RIB 24-67 Motie alternatieven papierinzameling
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Nummer Datum Onderwerp Portefeuillehouder
24-67 1 oktober 2024 Motie alternatieven oud-papierinzameling Wethouder Jansen
Aan de gemeenteraad van Dongen
Kennisnemen van De afdoening motie ‘alternatieven oud-papierinzameling’ (M23-18, M2023092818+Motie+CDA+VPD-+Motie+Alternatieven+Papierinzameling (notubiz.nl)).
Aanleiding In de zomer van 2023 heeft het college moeten besluiten om te stoppen met het inzamelen van oud papier met behulp van vrijwilligers. Het college heeft hierover de gemeenteraad met een raadsinformatiebrief geïnformeerd (zie: RIB+55+-+papierinzameling+vanaf+2024 (notubiz.nl)). Naar aanleiding van het collegebesluit, de raadsinformatiebrief en enkele reacties vanuit de inzamelende verenigingen heeft de gemeenteraad een motie aangenomen (zie boven). Met deze raadsinformatiebrief informeert het college de gemeenteraad over de afdoening van deze motie. Kaders In een verkenning naar mogelijkheden is eerst beoordeeld aan welke randvoorwaarden eventuele alternatieven moeten voldoen. Als overheidsorgaan moet een gemeente immers opereren binnen wet- en regelgeving. De randvoorwaarden ‘veiligheid’, inclusief aansprakelijkheid en ‘praktische uitvoerbaarheid/inpassing’ zoals die ook zijn genoemd als argumenten bij het besluit te stoppen met de inzameling van oud papier met behulp van vrijwilligers, gelden uiteraard ook voor eventuele alternatieven. Daarnaast is gekeken naar wettelijke, bestuurlijke en fiscale kaders en voorwaarden. Wettelijke en bestuurlijke kaders Het belangrijkste bestuurlijk kader is het eigen inkoop en aanbestedingsbeleid. Indien van toepassing gelden uiteraard ook de (wettelijke) regels met betrekking tot Europese aanbesteding.
Het (lokaal) inkoop en aanbestedingsbeleid stelt op basis van de totale opdrachtwaarde voorwaarden aan de wijze waarop de gemeente uitvragen in de markt moet zetten. Voor inkoop van diensten geldt dat voor een totale opdrachtwaarde tot € 50.000 er onderhands minimaal 3 offertes moeten worden opgevraagd. Wanneer de totale opdrachtwaarde uitkomt boven € 50.000 moet een openbaar aanbestedingstrajcet worden doorlopen. De Europese aanbestedingsregels worden voor de volledigheid benoemd. Deze gaan pas in bij een totale opdrachtwaarde vanaf € 221.000 (2024).
1
Fiscale regels Vrijwilligers mogen een vergoeding ontvangen voor het verleende vrijwilligerswerk. Daarbij is een maximum uurtarief en een maximum totaalvergoeding (per maand en per jaar) bepaald. Voor de Belastingdienst geldt bij een hoger uurtarief en/of een hoger totaalvergoeding dat dit wordt gezien als inkomen. Dan is de geldende inkomstenbelasting van toepassing. Regel is dat de vrijwilligersvergoeding wordt uitgekeerd aan natuurlijke personen. De vergoeding mag niet rechtstreeks worden uitgekeerd aan verenigingen of stichtingen. De bepalingen van de belastingdienst over de vrijwilligersvergoeding zijn als volgt (bedragen geldend voor 2024): •
•
•
Als de ontvanger 21 jaar of ouder is: de inzet per uur maximaal kent een vergoeding van € 5,50 tot een maximum van € 210 per maand en tot een maximum van € 2.100 per jaar (alle bedragen 2024). Zowel de vergoeding per uur, per maand als per jaar mag niet hoger zijn dan de genoemde bedragen. Als de ontvanger jonger dan 21 jaar is: de inzet per uur kent een vergoeding van maximaal € 3,25 per uur, tot een maximum van € 210 per maand en tot een maximum van € 2.100 per jaar (alle bedragen 2024). Zowel de vergoeding per uur, per maand als per jaar mag niet hoger zijn dan de genoemde bedragen. Of overig: Als de ontvangen vergoeding zo laag is dat deze niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk. Er is geen sprake van een vergoeding per uur. Wel geldt een maximumvergoeding van € 210 per maand en tot een maximum van € 2.100 per jaar (alle bedragen 2024). Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoeding voor de inzet.
Ontvangt een vrijwilliger een hogere vergoeding? Dan moet over deze vergoeding (inkomsten)belasting worden betaald. De organisatie waarvoor het vrijwilligerswerk wordt gedaan, houdt deze belasting in op de vrijwilligersvergoeding en betaalt dit aan de belastingdienst.
Analyse vergoedingen papierinzameling verleden Wanneer de actuele fiscale regels zoals hierboven zijn genoemd, worden afgezet tegen de vergoedingen die jarenlang voor de inzameling van oud papier zijn uitgekeerd, dan leidt dat tot de conclusie dat de gemeente Dongen op basis van de huidig geldende regels van de Belastingdienst strijdig heeft gehandeld. In 2023 ontving een stichting of vereniging een bedrag van € 250 per vrijwilliger per inzamelronde. Een gemiddelde inzamelronde bedraagt circa 6 uur, wat neerkomt op een uurtarief van om en nabij € 40,- per uur. Zowel het totaalbedrag als het uurtarief overstijgen de maximumvergoedingen. Daarnaast zijn de vergoedingen uitbetaald aan verenigingen en stichtingen en niet aan natuurlijke personen. Zowel de hoogte van het tarief, als het maximumbedrag, als de wijze van uitbetaling stroken niet met de fiscale regels. De uurtarieven liggen bovendien om en nabij tarieven die door (commerciële) detacheerders en uitzendbureaus worden gehanteerd. De totale opdrachtwaarde per jaar telt op tot circa € 45.000 (peil 2024). Als de papierinzameling voor meerdere jaren ‘in de markt gezet’ zou worden, dan moet de gemeente een openbaar aanbestedingstraject doorlopen.
2
Voorlopige conclusie Als een gemeente verenigingen en stichtingen extra financieel wil ondersteunen, door middel van vrijwilligersvergoeding, dan gelden daar maximum bedragen voor. De tarieven zijn fors lager dan de tarieven die inzamelende verenigingen kregen voor de inzet bij inzameling van het papier. Los daarvan moet de vraag worden beantwoord of het veilig uitvoeren van de werkzaamheden kan plaatsvinden en/of het praktisch haalbaar is. Alternatieven De bovenstaande kaders maakt het zoeken naar alternatieven lastig, zo niet onmogelijk. Het uitvoeren van gemeentelijke werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van de gemeente, zoals papierinzameling, onderhoud groen, etc, kan en mag met behulp van vrijwilligers worden uitgevoerd. En op basis van vrijwilligersvergoeding kan worden vergoed aan individuele vrijwilligers. Het gaat dan zoals al opgemerkt over fors lagere bedragen dan in het verleden. Een vrijwilliger zal een flink aantal meer uren vrijwilligerswerk moeten verrichten, om eenzelfde hoogte van vergoeding te komen. Daarnaast is het de vrijwilliger die de vergoeding ontvangt en moet overmaken aan de vereniging of stichting waarvoor hij of zij de werkzaamheden uitvoert. De werkzaamheden moeten tenslotte passen binnen de arbo- en veiligheidskaders en inpasbaar zijn in de planning/tijd.
In financieel opzicht levert een situatie met vrijwilligersvergoedingen de voormalig inzamelende verenigingen niets op: de vergoeding blijven in de meeste gevallen ver achter bij wat het ooit is geweest. Right to challenge In de motie van de gemeenteraad wordt de suggestie gedaan om te kijken naar right to challenge mogelijkheden. Bij right to challenge neemt een niet-commerciële partij in de samenleving het initiatief om een gemeentelijke of publieke taak uit te voeren. Het betreft daarbij een taak of functie die nu door de gemeente wordt uitgevoerd en over gaat naar een niet-commerciële partij. Voorbeelden hiervan zijn beheer van sociaal, maatschappelijk of culturele accommodaties, speeltuinverenigingen, beheer en verzorging van (delen van) openbaar groen. Het idee van right to challenge komt oorspronkelijk uit Engeland. De initiatieven blijken daar beperkt te worden toegepast. Onder andere omdat de concurrentie met en de professionaliteit in vergelijking met commerciële partijen lastig blijkt. Ook in Nederland komen initiatieven moeizaam van de grond. Met een right to challenge initiatief gaat de volledige verantwoordelijkheid over van de gemeente naar de partij in de samenleving. De gemeente vergoedt op basis van prestatieafspraken en randvoorwaarden de werkzaamheden. Het college ziet geen gemeentelijke uitvoeringstaken die in aanmerking komen voor right tot challenge.
Het college staat uiteraard wel open voor initiatieven. Als het college de huidige activiteiten van de verenigingen en stichtingen beschouwt, ziet het college geen aanknopingspunten voor concrete taken of projecten die aansluiten op de activiteiten van de verenigingen of stichtingen. Het is de vraag of verenigingen en stichtingen naast hun bestaande activiteiten ruimte zien om nieuwe/andere activiteiten op te starten. Bij succesvolle right to challenge voorbeelden ligt de uit te voeren activiteit over het algemeen in het verlengde van de bestaande activiteit. Of wordt rondom een activiteit een nieuwe organisatie ingericht. Bijeenkomst met inzamelende verenigingen Op 17 juni 2024 zijn de voormalig inzamelende verenigingen uitgenodigd voor een overleg. Doel stelling van deze bijeenkomst was tweeledig. Enerzijds om van de verenigingen en stichtingen te horen hoe het gaat, na het stopzetten van de inzameling met behulp van
3
vrijwilligers. En anderzijds om in gesprek te gaan over mogelijke alternatieven binnen de randvoorwaarden zoals die boven zijn geschetst. Conclusie ten aanzien van de stand van zaken is, dat het met de verenigingen en stichtingen redelijk gaat. De afbouwregeling van 75%-50%-25% voor de jaren 24-26, doet waarvoor deze is bedoeld: het verzacht de verminderde inkomsten. Met wat kleine keuzes heeft iedereen de begroting voor 2024 op orde gekregen. De inkomsten vanuit de papierinzameling werden over het algemeen gebruikt voor incidentele grotere uitgaven. Voor de toekomst is de verwachting dat een beperkt aantal verenigingen met een klein aantal leden moeite zullen hebben om het verlies aan inkomsten op te vangen. Deze paar verenigingen waren in het verleden ook het actiefste als het om inzamelen van oud-papier ging. Het wegvallen van de inkomsten uit papierinzameling zijn op langere termijn niet op te vangen door het beperkte aantal leden. Voor alle verenigingen geldt dat in de toekomst keuzes moeten worden gemaakt in bijvoorbeeld het aantal activiteiten, de hoogte van een eigen bijdrage bij activiteiten, (extra) investeringen en de hoogte van de contributie.
Als het gaat om de vrijwilligersvergoeding geven alle verenigingen aan dat er binnen de vereniging of stichting niet de ruimte en tijd is om vrijwilligers dermate lang vrijwilligerswerk te laten verrichten om daarmee extra inkomsten voor de vereniging op te halen. Om tot een bedrag van € 210,- per maand te komen moet circa 40 uur vrijwilligerswerk worden verricht. Overall conclusie Het onderzoeken van alternatieven blijft steken op de randvoorwaarden en de mogelijkheden die verenigingen en stichtingen zien om binnen de randvoorwaarden vrijwilligers te leveren. De combinatie van beide werkt dermate beperkend dat het college geen alternatieven ziet in werkzaamheden die onder verantwoordelijkheid van de gemeente worden uitgevoerd. De fiscale kaders brengen met zich mee dat eventuele inkomsten voor verenigingen en stichtingen de inkomsten die in het verleden zijn gegenereerd vanuit papierinzameling nooit zullen gaan benaderen. Een alternatief zou gevonden kunnen worden in een right to challenge constructie. Daarbij ziet het college op voorhand geen aanknopingspunten bij de huidige activiteiten van de verenigingen en stichtingen die papier inzamelden. Verenigingen en stichtingen zullen nieuwe en/of extra activiteiten moeten gaan ontwikkelen. Het is niet aan het college om dergelijke afwegingen te maken. Het college staat uiteraard open voor eventuele voorstellen.
Als de gemeenteraad van mening is dat verenigingen en stichtingen financieel verder ondersteund moeten worden, dan is subsidie het meest aangewezen instrument. Als het specifiek gaat over de voormalig inzamelende verenigingen, dan merkt het college daarbij op dat slechts de helft van hen een subsidierelatie met de gemeente heeft. Bij vaststelling van het subsidiebeleid kan de gemeenteraad verdere afwegingen maken. Bij de voormalig inzamelende verenigingen en stichtingen is aangekondigd dat in de Q4 van 2024 een pilot wordt opgestart met een verenigingsadviseur. Doel van de inzet van de verenigingsadviseur is om verenigingen te ondersteunen en bij te dragen aan de toekomstbestendigheid van het verenigingsleven in Dongen. Een van de opdrachten aan deze verenigingsadviseur zal zijn om een overzicht of kaart te maken, met daarop mogelijke externe subsidiemogelijkheden en fondsen. En daar waar nodig verenigingen te ondersteunen in het aanvragen van deze externe bronnen. Bij de begroting 2025 wordt voorgesteld om incidenteel middelen beschikbaar te stellen om de pilot van de inzet van een verenigingsadviseur door te trekken in 2025.
4
Met deze raadsinformatiebrief is voor het college motie ‘Alternatieven papierinzameling’ afgedaan. Wanneer er vanuit het verenigingsleven voorstellen of suggesties worden gedaan voor right to challenge projecten of voor te verrichten vrijwilligerswerk, dan staat het college daarvoor open.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet,
College van burgemeester en wethouders
Dr. G.W. Goedmakers
Ir. J.C. Slagboom
Secretaris
Burgemeester
5