RV 24-52 Vaststelling Kadernota 2025
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Zaaknummer Portefeuillehouder Onderwerp
: 2024-149085 : I.C.H. Jansen : Raadsvoorstel Vaststelling Kadernota 2025
VOORSTEL: 1. De kadernota 2025 vast te stellen 2. De financieel-technische uitgangspunten vast te stellen: o De Algemene Uitkering wordt geraamd op basis van de meicirculaire 2024; o Voor de meerjarenraming wordt uitgegaan van een indexering op baten en lasten. Ten opzichte van de begroting 2024 wordt een indexering toegepast gelijk aan de prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) in de meicirculaire 2024, met uitzondering van: ▪ De subsidies stijgen met de prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) conform meicirculaire 2024, tenzij voor een subsidie afwijkende afspraken zijn gemaakt; ▪ Voor loon- en salarisontwikkeling wordt aangesloten bij de meest actuele inzichten per 1 juli 2024; ▪ Voor de indexering van de bijdragen aan de meeste gemeenschappelijke regelingen volgen we de besluitvorming in het algemeen bestuur van de betreffende regeling; ▪ Voor opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd; ▪ Voor de berekening van de OZB-opbrengst 2025 wordt de begrote opbrengst uit 2024 verhoogd met prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) conform meicirculaire 2024 plaatsvindt; ▪ De opbrengsten marktgelden, pachtgelden, leges en overige belastingen worden geïndexeerd met prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) conform meicirculaire 2024, tenzij reparatie
nodig is om kosten en opbrengsten beter met elkaar in balans te brengen. o De rekenrente wordt voorlopig vastgesteld op 1,0%. o Het bedrag voor onvoorziene uitgaven voor de begroting 2025 en volgende jaren is € 80.000 per jaar. 3. In te stemmen met de in de kadernota aangegeven vervolgstappen in het kader van de totstandkoming van de programmabegroting 2025-2028.
BESLUIT: 1. De kadernota 2025 vast te stellen 2. De financieel-technische uitgangspunten vast te stellen: o De Algemene Uitkering wordt geraamd op basis van de meicirculaire 2024; o Voor de meerjarenraming wordt uitgegaan van een indexering op baten en lasten. Ten opzichte van de begroting 2024 wordt een indexering toegepast gelijk aan de prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) in de meicirculaire 2024, met uitzondering van: ▪ De subsidies stijgen met de prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) conform meicirculaire 2024, tenzij voor een subsidie afwijkende afspraken zijn gemaakt; ▪ Voor loon- en salarisontwikkeling wordt aangesloten bij de meest actuele inzichten per 1 juli 2024; ▪ Voor de indexering van de bijdragen aan de meeste gemeenschappelijke regelingen volgen we de besluitvorming in het algemeen bestuur van de betreffende regeling; ▪ Voor opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd; ▪ Voor de berekening van de OZB-opbrengst 2025 wordt de begrote opbrengst uit 2024 verhoogd met prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) conform meicirculaire 2024 plaatsvindt; ▪ De opbrengsten marktgelden, pachtgelden, leges en overige belastingen worden geïndexeerd met prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) conform meicirculaire 2024, tenzij reparatie nodig
is om kosten en opbrengsten beter met elkaar in balans te brengen. o De rekenrente wordt voorlopig vastgesteld op 1,0%. o Het bedrag voor onvoorziene uitgaven voor de begroting 2025 en volgende jaren is € 80.000 per jaar. 3. In te stemmen met de in de kadernota aangegeven vervolgstappen in het kader van de totstandkoming van de programmabegroting 2025-2028.
INLEIDING:
Met Raadsinformatiebrief-1 van januari 2024 is de raad geïnformeerd over de planning van de P&C-cyclus in 2024. Die planning gaat uit van een tweetal 'P&C-pakketten': het Voorjaarspakket en het Najaarspakket. Met deze pakketten krijgt de raad gelijktijdig een aantal P&C-producten en onderliggende rapportages toegezonden. De kern van het Voorjaarspakket 2024 bestaat uit de Jaarrekening 2023, de eerste Bestuursrapportage over 2024 en de Kadernota 2025. Met het voorliggende raadsvoorstel wordt de Kadernota 2025 ter vaststelling aangeboden. ARGUMENTEN: 1.1 Vaststelling van de Kadernota is een bevoegdheid van de raad Artikel 4 lid 1 van de Financiële Verordening stelt dat het college voor 15 juni een nota met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming aanbiedt en dat de raad deze voor 15 juli vaststelt. 2.1 Met vaststelling van de financieel-technische uitgangspunten stelt de raad de financiële kaders De financieel-technische uitgangspunten gaan over de aannames die gebruikt worden bij het opstellen van de begroting. Door vaststelling van deze uitgangspunten geeft de raad aan de voorkant duidelijkheid. De begroting wordt hiermee voor wat betreft deze punten - een invuloefening.
2.2 De financieel-technische uitgangspunten zijn gelijk aan voorgaande jaren De financieel-technische uitgangspunten zijn op dezelfde wijze verwoord als vorig jaar. 3.1 De inhoudelijke en financiële kaders uit de kadernota zullen worden uitgewerkt tot de Programmabegroting 20252028 Na vaststelling in de raad worden de kaders nader uitgewerkt tot een begroting. In de kadernota is aangegeven welke planning wordt voorzien richting de Programmabegroting. KANTTEKENINGEN: Geen FINANCIËN: Met de kadernota worden geen budgetten gewijzigd of vastgesteld. Dit gebeurt pas bij de begroting. De in de kadernota genoemde bedragen zijn indicatief. COMMUNICATIE: Niet van toepassing. VERVOLG: Na vaststelling van de Kadernota worden de financiële en beleidsmatige kaders uitgewerkt in de Programmabegroting 2025-2028. BIJLAGEN: 1) Kadernota 2025 2) Raadsbesluit Kadernota 2025
Burgemeester en wethouders van Dongen, Namens dezen, De secretaris,
De burgemeester,
Dr. G.W. Goedmakers
Ir. J.C. Slagboom