CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 25-80 Bijl1- Meedoen mogelijk maken

Commissie Samenleving 4 december 2025, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven8.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meedoen mogelijk maken Verkenning naar gratis sporten voor alle kinderen en jongeren in Dongen.

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................ i 1. Inleiding ............................................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding en doelstelling ............................................................................................ 1 1.2 Vraagstelling en onderzoeksdoelen ............................................................................. 1 1.3 Opbouw van het rapport............................................................................................... 2 1.4 Onderzoekskader......................................................................................................... 3 2. Context en huidige situatie ................................................................................................ 4 2.1 Aantal kinderen en sportdeelname ............................................................................. 4 2.3 Armoede en financiële drempels .................................................................................. 6 2.4 Bestaande regelingen en ondersteuning ...................................................................... 7 Dongen Doet Mee ..........................................................................................................

7 Stichting Leergeld West-Brabant Oost (wbo) .................................................................. 8 2.5 Beleidskader en signalen uit de praktijk ....................................................................... 9 2.6 Capaciteit en uitvoerbaarheid bij verenigingen ............................................................10 2.7 Conclusie huidige situatie ...........................................................................................11 3. Maatschappelijke meerwaarde van sport..........................................................................13 3.1 Gezondheid en welzijn ................................................................................................13 3.2 Sociale cohesie en kansengelijkheid ...........................................................................13 3.3 Maatschappelijke baten: SROI in de gemeente Dongen .............................................13 4.

Inzichten uit andere gemeenten .......................................................................................15 4.1 Overschie (Rotterdam) - Gratis sporten voor basisschoolkinderen ..............................15 4.2 Gemeente Waadhoeke (Friesland) - Tegoed voor jeugd .............................................16 4.3 Den Haag - Tegoed voor kinderen vanaf 7 jaar ...........................................................17 4.4 Gemeente Venlo – het nijntje Beweegdiploma ............................................................18 4.5 Westerkwartier – beleidsverkenning............................................................................18 4.6 Wat we meenemen uit andere gemeenten ..................................................................19 5. Kosten van sporten in Dongen .........................................................................................20 5.1 Contributiekosten: bandbreedte en variatie .................................................................20 i

5.2 Bijkomende kosten en drempels .................................................................................21 6. Scenario: Gratis sporten ...................................................................................................22 6.1 Opzet van het voorstel ................................................................................................22 6.2 Principes en uitgangspunten .......................................................................................22 6.3 Voor- en nadelen van het scenario .............................................................................23 6.4 Randvoorwaarden voor succesvolle uitvoering ..............................................................24 6.5 Financiële doorrekening en impact..............................................................................24 6.6 Breder kostenbeeld: meer dan alleen vergoeding van contributie ...............................26 7. Conclusie .........................................................................................................................27 8. Gebruikte bronnen en geraadpleegde documenten ..........................................................29

ii

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling In het coalitieakkoord 2022–2026 van de gemeente Dongen staat: "We gunnen ieder kind een sociaal vangnet. We onderzoeken daarom of het mogelijk maken van gratis sporten voor kinderen hieraan bijdraagt." Vanuit deze ambitie wil de gemeente verkennen in hoeverre het wegnemen van financiële drempels door sportdeelname bijdraagt aan gelijke kansen voor álle kinderen, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond. Gratis toegang tot een sportactiviteit wordt daarbij niet enkel gezien als een middel tot meer beweging, maar ook als een manier om: • Sociale uitsluiting te verminderen; • De gezondheid en het welzijn van kinderen en jongeren te versterken; • Deelname aan het verenigingsleven en sociale netwerken te bevorderen; • Gelijke kansen te creëren voor álle kinderen om mee te doen en zich verbonden te voelen met de samenleving – ongeacht achtergrond of omstandigheden. Het doel van dit onderzoek is het verkennen van haalbaarheid, impact en mogelijke scenario’s om gratis sporten voor kinderen en jongeren in de gemeente Dongen te realiseren. Daarbij kijken we niet alleen naar financiële consequenties, maar ook naar maatschappelijke meerwaarde, uitvoerbaarheid en duurzaamheid.

1.2 Vraagstelling en onderzoeksdoelen In dit onderzoek staat de vraag centraal hoe de gemeente Dongen gratis sport voor kinderen en jongeren van 4 tot en met 17 jaar op een haalbare, effectieve en duurzame manier zou kunnen organiseren. Daarbij kijken we niet alleen naar wat het kost, maar vooral ook naar wat het oplevert – voor kinderen en de samenleving als geheel.

1

Om deze hoofdvraag te beantwoorden, gaan we in op de volgende deelvragen: • Hoeveel kinderen en jongeren sporten er nu in Dongen, en wat weten we over de deelname aan verenigingen? • Welke regelingen bestaan er al, en waar ervaren gezinnen nog praktische of financiële drempels? • Welke maatschappelijke meerwaarde kan sport bieden, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, welzijn en kansengelijkheid? • Wat kunnen we leren van andere gemeenten die eerder met gratis sport of vergelijkbare initiatieven hebben gewerkt, zoals Overschie, Venlo en Den Haag? • Welke uitvoeringsvarianten zijn denkbaar voor Dongen, en wat betekent dat voor verenigingen, vrijwilligers en de uitvoerbaarheid? • En tot slot: wat zijn de financiële en organisatorische consequenties van deze scenario’s, en hoe zouden ze eventueel gedekt kunnen worden? Het onderzoek is bedoeld om een visie neer te leggen over ‘gratis sporten’, om beleidskeuzes goed onderbouwd te kunnen maken, met oog voor de lokale praktijk én inspiratie uit het land.

1.3 Opbouw van het rapport We beginnen dit rapport in hoofdstuk 2 met een schets van de huidige situatie in Dongen. Hoeveel kinderen en jongeren sporten er? Welke regelingen bestaan er al om sportdeelname te ondersteunen? En waar lopen gezinnen en verenigingen tegenaan? In hoofdstuk 3 staan we stil bij de waarde van sport voor kinderen en jongeren. Wat levert het eigenlijk op – niet alleen voor hun gezondheid, maar ook voor hun zelfvertrouwen, sociale contacten en kansen in de samenleving? Vervolgens kijken we in hoofdstuk 4 over de gemeentegrenzen heen. Wat kunnen we leren van andere gemeenten die al ervaring hebben met gratis sporten? Inspirerende voorbeelden uit onder meer Overschie, Venlo en Den Haag geven richting en houvast. Daarna gaan we in hoofdstuk 5 in op de financiële kant van sportdeelname. We brengen de gemiddelde contributies van sportverenigingen in Dongen in kaart en plaatsen die in perspectief met landelijke cijfers. Ook kijken we naar bijkomende kosten die voor veel gezinnen een extra drempel vormen, én naar de mogelijke maatschappelijke baten van meer sportende kinderen. In hoofdstuk 6 zetten we een concreet scenario uiteen waarin sporten voor alle kinderen en jongeren in Dongen gratis beschikbaar wordt. Dit scenario is gebaseerd op gelijke kansen, zonder inkomensgrens of aanvullende voorwaarden.

Daarbij kijken we niet alleen naar de kosten en uitvoerbaarheid, maar ook naar mogelijke opbrengsten op het gebied van gezondheid, participatie en gelijke kansen. Het hoofdstuk benoemt ook de praktische 2

randvoorwaarden, zoals communicatie, administratieve lasten en de draagkracht van verenigingen. In hoofdstuk 7 sluiten we af met de belangrijkste conclusies. We wegen de inzichten uit het onderzoek af: wat zijn de kansen, waar zitten de knelpunten, en wat vraagt dit van de gemeente en het lokale verenigingsleven? Daarbij formuleren we aandachtspunten die kunnen helpen bij een eventueel vervolg of verbreding van het beleid.

1.4 Onderzoekskader Dit onderzoek richt zich op kinderen en jongeren van 4 tot en met 17 jaar die wonen in de gemeente Dongen. Binnen deze doelgroep onderscheiden we: • 4 t/m 11 jaar (kinderen in de basisschoolleeftijd) • 12 t/m 17 jaar (jongeren in de leeftijd van het voortgezet onderwijs). We onderzoeken de haalbaarheid van maximaal één kosteloos sportlidmaatschap per kind, op voorwaarde dat de sport wordt beoefend bij een vereniging binnen de gemeentegrenzen. Het onderzoek richt zich uitsluitend op sport die wordt beoefend binnen verenigingen. De keuze hiervoor is gebaseerd op meerdere overwegingen: • Dongen kent een actief en stevig verankerd verenigingsleven, gedragen door vrijwilligers; • Sportverenigingen vervullen een sociale functie en zijn laagdrempelig bereikbaar voor jeugd; • De gemeente onderhoudt al structurele relaties met verenigingen via subsidies en het sportakkoord, wat samenwerking en uitvoerbaarheid vergemakkelijkt; • Sportaanbod via commerciële of particuliere aanbieders, zoals dansscholen of fitnesscentra, valt daarom buiten de scope van dit onderzoek.

Definitie van sport Met “sport” bedoelen we elke vorm van georganiseerde fysieke activiteit die bijdraagt aan: • Lichamelijke gezondheid; • Sociale ontwikkeling; • Zelfvertrouwen en emotioneel welzijn. Jongvolwassenen Hoewel dit onderzoek zich richt op de verkenning voor gratis sporten voor kinderen en jongeren tot 18 jaar, wordt in de praktijk regelmatig gesignaleerd dat ook jongvolwassenen (18-27 jaar) financiële drempels ervaren om te kunnen sporten. Deze groep kan eventueel in een volgend beleidsproces worden meegenomen.

3

2. Context en huidige situatie Voorafgaand aan het schetsen van scenario’s en kosten is het belangrijk om de doelgroep en de huidige situatie te onderzoeken. We kijken hierbij naar: 1. Het aantal kinderen en jongeren in Dongen, hun sportgedrag en welke financiële drempels zij ervaren; 2. Het huidige (sport)beleid en signalen uit de praktijk die aanleiding geven voor een andere aanpak.

2.1 Aantal kinderen en sportdeelname De gemeente Dongen telt 3.850 kinderen en jongeren in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar. Deze leeftijdsgroep is de primaire doelgroep van dit onderzoek. Op basis van leerling prognoses voor de gemeente Dongen verwachten we de komende jaren een lichte groei. Leeftijd

4 t/m 11 jaar

12 t/m 17 jaar

4 t/m 17 jaar

Aantal kinderen

2.185

1.665

3.850

Tabel 1: Gegevens gebaseerd op cijfers april 2025

Sportdeelname in Dongen: officiële cijfers, populaire sporten en de werkelijkheid NOC*NSF verzamelt jaarlijks gegevens over georganiseerde sportdeelname op basis van ledenaantallen van sportbonden. Het gaat hierbij alleen om kinderen en jongeren die formeel zijn aangemeld bij een sportvereniging die is aangesloten bij een bond. Sporters buiten de bond – zoals bij dansscholen, freerunning, fitness of naschools aanbod via de buurtsportcoach – worden hierin niet meegenomen. Ook kennismakingslessen of losse activiteiten blijven buiten beeld. Daarnaast melden niet alle verenigingen al hun leden aan bij de bond. Denk aan jongere kinderen die (nog) geen wedstrijden spelen, recreatieve groepen of situaties waarin de administratieve lasten een belemmering vormen. De officiële cijfers geven dus vooral een ondergrens: het daadwerkelijke aantal sportende kinderen in Dongen ligt waarschijnlijk hoger.

4

Het aantal kinderen dat lid is van een lokale sportvereniging en aangesloten is bij een sportbond: • Kinderen van 4 t/m 11 jaar: 1.014 bond geregistreerde leden; • Jeugd van 12 t/m 17 jaar: 949 bond geregistreerde leden. Leeftijds-

Inwoners

Aantal leden

groep

Huidige %

Landelijk*

sporters

4 t/m 11 jaar

2.185

1.014

46%

41%

12 t/m 17 jaar

1.665

949

57%

55%

Totaal

3.850

1963

51%

47%

Georganiseerde sportdeelname in de gemeente Dongen per leeftijdscategorie. *Gegevens van NOC*NSF

Dat betekent dat in Dongen 46% van de jongere groep en 57% van de oudere groep lid is van een sportbond. Gemiddeld genomen komt dat neer op 51% van alle kinderen en jongeren van 4 t/m 17 jaar. Opvallend is dat Dongen vier voetbalverenigingen kent, terwijl de bond slechts 816 voetballende kinderen registreert (387 in de jongere groep, 429 in de oudere). Dit verschil onderstreept het vermoeden dat officiële bondscijfers niet het volledige verenigingsleven weerspiegelen. Als we kijken naar de populairste sporten binnen de georganiseerde sport in Dongen zien we: Bij kinderen van 4 t/m 11 jaar: • Voetbal (387 leden) • Gym & turnen (243 leden) • Hockey (114 leden) Bij jongeren van 12 t/m 17 jaar: • Voetbal (429 leden) • Hockey (160 leden) • Handbal (61 leden) Deze verdeling sluit aan bij het klassieke verenigingslandschap van Dongen, met een sterke nadruk op teamsporten. Kortom: de officiële registratiecijfers geven een nuttig ijkpunt, maar laten niet het hele verhaal zien. De werkelijke sportdeelname in Dongen ligt naar verwachting hoger, zeker wanneer ook het niet-georganiseerde en recreatieve aanbod wordt meegenomen.

5

Vergelijking met landelijke cijfers Om de sportdeelname in Dongen goed in perspectief te plaatsen, is het zinvol deze te vergelijken met landelijke cijfers. Op verzoek heeft NOC*NSF een analyse gemaakt van het aantal sportbondleden in Nederland per leeftijdscategorie, afgezet tegen bevolkingsgegevens van het CBS. Dongen scoort daarmee iets boven het landelijk gemiddelde als het gaat om georganiseerde sportdeelname. Dat is een positief resultaat, zeker gezien de landelijke trend waarin het sportbondslidmaatschap onder jongeren de afgelopen jaren onder druk staat. Wel geldt dat deze cijfers uitsluitend betrekking hebben op formele lidmaatschappen bij verenigingen die zijn aangesloten bij een sportbond. Sporters die actief zijn bij commerciële of niet-gebonden aanbieders, zoals dansscholen, freerunclubs, fitness, naschools aanbod of informele sportinitiatieven, zijn hierin niet meegenomen. De werkelijke sportdeelname ligt dus vermoedelijk nog hoger. Tegelijk blijft het belangrijk om drempels te verlagen, zodat ieder kind de kans krijgt om structureel mee te doen. Financiële belemmeringen mogen daarbij geen belemmering vormen, zeker niet in de jongste leeftijdsgroep — waar de basis wordt gelegd voor een leven lang sporten en bewegen.

2.3 Armoede en financiële drempels Hoewel Dongen een relatief welvarende gemeente is, groeit naar schatting 4,9% van de kinderen (4 t/m 18 jaar) op in een minimahuishouden met een inkomen tot 120%. Voor deze minimahuishoudens vormen contributie, materialen en extra kosten zoals vervoer vaak een belemmering om lid te worden van een sportvereniging. Uit onderzoek van het Kenniscentrum Sport & Bewegen (Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2025) blijkt dat 75% van de kinderen die nu niet sporten, wél aangeeft dat ze zouden willen sporten als de financiële drempel wordt weggenomen. Naast huishoudens in armoede is er ook sprake van ‘verborgen armoede’: gezinnen die net boven de inkomensgrens vallen, maar de kosten van sportlidmaatschappen niet kunnen dragen. Deze groep wordt vaak niet bereikt door bestaande regelingen.

6

2.4 Bestaande regelingen en ondersteuning De gemeente Dongen zet zich actief in om sportdeelname voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen toegankelijk te maken. Op dit moment zijn er twee regelingen die ondersteuning kunnen bieden: • Dongen Doet Mee • Stichting Leergeld West-Brabant Oost In de huidige situatie geldt dat Dongen Doet Mee als voorliggende voorziening wordt beschouwd. Ouders of verzorgers wordt in eerste instantie gevraagd om gebruik te maken van deze gemeentelijke regeling. Pas als het tegoed uit Dongen Doet Mee niet toereikend is, of wanneer een specifieke sportactiviteit niet binnen die regeling valt, kunnen zij aanvullend terecht bij Stichting Leergeld. Deze volgorde voorkomt doublures en maakt een doelmatige inzet van middelen mogelijk.

Dongen Doet Mee Deze lokale regeling richt zich op inwoners met een inkomen tot circa 120–130% van het sociaal minimum en beperkt vermogen. Hieronder de kernpunten: • Doel: Bevorderen van maatschappelijke participatie; kinderen kunnen meedoen aan sport, cultuur, educatie en recreatie; • Voor wie: Inwoners van Dongen met een inkomen ≤ 120–130% van het sociaal minimum, vermogen onder de norm, en geen studiefinanciering. Jongeren vanaf 18 met studiefinanciering vallen buiten scope; • Tegoed per leeftijdscategorie: € 100 voor kinderen tot 4 jaar € 200 voor 4‑11‑jarigen € 300 voor 12‑17‑jarigen € 175 voor personen 18 jaar en ouder Toepassing op sport: Het tegoed kan worden ingezet voor contributie van sportverenigingen; het geld wordt rechtstreeks aan de aanbieder overgemaakt. • Extra voordelen: Inwoners die aanspraak maken op deze regeling ontvangen ook een gratis busabonnement (‘Meedoenpas’) en soms aanvullende bonnen voor groente, fruit of kleding in bepaalde periodes; • Aanvraagproces: Digitale aanvraag via de gemeentelijke site; hulp beschikbaar via bibliotheek spreekuren of hulpinstanties zoals SWOD of Formulierenbrigade.

7

Stichting Leergeld West-Brabant Oost (wbo) Stichting Leergeld ondersteunt kinderen uit gezinnen met een laag inkomen bij het meedoen aan sport, cultuur en educatie. De stichting werkt samen met de gemeente Dongen en lokale verenigingen. In Dongen gaat het om de onderstaande aantallen: Jaar Aantal gezinnen Aantal kinderen 2023

46

61

2024

50

68

2025*

43*

61*

Stichting Leergeld kan geen uitsplitsing geven naar leeftijdscategorie. Wel is duidelijk dat het hier vaak om kinderen in de basisschool- en onderbouwleeftijd gaat. * Cijfers 1 januari – 1 oktober 2025

• Doel: Zorgen dat elk kind kans krijgt om deel te nemen aan bijvoorbeeld sport, ongeacht financiële situatie; • Voor wie: Gezinnen met een besteedbaar inkomen tot maximaal 120–130 % van het sociaal minimum komen in aanmerking voor ondersteuning; • Vergoedingen: Sportieve activiteiten, contributie, abonnementen € 400,Sportieve activiteiten kleding € 170,• Aanvraagproces: Na online of telefonisch contact volgt vaak een huisbezoek; financiële situatie wordt beoordeeld; vergoedingen gaan direct naar de club of aanbieder. Het budget wordt jaarlijks opnieuw beoordeeld; • Zwemles: Zwemles (en zwemkleding) kan worden vergoed vanaf circa 5 jaar, afhankelijk van de situatie en lokale uitvoering. Zwemlessen A + B € 800,-.

Wijziging per 1 januari 2026 De gemeenteraad is op 8 juli 2025 via raadsinformatiebrief 25-54 geïnformeerd over de geplande herinrichting van deze regelingen. Vanaf 1 januari 2026 verandert het volgende: 1. Er wordt één Kindpakket ingericht in samenwerking met Stichting Leergeld. 2. De regeling Dongen Doet Mee wordt vanaf die datum uitsluitend ingezet voor volwassenen.

8

Dat betekent dat alle ondersteuning voor kinderen en jongeren vanaf 2026 wordt gebundeld onder Stichting Leergeld, met als doel een efficiëntere uitvoering en betere aansluiting bij landelijke initiatieven. Tegelijkertijd vraagt deze overgang om extra aandacht voor bekendheid, toegankelijkheid en bereik onder ouders en verenigingen.

Knelpunten die nu worden ervaren: • Niet alle ouders zijn bekend met de regelingen of weten hoe ze een aanvraag kunnen doen; • Schaamte of trots kan leiden tot het niet aanvragen van hulp; • Gezinnen boven de inkomensgrens vallen buiten de boot, ondanks financiële stress; • Ouders geven aan dat het budget vanuit de Meedoeregeling snel op is. Sommige activiteiten die goed zijn voor de ontwikkeling van een kind, zoals bepaalde sporten, zijn te duur voor het budget (rapport leven in bestaansonzekerheid gemeente Dongen oktober 2024); • Niet alle verenigingen op de hoogte zijn van de bestaande regelingen.

2.5 Beleidskader en signalen uit de praktijk De gemeente Dongen zet actief in op het stimuleren van sport en bewegen. Dat gebeurt onder meer via het stimuleringsprogramma Sjors Sportief, het lokale sportakkoord, subsidies voor verenigingen en de inzet van buurtsportcoaches. Dit beleid is gericht op brede deelname, gezondheid en ontmoeting. Tegelijkertijd geven lokale partners — waaronder sportverenigingen, buurtsportcoaches en Stichting Leergeld — signalen af die aanleiding geven voor een verbreding of aanpassing van het bestaande beleid: • • • •

Er zijn nog steeds kinderen die níet sporten door financiële drempels; De vraag naar laagdrempelige ondersteuning neemt toe; Niet alleen contributie, maar ook kosten voor materiaal en vervoer spelen een rol; Sportverenigingen zijn enerzijds enthousiast over een grotere instroom van jeugdleden, maar maken zich zorgen over vrijblijvendheid en extra druk op vrijwilligers als sporten volledig gratis wordt; • Ook de groep jongeren van 18–27 jaar blijkt kwetsbaar, met toenemende schulden en afnemende sportdeelname. Deze signalen onderstrepen het belang van maatwerk en een goede uitvoerbaarheid bij het vormgeven van toekomstig sportbeleid.

9

2.6 Capaciteit en uitvoerbaarheid bij verenigingen Een cruciale factor bij het overwegen van gratis sporten voor jeugd is de daadwerkelijke uitvoerbaarheid binnen het bestaande verenigingsaanbod. In Dongen lopen sportverenigingen namelijk tegen duidelijke grenzen aan — vooral op het gebied van accommodatiecapaciteit en beschikbaarheid van vrijwilligers.

Accommodaties: grenzen zijn bereikt Sporthal De Salamander vormt het hart van het binnensportaanbod in Dongen, maar is structureel overbelast. Met name tijdens de piekuren op doordeweekse avonden (17.00– 21.00 uur) is de vraag naar zaalruimte groter dan het aanbod. Verenigingen geven aan jaarlijks met elkaar te 'strijden' om de beschikbare uurtjes; uitbreiding van (jeugd)groepen is hierdoor vaak niet mogelijk. In sommige gevallen is er zelfs sprake van een ledenstop. Daarnaast blijkt ook het weekendrooster een forse uitdaging. Meerdere verenigingen maken gebruik van De Salamander voor hun wedstrijden. Het opstellen van een sluitende en eerlijke planning is een terugkerende puzzel, mede door de overlap in wedstrijddagen en beperkte zaaltijd. Hierdoor wordt de mogelijkheid om extra teams of jeugdleden te plaatsen verder beperkt. In de wintermaanden neemt de druk op binnenruimte nog verder toe, omdat ook buitensportverenigingen — zoals hockey en handbal — tijdelijk naar binnen uitwijken. De zaalcapaciteit vormt daarmee een reële belemmering voor groei van het aantal sportende kinderen. Wanneer verenigingen vanwege ruimtegebrek geen extra kinderen kunnen toelaten, heeft het gratis maken van een sportlidmaatschap weinig effect. De financiële drempel verdwijnt, maar de praktische toegang blijft beperkt.

Resultaten vragenlijst sportverenigingen In het voorjaar van 2025 is een digitale vragenlijst uitgezet onder de Dongense sportverenigingen. Doel van deze inventarisatie was om een actueel en breed beeld te krijgen van de stand van zaken binnen het verenigingsleven: hoe gaat het met de clubs, waar lopen ze tegenaan, en waar hebben ze behoefte aan? In totaal hebben 19 van de 28 aangeschreven verenigingen de vragenlijst ingevuld. De resultaten geven inzicht in de ruimte om nieuwe (jeugd)leden te ontvangen én in de benodigde randvoorwaarden, zoals trainers en vrijwilligers. Van deze 19 respondenten geven 6 verenigingen aan dat zij geen sportaanbod voor jeugd aanbieden. Het ledenaantal is bij de meeste verenigingen stabiel of groeit. Alle verenigingen hebben hun ledenaantallen ingevuld, uitgesplitst naar leeftijd (4–12 jaar, 13–18 jaar en 18+). Dit geeft goed inzicht in de spreiding over jeugd- en volwassenleden. Voor de meeste leeftijdsgroepen 10

zijn er géén wachtlijsten. Wel zien we knelpunten bij de jongere jeugd door beperkte zaalruimte. Wachtlijsten voor jeugdleden 4–12 jaar • 3 verenigingen geven aan een wachtlijst te hebben: • BC Shot: geen zaal beschikbaar; • Gymvereniging DIA: groepen vol, uitbreiding niet mogelijk; • Yokoten judo: groepen vol, geen ruimte i.v.m. zaalcapaciteit bij de Cammeleur. Voldoende trainer-coaches beschikbaar • 10 verenigingen geven aan voldoende trainer-coaches te hebben; • 4 verenigingen ervaren regelmatig tekorten; • 4 verenigingen hebben een structureel tekort aan trainer-coaches. Hoewel een deel van de verenigingen voldoende trainers heeft en alle groepen worden begeleid door opgeleide coaches, signaleren andere verenigingen knelpunten. Bij ruim een derde van de respondenten is sprake van een (structureel) tekort aan trainers of een gebrek aan scholing. Dit maakt deze verenigingen kwetsbaar, zeker bij een groei van het aantal jeugdleden. Deze signalen sluiten aan bij een bredere landelijke trend: het structurele tekort aan trainercoaches binnen de sportsector. De uitdaging zit daarbij niet alleen in het vinden van geschikte mensen, maar vooral in het binden van vrijwilligers die zich voor langere tijd en met regelmaat willen inzetten.

Ondanks het bestaan van scholingsprogramma’s en ondersteuningstrajecten vanuit sportbonden of regionale netwerken, is de bereidheid om structureel vrijwilliger te worden afgenomen. 2.7 Conclusie huidige situatie Dongen beschikt over een sterke sportinfrastructuur met een rijk verenigingsleven en relatief hoge sportdeelname onder kinderen en jongeren. De deelnamecijfers liggen zelfs iets boven het landelijke gemiddelde. Toch sport nog lang niet ieder kind. Factoren die een rol kunnen spelen bij niet-deelname zijn onder andere financiële beperkingen (zoals contributie, sportkleding en materialen), onbekendheid met bestaande regelingen en schaamte om ondersteuning te vragen. Daarnaast vallen gezinnen die nét boven de inkomensgrens zitten, vaak buiten de bestaande voorzieningen. De huidige regelingen — Dongen Doet Mee, Stichting Leergeld en initiatieven zoals Sjors Sportief — bieden waardevolle ondersteuning, maar bereiken nog niet alle kinderen die baat zouden hebben bij extra hulp. Daarbij verandert de situatie per 1 januari 2026, als de kindvoorzieningen uit de Meedoenregeling worden ondergebracht bij Stichting Leergeld. Dit kan leiden tot een efficiëntere aanpak, maar vraagt om extra aandacht voor bekendheid, bereik en eenvoudige toegang.

11

Tegelijkertijd staat de uitvoeringspraktijk onder druk. Vooral de binnensportaccommodaties, zoals sporthal De Salamander, kampen met capaciteitsproblemen tijdens piekuren en in de weekenden. Sommige verenigingen hebben wachtlijsten, met name voor jongere jeugdleden, simpelweg omdat er geen ruimte of tijd meer beschikbaar is. Ook kampen verenigingen met een structureel tekort aan trainer-coaches en vrijwilligers — een probleem dat past in een landelijke trend. Ondanks ondersteunende trajecten is het steeds lastiger om vrijwilligers te vinden die zich voor langere tijd willen inzetten. De behoefte is helder: meer kinderen aan het sporten krijgen, juist ook uit gezinnen met minder kansen. Tegelijkertijd is de ruimte om die ambitie waar te maken beperkt. Als we financiële drempels willen verlagen, vraagt dat óók om versterking van de sportverenigingen. Zonder voldoende zaalruimte, trainers en vrijwilligers kunnen zij de toename van het aantal sportende kinderen niet opvangen. Toegankelijkheid en uitvoerbaarheid moeten daarom hand in hand gaan.

12

3. Maatschappelijke meerwaarde van sport 3.1 Gezondheid en welzijn Sport en bewegen dragen aantoonbaar bij aan de fysieke gezondheid, het zelfvertrouwen en het mentale welzijn van kinderen. Jongeren die regelmatig sporten, ervaren minder stress, zijn weerbaarder en voelen zich vaker gelukkig. Bovendien biedt sport structuur, plezier en een uitlaatklep voor energie.

3.2 Sociale cohesie en kansengelijkheid Sportverenigingen zijn méér dan een plek om te bewegen. Ze zijn ontmoetingsplaatsen waar kinderen van verschillende achtergronden samenkomen, vriendschappen sluiten en spelenderwijs leren samenwerken, rekening houden met anderen en omgaan met winst en verlies. Voor kinderen uit financieel kwetsbare gezinnen kan lid worden van een sportclub het verschil maken tussen buitensluiting en meedoen. Het (gericht) gratis aanbieden van sport kan deze kansengelijkheid vergroten, zeker als het beleid aansluit bij de werkelijke behoeften en ondersteund wordt door een toegankelijke uitvoering.

3.3 Maatschappelijke baten: SROI in de gemeente Dongen De maatschappelijke waarde van sport is niet alleen zichtbaar in persoonlijke ontwikkeling, maar wordt ook cijfermatig steeds beter onderbouwd. Via de methode van de Social Return On Investment (SROI) wordt gekeken wat elke euro aan sportinvestering oplevert in termen van maatschappelijke baten – zoals minder zorggebruik, betere schoolprestaties, hogere arbeidsparticipatie en meer welzijn. Voor de gemeente Dongen is dit concreet in kaart gebracht. Uit onderzoek van het Kenniscentrum Sport & Bewegen blijkt dat de SROI in Dongen 2,75 bedraagt. Met andere woorden: elke euro die de gemeente investeert in sport levert gemiddeld € 2,75 op aan maatschappelijke waarde. Ook is er gekeken naar een scenario waarbij 10% van de inwoners die nu nog niet voldoende bewegen, wél actief zou worden. Dat levert – verspreid over hun levensloop – een geschatte maatschappelijke opbrengst op van ruim € 2,5 miljoen. Denk daarbij aan verminderde zorgkosten, betere kansen op de arbeidsmarkt en een grotere zelfredzaamheid. Deze cijfers maken duidelijk: investeren in sport is niet alleen goed voor het kind of gezin dat 13

direct profiteert, maar ook verstandig beleid voor de samenleving als geheel. Sport doet veel goeds – voor kinderen én voor de samenleving als geheel. Investeren in sport loont dus, maar hoe pak je dat het beste aan?

14

4. Inzichten uit andere gemeenten Om te komen tot een gedragen en effectieve aanpak voor gratis sport voor kinderen in Dongen, is het waardevol om te kijken naar hoe andere gemeenten hiermee omgaan. In dit hoofdstuk delen we vijf voorbeelden uit het land: Overschie (Rotterdam), Waadhoeke (Friesland), Den Haag, Venlo en het Westerkwartier (Groningen). Elk voorbeeld laat zien wat er mogelijk is – en waar het soms ook wringt. De voorbeelden verschillen in doelgroep, uitvoering en schaal, maar geven stuk voor stuk inzichten die bruikbaar zijn voor het Dongense beleid. Ze laten zien dat investeren in sport voor kinderen maatschappelijke meerwaarde kan hebben, mits het goed doordacht is én past bij de lokale context. Sommige programma’s zijn succesvol, andere stuiten op grenzen. Juist die mix van inspiratie en realisme helpt om in Dongen een haalbare, passende aanpak te ontwikkelen. 4.1 Overschie (Rotterdam) - Gratis sporten voor basisschoolkinderen Om inzicht te krijgen in de effecten en valkuilen van gratis sport, kijken we naar een praktijkvoorbeeld uit Rotterdam-Overschie. Daar liep tussen 2009 en 2015 het programma Overschiese SportGroep (OSG), waarbij kinderen kosteloos konden sporten bij lokale verenigingen. Het project werd lokaal goed ontvangen en leidde tot een stijging van het aantal sportende kinderen en het verenigingslidmaatschap.

Inwoners gaven aan dat sport laagdrempeliger werd, en het project droeg bij aan een vitaler verenigingsleven. Tegelijkertijd werden ook negatieve neveneffecten zichtbaar. Zo werd door verenigingen gewezen op een toename van vrijblijvendheid: kinderen vielen vaker uit of namen minder verantwoordelijkheid, juist doordat er geen financiële bijdrage werd gevraagd. Daarnaast ontstond een verplaatsing van leden naar verenigingen met betere faciliteiten, wat zorgde voor disbalans tussen clubs. In 2015 stopte de gemeente Rotterdam met het project, om meerdere redenen: • • • • •

Bestuurlijke herstructurering: de deelgemeenten, waaronder Overschie, gingen op in de centrale gemeente Rotterdam; Kosten: extrapolatie van het OSG-concept naar heel Rotterdam zou tussen de € 8,6 en € 13,3 miljoen per jaar kosten; Gelijkheid: het aanbod in Overschie week sterk af van andere delen van de stad, wat als onrechtvaardig werd ervaren; Beleidsafweging: de gemeente vond het gerechtvaardigd dat mensen die dat kunnen, zelf meebetalen aan sport; Effectiviteit: hoewel de deelnamecijfers lokaal stegen, was geen overtuigend causaal verband aan te tonen tussen gratis sport en die stijging. Andere deelgemeenten boekten vergelijkbare resultaten met ander beleid.

15

De middelen die vrijkwamen zijn later ingezet voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur, waarmee gezinnen met een laag inkomen gericht ondersteund worden. Inzichten voor Dongen Hoewel het aanbieden van gratis sport positieve effecten kan hebben op deelname, verbondenheid en gezondheid, is het niet zonder risico’s. Gratis sport kan leiden tot vrijblijvendheid, extra druk op vrijwilligers, of verschuivingen tussen verenigingen. Bovendien is het belangrijk om kosten, uitvoerbaarheid en doelgroep gerichtheid goed af te wegen. De ervaringen uit Overschie laten zien hoe belangrijk het is om keuzes goed te doordenken: wat werkt in de praktijk, past bij Dongen én krijgt voldoende draagvlak?

4.2 Gemeente Waadhoeke (Friesland) - Tegoed voor jeugd De Friese gemeente Waadhoeke biedt sinds 1 juni 2024 de pilot ‘Gratis Aktyf Waadhoeke’ aan jongeren geboren tussen 1 augustus 2007 en 31 juli 2012 (12–16 jaar). Iedere jongere ontvangt persoonlijk een sport- en cultuurtegoed van € 200,- te besteden via het online platform YnBeweging, voor een rondgang langs lokale aanbieders binnen de gemeentegrenzen. Anders dan bij veel andere gemeentelijke regelingen, richt dit programma zich expliciet op de middelbare schoolleeftijd – een groep waarvan bekend is dat de sportdeelname en structurele binding aan verenigingen vaak terugloopt. Het doel van Gratis Aktyf is om jongeren in deze levensfase laagdrempelig in beweging te krijgen en tegelijkertijd hun sociaal-emotionele ontwikkeling te versterken. Via een gebruiksvriendelijk platform kunnen jongeren uit een breed aanbod kiezen: sportactiviteiten, clinics, muziek, dans, workshops en meer. De gemeente werkt hierbij samen met lokale verenigingen, cultuurinstellingen en aanbieders. Kernpunten van het programma: • • • •

Gericht op 12–16-jarigen, juist om uitval te voorkomen in de overstap van basisschool naar middelbaar onderwijs; Jongeren kunnen gratis meedoen aan allerlei activiteiten, zonder drempels als contributie of inschrijfgeld; Aangesloten aanbieders ontvangen een vergoeding van de gemeente; De gemeente promoot het aanbod actief op scholen, via jongerenwerkers en sociale media.

Inzichten voor Dongen: Waadhoeke laat zien dat maatwerk mogelijk is: een specifieke leeftijdsgroep, gekoppeld aan een herkenbare behoefte. Ook in Dongen is deze middengroep van 12–16 jaar relevant. Uit de cijfers blijkt dat 57% van deze jongeren lid is van een sportvereniging die is aangesloten bij een sportbond — iets boven het landelijk gemiddelde van 55%, maar nog altijd een matige score. De daadwerkelijke sportdeelname ligt vermoedelijk hoger, omdat jongeren ook actief zijn bij commerciële sportaanbieders of andere vormen van niet-verenigingsgebonden 16

aanbod. Daarover zijn echter geen exacte cijfers beschikbaar. Het programma in Waadhoeke biedt inspiratie om jongeren via een flexibel tegoed en een breed aanbod opnieuw te activeren en te verbinden, zonder dat langdurig lidmaatschap de enige vorm van deelname hoeft te zijn.

4.3 Den Haag - Tegoed voor kinderen vanaf 7 jaar In Den Haag ontvangen kinderen met een Ooievaarspas op hun zevende verjaardag een persoonlijke kaart van de wethouder. In deze kaart worden zij en hun ouders actief geïnformeerd over de mogelijkheid tot gratis sportdeelname via de pas. Dit symbolische moment markeert het begin van laagdrempelige toegang tot sport voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. De Ooievaarspas biedt kinderen van 4 tot en met 17 jaar de mogelijkheid om gratis of tegen gereduceerd tarief deel te nemen aan sportieve, culturele of educatieve activiteiten. De regeling geldt voor gezinnen tot 125% van het sociaal minimum. De gemeente beheert de afhandeling en betaalt rechtstreeks aan de aanbieders, waardoor financiële drempels voor ouders worden weggenomen. Binnen het sportdomein geldt het volgende: •

•

Kinderen van 7 t/m 17 jaar kunnen via de pas één sportlidmaatschap volledig vergoed krijgen, met een maximum van € 450,- per kind per jaar, mits de sportclub is aangesloten bij de regeling. Zwemles voor diploma A, B of C wordt daarbovenop ook vergoed, als aanvullende voorziening. Dit geldt in veel gevallen vanaf 5 jaar.

Naast het reguliere lidmaatschap biedt Den Haag extra flexibiliteit via de Cultuur- en Sportstrippenkaart van het Talentenfonds. Kinderen tussen 7 en 17 jaar kunnen hiermee tot tien proeflessen volgen bij uiteenlopende sport- of cultuuraanbieders, zonder direct te hoeven kiezen of lid te worden. Dit verlaagt de drempel om kennis te maken met verschillende vormen van sport. Inzichten voor Dongen: De Haagse aanpak toont hoe het gericht inzetten van middelen, gekoppeld aan actieve toeleiding en communicatie, de sportdeelname onder kinderen met een laag inkomen kan bevorderen.

17

4.4 Gemeente Venlo – het nijntje Beweegdiploma In 2015–2016 voerde JOGG Venlo in Blerick-Noord een interventie uit gericht op peuters en kleuters (4–6 jaar) binnen het onderwijs: het nijntje Beweegdiploma, onderdeel van de landelijke JOGG-aanpak (Jongeren Op Gezond Gewicht). Via basisonderwijs en kinderopvang kregen kinderen circa 15–20 speels ingestoken gymlessen, afgesloten met een beweegfeest en officieel diploma. Het doel was verbetering van motoriek, bewegingsplezier en ouderparticipatie. Uitvoering vond plaats in samenwerking met buurtsportcoaches, de kinderopvang en basisscholen. Er is een ketenaanpak gecreëerd waarbij ouders, onderwijs en opvang verbonden waren aan het beweegprogramma en bewustwording over gezonde leefstijl werd gestimuleerd. In 2015– 2016 werden naast het beweegdiploma ook aspecten zoals ‘Actief Ouderpartnerschap’, gezonde voeding en beweegvriendelijke schoolpleinen opgepakt. Zo ontstond een brede integrale aanpak voor preventie van overgewicht. Inzichten voor Dongen: Ook in Dongen is een actieve JOGG-werkgroep aanwezig, met een breed netwerk van partners op het gebied van gezondheid, sport, onderwijs én kinderopvang. De aanpak uit Venlo laat zien dat het versterken van motorische vaardigheden op jonge leeftijd goed gecombineerd kan worden met bredere doelen zoals ouderbetrokkenheid en een gezonde leefstijl.

Voor Dongen kan dit aanleiding zijn om – vanuit het bestaande JOGG-netwerk – te verkennen of een soortgelijke beweeginterventie passend en uitvoerbaar is binnen het lokale onderwijs én de kinderopvang.

4.5 Westerkwartier – beleidsverkenning De gemeente Westerkwartier heeft in 2023–2024 een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd naar het mogelijk invoeren van gratis sport voor kinderen. In dit onderzoek werd een uitgebreide analyse gemaakt van de doelgroep, de sportdeelname, de bestaande regelingen en de uitvoerbaarheid. Op basis van deze analyse is ervoor gekozen om niet over te gaan tot het structureel aanbieden van gratis sport. Die keuze was gebaseerd op meerdere overwegingen: •

•

Beperkt effect op sportdeelname: Hoewel het aannemelijk is dat gratis sport financiële drempels kan wegnemen, bleek uit het onderzoek dat het lastig is om een direct causaal verband aan te tonen tussen gratis sport en structurele verhoging van sportdeelname, zeker als er al regelingen bestaan zoals het Jeugdfonds of Stichting Leergeld. Knelpunten bij verenigingen: De capaciteit bij sportverenigingen (zoals zaalruimte, trainers en vrijwilligers) was in het Westerkwartier beperkt. Gratis sport zou deze druk kunnen verhogen, wat ten koste kan gaan van kwaliteit of beschikbaarheid. 18

•

•

Grote inzet vereist, onzeker rendement: De onderzoekers concludeerden dat gratis sport alleen succesvol is als het gepaard gaat met aanvullende maatregelen: intensieve communicatie, begeleiding van gezinnen, en ondersteuning voor verenigingen. Dit vraagt om een forse investering, terwijl de maatschappelijke opbrengst op voorhand onzeker blijft. Alternatief: beter gebruik van bestaande regelingen: In plaats van gratis sport voor álle kinderen, werd geadviseerd om bestaande voorzieningen beter onder de aandacht te brengen, de bekendheid en het bereik van regelingen zoals Stichting Leergeld te vergroten en drempels in het aanvraagproces te verlagen.

Inzichten voor Dongen: Voor Dongen biedt dit onderzoek waardevolle inzichten. Het benadrukt dat gratis sport geen doel op zich moet zijn, maar een mogelijke route om sportdeelname en kansengelijkheid te bevorderen. Daarbij is het cruciaal om oog te houden voor de lokale context, uitvoerbaarheid en betrokkenheid van verenigingen. Het rapport uit het Westerkwartier onderstreept ook het belang van zorgvuldig afwegen: wat werkt voor de ene gemeente, hoeft niet per definitie te passen bij een andere lokale situatie.

4.6 Wat we meenemen uit andere gemeenten De voorbeelden uit andere gemeenten laten zien dat het stimuleren van sportdeelname onder kinderen op verschillende manieren vorm kan krijgen. Sommige gemeenten kiezen voor volledige vergoeding van lidmaatschap (zoals Den Haag), anderen voor tegoedsystemen (zoals Waadhoeke), en weer anderen investeren in gerichte programma’s voor specifieke leeftijden (zoals Venlo). De casus Overschie laat zien dat gratis sport tot een hogere deelname kan leiden, maar ook risico’s kent zoals vrijblijvendheid en scheefgroei tussen verenigingen. Het Westerkwartier onderstreept het belang van uitvoerbaarheid, capaciteit en draagvlak: gratis sport is geen wondermiddel, maar een beleidsoptie die alleen effectief is als deze aansluit bij de lokale realiteit. Wat al deze gemeenten gemeen hebben, is het belang van goede communicatie, actieve toeleiding, samenwerking met het lokale veld en een heldere doelgroepkeuze. Gratis sport hoeft niet altijd allesomvattend te zijn; gerichte inzet op leeftijdsgroepen met verhoogde uitval, of juist jonge starters, kan al veel impact hebben. Voor Dongen betekent dit: kies bewust. Laat je inspireren, maar kopieer niet. Gebruik de lokale cijfers, signalen van verenigingen en uitvoerbaarheidstoetsen als basis om tot een passende, gedragen en haalbare aanpak te komen.

19

5. Kosten van sporten in Dongen Om goed onderbouwd beleid te maken, is inzicht nodig in de daadwerkelijke kosten van sportdeelname voor kinderen en jongeren. In dit hoofdstuk brengen we de gemiddelde contributies in kaart bij sportverenigingen in Dongen en plaatsen we die in perspectief met landelijke cijfers. Ook besteden we aandacht aan bijkomende kosten, die voor veel gezinnen een extra drempel vormen.

5.1 Contributiekosten: bandbreedte en variatie Contributies voor sport lopen flink uiteen, afhankelijk van de sporttak, leeftijd, intensiteit van deelname en of het om een commerciële of reguliere vereniging gaat. Voor dit onderzoek zijn twee uitgangspunten gebruikt: • Landelijke gemiddelden uit de meest recente Contributiemonitor van het Mulier Instituut (2023–2024) • Lokale contributies zoals die gepubliceerd zijn op websites van sportverenigingen in de gemeente Dongen Landelijke gemiddelden (Mulier Instituut): • Pupillen (t/m 11 jaar): gemiddeld € 178,- per jaar • Junioren (12 t/m 17 jaar): gemiddeld € 243,- per jaar Contributies in Dongen: • Pupillen (t/m 11 jaar): gemiddeld € 208,- per jaar • Junioren (12 t/m 17 jaar): gemiddeld € 270,- per jaar • Spreiding: van € 132,- tot € 395,- per jaar • Commerciële sportaanbieders (zoals dans, freerunning): circa € 350,- per jaar Deze cijfers laten zien dat Dongense verenigingen gemiddeld hogere contributies vragen dan het landelijke beeld. Tegelijkertijd is er sprake van een flinke spreiding. Sommige sporten blijven relatief betaalbaar, terwijl andere, vooral commerciële aanbieders of selectieteams, duurder zijn.

20

5.2 Bijkomende kosten en drempels De hierboven genoemde bedragen zijn zogeheten kale contributies. Ze omvatten alleen het basislidmaatschap. In de praktijk komen daar nog diverse extra kosten bij, zoals: • • • • • •

Inschrijfgeld; Sportkleding en schoenen; Materialen of attributen; Selectietrainingen of extra lesuren; Wedstrijdlicenties en deelnamekosten; Vervoer naar trainingen of wedstrijden.

Deze extra kosten kunnen flink oplopen. Vooral bij intensieve of duurdere sporten. Voor gezinnen met een krappe beurs zijn juist deze bijkomende uitgaven vaak de reden om af te zien van sportdeelname. Ook als de contributie zelf nog te betalen is. Beleidskeuzes moeten daarom niet alleen gaan over het lidmaatschap. Het is belangrijk ook het bredere kostenplaatje mee te nemen, en te kijken naar mogelijke ondersteuning via bijvoorbeeld Stichting Leergeld.

21

6. Scenario: Gratis sporten Dit hoofdstuk zet een concreet scenario uiteen dat gratis sporten voor kinderen en jongeren in de gemeente Dongen mogelijk maakt. Het gaat om een breed toegankelijke aanpak die uitgaat van gelijke kansen voor alle kinderen, zonder inkomensgrens of aanvullende voorwaarden. Daarbij is er oog voor de mogelijk samenhangende kosten als de mogelijke maatschappelijke opbrengsten. Want meer kinderen aan het sporten betekent niet alleen een investering, maar kan ook leiden tot positieve effecten op de gezondheid, sociaal welzijn en gelijke kansen. Sport draagt bij aan het verminderen van overgewicht, het versterken van mentale weerbaarheid en het vergroten van maatschappelijke betrokkenheid. Tegelijk zijn er belangrijke aandachtspunten, zoals de uitvoerbaarheid voor verenigingen, de benodigde inzet op communicatie en administratie, en het feit dat sportdeelname meer vraagt dan alleen een lidmaatschap.

6.1 Opzet van het voorstel Alle kinderen en jongeren van 4 t/m 17 jaar in Dongen krijgen recht op één gratis lidmaatschap bij een lokale sportvereniging naar keuze. De gemeente vergoedt hiervoor de kale contributie rechtstreeks aan de vereniging. Het gaat hierbij om de standaard contributiekosten voor deelname aan een sportactiviteit bij een lokale sportvereniging met een verenigingsstructuur. Commerciële sportaanbieders, zoals sportscholen of dansstudio’s zonder verenigingsstructuur, vallen buiten deze regeling. Aanvullende kosten zoals inschrijfgeld, sportkleding, sportschoenen, materiaal, deelname aan wedstrijden of vervoer vallen hier nadrukkelijk buiten. Die kosten blijven voor rekening van ouders of verzorgers. Zoals beschreven in hoofdstuk 5 kunnen deze bijkomende uitgaven aanzienlijk zijn en juist voor gezinnen met een krap budget de grootste belemmering vormen. Het is daarom belangrijk om bij de invoering van deze regeling ook oog te houden voor ondersteuningsmogelijkheden via bijvoorbeeld Stichting Leergeld, zodat echt álle kinderen kunnen meedoen.

6.2 Principes en uitgangspunten Voor dit scenario worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Verenigingsgericht: gratis sporten wordt alleen aangeboden bij lokale sportverenigingen met een verenigingsstructuur binnen de gemeente Dongen; • Eén lidmaatschap per kind: elk kind kan aanspraak maken op één lidmaatschap dat volledig wordt vergoed;

22

•

• •

Kale contributie als basis: de vergoeding geldt uitsluitend voor de contributie voor deelname. Extra kosten zoals inschrijfgeld, sportkleding, schoeisel, materialen, wedstrijden of vervoer vallen hierbuiten; Laagdrempelig en eenvoudig: de administratieve lasten voor ouders én verenigingen moeten minimaal blijven; Versterken van verenigingsleven: de regeling moet verenigingen ondersteunen, niet belasten.

6.3 Voor- en nadelen van het scenario Voordelen: • Laagdrempelig: elk kind kan zonder financiële drempel starten; • Gelijke kansen: geen onderscheid naar inkomen of gezinssituatie; • Vereenvoudiging van bestaande regelingen; • Versterking van verenigingen: een toename van sportende kinderen betekent ook meer ouders en daarmee mogelijk meer vrijwilligers en ledenbinding; • Maatschappelijke winst: meer kinderen en jongeren die regelmatig sporten kan op termijn bijdragen aan betere gezondheid, meer zelfvertrouwen en minder zorgkosten.

Nadelen/risico’s: • Hoge structurele kosten voor de gemeente (afhankelijk van deelnamepercentages); • Vrijblijvendheid: kinderen kunnen gemakkelijker stoppen, wat verenigingen kan belasten; • Extra druk op vrijwilligers bij een grotere instroom; • Geen gerichte ondersteuning van kinderen die het écht nodig hebben; ook gezinnen die sport makkelijk kunnen betalen profiteren; • Beperkte keuzevrijheid: sportaanbieders zonder verenigingsstructuur vallen buiten de regeling; • Beperkte financiële verlichting voor kwetsbare gezinnen: de regeling dekt alleen de contributie. Ouders blijven zelf verantwoordelijk voor kosten zoals sportkleding, schoeisel, materialen, wedstrijdgeld en vervoer — juist kosten die voor gezinnen met een krap budget nog steeds een drempel kunnen vormen.

23

6.4 Randvoorwaarden voor succesvolle uitvoering Er zijn enkele belangrijke randvoorwaarden: • • • •

Eenvoudige uitvoering: één loket of een digitaal systeem waarmee ouders eenvoudig een lidmaatschap aanvragen. Samenwerking met verenigingen: duidelijke afspraken over declaraties, vergoedingen en administratieve lasten. Communicatie: een actieve campagne om álle ouders te informeren over de mogelijkheden. Monitoring en evaluatie: jaarlijks inzicht in sportdeelname, kosten en effecten op het verenigingsleven.

6.5 Financiële doorrekening en impact Voor de financiële doorrekening is de doelgroep opgesplitst in twee leeftijdsgroepen: • •

4 t/m 11 jaar 12 t/m 17 jaar

Per leeftijdsgroep is doorgerekend: 1. Huidige situatie in Dongen: gebaseerd op het huidige percentage kinderen dat lid is van een lokale sportvereniging en aangesloten is bij een sportbond (46% in jongere groep, 57% in oudere groep); 2. Gemiddelde groei: een realistische toename van 14 procentpunten in deelname als de contributie wordt vergoed door de gemeente; 3. Volledige deelname: een maximaal scenario waarbij alle kinderen van 4 t/m 17 jaar lid zijn van één sportvereniging. De berekening is gebaseerd op deelname aan reguliere, bond geregistreerde sportverenigingen in Dongen. Commerciële aanbieders zoals dansscholen, sportscholen of freerunclubs zijn hierin niet meegenomen. Voor de berekening van de totale kosten is uitgegaan van de contributies van sportverenigingen in de gemeente Dongen zelf. Hoewel landelijke gemiddelden zoals die van het Mulier Instituut inzicht bieden, geven de lokale tarieven een realistischer beeld van de financiële impact op gemeentelijk niveau. Het is niet aannemelijk dat verenigingen hun contributies structureel zouden verlagen, waardoor de lokale bedragen als uitgangspunt het meest passend zijn. De doorrekening geeft per leeftijdsgroep en in totaal een indicatie van de financiële impact van het scenario. Daarmee ontstaat een bandbreedte waarbinnen de gemeente beleidskeuzes kan afwegen.

24

Verwachte kosten per scenario Leeftijdscategorie

Scenario

4 t/m 11 jaar

1. Huidige sportdeelname 2. +14 procentpunten 3. 100% deelname

12 t/m 17 jaar

1. Huidige sportdeelname 2. +14 procentpunten 3. 100% deelname

Aantal kinderen 2.185

% sportdeelname 46%

Kinderen dat sport 1.014

Contributie per kind € 208

Totale kosten € 210.912

2.185

60%

1.311

€ 208

€ 272.688

2.185

100%

2.185

€ 208

€ 454.480

1.665

57%

949

€ 270

€ 256.230

1.665

71%

1.185

€ 270

€ 319.140

1.665

100%

1.165

€ 270

€ 449.550

Op basis van lokale contributiegegevens is een raming gemaakt van de verwachte kosten bij drie verschillende scenario’s voor het vergoeden van de contributie van sportverenigingen in Dongen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de leeftijdsgroepen 4 t/m 11 jaar en 12 t/m 17 jaar. Scenario 1 – Huidige sportdeelname (1014 + 949 kinderen): Bij het huidige percentage sportende kinderen (46% in de jongste groep en 57% in de oudste groep), komt de totale contributievergoeding neer op circa € 467.142 per jaar. Dit scenario gaat uit van de bestaande situatie, zonder extra instroom. Scenario 2 – Stijging sportdeelname met 14 procentpunten: Wanneer de sportdeelname stijgt met 14 procentpunten in beide leeftijdsgroepen, groeit het aantal sportende kinderen tot 1311 (4 t/m 11 jaar) en 1185 (12 t/m 17 jaar). De kosten nemen dan toe tot ruim € 591.828 per jaar. Scenario 3 – Alle kinderen doen mee (100% deelname): In een maximaal scenario waarbij alle kinderen van 4 t/m 17 jaar deelnemen aan verenigingssport, bedraagt de totale investering circa € 904.030 per jaar. Dit betreft een structureel extra exploitatiebudget dat nodig zou zijn om de kale contributie voor alle kinderen in deze leeftijdsgroep te vergoeden. Boven op dit bedrag komen nog aanvullende kosten voor uitvoering, communicatie, monitoring, extra inzet vanuit de ambtelijke organisatie en ondersteuning van het verenigingsleven.

Denk aan extra inzet op administratie, afstemming met verenigingen en investeringen in sportaccommodaties.

25

6.6 Breder kostenbeeld: meer dan alleen vergoeding van contributie Bij de financiële inschatting van dit scenario is het belangrijk om verder te kijken dan alleen de vergoeding van contributies aan sportverenigingen. Het realiseren van een toegankelijke en uitvoerbare regeling brengt ook andere kosten met zich mee, zoals: •

Administratieve uitvoering: het opzetten en onderhouden van een eenvoudig systeem (bijvoorbeeld een digitaal platform of één-loketfunctie) waarmee ouders een lidmaatschap kunnen aanvragen en verenigingen declaraties kunnen indienen;

•

PR en communicatie: het informeren van álle ouders, scholen en verenigingen over de regeling vereist gerichte communicatiecampagnes en voorlichtingsmateriaal;

•

Monitoring en evaluatie: het structureel verzamelen van gegevens over deelname, kosten, knelpunten en impact op het verenigingsleven vraagt om tijd en inzet;

•

Scholing en ondersteuning: bij een toename van het aantal leden neemt ook de druk op vrijwilligers en trainers toe. Extra aandacht voor de werving, scholing en ondersteuning van trainer-coaches is essentieel om het aanbod kwalitatief en veilig te houden.

26

7. Conclusie Gratis sporten voor kinderen is in Dongen geen doel op zich, maar een middel om kansengelijkheid te bevorderen, deelname aan het verenigingsleven te stimuleren en kinderen meer in beweging te krijgen. De verkenning laat zien dat een universele regeling haalbaar is, mits de gemeente investeert in de juiste randvoorwaarden én oog houdt voor een realistische uitvoering. Het succes van gratis sport staat of valt met duidelijke communicatie, eenvoudige procedures, betrokken verenigingen en structurele monitoring. Ook moet rekening worden gehouden met bijkomende kosten voor administratie, ondersteuning. Daarnaast vereist het scenario voldoende zaal- en veldcapaciteit binnen het huidige sportaanbod. De financiële doorrekening laat zien dat het vergoeden van contributie voor alle kinderen van 4 t/m 17 jaar neerkomt op een structureel extra exploitatiebudget in de begroting van circa € 900.000 per jaar. Daarbovenop komen kosten die samenhangen met de uitvoering en de genoemde randvoorwaarden, zoals investeringen in sportaccommodaties, administratie en communicatie. Andere gemeenten laten zien dat maatwerk werkt. Denk aan pilots in wijken, specifieke aandacht voor jongeren van 12–16 jaar of extra inzet op jonge kinderen van 4–6 jaar, voor wie het aanleren van basisvaardigheden cruciaal is.

Dongen hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar kan gebruikmaken van bestaande kennis en ervaringen. Aanbevelingen Dit rapport is opgesteld in opdracht van het college op basis van het coalitieakkoord ‘Versterken en Vernieuwen 2022–2026’. Het biedt bouwstenen voor een eventuele verdere uitwerking. 1. Kies richting en doelgroep Maak een gedragen keuze: wil Dongen een universele regeling of een meer gerichte aanpak? En welke leeftijdsgroepen staan daarbij centraal? 2. Toets de uitvoerbaarheid lokaal Ga in gesprek met sportverenigingen over de praktische haalbaarheid. Breng behoeften, kansen en zorgen in beeld en neem deze mee in de verdere uitwerking. 3. Overweeg een gefaseerde invoering Denk aan een pilot, een gefaseerde leeftijd uitrol of aansluiting bij bestaande regelingen zoals Stichting Leergeld. 4. Zorg voor structurele monitoring Volg deelnamecijfers, bereik, impact op het verenigingsleven en doelmatigheid van de regeling. Gebruik deze inzichten om tijdig bij te sturen.

27

5. Werk samen met lokale partners Sluit aan bij bestaande netwerken zoals de JOGG-werkgroep, het BeweegBuro en Stichting Leergeld om kennis, capaciteit en ervaring te bundelen. Bij eventuele politieke keuzes over (een vorm van) gratis sporten is het van belang nadrukkelijk rekening te houden met de hierboven geschetste randvoorwaarden, uitvoeringsaspecten en financiële consequenties.

28

8. Gebruikte bronnen en geraadpleegde documenten • • • • • • • • • • • • • • • • •

CBS (2022): Sportdeelname naar leeftijd en geslacht RIVM (2022): Bewegen en gezondheid bij jeugdigen NOC*NSF (2025): Ledenstatistieken georganiseerde sport NOC*NSF (2024): Zo sport Nederland NOC*NSF (2022): Sportgedrag in Nederland Sportenbewegenincijfers.nl Mulier Instituut (2023): Sportdeelname onder jongeren in Nederland Mulier Instituut GGD: Brabantscan Kenniscentrum Sport en Bewegen (2022): SROI gemeente Dongen Gemeente Westerkwartier (2023). Rapport 'Iedereen doet mee' – gratis sporten in de praktijk Gemeente Dongen (2022). Coalitieakkoord Versterken en Vernieuwen 2022–2026 Gemeente Dongen (2025). Concept Visie Sociale Basis 2026 (interne beleidsnotitie) Lokale input via gesprekken en vragenlijst met sportverenigingen in Dongen JOGG Nederland (2024): Gezonde jeugd, gezonde toekomst Stichting Leergeld Rapport K2 (2024) Het leven in bestaansonzekerheid in de gemeente Dongen

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16148214/1