RIB 43 - Bijlage 2 Duidingsrapport -Gemeente Dongen
Tekst van het document
DUIDINGSRAPPORTAGE DASHBOARD MINIMA GEMEENTE DONGEN Mei 2023 versie 1.0
Opdrachtgever Gemeente Dongen Datum Mei 2023 Auteurs Michelle Ellens Jitske Kooistra - van der Wijk Grafisch ontwerp Senne Trip
KWIZ Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen 050-5252473 contact@kwiz.nl
Uitgave Deze uitgave is een uitgave van KWIZ B.V. Het overnemen van cijfers en/of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V..
INLEIDING De gemeente Dongen voert een actief beleid ter bestrijding van armoede en schulden. Dit jaar wordt het huidige minimabeleid tegen het licht gehouden. Hiertoe is het noodzakelijk om een goed beeld hebben van de omvang en samenstelling van de doelgroep minima en het gebruik en niet-gebruik van de diverse minimaregelingen. Daarom heeft KWIZ een online dashboard voor de gemeente ontwikkeld, waarin deze informatie staat. In het dashboard kan de gemeente zelf nadere analyses maken door bijvoorbeeld in te zoomen op een bepaalde groep. In deze begeleidende duidingsrapportage worden de belangrijkste bevindingen genoemd. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u naar het dashboard. Peildatum De aantallen die worden weergegeven in het dashboard (en dus in deze rapportage) betreffen de omvang en samenstelling van de doelgroep van het minimabeleid per 1 oktober 2022 (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). De terugkijkperiode van het onderzoek beslaat 1 oktober 2021 tot 1 oktober 2022. Methodiek van het onderzoek De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door gebruik van diverse informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens, maken we een inschatting van het aantal minimahuishoudens op 1 oktober 2022.
Daarvoor zijn registraties gebruikt van: de Participatiewet, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke belastingen, bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en de participatieregeling Dongen doet mee. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen (zzp’ers en schuldhulpverlening) op andere beleidsterreinen. Omdat wij niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep die, doordat ze geen gebruik maakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van bovenstaande bestanden in beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de bovenstaande onderzoeksmethode. Van deze huishoudens kunnen we de kenmerken van weergeven. De groep die van geen enkele regeling gebruikmaakt, en daarmee niet bij de gemeente in beeld is, kunnen we geen kenmerken van weergeven. Wel maken we een schatting van het aantal zogenaamde ‘ontbrekende minimahuishoudens’.
Dit doen we aan de hand van de Armoede Index. Dit is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel, dat is samengesteld op basis van geëxtrapoleerde CBS-gegevens en door ons ontwikkelde kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Deze totale doelgroep gebruiken we om het bereik van de regelingen te berekenen. De minimahuishoudens in dit onderzoek hebben een vermogen dat valt binnen de vermogensgrenzen van de Participatiewet. Opzet rapportage dashboard minima In deze rapportage worden de belangrijkste bevindingen weergegeven, te beginnen met de minimahuishoudens. Daarna zoomen we in op de minimakinderen en geven we het gebruik en bereik van de regelingen weer. We sluiten af met een paragraaf over schuldhulpverlening, zzp’ers en de energietoeslag.
MINIMAHUISHOUDENS • • •
483 minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld oftewel:
4,1% van alle 11.413 huishoudens in de gemeente Dongen
71% van deze minima heeft al drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm
254 huishoudens hebben een bijstandsuitkering
16% van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen heeft een inkomen tot 120 procent Wsm
55% van de minimahuishoudens ontvangt een uitkering uit de Participatiewet
Aandeel minimahuishoudens net iets lager dan landelijk; Meeste minima hebben een uitkering vanuit de Participatiewet; Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudens.
Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde bestanden heeft de gemeente op 1 oktober 2022 390 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm in beeld en in totaal 483 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Hiermee is niet de gehele doelgroep in beeld. Op basis van de Armoede Index van KWIZ schatten we het totaal aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm in de gemeente Dongen op 444 minimahuishoudens (3,9 procent) en de totale groep tot 120 procent Wsm op 660 huishoudens (5,8 procent). Gemiddeld heeft circa 6 à 7 procent van alle huishoudens in gemeenten met minder dan 50.000 inwoners een inkomen tot 120 procent Wsm. Het aandeel minimahuishoudens in de gemeente Dongen (5,8 procent) ligt iets lager dan gemiddeld in vergelijkbare gemeenten. Tabel 1.1 Minima naar inkomensverdeling (cumulatief)
Verdeling inkomen
Minima in beeld
Schatting totale doelgroep
Tot 100 procent Wsm
390
444
Tot 120 procent Wsm
483
660
Kenmerken 483 minimahuishoudens tot 120 procent Wsm in beeld De meeste minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm ontvangen een uitkering vanuit de Participatiewet (267 huishoudens, 55 procent). Daarnaast heeft 17 procent de minimahuishoudens een AOWuitkering en ruim een kwart (28 procent) een andere inkomensbron, zoals inkomen vanuit arbeid of een WW-uitkering. Wanneer we deze cijfers afzetten tegen het landelijke gemiddelde van vergelijkbare gemeenten valt op dat de gemeente Dongen meer huishoudens heeft met een inkomen vanuit de Participatiewet (gemiddeld tussen de 40 en 45 procent van de minimahuishoudens) en minder huishoudens met als inkomensbron AOW (gemiddeld tussen de 20 en 35 procent). Het merendeel van de minimahuishoudens is alleenstaand (59 procent), 30 procent vormt een gezin met thuiswonende kinderen (17 procent eenoudergezinnen en 13 procent tweeoudergezinnen) en de overige 11 procent zijn paren zonder thuiswonende kinderen. Naar leeftijd is bijna de helft (48 procent) van de minimahuishoudens tussen de 45 en 66 jaar oud en is 30 procent tussen de 27 en 45 jaar. Daarnaast heeft ruim de helft (56 procent) een Nederlandse achtergrond en een derde een niet-westerse migratieachtergrond. Bijna alle minimahuishoudens wonen in de plaats Dongen en een klein aandeel (4 procent) woont in ’s Gravenmoer.
Doelgroepen: wat valt op? Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen, met name eenoudergezinnen met minderjarige kinderen. 16 procent (51 huishoudens) van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (315 huishoudens) heeft een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen is dit 2 procent (45 huishoudens). Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie; 21 procent alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dit 3 procent. Nieuwe minima en langdurige minima Op 1 oktober 2022 hadden 71 procent (342 huishoudens) al drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm. De meerderheid heeft een inkomen tot 100 procent Wsm (286 huishoudens; 84 procent). Net zoals de gehele minimapopulatie, bestaat de groep langdurige minima met name uit alleenstaanden en behoort bijna de helft tot leeftijdscategorie van 45 tot 66 jaar. Onder de langdurige minima ontvangt ruim de helft (190 huishoudens; 56 procent) een uitkering vanuit de Participatiewet. Daarnaast zijn 50 huishoudens ‘ingestroomd’ in de minimapopulatie. Deze groep ontvangt veelal een uitkering vanuit de Participatiewet en heeft een Nederlandse achtergrond.
MINIMAKINDEREN TOT 18 JAAR • •
238 minimakinderen tot 120 procent Wsm op 1 oktober 2022 in beeld oftewel:
4,9% van alle kinderen in de gemeente Dongen
66%
van deze minimakinderen groeit op in een huishouden met een P-wet uitkering
46%
van de minimakinderen met een huishoudinkomen tot 120 procent Wsm groeit op in een eenoudergezin
58%
van de minimakinderen met een huishoudinkomen tot 120 procent Wsm heeft een niet-westerse migratieachtergrond
190 minimakinderen groeien op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm; Bijna alle minimakinderen groeien op in de plaats Dongen.
Op 1 oktober 2022 heeft de gemeente Dongen heeft 238 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 4,9 procent van alle kinderen (4.853 kinderen) in de gemeente Dongen. Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente Dongen niet alle minimakinderen in beeld heeft. Op basis van de Armoede Index van KWIZ schatten we het totaal aantal minimakinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm op 340 kinderen. Tabel 1.2 Minima naar inkomensverdeling (cumulatief)
Verdeling inkomen
Minimakinderen in beeld
Schatting totale doelgroep minimakinderen
100% Wsm
190
210
120% Wsm
238
340
Kenmerken 133 minimakinderen tot 110 procent Wsm in beeld Twee derde van de minimakinderen groeit op in een huishouden waarvan de voornaamste inkomensbron een uitkering vanuit de Participatiewet is. Van de 238 minimakinderen groeien 110 kinderen op in een eenoudergezin (46 procent), de overige 54 procent groeit op in een tweeoudergezin. Bijna 60 procent van de minimakinderen heeft een niet-westerse migratieachtergrond, 39 procent een Nederlandse achtergrond en een kleinere groep van 4 procent heeft een westerse migratieachtergrond. Bijna alle kinderen in een huishoudens met een minimuminkomen wonen in de plaats Dongen. Doelgroep minimakinderen: wat valt op? Sommige kinderen hebben meer kans op opgroeien in armoede dan andere kinderen. In totaal groeien 476 minderjarige kinderen in de gemeente Dongen op in een eenoudergezin. Hiervan groeit 20 procent (93 kinderen) op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is bijna zeven keer zo vaak als minderjarige kinderen die opgroeien in een tweeoudergezin. Van de 3.831 minderjarige kinderen die opgroeien in een tweeoudergezin, woont namelijk slechts 3 procent (113 kinderen) in een minimahuishouden. Minderjarige kinderen in eenoudergezin Minderjarige kinderen in tweeoudergezin
20%
van alle 476 minderjarige kinderen in een eenoudergezin van alle 3.831 minderjarige kinderen in een tweeoudergezin
3%
Minimakinderen
Daarnaast groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden; 26 procent (137 kinderen) van alle 534 kinderen met een dergelijke achtergrond groeit op in een minimahuishouden. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond is dit veel lager; 2 procent (92 kinderen) en dit geldt ook voor kinderen met een westerse migratieachtergrond. Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond
2%
van alle 3.969 kinderen met een Nederlandse achtergrond
3%
van alle 350 kinderen met een westerse migratieachtergrond
26%
van alle 534 kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond
MINIMAREGELINGEN In dit hoofdstuk zetten we het gebruik van de regelingen over de periode 1 oktober 2021 tot 1 oktober 2022 af tegen de geschatte totale doelgroep per regeling. • • • •
Het bereik van de kwijtschelding is het hoogst van alle regelingen; Het bereik van de bijzondere bijstand ligt in lijn met het gemiddelde bereik in andere gemeenten; Het bereik van overige regelingen ligt lager dan dat van andere gemeenten; Minimahuishoudens maken meestal gebruik van twee regelingen.
50%
70-75%
Kwijtschelding
Huishoudens maken gemiddeld gebruik van 2,3 regelingen per huishouden
Huishoudens kiezen vaker voor het ‘Zorg op Maat’ pakket dan voor pakket ‘Zorgbewust’ binnen de collectieve zorgverzekering
2021 / 2022
26%
25-30%
Bijzondere bijstand
40%
40-45%
Individuele inkomenstoeslag
16% 35-40%
18%
Collectieve zorgverzekering**
Dongen doet mee
35-40%
Landelijk gemiddelde
Het gebruik is gemeten over de gehele terugkijkperiode van dit onderzoek: 1 juni 2021 tot 1 juni 2022. Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). •
•
•
• •
De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen heeft het hoogste gebruik en bereik van de verschillende regelingen. De helft van de doelgroep (50 procent) maakt gebruik van de regeling. Dat ligt fors lager dan het gemiddelde van 70 tot 75 procent dat we bij andere gemeenten vinden. De gemeente Dongen biedt een collectieve zorgverzekering aan via twee partijen: VGZ** en CZ. In dit onderzoek zijn de verstrekkingen via CZ meegenomen. In totaal maken 79 huishoudens gebruik van deze collectieve zorgverzekering. Het bereik van 16 procent ligt daarmee onder het landelijk gemiddelde van 35 tot 40 procent. Vier op de tien huishoudens met een langdurig minimuminkomen maken gebruik van de individuele inkomenstoeslag. In vergelijkbare gemeenten maakt 40 tot 45 procent van de huishoudens gebruik van deze regeling. Het bereik van de individuele inkomenstoeslag ligt daarmee in lijn met het landelijk gemiddelde. De bijzondere bijstand heeft een bereik van 26 procent*. Dit ligt in lijn met het landelijke gemiddelde van 25 tot 30 procent. Tot slot biedt de gemeente Dongen een participatieregeling aan: ‘Dongen doet mee’. Zowel volwassenen als kinderen mogen aanspraak maken op deze regeling. In totaal maken 120 huishoudens gebruik van Dongen doet mee.
Dat brengt het bereik op 18 procent en dat ligt lager dan participatieregelingen in vergelijkbare gemeenten; gemiddeld ligt het bereik op 35 tot 40 procent.
Naast bovenstaande regelingen biedt de gemeente Dongen de Studietoeslag aan. Deze regeling ondersteunt studenten die als gevolg van een beperking of handicap niet het minimumloon kunnen verdienen naast hun studie. Van deze regeling kan de totale doelgroep niet worden bepaald. Voor nader inzicht in de kenmerken van de gebruikers van regelingen of het bereik van minimaregelingen onder minimahuishoudens in beeld, verwijzen we u naar het * De bijzondere bijstand heeft geen vaste inkomensgrens in de gemeente Dongen, maar wordt toegekend aan de hand van een draagkrachtberekening. Daarom is ervoor gekozen om het gebruik van de regeling af te zetten tegen de totale geschatte doelgroep op 120 procent Wsm. ** In dit onderzoek zijn alleen de cijfers meegenomen van CZ. De cijfers van VGZ waren niet beschikbaar. Dit zorgt er voor dat het bereik van de collectieve zorgverzekering lager is dan het werkelijke bereik.
SCHULDHULPVERLENING •
25 minimahuishoudens maken gebruik van schuldhulpverlening
5,2% van alle minimahuishoudens in Dongen is in beeld bij de SHV
•
38 huishoudens in de gemeente Dongen maken gebruik van schuldhulpverlening; De helft van de minimahuishoudens die in beeld is bij schuldhulpverlening heeft een inkomen tot 100 procent Wsm. Schuldhulpverlening
5%
van alle 483 minimahuishoudens
In totaal kregen 38 huishoudens gedurende de terugkijkperiode (1 oktober 2021 tot 1 oktober 2022) op enig moment ondersteuning vanuit de schuldhulpverlening in de gemeente Dongen. Afgezet tegen het totaal aantal huishoudens (11.853 huishoudens) in de gemeente Dongen is dit 0,3 procent. Van de 38 huishoudens hebben 25 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat betekent dat 5,2 procent van alle minimahuishoudens tot 120 procent een vorm van schuldhulpverlening kreeg. In andere gemeenten is een overlap van ongeveer 10 procent gangbaar.
ZZP’ERS
1.528 personen zijn actief als zzp’er in de gemeente Dongen
4,1% van alle zzp’ers heeft een minimuminkomen tot 120 procent Wsm
In de gemeente Dongen zijn 1.528 personen actief als zelfstandige zonder personeel (zzp’ers). Dit houdt in dat 5,8 procent van alle inwoners van de gemeente Dongen (26.483 inwoners) actief is als zzp’er. Vaak is één zzp’er per huishouden actief, dus als het aantal zzp’ers wordt afgezet tegen het totale aantal huishoudens (11.413 huishoudens), dan woont in 13 procent van de huishoudens een zzp’er. Meer dan de helft van deze groep betreft een huishouden met kinderen (57 procent). Er zijn echter meer paren met kinderen (51 procent) actief als zelfstandige dan eenoudergezinnen (6 procent). Acht op de tien zelfstandigen hebben een Nederlandse achtergrond (81 procent). Zzp’ers met een minimuminkomen In totaal behoren 20 zzp’ers tot de minimadoelgroep met een huishoudinkomen tot 120 procent Wsm; oftewel 4,1 procent van alle zzp’ers. Van de 20 zzp’ers met een minimuminkomen hebben, heeft 80 procent een inkomen tot 100 procent Wsm (16 huishoudens). Van de zzp’ers met een inkomen tot 120 procent Wsm woont de helft in een huishouden met kinderen (50 procent). Verder wonen bijna alle huishoudens in de plaats Dongen en slechts een klein aandeel in ’s Gravenmoer. Tot slot heeft 60 procent van de zzp’ers met een minimuminkomen een Nederlandse achtergrond.
ENERGIETOESLAG Als gevolg van het hoge prijspeil van gas en elektriciteit heeft het Rijk in 2022 aangekondigd dat iedere gemeente een energietoeslag kon verstrekken als compensatie voor minimahuishoudens.
728 huishoudens maken gebruik van de energietoeslag
53% van de gebruikers betreft een minimahuishouden
80% van de minimahuishoudens maakt gebruik van de energietoeslag
In de gemeente Dongen konden huishoudens aanspraak maken op een energietoeslag van €1.300 per huishouden, waarbij de inkomensgrens niet hoger was dan 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum. Voor de energietoeslag werd geen vermogenstoets gedaan, waar dat bij de minimaregelingen wel wordt toegepast. Acht op de tien minimahuishoudens heeft gebruikgemaakt van de energietoeslag. Dit zijn huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm en waarbij het vermogen voldoet aan de grenzen zoals die gesteld zijn binnen de Participatiewet. Een groep van 342 huishoudens heeft de energietoeslag toegekend gekregen, maar deze huishoudens zijn niet in beeld als minimahuishouden. Bijvoorbeeld omdat het inkomen, dan wel het vermogen van het huishouden te hoog is. Het kan ook zijn dat zij in theorie wel tot de minimadoelgroep behoren, maar nog geen gebruikmaken van de minimaregelingen. De gemeente heeft deze groep nog niet in beeld. Huishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag zijn meestal alleenstaand (58 procent), hebben een uitkering vanuit de Participatiewet (55 procent) en hebben een Nederlandse achtergrond (55 procent). Van de 386 minimahuishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag, heeft 85 procent van deze huishoudens een inkomen tot 100 procent Wsm en 15 procent een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm. De voornaamste bron van inkomen is de Participatiewet (61 procent).
Verder heeft een kwart van de huishoudens een overig inkomen en 15 procent heeft een AOW-uitkering.