T22-09 Dekkingsvoorstel brandveiligheid gemeentehuis
Tekst van het document
Toezeggingen Toezegging nr. T22/03 Datum:
02-06-2022
Onderwerp:
Dekkingsvoorstel brandveiligheid gemeentehuis
Wethouder:
R. Jansen
Dekking kapitaallasten investering brandveiligheid gemeentehuis Aanleiding Tijdens de behandeling van raadsvoorstel 2021-020288 Brandveiligheid gemeentehuis is door de raad gevraagd naar de dekking van de extra kosten (kapitaallasten) die met deze investering gepaard gaan. Met dit memo wordt hierop nader ingegaan en wordt toegelicht waarom dekking nu niet aan de orde is. Het college heeft ervaren dat het budgetrecht vaker tot discussie en/of onduidelijkheid leidt in de raad en beseft dat dit een ingewikkeld onderwerp is. Om die reden is als bijlage bij deze reactie een nadere duiding opgenomen. Het college biedt raadsleden daarnaast aan om bij aanvullende vragen in contact te treden met de concerncontroller. Dit kan via de wethouder Financiën. De concerncontroller bewaakt binnen de organisatie een goede toepassing van het budgetrecht. Kapitaallasten investering brandmeldinstallatie In de raad is de vraag gesteld hoe de kapitaallasten die gepaard gaan met de investering in de brandmeldinstallatie van dekking worden voorzien. Hierbij is de indruk ontstaan dat verwerking van de kapitaallasten zou geschieden via de bestuursrapportages. In het raadsvoorstel is echter opgenomen dat het krediet zal worden verwerkt in het bijgewerkte investeringsoverzicht van de bestuursrapportage.
Zoals ook in de beantwoording van de vragen van D66 bij genoemd raadsvoorstel is aangegeven, drukken de kapitaallasten pas vanaf het jaar 2023 op de begroting van de gemeente. In de begroting 2022 zijn er dus geen kapitaallasten die van dekking dienen te worden voorzien. Zoals gebruikelijk worden de extra kapitaallasten van de brandmeldinstallatie door het college meegenomen in het opstellen van de begroting 2023 en in dat proces van dekking voorzien.
Pagina 1 van 3
Bijlage - Toelichting budgetrecht Juridisch kader budgetrecht Het budgetrecht ligt in gemeenten bij de gemeenteraad. Artikel 189 Gemeentewet stelt dat “Voor alle taken en activiteiten brengt de raad jaarlijks op de begroting de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen die hij naar verwachting kan aanwenden.” Binnen de gemeente Dongen is het budgetrecht nader uitgewerkt in de Financiële Verordening, artikel 5: Autorisatie begroting en investeringsbudgetten. Hierin zijn ten aanzien van het budgetrecht de volgende zaken van belang: • De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma (lid 1). • Het college informeert de raad als ze verwacht dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of voor het bijstellen van het beleid (lid 2). • Via de bestuursrapportages doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten of het bijstellen van het beleid (lid 4).
• Specifiek ten aanzien van investeringen is opgenomen dat voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voorlegt (lid 5). Invulling budgetrecht door het college De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma. Dit is het budgetrecht van de raad. De geautoriseerde lasten vormen vervolgens het (financiële) kader waarbinnen het college uitvoering geeft aan de aan hen opgelegde taken. Indien vervolgens sprake is van een kostenoverschrijding (de kosten van een bepaalde activiteit vallen hoger uit dan begroot of er wordt een nieuwe activiteit uitgevoerd waarvoor geen kosten zijn begroot), dan kan het college daar op twee manieren mee omgaan. 1) Het college kan iedere kostenoverschrijding afzonderlijk van dekking voorzien. 2) Het college kan op voorgeschreven momenten in het jaar een integrale afweging maken van alle kostenover- en onderschrijdingen en op programmaniveau bekijken of dekking nodig is. In Dongen hanteert het college methode 2.
Dit is doelmatiger dan methode 1, omdat methode 1 bij iedere overschrijding vraagt om specifieke dekking, terwijl later kan blijken dat elders binnen het programma ruimte was om de overschrijding op te vangen. Daarnaast zorgt methode 2 voor meer rust. Bij methode 1 ben je op ieder moment in het jaar (namelijk telkens als informatie wordt verkregen over een mogelijke overschrijding) bezig met begrotingsbijstellingen. Bij methode 2 doe je dat in 1 keer voor de totale programma-overschrijding (indien hier sprake van is). Beide methoden voldoen aan het budgetrecht van de raad, want ook bij methode 2 wordt gestuurd op de geautoriseerde lasten per programma.
Pagina 2 van 3
De invulling van methode 2 vindt plaats via de Planning & Control-cyclus. Driemaal per jaar ontvangt de raad een bestuursrapportage. Bij het opstellen van deze bestuursrapportages worden alle kostenover- en onderschrijdingen binnen een programma geïnventariseerd. Indien per saldo binnen een programma sprake is van een kostenoverschrijding, dan wordt deze van dekking voorzien. Lukt dit niet, dan wordt de raad via de bestuursrapportage gevraagd om bijstelling van de geautoriseerde lasten binnen het programma. Deze werkwijze komt overeen met de formulering in de Financiële Verordening. Kostenoverschrijdingen als gevolg van eigen initiatieven van de raad Tijdens de raadsvergadering werd aangegeven dat het bij voorstellen vanuit de raad wél gebruikelijk is om specifieke dekking te leveren. Ook dit is te verklaren vanuit het budgetrecht. Zoals aangegeven autoriseert de raad met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma. Indien diezelfde raad met eigenstandige voorstellen de bestedingsruimte binnen die geautoriseerde lasten voor het college beperkt, dan ligt het voor de hand dat de raad ook zelf aangeeft hoe de extra uitgaven gedekt kunnen worden. Budgetrecht in deze casus De vervanging van de brandmeldinstallatie betreft een investering. Dit betekent dat de aanschafwaarde van de installatie op de balans wordt opgenomen.
Jaarlijks neemt de waarde van de installatie op de balans af; dit waardeverlies wordt als last geboekt in de exploitatie (begroting). Deze methodiek heet afschrijven. Naast de afschrijving wordt een (fictieve) rentelast toegerekend aan het activum. Samen vormen de afschrijving en de rente de kapitaallasten. De kapitaallasten worden vanaf het jaar nadat het activum op de balans is opgenomen in de begroting verwerkt. In dit geval betekent dit dat de kapitaallasten van de brandmeldinstallatie vanaf de begroting 2023 in de exploitatie landen. Het budgetrecht van de raad ziet toe op de lasten in het lopende begrotingsjaar, in dit geval 2022. De lasten voor 2023 zijn nog niet door de raad geautoriseerd. Door een dekkingsvoorstel te vragen, vraagt de raad feitelijk om inpassing van kosten in een begroting die nog niet is vastgesteld. Gebruikelijk is dat de extra kapitaallasten van de brandmeldinstallatie door het college worden meegenomen in het opstellen van de begroting 2023 en in dat proces van dekking worden voorzien.
Pagina 3 van 3