RIB 25-82 Wet van School naar Duurzaam Werk 2026-2029 RMC regio-35 Midden Brabant
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Nummer: 25-82 Datum: 4 november 2025 Onderwerp: Wet van School naar Duurzaam Werk 2026-2029 RMC Regio-35 MiddenBrabant Portefeuillehouder: A. Timm Aan de gemeenteraad van Dongen, Aanleiding De wet van school naar duurzaam werk (WSDW) treedt op 1 januari 2026 in werking. Dit is een nieuwe wet. Doel van de wet is jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt beter te ondersteunen en hun arbeidspotentieel zoveel mogelijk te benutten. Hierbij wordt de leeftijd van 23 jaar verhoogd naar 27 jaar. De overstap van kwetsbare jongeren van onderwijs naar de arbeidsmarkt wordt verbeterd door verplichte samenwerking tussen scholen, doorstroompunten, de gemeenten (artikel 7a Participatiewet) en de arbeidsmarktregio. De wet verplicht regio’s om een gezamenlijk regionaal programma vast te stellen dat gericht is op: -
Het terugdringen van voortijdig schoolverlaters (VSV) en thuiszitten;
-
Begeleiding van jongeren naar vervolgonderwijs, werk of participatie;
-
Duurzame arbeidsparticipatie voor jongeren tot 27 jaar zonder startkwalificatie (Voortgezet onderwijs (VO), middelbaar beroepsonderwijs (mbo), Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) en Praktijkonderwijs (PrO) en voortijdig schoolverlaters).
De gemeente(n), de scholen en doorstroompunten hebben per 1 januari 2026 de plicht om de WSDW uit te voeren. Gezamenlijk hebben wij als regio1 de mogelijkheid om voor de uitvoering van deze wet vóór 31 januari 2026 gezamenlijk een subsidieaanvraag (SPUK) in te dienen bij het ministerie van onderwijs. Deze aanvraag moet in gezamenlijkheid gebeuren waarbij er bij elke betrokken gemeente een uniform collegebesluit moet zijn op de vier actielijnen, de verdeling van de financiële verdeelsleutel en het mandateren van
1
Regio-35 Midden Brabant: Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon
op Zand, Oisterwijk, (centrumgemeente) Tilburg, Waalwijk.
centrumgemeente Tilburg voor de coördinatie, financiële verantwoording en monitoring van de uitvoering. Dit uniforme collegebesluit in de regio is voor elke uitvoeringspartner noodzakelijk om in aanmerking te komen voor een financiële subsidie van deze SPUK. Participatiewet Tevens moet er een aanpassing komen aan de re-integratie verordening (artikel 7a van de participatiewet). Er wordt landelijk gewerkt aan een aanpassing van de modelverordening van de VNG, welke uiterlijk Q2 2026 wordt verwacht. Iedere afzonderlijke gemeente moet deze lokaal (met terugwerkende kracht) laten vaststellen in de gemeenteraad. Voor de gemeente Dongen valt dit samen met de wijzigingen die aangebracht moeten worden in het kader van de Participatiewet in balans. Bij dit proces wordt ook de adviesraad Participatiewet betrokken. De adviesraad Participatiewet is hierover geïnformeerd en zij reageerden hier naar omstandigheden positief op. Op 3 december ontvangen zij een aanvullende presentatie over de participatiewet in balans en de WSDW. Collegebesluit Op 4 november 2025 heeft het college positief besloten op de vier actielijnen, de verdeling van de financiële verdeelsleutel en het mandateren van centrumgemeente Tilburg voor de coördinatie, financiële verantwoording en monitoring van de uitvoering.
Middels deze RIB brengt het college de raad op de hoogte van de inhoud van dit besluit en het proces dat hier de komende periode doorlopen wordt. De 4 actielijnen met bijbehorende 10 maatregelen: 1. Vergroten van het startkwalificatiepercentage en versterken van maatwerk in het onderwijs. (Outreachende aanpak & casusregie DSP (her activering thuiszitters (warme overdracht en monitoring)), extra begeleiding PRO/VSO (nazorg 2 jaar) en overstapcoaches). a. Extra begeleiding kwetsbare jongeren VSO-PRO, VO, MBO bij overgang naar het MBO, werk of dagbesteding/ best passende plek (onderwijs, werk of dagbesteding); b. Nieuwkomers- versterken overgang ISK/ V(S)O →MBO en arbeidstoeleiding en inburgering; c. Samenwerking op en ontwikkeling van maatwerktrajecten jongeren zonder startkwalificatie (bijvoorbeeld leerwerktrajecten) met onderwijs, DSP, arbeidsmarkt en ketenpartners).
2. Signalering en ondersteuning van kwetsbare jongeren (Jongeren (dreigend) VSV ondersteunen richting onderwijs en arbeid. Doorlopende leerroutes mbo-arbeidsmarkt. Overgangsdossier van school naar werk). a. Havo/vwo-jongeren die vroegtijdig de overstap maken naar het MBO extra ondersteunen; b. Voor jongeren met multi problematiek: verbeteren aansluiting en samenwerking onderwijsdomein, arbeidsmarkt en sociaal domein; c. Preventieve regionale onderwijsomgeving ontwikkelen voor jongeren die heroriënteren en daar waar mogelijk behalen van een startkwalificatie. Hierbij gebruik maken van ervaringen uit eerdere maatregelen. 3. Bevorderen van duurzame uitstroom naar vervolg onderwijs en/of werk (Nazorg Bol en BBL 1-2 MBO studenten. Extra inzet jongeren 23-27 jaar zonder startkwalificatie). a. Zorg-onderwijs-werk interventies (pilot), integrale expertgroep voor zware casuïstiek. 4. Versterken regionale samenwerking, regie en lerende aanpak (Regionale coördinatie & bestuurlijke ondersteuning). a. Monitoring & datadeling met extra aandacht voor schoolaanwezigheid. We hebben elke jongeren op de kritische momenten in beeld; b. Regio brede kennisdeling en vernieuwing (expertgroep en regionale routekaart); c. Jongerenparticipatie versterken (jongerenraad etc.). Voor deze 4 actielijnen zijn 10 maatregelen op hoofdlijnen ontworpen, zoals hierboven onder de a,b,c te lezen is.
De komende periode worden deze maatregelen in regionale projectgroepen nader uitgewerkt. Deze uitwerking moet uiterlijk 31 januari 2026 klaar zijn voor indiening bij de subsidieaanvraag. De uitvoering van deze actielijnen en bijbehorende maatregelen is een samenwerking tussen het onderwijs, doorstroompunt, uitvoering P-wet en arbeidsmarkt. Financiën De totale rijksmiddelen voor regio-35 Midden-Brabant bedragen circa € 3,93 miljoen per jaar en zijn beschikbaar voor de periode 2026–2029 (oftewel €15,73 miljoen voor de gehele periode). Deze middelen zijn semi-structureel.
De middelen voor de volgende programmaperiode worden weer via de SPUK uitgekeerd. Dit zijn richtbedragen, deze zijn nog niet officieel vastgesteld en beschikt door het ministerie. Het bedrag wordt jaarlijks toegekend en vastgesteld door OCW. Het is opgebouwd uit de volgende bedragen voor 2026 en verder (meest recente bedragen, uit de regeling, onderdeel van de internetconsultatie): •
Subsidie contactschool voor het regionaal programma € 1.035.134
•
Specifieke uitkering aan contactgemeente voor het reg. programma € 1.233.636
•
Specifieke uitkering aan contactgemeente voor Doorstroomfunctie € 1.663.108
Totaalbedrag regionaal € 3.931.878 Daarnaast ontvangen gemeenten individueel een uitkering voor de uitvoering van het nieuwe artikel 7a van de Participatiewet: •
Specifieke uitkering individuele gemeenten voor uitvoering art 7a Participatiewet, € 227.368
De middelen die naar centrumgemeente Tilburg gaan vanuit het rijk, worden via de BERAP verwerkt in de gemeentelijke begroting. Subsidie contactschool voor het regionaal programma Deze subsidie voor uitvoering van het regionaal programma is bedoeld als tegemoetkoming voor het onderwijs, om te kunnen voldoen aan de nieuwe verplichtingen die de wet van hen vraagt. In Midden-Brabant is Yonder de contactschool. De subsidie zal door Yonder worden uitgekeerd aan alle deelnemende scholen. De verantwoording gebeurt door het onderwijs. Specifieke uitkering aan contactgemeente voor het regionaal programma De uitkering voor de uitvoering van het regionaal programma wordt uitgekeerd aan de contactgemeente. Vanuit de maatregelen hebben de vertegenwoordigers van het onderwijs, Doorstroompunt, de gemeenten (artikel 7a Participatiewet) en de arbeidsmarktregio ervoor gekozen om het budget als volgt te verdelen over de vier actielijnen:
Actielijn
Bedrag
1
Vergroten van het startkwalificatiepercentage en 493.454,versterken van maatwerk in het onderwijs
2
Signalering en ondersteuning van kwetsbare
123.364,-
jongeren 3
Bevorderen van duurzame uitstroom naar
493.454,-
vervolgonderwijs en/of werk 4
Versterken regionale samenwerking, regie en
123.364,-
lerende aanpak Totaal
1.233.636,-
Financiële verdeelsleutel Per maatregel verdelen we de kosten evenredig over de partners, conform de regionaal afgesproken verdeelsleutel 40–30–30: 1.
40% Doorstroompunt Midden-Brabant (DSP, RMC regio 35): regie, monitoring,
outreachende aanpak VSV, coördinatie en verantwoording, extra doelgroep 23 tot 27 jaar. 2.
30% Onderwijs (VO/MBO/VSO/PrO): begeleiding, voorkomen VSV,
maatwerktrajecten, startkwalificatie. 3.
30% Gemeenten (artikel 7a Participatiewet)t/arbeidsmarkt: begeleiding naar
werk/participatie, toeleiding werkgevers. Hierbij stellen we dat het beschikbare bedrag kaderstellend is. Als de ambities in de uitwerking van de maatregelen hoger zijn dan de beschikbare middelen, stellen we de ambities in de uitwerking bij. In de evaluatie nemen we de uitwerking hiervan en de toereikendheid van het budget in relatie tot de ambities mee. De verantwoording gebeurt door het onderwijs, Doorstroompunt Midden-Brabant, gemeenten en arbeidsmarktregio, onder regie van de centrumgemeente Tilburg. Specifieke uitkering (SPUK) individuele gemeenten voor uitvoering van artikel 7a van de Participatie-wet De SPUK Brabant voor de extra werkzaamheden in het kader van het nieuwe artikel 7a van de Participatie-wet komt per gemeenten in Midden-Brabant neer op de volgende indicatieve bedragen (Het ministerie heeft nog definitieve bedragen bekend gemaakt):
Gemeente Alphen Chaam
€ 2.395
Baarle Nassau
€ 2.297
Dongen
€ 10.278
Gilze Rijen
€ 13.793
Goirle
€ 7.955
Heusden
€ 17.866
Hilvarenbeek
€ 4.889
Loon op Zand
€ 8.089
Oisterwijk
€ 13.626
Tilburg
€ 122.623
Waalwijk
€ 23.189
Mandaat centrumgemeente Tilburg voor coördinatie, financiële verantwoording en monitoring namens de regio-35 Midden Brabant De uitkering voor de uitbreiding van de werkzaamheden van het Doorstroompunt MiddenBrabant wordt uitgekeerd aan contactgemeente en centrumgemeente Tilburg. In de regio Midden-Brabant is het Doorstroompunt onderdeel van centrumgemeente Tilburg, afdeling Veiligheid en Wijken, team Leerplicht–Doorstroompunt. Het Doorstroompunt vervult hierbij de rol van regionale regievoerder en uitvoerder. Dat betekent dat Tilburg voor alle regiogemeenten verantwoordelijk is voor de coördinatie, registratie en begeleiding van jongeren zonder startkwalificatie, in nauwe samenwerking met onderwijsinstellingen, gemeenten en ketenpartners. Het Doorstroompunt Midden-Brabant heeft als taak om jongeren van 18 tot 27 jaar zonder startkwalificatie in beeld te brengen, te begeleiden en samen met onderwijs, gemeenten en ketenpartners te ondersteunen richting onderwijs, werk of zorg. Tilburg voert deze taak uit voor alle tien regiogemeenten in MiddenBrabant en is verantwoordelijk voor de regionale coördinatie, registratie en rapportage richting het Rijk. De verantwoording gebeurt door Doorstroompunt Midden-Brabant, onder regie van de centrumgemeente Tilburg.
Na vaststelling door het college wordt de uitvoering verder vormgegeven in samenwerking met: 1.
Partners per actielijn: via het kernteam WSDW en de onderliggende
uitvoeringsnetwerken worden gemeenten, onderwijsinstellingen, het Doorstroompunt Midden-Brabant, de uitvoering van de gemeenten (artikel 7a Participatiewet), de arbeidsmarkt en zorgpartners actief betrokken bij de verdere uitwerking en uitvoering per maatregel onder de actielijnen. 2.
Jongeren: jongerenparticipatie is een van de vereisten van de WSDW en maakt
integraal onderdeel van het regionaal programma en van de uitwerking van de maatregelen. Het zwaartepunt van het organiseren van jongerenparticipatie zal liggen bij de onderwijspartners. Er wordt een jongerenraad opgericht die adviseert over uitvoering en resultaten. Daarnaast wordt via gemeentelijke websites en wordt outreachend met de doelgroep 23–27 jaar gecommuniceerd. 3.
Ondernemers en werkgevers: worden betrokken via de arbeidsmarktregio en de nog
nader te bepalen regionale structuur (Werkcentrum Midden-Brabant). De precieze invulling van deze samenwerking wordt in de komende periode verder uitgewerkt via de maatregelen, in afstemming met partners. 4.
Andere overheden: afstemming vindt plaats met het Rijk (OCW) in het kader van
monitoring, verantwoording en landelijke beleidsontwikkeling. Hiermee wordt geborgd dat inwoners, instellingen, partners, jongeren, ondernemers en andere overheden structureel bij de uitvoering betrokken blijven. De uitvoering wordt jaarlijks gemonitord en geëvalueerd door het Doorstroompunt MiddenBrabant, in samenwerking met de partners. De resultaten per actielijn, de financiële verantwoording (40–30–30) en voorstellen voor eventuele bijsturing worden vastgelegd in het regionale jaarverslag. De voortgang wordt gevolgd in de jaarlijkse programmacyclus, met inhoudelijke en financiële rapportages aan RAO, RBO, colleges en raden. Deze rapportages vinden plaats in Q1 van het daaropvolgende kalenderjaar, zodat resultaten tijdig bestuurlijk kunnen worden besproken en bijgestuurd. Na afloop van de programmaperiode 2026–2029 wordt conform de WSDW een nieuw regionaal programma met maatregelen opgesteld en vastgesteld. De uitkomsten van de jaarlijkse monitoring vormen daarbij de onderlegger. Besluitvorming gemeenteraad Naar verwachting komen wij in Q3 2026 bij uw raad terug voor de besluitvorming over aanpassingen als gevolg van de Participatiewet in balans voor de lokale
Participatieverordening. De uiteindelijke planning is mede afhankelijk van het moment waarop de modelverordening van de VNG gereed is.
Het college van burgemeester en wethouders,
Dr. G.W. Goedmakers
Ir. J.C. Slagboom
Secretaris
Burgemeester