RIB 25-75 Bijl2- Beheerplan Civiele Kunstwerken 2026-2029
Tekst van het document
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN 2026-2029
Team Techniek & Ontwikkeling
Juli 2025
Versie Datum 2
Documentnr. Status
02-10-25 Dgn.120-021 Definitief
Opgesteld door: Frank Hoekstra Gecontroleerd door: J. Rutten
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
1
Samenvatting Aanleiding Ingenieursbedrijf Westenberg B.V. heeft voor de gemeente Dongen in 2025 een instandhoudingsinspectie kunstwerken uitgevoerd. Hierop is dit “Beheerplan civiele kunstwerken” gerealiseerd. Het areaal bevat de civiele kunstwerken die bij de gemeente Dongen in beheer en onderhoud zijn. Het plan beschrijft de beheer- en beleidsaspecten om het areaal kostenbewust, maatschappelijk en duurzaam, te beheren. Het Beheerplan bevat de beleidskaders voor beheer en onderhoud. Ook bevat het plan een financieel advies met een voorgesteld onderhoudsniveau voor de kunstwerken. In dit beheerplan zijn opgenomen: Uitsluitend de 43 bruggen in beheer en eigendom van de gemeente Dongen. De kosten gebaseerd op de instandhouding van deze bruggen. Alle berekende kosten zijn conform prijspeil januari 2024. Beheerplanperiode Het Beheerplan geeft inzicht in de onderhoudskosten en onderhoudsniveaus voor de periode 2026 tot met 2029, zodat de gemeente volgens artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten kan aantonen hoe zij omgaat met de kapitaalgoederen en daarvoor geplande onderhoudskosten en reserveringen. Wettelijke kaders en regelgeving Voor het beheer van kunstwerken zijn hoofdzakelijk de volgende wetten van toepassing: De Wegenwet, de Woningwet, het Besluit Bouwwerken leefomgeving 2024 en het Burgerlijk wetboek.
Artikel 162 en 174 van het Burgerlijk wetboek omschrijven de wettelijke aansprakelijkheid voor gebreken aan kunstwerken. Dit betekent dat een civieltechnisch kunstwerk veilig moet zijn voor de gebruikers. Als dat niet het geval is, kunnen burgers de gemeente aansprakelijk stellen. Burgers kunnen de gemeente aansprakelijk stellen voor gevolgen van onveilige situaties en letsel. Het adequaat uitvoeren van planmatig en indien nodig calamiteitenonderhoud voorkomt schade en aansprakelijkheid. Huidige situatie, inspectie onderhoudsniveau en budget Het areaal bestaat uit 88 kunstwerken. Dit zijn bruggen, stuwen en duikers. Uitsluitend de 43 bruggen maken onderdeel uit van dit beheerplan. De technische staat van deze kunstwerken is over het algemeen goed tot redelijk, tien bruggen zijn in een matige tot slechte staat. Verwijzing naar de definities ‘staat’ van de kunstwerken.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
2
Beleid, beheervisie, beheerstrategie en geadviseerd onderhoudsniveau De uitgangspunten en visie voor het beheer van de kunstwerken specifiek de bruggen zijn: Borgen van de veiligheid. Borgen van het functioneren. Voldoen aan de van toepassing zijnde wettelijke kaders. Voldoen aan het gemeentelijke beleid. De ambitie is om het beheer van de kunstwerken volgens CROW-norm Kwaliteit B - redelijk - te hanteren wat overeenkomt met conditiescore 3 conform NEN 2767-4. De motivatie hiervoor is dat de prijs-kwaliteitsverhouding dan het meest optimaal is. De levensduur van de kunstwerken wordt verlengd, zonder dat tekort wordt gedaan aan de functionaliteit en de kwaliteit van het areaal. Hierdoor wordt het areaal in een goede en veilige staat gebracht en gehouden. Uit de resultaten van de laatste inspectie 2025 blijkt dat niet alle kunstwerken in een redelijke tot goede technische staat verkeren. Wij adviseren om het onderhoudsbudget af te stemmen op de behoefte van het onderhoudsjaar. Dit zal op de langere termijn alleen maar voordelen opleveren. Dit komt onder meer tot uiting door: minder kapitaalsvernietiging, minder kans op onveilige situaties, minder mobiliteitsproblemen en een betere leefomgeving. Financiën, meerjarenonderhoudsplanning en financiële consequenties Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
Gemiddeld
Betonreparatie
2026 € 29.900
2027 €0
2028 €0
2029 €0
per jaar € 7.475
Conserveren
€ 18.606
€0
€ 11.050
€ 5.330
€ 8.747
Eenmalige acties divers
€ 1.525
€0
€0
€0
€ 381
Inspectie
€ 2.000
€0
€0
€ 7.525
€ 2.381
Reinigen
€ 950
€ 16.250
€ 950
€ 16.250
€ 8.600
€ 750
€0
€ 137.700
€ 10.890
€ 37.335
€ 5.500
€0
€0
€0
€ 1.375
Vakdiscipline
Slijtlaag/asfaltherstel Vervangen diverse onderdelen Vervangen object
€0
€ 3.380
€0
€0
€ 845
€ 59.231
€ 19.630
€ 149.700
€ 39.995
€ 67.139
€ 8.885
€ 2.945
€ 22.455
€ 5.999
€ 10.071
Totaal
€ 68.116
€ 22.575
€ 172.155
€ 45.994
€ 77.210
Huidig gemeentelijk budget
€ 43.746
€ 43.746
€ 43.746
€ 43.746
€ 43.746
Tekort aan gemeentelijk budget
€ -24.370
€ 21.171
€ -128.409
€ -2.248
€ -33.464
Subtotaal
VAT (15%)
Tabel 8: Jaarlijks gemiddeld benodigd onderhoudsbudget afgezet tegen beschikbaar budget.
Tabel 8 laat zien dat het huidige beschikbare budget te laag is. In de exploitatiebegroting staat een budget van circa € 44.000,-. Dit budget is te laag voor het gewenste onderhoudsniveau. Voor handhaving van het huidige onderhoudsniveau is een budget van circa € 77.000,gemiddeld per jaar nodig. In vergelijking met het beschikbare budget is er een tekort van circa € 33.000,- gemiddeld per jaar.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
3
Een lager onderhoudsniveau dan het huidig niveau is ongewenst omdat hierdoor onveilige situaties kunnen ontstaan. Tevens heeft dit achterstallig onderhoud en kapitaalsvernietiging tot gevolg. Door een te laag onderhoudsniveau wordt de restlevensduur van het kunstwerk verkort en moeten onderdelen eerder vervangen worden. De toestand van de kunstwerken is nu redelijk tot goed. Om ervoor te zorgen dat de conditie niet verder afneemt, is het advies om middelen te reserveren en planmatig minimaal ‘onderhoudsniveau 3’ uit te voeren. Wij adviseren om budgetten beschikbaar te stellen afgestemd op behoefte van het planjaar. De totale onderhoudskosten om aan ‘onderhoudsniveau 3’ te kunnen voldoen bedragen voor de komende vier jaar gemiddeld circa € 77.000,- per jaar. Er is hierbij geen rekening gehouden met uitgaven voor calamiteiten.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
4
Inhoud SAMENVATTING .......................................................................................................................................... 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................. 6 1.1 AANLEIDING OPSTELLEN BEHEER- EN BELEIDSPLAN .................................................................................. 6 1.2 DOEL VAN HET BEHEER- EN BELEIDSPLAN ................................................................................................ 6 1.3 BEHEER, SCOPE EN AFBAKENING ............................................................................................................. 7 1.4 WERKWIJZE TOTSTANDKOMING BEHEERPLAN ........................................................................................... 7 1.5 LEESWIJZER ........................................................................................................................................... 7 2. WETTELIJK KADERS EN REGELGEVING ............................................................................................ 8 2.1 WEGENWET (ARTIKEL 16) .......................................................................................................................
8 2.2 WONINGWET (ARTIKEL 1A EN 1B) ............................................................................................................ 8 2.3 BESLUIT BOUWWERKEN LEEFOMGEVING 2024 (VOORHEEN BOUWBESLUIT) ............................................... 8 2.4 BURGERLIJK WETBOEK ........................................................................................................................... 8 2.5 BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING (BBV) ................................................................................. 9 2.6 OVERIGE WETGEVING ............................................................................................................................. 9 3. HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................................................ 10 3.1 OPBOUW KUNSTWERKENAREAAL ........................................................................................................... 10 3.2 LEEFTIJDSOPBOUW KUNSTWERKEN ....................................................................................................... 10 3.3 HUIDIG ONDERHOUDSNIVEAU ................................................................................................................ 11 3.4 CONDITIE VAN DE BOUWDELEN CONFORM NEN2767-4 ..........................................................................
12 3.5 HUIDIGE ONDERHOUDSTOESTAND EN INSPECTIERESULTATEN ................................................................. 13 3.6 UITGEVOERDE ONDERZOEKEN............................................................................................................... 15 3.7 GEADVISEERDE ONDERZOEKEN ............................................................................................................. 16 4. BELEID .................................................................................................................................................... 17 4.1 BEHEERVISIE UITVOEREN ...................................................................................................................... 17 4.2 BEHEERSTRATEGIE EN ONDERHOUDSNIVEAU VASTSTELLEN .................................................................... 17 4.3 INSPECTIES PLANNEN ........................................................................................................................... 19 4.4 DUURZAAMHEID INTEGREREN ................................................................................................................ 19 4.5 LEEFBAARHEID VERBETEREN ................................................................................................................
21 4.6 FINANCIEEL KUNSTWERKENBEHEER CONTROLEREN................................................................................ 21 4.6.1 VOORKOMEN VAN KAPITAALVERNIETIGING........................................................................................... 21 4.6.2 AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN KUNSTWERKTYPEN ................................................................................... 21 5. FINANCIËN ............................................................................................................................................. 22 5.1 MEERJARENONDERHOUDSPLANNING EN FINANCIËLE CONSEQUENTIES 2025 -2029 .................................. 22 5.2 BELEIDSADVIES VAN HET JAARLIJKS ONDERHOUDSBUDGET ..................................................................... 23
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
5
1. Inleiding 1.0 Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De civieltechnische kunstwerken zijn onderdeel van de openbare ruimte. Het Burgerlijk Wetboek regelt de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen. De centrale gedachte is dat de beheerder verantwoordelijk is voor het uitvoeren van voldoende en doelmatig onderhoud. Als er een geschil ontstaat moet de gemeente (als beheerder) aantonen dat zij inspecties en onderhoud zorgvuldig uitvoeren. Civieltechnische kunstwerken zijn een verzameling voorzieningen in de openbare ruimte die het gebruik van die ruimte ondersteunen. Deze kunstwerken zijn veelal objecten die een kruising van (water)wegen of natuurlijke barrières mogelijk maken. Zij zijn daarmee van essentieel belang voor de bereikbaarheid van die ruimte. Ook bevorderen zij de mobiliteit van het verkeer. In de gemeente Dongen bevinden zich nu 88 civieltechnische kunstwerken. Dit areaal omvat alle in de gemeente gelegen (objecttypen) bruggen, stuwen en duikers. Uitsluitend de 43 bruggen maken onderdeel uit van dit beheer- en beleidsplan, hierna te noemen beheerplan. De andere kunstwerken worden in de volgende inspectieronden meegenomen. Dit beheerplan beschrijft de beheer- en beleidsaspecten om het areaal van de gemeente Dongen te beheren.
Het beheerplan draagt ertoe bij dat kostenbewust, maatschappelijk en duurzaam te doen. 1.1 Aanleiding opstellen beheer- en beleidsplan Het beleid over het beheer van het kunstwerkenareaal moet de komende beheerperiode mogelijk aangepast worden. Goed inzicht in het huidige kwaliteitsniveau en de geplande onderhoudskosten is daarom noodzakelijk. Dit inzicht is nodig om het areaal in een veilige en technisch goede staat te brengen en te behouden. Ingenieursbureau Westenberg B.V. heeft eraan meegewerkt om dit beheerplan voor de periode 2026 – 2029 te realiseren. 1.2 Doel van het beheer- en beleidsplan Het beheerplan geeft inzicht hoe de civiele kunstwerken op een kostenbewuste wijze beheerd kunnen worden. Hierbij is enerzijds het doel om onveilige situaties en kapitaalsvernietiging te voorkomen. Anderzijds is het doel om inzicht te geven in het huidige kwaliteitsniveau van het areaal en de onderhoudskosten. Daarbij spelen ook duurzame en maatschappelijke eisen een rol. Dit omdat het areaal onderdeel uitmaakt van de openbare ruimte.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
6
1.3 Beheer, scope en afbakening De gegevens in dit beheerplan gaan uit van het huidige areaal. Er is 2025 een instandhoudingsinspecties uitgevoerd voor het opstellen van dit beheerplan. Hierbij zijn de onderhoudsmaatregelen kwantitatief en kwalitatief opgenomen in een planning. De volgende aandachtspunten maken onderdeel uit van de scope: Uitsluitend de 43 bruggen in het beheer en eigendom van de gemeente Dongen zijn opgenomen. (de andere kunstwerken worden in de volgende inspectieronden meegenomen). Alle kosten gaan uit van het in stand houden van het huidige areaal. Alle berekende kosten volgens prijspeil januari 2024. Vervangingen in de planperiode 2026 – 2029 zijn meegenomen. 1.4 Werkwijze totstandkoming beheerplan Voor het opstellen van dit beheerplan zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
Inventarisatie en inspectie areaal De gemeente heeft aan Ingenieursbureau Westenberg B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een inspectie in 2025. Hierbij is ook het aanleveren de gegevens voor het opstellen van een beheer- en beleidsplan voor de civiele kunstwerken opgenomen.
Opstellen meerjarenoverzichten en beheersysteem In het beheerplan zijn voor de periode 2026 – 2029 onderhoudsmaatregelen en -kosten vastgesteld. Op basis van de inspectieresultaten zijn meerjarenoverzichten gemaakt van correctieve en reguliere onderhoudsmaatregelen. Ook vervangingsinvesteringen en kosten van inspecties zijn hierin opgenomen. Zie bijlagen III en IV.
Opstellen beleids- en beheerplan In dit beleidsplan zijn de beleidskaders voor beheer en onderhoud beschreven en een advies voor het onderhoudsniveau van de civiele kunstwerken. Daarnaast zijn de financiële consequenties in beeld gebracht. Na het uitvoeren van de inspecties zijn de onderhouds- en vervangingsmaatregelen vastgesteld. Vervolgens is het beheerplan opgesteld.
1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de van toepassing zijnde wettelijke kaders en regelgeving toegelicht. De areaalgegevens en de huidige onderhoudstoestand zijn samengevat in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 gaat in op het onderhoudsbeleid. Hoofdstuk 5 beschrijft de financiering onderhoudskosten met aansluitend een beleidsadvies. De resultaten van de inspectie en kostenoverzichten zijn vastgelegd in de volgende bijlagen: Bijlage I: Paspoorten Bijlage II: Onderhoudsacties 2026-2029 Bijlage III: Meerjarenoverzicht per kunstwerk 2026-2029 Bijlage IV: Meerjarenoverzicht per vakdiscipline 2026-2029 Bijlage VII: Kostenraming object 1025
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
7
2. Wettelijk kaders en regelgeving 2.0 Inleiding Dit hoofdstuk omschrijft de wettelijke kaders en regelgeving. Hieruit volgen de voorwaarden en uitgangspunten om het beheerplan op te stellen. Samen met het beleid vormt dit het kader om de beleids- en beheervisie met onderhoudsaanpak te vertalen in een beheerplan. 2.1 Wegenwet (artikel 16) Volgens de wegenwet moet de gemeente zorg dragen dat alle wegen die zich op haar grondgebied bevinden en die zij (ook) beheert, in goede staat verkeren. Dit geldt dus ook voor alle kunstwerken die onderdeel uit maken van deze wegen. Er wordt in dit artikel, in tegenstelling tot het Burgerlijk wetboek, niet gesproken over aansprakelijkheid. Er wordt alleen een beroep gedaan om de wegen op een goede wijze in stand te houden. 2.2 Woningwet (artikel 1a en 1b) Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar dat een bouwwerk (kunstwerk) voldoet aan de technische van toepassing zijnde voorschriften. Als bouwwerken niet voldoen, is dat een onrechtmatige daad. Dit houdt in dat proactief getoetst moet worden of de bouwwerken (kunstwerken) voldoen aan deze voorschriften.
2.3 Besluit Bouwwerken leefomgeving 2024 (voorheen bouwbesluit) Naast het feit dat de woningwet voorschrijft dat een bouwwerk niet ‘ongemerkt’ mag voldoen aan de technische van toepassing zijnde voorschriften, zijn in het besluit bouwwerken leefomgeving nog andere redenen opgenomen om kunstwerken constructief te toetsen, te weten dat: • er veranderingen of renovaties plaats vinden. • het einde van de technische levensduur is bereikt. • het vermoeden van onvoldoende sterkte in de constructie is (constructieve veiligheid). • er een verandering is in het gebruik, belastingen en omgeving. • er reparaties nodig zijn in het kader van de veiligheid. • er een routinematige beoordeling plaats vindt. 2.4 Burgerlijk Wetboek Een kunstwerk moet voor gebruikers veilig zijn. Als dit niet het geval is dan is de gemeente, als beheerder, aansprakelijk wanneer: het kunstwerk niet voldoet aan de gestelde eisen; op het kunstwerk voorwerpen of substanties aanwezig zijn die daar niet op thuis horen en die leiden tot gevaarlijke situaties. Uit het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn de volgende artikelen van toepassing: Artikel 162, boek 6, BW (artikel 6:162 BW) gebreken op het kunstwerk (weg); Artikel 174, boek 6, BW (artikel 6:174 BW) gebreken aan het kunstwerk (weg) zelf. In artikel 6:174 BW is sinds 1992 de aansprakelijkheid van de wegbeheerders geregeld.
Het andere artikel 6:162 BW, regelt de onrechtmatige daad in algemene zin.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
8
2.5 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Om het financieel toezicht op gemeenten doelmatig te kunnen uitvoeren, is een reglement opgesteld om de gemeentelijke begrotingen uniform op te stellen. Dit reglement heet ‘Besluit Begrotingen en Verantwoording’ (BBV). Hierin zijn ook definities beschreven rond het begroten en onderverdelen van onderhoud aan kapitaalgoederen. Kunstwerken worden hierin niet expliciet benoemd maar deze vallen wel onder deze kapitaalgoederen. Vanuit het BBV wordt de volgende indeling gemaakt: 1. Onderhoud, zowel klein als groot onderhoud: lasten voor de instandhouding die in de jaarrekening (exploitatierekening) worden opgenomen. 2. Investeringen, waaronder ook integrale vervangingen: deze worden geactiveerd en in de balans opgenomen. 2.6 Overige wetgeving Bij het beheer en onderhoud van de gemeentelijke infrastructuur zijn er raakvlakken met de wetten en verordeningen genoemd in tabel 1: Omschrijving Voorbeeld raakvlak Wegenverkeerswet Inrichting c.q. ontwerp van verharding op kunstwerk Wet Geluidhinder Inrichting c.q.
ontwerp van verharding op kunstwerk Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) Inrichting installatie en bediening beweegbare brug Wet Milieubeheer Ontwerp olieopvangbakken Flora- en Faunawet Begroeiing metselwerk met beschermde plantensoorten Waterwet Vervangen conservering stalen brug Boswet Bomen kappen bij nieuwbouw/ renovatie Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Aanvraag vergunning bouwwerkzaamheden Binnenvaartwet Inrichting vaarweg beseining Binnenvaartpolitiereglement (BPR) Inrichting vaarweg beseining Verordeningen: Kanalenreglement Wegenreglement Tabel 1: Overzicht bestaande wet- en regelgeving gerelateerd aan vaste en beweegbare kunstwerken
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
9
3. Huidige situatie 3.0 Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op: de opbouw van het kunstwerkareaal (par 3.1); leeftijdsopbouw kunstwerken (par 3.2); het huidige onderhoudsniveau (par 3.3); condities van de bouwdelen (par 3.4); de onderhoudstoestand van de kunstwerken op basis van inspectieresultaten (par 3.5); uitgevoerde nadere onderzoeken (par 3.6); geadviseerde nadere onderzoeken (par.3.7). 3.1 Opbouw kunstwerkenareaal Het geïnspecteerde areaal bestaat uit de volgende kunstwerktypes en aantallen. Deze kunstwerken zijn bij de gemeente in eigendom en in beheer en onderhoud. Kunstwerken areaal Vaste Bruggen Betonnen bruggen
20
Betonnen met staal bruggen
3
Houten bruggen
3
Kunststof bruggen
4
Stalen met hout bruggen
9
Stalen met kunststof bruggen
4
TOTAAL
43
Tabel 2: Areaaloverzicht per kunstwerktype.
3.2 Leeftijdsopbouw kunstwerken In onderstaande afbeelding geven we de leeftijdsopbouw van de 43 kunstwerken grafisch weer. Meer dan 50% van het aantal kunstwerken dateert uit de bouwperiode 1960-2000.
Tabel 3: Bouwjaarperioden van 43 kunstwerken.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
10
3.3 Huidig onderhoudsniveau De gemeente hanteert momenteel onderhoudsniveau 3, volgens CROW-norm Kwaliteit B – redelijk. Onderhoudsacties baseren wij op het uitvoeren van correctief onderhoud als de functionaliteit of veiligheid in het geding is. Bij dit scenario is het acceptabel dat het kunstwerk in een matig onderhoudstoestand verkeert, zolang het bij de eerstvolgende onderhoudscyclus teruggebracht wordt naar ten minste redelijke staat. Het gevolg is dat er meer calamiteitenonderhoud voorkomt, het risico op onveilige situaties toeneemt en kapitaalvernietiging plaatsvindt. Tijdens de inspectie is ook de algemene staat van de kunstwerken beoordeeld. De kunstwerken hebben een beoordeling gekregen: goed, redelijk, matig of slecht. Deze zijn als volgt gedefinieerd: Algemene staat Goed Redelijk
Matig
Slecht
Definitie Er zijn geen gebreken aangetroffen waarbij de functionaliteit en veiligheid van bouwdelen (mogelijk) in het geding is. Groot onderhoud* of vervanging wordt de komende 10 jaar niet verwacht. Er zijn gebreken aangetroffen waarbij de functionaliteit van bouwdelen (mogelijk) in het geding is. Groot onderhoud* of vervanging wordt binnen 5-10 jaar verwacht, klein onderhoud binnen 5 jaar. Er kunnen zich enkele calamiteiten voordoen als het geadviseerde klein onderhoud niet tijdig wordt uitgevoerd. Er zijn gebreken aangetroffen waarbij de functionaliteit en veiligheid van bouwdelen (mogelijk) in het geding is. Groot onderhoud* of vervanging is binnen 5 jaar nodig om het object weer in veilige/functionele staat te brengen. Klein onderhoud is binnen 2 jaar nodig om de veiligheid te waarborgen. De kans op calamiteiten is groot als het geadviseerde klein onderhoud niet tijdig wordt uitgevoerd. De ernst, intensiteit en omvang van de gebreken is dusdanig dat de functionaliteit en veiligheid van het object in het geding is. Groot onderhoud* of vervanging is binnen 2 jaar nodig.
* Groot onderhoud betekent dat de onderhoudskosten minimaal 30% van de vervangingswaarde omvat.
De huidige staat van het areaal is redelijk tot goed. Tien bruggen kennen een matige tot slechte staat. In onderstaand diagram staat die visueel weergegeven:
Tabel 4: Staat van de kunstwerken.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
11
3.4 Conditie van de bouwdelen conform NEN2767-4 Tijdens de inspectie heeft de inspecteur de conditiescore van de bouwdelen bepaald conform NEN2767-4. Een verkorte omschrijving van de NEN 2767-4 methodiek en de belangrijkste termen en begrippen is opgenomen in bijlage VIII. In onderstaande grafiek zijn de resultaten samengevat:
Tabel 5: Conditiescore van de bouwdelen Hieruit concluderen wij dat de bouwdelen zich over het algemeen in een goede conditie bevinden. Circa 22% van de bouwdelen zijn in een slechtere staat dan conditiescore ‘3 Redelijk’, deze bevinden zich beneden het gewenste niveau.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
12
3.5 Huidige onderhoudstoestand en inspectieresultaten Tijdens de inspectie zijn de (paspoort)gegevens van de kunstwerken gecontroleerd en geactualiseerd. Vervolgens is er een inventarisatie van risico’s en schades gemaakt in relatie tot het gewenst periodiek onderhoud. De inspectie is uitgevoerd en verwerkt in een onderhoudsplanning aan de hand van het huidige gehanteerde onderhoudsniveau. In de volgende fotorapportage is een impressie gegeven van veel voorkomende en risicovolle schades. Deze schades geven een beeld van de staat van de kunstwerken. Zie bijlage II voor het totaal aan onderhoudsacties voor de periode 2026 - 2029.
KUNSTWERK (1004 en 1029) Schade: Aansluiting met brugdek te laag. Oorzaak: Zetting. Risico: Struikelgevaar. Maatregel: Herstel verharding.
KUNSTWERK (1027, 1033 en 1034) Schade: Scheurvorming. Oorzaak: Niet juist uitgevoerd. Risico: Verminderd rijcomfort, lekkage onderbouw. Maatregel: Asfalt inzagen en vullen met bitumen.
KUNSTWERK (1003, 1012, 1014, 1015, 1016, 1022, 1023, KUNSTWERK (1021) 1025, 1034, 1035, 1037, 1039 en 1040) Schade: Witrot aantasting liggers en dekplanken. Schade: Onthechting en verkrijting conservering, verminderde Oorzaak: Onjuiste detaillering, schimmels en bacteriën. beschermende functie. Risico: Bezwijken onderdeel. Oorzaak: Veroudering conservering. Maatregel: Op termijn vervangen. Risico: Op termijn corrosie stalen leuning, verminderde restlevensduur. Maatregel: Vervangen conservering
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
13
KUNSTWERK (1003, 1011, 1014, 1023, 1025 en 1026) Schade: Wapeningcorrosie. Oorzaak: Te lage dekking, vochtig milieu. Risico: Verminderde restlevensduur. Maatregel: Betonherstel conform CUR 118 aanbevelingen.
KUNSTWERK (1023) Schade: Houtrot wrijfgording. Oorzaak: Aantasting schimmels en bacteriën. Risico: Verminderde restlevensduur. Maatregel: Vervangen aangetaste delen.
KUNSTWERK (1023) Schade: Rafeling. Oorzaak: Veroudering, slijtage. Risico: Verminderde stroefheid. Maatregel: Deklaag vervangen.
KUNSTWERK (1000, 1004, 1005, 1006, 1007, 1009, 1013, 1020 en 1037) Schade: Verminderde stroefheid slijtlaag. Oorzaak: Veroudering, slijtage. Risico: Glad worden brugdek. Maatregel: Slijtlaag vervangen.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
14
KUNSTWERK (1039) Schade: Overwoekering. Oorzaak: Achterstallig onderhoud. Risico: Verminderde restlevensduur. Maatregel: Verwijderen begroeiing.
3.6 Uitgevoerde onderzoeken Technische inspecties In 2025 is bij kunstwerk 1025 (stalen fietsbrug Kanaaldijk te Dongen) een technische inspectie uitgevoerd. Het doel van deze technische inspectie was om inzicht te krijgen in: • Verborgen gebreken en de technische staat. • De exacte omvang, oorzaak en ernst van schades. • De uit te voeren maatregelen ten behoeve van de contractvoorbereiding. Conclusie technische inspecties 2025 De brug verkeert over het algemeen in een matige staat van onderhoud. De slijtlaag is op diverse locaties van het stalen dek onthecht. De kitvoegen tussen en langs de betonnen randelementen van de aanbruggen zijn onthecht. De conservering van de stalen hoofddraagconstructie en de leuningen is in het algemeen verkrijt en op een aantal locaties onthecht en gecorrodeerd. Op termijn verliest de conservering zijn beschermende functie. Er is lichte betonschade aan de onderzijde van de zuidelijke aanbrug, ter hoogte van het laagste en het hoogste tussensteunpunt. De elementen van het talud zijn licht verzakt De resultaten en onderbouwing zijn gedetailleerd weergegeven in de rapportage “Dgn.013-013 Rapportage inspectie 43 bruggen”. Dit rapport is in mei 2025 opgeleverd. Aanbevelingen Op basis van deze resultaten is geadviseerd om de onderhoudsen vervangingswerkzaamheden in 2025 uit te voeren.
De totale reparatie- en onderhoudskosten zijn geraamd op circa € 295.000,-. Deze zijn gespecificeerd in bijlage VII. Bij het verwerken in een bestek kunnen de kosten nog wijzigen. De werkzaamheden voor kunstwerk 1025 zijn nog niet uitgevoerd. Er is een budgetaanvraag lopend voor de uit te voeren werkzaamheden. De onderbouwing hiervan is vastgelegd in bijlage VI.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
15
3.7 Geadviseerde onderzoeken Naar aanleiding van de inspectie wordt geadviseerd om in 2026 het volgende nadere onderzoek uit te voeren. Nr. 1026
Naam
Omschrijving onderzoek
Betonnen brug Sluisweg
Onderzoek naar blootliggende wapening. Carbonatatie en chloride. Gehele dek afkloppen en schades in kaart brengen.
Totaal
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
Kosten € 2000,00 € 2.000,00
16
4. Beleid 4.1 Beheervisie uitvoeren De uitgangspunten en visie voor het beheer van de kunstwerken zijn: 1. Borgen van de veiligheid. 2. Borgen van het goed functioneren. 3. Voldoen aan de van toepassing zijnde wettelijke kaders. 4. Voldoen aan het gemeentelijke beleid. Traditioneel wordt het beheer gebaseerd op het in stand houden van de kunstwerken. Dit tegen aanvaardbare kosten en met inachtneming van de wettelijke aansprakelijkheid in het kader van het Burgerlijk Wetboek. Het kunstwerkenbeheer moet ook een bijdrage leveren aan tevredenheid van de burger. Een onderhoudsaanpak die zich uitsluitend richt op traditioneel beheer, waarbij alleen technische aspecten een rol spelen, is niet meer toereikend. Ook de belevingswaarde is medebepalend voor de algemene kwaliteit van een kunstwerk. Deze drukken we uit in een beeldkwaliteit standaard conform de “Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte” van het CROW. Wettelijk moeten de kunstwerken in ieder geval aan minimale eisen (veiligheid) voldoen. Zie hoofdstuk 2 Wettelijke kaders en regelgeving. De beeldkwaliteit geeft daar extra waarde aan. De politieke ambities in relatie tot soms beperkte beschikbare middelen bepalen mede de beeldkwaliteit. Paragraaf 4.2. gaat dieper in op het stellen van beeldkwaliteitskenmerken en onderhoudsniveaus.
4.2 Beheerstrategie en onderhoudsniveau vaststellen Het uitvoeren van onderhoud op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau is de kerntaak van de beheerder. Deze geeft daarmee invulling aan het gemeentelijk onderhoudsbeleid en de te volgen beheerstrategie. Als voorbereiding op het vaststellen van het benodigde onderhoud zijn er vier onderhoudsniveaus opgesteld. Deze niveaus geven we met toelichting weer in deze paragraaf. Voor het vastleggen van de minimale kwaliteit zijn voor de civieltechnische kunstwerken interventieniveaus voor onderhoud opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende documenten: Kwaliteitscatalogus openbare ruimte CROW-publicatie 323. De CROW-systematiek is een landelijk erkende werkwijze die gebruikmaakt van beeldkwaliteiten; Referentiedocumenten van andere (landelijke) beheerders van civiele objecten; In paragraaf 4.2.1 geven is een totaaloordeel over de kwaliteit van de kunstwerken en het te adviseren onderhoudsniveau opgenomen. Dit op basis van deze documenten en ervaringen uit de markt met gemeentelijke arealen en op advies van Ingenieursbureau Westenberg.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
17
Tabel 6 verduidelijkt de relatie tussen de genoemde kwaliteitsniveaus en de kwaliteitscatalogus CROW-publicatie 323 en de NEN2767-4 Conditiemeting Infrastructuur.
Tabel 6: Indeling kwaliteitsniveaus, gebiedskwaliteiten en koppeling met CROW-systematiek 323 en de NEN2767-4.
Voor dit beheerplan is invulling gegeven aan vier onderhoudsniveaus. Hierbij zijn de ervaringen van Ingenieursbureau Westenberg opgenomen, met kengetallen voor onderhoudskosten voor de gemeentelijke markt. Onderhoudsniveaus voor de civieltechnische kunstwerken zijn: Onderhoudsniveau 1: Uitstekend. Onderhoudsniveau 2: Goed. Onderhoudsniveau 3: Redelijk. Onderhoudsniveau 4: Matig/slecht. Onderhoudsniveau 1 (uitstekend) Onderhoud op dit niveau, wordt uitgevoerd met het oog op de toonbaarheid en duurzaamheid. Op dit niveau zal het onderdeel zo lang mogelijk meegaan, zonder dat het zijn functionaliteit verliest. Bij een aantal onderdelen spreken we niet van “duurzaam” maar van “comfort”. Dit komt voornamelijk voor bij asfalt en slijtlagen. Als er sprake is van comfort, wordt er onderhoud gepleegd voordat weggebruikers het oncomfortabel ervaren. Bij dit onderhoudsniveau is het bijvoorbeeld gebruikelijk om tweemaal per jaar het kunstwerk te reinigen en te inspecteren. Onderhoudsniveau 2 (goed) Onderhoud op niveau 2 zorgt dat een onderdeel zijn functie niet verliest. Bij dit scenario vervalt een aantal onderhoudsmaatregelen met betrekking tot toonbaarheid. Bij de andere onderhoudsmaatregelen (projecten) worden lagere frequenties gehanteerd. Door lagere frequenties te hanteren accepteert de beheerder een (beheersbaar) lager niveau van bepaalde onderdelen van het kunstwerk.
Bijvoorbeeld het lokaal ontbreken van voegwerk in een metselwerk muur. Bij dit onderhoudsniveau is het bijvoorbeeld gebruikelijk om jaarlijks het kunstwerk te reinigen, te monitoren en/of inspecteren.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
18
Onderhoudsniveau 3 (redelijk) Dit is het laagste onderhoudsniveau waarbij de beheerder planmatig onderhoud uitvoert. Er wordt alleen onderhoud gepleegd als de veiligheid in het geding komt. Functieverlies van sommige kunstwerkonderdelen is acceptabel. Bij toepassing van dit onderhoudsniveau (-scenario) is het acceptabel dat het kunstwerk in een matige onderhoudstoestand verkeert, zolang het bij de eerstvolgende onderhoudscyclus teruggebracht wordt naar ten minste redelijke staat. Dit betekent wel dat er meer calamiteitenonderhoud voor komt. Bij dit onderhoudsniveau accepteert de beheerder bijvoorbeeld schades aan de conservering of de staalconstructie. Onderhoudsniveau 4 (matig/slecht) Onderhoud vindt alleen plaats om herstelmaatregelen voor calamiteiten uit te voeren. Op dit niveau vinden geen inspecties plaats en komt geen planmatig onderhoud voor. Dit geeft onveilige situaties. Met als gevolg veel ad-hoc calamiteiten en met het risico dat we het kunstwerk voor verkeer afsluiten, of vroegtijdig vervangen. Het is een onderhoudsniveau waarbij reiniging van het kunstwerk niet in de programmering zit. Kwaliteits- en onderhoudsniveau Voor het bepalen van de kwaliteit van de kunstwerken kunnen een aantal vragen worden gesteld. Zo kan men zich afvragen “wat is zinvol en noodzakelijk”' en “wat is haalbaar'.
De ambitie is om het beheer van de kunstwerken volgens CROW-norm Kwaliteit B te hanteren, dit komt overeen met “Onderhoudsniveau 3”. Dit is de ondergrens van verantwoord beheer. De maatregelen worden ingepland als de schadebeelden en conditiescores de waarschuwingsgrens bereiken. De motivatie hiervoor is dat de prijs-kwaliteitsverhouding dan het meest optimaal is. De levensduur van de kunstwerken wordt verlengd, zonder dat tekort wordt gedaan aan de functionaliteit en de kwaliteit van het areaal. 4.3 Inspecties plannen Bij onderhoudsniveau 3 wordt het areaal van de kunstwerken periodiek (eens per drie jaar) geïnspecteerd. Dit is een visuele inspectie van kunstwerkonderdelen boven het maaiveld en de waterlijn. Onzichtbare onderdelen vormen een risico. Er kunnen aanvullende inspecties onder het maaiveld of de waterlijn uitgevoerd worden, als daar een technische aanleiding voor is. 4.4 Duurzaamheid integreren Duurzaamheid is drieledig. Bij duurzame ontwikkeling is sprake van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen. Alle ontwikkelingen die op technologisch, economisch, ecologisch, politiek of sociaal vlak bijdragen aan een gezonde aarde, met welvarende bewoners en goed functionerende ecosystemen, zijn duurzaam. Het gebruik van duurzame materialen verenigt beide.
Dit kan door enerzijds de meest milieuvriendelijke - materialen en anderzijds de meest duurzame materialen en
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
19
technieken te gebruiken. Door slimme materiaalkeuzen zijn beide aspecten te verenigen. Dit leidt tot het meest duurzame milieuvriendelijke resultaat wat economisch gezien ook de voordeligste optie is. Voor het duurzaam ontwerpen, beheren en onderhouden van de kunstwerken moet men rekening houden met: Constructief kiezen voor duurzame materialen. Met het gebruik van duurzame materialen wordt de levensduur van de te onderhouden objecten aanzienlijk verbeterd. Bijvoorbeeld het toepassen van FSC-gekeurd hout met duurzaamheidsklasse 1 en een composieten brugdek. Het kiezen van duurzame materialen is direct van invloed op de gemiddelde onderhoudskosten. Eisen aan materialen en constructies stellen op basis van CO2-reductie, onderhoudsarme eigenschappen en herbruikbaarheid.
Duurzaamheid is een evenwicht tussen mens (people), milieu (planet) en economie (profit). Om hier een bijdrage aan te leveren, focust de gemeente zich op het stimuleren van thema’s als circulariteit en vermindering van de footprint. Daarmee wil de gemeente aansluiten op de doelstellingen van de Nederlandse Overheid en de Europese Unie voor 2030 en 2050, welke zijn:
Duurzaamheid is geïntegreerd in het DNA van de Gemeente Dongen. Dit komt o.a. tot uiting in de volgende oplossingen:
Beleid Aanpak Duurzaam GWW (Ambitieweb). Risicogestuurd duurzaamheidsmodel op areaalniveau. Wetgeving en normeringen.
Ontwerp Aandragen duurzame alternatieven. Variantenstudies o.b.v. MKI. Referentieontwerp o.b.v. MKI. Topografisch ontwerpen. Parametrisch ontwerpen.
Realisatie Duurzaam aanbesteden o.b.v. MKI. Circulair aanbesteden. Monitoren duurzaamheid beloftes.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
Beheer Aandragen duurzamere alternatieven. MKI-boekhouding van het oeverconstructies areaal. Materialenpaspoort.
20
4.5 Leefbaarheid verbeteren Het thema “Leefbaarheid” heeft betrekking op meerdere aspecten van de openbare ruimte. Het gaat bijvoorbeeld om de herkenbaarheid, de sfeer of het benadrukken van het bijzonder karakter van de openbare ruimte. Het uiteindelijke doel is dat de burger zich prettig en veilig voelt in de openbare ruimte. Het karakter van een openbare ruimte kan bijvoorbeeld in bruggen(ontwerp) tot uitdrukking worden gebracht. De toepassing van een brug over een watergang heeft vaak een praktische functie. Daarnaast kan de brug ook de leefbaarheid van de openbare ruimte verrijken. Binnen dit thema passen de volgende aandachtspunten voor het beleidsplan kunstwerken: Bij vervangingen van kunstwerken het ontwerp toespitsen op duurzaamheid en/of leefbaarheidsaspecten. Vervangingen op basis van modulair ontwerpen en demontabel bouwen kunnen daaraan bijdragen (IFD-ontwerp en bouwtechniek). Bij gedeeltelijke vervangingen zoals bijvoorbeeld een houten brugdek of slijtlaag rekening houden met geluidreducerende materialen en/of detaillering. 4.6 Financieel kunstwerkenbeheer controleren 4.6.1 Voorkomen van kapitaalvernietiging Kapitaalvernietiging kan voorkomen worden door tijdig de juiste onderhoudsmaatregelen toe te passen. Te lang uitstellen van noodzakelijke onderhoud leidt tot kapitaalsvernietiging. Daardoor lopen de kosten door het ontstaan van achterstallig onderhoud op.
Kort voor het overschrijden van de functionele en/of veiligheidsnorm is meestal een minder ingrijpende onderhoudsmaatregel nodig. Wanneer de (kwalitatieve) veroudering van kunstwerken verder heeft doorgezet en mogelijk onomkeerbaar wordt, is vaker een ingrijpendere maatregel nodig. Dat heeft als gevolg dat er duurdere en meer ingrijpende onderhoudsmaatregelen nodig zijn of zelfs vroegtijdige vervanging. Door te lang uitstel van onderhoud staat op een bepaald moment de onderhoudsinvestering niet meer in verhouding tot de vervangingswaarde. Hierdoor ontstaat een risico dat, eerder dan gepland, ad-hoc een vervanging moet plaats vinden, waar geen middelen voor zijn gereserveerd. Om dit te voorkomen kiezen we voor onderhoudsniveau 3. 4.6.2 Afschrijvingstermijnen kunstwerktypen In de bijlage I “Paspoorten kunstwerken” zijn de algemene gegevens van de kunstwerken (=objecten) vastgelegd. Voor zover de bouwjaren niet exact bekend zijn, is het bouwjaar op basis van de inspectieresultaten geschat. Vervolgens is de restlevensduur van het object bepaald. De afschrijvingstermijn van de kunstwerken gebeurt op basis van de minimale technische levensduur, zie onderstaande tabel. Brugtype Afschrijvingstermijn Houten brug 40 jaar Stalen brug 60 jaar Betonnen brug 80 jaar Tabel 7: Afschrijvingstermijn per brugtype
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
21
5. Financiën 5.0 Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op de financiële consequenties gebaseerd op onderhoudsniveau 3. Momenteel hanteren wij een beheerstrategie, gebaseerd op het uitvoeren van correctief onderhoud. Het onderhoudsniveau zit nu tussen matig en redelijk. 5.1 Meerjarenonderhoudsplanning en financiële consequenties 2025 -2029 Tabel 8 bevat per onderhoudsdiscipline de gemiddelde benodigde totale onderhoudskosten (incl. bijkomende kosten voor voorbereiding, toezicht en administratie ca. 15%). Het benodigd budget (totale kosten) voor het huidige onderhoudsniveau is bepaald uit het kostentotaal van de onderhoudsmaatregelen en vervangingen. Dit op basis van de inspectieronde. De bedragen in tabel 8 zijn de benodigde budgetten om het areaal de komende 4 jaar op het aangegeven onderhoudsniveau 3 in stand te houden. Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
Gemiddeld
Betonreparatie
2026 € 29.900
2027 €0
2028 €0
2029 €0
per jaar € 7.475
Conserveren
€ 18.606
€0
€ 11.050
€ 5.330
€ 8.747
Eenmalige acties divers
€ 1.525
€0
€0
€0
€ 381 € 1.881
Vakdiscipline
Inspectie
€0
€0
€0
€ 7.525
Reinigen
€ 950
€ 16.250
€ 950
€ 16.250
€ 8.600
Slijtlaag/asfaltherstel
€ 750
€0
€ 137.700
€ 10.890
€ 37.335
€ 5.500
€0
€0
€0
€ 1.375
€0
€ 3.380
€0
€0
€ 845
Subtotaal
€ 57.231
€ 19.630
€ 149.700
€ 39.995
€ 66.639
VAT (15%)
€ 8.585
€ 2.945
€ 22.455
€ 5.999
€ 9.996
Totaal
€ 65.816
€ 22.575
€ 172.155
€ 45.994
€ 76.635
Huidig gemeentelijk budget
€ 43.746
€ 43.746
€ 43.746
€ 43.746
€ 43.746
Tekort aan gemeentelijk budget
€ -24.370
€ 21.171
€ -128.409
€ -2.248
€ -33.464
Vervangen diverse onderdelen Vervangen object
Tabel 8: Jaarlijks benodigd onderhoudsbudget.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
22
De onderhoudskosten in dit beheerplan baseren wij op eenheidsprijzen van GWW-kosten (zie gwwkosten.nl) en ervaringscijfers/ kostenkentallen van Ingenieursbureau Westenberg B.V.) De kosten zijn als volgt opgebouwd: Inclusief aankoop materiaal, lonen, kosten materieel. Exclusief winst & risico, algemene kosten en uitvoeringskosten. Exclusief bijzonder materieel (duikploeg, hoog-, laagwerker etc.), maatregelen in het kader van het milieu, verkeersmaatregelen, ontheffingen/vergunningen, e.d. Exclusief btw. VAT-kosten (voorbereiding, administratie en toezicht). Hiervoor is 15% opgenomen in de overzichten. Gebaseerd op prijspeil 2024. Gebaseerd op gelijktijdig uitvoeren van (geclusterde) onderhoudsprojecten. 5.2 Beleidsadvies van het jaarlijks onderhoudsbudget Tabel 8 laat zien dat het huidige beschikbare budget te laag is. In de exploitatiebegroting staat een budget van circa € 44.000,-. Dit budget is te laag voor het gewenste onderhoudsniveau. Voor handhaving van het huidige onderhoudsniveau is een budget van circa € 77.000,gemiddeld per jaar nodig. In vergelijking met het beschikbare budget is er een tekort van circa € 33.000,- gemiddeld per jaar. Een lager onderhoudsniveau dan het huidig (3) is ongewenst omdat hierdoor onveilige situaties kunnen ontstaan. Tevens heeft dit achterstallig onderhoud en kapitaalsvernietiging tot gevolg.
Door een te laag onderhoudsniveau wordt de restlevensduur van het kunstwerk verkort en moeten onderdelen eerder vervangen worden. De toestand van de kunstwerken is nu redelijk tot goed. Om ervoor te zorgen dat de conditie niet verder afneemt, is het advies om middelen te reserveren en om planmatig minimaal “onderhoudsniveau 3’ planmatig uit te voeren. Wij adviseren om budgetten beschikbaar te stellen afgestemd op behoefte voor dat planjaar. De totale onderhoudskosten om aan niveau 3 te kunnen voldoen bedragen voor de komende vier jaar gemiddeld circa € 77.000,- per jaar. Er is hierbij geen rekening gehouden met uitgaven voor calamiteiten.
Beheerplan Civiele kunstwerken 2026 - 2029
23