RIB 47 - Bijlage 1 Voornemen en voorstel Participatie
Tekst van het document
Voornemen en voorstel voor participatie Delta Rhine Corridor
Publicatie: 26 mei 2023
1
Inhoud Inleiding................................................................................................................................................... 3 Vragen aan de lezer ................................................................................................................................ 4 Hoofdstuk 1
Het voornemen ............................................................................................................... 5
1.1 Het voornemen: ontwikkelen van ondergrondse buisleiding- en gelijkstroomverbindingen ...... 5 1.2 Waarom dit project? ..................................................................................................................... 7 1.2.1 Beleidsopgaven ...................................................................................................................... 7 1.2.2 Energiedragers en gelijkstroomverbindingen in dit projectvoornemen ............................... 7 1.3 De te doorlopen procedure .......................................................................................................... 8 1.4 Wie zijn bij dit project betrokken? .............................................................................................. 12 1.5 Overige ontwikkelingen en raakvlakken ..................................................................................... 13 Hoofdstuk 2
Voorstel voor participatie ............................................................................................. 14
2.1 Inleiding…………............................................................................................................................ 14 2.2 Waarom wordt u bij de plannen betrokken?.............................................................................. 14 2.3 Welke participatiedoelen hebben wij? ....................................................................................... 14 2.4 De procedure en de participatiemogelijkheden ......................................................................... 15 2.5 Wat zijn de uitgangspunten van de gekozen communicatiekanalen? ....................................... 15 2.6 Welke groepen worden betrokken bij het project? ................................................................... 15 2.7 Welke invloed heeft u? ............................................................................................................... 16 Bijlage 1. Samenhangende projecten ................................................................................................... 18 Bijlage 2. Participatiekalender .............................................................................................................. 21 Zienswijzen en reacties .................................................................................................................
21 Samenvatting participatiestappen tot aan concept NRD ............................................................. 24
2
Inleiding Nederland staat voor grote uitdagingen op het gebied van klimaat, economie, leveringszekerheid van energie, energieonafhankelijkheid van andere landen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Kabinet acht in dit verband een aantal nieuwe ondergrondse buisleidingen en gelijkstroomverbindingen nodig in Nederland en tussen Nederland en Duitsland. Gasunie treedt op namens verschillende projectpartners (de Delta Rhine Corridor Partners) die buisleidingen en ondergrondse gelijkstroomverbindingen willen realiseren van Rotterdam naar Chemelot en naar Duitsland. Dit voorgenomen project heet de Delta Rhine Corridor (DRC). De DRC Partners zijn vooralsnog Gasunie (HNS en GTS), OGE, Shell en BASF. TenneT verkent nog de mogelijkheid om bij het project aan te sluiten. De Delta Rhine Corridor is aangemerkt als project van nationaal algemeen belang en is opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). De opgave omvat het gelijktijdig aanleggen van meerdere buisleidingen en ondergrondse gelijkstroomverbindingen van Rotterdam via Moerdijk naar Chemelot in Geleen en naar de Duitse grens.
Dit voornemen gaat vooralsnog om de aanleg van zes buisleidingen voor het transport van waterstof (door Gasunie), aardgas (door Gasunie), CO2 (door de DRC Partners), ammoniak (initiatiefnemer nog niet bekend), LPG (initiatiefnemer nog niet bekend), propeen (initiatiefnemer nog niet bekend) en meerdere ondergrondse gelijkstroomverbindingen (door Tennet). Door te bundelen en gelijktijdig aan te leggen, wordt de overlast voor omwonenden beperkt en worden kosten verminderd. Het Rijk zorgt samen met de initiatiefnemer van het project voor de borging van de externe veiligheid voor de omgeving. Het tracé gaat door gebieden met landschappelijke waarden en natuurwaarden. Het is belangrijk alle waarden steeds zorgvuldig mee te nemen in de afwegingen en de besluitvorming. Voor deze opgave in de fysieke leefomgeving wordt een verkenning uitgevoerd. De betrokken ministers nemen in afstemming met de betrokken partijen in de tweede helft van 2023 een besluit over de definitieve lijst van energiedragers waarvoor de ruimtelijke inpassing wordt voorbereid in deze procedure. Om dit project ruimtelijk en qua vergunningen mogelijk te maken, is het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK) een procedure gestart: de Rijkscoördinatieregeling (RCR). Vergelijkbare procedures zullen ook in Duitsland opgepakt moeten worden.
De publicatie van dit document ‘Voornemen en voorstel voor participatie’ is het startschot voor de RCR-procedure. In dit document beschrijven EZK en Gasunie, namens de DRC Partners en andere product initiatieven, op hoofdlijnen de plannen (het Voornemen) en hoe zij de omgeving willen betrekken (het voorstel voor participatie). Het ministerie van EZK en Gasunie nodigen burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen uit om mee te denken over het project en de impact daarvan op de omgeving. Uw inbreng wordt meegenomen tijdens de vervolgstappen van de procedure. In de loop van de procedure volgen verschillende documenten waarin de plannen meer gedetailleerd uitgewerkt worden en waarop ook weer de inbreng van de omgeving wordt gevraagd. Ook het participatievoorstel wordt meermaals geactualiseerd. Dit proces leidt uiteindelijk tot de officiële ruimtelijke inpassing en vergunningen.
3
Vragen aan de lezer Wij hopen dat dit document u inzicht biedt in wat het project op hoofdlijnen inhoudt en hoe we u willen betrekken. Wij willen u vragen met ons mee te denken over het volgende:
Over het voornemen (Hoofdstuk 1) • • •
• •
Zijn het project en de uitgangspunten op hoofdlijnen duidelijk? Ziet u, binnen de uitgangspunten, andere oplossingen, bijvoorbeeld afwijkingen van het tracé? Wilt u specifieke informatie over bijvoorbeeld grondgebruik, natuur, milieu, infrastructuur, bebouwing, archeologie, cultuurhistorie of andere waarden of belangen in het gebied onder de aandacht brengen? Zijn er aandachtspunten, zoals andere projecten of initiatieven in de omgeving, die u voor deze fase al wilt meegeven? Heeft u andere vragen over dit voornemen?
Over het voorstel voor participatie (Hoofdstuk 2) • • • •
Geeft dit voorstel voldoende inzicht in hoe u kunt meedenken? Sluit het aan op de manier waarop u graag betrokken wilt worden, of heeft u een andere voorkeur? Bent u nog niet betrokken en wilt u dat in het vervolg wel zijn? Heeft u andere suggesties of informatie die u met ons wilt delen?
Wij nodigen u uit om op deze vragen te reageren. Dat kan door te reageren via de website van RVO/Bureau Energieprojecten: www.rvo.nl/d-r-c. Op deze website worden alle officiële stukken geplaatst. De website wordt voortdurend aangepast aan de laatste stand van zaken. Overigens zijn er ook mogelijkheden om ons te ontmoeten en uw inbreng te geven tijdens informatiebijeenkomsten in het projectgebied. Algemene informatie over het project, de planning en de procedure is te vinden op de website www.gasunie.nl/deltarhinecorridor. Ook zijn hier contactgegevens te vinden om rechtstreeks contact op te nemen.
4
Hoofdstuk 1 Het voornemen 1.1 Het voornemen: gelijkstroomverbindingen
ontwikkelen
van
ondergrondse
buisleiding-
en
Gasunie treedt op namens de DRC Partners, die buisleidingen en ondergrondse gelijkstroomverbindingen willen realiseren van Rotterdam via Moerdijk naar Chemelot en de Duitse grens. De DRC Partners bestaan vooralsnog uit Gasunie (HNS en GTS), OGE, Shell en BASF. TenneT verkent nog de mogelijkheid om bij het project aan te sluiten. De opgave omvat het gelijktijdig aanleggen van meerdere buisleidingen en ondergrondse gelijkstroomverbindingen van Rotterdam via Moerdijk naar Chemelot in Geleen en naar de Duitse grens. Dit voornemen gaat vooralsnog om de aanleg van zes buisleidingen voor het transport van waterstof (door Gasunie), aardgas (door Gasunie), CO2 (door de DRC Partners), ammoniak (initiatiefnemer nog niet bekend), LPG (initiatiefnemer nog niet bekend), propeen (initiatiefnemer nog niet bekend) en meerdere ondergrondse gelijkstroomverbindingen (door Tennet). Door te bundelen en gelijktijdig aan te leggen, wordt de overlast voor omwonenden beperkt en worden kosten verminderd. Het Rijk zorgt samen met de initiatiefnemer van het project voor de borging van de externe veiligheid voor de omgeving. Het tracé gaat door gebieden met landschappelijke waarden en natuurwaarden. Het is belangrijk alle waarden steeds zorgvuldig mee te nemen in de afwegingen en de besluitvorming. Voor deze opgave in de fysieke leefomgeving wordt een verkenning uitgevoerd.
Voor het tracé wordt voor het Nederlandse deel uitgegaan van de strook die gereserveerd is in de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 (SVB). Het beoogde tracé is ongeveer 260 km lang.
Figuur 1 – Het voorgenomen tracé van de Delta Rhine Corridor in Nederland. Het Duitse deel van het traject maakt geen deel uit van deze procedure.
5
Voor de verschillende energiedragers en gelijkstroomverbindingen worden verschillen in het tracé voorzien. • • •
De hoofdbundel loopt van Rotterdam naar Chemelot en de Duitse grens bij Venlo; Van Rotterdam naar Chemelot zijn de volgende energiedragers in beeld: waterstof, CO2, propeen, LPG, ammoniak en gelijkstroomverbinding(en); Van Rotterdam naar de Duitse grens bij Venlo zijn de volgende energiedragers in beeld: waterstof, CO2, propeen, LPG, ammoniak en aardgas.
Voor waterstof en aardgas wordt onderzocht of een tracé via bestaande buisleidingen mogelijk is van Boxtel via Ravenstein naar Duitsland. Dit zal plaatsvinden in een ander project. In dat geval vervallen vanaf Boxtel tot Venlo de waterstof- en aardgasleiding over het corresponderende deel van het DRC tracé. Het tracé voor waterstof van Rotterdam naar Moerdijk maakt nu onderdeel uit van het project Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland dat in maart 2023 van start is gegaan. Gasunie onderzoekt of dit tracé moet worden toegevoegd aan het DRC project. Voor het tracé naar de grens worden nabij Venlo 3 alternatieven voorgesteld tot aan de grensovergang. Dit tracé was niet opgenomen in de Structuurvisie Buisleidingen (de SVB strook op de kaart).
Figuur 2 – De drie tracéalternatieven Delta Rhine Corridor nabij Venlo
6
1.2 Waarom dit project? 1.2.1 Beleidsopgaven Het kabinet ziet een aantal uitdagingen op het gebied van klimaat, economie, leveringszekerheid van energie, energieonafhankelijkheid van andere landen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hiervoor zijn buisleidingen en gelijkstroomverbindingen nodig in Nederland en tussen Nederland en Duitsland. Klimaat Uitgaande van de Europese doelen voor CO2-reductie moet ook in Nederland een vermindering van ten minste 55% CO2 in 2030 worden bereikt, ten opzichte van 1990. Dit kan door over te gaan op hernieuwbare energiedragers. Energie Voor het energiesysteem van Nederland zijn duurzaamheid, leveringszekerheid en energieonafhankelijkheid cruciaal. Hierbij spelen recente ontwikkelingen zoals de Russische inval in Oekraïne een rol. Economische waarde industrie Voor het behoud van de economische waarde van de grote industrieclusters is het verduurzamen van bedrijfsprocessen waarvoor nu fossiele grond- en brandstoffen worden gebruikt essentieel. Dit levert een belangrijke bijdrage aan het behoud van de welvaart en werkgelegenheid in Nederland. Vervoer van gevaarlijke stoffen Ondergrondse buisleidingen zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen mogelijk een beter alternatief dan vervoer via spoor, weg of water.
1.2.2 Energiedragers en gelijkstroomverbindingen in dit projectvoornemen Vanuit bovengenoemde beleidsdoelen zien EZK en de DRC Partners een potentiële vraag naar buisleidingen en gelijkstroomverbindingen voor transport van een aantal energiedragers. Nog niet voor alle energiedragers hebben zich ontwikkelaars aangediend. Waterstof: Door het gebruik van groene, en tijdelijk blauwe waterstof als grondstof en brandstof vermindert de CO2-uitstoot van de industrie en wordt een bijdrage aan de energietransitie gerealiseerd. Hiervoor wordt een landelijk en grensoverschrijdend waterstofnetwerk aangelegd, waar dit waterstoftracé een onderdeel van is. Gasunie (HNS) ontwikkelt de waterstofleiding. CO2: De CO2 die bij het verbranden van fossiele brandstoffen en bij bepaalde industriële bedrijfsprocessen vrijkomt, kan worden afgevangen en ondergronds opgeslagen op zee, zodat het niet in de atmosfeer komt en niet bijdraagt aan opwarming van het klimaat. De DRC Partners onderzoeken de ontwikkeling van de CO2-leiding richting de Noordzee. Aardgas: Als gevolg van geopolitieke veranderingen in de wereld, waaronder de Russische inval in Oekraïne, is er behoefte aan aardgas uit andere regio’s. Dit kan als LNG (Liquified Natural Gas) per
7
schip aangevoerd worden in de Rotterdamse haven. In de haven wordt LNG omgezet in aardgas. Gasunie (GTS) ontwikkelt de aardgasleiding. Gelijkstroomverbindingen: TenneT onderzoekt ondergrondse gelijkstroomverbindingen om elektriciteit van windparken op zee naar aansluitpunten verder landinwaarts te brengen via de DRC. LPG: LPG is een basisgrondstof voor de (petro)chemische industrie. Naar verwachting blijft LPG de komende decennia nodig. Transport hiervan vindt nu vaak plaats over het spoor. Vervoer via buisleidingen kan een beter alternatief zijn dan via spoor, weg of water. Er is nog geen ontwikkelaar bekend. Propeen: Propeen is een grondstof voor de chemische industrie in Chemelot. Chemelot verwacht een toenemende behoefte van aanvoer van propeen. Een propeen-buisleiding kan hierin voorzien. Er is nog geen ontwikkelaar bekend. Ammoniak: Ammoniak wordt gebruikt als grondstof voor industriële toepassingen, kan worden gebruikt als energiebron voor het opwekken van elektriciteit en kan worden gebruikt als drager voor het transport van waterstof. Bij grote volumes is vervoer per spoor of over water minder wenselijk. Een buisleiding heeft dan de voorkeur. Er is nog geen ontwikkelaar bekend. Enkele van deze leidingen kunnen wellicht op termijn worden hergebruikt voor het transport van waterstof. Dit hergebruik heeft de sterke voorkeur van Gasunie (GTS) en zal worden onderzocht.
1.3 De te doorlopen procedure Voordat het project kan starten, is een ruimtelijk besluit van de minister voor Klimaat en Energie samen met de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening nodig. Dit betekent dat de ministers de ruimtelijke inpassing vastleggen in een Rijksinpassingsplan (RIP). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 wordt dit een projectbesluit dat de omgevingsplannen rechtstreeks wijzigt. Ook is voor de aanleg een groot aantal vergunningen nodig van verschillende bevoegde gezagen. Hiervoor treedt het ministerie van EZK op als coördinerend bestuursorgaan. De coördinatie zorgt ervoor dat, in samenwerking met andere overheden, alle procedures op elkaar worden afgestemd, de vergunningen tegelijk ter inzage liggen en de inspraakmomenten gecoördineerd worden. RCR-procedure De overkoepelende procedure heet de Rijkscoördinatieregeling (RCR) en onder de Omgevingswet de Projectprocedure. Deze hebben als voordeel dat communicatie, participatie, zienswijzen over en eventueel beroep tegen de verschillende besluiten gelijktijdig kunnen plaatsvinden. Milieueffectrapportage (m.e.r.) Ten behoeve van de besluiten wordt een project-milieueffectrapport (project-MER) opgesteld. Hierin zullen stikstof en externe veiligheid belangrijke onderwerpen zijn.
De m.e.r.-procedure begint met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), waarin de benodigde onderzoeken worden beschreven. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) wordt gevraagd zowel over de NRD als over de inhoud en kwaliteit van het MER te adviseren.
8
Omgevingswet De procedure voor dit project start onder de huidige Wet ruimtelijke ordening, maar zal bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 onder de nieuwe wetgeving vallen. Het inpassingsplan wordt daarin vervangen door het projectbesluit. De procedurele stappen hebben onder de Omgevingswet hetzelfde doel en inhoudelijk veranderen de stukken ten behoeve van de besluitvorming niet. Projectprocedure De Projectprocedure bestaat uit de volgende stappen: 1. Voornemen en voorstel voor participatie (huidige stap en dit document) 2. Verkenning 3. Voorkeursalternatief 4. Planuitwerking 5. Projectbesluit In het kader van de projectprocedure kan een (formele) voorkeursbeslissing genomen worden richting het projectbesluit. Dat is bij dit project niet het geval, de verkenning eindigt met een voorkeursalternatief. Figuur 3 geeft de verschillende stappen weer. In figuur 4 zijn de stappen toegelicht, met een indicatieve planning. Een meer gedetailleerde planning wordt later dit jaar opgesteld.
9
Figuur 3 - De stappen van de Projectprocedure
10
Figuur 4 – Indicatieve planning van het project
1. Voornemen en participatie (medio 2023). De projectprocedure is begonnen met deze kennisgeving van het Voornemen en het voorstel voor participatie. Iedereen kan reageren op de inhoud hiervan. 2. Verkenning: van tracéalternatieven naar een voorkeursalternatief (najaar 2023). Binnen het projectgebied worden tracéalternatieven in beeld gebracht. De uitkomsten komen terecht in de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD). Deze concept-NRD beschrijft welke tracéalternatieven worden onderzocht, hoe dit gebeurt, welke aandachtspunten en onderwerpen in het onderzoek worden meegenomen en hoe deze worden getoetst. Op de concept-NRD kunnen zienswijzen worden ingediend. Waar mogelijk zullen de leidingen in de SVB-strook worden aangelegd. 3. Voorkeursalternatief (2024 / 2025). De tracéalternatieven worden vergeleken op milieueffecten, op basis van een milieueffectrapportage (MER). Daarnaast worden in een Integrale Effect Analyse (IEA) ook andere aspecten, zoals techniek, kosten en toekomstvastheid vergeleken. Op basis van de IEA en het project-MER fase 1 wordt een voorstel voor een Voorkeursalternatief (VKA) ter inzage gelegd. Hierop zijn reacties mogelijk. De minister voor Klimaat en Energie kiest in overeenstemming met de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening vervolgens het VKA.
In de afweging nemen zij de zienswijzen mee en de adviezen van de provincies, gemeenten en waterschappen, de Commissie m.e.r. en de wettelijke adviseurs. Met het kiezen van het Voorkeursalternatief eindigt de verkenningsfase. Op het VKA kan geen zienswijze worden ingediend. Dat kan wel bij het later te nemen Projectbesluit. Het gekozen tracé wordt verder uitgewerkt in de volgende projectfase, de zogenaamde Planuitwerking. De verkenning eindigt met het kiezen van het VKA en duurt tot circa eind 2024. 4. Planuitwerking: van voorkeursalternatief naar definitief tracé (2025 / 2026). In de planuitwerkingsfase wordt het vastgestelde voorkeursalternatief verder in detail uitgewerkt. In het MER vinden nadere onderzoeken plaats. Het definitieve tracé wordt planologisch-juridisch vastgelegd in het Projectbesluit. 5. Projectbesluit (en benodigde vergunningen) (2026). Het Projectbesluit beschrijft hoe het tracé van de bundel van leidingen en gelijkstroomkabels eruitziet. Ook geeft het inzicht in de tijdelijke en permanente maatregelen en voorzieningen voor de fysieke leefomgeving die genomen moeten worden om het project te realiseren. Het ontwerp-Projectbesluit en de ontwerpvergunningen worden samen met het project-MER fase 2 ter inzage gelegd. Op het ontwerp11
Projectbesluit, het project-MER en de ontwerp-vergunningen kan iedereen een zienswijze indienen. Na afweging hiervan wordt het definitieve Projectbesluit (en de definitieve vergunningen) vastgesteld. Dit is een juridisch besluit waar tegen beroep kan worden ingesteld. Na het definitieve Projectbesluit kan de realisatie van de nieuwe tracédelen worden gestart.
1.4 Wie zijn bij dit project betrokken? De initiatiefnemer is Gasunie namens de DRC Partners. Deze partners ontwerpen de tracés en stellen de m.e.r.-documenten en de vergunningsaanvragen op. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) is verantwoordelijk voor het beleid rondom de energietransitie, waterstof en gelijkstroomverbindingen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I en W) is verantwoordelijk voor het beleid voor de overige energiedragers en buisleidingen. In de procedure zijn de EZK-minister voor Klimaat en Energie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bevoegd gezag voor de ruimtelijk inpassing en het te nemen projectbesluit. EZK coördineert de procedures voor de benodigde vergunningen en overige besluiten. Daarnaast is EZK trekker van de voorbereidingsfase voor het project die zal worden afgerond met het besluit van de betrokken ministers over de definitieve invulling van het project. Zowel EZK als de DRC Partners werken vanaf het begin in dit project nauw samen met Havenbedrijf Rotterdam, vanwege de klimaatdoelstellingen, het economisch belang van de haven en het verbinden van vraag en aanbod van de stoffen.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is een uitvoerende dienst van het ministerie van EZK en ondersteunt via Bureau Energieprojecten het ministerie met de coördinatie van de vergunningverlening, de informatievoorziening en communicatie rondom de procedure. Het beoogde tracé loopt door drie provincies en 29 gemeenten, kruist verschillende water-, weg- en spoorverbindingen en loopt over duizenden percelen. Provincie Zuid-Holland Rotterdam Voorne aan Zee Nissewaard Hoeksche Waard Albrandswaard
Provincie Noord-Brabant Moerdijk Drimmelen Oosterhout Dongen Loon op Zand Tilburg Oisterwijk Boxtel Meierijstad Son en Breugel Nuenen, Gerwen en Nederwetten Laarbeek Gemert-Bakel Deurne
Provincie Limburg Venray Horst aan de Maas Venlo Peel en Maas Beesel Roermond Roerdalen Echt-Susteren Sittard-Geleen Stein
Tabel 1: Overzicht provincies en gemeenten waar het tracé van de Delta Rhine Corridor door heen loopt
Daarnaast worden Waterschappen, Rijkswaterstaat (kruising snelwegen en hoofdwatergangen), ProRail (kruising spoorwegen), Havenbedrijven (buisleidingenstroken) en landeigenaren betrokken en is van hen toestemming nodig. 12
1.5 Overige ontwikkelingen en raakvlakken Het ministerie van EZK en de DRC Partners zijn zich ervan bewust dat in het zoekgebied nog andere grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen spelen. Er zijn veel projecten gaande in het kader van de energietransitie, sommige ook met RCR procedures. Ook spelen andersoortige plannen van regionale overheden of bedrijven. Een analyse van de projectomgeving is onderdeel van het onderzoekspoor. Hierbij wordt rekening gehouden met de belangen van omwonenden, grondeigenaren en bedrijven. Het project heeft veel interacties met andere energieprojecten. In de bijlage is een overzicht gegeven welke projecten dit zijn. De Delta Rhine Corridor houdt onder meer rekening met de volgende grote projecten in de energietransitie: • • • • •
Het Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040 Het aanlandingsproject Net op zee Nederwiek 3 Het landelijk Waterstofnetwerk Het CO2 opslagproject Aramis Ontwikkeling van grootschalige import en lokale productie van waterstof en waterstofdragers in de Rotterdamse haven
In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) wordt duidelijk welke toekomstige energiebehoefte er is, inclusief het toenemende gebruik van waterstof, warmte, brandstoffen en elektriciteit. Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) bepaalt welke fysieke ruimte op land nodig is voor die infrastructuur. Het PEH stelt nationale kaders op zodat overheden en bouwers deze nieuwe energieinfrastructuur goed kunnen plannen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil gebiedsgericht werken op de plaatsen waar veel ontwikkelingen op energiegebied tegelijk plaatsvinden. Waar mogelijk worden informatieavonden in regio’s op elkaar afgestemd.
13
Hoofdstuk 2 Voorstel voor participatie 2.1 Inleiding Dit onderdeel beschrijft hoe u bij het project wordt betrokken en hoe het Ministerie en de initiatiefnemers per doelgroep met participatie willen omgaan. De doelgroepen zijn burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, en bestuursorganen. Het streven is om u zo goed mogelijk te informeren en in de gelegenheid te stellen om input te leveren. Gedurende het proces wordt duidelijk gemaakt op welke onderdelen uw invloed mogelijk is. Graag nodigen wij u uit om mee te denken en waar mogelijk oplossingen voor de opgave binnen de beschreven uitgangspunten te delen. Ook kunt u vragen stellen, zorgen delen en kansen benoemen. De wijze waarop uw input is meegewogen wordt inzichtelijk gemaakt en aan u teruggekoppeld. Het participatieproces wordt gedurende het project steeds getoetst en waar nodig, in overleg met de betrokkenen, bijgesteld. Zo proberen wij u op de best passende wijze te betrekken. Bijlage 2 vat in tabelvorm de verschillende procedurestappen en de bijbehorende communicatie samen. Daarin kunt u nalezen op welke momenten we de officiële documenten publiceren, wanneer we willen communiceren en waarover, en wanneer u kunt meedenken, bijdragen en een reactie of zienswijze kunt indienen.
2.2 Waarom wordt u bij de plannen betrokken? Wij geloven dat enkel in samenspraak met u dergelijke grote projecten in Nederland gerealiseerd kunnen worden. Door u in een vroeg stadium bij het project te betrekken hopen we op tijd alle belangen, vragen, meningen en alternatieven op tafel te krijgen. Dit leidt tot zorgvuldigere en meer gedragen besluiten in het project. De uiteindelijke keuzes voor het project zijn afhankelijk van overheden en initiatiefnemers, de ruimtelijke inpasbaarheid, technische haalbaarheid, de tijdige beschikbaarheid, de toekomstvastheid, impact op het milieu, de impact op de omgeving en de kosten van het ontwerp. Om een goede afweging te maken is het van belang om hier zoveel mogelijk informatie over in te winnen. Met de participatie in dit project willen wij kennis en advies van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen verzamelen en waar mogelijk rekening houden met waarden in het gebied en het landschap. Via een zorgvuldig participatieproces wordt aanvullende informatie over het gebied verzameld en worden mogelijke oplossingen in beeld gebracht.
2.3 Welke participatiedoelen hebben wij? Met de participatie willen wij u graag betrekken bij ons project. Wij streven daarbij naar de volgende doelen: • •
U tijdig en op begrijpelijke wijze informeren; Uw vragen horen en deze zo goed mogelijk beantwoorden; 14
• • •
Zoveel mogelijk rekening houden met uw suggesties, kansen en zorgen; De wijze waarop wij uw suggesties meewegen in onze keuzen inzichtelijk maken; Een langdurige, constructieve relatie met u opbouwen, door met u in gesprek te blijven en de samenwerking op te zoeken.
2.4 De procedure en de participatiemogelijkheden U kunt op verschillende momenten en op verschillende manieren meedenken, bijdragen en reageren op ons voorgenomen project. Er is hierin een onderscheid tussen de formele procedure, in het kader van de Rijkscoördinatieregeling/projectprocedure, en de tussenliggende participatiemomenten. De verschillende stappen in de procedure geven u de mogelijkheid om op (formele) wijze (via reacties, zienswijzen en beroep) en op informele wijze (via adviezen en suggesties) uw reactie te geven. Wij gaan hieronder in op de mogelijkheden die u heeft in de formele procedure. Hiertoe worden officiële documenten gepubliceerd en ter inzage gelegd. U kunt hier telkens binnen een termijn van zes weken op reageren. Hoe u kunt reageren wordt samen met de publicatie van de officiële documenten inzichtelijk gemaakt. In paragraaf 1.3 vindt u nadere toelichting op de stappen binnen de procedure.
2.5 Wat zijn de uitgangspunten van de gekozen communicatiekanalen? Wij willen u graag in een vroege fase en op een passende wijze bij onze plannen betrekken. Daarom informeren wij de verschillende doelgroepen (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) ook rechtstreeks. Naast de formele procedures is er ook gelegenheid om tussentijds met ons in contact te komen. In onze communicatie hanteren we de volgende uitgangspunten: • •
• • • •
Communicatie die duidelijk, begrijpelijk en op maat is; Aanbieden van verschillende communicatiemiddelen, waardoor het voor iedereen toegankelijk is om onze informatie tot zich te nemen en indien gewenst de dialoog aan te gaan; Tijdige en proactieve communicatie; Een toegankelijke communicatievorm om interactie en deelname aan inspraak te stimuleren; Als projectorganisatie zijn wij goed bereikbaar, reageren snel op vragen, verzoeken en eventuele klachten; De inhoud, toon en vorm worden aan elkaar gekoppeld om onze doelgroepen zo passend mogelijk te bereiken.
2.6 Welke groepen worden betrokken bij het project? Wij betrekken graag de personen en partijen van wie de belangen beïnvloed kunnen worden door de aanleg van de buisleidingen óf die belangrijk zijn voor het ruimtelijk inpassen en het vergunbaar krijgen van het project. Hierbij is onderscheid te maken in de volgende vier groepen:
15
1. Lokale burgers en bedrijven: Iedereen die dicht bij het tracé woont, verblijft of werkt en zich daarom betrokken voelt, of vragen of zorgen heeft. Met de betrokken landeigenaren en gebruikers langs het tracé zal contact op worden genomen om het project toe te lichten en om afspraken te maken over het verkrijgen van toestemming voor het betreden van percelen voor het doen van onderzoeken en over het sluiten van zakelijke rechten voor het mogen gebruiken van de gronden. 2. Lokale belangengroepen: Belangengroepen die zich zorgen maken om de leefbaarheid in het projectgebied. Dat kan gaan over de onderwerpen gezondheid, milieu, economie en veiligheid. 3. Professionele en maatschappelijke organisaties: Dit zijn maatschappelijke organisaties die zich inhoudelijk betrokken voelen. Dit betreft bijvoorbeeld vertegenwoordigers van kabelen leidingexploitanten en grondeigenaren, maar ook organisaties die zich sterk maken voor natuur en milieu. Kennisinstellingen die zich bezighouden met klimaat en energie rekenen wij ook tot deze groep. 4. Bestuurs-en overheidsorganen: Dit zijn overheden op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Denk daarbij aan provincies, gemeenten, hoogheemraadschappen, omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en weg-, water- en railbeheerders. Er is tijdens de voorfase van het project al intensief afgestemd met diverse overheden.
Met hen zijn al veel onderwerpen besproken zoals de aandachtspunten in de gemeenten, de meekoppelkansen voor de industrie en de uitvoeringskansen in de omgeving. Daarnaast vindt afstemming plaats met de Duitse overheden en marktpartijen. Alle verschillende vragen en belangen zijn voor ons van belang om het project goed te kunnen uitvoeren. Na de kennisgeving van het Voornemen en voorstel voor participatie nodigt EZK in samenwerking met de Gasunie alle belanghebbenden in het projectgebied uit voor informatiebijeenkomsten. Daarnaast vragen wij op welke wijze de doelgroepen betrokken willen blijven, welke onderwerpen de voornaamste interesse hebben en verdieping behoeven en welke zorgen en suggesties er zijn bij het project.
2.7 Welke invloed heeft u? Wij zijn graag duidelijk over de verwachtingen die betrokkenen kunnen hebben over hun rol en invloed op het ontwerp. Wij nodigen u uit om inzichten te geven over de lokale situatie, kansen of zorgen, of aan te geven welke belangen door het project geraakt worden. Ook kunt u oplossingen en alternatieven aandragen voor het project. Gedurende de uitwerking en uitvoering van het project zullen wij met uw suggesties, reacties en zienswijzen zoveel mogelijk rekening houden. Aangedragen oplossingen, alternatieven en varianten toetsen wij aan de volgende uitgangspunten: •
•
Nieuwe tracés komen in principe in een reeds bestaande en/of reeds bestemde buisleidingenstraat of strook, of een Structuurvisie Buisleidingen (SVB)-strook. De stroken uit de Structuurvisie zijn eerder al bestemd voor dergelijke doeleinden, waardoor de omgeving rekening heeft kunnen houden met toekomstige nieuwe buisleidingen in hun omgeving. Als dit niet mogelijk is, wordt een nieuw tracé zo goed mogelijk gebundeld met een bestaande en/of reeds bestemde buisleidingenstraat of strook, of een Structuurvisie Buisleidingen (SVB)strook.
16
• • • • •
Tracé-alternatieven en varianten moeten (kosten-)technisch en praktisch uitvoerbaar zijn en passen binnen een realistische planning. Het uitgangspunt voor leidingen voor waterstof en aardgas is om zo veel mogelijk bestaande gasleidingen van GTS te hergebruiken. Alternatieven doorkruisen zo min mogelijk natuur- en/of cultuurhistorische waarden en/of woonkernen. Alternatieven moeten bijdragen aan het tijdig verbinden van de industrieclusters in Rotterdam, Moerdijk, Chemelot en Duitsland. Oplossingen mogen worden aangedragen tot en met de concept-NRD. In de definitieve NRD wordt aangegeven welke oplossingen verder worden onderzocht in de verkenning.
In het milieueffectrapport worden de kansrijke tracé-alternatieven en mogelijke varianten onderzocht op de mogelijke effecten op het milieu en de leefomgeving. Ook zullen we beschrijven hoe is omgegaan met de opgehaalde suggesties, reacties en zienswijzen vanuit de omgeving (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen). Naast het MER wordt een Integrale Effecten Analyse (IEA) opgesteld. De IEA beschouwt naast omgevingsaspecten ook de aspecten milieu (op basis van het MER), kosten, techniek en toekomstvastheid. Op grond hiervan kiest de minister voor Klimaat en Energie in overeenstemming met de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het Voorkeursalternatief (VKA) voor het tracé. De ministers betrekken de adviezen van de regionale overheden en de initiatiefnemer in hun keuze. Met hen gezamenlijk wordt gesproken over de consequenties van de aanleg van het project. De IEA wordt samen met een voorstel voor een Voorkeursalternatief ter inzage gelegd. Hierop kunt u reageren. Het definitieve Voorkeursalternatief wordt gepubliceerd als onderdeel van de ontwerpbesluiten. Op de ontwerpbesluiten kunt u een zienswijze indienen. Voor een volledig overzicht van de mijlpalen waarop formele inspraak mogelijk is en de bijbehorende planning, verwijzen wij naar de website van RVO/Bureau Energieprojecten: www.rvo.nl/d-r-c.
Ook kunt u de participatiestappen terugvinden in de participatiekalender in de bijlage. Tijdens de terinzagelegging van dit Voornemen en voorstel voor participatie worden ook verschillende informatiebijeenkomsten georganiseerd. De data en locaties van de informatiebijeenkomsten en de manier waarop u kunt reageren, zijn te vinden op de website van RVO/Bureau Energieprojecten: www.rvo.nl/d-r-c. Algemene informatie over het project, de planning en de procedure is te vinden op de website www.gasunie.nl/deltarhinecorridor. Ook zijn hier contactgegevens te vinden zijn om rechtstreeks contact op te nemen.
17
Bijlage 1. Samenhangende projecten
Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035
Programma Energie Hoofdstructuur (PEH)
De Structuurvisie Buisleidingen is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrensen vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken.
Het PEH richt zich op de lange termijn ruimtelijke planning van de nationale energiehoofdstructuur voor een klimaatneutraal energiesysteem. Onder energiehoofdstructuur wordt de energie infrastructuur van nationaal belang verstaan. Zoals hoogspanningsneten, buisleidingen en opslag- en conversielocaties. Het programma heef betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 20302050. Het gaat dus over het gehele Nederlandse grondoppervlak, uitgezonderd de Noordzee. Tussen PEH en Programma VAWOZ wordt nauw samengewerkt en wordt informatie m.b.t. ruimtelijke knelpunten en mogelijkheden gedeeld.
Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat
Nationaal Waterstof Programma (NWP)
Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) omvat grote energie-, grondstof- en infrastructuurprojecten die het kabinet wil oppakken om zo versneld bij te dragen aan de infrastructuur voor duurzame energie. De projecten komen voort uit de energiestrategieën van de zes Nederlandse industriële clusters.
In het Klimaatakkoord is de ambitie vastgelegd om 500 MW elektrolysevermogen in 2025 te realiseren en 3 à 4 GW in 2030. Het Nationaal Waterstof Programma (NWP) draagt bij aan het halen van deze ambitie. Het NWP ondersteunt toepassingen van waterstof in diverse sectoren en helpt bij de realisatie van doelen en afspraken op het gebied van waterstof.
18
Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI)
RCR (de procedure)
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gaat met het NVPI steviger inzetten op het coördineren en structureren van de transitie naar een koolstofarme industrie. De reden hiervoor is dat versnelling van de uitvoering noodzakelijk is. Denk hierbij aan de tijdig aanleg van infrastructuur aan te leggen en beoordeling van vergunningsaanvragen.
Het rijk coördineert de besluitvorming van energieprojecten met een nationaal belang. De minister voor Klimaat en Energie is hiervoor verantwoordelijk. De basis voor rijks coördinatie staat in de Wet ruimtelijke ordening.
Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031 - 2040
Net op zee - Nederwiek 3
Het Programma VAWOZ onderzoekt hoe de energie van de windparken op zee het best naar het vaste land kan worden gebracht door middel van gelijkstroomverbindingen en leidingen in de periode 2031-2040. Energie kan hierbij in de vorm van elektriciteit door ondergrondse gelijkstroomverbindingen naar het land worden vervoerd of als waterstof via (bestaande) leidingen.
In de rijkscoördinatieregeling (RCR) Net op zee Nederwiek 3 wordt onderzoek gedaan naar de inpassing van mogelijke ondergrondse gelijkstroomverbindingen vanuit het windenergiegebied Nederwiek naar Moerdijk en/of Geertruidenberg. Verwachte realisatiedatum is 2031. Binnen het onderzoek van de RCR wordt ook onderzoek gedaan naar mogelijke toekomstige aanlandopties voor na 2031 door middel van ondergrondse gelijkstroomverbindingen naar Moerdijk.
Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland Het kabinet heeft in 2022 besloten tot de komst van een landelijk waterstofnetwerk, met het oog op de energietransitie en de
Aramis Het project Aramis beoogt nieuwe infrastructuur te realiseren voor transport van CO2 vanaf land naar platforms op zee, waar de CO2 in lege 19
klimaatdoelstellingen die Nederland heeft. Dit netwerk verbindt industriële clusters binnen en buiten Nederland en geeft zekerheid voor de toekomst. Het netwerk moet in 2030 in gebruik zijn, primair voor industrieën en grote bedrijven.
gasvelden, diep in de ondergrond, kan worden opgeslagen. Het is de bedoeling dat deze infrastructuur in de toekomst verder kan worden uitgebreid voor nieuwe CO2-leveranciers en andere opslagvelden.
RVO website Delta Rhine Corridor Projecten van nationaal belang vallen vaak onder de Rijkscoördinatieregeling (RCR). Op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vindt u een overzicht van lopende RCRprojecten, waaronder de Delta Rhine Corridor. Hier vindt u steeds de actuele informatie over de procedure en participatiemomenten.
Delta Rhine Corridor Op de website van Gasunie over de Delta Rhine Corridor vindt u actuele informatie over het project. Zoals wat er wanneer gaat gebeuren, hoe u vragen kunt stellen en de antwoorden op veel gestelde vragen.
20
Bijlage 2. Participatiekalender Zienswijzen en reacties In onderstaande tabel staat op welke momenten we de officiële documenten publiceren en ter inzage leggen en wanneer u kunt meedenken, bijdragen en een reactie of zienswijze kunt indienen. De actuele planning kunt u steeds vinden op de website www.gasunie.nl/deltarhinecorridor. Processtap
Wijze van participatie
Voornemen en voorstel voor participatie (V&P)
Informeren, vragen en reacties ophalen
Mei 2023
Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Tweede helft 2023
Met het Voornemen en het voorstel voor participatie benaderen we (het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de initiatiefnemer) de brede omgeving (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen). Het is de start van de verkenning zoals beschreven in dit voornemen. Het V&P is een uitnodiging om mogelijke samenwerking, ideeën, plannen of belangen kenbaar te maken. U kunt een reactie indienen op dit document. Deze reacties bundelen en toetsen we in een Nota van Antwoord, die we publiceren op de RVO-website. We informeren de omgeving op hoofdlijnen en iedereen die dat wil, kan meedenken en suggesties doen aan de projectorganisatie. Participatie instrumenten: • Publicatie Staatscourant en huis-aan-huis bladen langs het hele tracé • Publicatie op www.rvo.nl/d-r-c • Website: www.gasunie.nl/deltarhinecorridor • Openbare informatiebijeenkomsten in juni en een online talkshow • Eén op één gesprekken met maatschappelijke organisaties en bestuursorganen • Ambtelijke en bestuurlijke overleggen Informeren, reacties ophalen, inspraak, advies ophalen We beschrijven in deze notitie wat we in de project Milieu Effect Rapportage (MER) gaan onderzoeken, hoe we dat doen, in welk detailniveau en wat we in de 1e en wat in de 2e fase opnemen. Daarnaast actualiseren we het participatieplan.
Na publicatie van de concept-NRD kunt u gedurende zes weken een zienswijze indienen. In deze periode vragen we ook de Commissie m.e.r. om advies. Deze zienswijzen wegen we mee bij het opstellen van de definitieve NRD. Specifieke aandachtspunten hierbij zijn bijvoorbeeld: • Of er iets mist bij de onderzoeken; • Of de juiste onderdelen worden onderzocht; • Of er andere alternatieven onderzocht moeten worden. Participatie instrumenten: • Publicatie Staatscourant en huis-aan-huis bladen • Publicatie op www.rvo.nl/d-r-c • Website: www.gasunie.nl/deltarhinecorridor • Openbare informatiebijeenkomsten na publicatie van de concept-NRD. 21
• • •
Definitieve NRD Voorjaar 2024
Voorstel voor VKA, Milieueffectrapport 1e fase (project-MER) en Integrale Effectanalyse (IEA) Zomer 2024
Voorkeursalternatief 2e helft 2024
Raadpleging Commissie m.e.r. Bestuurlijke overleggen Eén op één of geclusterde gesprekken met burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen • Nieuwsbrief Informeren Ingediende zienswijzen toetsen we inhoudelijk en bundelen we in een Nota van Antwoord. De Minister voor Klimaat en Energie stelt op basis hiervan en het advies van de Commissie m.e.r. vervolgens de definitieve NRD vast. Participatie instrumenten: • Publicatie op www.rvo.nl/d-r-c • Website: www.gasunie.nl/deltarhinecorridor • Nieuwsbrief Informeren, reacties ophalen, advies ophalen We publiceren een voorstel voor het VKA. Tevens beschrijven we in de projectMER 1e fase waar we binnen de gereserveerde strook in de Structuurvisie Buisleidingen liggen en waar en waarom we daarvan afwijken. We brengen de effecten van de afwijkingen in beeld. In de Integrale Effectanalyse beschrijven we voor het gehele tracé de effecten op het gebied van milieu, omgeving, techniek, toekomstvastheid en kosten. Daarnaast actualiseren we het participatieplan. Na publicatie kunt u gedurende zes weken een reactie indienen op deze documenten. Daarnaast raadplegen we bestuurs- en overheidsorganen, professionele en maatschappelijke organisaties over het milieueffectrapport 1e fase (project-MER), de IEA en het voorstel voor VKA. We vragen de Commissie m.e.r. om advies.
Daarnaast actualiseren we het participatieplan voor de volgende stap. Participatie instrumenten: • Publicatie Staatscourant en huis-aan-huis bladen • Publicatie op www.rvo.nl/d-r-c • Website: www.gasunie.nl/deltarhinecorridor • Openbare informatiebijeenkomsten na publicatie • Raadpleging Commissie m.e.r. • Bestuurlijke overleggen • Eén op één of gezamenlijke gesprekken met burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen • Werksessies over inhoudelijke onderdelen van de MER 1e fase • Nieuwsbrief Informeren Op basis van de reacties, de raadpleging van betrokken organisaties en advies van de commissie m.e.r. stelt de Minister voor Klimaat en Energie tezamen met de minister voor VRO het voorkeursalternatief vast. Participatie instrumenten: • Publicatie op www.rvo.nl/d-r-c • Website: www.gasunie.nl/deltarhinecorridor 22
Milieueffectrapport 2 fase (project-MER)
e
2e helft 2024 – begin 2025
Ontwerp-Projectbesluit en overige ontwerpbesluiten 2025
Definitieve besluiten en mogelijkheid van beroep 2025/2026
Onherroepelijk Projectbesluit en overige besluiten
• Nieuwsbrief Informeren, vragen en reacties ophalen We raadplegen burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen over het milieueffectrapport 2e fase (project-MER). Daarnaast actualiseren we het participatieplan voor de volgende stap. Participatie instrumenten: • Publicatie op www.rvo.nl/d-r-c • Website: www.gasunie.nl/deltarhinecorridor • Raadpleging Commissie m.e.r. • Eén op één of gezamenlijke gesprekken met burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen • Werksessies over inhoudelijke onderdelen van de MER 2e fase • Bestuurlijke overleggen • Nieuwsbrief Informeren, reacties ophalen We raadplegen vergunningverlenende partijen in de periode voorafgaand aan het ter inzage leggen van het ontwerp-Projectbesluit en de overige ontwerpbesluiten (waaronder vergunningen). We leggen het ontwerpProjectbesluit en de overige ontwerpbesluiten gedurende zes weken ter inzage, samen met de project-MER. In deze periode kunt u een zienswijze indienen. De zienswijzen wegen we mee bij het vaststellen van de definitieve besluiten. In deze periode vragen we ook de Commissie m.e.r. om advies over de projectMER.
Participatie instrumenten: • Publicatie in Staatscourant en huis-aan-huis bladen • Publicatie op www.rvo.nl/d-r-c • Website: www.gasunie.nl/deltarhinecorridor • Openbare informatiebijeenkomsten • Nieuwsbrief Informeren, beroep We leggen het definitieve Projectbesluit en de overige besluiten gedurende zes weken ter inzage. Belanghebbenden die het niet eens zijn met het vastgestelde Projectbesluit en de overige besluiten kunnen in deze periode beroep aantekenen bij de Raad van State. Participatie instrumenten: • Publicatie in Staatscourant en huis-aan-huis bladen • Publicatie op www.rvo.nl/d-r-c • Website: www.gasunie.nl/deltarhinecorridor • Mogelijkheid tot indienen beroep • Nieuwsbrief Het Projectbesluit en de overige besluiten worden onherroepelijk na de uitspraak van de Raad van State.
2026 23
Samenvatting participatiestappen tot aan concept NRD De verschillende participatieactiviteiten tot aan de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (eind 2023) zijn hieronder samengevat in een tabel. De planning is onder voorbehoud. De actuele planning is steeds te vinden op de website www.gasunie.nl/deltarhinecorridor. Hoe (activiteit)
Door wie
Voor wie (doelgroep)
Wat/waarover
Wanneer
Publicatie Voornemen en voorstel voor participatie (V&P) in Staatscourant en huisaan-huisbladen en lokale websites
EZK
Iedereen
Nadruk op het aanleveren van kansen en ideeën voor oplossingen
26 mei 2023
Lanceren websites van Bureau Energieprojecten en Delta Rhine Corridor
EZK
Iedereen
Website Bureau Energieprojecten: Procedurele informatie en documenten die ter inzage liggen.
26 mei 2023
Website Delta Rhine Corridor: Inhoudelijke informatie met: • Storymap • Planning en voortgang • Routekaart • Contactformulier voor het stellen van vragen • Rubriek veel gestelde vragen Online talkshow
EZK + Gasunie
Iedereen, met name personen die niet bij een inloopbijeenkomst kunnen zijn
Algemene toelichting over het project voorafgaand aan inloopbijeenkomsten
2 juni 2023
Inloopbijeenkomsten
EZK
Iedereen
•
Toelichting op Voornemen en voorstel voor participatie Mogelijkheid bieden tot het stellen van vragen Indienen van reacties Omgevingskennis ophalen
Juni 2023.
Hierin geven we aan welke reacties zijn ingebracht op het Voornemen en voorstel voor participatie en hoe we
Q4 2023
• • • Reactienota
EZK
Iedereen
Kijk op www.rvo.nl /d-r-c voor exacte data en locaties
24
Hoe (activiteit)
Door wie
Voor wie (doelgroep)
Wat/waarover
Wanneer
hiermee omgaan richting de NRD 1 op 1 gesprekken
Gasunie
Stakeholders met grote rol of betrokkenheid. De gesprekken met gemeenten en waterschappen zijn reeds gestart.
• • • •
Kansen en belemmeringen in het gebied Beoordelingskader voor te onderzoeken kansrijke alternatieven Meekoppelkansen en uitvoeringskansen Specifieke issues
Meioktober 2023
Werksessies over specifieke thema’s
Gasunie
Iedereen
Verdiepende informatie over thema’s, bijvoorbeeld over landschap, veiligheid of de uitvoering
Q3-Q4 2023
Ambtelijke werkgroep per regio
EZK
Ambtelijke vertegenwoordige rs van gemeenten, provincies en waterschappen
Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Oktober 2023
Bestuurlijk regio overleg
EZK
Bestuurlijke vertegenwoordige rs van gemeenten, provincies en waterschappen
Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
November 2023
Publicatie conceptNRD en update participatieplan
EZK
Iedereen
Mogelijkheid tot inbrengen reacties m.b.t. in MER te onderzoeken alternatieven en wijze van onderzoek (reikwijdte en detailniveau)
December 2023
25