarin een inwoner dichtbij huis, planmatig aan persoonlijke en arbeidsvaardigheden werkt met het expliciete doel om door te stromen naar betaald werk. Er zijn ruim 90 ontwikkelplekken gecreëerd bij lokale organisaties en er zijn 25 actieve deelnemers. In 2026 zal de instroom op de ontwikkelplekken worden geïntensiveerd. Het Werkcentrum Drechtsteden (WCD) draait inmiddels een jaar. Inwoners weten het WCD steeds beter te vinden. We zien dat de hulpvraag vaak gaat om bemiddeling naar werk. Minder inwoners willen een opleiding of cursus volgen. Het Talentenfonds kan daar een impuls aan geven. 2. Wij bieden klanten een (on)betaalde plaats die bij hen past Uitstroom Onze uitstroomdoelstelling is in 2025 behaald. Het team bemiddeling heeft extra gefocust op uitstroom door caseloads te verlagen en concrete doelen te stellen. Daarnaast zijn de werkgeversadviseurs gerichter gaan werken vanuit het klantenbestand, waardoor er specifieker is gezocht naar de passende plek in plaats van banen binnen te halen die niet passen bij de profielen van de werkzoekenden. We zien dat er meer werk en inzet nodig is om een werkzoekende te plaatsen.
De complexe leefsituatie in combinatie met verwachtingen van een werkgever vraagt veel in communicatielijnen. De aanpak die werkt is dat niet alles in één keer hoeft te lukken, wat voorheen wel een uitgangspunt was. We gebruiken het ‘mislukken’ van een match of plaatsingen als een onderdeel van het ontwikkelen naar werk. Dat werkt milder voor zowel de professional als de werkzoekende, maar vraagt ook meer tijd en geduld. Prognose bestandsontwikkeling op basis van CPB prognose Voor het aantal bijstandsgerechtigden is de afgelopen jaren een doelstelling gehanteerd, die inhoudt dat we 2.5% beter scoren dan de landelijke CPB-prognose. Die doelstelling is de afgelopen jaren nooit gehaald. Daarover is elk jaar gerapporteerd bij de jaarrekening. Veel inwoners van de Drechtsteden hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Zo'n 75% van het aantal inwoners dat een uitkering heeft, verkeert al twee jaar of langer in deze situatie. Voor circa de helft van de inwoners met een uitkering geldt dat zij die al vijf jaar of langer hebben. Het streven is om deze inwoners zo veel mogelijk naar een zo hoog mogelijk en duurzaam niveau van participatie binnen de samenleving en arbeidsmarkt te ontwikkelen. Echter, volledige uitstroom uit de uitkering wordt voor deze groep inwoners steeds lastiger. Wij vinden het van belang een ambitieuze, maar ook realistische doelstelling op te nemen.
Daarin voorziet het uitgangspunt om de CPB prognose te hanteren voor de ontwikkeling van het bestand. De ambitie om 2.5% beter te presteren wordt als niet realistisch beschouwd.
25
Beschut werk Het aantal plaatsingen op beschut werk is minder vooruitgegaan dan gehoopt. Gedurende het jaar zijn er verschillende acties gedaan om hier verandering in te brengen. Er is een goed beeld van de populatie met een indicatie nieuw beschut. Het wordt steeds zichtbaarder dat de doelgroep beschut werk een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft waardoor het moeilijker wordt om hen te plaatsen. De knelpunten zitten in het achterblijven van geschikte externe werkplekken, waar focus op gegeven is, maar nog niet heeft geleid tot goed resultaat. Daarnaast is er scherp gekeken naar het werkproces en de samenwerking. Er zijn op 1 januari 2026 104 klanten met een indicatie beschut werk die nog niet aan het werk zijn. Deze hebben we in 2025 allemaal uitgenodigd voor een gesprek en in beeld gebracht. Voor een deel van hen is beschut werk mogelijk niet de juiste plek, en moet worden onderzocht of iets anders beter past, zoals een participatie- of ontwikkelplek. Voor alle beschut werkers in dienst bij Drechtwerk zijn inmiddels ontwikkelplannen opgesteld om hen toe te leiden naar een zo regulier mogelijke werkplek.
Om achterstanden in de plaatsingen in de toekomst te voorkomen is begin 2025 een afdeling ‘indicatie beheer beschut’ binnen Drechtwerk opgericht waardoor er een centraal punt is voor de regierol, de ontvangst van adviezen, het afgeven van indicaties en de administratieve verwerking. Dit heeft ertoe geleid dat alle inwoners die in 2025 een indicatie beschut hebben ontvangen, inmiddels geplaatst bij een werkgever zijn of in dienst zijn bij Drechtwerk. Parttime werk In 2025 zijn er voorstellen gemaakt om parttime werken lonender te maken ten opzichte van niet werken. Vooralsnog is dit niet geïmplementeerd. Dit heeft met name impact op de uitvoering binnen de opgave bestaanszekerheid versterken omdat het gaat over het berekenen van bijstandsuitkeringen. Het resultaat ervan komt echter terecht bij de opgave ontwikkelen naar werk. Daarbij is volledige uitstroom altijd de belangrijkste doelstelling, maar wanneer dat niet mogelijk is, stimuleren we parttime werk. Met name voor statushouders, die gelijktijdig het inburgeringsproces doorlopen, kan het lonender maken van parttime werk een boost geven. 3. Wij houden klanten die betaald aan het werk zijn, aan het werk Om het werkbehoud van inwoners te stimuleren zetten wij al jaren in op het bieden van ondersteuning via jobcoaching, begeleiding en nazorg.
In 2025 is meer sturing gegeven aan ontwikkelen tijdens werk, met name met de medewerkers bij Drechtwerk. Er zijn daarnaast meer beschutte werkplekken bij reguliere werkgevers gecreëerd. Zo zorgen we ervoor dat onze medewerkers kunnen doorgroeien en duurzaam inzetbaar blijven. De doelstelling op duurzame uitstroom is behaald. Ten opzichte van de landelijke benchmark scoort de GR Sociaal bovengemiddeld op duurzame uitstroom. We zien dat duurzame plaatsingen behaald worden, maar dat de onderliggende vraagstukken na plaatsing ook verschuiven. De ondersteuning is niet alleen op het vlak van vak- en algemene arbeidsvaardigheden (jobcoaching), maar ook op ondersteuningsvraagtsukken in de leefgebieden. Daarom is in 2025 een pilot gestart met de inzet van lifecoaching ter voorkoming van uitval. We zien dat inzet van die specifieke ondersteuning veel uitval voorkomt, maar dat werkgevers nog steeds arbeidsovereenkomsten beëindigen omdat er te veel gedoe om een persoon zit. Meer investeren in het op orde hebben en houden van de leefgebieden als ondersteuning aan de voorkant van de plaatsing en tijdens de plaatsing kan duurzame plaatsing en voorkomen van terugval in de uitkering stimuleren.
26
Maatregelen en ombuigingen Wat heeft het gekost? Najaarsbrief
Begroting na wijziging
Verschil t.o.v. Najaarsbrief
Jaarrekening
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Drechtwerk
51.187
51.187
0
52.428
52.428
0
52.564
52.564
0
136
136
0
Inburgering
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Participatie
9.469
9.960
491
8.529
9.020
491
8.181
8.672
491
-348
-348
0
0
66
66
0
66
66
0
66
66
0
0
0
60.656
61.213
557
60.957
61.514
557
60.745
61.302
557
-212
-212
0
Statushouders Totaal Bedragen x € 1.000
Het verloop van de begrote en geprognosticeerde cijfers is als volgt weer te geven:
Omschrijving
Lasten
Baten
Saldo
Begroting na wijziging
60.656
61.213
-557
Participatie
-940
-940
0
Coördinator Jeugd
-50
-50
0
DU WIN regeling Work in NL
-68
-68
0
Prognose Participatie 2025
-275
-275
0
Werkcentrum Drechtsteden
-547
-547
0
Drechtwerk
1.241
1.241
0
Prognose lasten en baten Drechtwerk 2025
1.241
1.241
0
Totaal mutaties Najaarsbrief 2025
301
301
0
Totaal prognose t/m Najaarsbrief
60.957
61.514
-557
Realisatie
60.745
61.302
-557
Resultaat
212
212
0
Mutaties Najaarsbrief 2025
Bedragen x € 1.000
Drechtwerk De lasten en baten Drechtwerk zijn gestegen met €1,27 mln. In de baten zijn de volgende mutaties ten opzichte van de Voorjaarsbrief 2025 verwerkt; Nog te ontvangen Rijksbijdrage IU Participatie Meicirculaire 2025 verhoging Wsw Decembercirculaire 2025 Compensatie Ontwikkelbedrijven Dordrecht), Af te rekenen Afrekening gemeentelijke bijdrage 2025
€ 0,98 mln. (6 gemeenten), € 0,59 mln. (Centrumgemeente -€ 0,30 mln. Voordeel gemeenten.
Per saldo een jaarrekeningresultaat van € 0,3 mln. minder gemeentelijke (verlies)bijdrage 2025.
27
Inburgering De lasten en baten 2025 SPUK Wet inburgering 2021 zijn niet opgenomen in de jaarrekening 2025. De lasten en baten lopen via de DVO in plaats van de begroting GR Sociaal. De financiële jaarverantwoording 2025 is daarom niet opgenomen in dit jaarverslag maar is op 22 januari jl. separaat aan de gemeenten verstuurd. Participatie De baten Participatie zijn in lijn met de begroting. De middelen zijn uitgegeven aan instrumentarium voor re-integratie en ook aan projectmatige en experimentele aanpak. Per saldo een positief incidenteel resultaat van € 0,27 mln. en is conform de analyse bij de Najaarsbrief 2025. Het bedrag wordt afgerekend met de gemeenten. Inzet apparaat Vanuit het budget Participatie wordt € 0,49 mln. aan apparaat Ontwikkelen naar Werk gefinancierd. Hiervan worden taken gefinancierd, die in eigen beheer worden uitgevoerd. De lasten zijn verwerkt op het onderdeel apparaat. Uitvoeringsagenda Arbeidsmarktregio Drechtsteden en Werkcentrum Drechtsteden Onderstaande tabellen geven het verloop van de lasten en baten weer en is akkoord bevonden door Centrumgemeente Dordrecht. Afrekening heeft inmiddels plaatsgevonden.
Impuls Statushouders De baten worden gebruikt voor de inzet van consulenten team Impuls statushouders (lasten worden verantwoord onder apparaat). Het welkomstprogramma en de inzet van trajecten worden gefinancierd uit Participatie.
De bijdragen van de gemeenten zijn als volgt weer te geven voor deze Opgave:
Bijdragen gemeenten inclusief DVO's Begroting na wijziging Statushouders
Verschil t.o.v. Najaarsbrief
Jaarrekening
Najaarsbrief 66
66
66
0
Participatie
7.908
7.633
7.637
4
Inburgering
0
0
0
0
Drechtwerk
35.092
36.047
36.364
316
Totaal
43.066
43.746
44.066
320
Bedragen x € 1.000
28
2.4 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING Doelen Nummer
Doelstelling
4.1
Wij indiceren en voeren regie op de beoogde effecten van de ingezette maatwerkondersteuning
4.2
Wij zorgen voor de ondersteuning die nodig is om mee te doen naar vermogen en richten ons op ontwikkeling waar mogelijk. Wij zorgen voor ondersteuning voor klanten die nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen.
4.3
Opgave-indicatoren Indicator
Doel
Realisatie
Gemiddelde kosten per inwoner voor IB, gecorrigeerd voor indexatiecijfers
5% onder de referentielijn 2018 (€ 795,24)
1,65%
Gemiddelde kosten per inwoner voor DB, gecorrigeerd voor indexatiecijfers
blijven onder de referentielijn 2023 (€ 817,15)
3,38%
Score klantbeleving HO
≥ 7,5
7,0
Score kwaliteitsmeting HO
≥ 7,5
7,8
% inwoners met IB dat afschaalt naar lagere maatwerkvoorziening of andere (algemene) voorziening.
≥ 15%
12,8%
% meldingen IB/DB dat wordt opgelost via een andere oplossing dan een maatwerkvoorziening.
≥ 5%
12,1%
% klanten met een ondersteuningsduur langer dan vier jaar
≤ 25%
26
Het aantal 65'plussers met een Wmo-maatwerkvoorziening ten opzichte van het totale aantal 65'plussers in de Drechtsteden daalt met 2%
≥ 2%
0,4%
Wat hebben wij bereikt en wat hebben wij daarvoor gedaan? Vanuit onze ambitie zet de opgave Zorgen voor Ondersteuning breed in op actief meedoen in de samenleving. Om deze maatschappelijke opgave nu en in de toekomst vorm te geven hebben we doelstellingen geformuleerd die inzetten op het vergroten van zelfredzaamheid en participatie van inwoner. Deze focus moet leiden tot het aanspreken van de eigen kracht, de kracht van het netwerk en de kracht van de samenleving, met als effect een demping van het gebruik van maatwerkvoorzieningen. Dit doen we met het oog op enerzijds de uitgangspunten van positieve gezondheid en eigen regie van de inwoner en anderzijds de financiële en personele houdbaarheid van
29
de Wmo door de combinatie van schaarste in het aanbod en toenemende vraag door vergrijzing en ambulantisering. Bij de drie doelstellingen zijn verschillende indicatoren opgesteld. Deze indicatoren zetten in op het behalen van de doelstelling. Resultaten Zoals aangegeven werken we voor de opgave Zorgen voor ondersteuning vanuit drie doelstellingen. Vanuit de doelstelling 'Wij indiceren en voeren regie op de beoogde effecten van de maatwerkondersteuning' sturen we op de inzet van ondersteuning zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. Om dit te monitoren hebben we een aantal indicatoren geformuleerd. •
De gemiddelde kosten per cliënt Individuele begeleiding blijven >5% onder de referentielijn 2018. De gemiddelde kosten per cliënt voor Individuele Begeleiding blijven in 2025 1,65% onder de referentielijn van 2018. De kosten zijn gestegen door de instroom van een zwaardere doelgroep vanuit de Maatschappelijke Opvang per januari 2025. Hierdoor is het verschil met de referentielijn kleiner geworden. Na deze doelgroepverschuiving stabiliseren de kosten opnieuw en blijven ze structureel onder de referentielijn. De hogere gemiddelde kosten worden verklaard door de gewijzigde cliëntmix: cliënten vanuit de Maatschappelijke Opvang hebben doorgaans een intensievere ondersteuningsvraag, wat leidt tot hogere inzet per cliënt. Deze samenstelling is bepalend voor de kostenontwikkeling.
•
De gemiddelde kosten per cliënt Dagbesteding blijven onder de referentielijn 2023. De lijn van de gemiddelde kosten per cliënt per maand is voor Dagbesteding veel grilliger dan bij Individuele begeleiding. Dat komt omdat voor Dagbesteding prestatiefinanciering geldt en de deelname (aantal dagdelen) door cliënten per maand sterk verschilt. Van belang voor onze indicator is dus vooral dat het gemiddelde over het jaar, onder de referentielijn blijft. Dit is voor 2025 het geval.
•
Scores klantbeleving en kwaliteit huishoudelijke ondersteuning Voor huishoudelijke ondersteuning meten we zowel de klantbeleving als de kwaliteit van de ondersteuning. Deze worden gemeten door een onafhankelijke partij. Voor de klantbeleving zien we de laatste jaren een achteruitgang in het cijfer. Dit wordt mogelijk veroorzaakt doordat de voorziening de laatste jaren onder druk staat qua levering en het vinden van ervaren personeel in de huidige arbeidsmarkt een uitdaging is voor aanbieders. Tegelijk zien we dat de kwaliteit van het 'schone huis' niet afneemt. Er is nog geen reden voor zorg, maar we blijven beide cijfers nauwkeurig monitoren.
Voor de tweede doelstelling Wij zorgen voor de ondersteuning die nodig is om mee te doen naar vermogen en richten ons op ontwikkeling waar mogelijk zijn de beweging van Wmo naar de voorkant en het normaliseren van ondersteuning belangrijke ontwikkelingen die reeds is ingezet. Met de aanwezigheid van Wmo-consulenten een deel van de week in verschillende wijkteams in de regio, staan we dichter bij de inwoner en kijken we samen met hen naar lichtere vormen van ondersteuning dan maatwerkvoorzieningen. Een concreet voorbeeld van normaliseren is het werken volgens de methodiek van Simpel Switchen. Daarbij wordt voor inwoners met een vraag op het gebied van arbeidsmatige dagbesteding onderzocht of zij op een andere manier kunnen worden ondersteund. Bijvoorbeeld via (beschut) werk of een participatieplek. •
•
Het percentage inwoners met IB dat afschaalt naar lagere maatwerkvoorziening of andere (algemene) voorziening is minimaal 15%. Dit percentage is 16,2%. Dit percentage laat zien dat er regelmatig afschaling plaatsvindt. Dit percentage bestaat gedeeltelijk uit inwoners die na het vaststellen van het ondersteuningsplan (na drie maanden) afschalen naar een lager arrangement en gedeeltelijk uit inwoners die na een periode van begeleiding hun doelen behalen en afschalen of uitstromen uit ondersteuning. Het percentage meldingen IB/DB dat wordt opgelost via een andere oplossing dan een maatwerkvoorziening is minimaal 5%. Iets meer dan 12% van de meldingen is afgesloten met een advies aan de inwoner waarbij de oplossing via het Wijkteam of een andere voorziening kan worden opgepakt. Dit laat zien dat maatwerk niet altijd direct nodig is. Bovendien is 10% van de ondersteuningsvragen na het
30
•
keukentafelgesprek door de inwoner zelf opgelost, waardoor geen maatwerkvoorziening nodig was. Het percentage klanten Individuele begeleiding met een ondersteuningsduur langer dan vier jaar is maximaal 25%. Van het totaal aantal cliënten was er in 26,7% langer dan 4 jaar in begeleiding (peilmoment 1 januari 2026). Dit is nog 1,7% boven de doelstelling, maar een lichte daling ten opzichte van het peilmoment 1 okt 25 (27%). Er is een langzame daling, met af en toe een kleine schommeling in de percentages. Voorliggende periodes: , 1 jul 25 (26%),1 apr 25 (27%), 1 jan 25 (28%),1 okt 24 (29%). Ondanks de nieuwe (zwaardere) doelgroep die is toegevoegd vanuit de Maatschappelijke Opvang, zien we dat de daling zich langzaam verder voortzet.
Ten slotte hebben we een doelstelling geformuleerd op het langer zelfstandig thuiswonen. Wij zorgen voor ondersteuning voor klanten die nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen. De doelgroep ouderen in Nederland groeit. In de Wmo 2015 spelen twee vormen van schaarste een belangrijke rol: financiële schaarste (beperkt beschikbaar geld) en personele schaarste (beperkt beschikbare mensen). Voor de houdbaarheid van de Wmo is het belangrijk om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. •
Het aantal 65'plussers met een Wmo-maatwerkvoorziening ten opzichte van het totale aantal 65'plussers in de Drechtsteden daalt met 2%. Het is gezien de groeiende doelgroep niet mogelijk om jaarlijks twee procent afname te realiseren. Daarom kijken we voor deze doelstelling kijken we terug naar peiljaar 2023 (het moment dat deze doelstelling is opgesteld). We zien dit jaar een daling van 0,4%. We hadden met de inzet van Powerful Ageing verwacht deze doelstelling te kunnen realiseren. Mede door het beëindigen van deze interventie zal deze doelstelling dit jaar niet behaald worden. Op dit moment wordt samen met gemeenten verkend of er andere mogelijkheden zijn om een interventie te organiseren op reablement waarmee de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van ouderen wordt vergroot. De uitkomsten van deze verkenning zullen op een later moment bestuurlijk worden geagendeerd ter beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming.
Cijfers per voorziening: aantal klanten met indicatie per voorziening op 31-12-2025 (standcijfer 15-01-2025) Huishoudelijke Ondersteuning Alblasserdam
Realisatie 31-12-2024 565
Stand 30-06-2025 590
Stand 31-12-2025 594
% Groei / krimp 2025 5,13%
Dordrecht
3804
3.894
4007
5,34%
Hardinxveld-Giessendam
456
466
477
4,61%
Hendrik-Ido-Ambacht
795
817
812
2,14%
Papendrecht
1068
1.110
1135
6,27%
Sliedrecht
781
809
809
3,59%
Zwijndrecht
1573
1.597
1606
2,10%
Totaal
9042
9283
9440
4,40%
Realisatie 31-12-2024 176
Stand 30-06-2025 192
Stand 31-12-2025 192
% Groei / krimp 2025 9,09%
Dordrecht
1471
1486
1453
-1,22%
Hardinxveld-Giessendam
155
163
167
7,74%
Hendrik-Ido-Ambacht
202
217
200
-0,99%
Papendrecht
278
287
273
-1,80%
Sliedrecht
273
293
294
7,69%
Individuele begeleiding Alblasserdam
31
Zwijndrecht
493
489
485
-1,62%
Totaal
3048
3127
3064
0,52%
Realisatie 31-12-2024 72
Stand 30-06-2025 71
Stand 31-12-2025 68
% Groei / krimp 2025 5,56%
Dordrecht
403
426
407
0,99%
Hardinxveld-Giessendam
88
87
93
5,68%
Hendrik-Ido-Ambacht
71
75
82
15,49%
Papendrecht
105
104
105
0,00%
Sliedrecht
128
143
147
14,84%
Zwijndrecht
164
166
168
2,44%
Totaal
1031
1072
1070
3,78%
Realisatie 31-12-2024 718
Stand 30-06-2025 707
Stand 31-12-2025 704
% Groei / krimp 2025 -1,95%
Dordrecht
4426
4441
4486
1,36%
Hardinxveld-Giessendam
601
583
578
-3,83%
Hendrik-Ido-Ambacht
854
867
858
0,47%
Papendrecht
1317
1308
1311
-0,46%
Sliedrecht
1458
1442
1432
-1,78%
Zwijndrecht
1848
1819
1819
-1,57%
Totaal
11222
11167
11178
-0,39%
Dagbesteding Alblasserdam
Drechthopper Alblasserdam
Maatregelen en ombuigingen Maatregelen en ombuigingen Zorgen voor ondersteuning Vastgestelde maatregelen Begroting 2025 Herstelgerichte ondersteuning Inzet Wmo naar de voorkant Maatregelen UPN 2026 Aanpassing (maatregel) Herstelgerichte ondersteuning Uitbreiding Wmo naar de voorkant begeleiding en dagbesteding Maatregelen Voorjaarsbrief 2025 en Begroting 2026 Correctie Herstelgerichte ondersteuning Correctie Inzet Wmo naar de voorkant Najaarsbrief 2025 Stopzetten herstelgerichte ondersteuning + drempeleffect TOTAAL (bedragen x € 1.000)
2025 € 760 € 544 € 142 € 60
€ -471 € -442 € -431 € 162
32
In 2025 hebben we ingezet op de beweging van Wmo naar de voorkant. Daarvoor sluiten we aan bij gemeentelijke initiatieven om de beweging naar de voorkant handen en voeten te geven en de aansluiting is dus bij elke gemeente verschillend. We hebben in de meeste gemeenten inmiddels een aanmeldoverleg waar vraagstukken rondom Individuele begeleiding worden besproken. In deze overleggen wordt door consulenten en wijkteam medewerkers de afweging gemaakt of de ondersteuningsvraag "in het voorveld" kan worden opgepakt of dat geïndiceerde ondersteuning noodzakelijk is. Als het nodig is, wordt een gezamenlijk huisbezoek afgelegd. We zien overigens in de gemeenten waar de samenwerking met de wijkteams het sterkst is, ook de tegengestelde beweging. De bereikbaarheid van geïndiceerde ondersteuning wordt ook beter door de sterkere samenwerking. We zien dus niet in alle gemeenten een daling van het aantal indicaties. We zien ook het effect in van de groei van huishoudelijke ondersteuning, waarschijnlijk mede veroorzaakt door het stoppen van het programma Powerful Ageing. Op dit moment wordt verkend welke mogelijkheden er zijn om een vorm van Reablement opnieuw te introduceren in de Drechtsteden. Daarvoor volgt een apart bestuurlijk traject, voordat hier concrete stappen op worden gezet. Wat heeft het gekost? Najaarsbrief
Begroting na wijziging
Verschil t.o.v. Najaarsbrief
Jaarrekening
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Hulpmiddelen
5.581
5.581
0
5.939
5.939
0
5.758
5.758
0
-181
-181
0
Vervoer
12.099
12.099
0
12.203
12.203
0
12.054
12.054
0
-149
-149
0
Huishoudelijke ondersteuning
36.204
36.204
0
36.667
36.667
0
34.063
34.063
0
-2.604
-2.604
0
Begeleiding en kortdurend verblijf
38.043
38.043
0
39.644
39.644
0
39.705
39.705
0
61
61
0
Totaal
91.927
91.927
0
94.453
94.453
0
91.579
91.579
0
-2.874
-2.874
0
Bedragen x € 1.000
Omschrijving
Lasten
Baten
Saldo
Begroting na wijziging
91.927
91.927
0
Hulpmiddelen
358
358
0
Prognose Hulpmiddelen/Woonvoorziening
358
358
0
Vervoer
104
104
0
Begrotingswijziging collectief vervoer (Stroomlijn)
-52
-52
0
Prognose Individueel Vervoer
156
156
0
Huishoudelijke ondersteuning
463
463
0
Prognose Huishoudelijke Ondersteuning
463
463
0
Begeleiding en kortdurend verblijf
1.601
1.601
0
Prognose Dagbesteding en vervoer
-167
-167
0
Prognose Individuele Begeleiding
1.768
1.768
0
Totaal mutaties Najaarsbrief 2025
2.526
2.526
0
Totaal prognose t/m Najaarsbrief
94.453
94.453
0
Realisatie
91.579
91.579
0
Resultaat
2.874
2.874
0
Mutaties Najaarsbrief 2025
33
Bedragen x € 1.000
Het resultaat op de lasten en baten ten opzichte van de prognose in de Najaarsbrief 2025 bedraagt circa € 292.000 positief. Het overschot wordt vnl. veroorzaakt door de lagere lasten binnen de voorziening Huishoudelijke ondersteuning. Hulpmiddelen Het tekort op de voorziening Hulpmiddelen bedraagt € 174.000. In de Najaarsbrief werd nog uitgegaan van een tekort van € 357.000. Tussen gemeenten zijn verschillen zichtbaar als gevolg van lokaal meer- en mindergebruik, met name bij woningaanpassingen. Grote woningaanpassingen blijven moeilijk voorspelbaar en zorgen voor fluctuaties in de uitgaven. Vervoer Het individueel vervoer sluit het jaar nagenoeg neutraal af. In de Najaarsbrief werd nog een tekort verwacht, waarvoor destijds geen duidelijke verklaring kon worden gegeven. Daarnaast hebben we in 2025 te maken gehad met een lager ritvolume, waardoor de opbrengst eigen bijdrage Drechthopper iets achterblijft op de begrote baten in de begroting. De cijfers verschillen per gemeente als gevolg van lokaal meer- en mindergebruik Huishoudelijke ondersteuning De voorziening Huishoudelijke ondersteuning sluit het jaar af met een positief resultaat van € 2,2 mln. In de Najaarsbrief 2025 werd nog rekening gehouden met € 2,6 mln. hogere lasten. In de Najaarsbrief 2025 is er rekening gehouden met achterstanden in (her)indicaties in de gemeente Dordrecht.
Deze achterstanden zijn in het vierde kwartaal ingelopen, wat heeft geleid tot een toename van het aantal afgegeven indicaties. Voor een groot deel van deze nieuwe indicaties is de ondersteuning echter pas gestart in het eerste kwartaal van 2026. Daardoor zijn in het vierde kwartaal nog geen bijbehorende kosten gedeclareerd. Dit verklaart waarom de lasten lager uitvallen dan eerder geraamd. De kosten voor herstelgerichte ondersteuning zijn niet gerealiseerd. Daarnaast is de verwachte besparing op de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning niet behaald, doordat herstelgerichte ondersteuning per 1 april 2025 is beëindigd. Hierdoor zijn geen nieuwe indicaties voor herstelgerichte ondersteuning afgegeven en zijn bestaande indicaties afgebouwd. Dit heeft geleid tot lagere uitgaven dan begroot voor herstelgerichte ondersteuning.
Begeleiding en kortdurend verblijf Binnen de voorziening Begeleiding en kortdurend verblijf is sprake van een tekort van € 1,7 miljoen ten opzichte van de begroting. In de Najaarsbrief werd nog uitgegaan van € 1,8 miljoen aan hogere uitgaven. De lasten zijn sindsdien verder toegenomen voor Begeleiding zin. Daar staat tegenover dat de uitgaven aan pgb’s voor zowel Dagbesteding als Begeleiding lager zijn uitgevallen. De bijdragen van de gemeenten zijn als volgt weer te geven voor deze Opgave: Bijdragen gemeenten inclusief DVO's Begroting na wijziging
Najaarsbrief
Jaarrekening
Verschil t.o.v. Najaarsbrief
Hulpmiddelen
5.581
5.939
5.755
-184
Vervoer
11.649
11.753
11.670
-83
Huishoudelijke ondersteuning
33.403
33.806
31.261
-2.545
Begeleiding en kortdurend verblijf
38.043
39.644
39.698
54
Totaal
88.676
91.142
88.383
-2.759
Bedragen x € 1.000
34
2.5 BEDRIJFSVOERING Doelen Nummer
Doelstelling
5.1
We zijn als organisatie in control en transparant over hoe we onze middelen inzetten en welke effecten (driehoek; doelen, middelen en legitimiteit) we daarmee in het kader van publieke waarde bereiken. Het is voor ons vanzelfsprekend dat wij proactief samenwerken in ons netwerk om het goede voor de klant te realiseren
5.2 5.3
Onze interne bedrijfsvoering is op orde en logisch ingedeeld.
Opgave-indicatoren Indicator
Doel
Geen overschrijding van de begroting. Met zo min mogelijk financiële middelen het werk doen. Bij onderschrijding >5% de begroting aanpassen
5%
Financiële fouten blijven binnen de norm (van rechtmatigheidsverantwoording) van 1% van het begrotingstotaal excl. reservemutaties Financiële onzekerheden blijven binnen de norm (van resultaat getrouwheid) 1% van het begrotingstotaal excl. reservemutaties
1%
Procedurele fouten / juridische fouten blijven binnen de norm van 3%
3%
Realisatie
1%
Voor alle gemeenten individuele rapportages beschikbaar en 2 gesprekken per jaar per gemeente
7
0
Ontsluiting van 1ste financiële basiscijfers per gemeente en inzichtelijk op dashboards
7
7
Wat hebben wij bereikt en wat hebben wij daarvoor gedaan? Onderzoeksresultaten na extrapolatie Een schematisch overzicht van de tot nu toe geconstateerde fouten en onduidelijkheden (m.b.t. de rechtmatigheidsverantwoording) en fouten en onzekerheden (m.b.t. getrouwheid) is weergegeven in onderstaande tabel. Conclusie is dat op basis van de uitgevoerde controle over 2025 er aan € 3.8 miljoen aan onrechtmatigheden is geconstateerd. Dit hebben we voor het beeld afgezet tegen ode norm van 2 % van de begrote lasten (de in de tabel opgenomen 0,64% voor getrouwheidsfouten en 0,58% van rechtmatigheidsfouten). Laatst genoemde is nog niet volledig, gezien het lopende onderzoek naar de spend analyse.
35
De procedurele onrechtmatigheden hebben geen impact op de rechtmatigheidsverantwoording van het DB in de jaarstukken 2025 en worden nader toegelicht in de VIC jaarrapportage. Het resultaat getrouwheid en het resultaat rechtmatigheid uit de tabel hierboven is in navolgende tabel nader gespecificeerd. Deze worden nader toegelicht in de VIC jaarrapportage. De begrotingsonrechtmatigheden worden in de rechtmatigheidsverantwoording aangegeven en zijn niet in bovenstaande tabel meegenomen Gemeentelijke rapportages en dashboard In 2025 zijn de ambtelijke gemeenterapportages niet opgesteld. De bestaande situatie zou worden geëvalueerd waarna er in overleg met de betrokken gemeenten zou verder worden gekeken hoe de gesprekken opnieuw vorm konden worden gegeven. Met de huidige herijking van de bezetting waarbij een aantal nieuwe functies worden ingevuld, waaronder die van business analist, is de verwachting dat er medio 2026 weer verder kan worden gegaan. Het gemeente dashboard (inclusief financiële gegevens) is gedurende 2025 operationeel geweest. Via deze rapportage zijn er financiële gegevens beschikbaar m.b.t. de bijzondere bijstand en PMB, de WMO en voor de energietoeslag. De laatste evaluatie heeft in december 2024 plaatsgevonden. In 2025 is er verder geen opvolging geweest. Ook hiervoor geldt dat dit in 2026 zal gaan veranderen zodra de benodigde bezetting weer op orde is.
Wel is in het afgelopen jaar samengewerkt met de gemeente Dordrecht en de Dienst Gezondheid & Jeugd om het Power BI dashboard “Dordt-West” te ontwikkelen. Dit dashboard komt in februari 2026 beschikbaar. Als zodanig is dit dashboard ontwikkeld vanuit het Programmabureau Dordt-West (onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid). Het data-team heeft de dataverwerking en -bewerking vanuit de SDD voor haar rekening genomen. ICT Zoals in de najaarsbrief is aangegeven, is in 2025 een begin gemaakt met de aanbesteding van twee pakketten, er komt een nieuw DMS systeem waarmee er wordt voldaan aan de eisen van de Archiefwet. Tegelijkertijd is er een aanbesteding voor Schuldhulpverlening en Bewindvoering gaan lopen. Alles verloopt tot nu toe in overeenstemming met de planning waardoor het begin 2026 gaat plaatsvinden. In 2025 is in samenwerking met Drechtsteden werk gemaakt van het beschikbaar stellen van een nieuw dataplatform. Technisch is men klaar om te gaan beginnen; er wordt nog gewacht op de bevindingen van de FG’s van de betrokken gemeenten. Verkoop Fris Facilitair Begin dit jaar is de verkoop van (de verbonden partij) Fris Facilitair definitief afgerond en is het verkoopbedrag van € 470.000 ontvangen. Na de afwaardering van de deelneming in Fris Facilitair op de balans blijft er ca.
€ 460.000 over wat ingezet wordt om de extra kosten van het onderzoek te dekken.
36
Onderzoek GR Sociaal Er is een memo voor het dagelijks bestuur opgesteld voor het onderzoek naar sociale en zakelijke integriteit bij de GR Sociaal i.v.m. meerkosten. Van het resultaat op apparaat van de jaarrekening 2024 is € 700.000 in een bestemmingsreserve gestort. Voor 2025 zijn de werkelijke kosten € 1,2 mln. Het verschil van € 0,5 mln. is gedekt uit de verkoop van Fris Facilitair. Maatregelen en ombuigingen Ombuigingen Bedrijfsvoering Vastgestelde maatregelen Begroting 2025 Nullijn formatie 10 fte
2025 1.128
Maatregelen UPN 2026 Nullijn formatie 3,3 fte
-
Voorjaarsbrief 2025 Serviceteam Bewindvoering TOTAAL (bedragen x € 1.000)
-222 € 906
UPN2025 Nullijn formatie Wanneer we kijken naar de ontwikkelingen in de Opgaven en het uitgangspunt dat de formatie meebeweegt met de daarin afgesproken opdrachten en resultaten betekent dit voor de ontwikkeling van de formatie voor 2025 een groei van 10 fte, zijnde € 1.128.000. Besloten is om van dit standpunt af te wijken en de formatie in de begroting 2025 niet mee te laten bewegen met de ontwikkelingen (anders dan CAO etc.). Voorjaarsbrief 2025 Serviceteam Bewindvoering Als onderdeel van de bestuurlijke opdracht "Een toekomstbestendig sociaal domein", spoor 2 "Aanpassing van de uitvoering en bedrijfsvoering". Het serviceteam voor externe bewindvoering bundelt alle diensten en samenwerking rond beschermingsbewind. Dit zorgt voor passende, kwalitatieve ondersteuning van inwoners met financiële problemen en draagt bij aan het beheersen van de kosten van bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. Vanaf 2026 zal de ombuiging resulteren in een besparing, terwijl deze in 2025 nihil is. Zie de voortgang Serviceteam Bewindvoering bij de opgave Bestaanszekerheid versterken. Wat heeft het gekost? Najaarsbrief
Begroting na wijziging
Verschil t.o.v. Najaarsbrief
Jaarrekening
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Apparaatskosten
63.692
62.435
-1.257
63.042
61.785
-1.257
61.206
59.548
-1.658
-1.836
-2.237
-401
Apparaatskosten DVO's
5.006
5.006
0
5.006
5.006
0
5.710
5.710
0
705
705
0
Treasury
215
215
0
215
215
0
6
408
401
-209
193
401
Totaal
68.913
67.656
-1.257
68.263
67.006
-1.257
66.923
65.666
-1.257
-1.340
-1.340
0
Bedragen x € 1.000
Onderzoek GR Sociaal Van het resultaat op apparaat van de jaarrekening 2024 is € 700.000 in een bestemmingsreserve gestort voor het onderzoek naar sociale en zakelijke integriteit bij de GR Sociaal in verband met meerkosten.
37
Reserves
Begroting na wijziging
Najaarsbrief
Verschil t.o.v. Najaarsbrief
Jaarrekening
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Mutaties reserves
0
700
700
0
700
700
0
700
700
0
0
0
Totaal
0
700
700
0
700
700
0
700
700
0
0
0
Bedragen x € 1.000
Het verloop van de begrote en gerealiseerde cijfers is als volgt weer te geven: Omschrijving
Lasten
Baten
Saldo
Begroting na wijziging
68.913
67.656
1.257
Apparaatskosten
-650
-650
0
Prognose saldo apparaat
-650
-650
0
Treasury
0
0
0
Ontvangen rente GR Sociaal
0
0
0
Totaal mutaties Najaarsbrief 2025
-650
-650
0
Totaal prognose t/m Najaarsbrief
68.263
67.006
1.257
Realisatie
66.923
65.666
1.257
Resultaat
1.340
1.340
0
Mutaties Najaarsbrief 2025
Bedragen x € 1.000
Over de apparaatskosten binnen alle opgaven wordt het boekjaar 2025, net als 2024, afgesloten met een positief financieel resultaat. Dit resultaat is deels het gevolg van de ruimte die ontstaat tussen de begrote maximale tredes en de daadwerkelijke lagere trede. Daarnaast is er een overschot op diverse materiële budgetten. Voor een aantal budgetposten betreft dit een structureel overschot; deze zijn daarom betrokken in het ombuigingsproject. Tot slot zijn enkele grote automatiseringsprojecten vertraagd, waardoor de geraamde implementatiekosten in dit boekjaar niet zijn gerealiseerd. Tot slot is er voor 2025 0,4 mln aan extra rente baten gerealiseerd.
De aanhoudende tekorten in de personele bezetting hebben gevolgen gehad voor zowel de uitvoering van projecten als de dagelijkse werkzaamheden binnen de organisatie. In afdelingen met een structureel capaciteitstekort is de werkdruk toegenomen, wat het risico op uitstroom verder vergroot. Daarnaast leiden deze tekorten tot vertragingen in werkprocessen en het ontstaan van achterstanden, met impact op de efficiëntie en effectiviteit van de dienstverlening. Om de druk op de formatie te verlichten, is opnieuw gebruikgemaakt van tijdelijke inhuur. Ten opzichte van vorig jaar is het gelukt om meer inhuurkrachten aan te trekken, waardoor de inzet van externe capaciteit beter kon bijdragen
38
aan het opvangen van de grootste knelpunten. De volledige ruimte die ontstaan is tussen de begrote kosten en de vacatureruimte is benut aan inhuurkosten. Zie voor nadere toelichting paragraaf 3.4 Bedrijfsvoering. Bijdragen gemeenten inclusief DVO's Begroting na wijziging
Verschil t.o.v. Najaarsbrief
Jaarrekening
Najaarsbrief
Apparaatskosten
60.910
60.260
57.056
-3.205
Apparaatskosten DVO's
4.806
4.806
5.709
904
0
-200
0
200
65.716
64.866
62.765
-2.101
Treasury Totaal Bedragen x € 1.000
39
3 PARAGRAFEN
3.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de risico’s waar geen maatregelen voor zijn getroffen en de capaciteit die de GR Sociaal heeft om deze niet-begrote kosten te kunnen dekken. Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om materiële tegenvallers op te kunnen vangen binnen de eigen begroting zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. De weerstandscapaciteit dient dus de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Reguliere risico’s maken geen deel uit van de risico’s die zijn opgenomen in deze paragraaf. Dit omdat hiervoor verzekeringen kunnen worden afgesloten dan wel door middel van het treffen van een voorziening ondervangen kunnen worden. Uitgangspunt is echter dat het weerstandsvermogen voor de risico's bij de GR Sociaal wordt georganiseerd bij de deelnemende gemeenten. De GR Sociaal beschikt daarbij zelf niet over weerstandsvermogen in de vorm van reserves. De drie belangrijkste redenen hiervoor zijn: 1. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de financiering van de gemeentelijke taken, ook voor de taken die aan de GR Sociaal zijn overgedragen. Gemeenten zijn dan ook beter in staat het benodigde weerstandsvermogen integraal en efficiënt te bepalen en daarbij in te passen in het lokale beleid daarvoor.
Hierbij wordt tevens onnodige reservevorming en daarmee onnodig beslag van financiële middelen voorkomen; 2. De keuze weerstandsvermogen op één plaats, bij de gemeenten, te organiseren geeft duidelijkheid. Indien bij de GR Sociaal ook reserves worden aangehouden blijft onzeker of die reserves wel nodig zijn, of ze groot genoeg zijn en/of wanneer gemeenten toch aangesproken gaan worden wanneer risico's zich voordoen; 3. Besluitvorming is eenvoudiger. Door de keuze bij de GR Sociaal geen reserves aan te houden voor het organiseren van weerstandsvermogen, zullen bij positieve exploitatieresultaten de overblijvende middelen terugvloeien naar de gemeenten. Bij negatieve exploitatieresultaten volgt een aanvullende gemeentelijke bijdrage. In bijzondere situaties blijft de mogelijkheid van reservevorming bestaan, maar dan niet als onderdeel van het organiseren van weerstandsvermogen. Voorbeelden hiervan zijn fondsvorming, budgetoverheveling, tijdelijke negatieve reserves. Het Algemeen bestuur van de GR Sociaal beslist op individuele basis over het vormen van zo'n bestemmingsreserve en over de omvang, opbouw en aanwending. In de navolgende tabel zijn de risico's opgenomen die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. In de tweede kolom is de kans waarop een risico zich kan voordoen weergegeven.
Indien de kans groot is, dan is de kans dat een risico zich voordoet 75%, 50% bij een gemiddelde kans en 25% bij een kleine kans. De impact is Kans x Omvang. Omschrijving
Kans
Afwikkeling onderzoek sociale en zakelijke integriteit
p.m.
Alleenverdienersproblematiek
Klein (10%)
Totale omvang
150.000
Impact Toelichting In de Najaarsbrief 2025 is een inschatting gemaakt van de te verwachte meerkosten voor het onderzoek sociale en zakelijke integriteit. Er kan niet worden uitgesloten dat vanuit de afwikkeling hiervan nog aanvullende kosten voortvloeien. 15.000 De uitvoering van de compensatieregeling alleenverdieners is in 2025 niet volledig afgerond. Door de complexiteit van de regeling en de beperkte inzetbaarheid van voldoende
40
DW Kamerlingh Onnesweg 1
p.m.
Geen compensatie van het Rijk inzake hogere loonkosten
Matig (25%)
Gevolgen afwijking van blijfkans berekening Wsw
p.m.
Gevolgen wijziging omvang Swsubsidie van het Rijk
p.m.
366.000
geschoold personeel zijn in fase 1 nog niet alle potentieel rechthebbenden bereikt (circa 150 inwoners). Hierdoor vindt een deel van de uitvoering en besteding plaats in 2026. De resterende middelen voor fase 1 worden doorgeschoven naar 2026.Fase 2 is nagenoeg afgerond; 132 inwoners kwamen in aanmerking voor compensatie. Met een beperkt aantal huishoudens is geen contact tot stand gekomen. Aangezien aanvragen nog mogelijk zijn, kan ook hier sprake zijn van latere budgetuitputting. De resterende middelen voor fase 2 worden daarom meegenomen naar 2026. Het in eigendom zijnde pand van Drechtwerk aan de Kamerlingh Onnesweg 1: onvoorziene benodigde maatregelen om te voldoen aan wet- en regelgeving kunnen impact hebben op het exploitatieresultaat. 91.500 Bij het opstellen van de meerjarenbegroting wordt gewerkt met bekende (verwachte & exacte) ontwikkelingen op gebieden als aanpassingen van WML, loonprijsontwikkelingen, bekende Cao afspraken waar van toepassing. Vaststaande gegevens over landelijke ontwikkelingen, gepubliceerd in de meest recente mei- en septembercirculaires van het Rijk zijn hierin verwerkt. Elke wijziging of aanpassing heeft dus direct effect op de hier gepresenteerde (meerjaren-) begroting. Bij de invoering van de Participatiewet is de door het Rijk begrote bezuiniging op de rijksbijdrage als uitgangspunt genomen.
Voor de verdeling van de subsidiegelden wordt rekening gehouden met een zogenaamde blijf kansberekening. De werkelijke uitstroom van Drechtwerk versus de uitstroom vanuit het actuarieel model waar vanuit het Rijk werkt, kan (grote) afwijkingen hebben hetgeen kan leiden tot (aanzienlijke) tekorten op de subsidie inkomsten ten opzichte van de salarisbetalingen zoals inmiddels gepresenteerd. Rijkssubsidie SW (vanaf 1-1-2008 gemeentelijke subsidie SW):de subsidie SW is de belangrijkste inkomstenbron van het onderdeel Drechtwerk. Wijziging in de bekostigingssystematiek kan gevolgen hebben voor de omvang van de subsidieSW, d.w.z. dat het ministerie de
41
Huisvesting en contracten frictiekosten
Matig (25%)
300.000
Serviceteam externe bewindvoering
Gemiddeld (50%)
125.000
Totaal
hoogte van de subsidie per SE bepaalt. Elke euro verandering in de subsidie veroorzaakt een gelijke mutatie in het tekort zowel positief als negatief. (in deze voorjaarsbrief zijn de meest recente budgetten verwerkt, septembercirculaire 2025 als wel een verwachte LPO op de SW subsidie). 75.000 Het pand 'De Hellingen' is gehuurd tot eind 2026. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand. Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. De verwachting is overigens dat in 2025 geen grote investeringen of extra onderhoudskosten meer voor het pand aan de Hellingen worden gedaan. 62.500 In 2025 is van de beoogde ombuiging van € 225.000 nog € 70.000 gerealiseerd; om de structurele besparing vanaf 2026 mogelijk te maken zijn de datakwaliteit, monitoring en registratie verbeterd en wordt de nieuwe werkwijze momenteel getoetst op betrouwbaarheid en volledigheid. Daarnaast is de samenwerking met bewindvoerders versterkt en wordt ingezet op snellere doorstroom naar schuldhulpverlening, wat al leidt tot een lichte stijging in aanmeldingen.
In 2026 staan een striktere toepassing van het adviesrecht, volledige invoering en monitoring van de zesmaandstermijn en halfjaarlijkse voortgangsgesprekken centraal, met als doel betere sturing, meer doorstroom en lagere kosten, waarvan de effecten vanaf 2026 worden verwacht. 244.000
Afgewikkelde risico's In de volgende tabel zijn de afgewikkelde risico's vermeld. Omschrijving
Kans
Achterstanden aanvragen Wmo
p.m.
Totale omvang
Impact Toelichting Er is een (behoorlijke) achterstand ontstaan in de afwikkeling van aanvragen voor de Wmo. Dit is het gevolg van ziekte onder onze vaste medewerkers. In september start een projectgroep met tijdelijke medewerkers om de
42
Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning
Gemiddeld (50%)
Nieuw contract met vervoerders Wmo collectief vervoer
450.000
p.m.
Ontwikkeling BUIG-budget o.b.v. loon- en prijsontwikkeling
Gemiddeld 1.100.000 (50%)
Vangnetregeling
Gemiddeld (50%)
Totaal
500.000
achterstanden zo snel mogelijk weg te werken. De inzet van nieuwe indicaties kan een stijging van de kosten met zich meebrengen en leiden tot hogere uitgaven in 2025. 225.000 Voor het aantal bijstandsgerechtigden is de afgelopen jaren een doelstelling gehanteerd, die inhoudt dat we 2.5% beter scoren dan de landelijke CPB prognose. Die doelstelling is de afgelopen jaren nooit gehaald. Daarover is elk jaar gerapporteerd bij de jaarrekening. Wij vinden het van belang een ambitieuze, maar realistische doelstelling op te nemen voor 2025. Daarom hebben we goed gekeken wat wij echt haalbaar achten. De consequenties van het aanpassen van de doelstelling zijn daarom als risico opgenomen in de risicoparagraaf. Per 1 augustus 2025 gaat Stroomlijn een nieuw contract aan met de vervoerders voor collectief vervoer. De financiële effecten zijn nog onduidelijk. 550.000 De loon- en prijsontwikkeling worden bij het vaststellen van de definitieve BUIGbudgetten meegenomen. FrontinBUIG heeft de verwachting dat dit een stijging van 6,5% bedraagt. Dit percentage is ook gehanteerd bij de berekening voor de najaarsbrief 2025. Voor het geval deze stijging niet volledig plaats vindt is er een risico opgenomen van 1% (€ 1,1 miljoen). 250.000 Voor het jaar 2024 is een aanvraag ingediend voor een vangnetuitkering. De hoogte van deze aanvraag bedraagt € 0,5 miljoen. Deze is in de prognose 2025 meegenomen.
Of het zal leiden tot een werkelijke uitkering is op zijn vroegst in het vierde kwartaal van 2025 bekend. 1.025.000
Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Het betreft schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Aangezien de GR Sociaal geen grondexploitatie heeft en geen gemeentelijke belastingen heft, zijn deze kengetallen niet opgenomen. Naast de door de BBV voorgeschreven kengetallen, is tevens de weerstandsratio toegevoegd. Realisatie 2024
Begr. 2025 (*) Realisatie 2025
Netto schuldquote
5%
6%
5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
5%
5%
4%
Solvabiliteitsratio
1%
0%
0%
Structurele exploitatieruimte
0%
0%
0%
43
Ratio weerstandsvermogen 0 (*) Begroting 2025 is op basis van de primaire begroting 2025.
nvt
0
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de GR Sociaal ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een percentage tussen de 0% en 100% is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een grote investering te doen. De GR Sociaal heeft een netto schuldquote van 5%. Dit geeft aan dat de GR Sociaal in staat is om met haar eigen middelen aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. Met correctie voor leningen bedraagt de netto schuldquote van de GR Sociaal 4%. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de GR Sociaal in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsrisico wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Normaal bevindt het solvabiliteitsratio zich tussen de 30% en 80%. De GR Sociaal heeft een ratio van 0% wat zou aangeven dat het bezit van de GR Sociaal relatief zwaar belast is met schuld.
Kijkende naar de wijze waarop de GR Sociaal is gefinancierd, is een lage solvabiliteitsratio conform de verwachtingen. Immers, conform het beleidskader risicomanagement en weerstandsvermogen mag de GR Sociaal een beperkte structurele weerstandscapaciteit in de vorm van reserves aanhouden. Hierdoor heeft de GR Sociaal een beperkt eigen vermogen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Er is geen VNG norm voor het niveau van dit kengetal. Ratio weerstandsvermogen De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR Sociaal. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, post onvoorzien en de stille reserves. De GR Sociaal heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves. Dit is € 0. Het totaal van de risico's bedraagt per 31 december 2025 afgerond € 0,2 miljoen. Dit geeft een onvoldoende. Het weerstandsvermogen voor de risico's bij de GR Sociaal wordt echter georganiseerd bij de deelnemende gemeenten.
In de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van de GR Sociaal is vastgelegd dat de weerstandscapaciteit van de GR Sociaal een incidenteel karakter heeft en op zeer beperkte basis structurele capaciteit (in de vorm van reserves) wordt georganiseerd. In bijzondere situaties blijft de mogelijkheid van reservevorming bestaan, maar dan niet als onderdeel van het organiseren van weerstandsvermogen. Gevolg hiervan is dat gemeenten direct aangesproken worden indien financiële tegenvallers van enig omvang zich voordoen. 3.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Inleiding De GR Sociaal heeft een aantal kapitaalgoederen. Onder kapitaalgoederen wordt verstaan: de in eigendom verkregen terreinen, gebouwen en installaties en onderhoud e.d. voor gehuurde/gepachte objecten. Hieronder vallen de volgende locaties: • het onderkomen Bakestein in Zwijndrecht (huur) • het onderkomen de Lockhorst in Sliedrecht • het pand aan de Snelliusstraat (Kamerlingh Onnesweg) in Dordrecht • het gehuurde pand aan de Hellingen in Dordrecht. Erfpacht en onderhoud De hoofdlocatie van Drechtwerk, aan de Snelliusstraat, is gebouwd op in erfpacht uitgegeven gronden. De erfpachtovereenkomst loopt in 2039 af.
44
Alle locaties zijn in goede conditie en worden regelmatig geïnspecteerd door externe organisaties (brand- en bedrijfsschadeverzekeraar) en/of door ingehuurde installatiebedrijven. Voor de panden zijn meerjarig beheer- en onderhoudsplannen opgesteld. De looptijd van het beheerplan van het pand aan de Snelliusstraat is afgestemd op de einddatum van het erfpachtcontract. Voor het groot onderhoud aan dit pand is een meerjaren onderhoudsvoorziening gevormd. De meerjaren onderhoudsbegroting wordt jaarlijks geactualiseerd. Er vindt een jaarlijkse dotatie plaats aan deze voorziening plaats ten laste van de exploitatie van het lopend jaar. Beleidskader Het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal heeft een Nota Activabeleid 2023 vastgesteld. Deze nota geeft weer hoe binnen de GR Sociaal wordt om gegaan met investeringen, die meerjarig worden gebruikt. Aan de Nota Activabeleid 2023 liggen het meest recente BBV en de notitie Materiële Vaste Activa van de commissie BBV ten grondslag.
3.3 FINANCIERING Algemeen In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening. Economische ontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kortlopende leningen) volgen het tarief dat de ECB hanteert met haar depositorente. Na enkele jaren van stijgingen is dit tarief in stappen van een kwartpunt verlaagd tot 2% op dit moment. De verwachting is dat de geldmarktrente in 2026 ongeveer gelijk zal blijven. Het rentetarief op langlopende gemeenteleningen is de laatste maanden gestegen. De duurste leningen op dit moment zijn 30- tot 50-jarige aflossingsvrije leningen waarvan het tarief circa 4% is inclusief een liquiditeitsopslag van circa 0,9%. Kortere looptijden zoals 5 jaar met lineaire aflossing zijn een stuk goedkoper met een rentetarief van circa 2,6% inclusief een liquiditeitsopslag van circa 0,20%. De liquiditeitsopslagen zijn historisch gezien erg ruim. Een mogelijke verklaring is de toenemende overheidsschuld wereldwijd waardoor er veel vraag is naar financiering. Daarnaast bouwt de ECB zijn portefeuille staatsobligaties af. In deze paragraaf is de grafiek opgenomen waarin het verloop van zowel de korte als de lange rente gedurende 2025 is weergegeven.
Daarin komt naar voren dat de korte rente wat is gedaald en de lange rente wat is gestegen.
45
Boven op het IRS-tarief zoals hierboven weergegeven geld er een opslag. Voor een 10-jaars gemeentelening bedraagt die op het moment van schrijven circa 40 basispunten (0,40%). Interne rente Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteert GR Sociaal een percentage van 1,0%. Renteschema 2025 Tabel 1 Renteschema 2025 De externe rentelasten over de lange financiering De externe rentelasten over de korte financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Verschil (absoluut) Verschil (procentueel)
-/- €
-
-/- €
-
+/+ €
-
€ € -/- € €
326.342 17.482 308.860
-/- € € € € € € -/- €
308.860 308.860 24.849 284.011
€ € €
308.860 24.849 -284.011 -92,0%
Gelet op het in absolute termen geringe toegerekende rentebedrag is besloten de rente niet te actualiseren. Interne ontwikkelingen Financiering De langlopende schuld van GR sociaal per 31 december 2025 bedraagt 18,2 miljoen. Het gemiddelde rentepercentage van deze leningenportefeuille per ultimo 2025 is 1,74%. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop een gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren. De limiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,2%). Voor het jaar 2025 bedroeg de kasgeldlimiet 28,7 miljoen. In onderstaande tabel is de benutting van de kasgeldlimiet weergegeven.
46
Tabel 2 Verloop kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000,1ste kwartaal
2de kwartaal
3de kwartaal
4de kwartaal
Gemiddeld netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-) Kasgeldlimiet
€ 7.070€ 28.744
€ 4.576€ 28.744
€ 2.825 € 28.744
€ 4.134€ 28.744
Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet
€ 35.814
€ 33.320
€ 25.919
€ 32.878
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de GR Sociaal binnen de kasgeldlimiet heeft geopereerd. In 2025 waren geen kasgeldleningen nodig. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Op grond van het eerder in deze paragraaf vermelde begrotingstotaal bedroeg de renterisiconorm van de GR Sociaal over 2025 70,1 miljoen. De toetsing aan renterisiconorm luidt daarmee als volgt. Tabel 3 Toetsing renterisiconorm Bedragen x € 1.000,Bedrag renteherzieningen Bedrag aflossingen Totaal renterisico Renterisiconorn (€ 323,5 miljoen x 20%) Ruimte onder de norm
€ € € € €
1.058 1.058 70.105 69.047
Uit deze berekening komt naar voren dat GR Sociaal met haar langlopende financieringsportefeuille in 2025 binnen de renterisiconorm heeft geopereerd. Kredietrisico’s De GR Sociaal loopt een zeer laag kredietrisico op uitzettingen. Uitzettingen zijn binnen de Wet fido gedefinieerd als verstrekte geldleningen en beleggingen. Per eind 2025 beschikte de GR Sociaal over de volgende uitzettingen: Tabel 4 Overzicht uitzettingen Bedragen x € 1.000