RIB 25-73 Bijl1a Regionaal advies voorrang vitale beroepsgroepen
Tekst van het document
Bijlage 1.a
Regionaal advies voorrang vitale beroepsgroepen Sinds 1 januari 2024 is via een aanpassing van de Huisvestingswet meer ruimte gekomen om extra voorrang te geven aan woningzoekenden met lokale binding met daarnaast de mogelijkheid om inwoners met vitale beroepen extra voorrang te verlenen bij huisvesting. Namens alle gemeenten binnen de regio Hart van Brabant heeft onderzoeksbureau RIGO een verkenning uitgevoerd naar de schaarste aan deze beroepen en de nut en noodzaak om aan hen voorrang te verlenen. In de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting (Wvrv) worden gemeenten verplicht een regionaal afgestemde huisvestingsverordening op te stellen met urgentieregeling. De wet is op 3 juli 2025 door de Tweede Kamer aangenomen en wordt nu voorbereid voor behandeling in de Eerste Kamer. De Wvrv gaat consequenties hebben voor de lokale huisvestingsverordening, maar dit valt buiten de scope van het RIGO onderzoek. Schaarste voor vitale beroepsgroepen Bij dit onderzoek naar schaarste van woningen voor vitale beroepsgroepen is gekeken naar de sectoren onderwijs, zorg, openbaar bestuur en veiligheid. Er is hierbij een koppeling gelegd tussen de arbeidsmarkt en de schaarste aan woningen. Daarnaast is een indicatie gehanteerd voor het (fulltime) bruto maandsalaris van een startende en een ervaren professional in de geselecteerde beroepsgroepen.
Hoeveel kunnen deze vitale beroepsgroepen betalen voor een woning? Op basis hiervan is door RIGO ingeschat of zij in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, een particuliere huurwoning potentieel betaalbaar is en/of een koopwoning financieel bereikbaar is. Uit het onderzoek blijkt dat binnen de arbeidsmarktregio een tekort op de arbeidsmarkt zichtbaar is voor bijna alle beroepsgroepen. Er is sprake van schaarste in het onderwijs en in de zorg en dan met name voor (gespecialiseerde) verpleegkundigen, gehandicaptenzorg en medisch praktijkassistenten. Ook docenten voor de algemene vakken in het secundair onderwijs en basisschoolleraren zijn schaars én er is een tekort aan personeel in de kinderopvang. Ten aanzien van de toegankelijkheid van de woningmarkt zijn vooral eenverdieners binnen deze beroepsgroepen, zoals startende onderwijzers en verpleegkundigen, het meest gebaat bij voorrangverlening in de sociale huursector. Immers, binnen de vrije huursector en koopsector zullen hun mogelijkheden zeer gering zijn. Hetzelfde geldt voor startende en ervaren professionals in de kinderopvang, medisch praktijkassistenten en verzorgenden. Voor meer ervaren onderwijzers – en in mindere mate (gespecialiseerd) verpleegkundigen – is vanwege hun iets hogere inkomen de koopsector potentieel beter financieel bereikbaar.
Zij zouden dus eventueel geholpen zijn met voorrangverlening bij een nieuwbouwwoning in de betaalbare koopsector. Regionaal advies In het ambtelijk regionaal advies (bijlage 3) wordt geadviseerd om terughoudend om te gaan met het instrument om voorrang te verlenen aan vitale beroepen. De verkenning toont aan dat er schaarste is aan vitale beroepen in de zorg, onderwijs en openbaar bestuur en veiligheid, maar niet dat deze schaarste wordt veroorzaakt door schaarste aan woningen. Daarbij kan er hierdoor concurrentie ontstaan tussen de gemeenten om de schaarse vitale beroepen.
Vitale beroepsgroepen in de gemeente Dongen De Huisvestingswet bevat geen definitie van vitale beroepen. Dit is aan de gemeente om te definiëren. Een beroep wordt vitaal geacht wanneer een tekort kan leiden tot ontwrichtende effecten in de lokale samenleving. In de toelichting op de wet is meegegeven dat het Ministerie daarbij in het bijzonder denkt aan de door RIGO onderzochte beroepsgroepen. Naast deze beroepsgroepen blijkt uit het onderzoek voor onze gemeente ook een grote vraag te zijn naar technisch personeel. Bij het definiëren van de beroepen die voorrang krijgen is het zaak om de groepen goed af te bakenen (vallen administratief medewerkers in een ziekenhuis ook onder een vitaal beroep?) maar ook om niet te veel groepen tegelijkertijd voorrang te geven. Als iedereen voorrang krijgt, wordt het effect namelijk dermate klein dat in de praktijk niemand meer voorrang krijgt. Ook dient de inzet worden afgewogen met het effect op de ‘regulier’ woningzoekende, wiens slaagkansen verslechteren, tenzij het aanbod omhoog gaat. Het RIGO onderzoek toont met name schaarste aan van mensen in vitale beroepsgroepen die zijn aangewezen op sociale huurwoningen. Daarbij wordt niet aangetoond dat het tekort aan deze beroepen ontstaat door een schaarste aan sociale huurwoningen.
Het tekort aan deze beroepen is een landelijk verschijnsel, waarbij het onderzoek niet aantoont dat voorrang op de woningmarkt leidt tot het invullen van extra vacatures. De inzet van voorrangsverlening via de huisvestingsverordening met bijhorend vergunningsstelsel wordt voor nu als een zwaar middel gezien, mede gelet op het opstellen, uitvoeren en monitoren van de regels in de huisvestingsverordening inclusief schaarste-onderzoek en optuigen van een vergunningsstelsel. Een alternatief is maatwerk binnen de woonruimteverdelings- systematiek van de woningcorporaties. Bij dit alternatief is het ook nodig om goed te overwegen of de maatregel nuttig, noodzakelijk en proportioneel is. Als blijkt dat voor bepaalde beroepsgroepen in de regio huisvesting het grootste knelpunt is, dan kan daarover in overleg gegaan worden met de corporaties. De woningcorporaties hebben bij de SRBT-woontafel aangegeven dat zij samen met gemeenten kunnen nadenken over een goede verdeling van de schaarste op de woningmarkt, binnen de geldende wet- en regelgeving.