RIB 25-92 Bijl1- Voornemen en voorstel Participatie, versie 5 juni 2025
Tekst van het document
Delta Rhine Corridor West Voornemen en voorstel voor Participatie
Gasunie 5 juni 2025
Project Opdrachtgever
Delta Rhine Corridor West Gasunie
Referentie
Voornemen en voorstel voor Participatie Definitief 5 juni 2025 145966/25-008.949
Projectcode
145966
Document Status Datum
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
0
BEGRIPPENLIJST
4
1
INLEIDING
6
1.1
Voornemen op hoofdlijnen
6
1.2
Voorgeschiedenis van het voornemen
7
1.3
Vragen aan de lezer
8
2
HET VOORNEMEN
10
2.1
Waarom dit voornemen?
10
2.2
De te doorlopen procedure
12
2.3
Wie zijn bij dit voornemen betrokken?
13
2.4
Raakvlakprojecten
14
3
VOORSTEL VOOR PARTICIPATIE
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Waarom wordt u bij de plannen betrokken?
17
3.3
Welke participatiedoelen hebben wij?
18
3.4
De procedure en de participatiemogelijkheden
18
3.5
Wat zijn de uitgangspunten van de gekozen communicatiekanalen?
18
3.6
Welke groepen worden betrokken bij het voornemen?
18
3.7
Welke invloed heeft u?
19
3.8
Participatie op een rijtje: de participatiekalender
20
Laatste pagina
22
Bijlage(n) -
Aantal pagina's
0 BEGRIPPENLIJST Tabel 0.1 Begrip
Toelichting
Bevoegd gezag (BG)
Overheidsinstantie die bevoegd is om het besluit te nemen.
CC(U)S
Carbon Capture (Utilization) and Storage, dit is een techniek om CO2 af te vangen, te hergebruiken, en op te slaan.
Gasunie CC(U)S Holding B.V.
100 % dochteronderneming Gasunie, verantwoordelijk voor de aanleg van de CO2-infrastructuur.
Commissie mer
Een onafhankelijke commissie die het milieueffectrapport (MER) toetst op kwaliteit en volledigheid. Zij toetst of het MER voldoende informatie geeft aan de besluitvormer (het bevoegd gezag) om een beslissing te kunnen nemen waarbij het milieubelang voldoende meegewogen kan worden.
CO2
Een verbinding van koolstof en zuurstof. In zuivere toestand is het een kleurloos en geurloos gas dat van nature in de aardatmosfeer voorkomt. CO2 is ook wel bekend als koolstofdioxide.
Corridor
Een strook land, in dit geval de strook waarin de waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen komen te liggen. De onderzoekscorridor is de strook land waarin de milieuonderzoeken plaatsvinden.
DRC
Delta Rhine Corridor, dit is een buisleidingenstrook vanaf de Maasvlakte via Boxtel tot de Duitse grens. Binnen deze buisleidingenstrook kunnen buisleidingen met waterstof en CO2 worden gerealiseerd.
DRC Oost
Tracé van Boxtel tot de Duitse grens met de CO2-buisleidingen.
DRC West
Tracé vanaf de Maasvlakte tot Boxtel met de waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen.
Gasunie
Een netwerkbedrijf voor energie. In Nederland en Noord-Duitsland beheert en onderhoudt Gasunie de infrastructuur voor grootschalig transport en opslag van gas. Nu is dat nog vooral aardgas. Dit zal met de energietransitie steeds verder verschuiven naar groen gas en waterstof. Daarnaast werkt Gasunie mee aan de aanleg en het beheer van netwerken voor warmte en CO2. Gasunie zorgt ervoor dat dit deel van de energievoorziening veilig, ongestoord en zo duurzaam mogelijk gebeurt.
Hynetwork
Verantwoordelijk voor de aanleg van het waterstofnetwerk.
IEA
Integrale effectenanalyse, onderzoekt de effecten van een plan op vijf thema’s: techniek, toekomstvastheid, omgeving, kosten en milieu. De resultaten van deze onderzoeken worden samengevat in één overzicht. Dit helpt bij het maken van een goede beslissing. Een IEA laat de belangrijkste effecten van een plan duidelijk zien. Het uitvoeren van een IEA is vrijwillig.
Initiatiefnemer
Een publieke of private partij die een voornemen wil starten, en de partij die het beginkapitaal regelt. In dit geval zijn er twee initiatiefnemers: Hynetwork en CC(U)S Holding B.V.
Kennisgeving
Kennisgeven betekent iets bekendmaken. In de verkenningsfase van het energieproject wordt een onderscheid gemaakt tussen een 'Kennisgeving van voornemen' en een 'Kennisgeving van Participatie'. De Kennisgeving van Voornemen geeft aan dat er een verkenning zal plaatsvinden om een projectbesluit vast te stellen. In de Kennisgeving van Participatie wordt uitgelegd hoe lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen bij deze verkenning worden betrokken. De Kennisgeving Voornemen en voorstel voor Participatie (VenP) wordt gelijktijdig gepubliceerd met de cNRD DRC West en het Participatieplan DRC West.
KGG
Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Dit ministerie is verantwoordelijk voor het energie- en klimaatbeleid van Nederland.
Begrip
Toelichting
Meekoppelkans
Een meekoppelkans is een mogelijkheid om een ander initiatief gelijktijdig met de aanleg van de DRC West te realiseren, indien dit efficiënter is. Hoewel dit initiatief naast het voornemen DRC West kan plaatsvinden, blijft de meekoppelkans een zelfstandig project met eigen verantwoordelijkheid voor besluitvorming, vergunningen, ontwerp, budget en planning.
mer
De procedure van de milieueffectrapportage.
MER
Het milieueffectrapport (document). Wanneer in dit document MER wordt genoemd gaat dit zowel over het plan-MER als project-MER.
Modaliteit
De substantie die door de buisleiding getransporteerd wordt. In dit geval waterstof of CO2.
NRD
De Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Dit is het onderzoekskader voor het milieueffectrapport. Dit kader wordt eerst in conceptvorm opgesteld door de initiatiefnemers (cNRD). Na ontvangst van reacties en advies bepaalt het bevoegd gezag de definitieve reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectrapport (MER). De cNRD wordt gelijktijdig gepubliceerd met het VenP DRC West en het Participatieplan DRC West.
Participatie
Het betrekken van betrokkenen (zoals lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuursen overheidsorganen) bij de ontwikkeling van een programma, plan, project of voornemen.
Participatieplan
Een document dat helder en duidelijk beschrijft wat met behulp van participatie beoogd wordt en op welke wijze, welke partijen, op welk moment betrokken worden bij een vraagstuk, beleidsdossier, programma, voornemen of project. Bovendien geeft het plan aan welke bijdrage van de verschillende partijen wordt gevraagd en wat er met die bijdrage zal gebeuren in het proces.
PEH
Programma Energiehoofdstructuur, hierin is een strook opgenomen die gereserveerd is voor buisleidingen met gevaarlijke inhoud die van nationaal belang zijn voor de energiebehoeften en klimaatdoelstellingen. Voorloper van de PEH was de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 (SVB).
Plan-MER
Tijdens de verkenningsfase wordt het plan-MER opgesteld, waarin het tracé nader wordt onderzocht binnen een bredere corridor om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de voorkeursbeslissing over de ruimtelijke inpassing van het tracé en de toebehorende infrastructuur.
Project-MER
In de planuitwerkingsfase wordt het project-MER opgesteld. In het project-MER wordt het tracé door gedetailleerdere onderzoeken verder uitgewerkt en geoptimaliseerd tot de planologisch benodigde ruimte voor het projectbesluit. Tevens onderbouwt het project-MER de mee-gecoördineerde vergunningen.
Projectbesluit
Besluit dat in de planuitwerkingsfase van het project opgesteld wordt op basis van de Omgevingswet. In het projectbesluit legt het bevoegd gezag vast op welke manier het project wordt uitgewerkt. Er staat in elk geval in hoe het project eruit ziet, welke maatregelen getroffen worden om het project te realiseren en welke maatregelen getroffen worden om nadelige gevolgen voor de omgeving te beperken.
Projectprocedure
De projectprocedure omvat de stappen die nodig zijn om tot een overheidsbesluit over het voornemen te komen, inclusief voorbereidings- en besluitvormingsprocessen, waarbij de milieueffectrapportage (mer) een integraal onderdeel vormt om het milieubelang mee te wegen.
RES
De Regionale Energiestrategie is een gezamenlijk plan van Nederlandse regio's om de overgang naar duurzame energie te realiseren en nationale klimaatdoelen te behalen.
Terinzagelegging
De periode waarin een gepubliceerd document kan worden ingezien. Vaak is het tijdens deze periode ook mogelijk om op het document te reageren. De omgeving wordt geïnformeerd over deze inzageperiode. Voorbeelden van zulke documenten zijn de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau en het ontwerp-projectbesluit.
Tracé
De specifieke route of lijn die een voornemen, in dit geval de waterstofbuisleiding en CO2-buisleidingen, volgt. Het omvat de geografische en technische details van de geplande ligging.
VenP
Voornemen en voorstel voor Participatie. Het VenP is een formeel onderdeel van de projectprocedure. Hierin wordt beschreven wat het voornemen inhoudt, en hoe er meegedacht kan worden.
Voorkeursbeslissing
In de voorkeursbeslissing geeft het bevoegd gezag aan welke oplossing de voorkeur van het bevoegd gezag heeft. De voorkeursbeslissing geeft aan wat de resultaten zijn van de uitgevoerde verkenning.
VRO
Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dit ministerie is verantwoordelijk voor de ruimtelijke indeling van Nederland.
Zienswijze
Wanneer het wettelijk verplicht is om de mening van betrokkenen te vragen in de projectprocedure, kan een zienswijze worden ingediend. Dit is een formele reactie op een document.
1 INLEIDING 1.1
Voornemen op hoofdlijnen
Voor u ligt het document Voornemen en voorstel voor Participatie (VenP) DRC West. In het verleden (2023) is er al een VenP voor de Delta Rhine Corridor (DRC) gepubliceerd. Daarna is de scope van de DRC aangepast. Dit nieuwe VenP kenmerkt de start van het voornemen DRC West. Hiervoor is gekozen wegens de wijzigingen in de scope (zie hoofdstuk 1.2). In de volgende paragraaf wordt een completer beeld gegeven van de voorgeschiedenis van het voornemen. Het VenP DRC West ligt gelijktijdig met de cNRD DRC West en het Participatieplan DRC West ter inzage. De DRC West is een buisleidingenstrook vanaf de Maasvlakte via Moerdijk tot Boxtel. Binnen deze buisleidingenstrook kunnen buisleidingen met waterstof en CO2 worden gerealiseerd (zie afbeelding 1.1). De buisleidingenstrook is grotendeels gebaseerd op het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Dit voornemen richt zich op de aanleg van waterstof- en CO2-buisleidingen. Op 5 december 2024 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) in een Kamerbrief meegedeeld dat de scope van de DRC beperkt zal worden tot de modaliteiten waterstof en CO2. De DRC West draagt bij aan het behalen van de doelen voor het verduurzamen van de industrie en het Klimaatakkoord van Parijs. Deze doelen komen voort uit afspraken die EU-lidstaten met elkaar hebben gemaakt. Zo is afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 55 % minder broeikasgassen moet uitstoten.
In 2050 wil de Europese Unie klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat er dan netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten. De DRC West draagt hieraan bij door het faciliteren van het transport van waterstof als broeikasgas neutrale energiedrager en door het transporteren van afgevangen CO2. Dit met de aanleg van de daartoe bestemde buisleidingen.
Afbeelding 1.1 DRC West
6 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
DRC West maakt deel uit van de DRC. De DRC bestaat uit twee verschillende projectprocedures: DRC West en DRC Oost (zie afbeelding 1.1): de DRC West loopt vanaf de Maasvlakte tot aan Boxtel en heeft zowel CO2 als waterstof als modaliteit. Het tracé is in 2031/2032 nodig om het waterstofnetwerk in Nederland onderling te verbinden. DRC West bestaat maximaal uit één waterstofbuisleiding en maximaal twee CO2-buisleidingen inclusief bijbehorende infrastructuur; de DRC Oost loopt van Boxtel tot de Duitse grens en heeft enkel CO2 als modaliteit. Het tracé is in 2032/2033 nodig om de CO2-buisleidingen in Nederland met Duitsland te verbinden. DRC Oost bestaat uit maximaal twee CO2-buisleidingen inclusief bijbehorende infrastructuur. Het VenP, de cNRD en het Participatieplan van DRC Oost zullen naar verwachting eind 2025 of begin 2026 volgen.
1.2
Voorgeschiedenis van het voornemen
De DRC is een voornemen met een voorgeschiedenis. Op onderstaande afbeelding 1.2 staat een tijdlijn met de belangrijke gebeurtenissen in het verleden. Hieronder een beknopte toelichting op deze gebeurtenissen.
Afbeelding 1.2 Tijdlijn voorgeschiedenis DRC jun-23 Juni 2023 Informatiebijeenkomsten
Juni 2024 – Kamerbrief samen door jun-24procedure, maar met ruimtelijke geen gelijktijdige aanleg meer
Oktober 2023 – okt-23 Kamerbrief nieuwe scope project DRC
Mei 2023 – Publicatie mei-23 Voornemen en voorstel voor Participatie
apr-23
Januari 2024 – Nota jan-24 op het van Antwoord VenP
jul-23
okt-23
jan-24
apr-24
jul-24
December dec-24 2024 – Kamerbrief- actuele scope
okt-24
26 mei 2023 - Publicatie VenP 26 mei 2023 - eerste plannen DRC bekendgemaakt. Eind mei 2023 werden de eerste plannen gepresenteerd in de publicatie van het Voornemen en voorstel voor Participatie (VenP). In dit VenP werden het plan en de toenmalige scope van de DRC bekendgemaakt. In deze oude scope zaten zeven verschillende modaliteiten (waterstof, CO₂, ammoniak, LPG, aardgas, propeen en kabels voor gelijkstroom). Het tracé liep vanaf de Maasvlakte via Boxtel naar omgeving Venlo en naar Chemelot in Geleen. Na de publicatie van het VenP volgde een periode van 6 weken waarin het mogelijk was om te reageren op de plannen. Ook zijn er in die periode informatiebijeenkomsten geweest in de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg. Tijdens deze bijeenkomsten hebben medewerkers van het voornemen en het toenmalige ministerie van Economische Zaken en Klimaat (tegenwoordig opgesplitst in het ministerie van Economische Zaken, en het ministerie van Klimaat en Groene Groei) omwonenden en geïnteresseerden inzicht gegeven in het plan. 5 oktober 2023 - Kamerbrief over aangepaste scope Op 5 oktober 2023 informeerde toenmalig minister Rob Jetten (Klimaat en Energie) de Tweede Kamer over de voortgang van de DRC in een Kamerbrief.
In deze Kamerbrief werd duidelijk wat het genomen besluit was met betrekking tot de scope, veiligheid, ruimtelijke vraagstukken op het tracé, de samenwerking met Duitsland, het vervolg van het voornemen en de planning. Leidingen voor aardgas, LPG en propeen werden uit de scope gehaald. Voor LPG en propeen waren er geen initiatiefnemers. Gasunie had besloten dat een nieuwe aardgasleiding niet nodig was in de DRC.
7 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
jan-25
Begin januari 2024 - Reactienota Door het projectteam DRC zijn antwoorden gegeven op alle ingediende reacties op het VenP. Begin januari 2024 zijn de reacties en de antwoorden hierop gepubliceerd in de reactienota. De reacties die relevant zijn voor de actuele DRC West scope worden meegenomen in de verdere uitwerking van het voornemen. 27 juni 2024 - Kamerbrief over nieuwe planning Op 27 juni 2024 heeft toenmalig minister Rob Jetten in een Kamerbrief de Tweede Kamer opnieuw op de hoogte gebracht van de voortgang van de DRC. Hierin werd duidelijk dat gelijktijdige aanleg van de leidingen niet haalbaar is. De modaliteiten bleven wel gezamenlijk in de ruimtelijke procedure, zodat een integrale ruimtelijke afweging mogelijk bleef. Verder werd er vermeld dat de DRC voortzette in een gezamenlijke projectprocedure tot in ieder geval de voorkeursbeslissing (VKB). De inzet was om daarna toe te werken naar afzonderlijke projectbesluiten per modaliteit. In deze brief werd de Kamer ook geïnformeerd over een vertraging in de planning. 5 december 2024 - Kamerbrief met besluit over voortgang DRC (waterstof en CO₂) Op 5 december 2024 is de Tweede Kamer door minister van Klimaat en Groene Groei (KGG), Sophie Hermans, in een Kamerbrief geïnformeerd over het vervolg van de DRC.
Er is besloten dat de DRC zich richt op de aanleg van buisleidingen voor waterstof en CO₂ (en de bijbehorende infrastructuur). Doorgaan met de huidige aanpak en procedure zou voor het kabinet tot onacceptabele extra vertraging van alle modaliteiten (waterstof, CO2, ammoniak en gelijkstroomkabels) leiden. Dit betekent dat de gelijkstroomkabels en de buisleidingen voor ammoniak geen onderdeel meer zijn van de DRC. TenneT zoekt samen met het ministerie van KGG naar een andere optie voor de aanleg van de gelijkstroomkabels. Daarnaast blijft er in de PEHleidingstrook waarbinnen de DRC grotendeels wordt gerealiseerd, ruimte beschikbaar om in de toekomst andere buisleidingen aan te leggen. De brief benadrukt ook dat bij het herstarten van de ontwikkeling van de buisleidingen voor CO₂ en waterstof binnen de DRC, er actief gezocht zal worden naar integratiemogelijkheden tussen beide modaliteiten. Indien blijkt dat gezamenlijke ontwikkeling tot teveel vertraging leidt, zal in afstemming tussen de waterstof- en CO2-initiatiefnemers en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei worden onderzocht welke aanpassingen in de procedure of uitvoering mogelijk zijn om de voortgang van de projecten te optimaliseren. De tijdige realisatie van beide modaliteiten is hierbij van groot belang.
1.3
Vragen aan de lezer
De publicatie van dit ‘Voornemen en voorstel voor Participatie’ markeert de herstart van de DRCprojectprocedure, specifiek de DRC West. In dit document beschrijven KGG, Hynetwork en CC(U)S Holding op hoofdlijnen de plannen (het voornemen) en hoe zij de omgeving willen betrekken (het voorstel voor participatie). Het ministerie van KGG, Hynetwork en CC(U)S Holding nodigen lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen uit om mee te denken over het voornemen en de impact of inpassing daarvan op de omgeving. Uw inbreng wordt meegenomen tijdens de vervolgstappen van de procedure. In de loop van de projectprocedure volgen verschillende documenten waarin de plannen meer gedetailleerd worden uitgewerkt en waarop ook weer de inbreng van de omgeving wordt gevraagd. Ook het participatievoorstel wordt meermaals geactualiseerd. Dit proces leidt uiteindelijk tot de officiële ruimtelijke inpassing en vergunningen. Wij hopen dat dit document u inzicht biedt in wat het voornemen op hoofdlijnen inhoudt en hoe wij u willen betrekken.
Wij willen u vragen met ons mee te denken over het volgende: Over het voornemen (hoofdstuk 2) - zijn het voornemen en de uitgangspunten op hoofdlijnen duidelijk? - ziet u, binnen de uitgangspunten, andere varianten? - wilt u specifieke informatie over bijvoorbeeld grondgebruik, natuur, milieu, infrastructuur, bebouwing, archeologie, cultuurhistorie of andere waarden of belangen in het gebied onder de aandacht brengen?
8 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
-
zijn er aandachtspunten, zoals andere projecten of initiatieven in de omgeving, die u voor deze fase al wilt meegeven? heeft u andere vragen over dit voornemen?
Over het voorstel voor participatie (hoofdstuk 3) - geeft dit voorstel voldoende inzicht in hoe u kunt meedenken? - sluit het aan op de manier waarop u graag betrokken wilt worden, of heeft u een andere voorkeur? - bent u nog niet betrokken en wilt u dat in het vervolg wel zijn? - heeft u andere suggesties of informatie die u met ons wilt delen? Wij nodigen u uit om op bovenstaande vragen te reageren. Andere vragen die bij u opkomen kunnen ook gesteld worden. Dat kan door te reageren via de website van RVO/Bureau Energieprojecten: www.rvo.nl/d-r-c. Op deze website worden alle officiële stukken geplaatst. De website wordt voortdurend aangepast aan de laatste stand van zaken. Overigens zijn er ook mogelijkheden om ons te ontmoeten en uw inbreng te geven tijdens informatiebijeenkomsten in het gebied van de DRC West. Algemene informatie over het voornemen, de planning en de procedure is te vinden op de website www.gasunie.nl/drc. Ook zijn hier contactgegevens te vinden om rechtstreeks contact op te nemen en kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrief.
9 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
2 HET VOORNEMEN 2.1
Waarom dit voornemen?
Het kabinet ziet een aantal uitdagingen op het gebied van klimaat, economie, leveringszekerheid van energie, energieonafhankelijkheid van andere landen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarom zijn de buisleidingen voor het transporteren van waterstof en CO2 binnen de DRC nodig zowel in Nederland als tussen Nederland en Duitsland: - klimaat: · in 2030 moet Nederland 55 % minder CO2 uitstoten, vergeleken met 1990. Dit kan onder andere door over te gaan op hernieuwbare energie, zoals waterstof. Daarnaast is afvang en opslag van CO2 ook mogelijk; - energie: · voor het energiesysteem van Nederland zijn duurzaamheid, leveringszekerheid en energieonafhankelijkheid cruciaal. Ontwikkelingen zoals de geopolitieke situatie in Oekraïne spelen hierin een rol; - economische waarde industrie: · voor het behoud van de economische waarde van de grote industrieclusters is het verduurzamen van bedrijfsprocessen waarvoor nu fossiele grond- en brandstoffen worden gebruikt essentieel. Voor een uitgebreidere versie van de nut en noodzaak van zowel de buisleiding voor waterstof als de buisleidingen voor CO2 verwijzen wij u graag naar hoofdstuk 2 van het cNRD DRC West. Binnen het voornemen DRC West wordt gekeken waar en hoe de waterstofbuisleiding en de CO2buisleidingen aangelegd kunnen worden. Waterstof en CO2 spelen elk een aparte rol in de energietransitie.
Dat wordt in de volgende twee alinea’s verder uitgelegd. De twee modaliteiten hebben ieder een eigen initiatiefnemer, te weten Hynetwork voor waterstof en CC(U)S Holding voor CO2. Beide initiatiefnemers handelen naar beleid, wet- en regelgeving en marktomstandigheden die gelden voor de desbetreffende modaliteit. De financieringsstromen en investeringsbeslissingen zijn niet van elkaar afhankelijk. Omdat de buisleidingen voor zowel waterstof alsook CO2 door dezelfde gebieden gaan, wordt er binnen het voornemen DRC West samengewerkt en gekeken naar de samenhang. Zo worden de totale effecten op het milieu in beeld gebracht en gezamenlijk beoordeeld. Waterstofnetwerk Het verminderen van broeikasgassen is essentieel. Europa streeft naar 55 % minder CO2-uitstoot in 2030 en helemaal geen CO2-uitstoot meer in 2050. Duurzame elektriciteit en warmte zijn vaak goede oplossingen, maar waterstof kan beter zijn, bijvoorbeeld voor de industrie, luchtvaart en scheepvaart. Waterstof kan bijdragen aan verduurzaming en nieuwe banen creëren in techniek en wetenschap. De industrie wil overstappen op CO2-vrije waterstof en het kabinet ondersteunt dit met infrastructuurplannen.
Hynetwork, een dochteronderneming van Gasunie, bouwt aan een landelijk netwerk van hogedrukwaterstofbuisleidingen, het Waterstofnetwerk Nederland, dat industriegebieden in Nederland en ook Duitsland en België verbindt (zie afbeelding 2.1).
10 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
Afbeelding 2.1 Te realiseren Waterstofnetwerk Nederland (Hynetwork)
CO2-infrastructuur Zoals hierboven beschreven, is het verminderen van broeikasgassen in Nederland essentieel. De beste manier om de schadelijke uitstoot van CO2 te verminderen is om minder CO2 uit te stoten. Een andere oplossing is Carbon Capture (Utilization) and Storage (CC(U)S). Dit is het afvangen en opslaan van CO2.. In de industrieclusters wordt de CO2 afgevangen en via buisleidingen getransporteerd naar opslagplaatsen. Op dit moment worden opslagplaatsen aangelegd in lege gasvelden onder de Noordzee. In afbeelding 2.2 is schematisch het beoogde netwerk van CC(U)S verbindingen weergegeven. Dit netwerk zal worden aangelegd door CC(U)S Holding, een dochteronderneming van Gasunie. DRC West is nodig om het CO2-netwerk tussen het industriecluster Maasvlakte, via industriecluster Moerdijk met Boxtel te verbinden. In Moerdijk sluit de Delta Schelde Co2nnection (DSC) aan op de DRC. De DSC bevindt zich in de voorbereidingsfase voor de projectprocedure. In Boxtel kan het CO2-netwerk verbonden worden met een mogelijke CO2-verbinding vanaf de Eemshaven en vervolgens met Duitsland via DRC Oost. De projectprocedure DRC Oost wordt naar verwachting in het najaar van 2025 opgestart. De verbinding met de Eemshaven bevindt zich nog in de haalbaarheidsfase.
11 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
Afbeelding 2.2 Beoogd schematisch netoverzicht CC(U)S verbindingen
2.2
De te doorlopen procedure
De initiatiefnemers hebben het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) gevraagd om een projectprocedure te starten voor het realiseren van nieuwe buisleidingen voor het transport van waterstof en CO2. Deze buisleidingen maken onderdeel uit van de waterstof- en CO2-netwerken in Nederland. In deze procedure wordt toegewerkt naar een projectbesluit. Eerst zal de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) een voorkeursbeslissing (VKB) nemen. In de VKB geeft KGG aan welk tracé voor de waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen de voorkeur heeft. Verder wordt geduid hoe lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen zijn betrokken. De VKB geeft inzicht in de resultaten van de uitgevoerde verkenning. Hierbij wordt ook ingegaan op eventuele mogelijke oplossingen die door derden zijn aangedragen, de adviezen die deskundigen daarover hebben uitgebracht en hoe dit is afgewogen om te komen tot een voorkeurstracé. Hiermee geeft de VKB aan hoe de participatie is uitgevoerd. Met het nemen van een VKB wordt recht gedaan aan de complexiteit van de opgave, de afstemming die daaromtrent met belanghebbenden is gevoerd en het inzicht in de wijze waarop keuzen zijn gemaakt.
De projectprocedure voor dit voornemen bestaat uit de volgende vijf hoofdstappen (zie afbeelding 2.3): 1 Kennisgeving Voornemen en voorstel voor Participatie; 2 Verkenning; 3 IEA en VKB; 4 Voorbereidingsbesluit en planuitwerking; 5 Projectbesluit. Voor een uitgebreidere versie van de te doorlopen procedure verwijzen wij u graag naar hoofdstuk 3 van de cNRD DRC West.
12 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
Afbeelding 2.3 Stappen van de projectprocedure en de mer-procedure
Reageren Reageren kan op de verschillende documenten. U kunt reageren op: - de Kennisgeving en Voornemen en voorstel voor Participatie (dit document); - de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (onderzoeksplan); - de ontwerp-voorkeursbeslissing; - het ontwerp-projectbesluit; - na de vaststelling van het projectbesluit is het nog mogelijk om in beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nadere informatie vindt u in de participatiekalender, in paragraf 3.8.
2.3
Wie zijn bij dit voornemen betrokken?
Hynetwork is de initiatiefnemer van het ontwikkelen van de waterstofbuisleiding binnen DRC West. Hynetwork ontwikkelt het Waterstofnetwerk Nederland. Dit netwerk verbindt de grote industrieclusters met elkaar, met waterstofopslag en -importlocaties en met het buitenland. CC(U)S Holding is de initiatiefnemer van het ontwikkelen van de CO2-buisleidingen. CC(U)S Holding ontwikkelt een CC(U)S-netwerk in Nederland (CO2). Beide initiatiefnemers zijn dochterondernemingen van Gasunie. Omdat in de projectprocedure het tracé voor waterstof en CO2 in gezamenlijkheid wordt onderzocht, is voor de procedure vanuit de Gasunie één projectteam gevormd. Daardoor is er voor de omgeving één duidelijke aanspreekbare organisatie, ondanks dat er sprake is van twee verschillende initiatiefnemers. Daarnaast zijn verschillende ministeries betrokken bij de DRC West. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) ontwikkelt het beleid voor de energietransitie en waterstof. De minister van KGG is samen met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) verantwoordelijk voor de projectprocedure, waaronder de voorkeursbeslissing (VKB) en het projectbesluit. KGG coördineert de procedures voor de benodigde besluiten en vergunningen, wat uiteindelijk leidt tot het projectbesluit over het voornemen, te nemen door de betrokken ministers.
Daarnaast initieert en faciliteert KGG de afstemming met andere betrokken ministeries zoals het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat betrokken is rond onder andere vergunningverlening. Een ander betrokken ministerie is dat van Infrastructuur en Waterstaat, dat gaat over veiligheid en beheer van ondergrondse infrastructuur, waaronder buisleidingen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werkt als uitvoerende dienst van KGG en ondersteunt het ministerie bij het coördineren van vergunningen, en het verstrekken van informatie en communicatie over de te volgen procedure. Het geplande tracé van de DRC West doorkruist twee provincies, drie waterschappen en twaalf gemeenten. Het kruist verschillende water-, weg- en spoorverbindingen en loopt over honderden percelen. De tabel hieronder laat zien welke gemeentes, waterschappen veiligheidsregio’s en andere instanties door het tracé van DRC West worden doorkruist.
13 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
Tabel 2.1 Overzicht te doorkruisen gemeenten, waterschappen en andere instanties in DRC West Deelgebied Zuid-Holland
Deelgebied Noord-Brabant
Veiligheidsregio’s
Algemeen
Provincie Zuid-Holland
Provincie Noord-Brabant
Rotterdam-Rijnmond
Havenbedrijf Rotterdam
Rotterdam
Moerdijk
Zuid-Holland-Zuid
Havenbedrijf Moerdijk
Voorne aan Zee
Drimmelen
Midden en West-Brabant
Omgevingsdiensten
Nissewaard
Oosterhout
Brabant-Noord
RES organisaties
Hoeksche Waard
Dongen
Rijkswaterstaat
Waterschap Hollandse Delta
Loon op Zand
ProRail
Tilburg Oisterwijk Boxtel Waterschap Brabantse Delta Waterschap De Dommel
Daarnaast zijn er nog verschillende groepen in de omgeving die kunnen meedenken en/of op de hoogte kunnen blijven. Deze groepen zijn: - lokale bewoners en bedrijven; - grondeigenaren en grondgebruikers; - lokale belangengroepen; - professionele en maatschappelijke organisaties; - bestuurs- en overheidsorganen.
2.4
Raakvlakprojecten
Bij de verdere uitwerking van de DRC West en de bijbehorende besluitvorming wordt vanuit integraliteit rekening gehouden met andere initiatieven binnen het onderzoeksgebied. Het betreft Rijksinitiatieven in het kader van de energietransitie, maar ook overige Rijks- en regionale ruimtelijke plannen. In de volgende fase wordt gestart met de nodige onderzoeken en het technisch ontwerp. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt hoe de DRC West zich verhoudt tot de andere initiatieven met een ruimtelijke impact in het onderzoeksgebied. Bijbehorende afwegingen en keuzen zullen worden toegelicht evenals de afstemming daaromtrent met de betrokken bevoegde gezagen. Naast de vastgestelde regionale ruimtelijke plannen van provincies, gemeenten en waterschappen is er binnen het onderzoeksgebied van de DRC West sprake van de Rijksinitiatieven in het kader van de energietransitie. Deze Rijksinitiatieven worden onder het kader van raakvlakprojecten en meekoppelkansen beschreven.
14 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
Raakvlakprojecten en meekoppelkansen Het voornemen speelt in een gebied met een veelheid aan waarden en functies en nationale, regionale en lokale opgaven. Het is belangrijk om bij de ruimtelijke inpassing van het voornemen rekening te houden met andere ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in het gebied. Daarbij zijn raakvlakprojecten en meekoppelkansen van belang. Deze maken geen onderdeel van het voornemen DRC West. Raakvlakprojecten en meekoppelkansen kennen een eigen initiatiefnemer, die zelf verantwoordelijk is voor besluitvorming, vergunningen, ontwerp, budget en planning. Een raakvlakproject is een initiatief waar het voornemen DRC West in het algemeen een raakvlak mee heeft. Dat kan bijvoorbeeld een ander rijks- of regionaal voornemen zijn. Met deze projecten vindt afstemming plaats. Een meekoppelkans is een mogelijkheid om, als dat efficiënter is, een initiatief tegelijkertijd met het voornemen aan te leggen. Het voornemen DRC West onderzoekt samen met de initiatiefnemer van de mogelijke meekoppelkans of het inderdaad haalbaar is om het initiatief tegelijk te realiseren. Een meekoppelkans wordt geen onderdeel van het voornemen DRC West. Een meekoppelkans kent een eigen initiatiefnemer, die zelf verantwoordelijk is voor besluitvorming, vergunningen, ontwerp, budget en planning.
Benodigde informatie moet tijdig door de initiatiefnemer aangeleverd worden bij het voornemen om te kunnen besluiten of de meekoppelkans samen met het voornemen kan worden gerealiseerd. Indien dit niet haalbaar blijkt, worden afspraken gemaakt om realisatie van de meekoppelkans op een later moment, los van het voornemen, niet onmogelijk te maken. In reactie op de Kennisgeving van het Voornemen en het voorstel voor Participatie (eerste stap van de projectprocedure, zie paragraaf 2.2) kunnen initiatiefnemers van raakvlakprojecten en mogelijke meekoppelkansen zich melden. Daarnaast brengen Hynetwork en CC(U)S Holding ook actief raakvlakprojecten en mogelijke meekoppelkansen in beeld. Waterstofnetwerk West-Nederland Het project Waterstofnetwerk West-Nederland gaat over het aanleggen van een ondergrondse waterstofleiding. De leiding loopt van Spaarndam in Noord-Holland naar Mijnsheerenland in Zuid-Holland. Voor de aanleg wordt deels gebruik gemaakt van een bestaande aardgasleiding. De bestaande leiding moet nog wel geschikt gemaakt worden voor waterstof. Waar dat niet kan, wordt een nieuwe leiding aangelegd. Aramis Het Aramis initiatief omvat een grootschalige transportinfrastructuur voor opslag van CO2 in lege gasvelden onder de Noordzee. Door CO2 permanent op te slaan, wordt voorkomen dat deze in de atmosfeer terechtkomt, waardoor het geen bijdrage levert aan klimaatverandering.
Het kabinet stimuleert CO2-opslag, omdat er op korte termijn voor de industrie nog onvoldoende CO2-vrije alternatieven beschikbaar zijn. Net op zee - Nederwiek 3 Het doel is het realiseren van een ondergrondse hoogspanningsverbinding van het windenergiegebied Nederwiek in de Noordzee naar de gemeente Geertruidenberg. Deze ondergrondse hoogspanningsverbinding is nodig om de duurzame energie, die in de toekomst op zee wordt opgewekt vanuit dit windenergiegebied, naar land te kunnen transporteren. Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040 In het Klimaatakkoord is afgesproken om de Nederlandse energievoorziening te verduurzamen. Dit vermindert de CO2-uitstoot en gaat klimaatverandering tegen. Windenergie op zee speelt hierbij een grote rol. De op de Noordzee opgewekte energie moet via stroomkabels en waterstofleidingen aan land worden gebracht en worden aangesloten op het hoogspanningsnet en waterstofnetwerk. Het Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040 onderzoekt dit voor de geplande 29 GW aan windenergie op zee die we tussen 2031 en 2040 willen realiseren.
15 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
Hoog- en middenspanningsstations Port of Moerdijk TenneT wil een nieuw 380 kV-hoogspanningsstation en een nieuw 150 kV-hoogspanningsstation bouwen in de omgeving van het haven- en industrieterrein Moerdijk in Noord-Brabant. In het project wordt tegelijkertijd een locatie gezocht voor een 20 kV-middenspanningsstation van Enexis. Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland Het Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland verbindt het industriecluster Zeeland in noordelijke richting met Moerdijk en in zuidelijke richting met België. Het loopt vanaf de Belgische grens bij Sas van Gent via Zeeuws-Vlaanderen naar West-Brabant, met een aftakking naar Borsele en het Sloegebied in Vlissingen. Waterstofnetwerk Oost-Nederland Een bestaande aardgasleiding wordt omgebouwd naar een leiding voor het transport van waterstofgas. Dit houdt in dat bestaande leidingen door kleine aanpassingen bruikbaar wordt gemaakt voor het transport van waterstofgas. De buisleiding loopt van Ommen, via Angerlo en Ravenstein naar Boxtel. Er wordt een aftakking gemaakt vanaf Angerlo naar de Duitse grens bij Zevenaar. Rond alle Rijks- en regionale initiatieven vindt reeds afstemming plaats tussen de Rijksoverheid, de regionale bevoegde gezagen en de initiatiefnemers. De DRC West is hier bij aangesloten. Met de afstemming wordt de integraliteit geborgd tussen alle initiatieven, conform het zogenaamde gebiedsgericht werken.
Naast het gebiedsgericht werken op provincie-niveau zijn aanvullende overleggen georganiseerd voor de haven van Rotterdam en de Port of Moerdijk.
16 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
3 VOORSTEL VOOR PARTICIPATIE 3.1
Inleiding
Dit onderdeel beschrijft in het kort hoe u bij het voornemen DRC West wordt betrokken en hoe het ministerie van KGG, Hynetwork en CC(U)S Holding per doelgroep met participatie willen omgaan. Voor een uitgebreidere versie hiervan verwijzen Hynetwork en CC(U)S Holding u graag naar het Participatieplan. Het streven is om u zo goed mogelijk te informeren en in de gelegenheid te stellen om input te leveren. Gedurende het proces wordt duidelijk gemaakt op welke onderdelen uw input mogelijk is. De projectorganisatie nodigt u uit om mee te denken en waar mogelijk oplossingen voor de opgave binnen de beschreven uitgangspunten te delen. Deze uitgangspunten worden beschreven in hoofdstuk 4 van het bijbehorende cNRD. Ook kunt u vragen stellen, zorgen delen en kansen benoemen. De wijze waarop uw input is meegewogen wordt inzichtelijk gemaakt en aan u teruggekoppeld. Reacties op het vorige VenP worden gecontroleerd op relevantie in het kader van de actuele scope. Daar waar relevant, worden deze reacties meegenomen in de verdere uitwerking. Het participatieproces wordt gedurende het voornemen steeds getoetst en waar nodig, in overleg met de betrokkenen, bijgesteld. Zo proberen wij u op de best passende wijze te betrekken en blijft het participatieproces actueel.
3.2
Waarom wordt u bij de plannen betrokken?
Wij geloven dat enkel in samenspraak met u grote projecten in Nederland gerealiseerd kunnen worden. Door u in een vroeg stadium bij ons voornemen te betrekken hopen Hynetwork en CC(U)S Holding op tijd alle belangen, vragen en meningen op tafel te krijgen. Dit leidt tot zorgvuldige besluitenvorming in de projectprocedure. De uiteindelijke keuzes voor het voornemen zijn afhankelijk van overheden en de initiatiefnemer, de ruimtelijke inpasbaarheid, technische haalbaarheid, de tijdige beschikbaarheid, de toekomstvastheid, impact op het milieu, de impact op de omgeving en de kosten van de ontwerpen voor de waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen. Om een goede afweging te maken is het van belang om hier zoveel mogelijk informatie over in te winnen. Met de participatie in dit voornemen willen wij kennis en advies van lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen verzamelen en waar mogelijk rekening houden met landschappelijke waarden in het gebied. Via een zorgvuldig participatieproces wordt aanvullende informatie over het gebied verzameld en worden mogelijke oplossingen in beeld gebracht.
17 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
3.3
Welke participatiedoelen hebben wij?
Wij willen u graag betrekken bij ons voornemen . Wij streven in de mogelijkheden voor participatie naar de volgende doelen: - u tijdig en op begrijpelijke wijze informeren; - uw vragen horen en deze zo goed mogelijk beantwoorden; - zoveel mogelijk rekening houden met uw suggesties, kansen en zorgen. Uw belangen en zorgen worden - meegenomen in de besluitvorming; - de wijze waarop wij uw suggesties meewegen in onze keuzen inzichtelijk maken; - een langdurige, constructieve relatie met u opbouwen, door met u in gesprek te blijven en de samenwerking op te zoeken.
3.4
De procedure en de participatiemogelijkheden
U kunt op verschillende momenten en op verschillende manieren meedenken, bijdragen en reageren op de voorgenomen ontwikkeling van de waterstofbuisleiding en CO2-buisleidingen. Er is hierin een onderscheid tussen de formele procedure, in het kader van de projectprocedure, en de tussenliggende participatiemomenten. De verschillende stappen in de procedure geven u de mogelijkheid om op (formele) wijze (via reacties, zienswijzen en beroep) en op informele wijze (via adviezen en suggesties) uw reactie te geven. Wij gaan hieronder in op de mogelijkheden die u heeft in de formele procedure. Hiertoe worden officiële documenten gepubliceerd en ter inzage gelegd. U kunt hier telkens binnen een termijn van zes weken op reageren. Hoe u kunt reageren wordt samen met de publicatie van de officiële documenten inzichtelijk gemaakt. In paragraaf 2.2 vindt u nadere toelichting op de stappen binnen de procedure. Daarnaast is het ook mogelijk om bij vragen of zorgen op ieder wenselijk moment rechtstreeks contact op te nemen met de omgevingsmanagers van de DRC West. De omgevingsmanagers zijn onder andere te bereiken via: www.gasunie.nl/drc.
3.5
Wat zijn de uitgangspunten van de gekozen communicatiekanalen?
Onze communicatie is duidelijke en begrijpelijk voor elke doelgroep: - we communiceren op verschillende manieren. Zo kan iedereen onze informatie op een passende manier tot zich nemen. Wie dat wil, kan met ons in gesprek gaan; - daar waar het kan, maken we informatie visueel; - we communiceren op tijd en proactief. We wachten niet tot er vragen komen, maar proberen deze alvast te beantwoorden; - we zijn goed bereikbaar en reageren snel op vragen, verzoeken en klachten; - we gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens, zoals namen en adressen. Dit betekent dat we ons houden aan de zogenoemde AVG-regels, ook als we persoonsgegevens bewaren.
3.6
Welke groepen worden betrokken bij het voornemen?
Wij betrekken graag de personen en partijen van wie de belangen beïnvloed kunnen worden door de aanleg van de buisleidingen óf die belangrijk zijn voor het ruimtelijk inpassen en het vergunbaar krijgen van het voornemen. Hierbij is onderscheid te maken in de volgende groepen: 1 lokale bewoners en bedrijven: · iedereen die in de buurt van het tracé woont, verblijft of werkt en zich daarom betrokken voelt; 2 grondeigenaren en -gebruikers: · met de betrokken grondeigenaren en -gebruikers langs het tracé, waaronder ook gebruikers van bijvoorbeeld de spoorweg of vaarweg, zal contact op worden genomen om het voornemen toe te lichten en om afspraken te maken over het verkrijgen van toestemming voor het betreden van percelen voor het doen van onderzoeken en over het sluiten van zakelijke rechten voor het mogen gebruiken van de gronden;
18 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
3
(lokale) belangengroepen: · belangengroepen die zich zorgen maken om de leefbaarheid in het projectgebied. Dat kan gaan over de onderwerpen gezondheid, milieu, economie en veiligheid; professionele en maatschappelijke organisaties: · dit zijn maatschappelijke organisaties die zich inhoudelijk betrokken voelen. Dit betreft bijvoorbeeld vertegenwoordigers van kabel- en leidingexploitanten en grondeigenaren, maar ook organisaties die zich sterk maken voor natuur en milieu. Kennisinstellingen die zich bezighouden met klimaat en energie rekenen wij ook tot deze groep; bestuurs- en overheidsorganen: · dit zijn overheden op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Denk daarbij aan provincies, gemeenten, hoogheemraadschappen, omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en weg-, water- en railbeheerders.
4
5
Er is tijdens de voorfase al intensief afgestemd met diverse overheden. Met hen zijn al veel onderwerpen besproken zoals de aandachtspunten in de gemeenten, raakvlakinitiatieven, de aansluitkansen voor de industrie en de meekoppelkansen in de omgeving. Alles wat is besproken wordt meegenomen in de ontwikkeling van een waterstofbuisleiding en twee CO2-buisleidingen binnen de projectprocedure DRC West. Op dit moment zijn de gesprekken gestart en zullen doorgaan gedurende de ontwikkeling van de waterstofbuisleiding en CO2-buisleidingen. Na de Kennisgeving van het Voornemen en voorstel voor Participatie en de cNRD nodigt KGG in samenwerking met Hynetwork en CC(U)S Holding alle belanghebbenden in het projectgebied uit voor informatiebijeenkomsten. Daarnaast vragen wij op welke wijze de doelgroepen betrokken willen blijven, welke onderwerpen de voornaamste interesse hebben en verdieping behoeven en welke zorgen en suggesties er zijn bij het voornemen.
3.7
Welke invloed heeft u?
Wij zijn graag duidelijk over de verwachtingen die betrokkenen kunnen hebben over hun rol en invloed op het ontwerp. Wij nodigen u uit om inzichten te geven over de lokale situatie, kansen of zorgen, of aan te geven welke belangen door het voornemen geraakt worden. Gedurende de uitwerking en uitvoering van het voornemen zullen wij met uw suggesties, reacties en zienswijzen zoveel mogelijk rekening houden. Aangedragen oplossingen en varianten toetsen wij aan de projectuitgangspunten en ontwerpuitgangspunten. Hoofduitgangspunt is dat nieuwe buisleidingen in de PEH1 strook komen. In het MER wordt het tracé onderzocht op mogelijke effecten op het milieu en de leefomgeving. Ook zullen Hynetwork en CC(U)S Holding beschrijven hoe is omgegaan met de opgehaalde suggesties, reacties en zienswijzen vanuit de omgeving (lokale bewoners, bedrijven, belangengroepen, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen). In de cNRD DRC West wordt uitgelegd welke uitgangspunten gehanteerd worden voor de totstandkoming van het tracé. Naast het MER wordt een Integrale Effecten Analyse (IEA) opgesteld. De IEA beschouwt naast omgevingsaspecten ook de aspecten milieu (op basis van het MER), kosten, techniek en toekomstvastheid. Op grond hiervan kiest de minister van Klimaat en Groene Groei in overeenstemming met de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de VKB voor het tracé.
De ministers betrekken de adviezen van de regionale overheden en de initiatiefnemer in hun keuze. Met hen gezamenlijk wordt gesproken over de consequenties van de aanleg van de waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen. De IEA wordt samen met de VKB ter inzage gelegd. Hierop kunt u reageren. De definitieve VKB wordt gepubliceerd als onderdeel van de ontwerpbesluiten. Op de ontwerpbesluiten kunt u een zienswijze indienen.
1
Sommige gemeenten hebben de gereserveerde PEH strook in hun omgevingsplan overgenomen als dubbelbestemming leidingen, in deze gevallen is de dubbelbestemming leidingen leidend.
19 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
Voor een volledig overzicht van de mijlpalen waarop formele inspraak mogelijk is en de bijbehorende planning, verwijzen wij naar de website van RVO/Bureau Energieprojecten: www.rvo.nl/d-r-c. Ook kunt u de participatiestappen vinden in de participatiekalender in de volgende paragraaf. Tijdens de terinzagelegging van dit Voornemen en voorstel voor participatie worden ook verschillende informatiebijeenkomsten georganiseerd. De data en locaties van de informatiebijeenkomsten en de manier waarop u kunt reageren, zijn te vinden op de website van RVO/Bureau Energieprojecten: www.rvo.nl/d-r-c. Algemene informatie over het voornemen, de planning en de procedure is te vinden op de website www.gasunie.nl/drc. Ook zijn hier contactgegevens te vinden zijn om rechtstreeks contact op te nemen.
3.8
Participatie op een rijtje: de participatiekalender
Tot aan het zogenoemde ‘onherroepelijk projectbesluit’ zijn er verschillende momenten waarop Hynetwork, CC(U)S Holding en KGG de omgeving formeel betrokken hebben of betrekken bij de DRC West. De volgende tabel is een overzicht van de stappen van de besluitvorming en de manier van participatie die daarbij hoort. De tabel volgt de projectprocedure conform de Omgevingswet, oftewel de aanpak van het voornemen. U ziet in deze tabel op welke momenten de officiële documenten worden gepubliceerd en u ze kunt inzien. Ook leest u wanneer en hoe u kunt meedenken of bijdragen. De planning is een voorlopige planning.
Tabel 3.1 Participatiekalender Stap in het proces
Manier van participatie
Kennisgeving Voornemen en Participatie September/oktober 2025
Informeren, vragen en reacties ophalen Met het Voornemen en het Voorstel voor Participatie benaderen we (KGG, Hynetwork en CC(U)S Holding) de brede omgeving (lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen). Het is de start van de verkenning zoals beschreven in dit voornemen. Het VenP is een uitnodiging om mogelijke samenwerking, ideeën, plannen of belangen kenbaar te maken. U kunt een reactie indienen op dit document. Deze reacties bundelen en toetsen we in een Nota van Antwoord, die we publiceren op de RVO-website. We informeren de omgeving op hoofdlijnen en iedereen die dat wil, kan meedenken en suggesties doen aan de projectorganisatie. Participatie instrumenten: publicatie Staatscourant en huis-aan-huis bladen langs het hele tracé; publicatie op www.rvo.nl/d-r-c; website: www.gasunie.nl/drc; openbare informatiebijeenkomsten; één op één gesprekken met maatschappelijke organisaties en bestuursorganen • Ambtelijke en bestuurlijke overleggen.
Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (cNRD) September/oktober 2025
Informeren, reacties ophalen, inspraak, advies ophalen We beschrijven in deze notitie wat we in het milieueffectrapport (MER) gaan onderzoeken, hoe we dat doen, in welk detailniveau en wat we in het plan-MER en het project-MER opnemen. Daarnaast publiceren we het Participatieplan. Na publicatie van de concept-NRD kunt u gedurende zes weken een zienswijze indienen. In deze periode vragen we ook de Commissie mer om advies. Deze zienswijzen wegen we mee bij het opstellen van de definitieve NRD. Specifieke aandachtspunten hierbij zijn bijvoorbeeld: of er iets mist bij de onderzoeken; of de juiste onderdelen worden onderzocht; of er andere optimalisaties onderzocht moeten worden. Participatie instrumenten: publicatie Staatscourant en huis-aan-huis bladen; publicatie op www.rvo.nl/d-r-c; website: www.gasunie.nl/drc; openbare informatiebijeenkomsten na publicatie van de concept-NRD;
20 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
Stap in het proces
Manier van participatie -
Definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau Q1 2026
raadpleging Commissie mer; bestuurlijke overleggen; één op één of geclusterde gesprekken met lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen; nieuwsbrief (aanmelden).
Informeren Ingediende zienswijzen toetsen we inhoudelijk en bundelen we in een Nota van Antwoord. De Minister voor Klimaat en Groene Groei stelt op basis hiervan en het advies van de Commissie mer vervolgens de definitieve NRD vast. Participatie instrumenten: publicatie op www.rvo.nl/d-r-c; website: www.gasunie.nl/drc; nieuwsbrief (aanmelden).
Voorkeursbeslissing Q4 2026/ Q1 2027
Informeren, reacties ophalen, advies ophalen We publiceren een voorkeursbeslissing. Tevens beschrijven we in het plan-MER waar we binnen de gereserveerde PEH strook liggen en waar en waarom we daarvan afwijken. We brengen de effecten van de afwijkingen in beeld. In de Integrale Effectanalyse beschrijven we voor het gehele tracé de effecten op het gebied van milieu, omgeving, techniek, toekomstvastheid en kosten. Daarnaast actualiseren we het Participatieplan. Na publicatie kunt u gedurende zes weken een reactie indienen op deze documenten. Daarnaast raadplegen we bestuurs- en overheidsorganen, professionele en maatschappelijke organisaties over het milieueffectrapport plan-MER, de IEA en de voorkeursbeslissing. We vragen de Commissie mer om advies. Daarnaast actualiseren we het Participatieplan voor de volgende stap. Dit is ook het moment waar wordt gekeken of er nog synergievoordelen zijn voor waterstof en CO2 in een gezamenlijke projectprocedure.
Participatie instrumenten: publicatie Staatscourant en huis-aan-huis bladen; publicatie op www.rvo.nl/d-r-c; website: www.gasunie.nl/drc; openbare informatiebijeenkomsten na publicatie van de concept-NRD; raadpleging Commissie mer; bestuurlijke overleggen; één op één of geclusterde gesprekken met lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen; werksessies over inhoudelijke onderdelen van het plan-MER; nieuwsbrief (aanmelden).
Voorbereidingsbesluit
Informeren Een besluit van KGG gebaseerd op de VKB. Met het voorbereidingsbesluit wordt geborgd dat er geen andere fysieke activiteiten of besluitvorming in het projectgebied plaatsvinden die de realisatie van het voornemen belemmeren.
Ontwerp-projectbesluit en overige besluiten Q4 2028
Informeren, reacties ophalen We raadplegen vergunningverlenende partijen in de periode voorafgaand aan het ter inzage leggen van het ontwerp-projectbesluit en de overige ontwerpbesluiten (waaronder vergunningen). We leggen het ontwerp-projectbesluit en de overige ontwerpbesluiten gedurende zes weken ter inzage, samen met het project-MER. In deze periode kunt u een zienswijze indienen. De zienswijzen wegen we mee bij het vaststellen van de definitieve besluiten. In deze periode vragen we ook de Commissie mer om advies over het project-MER. Participatie instrumenten: publicatie in Staatscourant en huis-aan-huis bladen; publicatie op www.rvo.nl/d-r-c; geclusterde een-op-een gesprekken met bestuursorganen; website: www.gasunie.nl/drc; openbare informatiebijeenkomsten;
21 | 22
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief
Stap in het proces
Manier van participatie -
Definitief projectbesluit en overige besluiten (mogelijkheid tot beroep) Q2 2029
nieuwsbrief (aanmelden).
Informeren, beroep We leggen het definitieve projectbesluit en de overige besluiten gedurende zes weken ter inzage. Belanghebbenden die het niet eens zijn met het vastgestelde projectbesluit en de overige besluiten kunnen in deze periode beroep aantekenen (in eerste en enige aanleg) bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Participatie instrumenten: publicatie in Staatscourant en huis-aan-huis bladen; publicatie op www.rvo.nl/d-r-c; website: www.gasunie.nl/drc; mogelijkheid tot indienen beroep; nieuwsbrief (aanmelden).
Onherroepelijk projectbesluit en overige besluiten (mogelijkheid tot beroep) Q2 2029
22 | 22
Het projectbesluit en de overige besluiten worden onherroepelijk na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Witteveen+Bos | 145966/25-008.949 | Definitief