CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 36 - Bijlage 5 - Denklijn toezicht en handhaving 2021

Besluitvormende raadsvergadering 14 juli 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven - ter informatie3.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Denklijn Toezicht en Handhaving Kinderopvang 2021

1

Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................................................................................................... 3 1.

Toezicht en handhaving tijdens corona ................................................................................................... 4

2.

Registratietaak ......................................................................................................................................... 5 2.1

Inventarisatie van aanvragen en wijzigingen ....................................................................................... 5

2.2

Prioritering ............................................................................................................................................ 5

3.

Toezicht ................................................................................................................................................... 7 3.1

Inventarisatie van het uit te voeren toezicht (door de GGD) ................................................................ 7

3.2

Prioritering ............................................................................................................................................ 7

3.3

Afspraken over uitvoering toezicht ....................................................................................................... 9

4.

Handhaving ............................................................................................................................................ 10 4.1

Inventarisatie en prioritering handhavingszaken ................................................................................ 10

4.2

Aandachtspunten ............................................................................................................................... 11

5.

Gevolgen van de coronamaatregelen voor de jaarverantwoording 2021 ............................................. 12 5.1

Gevolgen van de coronamaatregelen voor het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs ........... 12

5.2

De jaarverantwoording over 2021 ...................................................................................................... 12

Colofon .............................................................................................................................................................. 13 Bijlage A. Indicatoren van de jaarverantwoording ............................................................................................. 14 1.

Registratie .......................................................................................................................................... 14

2.

Toezicht .............................................................................................................................................. 14

3.

Handhaving ........................................................................................................................................ 14

2

Voorwoord Ook in 2021 kan het, vanwege de coronamaatregelen, voorkomen dat er bij GGD’en onvoldoende capaciteit beschikbaar is om alle toezichttaken uit te voeren. De eerste 5 weken van het jaar was de kinderopvang immers grotendeels gesloten. Daarnaast kan het, net als in 2020, voorkomen dat toezichthouders kinderopvang worden ingezet voor de bestrijding van het coronavirus. Het is belangrijk dat gemeenten en GGD’en met elkaar overleggen over welke toezichtactiviteiten in 2021 nodig en mogelijk zijn, en aan de hand daarvan afspraken maken. Daarbij moet ook gekeken worden naar welke afspraken voor 2020 wel en niet gerealiseerd zijn. Deze denklijn is bedoeld om hierbij te ondersteunen. Wij gaan er hierbij nadrukkelijk van uit dat gemeenten en GGD’en ernaar streven het toezicht en de handhaving op de kinderopvang uit te voeren zoals dat in de wet- en regelgeving is verwoord. Omdat gemeenten zich moeten verantwoorden over de uitvoering van de wettelijke taken rondom kinderopvang wordt in deze denklijn ook in gegaan op de Jaarverantwoording Kinderopvang over het jaar 2021. De denklijn is een gezamenlijk product van GGD GHOR Nederland (hoofdstuk toezicht), de Inspectie van het Onderwijs (hoofdstuk jaarverantwoording 2021) en VNG Naleving (hoofdstuk registratietaak en hoofdstuk handhaving) en is afgestemd met het ministerie van SZW.

maart 2021 GGD GHOR Nederland, Inspectie van het Onderwijs, VNG Naleving

3

1.

Toezicht en handhaving tijdens corona

Als gevolg van de uitbraak van het coronavirus ziet het toezicht en de handhaving op de kinderopvang er in 2021 anders uit dan in een regulier jaar (zonder coronamaatregelen). In 2020 zal waarschijnlijk niet alles geïnspecteerd zijn en dat kan ook in 2021 het geval zijn. Om de juiste afwegingen te kunnen maken voor 2021, wordt in deze denklijn een aantal handvatten geboden. In hoofdlijnen adviseren wij: • De te houden inspectieonderzoeken te inventariseren en te prioriteren en hierbij ook de resultaten van het toezicht in 2020 te betrekken. • Zo goed mogelijk te inventariseren hoeveel capaciteit er beschikbaar is, zowel bij de gemeente als bij de GGD1. • In onderlinge samenwerking en afstemming tussen gemeenten en GGD de handvatten/adviezen uit te werken in een concreet, onderbouwd en beargumenteerd plan. • Het College van B&W te informeren over en te betrekken bij dit plan. In de hoofdstukken 2, 3 en 4 vindt u meer informatie over hoe dit op te pakken. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de gevolgen voor de jaarverantwoording. Wat betreft de wijze van uitvoering van de inspectieonderzoeken is het algemene advies om de actuele richtlijnen voor de uitvoering van inspectieonderzoeken (Kaders voor toezicht) te volgen. Deze richtlijnen worden regelmatig aangepast naar de op dat moment geldende maatregelen (en gaan bijvoorbeeld in op de keuze om fysiek op inspectie te gaan, of niet).

De meest actuele versie van de richtlijnen is vindbaar op GGD GHOR Kennisnet en op het forum Toezicht en handhaving kinderopvang van VNG Naleving.

1 De personele capaciteit bij de GGD kan gedurende het jaar variëren. Bijvoorbeeld indien, net als vorig jaar, een beroep

wordt gedaan op de personele capaciteit van toezichthouders kinderopvang ten behoeve van de bestrijding van het coronavirus.

4

2.

Registratietaak

In dit hoofdstuk adviseren we over de uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van het afhandelen van aanvragen tot exploitatie, en het actueel, juist en volledig houden van het LRK (Landelijk Register Kinderopvang, samengevat: de registratietaak) in 2021. Indien de gemeente in staat is om de registratietaak volledig uit te voeren, dan heeft dit uiteraard de voorkeur en is dit hoofdstuk van minder belang.

2.1

Inventarisatie van aanvragen en wijzigingen

Het advies is om de volgende acties te ondernemen: • Inventariseer welke (en hoeveel) aanvragen zijn opgeschort in verband met een onvolledige aanvraag. • Inventariseer welke (en hoeveel) wijzigingsverzoeken nog open staan. • Controleer per aanvraag de datum binnenkomst, de (eventuele) opschortingstermijn en de (nieuwe) beslistermijn. • Controleer per wijzigingsverzoek de datum binnenkomst, de (eventuele) opschortingstermijn en de (nieuwe) beslistermijn. • Inventariseer welke aanvragen komen van nieuwe houders. • Inventariseer welke aanvragen komen van bestaande houders. • Inventariseer welke aanvragen in feite ‘verhuizingen’ zijn. Deze lijst is niet uitputtend. Er kunnen elementen worden toegevoegd. Bovenstaande geeft handvatten voor de inventarisatie waardoor er een beeld ontstaat van de huidige situatie.

2.2

Prioritering

Na de inventarisatie kan er geprioriteerd worden. Er kunnen redenen zijn om bepaalde aanvragen en/of wijzigingsverzoeken met voorrang te behandelen. Denk hierbij aan: • Aanvragen en wijzigingsverzoeken met een gewenste startdatum in het verleden. • Aanvragen van locaties die om andere redenen snel geopend moeten worden om kinderopvang op een bepaalde locatie voorrang te geven. Bijvoorbeeld vergroting van het VE-aanbod. • Aanvragen en/of wijzigingsverzoeken die alleen een bureauonderzoek behoeven. • Aanvragen in verband met een verhuizing. Onderbouw/beargumenteer (indien er geprioriteerd moet worden) welke zaken er eerst opgepakt worden en welke zaken later behandeld worden. Deze onderbouwing is belangrijk voor de eigen administratie van de gemeente en later ook voor de Jaarverantwoording over 2021. Leg daarom deze keuzes en de onderbouwing ervan goed vast.

5

Er is een aantal aandachtspunten waarbij bij de prioritering rekening mee gehouden moet worden: • Het is belangrijk dat alle aanvragen en wijzigingsverzoeken zo snel mogelijk behandeld worden in verband met de daaraan verbonden wettelijke termijnen. • Houd u aan de opschortingstermijnen die vermeld zijn in de verzonden brieven. • Let op een tijdige en correcte registratie in het LRK in verband met het recht van ouders op kinderopvangtoeslag (KOT). • Denk aan het belang van opname in het Personen Register Kinderopvang (PRK). Een juist, volledig en actueel LRK is van belang voor de juiste werking van het PRK. Wanneer een gastouder verhuist en dit niet tijdig in het LRK verwerkt wordt, zal dit zorgen voor onterechte signalering in de volledigheidslijsten van DUO. Wanneer er nieuwe bewoners in het (Basis Registratie Personen) BRP worden ingeschreven op een adres dat volgens LRK (ten onrechte nog) een opvangadres is, kent het PRK deze mensen hoogstwaarschijnlijk niet. De melding over niet ingeschreven “huisgenoten” zal doorlopen zolang de voorzieningen Gastouderopvang (VGO) nog op het oude adres geregistreerd is.

6

3.

Toezicht

Dit hoofdstuk geeft een aantal handvatten om de stand van zaken van het toezicht te inventariseren en benoemt aandachtspunten die meegenomen kunnen worden bij de prioritering van uitvoering van het toezicht. Dit kan, bijvoorbeeld als gevolg van de beschikbare capaciteit en de resultaten van toezicht in 2020 (denk aan locaties die in 2020 niet zijn geïnspecteerd), zowel regionaal als lokaal verschillen. Houd als gemeente en GGD de actuele ontwikkelingen en richtlijnen ten aanzien van corona en de mogelijkheden van (fysiek) toezicht in de gaten. Beoordeel aan de hand van de richtlijnen wat lokaal / regionaal mogelijk is.

3.1

Inventarisatie van het uit te voeren toezicht (door de GGD)

Het advies is om de volgende acties te ondernemen:

1. Breng in kaart wat de GGD per gemeente tot nu toe aan toezicht heeft uitgevoerd in 2020, inclusief de activiteiten in 2021. Ga hierbij uit van de 100% norm en het per gemeente afgesproken percentage te bezoeken voorzieningen voor gastouderopvang). Aandachtspunten bij deze inventarisatie zijn: a. Regulier toezicht (jaarlijks onderzoek, waaronder steekproef gastouders, onderzoek na registratie, nader onderzoek, incidenteel onderzoek). b. ‘Vinger aan de Pols’ toezicht. c. Incidentele onderzoeken naar aanleiding van signalen. d. Onderzoeken voor registratie zonder locatiebezoek (inclusief voorzieningen voor gastouderopvang). e. Jaarlijkse onderzoeken zonder locatiebezoek. 2. Breng in kaart hoeveel capaciteit de GGD verwacht beschikbaar te hebben voor het restant van 2021.

3.2

Prioritering

Na inventarisatie is bij de GGD grotendeels bekend hoeveel capaciteit de GGD voor de uitvoering van het toezicht naar verwachting beschikbaar heeft en welke werkzaamheden nog gedaan moeten worden dit jaar. Bij de prioritering moet rekening gehouden worden met de volgende aspecten per type onderzoek: • Onderzoeken voor registratie: Deze worden zo snel mogelijk uitgevoerd. Dit is van belang omdat aan de besluitvorming een termijn verbonden is. Locaties die geregistreerd zijn zonder locatiebezoek, waar nodig alsnog zo snel mogelijk bezoeken. • Jaarlijkse onderzoeken: Het streven is om zoveel mogelijk onderzoeken te verrichten. Bij prioritering kan selectie op basis van risicoprofielen, maar ook spreiding van onderzoeken onder de verschillende houders, een optie zijn om toch een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het niveau van naleving. Selecteer de voor de steekproef te bezoeken gastouders bijvoorbeeld eveneens op basis van de risicoprofielen van de bemiddelende gastouderbureaus. Denk ook aan het streven naar intensivering van het toezicht op de gastouderopvang (voorgenomen ambitie vanaf 2020). • Onderzoeken na registratie: Met name wanneer dit locaties betreft van houders die net gestart zijn, is er nog onvoldoende beeld van de daadwerkelijke kwaliteit.

Ten aanzien van locaties waar geen fysiek onderzoek voor registratie is uitgevoerd, adviseren wij het onderzoek na registratie te prioriteren. Houd hiervoor de actualiteit in de gaten en indien van toepassing, overleg met de regionale IZB afdeling. • Nader onderzoeken: Het is van belang om de lopende handhavingstrajecten zorgvuldig af te werken. • Incidentele onderzoeken: Deze worden uitgevoerd op basis van signaal of naar aanleiding van een wijzigingsverzoek. Daar waar er zorgen zijn over de kwaliteit van de opvang moet dit zeker onderzocht worden.

7

Om tot een goede prioritering van de uit te voeren onderzoeken te komen is het verder van belang de volgende zaken mee te wegen. Het belang van het borgen van veilige en verantwoorde opvang voor het kind door goed en voldoende toezicht staat hierbij uiteraard centraal. • • • • • • • •

Locaties die in 2020 niet aan toezicht zijn onderworpen. Locaties die bij hun toezicht in 2020 geen fysiek bezoek hebben gekregen. De mogelijkheid van fysiek toezicht. Kan een deel van de inspectie op afstand plaatsvinden? Bijvoorbeeld de locatieverantwoordelijke telefonisch interviewen voor of na het inspectiebezoek 2. Prioriteit op basis van historie of risicoprofiel. Locaties die eerder dit jaar al gezien zijn (bijv. door “Vinger aan de Pols” of een wijzigingsverzoek). Betreft het een VE-locatie? Kan er tijd gewonnen worden door het combineren van onderzoeken (bijv. door een jaarlijks onderzoek te combineren met een incidenteel onderzoek of een nader onderzoek)?

Houd er rekening mee dat de set minimale verplicht te toetsen items als eis overeind blijft bij ieder onderzoek, inclusief de observatie van de pedagogische praktijk (al dan niet via een videoverbinding 3). Hieronder geven wij een advies hoe tot een prioriteitsvolgorde van het toezicht in 2021 gekomen kan worden. Maak de uiteindelijke prioriteitsvolgorde in samenspraak met de gemeente. Dit is uiteraard afhankelijk van de inzetbare capaciteit. Let op dat bij de prioritering van toezicht rekening gehouden wordt met het spreiden van inspecties over verschillende houders. A. Advies is om minimaal de volgende onderzoeken uit te voeren. Locaties die niet fysiek bezocht zijn in 2020 verdienen prioriteit zodra fysiek toezicht (standaard) weer mogelijk is. • • • • • • •

Kindercentra/gastouderbureaus met driemaal achtereen volgend een rood of oranje risico profiel. Voorzieningen waar een wijzigingsverzoek voor is ingediend / een signaal over is ontvangen waarbij het incidenteel onderzoek gecombineerd kan worden met het jaarlijks onderzoek. Voorzieningen met een lopend handhavingstraject waarbij het nader onderzoek gecombineerd kan worden met het jaarlijks onderzoek. Onderzoeken voor registratie. Kindercentra/gastouderbureaus waarvan de twee meest recente risicoprofielen op rood of oranje uitkwamen. Onderzoek na registratie van voorzieningen van houders met maximaal twee vestigingen (op landelijk niveau). Kindercentra/gastouderbureaus met een rood of oranje risicoprofiel.

B. Indien de onderzoeken onder A zijn verricht, adviseren wij de volgende onderzoeken uit te voeren: • • • • •

Steekproef voorzieningen voor gastouderopvang. Kindercentra/gastouderbureaus die nu een geel of groen risicoprofiel hebben, maar direct daarvoor een rood of oranje profiel hadden. Kindercentra/gastouderbureaus met een geel of groen risicoprofiel van houders met maximaal twee vestigingen (op landelijk niveau). Onderzoek na registratie van voorzieningen van houders met meer dan twee vestigingen (op landelijk niveau). Kindercentra/gastouderbureaus met een geel of groen risicoprofiel van houders met meer dan twee vestigingen (op landelijk niveau).

2 Zie hiervoor de handleiding Beeldbellen in het kader van toezicht kinderopvang en Advies Veilig op inspectie op GGD

GHOR Kennisnet / Forum Toezicht en handhaving kinderopvang. 3 Zie de Werkwijze toezicht op afstand op GGD GHOR Kennisnet / Forum Toezicht en handhaving kinderopvang. Hierin wordt nader ingegaan op de mogelijkheden van toezicht op afstand (ook als het gaat om de pedagogische praktijk).

8

Indien hierna nog ruimte is, kunnen andere afspraken die in de offerte gesprekken zijn overeengekomen opgepakt worden (denk bijv. aan de ambities inzake de intensivering van het toezicht op voorzieningen voor gastouderopvang). Uitgangspunten bij het bepalen van de steekproef bij (minimaal) 5% van de voorzieningen voor gastouderopvang: • • •

3.3

Bepaal welke gastouders de hoogste prioriteit hebben op basis van criteria genoemd in het “Advies intensivering toezicht en handhaving gastouderopvang 2019”, en neem deze op in de steekproef. Benader gastouderbureaus en bespreek of er zorgen zijn bij bepaalde gastouders. Zo ja, neem deze dan op in de steekproef. Neem ook de resultaten van de werkwijze Vinger aan de Pols mee in het bepalen van de steekproef voor gastouders (doe dit ook bij de inspecties van gastouderbureaus).

Afspraken over uitvoering toezicht

Nadat de GGD en gemeenten in gezamenlijkheid in kaart hebben gebracht wat er in de resterende periode van 2021 gedaan kan worden en welke prioriteit bepaalde werkzaamheden krijgen, moeten zij in overleg met elkaar om samen vast te stellen wat mogelijk is en afspraken te maken. Wij adviseren om deze afspraken en de onderbouwing hiervan goed vast te leggen. Ondanks dat afspraken goed regionaal gemaakt kunnen worden, is het van belang dat elke afzonderlijke gemeente de door hen gemaakte keuzes goed in kaart heeft. Denk hierbij ook aan de activiteiten en onderzoeken die waarschijnlijk niet in 2021 kunnen worden opgepakt en hoe hier in 2022 aandacht aan zal worden besteed. Uiteraard kan het voorkomen dat deze afspraken de komende maanden bijgesteld moeten worden. Houd dit goed bij. Deze afspraken zullen van belang zijn voor de verantwoording richting de gemeenteraad en de jaarverantwoording over 2021 aan de Inspectie van het Onderwijs.

9

4.

Handhaving

In dit hoofdstuk gaan wij in op de handhavingstaak van de gemeente in 2021. Er zullen gemeenten zijn die ook in 2021 nog te maken hebben met achterstanden en het moeten maken van keuzes door de coronamaatregelen. Denk aan het inventariseren en prioriteren van handhavingszaken/-procedures voordat toezicht en de handhaving weer (regulier) opgepakt gaat worden. Indien de gemeente in staat is de handhavingstaak volledig uit te voeren dan heeft dit de uiteraard de voorkeur en is dit hoofdstuk van minder belang.

4.1

Inventarisatie en prioritering handhavingszaken

Om een beeld te krijgen van wat er mogelijk is in 2021, is het verstandig om alle lopende handhavingszaken/procedures te inventariseren en te prioriteren. Wij adviseren hierbij de volgende stappen te nemen: • Breng in kaart bij welke voorzieningen er welke procedures lopen (waarschuwing, aanwijzing, LOD, etc.) en wat de hersteltermijnen zijn/waren. • Maak eventueel een splitsing tussen kinderdagverblijven (KDV), buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderbureaus (GOB) en voorzieningen voor gastouderopvang (VGO) (zie het actuele document: “Kaders van toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang i.v.m. corona” op GGD GHOR Kennisnet en het forum Toezicht en handhaving kinderopvang van VNG Naleving). • Breng in kaart welke nader onderzoeken nog niet uitgevoerd zijn. In die totale prioritering zullen de nader onderzoeken met de hoogste prioriteit weer opnieuw/overall geprioriteerd moeten worden. • Breng de aard, ernst en omvang van de tekortkomingen en overtredingen in kaart van de rapporten waarop nog geen besluit tot handhaving is genomen. • Inventariseer op basis van het handhavingsbeleid welke handhavingsbesluiten er genomen moeten worden en welke redelijke hersteltermijn daaraan verbonden zijn. • Stem af met de GGD waar capaciteit voor is en bespreek de mogelijkheden die de GGD ziet om nader onderzoeken (wellicht aangepast, zoals bijv. bij nu nog gesloten BSO’s) uit te voeren.

• Bepaal welke handhavingsbesluiten (en met welke hersteltermijn) genomen moeten worden en wanneer het nader onderzoek uitgevoerd kan worden (in overleg met GGD). • Stem zo nodig af met het College van B&W en/of de portefeuillehouder. • Neem beslissingen over de inventarisatie, prioritering en acties die genomen moeten worden en leg deze, samen met de afspraken met de GGD, vast. Deze gegevens komen later van pas bij de Jaarverantwoording 2021. Het ligt voor de hand om voorrang te geven aan handhavingszaken waarbij bijvoorbeeld sprake is van (veel) ernstige tekortkomingen of overtredingen, recidive of nalatigheid en/of onwelwillendheid houder. Wij benadrukken dat hierbij dat de veiligheid en het belang van de kinderen altijd voorop moet staan en voorrang dient te krijgen, waarbij natuurlijk ook oog is voor de veiligheid van de toezichthouder. De gemeente als opdrachtgever bepaalt welke nader onderzoeken er in 2021 uitgevoerd moeten worden. De gemeente is hierbij echter afhankelijk van de door coronamaatregelen wellicht verminderde beschikbare capaciteit bij de GGD. Daarnaast heeft de GGD de inhoudelijke expertise. Daarom moet de gemeente hierover met de GGD afspraken maken en vastleggen. Zie hiervoor ook hoofdstuk 3.3.

10

4.2

Aandachtspunten

Bij het inrichten, inventariseren en prioriteren van de handhavingstaak voor 2021 moet er rekening gehouden te worden met de volgende aandachtspunten: • Prioritering van de nader onderzoeken maakt onderdeel uit van totale prioritering van alle onderzoeken (OVR, ONR, incidenteel, jaarlijks onderzoek, nader onderzoek, gastouders etc.). • Handhavingstrajecten kunnen bijvoorbeeld bij BSO langer duren. • Langere termijnen kunnen gevolgen hebben voor wat juridisch nog mogelijk (bv. inning verbeurde last onder dwangsom) en/of redelijk is. • Bepaal (samen met de GGD) wat mogelijk is om effectief te werken. Voor welke locaties adviseert de GGD om zo snel mogelijk actie te ondernemen? Dit kan van invloed zijn op de prioriteitenlijst. • De GGD moet de capaciteit niet alleen binnen de gemeente prioriteren, maar ook binnen een regio. Dit kan betekenen dat er door omstandigheden meer capaciteit gaat naar de ene dan naar de andere gemeente. Indien relevant moeten gemeenten hier mogelijk op bestuurlijk niveau afspraken over maken. Stem dit af.

11

5.

Gevolgen van de coronamaatregelen voor de jaarverantwoording 2021

Volgens de regeling Wet kinderopvang moeten gemeenten jaarlijks gegevens verstrekken over hun taakuitvoering in het vorige kalenderjaar. In bijlage 2 van de regeling is beschreven welke gegevens (indicatoren) dat zijn. In Bijlage A van deze denklijn zijn deze indicatoren ook beschreven. De jaarverantwoording is in eerste instantie bedoeld voor de gemeenteraad. Daarnaast is het de verantwoording over de uitvoering van de wettelijke taken aan de Rijksoverheid. De Inspectie van het Onderwijs gebruikt deze verantwoording voor het interbestuurlijk toezicht op de kinderopvang. De Inspectie van het Onderwijs voert ieder jaar een risicoanalyse uit. Hierbij maakt zij een inschatting van het risico dat een gemeente haar wettelijke taken rond toezicht en handhaving kinderopvang niet naar behoren uitvoert. De Inspectie kijkt hierbij, naast de jaarverantwoording, ook naar andere bronnen, zoals de toezichtgeschiedenis van de gemeente en eventuele signalen. Ook in 2021 zal de Inspectie rekening houden met de bijzondere situatie als gevolg van de coronamaatregelen.

5.1

Gevolgen van de coronamaatregelen voor het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs

De eerste maanden van 2021 laten zien dat de coronamaatregelen ook in 2021 invloed hebben op de uitvoering van de wettelijke taken door gemeenten. Dat geldt voor de wettelijk verplichte inspecties, maar ook voor de handhaving en registratie. De Inspectie hanteert de volgende uitgangspunten: • Ze zal de normen die gelden voor de uitvoering van de wettelijke taken (zoals de 100% norm voor inspecties) niet onverkort toepassen bij de beoordeling van de taakuitvoering door gemeenten in 2021. • De keuzes en afspraken van gemeenten, en de onderbouwing daarvan zullen een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van de taakuitvoering door gemeenten. Bij het maken van keuzes en afspraken moet, zoals altijd, het doel van toezicht en handhaving op de kinderopvang voorop staan. Dit doel is: Het borgen van verantwoorde kinderopvang in een gezonde en veilige omgeving.

5.2

De jaarverantwoording over 2021

De jaarverantwoording over 2021 zal er, als gevolg van de coronamaatregelen, anders uitzien. VNG Naleving, DUO en de Inspectie van het Onderwijs overleggen hier nog over. Zij stemmen dit af met het ministerie van SZW. Voor gemeenten zal het in ieder geval van belang zijn dat ze de keuzes en afspraken die gemaakt zijn kunnen beargumenteren. Het is dus belangrijk om de keuzes en afspraken die gemeente en GGD met elkaar maken (met onderbouwing) vast te leggen. Over de exacte inhoud van de vragenlijst van de jaarverantwoording 2021 worden gemeenten later geïnformeerd.

12

Colofon GGD GHOR Nederland, Inspectie van het Onderwijs en VNG Naleving Maart 2021

Contactgegevens IvhO kinderopvang@owinsp.nl Contactgegevens GGD GHOR Nederland SKOV@ggdghor.nl Contactgegevens VNG Naleving info@vng.nl

13

Bijlage A. Indicatoren van de jaarverantwoording De wettelijke taken van gemeenten op het gebied van kinderopvang bevinden zich op drie verschillende gebieden: registratie, toezicht en handhaving. Hieronder wordt kort beschreven welke wettelijke normen er gelden. 1. Registratie De registratietaak wordt binnen de jaarverantwoording opgesplitst in twee indicatoren, te weten: 1. Het uitvoeren van de registertaak van het Landelijk Register Kinderopvang (LRK): Het LRK moet actueel, juist en volledig zijn. Bij onvolkomenheden kan worden gedacht aan: • Wijzigingsverzoeken die niet (op tijd) zijn verwerkt; • Onjuiste aanduiding van het aanbod van gesubsidieerde voorschoolse educatie (ve): Welke kinderdagverblijven bieden wel gesubsidieerde ve aan, en welke niet; • Het ontbreken (van de publicatie) van onherroepelijk geworden handhavingsbesluiten (aanwijzing, boete, last onder dwangsom, last onder bestuursdwang en exploitatieverbod); • Onjuiste informatie door invoerfouten. 2. Het tijdig afhandelen van aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie van nieuwe voorzieningen: Alle aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie van nieuwe voorzieningen die door de gemeente zijn ontvangen moeten tijdig worden afgehandeld. Hiervoor wordt een termijn gehanteerd van tien weken, eventueel vermeerderd met de (in het LRK vastgelegde) opschorting.

Binnen deze termijn moet de voorziening in het LRK de vervolgstatus ‘geregistreerd’, ‘afgewezen’ of ‘ingetrokken’ hebben gekregen. 2. Toezicht Het toezicht op de kinderopvang wordt door de GGD uitgevoerd in opdracht van de gemeente. De GGD voert inspecties uit en rapporteert hierover aan de gemeente. Hierbij geldt het volgende: • Ieder geregistreerd kinderdagverblijf (KDV), buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderbureau (GOB) moet jaarlijks worden geïnspecteerd. • Bij iedere nieuwe voorziening (KDV, BSO en GOB) dient binnen drie maanden na inschrijving in het LRK een onderzoek na registratie plaats te vinden. • Elke nieuwe voorziening voor gastouderopvang (VGO) moet voor registratie geïnspecteerd zijn. • Tenminste 5 procent van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang (VGO) moet jaarlijks worden geïnspecteerd (steekproef). 3. Handhaving Gemeenten moeten handhaven als er één of meer tekortkomingen zijn, waarvoor in een inspectierapport een handhavingsadvies is opgenomen. Er kunnen omstandigheden zijn waardoor gemeenten onderbouwd afzien van handhaving. Denk bijvoorbeeld aan: herstel van tekortkoming(en) na herstelaanbod, concreet zicht op legalisatie, strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, de locatie is gestopt met de exploitatie. Dit wordt ‘beredeneerd niet handhaven’ genoemd.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11604080/1