T09 Bijl2- Speeltoestellen
Tekst van het document
T09 Speeltoestellen Bijlage 2 TA K E N D E B A T Uitwerkingsopdracht T09 Speeltoestellen Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen Samen met de gemeenteraad en dorps- en wijkraden te komen tot een (uitgangspunten)notitie ‘Vervanging speeltoestellen’, waarin de visie op de openbare ruimte uit 2019 meegenomen wordt. Dit vormt de basis voor een plan van aanpak voor de vervanging. De uitgangspuntennotitie moet zich onder andere uitspreken over: Het aantal speelplekken en -toestellen in de gemeente, en de verdeling over de kernen en wijken;
Welke speeltoestellen en/of -plekken vervangen, heringedeeld of verwijderd moeten worden en waarom;
Door wat de speeltoestellen vervangen worden, bijvoorbeeld:
o
Duurzame, goedkopere, alternatieven;
o
Goedkopere speeltoestellen;
o
Klimaatadaptieve speelplekken;
o
Natuurspeelplekken;
De budgetten voor vervanging en herindeling.
Daarnaast te onderzoeken hoe Right to Challenge mogelijk gemaakt kan worden aangaande de speelplekken, zodat er gebruik gemaakt kan worden van subsidiemogelijkheden. Verder ook inzichtelijk te maken hoeveel speelplekken en speeltoestellen regiogemeenten van vergelijkbare grootte bezitten. Overwegingen Wij denken dat dit onderwerp zich heel goed leent voor een takendebat en voor een goede vorm van inwonerparticipatie. Wij verwijzen de raad graag naar het plan van aanpak speeltoestellen zoals dat aan de raad is toegestuurd. Bij de opdrachtaanvaarding zullen wij dat plan afzetten tegen de uitwerkingsopdracht uit het takendebat. De uitwerkingsvraag heeft vooral betrekking op het voeren van een uitgebreid participatietraject met bewoners over de invulling van het speeltoestellenbeleid. Hiervoor zal het gesprek aangegaan moeten worden met de bewoners van de verschillende wijken en kernen, maar ook met de wijken dorpsraden. Vooralsnog lijkt dit het meest logisch om het per wijk en kern te organiseren. Daarbij moet opgemerkt worden dat er meerdere wijken zijn die geen wijkraad hebben. Ook is er binnen de organisatie geen medewerker die participatie exclusief in zijn of haar takenpakket heeft zitten. Dit participatietraject is uitdagend, complex en tijdrovend. Geschat wordt dat het minimaal een jaar in beslag gaat nemen. Ondersteuning van een externe partij is daarbij noodzakelijk.
Zwaarwegend punt is dat speeltoestellen aan wettelijke veiligheidseisen moeten voldoen, dienen ze regelmatig geïnspecteerd te worden en moet er een logboek voor ieder toestel bijgehouden worden. Dat maakt dat aanschaf en beheer van speeltoestellen mogelijk lastig in te bedden in een Right to Challengestructuur. Er moet dan al snel sprake zijn van een rechtspersoon (stichting, vereniging) die verantwoordelijk is voor een speeltuin en ook subsidie kan aanvragen. Daarnaast moet Right to Challenge feitelijk van initiatiefnemers komen en niet worden ‘opgelegd’ door de gemeente/overheid. Tijdpad/ambtelijke inzet Externe inzet noodzakelijk.
-1-
Kosten € 50.000. Advies Het college omarmt dit onderwerp. Het sluit aan bij de visie op Sport en Bewegen en op de visie op de Openbare Ruimte. Daarnaast is dit een onderwerp dat uitstekend in participatie met de samenleving kan worden uitgewerkt. Voor de financiële kant ligt er wel een vraagstuk. Afhankelijk van de uitkomst moet daarvoor nog wel een structurele oplossing worden gevonden. Of de gemeenteraad moet aan de voorkant een financieel kader vaststellen Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject Aan dorps- en wijkraden: Hoe zouden speeltoestellen het beste over de wijk/kern verdeeld zijn?
Waar zouden ze speeltoestellen of -plekken idealiter gesitueerd moeten zijn in de wijk/kern?
Welke speeltoestellen of -plekken kunnen hiermee komen te vervallen in de wijk/kern??
Welke alternatieven voor speeltoestellen passen in de wijk/kern?
Welke rol neemt de dorps-/wijkraad op zich in het kader van Right to Challenge?
Dorps- en wijkraden zijn in een participatietraject inhoudelijk goede gesprekspartners. Zij hebben een goedbeeld van de wijk/kern. We constateren daarbij wel dat niet iedere wijk in de kern Dongen over een wijkraad beschikt. Er is geen ‘volledige dekking’. Naast de input van de dorps- en wijkraden is ook de inbreng (behoefte) van de doelgroep belangrijk. Deze doelgroep valt eigenlijk uiteen in twee delen: 1) de jeugdigen en jongeren zelf en 2) voor zover het hele jeugdigen betreft, de ouders. In de verdere uitwerking van de participatie zouden bovengenoemde groepen een rol moeten krijgen. Als gekozen wordt voor het opstellen van een participatietraject dat uitmondt in een plan van aanpak, dient er ook zicht te zijn op voldoende budget om het uit te voeren. Een jaar lang inwoners intensief betrekken bij het opstellen van een plan, schept immers ook de verwachting dat dit plan ten uitvoer kan worden gebracht.
-2-