CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 47 - Woonwagen- en standplaatsenbeleid

Besluitvormende raadsvergadering 20 oktober 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven - ter informatie1.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raadsleden

Dongen, 27 september 2022

Uw kenmerk Zaaknummer Bijlage(n) Contactpersoon/tel.nr. Betreft

: : : : :

Raadsinformatiebrief 2022-016747 Lia Soffers/ 14 0162 Raadsinformatiebrief nr. 47 Woonwagen- en standplaatsenbeleid

Geachte heer, mevrouw,

Op 6 juli is in het regionaal portefeuillehoudersoverleg Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting het “Regionaal Handelingsperspectief woonwagen- en standplaatsenbeleid” vastgesteld. In dit document staat een aantal regionale afspraken over woonwagenstandplaatsen. Met deze brief willen wij u meenemen in de inhoud en de achtergrond van het handelingsperspectief. Landelijk beleidskader voor gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid Met het intrekken van de Woonwagenwet in 1999 werd het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. De afgelopen jaren heeft zich een aantal instanties uitgesproken over het mensenrechtelijk kader dat voor woonwagenbewoners geldt. Zo zijn er uitspraken gedaan door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, het College voor de Rechten van de Mens, de VN, de EU en er is een kritisch rapport van de Nationale Ombudsman verschenen. Zij stellen dat het beleidskader dat ontwikkeld is bij de intrekking van de Woonwagenwet niet meer voldoet. Met name vanwege de uitspraken die zijn gedaan, is door het ministerie een nieuw beleidskader voor gemeenten opgesteld: het “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” (juli 2018). Dit beleidskader is in lijn met het mensenrechtelijk kader voor de culturele identiteit van Roma, Sinti en woonwagenbewoners.

Voor gemeenten staat in dit beleidskader het volgende: • De gemeente stelt beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid; • Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners; • Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is. Vraag en aanbod dient in balans te zijn; • Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; • De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; • Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats. Deze redelijke termijn wordt gerelateerd aan de wacht- en zoektijden voor een sociale huurwoning.

Regionaal samenwerken In Hart van Brabant hebben de gemeenten er voor gekozen gezamenlijk een regionaal handelingsperspectief op te stellen. Er is voor een regionale aanpak gekozen, omdat: • Een aantal mensen zich in meerdere gemeenten op een belangstellende lijst heeft ingeschreven. Dit vraagt dus om een regionale aanpak; • Dit voor transparantie zorgt voor de standplaatszoekenden; • Daarmee een waterbedeffect tussen de gemeenten voorkomen kan worden; • Daarmee niet elke gemeente zelf het wiel hoeft uit te vinden: we delen kennis en ervaring ten aanzien van specifieke aspecten van deze doelgroep met elkaar. In het handelingsperspectief worden voorstellen gedaan om de gestelde doelen te bereiken. Het is duidelijk dat de situatie in elke gemeente anders is en dat wordt gerespecteerd. Daarom worden handvatten aangereikt om het nieuwe landelijke woonwagenbeleid te implementeren. Iedere gemeente is uiteindelijk zelf verantwoordelijk of en zo ja welk deel van het regionaal handelingsperspectief wordt gevolgd en in de mate van tempo waarmee het wordt ingevoerd. Het is belangrijk dat de gemeente een transparant en voor iedereen herleidbaar beleid voert.

Concept handelingsperspectief In december 2020 hebben de portefeuillehouders van Hart van Brabant een bestuursopdracht gegeven voor het opstellen van een regionaal handelingsperspectief dat een basis legt voor een behoefteonderzoek naar standplaatsen en een gedeelde werkwijze voor inschrijving en toewijzing. In juni 2021 hebben de portefeuillehouders het concept handelingsperspectief vastgesteld waarin de volgende uitgangspunten waren opgenomen: A. Er komt een centraal inschrijfpunt voor standplaatszoekenden. B. Het toewijzingssysteem voor een standplaats dient generiek te zijn. C. De regio voert gezamenlijk een behoefteonderzoek, specifiek gericht op woonwagenbewoners uit. D. De regio voert een objectieve verdeelsleutel in voor het aantal standplaatsen per gemeente. E. Elke gemeente hanteert dezelfde definities en omschrijvingen. F. De doelgroep wordt betrokken bij het beleid. G. Jaarlijks wordt de stand van zaken op bestuurlijk niveau gedeeld. H. Elke gemeente kan, indien mogelijk de wet Bibob inzetten. Wij hebben u hierover geïnformeerd met de raadsinformatiebrief nr. 59 Implementatie Woonwagenbeleid Hart van Brabant van 2 augustus 2021. Behoefteonderzoek Na het vaststellen van het concept handelingsperspectief is er een behoefteonderzoek uitgezet onder alle standplaatszoekenden.

De resultaten van het behoefteonderzoek vindt u op: https://www.regiohartvanbrabant.nl/images/bestandenvooriedereen/downloadsleefomgevingmilieu/Bevindingen_behoef teonderzoek_woonwagenstandplaatsen_HvB_februari_2022.pdf De respons op het behoefteonderzoek bedroeg slechts 59%, ondanks inspanningen om de respons verder te verhogen. Op basis van deze respons kan wel worden geconcludeerd dat er een behoefte is aan standplaatsen in verschillende gemeenten in de regio. Een groot deel van de mensen geeft daarbij aan dat zij liever langer wachten op een standplaats op de locatie van hun voorkeur dan dat zij ergens anders een standplaats aangeboden krijgen. Uit het onderzoek blijkt verder dat veel van de respondenten inwonend zijn, hierbij moet gedacht worden aan inwonen bij ouders, broers/zussen, neven/nichten of kinderen. Van de respondenten is 53% jonger dan 35. Ca. 50% van de respondenten staat sinds 2018 (het jaar dat het Beleidskader is uitgekomen) ingeschreven voor een standplaats. Er is weinig verschil in beantwoording van de vragen tussen de totale groep respondenten (73) en de mensen die in de regio wonen of familie in Hart van Brabant hebben wonen (64 respondenten). Regionaal Handelingsperspectief juli 2022 Op de Hart van Brabantdag van 6 juli 2022 heeft het portefeuillehoudersoverleg het regionaal handelingsperspectief vastgesteld.

Dit handelingsperspectief is te downloaden op de volgende pagina:

https://www.regiohartvanbrabant.nl/images/bestandenvooriedereen/downloadsleefomgevingmilieu/Regionaal_handelin gsperspectief_woonwagen-en_standplaatsenbeleid_HvB_2022.pdf Bij de vaststelling van het regionaal handelingsperspectief zijn de volgende besluiten genomen: 1. We werken een regionaal inschrijf- en toewijzingspunt bij Woning in Zicht uit. Een mogelijk implementatie is besproken met key-users van Woning in Zicht en (WiZ) er lijken geen principiële bezwaren. De komende maanden wordt een aantal zaken verder uitgewerkt. Het gaat daarbij om een aantal praktische zaken en in samenspraak met WiZ moet duidelijk worden welke kosten er gepaard gaan met het onderbrengen van de inschrijving en toewijzing bij WiZ. 2. We hanteren een regionaal toewijzingssysteem bij toewijzingen via het regionale inschrijfpunt. In het handelingsperspectief is het regionaal toewijzingssysteem uitgewerkt. Drie uitgangspunten vormen de basis voor het toewijzingssysteem: a. Wonen in familieverband b. Wonen in een woonwagen c. Mensen uit de regio Hart van Brabant hebben voorrang op mensen uit de rest van Nederland Op basis van deze uitgangspunten is een toewijzingssysteem met voorrangsgroepen opgezet. Samengevat kan iedereen zich vanaf 18 jaar inschrijven. Bij de inschrijving wordt het afstammingsbeginsel gecontroleerd, zodat met zekerheid vastgesteld kan worden dat iemand tot de doelgroep behoort.

Vervolgens wordt aan de hand van een aantal criteria het aantal startpunten bepaald. Na inschrijving wordt er iedere maand dat iemand ingeschreven staat, een punt toegevoegd aan het totale puntenaantal. Wanneer een standplaats vrijkomt, wordt er gekeken welke standplaatszoekende met een voorkeur voor de betreffende locatie de meeste punten heeft. 3. Gemeenten bepalen zelf aan de hand van het uitgevoerde behoefteonderzoek in hoeverre uitbreiding van het aantal standplaatsen in hun gemeente nodig is. Er is verkend of het mogelijk is om te werken met een regionale verdeelsleutel. Daarbij zouden gemeenten die naar verhouding weinig standplaatsen hebben een grotere opgave krijgen en gemeenten die naar verhouding al veel standplaatsen hebben, een kleine opgave. Een aantal zaken staat een dergelijke verdeelsleutel in de regio in de weg. Ten eerste is uit het woonwensenonderzoek niet direct af te leiden hoe groot de behoefte aan standplaatsen precies is. In totaal heeft 41% van de mensen die op dit moment ingeschreven staat voor een standplaats, niet gereageerd op het woonwensenonderzoek (ondanks een reminder). Van deze mensen is dus niet goed bekend of zij nog een standplaats wensen en wat daarbij hun voorkeuren zijn.

Bovendien kunnen er momenteel mensen ingeschreven staan en gereageerd hebben op het woonwensenonderzoek, terwijl zij later niet blijken te voldoen aan het afstammingsbeginsel. Daarbij komt dat een deel van de standplaatszoekenden graag op een voorkeurslocatie wil wonen en bereid is om daar lang voor te wachten. Een standplaats op een andere locatie biedt in dat geval geen oplossing. Tot slot zou een regionale verdeelsleutel ervoor zorgen dat mensen gedwongen worden om te verhuizen als zij binnen redelijke termijn aanspraak willen maken op een standplaats. Het woonwensenonderzoek laat immers zien dat er een aanzienlijke groep is die een duidelijk voorkeur heeft voor het wonen in de gemeenten Tilburg of Waalwijk. Daar zijn ook woonwagenbewoners bij die best bereid zijn om uit te wijken naar een andere gemeente, maar dat is niet bij iedereen zo. Een regionale streefwaarde zou dus ook betekenen dat een deel van de standplaatszoekenden als het ware gedwongen wordt om naar andere gemeenten te verhuizen, als zij binnen een redelijke termijn aanspraak zouden willen maken op een standplaats. 4. Bij lokaal onderzoek naar de uitbreiding van standplaatsen kijken gemeenten nadrukkelijk naar de mogelijkheden op bestaande woonwagencentra en het terug in gebruik nemen van standplaatsen die in het verleden wegbestemd zijn.

Bij het vertalen van het woonwensenonderzoek naar de lokale behoefte, is er een aantal quick-wins te behalen. Enerzijds door in beeld te brengen of en welke uitbreidingsmogelijkheden er bij bestaande woonwagencentra zijn. Anderzijds door in beeld te brengen of en welke standplaatsen in het verleden zijn wegbestemd, maar waar het planologisch mogelijk is om deze standplaatsen weer positief te bestemmen. 5. Gemeenten informeren elkaar jaarlijks over de stand van zaken van de implementatie van lokaal woonwagenbeleid.

De nadere uitwerking van de lokale behoefte aan standplaatsen en de besluitvorming over het al dan niet aanleggen van nieuwe standplaatsen, wordt door iedere gemeente lokaal opgepakt. Tegelijkertijd is onderlinge afstemming daarbij soms van belang. Om de regionale voortgang in beeld te houden, is daarom afgesproken om deze jaarlijks te agenderen voor het portefeuillehoudersoverleg Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. 6. Er wordt een regionale klankbordgroep van woonwagenbewoners ingesteld. Tijdens het opstellen van de toewijzingscriteria en -volgorde is gebruik gemaakt van de expertise van de Vereniging voor Behoud van de Woonwagencultuur Nederland (VBWN) en de ervaringen in Noordoost Brabant. Naar de toekomst toe bestaat er de wens om te gaan werken met een regionale klankbordgroep van woonwagenbewoners en standplaatszoekenden uit de regio. Inmiddels is er onder alle standplaatszoekenden in onze regio reeds een oproep gedaan en hebben ca. 15 personen zich aangemeld voor de regionale klankbordgroep. Situatie woonwagenlocatie Dongen Onze gemeente kent één woonwagenlocatie met zeven standplaatsen aan de Kalmoestuin. Deze standplaatsen worden verhuurd door Casade. Tot voor kort leek deze locatie voldoende om in de Dongense behoefte te voorzien. Op dit moment is er een acute behoefte ontstaan aan meer standplaatsen.

Het is niet mogelijk om het aantal plaatsen op de huidige locatie uit te breiden. We proberen in overleg met Casade een oplossing te vinden voor de huidige problemen. In de nieuwe woonzorgvisie van de gemeente zal de lokale implementatie van het regionale handelingsperspectief een plaats krijgen. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Dongen, De secretaris, De burgemeester,

Mr. H.L.M. van Noort

i

Drs. M.C. Starmans-Gelijns

De brieven van de gemeente Dongen worden in principe niet meer of digitaal ondertekend. In uw reactie op dit schrijven s.v.p. altijd het zaaknummer vermelden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11906051/1